01. BWB begroting 2025 en jaarstukken 2023.pdf
Tekst van het document
Jaarstukken 2023
21
De toename van het aantal hernieuwde bevelen kan worden verklaard door de uitdagingen die we eerder hebben ondervonden als gevolg van de coronapandemie en systeemtechnische beperkingen. De hernieuwde bevelen die in die periode niet zijn uitgevaardigd, zijn in 2023 alsnog aangemaakt en betekend.
3.
Wat hebben we bereikt?
Afgelopen jaar zijn de aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen volgens planning verzonden en zijn de achterstanden op deze onderdelen ook volledig ingelopen. De ontvangen kwijtscheldingsverzoeken zijn tijdig geregistreerd en verwerkt, evenals verzoeken met betrekking tot schuldhulpverlening. Bovendien zijn er het afgelopen jaar weer diverse beslagen gelegd, wat heeft bijgedragen aan het gedeeltelijk inhalen van de eerder ontstane achterstand in het aantal openstaande vorderingen. Dit komt tot uiting in de cijfers met betrekking tot de beslagen, vooral wat betreft het aantal vorderingen op loonen uitkeringen. In het kader van sociaal incasseren hebben we verschillende wijzigingen doorgevoerd, waaronder de correspondentie die we vanuit ons invorderingsproces versturen en de inzet van onze deurwaarders. We monitoren voortdurend de impact van deze wijzigingen en beoordelen of ze het beoogde resultaat opleveren. Ons doel is om de groep mensen die nergens op reageert, te bewegen om toch contact met ons op te nemen. In de begroting 2023 zijn de volgende KPI’s opgenomen voor dit programma: Prestatie-indicator
Oninbaar
Afhandeling kwijtscheldingsverzoeken
Doelstelling
Eenheid
Het percentage oninbaar ten opzichte van het bedrag aan opgelegde aanslagen, verdeeld naar; 1e jaar na opleggen aanslag (dagtekening) 2e jaar na opleggen aanslag 3e jaar na opleggen aanslag 4e jaar na opleggen aanslag 5e jaar na opleggen aanslag
% oninbaar Belastingjaar 2022 Belastingjaar 2021 Belastingjaar 2020 Belastingjaar 2019 Belastingjaar 2018
Het percentage afgewikkelde kwijtscheldingsverzoeken dat binnen 16 weken is afgehandeld
% afgehandeld binnen 16 weken
Inclusief de geautomatiseerde verzoeken via het ILB Exclusief de geautomatiseerde verzoeken via het ILB
*ILB = Inlichtingenbureau
Jaarstukken 2023
22
Resultaat
0,08% 0,12% 0,19% 0,25% 0,26%
71,6% 63,9%
4.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
In 2022 was het systeemtechnisch nog niet mogelijk om zwaardere dwanginvorderingsmaatregelen ten uitvoer te brengen. Gedurende het afgelopen jaar is gewerkt aan het opnieuw kunnen inzetten van alle wettelijk toegestane invorderingsmiddelen. Dit is in de loop van 2023 gerealiseerd. Sinds juli 2023 hebben we binnen de invordering de informatiegestuurde aanpak kunnen hervatten. Hierbij wordt op basis van beschikbare informatie beoordeeld welke (vervolg)stappen genomen kunnen worden. Voorheen werd hiervoor een afzonderlijk softwarepakket gebruikt, maar dit proces is afgelopen jaar volledig geïntegreerd in de nieuwe belastingsoftware. Hierbij zijn ook de verschillende koppelingen weer tot stand gebracht met de zogenaamde bronhouders zoals het UWV, RDW, Kadaster en de Belastingdienst. Het afgelopen jaar is gestart om de achterstand van de openstaande belastingaanslagen in te lopen. Deze achterstand is ontstaan tijdens de periode van corona en de implementatie van het nieuwe belastingsysteem. De inspanningen om de achterstand in te lopen zijn zichtbaar in de stijging van het aantal beslagen. Het komende jaar zal deze inzet worden voortgezet, met als doel om de achterstand volledig in te lopen tegen het jaar 2024.
5.
Wat heeft het gekost? Begroting 2023 primair
Begroting 2023 na wijziging
Realisatie 2023
Lasten
2.165.000
2.226.000
2.069.000
Loonkosten huidig personeel
1.971.000
2.008.000
1.905.000
Omschrijving
Inhuur personeel
Verschil
-
-
-
Financiële invordering
137.000
159.000
110.000
Dwanginvordering
57.000
59.000
54.000
-
-
-
2.165.000
2.226.000
2.069.000
Baten
Saldo Invordering
157.000 V
-
157.000 V
Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 44. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 50.
Jaarstukken 2023
23
Overhead en overige – Directie en bedrijfsvoering 1.
Algemeen
Binnen dit onderdeel zijn de directie en de afdeling ondersteuning, en daarmee alle overige ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces, ondergebracht. Hieronder vallen onder meer de taken met betrekking tot ICT, facilitair, interne controle, beleid, inkoop, financiën, communicatie en de HRM werkzaamheden. Het cluster HRM wordt rechtstreeks door de directeur aangestuurd.
2.
Cijfers in beeld
Verzending
2023 2022 43,2% 41,8%
2022 2023 58,2% 56,8%
Digitaal
Analoog
Het aandeel in de digitale verzending neemt toe ten opzichte van het analoge aandeel. Dat komt omdat naar verhouding steeds meer belastingschuldigen gebruik maken van MijnOverheid en dat heeft ook effect op de BWB. Voor de BWB is deze ontwikkeling prettig, want de kosten zijn dusdanig opgebouwd dat BWB wel de kosten draagt voor de analoge verzending, maar niet voor de digitale verzending. Dit heeft ook effect op de te betalen print- en portokosten binnen de kantoorkosten.
3.
Wat hebben we bereikt?
Allereerst zijn er een aantal acties ondernomen om de manier van het opslaan van data op afdelingsniveau te verbeteren en is de manier van samenwerken op- en tussen de afdelingen nu in de Cloud in een Microsoft 356-omgeving georganiseerd en daarmee veiliger. Binnen de organisatie zijn verschillende medewerkers opgeleid binnen de Lean-principes. Het doel hiervan is om medewerkers bewust te maken van de mogelijkheid om processen te verbeteren en de methodes die je hiervoor kunt gebruiken.
Jaarstukken 2023
24
4.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Opslag data Voorheen werd de opslag van verschillende vormen van data bewaard op zogenoemde afdelingsschijven die op lokale servers stonden. Dit wordt vandaag de dag gezien als een minder praktische en minder veilige manier van opslaan. Er is in 2023 heel veel aandacht gestoken in het verplaatsen van de data naar cloudoplossingen. Hierdoor is de wijze van opslag nu veiliger en is de manier van werken ook minder plaats afhankelijk. Opleiding Lean principes Binnen de organisatie zijn verschillende medewerkers opgeleid met betrekking tot de Lean-principes. Het doel hiervan is om medewerkers bewust te maken van de mogelijkheid om processen te verbeteren en de methodes die je hiervoor kunt gebruiken. In 2023 zijn verschillende processen met de opgedane methodiek onder de loep genomen en verbeterd. In 2024 is de planning om meer medewerkers op te leiden zodat deze verbetermethode verder ontwikkelt binnen de BWB.
HRM Onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering is de in-, door- en uitstroom van medewerkers. In sommige gevallen leidt de krapte op de arbeidsmarkt tot moeilijk vervulbare vacatures en moet noodgedwongen uitgeweken worden naar inhuur. Over het algemeen lukt het om de vacatures tijdelijk dan wel structureel in te vullen. In 2023 zijn 28 nieuwe collega’s bij de BWB in dienst getreden en 14 collega’s vertrokken. Via Flex West-Brabant zijn 27 mensen ingehuurd. Het verzuimpercentage bedroeg het afgelopen jaar 6,9%. De BWB heeft het verzuimpercentage naar beneden kunnen brengen. In 2022 was het verzuimpercentage namelijk 10,7%.
Jaarstukken 2023
25
5.
Wat heeft het gekost? Begroting 2023 primair
Begroting 2023 na wijziging
Realisatie 2023
Lasten
8.888.000
9.941.000
9.095.000
Personeel
3.131.000
3.479.000
3.046.000
Inhuur derden
625.000
650.000
449.000
Overige personele kosten
380.000
610.000
611.000
Bedrijfsvoering
231.000
364.000
326.000
Kantoorkosten
599.000
648.000
549.000
1.975.000
2.010.000
1.923.000
867.000
930.000
948.000
1.080.000
1.250.000
1.243.000
255.000
340.000
397.000
-
100.000
140.000
Bijdrage garantiesalarissen
130.000
130.000
124.000
Bijdrage print en portokosten
115.000
25.000
-5.000
Bijdrage overige goederen en diensten
10.000
85.000
138.000
8.633.000
9.601.000
8.698.000
Lasten
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-
Saldo vennootschapsbelasting
-
-
-
-
8.633.000
9.601.000
8.698.000
903.000
Omschrijving
Verschil
Overhead
Informatisering/automatisering Huisvesting Door te schuiven BTW Baten Bijdragen loonkosten
Saldo overhead
846.000 V
57.000 V
903.000 V
Vennootschapsbelasting
Saldo Overhead en overig
Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 44.
Jaarstukken 2023
26
V
6.
Beleidsindicatoren Indicator
*
Eenheid
Begroting 2023 primair
Jaarrekening 2023
Formatie*
Fte
135,5 fte
143,3 fte
Bezetting*
Fte
**120,7 fte
126,4 fte
Apparaatskosten*
Kosten
18.126.000
19.336.000
Externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + externe inhuur
5,7%
15,5%
Overhead
% van totale lasten
49,0%
47,0%
De beleidsindicatoren formatie, bezetting en apparaatskosten zijn niet aangegeven per 1.000 inwoners, zoals voorgeschreven door het BBV. Een berekening per 1.000 inwoners zou betekenen dat dit aantal nog gedeeld zou moeten worden door de inwoners van alle deelnemende gemeenten, dit zou een vertekend beeld geven. In plaats daarvan zijn deze indicatoren daarom in absolute waarden (fte/kosten) weergegeven.
** Conform BBV is de beleidsindicator bezetting voor het begrotingsjaar aangeduid als de werkelijke bezetting op 1 januari van het vorig jaar.
Jaarstukken 2023
27
Dekkingsmiddelen – Directie en bedrijfsvoering 1.
Algemeen
De dekkingsmiddelen vormen de basis om de uitgaven in het kader van de verschillende programmaonderdelen te dekken. In voorgaande paragrafen is per programma toegelicht, wat we in 2023 hebben bereikt. De dekkingsmiddelen bestaan uit de volgende onderdelen: bijdrage deelnemers, treasury en onvoorzien. De bijdrage van de deelnemers wordt met een vastgestelde berekeningswijze aan de deelnemers toegerekend. Voor een verdere toelichting op de dekkingsmiddelen wordt verwezen naar onderdeel II. Jaarrekening – Overzicht van Baten & Lasten, vanaf pagina 44.
2.
Wat heeft het gekost?
Omschrijving
Begroting 2023 Begroting 2023 Realisatie 2023 primair na wijziging
Verschil
Treasury Lasten
7.000
7.000
7.000
Rentelasten
7.000
7.000
7.000
Baten
-
320.000
357.000
Renteopbrengsten
-
320.000
357.000
7.000
-313.000
-350.000
Lasten
80.000
-
-
-
Onvoorzien
80.000
-
-
-
-
-
80.000
-
-
-
Lasten
-
-
-
-
Baten
17.871.000
19.933.000
19.933.000
-
Bijdrage deelnemers
17.871.000
19.933.000
19.933.000
Saldo bijdrage deelnemers
-17.871.000
-19.933.000
-19.933.000
-
Saldo Dekkingsmiddelen
-17.784.000
-20.246.000
-20.283.000
37.000 V
Saldo treasury
-
37.000 V
37.000 V
Onvoorzien
Baten Saldo onvoorzien Bijdrage deelnemers
Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 44.
Jaarstukken 2023
28
PARAGRAFEN Paragraaf 1: Weerstandsvermogen & risicobeheersing Algemeen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt inzicht gegeven in de weerstandscapaciteit van de BWB. De weerstandscapaciteit is de mate waarin onvoorziene financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat verandering van beleid noodzakelijk is. Om dit te kunnen beoordelen is inzicht nodig in de omvang en achtergrond van de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s die voor de BWB aanwezig zijn.
Inventarisatie weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan; de middelen en mogelijkheden die de organisatie heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Voorbeelden van deze middelen zijn het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. Voor de BWB geldt dat zij voor bestemming geen reserves en onbenutte belastingcapaciteit heeft. De enige vorm van weerstandsvermogen is de post onvoorzien die in de primaire begroting is opgenomen en bedroeg € 80.000.
Risicobeheersing Op grond van artikel 31, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking WestBrabant dienen de deelnemers ervoor te zorgen dat de BWB te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al haar verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen. Concreet betekent dit dat de risico’s voor rekening van de deelnemers komen. Voor het begrotingsjaar 2023 is een risicoanalyse gemaakt, de risicoanalyse wordt gedurende het boekjaar geactualiseerd. Voor de actuele analyse wordt verwezen naar bijlage 1.
Jaarstukken 2023
29
Financiële kengetallen Op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen de op de BWB van toepassing zijnde genoemde financiële kengetallen in deze paragraaf te worden opgenomen. Realisatie 2022
Begroting primair 2023
Realisatie 2023
Netto schuldquote
1,7%
6,6%
-4,0%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
1,7%
6,6%
-4,0%
Solvabiliteitsratio
6,5%
0,0%
18,8%
Structurele exploitatieruimte
2,2%
0,0%
6,4%
Kengetallen
Voor het beheer van de ingevorderde belastingen houdt de BWB conform artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling een uitsluitend daartoe bestemde rekening aan. Ten aanzien van de kengetallen wordt dan ook geen rekening gehouden met de betreffende bankrekening. Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van schuldenlast van de BWB ten opzichte van de eigen middelen en geeft daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossing op de exploitatie. Een percentage onder 90% wordt gezien als minst risicovol. De BWB zit hier ruim onder. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de BWB in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen wordt hiervoor afgezet tegen het vreemd vermogen. Voor de BWB betekent dit dat dit kengetal enorm kan schommelen. Voor de BWB bestaat voor bestemming het eigen vermogen in 2023 enkel uit het positieve rekeningresultaat. Hierdoor wijkt de uitkomst van dit kengetal af van de begroting. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte de BWB heeft om de eigen lasten te kunnen dragen. Hiervoor worden de structurele baten en lasten afgezet tegen het totale saldo van de baten. Ook dit kengetal wordt sterk beïnvloed door het rekeningresultaat.
De kanttekening wordt gemaakt dat de kengetallen geen of nauwelijks strategische dan wel beleidsmatige informatiewaarde voor de BWB geven.
Jaarstukken 2023
30
Paragraaf 2: Financiering Algemeen Op grond van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening verplicht. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is neergelegd dat de paragraaf financiering in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Daarnaast dient de paragraaf inzicht te geven in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.
Treasurybeheer en -beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: -
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
-
Het tegengaan van ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s;
-
Het minimaliseren van externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
-
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van de BWB een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico’s zo goed mogelijk worden beheerst.
Risicoprofiel De financieringsfunctie van de BWB is alleen gericht op ondersteuning van haar publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig, risicomijdend karakter. Gezien de aard en activiteiten van de BWB is het risicoprofiel beperkt. Kredietrisico (oninbaarheid van geldleningen verstrekt aan derden), koersrisico en valutarisico wordt niet gelopen. Het risico van oninbaarheid van debiteuren (met betrekking tot de bedrijfsvoering) is slechts beperkt aanwezig. Het liquiditeitsrisico is zeer beperkt: de huidige en toekomstige geldstromen van de BWB zijn inzichtelijk. Dagelijks wordt het banksaldo vanaf € 0 afgeroomd in het kader van schatkistbankieren.
Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De doelstelling is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen om zo het renterisico gelijkmatig over de jaren te verspreiden.
Jaarstukken 2023
31
Begroot 2023 primair
Omschrijving A Renterisico
Realisatie 2023
150.000
150.000
-
-
150.000
150.000
B Rente risiconorm
3.625.200
3.867.200
Begrotingstotaal
18.126.000
19.336.000
Percentage voor berekening norm
20%
20%
C Ruimte onder risiconorm (B-A)
3.475.200
3.717.200
Renteherziening Aflossing
De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Uit de hiervoor opgestelde berekening blijkt dat de BWB in 2023 geen renterisico heeft gelopen.
Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2% te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de BWB bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van dit limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld.
Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden
Vlottende schuld
Vlottende middelen
A. Gemiddeld vlottend overschot
Netto vlottende schuld of overschot 2.497.000
Ultimo kwartaal 1
-
1.380.000
1.380.000
Ultimo kwartaal 2
-
1.580.000
1.580.000
Ultimo kwartaal 3
-
4.382.000
4.382.000
Ultimo kwartaal 4
-
2.647.000
2.647.000
B. Berekening kasgeldlimiet
1.486.000
Begrotingstotaal (primair)
18.126.000
Percentage regeling
8,2%
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
3.983.000
Gemiddeld vlottend overschot (A)
2.497.000
Kasgeldlimiet (B)
1.486.000
Voor de BWB bedraagt de kasgeldlimiet over het jaar 2023 € 1.486.000. Gelet op het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen bedraagt de ruimte onder de kasgeldlimiet voor dit jaar ruim € 3.983.000.
Jaarstukken 2023
32
Voor het beheer van de ingevorderde belastingen houdt de BWB conform artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling een uitsluitend daartoe bestemde rekening aan. In het kasgeldlimiet wordt dan ook geen rekening gehouden met de betreffende bankrekening.
Renteresultaat Treasury In deze paragraaf wordt ook inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen. Ter verkrijging van dit inzicht is onderstaand overzicht opgesteld.
Omschrijving
2023
A Externe rentelasten over korte en lange financiering
-7.000
B Externe rentebaten
357.000
Saldo externe rentebaten
350.000
C Interne eigen rente
-
D Toerekening rente via renteomslag
-
Renteresultaat op taakveld treasury
350.000
Het bedrag boven de drempel van 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 1.000.000 dient gestort te worden bij het Rijk als zijnde een rekeningcourant verhouding. Als gevolg van de rentestijging die wordt vergoed over het schatkistbankieren (deze is gekoppeld aan de Euro Short Term Rate) ontvangen we nu meer rentebaten waar in de begroting geen rekening mee is gehouden.
Jaarstukken 2023
33
Paragraaf 3: Bedrijfsvoering Personeel Organisatie Op basis van de strategische personeelsplanning heeft de BWB inzichtelijk gemaakt wat de komende jaren de uitstroom van haar medewerkers gaat zijn. De kritische functies zijn in beeld gebracht en waar nodig wordt tijdig actie ondernomen. Dit om te zorgen dat de kennis behouden wordt en de vacatures tijdig zijn ingevuld. De krapte op de arbeidsmarkt blijft een aanhoudend probleem, maar desondanks slaagt onze organisatie erin een deel van de opengestelde vacatures in te vullen. De aangetrokken nieuwe medewerkers hebben echter weinig tot geen ervaring in het vakgebied. De medewerkers worden geselecteerd op basis van de gestelde competenties. Dit betekent dat deze medewerkers opgeleid en goed ingewerkt dienen te worden. Wanneer het niet lukt om medewerkers in dienst te nemen, kiest de BWB voor gerichte inhuur van medewerkers. Wel zien we dat het binnenhalen van expertise op een aantal gebieden lastig is. Dit betekent dat nieuwe collega’s intern worden opgeleid in samenwerking met externe partners. Inhuur is nog steeds noodzakelijk gebleken. In 2023 hebben we 27 medewerkers ingehuurd. In 2023 is gestart met het aanpassen van het personeelshandboek en dit wordt gecontinueerd in 2024.
Ziekteverzuim Het gemiddelde verzuimpercentage in 2023 bedraagt 6,9%. Dit betekent dat de stijgende trend van de afgelopen jaren is gestopt. Er is sprake van een significante daling ten opzichte van 2022. Toen was het gemiddelde percentage namelijk 10,7%.
Verzuimpercentage 14,0% 13,1%
13,0% 12,0% 11,0%
11,3%
9,0%
11,8% 11,1% 10,1%
10,0%
12,6% 11,1%
11,1%
11,0%
10,8%
9,7%
8,8%
8,7%
8,2%
8,0%
8,9%
7,0% 5,7%
5,0%
Jaarstukken 2023
6,9%
6,6%
6,0% 4,0%
10,9%10,7%
4,9% jan
feb
mrt
apr
mei
jun
4,6% jul
5,2%
5,1%
aug
sep
5,6%
okt
Verzuimpercentage 2023
Gemideld verzuimpercentage 2023
Verzuimpercentage 2022
Gemideld verzuimpercentage 2022
34
5,3% nov
dec