Onderzoek integriteitsmeldingen Roermond - eindrapport
Tekst van het document
Onderzoek meldingen integriteit wethouder Gemeente Roermond – Eindrapport
1
Colofon: Datum: 25 september 2023 Opdrachtgever: Permanente werkgroep integriteit gemeente Roermond T.a.v. de secretaris, J. Vervuurt josvervuurt@roermond.nl Onderzoekers: Drs. Roel Freeke Mr. Carin Schreuder Robert Klaassen MSc
2
Inhoudsopgave Colofon: .......................................................................................................................................................................... 2 1.
2.
Inleiding ................................................................................................................................................................ 4 1.1.
Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................................... 4
1.2.
Meldingen ................................................................................................................................................... 4
1.3.
Vraagstelling ................................................................................................................................................ 5
1.4.
Werkwijze .................................................................................................................................................... 5
1.5.
Leeswijzer .................................................................................................................................................... 7
Normenkader ........................................................................................................................................................ 8 2.1. Wettelijke kaders ........................................................................................................................................ 8 Algemene wet bestuursrecht................................................................................................................................ 8 Gemeentewet ....................................................................................................................................................... 8 2.2. Gemeentelijke kaders .................................................................................................................................. 9 Gedragscode voor raadsleden .............................................................................................................................. 9 Gedragscode voor wethouders ........................................................................................................................... 10
3.
Feitenreconstructie ............................................................................................................................................. 12 3.1.
Achtergrond .............................................................................................................................................. 12
3.2.
Risicoanalyse door Berenschot.................................................................................................................. 12
3.3. Feiten betreffende de vergunningaanvraag en de bezwaarprocedure .................................................... 14 Februari - juli 2022: behandeling aanvraag omgevingsvergunning .................................................................... 14 Juli 2022 - januari 2023: bezwaarprocedure tegen de vergunningverlening...................................................... 16 3.4.
Feiten betreffende de meldingen.............................................................................................................. 18
4.
Weging ................................................................................................................................................................ 21
5.
Zienswijzen.......................................................................................................................................................... 25
6.
5.1.
Zienswijze Vincent Zwijnenberg ................................................................................................................ 25
5.2.
Zienswijze opdrachtgever .......................................................................................................................... 31
Nawoord ............................................................................................................................................................. 34
Bijlage 1.
Interviewprotocol ...................................................................................................................................... 35
Bijlage 2.
Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen door leden van de raad of college 2016 ...................... 37
3
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doelstelling Op 17 mei 2023 is er contact geweest tussen Necker van Naem Integriteit B.V. (hierna: Necker) en de griffier van de gemeente Roermond. In dit gesprek heeft de griffier als secretaris van de permanente werkgroep integriteit Necker verzocht om een onafhankelijk integriteitsonderzoek uit te voeren. Necker heeft vervolgens een schriftelijke opdrachtbevestiging opgesteld en deze op 19 mei 2023 gedeeld met de burgemeester en de griffier als voorzitter en secretaris van de permanente werkgroep integriteit.1 Op 23 mei 2023 is deze opdrachtbevestiging door de burgemeester ondertekend. Op 8 juni 2023 heeft Necker een aanvullend memo met de burgemeester en de griffier gedeeld, waarin de opdracht, het stappenplan en de voorwaarden voor het onderzoek verder uiteen zijn gezet. De doelstelling is: onderzoek doen om vast te stellen of de wethouder bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouw van een tuinhuis bij de woning aan de Kapellerlaan 49 te Roermond, de voorbereiding daarvan en het vervolg daarop heeft gehandeld conform wet- en regelgeving en lokaal beleid die op hem van toepassing is.
1.2. Meldingen Op 23 februari 2023 heeft de burgemeester van Roermond een brief ontvangen van een inwoner van de gemeente, hierna: 'melder 1'. Het onderwerp van deze brief is 'mogelijke schijn van belangenverstrengeling en integriteitsissue wethouder'. De in de brief vervatte melding is gericht tegen wethouder Vincent Zwijnenberg. Op 5 juni 2023 heeft de griffier een brief ontvangen van een andere inwoner van de gemeente Roermond, hierna: 'melder 2', die daarin aangeeft te willen aansluiten bij de hiervoor bedoelde melding. De strekking van de meldingen is samen te vatten in de volgende punten:
De heer Zwijnenberg heeft volgens de melders de schijn van belangenverstrengeling gewekt door: o Als raadslid en genoemd kandidaat-wethouder aanwezig te zijn bij de vergadering van de Commissie Beeldkwaliteit op 13 juni 2022 waarin de aanvraag voor de omgevingsvergunning werd besproken. De schijn van belangenverstrengeling wordt volgens melder 2 gewekt doordat de commissie na de vergadering van 13 juni 2022 van mening is veranderd over de aanvraag;
1
Waar in deze rapportage wordt gesproken over de griffier en de burgemeester, betreft dit - tenzij anders vermeld - het handelen van de griffier en burgemeester vanuit hun functie als secretaris en voorzitter van de PWI, het orgaan waar de raad blijkens het Protocol de behandeling van integriteitsmeldingen voor leden van raad en college heeft belegd.
4
o
o
o o
Zelf het woord te voeren tijdens de hoorzitting van 1 november 2022 en niet het woord te laten aan zijn gemachtigde, ondanks dat hij volgens melder 1 een persoonlijk belang heeft bij de omgevingsvergunning voor zijn tuinhuis; Tijdens deze hoorzitting te verklaren van een voormalig stedenbouwkundige te hebben vernomen dat buurtbewoners bezwaar hadden ingesteld tegen de aanvraag voor de omgevingsvergunning van het tuinhuis, terwijl het college op dat moment nog geen besluit had genomen over de aanvraag en er ook geen bezwaarschriften waren ingediend; Tijdens de hoorzitting een aantal onwaarheden en onvolledigheden te hebben genoemd; Als wethouder en portefeuillehouder vergunningverlening op te treden in een bezwaarprocedure waarin het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk is voor de beslissing op bezwaar;
1.3. Vraagstelling In een integriteitsonderzoek staan eerst de vragen naar de geldende kaders en naar de feiten centraal, en vervolgens de duiding van de feiten. Voor dit onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen onderscheiden: 1. Welke wet- en regelgeving en lokaal beleid (waaronder lokaal beleid van college en raad als de Gedragscode voor raadsleden van de gemeente Roermond 2016 en de Gedragscode voor wethouders van de gemeente Roermond 2016 en mogelijke interne afspraken binnen het college van B&W) is ten aanzien van de onder 2 geschetste context van toepassing op het handelen en/of nalaten van de heer Zwijnenberg? 2. Welke feitelijke stappen zijn door De gemeente Roermond; De heer Zwijnenberg; De melders en Andere betrokkenen en/of belanghebbenden gezet vanaf de aanvraag (en de verdere behandeling) van de omgevingsvergunning voor het tuinhuis bij de woning van de heer Zwijnenberg en/of mevrouw Zwijnenberg aan de Kapellerlaan 49 te Roermond? 3. Hoe verhouden zich de onder 2. bedoelde vastgestelde feiten zich jegens het onder 1. vermelde normenkader? Het onderzoek is gericht op het handelen of nalaten van wethouder Zwijnenberg. Voor zover sprake is van handelen of nalaten in de periode dat hij raadslid was, wordt dit omwille van context en volledigheid in het onderzoek betrokken.
1.4. Werkwijze Verrichte werkzaamheden
5
In de periode tussen juni en september 2023 heeft Necker uitvoering gegeven aan de werkzaamheden die nodig waren om de onderzoeksvragen te beantwoorden. Het ging daarbij om het bestuderen van de toegezonden documentatie, het verrichten van interviews met melders, betrokkenen en de heer Zwijnenberg, het schetsen van het relevante normenkader en het toetsen van de bekend geworden feiten en omstandigheden aan dat normenkader. Akkoordverklaring betrokkene Necker heeft de griffier op 16 juni 2023 een akkoordverklaring en het interviewprotocol van Necker aan de opdrachtgever verstrekt, met het verzoek deze met de heer Zwijnenberg te delen. De heer Zwijnenberg heeft deze stukken op 19 juni 2023 van de griffier ontvangen. Op 20 juni 2023 gaf de heer Zwijnenberg in een mail aan de burgemeester en de griffier aan niet in te stemmen met de exoneratieen/of vrijwaringsbedingen van Necker, de akkoordverklaring niet te ondertekenen en niet akkoord te zijn met de condities van het aangereikte interviewprotocol. Op 22 juni 2023 vond op het stadhuis van Roermond een procesgesprek met de heer Zwijnenberg plaats, op uitnodiging van de burgemeester als opdrachtgever van het onderzoek. Naast de burgemeester en de wethouder waren de griffier en twee onderzoekers van Necker aanwezig. Tijdens het procesgesprek heeft de burgemeester een toelichting gegeven op het onderzoek.
Vervolgens heeft de heer Zwijnenberg verschillende zaken geadresseerd ten aanzien van de stukken die hij heeft ontvangen en verzocht tekstuele discrepanties tussen de documenten van 8 juni en 16 juni te verwijderen. De tekstuele discrepanties tussen het memo d.d. 8 juni en het memo d.d. 16 juni zijn naar aanleiding van het verzoek van de heer Zwijnenberg verwijderd. De onderzoekers hebben vervolgens via de griffier een aangepaste akkoordverklaring verstrekt aan de heer Zwijnenberg. Daarbij is de suggestie gedaan dat de heer Zwijnenberg de passages waar hij niet mee akkoord is niet ondertekent. Het interviewprotocol is vooraf aan het interview met de heer Zwijnenberg door hem ondertekend. Daarbij zijn de passages waar hij niet mee akkoord is door hem doorgestreept. Van de zijde van Necker is benadrukt dat het ontbreken van vrijwaring van de heer Zwijnenberg geen invloed heeft op de bij de opdrachtverlening afgegeven vrijwaring van aansprakelijkheden van Necker door de gemeente Roermond. Ten aanzien van de rol en positie van de melders heeft de griffier, mede namens de burgemeester (namens de PWI) na het procesgesprek laten weten dat zij ervan uitgaan dat rol en positie van de melders in het onderzoek aandacht krijgen als onderdeel van onderzoeksvraag 2.
Vanuit de onderzoekers is opgemerkt dat beschrijving van de feitelijke stappen van de melders inderdaad een onderdeel is van onderzoeksvraag 2, maar dat er in het onderzoek geen duiding laat staan een oordeel wordt gegeven over dit gedrag. Het betreft immers geen melding over en onderzoek naar de melders, en ook het toetsingskader bestaat niet uit normen die gelden voor melders van vermeende integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers. Wederhoorprocedure Op 6 september 2023 is de conceptrapportage voor een feitenverificatie voorgelegd aan de heer Zwijnenberg. Op 13 september is een reactie ontvangen van de heer Zwijnenberg. Per onderdeel hebben
6
wij aangegeven of en hoe dit in het onderzoek is verwerkt. De heer Zwijnenberg heeft hierin inzicht gekregen. Ten behoeve van de navolgbaarheid hebben wij de heer Zwijnenberg voorgelegd om zijn reactie, met onze verwerking, als bijlage bij dit rapport te voegen. Hier heeft hij geen akkoord op gegeven. Vervolgens is de rapportage op 16 september 2023, nu voorzien van conclusies, definitief gemaakt. Op deze rapportage mochten de heer Zwijnenberg en de opdrachtgever een zienswijze geven. De zienswijzen zijn vervolgens bij het rapport gevoegd. Daarna is het definitieve rapport na feitenverificatie en verwerking van de zienswijzen en met toevoeging van een nawoord aan de opdrachtgever gestuurd. Vervolgens is het rapport aan de wethouder verstrekt. Het rapport is bestemd om door de burgemeester als opdrachtgever te worden gebruikt ten behoeve van het hierboven omschreven doel van het onderzoek.
1.5. Leeswijzer Het relevante normenkader wordt in hoofdstuk 2 uiteengezet. Dit vormt de beantwoording op onderzoeksvraag 1. Hoofdstuk 3 wordt gewijd aan de reconstructie van feiten en omstandigheden ten aanzien van de twee meldingen. Dit vormt de beantwoording op onderzoeksvraag 2. In hoofdstuk 4 worden de bevindingen getoetst aan het normenkader en conclusies getrokken. In hoofdstuk 5 is/worden de zienswijze(n) op het rapport weergegeven. Hoofdstuk 6 omvat het nawoord. In de bijlagen zijn het interviewprotocol van Necker en het Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen door leden van de raad of college 2016 van de gemeente Roermond opgenomen.
7
2. Normenkader 1. Welke wet- en regelgeving en lokaal beleid (waaronder lokaal beleid van college en raad als de Gedragscode voor raadsleden van de gemeente Roermond 2016 en de Gedragscode voor wethouders van de gemeente Roermond 2016 en mogelijke interne afspraken binnen het college van B&W) is ten aanzien van de onder 2 geschetste context van toepassing op het handelen en/of nalaten van de heer Zwijnenberg?
De volgende wettelijke en gemeentelijke kaders zijn van toepassing: de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, de Gedragscode voor raadsleden van de gemeente Roermond 2016 en de Gedragscode voor wethouders van de gemeente Roermond 2016.
2.1. Wettelijke kaders Algemene wet bestuursrecht De Algemene wet bestuursrecht vermeldt het volgende ten aanzien van de omgang met persoonlijke belangen: Artikel 2:4 Algemene wet bestuursrecht 1. Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid. 2. Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.
Gemeentewet De Gemeentewet vermeldt het volgende ten aanzien van verboden handelingen voor raadsleden. Onderhavig artikel is eveneens van toepassing op wethouders. Artikel 15 Gemeentewet 1. Een lid van de raad mag niet: a. als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;
8
b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: 1e.overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d; 2e.overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: 1e.het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; 2e.het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; 3e.het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente; 4e.het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; 5e.het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; 6e.het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; 7e.het onderhands huren of pachten van de gemeente.
2.2. Gemeentelijke kaders Gedragscode voor raadsleden De gedragscode voor raadsleden van de gemeente Roermond (d.d. 12 mei 2016) bevat verschillende normen ten aanzien van integer handelen door raadsleden. De volgende normen uit de gedragscode zijn in dit onderzoek relevant: Artikel 1: Een raadslid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander(e organisatie) waarmee hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Artikel 1.1: Een raadslid moet actief en uit zichzelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegengaan.
9
Artikel 1.2: Een raadslid onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang bij heeft of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Artikel 1.3: Een raadslid onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van stemming (zie artikel 1.2 van de gedragscode) maar ook van de beïnvloeding van de besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces. Artikel 1.5: Een raadslid mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan of verrichten. Artikel 4.1: Een raadslid betracht maximale openheid als het gaat om zijn eigen beleid en beslissingen en zijn beweegredenen daarbij. Hij handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel 4.2: Een raadslid dat de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime of vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht. Artikel 4.3: Een raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.
Artikel 5: Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om. Artikel 5.1: Raadsleden bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r) en andere ambtenaren op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Artikel 6.1: De raad ziet erop toe dat de gedragscodes worden nageleefd. Artikel 6.2: De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raadsleden de eigen gedragscode van de raad naleven. De griffier ondersteunt de raad hierbij. Artikel 6.4: Als een raadslid twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de gedragscode zou kunnen zijn, wint hierover advies in bij de griffier.
Gedragscode voor wethouders De gedragscode voor wethouders van de gemeente Roermond (d.d. 12 mei 2016) bevat verschillende normen ten aanzien van integer handelen door wethouders. De volgende normen uit de gedragscode zijn in dit onderzoek relevant:
10
Artikel 1: Een wethouder mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander(e organisatie) waarmee hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Artikel 1.1: Een wethouder moet actief en uit zichzelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegengaan. Artikel 1.2: Een wethouder onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming in het college als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Artikel 1.3: Een wethouder onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van stemming (zie artikel 1.2 van de gedragscode) maar ook van de beïnvloeding van de besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces. Artikel 1.5: Een wethouder mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan of verrichten. Artikel 4.1: Een wethouder betracht maximale openheid als het gaat om beleid en beslissingen en om zijn beweegredenen daarbij. Hij handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet openbaarheid van bestuur.
Artikel 4.2: Een wethouder die de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime of vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht. Artikel 4.3: Een wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Artikel 5: Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om. Artikel 5.1: Wethouders bejegenen bestuurders, raadsleden, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Artikel 6.1: De raad ziet erop toe dat de gedragscodes worden nageleefd. Artikel 6.2: Het college ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele collegeleden de gedragscode van de wethouders naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij. Artikel 6.4: Als de wethouder twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de gedragscode zou kunnen zijn, wint hij hierover advies in bij de gemeentesecretaris.
11
3. Feitenreconstructie 2. Welke feitelijke stappen zijn door de gemeente Roermond; de heer Zwijnenberg; de melders en andere betrokkenen en/of belanghebbenden gezet vanaf de aanvraag (en de verdere behandeling) van de omgevingsvergunning voor het tuinhuis bij de woning van de heer Zwijnenberg en/of mevrouw Zwijnenberg aan de Kapellerlaan 49 te Roermond?
3.1. Achtergrond De meldingen hebben betrekking op de periode februari – november 2022. De heer Zwijnenberg is op 13 juli 2022 benoemd als wethouder van de gemeente Roermond.2 Hiervoor was hij sinds maart 2018 lid van de gemeenteraad van Roermond. Als wethouder is de heer Zwijnenberg portefeuillehouder Openbare werken & Stedelijk beheer; Omgevingsvergunningen & Vergunningverlening; Mobiliteit & Infrastructuur (incl. OV-doelgroepenvervoer); Personeel, Organisatie & Informatievoorziening; Juridische zaken & Dienstverlening; Bestuurlijke lobby en Culturele instellingen.3 Deze feitenreconstructie is omwille van het overzicht opgedeeld in een drietal onderdelen: de feiten betreffende de risicoanalyse door Berenschot, de feiten betreffende de vergunningaanvraag en de bezwaarprocedure, en de feiten betreffende de meldingen.
3.2. Risicoanalyse door Berenschot In opdracht van de burgemeester van Roermond is in juni 2022 door bureau Berenschot een risicoanalyse integriteit uitgevoerd naar alle kandidaat-wethouders, onder wie Vincent Zwijnenberg, met het oog op de vervulling van het ambt van wethouder in de gemeente Roermond. De risicoanalyses zijn uitgevoerd aan de hand van 1) een vragenlijst die door iedere kandidaat is ingevuld; 2) openbaar bronnenonderzoek; 3) een informatie-uitvraag bij iedere kandidaat en de gemeente en 4) een gesprek met iedere kandidaat en adviseurs van Berenschot. Uit de voor dit onderzoek gevoerde interviews komt naar voren dat het gesprek met de heer Zwijnenberg is gevoerd op 13 juni 2022. De eindrapportage van de risicoanalyse integriteit naar Vincent Zwijnenberg (d.d. 17 juni 2022) is met toestemming van de wethouder aan de onderzoekers verstrekt. Uit deze eindrapportage is de volgende bevinding relevant:4
2
Raadsbesluit benoeming wethouders, d.d. 13 juli 2022. Wethouder Vincent Zwijnenberg, website gemeente Roermond: https://www.roermond.nl/wethouder-vincentzwijnenberg. 4 Eindrapportage Berenschot risicoanalyse integriteit inzake kandidaat wethouder de heer Zwijnenberg - gemeente Roermond, d.d. 17 juni 2022. De heer Zwijnenberg ondertekent de verklaring dat de feiten in dit rapport correct en volledig zijn weergegeven op 28 juni 2022. 3
12
''De heer Zwijnenberg is woonachtig in het centrum van Roermond aan de Kapellerlaan. Zijn partner is de eigenaar van de woning. De heer Zwijnenberg geeft aan dat zijn partner in 2006 grond heeft bijgekocht om op een later moment bij te kunnen bouwen. Recentelijk heeft zijn partner besloten om op dat stuk grond een bijgebouw en garagevoorziening te realiseren. Op 22 februari jongstleden heeft de partner van de heer Zwijnenberg hiervoor de vergunningen aangevraagd bij de gemeente. De vergunning is nog niet verstrekt. De heer Zwijnenberg en zijn partner zijn woonachtig in een monumentaal pand. Voor het onderhoud hebben zij subsidie ontvangen van de gemeente.''5
In de eindrapportage van de risicoanalyse integriteit zijn verschillende aanbevelingen aan de kandidaatwethouder opgenomen. Ten aanzien van dit onderzoek is de volgende aanbeveling relevant: ''De heer Zwijnenberg woont aan de Kapellerlaan en zijn echtgenoot gaat op eigen grond een bijgebouw en garagevoorziening realiseren. Hiervoor heeft zijn echtgenote recent vergunningen aangevraagd bij de gemeente. Vergunningverlening maakt deel uit van zijn portefeuille. Het verdient aanbeveling dat de heer Zwijnenberg op geen enkele manier direct dan wel indirect betrokken raakt bij deze vergunningverlening en andere eventuele zaken met de gemeente die te maken hebben met de bouw. Wij adviseren de heer Zwijnenberg dit over te dragen aan een collega-bestuurder. Daarnaast is het mogelijk dat het college besluiten moet nemen over deze vergunningverlening. Als dit zich voordoet, adviseren wij de heer Zwijnenberg melding te maken in het college van zijn persoonlijk belang, niet deel te nemen aan de beraadslaging en besluitvorming in het college en hiervan aantekening op te laten nemen in de verslaglegging.''6
Berenschot informeert de gemeenteraad op 21 juni 2022 middels een memo over de resultaten van de risicoanalyse naar de kandidaat-wethouders.7 Uit de voor dit onderzoek gevoerde interviews komt naar voren dat de inhoud van de rapportages van Berenschot binnen het college is besproken, vooraf aan of tijdens de constituerende vergadering van het college op 13 juli 2022.8 Het college besluit geheimhouding te leggen op de rapportages en een openbare samenvatting te verstrekken. Deze openbare samenvatting wordt door de gemeenteraad besproken tijdens de raadsvergadering van 13 juli 2022. Tijdens deze vergadering licht de formateur toe dat op alle aanbevelingen van Berenschot beheersmaatregelen zullen volgen.9 De aanbevelingen van Berenschot zijn blijkens de gevoerde interviews niet geoperationaliseerd in schriftelijk vastgelegde concrete beheersmaatregelen. Tijdens het constituerend beraad op 13 juli 2022 is er binnen het college 5
Eindrapportage risicoanalyse integriteit inzake kandidaat wethouder de heer Zwijnenberg - gemeente Roermond, d.d. 17 juni 2022, p. 6. 6 Eindrapportage risicoanalyse integriteit inzake kandidaat wethouder de heer Zwijnenberg - gemeente Roermond, d.d. 17 juni 2022, p. 8. 7 Memo Berenschot - resultaten risicoanalyse integriteit wethouders, d.d. 21 juni 2022. 8 In de interviews worden door betrokkenen verschillende mogelijke momenten benoemd waarop de inhoud van de risicoanalyses zou zijn besproken: tijdens een informeel overleg tussen de kandidaat-wethouders vooraf aan de collegevergadering van 13 juli 2022, tijdens de collegevergadering van 13 juli 2022 of tijdens individuele gesprekken tussen de kandidaat-wethouders en de burgemeester. 9 Besluitenlijst gemeenteraad Roermond d.d. 13 juli 2022.
13
wel een schriftelijke vervangingsregeling vastgesteld. Er zijn echter geen afspraken gemaakt over de opvolging van de beheersmaatregelen van Berenschot, noch zijn deze naar de organisatie gecommuniceerd. In de documentatie is geen schriftelijke vastlegging of besluit aangetroffen over het overnemen van of nader operationaliseren van de beheersmaatregelen.10
3.3. Feiten betreffende de vergunningaanvraag en de bezwaarprocedure Februari - juli 2022: behandeling aanvraag omgevingsvergunning Op 22 februari 2022 wordt een aanvraag ingediend bij de gemeente Roermond voor een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor ''project tuinhuis aan de Kapellerlaan 49 te Roermond.''11 De aanvraag is ingediend door de betrokken bouwbegeleider Allard B.V. Uit de gevoerde interviews komt naar voren dat de aanvraag is ingediend namens de echtgenote van de heer Zwijnenberg, die eigenaar van de woning is. Blijkens de gevoerde interviews neemt melder 1 begin maart kennis van de vergunningaanvraag. Op 9 maart 2022 voeren de heer Zwijnenberg en melder 1 een gesprek over het bouwplan, waarin de heer Zwijnenberg het plan toelicht. Melder 1 heeft vervolgens de bij de vergunningaanvraag behorende stukken opgevraagd bij de gemeente.12 In de periode april - augustus 2022 worden verschillende niet-succesvolle pogingen gedaan tot het maken van een afspraak tussen de heer Zwijnenberg en de melders, waaronder op 19 april 2022. Op 24 maart 2022 verzoekt het college in een brief aan de aanvrager om de aanvraag aan te vullen met ontbrekende gegevens, waaronder een verdere vergunningsaanvraag voor de activiteit 'monument veranderen' en foto's van de locatie waar het bijgebouw is gepland.
Op 25 maart 2022 bericht het college de aanvrager opnieuw, waarbij wordt aangegeven dat er toch geen sprake is van de activiteit 'wijziging monument' en er dus geen omgevingsvergunning voor die activiteit benodigd is.13 Op 1 april 2022 vindt mailwisseling plaats tussen melder 1 en een casemanager Wabo over de vergunningaanvraag. Melder 1 geeft mede namens melder 2 aan zorgen te hebben over de bouwplannen en vraagt de casemanager Wabo wat de mogelijkheden zijn om planschade te vorderen indien de vergunning wordt verleend. In reactie hierop geeft de casemanager Wabo aan dat de aanvraag nog lopende is en dat er lopende de aanvraag geen mogelijkheden zijn om een zienswijze of bezwaar in te dienen.14
10
Agenda en collegevoorstel constituerende vergadering nieuw college van burgemeester en wethouders, d.d. 13 juli 2022; Raadsinformatiebrief inzake procedurele wijzigingen in verband met gewijzigde collegesamenstelling met ingang van 13 juli 2022. 11 Aanvraag/melding omgevingsvergunning door Allard B.V. en bijbehorende bijlagen, d.d. 22 februari 2022. 12 Chronologisch overzicht van gebeurtenissen periode februari 2022 - juli 2023, ongedateerd, opgesteld door melder 1. 13 Dit blijkt uit het advies van de Commissie behandeling bezwaarschriften aan het college van burgemeester en wethouders, d.d. 7 januari 2023, p. 2. 14 Mailwisseling tussen melder 1 en casemanager Wabo, d.d. 1 april 2022.
14
Op 14 april 2022 besluit het college tot verlenging van de beslistermijn met zes weken, op grond van artikel 3.9 lid 2 Wabo.15 Uit de gevoerde interviews komt naar voren dat de heer Zwijnenberg naar aanleiding van de brieven van het college van 24 en 25 maart 2022 telefonisch contact zoekt met de betrokken stedenbouwkundige over de aanvraag. Op 13 april 2022 mailt de stedenbouwkundige de heer Zwijnenberg, waarbij hij verwijst naar het telefonisch contact. Daarbij geeft hij aan dat het advies op dat moment luidt dat het plan moet worden aangepast op het gebied van de bouw- en goothoogte. Daarnaast vraagt de stedenbouwkundige of de heer Zwijnenberg nog behoefte heeft hem te spreken. Op 13 april 2022 heeft de heer Zwijnenberg na afloop van een raadsinformatieavond een gesprek met de clustermanager VTH. Naar aanleiding van dit gesprek wordt een gesprek gearrangeerd met de stedenbouwkundige. De lezingen over wie de initiator was van de afspraak met de stedenbouwkundige lopen uiteen. Dit gesprek vindt plaats op 28 april 2022.16 De heer Zwijnenberg en de clustermanager VTH zijn samen op het gemeentehuis, met de stedenbouwkundige is blijkens de gesprekken een online verbinding. In dit gesprek licht de stedenbouwkundige zijn visie op het plan toe.
De heer Zwijnenberg licht tijdens het gesprek de vergunningaanvraag nader toe en toont de foto’s waar in de brieven van het college van 24 maart 2022 en 25 maart 2022 om is gevraagd. Blijkens de interviews laat de stedenbouwkundige zich tijdens het gesprek ontvallen dat enkele buren van de heer Zwijnenberg bezwaren kenbaar hebben gemaakt over het bouwplan. In reactie op de vraag van de heer Zwijnenberg om welke buren het gaat, geeft de stedenbouwkundige aan dit niet te kunnen delen. Uit de interviews komt naar voren dat het plan vervolgens wordt aangepast en dat de vergunningaanvraag wordt gewijzigd. Op 20 mei 2022 besluit het college tot het opschorten van de beslistermijn tot 21 juni 2022, op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 4:15 lid 2. Op 30 mei 2022 vergadert de Commissie Beeldkwaliteit over de aanvraag voor de omgevingsvergunning.17 De Commissie adviseert niet positief, omdat niet wordt voldaan aan de redelijke eisen van welstand en monumentenzorg. Op 2 juni 2022 mailt het college de aanvrager met het verzoek om de aanvraag te wijzigen. Hierop vindt nader contact plaats tussen het college en de aanvrager.18 Op 13 juni 2022 vergadert de Commissie Beeldkwaliteit opnieuw over de aanvraag. 19 De heer Zwijnenberg is voor deze vergadering uitgenodigd.
Uit de gevoerde interviews blijkt dat het aanvankelijk de bedoeling is dat de betrokken architect ook aanwezig zal zijn. De architect is echter verhinderd en de heer Zwijnenberg gaat vervolgens alleen naar de vergadering. Tijdens de vergadering licht de heer Zwijnenberg het plan toe en vraagt hij de Commissie welke aanpassingen in het plan nodig zijn. De Commissie geeft hier een toelichting op. De Commissie brengt hierna het advies ''aangehouden'' uit en geeft daarbij de volgende toelichting: ''De Commissie benadrukt dat zij akkoord is met de locatie, het volume en de oppervlakte van de beoogde ontwikkeling. Wel adviseert zij […] het beoogde bijgebouw
15
Besluit op aanvraag om omgevingsvergunning, d.d. 4 juli 2022, p. 3. Dit blijkt uit mailwisseling tussen een jurist omgevingsrecht en melder 1, d.d. 21 november 2022. 17 Dit blijkt uit de agenda voor de vergadering van de Commissie Beeldkwaliteit, d.d. 27 juni 2022. 18 Het voorgaande blijkt uit het advies van de Commissie behandeling bezwaarschriften aan het college van burgemeester en wethouders, d.d. 7 januari 2023, p. 2. 19 Dit blijkt uit mailwisseling tussen melder 1 en de griffier d.d. 7 april 2023. 16
15
soberder uit te voeren.''20 Uit de interviews blijkt dat de heer Zwijnenberg de architect vervolgens vraagt het plan aan te passen. Op verzoek van de aanvrager besluit het college op 15 juni 2022 tot het opschorten van de beslistermijn tot uiterlijk 12 juli 2022.21 Tevens op 27 juni 2022 vergadert de Commissie Beeldkwaliteit opnieuw over de aanvraag. De Commissie brengt het advies ''akkoord'' uit.22 De heer Zwijnenberg is niet aanwezig bij deze vergadering.23 Op 4 juli besluit het college van burgemeester en wethouders tot het verlenen van de omgevingsvergunning.24 De aanvrager wordt hier op 5 juli 2022 middels een brief van een casemanager VTH over geïnformeerd.25 Het besluit van het college van burgemeester en wethouders wordt op 26 juli 2022 bekendgemaakt in het Gemeenteblad.26 Juli 2022 - januari 2023: bezwaarprocedure tegen de vergunningverlening In de periode 30 juli - 11 augustus 2022 worden een viertal bezwaarschriften ingediend tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 4 juli 2022.
Volgens de bezwaarmakers zijn de genoemde redenen om af te wijken van het bestemmingsplan niet correct, en dient het advies van de Commissie Beeldkwaliteit herzien te worden met het oog op de redelijke eisen van welstand.27 Op 7 september 2022 lichten twee bezwaarmakers (onder wie melder 1) hun bezwaarschrift van 10 augustus nader toe in een brief aan het college van burgemeester en wethouders. Hierin wordt naast de inhoudelijke bezwaren tegen het bouwplan ook ingegaan op de contacten met de heer Zwijnenberg in de periode april – september 2022 en dat het niet is gelukt om met hem in gesprek te komen. De schrijvers geven aan hun bezwaren graag toe te lichten in een hoorzitting van de Commissie behandeling bezwaarschriften en verzoeken het college de beslissing van 4 juli 2022 niet uit te voeren tot het college een beslissing heeft genomen over het bezwaarschrift.28 Tijdens de collegevergadering van 25 oktober 2022 geeft de heer Zwijnenberg aan dat hij voornemens is aanwezig te zijn bij de hoorzitting van de Commissie behandeling bezwaarschriften van 1 november 2022.29 Bij deze vergadering is de toenmalige burgemeester niet aanwezig en wordt deze waargenomen door de eerste locoburgemeester.30 Blijkens de interviews geeft de heer Zwijnenberg tijdens de collegevergadering aan dat zijn echtgenote een uitnodiging heeft gekregen voor de hoorzitting, maar dat 20
Advies Commissie Beeldkwaliteit inzake aanvraag omgevingsvergunning, d.d. 13 juni 2022. Besluit op aanvraag om omgevingsvergunning, d.d. 4 juli 2022, p. 3. 22 Agenda voor de vergadering van de Commissie Beeldkwaliteit, d.d. 27 juni 2022. 23 Dit blijkt uit mailwisseling tussen de griffier en melder 1, d.d. 7 april 2023. 24 Besluit op aanvraag om omgevingsvergunning, d.d. 4 juli 2022. 25 Brief aan Allard B.V. over verlenen omgevingsvergunning, d.d. 5 juli 2022. 26 Bekendmaking in het Gemeenteblad, collegebesluit verlenen omgevingsvergunning, d.d. 26 juli 2022. 27 Bezwaarschrift tegen verleende omgevingsvergunning en bijbehorende bijlagen, d.d. 30 juli 2022; toelichting op bezwaarschrift tegen verleende omgevingsvergunning en bijbehorende bijlagen, d.d. 7 september 2022; verslag van de hoorzitting van de Commissie behandeling bezwaarschriften op 1 november 2022, d.d. 9 januari 2023. 28 Toelichting op bezwaarschrift tegen verleende omgevingsvergunning en bijbehorende bijlagen, d.d. 7 september 2022. 29 Notulen collegevergadering d.d. 25 oktober 2022. 30 De toenmalige burgemeester had blijkens de interviews de week ervoor haar aftreden aangekondigd en nam sindsdien niet meer deel aan collegevergaderingen. 21
16
zij om moverende redenen niet naar de hoorzitting gaat. De heer Zwijnenberg vraagt vervolgens aan de aanwezige collegeleden wat zij ervan zouden vinden als hij naar de hoorzitting gaat. Hier komt blijkens de interviews geen eenduidig antwoord op, de verschillende collegeleden verschillen hierin van mening. Op 1 november 2022 houdt de Commissie behandeling bezwaarschriften een hoorzitting over de bovengenoemde bezwaarschriften. Aanwezig zijn, naast de leden van de Commissie; twee medewerkers van de gemeente (verweerder), de indieners van de bezwaarschriften (onder wie melder 1 en melder 2) en hun vertegenwoordigers, alsmede de heer Zwijnenberg (in het verslag benoemd als vergunninghouder; in het ambtelijk feitenrelaas benoemd als derde-belanghebbende) en zijn bouwbegeleider. Tijdens de hoorzitting wordt door de bezwaarmakers een toelichting gegeven op hun bezwaarschriften, waar de gemeente (verweerder) vervolgens op reageert. De voorzitter vraagt de heer Zwijnenberg vervolgens om een reactie. De heer Zwijnenberg onder meer aan dat de bezwaarmakers geen volledige weergave van de feiten weergeven en dat hij openstond voor overleg met de bezwaarmakers als hierom was gevraagd.
In reactie op vragen van de voorzitter geeft de heer Zwijnenberg aan het tuinhuis te gaan realiseren ''op die manier zoals het nu is vergund.'' Desgevraagd geeft de heer Zwijnenberg aan ''…tot het inzicht te zijn gekomen dat hij niet in gesprek wil met personen die persoonlijk geen bezwaren uiten, maar wel vervolgens een formeel bezwaar indienen.'' Melder 1 vraagt tijdens de hoorzitting aan de heer Zwijnenberg ''…hoe het kan dat [de heer Zwijnenberg] vroegtijdig wist dat er door bezwaarmakers bezwaar was ingediend.'' De heer Zwijnenberg geeft in reactie hierop aan van een stedenbouwkundige te hebben vernomen dat buurtbewoners bezwaar hadden ingesteld.31 Nadat melder 1 hierover per mail navraag doet bij de gemeente, laat een casemanager Wabo weten dat het gesprek tussen de heer Zwijnenberg en de stedenbouwkundige op 28 april 2022 plaatsvond.32 Op 7 januari 2023 brengt de Commissie behandeling bezwaarschriften advies uit aan het college van burgemeester en wethouders.
De Commissie adviseert het college de bezwaarschriften ontvankelijk te verklaren, de bezwaren ongegrond te verklaren, het bestreden besluit in stand te laten en de verzoeken om proceskostenvergoeding af te wijzen.33 Het college neemt op 17 januari 2023 een beslissing op bezwaar conform het advies van de Commissie behandeling bezwaarschriften.34 Op 24 februari 2023 wordt door melder 1, melder 2 en hun echtgenotes pro forma beroep ingediend bij de Rechtbank Limburg tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. 17 januari 2023.35 Tijdens de collegevergadering van 11 april 2023 meldt de heer Zwijnenberg dat er in het kader van dit beroep op 18 april 2023 een zitting in het kader van het verzoek om een voorlopige voorziening plaatsvindt. De heer Zwijnenberg geeft daarbij aan dat hij voornemens is zijn echtgenote bij deze zitting te vergezellen. Het college geeft de heer Zwijnenberg vervolgens in overweging niet naar de zitting te 31
Verslag van de hoorzitting van de Commissie behandeling bezwaarschriften op 1 november 2022, d.d. 9 januari 2023. 32 Mailwisseling tussen melder 1 en casemanager Wabo, d.d. 9 november 2022 en d.d. 21 november 2022. 33 Advies Commissie behandeling bezwaarschriften aan college van burgemeester en wethouders, d.d. 7 januari 2023. 34 Beslissing op bezwaar door college van burgemeester en wethouders, d.d. 17 januari 2023. 35 Pro forma beroep bij de Rechtbank Limburg n.a.v. beslissing op bezwaar, d.d. 24 februari 2023; Ontvangstbevestiging beroep tegen besluit college op 17 januari 2023, d.d. 27 februari 2023.
17
gaan.36 Uit de interviews komt naar voren dat de heer Zwijnenberg en zijn echtgenote niet naar de zitting zijn gegaan. Uit de interviews komt tevens naar voren dat de voorlopige voorziening is aangehouden en het beroep in september 2023 vervolg krijgt.
3.4. Feiten betreffende de meldingen Op 23 februari 2023 wordt door melder 1 een brief afgegeven bij de balie van het stadhuis van Roermond. De brief is gericht aan de burgemeester en vermeldt het onderwerp ''mogelijke schijn van belangenverstrengeling en integriteitsissue wethouder.'' In deze brief geeft melder 1 een toelichting op zijn positie als bezwaarmaker tegen de verleende omgevingsvergunning en verwijst hij naar de hoorzitting van de Commissie behandeling bezwaarschriften op 1 november 2022. Op 1 maart 2023 vindt een overleg plaats tussen de burgemeester en de griffier over de brief van melder 1 van 23 februari 2023. Daarbij wordt de brief gewogen conform het Protocol voor mogelijke integriteitschendingen door leden van raad of college gemeente Roermond 2016. Besloten wordt om melder 1 uit te nodigen voor een gesprek.37 Op 29 maart 2023 vindt een gesprek plaats tussen de burgemeester, de griffier en melder 1. Van dit gesprek wordt geen verslag gemaakt. Tijdens het gesprek wordt een ontvangstbevestiging uitgereikt aan melder 1.38 Daarbij wordt gesproken over de vertrouwelijke adressering van de brief en wordt melder 1 gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een anonieme klacht. Ook wordt het Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen aan melder 1 uitgereikt.
Daarbij wordt melder 1 gevraagd of hij er ''met zekerheid een integriteitscasus van wil maken.'' Melder 1 geeft aan deze vraag in beraad te nemen.39 Melder 1 verstrekt tijdens het gesprek een brief aan de burgemeester en de griffier met aanvullende vragen.40 De griffier zendt de brief ter beantwoording door naar de Commissie Beeldkwaliteit en informeert melder 1 hierover.41 Op 2 april 2023 mailt melder 1 de griffier in reactie op het gesprek van 29 maart 2023. Melder 1 geeft aan ''[…] de voortgang graag stap voor stap [te willen] bekijken […]'' en de reactie op de brief van 29 maart nader af te wachten, voordat de vragen aan de permanente werkgroep integriteit kunnen worden doorgeleid en melder 1 een keuze maakt al dan niet anoniem te blijven. Op 7 april 2023 informeert de griffier melder 1 dat de heer Zwijnenberg blijkens navraag bij de Commissie Beeldkwaliteit aanwezig was bij de vergadering van de Commissie op 13 juni 2022, ''om het plan toe te lichten'', en niet aanwezig is geweest bij andere vergaderingen van de Commissie. Daarnaast doet de griffier namens de
36
Dit blijkt uit een door de ambtelijke organisatie verstrekt feitenrelaas d.d. 19 juni 2023. Overzicht van contacten per brief, mail en telefoon over integriteitscasus wethouder Zwijnenberg, opgesteld door de griffier, ongedateerd. 38 Schriftelijke ontvangstbevestiging van de burgemeester aan melder 1, d.d. 29 maart 2023. 39 Overzicht van contacten per brief, mail en telefoon over integriteitscasus wethouder Zwijnenberg, opgesteld door de griffier, ongedateerd. 40 Brief melder 1 aan de griffier, ''verzoek informatie,'' d.d. 29 maart 2023. 41 Mailwisseling tussen de griffier en melder 1, d.d. 29 maart 2023. 37
18
burgemeester het aanbod aan melder 1 om een gesprek tussen melder 1 en de heer Zwijnenberg te organiseren, waarbij de burgemeester als gespreksleider aanwezig wil zijn.42 Op 13 april 2023 vindt telefonisch overleg plaats tussen melder 1 en de griffier. Op 19 april 2023 vindt opnieuw telefonisch overleg plaats tussen melder 1 en de griffier en sluit de burgemeester ook bij dit gesprek aan.43 Op 23 april 2023 stuurt melder 1 een brief aan de griffier met aanvullende vragen betreffende de vergadering van de Commissie beeldkwaliteit van 13 juni 2022 en de aanwezigheid van de heer Zwijnenberg hierbij. In de brief geeft melder 1 verder aan dat andere buurtbewoners dezelfde vragen hebben als melder 1 en zich ''op korte termijn'' tot de burgemeester zullen wenden. Daarnaast geeft melder 1 aan open te staan voor een gesprek tussen de heer Zwijnenberg en zichzelf, maar dat dit geen reden is ''om er op voorhand mee in te stemmen dat het Protocol […] niet in werking wordt gesteld.'' Ten slotte geeft melder 1 aan niet anoniem te hoeven blijven.44 Op 24 april 2023 vindt een gesprek plaats tussen melder 1 en de griffier naar aanleiding van zijn brief.
Op 26 april 2023 geeft melder 1 in een mail aan de griffier aan dat hij naar aanleiding van dit gesprek ''[…] tot de conclusie [is] gekomen dat het voeren van een gesprek in deze fase niet aangewezen is.'' Melder 1 verzoekt de burgemeester ''[…] om het formele traject in werking te stellen.'' De griffier bevestigt de ontvangst van dit bericht op 28 april 2023.45 Op 9 mei 2023 vindt een overleg van de permanente werkgroep integriteit (bestaande uit de burgemeester en de griffier) plaats. Gezien het besprokene tijdens de hierboven omschreven contactmomenten, besluit de werkgroep om opdracht te geven voor het uitvoeren van een integriteitsonderzoek aan een extern bureau.46 Op 25 mei 2023 vindt een gesprek plaats tussen de burgemeester, de griffier en wethouder Zwijnenberg. Tijdens dit gesprek wordt de wethouder geïnformeerd over de brief van melder 1 van 23 februari 2023 en het vervolg hierop. Ook wordt de heer Zwijnenberg geïnformeerd dat een onderzoek wordt gestart conform het Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen. Tijdens het gesprek wordt het Protocol en een memo 'integriteitsmelding' aan de heer Zwijnenberg uitgereikt. De heer Zwijnenberg verzoekt beschikking te krijgen op de brief van 23 februari 2023, waarop de burgemeester en griffier aangeven dat overleg met het onderzoeksbureau is gewenst voor de brief mogelijk kan worden verstrekt.
Ter vergadering dient de heer Zwijnenberg een mondeling verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo) om de brief te ontvangen.47 Per mail op 28 mei 2023 aan de griffier bevestigt de heer Zwijnenberg dit Woo-verzoek schriftelijk en verzoekt hij de griffier op grond van de Woo om tevens een chronologisch feitenoverzicht met alle bijbehorende documenten te verstrekken. De griffier bevestigt op 30 mei 2023 de ontvangst van dit verzoek en geeft
42
Mailwisseling tussen de griffier en melder 1, d.d. 7 april 2023. Overzicht van contacten per brief, mail en telefoon over integriteitscasus wethouder Zwijnenberg, opgesteld door de griffier, ongedateerd. 44 Brief melder 1 aan de griffier, ''mogelijke schijn van belangenverstrengeling en integriteitsissue raadslid/wethouder,'' d.d. 23 april 2023. 45 Mailwisseling tussen melder 1 en de griffier, d.d. 26 april en d.d. 28 april 2023. 46 Verslag overleg permanente werkgroep integriteit, d.d. 9 mei 2023. 47 Verslag gesprek tussen de burgemeester, de griffier en wethouder Zwijnenberg, d.d. 25 mei 2023; Notitie ''integriteitsmelding'', opgesteld door de griffier en verstrekt aan wethouder Zwijnenberg, d.d. 25 mei 2023. 43
19
aan terug te komen op de casus.48 Op 9 juni 2023 worden de gevraagde documenten door de griffier aan de heer Zwijnenberg verstrekt. Op 4 juni 2023 stuurt melder 2 een brief aan de griffier betreffende ''mogelijke schijn van belangenverstrengeling raadslid/wethouder.'' In deze brief sluit melder 2 zich aan bij de vragen die gesteld zijn door melder 1 in diens brieven van 23 februari 2023 en 23 april 2023. Op 5 juni 2023 stuurt de griffier een schriftelijke ontvangstbevestiging aan melder 2, waarin tevens wordt aangegeven dat de brief van melder 2 wordt gevoegd bij het dossier van melder 1.49 Op 12 juni 2023 vindt hierover telefonisch overleg tussen de griffier en melder 2 plaats.50
48
Mailwisseling tussen de heer Zwijnenberg en de griffier, d.d. 28 mei 2023 en d.d. 30 mei 2023. Schriftelijke ontvangstbevestiging van de griffier aan melder 2, d.d. 5 juni 2023. 50 Schriftelijke verslaglegging telefonisch overleg griffier en melder 2, d.d. 12 juni 2023. 49
20
4. Weging 3. Hoe verhouden zich de onder 2. bedoelde vastgestelde feiten zich jegens het onder 1. vermelde normenkader?
De onderzoekers hebben hetgeen wat in hoofdstuk 3 is geconstateerd aan het normenkader getoetst en komen op basis daarvan tot een aantal conclusies. Deze conclusies zijn hieronder weergegeven. 1. Er zijn geen aanwijzingen dat er sprake is geweest van belangenverstrengeling Uit de gedragscodes Artikel 1: Een raadslid/wethouder mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander(e organisatie) waarmee hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Artikel 1.1: Een raadslid/wethouder moet actief en uit zichzelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegengaan. Artikel 4.3: Een raadslid/wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.
Als bewoner van de Kapellerlaan 49 had en heeft de heer Zwijnenberg een persoonlijk belang bij de vergunningverlening en de hierop volgende bezwaarprocedure. Het hebben van een persoonlijk belang, betekent echter niet dat dat persoonlijke belang ook per definitie verstrengeld raakt met het publieke belang. Op grond van de geraadpleegde documentatie en de gevoerde interviews constateren de onderzoekers dat er geen aanwijzingen zijn dat er sprake is geweest van belangenverstrengeling. Er zijn geen aanwijzingen dat de heer Zwijnenberg misbruik heeft gemaakt van zijn invloed en stem als raadslid of zijn invloed en stem als wethouder om een persoonlijk belang veilig te stellen. Er zijn tevens geen aanwijzingen dat de heer Zwijnenberg ten eigen bate of ten bate van een ander waarmee hij persoonlijke betrokkenheid heeft gebruik heeft gemaakt van in het ambt verkregen informatie. De heer Zwijnenberg heeft gebruik kunnen maken van informatie die ook andere inwoners, dus ook de melders, ter beschikking konden krijgen. 2. De heer Zwijnenberg heeft als wethouder (en daarvoor als raadslid) een bijzondere verantwoordelijkheid om de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan en daar heeft hij onvoldoende naar gehandeld Uit de gedragscodes Artikel 1.1: Een raadslid/wethouder moet actief en uit zichzelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegengaan.
21
Artikel 4.1: Een raadslid/wethouder betracht maximale openheid als het gaat om zijn eigen beleid en beslissingen en zijn beweegredenen daarbij. Hij handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel 6.4: Als een raadslid twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de gedragscode zou kunnen zijn, wint hij hierover advies in bij de griffier. Artikel 6.4: Als de wethouder twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de gedragscode zou kunnen zijn, wint hij hierover advies in bij de gemeentesecretaris.
Een inwoner van de gemeente die tevens raadslid of wethouder is heeft de verantwoordelijkheid om zorgvuldig, open en transparant te handelen. Een raadslid of wethouder is een vertegenwoordiger van de gemeente en wordt door inwoners ook zo gezien. Het is aan het raadslid of de wethouder om, in de woorden van de gedragscodes integriteit, ‘’maximale openheid’’ te geven over zijn rol of betrokkenheid bij een bepaalde kwestie en ‘’actief en uit zichzelf’’ de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan. Met het oog op deze casus vraagt het invullen van die zorgvuldigheid nog meer en actieve inzet, nu het vraagstuk gaat over een onderwerp in de eigen portefeuille. De heer Zwijnenberg had en heeft als bewoner van de Kapellerlaan 49 een persoonlijk belang bij de vergunningverlening en de hierop volgende bezwaarprocedure. De heer Zwijnenberg heeft aangegeven dat hij net als iedere inwoner het recht heeft om zijn belang te verdedigen. De onderzoekers benadrukken dat hij als raadslid en sinds 13 juli 2022 als wethouder de verantwoordelijkheid had en heeft om (de schijn van) belangenverstrengeling tegen te gaan, zoals verwoord in de gemeentelijke gedragscodes integriteit. Berenschot heeft in de risicoanalyse integriteit de heer Zwijnenberg aanbevolen om juist met het oog op dit risico op geen enkele manier direct of indirect betrokken te raken bij de vergunningverlening.
Ondanks dit advies is die betrokkenheid van de heer Zwijnenberg wel ontstaan. In deze casus lopen zowel in documentatie als in de gevoerde interviews de verschillende rollen van de heer Zwijnenberg door elkaar heen. Dit valt ook op bij de duiding van de precieze betrokkenheid en hoedanigheid bij het optreden van de heer Zwijnenberg ten aanzien van de vergunningaanvraag en de vervolgprocedure. De heer Zwijnenberg heeft verklaard dat zijn echtgenote eigenaar is van de woning en dat zij via Allard BV ook de aanvrager van de vergunning is. Daarnaast was bij de vergunningaanvraag ook een architect betrokken. Er zijn dus verschillende personen betrokken geweest bij de vergunningaanvraag. Toch is het steeds de heer Zwijnenberg geweest die over de vergunningaanvraag in contact trad met vertegenwoordigers van de gemeente: de clustermanager VTH, de betrokken stedenbouwkundige, de Commissie beeldkwaliteit en de Commissie behandeling bezwaarschriften. Hoewel tijdens de hoorzitting van de Commissie behandeling bezwaarschriften op 1 november naast de heer Zwijnenberg ook de bouwbegeleider aanwezig was, voerde enkel de heer Zwijnenberg het woord. Dit leidt voor verschillende betrokkenen tot onduidelijkheid. Nu hij ondanks het advies van Berenschot toch betrokken is geweest, had de heer Zwijnenberg duidelijker moeten communiceren over zijn rol(len).
In zijn stellingname gaat de heer Zwijnenberg er herhaaldelijk vanuit dat de ander – melder, ambtenaar, commissie – er voldoende mee bekend dient te zijn wat zijn verschillende rollen als raadslid, wethouder, inwoner en bewoner zijn, terwijl de kern van het artikel in de gedragscode is dat hijzelf degene is die daar zodanig transparant in moet zijn dat niemand op het idee komt daar een vraag bij te stellen. En áls
22
die vraag komt, past vooral bescheidenheid en een herhaaldelijke uitleg, in plaats van de ander te verwijten dat de vraag gesteld wordt. Wanneer een raadslid, respectievelijk een wethouder twijfelt over zijn handelen kan hij hier volgens de gedragscodes advies over inwinnen bij de griffier, respectievelijk de gemeentesecretaris. Ook een gesprek met de burgemeester als hoeder van de integriteit is mogelijk. Op het moment dat de heer Zwijnenberg hierover spreekt in het college, voorafgaande aan de hoorzitting, zijn de meningen over of de heer Zwijnenberg kan deelnemen aan de hoorzitting niet eenduidig. In afwezigheid van de burgemeester – een positie die op dat moment vacant is – zou hij er ook voor kunnen kiezen ‘aan de veilige kant’ te gaan staan, maar hij kiest daar niet voor. De onderzoekers constateren dat de heer Zwijnenberg onvoldoende gevolg heeft gegeven aan de aanbeveling van Berenschot en de voorschriften over het tegengaan van de schijn van belangenverstrengeling uit de gedragscodes integriteit. De heer Zwijnenberg heeft onvoldoende gedaan om actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan. 3. De opvolging van de risicoanalyses integriteit in Roermond zijn niet goed navolgbaar Uit de gevoerde interviews blijkt dat de kandidaat-wethouders de resultaten van de risicoanalyses integriteit met elkaar hebben besproken.
Mondeling is daarbij afgesproken dat de aanbevelingen van Berenschot zouden worden opgevolgd. Uit de documentatie valt niet af te leiden dat dit schriftelijk is vastgelegd. De aanbevelingen van Berenschot zijn ook niet nader geoperationaliseerd in de vorm van concrete afspraken. Het is ook niet uit de documentatie te herleiden in hoeverre er binnen de organisatie is gecommuniceerd over de aanbevelingen, wat dit voor betrokken ambtenaren zou betekenen en hoe zij hiermee zouden moeten omgaan. Dit leidt volgens de onderzoekers tot interpretatievrijheid en vrijblijvendheid. Illustratief is de bespreking over het al dan niet deelnemen van de heer Zwijnenberg aan de hoorzitting van de Commissie behandelen bezwaarschriften in de collegevergadering van 25 oktober 2022. Het college kwam hier namelijk niet tot een eenduidige lijn. Daarbij moet vermeld worden dat de burgemeester (die conform de Gemeentewet de taak heeft de bestuurlijke integriteit te bevorderen) niet bij deze collegevergadering aanwezig was. Het niet operationaliseren van de beheersmaatregelen leidt binnen de organisatie tot eigen handelen en het maken van eigen afwegingen.
Proactief communiceren binnen de organisatie over mogelijke knelpunten en hoe deze worden opgelost, in dit geval direct na het bespreken van de risicoanalyses in het college en door middel van het onderbrengen van de casus bij een andere wethouder, kan dit voorkomen. Datzelfde geldt voor de communicatie richting omwonenden. In vergelijkbare situaties in andere gemeenten hebben wij geadviseerd om bij aanstelling van de wethouder aan omwonenden te communiceren dat uit de risicoanalyse integriteit is gebleken dat er sprake is van een persoonlijk belang van de kandidaat wethouder bij – in dit geval – de aangevraagde vergunning. Daarbij kan aangegeven worden dat een wethouder net als ieder ander rechten heeft als inwoner, maar dat vanwege de zuiverheid de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor dit dossier bij een andere wethouder ligt, en dat dit binnen de gemeentelijke organisatie duidelijk is gemaakt. In de interviews is aangegeven dat de collegebesluiten over de vergunningaanvraag en de bezwaarprocedure in mandaat zijn genomen, conform de mandaatregeling van de gemeente Roermond. Een inwoner kan echter niet zien of een wethouder als inwoner of als wethouder betrokken is of
23
werkzaamheden verricht. Hetzelfde geldt voor het college van burgemeester en wethouders als geheel. Menig inwoner zal nog nooit van een mandaatregeling hebben gehoord. Een mandaatregeling of niet, het college blijft eindverantwoordelijk voor de besluiten die in naam van het college worden genomen. En dient daarover dus transparant en helder te communiceren richting relevante betrokkenen wanneer zich een kwestie voordoet die betrekking heeft op een collegelid. 4. Er is in Roermond te weinig vastgelegd over het contact tussen ambtenaren enerzijds en raadsleden of wethouders anderzijds In de gedragscodes integriteit van de gemeente Roermond staat dat een raadslid of wethouder niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik maakt van de in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Als raadslid en als wethouder heeft de heer Zwijnenberg een andere positie en invloed ten opzichte van ambtenaren dan andere inwoners. Raadsleden en wethouders moeten zich bewust zijn van die positie en invloed en dienen daar zorgvuldig mee om te gaan. De gemeente Roermond kent geen op schrift gestelde richtlijnen voor raadsleden en wethouders over hoe zij in contact treden met de ambtelijke organisatie, anders dan het uitgangspunt dat ambtenaren met respect moeten worden benaderd (zoals verwoord in artikel 5 van beide gedragscodes integriteit van de gemeente).