Excerpt commissievergadering BS 16 maart 2021
Tekst van het document
En dan hoor ik heel graag, nog steeds, of er dilemma’s worden opgepakt, als er weigeringen zijn: op welk punt? En dan komt empathie aan de orde en dan komt ook compassie aan de orde – die motie heb ik in november ingediend –, en dat slaat terug op alle organisaties, van de ambtenarij in dit gemeentehuis, tot en met uitvoeringsorganisaties. Kijk naar die Toeslagenaffaire. Ik zeg het maar één keer, want daar word je inmiddels ook mee doodgegooid. Wat daar is gebeurd, hoort hier niet weer terug te vallen, en zeker niet in tijden zoals die er nu op dit moment zijn, tijden van crisis. Ik mag hopen dat je dan wat meer meedenkt over wat er wel kan in plaats van wat er niet kan. En als er dan bepaalde zaken naar boven komen waar niet in is voorzien, breng die dan terug naar ons, Kom niet alleen met mooie, positieve, trotse verhalen, maar zeg ook waar het knelt, en breng dat tijdig terug. Als ik dan kijk naar die raadsinformatiebrief, dan zie ik daar mooie volzinnen. Ik refereer daarbij ook aan de woorden van de heer Maassen: het gaat niet alleen om kwantiteiten, maar het gaat vooral om kwaliteiten. Wáár wordt er iets gemist? Dat gaan we straks natuurlijk evalueren – dat zegt Rutte, en dat zeggen een aantal anderen op landsniveau ook. Dat moeten we vooral doen, maar de burgers, ondernemers en verenigingen hebben er op dit moment niet zoveel aan.
Waar ze wel heel veel behoefte aan hebben, dat zag ik ook toen ik vanmiddag toevallig in Maastricht liep, of als ik in Roermond door het centrum loop: je ziet dat mensen snakken naar perspectief. Rutte en anderen zeggen: we gaan werken aan een herstelplan. Het is niet meer dan logisch, dat we na zo’n jarenlange crisis, als het op een gegeven moment hopelijk weer snel goed gaat komen met dat virus, en vooral met de gezondheid, dat we daar dingen voor
16 gaan opzetten. Dat lijkt me toch vrij logisch. Als je een eigen onderneming hebt, maak je dat soort pieken en dalen ook mee en dan mag je hopen dat je, nadat je zo’n dal hebt doorlopen, daarna kunt werken aan perspectief en aan zaken waar je energie van krijgt. Daar moeten we aan meewerken. Zo hebben we ook, samen met Demokraten Swalmen, in de vorige raadsvergadering meteen aandacht gevraagd voor, in dit geval, startende ondernemers, maar dat was een symptoom. Er waren een aantal mensen die staan voor een hele grote andere groep. Het flauwe antwoord dat we toen kregen was “het zijn 800 ondernemers, dus daar kunnen we niet allemaal aan meewerken”. Dat gooi ik alleen maar heel ver van me. Normaal zou ik het niet nog een keer herhalen, maar ik denk: kom niet met dat soort debattrucs aan. Kom vooral terug op zaken waarvoor mensen zich bij jullie aanmelden, als ze weten dat er bepaalde regelingen zijn. Dus die communicatie moet altijd goed op orde zijn, daar hebben we het iedere keer opnieuw over. Ik ben daarom ook benieuwd of die actieve houding, die er eigenlijk zou moeten zijn, los van die twee startende ondernemers, er nou is. Als je ook maar iets bemerkt van noden die er zijn, ga dan – daar komt die motie van compassie weer – kijken wat er wél kan, zoek die grens op.
En natuurlijk, Rijk, provincie, regio en lokaal doen hun uiterste best, en blijf dat ook vooral doen, want er mag niemand verloren gaan. Daar gaat het ons vooral om. Als ik kijk naar jongeren – ik heb zelf ook kinderen –, als ik zie hoe zij verpieteren in een studentenhuis, geen evenementen, geen sociale contacten, in die leeftijdscategorie is het keien keihard nodig, om dat wel te doen. Het grote gros van die jongeren houdt zich keurig aan de regels. Je moest eens weten. Die blijven zelf in hun studentenhuis, als ze denken dat er ook maar iemand verdacht is van. Een klein groepje maakt daar misbruik van. Natuurlijk, dat zul je dan ook zien. Oudere mensen die vereenzamen. Ik hoorde laatst van ‘Meer bewegen voor ouderen’ dat er blijkbaar één trainer is die in ’t Paradies de kans krijgt om een meeting te geven. Zoek alle mogelijkheden op om in alle gemeenschapshuizen datgene te doen waar die mensen behoefte aan hebben en wijs niet alleen op L1, ‘Limburg beweegt’, of op een landelijk programma. Als die oudere mensen behoefte hebben aan beweging en zich daarmee mentaal op de been kunnen houden, zoek daar de grenzen op. Een dynamisch plan. Natuurlijk, meneer Breugelmans, dat lijkt me net zo logisch en ook eigenlijk een gevolg van de woorden die ik zojuist gebruikte.
Als je ergens van ziet “dit was mijn voornemen, maar ik loop tegen een aantal zaken op, en dat werkt niet”, dan ga ik bijstellen. Dan ga ik niet jarenlang wachten of evalueren na drie, vier jaar. Nee, dat lijkt me vrij logisch. En ik verwacht van het college dat, als daar andere zaken nodig zijn, je die ons meldt. Dat is dat kwalitatieve waar de heer Maassen volgens mij ook op wees. Wat gaat er nou kwalitatief, in welke sectoren en bij welke mensen, verenigingen, niet goed, en wat zouden we daaraan kunnen doen? En om dat dynamisch te maken, om dat plan dan bij te stellen, is niet meer dan logisch. Ik snap nooit dat daar zoveel over geleuterd moet worden. Het ligt zo voor de hand. Nu doorpakken, ook op dat punt, met name waar de gaten zijn gevallen en waar we denken dat we kunnen voorzien in zaken die het Rijk niet voorziet, of nóg niet voorziet of waar de provincie ons niet n ondersteunt. Zoek dat op. Ik denk dat de essentie van mijn verhaal heel erg duidelijk is: die basishouding die anders moet zijn en in een dynamisch plan, en zeker in een herstelplan straks, aan bod moet komen, zodat onze Roermondse ondernemers en mensen straks weer perspectief gaan zien, en dat we ze daar nu in de komende tijd op de been mee houden. Dat mag ik hopen, en dat gaf ik ook aan bij de start van het coronafonds. Het moet een vangnet zijn, het moet maatwerk zijn.
De heer Breugelmans gaf dat ook aan. Wij kunnen niet in alles voorzien, maar waar we dat wel kunnen, of tegen grenzen aanlopen, wil ik graag weten, ook als raadslid, waar dat is en waar er meer mogelijkheden zijn. We hoeven dat geld niet per se uit te geven, maar als er ook maar iets van een noodzaak is die te beargumenteren valt, of waar je mensen echt mee kunt helpen, dan hoor ik dat heel graag. Laat ik het daar maar bij houden. De voorzitter: Dank je wel. Dan ga ik verder met de heer Nizet, SP.
17
De heer Nizet: Dank u wel. Laat ik vooropstellen dat ik het nog altijd eens ben met de mensen die zeggen dat het jammer is dat alleen maar mevrouw Smitsmans hier woordvoerder is van het college, want ik vind – en dat merk je nu ook uit al die verhalen die ik gehoord heb – dat eigenlijk degene antwoord behoort te geven die in dat specialisme zit. Een volgend punt, dat door meerderen is aangehaald, is de discrepantie tussen de vele mogelijkheden aan geld die worden geboden en het feit dat er verhoudingsgewijs maar weinig echt gebruik van wordt gemaakt. Natuurlijk krijg je dan vragen als: hoe kan dat dan, is dat verkeerd ingeschat of zo? Maar goed, daar heeft de heer Van Rey al een heel duidelijk betoog over gehouden. Inmiddels zijn al best veel concrete vragen gesteld, maar een vraag die ik nog altijd heb, is: hoe helpt deze gemeente haar burgers, haar ondernemers, met name in een tijd die zo hectisch en zo onvoorzienbaar is als nu? Zojuist werd al de term ‘dynamisch fonds’ gebruikt. Uiteraard, nogal logisch. Het kan best zijn dat we over twee maanden op dingen stuiten die we niet hadden kunnen voorzien en dan moet zo’n fonds ook nuttig kunnen zijn. Ik ben het volledig eens met de inbreng van mensen die gezegd hebben dat het niet alleen maar om ondernemers gaat. Nee, natuurlijk niet. Het zijn meerdere groeperingen, individuen.
Die hoef ik niet allemaal op te noemen, die zijn door mijn collega net allemaal opgenoemd. Perfect, daar ben ik het volkomen mee eens. Soms moet je proactief dingen doen en je moet stimuleren. Dat werd net ook al aangehaald door de heer Coenen. Prima. Wij zijn in een werkgroep bezig met de problematiek van restafval en zwerfafval en daar is het mogelijk dat een aantal raadspartijen gezamenlijk iets kunnen bereiken. Ik vind dat dat ook op dit punt moet. Helaas moet ik, net als de heer Van Rey, constateren dat een aantal mensen en ondernemers echt buiten de boot vallen, aangevuld met mensen in de particuliere sector uiteraard, maatschappelijke organisaties. Wat ik ook nog namens de SP naar voren wil brengen, en dat is ook vanavond al gezegd, want zo ver lopen onze verhalen niet uit elkaar, is dat het geld niet alleen maar, en liefst helemaal niet, terecht moet komen bij toppen van organisaties, allerlei adviesbureautjes of adviesorganisaties, waar uiteindelijk A die ondernemer geen bal aan heeft en B de mensen die in de shit zitten en persoonlijke problemen hebben evenmin mee geholpen zijn; die vallen überhaupt vaak op dit terrein uit de boot.
Het is ook niet een specifiek coronagerelateerd probleem, het is volgens onze partij een probleem dat zich al jaren voordoet en natuurlijk alleen maar groter wordt wanneer je ziet dat er de laatste decennia erg veel bezuinigd is, niet alleen door de gemeente Roermond, wellicht door de gemeente Roermond zelfs minder dan door andere gemeenten. Dat weet ik niet precies, maar ik weet wel dat in de samenleving erg veel bezuinigd is op de bekende zaken als zorg, en dan wijk ik wel af van de mening van de LVR als het gaat om bepaalde uitgaventerreinen waarvan zij vinden dat het hobbyisme is. Daar ben ik het dan niet mee eens, in de grond dan, maar wel in de praktische uitvoering vaak. In mijn omgeving zie ik om me heen de triestigheid die de heer Van Rey naar voren heeft gebracht net zo goed: de triestigheid langs de Roerkade en als je bij winkels binnenkomt, waar je naar binnen kan komen. Dat is muisje voor muisje, dat geeft heel weinig vertrouwen, en dan word je ook nog overgooid met allerlei politieke reclame omdat we morgen zo nodig allemaal moeten gaan stemmen – ja, heel belangrijk, maar de thema’s die aan bod komen, inhoudelijk worden we er niet veel wijzer van. Als je dat doortrekt naar de gemeente, hoor je “ik heb vandaag nog een gesprek gehad op straat en dan is het “ja, ja, het is allemaal papierwerk, wij voelen ons niet betrokken”.
Dat vind ik heel triest en dat kun je alleen maar versterken door regelneverig te zijn en net te doen alsof je werkelijk een geweldige vondst hebt gedaan door ondernemers in de horeca een beetje te ontzien in de precariobelasting. Ik wil er verder niet veel meer aan toevoegen. Ten aanzien van de heer Van Rey: ik ben het uiteraard ook eens met een hoorzitting achteraf. En als het gaat over die motie: ja, ik begrijp dat ook niet. Waarom moet dat zo lang duren, waarom krijg je geen signalen van “ja, we pakken het op”?
18 Tot zover. De voorzitter: Dank je wel, meneer Nizet. Ik ga verder met de heer Oele, VVD. De heer Oele: Ja, voorzitter, dank u wel. Het is natuurlijk zo dat, naar mate je verder in de woordvoerders komt, er al veel gras voor de voeten is weggemaaid. Maar toch. Om even, maar dan vanuit een andere invalshoek, te herhalen wat eigenlijk de heer Franssen ook al gezegd heeft: wat hebben we eigenlijk met dat coronafonds tot nu toe gedaan? Zeker is in ieder geval dat slechts beperkt gebruik is gemaakt van de regeling, die waarschijnlijk dan ook te eng gedefinieerd lijkt te zijn, zoals we ook eind vorig jaar al hebben vastgesteld. Het is eigenlijk dringend nodig om die regeling zodanig om te vormen dat hij dienst kan doen als een coronaherstelfonds. Daar zouden dan misschien ook gelijk nog een aantal rubrieken aan toegevoegd kunnen worden voor andere middelen die inmiddels bijvoorbeeld ook uit Den Haag komen, bijvoorbeeld voor de cultuursector, maar er zijn er wel meer waarvoor vanuit Den Haag specifiek geld naar de gemeentes wordt gestuurd, omdat zij achten dat de gemeentes beter in staat zijn om in hele specifieke gevallen ondersteuning te verlenen dan dat Den Haag dat op een macro-manier kan.
Het komt er eigenlijk op neer dat, afgezien van het deel van het coronafonds dat wij voor de gemeente zelf gebruiken, waarover de heer Franssen al het een en ander verteld heeft, en ook de heer Van Rey meen ik, van de eerste twee posten van beide 1.950.00 euro in 2020 maar 5,8% en 17,3% was gebruikt. Dat waren 4 en 42 toegekende aanvragen, en dat is natuurlijk minimaal. Misschien moet je je dan toch wel afvragen of de regeling wel voldoende bekend is in het Roermondse. Ik wil u ook nog graag herinneren aan de door de VVD-fractie op 12 november vorig jaar ingediende motie ‘Lokale denktank herstel en transitie binnenstad’, een motie die unaniem werd aangenomen, met als doel te komen tot een lokale denktank, samengesteld uit mensen uit de Roermondse samenleving die een brede deskundigheid vertegenwoordigen en onder voorzitterschap van de portefeuillehouder economische zaken, werkgelegenheid en arbeidsmarktbeleid. Misschien ook even een puntje voor de heer Maassen: de zevende opdracht uit deze motie luidt “een passend en haalbaar plan van aanpak voor te leggen aan de commissie Ruimte op 15 maart 2021”. Zo stond het in de motie, maar eigenlijk was het natuurlijk 17 maart 2021. Dat passend en haalbaar plan hebben wij nog niet gezien, maar we hebben wel 3,4 miljoen euro in het coronafonds liggen waar we nog niks mee gedaan hebben.
Dus, collega’s, waar blijft dit plan? Krijgt de portefeuillehouder economie wel de speelruimte die zij nodig heeft om de coronagevolgen aan te pakken, of werkt het coronafonds als rem daarop? Ik vind het inderdaad – het is al meer gezegd – jammer dat ze zelf vanavond niet aanwezig is, want dit antwoord hadden we natuurlijk het liefst van haar zelf gekregen. Moeten we wachten totdat in de sectoren die mede de ziel van ons Roermond zijn onherstelbare gaten gaan vallen, of moeten we nu de juiste prioriteiten stellen en aan de slag gaan? Kan vooruitlopend op een herziening van de verordening wellicht gebruikgemaakt worden van een hardheidsclausule, om in de geest van deze verordening schrijnende gevallen die nu buiten de boot vallen toch te kunnen helpen? We hebben al gezien hoeveel aanvragen er zijn en hoeveel aanvragen afgewezen, maar hoeveel gevallen van nood zijn niet gekomen tot een aanvraag voor ondersteuning omdat ze in hun eerste vragen al tegen een afwijzing aan liepen, voordat het tot een aanvraag kwam? Als die er zijn, zijn zulke gevallen dan in beeld, om eventueel te benaderen als andere mogelijkheden voor ondersteuning beschikbaar komen? Wat we ook zien, is dat nu bijvoorbeeld via de TONK-regeling, maar er zijn meer regelingen, ook vanuit Den Haag steeds meer mogelijkheden komen om te helpen, mogelijkheden die ondersteuning dáár bieden waar, zoals ik net al gezegd
heb, macroproblemen bekend zijn. Dat betekent dus ook dat wij als gemeente dan steeds meer gelegenheid zouden moeten krijgen om juist te steunen in die gebieden, en in die gevallen, waar nog geen steun voor is, of waar – die zijn er ook – de rijkssteun onvoldoende toereikend is.
19 Vanuit het Rijk is een totaalbedrag van ongeveer 1 miljoen euro toegekend voor ondersteuning van de lokale sector. Ik heb er ook drie artikel 43-vragen over gesteld. Dat is geld dat voor een deel al sinds september op de plank ligt, maar Roermond heeft nog geen plan klaar voor hoe we deze middelen zinvol en effectief kunnen gebruiken om onze cultuursector beter door deze coronacrisis te helpen. Ook hier de vraag: collega’s, college, waar blijft dit plan? En hoe zit het met de inzet van andere specifieke middelen die door het Rijk aan de gemeenten worden gegeven, voor bijvoorbeeld kinderopvang, schuldhulpverlening, enz.? Want ook daar zijn extra middelen voor beschikbaar gemaakt. Dus aanvullend op alle woordvoeringen die al geweest zijn toch een dringende oproep om niet reactief, maar proactief te handelen. De vraag is al gesteld: zijn wij klaar, als corona straks voorbij is, om Roermond weer in de startblokken te zetten? Zijn wij klaar als 30 maart mogelijkerwijs de terrassen open mogen gaan? Zijn wij klaar om deel te nemen aan pilots? Of zwaaien we weer met het boekje van vergunningsvoorwaarden en zeggen we: dit kan niet? Dat zou het slechtste zijn wat we kunnen doen in coronatijd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Oele. Dan ga ik verder met mevrouw Angela Sanders van Demokraten Swalmen. Mevrouw Sanders: Dank u wel, voorzitter. De rijen sluiten.
In de voorgaande, bevlogen woordvoeringen zijn de meeste vragen van Demokraten Swalmen al aan bod gekomen en niets is zo vervelend als in herhaling vervallen. Dus we hebben nog maar één vraag, en toch ook weer met betrekking tot de noodlijdende starters. Is hier ook al gekeken naar alternatieve mogelijkheden om die starters tegemoet te komen, al dan niet uit het coronafonds? Het zal best lastig zijn om deze mensen te helpen, maar we kunnen ze niet in de steek laten. We willen toch ook niet dat al deze mensen straks terechtkomen in de schuldhulpverlening? Verder zijn er veel aanvragen, toekenningen en afwijzingen. Daar hebt u ons van op de hoogte gehouden, maar is het mogelijk om bijvoorbeeld een overzicht te krijgen van al die aanvragen: welke zijn goedgekeurd, welke zijn afgekeurd, met welke reden afgekeurd, welk bedrag is uitgekeerd en is dat ook het gevraagde bedrag? Is het mogelijk om daar een overzichtelijke lijst van te krijgen, waarop alles bij elkaar staat? Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank je wel. Dan ga ik naar de laatste spreker in dit rijtje: de heer Michael Kalthoff, D66. De heer Kalthoff: Ja, dank je wel, voorzitter. De laatste in de rij, ik mag het vanavond zeggen! Ik zal het op een luchtiger manier afsluiten. In de Kaderbriefbespreking heeft D66 uitgangspunten genoemd op welke manier wij door de coronacrisis heen zouden moeten gaan.
Ik zal enkele voorbeelden noemen: een stukje vertrouwen, empathie creëren, mogelijkheden zien in de situatie, dus er het beste uit halen. Verder zal ik het lijstje niet afmaken. We hebben toen ook gezegd dat we ook moeten kijken ná de coronacrisis, van: welke kansen en mogelijkheden kunnen we pakken om zo goed mogelijk uit deze coronacrisis te komen? Laten we vooral meebewegen, om uiteindelijk als Roermond er beter van te worden. Dat hebben we toen ook aangegeven. Tijdens de algemene beschouwingen in november heeft D66 ook aangegeven dat we ervoor moeten zorgen dat er geen tweedeling ontstaat in de samenleving. We hebben toen ook specifieke groepen genoemd: kwetsbaren, zoals daklozen, maar ook statushouders, bepaalde ondernemers die het nu extra zwaar hebben, kinderen die thuis moeten blijven en huiswerkbegeleiding krijgen. Voor die groepen hebben we extra aandacht gevraagd en dat doen we nog steeds, want ook wij maken ons zorgen over de groepen die het nu extra zwaar hebben en die op dit moment minder mogelijkheden hebben dan die andere groep, die wel onder deze moeilijke omstandigheden
20 mogelijkheden heeft. Wij hebben er ook schriftelijke vragen over gesteld begin dit jaar aan het college, van: wat is de voortgang van de mogelijkheden te bekijken voor deze doelgroepen? Daar hebben we op dit moment nog geen reactie op gekregen. We zouden het wel fijn vinden als het college op redelijk korte termijn kan aangeven hoe zij ervoor zorgdraagt dat daklozen, statushouders, maar ook andere kwetsbare groepen die het nu extra zwaar hebben ondersteund kunnen worden binnen de mogelijkheden uiteraard die de gemeente heeft. En het is ook noodzakelijk, voorzitter, want we hebben een kansencrisis. We hebben een coronacrisis, maar we hebben ook een kansencrisis. De ongelijkheid in Nederland neemt ontzettend toe, en dat is heel erg. Daar moeten we keihard aan werken, om ook mensen ná corona perspectief te bieden. D66 vindt het belangrijk, in het algemeen, dat we, zodra het kan, veilig en verantwoord de samenleving weer openen en uiteraard vinden wij het ook belangrijk dat de gemeente kijkt naar mogelijkheden. Dus als er experimenten mogelijk zijn binnen bepaalde sectoren in de samenleving, zoals in de toeristische- en recreatieve sector, de horecasector, of andere sectoren, dan staan wij vooraan om mee te denken en kansen en mogelijkheden voor die groepen te creëren. Maar uiteraard begrijpen wij ook dat de gemeente Roermond afhankelijk is van het Rijksbeleid.
Dus zodra het kan zeker kijken naar mogelijkheden. Dat willen wij ook aan het college meegeven. D66 is blij met het coronafonds. Dat hebben we eerder al gezegd. We waren een van de eerste gemeenten in Nederland die met dat fonds kwamen en daar zijn wij trots op. We zijn ook blij dat er diverse voorliggende voorzieningen zijn, zoals bijvoorbeeld de tegemoetkoming vaste lasten, de TOZO-regeling, en nu ook de TONK-regeling. Daarmee worden toch bepaalde kwetsbare ondernemers onder anderen gesteund. We zijn wel ook benieuwd naar de status van de invoering van de TONK. Hopelijk kan de wethouder daar iets over zeggen. Ook wij hebben vragen bij bijvoorbeeld Ad 1, realiseren 1,5-meter openbare ruimte innovaties, dat zich maar heel weinig mensen daarvoor hebben aangemeld. Hoe kan dat? Daar willen wij ook graag een toelichting op. Daarnaast zie je bij Ad 2 dat er 110 aanvragen zijn geweest en dat er ook een heel deel is afgewezen. In de brief wordt vermeld dat een deel is afgewezen omdat er voorliggende voorzieningen waren. Dat begrijpen wij, maar ook wij zouden, net als meerdere andere fracties, iets meer inzicht willen krijgen in welke aanvragen zijn gehonoreerd en welke niet, en ook misschien een beetje onderbouwing daarvan, op hoofdlijnen uiteraard, waarom welke keuzes zijn gemaakt.
We hebben ook begrepen dat in de jaarrekening meer inzicht wordt gegeven in de coronagerelateerde uitgaven. Dat vinden wij heel goed. Als we zien, en dat sluit ook een beetje aan op wat ik net al zei, dat bij Ad1, realiseren 1,5 meter openbare ruimte innovaties, relatief weinig aanvragen zijn geweest, dan is de vraag: hoe kunnen wij, als dat nodig is, de communicatie versterken? Wij zijn inderdaad ook een beetje benieuwd met welke partijen de gemeente praat, et cetera. Kan de wethouder daar iets over zeggen? Daarnaast vinden wij het ook belangrijk-, we hebben nu een coronafonds, dat is eigenlijk een soort van vangnet voor de hoogste noden, maar we willen ook meer toewerken naar een stimuleringsfonds, of in ieder geval naar een herstelplan, zoals het ook wel wordt genoemd, zodat we zo goed mogelijk uit de crisis komen. De vraag is eigenlijk, de hamvraag: in hoeverre is de huidige verordening nog wel toegerust om, zeg maar, daarnaartoe te werken? Misschien ook met andere woorden: zijn er op dit moment bij het college bepaalde dilemma’s of knelpunten geconstateerd bij de uitvoering van deze verordening? Er zijn al heel veel vragen gesteld, maar dat heb je nou eenmaal als je de laatste in de rij bent. Die ga ik absoluut niet herhalen. Met andere woorden: het is belangrijk dat we aandacht hebben voor onze kwetsbaren in de samenleving. De kansongelijkheid neemt helaas toe.
We hebben vooral oog nodig voor de kwetsbaren, maar daar kunnen we ons, denk ik, allemaal wel in vinden. D66 vindt het belangrijk dat we vooral ook vooruitkijken en zo goed mogelijk door deze situatie komen.
21 Tot slot willen wij ook graag het college complimenten geven als het gaat om maatregelen die zij genomen heeft, zoals inderdaad de precariorechten voor de ondernemers, maar ook de wijkaccommodaties, kwijtschelden van de huren en zo, maar ook bijvoorbeeld de coronaaanpak Midden-Limburg voor de arbeidsmarkt, waar toch belangrijke thema’s aangepakt worden, zoals circulaire economie, leven-lang ontwikkelen en aantrekken en behoud jong talent. Dat zijn hele belangrijke thema’s en wij vinden het goed dat het college daar vooroploopt. Blijf dat ook vooral zo doen. De voorzitter: Dank je wel. Ik probeer nog heel even samen te vatten. Er zijn heel veel vragen gesteld, daar zullen we niet allemaal antwoord op krijgen, maar de wethouder is er klaar voor en ze kan eventueel een beroep doen op enkele ambtenaren. Het verzoek is het betoog van de wethouder zoveel mogelijk te laten passeren zonder interventies, want we hebben ook afgesproken dat vragen die niet beantwoord worden gericht kunnen worden aan de griffie, zodat die in ieder geval in een volgende vergadering weer te berde kunnen worden gebracht. Laten we het zo afspreken. De heer Franssen: Voorzitter.
Ik begrijp heel goed wat u zegt, het is inderdaad heel veel wat alle fracties ingebracht hebben, maar ik heb even één procedurele vraag: moeten wij nu zelf in de gaten houden of alle vragen beantwoord worden en moeten wij vragen die niet beantwoord worden ook nog zelf aan de griffie sturen? Of bedoelt u het zo dat de vragen die niet door de portefeuillehouder beantwoord zouden kunnen worden, wat ik me goed kan voorstellen, automatisch, zal ik maar zeggen, nog nader beantwoord worden? Of moeten we dat allemaal zelf bij gaan houden? De voorzitter: Het is heel gebruikelijk dat de ambtenaren die er nu zijn ook notitie maken van de vragen die gesteld zijn, maar het zou zomaar kunnen zijn dat u zegt: nou, er is nog een prangende vraag die ik heel erg spannend vind en die wil ik toch zeker nog even op de agenda zetten. Dus ik zou zeggen: het is en-en. We willen zoveel mogelijk vragen beantwoord krijgen en ik probeer er ook een beetje lijn in te brengen. Ik zie dat de heer Oele ook nog een handje opgestoken heeft. De heer Oele. De heer Oele: Ik wou vragen of we even vijf minuten kunnen schorsen. De voorzitter: Daar heb ik niet zoveel moeite mee, want dan kan ik ook even mijn handen wassen, zoals mijn vader vroeger zei. Goed, de vergadering is voor vijf minuten geschorst. Schorsing De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Smitsmans weer aanwezig is.
Ik zou haar willen vragen van wal te steken om de vragen die zijn gesteld in ieder geval zoveel mogelijk van een antwoord te voorzien. We zien wel of daar ambtelijke ondersteuning bij nodig is en anders hebben wij in ieder geval notities gemaakt van wat er allemaal over ons heen is gekomen. Er is een heel breed scala van mogelijkheden genoemd en ik zou zeggen: ga uw gang wethouder Smitsmans. Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Dank u wel, voorzitter. Laat ik vooropstellen, ook om de verwachtingen een beetje duidelijk te stellen: ik zit hier om me te verantwoorden over het coronafonds. Ik heb niet ook maar iemand in de rede willen vallen, omdat ik me kan voorstellen dat er behoefte is om wat breder te spreken, maar ik constateer dat sommige leden van de raad wel héél breed het coronafonds hebben opgevat. Wat we hebben afgesproken, wat de raad ook met het college heeft afgesproken, is dat ik één keer per kwartaal verslag doe, door middel van een raadsinformatiebrief, over het coronafonds, dat wij daarover spreken in deze commissie en
22 dat verder alle andere vragen met betrekking tot corona óf aan de vakwethouders gesteld worden in de desbetreffende vakcommissie, of aan de burgemeester, als het gaat over de noodverordening. De heer Franssen: Voorzitter! De voorzitter: Ja, de heer Franssen. Ik zie ook een handje bij de heer Oele. Mijnheer Franssen, ga uw gang. De heer Franssen: Voordat de portefeuillehouder begint met beantwoorden, even de procedure. Wij hebben als LVR-fractie een mail gestuurd aan de griffier en de voorzitter. In het antwoord geeft de voorzitter aan dat zaken in relatie tot corona breed besproken kunnen worden. Wij hebben ook nog gevraagd om andere portefeuillehouders daarbij te laten aansluiten. Dat het college dat niet doet, is haar verantwoordelijkheid, daar gaan wij niet over, maar het kan toch niet zo zijn dat, terwijl er bewust voor gekozen is om alles met betrekking tot corona in de commissie BS te behandelen, we dadelijk nog afzonderlijk in andere commissies vragen moeten gaan stellen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn. Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Volgens mij is door het college geantwoord op het verzoek van de LVR en staat in het bericht dat via de griffier is gestuurd precies wat ik zojuist heb vermeld, en wat we ook eerder hebben afgesproken.
De heer Franssen: Ik citeer de zin van de voorzitter: ”Als voorzitter ben ik van mening dat zaken die in relatie staan tot het coronafonds en ook daarmee verband houdende maatregelen besproken kunnen worden, ook in meer brede zin.” De voorzitter: Ik wil daar even op inhaken. Ook het antwoord dat het college gegeven heeft was iets breder dan de portefeuillehouder nu doet vermoeden. Zij is de eindverantwoordelijke en vertegenwoordigt het college, zegt het college. Hans heeft natuurlijk een punt: als wij met drie commissies bij elkaar zitten en we kunnen alleen maar over het fonds spreken, dan hoeven we dat ook niet in deze-, dat kunnen we net zoals bij de kadernota of andere dingen gewoon in alle drie de commissies bespreken, maar daar wordt het niet geagendeerd. Het wordt hier, in deze commissie, geagendeerd. Daar ben ik dan verantwoordelijk voor, dus ik zou bijna zeggen: dan had daar moeten staan “we spreken enkel en alleen over het coronafonds”. Dan hebben we eigenlijk een verloren avond, maar ga uw gang met uw beantwoording. De heer Oele: Voorzitter, ik had ook een handje! De voorzitter: Ja, de heer Oele. De heer Oele: Voorzitter. Ik betreur de situatie zoals die zich nu ontwikkelt. Er is expliciet gevraagd om het in de volle breedte te beantwoorden.
Als dat vanavond niet mogelijk is, dan is dat pas mogelijk bij de volgende commissieronde, en dan praten we over mei; dat is tien weken verder. Dat betekent dus dat wij tien weken kostbare tijd verliezen om de gemeenschap van Roermond te helpen de coronacrisis te weerstaan. Dat vind ik schandalig. De heer Van Rey: Mag ik ook even iets zeggen, voorzitter? De voorzitter: Ja, als u ook gebruikmaakt van het handje, meneer Van Rey. Dat is het gebruik, maar goed, ga uw gang.
23 De heer Van Rey: Ik weet niet waar het handje zit. Ik wilde even in herinnering roepen het instellen van deze gezamenlijke commissievergadering. De LVR-fractie was er van het begin af aan voorstander van om economische onderwerpen in de commissie Ruimte te bespreken. Van de coalitie mocht dat niet. Er kwam één commissievergadering van BS, waar alles besproken kan worden. Dus ik vind het antwoord van de wethouder een minachting van de raad en in strijd ook met alle afspraken. Als we geen antwoord krijgen op alle vragen die we gesteld hebben, dan krijgen we ze morgen schriftelijk. Zo niet, dan ga ik iets anders doen, want dit is een minachting van de raad. De voorzitter: Ik zie ook een handje van de heer Maassen. Ga uw gang, meneer Maassen. De heer Maassen: Het liefste zou ik me niet met deze ingewikkelde discussie willen bemoeien, maar het moet me toch even van het hart. Wij hebben niet gereageerd omdat, voorzitter, uw antwoord naar mijn idee helder is. Ook in het verleden is er een verschil gemaakt tussen het coronafonds-, u geeft zelf ook aan dat het gaat om het coronafonds, weliswaar in brede zin, dus dat zijn zaken die een relatie hebben met het coronafonds, en dat is iets anders dan de heer Franssen zegt, dat het over corona in brede zin gaat. Toen hij de zin begon voor te lezen, is, denk ik, dat hetgene waar we mee akkoord zijn.
Ik stel voor dat we geen grote woorden gebruiken. Ook in de commissie BM kan bij Veiligheid nog voldoende genoemd worden en ik stel voor nu naar de beantwoording te gaan luisteren. De heer Van Rey: Een schande dat de heer Maassen dit zegt! Er zijn andere afspraken gemaakt en dit is niet alleen minachting van de raad, maar van alle ondernemers, horecaondernemers, die wachten op antwoorden. En als er vanavond geen antwoord op komt-, ik moet me eventjes inhouden: het is een schande voor dit stadsbestuur. De heer Maassen: Voorzitter, hoe lang gaan we nog door met deze discussie, want dan heb ik ook evenDe voorzitter: Meneer Maassen, ik heb geen mogelijkheden om mensen weg te drukken. Dat kan ik wel als ik hier in de raadzaal met u fysiek ben, maar ik heb hier technisch gezien geen mogelijkheden, anders zou ik dat zo nu en dan kunnen doen. Ik wil de heer Van Rey erop wijzen dat, als hij vindt dat het breed besproken moet worden: we hebben 8 april een raadsvergadering, met minstens zeven raadsleden kun je een agendapunt opvoeren, en dan doet u dat daar. Dan zijn alle collegeleden aanwezig… De heer Van Rey: Het is al aangekondigd! De voorzitter: … en dan is dat ook gelijk uitgekristalliseerd.
Dus die mogelijkheden hebben wij en misschien sluit de hele raad erbij aan, want iedereen heeft de brief wel begrepen en ze hebben allemaal breed ingezet op mogelijkheden, wat allemaal aangepast zou moeten worden, en dat is niet alleen het coronafonds. Iedere fractie heeft op haar manier toch een bijdrage geleverd aan “waar kunnen wij allemaal naar kijken?” Dus laten we daar ook het positieve van inzien en laten we nu in ieder geval de wethouder die antwoorden geven die ze heeft. Als het te weinig is, heb je nog altijd allerhande mogelijkheden in dit verband. Dan kies je maar voor een extra raadspunt, en dat kunnen zeven mensen beslissen. Dus daar hoef ik niet veel over te zeggen en dan kan GroenLinks voor zichzelf beslissen, maar dat kan ook de LVR en dat kunnen ook een paar kleine partijen samen. Ik zou zeggen: steek van wal. Wethouder, begint u maar gewoon uw verhaal af te maken, dan komen we er vanzelf uit. Ga uw gang. Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Dank u wel, voorzitter, zo is het inderdaad; ik denk dat u gelijk heeft.
24 Laat ik eerst even in algemene zin reageren. Waarvoor hebben wij dat noodfonds ingericht – want dat is wat het coronafonds is –: om de nood te lenigen. Daarvoor is het bedoeld. Ik weet al even niet meer wie het zei, maar het fonds is niét bedoeld om per se leeg te maken. Het fonds is wel bedoeld om de inwoners in onze stad te helpen daar waar het nodig is. Daarvoor heeft u, na een stevig debat in de raad, een raadsbesluit genomen, dat uit drie delen bestond. U heeft daar de afgelopen uren zelf aan gerefereerd. Wat we in elk geval hebben afgesproken, is dat het geen inkomensondersteuning kan betreffen. Daar zijn de landelijke regelgevingen voor. Dan moet u denken aan BBZ, dan moet u denken aan TOZO, dan moet u denken aan TVL en ook, sinds kort, aan TONK. Dat zijn de regelingen met betrekking tot inkomensondersteuning, en dat zijn rijksregelingen. Wij mogen niet eens inkomensondersteuning geven op een andere manier, want dat is overheidssteun en dat mag sowieso niet. Zo hebben we ook de verordening vastgesteld. Daarin staat dat, als we al een financiële ondersteuning geven, die in één keer ook de nood moet wegpakken. Het moet in één keer helpen. Zo heeft u dat vastgesteld.
Als we kijken op welke manier er gebruik van wordt gemaakt, dan zien we inderdaad in het stukje ‘1,5-metersamenleving’ dat er vanuit de samenleving heel weinig initiatieven komen en dat ook de innovatie, of de denkkracht, op dat stuk weinig aanwezig is, ook als we de mensen daarop aanspreken. Mensen hebben toch meer het idee dat de overheid daarvoor moet zorgen. En als we op zaken aangesproken worden, dan is het inderdaad vooral bijvoorbeeld precario of uitbreiding van terrassen, dat soort ideeën, daar komen mensen mee, maar niet zozeer die 1,5metersamenleving. De maatregelen daaronder kunt u allemaal inzien en door de wethouder voor financiën is toegezegd dat u tijdens de jaarrekening meer inzicht krijgt in die financiën. Zo staat het ook in de raadsinformatiebrief. Als het gaat over andere regelingen, dan zijn we in elk geval met de arbeidsmarktregio in gesprek met de provincie of zij ook financiële ondersteuning kunnen bieden aan ons. En zelf heb ik een afspraak in de planning – maar ik weet niet of die al staat, moet ik eerlijk zeggen – met gedeputeerde Housmans, om te kijken of de sociale agenda mogelijk ook nog soelaas kan bieden in de ondersteuning.
Ik ben blij dat de gezamenlijke raad – en iedere fractie heeft daar wel accenten bij – spreekt over het belang van eigenlijk de totale populatie, dus niet alleen het belang van ondernemers, waarbij we er zeker van doordrongen zijn dat sommigen het water tot aan de lippen hebben staan, maar ik ben ook wel blij dat andere fracties meer accenten leggen bij onze inwoners, onze ouderen, onze jongeren, scholieren, stagiaires, noem maar op, want de coronacrisis raakt ons allemaal op verschillende wijzen, zo ook de verenigingen, zo ook de organisaties. Als we dan kijken naar Ad 2 met betrekking tot ondernemingen, vereniging en stichtingen, dan zie je dat stichtingen en ondernemingen relatief minder een aanvraag doen dan ondernemingen. En waar zit ‘m dat in? Dat zit ‘m in het feit dat verenigingen/stichtingen vaak óf andere activiteiten ontplooien, óf vaak niet, en dat zit weer in het feit dat die vaak gedraaid worden met vrijwilligers die zelf tot de kwetsbare groepen behoren. Want vrijwilligers zijn vooral 60+’ers/65+’ers, de jongere senioren, en in sommige gevallen de oudere senioren, die zelf ook bang zijn voor het virus, en niet voor niks natuurlijk. Dat maakt dus dat daar vaak anders geopereerd wordt dan wij zouden willen.
Wat wij doen, is samen met die mensen het gesprek aangaan en inderdaad – ik weet niet meer wie het zei, maar ik geloof de heer Coenen: – kijken naar kansen, kijken naar mogelijkheden. Dat is het gesprek dat wij voeren met organisaties en stichtingen. Kijken we naar de ondernemers, dan heb ik al gezegd dat we helaas vanuit het coronafonds geen inkomensondersteuning kunnen bieden. Maar wat we wel doen, is ondernemers, of het nou startende ondernemers zijn, of ondernemers die hier honderd jaar gehuisvest zijn, verwijzen naar sociale zaken. Daar worden ze op een goede manier opgevangen en daar wordt echt één op één gekeken naar hun situatie en naar de mogelijkheden om ondersteuning te bieden. Ik heb u al eerder een overzicht gegeven van de manier waarop de TOZO-aanvragen zich ontwikkelen. Eerder heb ik u ook al gezegd dat dat is begonnen in TOZO-1 met 1000 of 1100 aanvragen en dat het bij TOZO-2 aanzienlijk minder was, omdat daar ook de inkomsten
25 van een eventuele partner werden meegeteld. Bij TOZO-3 is dat weer enigszins bijgetrokken, zal ik maar zeggen. Van de manier waarop het zich binnen sociale zaken ontwikkelt met bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, groei van bijstandsgerechtigden, al die aspecten, vraag ik elke maand een overzichtje. Het laatste overzicht dateert van 4 maart en daar staat alleen maar de opmerking bij “geen opvallende afwijkingen”. Het aantal bijstandsuitkeringen groeit zelfs minder dan verwacht en voor bewindvoering “geen opvallende afwijkingen”. Het is dus nog steeds niet zo dat wij in de cijfers zien dat het slecht gaat. Wat we wel zien binnen het UWV is dat het aantal uitkeringen daar wel stijgt. Ik heb dan ook steeds gezegd dat we straks mogelijk een ..[2:00:42].. kunnen verwachten richting bijstand, maar ook dat moeten we afwachten. Want als het herstel, wat nu eindelijk een perspectief lijkt te zijn dankzij de vaccinaties, geleidelijk gaat en door de rijksregelingen toch de ergste nood wordt opgevangen, dan zou het ook echt wel eens mee kunnen vallen met betrekking tot het aantal werklozen. Maar dat weten we dus nog niet. De TONK-regeling, en dat kan ik zeggen want ik heb de nodige groepsapps waarin ik ook met landelijke bestuurders verbonden ben, is helaas een heel onduidelijke regeling.
Het lijkt heel genereus dat vanuit het Rijk met miljoenen en miljarden wordt gesmeten, maar ik kan u zeggen dat de eerste mededeling met betrekking tot TONK voor ons nog niet eens 500.000 euro zou betekenen. Je mag dan zelf bepalen welke eisen en regels je daarvoor stelt. Ik heb eens samen met de beleidsmedewerker zitten sparren over de vraag aan welke regels de TONK-aanvraag volgens ons zou moeten voldoen. We hebben toen besloten gewoon eens uit te gaan van de aanvragen voor TOZO-3, dan heb je een stevig aantal ondernemers, en daarbij zijn we uitgegaan van 100 mensen die 25% inkomensachteruitgang hadden gehad als gevolg van werkloosheid en toch wel die noodzakelijke vaste lasten moeten betalen. Dan heb je het over 500 mensen, en dat komt dus neer op 1000 euro over zes maanden tijd, ofwel 160 euro per maand wat je aan tegemoetkoming kunt geven. Dus waar hebben we het over? Dat is nou het wrange: dat landelijk wordt gedaan alsof het een heel royale regeling is, terwijl het op de schaal van Roermond maar heel erg weinig is. Afgelopen week hebben we te horen gekregen dat de staatssecretaris bereid is het bedrag mogelijk te verdubbelen, dus dat zou betekenen in plaats van die 160 euro, pak ‘m beet, nog niet eens 350 euro per maand, zes maanden lang.
Dat is het dan en het is de vraag of daarmee ook maar één ondernemer, of één persoon met een hoge hypotheek, of noem maar op, gered is. Daar zullen wij keuzes in moeten maken en die zullen we u ook voorleggen. Op dit moment wordt een voorstel uitgewerkt met bepaalde kaders waarvan we hebben gezegd: we moeten zorgen dat het geld terechtkomt bij mensen die het echt nodig hebben en we moeten zorgen dat het geld terechtkomt bij mensen die ook echt iets aan die ondersteuning hebben. Want als mensen niets hebben aan ondersteuning van 160 euro per maand, moet je je afvragen of je het niet beter ergens anders terecht kunt laten komen. Maar goed, dat voorstel wordt uitgewerkt en dat zullen we u natuurlijk doen toekomen. Een paar mensen hebben gevraagd naar inzicht in alle aanvragen, toewijzingen en afwijzingen. De heer Van Rey refereerde daar ook aan in relatie tot openheid. Volgens mij heb ik bij de vorige bespreking van het coronafonds al gezegd dat wij geen individuele casus bespreken en ook niet aan u toesturen, maar dat u allen, de voltallige raad, natuurlijk alles kunt inzien, in dit geval bij de griffie, omdat er vaak heel gevoelige informatie in staat van bedrijven en ondernemingen die aangeven dat ze in nood zijn, en dat wil je natuurlijk niet op straat hebben liggen. Ondernemers willen dat al helemaal niet, en dat respecteren wij natuurlijk.
Maar u als raad heeft recht op alle informatie. Die houden we ook niet verborgen voor u. Ga naar de griffie, meld u en u kunt daar alles inzien. We hebben voor u geen geheimen, maar we respecteren wel het belang van ieder individu. Gevraagd is of Citymanagement of het BIZ meerdere uitkeringen kan krijgen uit het fonds. Dat kan inderdaad, omdat dat gedaan is vanuit die 1,5-metersamenleving. Daar zit niet de restrictie op dat het maar één keer kan. In Ad 2, het verordeningsstuk, zit wel een restrictie, maar niet op de 1,5-metersamenleving.
26 De vraag of wij zo snel als mogelijk nota’s betalen leid ik door naar wethouder Schreurs, die daar volgens mij beter over kan vertellen. Ik denk van wel en ik hoop van wel, maar dat laat ik aan de wethouder voor financiën over. De motie ‘Startende ondernemers’ is een wat ingewikkelde motie geworden, omdat daarin het een en ander is samengevoegd, zal ik maar zeggen. Wat ik ervan kan zeggen, is dat wethouder Waajen en ik in overleg zijn hoe dat aan te pakken. Ondertussen zijn we aan het kijken wat nu in die motie staat, wat wij ermee kunnen en wat wij ermee willen, want als je bedenkt dat er nu nog een dikke 3 miljoen in het fonds zit, zal het duidelijk zijn dat we ons ook hier niet rijk moeten rekenen. In afwachting daarvan hebben we met de afdeling sociale zaken afgesproken van: neem een paar startende ondernemers onder de arm en kijk hoe je die op een goede manier kunt begeleiden, kijk of ze al gebruikmaken van alle regelingen die we hebben en kijk of ze al op een andere manier ondersteund kunnen worden. Ik maak meteen koppeling naar het adviesbureau waaraan al een paar keer gerefereerd is.
Ik weet niet of dat hiermee bedoeld was, maar wat we in elk geval aanbieden, en ik kan u zeggen dat er al een aantal ondernemers zijn die daar graag gebruik van maken, is: laten we samen kijken naar je bedrijf, gebruik je in deze moeilijke tijd alle kansen, benut je alle kansen, benut je alle mogelijkheden, of kun je daar een doorontwikkeling in maken en hoe kun je nou je bedrijf toekomstbestendig maken, of méér toekomstbestendig maken? Dat helpt, ook naar de toekomst toe, veel meer, zijn wij overtuigd, dan een eenmalig luttel bedrag van 5000 euro dat geen soelaas biedt. Verder wordt een aantal keren gerefereerd aan andere zaken waar ik in elk geval geen antwoord op kan geven, en dan gaat het over evenementen en kermissen. Dat zijn echt zaken die u toch aan de vakwethouder zult moeten vragen… De heer Van Rey: Voorzitter, ik protesteer hiertegen! Ik heb het in het begin al gezegd: deze wethouder zou namens alle wethouders een antwoord geven, ze zit hier ook namens het college.
Er zijn een aantal belangrijke vragen, die spoedeisend zijn, over evenementen, horeca, kermis et cetera, en dan krijgen we geen antwoord! Dan wil ik vragen aan de wethouder: wil zij ervoor zorgen dat we binnen 48 uur antwoord krijgen? Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Volgens mij heeft u morgen nog een commissie Ruimte waarin in elk geval ook vragen gesteld kunnen worden… De heer Van Rey: Dat is niet de afspraak! Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Meneer Van Rey, ik benader u met alle respect en ik zou het fijn vinden als u dat ook naar mij doet. De heer Van Rey: Ik benader u ook met respect! Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Ik wil zoveel mogelijk vragen beantwoorden en voor wat ik niet kan beantwoorden verwijs ik u, zoals we al eerder hebben afgesproken, naar de vakwethouders. De heer Van Rey: Dat is niet waar, dat is niet afgesproken! Waarom bent u zo hardleers? Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Nou ja, dat zou ik andersom ook kunnen stellen. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Ja, dat zal ik doen.
27 De heer Van Rey: Ik protesteer hiertegen! De voorzitter: Dat is gehoord en duidelijk. Gaat u verder met uw betoog. Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Oké. Met betrekking tot de post-corona-aanpak Midden-Limburg: ik ben in elk geval blij dat u heeft geconstateerd dat die er is en ik ben daar ook heel erg trots op. Ik moet zeggen dat ik wel een beetje teleurgesteld ben in de reactie van de heer Van Rey, want juist deze post-corona-aanpak is op initiatief van de arbeidsmarktregio al heel snel daarna opgepakt in de volle breedte met de collega’s voor economie uit de hele regio, dus alle wethouders economie zijn daarbij betrokken, alle werkgevers zijn daarbij betrokken, LWV, MKB, Ondernemend Nederland, het onderwijs, de vakorganisaties, eigenlijk het hele brede scala is erbij betrokken. We zijn allemaal heel erg enthousiast en we zijn in overleg met de provincie om te kijken wat zij daaraan kan bijdragen. Ik vind het eerlijk gezegd een schoolvoorbeeld, en wat ik ook al heb gehoord, is dat andere regio’s ons vragen: hoe hebben jullie dat opgepakt?, omdat ze het een mooi voorbeeld vinden. Ik hoop werkelijk dat u die hele aanpak gunt, dat het op een goede manier uitgewerkt kan worden, en ook gunt dat het ten behoeve van een sterke economie en een sterke arbeidsmarkt op een goede manier uitgevoerd kan worden.
We hebben 10 miljoen euro in de begroting staan en daarvan hebben we op dit moment ruim 5 miljoen euro bij elkaar geschraapt, zou ik bijna zeggen. We hebben gezegd: we gaan niet wachten tot we die 10 miljoen bij elkaar hebben. Het is een plan voor drie jaar, om in drie jaar tijd deze stad en deze regio weer te laten floreren zoals ze in 2019 deden, want toen waren we economisch hartstikke sterk en daar willen we naar terug. We denken dat met dit plan te gaan realiseren, en ondernemers, werkgevers en MKB onderschrijven dat. Voorzitter, ik moet even de stekker erin steken, want de batterijen zijn bijna leeg. Ik dacht dat ik genoeg stroom had voor de hele vond, maarDe voorzitter: En ik wil niet het verwijt krijgen dat ik de stekker eruit heb getrokken! Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Ik ook niet. Nog even voor de goede orde: met alle liefde en plezier wil ik de commissie, en ook de raad trouwens, meenemen in het plan voor die post-corona-aanpak Midden-Limburg. De heer Franssen heeft eraan gerefereerd dat een en ander wordt toegelicht in de jaarrekening. Dat is inderdaad toegezegd. De afvalkosten.
Ook dat heb ik de vorige keer gezegd, maar ik kan me voorstellen dat mensen dat in de hoeveelheid gemist hebben: als gevolg van corona en waarschijnlijk als gevolg van het feit dat mensen veel meer binnen zaten en niet op vakantie konden, is zo’n beetje heel Nederland, in elk geval heel Roermond, aan het opruimen geslagen en zijn de afvalkosten substantieel hoger geweest dan gepland en begroot. Omdat u heeft vastgesteld dat gederfde inkomsten gedeclareerd kunnen worden uit het coronafonds, en dat een gat zou slaan in de begroting, is dat op die manier verwerkt. Dat geldt ook met betrekking tot de overhead, maar daar kan wethouder Schreurs dadelijk misschien wat meer over zeggen. Het heeft volgens mij te maken met de inrichting van thuiswerkplekken. De heer Franssen: Voorzitter, ik heb een vraag op dit punt. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Franssen: Ik begrijp wat de wethouder zegt, en de LVR-fractie is natuurlijk nooit voor hogere lasten, maar het gaat nu even om het principe en de zuiverheid. Alles wat met betrekking tot afval uitgegeven wordt en binnenkomt is een gesloten retributie, namelijk via de afvalstoffenheffing. Zou het dan formeel niet zo moeten zijn dat, als er vanwege afval extra
28 uitgaven zijn, dat ook gedekt moet worden binnen de afvalstoffenheffing? Het is een keuze die u gemaakt heeft, oké, u geeft daar uitleg over, maar mág het formeel wel? Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Ik stel voor dat wethouder Schreurs daar antwoord op geeft. Gerefereerd wordt aan een brief van Venlo over het ondernemersloket en de bedrijfscontactfunctionaris. Wat ik al zei: de startende ondernemers kunnen zich in elk geval melden via het startersloket en bij sociale zaken, als iemand zich meldt bij het KCC, hebben wij een medewerker die daar speciaal zit voor de ondernemers en die ook van de hoed en de rand weet als het gaat over maatregelen met betrekking tot ondernemers. Waar we de kennis niet hebben, huren we die in. Dat doen we eigenlijk al sinds jaar en dag en in deze situatie gebeurt dat natuurlijk wat nadrukkelijker. De heer Breugelmans zei: het coronafonds is een schakeltje. Ik denk inderdaad dat we het zo moeten zien. Binnen de grote diversiteit van alle maatregelen die eigenlijk van moment tot moment ook opploppen, en heel ad hoc ook van het Rijk komen, waar wij dan weer op moeten reageren, hebben wij het coronafonds eigenlijk heel vroegtijdig ingericht. We mogen er trots op zijn dat we dat zo vroeg hebben gedaan, omdat we daarmee in ieder geval ook hebben uitgedragen “we zijn er voor jullie en als jullie het nodig hebben, gaan we jullie ondersteunen”.
Soms worden we een beetje ingehaald door al die landelijke maatregelen, omdat die voor een stuk al tegemoetkomen aan wat wij gedacht hadden ook te moeten doen. Wij hebben al een overzicht toegezegd van die landelijke maatregelen en ook de bedragen die daarmee gemoeid zijn. Voor Roermond zijn dat enkele miljoenen, alleen moet je daarvoor wel vaak voldoen aan aparte voorwaarden, die niet wij hebben bedacht, maar het Rijk. Eerder heb ik al gezegd dat het Rijk met al die miljarden waarover bijvoorbeeld bij de TONK wordt gesproken, heel genereus lijkt, en ook genereus ís, maar dat het vaak bitter weinig is als je op Roermondse schaal gaat kijken wat het concreet betekent. Daarbij wil ik nog opmerken dat gratis geld niet bestaat en dat elke euro die met wat voor maatregel ook wordt uitgegeven, straks terugbetaald zal moeten worden. Door verschillende mensen is gesproken over een stimuleringsfonds of herstelfonds, en een masterplan is ook al genoemd. Nu langzaam maar zeker het einde van corona in zicht komt, althans: dat hópen we in elk geval, komen er ook ideeën van “misschien moeten we het een en ander om gaan buigen”.
Ik kan u in elk geval zeggen dat wij in huis al volop bezig zijn met een zogenaamde impact-analyse, waarmee we duidelijk in beeld willen krijgen wat de impact is geweest van de hele coronacrisis voor onze stad, en dan in de volle breedte, dus dan hebben we het over ouderen, dan hebben we het over jongeren, dan hebben we het over GGZproblematiek, dan hebben we het over ondernemers, dan hebben we het over arbeidsmarkt, en waarschijnlijk vergeet ik nu nog een doelgroep op te noemen. Met die analyse zijn we aan de slag en het idee is om de eerste contouren daarvan in april met u te delen, om te kijken van: hoe pakken we nu door, hoe ontwikkelt een en ander zich door? Wij zullen aan u voorleggen hoe wij de zaak willen doorontwikkelen met betrekking tot het herstel van de stad en om de schade die we mogelijk hebben opgelopen in deze crisis zo snel mogelijk weg te werken. Daarbij kijken we niet alleen naar deze stad, maar ook naar de regio en naar heel Limburg. Ik kan u zeggen dat onze samenwerking, zeker met Noord-Limburg, buitengewoon goed is en dat de samenwerking met Zuid-Limburg alleen nog maar toeneemt op dit moment. Waar we de handen ineen kunnen slaan, zullen we dat zeker niet nalaten, en we nemen u daar graag in mee. Laat ik nog even inzoomen op wat we met de jongeren en de ouderen doen, en jongeren specifiek.
Gevraagd is “hoe gaat het nu eigenlijk met onze mensen?” Nou, ik heb net al een doorkijk gegeven met betrekking tot sociale zaken. Bij navraag over “hoe gaat het nu met onze jongeren?”, heb ik in elk geval contact gehad met de GGZ-instelling en wat ik daar te horen krijg, is dat het vooral met jongeren die al met een GGZ-problematiek te maken hadden echt slechter gaat en dat het bij jongeren bij wie geen sprake was van een GGZ-problematiek wel
29 meevalt, in die zin dat ze last hebben van het thuis moeten blijven en zeker van het feit dat ze hun vrienden niet kunnen zien, maar dat daarbij nog geen sprake is van een ernstige GGZproblematiek. Pas geleden heb ik samen met de Jongerenraad 120 jongeren gesproken online – dat was een bijzondere ervaring kan ik u zeggen – en wat zij zeggen is: ze vinden het verschrikkelijk saai, het huis is af en toe te klein en ze zeggen vooral: open de horeca, open de scholen, open de sportverenigingen. Wat ze eigenlijk zeggen, is, heel vrij vertaald: geef ons onze vrijheid terug. Ik denk eerlijk gezegd dat wij, zoals wij hier zitten met z’n allen, ook al zijn we wat ouder, heel erg goed kunnen invoelen wat ze voelen. Ik ben blij dat de scholen langzaam maar zeker weer opengaan en ik hoop dat ze zo snel mogelijk meer mogelijkheden krijgen. Ik heb ze beloofd, en binnenkort doe ik dat dus ook samen met de Jongerenraad, dat we zullen kijken hoe we alles wat ze ons hebben aangereikt kunnen ombuigen in kansen en mogelijkheden, en daar waar die zijn binnen de crisis en binnen de richtlijnen zullen we dat zeker niet nalaten. Maar wij hebben ons wel te houden aan die richtlijnen, en dat heb ik de jongeren natuurlijk ook duidelijk gemaakt. Hetzelfde geldt voor onze ouderen.
Daarstraks zei ik al dat je bij verenigingen en stichtingen heel vaak die oudere vrijwilliger ziet die zelf ook kwetsbaar is en van wie sommigen ook zeggen: ik nu even liever niet. Daar moet je mee dealen. Ook met deze mensen moet je het gesprek voeren en ze geruststellen en zeggen: laten we nou kijken wat wel kan, misschien op een andere manier. Naar mate ze gevaccineerd zijn, zal die ontspanning toenemen, hopen we. Wat wel leuk is om te vertellen is dat we bezig zijn met het openen van een jongerenservicepunt. Ik heb een paar keer gezegd “op de Bakkerstraat”, maar het is op de “Sint Christoffelstraat”. Vanuit Wel.kom wordt dat op dit moment georganiseerd, de Jongerenraad is daar ook bij betrokken. Het is bedoeld voor jongeren om binnen te lopen en eigenlijk gewoon een praatje te houden. Daar waar dan blijkt dat er sprake is van zwaardere problematiek, kan van daaruit verwijzing plaatsvinden. Verder hebben we een chat in het leven geroepen waar jongeren zich kunnen melden en waar ze, ook als ze last hebben van GGZ-problematiek, hun verhaal kwijt kunnen. Dat is At Ease. At Ease is een organisatie die in Maastricht al heel erg actief is. Die hebben we in elk geval via de chatfunctie al naar Roermond gehaald en mogelijk gaan we in de toekomst kijken of we daar ook een fysiek iets van kunnen maken.
Ik denk er dan aan om dat te koppelen aan het jongeren-servicepunt, maar dat is nog een idee dat uitgewerkt moet worden. Sommigen van u willen ook een verslag over kwaliteit. Ik kan me voorstellen dat we daaraan denken als we het hebben over een evaluatie. Zo zou ik het willen noemen: evalueren. Ik wil zeker graag met u evalueren, en dat we dan ook kijken wat we nu daadwerkelijk hebben betekend voor alle inwoners in onze stad, en daar ook van leren wat we mogelijk anders hadden kunnen doen, en waar we tussentijds kunnen bijstellen zullen we dat niet nalaten. U roept op tot een actieve houding: zoek de grenzen op en maak het plan dynamisch. Dit college wil niet anders. Ik hoop werkelijk dat u trots blijft op dit plan, want het is uiteindelijk ook úw coronafonds en ook úw plan. Het college wil niks anders dan daar op een goede manier uitvoering aan geven. Ik wil met u en met het college op een constructieve wijze dit plan aanpakken. Als blijkt dat we het een en ander moeten aanpassen en bijstellen, wie zijn wij dan om dat niet te doen?, maar dan wel als het de mensen gaat helpen en niet met een gebaar dat geen soelaas biedt. Ook de daklozen zijn een paar keer genoemd. In het vorige gesprek heb ik gezegd dat het voor de daklozen vanaf dag één door Moveoo, en ik kan niet anders doen dan Moveoo daar een groot compliment voor geven, heel erg goed is geregeld.
Vanaf het moment dat corona een feit was, hebben die van die portocabins op hun terrein gezet, waar iedere dakloze een eigen ruimte had, ook een eigen sanitaire voorziening, zodat in geval van besmetting daar iemand alleen zou kunnen verblijven. Dat hebben ze perfect geregeld. In geval er mensen waren die besmet waren en zich niet vrijwillig in isolement zouden begeven, was er in Maastricht, volgens mij bij het Leger des Heils, maar dat weet ik niet helemaal zeker, een locatie waar die mensen
30 opgevangen zouden kunnen worden. Dat heeft Moveoo echt perfect geregeld en daklozen zijn volgens mij in de stad Roermond op een goede manier opgevangen. De heer Kalthoff zei: laten we het een kansencrisis noemen. Het woord ‘crisis’ is natuurlijk niet oké, en zeker deze crisis niet, maar om van de crisis een kans te maken, en dat is volgens mij wat de heer Kalthoff bedoelt, daar ondersteun ik hem van harte in. Dat is wat ik ook graag wil en ik hoop dat deze raad dat samen met ons wil uitdragen. Laten we van deze crisis een kans maken. De voorzitter: De heer Maassen heeft een vraag. De heer Maassen: De wethouder werkt het rijtje dat genoemd is keurig af, ik ben ook heel blij met het antwoord en dat het goed opgepakt is. Ik mis er echter nog twee, dat is het huiselijk geweld en de eventuele toename van schulden. Misschien kunt u daar kort ook iets over vertellen. Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Het huiselijk geweld, ja, wat kan ik daarvan zeggen? We hebben pas geleden een bijeenkomst gehad met Veilig Thuis. Er is wel wat toename van huiselijk geweld, maar niet substantieel. Wat we vooral zien, dat heb ik de vorige keer ook gezegd, is dat het meldingenverkeer wijzigt. Daar waar in het verleden vooral professionals melding deden, was er het afgelopen jaar een enorme verschuiving te zien naar omwonenden, buurtbewoners. Ook dat willen we eigenlijk ombuigen naar een kans.
Het was op zich te verklaren, want professionals waren ook veel meer vanuit thuis aan het werk en veel minder in de wijk, zal ik maar zeggen, dus die zagen minder. Bijzonder is dan om te zien dat omwonenden die verantwoordelijkheid blijkbaar overnemen. Wat we nu graag willen, wat we hebben uitgesproken, is dat we dat eigenlijk in stand willen proberen te houden. Dus die professionals moeten terug de wijk in en ook het goede werk weer doen, maar de verantwoordelijkheid die blijkbaar nu gevoeld is door omwonenden, of familieleden, willen we proberen ook in stand te houden, zodat er nog meer gesignaleerd kan worden als er sprake is van onveiligheid. Dat de druk naar mate de lockdown standhoudt toeneemt, zeker in te kleine huizen met te veel mensen, is wel duidelijk en als er sprake is van acute onveiligheid, wordt er meteen ingegrepen. Over de schuldenproblematiek heb ik het eerder al gehad. Met betrekking tot budgetbeheer, bewindvoering en bijzondere bijstand zijn op dit moment geen afwijkende getallen te noemen. De heer Kalthoff vroeg nog: zijn er dilemma’s vanuit het coronafonds? Ik vind dat een lastige. Daar wil ik graag het gesprek met u nog over voeren.