1. Aaanvraag zonnepark Roosendaalse Vliet 395179 - A - GEMEENTE ROOSENDAAL.pdf
Tekst van het document
Voor de inbreng van eigen vermogen wordt momenteel uitgegaan van 7,5% van het totale investeringsbedrag. Deze vorm van participatie wordt in een later stadium verder uitgewerkt. Waarschijnlijk vindt dit pas plaats eind 2021 of begin 2022. Eerst dient de planologische procedure te worden doorlopen en er een beschikking in het kader van de SDE++ subsidieregeling te worden verkregen.
5. Reacties van de deelnemers. A. Presentatie wethouder Koenraad. Vraag. Hoever staat het met de realisatie van de doelstelling van 75 ha netto zonnepanelen. Antwoord. Er is voor ca. 60 ha vergund. Van deze vergunde projecten zijn er momenteel 2 in de bouwfase. In de week van 19 oktober is het eerste paneel van het park “Weihoek” gelegd. Zonnepark “Evertkreekweg” zit in de voorbereidingsfase. B. Presentaties Jan Withagen. Vraag. Welke ondernemingsvorm kent het zonnepark en is dit al vastgelegd? 57
Antwoord. Er is al een Besloten Vennootschap opgericht onder de naam Zonnepark Roosendaalsche Vliet B.V. Vraag. Is de grond waar het zonnepark op komt al verworven of in eigendom aangekocht. Antwoord. De grond wordt niet aangekocht. Er is een overeenkomst met de (juridische) grondeigenaar waarin de beschikbaarheid van de gronden voor de realisatie van het zonnepark is vastgelegd. Deze overeenkomst wordt op het gepaste moment omgezet in een notariële akte recht van opstel met een looptijd van 25 jaar. Vraag. Het zonnepark wordt op het achterste gedeelte van het perceel gerealiseerd. Waarom wordt niet het gehele perceel gebruikt voor de realisatie van het zonnepark. Antwoord. Hierbij spelen meerdere factoren een rol. - Maximale netto oppervlakte. Door de gemeente Roosendaal is kenbaar gemaakt dat voor het realiseren van de doelstelling van 75 ha er nog een netto oppervlakte beschikbaar is van 3,7 ha. Samen met de landschappelijke inpassing, vrij stroken e.d. wordt de bruto oppervlakte ca 5,0 ha (exacte oppervlakte nog niet geheel definitief). De totale oppervlakte van het perceel is groter, er is voor het achterste gedeelte gekozen omdat de landbouwkundige kwaliteit van de grond minder is dan op het voorste gedeelte. - Verder is ook het maximaal opgesteld vermogen van het zonnepark beperkt i.v.m. de capaciteit van de kabel van het windturbinepark.
Er moet gezocht worden naar een optimale afstemming tussen wind en zon om het percentage afschakelingen te minimaliseren. Hierdoor kan ook maar een gedeelte van het perceel worden benut. Vraag. Het plan ligt in de gemeente Roosendaal, maar op de grens met de gemeente Halderberge. Direct omwonenden wonen ook in Halderberge. Is er contact geweest met de gemeente Halderberge. Antwoord. Nee, nog niet. Maar bij de planologische procedure zal dit plaats vinden door de initiatiefnemer en/of de gemeente Roosendaal. Bij de realisatie van het windturbinepark is eenzelfde situatie ontstaan, maar dan met de gemeente Steenbergen. Vraag. Kunnen inwoners van de gemeente Halderberge ook mee participeren. Antwoord. Ja, zeker de direct omwonenden. Vraag. Aan de Evertkreekweg wordt ook een grootschalig zonnepark ontwikkeld. Wat zijn de invloeden van het zonnepark Roosendaalsche Vliet door weerkaatsing van het geluid van windturbines op de omliggende woningen? Antwoord. Bij de Evertkreekweg zijn onderzoeken uitgevoerd naar deze effecten. Ook op Goeree-Overflakkee is een dergelijk onderzoek uitgevoerd. Uit deze onderzoeken is gebleken dat bij woningen pal naast het zonnepark er een effect van ca 1,2 dB(A) kan optreden. Is er een afstand van het zonnepark en de woning groter dan 300-400m dan is dit effect beperkt tot ca 0,1 tot 0,2 dB(A). Dit een niet hoorbaar verschil.
De afstanden bij het zonnepark Roosendaalsche Vliet zijn groter dan de aangegeven afstanden. In de Ruimtelijke Onderbouwing, t.b.v. de aanvraag voor de omgevingsvergunning, wordt dit onderwerp opgenomen. Opmerking. De toegangsweg naar het zonnepark loopt via de weg(Gastelsedijk zuid en Vlietweg), waar een direct omwonende aan woont. Er is (enige) zorg over de overlast, die kan optreden door extra verkeersbewegingen. 58
Antwoord. Getracht wordt om dit zo veel mogelijk te beperken. Tijdens de bouw zal de toegang plaats vinden via de Vlietweg ter hoogte van de toegang tot windturbine 3. Na de bouw blijven de verkeersbewegingen beperkt tot met name het onderhoud. Er moet voorkomen worden dat de toegang tot het zonnepark een “hangplek” gaat worden. Vraag. Wordt er ook een hekwerk geplaatst. Antwoord. Ja o.a. voor de veiligheid en diefstal. Opmerking. Er wordt steun uitgesproken voor de opzet van een bijenproject. Antwoord. Initiatiefnemers is blij met deze steun.
C. presentatie Elly Brouwer. De deelnemers hebben op deze presentatie zijn geen reacties door de deelnemers ingebracht. 6. Oproep deelname opstelling Landschappelijke Inpassing. Aan het einde van de bijeenkomst heeft de voorzitter de deelnemers opgeroepen en gestimuleerd om deel te nemen aan het proces om de landschappelijke inpassing zo danig op te stellen dat deze zo veel mogelijk aan de wensen van de direct omwonenden en de burgers voldoet. Tijdens de bijeenkomst heeft geen enkele deelnemer kenbaar gemaakt om aan dit proces te willen deelnemen.
7. Conclusies. A. Er was een redelijke belangstelling voor deelname, vanuit de direct omwonenden slechts 1 deelnemer. B. De bijeenkomst is een rustige sfeer verlopen. C. Naar aanleiding van presentaties zijn er meerdere vragen gesteld en opmerkingen gemaakt. D. Er hebben geen deelnemers zich gemeld om deel te nemen in het landschappelijke inpassingproces (Naschrift. Er wordt hiervoor nog een extra werving uitgevoerd). E. Er zijn geen bezwaren tegen het beoogde zonnepark uitgesproken.
Roosendaal, 28 oktober 2020. Zonnepark Roosendaalsche Vliet.
Bijlage 1. Presentatie Elly Brouwer. Bijlage 2. Presentaties Jan Withagen.
59
Aan dit verslag en de bijbehorende presentaties kunnen geen rechten worden ontleend. Zonnepark Roosendaalsche Vliet en/of de samenstellers van de presentaties kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor het gebruik van dit verslag en/of de bijbehorende presentaties.
60
VERSLAG VAN DE DIGITALE BIJEENKOMST OP 30 NOVEMBER 2020, GERICHT OP DE LANDSCHAPPELIJKE INPASSING.
Deelnemer
: 1 belangstellende.
Gemeente
: mevr. C. Steendijk, Coördinator co-creatie
Zonnepark Methodiek
: J. Denissen (voorzitter) en J. Withagen. : via Teams
1. DEELNAME. Op 26 oktober 2020 is er door de initiatiefnemer van het zonnepark een digitale bijeenkomst voor de direct omwonenden en burgers georganiseerd (zie verslag van deze bijeenkomst). Hieraan hebben 15 belangstellenden deelgenomen. Tijdens deze bijeenkomst zijn de deelnemers opgeroepen ook deel te nemen aan een (of meerdere) digitale bijeenkomst gericht op de landschappelijke inpassing. Alle deelnemers van 26 oktober 2020 hebben een concept verslag gekregen, waarbij de deelnemers opnieuw werden opgeroepen om zich aan te melden voor de digitale bijeenkomst. Het resultaat van de oproepen tot deelname waren 2 aanmeldingen. Na een 3de oproep hebben er zich geen nieuwe deelnemers meer aangemeld. Van de 2 aanmelding is er 1 afgevallen omdat er niets meer is vernomen, ondanks diverse pogingen tot contact. Hierdoor was er slechts 1 belangstellende voor de digitale bijeenkomst over de landschappelijke inpassing. 2. VERLOOP DIGITALE BIJEENKOMST. Voorafgaand aan de bijeenkomst is een basisdocument, een uitnodiging en een vragenlijst opgesteld, welke vooraf aan de deelnemer ter beschikking zijn gesteld. Het basisdocument bestond uit (objectieve) achtergrondinformatie, hoofdzakelijk gebaseerd op het beleid van de gemeente Roosendaal.
Gezien het gegeven van slechts 1 deelnemer heeft de digitale bijeenkomst voornamelijk bestaan uit een “bilateraal” gesprek tussen de deelnemer en de voorzitter van het zonnepark, waarbij de deelnemer als eerste gesprekspunt zijn visie op de landschappelijke inpassing heeft ingebracht. 3. VISIE DEELNEMER OP LANDSCHAPPELIJKE INPASSING. Onderstaand is de inbreng van de deelnemer puntsgewijs weergegeven. De opmerkingen zijn gerubriceerd opgenomen. Door het Zonnepark Roosendaalsche Vliet is op een aantal punten een reactie gegeven. Deze zijn weergegeven onder “Opmerking” A. Landschappelijk wordt het gebied nu al verstoord door de aanwezigheid van 61
hoogspanningsleidingen, de windturbines en ook het industrieterrein Borchwerf ll. Daarnaast wonen er weinig mensen in de directe omgeving. Ook wordt het gebied weinig gebruikt door wandelaars en/of fietsers. Voor hen is het geen aantrekkelijk gebied. Dit is geheel anders dan bv bij het project “Weihoek”, dat is gelegen in de omgeving van woonwijken en in de omgeving van meerdere wandelroutes. B. Vanaf de Vlietweg gezien is op de achtergrond het “bos” van Staats Bos Beheer (SBB) zichtbaar. Hieraan wordt weinig onderhoud uitgevoerd, dit zorgt wel voor enig overlast door o.a. bladafval. Dit kan ook voorkomen bij de plaatsing van zonnepanelen. Het heeft de voorkeur dat de overlast door de landschappelijke inpassing niet toeneemt. Sloten moeten goed bereikbaar zijn en blijven o.a. voor onderhoud door een schouwstrook van ca 5 m. Dit geldt ook voor de percelen van de aangrenzende grondeigenaren. Het is wenselijk om het zicht vanaf de Vlietweg te behouden door aan de westkant van het zonnepark een lage beplanting/haag toe te passen. Opmerking. De gemeente heeft een eis van een maximale bouwhoogte van de zonnepanelen van 2,5m. De landschappelijke inpassing dient hierop te worden afgestemd en dus ook aan de westkant van het zonnepark. C. Door de bomen langs de Gastelsedijk zuid is er langs de buisleidingstraat geen zicht vanaf Borchwerf ll op het zonnepark.
Het planten van bomen langs deze strook heeft dan ook geen zin en het heeft dan ook de voorkeur om dit niet te doen. Aan deze kant van het zonnepark zou een hekwerk moeten volstaan. Opmerking 1. Dit sluit ook aan bij de visie van de Gasunie. Opmerking 2. Voor zo ver nu bekend zal tijdens de bouwfase de aanvoer plaats vinden via de Vlietweg. D. De opzet van een Bijenproject wordt van harte ondersteund. Bij de landschappelijke inpassing dient zoveel mogelijk met een dergelijk project rekening te worden gehouden. Bloemrijke randen kunnen hieraan een goede bijdrage leveren. Bijenkasten dienen vooral bij de ingang langs de Gastelse dijk zuid, dus aan de oostkant van het park, te worden geplaatst. Bij een bijenproject dient er aandacht te zijn voor alle soorten bijen. Opmerking. Er is reeds overleg gevoerd met een overkoepelde bijenorganisatie. Zij hebben kenbaar gemaakt een gezamenlijk project te willen opzetten. De uitwerking vindt in een later stadium plaats, met name als de omgevingsvergunning is afgegeven. D. Aan de noord- en zuidkant van het zonnepark dient er met de landschappelijke inpassing rekening te worden gehouden met de agrarische belangen van de aangrenzende grondeigenaren. De landschappelijke inpassing mag ook geen belemmering worden voor de regels vanuit de landbouw. Bomen langs deze kanten zorgen voor overlast door de wortels en blad.
Bomen aan deze kant hebben daarom geen voorkeur. E. Het open karakter van het gebied dient zoveel mogelijk in stand te worden gehouden. De ligging van het beoogde zonnepark, met het bos van SBB op de achtergrond, heeft hier betrekkelijk weinig invloed op. Vanwege het open karakter 62
hebben hoge(re) bomen zeker geen voorkeur van de direct omwonenden. F. Bij de landschappelijke inpassing dient er ook rekening te worden gehouden met de eisen en voorwaarden van derde belanghebbenden in de directe omgeving, zoals bv de Gasunie en Tennet. Bij de landschappelijke inpassing dient er rekening te worden gehouden met deze eisen en voorwaarden. Op de strook, die van Tennet vrij moet blijven, kunnen bloemrijke randen worden aangelegd. G. Bij de landschappelijke inpassing heeft het de voorkeur dat deze over de gehele locatie niet te “rommelig” wordt en er een eenheid is. Omdat een aantal stroken (bv bij Tennet) met bloemrijke randen kunnen worden ingericht, kan deze ook worden gebruikt in andere delen. G. De landschappelijke inpassing en de inrichting van het zonnepark dient zodanig plaats te vinden dat er geen “hangplekken” voor jongeren worden gecreëerd. De deelnemer zit hierop niet te wachten. Bij het clubhuis van de roeivereniging is er nu al een dergelijke hangplek. Er wordt bv vuurwerk afgestoken en andere overlast veroorzaakt. H. Aan de oostkant, bij SBB, ligt al een brede watergang van het waterschap. Het zou een voorkeur hebben om de landschappelijke kwaliteitsverbetering te realiseren, die hierbij aansluit. Opmerking. De gemeente stelt een eis van 5% landschappelijke kwaliteitsverbetering.
Deze dient buiten het hekwerk van het zonnepark te worden gerealiseerd. Bij de inrichting dient wel rekening te worden gehouden met de inbreng van de deelnemer bij punt G. I. Meervoudig grondgebruik kan een pluspunt zijn volgens de deelnemer. Hierbij kan met name gedacht worden aan een gebruik voor bijen, schuilplaats voor vogels en beweiding door schapen. Meervoudig gebruik dient in de praktijk iets te betekenen en geen “papieren verhaal” te zijn. Van belang hierbij is dat het zonnepark, vanaf de Vlietweg gezien, het park ca 250 m het perceel in ligt. Niemand ziet de schapen lopen en niemand heeft er daarom plezier van. Opmerking 1. Het zonnepark deelt deze gedachte, maar voor de beweiding door schapen is de keuze tussen een oostwest of een zuid opstelling wel van belang. Hierbij is ook de bouwhoogte van belang. Bij een oostwestopstelling is het de vraag of er veel gras onder de panelen blijft groeien in de loop der jaren. Er is weinig tot geen water en verhoudingsgewijs weinig licht. Verder speelt ook de bouwhoogte een rol. Bij een maximale bouwhoogte van 2,5 m is de hoogte op het laagste punt naar verwachting 60-70cm. Schapen kunnen dan ook bij de kabels. Bij een zuid opstelling zijn er waarschijnlijk meer mogelijkheden. Mogelijk zijn de randen langs het hekwerk en de vrije strook van de kabel van Enexis hier ook voor te gebruiken. Dit wordt later beoordeeld. J.
Bij de landschappelijke inpassing dient er ook rekening te worden gehouden met de plaatsing van een hekwerk. Dit dient goed op elkaar te worden afgestemd. K. De ingang voor onderhoud van het zonnepark langs de Gastelsedijk zuid is geen 63
Probleem. L. De deelnemer geeft aan dat bij de landschappelijke inpassing het niet iedereen naar de zin kan worden gemaakt. De wensen van de direct omwonenden zijn wel de belangrijkste. Iedereen heeft ruim de gelegen gehad tot het leveren van zijn/haar inbreng. Het is jammer dat er zo weinig direct omwonenden en burgers van de gelegenheid tot het leveren van een inbreng gebruik hebben gemaakt. Deelnemer heeft geen behoefte aan verdere bijeenkomsten over de landschappelijke inpassing. Wel wenst hij bij het verloop van het project betrokken te blijven. M. Deelnemer beveelt aan dat bij projecten, die op de grens met andere gemeenten liggen, de bewoners en belanghebbenden uit deze gemeenten meer betrokken worden bij de ontwikkeling van het co-creatieproces en de ontwikkeling van het project. 4. VERVOLG. Door het zonnepark Roosendaalsche Vliet is een opdracht verstrekt aan de heer H. Stikkel voor het opstellen van een rapport over de landschappelijke inpassing. De inbreng van deelnemer, die van de andere direct omwonenden en de derde belanghebbenden worden ter beschikking gesteld aan de heer Stikkel zodat hij de reactie kan verwerken in zijn rapport. Het rapport van de heer Stikkel is onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing voor het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning. Deelnemer wordt betrokken bij de verdere ontwikkeling van het project.
Samenstelling.
J.A.M. Withagen (projectmanager)
64
Toelichting bij Aanvraag Zonnepark Roosendaalsche Vliet
Samenhangende activiteiten die deel uitmaken van deze omgevingsvergunning Bij deze aanvraag om omgevingsvergunning voor de realisatie van het zonnepark hangen de volgende activiteiten met elkaar samen. -
Het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan Buitengebied voor wat betreft het gebruik van de gronden voor een zonnepark Het bouwen van de opbouwconstructie waarop de zonnepanelen worden geplaatst Het plaatsen van een hekwerk/ erfafscheiding rondom het zonnepark Het aanleggen van een interne parkbekabeling met een tweetal transformatorstations voor het transporteren van de opgewekte energie naar het inkoopstation van het windpark Het inrichten van een zone rondom het zonnepark ten behoeve de landschappelijke inpassing
Er wordt gestreefd naar een optimale inrichting van het zonnepark. Hierbij spelen een aantal factoren een rol, die elkaar beïnvloeden. Daarbij gaan de ontwikkelingen op gebied van de zonnepanelen zelf vrij snel, zoals bv de toename van het vermogen per paneel/m², de grootte van een paneel en vooral ook de keuze tussen een oostwest of zuid opstelling. Hierbij komt dat, in tegen stelling tot andere parken, de netinpassing de bepalende factor is. De netcapaciteit van het windpark kan niet worden overschreden. Alleen op de momenten dat deze netcapaciteit niet volledig/optimaal wordt benut, kan door het zonnepark de beschikbare netcapaciteit worden gebruikt. In de onderstaande tabel is aangegeven wat het totaal opgesteld vermogen wordt bij verschillende opstellingsvarianten en het vermogen in Wp per paneel. Hierbij wordt uitgegaan van een maximaal netto oppervlakte voor zonnepanelen van 3,7 ha, 4800 panelen per ha bij een oostwest opstelling en 3600 panelen bij een zuid opstelling.
Tabel 1: Totaal opgesteld vermogen in Wp bij een Oost-west en Zuid opstelling en 3 verschillende vermogens per paneel Wp per paneel 420 540 660 Oost west opstelling 7.459.200 9.590.400 11.721.600 Zuid opstelling 5.594.400 7.192.800 8.791.200 Wordt uitgegaan van een maximaal mogelijk opgesteld vermogen van bv 8.500.000 Wp, dan blijkt uit de tabel dat bij een oostwest opstelling deze maximale capaciteit wordt overschreden bij een vermogen per paneel van 540 en 660 Wp. Bij een zuid opstelling is deze situatie aan de orde bij 660 Wp per paneel. Wijziging van een aantal factoren, zoals onderstaand aangegeven, kan leiden tot een aangepaste optimale opstelling. De optimale opstelling wordt ook nog mede bepaald door het percentage afschakelingen van het zonnepark als de maximale capaciteit wordt overschreden. Om tot een optimale inrichting te kunnen komen, is daarom voor diverse aspecten een range opgenomen. Ook de maximale opties vallen binnen de kaders die de gemeente heeft gesteld.
Factoren met een range en de range zelf. - Aantal panelen : 11100-17760 - Hellingshoek : van 10 tot 30 graden - Tiphoogte : van 1.50 tot 2.50 m - Aantal rijen boven elkaar : 3-6 rijen - Totaal vermogen : van 5-9 MWp - Vermogen per paneel : 320-700 Wp - Afstand tussen de rijen : 0,6-3m - Aantal transformatorstations : 2-4 Voor de concrete invulling wordt in een later stadium een keuze gemaakt. De benodigde stukken zullen dan bij de gemeente worden ingediend. De ontsluiting van het zonnepark zal in de bouwfase plaatsvinden via de Vlietweg, in de gebruiksfase via de Gastelse dijk zuid. Transformatorstation De Transormatorstations (2) zullen naar verwachting als onderstaand in het zonnepark worden gesitueerd.
Figuur 1: globale locatie transformatorstations
Figuur 2: indicatief beeld van transformatorstations
Voor het te plaatsen hekwerk is gekozen voor onderstaand.
Figuur 3: hekwerk om zonnepark
Landschappelijke inpassing Zonnepark Roosendaalsche Vliet Landschaps kenmerken Dit gebied ligt op de overgang van dekzandgronden naar een gebied met kleigrond en wordt gekenmerkt door grootschaligheid. Een agrarisch landschap met als doel voedsel productie. In de transitie van een voedsel productie landschap naar een energie productie landschap blijft de vraag naar zoveel mogelijk licht op het (energie productie) landschap ongewijzigd. 1% minder licht is 1% minder opbrengst.
Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing wordt verkregen door gebruik te maken van een houtwal, knip of scheerhaag, een bomenrij, bloemrijke randen en de aanleg van een poel. Geen bomen aan de zonzijde. Alle voorschriften van het STILA zijn van toepassing.
Een overzicht van de oppervlakten en hoeveelheden per beplantings type; naam Houtwal Knip of scheerhaag Bloemrijke randen landschappelijke kwaliteitsverbetering incl. poel Onderhoudspad/ bloemrijke rand
oppervlakte 1611 m2 1021 m2 8012 m2 1900 m2 3412 m2
lengte 680 m1
aantal struiken 1033 1360
Beheer maatregelen; Wat het beheer betreft zijn de voorschriften van het STILA leidend. De houtwal wordt in 3 fasen afgezet, elke ontwikkelings fase levert een bijdrage aan de biodiversiteit. De knip of scheerhaag wordt ook in 3 verschillende fasen geknipt, elke ontwikkelings fase levert een bijdrage aan de biodiversiteit. Bomen worden op gekroond zodat er voldoende licht valt op de knip of scheerhaag. De bloemrijke randen worden d.m.v Sinusmaaien beheerd, dit maaibeheer levert verschillende groeistadia op met als resultaat meer biodiversiteit.
Tekeningen A Ruimtelijke analyse van het gebied B Inrichtings voorstel Zonnepark Roosendaalsche Vliet C Tekening met maten, plantafstanden, sortiment, hoeveelheden per plantvak en detail tek. poel D Aanbrengen houtachtige en kruidachtige begroeiingen E Beheer houtachtige begroeiing F Beheer kruidachtige begroeiing
Ruimtelijke analyse 541
2
Landschaps kenmerken
1004
1744
606 1745
1002
1005
Dit gebied ligt op de overgang van dekzandgronden naar een gebied met kleigrond en wordt gekenmerkt door grootschaligheid.
11
608
1000
1615
2098 990
999 1006
1616
607
1003
Hol derb ergs edij k
Een agrarisch landschap met als doel voedsel productie. In de transitie van een voedsel productie landschap naar een energie productie landschap blijft de vraag naar zoveel mogelijk licht op het (energie productie) landschap ongewijzigd. 1% minder licht is 1% minder opbrengst.
852 1007
880
1618
857
609
853
489 2097
854
856
14
881 879
959 864
863 855
866
Vlietweg
862
865
858
867
Landschappelijke inpassing
1260
646
645 868
60
1617
531 825 se Vliet ndaal Roose
532
4155 869
Vanuit de zienswijze dat er zoveel als mogelijk getracht moet worden de biodiversiteit te versterken, (bloemrijke randen etc.) is er gebruik gemaakt van diverse begroeiingstypen. Het Noordoostelijk deel en het Westelijke deel worden versterkt door de aanleg van een gesloten struikbeplanting / houtwal. Aan de Noordzijde, langs de grens met een bestaand bos worden bomen geplant. Aan de Noord- en Zuidzijde wordt een knip of scheerhaag aangebracht. Tevens wordt er in het Noordoostelijk deel een poel aangelegd.
859 1261 1 576 4156
Vlietweg
488
824 875
831
4157
G r
830
Holderbergse dijk
823
rb e rg s
e d ijk
G r
9
b ld
H o ld e
9
870 873
A 4158
G r
4158
G r
G r
533
G r
G r
874
b ld
429 12
561
12
b ld
G r
bos
4159
A 4159
871
V lie tw e g
Vlietweg
G r
S tr
562
G r b ld A 4160
4160 G r
W e s te lijk e H a v e n d ijk
Westelijke Havendijk
G r G r
G r
872
oppervlakte onderhoud pad 3164 m2
4
,
1
5
,
1
563
kabel trace 1137 m2
G r
4891 40
P 444
A 4 84901
4890
G r
A 4890
G r
887 4945
A 4945
577
G r
A C 577
G r
A 4951
A 4892
4892
A 4946 G r
4946 4
4951 888 A 4167
4167
P 4
G r G r
A 4950 A 4949
4950
4949
V lie tw e g
P 3
889
4
,
1
G r
Vlietweg
H a v e n d ijk
R o o s e n d a a ls e V lie t
Roosendaalse Vliet
W e s te lijk e
Westelijke Havendijk
2
4168
5
,
1
4
,
1
3 A C 578
A 4954
578
P 2
890 4954
k
k
A 4953 A 4952
b ld
r
4953
4952
G r
k k o lie o lie k
Holderbergsedijk
444 r
r
H o ld e r b e r g
s e d ijk
k
k af af
4792
A 4865
4865 r r
kweg Evertkree
535
E ver
G r
tk re e
kw e
g
afaf af af gasafv b
k
r
k
af af afv b
G r
4164
P 5
P 560
562
tk re e
kw e
A 4164
g
kw e
559
P 558
P 556
tk re e
P 545
k
4934
r
k
k G r
32
k
k A 4842
vabb
551
afaf
k
afaf
r
r
573
vabb
kaf afc a i
tra fo
k
P 572
P 571
548
571
r vabb
r
P 573
550 G r
549 P 548
vabb
af k af
4842
P 443
572
k
443
570
af af
af k af
P 570
P 547
4813
k
564
563
547
k
k wl
566
P 564
P 563
P 551
P 550
4935
G r
bos
567
P 566
32
565
P 565
541
P 549
4840
4936
r r
k
G r
556
542
P 541
P 540
540
r
4839 r
P 7
568
P 567
543
P 542
G r
P 568
544
P 543 G r
546
545
P 544 A C 579
cai
k
7
558
P 557
557
P 546
g
579
37
E ver
E ver
cai
P 559
kweg Evertkree
G r
kweg Evertkree
k
561
560
534
k
k
P 562
P 561
5
G r
A 4165
580
A C 580
P 569
569
k
23 23
P 555
r
4165
G r
555
G r
k r
A 4744
r
k
k
4744 V lie tw e g
k
af af
Vlietweg
d ij e H aven
R o o s e n d a a ls e V lie t
P 10
9 P 9
Roosendaalse Vliet
W e s te lijk
Westelijke Havendijk
10
553
552
G r
r G r
4166
P 554
554 P 553
P 552
G r
4855
k
k k
k
k
k
vabb
k
k r k
k k
k
k
k
af
af
k k
k
4154
G r
P 8
af af
kaf
11
af af af af af af k
vabb
af
G r
k
bk
581
k
vabb
G r
k af
afv b r ab
k
k
4
3
k
3
A 4166
G r
-5
G r
A C 581
4353
8
vb
12
k
5
A 4854
vabb
vabb
vabb k vabb
4862
k
k
gas wl
k
vabb
k vabb
vabb
k
af
vabb vabb
k k
k
vabb k
vabb
G r
k k
k
af
A 4862 P 626
k
G r G r
G r
k
k
vabb k
k
vb
vabb
r vabb
vabb A 4745
k
k
vabb r vabb r
k
24
G r
626
vabb
4854
G r
4745
24 A 4154
619
k
5
k
k
G r
P 627
P 619
55
r
G r
P 618
627
A C 582
G r
k k
G r
P 12
P 11 G r
618 582
G r
k
G r
k
k
G r
4255
G r G r
k rk
A 4000
G r
r
581
k k
P 581
vabb G r
G r
k k
1
k 1
vabb
vabb
4864
vriv bk ab
k ab vaf b
G r
k af
vabb G r
A1 7
vri af af af
G r
A 4864
Rij ksw eg
G r
4000 P 529
af af af
G r
vabb
vri vri vb
529
ab
vabb
580
P 580
G r
G r
k
G r
Aa nw as
G r
G r
G r
a
s
et
A
a
n
w
tra fo G r
4451
tra fo
G r G r
17 P 579
579
4450 W e s te lijk e
Westelijke Havendijk
P 17 b ld
k
4843
A 4843
vb A 4747
vb
R o o s e n d a a ls e V lie t
Roosendaalse Vliet
G r
V lie tw e g
A 3850
Vlietweg
H a v e n d ijk
3850
k
4747
4181
afaf
r
vb
r
af af k
vri
G r
vabb k r
r r
k
G r
G r G r
A 4181
k
578
G r
r r
vabb
r
k
vb
k
k
k
k
k
k
k
Wes telijk e Hav end ijk
G r
G r
7
r
g
s
w
e
k
ijk
G r
jk
G r
r
te
lij
ke
G r
es
4748
k
k
W
k
k
av
en
di
r A 3588
H
r
k
k
3588
k
r k
R
af af
9
k
k
r
afaf
9
r
1
r
A1 7
k
gas
A
tra fo
Rij ksw eg
P 578
A 4748
G r
P 19
k
k
19 k
afaf
G r
k
G r
r r
r
4863
tra fo
vabb
G r
k
k
G r
G r ab
vb vabb vabb
r
tra fo
G r
k k
S tr
A 4451 A 4863
G r
k
S tr
G r
82
G r
4706
G r
G r
A 3760
96 h
A 4580
3760
44
G r
4172
G r
4798
4705
G r
v tgas
G r
P 44
r
4695
G r G r
4704 96g
k
4799
G r
k
4731
G r
k G r
G r
A 4172
96d
k
k
G r
k
De grootschaligheid van dit gebied wordt gekenmerkt door de lange zichtlijnen cai
G r
G r
G r
G r
ke
H
17
17
av
en
di
jk
Wes telijk e Hav end ijk
A 4695
es
te
lij
4185
A 4185
4616
W
k
G r
W e s te li
Westelijke Havendijk
P 45 G r
r
G r
r
72 7
2
k
4470
70a
45
end jk e H a v
ijk
Object Voor Adres
Landschappelijk Inpassing Zonnepark Zonnepark Roosendaalsche Vliet Zonnelandstraat 6 Postcode en plaats 4709 RA Nispen 06 Telefoon info@zonneparkroosendaalschevliet.nl E mail adres Schaal 1: 10000 Datum 25-1-2021 A3 Formaat
Inrichtings voorstel Zonnepark Roosendaalsche Vliet
Totale oppervlakte
Legenda
52956 m2 Bloemrijke rand
8012 m2
Bomen (drachtplanten voor bijen) aan de N zijde geven geen schaduw op panelen
1,4
2
1,4
oppervlakte onderhoud pad 3164 m2
1021 m2
680 m1
L7 Knip of scheerhaag.
1,5
1,4
kab
el T ra c
e kabel trace 1137 m2
Gr
1611 m2
L1 Houtwal blauwe lijn is hekwerk
1900 m2
landschappelijke kwaliteitsverbetering d.m.v een paddenpoel met rietvegetatie en solitaire struiken bloemrijkgrasland infopaneel (5% van opp. zonnepanelen)
A4951
Gr
1,4
1,4 1,5
1,4 1,5
Netto oppervlakte panelen
37000 m2
onderhoud pad binnenzijde hek bloemrijke rand
1,4
1,4
3412 m2
Landschappelijk Inpassing Zonnepark Roosendaalsche Vliet
Object Voor
Landschappelijk Inpassing Zonnepark Zonnepark Roosendaalsche Vliet
Adres
Zonnelandstraat 6
Postcode en plaats 4709 RA Nispen Telefoon
06
E mail adres
info@zonneparkroosendaalschevliet.nl
Schaal
1: 750
Datum
25-1-2021 versie 3 A1
Formaat
Tekening met maten, plantafstanden, sortiment, hoeveelheden per plantvak en Detail tek. poel
11,5
12,5
29,75 1,4
1,4
1,25
1,25
4,3
5
1,2
5
5
1,4
Detail tekeningen uitzetten poel schaal 1:250
2
Houtsingel
Solitairs
oppervlakte onderhoud pad 3164 m2
soort Corylus avellana Cornus sanguinea Prunus spinosa Acer campestre
1,5
1,4
1,4 5
1,25
1,25
1,05
1,2
Knip of scheerhaag plantverband en plantafstand
1,4
19,5
25
1,4
1,5
4,1
grondwater gemiddeld hoogste 40-80 m gemiddeld laagste 120 m
0,6
1,5
L8: Bomenrij soort: Tilia cordata 'Roelvo' plantafstand. aantal 13 Bomen worden in de lijn van de knip of scheerhaag geplant
1,4
2,25
1,5
knip of scheerhaag
1,7
0,5
7,8 5
5 0,54
opening in knip of scheerhaag voor toegang naar panelen
uitzet maten Houtsingel
kabel trace 1137 m2
kab
el T ra c
Gr
opening in knip of scheerhaag voor toegang naar panelen
e
Gr
52
maat maat in cm 1/2 struik 80-100 1/2 struik 80-100 1/2 struik 80-100 1/2 gesneden 80-100
aantal 1 2 1 1
,65
20
,85
14,8 5
9, 7
4 23
,5
A4951
71
17
Bloemrijke grasrand B114 Stroomdalmengsel van Biodivers hoeveelheid 30 tot 60 kg/HA in te zaaien oppervlakte is 1600 m2 hoeveelheid zaad 8 kg
G3: Wilde bijenrand op grasland
1,4
zaden van Biodivers B 141 Kruidenrijk grasmengsel hoeveelheid 15 tot 20 kg/HA in te zaaien oppervlakte 8000 m2 hoeveelheid zaad 16 kg
1,4 1,5
1,4
Landschappelijk Inpassing Zonnepark Roosendaalsche Vliet
1,4 1,5
Tekening met maten en plantafstanden sortiment en hoeveelheden per plantvak Detail tek. poel L1: Houtsingel of houtwal totale oppervlakte 1611 m2 Aantal struiken 1033 stuks
4,1
1,4
0,5
1,4
1/1 af 2 tak 1/2 gesneden 80-100
150 100
1,25
1,25
1,4
4,1
uitzet maten Houtsingel
1,5
Rosa rubiginosa Acer campestre
1,4
aantal 200 100 200 183 100
1,25
maat maat in cm 0/2 af 3 tak 80-100 1/2 struik 80-100 1/2 gesneden. 60-100 1/2 struik 80-100 1/2 struik 80-100
7,65
soort Ligustrum vulgare Corylus avellana Viburnum opulus Cornus sanguinea Prunus spinosa
1,5
Houtsingel
soorten worden in groepen van 3 tot 5 geplant
2,25
pad voor onderhoud
knip of scheerhaag Knip of scheerhaag plantverband en plantafstand
L7: Knip of scheerhaag sortiment: totale lengte 680 m1 Aantal struiken 1360 stuks soorten worden gemengd geplant waarbij er niet meer dan 2 planten van dezelfde soort naast elkaar mogen staan soort Ligustrum vulgare Frangula alnus Viburnum opulus Cornus sanguinea
maat 0/2 3 tak 1/2 struik 1/2 gesneden 1/2 struik
aantal 340 340 340 340
Object Voor
Landschappelijk Inpassing Zonnepark Zonnepark Roosendaalsche Vliet
Adres
Zonnelandstraat 6
Postcode en plaats 4709 RA Nispen Telefoon
06
E mail adres
info@zonneparkroosendaalschevliet.nl
Schaal
1: 750
Datum
25-1-2021 A1
Formaat
Aanbrengen Houtachtige en Kruidachtige begroeiingen Boombeplanting
Houtsingel
12,5
1,4
11,5
Knip of scheerhaag
1,25
1,25
1,4
1,5
1,25
1,5
1,4
1,4
1,4
2,25
0,5
4,1
7,65
Maken boomgat 080 x 0.80 x 0.60 m Planten bomen incl. Begeleidingssnoei Bomen voorzien van 2 kniepalen (kastanje) lengte 1.20 m diam. 0.10 m Bomen aan kniepalen bevestigen met boomband
instructie blad
Maken plantgat Plantgat met een doorsnede van ten minste 0,30 m Diepte: 0,30 m Vrijgekomen grond naast het plantgat deponeren Planten bosplantsoen
Maken plantgat Plantgat met een doorsnede van ten minste 0,30 m Diepte: 0,30 m Vrijgekomen grond naast het plantgat deponeren Planten bosplantsoen Plantverband: driehoeksverband
Bloemrijke grasranden
Grondbewerking: Grondsoort, overgangs gebied tussen zwak lemig fijnzand en zavel tot lichte klei.
wortelhals
lange boompalen
korte boompalen met paaltje om maaischade te voorkomen.
Boompalen:
Het planten van een boom: 1e plantgat 1/3 groter dan de wortelpruik. 2e paal/palen plaatsen. 3e boomplanten, de wortelhals niet dieper dan 5 cm in de grond. 4e als het plantgat half gevuld is de boom voorzichtig schudden(op en neer bewegen), zodat de grond beter om de wortels aansluit. 5e plantgat aanvullen en aandrukken.
Boompalen geven steun aan de boom en dienen na 3 tot 4 jaar verwijderd te worden. Niet behandelde palen zijn in die tijd afgerot. Korte palen hebben het voordeel dat de boom meer beweegt in de wind. Door deze beweging wordt de boom geactiveerd om trekwortels te maken, deze wortels zorgen voor een goede verankering. Bij het gebruik van lange boom palen worden de bomen minder geprikkeld.
01 Niet zaaien bij een buitentemperatuur van 5 °C of lager. Het zaaien of bezoden mag bovendien alleen worden uitgevoerd indien redelijkerwijs verwacht wordt dat de temperatuur in de daaropvolgende periode van twee weken boven de 5 °C zal blijven. 02 Bij vorst of zolang de grond niet geheel vorst- en sneeuwvrij is, geen werkzaamheden ten behoeve van het zaaien uitvoeren. 03 Bij samenhangende grondsoorten de werkzaamheden ten behoeve van het zaaien alleen uitvoeren bij een halfvaste tot vaste consistentie van de grond 04 Het aandrukken van de grond ten behoeve van het zaaien of het bezoden uitvoeren met een druk van 0,2 à 0,3 MPa voor gazons en een druk van 0,1 à 0,2 MPa voor overige grasvelden. 05 Na het verkruimelen van de grond ten behoeve van het zaaien mogen in het oppervlak van in te zaaien gazons, geen kluiten groter dan 40 mm voorkomen; voor de overige in te zaaien oppervlakken bedraagt deze kluitgrootte ten hoogste 80 mm. 06 Graszaadmengsels verwerken binnen één jaar na datum van plombering. 07 Zaadmengsels goed gemengd en gelijkmatig verdeeld opbrengen; het onderwerken en aandrukken gelijkmatig uitvoeren.
Voor Houtsingel en knip of scheerhaag spitten tot 0.40 m diepte spitten met getande bak Voor bloemrijke grasranden spitten tot 0.3m diepte daarna (zie no 05 van opsomming onder bloemrijke graslanden)
Aanbrengen Houtachtige en Kruidachtige begroeiingen
Object Voor Adres
Landschappelijk Inpassing Zonnepark Zonnepark Roosendaalsche Vliet Zonnelandstraat 6 Postcode en plaats 4709 RA Nispen 06 Telefoon info@zonneparkroosendaalschevliet.nl E mail adres Schaal 1: Datum 25-1-2021 A3 Formaat
Beheer Houtachtige begroeiing Houtsingel
Boombeplanting 12,5
1,4
11,5
1,4
1,25
1,25
1,5
1,25
4,1 1,4
7,65
7,8
0,5
Afzetten van de houtsingel: Het afzetten gebeurd in 3 verschillende fasen; in het 5e jaar na het planten, het 6e jaar en het 8e jaar de cyclus start opnieuw in het 10e jaar.
1,5
5
1,4
2,25
1,5
1,4
4,1
1,25
1,25
1,4
4,3
blijvende kroon
8e jaar na de aanplant
6 meter
tijdelijke kroon
Knip of scheerhaag
De snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd tussen 1 november en 15 maart snoeihout mag op stapels of rillen worden verwerkt voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet in de houtsingel worden verwerkt. Chemische onkruid bestrijding is niet toegestaan.
52
1,4
1e jaar 1,5
,65
1,4
1,4
2e jaar
2,25
8e jaar na de aanplant
Gr
20
8e jaar na de aanplant
9, 7
5e jaar na de aanplant
5
4
23 ,5
6e jaar na de aanplant
14,8
4951
A4951
5
,85
1,5
1,4
5e jaar na de aanplant
Str
bld A4160
0,5
Door deze wijze van beheer zijn er 3 verschillende ontwikkelings fasen in de groei. elke ontwikkelingsfase levert een bijdrage aan de biodiversiteit.
A4167
17 1,4
1,4 1,5
1,4
1,4 1,5
3e jaar
Het knippen van de haag vindt plaats tussen 15 juli en 15 maart Er wordt minimaal eenmaal in de 3 jaar en maximaal eenmaal per jaar geknipt. Het knippen dient gefaseerd te worden uitgevoerd, zie verdeling Door deze wijze van beheer zijn er 3 verschillende ontwikkelings fasen in de groei, elke ontwikkelingsfase levert een bijdrage aan de biodiversiteit.
Beheer Houtachtige begroeiing 5e jaar na de aanplant
8e jaar na de aanplant
4,1
1,4
2,25
1,25
7,65
Na het knippen heeft de heg tenminste een minimale hoogte van 0.8 m, de streef hoogte is hoogte van het hek. Chemische onkruid bestrijding is niet toegestaan.
0,5
1,4
1,5
1,25
1,25 4,1
Object Voor Adres
Landschappelijk Inpassing Zonnepark Zonnepark Roosendaalsche Vliet Zonnelandstraat 6 Postcode en plaats 4709 RA Nispen 06 Telefoon info@zonneparkroosendaalschevliet.nl E mail adres Schaal 1: Datum 25-1-2021 A3 Formaat
Beheer Kruidachtige begroeiing Bloemrijke grasranden
voorbeeld van sinusmaaien: Bron Edepot.WUR.nl
door Jurgen Coukuyt (couckuyt.jurgen@telenet.be
Er wordt per jaar 1 maaibeurt uitgevoerd. Het eerste deel van de maaibeurt vindt plaats in juni en het tweede deel van de maaibeurt vindt plaats in september. Het maaisel wordt binnen 10 dagen afgevoerd. Er wordt gemaaid met een schotelmaaier of vingerbalk. Er mag niet gemaaid worden met een klepelmaaier. Met dit type maaibeheer ontstaat er een grote mate van diverse groeistadia wat leidt tot meer Biodiversiteit. Voor de volldige uitleg zie bij gevoegde brochure.
Beheer Kruidachtige begroeiing
Object Voor Adres
Landschappelijk Inpassing Zonnepark Zonnepark Roosendaalsche Vliet Zonnelandstraat 6 Postcode en plaats 4709 RA Nispen 06 Telefoon info@zonneparkroosendaalschevliet.nl E mail adres Schaal 1: Datum 25-1-2021 A3 Formaat
Notitie betreft:
Reactie zienswijze 'Beoordeling effect van zonnepark op geluidsbelasting door windpark Roosendaalsche Vliet'
datum:
22 mei 2019
referentie:
WvdM/ WvdM/ CJ/ D 3155-2-NO-002
1 Inleiding
Door omwonenden van het geprojecteerde zonnepark aan de Evertkreekweg te Roosendaal is een zienswijze ingediend ten aanzien van het door bureau Peutz verrichte onderzoek 'Geluidbelasting windturbines Roosendaal in woonomgeving na realisatie zonnepark' (Peutzrapport D 3155-1-RA-002 d.d. 15 oktober 2018; hierna: geluidonderzoek). Onderbouwing bij de zienswijze is de memo 'Beoordeling effect van zonnepark op geluidsbelasting door windpark Roosendaalsche Vliet' d.d. 15 april 2019, M+P, kenmerk M+P.BCBM.19.01.2. In de memo wordt onder andere geconcludeerd dat rekening gehouden moeten worden met een toename van 3 dB als gevolg van de realisatie het zonnepark. 2 Inhoudelijke bezwaren memo
In de memo van M+P wordt een zestal zaken genoemd, die als volgt kunnen worden samengevat: 1) Naast het weergegeven transmissiepad bij oost-west oriëntatie in figuur 2.2. van het rapport treden ook andere transmissiepaden op bijvoorbeeld de transmissie van zuid naar noord. 2) Reflectiepaden via de bodem in het brongebied kunnen zonder zonnepark de woning normaliter niet bereiken...met de komst van de zonnepanelen ontstaan er wel transmissiepaden via reflecties in het brongebied. Daarmee zou er verdubbeling van de geluidsenergie optreden en dus een toename van 3 dB. 3) '...We zijn het echter niet eens met de opmerking dat de methodiek als conservatief is aan te merken. Dit komt doordat de systematiek geen rekening houdt met panelen onder 15 graden met het horizontale vlak en de hierboven beschreven reflecties dus niet worden meegenomen.' 4) Toetsing aan grenswaarden is onjuist want: 1. het geluidvermogen van de windturbine is 3 dB(A) hoger; 2. de meest zuidelijke windturbine is niet in het onderzoek betrokken; 3. er is uitgegaan van een langjarige windverdeling, in windrijke jaren zal de emissie hoger zijn. 5) De relatieve effecten...zijn onrealistisch laag. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door dat is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 0,5 dan wel 0,7 voor het omliggende gebied. Voor grasland dient uitgegaan te worden van een bodemfactor van 1,0. 6) '...
Er is geen overeenkomst tussen de werking van een geluidsscherm en de constructie van de zonnepanelen.'
peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 D 3155-2-NO-002 1
3 Reactie bezwaren memo
Navolgend worden de genoemde bezwaren uit de memo van M+P puntsgewijs van commentaar voorzien. 1)
Naast het weergegeven transmissiepad bij oost-west oriëntatie in figuur 2.2. van het rapport treden ook andere transmissiepaden op bijvoorbeeld bij overdacht van zuid naar noord
In het onderzoek is op drie verschillende manieren de invloed van het zonnepark op de geluidoverdracht van de windturbines onderzocht. Figuur 2.2. betreft een vereenvoudige schematische weergave van de invloed van reflecties tegen de zonnepanelen. Uiteraard zijn er ook andere oriëntatierichtingen dan de weergegeven oost-west oriëntatierichting waarbij reflecties tegen de bodem en/of de zonnepanelen optreden. De weergegeven oriëntatierichting betreft de meest maatgevende overdracht omdat in deze transmissieweg tussen de meest oostelijke windturbine en de woningen ten westen van het geprojecteerde zonnepark over het grootste deel van de bodem het zonnepark aanwezig zal zijn. Hierdoor zal voor deze transmissieweg het eventuele effect van het zonnepark het grootst zijn. Bij de genoemde zuid-noord geluidoverdracht (bijvoorbeeld van de middelste windturbine) naar de woningen betreft de doorsnijding van het zonnepark slechts een zeer beperkt deel van de transmissieweg. Bij een zuidelijke windrichting zal de geluidoverdracht van middelste turbine naar de woningen ten westen van het zonnepark met de 15 graden helling van de zonnepanelen er tevens toe leiden dat een eventuele geluidreflectie ter plaatse van de zonnepanelen zowel in westelijke als oostelijke richting wordt afgebogen.
Hiermee treedt aldus geluidverstrooiing op waardoor reflecties slechts een beperkte geluidbijdrage zullen hebben bij de woningen. Overigens wordt in paragraaf 'Stralenmodel' van de M+P memo het volgende gesteld: '...De panelen zijn namelijk geprojecteerd onder een hoek van 15 graden met de oost-west-as.' Dit is een onjuiste aanname in de zienswijze: De 15 graden hoek is ten opzichte van het horizontale vlak (zie figuur 2.1 en tekst van paragraaf 2.1 uit het geluidonderzoek). De panelen zijn hierbij geprojecteerde langs de noord-zuid as in plaats van de oost-west as. Daarnaast dient bij beoordeling van reflectie-effecten de windturbine niet beschouwd te worden als een puntbron op as-hoogte, maar meer als een stralend vlak van de roterende windturbine bladen. Hiermee vindt de grootste geluidemissie plaats vanaf de uiteinde van de turbine-bladen. De vereenvoudigde schematisering van de transmissiepaden vanuit een puntbron is voor een windturbine dan ook niet overeenkomstig de werkelijkheid. In figuur 2.2. van het geluidonderzoek is wel rekening gehouden met voornoemd aspect.
D 3155-2-NO-002 2
2)
Reflectiepaden via de bodem in het brongebied kunnen zonder zonnepark de woning normaliter niet bereiken...met de komst van de zonnepanelen ontstaan er wel transmissiepaden via reflecties in het brongebied. Daarmee verdubbeling van de geluidenergie en dus een toename van 3 dB.
In de zienswijze zijn schetsmatige figuren opgenomen op basis waarvan de conclusie wordt getrokken dat een 3 dB toename optreedt van de geluidsenergie (vermoedelijk wordt bedoeld: het geluiddrukniveau, zie onder). In de schets en de beschrijving wordt geheel voorbijgegaan aan het feit dat 50% van de geprojecteerde zonnepanelen richting de woning zijn georiënteerd (langs de noord-zuid as) en 50% van de geprojecteerde zonnepanelen van de woning af zijn georiënteerd. Een eventuele geluidbijdrage van reflecties is om die reden per definitie geen verdubbeling van de geluidbelasting bij de woning. Indien deze reflectie wel bij de situatie met zonnepark zou optreden en niet in de situatie zonder zonnepark zou dit slechts voor maximaal 50% van de transmissiepaden via de bodem gelden. Daarnaast wordt voorbijgegaan aan het feit dat de panelen op een hoogte van 1,3 à 2,4 m boven maaiveldniveau zijn geprojecteerd en niet het gehele perceel qua oppervlakte bedekken. Dit leidt mede tot diffractie van een eventuele reflectie binnen het zonnepark, zoals ook is vermeld in de conclusie van het geluidonderzoek: “Daarnaast zal er diffractie (verstrooiïng) optreden van de geluidenergie die tussen panelen via de grond wordt gereflecteerd tegen de onderzijde van de zonnepanelen. Dergelijke verstrooiïng zorgt ervoor dat de geluidenergie wordt geabsorbeerd of in alle richtingen wordt geëmitteerd.
Hiermee wordt de reflectie van het geluid richting de woningen verminderd.” Hierbij is overigens de grond tussen de panelen en onder de panelen voorzien van natuurlijke vegetatie en daarmee akoestisch niet hard. Daarnaast zal aan de westzijde van het perceel van het geprojecteerde zonnepark een 5 m brede groenstrook worden geplaatst bestaande uit zeer dichtebegroeing van 3 tot 5 m hoogte als zichtbeperking. Deze vegetatie is in het onderzoek niet mede beschouwd maar zal eveneens een reducerende invloed hebben op de geluidoverdracht en eventuele bodemreflecties. De reflecties die in het ontvangergebied optreden in de situatie zonder zonnepark kunnen in de situatie met zonnepark en vegetatie nabij de woningen niet meer optreden. Hierdoor zal de invloed van reflecties binnen het zonnepark aanvullend worden gereduceerd. Daar komt nog bij dat de stellingname onduidelijk is geformuleerd: onduidelijk is welke geluidsenergie wordt bedoeld. De geluidemissie (geluidsenergie) van de windturbine wordt door een afwijkende bodembedekking uiteraard niet gewijzigd. In tegenstelling tot hetgeen in de zienswijze is vermeld zijn er aldus niet alleen effecten die tot een toename van de geluidbijdrage via reflecties optreden maar ook verzwakkende effecten.
Tevens kan de extra reflectie in het brongebied slechts voor 50% van de transmissiewegen optreden doordat 50% van de zonnepanelen naar de woningen zijn toegericht en de andere 50% naar het oosten (van de woningen af) zijn gericht. Ook het
D 3155-2-NO-002 3
wegvallen van de grondreflectie in het ontvangergebied door de nieuwe vegetatie aan de westzijde van het zonnepark zal een geluidreducerend effect hebben. De stellingname dat er een toename van 3 dB optreedt van de geluidsenergie zonder rekening te houden met voornoemde maatgevende effecten is aldus te simplistisch gesteld en doet geen recht aan de feitelijke situatie. 3)
'...We zijn het echter niet eens met de opmerking dat de methodiek als conservatief is aan te merken. Dit komt doordat de systematiek geen rekening houdt met panelen onder 15 graden met het horizontale vlak en de hierboven beschreven reflecties dus niet worden meegenomen.'
In de berekeningen conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines is een vergelijkende berekening uitgevoerd waarbij de locaties waar zonnepanelen zijn geprojecteerd als akoestisch hard (bodemfactor 0,0) zijn ingevoerd. Dit komt overeen met de situatie dat de panelen vlak op de grond zouden worden geplaatst. Door de effecten genoemd bij de beantwoording onder 2) (50% van de panelen hebben een voor de woning gunstige oriëntatie, daarnaast treedt verstrooiing op vanwege de verhoogde installatie van de panelen ten opzichte van het maaiveld) kan de berekening als 'worst-case'-situatie en dus conservatief worden beschouwd (zie ook de samenvatting van het Peutz-rapport). Daarmee is het beoordelen van het (maximale) effect van het zonnepark op de jaargemiddelde geluidbijdrage van de twee meest relevante windturbines middels berekeningen conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines een geschikte methode. 4)
Toetsing aan grenswaarden is onjuist want 1. het geluidvermogen van de windturbine in het onderzoek bij oprichting van het windpark is 3 dB(A) hoger; 2. de meest zuidelijke windturbine is niet in het onderzoek betrokken; 3. er is uitgegaan van een langjarige windverdeling, in windrijke jaren zal de emissie hoger zijn.
Wat betreft 4) onder 1. en 3. De onderzoeksvraag van het onderzoek is of er een relevante toename is van de geluidbelasting na realisatie van het zonnepark en niet of het windpark voldoet aan de geluidnormen. Het gaat aldus om het verschil in de geluidbelasting tussen beide situaties en niet om de absolute geluidbelasting. Voor de vaststelling van het effect van het zonnepark is uitgegaan van geluidgegevens van de toegepaste windturbines van de fabrikant (Vestas V90 3.0MW). Het akoestisch onderzoek dat bij oprichting van het windpark is uitgevoerd is niet in ons bezit. Het is mogelijk dat er in het oorspronkelijke onderzoek bij oprichting andere geluidemissies zijn gehanteerd mede als gevolg van het wel of niet hanteren van een zogenaamde 'noise mode' op deze windturbines. Voor de vaststelling van het effect van het zonnepark op de geluidoverdracht richting de woningen ten westen van het zonnepark is het verschil berekend voor en na realisatie; een afwijkende jaargemiddelde geluidemissie is daarbij niet relevant.
D 3155-2-NO-002 4
Wat betreft 4) onder 2. In het onderzoek zijn de twee meest nabij het zonnepark gelegen windturbines beschouwd omdat van deze turbines mogelijk een relevante toename van de geluidbelasting zou kunnen optreden. De derde windturbine is ten zuidwesten op 680 m afstand van het windpark gelegen waardoor de geluidbijdrage van deze turbine circa 9 dB lager is dan de geluidbelasting ten gevolge van beschouwde windturbines. Vanwege deze ligging (ten westen van de beschouwde woningen en ten westen van het zonnepark) heeft het zonnepark geen invloed op de geluidoverdracht vanaf deze windturbine. De geluidbijdrage van deze windturbine is dus niet relevant voor de beoordeling van het effect van het zonnepark op de geluidbelasting vanwege de windturbines. 5)
De relatieve effecten...zijn onrealistisch laag. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door dat is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 0,5 dan wel 0,7 voor het omliggende gebied. Voor grasland dient uitgegaan te worden van een bodemfactor van 1,0.
In het onderzoek is een jaargemiddelde geluidbelasting berekend en is derhalve uitgegaan van een jaargemiddelde bodemfactor. In de huidige situatie zijn de percelen in de omgeving van het zonnepark en het perceel waarop het zonnepark is geprojecteerd in gebruik voor akkerbouw. Aldus is er geen sprake van grasland. Op de percelen bedoeld voor akkerbouw is slechts gedeeltelijk per jaar vegetatie aanwezig (circa tussen 1 april en 1 september). Met circa 40% van een jaar een bodemfactor van 1,0 en 60% van het jaar 0,5 treedt een jaargemiddelde bodemfactor van 0,7 op. Doordat er sprake is van een verschilberekening is de invloed van de bodemfactor van de omgeving op een eventuele toename verwaarloosbaar. 6)
'... Er is geen overeenkomst tussen de werking van een geluidsscherm en de constructie van de zonnepanelen.'
Wellicht is door M+P de wijze van berekening in het geluidonderzoek in paragraaf 3.2.2. niet geheel begrepen. In het onderzoek zijn indicatieve overdrachtberekeningen uitgevoerd om het effect van de 15 graden voorover- en achteroverhelling inzichtelijk te maken ter plaatse van de beschouwde woningen. In de rekenmethode conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines is het niet mogelijk een reflecterend vlak onder een hoek van 15 graden ten opzichte van het maaiveld te plaatsen. Dit is wel mogelijk als in het rekenmodel uitgegaan wordt dat de bodem 90 graden is gekanteld. Op die manier is het mogelijk met behulp van objecten in het rekenmodel met de benaming 'geluidschermen' reflectievlakken in te voeren die precies dezelfde geometrie hebben als de opstelling van het geprojecteerde windpark. In de modelvorming is dus uitsluitend gebruik gemaakt van de reflecterende eigenschappen van 'geluidschermen'. Middels de geluidcontouren is inzichtelijk gemaakt dat als gevolg van de panelen alle reflecties naar boven worden afgebogen, hetgeen tot een lagere geluidbijdrage bij de woningen leidt.
D 3155-2-NO-002 5
Om het effect van de hellingshoek van de zonnepanelen te berekenen is het aldus goed mogelijk in een gekanteld model uit te gaan van de reflecterende effecten van geluidschermen. 4 Conclusie
In de zienswijze wordt gesteld dat de geluidbijdrage vanwege reflecties ertoe kan leiden dat de geluidbelasting van de windturbines met 3 dB kan toenemen. Dit is op onjuiste gronden gebaseerd. Er wordt voorbijgegaan aan maatgevende effecten die ertoe leiden dat er slechts een marginale toename optreedt van de geluidbelasting vanwege het zonnepark. Een en ander is reeds beschreven in het Peutz-rapport en aanvullend toegelicht in hoofdstuk 3 van deze notitie. Overige genoemde bezwaren zijn niet relevant en/of hebben geen invloed op de conclusie van het onderzoek namelijk dat uitgaande van een 'worst-case'-berekening er rekenkundig slechts een marginale toename van +0,2 dB optreedt van de geluidbelasting van het windpark na realisatie van het zonnepark.
Zoetermeer,
Deze notitie bevat 6 pagina's.
D 3155-2-NO-002 6
AKOESTISCH EFFECT DEFINITIEF ONTWERP ZONNEWEIDE OP WP HARINGVLIET Datum
18 mei 2017
Van
D.F. Oude Lansink, Pondera Consult
Betreft
Akoestisch effect definitief ontwerp Zonneweide op WP Haringvliet
Projectnummer
714123
In het kader van een vergunningaanvraag is een akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduwhinder uitgevoerd voor een nieuw windpark (WP Haringvliet) in Goeree Overvlakkee. Het betreft de plaatsing van 6 nieuwe windturbines in een lijnopstelling gelegen tussen de plaatsen Middelharnis en Stad aan ’t Haringvliet. Deze rapportage betreft “Onderzoek akoestiek en slagschaduw vergunning WP Haringvliet”, door Pondera Consult, versie Definitief, projectnummer 714123, d.d. 20 juni 2016. In het plangebied wordt in de toekomst een zonneweide gerealiseerd. Het ontwerp van de zonneweide staat beschreven in rapport “Advies landschappelijke inpassing Zonneweide van Pallandtpolder”, door Feddes/Olthof landschapsarchitecten b.v., januari 2016, Utrecht. In deze rapportage worden diverse opstellingen gegeven. Er is gekozen voor de variant genaamd “Energiepolder”, zie onderstaande figuur. Naast de te realiseren zonnepanelen worden ook in enkele gebieden ten zuiden ervan als nat natuurlandschap uitgevoerd.
18 mei 2017 Pagina 1 van 6
Figuur 1
Voorkeurs-ontwerpvariant “Energiepolder”
Zonnepanelen
Zonnepanelen
waterpartij
waterpartij
De zonnepanelen kunnen op verschillende manieren worden geplaatst: georiënteerd op het zuiden, of georiënteerd op het oosten en westen (dakvorm). De panelen worden op tafels geplaatst met een bepaalde maat. De panelen georiënteerd op het zuiden worden meestal als dubbel portret (2 staande panelen boven elkaar) geplaatst (Zie figuur 2). Zonnepanelen zullen het geluid sterker reflecteren dan het weideland dat er zich op dit moment bevindt. Akoestisch gezien kunnen de vlakken welke schuin naar een bepaalde richting zijn gericht in die richting een wat sterker effect geven dan een horizontaal reflecterend vlak. Echter dit effect wordt meer dan gecompenseerd door de afscherming van dit deel van het gereflecteerde geluid door de daarop volgende zonnepaneel in die richting, en het feit dat het geluid dat valt op het deel van de zonnepanelen met een helling in de andere richting juist tegengesteld reflecteert. Daarom wordt een akoestisch reflecterend bodemgebied ter plaatse van de beoogde zonnepanelen als een goede (worst-case) aanname verondersteld.
18 mei 2017 Pagina 2 van 6
Figuur 2
Twee uitvoeringsvarianten van de zonnepanelen
Om het akoestische effect hiervan op het windturbinegeluid te bepalen is in het rekenmodel op basis waarvan het akoestisch onderzoek ik uitgevoerd op de beoogde plaatsen van de zonnepanelen een akoestisch reflecterend bodemgebied (met reflectiefactor B=0) ingevoerd. Hetzelfde is ook gedaan op de oppervlaktes waar waterpartijen zijn geprojecteerd (zie figuur 3). Figuur 3
Ligging van de zonneweiden en waterpartijen in het rekenmodel
18 mei 2017 Pagina 3 van 6
Door de aanwezigheid van de zonneweide wordt het geluid ter plaatse minder geabsorbeerd dan wanneer zich daar zoals in de huidige situatie grasland en akkers bevinden. Daardoor neemt de geluidbelasting op de woningen toe. In de onderstaande tabel is deze toename weergegeven ten opzichte van de resultaten in het oorspronkelijke akoestische rapport ten behoeve de vergunningaanvraag. De rekenresultaten zijn in meet detail tevens opgenomen in de bijlage bij deze notitie. Tabel 1 Toename geluidbelasting Lden windpark Haringvliet, VKA, turbine Vestas V117-3.3MW Eneco (WP Martina Corneliapolder)
Nuon ref
omschrijving
Lden
1)
toename
Cumulatief
Lden
toename
Lden
toename
2)
--
48,9
--
49,2
--
1
Zeedijk 58
46,7
2
Zeedijk 43
34,4
--
44,1
--
44,6
--
3
Dieklaan 67
36,5
0,1
24,7
--
36,7
--
4
Kruisweg 1
1)
46,3
0,1
28,4
--
46,4
0,1
5
Pascal 40
40,9
0,1
24,9
--
41,0
0,1
6
Van der Waalsweg 19
45,5
0,2
26,4
--
45,5
0,2
7
Van der Waalsweg 31
46,9
0,2
27,0
--
46,9
0,2
1)
8
Oostplaatseweg 4
47,4
0,2
23,5
--
47,4
0,2
9
Johannispolderseweg 12
46,0
1,2
26,4
0,2
46,0
1,2
10
Oudelandsedijk 10
45,8
0,2
29,2
--
45,9
0,2
11
Zeedijk 55
52,0
--
35,7
--
52,1
--
Zeedijk 61
52,0
0,1
35,2
--
52,1
0,1
12 1)
Voor deze toetspunten is gerekend op drie of vier gevels, hier weergegeven is de gevel met de hoogste geluidbelasting.
2)
– : geen significante toename (<0,1 dB)
Enkel op de Johannispolderseweg 12 is de toename van de geluidbelasting wegens de aanwezigheid van de zonneweide meer dan 0,2 dB(A), namelijk 1,2 dB(A). De geluidbelasting blijft overal voldoen aan de geluidnormen uit het activiteitenbesluit. Een toename van circa 1 dB(A) is overigens in de praktijk niet of nauwelijks waarneembaar. Mogelijk zijn er nog plannen om een deel van de ‘natte natuur’ ook te vervangen door zonnepanelen. Echter, omdat zowel voor de natte natuur als voor de zonnepanelen een akoestische bodem is ingevoerd in het rekenmodel kunnen beide onderling uitgewisseld worden zonder een wijziging van de rekenresultaten.
18 mei 2017 Pagina 4 van 6
Rekenresultaten WP Haringvliet na realisatie zonnepark
Windpark Haringvliet - mitigatie Naam 01-1 01-2 01-3 01-4 02
Omschrijving Zeedijk 58 - bij Eneco - NO-gevel Zeedijk 58 - bij Eneco - ZO-gevel Zeedijk 58 - bij Eneco - NW-gevel Zeedijk 58 - bij Eneco - ZW-gevel Zeedijk 43
Hoogte Dag 5,00 31,20 5,00 30,64 5,00 41,04 5,00 41,00 5,00 28,27
Avond 31,39 30,83 41,22 41,18 28,45
Nacht 30,63 29,50 40,07 40,02 27,83
Lden 37,19 36,22 46,74 46,69 34,36
03 04-1 04-2 04-3 05
Dieklaan 67 Kruisweg 1 - noordoostgevel Kruisweg 1 -noordwestgevel Kruisweg 1 zuidoostgevel Pascal 40
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
29,79 33,41 27,15 39,57 34,16
29,97 33,60 27,34 39,76 34,35
30,11 33,70 27,52 39,95 34,52
36,45 40,05 33,85 46,28 40,86
06 07 08-1 08-2 08-3
Van der Waalsweg 19 Van der Waalsweg 31 Oostplaatseweg 4 noordoostgevel Oostplaatseweg 4 zuidoostgevel Oostplaatseweg 4 noordwestgevel
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
38,75 40,16 40,65 40,19 27,99
38,93 40,35 40,84 40,37 28,18
39,13 40,54 41,05 40,59 28,37
45,46 46,87 47,38 46,91 34,70
08-4 09 10 11 12
Oostplaatseweg 4 zuidwestgevel Johannispolderseweg 12 Oudelandsedijk 10 Zeedijk 55 - bij Nuon Zeedijk 61 - bij Nuon
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
40,60 39,25 39,21 45,64 45,53
40,78 39,43 39,39 45,82 45,72
40,99 39,62 39,47 45,61 45,60
47,32 45,95 45,83 52,03 52,00
Windpark Martina Corneliapolder Naam 01-1 01-2 01-3 01-4 02
Omschrijving Zeedijk 58 - bij Eneco - NO-gevel Zeedijk 58 - bij Eneco - ZO-gevel Zeedijk 58 - bij Eneco - NW-gevel Zeedijk 58 - bij Eneco - ZW-gevel Zeedijk 43
Hoogte Dag 5,00 42,22 5,00 40,82 5,00 38,91 5,00 30,69 5,00 37,42
Avond 42,39 40,99 39,08 30,86 37,59
Nacht 42,62 41,22 39,31 31,09 37,82
Lden 48,94 47,54 45,63 37,41 44,14
03 04-1 04-2 04-3 05
Dieklaan 67 Kruisweg 1 - noordoostgevel Kruisweg 1 -noordwestgevel Kruisweg 1 zuidoostgevel Pascal 40
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
17,97 21,68 10,88 21,69 18,15
18,14 21,85 11,05 21,86 18,32
18,37 22,08 11,28 22,09 18,55
24,69 28,40 17,60 28,41 24,87
06 07 08-1 08-2 08-3
Van der Waalsweg 19 Van der Waalsweg 31 Oostplaatseweg 4 noordoostgevel Oostplaatseweg 4 zuidoostgevel Oostplaatseweg 4 noordwestgevel
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
19,67 20,28 16,74 15,08 9,73
19,84 20,45 16,91 15,25 9,90
20,07 20,68 17,14 15,48 10,13
26,39 27,00 23,46 21,80 16,45
08-4 09 10 11 12
Oostplaatseweg 4 zuidwestgevel Johannispolderseweg 12 Oudelandsedijk 10 Zeedijk 55 - bij Nuon Zeedijk 61 - bij Nuon
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
12,83 19,65 22,49 28,97 28,48
13,00 19,82 22,66 29,14 28,65
13,23 20,05 22,89 29,37 28,88
19,55 26,37 29,21 35,69 35,20
18 mei 2017 Pagina 5 van 6
Cumulatief WP Martina Corneliapolder en WP Haringvliet Naam 01-1 01-2 01-3 01-4 02
Omschrijving Zeedijk 58 - bij Eneco - NO-gevel Zeedijk 58 - bij Eneco - ZO-gevel Zeedijk 58 - bij Eneco - NW-gevel Zeedijk 58 - bij Eneco - ZW-gevel Zeedijk 43
Hoogte Dag 5,00 42,55 5,00 41,22 5,00 43,11 5,00 41,39 5,00 37,92
Avond 42,72 41,39 43,29 41,57 38,09
Nacht 42,89 41,50 42,71 40,55 38,23
Lden 49,23 47,85 49,23 47,18 44,57
03 04-1 04-2 04-3 05
Dieklaan 67 Kruisweg 1 - noordoostgevel Kruisweg 1 -noordwestgevel Kruisweg 1 zuidoostgevel Pascal 40
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
30,06 33,69 27,25 39,64 34,27
30,25 33,88 27,44 39,83 34,45
30,39 33,99 27,62 40,02 34,63
36,73 40,34 33,95 46,35 40,96
06 07 08-1 08-2 08-3
Van der Waalsweg 19 Van der Waalsweg 31 Oostplaatseweg 4 noordoostgevel Oostplaatseweg 4 zuidoostgevel Oostplaatseweg 4 noordwestgevel
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
38,80 40,21 40,67 40,20 28,06
38,99 40,39 40,85 40,39 28,24
39,18 40,59 41,06 40,60 28,43
45,51 46,92 47,39 46,93 34,76
08-4 09 10 11 12
Oostplaatseweg 4 zuidwestgevel Johannispolderseweg 12 Oudelandsedijk 10 Zeedijk 55 - bij Nuon Zeedijk 61 - bij Nuon
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
40,60 39,29 39,30 45,73 45,62
40,79 39,48 39,49 45,91 45,80
41,00 39,67 39,57 45,71 45,69
47,33 46,00 45,93 52,13 52,09
18 mei 2017 Pagina 6 van 6
RAPPORTAGE UITGEVOERDE CO-CREATIE
1
RAPPORTAGE CO-CREATIE PROCES ZONNEPARK ROOSENDAALSCHE VLIET B.V.
Voorwoord. Zonnepark Roosendaalsche Vliet B.V. wenst een grootschalig zonnepark te realiseren, gelegen langs de Vlietweg 40 in de gemeente Roosendaal. Door de gemeente Roosendaal is een beleidsvisie vastgesteld, welke de basis vormt voor de realisatie van een grootschalig zonnepark op landbouwgrond. Onderdeel van dit beleid is de uitvoering van de cocreatieproces door de initiatiefnemer. Deze rapportage beschrijft het uitgevoerde co-creatieproces en is onderdeel van de Ruimtelijke Onderbouwing.
Nispen, 14 december 2020
Zonnepark Roosendaalsche Vliet B.V. Zonnelandstraat 6 4709 RA Nispen
2
INHOUDSOPGAVE.
1. Inhoudsopgave
pag. 3
2. Inleiding
4
3. De locatie
5
4. Direct omwonenden
6
5. Derden belanghebbenden