07b-108-12. Regionale zienswijzen begroting 2024 GR-en.pdf
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling: Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja. Het algemeen bestuur heeft de ontwerp-programmabegroting 2024 op 31 maart behandeld. In diezelfde vergadering zijn de jaarstukken 2022 vastgesteld. Begin april is de begroting naar de deelnemers gestuurd. 2. Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Zoals vele andere organisaties ondervindt de BWB de gevolgen van de recente loon- en prijsontwikkelingen. De begroting 2024 laat dan ook een flinke stijging van de kosten zien. In deze begroting is ook voor de eerste maal de gemeente Loon op Zand opgenomen. Weliswaar is de gemeente toegetreden per 1 januari 2023, maar toen was de begroting 2023 al opgesteld. De financiële gevolgen van de toetreding voor 2023 worden opgenomen in de eerste bestuursrapportage over 2023. De reclamecampagnes van de no-cure-no-pay (ncnp) bedrijven leiden in ieder geval in 2023 en mogelijk ook in 2024 tot een hoge groei van het aantal waardebezwaren en beroepschriften. In de begroting 2024 van de BWB is gerekend met 14.010 waardebezwaren, maar dit kan hoger uitvallen en daardoor leiden tot een hogere deelnemersbijdrage. Het kabinet heeft inmiddels maatregelen aangekondigd tegen de werkwijze van de ncnp bedrijven.
In de zienswijze over de 1e begrotingswijziging 2022 hebben veel deelnemers aandacht gevraagd voor de aanpak om voldoende personeel te werven voor de taakuitvoering door de BWB en optimalisatie van de processen van de BWB. In de begroting 2024 is aangegeven dat eind 2022 is gestart met een strategisch personeelsbeleid en wordt het belang van een strategische personeelsplanning bevestigd. Daarnaast is voor de verbetering van de processen en voor het vermijden van kostenstijgingen een onderzoeks- en ontwikkelingsbudget opgenomen. Ook in deze begroting wordt geconcludeerd dat de werkdruk bij de BWB hoog is. Door het grote aantal bezwaren en achterstanden bij externe instanties, zoals de afhandeling van beroepschriften bij de rechtbank, blijft dat in 2023 en wellicht ook daarna nog zo. De deelnemers zien met belangstelling nadere berichtgeving tegemoet over het aantal waardebezwaren en beroepschriften, de financiële gevolgen daarvan en de strategische personeelsplanning. 4. Financiële aandachtspunten De totale lasten van de BWB stijgen van € 18.126.000 (begroting 2023) naar € 20.815.000 (begroting 2024). De stijging bedraagt € 2.689.000. Het grootste deel van deze stijging komt door een inhaalslag voor de loon- en prijsontwikkeling over 2023 (€ 1,248 miljoen) en de verwachte loon- en prijsstijgingen en productiestijgingen voor 2024 (€ 0,645 miljoen).
Overige factoren zijn hogere vergoedingen voor proceskosten aan ncnp bedrijven door een uitspraak van de Hoge Raad (€ 342.000) en hogere uitvoeringskosten door de toetreding van Loon op Zand (€ 264.000).
Renteopbrengsten ad € 190.000 over het verwachte positieve saldo bij het schatkistbankieren drukken de kosten enigszins. De toetreding van de gemeente Loon op Zand leidt tot een herverdeling van de overheadlasten van de BWB. Dit levert voor de overige deelnemers een voordeel op van € 186.000. Door de stijging van de lasten stijgt ook de totale deelnemersbijdrage van € 17.871.000 (begroting 2023) naar € 20.400.000 (begroting 2024). De absolute en procentuele stijgingen verschillen sterk per deelnemer en zijn afhankelijk van diverse factoren zoals productiestijgingen en het aantal waardebezwaren. Dit staat nader toegelicht op blz. 48 van de begroting. In zijn aanbiedingsbrief stelt de BWB voor actuele loon- en prijsstijgingen te verwerken in de begroting. Dat gebeurt dan nadat de huidige ontwerpbegroting door de deelnemers is ontvangen en de zienswijzen daarover zijn vastgesteld of op heel korte termijn worden vastgesteld. De BWB verzoekt de deelnemers via de zienswijze aan te geven hoe hier tegenaan wordt gekeken. Het is belangrijk dat de begroting van de BWB wordt opgesteld met reële en zo actueel mogelijke bedragen. Echter, het is ook belangrijk dat bij de behandeling van de begroting de financiële gevolgen voor de deelnemers duidelijk en concreet zijn. In de nota verbonden partijen wordt een termijn van 15 april gesteld voor indiening van de concept-begroting.
Aanpassing van de begrotingscijfers zou tot een overschrijding van deze termijn leiden. Aangezien er nog vele andere samenwerkingsverbanden zijn, zou tussentijdse bijstelling bij al deze instanties kunnen leiden tot een onduidelijke en verwarrende situatie. Gezien het voorgaande is het niet gewenst om tussendoor bijstellingen te doen van de in behandeling zijnde begroting. Nieuwe informatie kan bij de eerstvolgende bestuursrapportage worden meegenomen. 5. Financieel overzicht Bedragen * € 1.000
Jaarrekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Subtotaal programma's Subtotaal overhead Totale lasten
9.758 8.330 18.089
9.151 8.975 18.126
10.759 10.056 20.815
Subtotaal programma's Subtotaal overhead Totale bijdrage deelnemers Totale baten
399 18.126 18.525
255 17.871 18.126
415 20.400 20.815
Resultaat voor bestemming reserves Mutatie reserves Totaal GR na bestemming
-436
-
-
0 -436
0 0
0 0
1.823
1.993
Bijdrage Roosendaal incl. btw
Bedragen * € 1.000
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Bruto bijdrage Roosendaal Compensabele BTW Netto bijdrage Roosendaal
1.993 117 1.876
2.074 122 1.952
2.158 127 2.031
2.245 132 2.113
Opgenomen in meerjarenPerspectief Roosendaal (bruto)
1.848
1.890
1.934
1.934
Verschil
-/- 145
-/- 184
-/- 224
-/- 311
6. Overige aandachtspunten - De kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) worden in 2023 geactualiseerd. Vanaf 2024 wordt over de kpi’s in de planning & controldocumenten gerapporteerd. - De arbeidsmarkt is momenteel erg krap. Voor een deel van de werkzaamheden van de BWB is specifieke kennis nodig en het is dan ook moeilijk om openstaande vacatures in te vullen. Ook inhuur is niet altijd mogelijk, omdat mensen met de vereiste kennis niet beschikbaar zijn. De BWB blijft zijn best doen om alles in te vullen. 7. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting 2024 naar voren te brengen De ontwerpbegroting 2024 van de BWB is aanzienlijk hoger dan die in 2023 en daardoor is ook de bijdrage die de deelnemers betalen aanzienlijk hoger. In de kadernota 2024 was deze ontwikkeling al aangekondigd en in de begroting 2024 wordt dat concreet zichtbaar. De oorzaken liggen grotendeels buiten de directe invloedssfeer van de BWB, zoals de loon- en prijsontwikkeling en het gebruik van no cure no pay-bureau’s door belastingplichtigen die een bezwaar indienen. Daarom vinden wij een zienswijze hiervoor niet nodig, ondanks dat wij geconfronteerd worden met een aanzienlijk hogere bijdrage.
Wij zien wel uit naar uw berichtgeving over het aantal waardebezwaren en beroepschriften, de financiële gevolgen daarvan en de strategische personeelsplanning. In uw aanbiedingsbrief vraagt u hoe wij aankijken tegen uw voorstel om de begroting door uw algemeen bestuur vast te laten stellen inclusief de meest actuele loon- en prijsontwikkeling. Hiermee bedoelt u dat de BWB na het toesturen van de ontwerpbegroting aan de deelnemers nog wijzigingen aanbrengt in de begroting die aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Dit vinden wij niet gewenst. Het is belangrijk dat de begroting van de BWB wordt opgesteld met reële en zo actueel mogelijke bedragen. Echter, het is ook belangrijk dat bij de behandeling van de begroting de financiële gevolgen voor de deelnemers duidelijk en concreet zijn. Aangezien er nog vele andere samenwerkingsverbanden zijn, zou tussentijdse bijstelling bij al deze organisaties leiden tot een onduidelijke en verwarrende situatie. Nieuwe informatie kan bij de eerstvolgende bestuursrapportage worden meegenomen.
Gemeenschappelijke regeling: GGD West-Brabant 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, op 7 april 2023 zijn de jaarrekening 2022 en de beleidsbegroting 2024 aan de gemeenteraad aangeboden. Tegelijkertijd zijn ook de 2e begrotingswijziging 2023 en het beleidsplan 2023-2026 voor zienswijze aangeboden.
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De doelen in de beleidsbegroting 2024 zijn gebaseerd op thema’s van de nieuwe toekomstvisie 2023-2033 en het beleidsplan 2023 -2026 ‘Wij maken samen gezond gewoon’. In 2023 worden samen met de gemeenten nieuwe indicatoren geformuleerd en eind 2023 via een begrotingswijziging aan het bestuur ter besluitvorming worden voorgelegd. De doelen wil de GGD o.a. bereiken door het ‘Gezonde Geluid’ te laten horen. Het gezonde geluid is eerlijk, gedurfd en vernieuwend. Eerlijk door de boodschap te ondersteunen met betrouwbare feiten en gedegen onderzoek. Gedurfd door het onafhankelijke verhaal te vertellen, ook als dat niet het leukste verhaal is. En vernieuwend door te kiezen voor nieuwe mogelijkheden en technologieën om mensen beter te bereiken en te helpen bij het maken van gezonde keuzes. Ambitie 1: Voorkomen als het kan, beschermen als het moet Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 heeft de GGD, samen met partners, voor inwoners een fundament gebouwd voor een gerichte en lokale aanpak op het gebied van preventie en gezondheid. Ambitie beleidsbegroting 2024: Preventie-activiteiten van de GGD richten zich zowel op de fysieke als mentale gezondheid van mensen. Niet alleen op het beïnvloeden van individuele leefstijlkeuzes maar ook op het gezonder maken van de sociale en fysieke leefomgeving.
De focus ligt op gezondheid en vitaliteit. De GGD wil groeien naar een robuustere infectieziektebestrijding en aansluiten bij landelijke organisatiestructuur. En ze wil bijdragen aan regionale en lokale doelstellingen uit de thema’s van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de juiste rol pakken in regionale preventienetwerken, ook in relatie met het Integraal Zorg Akkoord (IZA). Zie toelichting van deze akkoorden onder punt 6 Overige aandachtspunten. Ambitie 2: Iedereen verschillend, allemaal gelijk Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 zien we de groei in gezonde levensjaren bij iedereen in West-Brabant toenemen, waarbij de GGD focust op de groep die dit het hardst nodig heeft. Ambitie beleidsbegroting 2024: Alle inwoners verdienen een gezond, veilig en gelukkig leven. Kinderen moeten gezond kunnen opgroeien (programma Kansrijke Start). De GGD heeft de publieke verantwoordelijkheid zorg te dragen voor die groepen in de samenleving die een verhoogd gezondheidsrisico lopen. Iedereen krijgt tenminste een kans om gezond, veilig en gelukkig oud te worden. Door eigen regie te voeren, informatie tot zich te kunnen nemen doordat randvoorwaarden die ruimte bieden (o.a. veiligheid, wonen, schulphulpverlening). Verschillende groepen hebben elk op hun eigen manier te maken met
ongelijke gezondheidskansen (bijv. arbeidsmigranten, jongeren met drugsgebruik en mensen met een verstandelijke beperking). De GGD wil de gezondheidskansen vergroten door dit samen mét en dóór hen gericht vorm te geven. Ambitie 3: Overal om ons heen, binnen en buiten Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 zijn gezondheid, (sociale) veiligheid en duurzaamheid prioriteit in de leefomgeving en wijkontwikkeling. Ambitie beleidsbegroting 2024: Het gezond inrichten van de fysieke en sociale omgeving kan duurzaam bijdragen aan het verminderen van ziektes door beweging te stimuleren, door rekening te houden met de luchtkwaliteit en schaduwrijke speel- en sportplekken. De GGD wil door het gebruik van de Brabantse Omgevingsscan gezondheid mee laten wegen en meenemen bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving (Omgevingswet). Ambitie 4: Zelf maar niet alleen Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 is de kennis en informatie om zelf regie te kunnen nemen en houden laagdrempelig beschikbaar in West-Brabant. Ambitie beleidsbegroting 2024: Inzet op eigen regie, met positieve gezondheid als leidraad. Om zelf te bepalen welke stap nodig is om gezonder te worden is kennis nodig. Deze kennis naar de inwoners brengen, toegankelijker en persoonlijker maken, is een belangrijke taak van de GGD.
Ook vindt ze belangrijk dit gedachtegoed te verspreiden en te borgen bij gemeenten en ketenpartners (preventie-infrastructuur). 4
Financiële aandachtspunten Aandachtspunt is de verwerking van de financiële richtlijn 3: De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. Er is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de GR deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er net besloten tot vrijval dan geeft de GR in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgave voor deze reserve opnieuw aan. De reactie van de GGD is: Het overzicht is opgenomen onder de tabel reserves en voorzieningen. De bijlage reserves en voorzieningen in de beleidsbegroting 2024 is een overzicht van de jaren 2023 en 2024. Er zit geen verder toekomstig verloop in. Het doel van de reserves is onderdeel van de nota reserves en voorzieningen en wordt toegelicht in de jaarrekening. Dit wordt niet apart in de begroting aangegeven. Constatering is dat reserve frictiekosten nog is opgenomen terwijl in de nota reserves en voorzieningen is beschreven dat deze per 31-12-2020 vrijvalt en kan worden opgeheven. Dit roept vragen op waarom dit nog niet aan het algemeen bestuur is voorgelegd. Tevens zijn er een aantal reserves de afgelopen 2 jaar niet gebruikt. O.a.
bestemmingsreserves monitors is alleen toegenomen. Ook dit roept vragen op. Het verloop van de reserves wordt niet voldoende
weergegeven zoals in de richtlijn is afgegeven. Voorstel is om de GGD in 2023 samen met het bestuur de reserves onder de loep te laten nemen zodat er meer inzicht gegeven kan worden over het verloop van de reserves. Daarbij kan ook het weerstandsvermogen worden beoordeeld. Dit staat nu op 105%. 5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2022: Resultaat en bestemming GR
Realisatie 2022
Resultaat 2022
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
Totaal GR
20.711
437
437
0
Bijdrage Roosendaal
1.765
0
Meerjarenontwikkeling GR
Begroting 2023
Ontwerp begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
Meerjaren begroting 2026
Meerjaren begroting 2027
Totaal GR
21.790
23.746
24.603
25.491
26.411
Gemeentelijke bijdrage Roosendaal
1.834
1.990
2.062
2.136
2.214
Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Roosendaal
1.834
1.872
1.884
1.916
1.916
0
N 118
N 178
N 220
N 298
verschil 6
Overige aandachtspunten Corona Hoe de situatie in 2024 zal zijn, is nog niet in te schatten. De coronakosten komen vooralsnog ten laste van het ministerie VWS. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) & Integraal Zorgakkoord (IZA) Het Rijk heeft in 2022 met het GALA en IZA ambities uitgesproken op het gebied van gezondheid en preventie. Enerzijds worden gemeenten en regio’s gemotiveerd om de omslag van curatief naar preventief in gang te zetten. De reden hiervoor is dat de huidige zorg nog maar moeilijk houdbaar is
op de lange termijn, en inzet op preventie zorggebruik op termijn kan drukken. In de uitwerking van het GALA en IZA is regionale samenwerking tussen gemeenten, de zorgverzekeraar en welzijnsorganisaties vereist. Hierin ligt ook een belangrijke rol voor de GGD. Brede SPUK-regeling Voor de uitvoer van ambities in het GALA is er per 2023 een nieuwe SPUK geopend. Hier kunnen gemeenten rijksmiddelen aanvragen voor initiatieven omtrent (1) gezondheid en preventie, (2) sport en bewegen, en (3) sociale basis. De GGD speelt een rol in lokale en regionale ondersteuning met betrekking tot het opstellen van een plan van aanpak en het leggen van verbindingen. Jaarrekening 2022 Het jaar 2022 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 437.000. Het algemeen bestuur heeft voorgesteld om dit positieve resultaat toe te voegen aan de algemene reserve ter dekking van de inflatie op de overige kosten als gevolg van de macro economische omstandigheden 2023-2024. Hierover neemt het algemeen bestuur een definitief besluit in haar vergadering op 6 juli 2023. De controlerende accountant heeft wederom een goedkeurende verklaring afgegeven op zowel getrouwheid als rechtmatigheid. Beleidsplan 2023-2026 Begin 2023 is de toekomstvisie 2023-2033 ‘Wij maken samen gezond gewoon’ vastgesteld. Het beleidsplan is logisch vervolg en uitwerking van de visie.
In het beleidsplan zijn de nieuwe ambities en doelen nog vrij algemeen verwoord. We verwachten dat met het gezamenlijk formuleren van de indicatoren de concrete vertaling naar meetbare doelen gemaakt wordt. 2e Begrotingswijziging 2023 Onlangs is er een akkoord bereikt over de nieuwe CAO van 2023. Deze CAO-stijging past binnen bestaande afspraken. Door middel van deze begrotingswijziging wordt de CAO-impact gecorrigeerd in de lopende begroting 2023. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2022 en akkoord te gaan met voorgestelde bestemming om het positieve jaarresultaat 2022 toe te voegen aan de algemene reserves ter dekking van de kostenstijgingen. 2. De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting 2024 naar voren te brengen: Aan de GGD voor te stellen om in 2023 gezamenlijk met het bestuur het verloop van de reserves onder de loep te nemen en hierover te beslissen. Hierdoor kan bij de volgende begroting en jaarrekening conform de financiële richtlijn 3 meer inzichtelijk gemaakt worden waardoor reserves toe- of afnemen of niet worden gebruikt. 3. Geen zienswijze in te dienen op het beleidsplan 2023-2026. 4. Geen zienwijze in te dienen op de 2e begrotingswijziging 2023.
Gemeenschappelijke regeling: ICT WBW 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Er wordt met de deelnemers van ICT WBW gewerkt aan een gezamenlijke visie op samenwerking op het gebied van ICT.
4
Financiële aandachtspunten ICT WBW wordt geconfronteerd met hogere kostenstijgingen dan wat de afgelopen jaren gebruikelijk was. Belangrijke componenten hierin zijn de indexering van de personeelskosten en de gestegen energiekosten voor datacenters.
5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2022: Resultaat en bestemming GR
Realisatie 2022
Resultaat 2022
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
Totaal GR
6.631
116 N
-
116 N
Bijdrage apparaatskosten gemeente Roosendaal.
2.239
26 N
-
26 N
Meerjarenontwikkeling GR
Begroting 2023
Ontwerp begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
Meerjaren begroting 2026
Meerjaren begroting 2027
bijdrage gemeente Roosendaal in apparaatskosten
2.325.744
2.560.301
2.656.484
2.648.249
2.546.574
Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Roosendaal verschil 6
2.325.744
2.399.259
2.495.596
2.484.040
2.484.040
-
N 161.042
N 160.888
N 164.209
N 62.534
Overige aandachtspunten -
7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2022/jaarstukken. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2024 naar voren te brengen.
Gemeenschappelijke regeling: Omgevingsdienst Midden West Brabant (OMWB) 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Op 11 april 2023 is de conceptbegroting 2024 en concept 1e begrotingswijziging 2023 aan het college en de gemeenteraad toegezonden. De conceptbegroting is voor 15 april en daardoor tijdig ingediend. De vastgestelde jaarrekening 2022 is ontvangen op 20 april.
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. In de beleidsbegroting wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op een aantal interne en externe trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op de producten en werkwijzen van de omgevingsdienst in 2024.
4
Financiële aandachtspunten Opvolgen richtlijnen Niet alle financiële richtlijnen zijn opgevolgd. Richtlijn 4 (De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting 2024 stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering en de prijsontwikkeling uit de septembercirculaire 2022 (of een actuelere circulaire). Ook wijzigt de bijdrage wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen): De OMWB meldt, dat in de Kaderbrief 2024 een uiteenzetting van de aanpassing van het tarief is opgenomen inclusief toelichting en dat de MWB-norm in belangrijke mate de deelnemers-bijdrage bepaalt. Kortheidshalve verwijzen wij u ook naar de concept 1 e begrotingswijziging 2023. Jaarrekening 2022: Op een omzet van € 35,6 miljoen bedraagt het resultaat 2022 € 583.000 (1,5% van de gerealiseerde omzet). Hiervan was al € 250.000 begroot met de 1e burap (een combinatie van lagere personeelsgerelateerde en materiele kosten). De belangrijkste oorzaken van de aanvullende voordelen ad € 333.000: • € 150.000 niet gebruiken post onvoorzien • € 142.000 lagere kosten algemeen beheer (uitbestede dienstverlening, accountant, rechtsbijstand) • € 41.000 overige effecten De OMWB gaat het resultaat 2022 uitkeren aan haar deelnemers. Voor Roosendaal is dat € 21.166.
Bijstelling begroting 2023 op basis van de 1e begrotingswijziging 2023 De reeds vastgestelde begroting 2023 moet worden herzien. Oorzaken zijn: • De prijsontwikkelingen en het principe-akkoord CAO. De inflatie en stijgingen van de CAO-lonen hebben een fikse verhoging van de personeelslasten tot gevolg. • Werkprogramma’s Op basis van de vastgestelde werkprogramma’s groeit het werkpakket van 345.000 naar 353.600 uren. Hierbij is rekening gehouden met actualiteiten zoals stikstof. • De wens van de OMWB om te werken met een reëler tarief.
•
De OMWB constateert dat haar gemiddelde nacalculatorisch tarief € 3,75 hoger ligt dan het voorgecalculeerde tarief. Reden is dat een relatieve verschuiving naar meer specialistische (duurdere) taken heeft plaatsgevonden. Tenslotte wordt de ziekteverzuimnorm verhoogd van 4,5% naar 5,5% omdat 4,5% niet haalbaar is. Dit heeft een effect op het gemiddeld aantal declarabele uren dat een persoon kan realiseren.
Begroting 2024: Financieel beeld •
•
•
Het financiële beeld is robuust. Het werkvolume en de omzet dalen licht ten opzichte van de bijgestelde begroting 2023. Het aantal productieve uren wordt geraamd op 349.700 (2023: 353.600). De OMWB heeft een kosteneffectiviteitsonderzoek laten uitvoeren (‘Van goed naar Beter’). In de begroting 2024 zijn naar aanleiding hiervan netto € 400.000 besparingen opgenomen. Dit is de laatste tranche van de meerjarige besparingsopgave. In totaal is er € 1,7 miljoen aan besparingen ingeboekt. De financiële positie van de OMWB is op orde met een weerstandsvermogen van € 2,1 miljoen en een weerstandsratio van 1,1. De omvang van de reserve voldoet aan de bestuurlijke afspraken. Het Algemeen Bestuur van de OMWB heeft het niveau van het weerstandsvermogen genormeerd tussen 4% en 6% van de omzet.
➔ Wij adviseren positief over de Jaarrekening 2022, de begrotingswijziging 2023 en de begroting 2024.
5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2022: Resultaat en bestemming GR
Realisatie 2022
Resultaat 2022
Resultaat bestemming toevoeging aan eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
Totaal GR
35.618
V 583
0
V 583
Bijdrage apparaatskosten gemeente Roosendaal
1.161
V 21
Meerjarenontwikkeling GR
Begroting 2023
Ontwerp begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
Meerjaren begroting 2026
Meerjaren begroting 2027
Totaal GR
41.654
41.511
42.535
43.981
44.804
6
bijdrage gemeente in apparaatskosten (in te vullen door individuele gemeente)
1.227
1.487
1.543
1.597
1.653
Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Roosendaal
1.182
1.237
1.264
1.292
1.292
Eerste begrotingswijziging 2023
168
-
-
-
-
verschil
N 213
N 250
N 279
N 304
N 304
Overige aandachtspunten Conceptbegroting 2024 Paragraaf Weerstandsvermogen (pag. 13): De weerstandsratio van de dienst bedraagt inmiddels 1.10 en wordt als ‘voldoende’ gekwalificeerd. Ontwikkeling gemiddeld uurtarief De tariefstijging in 2024 blijft beperkt omdat de laatste fase van het verbeter- en besparingstraject ‘Van goed naar beter’ (ad € 400.000) in de begroting verwerkt is. Tarief 2023 (bijgesteld) € 106,70 % stijging Indexatie € 4,10 4,3% Besparing “Van goed naar beter’ € -2,05 -2,2% Tarief 2024 € 108,75 1,9% Omgevingswet De (financiële) gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn niet in de conceptbegroting opgenomen, ze zijn slechts benoemd bij de risico’s. De omgevingsdienst geeft als reden dat nog te veel onduidelijk is en het inzicht in de gevolgen ontbreekt. Dit is een aandachtspunt. We moeten in 2024 rekening houden met een kostenstijging. Personeel en arbeidsmarkt Het onderdeel personeel loopt als rode draad door de conceptbegroting heen. Voldoende en kundig personeel zijn een voorwaarde voor de OMWB om haar taken te kunnen doen. Als aan deze voorwaarde niet wordt voldaan, zal er een prioritering in taken (uiteraard buiten de basistaken) aangebracht moeten worden. Aandachtspunten zijn het hoge ziekteverzuim en het werven van nieuw personeel (krapte arbeidsmarkt).
Beleidsmatige richtlijnen De beleidsmatige richtlijnen zijn volgens de Kaderbrief 2024 overgenomen. Uit de conceptbegroting blijkt evenwel niet duidelijk hoe uitvoering is gegeven aan de beleidsmatige richtlijn die gaat over het kritisch kijken naar bestaande werkzaamheden en de tijdige evaluatie daarvan (collectieve taken). Ook de resultaten en uitgangspunten van het kwaliteitsmanagementsysteem zijn niet inzichtelijk gemaakt; een toelichting en onderbouwing ontbreekt. Evenmin zijn prestatie-indicatoren voor de (primaire) processen opgenomen. Op 5 juni staat een themasessie met het Ambtelijk Overleg over het onderwerp collectieve taken gepland. Mogelijk leidt deze sessie tot een behandeling van een voorstel in het algemeen bestuur. Om die reden stellen wij voor nu hierover geen zienswijze in te dienen. De summiere reactie op de richtlijn over het kwaliteitsmanagementsysteem in de conceptbegroting geeft wel aanleiding voor het indienen van een zienswijze. De zienswijze is regionaal voorbereid. Er is kennisgenomen van het advies van het P&C-panel van de OMWB.
7
De zienswijze
Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: • Kennis te nemen van de jaarrekening 2022/jaarstukken • Geen zienswijzen in te dienen op de 1e begrotingswijziging 2023. De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting 2024 naar voren te brengen: De plannen voor de verdere ontwikkeling van het kwaliteitsmanagementsysteem in de begroting 2024 inhoudelijk concreter te onderbouwen. Verzoek is om de zienswijze te verwerken in de definitieve versie van de begroting 2024.
Gemeenschappelijke regeling: Regionale Ambulance Voorziening Brabant Midden-West-Noord 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De doelstelling van de RAV Brabant Midden-West-Noord is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd. De RAV noemt in haar ontwerpbegroting voor 2024 de volgende ontwikkelingen en beleidsthema’s. •
Integraal Zorgakkoord (IZA) De samenleving en het zorglandschap in Nederland veranderen in snel tempo. Dé uitdaging voor de toekomst is om kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van (acute) zorg voor iedereen te garanderen bij een toenemende vraag naar spoedzorg en een groter wordend tekort aan zorgmedewerkers. In het Integraal Zorgakkoord (IZA) hebben VWS en een groot aantal zorgpartners afspraken vastgelegd over het realiseren van meer passende, preventiegerichte, duurzame en gedigitaliseerde zorg.
•
Kwaliteitsmodel Ambulancezorg 1.0 De ambulancesector heeft het Kwaliteitsmodel Ambulancezorg 1.0 ontwikkeld om een completer beeld van de kwaliteit van ambulancezorg te kunnen meten dan alleen de bestaande tijdigheidsnormen. De indicatoren van het kwaliteitsmodel zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde. Een aantal van de 26 indicatoren wordt inmiddels landelijk gemeten, uitgevraagd en gebenchmarkt. In de loop van de komende jaren zullen stapsgewijs meerdere indicatoren worden geoperationaliseerd. De RAV heeft het kwaliteitskader verwerkt in haar begroting. In een bijlage bij de begroting geeft de RAV hierop meer toelichting.
•
Nieuwe urgentie-indeling spoedvervoer Naar verwachting wordt in de loop van 2023 de nieuwe urgentie-indeling ambulancezorg ingevoerd. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus en onderscheidt niet alleen spoedeisende en niet-spoedeisende ambulancezorg, maar ook meldkamerzorg. Het doel van de nieuwe urgentie-indeling is om in geval van echte spoed, in levensbedreigende situaties waarin tijd er echt toe doet, sneller bij de patiënt te zijn en in gevallen waarin dat mogelijk is, iets meer tijd te nemen voor de triage, zodat de patiënt direct op de juiste plek terecht komt en de best passende zorg krijgt. Met behulp van de nieuwe urgentie-indeling is de RAV beter in staat de juiste zorg op de juiste plaats te realiseren.
•
Zorgdifferentiatie Om ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt, biedt de RAV ook in 2024 een breed aanbod in ambulancezorg, waarbij de patiënt wordt vervoerd óf ter plaatse geholpen wordt. In het vervoersegment verzorgt de RAV middencomplex planbaar vervoer en (hoogcomplex) spoedvervoer.
•
Prestaties en paraatheid De invoering van de nieuwe urgentie-indeling en het kwaliteitsmodel ambulancezorg 1.0 maken het nodig de begroting hierop aan te passen. Tot het moment dat meer bekend is over de landelijke normeringen worden als uitgangspunten aangehouden:
1. De Regionale Ambulancevoorziening zorgt ervoor dat de spreiding van de standplaatsen zodanig is dat in de veiligheidsregio minstens 97% van de bevolking binnen 12 minuten aanrijtijd kan worden bereikt door een ambulance. 2. De Regionale Ambulancevoorziening streeft ernaar dat in de veiligheidsregio binnen 15 minuten responstijd 95% van de inzetten met A1-urgentie ter plaatse is.
4
•
Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt voor acute zorg is de laatste jaren een enorm probleem. De RAV onderneemt actie door o.a. met een eigen opleiding HBO-V-afgestudeerden in circa 18 maanden op te leiden tot ambulanceverpleegkundige. De RAV hoopt in 2024 over genoeg personeelscapaciteit te beschikken om de paraatheid conform het geldende referentiekader in te vullen.
•
Evaluatie van zorg met de patiënt De RAV heeft een instrument ontwikkeld om de geleverde zorg rechtstreeks, één op één, met de betreffende patiënt te evalueren. De focus ligt hierbij op het mobiele zorgconsult. In plaats van de patiënt naar het ziekenhuis te vervoeren wordt deze thuis geholpen, al dan niet in afstemming met de huisarts. De doelstelling van de RAV is om in 2024 minimaal 500 patiënten telefonisch te benaderen om met dit instrument de hulpverlening te evalueren.
Financiële aandachtspunten De financiële richtlijnen zijn niet van toepassing op de RAV. Dit heeft met de specifieke wijze van financieren van de RAV te maken. De zorgverzekeraars betalen de RAV. De RAV ontvangt geen gemeentelijke financiële bijdrage.
5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2022: Resultaat en bestemming GR
Realisatie 2022
Resultaat 2022
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
Totaal GR
79.092
221
221
0
0
0
0
0
Bijdrage apparaatskosten gemeente Roosendaal
Opm.: RAV wordt bekostigd door de zorgverzekeraars. Er wordt geen bijdrage gevraagd aan de gemeenten.
6
Overige aandachtspunten Uit navraag bij de RAV blijkt dat het landelijke NIVEL-klantonderzoek in 2022 is uitgevoerd. De RAV scoorde hoog met 8,7. In 2023 wordt dit landelijke onderzoek niet uitgevoerd.
7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2022; 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2024 naar voren te brengen.
Gemeenschappelijke regeling: Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant (Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten) 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, de stukken zijn tijdig ingediend. De Ontwerpbegroting 2024 en de Jaarstukken 2022 zijn (vrijdag 17 maart) vóór de gestelde termijn van 15 april aan de deelnemers toegestuurd. 2. Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ontwerpbegroting 2024 De ontwerpbegroting 2024 voldoet aan de indeling zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De verplichte paragrafen worden genoemd in hoofdstuk 3, waarvan de meeste niet van toepassing zijn op het RBL. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (3.2) is niet gekwantificeerd. Echter is het enige benoemde risico dat van uittreding van een deelnemer. De impact hiervan is afhankelijk van de deelnemer die uittreedt en moeilijk te kwantificeren. Een presentatie van financiële kengetallen, conform de wet- en regelgeving BBV, is niet opgenomen. Dit voegt voor het RBL niets toe, omdat gemeenten risicodrager zijn. Het RBL heeft namelijk geen reserves / eigen vermogen. Er is aandacht voor de incidentele baten en lasten (3.9), die voor het RBL volledig bestaan uit VSVprojecten. Deze zijn ook geraamd in 2024 (per saldo 0,-). Jaarstukken 2022 De jaarstukken voldoen aan het BBV.
In hoofdstuk 3 wordt de paragraaf incidentele baten en lasten niet benoemd. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Ontwerpbegroting 2024 Inhoudelijk en beleidsmatig willen we geen zienswijze indienen t.a.v. de Ontwerpbegroting 2024. Er zijn geen beleidsmatige richtlijnen vastgesteld voor het RBL. Er is dan ook geen afwijking. Jaarrekening 2022 Er zijn geen inhoudelijke aandachtspunten. De verklaring van het negatieve resultaat 2022 ad. € 234.177 wordt toegelicht in paragraaf 6.1. Het negatieve resultaat wordt verrekend over de 16 deelnemende gemeenten. 4. Financiële aandachtspunten Jaarstukken 2022 Hoofdstuk 7 geeft de verdeling van het negatieve resultaat ad € 234.177 per individuele gemeente weer. Concept 1e begrotingswijziging 2023 en ontwerpbegroting 2024 Het gaat om een toename van kosten door onder andere incidentele opdrachten waarvan de effecten zichtbaar zijn in de verdelingssleutel op pagina 4 van de Brief concept 1e begrotingswijziging 2023. De CAO-wijziging is nog niet meegenomen voor 2023 en 2024. Wellicht vloeit hier nog een begrotingswijziging uit voort.
5. Financieel overzicht Jaarrekening 2022: Resultaat en bestemming Regionaal Bureau Leren
Begroting 2022
Resultaat 2022
Resultaatbestemming: toevoeging aan eigen reserves RBL
Resultaatbestemming: doorbelasten aan gemeenten
Totaal RBL Bijdrage gemeente Roosendaal
1.687.308
- € 234.177
€0
- € 234.177
43.398
- € 9.838
Meerjarenontwikkeling
Bijdrage aan RBL Totaal Bijdrage gemeente Roosendaal
1.726.013
Ontwerp begroting 2024 1.875.113
45.516
52.550
Begroting 2023
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
1.942.000
2.007.200
2.074.500
54.425
56.252
58.138
6. Overige aandachtspunten De meerkosten 2022 en 2023 zijn onvoldoende besproken met de financiële en ambtelijke werkgroepen. De P&C cyclus is nu niet transparant genoeg. De wens is om met ingang van 2023 afspraken te maken om ‘verrassingskosten’ in de toekomst te voorkomen. Zoals een transparante doorberekening, het doorgeven van een tijdige begrotingswijziging en beleid rondom ziekteverzuim (wanneer vinden we het nodig dat er inhuur ingezet wordt?). Dit zal zeker ook een aandachtspunt zijn in de doorontwikkeling van de gemeenschappelijke regeling RBL. 7. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2022 / jaarstukken. 2. Geen zienswijze in te dienen over de 1e begrotingswijziging en ontwerpbegroting 2024.
Gemeenschappelijke regeling: Regio West-Brabant (RWB) 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? De jaarstukken 2022 en de ontwerpbegroting 2024 zijn tijdig ontvangen. 2. Is voldaan aan de BBV-voorschriften? De begroting 2024 van de Regio West-Brabant voldoet aan de BBV-richtlijnen en is overzichtelijk en goed leesbaar. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Ontwerpbegroting 2024 De ontwerpbegroting 2024 is beleidsarm in afwachting van de vaststelling van het Actieprogramma 2024-2028. Dit programma krijgt op een later moment een doorvertaling naar de begroting. RWB besteedt in 2023 een aantal contracten opnieuw aan. De uitkomsten hiervan zijn nog niet bekend, daarom gaat RWB in de begroting uit van de huidige situatie. Vooral op het deeltaxivervoer is dit voorbehoud van toepassing. De verwachting is dat na de aanbesteding van het deeltaxivervoer de gemeentelijke bijdrage hieraan in 2024 (en verdere jaren) stijgt door de stijging van de NEA-index (van 3,5% in 2022 naar 13,7% in 2023, vooral veroorzaakt door de stijging van de brandstofkosten en de uitkomsten van de CAO-onderhandelingen). Agenda Economic Board West-Brabant en RWB Actieprogramma 2024-2028 RWB werkt met het onderwijs en bedrijfsleven samen in de Economic Board West-Brabant (EBWB). Die stelde eind 2022 de strategische agenda 2023-2026 voor West-Brabant vast.
De transitie naar een nieuwe economie staat daarin centraal. Dat is een economie die duurzaam, groen en sociaal is. Met inzet van de uitvoeringsorganisatie REWIN werkt EBWB de komende jaren aan de ondersteuning van starters, het opschalen van succesvolle initiatieven en het aanjagen van innovaties in het bestaand MKB. Daarnaast wil EBWB de plantaardige sector versterken en de circulaire economie in West-Brabant stimuleren. Als vertegenwoordiging van de overheid in de EBWB heeft RWB hierbij een faciliterende rol gericht op de randvoorwaarden van een sterk economisch vestigingsklimaat. In het RWB Actieprogramma 2024-2028 spreken de deelnemers van RWB af hoe RWB hier invulling aan gaat geven. RWB streeft naar een concreet en haalbaar actieprogramma. Dit programma legt RWB na de zomer voor een zienswijze aan de colleges en raden voor. Reservevorming In de aanbiedingsbrief stelt RWB dat ze een eerste fraude-risicoanalyse heeft opgesteld. De uitkomst hiervan geeft inzicht in de gewenste weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover de RWB beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Deze capaciteit is getoetst aan het huidige/nieuwe saldo van de reserves. Vooralsnog blijkt er geen sprake van te grote reserves. RWB legt dit jaar aan het algemeen bestuur nog een voorstel voor over het plafond van de reserves.
Hiermee beantwoordt RWB de vraag van de deelnemende gemeenten om meer inzicht te geven in de noodzaak en inzet van reserves teneinde "oppotten" te voorkomen.
4. Financiële aandachtspunten 1. Resultaatbestemmingsvoorstellen 2022 De jaarrekening van 2022 sluit af met een positief resultaat van € 306.100. Dit resultaat is incidenteel van aard. In de nota verbonden partijen is het uitgangspunt opgenomen dat gemeenschappelijke regelingen hun positieve resultaten uitkeren aan de deelnemers. Hiervan kan gemotiveerd afgeweken worden. Van die mogelijkheid maakt RWB gebruik. De RWB stelt voor om het resultaat als volgt te bestemmen: a. Toevoeging aan egalisatiereserve Kleinschalig Collectief Vervoer (KCV): € 39.300. De reserve bevat hierna € 156.000. In 2023 zal hier een bedrag van ca. € 75.000 uit onttrokken worden in verband met de kosten van de aanbesteding van het deeltaxi vervoerscontract. b. Toevoeging aan Egalisatiereserve archeologie: € 54.100. De reserve bevat hierna € 123.000. Onder andere vanwege een wisselende werkvoorraad (is afhankelijk van aantal bouwplannen) is deze reserve nodig. c. Toevoeging aan reserve Mobiliteitscentrum: € 9.500. De reserve bevat hierna € 85.000. d. Onttrekking uit egalisatiereserve personele flexpools: € 2.400. De reserve bevat hierna: € 267.000. e. Rewin: € 31.600 om hiermee het hogere subsidiebedrag aan REWIN af te dekken. f. Toevoeging aan reserve Basis op Orde/reserve goed werkgeverschap: €25.000. De huidige reserve wordt in 2023 nagenoeg uitgeput.
RWB gebruikt deze reserve om een aantal randvoorwaardelijke zaken als website, kantoorinrichting en samenwerkingsinstrumenten voor het personeel te bekostigen. Door de krappe arbeidsmarkt wordt het steeds belangrijker om invulling te geven aan goed werkgeverschap. Denk hierbij aan specifiek opleidings-, coachings- en omscholingsbudget van kandidaten die niet meteen op het functieprofiel passen en andere vormen van werving en selectie, bijkomende ICT-voorzieningen, etc. Financiering uit bestaande budgetten is niet haalbaar, zo is het budget voor opleidingen feitelijk nu al niet toereikend voor het zittend personeel. Bij honorering van deze voorstellen resteert vanuit het positief resultaat € 149.000 als uit te keren bedrag aan de deelnemende gemeenten. 2. Te verrekenen bedragen a. Flex West-Brabant (€ 1.581.198) Dit is het saldo op de inhuur via Flex West-Brabant (betaalde fee van opdrachtnemers min uitvoeringskosten) in 2022. Dit wordt in 2023 aan de organisaties die werven via Flex WestBrabant uitgekeerd. b. Onderzoek & Ontwikkelfonds (€ 13.676) Het restantbedrag van het Onderzoek- & Ontwikkelfonds (O&O-fonds) wordt jaarlijks aan gemeenten uitbetaald. In 2022 is het O&O-fonds (€ 461.000) helemaal besteed. Er resteert een bedrag van € 13.676 vanwege het vrijvallen van toegekende subsidie aan projecten van voor 2022.
Dit bedrag wordt naar rato van inwoneraantallen aan de deelnemende gemeenten uitgekeerd.
5. Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabellen x € 1.000 Jaarrekening 2022: • Resultaat en bestemming GR RWB Realisatie 2022 Totaal GR Bijdrage gemeente in apparaatskosten
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR
Resultaat 2022
23.568
306 V
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
157 V
149 V
342
16 V
• Te verrekenen bedragen
Saldo inhuur via Flex West-Brabant Vrijval projecten Onderzoek- en Ontwikkelfonds in 2022 Totaal
Totaal alle gemeenten 1.581
Terug te ontvangen door Roosendaal 90
14
1,5
1.595
91,5
Begroting 2024: • Meerjarenontwikkeling GR RWB
Totaal GR Bijdrage gemeente in apparaatskosten Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Verschil
24.227
Ontwerp begroting 2024 28.391
Meerjaren begroting 2025 28.950
Meerjaren begroting 2026 29.763
Meerjaren begroting 2027 30.612
330
351
364
376
389
330
336
336
336
336
-
-/- 15
-/- 28
-/- 40
-/- 53
Begroting 2023
Bijdrage Roosendaal in de programmakosten RWB
Ontwerp- Meerjaren Meerjaren Meerjaren Begroting begroting begroting begroting begroting 2023 2025 2026 2027 2024
Rewin
265
288
299
310
323
O&O fonds
50
50
50
50
50
KCV (deeltaxi)
1.428
1.763
1.770
1.818
1.866
Mobiliteitscentrum + Netive + Careernet
46
52
53
56
57
Regioarcheologie
12
14
15
16
16
1.801
2.167
2.187
2.250
2.312
Totaal
6. Overige aandachtspunten CAO-ontwikkelingen RWB heeft gekeken naar het effect van de hogere cao-ontwikkeling in 2023 volgens het principeakkoord. De verwachting is dat de meerkosten in de exploitatie opgevangen kunnen worden, o.a. door een latere invulling van openstaande vacatures. 7. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarstukken 2022 en in te stemmen met de daarin opgenomen resultaatbestemmingsvoorstellen. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2024 naar voren te brengen 3. Het volgende aan RWB te verzoeken: - het actieprogramma op te stellen in heldere taal; - duidelijke en haalbare doelen in het actieprogramma op te nemen; - de meerwaarde van deze doelen voor de deelnemers aan de RWB aan te geven.
Zienswijze begroting 2024 Gemeenschappelijke regeling: veiligheidsregio midden en west brabant 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? ja
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? ja
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Als basis voor de beleidsbegroting 2024 gebruikt de veiligheidsregio het beleidsplan waarin ze onze voornemens voor 4 jaar (2023-2027) hebben opgenomen. Om dit alles te realiseren is de begroting 2024 samengesteld met inachtneming van de vastgestelde begrotingskaders vanuit de kaderbrief 2024.
4
Financiële aandachtspunten
5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2022: Resultaat en bestemming: € 941.000 Naast het rekeningresultaat valt de egalisatiereserve kapitaallasten vrij van € 8,7 miljoen GR
Realisatie 2022
Resultaat 2022
Resultaat bestemming toevoeging aan eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
Totaal GR
€ 90.828
€ 941
€ 141
€ 800 € 55
Aandeel gemeente Roosendaal rekeningresultaat Aandeel gemeente Roosendaal vrijval egalisatiereserve kapitaallasten
€ 602
Meerjarenontwikkeling GR
Begroting 2023
Ontwerp begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
Meerjaren begroting 2026
Meerjaren begroting 2027
Totaal GR
€ 93.660
€ 94.819
€ 98.999
€ 101.258
€ 103.102
Bijdrage gemeente in apparaatskosten
€ 5.119
€ 5.384
€ 5.610
€ 5.828
€ 5.925
Zienswijze begroting 2024 Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente .. verschil
6
5.119
5.236
5.366
5.553
5.553
-
N 148
N 245
N 274
N 371
Overige aandachtspunten: Beleidsmatig:
Financieel: 1. Er is sprake van herijking gewijzigd beleid; dit is conform de kaderbrief 2024. Het financieel effect hiervan is € 272.000. Dit is met name het gevolg van verhoging operationele sterkte (is bestuurlijk reeds vastgesteld). 2. Voor de loonkosten zijn we uitgegaan van het op 28 februari 2023 bereikte principeakkoord CAO 2023-2024. Het principeakkoord kent een looptijd tot 1 mei 2024. Voor de loonkosten 2024 is uitgegaan van de structurele loonsverhoging 2023 en een loonindex van 2%. Vanaf mei wanneer de CAO afloopt is dat voor de resterende maanden 1,33%. 3. De risico’s van de VR staan beschreven in de paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing. Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s( € 6.102.500) en de weerstandscapaciteit ( € 1.611.576) laat dit de factor 0,26 zien. Het AB heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. Elke deelnemende gemeente houdt een algemene reserve aan die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen. 4. 7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2022/jaarstukken (Let op!, bij evt voorstellen voor resultaatbestemming kan je hier cf het bepaalde in de nota VP desgewenst een oordeel geven over de resultaatbestemming!) 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2024 3. Bij de richtlijnen voor de kaders 2024 zal meegegeven worden om in kaderbrief begroting een overzicht toe te voegen waaruit blijkt hoe de VR met welke richtlijn rekening heeft gehouden (gespecificeerd per deelnemer) 4. Zover mogelijk in de kaderbrief en begroting bij financiële tabellen naast jaar T de cijfers toe te voegen van jaar T-1 en jaar T-2. 5. De Raad wordt gevraagd de VR dringend te verzoeken, als gevolg van de aanpassing rapportagecyclus, om naast de enige rapportage in een kalenderjaar, zijnde na 6 maanden (30 juni) in het kort op verwachtte afwijkingen te rapporteren. Dit zijn de ‘soft-closures’ na 4,8 en 10 maanden.
Gemeenschappelijke regeling West-Brabants Archief 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja.
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Aan het WBA wordt verzocht om per 1 januari van elk jaar een actueel overzicht te verstrekken per deelnemer van: a. het aantal meters opgeslagen fysieke overheidsarchieven in de archiefbewaarplaatsen van het WBA; b. het aantal meters opgeslagen particuliere documenten en collecties in de archiefbewaarplaatsen van het WBA c. de hoeveelheid digitale archieven opgeslagen in het e-depot van het WBA
4
Financiële aandachtspunten: Eind 2022 is door het AB van het WBA een nieuwe verdeelsleutel vastgesteld voor de berekening van de bijdragen van de deelnemende gemeenten. De aanpassing houdt in dat vanaf 2023 de totale kosten van het WBA verdeeld worden aan de hand van alleen de meters opgeslagen overheidsarchieven. Daardoor zijn de meters opgeslagen overige archiefstukken (zoals collecties m.b.t. de lokale en regionale geschiedenis) niet meer meegenomen in de verdeelsleutel. In feite is de nieuwe verdeelsleutel een vereenvoudiging t.o.v. de oude verdeelsleutel. Het voorstel voor de aanpassing van de verdeelsleutel was een van de uitkomsten van de brede evaluatie van het functioneren van het WBA, waarbij alle deelnemers zijn betrokken. M.b.t. de verdeelsleutel zijn zes mogelijkheden onderzocht en beoordeeld. Hieruit is de nu vastgestelde verdeelsleutel als beste optie gekozen door het bestuur Verder is door het WBA vanaf begrotingsjaar 2024 een raming ‘Onvoorziene uitgaven’ opgenomen van € 60.000 per jaar. In de voorgaande jaren is de raming daarvoor geschrapt vanwege noodzakelijke bezuinigingen.
5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabellen x € 1.000 Jaarrekening 2022: Resultaat en bestemming GR
Realisatie 2022
Totaal GR
2.671
Bijdrage apparaatskosten gemeente Roosendaal (in te vullen door individuele gemeente)
545
Resultaat 2022
3 N
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
3 N
0
Meerjarenontwikkeling GR
6
Begroting 2023 na wijz.
Ontwerp begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
Meerjaren begroting 2026
Meerjaren begroting 2027
Bijdrage gemeente in apparaatskosten (zoals berekend door WBA)
651
687
708
739
758
Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Roosendaal
555
555
555
555
555
verschil
96 N
132 N
153 N
184 N
203 N
Overige aandachtspunten Toelichting op de zienswijze m.b.t. de verdeelsleutel:
Gelet op de grote verschillen in bijdrage die ontstaan door de nieuwe kostenverdeelsleutel te komen tot een overgangsregeling waarbij de nieuwe bijdrage stapsgewijs ingevoerd wordt over een periode van minimaal 3 jaar. 7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. De jaarstukken 2022 van het West-Brabants Archief ter kennisname aan te bieden aan de gemeenteraad. 2. De gemeenteraad voor te stellen geen zienswijze in te dienen op de 1e begrotingswijziging 2023 van het West-Brabants Archief. 3. Door middel van het collectieve raadsvoorstel over de begrotingen 2024 van de gemeenschappelijke regelingen de raad in de gelegenheid te stellen een zienswijze te geven op de begroting 2024 van het West-Brabants Archief. 4. De raad daarbij voor te stellen in te stemmen met de begroting 2024 van het West-Brabants Archief en de volgende zienswijze naar voren te brengen: •
Voor de invoering van de nieuwe verdeelsleutel een overgangsregeling te hanteren van minimaal 3 jaar;
SJABLOON VOOR ZIENSWIJZEN BIJ GR-BEGROTINGEN WEST-BRABANT Gemeenschappelijke regeling: Werkplein Hart van West-Brabant 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? De conceptbegroting 2024 is tijdig ontvangen. De definitieve jaarstukken 2022 zijn niet tijdig ontvangen. We hebben de jaarstukken ontvangen zoals deze op 3 april zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur, onder voorbehoud van een goedkeurende verklaring van de accountant. Zodra de goedkeurende verklaring is ontvangen, wordt deze samen met de definitieve jaarstukken toegezonden naar de gemeenten. 2. Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Het Werkplein geeft in haar jaarrekening 2022 aan dat zij minder heeft kunnen inzetten op de ontwikkeling van inwoners. Dit kwam mede omdat het Werkplein in 2022 onvoldoende extra personeel kon aantrekken voor de onverwachte extra taken die uitgevoerd moesten worden, zoals het verstrekken van de energietoeslag en de betaling van leefgeld aan Oekraïense vluchtelingen. Inmiddels is de capaciteit voldoende op orde om mensen te ondersteunen in hun ontwikkeling, maar er is een inhaalslag nodig. Het risico bestaat dat voor een aantal gemeenten in 2024 een tekort ontstaat op de Rijksmiddelen (BUIG), indien geen aanvullende maatregelen worden genomen.
Voor sommige gemeenten is dat dan al enkele jaren het geval. Daarom wordt het Werkplein gevraagd om in 2023 nog met een herziene begroting voor 2024 te komen, waarin op basis van de gemeentelijke ambities aanvullende maatregelen worden voorgesteld en wordt weergegeven wat hiervan de invloed is op de ontwikkeling van het klantenbestand en de Rijksmiddelen BUIG. Conform de huidige werkwijze worden deze maatregelen ook in het werkprogramma opgenomen, dat in het laatste kwartaal van 2023 door gemeenten en het Werkplein gezamenlijk wordt opgesteld. In 2024 staat het nieuwe Werkplein. De beoogde organisatieontwikkeling waarin de inwoner centraal komt te staan, is dan grotendeels afgerond. Uitgangspunt is dan de nieuwe werkwijze waarin een zo compleet mogelijk beeld van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner wordt gevormd, zo nodig samen met collega’s in het sociaal domein wordt opgetrokken en de ontwikkeling naar werk of participatie maatwerk is. Om vast te kunnen stellen of deze nieuwe werkwijze en de aanvullende maatregelen vanuit het Werkplein ook daadwerkelijk bijdragen aan de ontwikkeling van de inwoner, het afnemen van het financiële risico ten aanzien van de Rijksmiddelen BUIG en een betere dienstverlening is het van belang de resultaten te monitoren. Dat vraagt om een doorontwikkeling van de Beraps en aansluiting daarvan op het datagedreven werken.
Verder werkt het Werkplein binnen de ketensamenwerking met WVS en de ISD Brabantse Wal aan een nieuwe werkwijze om inwoners op basis van een uitgebreid onderzoek via het arbeidsonderzoekscentrum een ontwikkeltraject op maat aan te bieden. Tot slot is ook de arbeidsmarktregio volop in beweging, als gevolg van wijzigingen in het landelijke beleid. Het Werkplein maakt hier onderdeel van uit en sluit hierbij aan om zo de dienstverlening aan de inwoners te versterken. 1
4. Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2022 Het Werkplein presenteert in haar jaarrekening 2022 een positief resultaat van € 1,5 miljoen. Dit voordeel ontstaat door voordelen op de programmakosten (totaal € 1,1 miljoen) en voordelen op de bedrijfsvoeringskosten (€ 359.000). Aan het Algemeen Bestuur van het Werkplein wordt voorgesteld om dit hele positieve resultaat te verrekenen met de deelnemende gemeenten. Programmakosten - Het positieve resultaat op het programma Werk en Participatie bedraagt € 389.000 en wordt veroorzaakt doordat er fors minder leerwerktrajecten zijn ingezet. Hierdoor is het arbeidspotentieel van minder inwoners ontwikkeld dan was beoogd. Dat heeft een negatief effect op de (snelheid van) uitstroom van de uitkeringsgerechtigden. Het voordeel op het programma Inkomen bedraagt € 588.000. In de oorspronkelijke begroting was gerekend met een daling van het bestand van 1,3%. Uiteindelijk is een daling gerealiseerd van 1,1%. Deze daling was tot september ca. 1,8%, maar het bestand liep vanaf oktober weer iets op vanwege de instroom van statushouders - Bij het programma Inkomensondersteuning is juist sprake van een nadeel van € 270.000. Dit komt vooral door de hogere kosten van bewindvoering en de individuele inkomenstoeslag. - Het voordeel op het programma Inburgering bedraagt € 417.000.
Hier is sprake van een behoorlijke onderuitputting van de middelen die voor 2022 voor inburgeringsvoorzieningen door het Rijk beschikbaar zijn gesteld. Deze middelen worden gereserveerd, omdat de uitgaven voor een inburgeraar gedurende maximaal 3 jaar plaatsvinden. Op de uitvoeringskosten van Inburgering is een bedrag van € 351.000 overgebleven. Bedrijfsvoering Het voordeel op bedrijfsvoering bedraagt € 359.000 en wordt o.a. verklaard door: - Lagere ICT-kosten; - Een voordeel op ondersteunende diensten door het combineren van projecten bij tijdelijke inhuur. - Een vrijval van de voorziening arbeidsverplichtingen. Ontwerpbegroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027 De ontwerpbegroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027 zijn gebaseerd op de uitgangspunten zoals deze in de Kaderbrief 2024 waren opgenomen. In de Kaderbrief was echter voor de raming van het bijstandsbestand nog uitgegaan van de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) uit september 2022. In maart 2023 heeft het CPB deze prognoses geactualiseerd. In de laatste macroeconomische verkenningen is een matigere ontwikkeling van het bestand te zien dan in eerdere prognoses het geval was. In de begroting is het Werkplein uitgegaan van de laatste ramingen van het CPB.
Het CPB gaat uit van een lichte cumulatieve daling t/m 2023, in 2024 een lichte stijging en vanaf 2025 blijft het bestand gelijk: Macro-economische verkenningen CPB maart 2023 Stijging/daling van het bestand per jaar Stijging/daling cumulatief
2023 -1,4% -1,4%
2024 +1,4% 0,0%
2025
2026
0,0% 0,0%
In 2023 zijn het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen met 10% geïndexeerd. Het bovenstaande betekent dat de uitkeringslasten voor de gemeenten zullen stijgen.
2
0,0% 0,0%
De kosten voor de bedrijfsvoering zijn in de ontwerpbegroting 2024 toegenomen met € 2 miljoen ten opzichte van de begroting 2023. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere loonkosten vanwege de nieuwe CAO. Daarnaast is de taakstelling voor inburgeraars fors naar boven bijgesteld, waardoor hier meer personeel voor nodig is. (Overigens wordt deze benodigde formatie pas ingevuld op het moment dat de toename van het aantal inburgeraars daadwerkelijk plaatsvindt.) 5. Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000
• Jaarrekening 2022: Resultaat en bestemming Bedrijfsvoeringskosten Werkplein
Gewijzigde begroting 2022
Totaal Werkplein Bijdrage Roosendaal
Resultaat 2022
14.479 6.327
Resultaat bestemming
14.120
-
Afrekenen met gemeenten 359 157
• Meerjarenontwikkeling
6.874
Ontwerp begroting 2024 8.011
Meerjaren begroting 2025 8.359
Meerjaren begroting 2026 8.693
Meerjaren begroting 2027 9.039
6.874
7.018
7.167
7.330
7.330
-
- 993
- 1.192
- 1.363
- 1.709
Begroting 2023
Ontwerpbegroting 2024
Meerjaren begroting 2025
Meerjaren begroting 2026
Meerjaren begroting 2027
Werk en Participatie
2.881
3.003
3.124
3.230
3.346
Inkomen
29.453
31.324
32.212
32.935
33.676
Inkomensondersteuning
3.437
3.452
3.523
3.595
3.670
1.150
1.681
1.814
1.814
38.929
40.540
41.574
42.506
Bedrijfsvoeringskosten Werkplein
Begroting 2023
Bijdrage Roosendaal Opgenomen in Begroting Roosendaal Verschil Programmakosten Werkplein – Bijdrage Roosendaal
Inburgering Totaal programmakosten
35.771
6. Overige aandachtspunten -7. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2022 van het Werkplein Hart van West-Brabant. 2. Voor de ontwerpbegroting 2024 de volgende beleidsmatige zienswijze naar voren te brengen: a. In 2023 een herziene begroting 2024 voor te leggen aan de gemeenteraden waarin het volgende is opgenomen:
3
- de (aanvullende) inzet van het Werkplein op de ontwikkeling van onze inwoners naar werk of zinvolle dagbesteding, zodat de ontwikkeling van het klantenbestand minimaal gelijk is aan het landelijke gemiddelde en gelijke pas houdt aan de regionale ontwikkeling. - Inzicht in de manier waarop de hiervoor genoemde (extra) inzet zal leiden tot het verdwijnen van het tekort of zelfs een overschot op de Rijksmiddelen BUIG. b. Om na te kunnen gaan of de inzet vanuit het Werkplein bijdraagt aan de doelstellingen vragen we aan het Werkplein om in 2023 en 2024 meer inzicht te geven in de resultaten en kwaliteit van de dienstverlening en hoe deze bijdraagt aan de ontwikkeling en zelfredzaamheid van onze inwoners.
4
SJABLOON VOOR ZIENSWIJZEN BIJ GR-BEGROTINGEN WEST-BRABANT
Gemeenschappelijke Regeling: WVS 1.
Zijn de stukken tijdig door de GR ingediend bij de gemeente? Ja, de stukken zijn tijdig ontvangen: De kaderbrief is ontvangen op 30 januari 2023. De ontwerpbegroting 2024 en jaarrekening 2022 zijn ontvangen op 4 april 2023.
2.
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ten aanzien van de reservering in 2022 in verband met de CAO-ontwikkeling (€ 600.000) wordt opgemerkt dat salarissen kosten zijn met een structureel karakter. Dekking van structurele kosten uit een reserve zijn conform het BBV niet toegestaan. De gebruikelijke werkwijze zou zijn om genoemd bedrag uit te keren aan de deelnemende gemeenten en de hogere personeelslasten in 2023 te verwerken in een begrotingswijziging. Vanwege praktische overwegingen is, in afstemming met de accountant, gekozen voor reservering en aanwending in 2023. Structureel zijn de hogere loonkosten vanaf 2024 wel in de begroting verwerkt.