04e-102-Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal_Toelichting.pdf
Tekst van het document
De bedrijfsactiviteiten van het DOR zelf zijn in de zin van milieuzonering geen gevoelige functies. Conclusie Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat vanuit de optiek van 'Bedrijven en milieuzonering' geen sprake is van enige belemmering.
5.3
Verkeer
Inleiding In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Kruispuntanalyse De effecten van fase 3 op het verkeersnetwerk zijn onderzocht middels een Kruispuntanalyse. Dit rapport is toegevoegd aan bijlage 3 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Omdat locaties waar het verkeer uitwisselt (kruispunten) maatgevend zijn voor de kwaliteit van de
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
37
verkeersafwikkeling, is gekeken naar de huidige- en toekomstige situatie op de volgende drie kruispunten: 1. Aansluiting A17 – Burgemeester Freijterslaan – Mesdagstraat; 2. Aansluiting A17 – Burgemeester Freijterslaan – Wouwbaan; 3. Wouwbaan – Rosada.
Figuur 5.1: Locatie DOR en beoordeelde kruispunten Aansluiting A17 – Burgemeester Freijterslaan – Mesdagstraat De verkeerafwikkeling op dit kruispunt wordt beoordeeld als zeer goed, zowel in de huidige als in de plansituatie. Het maatgevende moment valt tijdens de avondspits in de plansituatie. De cyclustijd is dan maximaal 68 seconden en valt hiermee ruimschoots binnen de grenswaarde van 90 seconden. Op dat moment is de maximale wachtrijlengte 63 meter vanuit de Burgemeester Freijterslaan in oostelijke richting. Hier is voldoende opstellengte beschikbaar om deze wachtrij te kunnen faciliteren. Aansluiting A17 – Burgemeester Freijterslaan – Wouwbaan De verkeerafwikkeling op dit kruispunt wordt beoordeeld als zeer goed, zowel in de huidige als in de plansituatie. Het maatgevende moment doet zich voor tijdens een weekenddag, in de plansituatie. De cyclustijd is dan maximaal 68 seconden en valt hiermee ruimschoots binnen de grenswaarde van 90 seconden.
Op dat moment is de maximale wachtrijlengte 54 meter vanuit drie richtingen: Recht doorgaand verkeer vanuit de Burgemeester Freijterslaan richting de Stok Rechts afslaand verkeer vanuit de Wouwbaan richting de Burgemeester Freijterslaan Rechtdoor/rechtsaf slaand verkeer vanuit de Stok richting de Burgemeester Freijterslaan/Wouwbaan Op de laatstgenoemde richting kan het zo nu en dan voorkomen dat de Heirweg minder bereikbaar is vanuit de Stok en vanuit de Burgmeester Freijterslaan. Gezien de beperkte verkeersintensiteit op dit wegvak en het alternatief via de Wouwbaan ontstaan hier naar verwachting geen doorstromingsproblemen. Op de andere maatgevende richtingen is voldoende opstellengte beschikbaar om de wachtrij te kunnen faciliteren. Wouwbaan – Rosada De verkeerafwikkeling op de rotonde wordt beoordeeld als zeer goed, zowel in de huidige als in de plansituatie. Het maatgevende moment doet zich voor tijdens de avondspits, zowel in de huidige- als in de plansituatie. Hier kan het voorkomen dat verkeer vanuit westelijke richting moeilijk de rotonde kan oprijden doordat zij voorrang moeten verlenen aan het verkeer dat de parkeergarage bij DOR verlaat. Dit zorgt voor een gemiddeld maximale wachtrij van 35 meter. Dit vormt echter geen belemmering voor andere rijrichtingen.
Dat de rotonde het verkeer goed af kan wikkelen blijkt ook uit de IC-waard, die tijden het maatgevende moment maximaal 0,5 is en hiermee ruimschoots onder de grenswaarde van 0,8 valt. In de beoordeling van de rotonde is uitgegaan van een worst-case situatie, omdat de bypass vanaf de Wouwbaan naar Rosada niet apart kon worden opgenomen in de kruispuntwijzer. In de praktijk zal vanuit deze richting geen wachtrij ontstaan. Conclusie kruispuntanalyse Uit het gehouden onderzoek blijkt dat toename van verkeersbewegingen als gevolg van de uitbreiding
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
38
van DOR, zowel in de huidig situatie (2021) als in de toekomstige situatie (2030) goed kan worden afgewikkeld op de belangrijkste kruispunten in de omgeving. De toename van cyclustijden en I/C-waardes is zeer beperkt ten opzichte van de huidige situatie. De kwaliteit van de verkeersafwikkeling is op alle kruispunten zeer goed; er is sprake van restcapaciteit. Onderbouwing parkeren In de Onderbouwing parkeren is de toekomstige parkeersituatie beschouwd. Dit rapport is toegevoegd aan bijlage 4 van de toelichting van dit bestemmingsplan. McArthurGlen is voornemens het DOR uit te breiden met nieuwe winkels en horecavoorzieningen. Het DOR wordt uitgebreid met 6.000 m² vvo (7.500 m² bvo) detailhandel. Omdat de horeca een ondersteunende functie is en geen eigen parkeerbehoefte kent, zijn in deze studie de m² detailhandel als uitgangspunt genomen. Als gevolg van deze ontwikkeling neemt de behoefte aan parkeerplaatsen toe en verdwijnen er 434 bestaande parkeerplaatsen. Parkeerbehoefte Doel van dit onderzoek is om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn om te voldoen aan de parkeerbehoefte van de uitbreiding. Hiervoor is gebruikgemaakt van CROW-parkeerkencijfers uit publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. CROW maakt in de parkeerkencijfers onderscheid naar functie, stedelijkheid, stedelijke zone en geeft hierbinnen een bandbreedte.
Voor deze onderbouwing is uitgegaan van het volgende: • Functie: outletcentrum • Stedelijkheidsgraad: sterk stedelijk gebied • Stedelijke zone: rest bebouwde kom • Bandbreedte van 8,6 – 10,6 pp / 100 m² bvo. Er wordt gekozen voor de onderzijde van de volledig toelaatbare bandbreedte, te weten 8,6 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Afgezet tegen de omvang van de uitbreiding leidt dit tot een parkeerbehoefte van 645 parkeerplaatsen. Parkeeroplossing Uitbreiding van het DOR met een fase 3 zorgt voor wijzigingen in het parkeeraanbod: P1 wordt uitgebreid (+1.079 parkeerplaatsen) P2 komt te vervallen (-434 parkeerplaatsen) Met deze wijzigingen kan in de toekomstige situatie in de parkeerbehoefte worden voorzien. De genoemde parkeerlocaties zijn weergegeven in figuur 5.2.
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
39
Figuur 5.2: Locatie P1, P2 en brompotje rood omkaderd Parkeren tijdens piekdagen De omvang van Designer Outlet Roosendaal neemt door Fase 3 toe met 7.500 m² bvo. Dit betreft een procentuele toename van 34,2%. Met de realisatie van 218 extra 'overloop' parkeerplaatsen (bij 't Anker) wordt de parkeercapaciteit die bedoeld is voor piekmomenten (7 á 10 dagen per jaar) uitgebreid met 54,5% ten opzichte van de huidige situatie (400 piekparkeerplaatsen voor Fase 1 en 2). Dit betekent dat de uitbreiding van de parkeercapaciteit voor piekmomenten groter is dan de extra behoefte aan parkeercapaciteit voor piekmomenten die de toename in vierkante meters bvo tot gevolg heeft. Hiermee zijn er, ook na de realisatie van Fase 3, voldoende parkeerplaatsen beschikbaar voor het faciliteren van het parkeren tijdens piekmomenten. Designer Outlet Roosendaal zal de parkeersituatie en verkeersafwikkeling tijdens piekmomenten monitoren, zodat indien dit onverhoopt toch nodig zou zijn, tijdig kan worden bijgestuurd. Designer Outlet Roosendaal zal hierover afstemming blijven zoeken met de gemeente. Parkeerplaats 't Anker ligt op ongeveer 1.000 m afstand van het Designer Outlet, daarom wordt tijdens piekmomenten een shuttleservice ingezet om de bezoekers van en naar het Designer Outlet te brengen.
Conclusie parkeren Er zijn in de toekomstige situatie ruim voldoende parkeerplaatsen om te voldoen aan de parkeerbehoefte.
5.4
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Het aspect luchtkwaliteit wordt bij de besluitvorming van ruimtelijke plannen betrokken. In dat kader wordt een plan of ontwikkeling getoetst aan de voorschriften van Titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Centraal daarbij staat artikel 5.16, eerste lid, van de wet. Daarnaast moet het plan voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, op grond van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is altijd van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen, ook wanneer besluiten op grond van artikel 5.16, eerste lid, van de Wm niet beoordeeld hoeven te worden. Tot slot heeft het bevoegd gezag volgens Algemene wet bestuursrecht (Awb) als taak om belangen op een evenwichtige wijze af te wegen (art. 3.4) en besluiten deugdelijk te onderbouwen (art. 3.46).
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
40
Luchtkwaliteitseisen De Wet milieubeheer (Wm) biedt de volgende grondslagen voor de onderbouwing dat een plan voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit: 1. het project leidt niet tot overschrijding van grenswaarden (art. 5.16 lid 1 sub a); 2. het plan draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 5.16 lid 1 sub c); 3. er worden grenswaarden overschreden, maar ten gevolge van het project is er per saldo sprake van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of blijft de concentratie gelijk (art. 5.16 lid 1 sub b onder 1); 4. er worden grenswaarden overschreden, maar ten gevolge van een door het project optredend effect of een met het plan samenhangende maatregel is er per saldo sprake van een verbetering van de concentratie van de betreffende stof of blijft de concentratie gelijk (art. 5.16 lid 1 sub b onder 2); 5. het project is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of is in elk geval niet strijdig met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (art. 5.16 lid 1 sub d). Wanneer een plan voldoet aan één van bovenstaande grondslagen, kan het wat luchtkwaliteit betreft doorgang vinden. Onderzoek Het planvoornemen is getoetst aan de wettelijke kaders voor luchtkwaliteit. Dit onderzoek is toegevoegd aan bijlage 5 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Uit dit onderoek blijkt het volgende.
Uit de NSL-Monitoringstool blijkt dat de jaargemiddelde concentraties rond het Outlet ruim onder de grenswaarden uit de Wm liggen en dat de concentraties, onder invloed van dalende achtergrondconcentraties en emissiefactoren, in de toekomst verder zullen dalen (zie onderstaande tabel). Maximale Maximale Maximale Zichtjaar concentratie concentratie concentratie NO2 [µg/m3] PM10 [µg/m3] PM2.5 [µg/m3] Grenswaarden 40 40 25 2020 huidig 23,4 17,1 9,1 2030 autonoom 17,4 15,4 7,7 Tabel 5.4: Maximale concentraties rond outletcentrum uit de NSL-Monitoringstool Op P1 worden 1079 nieuwe parkeerplekken gerealiseerd door uitbreiding van de huidige parkeergarage P1. De 434 parkeerplaatsen op P2 komen te vervallen. Netto zorgt dit voor een toename van 645 parkeerplekken binnen het eigen terrein. Daarnaast zijn er parkeerplekken beschikbaar op het 'Brompotje', deze worden ook in de huidige situatie al gebruikt en hier vinden geen veranderingen in het gebruik plaats en daarmee zijn er geen veranderingen in de luchtkwaliteitsbijdrage. Voor het vaststellen van de parkeerbehoefte is Goudappel uitgegaan van CROW-kentallen voor outletcentra. Deze kentallen bieden naast de parkeerkencijfers ook kencijfers over de verkeersgeneratie. Uitgaande van dezelfde kenmerken, hoort er bij de parkeercijfers van 8,6 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO een verkeersgeneratie van 21,9 voertuigbewegingen per 100 m2 BVO.
Dit komt neer op 2,55 ritten licht verkeer per parkeerplaats per dag. In totaal zorgt dit voor 1645 extra verkeersbewegingen licht verkeer per dag. Voor vrachtverkeer wordt verwacht dat het aantal toeneemt aan de noordzijde vanwege de uitbreiding van het aantal winkels aan die zijde van de Outlet. Dit gaat volgens de opgave van de Outlet om een toename van 25 vrachtwagens per dag. Dit levert een toename van 50 ritten vrachtverkeer per dag. De toename van de jaargemiddelde NO2- en PM10-concentraties, als gevolg van het extra verkeer, is bepaald met de door het Ministerie van I&W en InfoMil ontwikkelde NIBM ('niet in betekenende mate') rekentool (versie april 2021). Deze rekentool berekent de verkeersbijdrage in een worst case situatie.
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
41
Voor deze worst case situatie gaan we uit van volledige ingebruikname van de aanpassing in 2025. In onderstaande afbeelding 5.3 zijn de resultaten van de berekening getoond. De maximale jaargemiddelde NO2-bijdrage als gevolg van het extra verkeer bedraagt 1,3 µg/m3. Deze bijdrage leidt niet tot het bereiken van de grenswaarde. Voor PM10 wordt een toename van 0,3 µg/m3 berekend, ook hierbij is er nog een ruime marge tot de grenswaarde. PM2,5 is de kleinere fractie fijnstof binnen de PM10. De totale toename van 0,3 µg/m3 voor PM10 is gebruikt als een worst-case toename van PM2,5. De maximale concentratie PM2,5 blijft ook met deze toename onder de grenswaarde.
Figuur 5.3: Uitvoer van de NIBM-rekentool
Zichtjaar
Maximale concentratie NO2 3 [µg/m ] 40 23,4
Maximale concentratie PM10 3 [µg/m ] 40 17,1
Maximale concentratie PM2.5 3 [µg/m ] 25 9,1
Grenswaarden 2020 2020 + extra bijdrage uit 24,7 17,4 9,4 NIBM-tool Tabel 5.5: Maximale concentraties rond outletcentrum, inclusief toename.
Conclusie De ontwikkeling in het plangebied heeft een beperkt effect op de lokale luchtkwaliteit. Er is bovendien een aanzienlijke ruimte tussen de huidige concentraties en de grenswaarden. Een (geringe) toename van de concentraties in de omgeving van het Outlet zal daarom niet leiden tot het bereiken of overschrijden van deze grenswaarden. Hierdoor is aannemelijk gemaakt dat het plan op grond van art 5.16, lid 1 sub a voldoet aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer.
5.5
Geluidhinder
Wettelijk kader Activiteitenbesluit De inrichting is een type B inrichting conform het Activiteitenbesluit. Op de gevels van de geluidgevoelige bestemmingen zijn daarom de grenswaarden van toepassing die weergegeven zijn in onderstaande tabel, voor wat betreft de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en de maximale geluidniveaus. Grenswaarden Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT op de gevels van gevoelige bestemmingen Maximale geluidniveau LAmax op de gevels van gevoelige bestemmingen Tabel 5.6: Grenswaarden conform het Activiteitenbesluit
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode (07:00-19:00) (19:00-23:00) (23:00-07:00) 45 dB(A) 40 dB(A) 50 dB(A) 70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
42
De dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen aan: Wouwbaan 133, op circa 75 m ten zuidwesten van het Outletcenter Roosendaal. Heirweg 2, op circa 320 m ten noordwesten van het Outletcenter Roosendaal. Wouwseweg 184a, op circa 250 m ten oosten van Outletcenter Roosendaal. Goede ruimtelijke ordening Daarnaast kan een beoordeling plaatsvinden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Voor het beoordelen van een goede ruimtelijke ordening wordt vaak de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' gehanteerd, Hierin wordt standaard uitgegaan van een rustige omgeving met weinig verkeer, met als richtwaarde 5 dB lagere geluidsniveaus dan conform het Activiteitenbesluit: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: richtwaarde 45 dB(A) etmaalwaarde; Maximaal geluidsniveau: richtwaarde 65 dB(A) etmaalwaarde. In dit geval is sprake van een vrij lawaaiige omgeving, met name veroorzaakt door rijksweg A17. Een dergelijke omgeving kent een hoger achtergrondgeluidsniveau, waardoor een extra geluidsbron minder snel tot hinder leidt. Voor een dergelijke omgeving zijn de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit beter passend dan bovengenoemde 5 dB strengere geluidsniveaus.
Geconcludeerd kan worden dat, indien voldaan wordt aan de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit, er niet alleen voldaan wordt aan de Wet milieubeheer, maar er tevens sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Wet geluidhinder De aanpassingen aan de inrichting hebben geen gevolgen voor het openbare wegennet. Daarom is toetsing van wegverkeerslawaai aan de eisen uit de Wet geluidhinder niet noodzakelijk. Onderzoek In het kader van een bestemmingsplanherziening is een onderzoek naar het milieuaspect geluid verplicht. Het Onderzoek geluid is toegevoegd aan bijlage 6 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Dit onderzoek beschrijft de gevolgen voor het milieuaspect geluid ten gevolge van het planvoornemen. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau De berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op de gevels van de maatgevende geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving zijn in onderstaande tabel weergegeven. Naam
Omschrijving
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A) Dag Avond Nacht 1 Wouwseweg 184a 35 29 -2 Wouwbaan 133 48 45 -3 Heirweg 2 35 30 -Tabel 5.7: Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau De rekenresultaten tonen aan dat de geluidimmissie ter plaatse van de geluidsgevoelige bestemmingen ten hoogste 48 en 45 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag- en avondperiode. Bij alle geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving wordt voldaan aan de gestelde grenswaarden, zowel die uit het Activiteitenbesluit als aan het principe van een goede ruimtelijke ordening. Maximale geluidniveaus Maximale geluidsniveaus worden veroorzaakt door het dichtslaan van autoportieren / optrekken van vrachtwagens. De hoogste geluidsniveaus treden op ter plaatse van de woning Wouwbaan 133. Deze bedragen: 48 dB(A) in de dagperiode; 49 dB(A) in de avondperiode. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en aan het principe van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
43
Uit het onderzoek geluid blijkt dat als gevolg van de toename van de personenauto- en vrachtwagenbewegingen voldaan wordt aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en aan het principe van een goede ruimtelijke ordening. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
5.6
Geurhinder
Wettelijk kader Geur kan in de leefomgeving hinder veroorzaken en brengt om die reden ook gezondheidsrisico's met zich mee. Bij geur van bedrijven gaat het om de geuruitstoot (emissie) van bedrijven die zich verspreidt via de lucht en een geurbelasting veroorzaakt op de woon- en leefomgeving. Onder geurbelasting (of ‘immissie') verstaan we de hoeveelheid geur, uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht, die op een geurgevoelig object zoals een woning ‘terecht' komt. Deze hoeveelheid kan worden gemeten of berekend. Voor geurhinder door industrie en bedrijven gelden planologisch gezien geen wettelijke kaders. Deze vorm van geurhinder maakt deel uit van de methode 'Bedrijven en milieuzonering' (VNG, 2009). Voor geurhinder door veehouderijen gelden deels andere regels. Voor veehouderijen gelden de Wet Geurhinder en Veehouderij en het Besluit landbouw milieubeheer. In het Besluit landbouw zijn afstanden vastgelegd die aangehouden moeten worden tussen een veehouderij en een geurgevoelig object. Afhankelijk van de aard van het agrarisch bedrijf en het type geurgevoelig object kan deze afstand 20, 50 of 100 meter bedragen. Bestaande bedrijven in en om het plangebied zullen moeten voldoen aan de genoemde milieuvoorschriften, zodat de geurhinder die een bestaand bedrijf veroorzaakt bij naburige bedrijven of woningen een acceptabel niveau heeft.
Vestiging van nieuwe bedrijven in en om het plangebied is slechts mogelijk als de beoogde bedrijfsactiviteiten daar milieuhygiënisch, onder andere wat betreft geur, acceptabel zijn. Onderzoek De veehouderij aan de Heirweg 2a ligt binnen een straal van 500 meter van het plangebied. De geurinvloed van deze veehouderij is daarom beoordeeld. Voor dit bedrijf is in 2012 een onderzoek gedaan naar geurbelasting in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij (Onderzoek geurbelasting in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij, Van Dun Advies BV, d.d. 08-02-2012). Dit onderzoek is uitgevoerd toen de varkenshouderij voornemens was om het bedrijf uit te breiden. Hiertoe was een nieuwe omgevingsvergunning activiteit milieu in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) noodzakelijk. Deze omgevingsvergunning (met kenmerk 2012WB0082) is verleend op 18 oktober 2012. Er is onderzoek gedaan naar de effecten van de verandering op de geurbelasting in de omgeving. In tabel 5.8 zijn de geurgevoelige locaties aangegeven die zijn meegenomen in het onderzoek. Het DOR is in het onderzoek meegenomen als geurgevoelige locatie (binnen de bebouwede kom).
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
44
Tabel 5.8: geurgevoelige locaties (Bron: onderzoek geurbelasting in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij, Van Dun Advies BV, d.d. 08-02-2012) Uit het onderzoek is gebleken dat de geurbelasting van de aangevraagde situatie onder de maximale toegestane geurbelasting blijft zoals opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij. De rekenresultaten zijn zichtbaar in tabel 5.9. Tevens voldoet het bedrijf aan de vaste afstanden die gesteld zijn in de Wet geurhinder en veehouderij.
Tabel 5.9: Rekenresultaten geurbelasting (Bron: onderzoek geurbelasting in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij, Van Dun Advies BV, d.d. 08-02-2012) De geurbelasting op de dichtbij gelegen woning bij Heirweg 2 betreft 7,4 odour units. Hier benadert de geurbelasting de geurnorm (8 odour units in agrarisch gebied). Deze woning zet een rem op de groei van het bedrijf. Dit betekent dat het agrarische bedrijf bij Heirweg 2a als gevolg van de aanwezigheid van de woning bij Heirweg 2 geen mogelijkheden voor uitbreiding meer heeft. De berekeningen van 2012 laten zien dat Rosada een geurbelasting heeft die ruim onder de geurnorm (2 odour units binnen de bebouwde kom) ligt. Deze belasting kan dus vanwege de rem op de uitbreiding van het agrarische bedrijf niet groter zijn geworden. Een nieuwe berekening naar de voorgrond en achtergrondbelasting is dus niet noodzakelijk voor dit bestemmingsplan, omdat het onderzoek van 2012 de informatie geeft dat de bedrijfssituatie sindsdien niet veranderd is. Verder betreft de richtafstand voor 'geur' op basis van de VNG handreiking bedrijven en milieuzonering 0 meter voor detailhandel. De richtafstand voor geur van een restaurant en een parkeergarage betreft slechts 10 meter. De uitbreiding van de detailhandel en horeca veroorzaakt dus geen geurhinder voor de omgeving.
Conclusie Het aspect geurhinder vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
5.7
Externe veiligheid
Wettelijk kader Een ruimtelijk plan wordt in het kader van externe veilgheid getoetst conform het landelijke wettelijk kader. Wet- en regelgeving externe veiligheid Besluit externe veiligheid inrichtingen, (Bevi). In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle inrichtingen opgenomen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast; Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit bevat de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vastgelegd.
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
45
Externe veiligheid kent de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Deze gelden voor risicovolle inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en per buisleiding. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats nabij een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De 10-6 per jaar PR-contour geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten (conform artikel 1 Bevi) en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat de ontwikkeling van kwetsbare objecten is uitgesloten binnen de 10-6 contour en beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-5-contour. De ontwikkeling van beperkt kwetsbare objecten tussen de 10-5 en de 10-6 contour vindt alleen plaats mits de risico's zijn afgewogen en voorwaarden worden gesteld. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) betreft de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting, transportroute of buisleiding en een ongewoon voorval binnen die inrichting of op die transportroute of buisleiding waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is.
De weergave van het GR is in de vorm van een fN-curve. Deze geeft het logaritmisch verband tussen het aantal dodelijke slachtoffers (N) en de cumulatieve kans (f) op de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen die tot dit aantal slachtoffers kunnen leiden. Het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. Verantwoordingsplicht groepsrisico De verantwoording van het groepsrisico (VGR) is een wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om naast de kwantitatieve waarde van het groepsrisico de aanwezige risico's te kunnen afwegen. Hierbij is het bevoegd gezag verplicht om de veiligheidsregio om advies te vragen. In het Bevb, Bevt en het Bevi zijn voorwaarden opgenomen wanneer en in welke mate het groepsrisico moet worden verantwoord. De mate van verantwoording is in veel gevallen afhankelijk van de hoogte en de toename van het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen en het type risicobron. Voor de verantwoordingsplicht is tevens het advies van de veiligheidsregio van belang. Dit advies gaat in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting, buisleiding of transportroute. Onderzoek In het kader van een bestemmingsplanherziening is een onderzoek naar het milieuaspect externe veiligheid uitgevoerd.
Dit onderzoek is toegevoegd aan bijlage 7 van de toelichting van voorliggend bestemmingsplan. Conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) maakt het plan een kwetsbaar object mogelijk. Dit onderzoek beschrijft de gevolgen voor het milieuaspect externe veiligheid ten gevolge van het planvoornemen. Om te onderzoeken of wordt voldaan aan de normen voor externe veiligheid is het planvoornemen getoetst aan de relevante wet- en regelgeving. Het planvoornemen maakt geen nieuwe risicobronnen mogelijk. De invloed van risicobronnen in de omgeving op het planvoornemen zijn beoordeeld. Beoordeling risicobronnen De relevante risicobronnen in de omgeving van het plangebied zijn beoordeeld in het kader van externe veiligheid. Onderstaand de beoordeling van deze risicobronnen. Autosnelwegen: Autosnelweg A17 (tracé afrit 21 (Roosendaal-Noord) - knooppunt. De Stok); Autosnelweg A58 (tracé knooppunt. Zoomland - knooppunt De Stok (-A17) ); Autosnelweg A58 (tracé knooppunt De Stok - afrit 24 (Roosendaal)). Verbindingsbogen A58: Knp. Zoomland - Knp. De Stok (-A17); Beoordeling: De basisnetroutes liggen op 180 tot 900 meter van het planvoornemen en vallen onder de
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
46
werkingssfeer van het Bevt; Toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is niet relevant; Het planvoornemen ligt binnen het invloedsgebied (4.000 meter) waar een toxisch ongevalsscenario kan optreden; Het groepsrisico dient beperkt te worden verantwoord omdat het planvoornemen binnen het invloedsgebied van de autosnelwegen ligt. Het bevoegd gezag dient hiervoor formeel advies te vragen aan de veiligheidsregio in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Wouwbaan: De weg ligt op 179 meter van het planvoornemen en valt onder de werkingssfeer van het Bevt; Toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is niet relevant; Het groepsrisico dient beperkt te worden verantwoord omdat het planvoornemen binnen het invloedsgebied van de weg ligt. Het bevoegd gezag dient hiervoor formeel advies te vragen aan de veiligheidsregio in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Spoorlijnen: Spoorlijn Route 11, Sloehaven – Roosendaal West; Spoorlijn Route 35, Kijfhoek aansl. Zuid – Moerdijk racc. aansl.
Beoordeling: De basisnetroutes liggen op 1.500 meter van het planvoornemen en vallen onder de werkingssfeer van het Bevt; Toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is niet relevant; Het planvoornemen ligt binnen het invloedsgebied (4.000 meter) waar een toxisich ongevalsscenario kan optreden; Het groepsrisico dient beperkt te worden verantwoord omdat het planvoornemen binnen het invloedsgebied van de spoorlijnen ligt. Het bevoegd gezag dient hiervoor formeel advies te vragen aan de veiligheidsregio in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Hogedruk aardgastransportleidingen: Hogedruk aardgastransportleiding A503 Hogedruk aardgastransportleiding A-667 Beoordeling: De buisleidingen liggen op 150 tot 160 meter van het planvoornemen en vallen onder de werkingssfeer van het Bevb; Het plangebied ligt in het invloedsgebied van deze buisleidingen en (deels) binnen de 100% letaliteit van hogedruk aardgasleiding A-667; Voor beide buisleidingen geldt dat het plangebied niet binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar ligt en dat het plaatsgebonden risico geen belemmering vormt voor het planvoornemen; Het aantal personen binnen het invloedsgebied neemt niet significant toe in de toekomstige situatie. De hoogte van het groepsrisico van buisleiding A503 ligt in de huidige situatie onder 0,01 maal de oriëntatiewaarde.
Dit zal niet significant toenemen; De hoogte van het groepsrisico van buisleiding A-667 ligt in de huidige situatie en toekomstige situatie op 0,027 maal de oriëntatiewaarde; Het groepsrisico dient beperkt te worden verantwoord; Het bevoegd gezag dient hiervoor formeel advies te vragen aan de veiligheidsregio in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Overige buisleidingen: Buisleiding Shell Nederland Raffinaderij WBT-110; Buisleiding 12728 DOW 6'' Propyleen; Buisleiding 12764 7020; Buisleiding Shell Nederland Raffinaderij WBT-100.
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
47
Beoordeling: De buisleidingen liggen op 90 tot 95 meter van het planvoornemen en vallen onder de werkingssfeer van het Bevb; Het plangebied ligt in het invloedsgebied van deze buisleidingen; Voor deze buisleidingen geldt dat het plangebied niet binnen de plaatsgebonden risicocontouren van 10-6 per jaar ligt en dat het plaatsgebonden risico geen belemmering vormt voor het planvoornemen; Het aantal personen binnen het invloedsgebied van deze overige buisleidingen neemt niet significant toe in de toekomstige situatie. De hoogte van het groepsrisico ligt in de huidige situatie onder 0,01 maal de oriëntatiewaarde. Dit zal niet significant toenemen; Het groepsrisico dient beperkt te worden verantwoord; Het bevoegd gezag dient hiervoor formeel advies te vragen aan de veiligheidsregio in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Overige risicobronnen: Hoogspanningslijn Roosendaal - Woensdrecht Beoordeling: De hoogspanningslijn ligt op 50 meter van het planvoornemen en heeft een spanning van 150 kV; Het planvoornemen valt deels binnen de bestaande indicatieve magneetveldzone van 65 meter; Vanwege de energietransitie is er meer capaciteit nodig en krijgt de nieuwe hoogspanningslijn een spanning van 380 kV met een magneetveldzone van 162 meter.
Het voornemen is deze bovengrondse hoogspanningslijn te verplaatsen naar het westen; De hoogspanningslijn heeft door deze verplaatsing geen invloed op het planvoornemen, aangezien het plangebied buiten de magneetveldzone van 162 meter ligt. Verantwoordingsplicht groepsrisico Het onderzoek externe veiligheid toont aan dat conform het Bevi, Bevt, Bevb voldaan wordt aan de normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hiermee vormt dit milieuaspect geen belemmering voor het planvoornemen. Het bevoegd gezag gemeente Roosendaal heeft advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant aan de hand van het externe veiligheidsonderzoek om de aanwezige risico's in het kader van externe veiligheid te verantwoorden. Dit advies is toegevoegd aan bijlage 8 van de toelichting van dit bestemmingsplan. In het advies is aangegeven dat bij de bouwkundige uitwerking van het plan rekening moet worden gehouden met bouwkundige maatregelen. Conform het Bevt geldt er op basis van de beoordeling van de autosnelwegen, spoorlijnen en conform het Bevb voor de buisleidingen een beperkte verantwoording groepsrisico. Dit betekent dat dient te worden ingegaan op de elementen rampenbestrijding en zelfredzaamheid ten aanzien van een plasbrand, fakkelbrand en toxische wolk.
Conclusie Conform het Bevi, Bevt, Bevb voldaan wordt aan de normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hiermee vormt dit milieuaspect geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Bodemkwaliteit
Wettelijk kader/inleiding In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dient onderzoek verricht te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe bestemming mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daar waar sprake is van consoliderend bestemmen van bestaande situaties kan een diepgaand inzicht in de bodemsituatie vooraf achterwege blijven, tenzij een redelijk vermoeden moet bestaan van een saneringssituatie. Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem benodigd. Het bouwen is alleen toelaatbaar als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt)
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
48
voor het beoogde doel. Daarom dient bij iedere nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. De bodemonderzoeken voor eventuele nieuwe (vervangende) bouwactiviteiten mogen niet te oud zijn en moeten een vastgestelde informatiekwaliteit bieden. Indien aan die voorwaarden niet kan worden voldaan, dient aanvullend onderzoek plaats te vinden. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem wel geschikt te maken, of dient de omgevingsvergunning te worden geweigerd. Onderzoek Aan de hand van de omgevingsrapportage van de omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) is de beschikbare bodeminformatie van het plangebied opgevraagd. In aanvulling op de omgevingsrapportage is informatie over het historische gebruik, regionale bodemopbouw, grondwaterstroming en/of gemeentelijke bodemkaarten opgevraagd. Op basis van de beschikbare bodemgegevens is nagegaan of deze invloed hebben op de voorgenomen herontwikkeling. Historische informatie Uit historische gegevens blijkt dat het plangebied in het verleden in gebruik was als landbouwgebied. Oorspronkelijk bestond het gebied uit een veenvlakte welke werd doorsneden door een meanderende kreek; de Enge Beek.
Na de ontvening in de middeleeuwen bleef een vlak dekzand en kleigebied over met een ondiep beekdal waardoor de Enge Beek stroomde. Het gebied is tot in de 18de eeuw regelmatig overstroomd door zeewater. Na de Middeleeuwen is het gebied onderdeel geworden van de Kruislandse polder. Sindsdien heeft het gebied een agrarische bestemming gehad. In de tweede helft van de 20ste eeuw is het gebied opnieuw ingedeeld bij een ruilverkaveling. De loop van de Enge Beek is tijdens de ruilverkaveling en de aanleg van rijksweg A58 verlegd. Na 1995 is een parkeerplaats aangelegd op de hoek van de Heirweg en de Wouwbaan. In 2006 is de eerste fase van het DOR en in 2015 de tweede fase gerealiseerd. Bodembedreigende activiteiten Uit de omgevingsrapportage blijkt dat ter plaatse van het plangebied geen verdachte activiteiten zijn geregistreerd die mogelijk een bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. Bodemopbouw De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in onderstaande tabel. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie Halocene afzetting
Lithologie Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van 0 – 4,0 zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Formatie van Boxtel Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden 4,0 – 7,0 en fijn zand, met weinig klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Formatie van Waalre Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige 7,0 – 14,0 klei, klei en matig zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind Formatie van Peize en Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit matig 14,0 – 60,0 Formatie van Waalre en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Tabel 5.10: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket, identificatie: B50B0255) Het maaiveld ter plaatse van het plangebied bevindt zich gemiddeld op circa 2,4 m +NAP. Uit de informatie van de website “grondwatertools.nl” blijkt dat de stromingsrichting van het freatisch grondwater noordelijk is. Het grondwater is aanwezig op een diepte vanaf 1,5 m-mv. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied. Bodemkwaliteitgegevens Uit de omgevingsrapportage blijken dat binnen het plangebied diverse bodemonderzoeken zijn uitgevoerd voorafgaande aan de realisatie van het huidige DOR. Hieronder is een overzicht van de beschikbare gegevens weergegeven:
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
49
Verkennend bodemonderzoek Heirweg ongen., kenmerk 98/78, d.d. 10 december 1998, Regionale Milieudienst West-Brabant Verkennend bodemonderzoek Wouwbaan ongen., kenmerk 98/78, d.d. 15 februari 2000, Regionale Milieudienst West-Brabant Verkennend bodemonderzoek Heirweg ongen., kenmerk 02/31, d.d. 29 april 2002, Regionale Milieudienst West-Brabant Milieukundig bodemonderzoek plangebied “de Stok” – fase 2 te Roosendaal, kenmerk 03/34, d.d. 23 juli 2003, Regionale Milieudienst West-Brabant Verkennend bodemonderzoek 'De Stok II – Noord van Heirweg Roosendaal, kenmerk 04/11, d.d. 16 maart 2004, Regionale Milieudienst West-Brabant Verkennend bodemonderzoek “De Stok II – Uitbreiding Roosendaal, kenmerk 03/77, d.d. 11 maart 2004, Regionale Milieudienst West-Brabant Actualiserend bodemonderzoek voormalig ontwateringdepot, Outletcentre “de Stok” te Roosendaal, kenmerk 04/50, d.d. 13 oktober 2004, Regionale milieudienst West-Brabant Uit de resultaten van de onderzoeken blijkt dat in de grond plaatselijk maximaal licht verhoogde gehalten PAK en EOX zijn aangetoond. In het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde concentraties arseen, zink, chroom, naftaleen en/of minerale olie aangetoond. Het grondwater is tijdens de verschillende onderzoeken aangetroffen op een diepte van 0,8 tot 1,9 m-mv. Zintuiglijk zijn er tijdens de onderzoeken geen asbestverdachte (plaat) materialen waargenomen.
De aangetoonde lichte verontreinigingen zijn geen aanleiding geweest voor de uitvoering van aanvullend onderzoek. Er zijn binnen het plangebied geen matig of sterk verhoogde concentraties van de onderzochte stoffen in grond en grondwater aangetroffen. Conclusie Uit de geraadpleegde gegevens blijkt dat de bodem ter plaatse van het plangebied over het algemeen niet tot (zeer) licht is verontreinigd. Na uitvoering van genoemde onderzoeken is het DOR met de bijbehorende infrastructuur aangelegd en is er aan de situatie van de bodemkwaliteit niets veranderd. Er hebben geen bodemingrepen of calamiteiten plaatsgevonden. Deze bekende bodemkwaliteitgegevens zijn daarom geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Uitvoering van bodemsanerende maatregelen is niet aan de orde omdat geen sprake is van ernstige verontreinigingen. Omdat de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken binnen het plangebied zijn verouderd (> 10jaar) is bij toekomstige bouwactiviteiten, herontwikkeling en grondverzet binnen het plangebied (in het kader van Woningwet, Omgevingswet en het Besluit bodemkwaliteit) bodemonderzoek noodzakelijk, om de kwaliteit van de bodem en de kwaliteit van eventueel af te voeren grond definitief vast te stellen. Dit onderzoek zal plaatsvinden ten behoeve van de aanvraag voor de omgevingsvergunning bouwen.
5.9
Water
Inleiding In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer, de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Beleid provincie Noord-Brabant (Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021) Op regionaal niveau is de provincie verantwoordelijk voor het beleidsveld water. Vigerend is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 van 18 december 2015. Het PMWP is de structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water.
Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
50
plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Beleid waterschap Brabantse Delta In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in de periode 2022 – 2027 uitvoert. Er staan doelstellingen en ambities in. Het waterbeheerprogramma komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Bij het opstellen van het Waterbeheerprogramma hebben we aan organisaties en andere belanghebbenden om hun inbreng gevraagd. Maar ook met trends en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaat, de inrichting van de ruimte en economische activiteiten is rekening gehouden in het Waterbeheerprogramma. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd.
De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater'. De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015.
In de nieuwe keur is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; b. de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; c. de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. d. de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x Gevoeligheidsfactor x 0,06 Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: 1. de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; 2. de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; 3. daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.
Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 500 m² of groter is wordt er door het waterschap retentie geëist. Uitbreidingen van verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² dienen te voldoen aan de Algemene Regels waterschap Brabantse Delta. Voor uitbreidingen groter dan 10.000 m² geldt sowieso een vergunningplicht. Voor het afkoppelen van verhard oppervlak < 10.000 m² wordt er vanuit het waterschap geen retentie geëist.
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
51
Beleid gemeente Roosendaal (Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2023) Het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) 2020-2023 is een strategisch beheerplan. In het verbreed GRP wordt de integratie van de zorgplichten hemelwater, afvalwater en grondwater, waarvan hemelwater en grondwater een nieuwe zorgplicht zijn, vormgegeven. In de Wet gemeentelijke watertaken, in werking per 1 januari 2008, worden naast de traditionele gemeentelijke zorg voor afvalwater expliciet zorgplichten benoemd voor hemelwater en grondwater. Er wordt uitgegaan van de verantwoordelijkheid van de perceelseigenaar voor maatregelen op het eigen terrein. Indien in het bebouwd gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, dan krijgt de gemeente een zorgplicht. Deze gemeentelijke zorgplicht geldt alleen als het gaat om maatregelen die doelmatig zijn en niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of provincie behoren. In het VGRP 2020-2023 is opgenomen: Hoe de gemeente de komende jaren het gemeentelijk rioleringsstelsel gaat beheren en onderhouden; Welke maatregelen de gemeente neemt om wateroverlast door intensieve regenbuien (klimaatverandering) te voorkomen; Hoe de gemeente omgaat met de zorg voor regenwater; Hoe inzicht verkregen wordt in overlast door hoge grondwaterstanden in de gemeente.
De missie van de gemeente is te zorgen voor een duurzame en doelmatige invulling van de zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater ter bescherming van de volksgezondheid, behoud van droge voeten en een goede waterkwaliteit. In het VGRP 2020-2023 zijn de speerpunten voor de komende jaren vastgesteld. Daarbij is op basis van de gekozen strategie op hoofdlijnen aangegeven welke maatregelen uitgevoerd moeten worden om de gestelde speerpunten te bereiken en welke (financiële) middelen daarvoor nodig zijn. Hierbij worden ook de gevolgen voor de rioolheffing voor burgers en bedrijven aangegeven. Op welke wijze de noodzakelijke maatregelen, zoals riolering vervanging of hydraulische en / of milieumaatregelen, zullen worden uitgevoerd, worden in latere operationele plannen opgenomen. Met behulp van het VGRP 2020-2023 worden de volgende speerpunten benoemd: Werken aan klimaatbestendigheid; Werken aan een goede waterbalans tussen bebouwd en landelijk gebied; Werken aan waardevol water.
In het VGRP 2020-2023 is verder het volgende opgenomen met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen/verantwoordelijkheid van de perceelseigenaar Voorkomen wateroverlast bij nieuwe ontwikkelingen Voor nieuwe gebieden en bij nieuwe ontwikkelingen in bestaand gebied worden strengere eisen gesteld aan de capaciteit van de riolering, de afstroming van water bij 'water op straat' en de berging van water op eigen terrein. In deze situaties kan bij de inrichting rekening worden gehouden met de gestelde eisen en de eigen verantwoordelijkheid van de perceelseigenaar. Verantwoordelijkheid perceelseigenaar De eigenaar van een perceel is verantwoordelijk voor de ontwatering en afwatering van zijn eigen perceel. Afwentelen van problemen naar openbaar gebied dient voorkomen te worden, o.a. om wateroverlast in lagere delen te voorkomen door oppervlakkige afvoer uit hogere delen. Minimale randvoorwaarden bij nieuwe ontwikkeling Bij nieuwe ontwikkelingen wordt een berging voorgeschreven van 60 mm welke in minimaal 24 uur mag worden geloosd. Voor het vloerpeil wordt een hoogte van 0,30 m ten opzichte van de kruin van weg voorgeschreven. Watertoets Het plangebied ligt aan de westzijde en noordzijde van de Designer Outlet Centre Roosendaal gelegen aan de Wouwbaan. De ontwikkeling bestaat uit de uitbreiding van bebouwing ter plaatse van de
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
52
noordelijke parkeergarage en parkeerplaats, en de uitbreiding van de parkeergarage aan de westzijde. In onderstaande afbeelding is de plangrens opgenomen in zwart met daarbinnen in rood de begrenzing van het gebied waarbinnen wijzigingen plaatvinden.
Figuur 5.4: plangrens, binnen de rode begrenzing vinden wijzigingen plaats. Huidige bebouwing/verharding In de huidige situatie bestaat het plangebied grotendeels uit bestaande terreinverharding waar parkeerplaatsen gesitueerd zijn. Daarnaast bestaat een gedeelte uit rijbaanverharding en groenstrook. Het gebied waarbinnen wijzigingen plaatsvinden heeft een oppervlakte van 18.045 m2 (1,8 ha) en bestaat grotendeels uit bestaande verharding. Behoudens enkele groenstroken met bomen en een grondwal is geen groen aanwezig. Er is in het plangebied binnen de begrenzing van de wijzigingen sprake van ca. 16.910 m2 (1,69 ha) verhard oppervlak en 1.135 m2 (0,11 ha) groen oppervlak. De oppervlakken zijn bepaald op basis van het ontwerp en de luchtfoto. In onderstaande afbeelding is een overzicht weergegeven met aanduiding van verhard en groen oppervlak in de huidige situatie, in tabel 1 zijn de oppervlakken opgenomen.
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
53
Figuur 5.5: Overzicht van verhard en groen oppervlak binnen de plangrens in de huidige situatie Oppervlak (m2) 16.910 1.135 18.045
Verhard oppervlak Groen Totaal gebied met wijzigingen Tabel 5.11: Overzicht van oppervlakten in de huidige situatie Oppervlaktewater Aan de westzijde van het plangebied stroomt de Engebeek. Deze beek heeft een licht drainerende werking op de planlocatie en maakt deel uit van het stroomgebied van de Molenbeek. Langs de Engebeek is een Ecologische Verbindingszone (EVZ) ingericht. Het plangebied ligt niet in kwetsbaar gebied. Daarnaast ligt aan de zuidzijde van het terrein van DOR een retentievoorziening voor de afwatering van het hemelwater. De retentievoorziening heeft een oppervlak van 4.180 m2 (o.b.v. meting luchtfoto). In onderstaande figuur is het watersysteem weergegeven.
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
54
Figuur 5.6: Een overzicht van het watersysteem (links), met in lichtblauw de retentievoorziening en in donkerblauw de afvoerroute, en de legger van waterschap Brabantse Delta (rechts) Rioleringsstelsel Het plangebied is gelegen in rioleringsgebied A4. Dit gebied heeft een verbeterd gemengd rioolstelsel. Ter plaatse van het Designer Outlet Center ligt een verbeterd gescheiden rioolstelsel (VGS) van rioleringsgebied A8. Bodem Op basis van de verkenning van de afkoppelkansenkaart van de gemeente Roosendaal kan worden geconcludeerd dat de bodem en grondwaterstanden ter plaatse van het DOR minder geschikt zijn voor infiltratie van hemelwater. Dit wordt bevestigd door het bodemkundig/hydrologisch onderzoek ter plaatse van het DOR. Hieruit blijkt dat de maatgevend hoogste grondwaterstand (GHG) ligt tussen de 0,0 en 0,6 meter beneden maaiveld en de doorlatendheid van de ondergrond slecht is. Bron: Bestemmingsplan de Stok fase 2 en 2a, vastgesteld 2017-09-09, onderzoek Water
Hemelwaterafvoer Hemelwater dat valt op de wegen en parkeervoorzieningen van het DOR is op het VGS aangesloten, dat overstort op genoemde retentievoorziening. Water van de schone verharding (dakoppervlak) loost rechtstreeks op deze retentie, op het oppervlaktewater. De retentievoorziening heeft een volume van ten minste 60mm ten opzichte van het verhard oppervlak (58.100 m2) in de huidige situatie van het totale DOR. Berging in het hemelwaterriool is op de retentiebehoefte in mindering gebracht. Bron: Bestemmingsplan de Stok fase 2 en 2a, vastgesteld 2017-09-09, onderzoek Water.
De retentievoorziening staat los van het watersysteem en loost op het oppervlaktewater van de Engebeek met een vertraging van de landbouwkundige afvoer middels een lozingsconstructie.
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
55
Figuur 5.7: Overlaat constructie met landelijke afvoer vanuit de retentievoorziening (bron: streetsmart.cyclomedia) Toekomstige situatie Het plangebied waarbinnen wijzigingen plaatsvinden met een oppervlakte van 18.045 m2 (1,8 ha) zal op enkele plekken worden veranderd in indeling. In de toekomstige situatie zal ter plaatse van de huidige noordelijke parkeerplaats een uitbreiding worden gerealiseerd van het DOR. De ontsluitingsweg komt daardoor iets noordelijker te liggen. Daarnaast zal de huidige westelijke parkeergarage worden uitgebreid ten koste van de groenzone. Dit betekent dat er een wijziging is in het verhard oppervlak ten opzichte van het aandeel groen. Voor de huidige verharding is reeds retentie gerealiseerd en dus is enkel de toename in verhard oppervlak relevant voor deze watertoets. De wijzigingen van functie groen naar verhard oppervlak is als volgt: De huidige groenstrook ten noorden van de westelijke parkeergarage bedraagt 260 m2 Er verdwijnt op het noordelijke parkeerterrein 135 m2 aan groen; Van de grondwal die als groenstrook wordt aangemerkt zal ca. 740 m2 worden gebruikt voor de ontsluitingsweg. Het talud dat ter hoogte van de westelijke parkeergarage is voorzien van een opsluiting met schanskorven, zal worden doorgetrokken. Onderstaand is een afbeelding van de huidige situatie aan de achterzijde van de parkeergarage P1. Er zal ca.
55 m2 terugkomen aan groen
Figuur 5.8: Opsluiting met schanskorven Totaal is er een toename van ca. 1.080 m2 aan terreinverharding ten koste van groen. In onderstaande
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
56
afbeelding zijn de wijzigingen opgenomen tussen verhard en onverhard (groen) oppervlak in de toekomstige situatie. In onderstaande tabel zijn de oppervlakken opgenomen met de toe- en afname.
Figuur 5.9: Overzicht van verhard en groen oppervlak binnen de plangrens in de toekomstige situatie Huidige situatie (m2) 16.910 1.135 18.045
Toekomstige situatie (m2) 17.990 55 18.045
Toe/afname (m2) +1.080 -1.080 -
Verhard oppervlak Groen Totaal gebied met wijzigingen Tabel 5.12: Overzicht van oppervlakken in de huidige- en toekomstige situatie
Rioleringstelsel Het huishoudelijke afvalwater van de toekomstige bebouwing dient middels aparte vuilwaterleidingen afgevoerd te worden op de aanwezige riolering. Hemelwater Als gevolg van de ontwikkeling neem het bebouwd- en terreinoppervlak toe. Het gaat om een toename van 1.080m2. Conform de beleidsregel dient bij een toename >500m2 compensatie aangelegd te worden van in de vorm van retentie. Bij een toename van het verhard oppervlak van 1.080 m2 is er een bergingseis van 65 m3. Op basis van de bodemsamenstelling de grondwaterstanden zijn de mogelijkheden voor infiltratie naar de ondergrond beperkt. Ook de mogelijkheden voor het uitbreiden van de retentievoorziening zijn beperkt. Allereerst zal daarom ruimte gezocht worden voor berging in de leidingen van de hemelwaterriolering ter plaatse van de nieuwe ontwikkeling. Aanvullend zal ruimte gezocht worden voor berging in extra peilstijging op de bestaande retentievoorziening waarbij de overlaat constructie maximaal 1,5 cm dient te worden verhoogd. De verdere invulling vindt plaats binnen de uitwerking van de hemelwaterriolering in het waterhuishoudkundigplan ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning bouwen. Er zal dan ook hydraulisch getoetst worden of de peilstijging op de retentievoorziening geen negatieve gevolgen heeft op het functioneren van het VGS stelsel van het DOR.
Uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
57
Water van de schone verharding (dakoppervlak) zal rechtstreeks lozen op de retentievoorziening. Het hemelwater dat valt op de wegen (terrein oppervlak) loost via het VGS-stelsel op de retentievoorziening. Door de nieuwe ontwikkeling bestaat de verharding met name uit dakoppervlak waardoor er nog maar een minimale hoeveelheid oppervlak is aangesloten op het VGS-stelsel. De hoeveelheid schoon water neemt door deze functie wijziging relevant toe door de wijziging van parkeren naar detailhandel. Randvoorwaarden naar aanleiding van de watertoets Ten aanzien van het materiaalgebruik dienen geen uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC te worden toegepast. Dit om verontreiniging van het hemelwater te voorkomen. Het huishoudelijk afvalwater wordt gescheiden opgevangen en afgevoerd. Bij de herontwikkeling zullen zo veel mogelijk klimaatbestendige maatregelen zoals groene daken en doorlatende verhardingen worden aangelegd. De toename van het verhard oppervlak als gevolg van de ontwikkeling is meer dan 500 m2 daarom is een vergunning aanvraag bij waterschap Brabantse Delta benodigd. Regenwater van het dak- en terreinoppervlak wordt apart ingezameld en afgevoerd. In verband met klimaatadaptatie moet het vloerpeil van de bebouwing 30 centimeter boven de kruin van de weg gerealiseerd worden.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt een berging voorgeschreven van 60 mm welke in minimaal 24 uur mag worden geloosd. Klimaatadaptatie De gemeente Roosendaal is vooruitstrevend ten aanzien van klimaat adaptief bouwen met hoge ambities. Er is momenteel een toename van verhard oppervlak voorzien. Dit is in strijd met de ambitie vanuit klimaatadaptatie. Vanuit klimaatadaptatie zijn er daarom een aantal aandachtspunten. In plaats van een afname in groen, juist ruimte voor groen creëren in het plan door compensatie van groen of het toepassen van groene daken. Klimaat adaptief bouwen; de aanleg van het vloerpeil van de bebouwing 0,30 m boven de wegashoogte is ook opgelegd vanuit klimaatadaptie. Wanneer, ondanks de berging binnen het plan, er sprake is van water op straat zal er geen wateroverlast binnen de gebouwen kunnen optreden bij nu in Nederland bekende buien. Wateradvies van Waterschap Brabantse Delta Op 22 september 2022 heeft het Waterschap Brabantse Delta een wateradvies gegeven op het concept ontwerpbestemmingsplan. Het waterschap geeft aan dat de belangrijkste uitgangspunten vanuit het waterschap naar wens zijn opgenomen in het bestemmingsplan en geeft daarom een positief advies. Dit wateradvies is toegevoegd aan bijlage 9 van de toelichting van dit bestemmingsplan.
5.10
Ecologie
Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Voorheen was de soortenbescherming in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en de gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild voorkomende planten- en diersoorten in stand te houden en te beschermen. De wet kent daardoor zowel verbodsbepalingen, gebiedsbescherming als een algemene zorgplicht. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden.