06a Bijlage 1 nieuwe versie Omgevingsvisie 2022.pdf
Tekst van het document
Voorbeelden van mitigatie zijn het verminderen van de uitstoot van CO2 door verminderen
Roosendaal langs de A17 (de “energiestraat”). Hier zijn al windturbines gerealiseerd en fun-
van het gebruik van fossiele brandstoffen, beperken van de uitstoot of afvangen/filteren
geert de afvalverwerkingsinstallatie als bron voor het Roosendaalse warmtenet. Ook loopt
van methaan van vee of het vergroten van de capaciteit van zogeheten “koolstofputten”
hier de buisleidingenstraat, met onder meer leidingen voor het transport van waterstofgas.
door herbebossing.
Als bedrijven hier koppelingen tussen bestaande energieopwek en nieuwe opwek (via zon
130
op veld, zon op water, zon op dak) of innovatieve toepassingen m.b.t. warmte, waterstof
Klimaatmitigerende en -adaptieve plannen raken aan verschillende sectoren. Vaak zal de
of andere ontwikkelingen willen realiseren, staat de gemeente positief tegenover dit soort
landbouwsector betrokken zijn, hetzij vanuit haar primaire taken/bedrijfsvoering, hetzij
ontwikkelingen.
als grondeigenaar of pachter. Ook partijen als Natuurmonumenten, recreatieve bedrijven,
131
5
verschillende overheden en waterschappen zijn betrokken. Vaak zijn er ook mogelijkheden om investeringen te combineren met die van bijvoorbeeld energieprojecten, of om
Er wordt daarbij wel degelijk rekening gehouden met het bestaande agrarische
belangen te combineren met die van bouwbedrijven die “stikstofruimte” zoeken. Nieuwe
gebruik, de agrariërs, en hun bestaande rechten. Maar wat blijft zijn de aandachts-
functies in het buitengebied kunnen dienen als kostendrager en als aanjager van de kli-
punten die in het buitengebied spelen. Hieronder worden een aantal voorbeelden
maatadaptieve en -mitigerende plannen.
van aandachtspunten genoemd: • op het gebied van milieu: bodem- en waterkwaliteit, verdroging, stikstof-
Een combinatie van agrarische functies met nieuwe functies geeft ook een aantal
problematiek, geur, afname biodiversiteit
aandachtspunten: • op het gebied van regelgeving : stikstof, geur, fijnstof, endotoxines • Natuur en waterbeheer gaat ten koste van de agrarische gebruiksmogelijkheden van het land;
• vanuit de sector zelf: noodzaak voor schaalvergroting, het ontbreken van opvolging
• Grootschalige opwek van duurzame energie kan niet overal in het buitengebied en niet in gebieden met belangrijke (cultuurhistorisch)landschappelijke, natuurof waterwaarden;
• vanuit maatschappelijke opgaven: er is zowel in de stad als het buitengebied ruimte nodig voor energietransitie, natuur en woningbouw
• Een combinatie met zorgfuncties kan alleen op locaties waar de milieuhinder (geluid, geur, fijn stof) beperkt is en waar geen veiligheidsrisico’s spelen;
Dit maakt het opstellen van een visie voor het buitengebied een uitdaging, waarbij alle belangen meegenomen worden. Hierbij moet rekening worden gehouden met Europese
• Combinatie met recreatie kan niet overal in het buitengebied: voorkomen moet
verplichtingen ten aanzien van natuur-, water- en klimaatdoelstellingen en nationaal
worden dat de recreatie en bijkomend verkeer leidt tot negatieve effecten op
beleid zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), zoals verwoord in de op
omliggende woningen en natuurgebieden.
10 juni 2022 gepresenteerde startnotitie. In het NPLG legt het rijk structurerende, richtinggevende keuzes en (regionale) doelen vast als basis voor integrale provinciale programma’s. Het Rijk wil dat deze uiterlijk 2023 juli is opgesteld.
De afweging van deze zaken is altijd maatwerk, afhankelijk van de locatie en opgaven waar het om gaat.
In het rapport “Kiezen en delen” (Ministerie van BZK, 2021), één van de voorstudies van het NPLG, is het zuidelijk en westelijk deel van het buitengebied Roosendaal aangeduid als
We faciliteren de verschillende partijen bij het zoeken, uitwerken en realiseren van deze
droogtegevoelig gebied en daarmee wordt het gebied beoogd voor extensieve grond-
meekoppelkansen. We verwachten dat hiermee mogelijk nieuwe/aanvullende randvoor-
gebonden landbouw. Het overig deel van het buitengebied van Roosendaal is niet aan-
waarden voor de transitie van de sector worden ontwikkeld door agrarische ondernemers,
geduid als droogtegevoelig en aangeduid als beoogd gebied voor intensieve grond-
hetzij via voortzetting en verduurzaming van de landbouwactiviteiten, hetzij door zich te
gebonden landbouw. Roosendaal zet in de omgevingsvisie voor het buitengebied in
richten op nieuwe (hoofd- of bij-)takken.
op een duurzame ontwikkeling van verwevenheid aan functies en opgaven, waarbij het behoud van duurzaam vruchtbare bodems, biodiversiteit en een goede balans tussen
Bij de verdere ontwikkeling van klimaatmaatregelen én bij het verkennen van meekoppel-
natuur en milieu, economie en mens voorop staat, en waarbij geen afwenteling van mili-
kansen wil de gemeente faciliterend zijn aan de betrokken bedrijven, organisaties en
euproblemen naar de toekomst optreedt. Roosendaal wil op zoek naar een nieuw even-
sectoren. Waar het gaat om een nadere uitwerking van ruimtelijke plannen ligt de regie bij
wicht tussen het beschermen van een veilige, gezonde, natuurrijke en rustige leef-
de gemeente, in samenwerking met regio-gemeenten, waterschap en provincie. Belangen-
omgeving en het optimaal benutten en ontwikkelen van het buitengebied voor verschil-
organisaties, (agrarische) bedrijven en inwoners worden tijdig bij die ontwikkelingen
lende functies. Behoud van de vitale duurzame agrarische sector en ruimte bieden aan
betrokken.
innovaties die leiden tot een duurzame en rendabele landbouw, bij voorkeur circulaire en/ of natuurvriendelijke landbouw. Ruimte voor verbrede landbouw en nevenactiviteiten. Ruimte voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Rekening houdend met
Resume Vitaal platteland
het herstel van ecosystemen, verbetering van de kwaliteit van de bodem en het water-
Algemeen gesteld is het vitaal platteland een deelgebied met de meest verschillende
systeem, klimaatadaptie, milieu, dierenwelzijn, gezondheid en behoud en versterking van
ambities en mogelijk conflicterende belangen en daarmee een belangrijk aandachtspunt
natuur en landschap. Dit in balans met economisch perspectief. Voorbeelden hiervan zijn
voor de uitwerking van de omgevingsvisie in (thema- of gebiedsgerichte) deelvisies, het
onder andere:
omgevingsplan, programma’s en omgevingsvergunningen.
132
133
5 Ruimte voor nieuwe functies zoals (kleinschalig) wonen • Behoud en versterking van de landschappelijke cultuurhistorische identiteit en verscheidenheid. • Versterking van de relaties met het stedelijk gebied, het buitengebied zou toegankelijker moeten zijn. • Behoud en versterken van ecologische- en waterstructuur en de biodiversiteit • Enerzijds wateroverlast tegengaan, anderzijds water vasthouden voor tijden van droogte.
De lat ligt daarmee voor het buitengebied hoog. De ambities voor het buitengebied kunnen deels samen gaan: een ontwikkeling naar een meer circulaire en natuurvriendelijke landbouw geeft ruimte voor water, groen/natuur en leidt tot vermindering van hinder op de omgeving. Behoud en versterking van landschap gaat goed samen met meer ruimte voor water en groen/natuur en draagt bij aan de recreatieve kwaliteit van het buitengebied. Maar er zijn ook spanningsvelden tussen ambities. Vitale landbouw vraagt momenteel nog steeds om schaalvergroting, wat ten koste kan gaan van ambities op het gebied van landschap en leefbaarheid. Zo is er vanuit de tuinbouw- en kwekerijsector behoefte aan meer ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen (groter en voor langere perioden). Dit kan ten koste gaan van landschappelijke waarden, natuur en water. De grootste uitdaging in het buitengebied is hoe de ambities gecombineerd kunnen worden met de aandachtspunten. Dit vraagt afstemming met alle betrokkenen en om een goede uitwerking van een toekomstige visie voor het buitengebied.
134
135
6. UITVOERING EN STURINGSFILOSOFIE
6
6.1 PROCES TOTSTANDKOMING, DE OMGEVINGSVISIE, AMBITIE BELEID FYSIEKE LEEFOMGEVING EN HET TOEKOMSTIGE PROCES VAN DE OMGEVINGSVISIE Proces tot standkoming omgevingsvisie en OER Het proces en traject om tot een omgevingsvisie te komen is gestart eind 2019/begin 2020. In 2019/2020 is eerst gestart met een inventarisatie van waarden, knelpunten, opgaven en ambities. Dit is gedaan in de vorm van een Foto van Roosendaal (waarden, trends, knelpunten), het omgevingskader, de beleidsagenda (toets vigerend beleid) en samenspraak (participatie). De voorontwerp omgevingsvisie heeft van 5 juli tot en met 16 augustus 2021 ter inzage gelegen voor inspraak. Vervolgens is de concept ontwerp omgevingsvisie verder uitgewerkt met ambities/ opgaven en is een koers voor de toekomst bepaald. Dit is in het najaar van 2021 getoetst en gespiegeld in deel 2 van het OER. In deel 2 van het OER is vooral een analyse gemaakt van deze koers. Voorbeelden van de spiegeling/toets zijn met name de conclusies voor de stadsrandzones en de aandachtspunten voor ontwikkeling van Rondje Roosendaal en Vitaal Platteland. De ontwerp-omgevingsvisie en het OER (deel 1 en 2) zijn in december 2021 afgerond en in 7 februari tot en met 21 maart 2022 gepubliceerd en ter inzage gelegd. Nadat de zienswijzen zijn verwerkt, zal de omgevingsvisie en het OER ter vaststelling aan de raad worden aangeboden.
Omgevingsvisie en toekomstige proces De omgevingsvisie De omgevingsvisie schetst op hoofdlijnen het toekomstige beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Het is geen blauwdruk voor de toekomst, maar bepaalt wel de
OMGEVINGS VISIE
koers en is het overkoepelende en kaderstellende document voor het beleid voor de fysieke leefomgeving. Hiermee geeft de gemeente richting aan toekomstige ontwikkelingen. De omgevingsvisie start niet op nul en is onder andere gebaseerd op reeds uitgewerkt beleid in aparte beleidsnota’s per domein of onderwerp. De omgevingsvisie is een eerste stap naar een integrale benadering van de fysieke leefomgeving in plaats van een sectorale beleidsbenadering.
ROOSENDAAL
136
137
6
Het toekomstige proces en ambitie De omgevingsvisie is dus een dynamisch document. Op basis van de omgevingsvisie
4. Regisseur/kaderstellend
worden (thema- of gebiedsgerichte) deelvisies opgesteld, regels in het omgevingsplan
De gemeente is ook regisseur. We zorgen er dan voor dat anderen onze doelen
opgenomen, programma’s gemaakt en (uitgebreide) omgevingsvergunningen verleend.
(mede) realiseren. We voeren de activiteiten niet zelf uit maar zorgen ervoor
Dit kan leiden tot kleine koerswijzigingen in de visie of scherpere keuzes in de visie. Met
dat anderen dat doen en stemmen de inbreng van derden op elkaar af om
de gemeenteraad wordt afgesproken dat deze kleine koerswijzigingen naar aanleiding
meerwaarde te creëren. Onder regisseur vallen ook alle regulerende rollen met
van de uitwerking in (thema of gebied gerichte) deelvisies of beleid in de omgevingsvisie
betrekking tot wetgeving/vergunning en handhaving.
worden verwerkt. Bovendien wordt de omgevingsvisie elke paar jaar opnieuw tegen het licht houden. Dit proces wordt, samen met de gemeenteraad, verder uitgewerkt.
5. Netwerker/makelaar Een andere rol is die van makelaar. De gemeente brengt partijen bij elkaar en
De gemeente heeft de ambitie om steeds minder sectoraal deelbeleid op te stellen
fungeert als smeerolie. Ook in dit geval zorgen anderen ervoor dat doelen
en dit vaker te integreren in de omgevingsvisie, die we in een cyclisch proces steeds
worden bereikt.
actualiseren. De omgevingsvisie kan aanleiding zijn om beleid verder uit te werken. Bij de uitwerking van aparte beleidsnota’s moet de integraliteit altijd geborgd worden en de hoofdlijnen van het beleid moeten in de omgevingsvisie opgenomen worden. De visie is adaptief en flexibel. We moeten kunnen reageren op veranderende omstandigheden om daar waar nodig de koers bij kunnen stellen.
Hoe werken we samen met partners? Basis voor de manier waarop wij samenwerken met partners en inwoners zijn de kernwaarden van de gemeente: Samen, Resultaatgericht en De ander centraal. Op deze pijlers wil de gemeente actief samenwerken met inwoners, ondernemers, verenigingen,
6.2 STURINGSFILOSOFIE
lokale en (sub)regionale samenwerkingspartner waaronder gemeentelijke samenwerkingsverbanden zoals RWB, D6 Sterke Steden, Netwerkstad en samenwerking met Vlaamse
De sturingsstijl moet passen bij de maatschappelijke opgaven die opgepakt worden. Met
gemeenten. We kiezen daarbij voor een duidelijke, open bestuursstijl én voor een
een passende sturingsstijl draagt de overheid bij aan het bereiken van de beleidsdoelen.
respectvolle bestuurscultuur.
De stijl hangt af van de situatie en de maatschappelijke opgave. Het doel van deze samenwerking is altijd het creëren meerwaarde voor de omgeving door het combineren van opgaven en het bundelen van middelen. Daarvoor houden we Als we kijken naar het werken aan het realiseren van de in deze visie vastgelegde
bij investeringen of het ontwikkelen van plannen rekening met doelstellingen uit meer-
ambitie en de daaruit voortvloeiende opgaves, heeft de gemeente verschillende
dere beleidsvelden. We kijken altijd naar mogelijke bijdragen aan of effecten op onder
rollen. Deze zijn:
andere gezondheid en omgevingskwaliteit.
1. Eigenaar en rolmodel Soms zijn we eigenaar. We pakken de activiteit zelf op en voeren haar uit.
6.3 GRONDBELEID
Denk aan het DER (Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal). Soms ook zijn we co-eigenaar. Denk aan de prestatieafspraken die de gemeente maakt met de
Grondbeleid is een belangrijk middel om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te stimuleren
woningbouwcorporaties, aan gebiedsontwikkeling samen met publieke
of te faciliteren Roosendaal kiest voor een situationeel grondbeleid. Niet per se actief of
(bijvoorbeeld ziekenhuis) of private (bijvoorbeeld Stadsoevers) partners.
passief, maar maatwerk waarbij de te realiseren maatschappelijke meerwaarde leidend is.
De gemeente is altijd rolmodel. Wat we van andere partners verwachten zullen we ook zelf moeten doen. We geven het goede voorbeeld.
Kostenverhaal Het verhalen van kosten bij gebiedsontwikkelingen is een wettelijke verplichting. Er moet
2. Stimulator
daarbij wel sprake zijn van een bouwactiviteit of activiteit nieuw grondgebruik, zoals
Een tweede rol is die van stimulator. Door voortdurend met (mogelijke) partners
omschreven in de Aanvullingswet grondeigendom. Kostenverhaal gaat, onder andere,
in gesprek te zijn, stimuleren we hen om mee te werken en te investeren in de
over het betalen van kosten voor publieke voorzieningen, bouwrijp maken en plankosten.
ambities die we in deze visie te hebben vastgelegd.
Het gaat om gebiedseigen kosten ten behoeve van het kostenverhaalgebied. Het kan ook gaan om gebiedsoverstijgende kosten. Dit zijn bestedingen die betekenis hebben
3. Facilitator
voor meerdere kostenverhaalgebieden. De samenhang tussen de gebiedsoverstijgende
Soms zijn we facilitator. Dan maken we (burger)initiatieven die door anderen
kosten en de meerdere kostenverhaalsgebieden moet duidelijk worden vastgelegd, wil de
uitgevoerd worden mogelijk door tijd, geld, netwerk en of middelen
gemeente dat publiekrechtelijk kunnen afdwingen.
beschikbaar te stellen.
138
139
Voor het verhalen van gebiedseigen en gebiedsoverstijgende kosten is het uitgangspunt
Voor het verhalen van een financiële bijdrage ten behoeve van deze ontwikkelingen kan
dat de gemeente daarvoor (anterieure) overeenkomsten met initiatiefnemers sluit.
de gemeente met een ontwikkelaar een overeenkomst sluiten. De Omgevingswet maakt
Als er geen overeenkomst gesloten kan worden moet het kostenverhaal publiekrechtelijk,
deze bijdrage ook publiekrechtelijk afdwingbaar via het omgevingsplan. Daarvoor is
via het omgevingsplan of via de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevings-
het noodzakelijk dat dergelijke ontwikkelingen zijn vastgelegd in de omgevingsvisie of
planactiviteit, plaatsvinden. Er gelden dan de PTP-criteria (proportionaliteit, toereken-
programma. Er moet een functionele samenhang bestaan tussen de (bouw)activiteit
baarheid en profijt). In het Aanvullingsbesluit grondeigendom staat aangegeven welke
en de ontwikkeling waar een bijdrage voor wordt gevraagd. In het nog op te stellen
kosten kunnen worden verhaald. Voorbeelden zijn kosten van klimaatadaptatie, energie-
omgevingsprogramma kostenverhaal worden de ontwikkelingen benoemd waarvoor
transitie en nieuwe mobiliteitsconcepten, naast de nu reeds bestaande kosten van infra-
de gemeente een financiële bijdrage vraagt/oplegt en wordt de functionele samenhang
structuur, groen, bodemsanering, opstellen ruimtelijk plan etc.
tussen de (bouw)activiteit en de ontwikkeling waarvoor een bijdrage wordt gevraagd
6
onderbouwd.
Financiële bijdragen Dit zijn bijdragen aan maatregelen voor de verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving buiten het plangebied.
Het kan daarbij gaan om de ontwikkelingen als bedoeld in artikel 8.21 van het Omgevingsbesluit: • Wijziging van de inrichting van het landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving • Aanleg of wijziging van gebieden ter bescherming van de natuur aangewezen en herstel van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving • Aanleg van infrastructuur voor verkeers- openbaar vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang • Aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur • Ontwikkelingen gericht op het bereiken van een naar prijsklasse evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente of de regio door middel van het realiseren van sociale huur- of koopwoningen • Stedelijke herstructurering ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving
140
141
BIJLAGE
Gebiedsvisie Bulkenaar VGRP ROOSENDAAL, 2020-2023 Samen schakelen naar een toekomstbestendige
Ruimtelijk beleid gemeente Roosendaal
waterketen
In dit overzicht is een opsomming (niet limitatief) gegeven van het vigerend beleid dat mede als input gebruikt is voor de omgevingsvisie. Vooralsnog blijft alle beleid gelden.
Naar een gezond en veerkrachtig Roosendaal: toelichting bij de ambitienota lokaal
Bij tegenstrijdigheid op visie-niveau is de Omgevingsvisie leidend.
gezondheidsbeleid 2018-2030
Ons doel is om de komende jaren telkens bij de actualisering van een deelbeleid of bij het
Cultuurnota ‘Een Brabantse gemeente met een hart van cultuur’ 2017-2025
formuleren van nieuwe beleidskaders, dat beleid in lijn te brengen met de Omgevingsvisie. Indien nodig voeren we op dat moment ook een aanpassing in de Omgevingsvisie
Binnenstadsbeleid: Gezonde Stad https://www.hartvoordebinnenstad.nl/home/
door. Bij elke actualisatie beoordelen we of het deelbeleid kan worden vereenvoudigd en/
achtergrond-roosendaal-gezonde-stad/
of samengevoegd met andere kaders. Woonzorgvisie Een integrale benadering van de fysieke leefomgeving blijft het uitgangspunt. Ontwikkelplan West-Brabant West i.o. Vigerend beleid
Regionale InvesteringsAgenda
Integraal Veiligheidsplan 2019-2022
Ontwikkelplan Rondje Roosendaal
Roosendaal Natuurstad
Samenwerkingsagenda Sterke Steden
Erfgoednota Toekomst voor het verleden
Transitievisie Warmte
Regionale Energiestrategie (RES) 2030
Vigerende bestemmingsplannen
Visie zonne-energie
Ontwikkelkader Vlietpark
Verduursamen (programma duurzaamheid)
Green deal Majoppeveld
Woonagenda Woonconvenant Detailhandelsnota Economische Koersdocument 2019-2022: verbinden, vernieuwen en uitdagen Afsprakenkader evenwicht bedrijventerreinenmarkt 2016-2026 (RWB) Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan Mobiliteitsagenda 2020-2024
142
143
BIJLAGE Kadastrale kaart met daarop de kadastrale percelen met het gevestigde voorkeursrecht verbindingsweg Tolberg
144
145
COLOFON SEPTEMBER 2022
De omgevingsvisie is opgesteld door: Gemeente Roosendaal/ projectgroep Omgevingsvisie Rachel Clarijs Rob Groen Marcel Schoones Irene Sep Miriam Struijk Hanneke Beekers m.m.v. collega’s uit diverse teams KuiperCompagnons Gerwin Gabry Sara Franken Rowan Kool Harm Post
Fotografie Timo Reisiger Peter van Trijen
Opdrachtgever: Gemeente Roosendaal
Het kaartmateriaal in dit visiedocument is opgesteld door de Gemeente Roosendaal of door KuiperCompagnons. Een aantal foto’s zijn niet van Timo Reisiger of Peter van Trijen. Waar mogelijk is een referentie opgenomen. Mocht er toch bezwaar zijn tegen gebruik van een foto of beeld, dan kunt u contact opnemen met de Gemeente Roosendaal.
146
147