CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

06a Bijlage 1 nieuwe versie Omgevingsvisie 2022.pdf

Gemeenteraad 1 december 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6a: Voorstel 63 - Vaststelling omgevingsvisie ‘Roosendaal, de verbonden stad’37.254 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Roosendaal werkt mee aan de realisatie van de Brabantse Natuurnetwerken (BNN). Dit netwerk bestaat uit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), Ecologische Verbindingszones(EVZ) die natuurgebieden onderling verbinden en de groenblauwe dooradering van het landelijk gebied. In Roosendaal ligt een stevige opgave voor het realiseren van ecologische verbindingszones. Samen met het waterschap pakken wij die opgave stap voor stap aan. Daarnaast zetten we in op het ontwikkelen van de Brabantse Wal als Natura 2000-gebied. In lijn met het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) ‘De Zoom van West-Brabant’ werken we samen met Bergen op Zoom aan behoud en versterking van de landschappelijke structuur en waarden van het gebied. Ook participeert de gemeente actief in het project en beleidsprogramma ‘Landschap van Allure’ voor de Brabantse Wal.

68

69

OPGAVE: Roosendaal Natuurstad: vergroening van stedelijk gebied

terwijl op bepaalde locaties een keuze voor verdichting (bijvoorbeeld om invulling te

Naast onze groene structuren en natuurgebieden, zien we ook een belangrijke opgave in

kunnen geven aan de woningbehoefte) meer voor de hand ligt. In die gevallen zorgen we

de vergroening van ons stedelijk gebied. Groen is een belangrijk element om de leefbaar-

voor verbinding met of compensatie in groenvoorzieningen in de nabije omgeving.

4

heid van de stad op peil te houden en te verbeteren. Zo draagt het bij aan het klimaatadaptiever maken van de bebouwde omgeving. Het bestrijden van hittestress, verdroging, wateroverlast en het opvangen van piekbelastingen van hemelwater, en terugdringen van CO2-uitstoot vraagt om fors meer groen (en blauw) in de stad. Daarnaast zorgt het voor verbetering van de biodiversiteit en luchtkwaliteit. Veel groen met toevoeging van ontmoetingsplekken draagt bovendien bij aan een positieve gezondheid (schonere lucht, minder hittestress, ruimte voor bewegen, ontmoeten en onthaasten, stressreductie). Dit wordt des te belangrijker nu we ervoor kiezen om binnenstedelijk te verdichten (Rondje Roosendaal).

We borduren voort op bestaande en lopende initiatieven in Roosendaal, waaronder: • de aanleg van ‘minibossen’; • waterdoorlatende verhardingen in woonwijken; • de aandacht voor klimaat en duurzaam en circulair bouwen bij de realisatie van het Bravis-ziekenhuis en het vrijkomend terrein; Hoofdgroenstructuur van Roosendaal

• de verduurzaming van Majoppeveld; waterberging Borchwerf; meer vergroening van de Binnenstad in de omgeving van de oude V&D; Opgave: vergroten biodiversiteit en dierenwelzijn • en met de Ster van Roosendaal (= stadspark en parkeerplaatsen in het centrum, achter de Roselaar)

Het beschermen van zeldzame planten en dieren is een opgave, mede door het in stand houden van hun leefgebieden, of door het bieden van alternatieven. Dit doen we onder andere door zorgvuldig beheer van natuurgebieden. De gemeente Roosendaal zal zich altijd actief inzetten voor het bevorderen van dierenwelzijn. We sluiten op dit vlak aan bij

In het algemeen zetten we in op meer groen ten opzichte van bebouwing, en stellen we

ons Faunabeheerbeleid, waarin onder meer de spelers in het veld en de gemeentelijke

eisen aan vergroening bij nieuwe woningbouwlocaties en herontwikkelingen. We zorgen

taken op het gebied van faunabeheer zijn beschreven, met mogelijke verbeteringen daar-

zelf voor de aanplant van bomen, zodat het aantal bomen in gemeentelijk beheer in 2030

in. Ook zijn de consequenties voor het gemeentelijk handelen uitgewerkt bij onder meer

20% hoger ligt dan in 2018. Bij de (her)inrichting van straten en parkeerplaatsen ruimen

ruimtelijke en beheerplannen, onderhoudswerkzaamheden, dierhouderijen en jacht.

we meer plek in voor bomen en ander groen. We willen meer groene daken en gevels, plantsoenen, parkjes en waterpartijen in de gebouwde omgeving.

4.3.2 Water We zetten primair in op de waterkwantiteit (vasthouden/bufferen) en de waterkwaliteit

Naast de hoeveelheid groen is ook behoud en verbetering van de kwaliteit van het groen

(helder/schoon). Op het gebied van water voldoen we in ieder geval aan de wettelijke

van groot belang. Bij het inrichten van groen spelen de aspecten ontmoeten, veiligheid en

verplichtingen, zoals de watertoets en het waterneutraal realiseren van nieuwe ontwik-

gezondheid een belangrijke rol. Er moeten meer mogelijkheden komen om te recreëren

kelingen. Ook sluiten we aan bij de waterschapsverordening. We geven op doelmatige

en te ontmoeten in de stad, waarbij groen en natuur toegankelijk(er) zijn voor iedereen.

wijze invulling aan de zorgplichten ten aanzien van afval-, hemel-, grond- en drinkwater.

Stedelijk groen moet bijdragen aan een gezonde leefomgeving en levensstijl (uitnodigen

Daarnaast zetten we in op het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit.

tot bewegen, in beperkte mate toestaan van voedselproductie). Aandachtspunt voor stedelijk groen is dat het niet moet zorgen voor gevoelens van onveiligheid.

Opgave: doelmatig waterbeheer In lijn met het bestuursakkoord Water blijven we streven naar een zo doelmatig mogelijke

70

Dit betekent overigens niet dat we elke locatie op precies dezelfde manier (kunnen)

werking van de waterketen. We willen op doelmatige wijze invulling geven aan de zorg-

vergroenen. We zoeken naar de toevoeging van groen binnen de aanwezige ruimte en

plichten ten aanzien van afval-, hemel- en grondwater, en dragen een verantwoordelijk-

mogelijkheden. Sommige locaties lenen zich uitstekend voor een groene inrichting,

heid voor de zorgplicht drinkwater.

71

4

We werken aan klimaatbestendigheid, onder meer door de eis voor het klimaatneutraal realiseren van ontwikkelingen. Om te kunnen inspelen op de effecten van klimaatverandering, houden we binnen de zorgplichten meer dan voorheen rekening met extreme situaties, en waar doelmatig verkleinen we de risico’s. Ook zetten we in op een goede waterbalans tussen bebouwd en landelijk gebied: we beschermen de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater, brengen de waterstromen tussen bebouwd en landelijk gebied met elkaar in balans, en richten het beheer van retentievijvers zo doelmatig mogelijk in. Voor het speerpunt waardevol water willen we inzetten op de meest strategische locaties, en risico’s in beeld brengen als gevolg van (nieuwe) installaties in de bodem.

Doelen: • Verwerken van hemelwater voeren we uit via de voorkeursvolgorde voor waterkwaliteit (hergebruik, vasthouden/ infiltreren, bergen en afvoeren, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar de vuilriolering) en voorkeursvolgorde waterkwantiteit (hergebruik-bergen-afvoeren). • Ook op particuliere percelen wordt meer regenwater vastgehouden zodat het de kans krijgt om in de bodem te zakken. Op deze manier zijn de gevolgen van piekbuien beperkt en ontlasten we de riolering en afvalwaterwaterzuivering.

Rozeven Roosendaal

Regenwater op verharde perceeloppervlakken wordt niet meer afgevoerd naar het riool maar wordt vastgehouden op eigen terrein. Zo wordt het lokale grondwaterniveau aangevuld.

Opgave: het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit Op het gebied van water streven we ook naar veiligheid, gezondheid en omgevingskwali-

• Retentievoorzieningen voor regenwater moeten worden gemaakt vanaf 500 m2 verhard oppervlak (was 2.000 m2).

teit. Samen met het waterschap blijven we werken aan verbetering van de waterkwaliteit. Daarbij willen we openbare drinkwatervoorziening duurzaam veiligstellen. Uit onderzoek in Roosendaal is gebleken dat gemeenten er (behalve goede rioolzorg) vooral goed aan

• We zetten in op het vasthouden van bodemwater in droge (zand-)gebieden.

doen om het natuurlijke karakter van het oppervlaktewater te herstellen. Daarom werkt

We werken verdelingsafspraken uit voor grondwater (in plaats van vrij aftapbaar)

Roosendaal aan ecologische verbindingszones. Met deze zones wordt de natuurlijke

met boeren en particulieren, in relatie tot klimaatadaptatie en verdrogings-

morfologie van waterlopen hersteld, waardoor er meer zuurstof in het water komt en het

problematiek. We voeren regie op de ondergrond: dit om te voorkomen dat

zelfreinigend vermogen toeneemt. Niet door grote investeringen, maar wel door kansen

particulieren vrij ‘putten slaan’ voor wateronttrekking of warmte-koudepompen,

te pakken als die zich voordoen. Hierbij staat het watersysteem als geheel centraal inclu-

die vervolgens lekken, bodemlagen vervuilen en/of te veel bodemwater onttrekken.

sief alle functies die het vervult. Daarbij hebben we oog voor de ecologie, de morfologie (beperken piekafvoeren), de stoffen in het water én het vermijden van (nieuwe) gezond-

• Het ingezette pad van uniformering op het vlak van o.a. maaien en baggeren,

heidsrisico’s. Mooi en schoon water helpt ook om de leefbaarheid van Roosendaal te

meten en monitoren, centraal databeheer, asset management, kostentoerekening

verhogen. Het vigerende Waterplan Roosendaal is opgesteld in nauwe samenwerking met

en incidentenbeheersing zetten we door. We streven als waterpartners naar

Waterschap Brabantse Delta, Provincie Noord-Brabant en drinkwaterbedrijf Brabant Water

synergie door gezamenlijk infrastructurele werkzaamheden te plannen en

en hoewel al daterend van 2005, nog steeds waardevol. Voor een goede kwaliteit van ons

verhogen daarmee tevens de kwaliteit.

water blijven we handelen in lijn met de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Grondwaterrichtlijn (GWR).

• Voldoende gebiedskennis en systeemkennis zijn van belang om de juiste investeringsbeslissingen te kunnen nemen. Met het verminderen van de afhankelijk-

4.3.3 Duurzaamheid

heid van derden ontwikkelen we eigen kennis en blijven we goed in staat om

Opgave: terugdringen van CO2-uitstoot via een energietransitie

projecten in regie uit te voeren. Zeker op het gebied van assetmanagement en

Roosendaal wil in lijn met nationale en regionale ambities in 2050 zo goed als CO2-

klimaatadaptatie kunnen we nog veel kennis uitwisselen tussen de waterketen-

neutraal zijn, en in 2030 halverwege. Roosendaal ligt in 2050 in een afvalloze regio

partners onderling en daarbuiten.

waar afval wordt gewaardeerd als grondstof en waar de economie circulair is ingericht. Roosendaal heeft een schone leefomgeving waar zoveel mogelijk duurzame energie

72

73

4

wordt opgewekt, warmte wordt bespaard en via groene daken verkoeling en CO2-opvang wordt gerealiseerd. Een flink aantal zaken is vastgelegd in de Regionale Energiestrategie

• Tot 2030 geen extra windturbines realiseren. Wel onderzoeken of kleine turbines

(RES), de zonnevisie en het programma Verduursamen, of wordt gerealiseerd via het

(ashoogte 15 m, wiekhoogte 21 m) bij boerenbedrijven kunnen worden geplaatst,

warmtenet van het DER (Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal) en het duurzaam inrichten

om in combinatie met zon-op-dak, zon-op-loodsen en zon-boven-veld

van nieuwe woongebieden.

(bijvoorbeeld boven fruit of uitloopkippen) in een groot deel van de eigen energiebehoefte van bedrijven te voorzien. Inzet is om bedrijven zoveel mogelijk zelfvoorzienend van elektriciteit te laten zijn. We realiseren geen nieuwe

De opgaven voor de energietransitie zijn:

aansluitingen op het Enexis-net, maar opwek, gebruik en opslag op eigen bedrijf. Zonne-energie en windenergie bij bedrijven leveren in principe niet terug aan het

• Terugdringen energieverbruik door isoleren en besparen. • Duurzaam opwekken van energie. 14% van alle energieverbruik in Roosendaal

net (om overbelasting te voorkomen). • De DER benut de restwarmte van de afvalcentrale als voeding voor het lokale

wordt in 2021 duurzaam opgewekt. In 2030 wordt in Roosendaal 68 GWh

warmtenet. Voorlopig blijft afvalverbranding de belangrijkste bron. We hebben als

elektriciteit duurzaam opgewekt door wind of zonne-energie-op-land, 68 GWh

doel dat er in de toekomst (bijna) geen afval meer is. Zolang dit er nog is

via grote projecten (meer dan 100 panelen), zon-op-dak (of gevel), en zo veel

benutten we het, tegelijkertijd werken we aan andere, duurzame bronnen.

mogelijk zonnepanelen op woningen. • Het gebruik van waterstof als duurzame brandstof wordt uitgebreid, onder andere • Elektriciteits- en warmte-infrastructuur op orde (dus flink uitbreiden).

voor verduurzamen van het openbaar vervoer en de transportsector.

• We willen onder inwoners een beweging op gang brengen om de energie-, voedsel- en circulaire transitie te realiseren. Elektriciteits- en warmte-infrastructuur op orde: • Het stimuleren van het gebruik van buisleidingen vermindert de CO2-uitstoot aanzienlijk doordat het (vracht)auto’s, schepen en goederentreinen vervangt.

• Energie-infrastructuur zo vormgeven dat deze het verduurzamen van woningen, bedrijven en mobiliteit mogelijk maakt. Open toegankelijk warmtenet (voor

• De gemeente vervult een voorbeeldrol.

leveranciers van warmte) maakt toekomstige overstap naar andere bronnen dan afvalverbranding mogelijk. Regionale koppeling warmtenet biedt schaal om geothermie toe te passen plus back up-systeem. Extra HS-station naast bestaande (in De Wig).

Duurzaam opwekken van energie: • Geothermie is kansrijk, maar duur, dus daar is grote schaal voor nodig. Mede • 2030: 75 ha zon op veld, en overal zoveel mogelijk zon op dak of gevel en/of groene daken.

daarom is het van strategisch belang om grotere warmtenetten te koppelen. We werken aan een regionaal warmtenet Bergen op Zoom-RoosendaalAmernet-Heusden.

• Er wordt tot 2030 maximaal 75 ha zonneweiden gerealiseerd in het buitengebied; deze zijn allen al gerealiseerd of in voorbereiding. Bestaand beleid geeft

• De precieze toekomst van warmtenetten is nog niet zeker, we onderzoeken de

deze maximale ruimte voor zonneweiden aan, inclusief compensatieplicht en

mogelijkheden. Een aantal overwegingen uit de Warmtetransitievisie:

landschappelijke inpassing. Naast de realisatie van 75 ha wordt gekeken naar

- Opwaardering van het net is van belang, inclusief HS/MS-stations. Bij de

zon-op-dak, en dubbel ruimtegebruik (bijvoorbeeld combineren van bedrijfs-

ontwikkeling van warmtenetten sluiten we aan bij het bestaande DER-net.

functies, parkeren, teelt of kippen onder zon-dak).

- Het warmtenet bestaat uit twee delen. Het net is een investering voor 40, 50

• Zon-op-dak bij woningen en bedrijven wordt gestimuleerd. In 2030 is tenminste 25% van het dakoppervlak van grote bedrijven bedekt met zonnepanelen; in 2050 benutten we alle realistische ‘dakpotentie’ van zowel grote gebouwen als woningen: in totaal circa 45% van het totale dakoppervlak.

jaar; de warmtebron is voorlopig voor 15 jaar (Suez), maar op termijn zijn

andere bronnen mogelijk. Het net vormt een grotere investering dan de bron. - Corporatiebezit is een motor om een en ander aan te zwengelen. - Opslag in wijk of buurt van warmte en/of duurzaam opgewekte elektriciteit wordt belangrijk. Om elektriciteitsnet niet te zwaar te belasten (ook) sturen op lokaal gebruiken/opwekken. Netschaarste moet worden voorkomen (o.a. m.e.r. initiatieven ‘“achter de aansluiting”).

74

75

OPGAVE: Verduurzamen van de woningvoorraad • De buisleidingenstraat kan een belangrijke rol spelen, onder andere door in de

In 2050 willen we een woningvoorraad die vrijwel CO2-neutraal is. Dat betekent:

buisleidingenstraat midden- of hoogspanningskabels of warmte transport-

uitstekend geïsoleerde woningen die grotendeels gebruik maken van duurzaam

leidingen aan te leggen. Ook biedt deze kansen voor gemeente en bedrijven voor

opgewekte energie. Daarmee wordt zowel de woning verwarmd als de elektriciteitsvraag

innovatieve toepassingen als CO2-transport, waterstoftransport of het vervoer

gedekt. Waar mogelijk wordt de duurzame energie zo nabij mogelijk gewonnen uit water,

van hoogcalorisch aardgas in een bestaande laag calorische aardgasleiding.

wind, zon en bodem. Bewoners houden zelf de keuze op welke manier zij aan hun

4

energievraag willen voldoen: via individuele oplossingen of collectief. De gemeente ziet • Het elektriciteitsnet kan de toename van de vraag naar elektriciteit en van het

erop toe dat voor elke woning een collectieve aansluitmogelijkheid beschikbaar blijft.

lokaal geproduceerde aanbod aan. Daarom worden nieuwe aanvragen voor zonnepanelen, windmolens en laadpaalstations in een vroeg stadium afgestemd

Duurzame woningen zijn ook gezonde en comfortabele woningen. Woningen hebben

met de netbeheerder Enexis. Hoogspanningsstation Tennet (in de Wig) wordt

een gezond binnenklimaat met voldoende ventilatie, combineren energie- en water-

uitgebreid, er zijn voldoende MS-stations van Enexis aanwezig (en tijdig gereali-

besparende maatregelen met comfort en gebruiksgemak, en minimaliseren de uitstoot

seerd) om verdergaande elektrificering en teruglevering aan te kunnen.

van fijnstof en CO2.

• Ruimte voor energie-pilots om de toepassingsmogelijkheden van technische en sociale innovatie te verkennen.

Nieuwe woningen en wijken/buurten/gebieden worden duurzaam, klimaat- en natuur inclusief ingericht. Dus we bouwen met name op ‘droge’ plekken, of zetten slimme innovatieve oplossingen in om te bouwen op ‘natte’ plekken. Waterberging en- stromen krijgen meestal een plaats op natuurlijke logische plekken. Een gezonde leefomgeving is belangrijk, met schone lucht, veel groen en die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten.

Stimuleren inwoners, ruimte voor innovatie en voorbeeldrol gemeente:

Er wordt bij zowel nieuwe als bestaande wijken aandacht besteedt aan een zo goed mogelijke bereikbaarheid per hoogwaardig ov en fiets. Nieuwe wijken en woningen

• Faciliteren van duurzaamheidsinitiatieven; stimuleren van draagvlak bij, partici-

worden zongericht ontworpen.

patie met, en proactieve communicatie naar inwoners. We willen een circulaire economie en circulair bouwen stimuleren. Het is van belang dat • We stimuleren en faciliteren bewonersinitiatieven die bijdragen aan het realiseren

sloop van bestaande bebouwing duurzaam plaatsvindt, met maximale recycling van ma-

van een betere fietsinfrastructuur. Bij nieuwe grootschalige energieprojecten

terialen. Voor nieuwbouw kunnen circulair aanbesteden en materialenpaspoorten worden

streven we naar 50% participatie (in eigendom) door lokale inwoners en bedrijven.

ingezet. Met de bouw van ons nieuwe stadskantoor stellen we een inspirerend voorbeeld op dit gebied.

• De gemeente vervult een voorbeeldrol op het gebied van duurzaamheid. Het nieuwe stadskantoor wordt zo duurzaam mogelijk verbouwd; alle beheer en

Nieuwe woningen worden aardgasvrij opgeleverd. Voor bestaande woningen (huur en

onderhoud van de gemeente en het gebruik van eigen panden wordt duurzaam

koop) werkt de gemeente een warmte transitievisie en een bijbehorend uitvoerings-

uitgevoerd.

programma uit. Daarin staat onder meer welke wijken, buurten of gebieden als eerste aardgasvrij zullen worden gemaakt. Op zijn vroegst 8 jaar ná vaststelling van het uitvoe-

• Flink uitbreiden van het aantal laadpalen.

ringsprogramma zullen de eerste wijken of buurten daadwerkelijk worden afgekoppeld. Omdat in alle gevallen - ook als we verder niets veranderen - isoleren en besparen tot

• We bieden ruimte voor pilots met betrekking tot innovatieve vormen van opwek

CO2-reductie én kostenbesparing leidt, zetten we de komende jaren stevig in op en

en opslag van energie, voor proefprojecten met betrekking tot het gebruik van

stimuleren we actief verdergaande isolatie en energiebesparende (‘no regret’) maat-

waterstof (voor industrie, logistiek en/of verwarming van gebouwen) en voor nog

regelen van woningen.

onbekende technieken die kunnen bijdragen aan de energietransitie. We onderzoeken in samenwerking met bedrijven of aansluiting op de buisleidingenstraat

Inwoners van oudere wijken en met lagere inkomens hebben minder kans om zelf hier-

voor waterstofprojecten en/of aantakken op restwarmte van Moerdijk kansen

aan vorm te geven. Dit kan leiden tot een ongewenste tweedeling en ‘energie-armoede’

biedt voor verdere verduurzaming van bedrijven of gebouwen.

(oplopende energiekosten die vooral diegenen raken die niet kunnen investeren in duurzame en op termijn goedkopere nieuwe warmte- en elektriciteitsbronnen).

76

77

Om groeiende ruimtelijke en maatschappelijke tegenstellingen te voorkomen willen we

4.3.4 Klimaatadaptatie

juist daar met overheidsmiddelen positieve effecten van de transitie het eerst laten landen

OPGAVE: een duurzame ontwikkeling tot een klimaatadaptieve stad

(ruimere, groenere, schonere leefomgeving; comfortabele woning en energievoorziening

We werken aan een klimaatbestendig Roosendaal door maatregelen te nemen tegen

op basis van woonlastenneutraliteit). Via fondsen, financiële regelingen, socialisering van

overlast van overvloedige regenval, overstromingen, droogte en hitte. Door hittestress en

kosten en bijdragen vanuit Rijk/provincie /EU zorgen we ervoor dat de energietransitie

stijgende temperaturen staat het leefklimaat in de stad onder druk. Door het versterken

voor iedereen betaalbaar blijft en voordelen biedt.

van het bodem- en watersysteem spelen we in op de veranderende weersomstandig-

4

heden. Hiermee wordt de sponswerking van de bodem beter benut. Bij nieuwe ontwikkelingen vragen we meer ruimte voor het vasthouden van water. We zorgen voor schaduw Doelen:

op trottoirs en voldoende koele plekken in de stad. Daarnaast passen we de keuze van beplanting aan op het veranderende klimaat. Zo ontstaat een klimaat adaptieve leef-

• Alle nieuwbouw is aardgasvrij en bijna-energieneutraal. De eerste wijken zijn in

omgeving.

2030 aardgasvrij of aardgasvrij-gereed. Hoewel piekbuien zich beperkt voordoen, is er een aantal plaatsen in de stad waar in • We streven naar minimaal een gemiddeld energielabel B in de bestaande woningvoorraad in 2030.

die gevallen te veel water naartoe stroomt en schade toe kan brengen. Om de visie te realiseren moet onder andere het watersysteem in het bebouwde en landelijke gebied tegen een stootje kunnen. In 2050 moeten het watersysteem en de waterketen in staat

• In 2030 is het energiegebruik voor warmte 15% minder dan in 2020 (door besparen en isoleren).

zijn om verstoringen op te vangen, waardoor nieuwe ontwikkelingen geen bedreiging vormen. Ook dient op basis van de Kaderrichtlijn Water in 2027 de gewenste chemische en ecologische toestand van het watersysteem te zijn bereikt.

• In 2050 is de woningvoorraad energieneutraal (een eventuele plus bij de ene woning is daarbij te verevenen met een min bij een andere).

Samen met het waterschap werken we aan klimaat robuuste natuurrijke beken en we gaan daarbij veel verder dan de geijkte opgaven voor ecologische verbindingszones. Hier-

• Alle nieuwbouw heeft oog voor water. We zorgen voor gescheiden inzameling

mee zorgen we ervoor dat enerzijds water wordt vastgehouden in boven lopen waardoor

van hemelwater, infiltratie van hemelwater dat op verharding valt rond de woning

de verdroging van het landelijk gebied en natuurgebieden wordt beperkt en anderzijds

en hergebruik van hemelwater.

voorkomen we dat stedelijk gebied met wateroverlast te kampen krijgt. Ook zetten we in op verantwoord watergebruik. Om de impact van klimaatverandering te verminderen is het ook een opgave om stedelijk gebied te ontharden door onder andere bedrijventerreinen groener te maken (inclusief de verouderde bedrijventerreinen). We zetten in op vergroening van bebouwd gebied, en nieuwe woningen, gebouwen en gebieden moeten klimaatadaptief ontworpen worden. De opgave van klimaatadaptatie is verweven met verschillende andere thema’s en opgaven. Zo zijn ook bij de opgaven van vergroening (4.3.1), water (4.3.2) en duurzaamheid (4.3.3) aspecten van klimaatadaptatie aan bod gekomen. Van belang is dan ook dat klimaatadaptatie integraal als opgave wordt meegenomen in de inrichting van de fysieke leefomgeving. 4.3.5 Milieuveiligheid en -hinder Op het gebied van milieuveiligheid en -hinder geldt in elk geval dat elke nieuwe ontwikkeling wordt getoetst aan de wettelijke normen. De gemeente Roosendaal werkt momenteel nog aan haar eigen milieubeleid, op verschillende aspecten. Zo worden onder meer de nieuwe aandachtsgebieden veiligheid onder de Omgevingswet in kaart gebracht, en stellen we beleidskaders op met betrekking tot geluid.

Met betrekking tot achtergrondbelasting geur ten gevolge van intensieve veehouderij is het beleidsvoornemen om mitigerende maatregelen te verankeren in de Omgevingsvisie en daaruit voortvloeiende omgevingsplannen.

78

79

Externe veiligheid OPGAVE: zorgen voor een schoon milieu dat bijdraagt aan de gezondheid van de inwoners

het algemeen tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, geur, stof, geluid en

In dit kader hebben we de opgave om te zorgen voor schone lucht. Actueel liggen de

externe veiligheid. Om op deze aspecten specifieker beleid te kunnen voeren, brengen

concentraties aan vervuilende stoffen in de lucht beneden de wettelijke grenswaarden,

we de huidige situatie nog in kaart.

4

maar dit dient wel actief bewaakt te worden en indien nodig zullen we regulerend optreden. Luchtkwaliteit staat continu onder druk wegens het vele verkeer en de bedrijvigheid. Externe veiligheid Risicocontour

Nieuwe ontwikkeling mag in ieder geval niet bijdragen aan verslechtering van de lucht-

Buisleidingen

kwaliteit. Voor het verbeteren van onze luchtkwaliteit zetten we in op het stimuleren van

Hoogspanningsleidingen

schoner vervoer in onze stad. Ook de ingezette energietransitie gaat bijdragen aan een

LPG Emplacement

verbeterde luchtkwaliteit. Door regionale samenwerking gaan we werken aan het

Risicocontour Opslag

verbeteren van de achtergrondbelasting en verminderde uitstoot van stikstof ten gunste

Buisleidingen

Overig

van onze leefomgeving en omliggende natuurgebieden.

Hoogspanningsleidingen LPG

Kwetsbare objecten

Emplacement Opslag

Een goede kwaliteit van lucht, bodem, water en voldoende natuur is noodzakelijk om een

Overig

Spoor Snelwegen

gezonde en veilige fysieke leefomgeving te kunnen bereiken en behouden. Een draag-

Kwetsbare objecten

krachtige bodem en goed functionerend bodemwatersysteem is daarom zowel in het

Wegen Snelwegen

Spoor

Hoofdwegen

Hoofdwegen

Leidingenstraat

stedelijk als in het landelijk gebied van belang. Hierbij sluiten we aan bij het landelijk beleid

Wegen

Water Leidingenstraat

uit de NOVI. Tot nu toe hebben we vooral gekeken of de (chemische) kwaliteit van de

Water

Groen

bodem en het grondwater geschikt is voor de beoogde functie. De bodem en onder-

Groen

grond maken echter deel uit van het natuurlijk systeem en zijn daarmee onlosmakelijk

Voorzieningen

onderdeel van duurzame oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Zo biedt de

AgrarischBedrijventerrein terrein

Woonterrein Woonterrein Voorzieningen

Bedrijventerrein

Gemeentegrens

Agrarisch terrein

ondergrond kansen, maar ook risico’s voor de energieopgave door het gebruik van 0

bodemenergie en geothermie, en maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie. Hiervoor verwachten we nieuwe wetgeving.

Externe veiligheid en risicobronnen in Roosendaal

0

1

1

2 kilometer

Gemeentegrens

2 kilometer

Om deze reden werken we nog aan het opstellen van kaders en regels met betrekking tot de bodem. Daarbij brengen we de ondergrondkwaliteiten in beeld, maar ook de

De hoeveelheid sporen in Roosendaal, het emplacement en de koppeling van diverse

maatschappelijke opgaven in relatie tot bodem en de consequenties daarvan. Daarbij

transportassen op internationaal niveau maken dat het externe veiligheidsaspect in toe-

onderzoeken we ook bedreigingen zoals verdroging, vermesting, verarming, verdichting

nemende mate van invloed is op onze ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden.

en verzilting. In het algemeen geldt dat we als gemeente weinig invloed hebben op risico’s die van Ook op gebouwniveau is milieuveiligheid van belang. Zo streven we naar het gebruik van

buitenaf (extern) bedreigend zijn (zoals incidenten met gevaarlijke stoffen). Onze inwo-

duurzame materialen die rekening houden met het milieu en de gezondheid van bewoners

ners moeten er wel op kunnen vertrouwen dat de overheid maatregelen heeft getroffen

en gebruikers. Daarnaast is een gezond binnenmilieu door goede ventilatie belangrijk,

om deze incidenten te voorkomen of de gevolgen te beperken. Daadkrachtige crisis-

zowel in nieuwe als bestaande gebouwen.

beheersing is dan van belang.

OPGAVE: Zorgen voor een goed evenwicht tussen (milieu- en gezondheids-) risico’s en de

Het gaat bij crisisbeheersing ook om de risico’s die komen door het klimaat c.q. klimaat-

omgeving

verandering, zoals het tegengaan van hittestress, (natuur)branden en het beheersen van

We willen onze inwoners veilig en gezond laten leven. Tevens is er ruimte nodig voor

overstromingsrisico’s. Extreme hitte heeft een groot aantal gevolgen, bijvoorbeeld voor

economische activiteiten. Hoe kunnen we die beperkte ruimte veilig benutten en de

de gezondheid van mensen, voor de buitenruimte en de leefbaarheid in de stad. Hitte

hinder en risico’s die inwoners (en bezoekers) lopen door allerlei activiteiten in hun

buiten beïnvloedt het comfort in gebouwen. Ook heeft hitte gevolgen voor andere

omgeving zoveel mogelijk beperken?

aspecten van de leefomgeving, waaronder infrastructuur, drinkwater en oppervlaktewater. De kans van de gevolgen van de overstromingen wordt verkleind door een sterke regio-

Met milieuzonering wordt een noodzakelijke ruimtelijke scheiding aangebracht tussen

nale waterkering, een klimaatrobuuste inrichting van het achterland en een doelmatige

milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies (zoals woningen), ter bescher-

crisisbeheersing.

ming of vergroting van de kwaliteit van de leefomgeving. Milieuzonering beperkt zich in

80

81

We werken aan fysieke veiligheid. Wij vinden het belangrijk risico’s bij branden, rampen

OPGAVE: Drinkwaterbescherming

en crisis te beperken en te beheersen, zoals bijvoorbeeld ongevallen op het spoor of

Door de energietransitie worden nieuwe partijen actief in de ondergrond. Toepassing

verstoring van de energie- of drinkwatervoorziening. Hiervoor werken we samen met de

van bodemwarmtesystemen mag niet leiden tot het doordringen van vervuiling naar het

veiligheidsregio.

diepere grondwater (drinkwater). Klimaatverandering is ook van invloed op de bodem-

4

temperatuur. In het belang van de drinkwatervoorziening moet (te grote) opwarming van Buisleidingen kunnen het transport door (vracht-) auto’s, schepen en goederentreinen

waterleidingen worden voorkomen.

vervangen. De reductie in het gebruik van andere manieren van transport van gevaarlijke stoffen dan buisleidingen vermindert ook de verkeersbewegingen waardoor dit een

OPGAVE: Energietransitie

bijdrage levert aan een betere luchtkwaliteit.

De opgave om in 2050 aardgasvrij te zijn heeft grote impact op het ruimtebeslag in de ondergrond. Overstappen op all-electric verwarming van huizen of op een warmtenet

Vrijwel alle ruimtelijke ingrepen bovengronds hebben ook effect op het gebruik van de

zorgt voor een grote toename van kabels en leidingen in de ondergrond. Naast “verwar-

ondergrond. De energietransitie en de klimaatopgaven vragen veel van de ondergrondse

men van woningen” zorgt ook “koelen” voor een grotere vraag naar elektriciteit, net als

ruimte, die op veel plekken nu al intensief wordt gebruikt. Niet alles zal passen binnen de

de steeds verdergaande elektrificering van vervoer, koken en huishoudelijke apparaten.

beschikbare ruimte, dus er zullen steeds vaker keuzes moeten worden gemaakt. De lokale opwek van stroom via zonnepanelen leidt daarnaast ook tot een zwaarder gebruik van het netwerk voor teruglevering aan het net. Dit alles noodzaakt een verzwaring van het elektriciteitsnetwerk, meer kabels, extra transformatorhuisjes en in de toekomst waarschijnlijk ook opslagvoorzieningen voor elektriciteit. OPGAVE: Warmtewinning en -opslag Een belangrijk onderdeel van de energietransitie heeft betrekking op het verwarmen van woningen. De komende jaren wordt duidelijk hoe dit verder vorm krijgt: via all-electric of hybride warmtepompen per woning, middels kleinschalig collectieve oplossingen per woonblok of straat, via warmtenetten, met gebruik van aardwarmte, met warmte-koudeopslagssystemen etc. Meerdere installaties voor warmtewinning/-opslag in de ondergrond in elkaars nabijheid kunnen elkaar gaan beconcurreren. Ruimtelijke planning hiervan is nodig om onderlinge interferentie/concurrentie en daarmee teruglopen van de effectiviteit van warmtesystemen te voorkomen en om voldoende ruimte te bieden aan andere functies in de ondergrond. OPGAVE: Klimaatadaptatie en Roosendaal Natuurstad Ruimtegebrek in de ondergrond is een belemmering voor het (op de juiste plaats) planten van bomen.

Voldoende ondergrondse ruimte is een belangrijke opgave voor het behalen van de doelstellingen van Roosendaal Natuurstad. Door de benodigde ondergrondse ruimte voor boomwortels leidt dit tot concurrentie met kabels, leidingen en ondergrondse afvalcontainers. Het gebruik van de ondergrondse ruimte

OPGAVE: Verdichting stedelijke bebouwing Verdichting bovengronds betekent ook extra drukte in de ondergrond: 5G- en glasvezelnetwerk, riolering, ondergrondse afvalcontainers, parkeergarages, de hiervoor al benoemde elektriciteits- en warmte-infrastructuur, funderingen, boomwortels, waterberging etc. Alle opgaven bij elkaar kunnen ertoe leiden dat niet voor alles voldoende ruimte beschikbaar is, of grote kosten met zich meebrengt door “herschikkingen, c.q. verleggingen van bestaande ondergrondse infrastructuur. Dit maakt, zeker in stedelijk gebied, een integrale aanpak van nutsvoorzieningen nodig.

82

83

4.4 SOCIAAL

4

Doelen Roosendaal is een inclusieve gemeente. Iedereen krijgt de kans volwaardig mee te doen • Een blijvend schone en veilige drinkwatervoorziening.

aan de samenleving ongeacht afkomst of beperking. Dit leidt in het sociale domein tot de centrale doelstelling: bestrijden van kansenarmoede. Daarmee willen we de groeiende

• Voor warmte, energie, drinkwater, afvalcontainers, riolering, 5G-kabelnetwerk en

kloof tussen kansrijk en kansarm, tussen hoog- en laagopgeleid, tussen veilige en minder

overige kabels en leidingen nemen we voldoende boven- en ondergrondse

veilige plekken, tussen gezond en ongezond, tussen jong en oud, en tussen wijken en

ruimte op in het Omgevingsplan en zorgen we voor goede onderlinge afstem-

buurten verkleinen. De sociale opgaven die hieruit volgen zijn:

ming van de verschillende ondergrondse functies.

• Werken aan fysieke en sociale toegankelijkheid; • Werken aan sociale verbondenheid & ontmoeting;

• In de bebouwde omgeving willen we voldoende netwerkcapaciteit om de

• Werken aan gezonde leefstijl;

verduurzaming van woningen en vervoer te kunnen realiseren. In de (regionale)

• Werken aan gezond en veilig opgroeiklimaat;

netwerk-capaciteitsplanning worden bij netschaarste afspraken gemaakt over de

• Werken aan gelegenheid tot ontspanning.

verdeling van de capaciteit over gebieden. Bij het maken van die afspraken heeft voor Roosendaal het reserveren van voldoende netcapaciteit voor de woon-

Veel uitwerkingen die hieruit volgen hebben geen ruimtelijk effect, en blijven in deze

gebieden prioriteit, zodat de energietransitie van de inwoners niet wordt

omgevingsvisie daarom buiten beschouwing. Maar op onderdelen is er wél een relatie

belemmerd. Roosendaal pleit er bij hogere overheden voor deze prioritering

met de fysiek leefomgeving. Die onderdelen krijgen in deze paragraaf een plek.

wettelijk mogelijk te maken. 4.4.1 Gezondheid • Bij het uitwerken van de warmteplannen per wijk, buurt, gebied of dorp plannen

De druk op de gezondheidszorg is groot, en groeit. Dit is heel zichtbaar tijdens de

we niet alleen de warmte-infrastructuur, maar werken we een integrale visie op

coronapandemie, maar die tendens is al langer gaande. Door vergrijzing komen er meer

de ondergrond in het betreffende gebied uit.

ouderen, die meer zorg vragen. Die zorg is op hogere leeftijd bovendien complexer en duurder. Tegelijkertijd nemen de medische mogelijkheden enorm toe, wat fijn is met het

• We willen dat nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en ondergrondse stedelijke voorzieningen optimaal bijdragen aan een gezond en aangenaam

oog op de gezondheid van inwoners, maar ook weer een extra druk (in menskracht en geld) op de zorg legt.

leefklimaat. Bij de aanleg van nieuwe- en reconstructies van bestaand ondergrondse infrastructuur houden we in het ontwerp zoveel mogelijk rekening met

De vraag naar zorg is ook niet evenwichtig verdeeld. Behalve ouderen hebben ook

toekomstige nieuwe ondergrondse functies. Bij de ontwikkeling van ruimtelijke

mensen met een lagere opleiding vaak meer zorgvraag. Gemiddeld leven zij volgens

plannen betrekken we de ondergrondse functies vanaf het eerste moment in de

het CBS (2020) in Nederland 6 jaar korter, en bovendien bij 15 jaar minder in de goede

planvorming. Bij de inrichting van gebieden reserveren we bovengronds voldoende

gezondheid. Laagopgeleide inwoners hebben bijna zes keer zo vaak diabetes, twee of drie

ruimte om de ondergronds infrastructuur mogelijk te maken.

keer vaker COPD (longziekte), ruim twee keer zoveel chronische stress of depressies en ruim tweeënhalf keer zo vaak obesitas. Bovendien sterven in armere wijken baby’s veel vaker voor de geboorte. De oorzaken zijn complex en veelzijdig. Lagere inkomens leiden aantoonbaar tot een ongezondere leefstijl (meer roken, minder bewegen) en daarmee ook vaker tot overgewicht. Slechtere huizen leiden tot een toename van allergieën. De mentale frustratie groeit als er steeds meer mensen met een verslaving of psychische problematiek in de straat of aan hetzelfde portiek komen wonen, of als schulden zich opstapelen. Behalve tot oplopende verschillen tussen wijken, leidt dit ook tot een steeds verdere afname van het vertrouwen in de overheid. De grootste sleutel tot bijsturing ligt in preventie. Positieve gezondheid gaat uit van het verbeteren van de leefstijl en de leefomgeving van inwoners, zodat zij zowel fysiek als mentaal gezonder worden. Vanuit ‘zorg’ gezien gaat het dus meer om voorkomen dan om genezen.

84

85

4

Naast beleid op het gebied van welzijn, zorg, werk en inkomen en onderwijs, heeft dit ook een fysieke component. Veel groen en blauw, schone lucht, ruimte om te bewegen en ontmoeten in de directe leefomgeving dragen aantoonbaar bij aan een positieve gezondheid. Uit onderzoek blijkt dat minder stress, een gezondere leefomgeving met schone lucht en veel groen, ruimte voor ontmoeten en meedoen (in de openbare ruimte en in gebouwen),

Gemeentegrens

ergens bij horen, zingeving, bewegen en een gezond eetpatroon de gezondheid aan-

Locatie nieuwbouw Bravis

merkelijk kunnen verbeteren. Dat vraagt inzet van de mensen zelf, maar ook regie op

apotheek

ruimtelijke ontwikkeling en gedragsbeïnvloeding via bijvoorbeeld aan de zorgverzekering

tandarts

Huidige locatie Bravis AED huisarts Gemeentegrens

Huidige locatie Bravis

ziekenhuis

Locatie nieuwbouw Bravis overig

gekoppelde leefstijlprogramma’s. Het inzetten op dit soort samenhangende preventieve

Spoor

AED

Wegen

opgaven noemen we ‘positieve gezondheid’.

apotheek

Groen

huisarts Woonterrein Voorzieningen

tandarts

Bedrijventerrein

ziekenhuis Agrarisch terrein overig Overig

Voor de ruimtelijke opgaven betekent dit dat Roosendaal inzet op:

Spoor Wegen Groen

• Een openbare ruimte die toegankelijk en gebruiksvriendelijke is voor iedereen.

Woonterrein Voorzieningen Bedrijventerrein

• Ruimte voor sporten, spelen, bewegen en ontmoeten in de directe

Agrarisch terrein 0

leefomgeving.

0,5

1

2 kilometer

Overig

Voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg in Roosendaal.

• Voldoende ontmoetingsruimten en ruimten voor zinvolle dagbesteding van ouderen en kwetsbaren in elke wijk of dorp. 4.4.2 Zorg • Stimuleren gebruik fiets en wandelen voor korte verplaatsingen als volwaardig alternatief voor autogebruik.

OPGAVE: faciliteren van langer thuis wonen in eigen omgeving Het huidige nieuwbouwprogramma woningen geeft prioriteit aan levensloopgeschikte 0

0,5

1

2 kilometer

woonvormen. Hierbij investeren we ook in basisvoorzieningen in de wijk: buurthuizen • Stimuleren en promoten gezondere voeding middels ‘pluktuinen’ of moestuinen

kunnen voorzieningen en activiteiten voor ouderen bieden. Ouderen en zorgbehoevende

in de wijken en de dorpen (en dit koppelen aan leefstijl- en gezonde voedings

moeten beter worden ondersteund in hun zoektocht op de woningmarkt. In het kader

programma’s).

van duurzaamheid wordt er bij nieuwbouw van woningen ook gelet op levensloopgeschiktheid van woningen. Vanuit het duurzaam exploiteren van woningen is de inzet

• Verbeteren luchtkwaliteit door vergroening van de omgeving en vermindering

ook gericht op het levensloopgeschikt maken van de bestaande woningvoorraad.

van de schadelijke uitstoot. We hebben een woonzorgvisie opgesteld, die inzet op langer, veilig thuis wonen, maar • Vergroten veiligheid in de wijken, aanpakken ‘enge plekken’. De woonomgeving is schoon, heel, veilig en aantrekkelijk.

met sociale controle. We ontwikkelen in de toekomst woningen (en omgevingen) waarin mensen gezond oud kunnen worden en leven in een voor hen passende omgeving. Dat betekent het bouwen van voldoende geschikte woningen waar mensen zich thuis voelen en voldoende ondersteuning krijgen om gezond mee te kunnen doen, en gezond en zin-

De openbare ruimte in de stad wordt intensief gebruikt. Mensen en hun gewoonten

vol aan het bestaan kunnen deelnemen. Dat betekent ook het (ver)bouwen van woningen

hebben ook invloed op gezondheid. We willen stimuleren dat mensen blijven sporten en

voor senioren nabij voorzieningen, het realiseren en behouden van voldoende buurthui-

bewegen. We behouden de goede spreiding van sportaccommodaties over de stad

zen en stamtafels, vrij toegankelijke lichte ondersteuning (Wmo), ontmoetingsplaatsen in

en ontwerpen de openbare ruimte zodanig, dat deze uitnodigt tot actief bewegen,

de buurt en optimale ondersteuning via een goede ICT-infrastructuur ten behoeve van

ontmoeten, spelen en ontspannen. Zo kan de leefomgeving bijdragen aan vermindering

domotica. Het omvormen van bestaande woningen naar levensloopbestendige woningen

van overgewicht, verlaging van de bloeddruk en verbetering van de mentale gezondheid.

moet worden gestimuleerd. Daarbij blijft overigens ook belangrijk dat wijken en buurten

De leefomgeving kan een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van het gezond-

een goede mix van woonvormen voor zowel jongere als oudere inwoners behouden.

heidspotentieel van kwetsbare groepen.

86

87

4

Gemeentegrens Speciaal onderwijs (SBAO) (VSO) Basis onderwijs (BO) Hoger beroepsonderwijs (HBO) Middelbaar beroepsonderwijs (MBO) Voortgezet onderwijs (VO)

Gemeentegrens

Spoor

Speciaal onderwijs (SBAO) (VSO) Water Snelwegen Basis onderwijs (BO) Wegen

Hoger beroepsonderwijs (HBO)

Groen

Middelbaar beroepsonderwijs (MBO) Woonterrein Voorzieningen Voortgezet onderwijs (VO) Bedrijventerrein

Spoor

Agrarisch terrein

Water Overig Snelwegen Wegen Groen Woonterrein Voorzieningen Bedrijventerrein Agrarisch terrein 0

0,5

1

2 kilometer

Overig

Onderwijsinstellingen in Roosendaal

De leefomgeving voor studenten kan wel worden verbeterd, door het faciliteren van studieplekken en (op beperkte schaal) huisvesting in de stad, het verduurzamen van de onderwijslocaties (inmiddels in gang gezet) en het vergroenen van omgeving van de Heilig Hart kerk

onderwijsinstellingen.

0

0,5

1

2 kilometer

Een belangrijke vraag voor de toekomst is of moet worden nagedacht over een campus Er is ruimte voor nieuwe woonzorgconcepten, zoals een ‘bejaardenhuis nieuwe stijl’ en

waar alle voortgezette opleidingen worden gecombineerd. In het Vlietpark zien we

vernieuwende financieringsconstructies om verhuizen betaalbaar te maken.

goede mogelijkheden voor het clusteren van mbo+/hbo opleidingen. Een alternatief is het ontwikkelen van een centrale locatie voor de voorzieningen en gedecentraliseerde

4.4.3 Onderwijs

onderwijslocaties, bijvoorbeeld door zorgonderwijs bij het Bravis-ziekenhuis te concen-

OPGAVE: zorgen voor goed onderwijs dat aansluit bij de arbeidsmarkt

treren. Goede combinaties van praktijk en onderwijs maken het mogelijk om arbeidsmarkt

Onderwijs, van voorschoolse voorzieningen tot en met hbo, is een belangrijke voorzie-

en onderwijs beter op elkaar af te stemmen. Het vinden van stages wordt op die manier

ning voor onze inwoners. We handhaven daarom de voorzieningenstructuur, begeleiden

vereenvoudigd. Aandachtspunt daarbij is dat de (ov-)verbindingen met de bedrijven-

eventuele krimp en zetten ons blijvend in voor een sterk mbo en hbo. Wijken en (kleine)

terreinen, die belangrijk zijn voor stageplekken, momenteel onvoldoende zijn.

kernen zijn voor het basisonderwijs het meest voor de hand liggende schaalniveau. Een complete studentenstad wordt Roosendaal niet. Roosendaal is complementair aan de steden in de omgeving. Gezamenlijk bieden de steden een breed spectrum van onderwijsvoorzieningen. Roosendaal is een aantrekkelijke stad om te studeren, maar wordt niet als een studentenstad ervaren. Er is een beperkte vraag naar studentenhuisvesting, omdat de studenten relatief jong zijn in Roosendaal, en verbindingen met de omgeving goed zijn waardoor voor veel studenten wonen in Roosendaal niet noodzakelijk is. Daarbij moet worden opgemerkt dat het overgrote deel van de studenten tevreden is over het activiteitenaanbod.

88

89

De klassieke bibliotheek verschiet daarbij van kleur en krijgt naast de functie als biblioDoelen:

4

theek een functie als buurthuis, zorgcentrum en/of winkel afhankelijk van de behoefte vanuit de omgeving.

• Het doel is goed onderwijs. De (mbo, mbo+ en hbo) opleidingen in Roosendaal vormen een grote kans voor onze stad. Zowel op het gebied van cultuur en sport

4.4.5 Cultuur en evenementen

als voor de zorg- en bedrijvensector.

OPGAVE: Een krachtig en aangenaam evenementenklimaat creëren Roosendaal heeft de ambitie uit te groeien tot een echte evenementenstad. We werken in

• Roosendaal bereidt zich voor op de vestiging van bedrijven in onze stad. Met

Roosendaal aan een evenementenklimaat waarbij levendigheid en economische meer-

onderwijs en het bedrijfsleven zetten wij in op nieuwe opleidingen die aansluiten

waarde in balans zijn met leefbaarheid. Voorwaarden daarvoor zijn dat bezoekers langer

bij de (toekomstige) vraag van de arbeidsmarkt.

blijven en de verblijfskwaliteit verbetert. Roosendaal wil een aantrekkelijk klimaat creëren voor evenementenorganisatoren die economische en maatschappelijke waarde toevoe-

• Een doel is om meer aandacht te besteden aan het aantrekkelijk maken van Roosendaal voor studenten. Mogelijkheden om dit te doen zijn bijvoorbeeld:

gen. We bekijken ook of het woon- en leefklimaat op of in de omgeving van de locatie niet te sterk belast wordt.

stimuleren van ondernemers om evenementen en uitgaansgelegenheden te organiseren gericht op studenten; stimuleren en maken van de verbinding

Door cultuur en het cultureel aanbod beter te benutten en te versterken wordt de aan-

tussen werkgevers en studenten via scholen; een studentenpanel oprichten dat

trekkelijkheid van de stad voor huidige en toekomstige inwoners en bezoekers vergroot.

de behoeftes van studenten op alle thema’s oppakt (in samenwerking met JONG

Cultuur stimuleert ontmoetingen en innovatie in andere domeinen. Cultuur inspireert en

Roosendaal).

helpt inwoners creatieve vaardigheden te ontwikkelen. Cultuur is daarmee niet alleen iets voor de binnenstad, maar ook voor de wijken.

4.4.4 Maatschappelijke en openbare voorzieningen OPGAVE: Optimaliseren van het niveau van leefbaarheid Op sociaal vlak streven we naar het vergroten van de leefbaarheid. In feite geldt voor veel onderwerpen uit de omgevingsvisie dat deze bijdragen aan de leefbaarheid. Het is ook onderdeel van alle in deze visie genoemde thema’s. Instrumenten om de leefbaarheid specifiek te vergroten zijn onder andere het stimuleren van ontmoeting (bijvoorbeeld in bestaande accommodaties) of van sport en spel in de openbare ruimte. Een andere en samenhangende opgave is om te zorgen meer sociale verbondenheid. Daarbij gaat het ook om het tegengaan van eenzaamheid. Inwoners voelen zich niet geïsoleerd en hebben een netwerk om op terug te vallen. Randvoorwaarden hiervoor zijn de aanwezigheid, een goede bereikbaarheid en een optimale toegankelijkheid van ontmoetingsruimten in de openbare ruimte. Naast voorzieningen op het gebied van gezondheid, zorg of onderwijs zijn daarom maatschappelijke en openbare voorzieningen van groot belang. De fysieke opgave die hierbij hoort is het behoud en versterken van de kwaliteit van stad en dorpen, door vernieuwing en transformatie van gebouwen, openbare ruimte en buitengebied. Daarbij is ook uitbreiding van stedelijk gebied of toevoeging van functies aan het buitengebied mogelijk.

Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan de opgave om de leefbaarheid van wijken en dorpen te waarborgen, door behoud en versterking van collectieve openbare ruimte en groenblauwe structuren. In wijken en dorpscentra is zo veel als mogelijk behoud van sociaalmaatschappelijke

Festival op de grens (Plankenkoorts), © Wilfred van Tilburg

voorzieningen voor de leefbaarheid het uitgangspunt, mits er voldoende draagvlak is in

90

de directe omgeving. We organiseren voorzieningen zo veel mogelijk op het schaalniveau

Om het evenementenklimaat te versterken is het verder ontwikkelen van culturele hot-

van wijken en dorpen, omdat dit het beste aansluit bij de directe leefwereld van de inwo-

spots van belang. Het museum en de schouwburg moeten meer in verbinding worden

ners. Zorg en ondersteuning geven we vorm vanuit de leefwereld van mensen. We zien

gebracht met de aantrekkelijke binnenstad. Een manier om cultuur zichtbaar te maken is

de bibliotheek als belangrijke voorziening in wijken en dorpen in relatie tot leefbaarheid.

het stimuleren van de aanleg van kunst in de openbare ruimte.

91

4.4.6 Sociale veiligheid

In breder perspectief gaat het hierbij om regionale netwerkversterking, het ontwikkelen

OPGAVE: Sociaal veilig inrichten en beheren van de openbare ruimte

en verbinden van economische toplocaties, hoogstedelijke zones en multimodale knoop-

Het gaat hier om de zorg voor een veilige buurt voor iedereen. In de kern draait het

punten en het verbeteren van de fysieke en functionele verbindingen met andere stede-

om het welbevinden van de gebruiker van en de openbare ruimte. Straten, pleinen en

lijke regio’s en tussen kernen. We hebben daarbij de opgave om een efficiënte en veilige

parken zijn nooit een doel op zich. Inrichting en beheer staan in dienst van het gebruik.

verkeersafwikkeling voor alle vervoersgebruikers te behouden.

4

Met het ontwerp (en het beheer) van de openbare ruimte wordt invloed uitgeoefend op het veiligheidsgevoel. Aantrekkelijk ontworpen en ingerichte openbare ruimtes leveren

Uit economisch oogpunt en voor het verduurzamen van de mobiliteit is het belangrijk dat

een bijdrage aan (het gevoel van) veiligheid. Veiligheid moet onderdeel uitmaken van

Roosendaal een blijvende functie als knooppunt binnen de regio en het landelijk spoor-

het programma van eisen. Het doel is om de veiligheidsrisico’s tijdig in beeld te brengen,

netwerk behoudt (ic-station in alle richtingen). Ook dient Roosendaal via verschillende

zodat reductie van de veiligheidsrisico’s direct wordt meegenomen bij het ontwerp van

soorten mobiliteit aangehaakt te blijven op de (inter)nationale goederencorridors en

de maatregelen (proactief).

achterlandverbindingen.

OPGAVE: Tegengaan van georganiseerde criminaliteit in het buitengebied Door onze ligging in de grenszone en bijvoorbeeld het vrijkomen van agrarisch vastgoed ontstaat in het buitengebied een risico op ondermijnende criminaliteit. Een manier om dit tegen te gaan is het zoeken naar nieuwe functies of hanteren van een bouw- sloopregeling in samenhang met de regeling “landschappelijke kwaliteitsverbetering” uit de Interim Omgevingsverordening. De bouw- sloopregeling uit de Interim Omgevingsverordening zal in samenspraak met de provincie, gemeenten en anderen belanghebbenden worden uitgewerkt.

Gemeentegrens stations (NS) Wandelnetwerk Fietsnetwerk Snelwegen Hoofdwegen

Gemeentegrens Wegen Spoor stations (NS)

4.5 VERKEER EN MOBILITEIT

Water

Wandelnetwerk

Groen

Fietsnetwerk Woonterrein Voorzieningen Snelwegen Bedrijventerrein

Op het gebied van verkeer en mobiliteit maken we onderscheid tussen verkeersmanage-

Hoofdwegen

Agrarisch terrein

Wegen Overig

ment en mobiliteitsmanagement. Bij verkeersmanagement gaat het om de infrastructuur,

Spoor

die voor de verschillende vervoersmodaliteiten zorgt voor een goede en veilige bereik-

Water

baarheid. Mobiliteitsmanagement gaat over het vervoer van personen, en de verschillende

Woonterrein

Groen Voorzieningen

(duurzame) vormen van vervoer die bijdragen aan de mobiliteit van alle inwoners.

Bedrijventerrein Agrarisch terrein 0

4.5.1 Verkeersmanagement OPGAVE: zorgen voor robuuste en betrouwbare verbindingen

0,5

1

2 kilometer

Overig

Overzicht verschillende mobiliteitsnetwerken in Roosendaal

Goede bereikbaarheid is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijke woon- en werkomgeving. Onze infrastructuur is daarom toekomstbestendig, en faciliteert schoner, stiller, zuiniger en slimmer verkeer en vervoer in Roosendaal in de toekomst. We streven

(Inter)regionale samenwerking en lobby moeten ervoor zorgen dat deze dossiers op termijn

naar een sterke en robuuste positie in het regionale en landelijke netwerk. Het optimaliseren

haalbaar zijn, zowel technisch als financieel. Belangrijke projecten waarover het gaat zijn

van infrastructurele verbindingen en het beter benutten van de multimodale ontsluitings-

onder meer de ontsluiting van Tolberg (richting A58) en de realisatie van multimodale

mogelijkheden (weg, water, spoor, buis) van Roosendaal blijft een speerpunt. Voor onze

overslagpunten. Ook een dedicated goederenspoorlijn (voorheen de RoBellijn) blijft hoog

inwoners, ondernemers en bezoekers zijn wij optimaal bereikbaar, waarbij ingezet wordt

op de regionale en lokale politieke verlanglijst staan, om op die manier de verbinding met

op een breed palet aan vervoerswijzen. Multimodaliteit is dan ook een sleutelbegrip en

de Rotterdamse en Antwerpse haven te versterken en tegelijk het vervoer van gevaarlijke

voorwaarde voor de doorontwikkeling van Roosendaal. Roosendaal is en blijft een

stoffen per spoor niet langer door, maar om de bebouwde kom heen te leggen.

0

0,5

1

2 kilometer

belangrijk (boven)regionaal knooppunt in deze multimodale netwerken, wat zorgt voor een optimale bereikbaarheid.

92

93

4 Op het gebied van de ov-infrastructuur zijn in het bijzonder de volgende aspecten aan de orde: • Op termijn de ontwikkeling van een nieuw NS-station Weihoek/Bulkenaar. • In verband met de versterking van het knooppunt NS-station en de ontwikkeling in het centrum vervangen we busstation Roselaar voor een centrumhalte. • Behouden en versterken van de regionale en internationale functie van het station Roosendaal. Daartoe moet het huidige kwaliteitsniveau gegarandeerd blijven voor ic-, sprinter- en internationale verbindingen. De bestaande goede verbindingen en frequenties met de Randstad, Brabant, Zeeland en België moeten worden behouden. Uitbreiding van het gebruik van de spoorinfrastructuur door goederenvervoer mag niet ten koste gaan van het personenvervoer. • Dedicated goederenspoorlijn / goederenspoor uit de stad (omleiding) in combinatie met het uitplaatsen van de emplacementsfunctie. Dit past nu nog niet in de plannen van prorail, de NS of het rijk, maar is voor Roosendaal wel belangrijk uit zowel het oogpunt van veiligheid, binnenstedelijke ontwikkelingsruimte als economie. Snelfietsroute van Bergen op Zoom naar Roosendaal

Voor langzaam verkeer (fietsers, voetgangers) zetten we in op: Bij binnenstedelijke verbindingen vergroten we de ruimte voor de fiets, voetgangers en meer groen, door het geleidelijke terugdringen van de auto uit de binnenstad en het

• De snelfietsroute tussen Roosendaal en Bergen op Zoom.

verbeteren van de fiets- en voetgangersverbindingen tussen centrum en wijken, en tussen wijken onderling. We maken ruimte voor veilige en comfortabele voetgangers- en fietsverbindingen. Dat neemt niet weg dat we voor het autoverkeer streven naar robuuste

• Fietsparkeren nabij het NS-station (versterken regionale plaatswaarde van de stationsomgeving).

en betrouwbare verbindingen door het versterken van de samenhang tussen wegen in Roosendaal met het rijkswegennet en het onderliggend provinciaal en regionaal wegennet.

• Verbeteren van fietsverbindingen tussen kernen en steden en met bedrijventerreinen.

Doelen:

• Goede voetgangersverbindingen in en door de stad.

Voor het buitengebied kiezen we voor een systematische aanpak verkeer.

• Voetpadenstructuur ook vanuit stad en dorpen tot in en door het landelijk gebied.

Er worden oplossingen uitgewerkt die ingaan op de volgende thema’s: • Bij herinrichtingen of andere nieuwe projecten maken we onze openbare ruimte • Wegen buitengebied afstemmen op functie en gebruik met balans voor landbouw- en recreatief verkeer.

Bereikbaar, Toegankelijk en Bruikbaar (BTB) voor alle verkeersdeelnemers en gebruikers van de openbare ruimte. Bij de inrichting van de openbare ruimte en infrastructuur houden we rekening met de bereikbaarheid, toegankelijkheid en

• Voorkomen sluipverkeer en verhogen van de verkeersveiligheid, specifiek ook voor fietsers.

bruikbaarheid voor fietsers, rolstoelrijders, scootmobielers, doven, slechtzienden en mensen met een andere lichamelijke beperking.

• Beter stroomlijnen van landbouwverkeer in het buitengebied en binnen de bebouwde kommen. • Gericht uitwerken welke nieuwe functies in vrijkomende agrarische bebouwing mogelijk zijn, mede afgestemd op de capaciteit en verkeersveiligheid van de

94

wegen.

95

4

4.5.2 Mobiliteitsmanagement en ov OPGAVE: zorgen voor een goede uitwisseling van mobiliteitsvormen Multimodaliteit (gebruik van verschillende mobiliteitsvormen) en synchromodaliteit (afwisseling tussen verschillende mobiliteitsvormen die goed op elkaar aansluiten) zijn sleutelbegrippen en een voorwaarde voor de doorontwikkeling van Roosendaal. We streven naar een betere benutting van de multimodale vervoersnetwerken, en betere aansluiting tussen de verschillende modaliteiten.

Dat doen we onder meer door: • Stimuleren van het gebruik van vervoer en transport via water en rails. • Verbeteren van de ketenmobiliteit, door onder meer P&R- en fietsvoorzieningen op stations. Foto: Jannes Linders

• Nemen en stimuleren van innovatieve maatregelen; te denken valt aan actuele multimodale reisinformatie, nieuwe coöperatieve systemen, navigatie- en parkeerverwijssystemen, rijtaakondersteuning, spitsmijden. Daarmee wordt het

We zetten ook in op elektrisch rijden en bijbehorende laadsystemen in woon-, werk- en

verkeers- en vervoersysteem optimaal benut en een bijdrage geleverd aan het

verblijfsgebieden. Verder zetten we vanuit deze opgave in op innovatie en de toepassing

verduurzamen van de mobiliteit.

van nieuwe slimme (‘smart’) technieken bij voertuigen en in de infrastructuur.

• Ruimtelijke intensivering van de stationsomgevingen voor betere benutting van het openbaar vervoer. Stationsomgevingen krijgen een belangrijkere plaats in

Doelen:

de stad en worden meer en meer een plek om te verblijven in plaats van ‘transferruimte’.

• Stimuleren van openbaar vervoergebruik, door het huidige kwaliteitsniveau te garanderen voor ic-, sprinter- en internationale verbindingen. Uitbreiding van het

• Aanleg van een nieuw station nabij het ziekenhuis als vervoersknoop in een sprinternetwerk met een regionale functie.

goederenvervoer op het spoor mag niet ten koste gaan van het personenvervoer. De bestaande goede verbindingen en frequenties met de Randstad, Brabant, Zeeland en België moeten worden behouden.

• Parkeerregime moet klantvriendelijker en efficiënter (link Hart voor Binnenstad)

- Verbeteren van de ic-verbinding met de Randstad en Zeeland (twee per uur); - Behouden en versterken van de regionale en internationale functie van station

• Parkeernormen worden naar de landelijke norm aangepast.

Roosendaal, door middel van een extra versnelde treinverbinding en een extra stoptrein (dus twee stoptreinen per uur) tussen Roosendaal en Antwerpen. • Stimuleren van schoner, zuiniger en efficiënter verkeer via de weg. Zo moet het

OPGAVE: schoner, stiller, zuiniger en slimmer vervoer

toenemende aantal elektrische voertuigen worden gefaciliteerd door uitbreiding

In het Roosendaal van de toekomst willen we duurzame mobiliteit. Dat houdt in dat we

van het aantal laadpalen.

een opgave hebben om fietsen en lopen te stimuleren en gemotoriseerd verkeer te verminderen. Hierdoor verkleinen we de ruimteclaim van infrastructuur en maken we meer

• Stimuleren van (e-)fietsgebruik. Naast de benodigde infrastructuur (4.5.1) doen

plek voor duurzame mobiliteit. We stimuleren bedrijven om schone vormen van transport

we dat onder meer door promotie en marketing van ‘de fiets als alternatief’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1363/documents/36188