CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04b-99-Bijlage 1 Roosendaals_Isolatieprogramma.pdf

Gemeenteraad 15 juni 2023, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4.b: Voorstel 99: Raadsvoorstel Roosendaals Isolatie Programma10.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Roosendaals Isolatieprogramma 2023-2026 Definitief Maart 2023

Samenvatting In de Transitievisie Warmte 1.0 van Gemeente Roosendaal is een gemeente breed isolatieprogramma aangekondigd. Het doel van het Roosendaals Isolatieprogramma (RIP) is om tussen 2023 en 2026 isolatie en overige manieren van energiebesparing te organiseren, zodat Roosendaal op koers ligt voor haar doelstelling van aardgasvrij in 2050 en zodat huishoudens van Roosendaal verlichting krijgen op de energierekening. Het RIP bevat ook maatregelen gericht op bestrijding van energiearmoede op de lange termijn. Het RIP sluit aan op het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) om optimaal gebruik te maken van landelijke gelden en regelingen. Ook past het RIP goed binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). In het RIP wordt ervan uitgegaan dat er tot 2050 nog ca. 30 duizend woningen geïsoleerd moeten worden tot de landelijke Standaard voor woningisolatie. Gebouweigenaren zullen hiervoor ongeveer 51 duizend isolatie-ingrepen moeten doen aan gevels, daken, vloeren en beglazing. Een deel van de opgave wordt gerealiseerd als gevolg van landelijke maatregelen, zoals afspraken met verhuurders, betere (financiële) regelingen en een betere informatievoorziening. Een deel van de woningeigenaren zal echter hulp nodig hebben van de gemeente.

In het RIP wordt verwacht dat dat om ongeveer 4 duizend woningen gaat waarbij er in de komende vier jaar zo’n 800 isolatieingrepen moeten plaatsvinden (ca. 200 per jaar). Doelgroepen zijn van belang omdat de gemeente haar inzet moet prioriteren en omdat de landelijke geldstromen ook deels gekoppeld zijn aan specifieke doelgroepen. Doelgroepen die prioriteit krijgen voor het activiteitenprogramma 2023-2026 zijn koopwoningen met slechte energielabels, huishoudens met energiearmoede, VvE’s, particuliere verhuurders, woningen in een situatie van gespikkeld bezit (gemengd huur en koop in zelfde blok) en woningen in de wijk Westrand. Deze doelgroepen kunnen ook overlappen. Er bestaan al veel verschillende landelijke en gemeentelijke regelingen voor energiebesparing, zowel voor gebouweigenaren als voor de gemeente zelf. Veel van deze regelingen zijn recentelijk uitgebreid of worden nog uitgebreid. De gemeente kan structureel aanspraak maken op geld uit het Nationaal Isolatieprogramma en heeft al een ondersteuningsaanbod voor particulieren. Dit aanbod bestaat uit de huidige dienstverlening door Regionaal Energieloket en de inzet van energiecoaches door de StER (Stichting Energietransitie Roosendaal). Het activiteitenprogramma 2023-2026 is opgebouwd uit vier programmalijnen.

Programmalijn A gaat over een lokale aanpak voor koopwoningen en richt zich op het benutten van de meerjarige NIP-gelden voor deze doelgroep. Programmalijn B zet in op lange termijnmaatregelen ter bestrijding van energiearmoede. Programmalijn C richt zich op (particuliere) verhuurders en een aanpak voor gespikkeld bezit. Programmalijn D ten slotte bevat ondersteunende activiteiten zoals de gemeentelijke organisatie, ondersteuning van StER en monitoring. A: Lokale aanpak koopwoningen • • • • • •

Collectieve acties voor inkoop en advies isolatie en ventilatie Activeringscampagne VvE-begeleiding Volledig ontzorgingsaanbod Soortenmanagementplan Westrand NIP-regeling

B: Lange termijnmaatregelen energiearmoede • • •

2

Inzet (vrijwillige) energieklussers Witgoedregeling Hulp bij duurzaamheidsregelingen (loket)

C: Particuliere verhuurders, gespikkeld bezit en erfgoed • • •

Activeren particuliere verhuurders Procesaanpak voor gespikkeld bezit Reizende expositie RCE verduurzaming erfgoed

D: Ondersteunende activiteiten • • •

Digitale en mobiele informatievoorziening particulieren Ondersteuning StER Monitoring

Inhoud Samenvatting ............................................................................................................................ 2 1

Inleiding............................................................................................................................. 4 1.1 Landelijk beleid ................................................................................................................. 4 1.2 Lokaal beleid .................................................................................................................... 5 1.3 Doorlopen proces ............................................................................................................. 5

2

Doel van het Roosendaals Isolatieprogramma ............................................................. 6 2.1 Naar welk isolatieniveau gaat Roosendaal toe? .............................................................. 6 2.2 Berekening doelstelling Roosendaals Isolatieprogramma ............................................... 6 2.2.1 Van aardgasvrij 2050 naar aantal isolatie-ingrepen ..................................................... 6 2.2.2 Tempo van het nemen van isolatie-ingrepen ............................................................... 7 2.2.3 Uitsplitsing van de doelstelling naar categorieën ......................................................... 7

3

Doelgroepen van het Roosendaals Isolatieprogramma ............................................... 9 3.1 Koopwoningen met D, E, F en G-energielabels ............................................................... 9 3.2 Huishoudens met (risico op) energiearmoede ................................................................. 9 3.3 Particuliere verhuurde woningen .................................................................................... 10 3.4 Spijtvrije hybride warmtepompen ................................................................................... 11 3.5 Westrand ........................................................................................................................ 11

4

Inventarisatie van regelingen en activiteiten .............................................................. 13 4.1 Inventarisatie van regelingen ......................................................................................... 13 4.1.1 Regelingen voor gebouweigenaren ............................................................................ 13 4.1.2 Regelingen voor de gemeente ................................................................................... 14 4.1.3 Instrumenten voor de gemeente ................................................................................ 15 4.2 Inventarisatie van ondersteuningsaanbod ..................................................................... 15

5

Activiteitenprogramma 2023-2026 ................................................................................ 17 5.1 A – Lokale aanpak koopwoningen ................................................................................. 17 5.1.1 Collectieve inkoop- en adviesactie ............................................................................. 17 5.1.2 Activeringscampagne ................................................................................................. 18 5.1.3 VvE-begeleiding ......................................................................................................... 19 5.1.4 Volledig ontzorgingsaanbod ....................................................................................... 19 5.1.5 Gebiedsgerichte ontheffing Wet natuurbescherming in Westrand ............................. 20 5.1.6 Inzet van de NIP-regeling ........................................................................................... 20 5.2 B – Lange termijnmaatregelen gericht op energiearmoede ........................................... 21 5.3 C – Particuliere verhuurders, gespikkeld bezit en erfgoed ............................................ 22 5.4 D – Ondersteunende activiteiten .................................................................................... 24

6

Begroting ........................................................................................................................ 26

Colofon .................................................................................................................................... 27 Bijlage A: Excelbestand Roosendaals Isolatieprogramma ................................................ 28

3

1 Inleiding In de Transitievisie Warmte 1.0 van Gemeente Roosendaal is een gemeente breed isolatieprogramma aangekondigd. Het doel van het Roosendaals Isolatieprogramma (RIP) is om tussen 2023 en 2026 isolatie en overige manieren van energiebesparing te organiseren, zodat Roosendaal op koers ligt voor haar doelstelling van aardgasvrij in 2050 en zodat huishoudens van Roosendaal verlichting krijgen op de energierekening. Het RIP bevat ook maatregelen gericht op bestrijding van energiearmoede op de lange termijn. Het RIP sluit aan op het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) om optimaal gebruik te maken van landelijke gelden en regelingen.

1.1 Landelijk beleid De Rijksoverheid heeft begin juni 2022 het ‘Beleidsprogramma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving’ gepubliceerd 1. Onderdeel hiervan is het Nationaal Isolatieprogramma2. In deze programma’s zijn uiteenlopende maatregelen en geldstromen uitgewerkt die ook voor gemeenten relevant zijn. Het voert te ver om deze programma’s hier samen te vatten. Maar enkele onderdelen zijn uitgelicht: •

•

•

•

•

•

1

Het Rijk voert beleid gericht op bestrijding van energiearmoede door snel de energierekening of het energieverbruik van huishoudens te verlagen. Gemeenten hebben hierin een belangrijke rol. Gemeentes hebben al tweemaal een specifieke uitkering ontvangen bedoeld voor maatregelen in woningen die snel energie kunnen besparen, en zij hebben geld ontvangen om een energietoeslag uit te keren aan huishoudens op of onder 130% van het sociaal minimum. Het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) voorziet in een meerjarige, lokale aanpak van gemeentes voor isolatie van koopwoningen met D, E, F en G-labels. Een eerste uitkering uit het NIP heeft de gemeente ontvangen in juli 2022 (samen met een additioneel bedrag ter bestrijding van energiearmoede). Het NIP kent 4 actielijnen: o Actielijn 1 richt zich op de isolatie van 750.000 woningen van eigenaar-bewoners waarbij gemeenten bewoners ondersteunen. Deze actielijn strekt ertoe een specifieke uitkering aan gemeenten mogelijk te maken om slecht geïsoleerde woningen te verduurzamen. Voor deze actielijn 1 is onlangs een consultatie gepubliceerd voor een gemeentelijke regeling (“NIP-regeling”)3. o Actielijn 2 is gericht op de isolatie van 1 miljoen huurwoningen door verhuurders. o Actielijn 3 is gericht op het versneld isoleren van 750.000 woningen van eigenaarbewoners op eigen initiatief.

o Actielijn 4 is gericht op het besparen van energie door laagdrempelige maatregelen. Er zijn landelijke prestatieafspraken gemaakt met de woningcorporaties waarin ook de doelstellingen uit het NIP zijn verwerkt. Belangrijke wijziging is het vervallen van de verhuurdersheffing en het versneld isoleren van woningen in de sociale huursector. Onderdeel van de nieuwe prestatieafspraken is ook de oude afspraak om uiterlijk in 2028 de slechtste energielabels uit te faseren. De landelijke prestatieafspraken moeten doorwerken in de lokale prestatieafspraken4. Daarnaast breidt het Rijk (bestaande) landelijke regelingen uit voor huiseigenaren, zowel particulieren, VvE’s als verhuurders, zodat zij beter in staat zijn hun woningen te verduurzamen. Het gaat dan om een combinatie van financiële steun (zowel subsidie als leningen) en regels, zogenaamde normering. Er is een landelijk Programma Hybride Warmtepomp met als doel om voor 2030 1 miljoen hybride warmtepompen te installeren in Nederland. Het Rijk maakt afspraken met de sector om de installatiecapaciteit uit te breiden en de kosten te verlagen. Ook breidt het Rijk

Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/01/beleidsprogramma-versnellingverduurzaming-gebouwde-omgeving 2 Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/04/02/nationaal-isolatieprogramma 3 Rijksoverheid: https://www.internetconsultatie.nl/lokaleaanpakisolatie/b1 4 Aedes: https://aedes.nl/nationale-prestatieafspraken/wat-omvatten-de-nationale-prestatieafspraken-op-hoofdlijnen

4

•

subsidieregelingen uit om de hybride warmtepomp te stimuleren en is het Rijk voornemens om vanaf 2026 normen te stellen aan nieuwe verwarmingssystemen waardoor de hybride warmtepomp het nieuwe standaard verwarmingssysteem wordt voor woningen waar zij technisch haalbaar zijn en waar gemeenten de komende 10 jaar geen plannen hebben om aardgasvrij te worden. Bij de stimulering of normering van de hybride warmtepomp voorziet het Rijk vooralsnog geen rol voor gemeenten. Er zijn landelijke Standaard en Streefwaarden 5 voor woningisolatie. De Standaard is een toekomstvaste standaard die aangeeft wanneer een woning transitiegereed is (gereed voor aardgasvrije verwarming). De Streefwaarden zijn technische waarden die voor verschillende bouwdelen aangeven wanneer deze voldoende zijn voor de Standaard.

1.2 Lokaal beleid Het beleid van gemeente Roosendaal dat relevant is voor energiebesparing is vooral terug te vinden in de Transitievisie Warmte 1.0. Daarnaast is ook het Collegeprogramma 2022-2026 relevant en sluit het RIP goed aan bij het Nationaal Plan Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). •

•

In de Transitievisie Warmte Roosendaal 1.0 staat de ambitie om in 2050 aardgasvrij te zijn. Isolatie en energiebesparing is randvoorwaardelijk voor aardgasvrije verwarming. Hoewel het alternatief voor aardgas volgens de Transitievisie Warmte 1.0 kan verschillen per buurt, is energiebesparing en isolatie in principe in heel Roosendaal nodig. In het Collegeprogramma 2022-20266 staat dat isolatie en energiebesparing een van de belangrijkste acties is van het versnellen van de energietransitie en klimaatadaptatie. De gemeente is voornemens hier extra geld voor uit te trekken, bijvoorbeeld door het inzetten van een ‘klusbus’ en het verlengen van de stimuleringsregeling.

1.3 Doorlopen proces Voor het opstellen van het RIP is een proces doorlopen waarbij gedurende vier maanden drie bijeenkomsten hebben plaatsgevonden met een klankbordgroep bestaande uit gemeente Roosendaal, StER, Alwel en Regionaal Energieloket. De klankbordgroep heeft steeds input gegeven voor het RIP. Tevens zijn er twee isolatiegesprekken gevoerd: een digitale bijeenkomst met ca. 10 bewoners en een fysieke bijeenkomst met ca. 50 bewoners. De deelnemers van de isolatiegesprekken zijn aselect geloot en uitgenodigd door de gemeente Roosendaal.

5

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: https://www.rvo.nl/onderwerpen/wetten-en-regels-gebouwen/standaardstreefwaarden-woningisolatie 6 Gemeente Roosendaal: https://roosendaal.nl/file/3969/download

5

2 Doel van het Roosendaals Isolatieprogramma In het RIP wordt ervan uitgegaan dat er tot 2050 nog ca. 30 duizend woningen geïsoleerd moeten worden tot de landelijke Standaard voor woningisolatie. Gebouweigenaren zullen hiervoor ongeveer 51 duizend isolatie-ingrepen moeten doen aan gevels, daken, vloeren en beglazing. Een deel van de opgave wordt gerealiseerd als gevolg van landelijke maatregelen, zoals afspraken met verhuurders, betere (financiële) regelingen en een betere informatievoorziening. Een deel van de woningeigenaren zal echter hulp nodig hebben van de gemeente. In het RIP wordt verwacht dat dat om ongeveer 4 duizend woningen gaat waarbij de komende vier jaar zo’n 800 isolatie-ingrepen moeten plaatsvinden.

2.1 Naar welk isolatieniveau gaat Roosendaal toe? De gemeente stelt zich ten doel om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Energiebesparing is randvoorwaardelijk voor aardgasvrij aangezien de meeste aardgasvrije alternatieven voor verwarmen met aardgas werken met lagere temperaturen, waardoor isolatie een noodzakelijke tussenstap is. Daarnaast levert energiebesparing op zichzelf ook al een CO 2besparing op, leidt het tot een lagere energierekening en leidt het vaak ook tot een comfortabelere en gezondere woning met minder tocht en vocht mits de woning ook voldoende geventileerd is. Er is een landelijke Standaard voor woningisolatie. Hier is in de transitievisie warmte ook naar verwezen. De Standaard komt ongeveer overeen met de schilmaatregelen die horen bij een energielabel A of B bij een naoorlogse woning, en een energielabel D bij een vooroorlogse woning. Omdat niet met zekerheid te stellen is of een woning met label B op de Standaard zit, is in de analyses aangenomen dat een woning met label B nog niet op de Standaard zit. Bijbehorende streefwaarden voor afzonderlijke bouwdelen ondersteunen het behalen van de Standaard bij een stapsgewijze aanpak. Bouwdelen zijn onderdelen van de woning die de warmtevraag bepalen. De vier ‘grote’ bouwdelen zijn het dak, de vloer, de ramen en de gevel.

Isolatie van deze bouwdelen is kostbaar en zal door de meeste mensen ervaren worden als een verbouwing. Daarnaast worden gevelpanelen, de voordeur, de mate van kierdichting en de ventilatie ook tot de bouwdelen gerekend. Het aanpassen van deze onderdelen is relatief eenvoudig en minder kostbaar, en kan vaak gecombineerd worden met een groter bouwdeel, bijvoorbeeld kierdichten bij de kozijnen als het glas vervangen wordt. De streefwaarden gaan verder dan de Standaard. Dat betekent dat een woning op de Standaard kan komen zonder alle bouwdelen te hoeven isoleren. Mits gebouweigenaren zoveel mogelijk de streefwaarden hanteren voor de bouwdelen die ze wel isoleren. Dit beperkt het aantal ingrepen dat een gebouweigenaar hoeft te zetten voordat de woning ‘klaar’ is. Wanneer alle woningen op de Standaard zitten, zijn zij gereed voor aardgasvrije verwarming. Hieruit volgt dat alle woningen in Roosendaal uiterlijk in 2050 op de Standaard moeten zitten. Niet alle woningen zullen hetzelfde tempo doorlopen: in oudere woningen moet vaak meer gebeuren en zij zullen dan ook meer ingrepen nodig hebben voordat zij op de Standaard zitten. Daarentegen zijn er nu ook al woningen die (bijna) op de Standaard zitten.

2.2 Berekening doelstelling Roosendaals Isolatieprogramma 2.2.1 Van aardgasvrij 2050 naar aantal isolatie-ingrepen Er zijn ruim 36 duizend woningen in Roosendaal. Hiervan zitten ongeveer 5,6 duizend al op de Standaard omdat zij al goed geïsoleerd zijn. De isolatieopgave is dus ruim 30 duizend woningen, verdeeld over 24 duizend eengezinswoningen en 6,5 duizend meergezinswoningen. Figuur 1: Schematische weergave van de relatie tussen de Standaard en Streefwaarden

Huidig 6

Standaard

Som van streefwaarden

Te verwachten is dat die 30 duizend woningen niet in één keer zullen isoleren naar de Standaard, maar in twee à drie ingrepen, afhankelijk van natuurlijke momenten zoals verhuizing, de beschikbaarheid van voldoende middelen, de mate waarin een woning al geïsoleerd is en de technische (on)mogelijkheden van de woning 7. De meeste eigenaren zullen bij een ingreep niet meer dan één bouwdeel aanpakken. Koplopers en verhuurders zullen vaker meerdere bouwdelen in één keer aanpakken. In de analyse is er daarom vanuit gegaan dat een isolatie-ingreep gelijkstaat aan het isoleren van 1,2 bouwdelen. In het geval van appartementen worden in principe de bouwdelen van het hele pand in één keer gedaan, dus het hele dak of alle beglazing. Op basis van deze getallen is tot de berekening gekomen dat er tot en met 2050 in Roosendaal ruim 51 duizend ingrepen moeten plaatsvinden om de hele woningvoorraad op de Standaard te brengen. Verhoudingsgewijs lijken er relatief weinig ingrepen bij meergezinswoningen nodig te zijn. Dat komt omdat bij meergezinswoningen het hele pand of blok aangepakt moet worden en niet alleen de woning. Ingrepen bij meergezinswoningen gaan dus over het hele gebouw, zoals het vervangen van het dak of alle beglazing. Tabel 1: Indicatoren doelstelling Roosendaals Isolatieprogramma Indicator

Waarde

Aantal woningen

36.140

Aantal woningen nog niet op de Standaard

30.478

Inschatting aantal isolatie-ingrepen

~51.500

Waarvan bij eengezinswoningen

~50.000

Waarvan bij meergezinswoningen

~1.500

2.2.2

Tempo van het nemen van isolatie-ingrepen

Vervolgens is het belangrijk om te kijken in welk tempo het nemen van isolatie-ingrepen moet gebeuren. Dit is relevant om te komen tot concrete aantallen voor het activiteitenprogramma 20232026. Een rechte lijn naar de Roosendaalse doelstelling voor aardgasvrij in 2050 betekent ongeveer 1.800 isolatie-ingrepen per jaar. Een scenario met een ‘versnellingscurve’ is ook denkbaar, waarbij het tempo komende jaren wat lager ligt maar daarna steeds verder oploopt. Sturen op dit scenario is onwenselijk omdat het risico is dat de gemeente achter gaat lopen op de doelstelling, maar kan in de praktijk wel ontstaan als het isolatietempo een paar jaar nodig heeft om te versnellen als gevolg van gemeentelijke inspanningen en externe factoren zoals prijzen en uitvoeringscapaciteit.

2.2.3 Uitsplitsing van de doelstelling naar categorieën De doelstellingen zijn concreter gemaakt door deze op te splitsen in enkele categorieën. Deze categorieën volgen uit het NIP en zijn gekoppeld aan landelijke regelingen, geldstromen en regelgeving. Het NIP maakt ten eerste onderscheid in koop- en huurwoningen. Huurwoningen worden opgesplitst in woningcorporatiehuur en particuliere huur. De Rijksoverheid wil energiebesparing in deze sector stimuleren door enerzijds bindende afspraken te maken met verhuurders (normering) en anderzijds middelen beschikbaar stellen. Voor deze sectoren zijn het dus in eerste instantie de verhuurders zelf die aan de slag moeten met hun vastgoed, met behulp van landelijke middelen en normering. Koopwoningen zijn onderverdeeld in twee groepen: koopwoningen ‘op eigen initiatief’ en koopwoningen waarvoor de gemeente een lokale aanpak organiseert. Koopwoningen op eigen initiatief zijn woningen van eigenaren die de komende jaren met hulp van landelijke regelingen stapsgewijs verduurzamen, eventueel aangevuld met ondersteuning van de gemeente. De lokale

7

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: https://www.topsectorenergie.nl/sites/default/files/uploads/Urban%20energy/publicaties/Keurmerk%20stapsgewijs%20ver duurzamen%20van%20particuliere%20woningen.pdf

7

aanpak van gemeentes is daarentegen is intensieve ondersteuning gericht op woningeigenaren die niet op eigen initiatief hun woning kunnen verduurzamen. Dit zijn ook woningen van eigenaren waarvoor de landelijke regelingen en informatievoorziening niet toereikend zijn. De lokale aanpak moet aansluiten op de Transitievisie Warmte en bewonersinitiatieven en gemeentes krijgen hier geld voor van de Rijksoverheid (de zogenaamde NIP-regeling). De Rijksoverheid wil dat gemeentes tot 2030 prioriteit leggen op de slechtst geïsoleerde koopwoningen (energielabels D, E, F en G) van eigenaren die de meeste ontzorging nodig hebben. Figuur 2: Doelstellingen per jaar als curves in twee scenario's 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000

10.000 -

Lineair tempo

Tempo met versnellingscurve

De NIP-regeling bevat een verdeelsleutel die geld verdeelt over gemeentes op basis van het aantal particuliere woningeigenaren met relatief lage inkomens en vermogens (berekend door het CBS). Op basis van deze verdeelsleutel gaat het in Roosendaal om ca. 4.100 woningeigenaren. Op basis van deze informatie is de doelstelling voor het RIP nader uitgewerkt voor deze collegeperiode en in totaal. Tabel 2: Doelstelling Roosendaals Isolatieprogramma uitgesplitst naar categorie, in isolatieingrepen Categorie

8

Isolatie-ingrepen collegeperiode 2023-2026

Totaal isolatie-ingrepen tot en met 2050

Koopwoningen ‘eigen initiatief’

3.800

26.000

Koopwoningen ‘lokale aanpak’

800

6.000

Huurwoningen corporatie

2.000

14.000

Huurwoningen particulier

700

5.000

3 Doelgroepen van het Roosendaals Isolatieprogramma Doelgroepen zijn van belang omdat de gemeente haar inzet moet prioriteren en omdat de landelijke geldstromen ook deels gekoppeld zijn aan specifieke doelgroepen. Doelgroepen die prioriteit krijgen voor het activiteitenprogramma 2023-2026 zijn koopwoningen met slechte energielabels, huishoudens met energiearmoede, VvE’s, particuliere verhuurders, woningen in een situatie van gespikkeld bezit en woningen in de wijk Westrand. Deze doelgroepen kunnen ook overlappen.

3.1 Koopwoningen met D, E, F en G-energielabels Er zijn 6.345 woningen in Roosendaal met een energielabel D, E, F of G in eigendom van particulieren. Niet alle woningen hebben een afgemeld energielabel. Woningen zonder afgemeld energielabel zijn ingeschat op basis van bouwjaar en woningtype. Het smaldeel van deze woningen waarvan de eigenaren relatief lage inkomens en vermogens hebben is de doelgroep van de NIPregeling. Dit zijn ca. 4.100 eigenaren. Deze 4.100 zijn niet eenvoudig in kaart te brengen omdat inkomens en vermogens privacygevoelige informatie betreft die niet openbaar beschikbaar zijn. Er zijn wel geaggregeerde gegevens op buurtniveau. Met deze gegevens kan een grof kaartbeeld geschetst worden van waar deze doelgroep zich bevindt. De koopwoningen met slechte labels in combinatie met lage inkomens bevinden zich voornamelijk in Westrand, rond het centrum en in Kalsdonk. Deze wijken zijn onderdeel van het stedelijk focusgebied binnen NPLV.

3.2 Huishoudens met (risico op) energiearmoede Een zeer actuele doelgroep is de doelgroep energiearmoede, die bestaat uit zowel kopers als huurders. In 2022 zijn eenmalige uitkeringen van de Rijksoverheid uitgekeerd aan de gemeente om deze doelgroep te helpen met energiebesparende maatregelen. Er zijn verschillende definities van energiearmoede. Een definitie is dat het huishoudens betreft die bezuinigen op energie om andere kosten te kunnen betalen. Een ander definitie is de combinatie van een laag inkomen met een hoge energierekening. De doelgroep die daadwerkelijk kampt met energiearmoede bedraagt volgens onderzoek van TNO ca. 2.700 huishoudens8. Dit onderzoek is echter uit 2021 en verwacht wordt dat de doelgroep inmiddels is gegroeid. Figuur 3: Kaart met koopwoningen met slechte labels in Roosendaal, uitgesplitst naar woningen waarvan bewoners een onder- en bovengemiddeld inkomen.

8

9

TNO: https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2021/9/tno-brengt-energiearmoede-gedetailleerd-in-kaart/

Figuur 4: Kaart met woningen waar een verhoogd risico is op energiearmoede en waar besparingspotentie is op basis van energielabels

Voor het RIP is een definitie gehanteerd van de doelgroep zodat deze met openbare data in kaart te brengen is. Ten eerste is ervan uitgegaan dat de woning nog besparingspotentie heeft. Om dit te meten is uitgegaan van energielabel D of slechter. Daarnaast is hier gekeken naar ondergemiddelde inkomens op het niveau van CBS-vierkantstatistieken van 100x100 meter 9. Met deze berekening ontstaat een groep van ca. 5.400 huishoudens, waarvan ca. 3.000 huishoudens wonen in een huurwoning en de rest in een koopwoning of waarvan de eigendomssituatie onbekend is. Te zien is dat de huishoudens met risico op energiearmoede verspreid over de hele gemeente voorkomen. Particuliere huurwoningen concentreren zich meer in het centrum. Corporatiehuurwoningen concentreren zich met name in Westrand, Kalsdonk en enkele concentraties in het zuiden van Roosendaal. In Wouw, Heerle en Nispen betreft het bijna uitsluitend koopwoningen. In Moerstraten en Wouwse Plantage laat de analyse geen verhoogd risico op energiearmoede zien, maar dat kan ook komen door het beperkte detailniveau van de data in relatie tot deze kleine kernen.

3.3 Particuliere verhuurde woningen Particuliere verhuurders zijn een relatief kleine, maar ingewikkelde doelgroep omdat de gemiddelde energieprestatie van particuliere huurwoningen slechter is dan bij koopwoningen en corporatiehuurwoningen10 en omdat de eigenaren van deze woningen een zeer diverse doelgroep vormen, van particulieren tot institutionele beleggers zoals pensioenfondsen. Daarnaast hadden particuliere verhuurders tot voor kort geen prikkel om hun woningen te verduurzamen . Pas sinds 2022 bestaat er een financiële regeling om hen te helpen bij verduurzaming. Het kabinet heeft wel wetgeving aangekondigd om de isolatie van huurwoningen (zowel particulier als sociaal) met EFGlabels te verplichten.

9

CBS 2022: Kaart van 100 meter bij 100 meter met statistieken (cbs.nl) WoON 2018: https://www.woononderzoek.nl/nieuws/Inzichten-uit-de-Energiemodule-WoON2018/93#:~:text=De%20Energiemodule%202018%20is%20een,ten%20aanzien%20van%20energiebesparende%20maat regelen. 10

10

In Roosendaal zijn er naar schatting nog ongeveer 1.200 particulier verhuurde woningen die niet op de Standaard zitten, verdeeld over ruim 200 eigenaren. Van deze eigenaren zijn er 85 met meer dan één woning, waarvan de grootste 81 woningen heeft. Er is ook een onbekend aantal particuliere eigenaren dat een woning verhuurt (dus zonder dat de woning op naam van een rechtspersoon staat). Deze groep kon met de beschikbare data niet inzichtelijk gemaakt worden en zal in de data-analyse als particuliere eigenaar-bewoner naar voren komen. Figuur 5: Particulier verhuurde woningen die waarschijnlijk nog niet op de Standaard zitten

3.4 Spijtvrije hybride warmtepompen Bij deze doelgroep gaat het om woningen waar hybride warmtepompen een kansrijke oplossing zijn om op korte termijn relatief veel gas en CO2 te besparen. Hybride warmtepompen zijn een belangrijk speerpunt van landelijk beleid en kunnen ook bijdragen aan een snelle CO 2-reductie in Roosendaal. De Rijksoverheid werkt nog de normering uit die er toe moet leiden dat hybride warmtepompen vanaf 2026 de nieuwe standaard worden voor het verwarmen van woningen in de bestaande bouw. Bij de stimulering of normering van de hybride warmtepomp voorziet het Rijk vooralsnog geen rol voor gemeenten. Als richtlijn geeft de Rijksoverheid dat een hybride warmtepomp spijtvrij is in een buurt als de gemeente niet binnen 10 jaar wil starten met een aardgasvrij alternatief. Met deze richtlijn is gekeken in welke buurten de hybride warmtepomp spijtvrij zou zijn in Roosendaal op basis van de transitievisie warmte. Dat zijn ongeveer 22 duizend woningen in Roosendaal. Deze woningen hebben minstens energielabel D en bevinden zich niet in Westrand. Woningen van na 2019 zijn in principe al aardgasvrij en zijn dus uitgefilterd in deze analyse. Van alle woningen waar de hybride warmtepomp spijtvrij is zijn er ruim 14 duizend koopwoning, 6 duizend woningcorporatiewoningen en duizend particuliere huurwoningen.

3.5 Westrand Westrand is de wijk in Roosendaal waar de gemeente als eerste een wijkgerichte aanpak voor aardgasvrij wil opstarten. Dit komt door de aanwezigheid van het warmtenet Roosendaal waar al enkele gebouwen op zijn aangesloten. Ook heeft deze wijk een relatief grote concentratie corporatiehuurwoningen en een relatief hoge dichtheid, wat de wijk aantrekkelijk maakt voor uitbreiding van het warmtenet. Bovendien heeft woningcorporatie Alwel al een groot deel van haar bezit in deze wijk verduurzaamd, met name aan de Jan Vermeerlaan en de Burgemeester Freijterslaan.

11

De detailkaart laat alle woningen zien die nog verduurzaamd moeten worden. Het gaat om ongeveer 2.700 woningen. 1.400 daarvan zijn koopwoningen, 800 corporatiehuur en 500 particuliere huur of onbekend. De kaart laat ook enkele gemengde complexen zien, dit kunnen rijtjes met eengezinswoningen zijn die afwisselend koop en huur zijn, of appartementencomplexen met een zogenaamde gemengde VvE. Met name in de buurt Ettingen komt dit voor. Het is belangrijk dat de wijkgerichte aanpak voor Westrand rekening houdt met deze gemengde complexen en gespikkeld bezit, oftewel afwisselend corporatiebezit en particulier bezit in hetzelfde bouwblok. Figuur 6: Woningen waar hybride warmtepompen spijtvrij zijn en mogelijk kansrijk op basis van energielabel

Figuur 7: Detailkaart Westrand: alle woningen die waarschijnlijk nog niet op de Standaard zitten naar eigendom. Woningen waarschijnlijk reeds op de Standaard lichten niet op.

12

4 Inventarisatie van regelingen en activiteiten Er bestaan al veel verschillende landelijke en gemeentelijke regelingen voor energiebesparing, zowel voor gebouweigenaren als voor de gemeente zelf. Veel van deze regelingen zijn recentelijk uitgebreid of worden nog uitgebreid. De gemeente kan structureel aanspraak maken op geld uit het Nationaal Isolatieprogramma en heeft al een ondersteuningsaanbod voor particulieren. In de vorm van de huidige dienstverlening door Regionaal Energieloket en de inzet van energiecoaches door de StER.

4.1 Inventarisatie van regelingen Er zijn verschillende landelijke, regionale en lokale regelingen voor woningeigenaren én de gemeente, zowel subsidies als financieringen en voor verschillende type eigenaren. Regelingen die per 1 januari 2023 vervallen zijn niet in het overzicht opgenomen. Het gaat hier om de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) voor gemeentes en de Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming (RVV-V) voor woningcorporaties.

4.1.1 Regelingen voor gebouweigenaren Een deel van de regelingen is recentelijk aangepast in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma of wordt binnenkort nog aangepast. Tabel 3: Overzicht van landelijke en lokale regelingen voor woningeigenaren

11

Regeling

Doelgroep

Toelichting

Verstrekker en link

Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE)

Particulieren

Investerings-subsidie voor bijvoorbeeld isolatie en warmtepompen.

RVO

Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH)

VvE’s

Investerings-subsidie voor energieadvies en energiebesparende maatregelen. Deze regeling wordt op een gegeven moment vervangen door een nieuwe, uitgebreidere regeling11 (SVVE).

RVO

Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH)

Particuliere verhuurders

Investerings-subsidie voor energiebesparende maatregelen

RVO

Nationaal Warmtefonds (leningen en hypotheken)

Particulieren en VvE’s

Het Nationaal Warmtefonds verschaft leningen en hypotheken voor energiebesparing tegen de meest gunstige voorwaarden. Per 1 oktober 2022 zijn deze regelingen uitgebreid.

Nationaal Warmtefonds

Verzilverlening

Eigenaarbewoners in Roosendaal

Lening waarmee de overwaarde van de eigen woning verzilverd kan worden, onder andere te besteden aan verduurzaming, waaronder isolatie.

Gemeente Roosendaal

Stimuleringslening

Eigenaarbewoners in Roosendaal

Een deels hypothecair, deels persoonlijke lening, onder andere te besteden aan verduurzaming, waaronder isolatie.

Gemeente Roosendaal

Overheid.nl: https://www.internetconsultatie.nl/svve/b1

13

De inventarisatie van regelingen voor woningeigenaren laat zien dat er al heel veel regelingen zijn voor alle eigendomssituaties. De Rijksoverheid richt zich op investeringssubsidies en financieringen en de gemeente richt zich op leningen voor het verduurzamen van de woning. Een belangrijke regeling is die van het Warmtefonds: deze is per 1 oktober 2022 uitgebreid. Vanaf dat moment kunnen eigenaren met een laag inkomen en zonder leenruimte, zonder restschuldrisico en tegen 0%-rente een voorfinanciering krijgen in de vorm van de Energiebespaarhypotheek. Voor overige eigenaren is er de Energiebespaarlening, ook van het Warmtefonds. De gemeente Roosendaal heeft ook twee financieringen die o.a. besteed kunnen worden aan verduurzaming.

4.1.2 Regelingen voor de gemeente Naast regelingen voor gebouweigenaren zijn er ook regelingen voor de gemeente. Hier zijn de landelijke geldstromen aan gekoppeld. Voor de structurele gelden na 2023 is nog niet alles bekend. Daarom zijn voorlopige bedragen berekend voor Roosendaal op basis van bedragen in de Rijksbegroting en verdeelsleutels van de gelden die Roosendaal in 2022 heeft ontvangen. Tabel 4: Regelingen voor de gemeente, in te zetten voor een langjarige aanpak voor energiebesparing. Voorlopige of ingeschatte bedragen zijn cursief. Uitkering

Toelichting

Decentralisatieuitkering uitvoeringskosten Klimaatakkoord

Gemeenten krijgen in 2022 tot en met 2030 een uitkering voor de uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord via het gemeentefonds. In 2022 is dit bedrag al uitgekeerd met de meicirculaire. Deze uitkering is niet alleen bedoeld voor energiebesparing, maar ook voor andere uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord. De bedragen van deze uitkering lopen op tot en met 202512. De bedragen na 2022 zijn berekend door de rato van 2022 toe te passen op de begrote bedragen voor komende jaren.

Structurele middelen uit het Nationaal Isolatieprogramma op basis van meerjarige plannen

Dit betreft een nieuwe regeling waarbij gemeenten aanspraak kunnen maken op geld uit het Nationaal Isolatieprogramma voor de isolatie van koopwoningen met DEFGlabels.

Beschikbaar bedrag € 459.574 (2022) € 901.125 (2023) € 1.501.876 (2024) € 2.403.001 (2025) € 2.403.001 (2026)

€ 715.053 (2023) € 407.864 (2024) 2025 en verder n.n.b.

Dit geld moet hoofdzakelijk ten gunste komen van isolatiemaatregelen voor particulieren (minstens 70%). Hoogstens 20% mag aan ondersteuning van particulieren besteed worden, en hooguit 10% aan uitvoeringskosten door de gemeente. Uit het overzicht blijkt dat de decentralisatie uitkering voor uitvoeringskosten Klimaatakkoord gaat oplopen de komende jaren. Dit geld is echter ook bedoeld voor andere klimaatonderwerpen dan energiebesparing. Ook is te zien dat er structureel geld beschikbaar komt voor uitvoering van de lokale aanpak van het NIP. Roosendaal kan aanspraak maken op 1,1 miljoen euro de komende twee jaar. Dit bedrag moet hoofdzakelijk besteed worden aan isolatiemaatregelen voor particulieren met een DEFG-label.

12

Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/06/01/beleidsprogramma-versnellingverduurzaming-gebouwde-omgeving

14

4.1.3 Instrumenten voor de gemeente Hoewel de gemeente de regie heeft over de verduurzaming van de gebouwde omgeving, gaan woningeigenaren over hun eigen woning. De Rijksoverheid werkt aan wetgeving om gemeenten meer bevoegdheden te geven voor het bepalen van de energie-infrastructuur in een wijk. Het Besluit warmtetransitie gebouwde omgeving (Bwig) geeft gemeenten de mogelijkheid om de levering van aardgas in een bepaalde wijk te stoppen na een bepaalde datum. Er moet dan wel perspectief zijn op een alternatieve energievoorziening waar gebouweigenaren op kunnen aansluiten. Aangezien isolatie een randvoorwaarde is voor de meeste duurzame, alternatieve energievoorzieningen, is deze bevoegdheid hooguit een indirecte sturingsmogelijkheid op energiebesparing. De Bwig is in juli 2022 in consultatie gegaan en wordt in 2023 of 2024 verwacht13. De Rijksoverheid werkt daarnaast aan enkele normen, onder andere voor huurwoningen en voor de duurzaamheid van verwarmingsinstallaties. Hierdoor kunnen slecht geïsoleerde woningen vanaf 2030 niet meer worden verhuurd en vervangt de hybride warmtepomp vanaf 2026 de cvketel als norm voor verwarmingstoestel. Het is nog onduidelijk hoe de handhaving van deze normen in de praktijk wordt gebracht. Mogelijk krijgen gemeenten hier nog een rol in combinatie met nieuw instrumentarium.

4.2 Inventarisatie van ondersteuningsaanbod Gemeente Roosendaal heeft al een ondersteuningsaanbod voor energiebesparing. Regionaal Energieloket verzorgt een digitaal energieloket en klantenservice voor particulieren, VVE’s, bedrijven en ondernemers. Daarnaast kunnen particulieren via de StER kosteloos advies op maat aan huis krijgen over maatregelen en regelingen. Daarnaast zijn er verschillende kansen en belemmeringen geïnventariseerd tijdens de twee Isolatiegesprekken met inwoners. Die zijn samengevat in de volgende tabel. Tabel 5: Kansen en belemmeringen die volgen uit de Isolatiegesprekken Categorie

Beschrijving

Kansen Onafhankelijk advies

Mensen ontvangen graag onafhankelijk advies over energiebesparing in hun woning. De gemeente is een goede partij om deze informatievoorziening tot stand te brengen.

Begeleiding & ondersteuning

Begeleiding en ondersteuning bij bijvoorbeeld het aanvragen van subsidie is nodig, samen met financiële ondersteuning.

Informatievoorziening

De informatievoorziening moet voor iedereen begrijpelijk zijn. Informatie moet daarom geconcretiseerd worden en het liefst van de gemeente afkomstig zijn.

Collectieve inkoopactie

Ook werd een collectieve inkoopactie als kans aangedragen. Meer dan de helft van de deelnemers zou namelijk als eerste in isolatie investeren.

Belemmeringen Onbekendheid of onhandigheid met regels en regelingen

13

De meest genoemde belemmering is dat mensen niet goed weten wat kan (bijvoorbeeld bij gemeentelijke- en Rijksmonumenten), mag en hoe ze het moeten doen. Mensen voor wie regels en regelingen gelden, weten hun weg niet altijd te vinden of hebben moeite met het aanvragen ervan. Mensen weten ook vaak niet waar ze moeten beginnen.

Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzaam-bouwen-en-verbouwen/nieuws/2022/07/21/besluitvoor-warmtetransitie-in-gebouwde-omgeving-in-consultatie

15

Kosten Investeringskosten

Hoge investeringskosten zijn vaak een grote belemmering, ook als mensen misschien wel het inkomen hebben om de lasten te dragen, maar simpelweg het hoge bedrag niet kunnen voorschieten.

Gebrek aan informatie over terugverdientijd.

Tenslotte vormt gebrek aan informatie en onzekerheid over rendement een belemmering.

16

5 Activiteitenprogramma 2023-2026 Het activiteitenprogramma 2023-2026 is opgebouwd uit vier programmalijnen. Programmalijn A gaat over een lokale aanpak voor koopwoningen en richt zich op het benutten van de meerjarige NIP-gelden voor deze doelgroep. Programmalijn B zet in op lange termijnmaatregelen ter bestrijding van energiearmoede. Programmalijn C richt zich op (particuliere) verhuurders en een aanpak voor gespikkeld bezit. Programmalijn D ten slotte bevat ondersteunende activiteiten zoals de gemeentelijke organisatie, ondersteuning van StER en monitoring. Figuur 8. Schematische weergave van de programmalijnen van het activiteitenprogramma 2023-2026

A: Lokale aanpak koopwoningen

C: Particuliere verhuurders, gespikkeld bezit en erfgoed

•

• • •

• • • • •

Collectieve acties voor inkoop en advies isolatie en ventilatie Activeringscampagne VvE-begeleiding Volledig ontzorgingsaanbod Soortenmanagementplan Westrand NIP-regeling

Activeren particuliere verhuurders Procesaanpak voor gespikkeld bezit Reizende expositie RCE verduurzaming erfgoed

B: Lange termijnmaatregelen energiearmoede

D: Ondersteunende activiteiten

• • •

•

Inzet (vrijwillige) energieklussers Witgoedregeling Hulp bij duurzaamheidsregelingen (loket)

• •

Digitale en mobiele informatievoorziening particulieren Ondersteuning StER Monitoring

5.1 A – Lokale aanpak koopwoningen Deze programmalijn richt zich op een lokale aanpak voor koopwoningen. Tabel 6: Activiteiten onder programmalijn A A Lokale aanpak koopwoningen Collectieve acties voor inkoop en advies isolatie en ventilatie Activeringscampagne: • Brief met aanbellen in Westrand • Algemene brief gemeentebreed • Communicatiecampagne • Activatie makelaars & hypotheekadviseurs VvE-begeleiding Volledig ontzorgingsaanbod moeilijk te activeren doelgroep Collectieve ontheffing Wet natuurbescherming en soortenmanagementplan Westrand Inzet isolatievouchers met behulp van NIP-regeling

5.1.1 Collectieve inkoop- en adviesactie Centraal in deze programmalijn staan meerjarige collectieve acties voor inkoop van en advies voor isolatie en ventilatie voor particulieren. Het doel van deze actie is om zoveel mogelijk bouwdelen te isoleren gedurende de programmaperiode. Een collectieve actie houdt in dat woningeigenaren zich kunnen inschrijven op een financieel gunstig aanbod voor isolatiemaatregelen.

17

De collectieve inkoopactie is een beproefde methode die jaarlijks honderden keren plaatsvindt door heel het land, en waar zowel uitvoeringspartners als aannemers veel ervaring mee hebben. Bij een collectieve actie worden eigenaren uitgenodigd voor een webinar of fysieke informatiebijeenkomst. Hierbij kan StER ook een rol spelen, door haar netwerk aan te spreken of bijeenkomsten te organiseren. Daar krijgen inwoners meer informatie over de actie van de uitvoeringspartner die de actie organiseert. De gemeente en de betrokken aannemers zijn vaak ook aanwezig. Eigenaren kunnen aangeven voor welke maatregelen ze zich inschrijven en ontvangen op basis daarvan een offerte. Voor de juiste aanbieding inventariseert de uitvoeringspartner samen met de aannemers de woningen. Uitvoeringspartners hebben hiervoor vaak een eigen werkwijze, zoals een digitaal woningmodel, een schouw van representatieve woningtypes door de aannemer of een zelfschouw door de eigenaar met foto’s. Door akkoord te geven op de offerte doet de eigenaar mee. De actie is gericht op eigenaar-bewoners die niet in een VvE-zitten met een woning van na 1910. Voor oude woningen en monumenteneigenaren organiseren we aparte activiteiten in het programma. Voor VvE’s is ook een aparte activiteit opgenomen. Collectieve acties hebben de volgende voordelen: • •

•

•

•

Onafhankelijk advies voor eigenaren: de uitvoeringspartner ziet toe op kwaliteit van de aannemers en organiseert informatiebijeenkomsten. Deze behoefte bleek ook uit de isolatiegesprekken. Uitvoeringspartners stellen ook vaak een klantenservice beschikbaar. Voorspelbaarheid voor eigenaren: zij kunnen de komende jaren plannen wanneer zij instappen en welke bouwdelen ze laten isoleren. Zij kunnen de werkzaamheden dan ook beter combineren met voor hen logische momenten, en zij kunnen nog geld sparen als dat nodig is. Voorspelbaarheid voor de aannemerij: de capaciteit op de markt is erg krap. Uitvoeringspartners contracteren één of meerdere aannemers en doen daarbij ook de prijsonderhandelingen en bieden ontzorging aan de aannemers waardoor zij een goede prijs kunnen maken voor de werkzaamheden. Doordat uitvoeringspartners de vraag organiseren en veel klantcontact uit handen nemen is de collectieve actie ook voor aannemers een aantrekkelijke activiteit. Kostenvoordeel: door collectief in te kopen en uit te voeren neem je veel werk uit handen van de aannemerij en kunnen bijvoorbeeld materialen grootschaliger worden ingekocht. Dit leidt tot een goede prijs-kwaliteitverhouding voor de woningeigenaar en meer marge voor de aannemer. Ook voor eigenaren in ‘gespikkeld bezit’: blokken of rijen woningen die afwisselend bestaan uit (corporatie)huur en particulier eigendom.

Door mee te doen met de collectieve actie, kunnen ook de particuliere woningen worden verduurzaamd. Mogelijk zijn er synergievoordelen door de werkzaamheden van de corporatie te timen met de werkzaamheden van de aannemer in de collectieve actie.

De gemeente organiseert twee verschillende collectieve acties per jaar voor een periode van vier jaar. Meerdere verschillende acties zijn nodig omdat verschillende bouwdelen verschillende typen aannemers en installateurs vergen, en die hebben niet per se allemaal op hetzelfde moment capaciteit. Daarnaast is de deelname aan een collectieve actie hoger als mensen een aanbieding krijgen voor één specifieke ingreep. De acties worden voor meerdere jaren georganiseerd zodat eigenaren en uitvoerders voorspelbaarheid en duidelijkheid krijgen op de lange termijn. De acties staan voor alle eigenaar-bewoners open die niet in een VvE zitten. Dat komt de conversie van de acties ten goede. Om er wel voor te zorgen dat juist de doelgroepen meedoen die in het vorige hoofdstuk genoemd zijn, organiseert de gemeente een activeringscampagne.

5.1.2 Activeringscampagne De activeringscampagne richt zich op eigenaren van koopwoningen met energielabels D of slechter. Dit is de doelgroep die in aanmerking komt voor de NIP-regeling. Woningen die in Westrand liggen worden daarnaast nog extra geactiveerd omdat dit de startwijk is uit de Transitievisie Warmte 1.0. Brief met aanbellen in Westrand Bij alle koopwoningen met een DEFG-label in de wijk Westrand die niet in een VvE zitten gaat een uitvoeringspartner langs de deuren om te vertellen over de collectieve actie en de beschikbare

18

financiële regelingen. Per jaar bepaalt de gemeente in overleg met de uitvoeringspartner van de collectieve acties welke huishoudens welke brief ontvangen voor welke collectieve actie. Deze actie wordt bij voorkeur samen met StER uitgevoerd zodat ook de hulp van energiecoaches onder de aandacht komt. In de communicatie aan de deur wordt er rekening mee gehouden dat het handelingsperspectief zo eenvoudig mogelijk moet zijn. Het gaat om ca. 1.000 woningen. Algemene brief op naam gemeente breed De gemeente stuurt een brief op naam naar alle overige particuliere eigenaren die niet in een VvE zitten en die een energielabel hebben van D of slechter. Dit zijn ca. 4.400 woningen in Roosendaal. Bij tegenvallende conversies kunnen herinneringsbrieven worden gestuurd. Communicatiecampagne Om de conversie nog extra te stimuleren wordt een communicatiecampagne gevoerd met digitale middelen en zichtbaarheid in de buitenruimte. Hier wordt ook een koppeling gemaakt met het verduurzamingsplatform dat in ontwikkeling is, bijvoorbeeld door hiernaar te verwijzen en als centrale vindplaats van informatie. Activatie makelaars & hypotheekadviseurs Tot slot wordt de collectieve actie onder de aandacht gebracht via, en in overleg met notarissen, hypotheekadviseurs en makelaars in Roosendaal.

Dit omdat verhuizing een belangrijk natuurlijk moment is voor particulieren om verduurzamingsmaatregelen te nemen. De gemeente gaat in overleg met deze lokale ondernemers en bespreekt of en hoe zij informatie over de collectieve acties via hen kan delen. Het is bij de activeringscampagne belangrijk dat goed wordt bijgehouden welk adres wanneer is benaderd voor welke collectieve actie, aangezien de gemeente meerdere jaren meerdere acties per jaar organiseert. Dat uitvoeringspartners goede klantvolgsystemen hebben is daarom een eis waar de gemeente op zal selecteren bij het contracteren van die partners.

5.1.3 VvE-begeleiding Deze activiteit richt zich op alle woningen die zich bevinden in VvE’s. Naar schatting zijn er ongeveer 400 VvE’s in Roosendaal. De activiteit behelst een kosteloze quickscan van een uitvoeringspartner die maatwerkadvies uitbrengt voor de VvE. Na het uitvoeren van de quickscan kan de uitvoeringspartner eventueel ook de VvE verder begeleiden met het nemen van maatregelen. In 2020 zijn er al drie quickscans voor VvE’s uitgevoerd. Als woningen in een VvE een energielabel van D of slechter hebben, dan komen zij ook in aanmerking voor inzet van middelen uit de NIP-regeling. Aangezien er in Roosendaal nog weinig activiteiten voor VvE’s zijn georganiseerd, is de verwachting dat er nog veel ‘laaghangend fruit’ is, en er op de korte termijn redelijk hoge conversies te verwachten zijn. In het RIP nemen we budget op voor ca. 20 VvE’s per jaar die gebruikmaken van de quickscan, waarvan de verwachting is dat ongeveer de helft daadwerkelijk overgaat tot isolerende maatregelen. Aangezien een gemiddelde VvE in Roosendaal 6 woningen heeft, worden daarmee ongeveer 60 woningen per jaar bereikt.

5.1.4 Volledig ontzorgingsaanbod Ondanks de inzet van een collectieve inkoop- en adviesactie, in combinatie met alle landelijke en lokale financiële regelingen, zal er een groep eigenaar-bewoners overblijven die om allerlei redenen niet te activeren is. Dit gaat om huishoudens waar sociale of financiële problematiek speelt, en waar energiebesparing geen prioriteit heeft, ook al hebben zij er wel baat bij. Om deze groep te bereiken is in het RIP budget opgenomen voor een volledig ontzorgingsaanbod, bedoeld voor de moeilijkst te activeren eigenaren. Er zijn nog weinig voorbeelden van dergelijke aanpakken in het land. Wel lopen er diverse pilots in onder andere Hardinxveld-Giessendam en Groningen. Met een uitvoeringspartner wordt een volledig ontzorgingsaanbod voor Roosendaal vormgegeven. Het aanbod richt zich op volledige ontzorging, dat wil zeggen dat de gemeente één grote energiebesparende maatregel aanbrengt en daarvan de kosten dekt. De eigenaar wordt volledig ontzorgd, dus de ‘klantreis’ lijkt op die van een huurder: alles wordt voor hen gedaan. Uiteraard moet de eigenaar-bewoner wel bij aanvang

19

instemmen met het aanbod. De gemeente neemt deze regeling op in haar algemene subsidieverordening, en stelt daarin waar nodig randvoorwaarden voor deelname aan de regeling. De kosten voor de maatregel en de proceskosten worden gedragen door de gemeente. Deze kosten zijn te dekken met de NIP-regeling. Aangezien de gemeente de maatregel aanbrengt en niet de bewoner, is de ISDE subsidie niet van toepassing. Het programma bevat nu budget voor ca. 30 huishoudens per jaar waarbij de kosten per huishouden 1.750 euro bedragen.

5.1.5 Gebiedsgerichte ontheffing Wet natuurbescherming in Westrand Vanaf 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming (Wnb). Het uitgangspunt is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. Dit is onder andere van toepassing op bouw- en verbouwingsactiviteiten, zoals het nemen van isolatie en energiebesparende maatregelen. Bijvoorbeeld, onder dakpannen broeden vaak mussen en in spouwmuren op de zuidkant hebben vleermuizen soms in de lente en zomer hun kraamkamers. In de praktijk betekent dit dat bij de meeste dak- en spouwmuurisolatie eerst ecologisch onderzoek gedaan moet worden, en zo nodig mitigerende maatregelen getroffen moeten worden om de flora en fauna te beschermen. Bij de provincie kan dan ontheffing aangevraagd worden om de maatregelen aan te brengen. Het onderzoek, de maatregelen en het regelen van de ontheffing komt voor rekening van de woningeigenaar. Dit werkt kostenverhogend en vertragend, en wordt ook door de Rijksoverheid gezien als een groot risico voor het opschalen van de isolatie van woningen. Er is nog geen landelijke, passende oplossing om het opschalen van de woningisolatie te verenigen met het beschermen van de flora en fauna. Wel zijn er aanpakken ontwikkeld die de bestaande instrumenten zo efficiënt mogelijk inzetten, onder andere in gemeente Leusden14.

Het gaat dan om een gebiedsgericht ecologisch onderzoek, het opstellen van een soortenmanagementplan (SMP) en het treffen van mitigerende maatregelen voor vleermuizen en vogels, waarna de provincie een ontheffing kan verlenen voor een hele wijk. Ook in gemeente Schiedam werkt men aan een gebiedsgerichte ontheffing voor de Wnb. In het RIP nemen we deze gebiedsgerichte benadering op voor Westrand, aangezien daar de meeste conversie wordt gestimuleerd. De kosten zijn aanzienlijk en liggen tussen de twee- en driehonderdduizend euro. Dit is evenwel efficiënter dan wanneer iedere gebouweigenaar het zelf regelt, en het neemt bovendien een belangrijke blokkade weg waardoor de conversie mogelijk hoger wordt. Tot slot kan Alwel als grootste woningcorporatie van Roosendaal ook een rol spelen als ‘motor’ van Wnb-ontheffingen in een gebied. Woningcorporaties zijn al gewend om ontheffing aan te vragen wanneer zij complexen gaan verduurzamen. Door omliggende straten mee te nemen in de ontheffing, eventueel met hulp van de gemeente, kunnen particulieren ook worden ontzorgd zodat zij een extra prikkel hebben om te verduurzamen. De gemeente maakt hierover afspraken met Alwel in de prestatieafspraken.

5.1.6 Inzet van de NIP-regeling Gemeente Roosendaal kan in 2023 aanspraak maken op 715.053 euro en in 2024 op 407.864 euro. Opgeteld en gemiddeld over de looptijd van dit programma gaat het om jaarlijks 280.729 euro. Minstens 70% moet daadwerkelijk besteed worden aan isolatie of ventilatie in koopwoningen met energielabels D of slechter, met een maximum van 4.000 euro per woning. Hoogstens 20%

14

Programma Aardgasvrije Wijken: https://www.aardgasvrijewijken.nl/nieuws/2174812.aspx?t=PAW-in-de-praktijkLeusden&utm_source=nieuwsbrief_PAW&utm_medium=email&utm_campaign=32&utm_uid=eacdb85760e04a6a815bbb 5dd04454e5969dc72a5c091607c1e2e84dbb2ebcab Provincie Utrecht: https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/202204/Folder%20Soortenmanagementplannen%2C%20april%202022.pdf

20

mag besteed worden aan ontzorging van de doelgroep, en 10% aan uitvoeringskosten van de gemeente. De gemeente keert de NIP-middelen uit aan eigenaren in de vorm van een subsidie of een voucher. Het bedrag per woning is nader te bepalen. Gedacht wordt aan een bedrag van tussen de 1.000 en 1.500 euro per woning. Daarmee kan grofweg één maatregel voor een groot deel vergoed worden. Er is dan ruimte om binnen de programmaperiode ongeveer 850 huishoudens financieel te ondersteunen vanuit de NIP-regeling. Het voordeel is dat deze regeling gestapeld mag worden met alle andere landelijke en lokale regelingen. Een eigenaar kan dus eventueel de NIP-middelen combineren met de ISDE-subsidie en een lening van het Warmtefonds om zo de kosten bijna volledig af te dekken. De eigenaren die gebruikmaken van het ‘volledig ontzorgingsaanbod’ uit paragraaf 5.1.4 ontvangen geen NIPmiddelen. Immers, de gemeente brengt in hun geval de maatregelen aan en bekostigt deze direct uit de NIP- middelen. Het inregelen en uitkeren van de NIP-regeling is als activiteit ondergebracht in deze programmalijn en brengt uitvoeringskosten met zich mee.

5.2 B – Lange termijnmaatregelen gericht op energiearmoede Deze programmalijn is erop gericht om op de lange termijn de energierekening van kwetsbare huishoudens te verlagen. Tabel 7: Activiteiten onder programmalijn B B Lange termijnmaatregelen gericht op energiearmoede Inzet van energieklussers Witgoedregeling Hulp bij duurzaamheidsregelingen Bij de aanpak van energiearmoede op de lange termijn is het belangrijk dat het zoveel mogelijk gaat om gerichte maatregelen die ten gunste komen van huishoudens die daadwerkelijk hulp nodig hebben. Dit omdat de uitkeringen voor energiearmoede uit 2022 (‘SPUK-gelden’) in principe eenmalige uitkeringen waren, en anderzijds om te voorkomen dat schaarse middelen terechtkomen bij huishoudens die het niet nodig hebben. Inzet van energieklussers Energieklussers helpen met het installeren en monteren van laagdrempelige, energiebesparende maatregelen, zoals tochtstrips en radiatorfolie. Ook kunnen zij de cv-installatie energiezuiniger (waterzijdig) inregelen. Energieklussers nemen zelf hun materialen en gereedschap mee, zodat bewoners worden ontzorgd. Dat is belangrijk bij deze doelgroep. Gemeente Roosendaal werkt al met energieklussers in de vorm van de Energiefix. De inzet van energieklussers (al dan niet in combinatie met de Fixbus) blijft belangrijk op de lange termijn, omdat het een effectieve, gerichte aanpak is.

De kosten om één huishouden te helpen bedragen ongeveer 300 euro. Dit gaat uit van de inzet van een professional. Bij de inzet van vrijwilligers (die wel een vrijwilligersvergoeding ontvangen), kunnen de kosten dalen naar ca. 200 euro per huishouden. Het voordeel van vrijwilligers is bovendien dat deze geworven kunnen worden in de sociale netwerken van buurten waar veel energiearmoede is, en zo eenvoudiger ‘achter de voordeur’ kunnen komen dan professionals die de gemeente inhuurt. Daarom zal de gemeente samen met StER en andere maatschappelijke organisaties onderzoeken of de inzet van één of meerdere energieklussers op de lange termijn ingevuld kan worden door vrijwilligers. Het risico van werken met vrijwilligers is dat er minder garantie is op beschikbaarheid en kwaliteit dan bij professionele partijen. Witgoedregeling De witgoedregeling die in 2022 is aangekondigd wordt gecontinueerd in dit programma. Met de witgoedregeling kunnen minima een tegemoetkoming krijgen in de kosten voor de aanschaf van energiezuinig witgoed in ruil voor inleveren van oud witgoed. Uitgegaan wordt van €400,- per uitkering met een maximum van 1.800 uitkeringen en een conversie van 50%. Dit aantal is onder voorbehoud, uit de praktijk moet blijken hoe groot de vraag naar deze regeling is.

21

Hulp bij duurzaamheidsregelingen Het aantal regelingen voor bewoners op het gebied van energiebesparing, en duurzaamheid in het algemeen, neemt toe. Ook neemt de vraag naar duurzaamheidsregelingen toe omdat er nu meer dan ooit een financiële prikkel is. Het gevaar is dat niet iedereen die er recht op heeft de regelingen ook weet te vinden. De gemeente onderzoekt of het mogelijk is om inwoners te ondersteunen met hulp bij duurzaamheidsregelingen, zoals de energietoeslag, de witgoedregeling en de NIPregeling.

5.3 C – Particuliere verhuurders, gespikkeld bezit en erfgoed In programmalijn C zijn maatregelen opgenomen voor specifieke, complexe doelgroepen, namelijk particuliere verhuurders, eigenaren in gespikkeld bezit en eigenaren van oude woningen en erfgoed in het bijzonder. Tabel 8: Activiteiten onder programmalijn C C Particuliere verhuurders en erfgoed Activeren particuliere verhuurders Procesaanpak voor gespikkeld bezit Reizende expositie RCE en opleiding energiecoaches Activeren particuliere verhuurders Ongeveer één op de tien woningen in Roosendaal wordt particulier verhuurd. Daarmee is het qua eigendomssituatie de kleinste groep. De besparingsopgave is daarentegen relatief groot in deze groep. Er zijn naar schatting nog ongeveer 1.200 particulier verhuurde woningen die nog niet op de landelijke isolatiestandaard zitten. Dit getal is bovendien een onderschatting: woningen die verhuurd worden door natuurlijke personen (particuliere eigenaren) in tegenstelling tot rechtspersonen zijn nog niet goed in beeld. Zoals in paragraaf 3.3 beschreven is, hebben particuliere verhuurders pas sinds kort juridische en financiële prikkels om te verduurzamen. Deze prikkels zijn echter nog niet breed bekend bij de doelgroep. Uit de najaarsnota van het kabinet blijkt dat het budget voor de SVOH-regeling dit jaar niet wordt opgemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1431/documents/38427