04b-99-Bijlage 1 Roosendaals_Isolatieprogramma.pdf
Tekst van het document
Om particuliere verhuurders te activeren tot verduurzaming zal de gemeente enkele activiteiten organiseren. Gedacht wordt aan een informatiebrief voor alle particuliere verhuurders met informatie over de aanstaande normering en de SVOH-regeling en een webinar met een Q&A van een expert in het verduurzamen van huurwoningen. Ook is het van belang om alle particuliere verhuurders goed in kaart te brengen, dus ook particuliere eigenaren die een woning verhuren zonder een rechtspersoon te gebruiken. Procesaanpak voor gespikkeld bezit Er zijn ongeveer 2.400 koopwoningen in Roosendaal die in een blok of pand liggen samen met huurwoningen. Dit is zogenaamd gespikkeld bezit. Gespikkeld bezit is problematisch omdat blokof straatgerichte aanpakken van verhuurders hierdoor minder efficiënt worden, er sociaaleconomische verschillen kunnen ontstaan tussen huurders en kopers in hetzelfde blok, en omdat het aangezicht van het straatbeeld er rommelig van wordt. Gespikkeld bezit kan voorkomen bij rijwoningen en in appartementencomplexen. In het laatste geval is er ook sprake van een gemengde VvE. Uiteindelijk zijn eigenaren in gespikkeld bezit ook ‘gewoon’ eigenaren die gebruik kunnen maken van dezelfde regelingen en ondersteuningsaanbod als andere eigenaren. In tegenstelling tot andere eigenaren zouden zij ook kunnen ‘meeliften’ op een blokgerichte aanpak van de verhuurder in hetzelfde blok.
In de praktijk komt dit echter vaak moeilijk van de grond doordat eigenaren de investering niet kunnen opbrengen of omdat de werkzaamheden op een ongunstig moment komen. Ook is het meenemen van de particulieren voor de verhuurder en aannemer niet altijd aantrekkelijk omdat er plotseling meerdere opdrachtgevers in het spel zijn.
22
Vanwege deze problematiek heeft gemeente Tilburg met steun van de Europese Unie en de Provincie Noord-Brabant een procesaanpak laten ontwikkelen voor gespikkeld bezit 15. Deze procesaanpak bevat een stappenplan, checklist en andere handige hulpmiddelen waarmee de verhuurder en de gemeente particulieren kunnen meenemen in een blokgerichte aanpak. De aanpak is flexibel in de zin dat het bestaand ondersteuningsaanbod voor particulieren inzet, en er dus geen aparte regelingen of aanbiedingen voor particulieren ontwikkeld hoeven worden. De aanpak is reeds succesvol toegepast in een pilotproject in de Abdijbuurt in Tilburg. Figuur 9: Procesaanpak gespikkeld bezit van gemeente Tilburg
Gemeente Roosendaal zal oefenen met deze aanpak, eventueel eerst met een pilotproject, en daarna meer structureel. De gemeente maakt hierover goede afspraken maakt met de drie actieve woningcorporaties in Roosendaal, bijvoorbeeld in de prestatieafspraken. Andere afspraken, zoals over de Wnb-ontheffing, kunnen hierin meegenomen worden. Reizende expositie RCE Oude woningen zijn vaak moeilijk te verduurzamen omdat er niet volgens vaste regels en stijlen is gebouwd. Ook is er vaak sprake van achterstallig onderhoud, kostbare materialen en welstandsregels. Dit vergt specifieke expertise bij verduurzaming, zowel op het gebied van techniek als op het gebied van regelingen en financiering. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) heeft daarom een reizende expositie ontwikkeld over verduurzaming van monumenten16. De reizende expositie bevat allerlei visuele en tastbare voorbeelden van verduurzamingsmogelijkheden voor monumenten. De expositie is kosteloos, echter er is wel een wachtlijst. Daarom wordt erop ingezet de expositie in de tweede helft van 2023 naar Roosendaal te halen.
15
Het PON & Telos 2021: https://hetpon-telos.nl/content/uploads/2021/05/Procesaanpak-gespikkeld-bezit-Tilburg.pdf Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/duurzaamheid/expositieverduurzaming-van-monumenten 16
23
5.4 D – Ondersteunende activiteiten In deze programmalijn zijn ondersteunende activiteiten ondergebracht. Het gaat hier om de gemeentelijke organisatie, ondersteuning van StER en informatievoorziening voor woningeigenaren. Tabel 9: Activiteiten onder programmalijn D D Ondersteunende activiteiten Digitale en mobiele informatievoorziening voor particulieren Activiteiten en ondersteuning StER, waaronder inzet energiecoaches Monitoring (incl. dashboard) Digitale en mobiele informatievoorziening voor particulieren Roosendaal maakt gebruik van Regionaal Energieloket als digitaal energieloket en klantenservice voor particulieren, VvE’s en ondernemers. Deze website begeleidt bezoekers naar praktische informatie over regelingen, maatregelen en acties. Regionaal Energieloket houdt de website actueel zodat landelijke en lokale regelingen en activiteiten altijd up to date zijn. Het digitale energieloket wordt met het RIP alleen maar belangrijker omdat het aantal regelingen en activiteiten toeneemt. Ook is verwachting dat de vraag naar klantenservice toeneemt. Bovendien speelt het digitale energieloket een belangrijke rol in de monitoring. Daarom wordt de inzet van het digitale energieloket en klantenservice in het RIP gecontinueerd.
Daarnaast werkt gemeente Roosendaal aan een digitaal duurzaamheidsplatform waar alle activiteiten, evenementen en actualiteit rond duurzaamheid in gemeente Roosendaal samenkomt. Dit platform heeft dus een bredere scope dan het digitaal energieloket. Een aandachtspunt is dat er geen overlap of versplintering van informatievoorziening ontstaat tussen het digitale energieloket en het duurzaamheidsplatform. Naast digitale informatievoorziening ontwikkelt de gemeente Roosendaal een mobiel energieloket. Het doel van het mobiele energieloket is bijdragen aan zichtbaarheid in de buurt en het geven van informatie en advies dichtbij huis. Samen met StER werkt de gemeente dit mobiele energieloket nader uit. De ontwikkelkosten van het mobiele energieloket vallen buiten het RIP. Voor de jaarlijkse exploitatie zijn wel kosten opgenomen in het RIP. Activiteiten en ondersteuning StER StER vervult een belangrijke taak bij het realiseren van de doelstellingen van het RIP. StER heeft momenteel ongeveer acht energiecoaches die advies op maat aan huis geven bij particulieren in Roosendaal. Daarnaast heeft StER een belangrijke functie als sociaal netwerk in de gemeente op het gebied van duurzaamheid en levert StER een bijdrage aan informatievoorziening via haar website, nieuwsbrief en bijeenkomsten. De verwachting is dat de rol van StER komende jaren belangrijker en groter wordt.
Niet alleen als gevolg van het RIP, maar ook als gevolg van alle andere activiteiten op het gebied van verduurzaming. StER geeft momenteel al aan dat de vraag naar energiecoaches momenteel groter is dan het aanbod. Ook worden in het RIP enkele nieuwe activiteiten geïntroduceerd waarbij StER mogelijk een rol kan spelen, zoals de inzet van energieklussers of helpen bij het organiseren van de collectieve inkoopactie. De totale benodigde middelen van StER reiken verder dan het RIP. Daarom beperkt het RIP zich tot een inschatting van de middelen die StER nodig heeft voor de activiteiten die voortkomen uit het RIP. Deze zijn uitgesplitst in drie onderdelen: • • •
Gestage groei van het aantal energiecoaches, inclusief een vrijwilligersvergoeding; De inzet van overige vrijwilligersuren, bijvoorbeeld voor ondersteuning bij de collectieve inkoopacties of het leveren van vrijwilligers voor energieklussers. Een bijdrage in enkele out-of-pocketkosten, zoals materialen en opleiding van de energiecoaches. Dit zijn dus alleen de out-of-pocketkosten die verband houden met RIPactiviteiten.
Bovenstaande onderdelen worden in 2023 geraamd op 11.000 euro, oplopend naar 17.000 euro in 2026. Belangrijke achterliggende aanname is dat alle vrijwilligersuren worden vergoed met 5
24
euro per uur. Aangezien de toenemende kosten van StER samenhangen met de activiteiten in het RIP, kan de gemeente overwegen om een deel van de subsidie beschikbaar te stellen op projectbasis, gekoppeld aan de verschillende activiteiten in het RIP. De gemeente bekijkt dit per activiteit. Monitoring Het programma heeft een meerjarige opzet en er zijn nog onzekerheden die invloed hebben op de conversies van activiteiten. Die conversies zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden, van voor de huidige energie- en materiaalprijzen, personeelsschaarste en oorlog in Oekraïne. Ook is het landelijk beleid deels nog in ontwikkeling, en zijn de gemeentelijke uitkeringen uit het NIP na 2024 nog niet bekend. Om deze redenen is het belangrijk om voortdurend het RIP te monitoren en bij te sturen waar nodig. Voor het meten van de effectiviteit wordt een dashboard ingericht met belangrijke indicatoren om de aanpak te kunnen monitoren. De volgende onderdelen zijn voor de monitoring van belang: •
•
•
Input: alle acties gericht op bereik en conversie, zoals: verstuurde brieven, deelname aan activiteiten, gebruik van landelijke en lokale regelingen, het aantal energiecoaches en het aantal contactmomenten van uitvoeringspartners. Deze informatie kan grotendeels worden aangeleverd door uitvoeringspartners. Deels moet deze informatie zelf verzameld worden, bijvoorbeeld bij RVO of bij de betrokken communicatiemedewerker. Hiervoor zijn uren opgenomen in het programma. Output: aantal geïsoleerde bouwdelen naar onderscheid eengezinswoningen en meergezinswoningen en het aantal woningen waar laagdrempelige maatregelen zijn gemonteerd bij de doelgroep energiearmoede. Deze informatie kan door de uitvoeringspartners worden aangeleverd. Het is belangrijk dat de gemeente in haar aanbestedingen meegeeft dat het bijhouden van deze data (binnen de kaders van privacyregelgeving) een uitvoeringsvoorwaarde is. Effect: over de looptijd van het programma kan het effect gemeten worden door verschillende criteria te meten, zoals voor temperatuur gecorrigeerd gasverbruik en afgemelde energielabels. Het dashboard wordt gekoppeld aan Klimaatmonitor 17 zodat de voortgang op energiebesparing gemonitord kan worden. Er is nog geen landelijk geaccepteerde methodologie om het aantal woningen te monitoren dat de Standaard heeft bereikt.
Dit kan namelijk niet volledig en feilloos uit energielabels worden afgeleid. Het Expertisecentrum Warmte (ECW) onderzoekt momenteel de mogelijkheden hiervoor. Figuur 10: Impressie dashboard voor monitoring uitvoeringsprogramma.
Om het dashboard in te richten en bij te houden zijn uren en out-of-pocketkosten opgenomen in het RIP. Cruciaal bij voortdurende monitoring en bijsturing is dat alle betrokkenen deze werkwijze onderschrijven, omdat het flexibiliteit in de uitvoering vraagt. Wanneer conversies achterblijven bij wat in dit programma is ingeschat wordt bijgestuurd door bijvoorbeeld extra of andere activiteiten te organiseren om de benodigde conversie wel te behalen.
17
Klimaatmonitor: https://klimaatmonitor.databank.nl/
25
6 Begroting Het RIP start in 2023 en loopt door tot en met 2026, waarna er een eindevaluatie plaatsvindt en een nieuw activiteitenprogramma nodig is. De kosten van het programma over deze periode bedragen, na aftrek van inkomsten vanuit de NIP-regeling, ca. 884 duizend euro. De begroting van het activiteitenprogramma 2023-2026 laat de baten en lasten van het RIP voor de komende vier jaar zien. De inkomsten uit de NIP-regeling in 2023 en 2024 zijn opgeteld, gemiddeld over de programmaperiode en opgenomen in de programmalijn waar ze betrekking op hebben. De lasten zijn uitgesplitst in kosten voor arbeid (gemeentelijke medewerkers), out-ofpocket en kosten voor regelingen. Uit de begroting blijkt dat de gemeente momenteel zicht heeft op 1,1 miljoen euro aan baten vanuit de NIP-regeling. Bekend is dat er ook na 2024 nog geld beschikbaar komt vanuit de NIP-regeling, maar nog onbekend is wanneer precies en hoeveel geld dat voor Roosendaal is. De som van de lasten bedraagt 2 miljoen euro. Niet opgenomen in deze begroting zijn de gelden uit de decentralisatieuitkering voor uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord. Deze gelden kunnen ook benut worden voor dit programma, maar zijn daar niet specifiek voor gelabeld.
Deze begroting zal jaarlijks worden herijkt op basis van evaluatie, doorlopende monitoring en het beschikbaar komen van aanvullende tranches met geld uit het Nationaal Isolatieprogramma. Tabel 10: Begroting activiteitenprogramma RIP 2023-2024, alle bedragen in euro
26
Colofon Dit rapport is opgesteld door Over Morgen in opdracht van en in samenwerking met Gemeente Roosendaal, StER en Alwel.
Gemeente Roosendaal • •
Willemijne Molenaar Elise van der Bruggen
Over Morgen • • •
27
Malu Hilverink Rob Geldhof Lou Brandjes
Bijlage A: Excelbestand Roosendaals Isolatieprogramma Zie bijgevoegd separaat bestand.
28