CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

01. BWB begroting 2025 en jaarstukken 2023.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5k: Raadsvoorstel 046 - Zienswijzen begrotingen 2025 Gemeenschappelijke Regelingen21.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

-

-

-

Subtotaal overhead/ dekkingsbijdrage

20.687

20.815

21.368

22.344

23.266

24.225

Totaal baten exploitatie

20.687

20.815

21.368

22.344

23.266

24.225

Resultaat voor bestemming

1.351

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

1.351

-

-

-

-

-

Bijdrage deelnemers

Mutaties in reserves Resultaat na bestemming

Begroting 2025

42

3. TOELICHTING OP DE BATEN EN LASTEN 2025 Algemeen Voordat wordt ingegaan op de confrontatie tussen de begroting 2024 en 2025 voor de diverse programma’s wordt eerst inzicht gegeven in de uiteindelijke verwerking van de kadernota 2025. Er worden enkele componenten beschreven die in de verdere cijfers zijn verwerkt.

Omschrijving (× € 1.000)

Kadernota 2025

Primaire begroting 2024

20.815

20.815

-

Correctie indexatie 2024*

219

414

-195

PM (-745)

-745

-

Tarief- en productiestijging 2025**

1.079

884

195

Proceskosten Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM 2025

PM (-)

-

-

Totaal primaire begroting 2025

21.368

21.368

-

Proceskosten Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM 2024*

Begroot 2025

Verschil

*) Zal naar verwachting de basis vormen voor de eerste bestuursrapportage 2024. **) Wordt in de kadernota 2025 uitgesplist naar loon- en prijscompensatie 2025 en ontwikkeling productie-kwantiteiten 2025.

Op basis van het bovenstaande beeld is de begroting onder de streep in lijn met de kaders zoals geschetst in de kadernota 2025 - 2028. De totale primaire begroting 2025 komt daarmee uit op een bedrag van € 21.368.000

Allereerst is de actualisatie tarief- en productiestijging 2024 doorgevoerd. Conform de kadernota 2025 bedraagt deze stijging 5,1% voor personele lasten en 3,8% voor materiële lasten. De begroting vertoont echter een verschil van € 195.000 ten opzichte van de kadernota, omdat enkele budgettaire aanpassingen noodzakelijk zijn. Deze aanpassingen omvatten met name een verhoging van twee budgetten, te weten: opleidingen/vorming en door te schuiven btw.

Daarnaast is er een tariefs- en productiestijging verwerkt voor 2025. In de kadernota 2025 staat beschreven dat dit 5,8% voor personele lasten bedraagt en 2,5% voor materiële lasten. De werkelijke uitvraag in de begroting ten opzichte van de kadernota is echter € 195.000 lager, omdat er kritisch is gekeken naar de (met name materiële) budgetten.

De Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en BPM heeft in combinatie met de verwachte productie geleid tot een daling van de begroting voor € 745.000. Deze post was in de kadernota beschreven als PM-post, waarbij in de begroting een bedrag werd bepaald. De opbouw van het precieze budget wordt beschreven onder het programma Waarderen.

Begroting 2025

43

Verschillen begroting 2025 ten opzichte van begroting 2024 In de verdere toelichting is inzicht gegeven op de belangrijkste verschillen tussen de primaire begroting 2024 en 2025 per programma. Ook is de kolom realisatie 2023 te zien. In de toelichting omtrent de volgende programma’s wordt alleen ingegaan op wijzigingen van meer dan € 100.000. Kleinere wijzigingen worden weergegeven onder ‘overige kleine verschillen’.

€ 408.000 V

Programma Waarderen

Het programma Waarderen is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Verschil

Lasten

5.805

5.820

6.157

337 N

Loonkosten huidig personeel

3.185

4.230

4.557

327 N

Inhuur personeel

1.159

-

-

-

Beheer WOZ-administratie

336

360

340

20 V

Taxeren en herwaarderen

184

170

200

30 N

Griffie- en proceskosten waarderen

941

1.060

315

745 V

-

-

-

-

5.805

5.820

5.412

Baten

Saldo Waarderen

408 V

Verschillen (> € 100.000) De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 327.000. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten.

Griffie- en proceskosten waarderen De griffie- en proceskosten waarderen zijn verlaagd met een bedrag van € 745.000. Het budget voor proceskostenvergoedingen moet toereikend zijn om de vergoedingen gedurende het boekjaar te kunnen verstrekken en ultimo 2025 een voorziening te kunnen vormen voor de verplichtingen die voortvloeien uit de openstaande bezwaren en beroepen welke ontvangen zijn in 2025.

Er is een verwachting opgesteld van het benodigde budget op basis van: -

het verwachtte aantal waardebezwaren en (als afgeleide hiervan) beroepen;

-

een verwachting van het aandeel bezwaren en beroepen waarbij de belanghebbende zich laat vertegenwoordigen;

-

een verwachting van het toekenningspercentage;

-

een verwachting van de gemiddelde kosten per bezwaar en beroep.

Begroting 2025

44

In de basis is het budget opgesteld op basis van ‘P × Q’: -

Het prijselement (P) is redelijk betrouwbaar te schatten. Het voornaamste deel van de proceskostenvergoedingen is als gevolg van de wettelijke wijziging verlaagd met 75%.

-

De aantallen (Q) bevat uitgangspunten die onderbouwd zijn op basis van ervaringscijfers maar waarvan geconcludeerd moet worden dat deze de nodige onzekerheid bevatten (zie voor een toelichting hierop het programma Waarderen).

De raming is als volgt: Onderdeel

Prijs

Aantal

Budget

Bezwaren

€ 224

906

€

203.000

Beroepen

€ 321

155

€

50.000

€

253.000

Totaal

Om rekening te houden met de onzekerheden wordt vanuit het voorzichtigheidsprincipe deze raming met 25% (€ 62.000) verhoogd. Afgerond is daarom een bedrag van € 315.000 opgenomen in de begroting.

Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 10.000 nadelig. De voordelige bijstelling binnen de WOZ-administratie heeft met name te maken met de aanbesteding van oblieke en rechte luchtfotografie. Dit terwijl het budget taxeren en herwaarderen is verhoogd om het meer in lijn te brengen met de gerealiseerde lasten inclusief indexaties.

Begroting 2025

45

€ 96.000 N

Programma Heffen Het programma Heffen is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Verschil

Lasten

2.360

2.551

2.647

96 N

Loonkosten huidig personeel

1.924

2.342

2.426

84 N

Inhuur personeel

173

-

-

-

Kosten BAG

34

45

45

-

(Controle)kosten gegevensbeheer

213

147

159

12 N

Griffie- en proceskosten heffen

16

17

17

-

Baten

-

-

-

-

Saldo

2.360

2.551

2.647

96 N

Verschillen (> € 100.000) Het programma Heffen bevat geen verschillen groter dan € 100.000.

Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 96.000 nadelig en bestaan voornamelijk uit loonkosten. De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 84.000. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten.

Begroting 2025

46

€ 113.000 N

Programma Invordering

Het programma Invordering is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Verschil

Lasten

2.069

2.388

2.501

113 N

Loonkosten huidig personeel

1.905

2.165

2.311

146 N

-

-

-

-

Financiële invordering

110

164

131

33 V

Dwanginvordering

54

59

59

-

-

-

-

-

2.069

2.388

2.501

Inhuur personeel

Baten

Saldo Invordering

113 N

Verschillen (> € 100.000) De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 146.000. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten.

Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 33.000 voordelig. De afwijking bestaat voornamelijk uit een goedkoper aanbesteed bankcontract.

Begroting 2025

47

€ 813.000 N

Overhead

Het programma Overhead en financiering is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Verschil

Lasten

9.095

9.970

10.723

753 N

Personeel

3.046

3.707

4.059

352 N

Inhuur derden

449

675

710

35 N

Overige personele kosten

611

415

640

225 N

Bedrijfsvoering

326

359

387

28 N

Kantoorkosten

549

759

706

53 V

1.923

2.055

2.053

2 V

948

800

818

18 N

1.243

1.200

1.350

150 N

Baten

397

225

165

60 N

Bijdragen loonkosten

140

-

-

-

Bijdrage garantiesalarissen

124

85

110

25 V

Bijdrage print en portokosten

-5

115

-

115 N

138

25

55

30 V

8.698

9.745

10.558

813 N

Informatisering/automatisering Huisvesting Door te schuiven BTW

Bijdrage overige goederen en diensten

Saldo Overhead

Verschillen (> € 100.000) Personeelslasten (€ 944.000 N) De salarislasten worden direct toegewezen aan de verschillende programma's waarop ze betrekking hebben. Vanaf de begroting 2021 worden de kosten voor ingehuurde medewerkers volledig toegewezen aan het overheadprogramma en niet meer aan andere programma's. Wanneer er sprake is van inhuur binnen de programma's waarderen, heffen of invordering, wordt beoordeeld of het totale inhuurbudget hiervoor toereikend is. Bij het opstellen van de jaarstukken worden de werkelijke kosten voor inhuur geboekt ten laste van de betreffende programma's.

Begroting 2025

48

Personeelslasten (× € 1.000)

Begroot 2024

Begroot 2025

Verschil

Loonkosten programma Waarderen

4.230

4.557

-327

Loonkosten programma Heffen

2.342

2.426

-84

Loonkosten programma Invordering

2.165

2.311

-146

Loonkosten Overhead

3.407

3.709

-302

Subtotaal salariskosten

12.144

13.003

-859

Garantiesalarissen Overhead

85

110

-25

Woon-werkverkeer Overhead

150

155

-5

Gratificaties Overhead

65

85

-20

Inhuur derden

675

710

-35

Subtotaal overige loonkosten

975

1.060

-85

13.119

14.063

-944

Totaal personeelslasten

In de bovenstaande tabel wordt een totaalbeeld geschetst van de totale personeelslasten in 2025. De stijging van de salarislasten met € 859.000 ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door:

1. Salarisindexatie 2024 en 2025 (€ 937.000 N) In de primaire begroting 2024 is rekening gehouden met een indexatie van 4,2%. Op basis van de kadernota 2025 wordt dit percentage gecorrigeerd aan de hand van de meest actuele inzichten. Op basis van het cao-akkoord 2024 is rekening gehouden met een salarisstijging van 5,1%. Dit levert een extra last op van € 224.000 ten opzichte van 2024. Daarnaast is voor 2025 rekening gehouden met een indexatie van 5,8%, wat resulteert in een nadeel van € 713.000.

2. Formatiewijziging (€ 78.000 V) Zoals in de beleidsindicatoren al vermeld wordt er per 2025 een formatie gehanteerd van 142,3 fte. De formatiedaling van 1,0 fte ten opzichte van 2024 resulteert in een daling van € 78.000. Deze daling vindt plaats binnen het programma Heffen.

Overige personeelskosten (€ 225.000 N) De overige personeelskosten zijn verhoogd met € 225.000. Deze wijziging bestaat voornamelijk uit drie verschillende onderdelen: -

Allereerst is het vormings- en opleidingsbudget verhoogd met € 100.000 zodat er voldoende geïnvesteerd kan worden in kennis en kunde voor nieuw en huidig personeel.

-

Ook de representatiekosten zijn toegenomen met € 45.000 om personeel voldoende te belonen voor hun werkzaamheden en om beter aan te sluiten bij de realisatie 2023.

-

Als laatste is het budget reis- en verblijfkosten verhoogd met € 45.000. Op deze manier sluit het budget beter aan op de realisatie 2023, wordt de nieuwe regeling omtrent dienstreizen- en reiskostenvergoeding toegepast en is de fietsregeling verwerkt.

Begroting 2025

49

Door te schuiven BTW (€ 150.000 N) Op basis van de in de begroting 2025 geraamde materiële en inhuurlasten, waarover BTW verschuldigd is, is de raming van de post door te schuiven BTW verhoogd met € 150.000 ten opzichte van de begroting 2024 tot een totaalbedrag van € 1.350.000. Dit bedrag ligt in lijn met de werkelijk door te schuiven BTW over het jaar 2023 en kan door de deelnemers worden teruggevraagd via het Btw-compensatiefonds (BCF).

Bijdrage print- en portokosten (€ 115.000 N) De bijdrage print- en portokosten komt te vervallen in de begroting 2025. Per 2024 worden er namelijk geen kosten meer in rekening gebracht bij de BWB van MijnOverheid en DigiD. Deze werden in het verleden doorbelast aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Waterschap Brabantse Delta.

Overige kleine verschillen De overige kleine afwijkingen met betrekking tot de overheadlasten zijn uit te splitsen in: Overige loonkosten

€

85.000 N

Bedrijfsvoering

€

28.000 N

Kantoorkosten

€

53.000 V

Informatisering/automatisering

€

2.000 V

Huisvesting

€

18.000 N

De voornaamste wijzigingen in de lasten bestaan uit het indexeren van het inhuurbudget, het verlagen van de print- en portokosten (kantoorkosten) zoals ook in de bijdrage is toegepast en het verlagen van de energiekosten als gevolg van een goedkopere aanbesteding dan vooraf was voorzien.

De overige kleine afwijkingen met betrekking tot de overheadbaten zijn uit te splitsen in: Bijdrage garantiesalarissen

€

25.000 V

Bijdrage overige goederen en diensten

€

30.000 V

De voornaamste wijzigingen in de baten bestaan uit het corrigeren van de garantiesalarissen zoals ook verwerkt in de overige loonkosten. Daarnaast is het budget overige bijdrage geactualiseerd op basis van de realisatie 2023.

Begroting 2025

50

€ 241.000 V

Treasury De post treasury is als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1.000)

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Verschil

Lasten

7

6

5

1 V

Rentelasten

7

6

5

1 V

Baten

357

190

430

240 V

Rentebaten

357

190

430

240 V

Saldo Treasury

-350

-184

-425

241 V

Verschillen (> € 100.000) De renteopbrengsten zijn de verwachte opbrengsten in 2025 van de bankrekening bij de rekeningcourantverhouding van het Rijk. Er is een inschatting gemaakt dat het rentepercentage gemiddeld 3,9% bedraagt. De renteopbrengsten nemen hierdoor met € 240.000 toe.

€0

Onvoorzien De post onvoorzien is als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1.000)

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Verschil

Lasten

-

80

80

-

Onvoorzien

-

80

80

-

Saldo Onvoorzien

-

80

80

-

Begroting 2025

51

€ 373.000 V

Bijdrage deelnemers De post bijdrage deelnemers ontwikkelt zich als volgt: Realisatie 2023

Omschrijving (× € 1.000)

Begroting 2024

Begroting 2025

Verschil

Baten

19.933

20.400

20.773

373 V

Bijdrage deelnemers

19.933

20.400

20.773

373 V

Saldo Bijdrage deelnemers

19.933

20.400

20.773

373 V

Toelichting De kosten van de BWB worden volledig doorbelast aan de deelnemers. De stijging van de lasten leidt tot een verhoging van de deelnemersbijdrage met € 373.000. De stijging is verderop gedetailleerd toegelicht.

Specificatie deelnemersbijdrage 2025 Het verloop van de deelnemersbijdrage over de periode 2024 en 2025 geeft onderstaand structureel beeld voor alle deelnemers.

Deelnemers (× € 1.000)

Realisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Verschil 2024 - 2025 Bedrag

%

Compensatie BTW 2025

Bergen op Zoom

1.680

1.838

1.805

33 V

1,8%

117

Breda

3.794

4.402

3.989

413 V

9,4%

259

Dongen

566

574

615

41 N

-7,1%

40

Etten-Leur

934

1.094

1.041

53 V

4,8%

68

Halderberge

665

726

736

10 N

-1,4%

48

Loon op Zand

634

507

676

169 N

-33,3%

44

Moerdijk

1.104

1.081

1.217

136 N

-12,6%

79

Oosterhout

1.396

1.385

1.505

120 N

-8,7%

98

Roosendaal

1.877

1.993

2.038

45 N

-2,3%

132

Rucphen

479

502

528

26 N

-5,2%

34

Woensdrecht

540

560

592

32 N

-5,7%

38

Zundert

664

712

696

16 V

2,2%

45

Brabantse Delta

4.249

5.026

5.335

309 N

-6,1%

-

Totaal deelnemers

18.582

20.400

20.773

373 N

-1,8%

1.002

Begroting 2025

52

Deelnemers (× € 1.000)

Begroting 2024

Mutatie A

Mutatie B

Mutatie C

Begroting 2025

Bergen op Zoom

1.838

-44

-66

77

1.805

Breda

4.402

-407

-175

169

3.989

Dongen

574

39

-24

26

615

Etten-Leur

1.094

-72

-24

43

1.041

Halderberge

726

1

-22

31

736

Loon op Zand

507

174

-33

28

676

Moerdijk

1.081

125

-41

52

1.217

Oosterhout

1.385

109

-53

64

1.505

Roosendaal

1.993

17

-58

86

2.038

Rucphen

502

17

-14

23

528

Woensdrecht

560

27

-20

25

592

Zundert

712

-8

-38

30

696

Brabantse Delta

5.026

22

57

230

5.335

Totaal deelnemers

20.400

-

-511

884

20.773

De wijziging van de deelnemersbijdrage bestaat uit drie componenten. Deze componenten zijn hierboven één voor één in beeld gebracht. Dit resulteert in een totale deelnemersbijdrage van € 20.773.000. De componenten zijn als volgt: A) De eerste mutatie bestaat uit de productiewijzigingen ten aanzien van de kostenverdeelstaat. Op basis van de totale bijdrage uit de primaire begroting 2024 is een nieuwe doorrekening gemaakt met de begrote productiekwantiteiten en personeelsinzet per 2025. Dit zorgt voor een interne verschuiving van bijdrage. B) De tweede mutatie bestaat uit de indexatiecorrectie 2024 volgens de kadernota 2025. De bijdragedaling van € 511.000 bestaat uit het cao-akkoord 2024, 5,1% personeelsindexatie, 3,8% materiële indexatie en de verwerking van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM. C) De laatste mutatie bestaat uit de indexatie 2025 volgens de kadernota 2025. De bijdragewijziging van € 884.000 bestaat uit 5,8% personeelsindexatie en 2,5% materiële indexatie.

De onderlinge verschillen van 9,4% bij de gemeente Breda ten opzichte van -33,3% bij de gemeente Loon op Zand zoals op de vorige pagina getoond, zijn voornamelijk het gevolg van de productie-wijzigingen in combinatie met de herziene personeelsinzet (mutatie A). De overige mutaties hebben ongeveer een evenredig effect. Op de volgende pagina wordt dan ook een verdergaande analyse gegeven van de verschillen in mutatie A.

Begroting 2025

53

Analyse procentuele verschillen per deelnemer Zoals reeds beschreven wijkt de deelnemersbijdrage procentueel af als gevolg van de productiewijzigingen en personeelsinzet ten opzichte van 2024, waarbij stijgende bijdragen in het rood zijn weergegeven. Per deelnemer is het effect als volgt:

Bergen op Zoom

2,4%

Oosterhout

-7,9%

Breda

9,2%

Roosendaal

-0,9%

Dongen

-6,8%

Rucphen

-3,4%

Etten-Leur

6,6%

Woensdrecht

-4,8%

Halderberge

-0,1%

Zundert

1,1%

Loon op Zand

-34,3%

Brabantse Delta

-0,4%

Moerdijk

-11,6%

De onderlinge wijziging van de gemeentelijke deelnemersbijdrage vindt voornamelijk zijn oorsprong binnen de verhouding verwachte ingediende waardebezwaren. De bijdragestijging van onder andere de deelnemers Loon op Zand en Moerdijk is hieronder verklaard aan de hand van de productie. Dit ten opzichte van een dalende productie van de Gemeente Etten-Leur en Breda. De overige productieaantallen zorgen voor kleinere onderlinge effecten.

Gemeente

Productie 2024*

Productie 2025*

Verschil

Verschil %

Bergen op Zoom

1.690

1.620

-70

-4%

Breda

5.500

4.380

-1.120

-26%

Dongen

440

570

130

23%

Etten-Leur

910

670

-240

-36%

Halderberge

550

560

10

2%

Loon op Zand

330

760

430

57%

Moerdijk

710

1.100

390

35%

Oosterhout

950

1.300

350

27%

Roosendaal

1.380

1.520

140

9%

Rucphen

330

370

40

11%

Woensdrecht

380

480

100

21%

Zundert

840

870

30

3%

Totaal

14.010

14.200

190

1%

*Dit zijn de begrote aantallen waardebezwaren per deelnemer.

Begroting 2025

54

Meerjarenperspectief deelnemersbijdrage 2025 – 2028 Op basis van de algemene financiële uitgangspunten, zijn de deelnemersbijdragen in beeld gebracht voor de jaren 2025 tot en met 2028.

Deelnemer (× € 1.000)

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Begroot 2028

Bergen op Zoom

1.805

1.888

1.967

2.049

Breda

3.989

4.173

4.347

4.528

Dongen

615

643

670

698

Etten-Leur

1.041

1.089

1.135

1.182

Halderberge

736

770

802

836

Loon op Zand

676

707

737

767

Moerdijk

1.217

1.273

1.326

1.382

Oosterhout

1.505

1.575

1.640

1.709

Roosendaal

2.038

2.132

2.221

2.314

Rucphen

528

552

575

599

Woensdrecht

592

619

645

672

Zundert

696

728

759

790

Brabantse Delta

5.335

5.584

5.815

6.056

Totaal deelnemers

20.773

21.733

22.639

23.582

Incidentele baten en lasten Binnen de begroting 2025 zijn er geen incidentele baten en lasten.

Mutaties reserves Er vinden in de begroting 2025 geen mutaties in reserves plaats.

Begroting 2025

55

3. UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE Algemeen In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijnen een uiteenzetting gegeven van de financiële positie van de BWB. In de paragraaf financiering is de financieringsfunctie van de BWB beschreven. Daar is met name aandacht besteed aan treasury, renterisico’s en de kasgeldlimiet. De BWB beschikt bij het opstellen van deze begroting niet over een algemene reserve.

Geprognosticeerde balans In deze geprognosticeerde balans is uitgegaan van bestaand beleid. Er is rekening gehouden met verwachte investeringen zoals het investeringskrediet voor de vervanging van de belasting-, waarderings, en financiële applicaties van de BWB.

Balans

Balans

Balans

Balans

Balans

Balans

01-01-‘24

01-01-‘25

01-01-‘26

01-01-‘27

01-01-‘28

01-01-‘29

1.181

1.168

817

504

322

214

Uitzettingen korte dan 1 jr.

4.665

4.532

4.733

4.896

4.928

4.886

Liquide middelen

3.001

-

-

-

-

-

Overlopende activa

251

251

251

251

251

251

10.177

5.951

5.801

5.651

5.501

5.351

Omschrijving (× € 1.000) ACTIVA Vaste activa Materiele vaste activa Vlottende activa

Totaal activa

Omschrijving (× € 1.000)

Balans

Balans

Balans

Balans

Balans

Balans

01-01-‘24

01-01-‘25

01-01-‘26

01-01-‘27

01-01-‘28

01-01-‘29

PASSIVA Vaste passiva Bestemmingsreserves

1.351

-

-

-

-

-

Voorzieningen

659

931

931

931

931

931

Vaste schulden langer 1 jr.

750

600

450

300

150

-

Schulden korter dan 1 jr.

4.137

4.137

4.137

4.137

4.137

4.137

Overlopende passiva

3.280

283

283

283

283

283

Totaal passiva

10.177

5.951

5.801

5.651

5.501

5.351

Vlottende passiva

Begroting 2025

56

4. EMU-SALDO In het BBV wordt middels artikel 23, lid d, voorgeschreven dat de ontwikkeling van het EMU-saldo moet worden opgenomen in de begroting en de jaarstukken. Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven van de overheid op transactiebasis (moment van levering) in een bepaalde periode. Om de overheidsfinanciën in de Eurozone robuust te houden, zijn in Europees verband afspraken gemaakt over het toegestane maximale tekort van het EMU-saldo op nationaal niveau. Omdat het EMU-saldo van alle decentrale overheden onderdeel uitmaakt van het EMU-saldo op nationaal niveau is het daarmee ook relevant voor de decentrale overheden om het eigen EMU-saldo te volgen.

Hieronder is een berekening van het EMU-saldo weergegeven.

Jaartal (× € 1.000)

T-1

T

T+1

T+2

T+3

2024

2025

2026

2027

2028

Kapitaalverstrekkingen en leningen

-

-

-

-

-

Uitzettingen

-

-

-

-

-

Uitzettingen

1.513

1.513

163

32

-42

Liquide middelen

-

-

-

-

-

Overlopende activa

-

-

-

-

-

-150

-150

-150

-150

-150

Vlottende schuld

-

-

-

-

-

Overlopende passiva

-

-

-

-

-

Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (i)materiële vaste activa

-

-

-

-

-

1.663

351

1.663

1.663

108

Financiële vaste activa Activa Vlottende activa

Vaste Passiva Vaste schuld Passiva

Vlottende passiva

EMU-SALDO

Begroting 2025

57

5. OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Op grond van artikel 7, lid 3 van de BBV-provincies en gemeenten dient in de begroting een overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld te worden opgenomen.

Naam taakveld (× € 1.000)

Nr.

Lasten 2025

Baten 2025

Saldo

0.10

Mutaties reserves

-

-

-

0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

-

-

-

0.4

Ondersteuning organisatie (Overhead)

10.723

165

-10.558

0.5

Treasury

5

430

425

0.64

Belastingen overig

10.560

20.773

10.213

0.8

Overige baten en lasten

80

-

-80

21.368

21.368

-

Totaal

Voor de diverse belastingsoorten zijn in de BBV-voorschriften verschillende taakvelden toegekend. Voor de BWB is het in praktische zin niet mogelijk om de baten en lasten over deze diverse taakvelden toe te rekenen. In dat kader is ervoor gekozen om de baten en lasten die direct zijn toe te rekenen aan belastingen integraal te verantwoorden onder het taakveld 0.64 Belastingen Overig.

Begroting 2025

58

BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2025 en volgende jaren Toelichting

I(ncidenteel) S(tructureel)

Financiële omvang

Kans

Berekend risico

Stijging beroepen WOZ

De BWB heeft significant minder bezwaren toegekend in 2023, onzeker is of de NCNP-bureaus als gevolg hiervan meer in beroep zullen gaan. Het (budgettaire) effect hiervan in 2024 en 2025 is niet betrouwbaar vast te stellen (ook omdat mogelijk het aantal bezwaren in 2024 en 2025 kan dalen).

I

€ 265.000

50%

€ 132.500

Hoogte proceskostenvergoedingen

De “Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM” is sinds 01-01-2024 van kracht. Deze wet verlaagt de proceskostenvergoedingen, deze verlaging heeft de BWB verwerkt in de begroting 20252028. Er is een kans dat de Hoge Raad de verlaging van de proceskostenvergoedingen weer terug gaat draaien waarmee het voordeel op dit budget zoals verwerkt in de begroting zou vervallen.

I

€ 744.000

50%

€ 372.000

S

€ 160.000

25%

€ 40.000

S

€ 750.000

7,5%

€ 56.250

Risico Risico’s primaire proces

Risico’s met betrekking tot bedrijfsvoering De economie zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen. Invullen vacatures

Door aanpassingen in de werving en selectie slaagt de BWB erin de meeste vacatures toch ingevuld te krijgen. Dit uit zich in een hogere bezettingsgraad. De functie van taxateur vormt hierop een uitzondering. Dit is aanleiding om het risico te verlagen.

Risico’s met betrekking tot automatisering Aansprakelijkheid in verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de BWB extra risicogevoelig. Ondanks getroffen maatregelen blijft het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig.

€ 600.750

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

Begroting 2025

59

Bijlage 2: Richtlijnen deelnemers Door de deelnemers zijn de onderstaande (aanvullende) financiële richtlijnen vastgesteld. Per richtlijn is aangegeven op welke wijze hier bij de uitwerking in de begroting mee is omgegaan. 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer.

Een structureel sluitende meerjarenbegroting is het uitgangspunt uit de kadernota en verwerkt in de begroting 2025, een meerjarenperspectief van deelnemersbijdrage is opgenomen op pagina 52.

2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten.

De begroting komt tot stand tot stand op basis van de ramingen zoals deze zijn opgenomen in de laatst vastgestelde meerjarenbegroting (2024-2027) waarop een nacalculatie wordt uitgevoerd. Tot bestaand beleid behoort de uitvoering van het takenpakket zoals opgenomen in de beleidsbegroting. De volgende wijzigingen (in wet- en regelgeving) zijn toegelicht in de kadernota 2025: De samenhangende objectenregistratie (SOR) (tijdspad onbekend)*, Omgevingswet (Ow), Wet kwaliteitsborging (Wkb) (Inwerkingtreding 01-01-24), Aanpassing belastingstelsel water-schappen (inwerkingtreding 2026) en Wet Stroomlijnen onderdeel rechtsbescherming bij belastingschulden (inwerkingtreding 2027 of later).

Het AB heeft geen besluiten genomen over (financiële) effecten van bovenstaande ontwikkelingen. De

uitgangspunten

voor

de

begroting

blijven

ongewijzigd.

De

Wet

Herwaardering

Proceskostenvergoedingen WOZ en BPM heeft een ‘open einde karakter’ de effecten hiervan zijn zo betrouwbaar mogelijk verwerkt in de begroting 2025.

Begroting 2025

60

3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve twee jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de Gemeenschappelijke Regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de Gemeenschappelijke Regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen.

Bij het opstellen van deze begroting heeft het AB (nog) niet besloten tot de instelling van reserves. Zie tevens richtlijn 5.

4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende cao-indexering, overige cao-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex.

Toegepast voor 2025 is de loonvoet sector overheid uit de Septembercirculaire gemeentefonds 2023.

5. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke cao-indexering, overige cao-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd.

Dit maakt onderdeel uit van het voorstel omtrent resultaatbestemming bij de jaarrekening 2023.

6. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.

De benodigde productie is in de begroting verwerkt op basis van de meest recente inzichten.

7. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur.

Dit is het uitgangspunt, het AB ontvangt bij de jaarrekening een voorstel tot resultaatbestemming.

Begroting 2025

61

8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de Gemeenschappelijke Regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de Gemeenschappelijke Regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.

Zie de uitwerking in de verplichte paragrafen, paragraaf 1: Weerstandsvermogen & risico-beheersing.

Aanvullende financiële richtlijnen 1. De reserve zoals aangegeven bij punt 5 van de financiële richtlijnen mag alleen worden gevormd uit een positief resultaat bij de jaarrekening (en dus niet uit een verhoging van de deelnemers-bijdrage). 2. In afwijking van punt 7 van de financiële richtlijnen en in aanvulling op punt 1 van deze aanvullende richtlijnen mag de BWB een eventueel positief resultaat bij de jaarrekening aanwenden voor het vormen van een algemene reserve.

Zie richtlijn 5

Begroting 2025

62

Aan de raad van de gemeente Roosendaal Postbus 5000 4700 KA ROOSENDAAL

Contactpersoon drs. P.C.A.M. Stoffelen

Uw kenmerk -

Onderwerp Voorlopige Jaarstukken BWB 2023 en accountantscontrole

Datum 24 april 2024

Geacht bestuur,

Het algemeen bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) heeft op 5 april 2024 de Jaarstukken BWB 2023 vastgesteld onder voorbehoud van goedkeuring door de accountant. De accountant heeft zijn controle op de jaarstukken 2023 niet afgerond. Dit wordt veroorzaakt door het wetgevingstraject rondom de rechtmatigheidsverantwoording (het BBV en het BADO zijn nog niet aangepast aan de rechtmatigheidsverantwoording), dit is een landelijk probleem. Inmiddels is er door de beroepsvereniging van accountant NBA meer duidelijkheid verschaft (zie NBA auditalert 48). Als gevolg hiervan is de verwachting dat met enkele technische aanpassingen in de jaarstukken de accountant zijn controle in de loop van mei alsnog goedkeurend kan afronden. De aanpassingen hebben betrekking op de rechtmatigheidsverklaring door het dagelijks bestuur en de toelichting hierop. Het resultaat blijft ongewijzigd. De jaarstukken welke nu aan uw bestuur worden toegestuurd zijn als gevolg hiervan dan ook voorlopig. Het algemeen bestuur van de BWB krijgt de gewijzigde jaarstukken voorgelegd ter besluitvorming in haar vergadering van 5 juli 2024. De voorlopige jaarrekening 2023 van de BWB laat een positief resultaat zien van afgerond € 1.351.000,-. Bij de tweede bestuursrapportage werd een positief resultaat verwacht van € 670.000 exclusief proceskostenvergoedingen en verrekening voorzieningen.

De griffie en proceskosten laten een voordeel zien van € 527.000. Voor een toelichting verwijzen we u naar de jaarstukken. Het positieve jaarrekeningresultaat is als volgt bestemd: € 1.151.000 wordt verrekend met de deelnemers op basis van de vastgestelde kostenverdeel-systematiek. Om beperkte afwijkingen tussen de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling op te kunnen vangen heeft het algemeen bestuur heeft besloten tot de instelling van een algemene reserve. Van het positieve jaarrekeningresultaat wordt € 200.000 wordt gestort in deze algemene reserve.

Jaarstukken 2023 Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant

Inhoudsopgave BESTUURLIJKE SAMENVATTING .......................................................................................................4 1. Algemene beschouwingen ...............................................................................................................5 2. Financiële beschouwingen...............................................................................................................5 I

JAARVERSLAG 2023 .....................................................................................................................9 Algemeen ...........................................................................................................................................10 Programmaverantwoording................................................................................................................12 Paragrafen .........................................................................................................................................29

II

JAARREKENING 2023..................................................................................................................42 1. Overzicht van baten en lasten .......................................................................................................43 2. Toelichting overzicht baten en lasten.............................................................................................44 3. Wet Normering Topinkomens (WNT).............................................................................................57 4. Balans per 31 december 2023 voor bestemming ..........................................................................59 5. Waardering grondslagen jaarrekening ...........................................................................................61 6. Toelichting op de balans per 31 december 2023 ...........................................................................63 7. Niet in de balans opgenomen verplichtingen .................................................................................70 8. Baten en lasten per taakveld .........................................................................................................71 9. Verantwoording gederfde inkomsten en uitvoeringskosten kinderopvangtoeslag .........................72 10.

Rechtmatigheidsverantwoording..................................................................................................74 Bijlagen ..............................................................................................................................................75

Jaarstukken 2023

2

Algemeen Hierbij bieden we u de jaarstukken 2023 aan. Deze jaarstukken zijn opgesteld in overeenstemming met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In de jaarstukken wordt verantwoording afgezet tegen de uitvoering van het in de begroting 2023 opgenomen beleid. De jaarstukken bestaan uit twee delen, het jaarverslag en de jaarrekening. In het jaarverslag wordt op programmaniveau teruggekeken naar de doelstellingen en hoe hier uitvoering aan is gegeven. In de jaarrekening worden de baten en lasten gepresenteerd en wordt een toelichting gegeven op verschillen ten opzichte van de begroting 2023 na wijzigingen.

Leeswijzer De bestuurlijke samenvatting bestaat uit de algemene- en financiële beschouwingen en de uiteindelijke bestemming van het resultaat. In onderdeel 1, het jaarverslag, wordt teruggekeken op de in de begroting genoemde doelstellingen en beleidsvoornemens en of deze al dan niet zijn gerealiseerd. Ook de verplichte paragrafen conform de BBV komen in dit hoofdstuk terug, voor zover van toepassing voor de BWB. In onderdeel 2, de jaarrekening, wordt de financiële jaarrekening weergegeven. Hierin worden de baten en lasten over 2023 en de balans gepresenteerd en toegelicht. Daarnaast wordt de Wet Normering Topinkomens (WNT), baten en lasten per taakveld, de verantwoording omtrent de kinderopvangtoeslag en de rechtmatigheidsverantwoording in dit hoofdstuk behandeld.

Jaarstukken 2023

3

BESTUURLIJKE SAMENVATTING

Jaarstukken 2023

4

1. ALGEMENE BESCHOUWINGEN In de primaire begroting werd rekening gehouden met 14.000 waardebezwaren. In de eerste bestuursrapportage hebben we dit moeten bijstellen naar 21.000 in de wetenschap dat extra personele capaciteit niet voorhanden was. Door onze processen voor afhandeling van waardebezwaren door te ontwikkelen in combinatie met de bovenmatige inzet van de betrokken medewerkers zijn we erin geslaagd de doelen voor dit jaar te behalen. De waardebezwaren zijn grotendeels afgehandeld. Het restant bezwaren zal (binnen de wettelijke termijnen) voor half februari 2024 afgewikkeld zijn. Daarnaast is de implementatie van de belastingapplicatie afgerond. De definitieve oplevering heeft plaatsgevonden en daarmee is er ook een normale beheersmatige situatie ontstaan. We zien dit bijvoorbeeld terug in een daling van het aantal aanslagen. Hiermee is een periode afgesloten waarin de bedrijfsvoering van de BWB zwaar onder druk stond.

2. FINANCIËLE BESCHOUWINGEN In de tweede bestuursrapportage werd rekening gehouden met een positief jaarrekeningresultaat van € 670.000 exclusief het effect van de proceskosten en mutaties in voorzieningen. Het jaar 2023 wordt uiteindelijk afgesloten met een positief resultaat van afgerond € 1.351.000. Afgezet tegen de tweede bestuursrapportage wordt het hogere resultaat veroorzaakt door een voordeel op de proceskostenvergoedingen voor waardebezwaren van € 527.000 (inclusief een vrijval uit de voorziening 2022 van € 52.000), een groter voordeel op personele en inhuurlasten van € 75.000 (inclusief een vrijval uit de voorzieningen van personeel van € 66.000) en een groter voordeel op overige baten van € 64.000.

Resultaat jaarrekening

Omschrijving Personele- en inhuurlasten

515.000 V

Overige personeelskosten

4.000 N

Resultaat tweede bestuursrapportage 440.000 V -

Materiële kosten

212.000 V

Griffie en proceskosten waarderen

527.000 V

-

7.000 V

-

-

-

94.000 V

30.000 V

1.351.000 V

670.000 V

BTW-compensatie Onvoorzien Bijdrage Totaal begroot

Jaarstukken 2023

5

200.000 V

De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van het eerder gerapporteerde resultaat worden hierna toegelicht.

Griffie en proceskosten waarderen Het totale voordeel op griffie- en proceskosten bedraagt € 527.000, waarbij een eenmalige vrijval van € 52.000 uit de voorziening voor proceskosten 2022 is inbegrepen. Om zowel burgers als bedrijven aan te moedigen zelf bezwaar aan te tekenen, kregen deze bezwaren voorrang bij de afhandeling van waardebezwaren. Pas daarna werden de bezwaren van gemachtigden (voornamelijk NCNP-bureaus) behandeld. Het was pas in het laatste kwartaal van het jaar dat werd vastgesteld dat het percentage gegrondverklaringen bij NCNP-bedrijven aanzienlijk lager lag dan op basis van de beschikbare data verwacht werd. De kwaliteit van de herwaardering lag dus hoger dan op voorhand geprognosticeerd, met het genoemde financiële voordeel tot gevolg. Personele en inhuurlasten Het totale voordeel op de totale personele lasten is afgerond € 515.000 waaronder een incidentele vrijval uit de voorzieningen voor personeel van € 66.000. Daarnaast worden als gevolg van de problematische arbeidsmarkt vacatures en inhuuropdrachten later of niet geheel ingevuld, met als gevolg een voordeel van € 189.000. Ook is er in 2023 gekozen om enkele functies tijdelijk niet open te stellen met een voordeel van € 260.000, deze functies zullen in de loop van 2024 worden ingevuld.

Overige baten Er treden voor € 94.000 aan hogere baten op als gevolg verschillende factoren. Hiervan € 37.000 wordt veroorzaakt doordat rentetarieven bij het Schatkistbankieren harder zijn gestegen dan de verwachting. Specificatie Voor een meer uitgebreide toelichting op de verschillen van de reguliere exploitatie verwijzen we u kortheidshalve naar de toelichting op het overzicht van baten en lasten in onderdeel II van deze jaarrekening. Kadernota 2023 De kadernota 2023 vormde de basis voor het begrotingsjaar 2023. Als gevolg van de hoge inflatie in 2023 zijn bij de kadernota 2024 de kaders voor het begrotingsjaar 2023 bijgesteld. Afgezet tegen deze kaders ontstaat het volgende beeld: •

Kadernota 2023 bijgesteld

€ 19.823.000

•

Jaarrekening 2023

€ 19.336.000

Daarmee is de gerechtvaardigde conclusie is dat de BWB met ongeveer € 500.000 binnen de gestelde kaders is gebleven.

Jaarstukken 2023

6

Te bestemmen resultaat Het positieve jaarrekeningresultaat bedraagt € 1.351.000. De verrekening van de definitieve deelnemersbijdrage op grond van artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant, is in de tabel hieronder per deelnemer te zien op basis van nacalculatie.

Bijdrage inclusief compensabele BTW Omschrijving

Begroot na wijziging 2023

Bijdrage nacalculatie 2023

Bijdrage

Bijdrage

Comp. BTW

Te bestemmen*

Comp. BTW

Bergen op Zoom

1.789.000

112.000

1.680.000

112.000

-94.000

Breda

4.003.000

251.000

3.794.000

254.000

-183.000

Dongen

612.000

38.000

566.000

38.000

-37.000

Etten-Leur

981.000

62.000

934.000

62.000

-49.000

Halderberge

727.000

46.000

665.000

44.000

-53.000

Loon op Zand

670.000

42.000

634.000

42.000

-28.000

Moerdijk

1.212.000

76.000

1.104.000

74.000

-82.000

Oosterhout

1.476.000

93.000

1.396.000

93.000

-73.000

Roosendaal

1.999.000

125.000

1.877.000

126.000

-143.000

Rucphen

509.000

32.000

479.000

32.000

-5.000

Woensdrecht

585.000

37.000

540.000

36.000

-27.000

Zundert

702.000

44.000

664.000

44.000

-29.000

Brabantse Delta

4.668.000

-

4.249.000

-

-548.000

Totaal deelnemers

19.933.000

958.000

18.582.000

957.000

-1.351.000

*Het te bestemmen bedrag komt niet overeen met het verschil tussen de bijdrage inclusief btw. De wijziging vanuit de tweede bestuursrapportage is niet in rekening gebracht. De totstandkoming van het te verrekenen bedrag is te vinden in hoofdstuk 2 van de jaarrekening.

Resultaatbesteding Als onderdeel van de resultaatbesteding wordt het algemeen bestuur voorgesteld het jaarrekeningresultaat na bestemming zijnde € 1.351.000 als volgt te besteden: € 200.000 voor de vorming van een beperkte algemene reserve en € 1.151.000 te verrekenen met de deelnemers op basis van de vastgestelde kostenverdeelsystematiek. De voorwaarden voor de reserve zijn opgenomen als bijlage bij het voorstel aan het algemeen bestuur. Op de volgende pagina is de uitwerking per deelnemer weergegeven.

Jaarstukken 2023

7

Omschrijving

Te bestemmen resultaat

Verhouding jaarrekening

Bestemming reserve

Bestemming te verrekenen deelnemers

Bergen op Zoom

-94.000

9,0%

-18.000

-76.000

Breda

-183.000

20,4%

-41.000

-142.000

Dongen

-37.000

3,0%

-6.000

-31.000

Etten-Leur

-49.000

5,0%

-10.000

-39.000

Halderberge

-53.000

3,6%

-7.000

-46.000

Loon op Zand

-28.000

3,4%

-7.000

-21.000

Moerdijk

-82.000

5,9%

-12.000

-70.000

Oosterhout

-73.000

7,5%

-15.000

-58.000

Roosendaal

-143.000

10,1%

-20.000

-123.000

Rucphen

-5.000

2,6%

-5.000

-

Woensdrecht

-27.000

2,9%

-6.000

-21.000

Zundert

-29.000

3,6%

-7.000

-22.000

Brabantse Delta

-548.000

22,9%

-46.000

-502.000

-1.351.000

100,0%

-200.000

-1.151.000

Totaal deelnemers

Jaarstukken 2023

8

I

Jaarstukken 2023

JAARVERSLAG 2023

9

ALGEMEEN Deelnemers In 2023 zijn belastingtaken uitgevoerd voor het Waterschap Brabantse Delta en twaalf deelnemende gemeenten, te weten Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Halderberge, Loon op Zand, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Woensdrecht en Zundert.

Jaarstukken 2023

10

Omzet per belastingsoort Belastingopbrengsten biljetbedrag (× € 1.000)

Rekening 2022*

Afvalstoffenheffing

Rekening 2023

77.492

81.746

BIZ (Bedrijven Investering Zone)

498

920

Forensenbelasting

79

80

Hondenbelasting

646

716

3.479

4.391

Lijkbezorgingsrechten

225

334

Marktgelden

137

129

138.492

153.066

Precariobelasting

514

1.507

Reclamebelasting

1.199

1.388

Reinigingsrecht

181

161

Rioolheffing

74.549

76.386

(Water)toeristenbelasting

4.152

7.707

Zuiveringsheffing

75.604

83.461

475

340

Watersysteemheffing

76.566

81.877

Totale belastingopbrengsten biljetbedrag

454.288

494.209

Leges

Onroerendezaakbelastingen

Verontreinigingsheffing oppervlaktewater

*De realisatie is aangepast ten opzichte van de jaarrekening 2022. Daar werden de cijfers inclusief prognose gepresenteerd. Vanaf deze jaarrekening worden deze buiten beschouwing gelaten, aangezien deze ook terug komen in latere realisaties en daarmee dubbel werden vermeld. Overige opbrengsten (× € 1.000)

Rekening 2022*

Rekening 2023

Vervolgingskosten

2.282

2.111

Invorderingsrente

262

226

2.544

2.337

Totale overige opbrengsten

De gepresenteerde cijfers zijn overgenomen uit de eindverantwoordingen zoals deze zijn verstrekt aan de afzonderlijke deelnemers. Hierbij worden alleen de werkelijk gerealiseerde cijfers gepresenteerd exclusief de prognoses. Dat is dus het opgelegde bedrag minus de vermindering, vernietiging en overige mutaties.

Jaarstukken 2023

11

PROGRAMMAVERANTWOORDING Programma 1 – Waarderen 1.

Algemeen

De BWB voert voor haar gemeentelijke deelnemers onder meer de Wet Waardering Onroerende Zaken (de Wet WOZ) uit. Binnen het programma Waarderen vindt onder andere de permanente marktanalyse plaats, worden objecten gewaardeerd en worden bezwaren en beroepszaken met betrekking tot de WOZ behandeld. De uitvoering van de activiteiten moet voldoen aan het toetsingskader en de richtlijnen van de Waarderingskamer, de landelijke toezichthouder op de uitvoering van de Wet WOZ.

2.

Cijfers in beeld

WOZ-objecten

Aantal WOZ-objecten 360.000 330.000 300.000 270.000 240.000 210.000 180.000 150.000

321.033

320.530

Realisatie 2022

Begroot 2023

335.400

334.965

Begroot na wijziging 2023

Realisatie 2023

120.000 90.000 60.000 30.000 -

Het aantal WOZ-objecten vertoont een lichte afwijking ten opzichte van de raming na wijziging; de raming is nauwkeurig geweest. De lichte afwijking kan worden toegerekend aan afwijkingen in de autonome groei (oplevering en ingebruikname nieuwbouw).

Jaarstukken 2023

12

Waardebezwaren

Waardebezwaren 24.000 21.000 18.000 15.000 12.000 20.500

19.909

Begroot na wijziging 2023

Realisatie 2023

9.000 13.680

6.000 3.000 -

8.246

Realisatie 2022

Begroot 2023

Het werkelijke aantal bezwaren tegen de vastgestelde WOZ-waarde over het belastingjaar 2023 is uitgekomen op 19.909 waardebezwaren. Dit is fors hoger dan de begrote aantallen en eveneens hoger dan het resultaat van het jaar 2022. Dit is in lijn met het landelijke beeld; daar er in 2022 (landelijk) nog 312.000 WOZ-bezwaren waren ingediend, zijn er in 2023 627.000 bezwaren ingediend. Deze sterke stijging van het aantal WOZ-bezwaren in 2023 is te wijten aan een drietal oorzaken: -

In de eerste plaats de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt in de periode 2022 – 2023 waardoor de WOZ-waardes sterk zijn gestegen (in het beheersgebied van de BWB gemiddeld met circa 14%).

-

Als tweede oorzaak is de rol van de NCNP's aan te wijzen die een intensieve reclamecampagne hebben gevoerd en – gedreven door de aanspraak die op de proceskostenvergoeding kan worden gemaakt – ruim 10.000 bezwaren hebben ingediend.

-

De derde oorzaak is het effect van de (media) aandacht voor de hoge inflatie in de periode waarin de beschikkingen werden verzonden een niet uit te vlakken factor. Dat gemeenten navenant de tarieven neerwaarts hebben bijgesteld is – ondanks de communicatiecampagne – bij veel burgers niet goed duidelijk. Hieraan wordt in de communicatiecampagne 2024 extra aandacht geschonken.

Eind december waren circa 18.000 bezwaren afgewikkeld. Op grond van de regelgeving is het mogelijk de uitspraak op bezwaarschriften die nog niet zijn gedaan voor het einde van het desbetreffende belastingjaar, eenmalig met zes weken te verdagen. Van die mogelijkheid is gebruik gemaakt. Het restant bezwaren is voor half februari 2024 afgewikkeld.

Jaarstukken 2023

13

Realisatie 2023

Realisatie 2022

Realisatie 2021

Realisatie 2020

WOZ-objecten

334.965

321.033

315.773

315.840

Objecten onder bezwaar

19.909

8.246

*10.934

9.420

% aandeel bezwaren t.o.v. WOZ-objecten

5,9%

2,6%

3,5%

3,0%

% mutatie bezwaren t.o.v. voorgaand jaar

141%

-/- 25%

16%

25%

I - % gegrond verklaard

25%

28%

38%

22%

II - % gegrond waarbij Vermindering WOZ-waarde met >10%

8%

16%

13%

9%

II / I

31%

59%

34%

42%

10.728

4.646

4.756

3.234

54%

56%

44%

38%

€ 937.000

€ 1.011.200

€ 601.500

€ 504.500

285

173

103

142

Specificatie waarderen

Objecten onder bezwaar ingediend door NCNP % NCNP t.o.v. alle objecten onder bezwaar Proceskostenvergoeding boekjaar Beroepszaken

*Exclusief bezwaren die voortvloeien uit het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte.

In het ‘verdienmodel’ voor de NCNP's komt een kentering. In 2023 heeft de rechtbank Zeeland WestBrabant een lijn ingezet waarbij de immateriële schadevergoeding standaard in de uitspraken op beroepsprocedures op € 50 is bepaald (in plaats van € 500). In 2023 is tevens een wetsvoorstel aangenomen dat in werking treedt per 01-01-2024 waarbij de proceskostenvergoeding in WOZprocedures met 75% verlaagd wordt ten opzichte van 2023 en proceskosten rechtstreeks aan belanghebbenden dienen te worden uitbetaald in plaats van aan de NCNP's. Dit alles met het oogmerk om de overbelasting van gemeenten en belastingsamenwerkingen alsmede de rechterlijke macht terug te dringen en het verdienmodel voor de NCNP's te beperken. De verwachting is dat de nieuwe wetgeving in 2024 een dempend effect zal hebben op het aantal bezwaar- en beroepsprocedures van NCNP-bedrijven, de mate waarin is nog niet te voorspellen. Met het afdoen van de bezwaarschriften komt ook meer inzicht in het aantal beroepsprocedures; ultimo 2023 waren circa 285 beroepsprocedures voor het belastingjaar 2023 ingediend bij de rechtbank, hoofdzakelijk door NCNP's. Op het moment van afronden van dit document zijn er 557 beroepschriften over het belastingjaar 2023 ingediend. Van voorgaande jaren staan momenteel nog 320 dossiers open waarin nog proceshandelingen moeten worden verricht of waarin nog een uitspraak wordt verwacht.

De rechtbank is sinds oktober 2023 bezig met een inhaalslag voor deze oude zaken, maar nog steeds staan er zaken van 2022 die nog op zitting moeten komen. Overigens is het succespercentage van beroepsprocedures zeer gering. In minder dan 10% van de zaken wordt de NCNP of belanghebbende in het gelijk gesteld. Helaas vragen beroepsprocedures per dossier wel een forse tijdsbesteding, op grond van meting ongeveer 20 uur per beroepsprocedure (inclusief de mondelinge behandeling bij de rechtbank).

Jaarstukken 2023

14

3.

Wat hebben we bereikt?

De Waarderingskamer heeft in 2023 de vragenlijsten voor het hele WOZ-proces op diverse momenten in het jaar beoordeeld, met een positieve uitkomst. Daarnaast heeft een zogenaamd ‘Onderzoek naar de uitvoering en interne beheersing van het WOZ-proces' plaatsgevonden voor de gemeente Loon op Zand, aangezien deze gemeente in 2023 is toegetreden. De uitkomst van dit onderzoek is positief. In december 2023 heeft de BWB voor alle gemeenten de toestemming ontvangen om de beschikkingen 2024 te verzenden. In de begroting 2023 zijn de volgende KPI’s opgenomen voor dit programma: Prestatie-indicator

Doelstelling

Eenheid

Resultaat

Oordeel Waarderingskamer

Oordeel van “goed” van Waarderingskamer (WaKa) over het betreffende jaar.

Oordeel Waka

‘Goed’

Afgehandelde bezwaarschriften

Op 1 oktober van ieder jaar is 80% van de objecten onder waardebezwaren – die betrekking hebben op dat jaar en in dat jaar zijn ingediend – afgehandeld.

% afgehandelde bezwaarschriften

Circa 60%

Waardebezwaren woningen door NCNP

Het percentage waardebezwaren woningen door No Cure No Pay (NCNP) bureaus is maximaal 30%

% waardebezwaren woningen door NCNP

54%

Het percentage afgehandelde bezwaarschriften ligt onder de gestelde 80%. De belangrijkste oorzaak is het grote aantal bezwaarschriften dat in 2023 is ingediend. Niettemin waren er op 1 oktober 2023 in vergelijking met 2022 meer bezwaren afgedaan dan op 1 oktober 2022 (toen circa 50% van de bezwaren was afgedaan). De oorzaak van deze versnelling is gelegen in de verdere ontwikkeling van automatisering in het afdoeningsproces van de bezwaren waardoor minder menselijke handelingen nodig zijn. Zonder deze ontwikkelingen was het onmogelijk geweest deze aantallen bezwaren af te doen. Voor oude(re) belastingjaren zijn overigens geen achterstanden meer. Het percentage waardebezwaren woningen dat door NCNP-bureaus is ingediend overstijgt de 30% uit de KPI ruim. De oorzaak hiervan is gelegen in de intensieve reclamecampagnes en media-aandacht voor het indienen van bezwaar via deze bureaus. De landelijke trend dat de NCNP-bureaus verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de waarde bezwaren is dus ook binnen het beheersgebied van de BWB in 2023 weer zichtbaar. In 2022 is ingezet op het maken van procesafspraken met deze bureaus en het – middels eigen communicatie uitingen – aanbieden van laagdrempelig contact voor het stellen van vragen aan een taxateur of het indienen van bezwaar. In 2023 is deze aanpak geïntensiveerd.

Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat ook de NCNP-bureaus door middel van intensieve reclamecampagnes trachten klanten te werven; de invloed die de BWB heeft op het terugdringen van bezwaren die via NCNP-bureaus worden ingediend kent dus ook grenzen.

Jaarstukken 2023

15

4.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

De Waarderingskamer heeft een Waarderingsinstructie opgesteld, waarin het accent op de interne beheersing en kwaliteitszorg van alle WOZ-werkzaamheden ligt. Deze kwaliteitszorg betekent dat op basis van sturingsinformatie aantoonbaar conclusies getrokken moeten worden over: de kwaliteit van de WOZ-waarden, de kwaliteit van de onderliggende gegevens, de gebruikte systemen, de contacten met belanghebbenden, enzovoort. Indien nodig moeten deze conclusies leiden tot maatregelen om de kwaliteit te verbeteren. De ondersteuning van deze kwaliteitszorg gebeurt met beoordelingsprotocollen, zelfevaluaties en controles. Uit de door de Waarderingskamer in 2023 uitgevoerde inspecties komen geen noemenswaardige aanbevelingen. Naast de behandeling van WOZ-bezwaren en beroepen is er veel aandacht geweest voor procesverbeteringen. Om in te spelen op het groeiend aantal bezwaren, is het behandelproces aangepast en een deel van de werkzaamheden rondom het vervaardigen van uitspraken op waardebezwaren gerobotiseerd. Deze ontwikkeling zal in 2024 verder geïntensiveerd worden, waarbij de focus zal liggen op het inboeken van de bezwaren. Door daar het proces verder te automatiseren kan eerder een aanvang worden gemaakt met het afdoen van de bezwaren.

5.

Wat heeft het gekost? Begroting 2023 primair

Begroting 2023 na wijziging

Realisatie 2023

Lasten

4.840.000

6.052.000

5.805.000

Loonkosten huidig personeel

3.675.000

4.059.000

3.185.000

-

-

1.159.000

Beheer WOZ-administratie

325.000

350.000

336.000

Taxeren en herwaarderen

140.000

175.000

184.000

Griffie en proceskosten waarderen

700.000

1.468.000

941.000

-

-

-

4.840.000

6.052.000

5.805.000

Omschrijving

Inhuur personeel

Baten

Saldo Waarderen

Verschil 247.000 V

-

247.000 V

Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 44. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 50.

Jaarstukken 2023

16

Programma 2 – Heffen 1.

Algemeen

Doelstelling van het programma Heffen is om ervoor te zorgen dat er een optimale koppeling wordt onderhouden met alle noodzakelijke basisregistraties (onder andere BRP / NHR / Kadaster) en andere gegevensbronnen, van gemeenten en Waterschap (bijvoorbeeld de waterbank). Met het adequaat eenmalig registeren van deze gegevens wordt er vervolgens een efficiënte en effectieve aanslagoplegging voor onze deelnemers bereikt.

2.

Cijfers in beeld

Aanslag(regels)

Aantal aanslagregels Totaal: 3.019.600

Totaal: 3.042.081

450.000

449.077

2.451.720

2.569.600

2.593.004

Begroot 2023

Begroot na wijziging 2023

Realisatie 2023

3.200.000

Totaal: 2.965.027

Totaal: 2.886.720

2.800.000

428.590

435.000

2.536.437

Realisatie 2022

2.400.000 2.000.000 1.600.000 1.200.000 800.000 400.000 -

Aanslagregels (excl. beschikkingen)

Beschikkingen

Aantal aanslagen 900.000 800.000 700.000 600.000 500.000 400.000

805.153

764.200

804.100

793.424

Realisatie 2022

Begroot 2023

Begroot na wijziging 2023

Realisatie 2023

300.000 200.000 100.000 -

Het aantal aanslagen is lager dan het voorgaande jaar en er zijn meer aanslagregels opgelegd. Dit betekent dat we het afgelopen jaar meer gecombineerde aanslagen hebben verstuurd.

Jaarstukken 2023

17

Aanslagen waterschapsbelasting 308.780 Waterschapbelasting 2022 157.332

317.229 Waterschapbelasting 2023 129.498 -

50.000

100.000

150.000

Gecombineerd

200.000

250.000

300.000

350.000

Niet gecombineerd

Door een optimalisatie van het proces enerzijds (het eerder verzenden van de definitieve aanslagen van het voorgaande jaar 2022) en middels een inhaalslag anderzijds zijn het afgelopen jaar meer aanslagen gestuurd naar bedrijven.

30.327

32.000

30.400

30.157

Exoten Gemeenten

30.620

Exoten

28.000

16.000

16.829

16.690

14.202

20.000

12.950

24.000

-

Regels precariobelasting

Regels reclamebelasting

Realisatie 2022

Begroot 2023

860

870

730

738

2.849

2.900

2.920

4.000

2.654

5.111

4.970

4.660

8.000

4.097

12.000

Aanslagen (water)toeristen

Regels hondenbelasting

Begroot na wijziging 2023

Panden BAG

Realisatie 2023

Ten aanzien van de belastingsoorten vallend onder de exoten kan worden opgemerkt dat de realisatie niet of nauwelijks afwijkt van de begrote aantallen na wijziging 2023.

Jaarstukken 2023

18

Exoten Waterschap (zuiveringsheffing) 32.000 28.000 24.000 20.000 16.000

29.606

12.000

23.945

19.280

21.000

Begroot 2023

Begroot na wijziging 2023

8.000 4.000 -

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Door procesoptimalisatie en door een inhaalslag zijn het afgelopen jaar meer aanslagregels opgelegd. Heffingsbezwaren

Bezwaren heffen gecategoriseerd 11.000 10.000 9.000

10.045 8.690

8.000

8.000

7.447

7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 -

207 Heffingsbezwaren Realisatie 2022

Begroot 2023

190

220

167

Legesbezwaren Begroot na wijziging 2023

Realisatie 2023

Het afgelopen jaar zijn er minder heffingsbezwaren ingekomen. Enerzijds heeft dit te maken met een veranderd inboekproces waardoor potentiële bezwaren aan de voorkant gelijk worden getackeld en deze uiteindelijk niet als bezwaar worden ingeboekt maar snel administratief worden afgehandeld. Aan de andere kant hebben we ook een impuls kunnen geven aan de kwaliteit van onze data waardoor er mogelijk minder bezwaar wordt gemaakt.

Jaarstukken 2023

19

3.

Wat hebben we bereikt?

We hebben door het meervoudig gebruik van onze gegevens zoveel mogelijk geprobeerd de aanslagregels te combineren voor zover dit op grond van de diverse verordeningen van onze deelnemers mogelijk was. Daarnaast zijn bij de totstandkoming van de aanslagoplegging de mogelijkheden bekeken om processen te vereenvoudigen, en waar mogelijk efficiency behaald kon worden. In de begroting 2023 zijn de volgende KPI’s opgenomen voor dit programma: Prestatie-indicator

Doelstelling

Eenheid

Tijdige aanslagoplegging

Uiterlijk in februari de eerste combi kohieren voor minimaal 95,0% opgelegd.

% combi-kohieren tijdig opgelegd

96,5%

Zo volledig mogelijke afhandeling

97,0% van de opgelegde aanslagen is binnen 12 maanden na oplegging afgehandeld.

% aanslagen afgehandeld

99,7%

4.

Resultaat

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Het afgelopen jaar hebben we getracht om alle gegevens te verwerken en actueel te houden. Op sommige onderdelen hebben we kunnen optimaliseren waardoor we eerder hebben kunnen aanslaan en actueler zijn qua data.

5. Wat heeft het gekost? Begroting 2023 primair

Begroting 2023 na wijziging

Realisatie 2023

Lasten

2.146.000

2.367.000

2.360.000

Loonkosten huidig personeel

1.956.000

2.157.000

1.924.000

Omschrijving

Inhuur personeel

Verschil

-

-

173.000

Kosten BAG

45.000

35.000

34.000

(Controle)kosten gegevensbeheer

125.000

158.000

213.000

Griffie- en proceskosten heffen

20.000

17.000

16.000

-

-

-

2.146.000

2.367.000

2.360.000

Baten

Saldo Heffen

7.000 V

-

7.000 V

Voor een verdere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 2.Toelichting overzicht baten en lasten op pagina 44. Voor de personeelskosten wordt verwezen naar pagina 50.

Jaarstukken 2023

20

Programma 3 – Invordering 1.

Algemeen

De BWB is verantwoordelijk voor de gehele invordering, vanaf het verwerken van de betalingen tot aan het leggen van beslagen en, indien nodig, de executieverkoop. Het programma Invordering omvat ook de behandeling van de aanvragen en beroepen kwijtschelding, de schuldhulpverleningstrajecten en faillissementsaanvragen.

2.

Cijfers in beeld

Invorderingsproces

41.376

45.000

40.000

50.000

47.000

55.000

48.093

Invorderingsproces

40.000

0 -

Aanmaningen Realisatie 2022

Dwangbevelen Begroot 2023

Hernieuwde bevelen

Begroot na wijziging 2023

770

13.119

5.000

610

10.000

600

6.646

15.000

10.500

12.360

20.000

8.500

25.000

16.500

21.763

30.000

18.095

35.000

Beslag

Realisatie 2023

Conform de planning worden wekelijks aanmaningen en tweewekelijks postdwangbevelen aangemaakt en verstuurd, met enkele uitzonderingen, zoals rond de belastingaanslagoplegging in februari en gedurende vakantieperioden. In het overzicht worden de aantallen weergegeven die in 2023 zijn gegenereerd en verstuurd. Deze aantallen hebben betrekking op verschillende belastingjaren. In de aantallen beslagen zijn de vereenvoudigde derdenbeslagen (volgens artikel 19 van de Invorderingswet) niet opgenomen. Deze vereenvoudigde derdenbeslagen betreffen vorderingen op loon- en uitkeringen, evenals betalingsvorderingen. Afgelopen jaar zijn er voor 4.599 aanslagen loonen uitkeringsvorderingen ingediend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1680/documents/42988