Boekwerk jaarstukken 2020 oud
Tekst van het document
Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt geheven op grond van de verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing 2020. De afvalstoffenheffing is een heffing ter bestrijding van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen.
In onderstaande tabel wordt de gemiddelde afvalstoffenheffing in Limburg en de afvalstoffenheffing in de inwonerklasse 50.000 - > afgezet tegen de afvalstoffenheffing in Roermond.
Afvalstoffenheffing per inwonerklasse en gemiddeld 2019-2020*
Bedragen x € 1,-
2019
2020
Gemeente met inwonerklasse 50.000 - >
€ 249,-
€ 276,-
Gemiddelde afvalstoffenheffing
€ 225,-
€ 251,11
Afvalstoffenheffing gemeente Roermond
€ 221,-
€ 235,-
*Bron: belastingoverzicht provincie Limburg 2019 en 2020.
Begroting 2020 versus rekening 2020 rioolheffing Bedragen x € 1,Rioolheffing
Totaal begroting
Realisatie
Verschil
€ 5.432.000
€ 5.481.000
€ 49.000
Op basis van het BBV moet de gemeente inzichtelijk maken dat de totaal geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten en in
welke mate de tarieven kostendekkend zijn. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de mate van kostendekkendheid van de begroting 2020 versus de realisatie 2020.
Overzicht kostendekkendheid rioolheffing (bedragen x € 1.000)
Begroting 2020
Realisatie 2020
Kosten taakveld riolering (incl. omslagrente)
€ 4.302
€ 3.782
Inkomsten taakveld riolering (excl. rioolheffing)
€ 170
€ 85
Netto kosten taakveld
€ 4.132
€ 3.697
Overhead
€ 768
€ 720
BTW
€ 478
€ 457
Totale kosten
€ 5.378
€ 4.874
Opbrengst heffingen
€ 5.432
€ 5.482
Dekkingspercentage
101%*
112%
Toe te rekenen kosten
* Met het oog op de toekomstige investeringen is bij het vaststellen van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), afgesproken om jaarlijks een extra stijging van 1% (exclusief inflatiecorrectie) door te voeren. Dit bedrag wordt gebruikt om toekomstige tariefschommelingen op te vangen.
In 2020 bedraagt de gemiddelde afvalstoffenheffing € 251,11. Met een bedrag van € 235,- bleef de afvalstoffenheffing in Roermond € 16,11 onder het gemiddelde.
De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft.
Begroting 2020 versus rekening 2020 afvalstoffenheffing Bedragen x € 1,Afvalstoffenheffing
Totaal begroting
Realisatie
Verschil
€ 6.383.000
€ 6.413.000
€ 30.000
Op basis van het BBV moet de gemeente inzichtelijk maken dat de totaal geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten en in welke mate de tarieven kostendekkend zijn. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de mate van kostendekkendheid van de begroting 2020 versus de realisatie 2020.
JAARVERANTWOORDING 2020
GEMEENTE ROERMOND
141
140
Overzicht kostendekkendheid afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)
Begroting 2020
Realisatie 2020
Kosten taakveld afval (incl. omslagrente)
€ 6.538
€ 7.465
Inkomsten taakveld afval (excl. afvalstoffenheffing)
€ 1.320
€ 832
Netto kosten taakveld
€ 5.218
€ 6.633
Overhead
€ 308
€ 288
BTW
€ 1.121
€ 1.375
Totale kosten
€ 6.647
€ 8.296
Opbrengst heffingen
€ 6.383
€ 6.413
Dekkingspercentage
96,03%
77,3%
Toe te rekenen kosten
In 2020 is het gerealiseerde dekkingspercentage hogere kosten voor inzameling van huishoudelijk afval en de van de afvalstoffenheffing fors lager dan begroot. gestegen kosten van het milieupark. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de
Lokale lastendruk In het coalitieakkoord is ten aanzien van de lokale lastendruk als algemeen uitgangspunt opgenomen, dat de lastendruk voor de burgers zo laag mogelijk wordt gehouden. Met de gehanteerde tarieven stegen de woonlasten in 2020 met 4,13% ten opzichte van 2019.
Uit het belastingoverzicht 2020 van de provincie Limburg blijkt dat Roermond in 2020 de gemeente is met de op een na de laagste woonlasten. De gemiddelde lastendruk voor een huishouden in Limburg steeg in 2020 naar een bedrag van € 786,31 (2019: € 750,82). In Roermond bedroegen de woonlasten in 2020 € 696,11 (2019 € 668,50) voor een gemiddelde woning.
Roermond
Gemeente met inwonerklasse 50.000 - >
Limburgs gemiddelde
OZB eigenaar woningen
€ 280,62
€ 322,-
€ 322,07
Rioolheffing
€ 180,49
€ 180,-
€ 213,13
Afvalstoffenheffing
€ 235,-
€ 276,-
€ 251,11
Lastendruk
€ 696,11
€ 778,-
€ 786,31
Bedragen x € 1,-
*Bron: belastingoverzicht provincie Limburg 2019 en 2020.
Kwijtscheldingsbeleid De uitvoering van het kwijtscheldingbeleid is opgedragen aan Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). BsGW schakelt hiervoor het Inlichtingenbureau (IB) in. Dit is een door de overheid opgericht bureau dat gemeenten helpt op het gebied van de uitvoering van onder andere het bijstands- en kwijtscheldingsbeleid. Het IB toetst de gegevens die nodig zijn voor eventuele kwijtschelding aan de voorwaarden om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Huishoudens met een inkomen en vermogen onder een bepaalde norm hebben recht op kwijtschelding. Vaak komen deze huishoudens meerdere jaren achter elkaar hiervoor in aanmerking.
Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk voor: • onroerende zaakbelastingen • rioolheffing • afvalstoffenheffing Veruit de belangrijkste heffing waarvoor kwijtschelding wordt verleend is de afvalstoffenheffing, aangezien het een gebruikersbelasting betreft. Het is veelal lastiger om in aanmerking te komen voor kwijtschelding van een eigenarenbelasting (zoals de onroerende zaakbelasting of rioolheffing), aangezien hier vaak vermogen in het eigendom aanwezig is. In onderstaande tabel is het verloop van kwijtschelding over de afgelopen 4 jaar weergegeven:
2017
2018
2019
2020
Kwijtschelding afvalstoffenheffing
€ 501.744
€ 489.505
€ 524.587
€ 500.757
Kwijtschelding overige
€ 7.561
€ 4.923
€ 1.480
€ 1.456
Totaal
€ 509.305
€ 494.428
€ 526.067
€ 502.213
Bedragen x € 1,-
*Bron: URAP 4e kwartaal 2020 BsGW.
In 2020 zijn er 4.441 aanvragen tot kwijtschelding ingediend (2019: 3.067). Hiervan is 30,6% afgewezen. Van het totaal aantal ingediende kwijtscheldingen is op 31 december 2020 99,7 % afgehandeld.
JAARVERANTWOORDING 2020
GEMEENTE ROERMOND
143
142
Overige belastingen en heffingen Bedrijven Investeringszones (BIZ) Een BIZ is een afgebakend gebied zoals een winkelstraat of een bedrijventerrein, waarbinnen de ondernemers en/of de eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. Alle ondernemers betalen mee aan een
gemeentelijke heffing om activiteiten te financieren. De activiteiten kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op; veiligheid (toezicht, verlichting, hekwerken of camerabewaking), bereikbaarheid (bewegwijzering en verkeersvoorzieningen), aantrekkelijkheid (schoonmaak, promotie, onderhoud, groenvoorziening en evenementen) et cetera. De BIZ-heffing wordt gebruikt om deze plannen te kunnen uitvoeren. Dit middel van belastingheffing maakt het mogelijk dat alle ondernemers in het betreffende gebied ook daadwerkelijk meebetalen. Er bestaan in Roermond negen BI-zones, alle met een eigen exploitatie:
Overige belastingen, leges en heffingen Bij de begroting van 2020 werden de tarieven voor de ‘overige’ belastingen (niet zijnde onroerendezaakbelasting, rioolheffing, afvalstoffenheffing en de BIZ-belasting) in beginsel verhoogd met de inflatiecorrectie; voor 2020 werd gerekend met 1,9 %.
In onderstaande tabel is de realisatie van de baten van de verschillende belastingsoorten ten opzichte van begroting weergegeven.
Begroting 2020
Rekening 2020
OZB eigenaar woningen
€ 7.948
€ 7.955
OZB eigenaar niet-woningen
€ 3.923
€ 3.895
OZB gebruiker niet-woningen
€ 2.983
€ 2.883
Belastingsoort (bedragen x € 1.000,-)
Omschrijving (Bedragen x € 1,-)
Prognose
Netto opbrengst
BI-zone binnenstad Roermond zone A
€ 426.291
€ 362.428
Afvalstoffenheffing
€ 6.383
€ 6.413
BI-zone binnenstad Roermond zone B
€ 52.388
€ 47.964
Rioolheffing
€ 5.432
€ 5.481
BI-zone bedrijventerrein Merum
€ 16.680
€ 18.584
Hondenbelasting
€ 385
€ 375
BI-zone bedrijventerrein Roerstreek
€ 46.700
€ 44.521
BIZ-belasting
€ 798
€ 735
BI-zone bedrijventerrein Swalmen
€ 20.300
€ 20.296
(Water-)toeristenbelasting
€ 496
€ 703
BI-zone bedrijventerrein Willem Alexander
€ 16.600
€ 18.421
Lijkbezorgingsrechten
€ 251
€ 258
BI-zone Retailpark
€ 181.000
€ 182.735
Leges WABO
€ 1.281
€ 1.364
BI-zone centrum Swalmen
€ 15.120
€ 15.480
Havengelden
€ 454
€ 331
BI-zone bedrijventerrein Stadsrand-Noord
€ 22.600
€ 24.291
Marktgelden
€ 110
€ 65
Precario
€ 253
€ 419
Leges inclusief bezoekerskaarten
€ 496
€ 735
Parkeren (incl. parkeerheffingen)
€ 2.469
€ 2.244
Via de Bl-zones is circa 80% van ondernemend Roermond verenigd in een collectief. Afwijkingen in bovenstaande tabel vloeien voort uit verrekeningen van voorgaande jaren.
Covid-19 heeft ook zijn impact op de realisatie van belastingopbrengsten, leges en heffingen. Deze impact is zichtbaar in de hierboven genoemde havengelden, marktgelden.
Voor een nadere toelichting op de ‘meer’ opbrengst bij leges inclusief bezoekerskaarten wordt verwezen naar het onderdeel dienstverlening en burgers in programma 10 Moderne Gemeente. Een toelichting op de ‘minder’ opbrengst parkeren (incl. parkeerheffingen) in te vinden bij de toelichting mobiliteit wat onderdeel is van programma 5 Goede Leefomgeving.
JAARVERANTWOORDING 2020
GEMEENTE ROERMOND
145
144
2 Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf gaat in op het gemeentelijk weerstandsvermogen waarbij wordt gekeken naar de betekenis van risico’s en de beheersing hiervan gezien vanuit het perspectief van de jaarrekening 2020. In het coalitieakkoord zijn de financiële kaders opgenomen voor de periode 2018-2022. Daarin staat opgenomen, dat we kiezen voor realistisch begroten. Uitgangspunt daarbij is een meerjarenbegroting die structureel en reëel in evenwicht is. Ook moet de gemeente voldoende weerstandscapaciteit hebben om risico’s op te vangen. Een financieel degelijk en evenwichtig beleid is de randvoorwaarde voor de uitvoering van dit coalitieakkoord. De term weerstandsvermogen heeft betrekking op de weerstandscapaciteit van de gemeente in relatie tot het totaal aan (financiële) risico’s die de gemeente loopt. Voor een evenwichtig financieel beleid is het nodig om inzicht te hebben in de mate waarin de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen, zonder dat dit onmiddellijk leidt tot structurele ombuigingen of een aantasting van de gemeentelijke reservepositie. Het begrip risico wordt omschreven als een kans op het optreden van een gebeurtenis met een bepaald gevolg dat een positief of negatief effect (= schade) kan veroorzaken. De kans dat een gebeurtenis zich voordoet en de mate waarin het gevolg zich voordoet, zijn onzeker.
Coronacrisis Omdat de effecten van de Coronacrisis vele beleidsterreinen raken, dwars door de begroting heen, hebben wij ervoor gekozen in dit jaarverslag een aparte paragraaf Corona op te stellen. In deze paragraaf worden de effecten van de corona pandemie zowel beleidsmatig als financieel geduid. De gemeenteraad heeft in de vergadering van 2 juni 2020 besloten een Coronafonds in te stellen van € 5 miljoen. Het fonds is bedoeld voor het verlichten van “acute nood” en stimulering en maatregelen in het kader van de controlefase van het virus. Het fonds wordt ingezet om de volgende doelen te bereiken: 1. O m maatregelen te nemen voor het realiseren van de 1,5 meter samenleving in de openbare ruimte of innovaties in het kader van de controlefase van het virus en de periode na COVID19. 2. O ndersteuning van organisaties (rechtspersonen) die door de coronacrisis nadelige effecten ondervinden (noodfonds), waarvoor de organisaties geen beroep kunnen doen op andere steunmaatregelen (Verordening Coronafonds). 3. De gederfde inkomsten en extra kosten voor de begroting 2020 van de gemeente Roermond op te vangen die rechtstreeks verband houden met de coronacrisis. Ook voordelen door niet gemaakte kosten of compensatie door het Rijk worden in dit deel meegenomen. Voor een inhoudelijke verantwoording wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf.
Opbouw paragraaf De paragraaf bestaat uit de volgende onderdelen: het gemeentelijke beleid inzake de • weerstandscapaciteit en de risico’s; • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico’s; • een toelichting op relevante risico’s; • financiële kengetallen.
Gemeentelijk beleid inzake weerstandstandcapaciteit en risico’s De basis voor de paragraaf weerstandsvermogen ligt opgesloten in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen (uit 2012). Bij het stellen van de kaders heeft de raad uitgesproken dat onze gemeente geen risicomijdende gemeente mag zijn; het risico moet aanvaardbaar zijn voor het doel waarvoor het wordt gelopen. De gemeente Roermond streeft naar een ratio weerstandsvermogen van minimaal 1,0. Dit betekent dat de beschikbare weerstandscapaciteit minstens even groot moet zijn als de benodigde weerstandscapaciteit. Risicomanagement is structureel verankerd in het bestuurlijk besluitvormingsproces. In het format van college- en raadsvoorstellen is de risicoparagraaf een verplicht onderdeel. Jaarlijks wordt als onderdeel van de planning- en control cyclus in de programmabegroting, de bestuursrapportage en de jaarverantwoording aandacht besteed aan de risico’s in relatie tot de aanwezige weerstandscapaciteit. In deze paragraaf wordt ook aandacht geschonken aan het weerstandsvermogen van de grootste verbonden partijen. Uitgangspunt is dat verbonden partijen zelf voor deze risico’s en de beheersing ervan verantwoordelijk zijn, zodat zij geen (aanvullend) financieel beroep hoeven te doen op de gemeente.
JAARVERANTWOORDING 2020
GEMEENTE ROERMOND
147
146
Periodiek worden de beleidskaders in de financiële verordeningen herijkt. De laatste aanpassing van de verordeningen dateert van 2017 (raad 28 september 2017). Onderdeel daarvan was de nota Reserves en voorzieningen. In hoofdstuk 4 van deze nota wordt een relatie gelegd met het weerstandsvermogen en meer specifiek met de minimale omvang van de algemene reserve als onderdeel van de incidentele weerstandscapaciteit. Hierbij heeft de gemeenteraad de beleidslijn vastgesteld, dat de omvang van de algemene reserve wordt bepaald door twee componenten: 1. een buffer ter dekking van algemene risico’s; 2. een buffer ter dekking van de risico’s grondexploitaties. De minimale positie van de algemene reserve werd daarbij bepaald op € 10 miljoen. Bij vaststelling van de Kadernota 2020 (raadsbesluit 4 juli 2019) is besloten de minimale omvang bij te stellen naar € 9 miljoen.
Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die kunnen worden ingezet om financiële tegenvallers op te vangen. Naast de reserves, waaronder de algemene reserve, zijn dit onder andere de onbenutte belastingcapaciteit en de vrije begrotingsruimte. Bij de berekening van de weerstandscapaciteit kan onderscheid gemaakt worden in een incidentele en structurele component. Met incidentele weerstandscapaciteit wordt bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van de uitvoering van gemeentelijke taken en gemeentelijk beleid. Bij de begroting 2020 werd er nog van uitgegaan dat tot de incidentele weerstandscapaciteit konden worden gerekend: 1. Algemene reserve 2. De bestemmingsreserves waar nog geen ‘harde’ verplichtingen aan ten grondslag liggen 3. Stille reserves 4. Incidentele begrotingsruimte In het (nieuwe) Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) 2020, dat de colleges van Gedeputeerde Staten gebruiken voor het financieel toezicht op de gemeenten vanaf het begrotingsjaar 2020, is opgenomen dat bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit. Een belangrijk deel van de bestemmingsreserves van onze gemeente bestaat uit de reserves Sociaal Domein.
Deze reserves worden in de jaren 2019 tot en met 2021 ingezet voor dekking van de (incidentele) tekorten voor een periode van 3 jaar. Op basis van het GTK 2020 mogen deze reserves niet meegenomen worden bij de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit. Daarmee laat deze in de vergelijking met de begroting 2020 een aanzienlijke daling zien.
De betekenis die stille reserves (nota stille reserves 2015) hebben voor de gemeentelijke weerstandscapaciteit blijkt in de praktijk beperkt en zijn daarom, overeenkomstig de gedragslijn van afgelopen jaren, ‘PM’ opgenomen in onderstaand overzicht. Staand beleid is dat onroerend goed, zodra dit niet meer noodzakelijk is voor de gemeentelijke bedrijfsvoering of uitvoering van gemeentelijke taken, wordt afgestoten. Structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te kunnen vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Om de robuustheid van de begroting te toetsen is vooral het laatste van belang. Daartoe kunnen gerekend worden: 1. Onbenutte belastingcapaciteit 2. Onvoorzien structureel 3. Structurele begrotingsruimte De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die de gemeente binnen het zogenaamde belastingpakket (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) heeft om voor de norm voor toelating van een zogenoemde artikel 12 aanvraag bij het gemeentefonds in aanmerking te kunnen komen. Dit laatste betekent (in 2020) concreet dat afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn en dat het gewogen gemiddelde ozb-tarief ten minste 0,1853 procent van de WOZ-waarde moet bedragen.
Nietkostendekkende tarieven voor riool en reiniging zijn alleen toegestaan voor zover deze door een hoger ozb-tarief worden gecompenseerd. Ten aanzien van de post onvoorzien hanteert onze gemeente het standpunt dat er slechts een marginaal bedrag wordt opgenomen (omdat dit een verplichte uitgaaf is op grond van het BBV). (Onvoorziene) tegenvallers moeten in beginsel binnen het totaal van de budgetten worden opgevangen.
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de weerstandscapaciteit weergegeven voor de jaren 2018 tot en met 2020: Omschrijving (bedragen x € 1.000,-)
Rekening 2018
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
Algemene reserve
11.575
13.449*
10.145
15.601
Resultaat
1.680
3.704
0
2.666
Beschikbare middelen o.b.v. analyse heroverweegbare reserves, (waarvan Sociaal Domein)
23.653 (20.400)
15.688 (15.688)
14.838 (11.656)
-
Stille reserves
PM
PM
PM
PM
Ruimte in begroting (incidenteel)
-
-
- 335
-
36.908
32.841
24.648
18.267
Ruimte in begroting (structureel)
0
0
-1.743
-
Ongebruikte belastingcapaciteit
2.017
3.268
2.969
2.937
1
1
1
0
2.018
3.269
1.227
2.937
Incidentele weerstandscapaciteit:
Totale incidentele weerstandscapaciteit
Structurele weerstandscapaciteit:
Post onvoorziene uitgaven Totale structurele weerstandscapaciteit
* cijfer vorig jaar gecorrigeerd op basis van definitieve balans 2019.
Weerstandscapaciteit incidenteel De totale incidentele weerstandscapaciteit is ten opzichte van de inschatting bij de begroting 2020 met circa € 6,4 miljoen gedaald. Bij de begroting werd nog een bedrag van € 14,8 miljoen aan heroverweegbare reserves opgenomen als incidentele weerstandscapaciteit. Zoals hierboven aangegeven is dit in op grond van het financieel toezichtkader niet meer toegestaan. Daar staat tegenover, dat de algemene reserve met ca. € 5,5 miljoen is toegenomen, voornamelijk vanwege de overheveling van twee bestemmingsreserves (reserve ECI en reserve ontwikkeling Stationsomgeving) naar de algemene reserve. Daarnaast leidt het jaarrekeningresultaat ad € 2,7 miljoen tot een toename van de incidentele weerstandscapaciteit.
Ter vergelijk: Zouden we het algemene deel van de reserve sociaal domein hebben mogen meetellen voor het incidentele weerstandsvermogen, zoals dit bij de begroting 2020 is gedaan, dan zou dit € 33,2 miljoen hebben bedragen. Ten opzichte van de realisatie 2019 is dit € 0,4 miljoen hoger. In vergelijking met de begroting 2020 is dit substantieel hoger (8,6 miljoen), voornamelijk vanwege de overheveling van twee bestemmingsreserves naar de algemene reserve en het rekeningresultaat 2020. Weerstandscapaciteit structureel De structurele weerstandscapaciteit is met € 1,7 miljoen toegenomen ten opzichte van de begroting. Het geraamde tekort bij de begroting ter hoogte van dit bedrag is op basis van realisatiecijfers omgezet naar een positief resultaat van € 2,7 miljoen (zie incidentele weerstandscapaciteit). De ongebruikte belastingcapaciteit is nagenoeg gelijk gebleven.
JAARVERANTWOORDING 2020
GEMEENTE ROERMOND
149
148
Inventarisatie van risico’s Tegenover de weerstandscapaciteit staat een aantal risico’s, die niet (geheel) gedekt zijn en van substantieel belang (kunnen) zijn voor de beoordeling van de financiële positie (op langere termijn). In onderstaand overzicht worden de belangrijkste risico’s naar categorie samengevat. Verderop in deze paragraaf worden deze risico’s toegelicht. Een aantal algemene risico’s, zoals de gevolgen van de zogenaamde open einde regelingen, worden in de risicoparagraaf niet nader uitgewerkt.
Omschrijving (bedragen x € 1.000,-)
Bij de bepaling van de omvang van het risico is rekening gehouden met de frequentie dat het risico zich voordoet (jaarlijks, 5 of 10 jaarlijs). Naar mate een risico vaker optreedt, weegt het risico zwaarder. Hierdoor kan de omvang van het risico in onderstaande tabel afwijken van de bedragen genoemd in de toelichting. Reguliere risico’s, waarvoor verzekeringen zijn afgesloten of voorzieningen zijn gevormd, maken doorgaans geen onderdeel uit van de risicoinventarisatie. Een meer uitgebreid overzicht van de belangrijkste risico’s ligt ter inzage.
Incidenteel rekening
Grondexploitatie
2.000
1.214
Gemeentelijk vastgoed
560
0
Sociaal Domein
begroting
rekening 390
69
450
1.980
550
Taakstellingen en organisatie
1.500
Prijsstijgingen
Totaal
225
0
50
50
25
25
2.685
1.339
2.299
2.915
De incidentele risico’s zijn ten opzichte van de begroting 2020 met € 1,3 miljoen afgenomen. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de afname van de risico’s binnen de grondexploitaties en de risico’s binnen het gemeentelijk vastgoed.
Structureel
begroting
rekening
begroting
rekening
Beschikbare weerstandscapaciteit
29,6
18,3
3,1
2,9
Benodigde weerstandscapaciteit op basis van risicoprofiel
2,7
1,3
2,3
2,9
Ratio weerstandsvermogen
11
14,1
1,3
1,0
De ratio incidenteel weerstandsvermogen is ten opzichte van de begroting gestegen, dit ondanks een forse daling van de beschikbare weerstandscapaciteit vanwege het niet meer opnemen van de heroverweegbare reserves.
Dit komt door een daling van de benodigde incidentele weerstandscapaciteit, voornamelijk als gevolg van een lager risicoprofiel voor grondexploitatie. Als gevolg van de stijging van de structurele risico’s is de ratio structureel weerstandsvermogen gedaald tot de door de raad vastgestelde minimumniveau van 1,0.
Structureel
begroting
Overige risico’s
Incidenteel
Omschrijving (bedragen x € 1.000,-)
Conclusie ratio weerstandsvermogen
Zoals eerder aangegeven, gaat het bij het weerstandsvermogen om de robuustheid van de financiële positie. Om hier goed inzicht in te De structurele risico’s zijn daarentegen gestegen met € 0,6 krijgen, is hierboven de samenstelling van de miljoen. Belangrijkste oorzaak daarvan is het risico vanwege beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit het niet realiseren van taakstellingen die in de begroting (onderverdeeld in incidentele en structurele zijn opgenomen. De risico’s binnen het sociaal domein componenten) opgenomen. Incidentele risico’s worden beduidend lager ingeschat dan bij de begroting werd zijn risico’s die een incidentele last tot gevolg aangenomen. kunnen hebben. Ter dekking hiervan kan een beroep worden gedaan op de algemene In het vervolg van deze paragraaf is een toelichting opgenomen reserves. Structurele risico’s kunnen leiden van de ontwikkelingen van de belangrijkste risico’s per programma tot meerjarige lasten en raken daarmee ten opzichte van de begroting 2020. het begrotingsevenwicht. De verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit geeft inzicht in het gemeentelijk weerstandsvermogen.
Toelichting op de risico’s Programma 1 Zorgzame gemeente Sociaal domein Per 1 januari 2015 zijn door decentralisaties van de WMO, Jeugdzorg en Participatie nieuwe taken bij de gemeente belegd. Na de transitie in 2015 is het transformatieproces gestart. Dit proces loopt nog steeds door. De gemeenteraad heeft als uitgangspunt meegegeven, dat de uitvoering van de 3D’s moet plaatsvinden binnen de beschikbaar gestelde rijksmiddelen. Bij de vaststelling van de Kadernota 2019 heeft uw raad besloten om het raadskader sociaal domein te verruimen met overige budgetten binnen het sociale domein. Deze budgetten hebben betrekking op de BUIGgelden, de WMO 2007, bijzondere bijstand en armoedebeleid. Ondanks de verruiming van het raadskader werden op dat moment nog aanzienlijke structurele tekorten voorzien. In de raadsvergadering van 13 december 2018 heeft u ingestemd met het plan van aanpak “Beter met Minder” voor het terugdringen van de tekorten binnen het sociaal domein. Het plan van aanpak is er op gericht om de (netto) lasten van het sociaal domein vanaf het jaar 2022 weer structureel passend te laten zijn binnen het raadskader. Gedurende een periode van 3 jaren (2019 tot en met 2021) worden de tekorten (destijds geraamd op ca. € 9 mln.) gedekt uit de reserves sociaal domein.
Periodiek wordt de gemeenteraad op de hoogte gehouden van de voortgang van het plan van aanpak. In de commissie Burgers en Samenleving van 23 juni 2020 is een midterm review van Beter met Minder behandeld. De commissie heeft kennis genomen van de voortgang van het plan en van een inschatting van de effecten op langere termijn. De prognoses uit de midterm review en de kwartaalrapportage van het 4e kwartaal 2020 laten zien dat, bij ongewijzigde omstandigheden, het vanaf 2022 mogelijk is binnen het raadskader te blijven. Er zijn echter ook nog behoorlijke onzekerheden (risico’s) die het eindresultaat kunnen beïnvloeden. Bij de prognose wordt ervan uitgegaan dat de incidentele extra gelden voor de jeugdzorg, die voor de jaren 2019 tot en met 2021 aan het gemeentefonds zijn toegevoegd, een structureel karakter zullen krijgen. Dit is de lijn die Gedeputeerde Staten ook hanteren bij de uitoefening van het begrotingstoezicht. Daarnaast kunnen de gevolgen van de Corona crisis aanmerkelijke impact hebben op de uitgaven binnen het sociaal domein. Bij de kwantificering van de risico’s zijn we uitgegaan van een risico van 50% van de incidentele extra gelden voor de jeugdzorg (ca. € 1,1 miljoen).
JAARVERANTWOORDING 2020
GEMEENTE ROERMOND
151
150
Programma 3 Goed onderwijs
Programma 5 Goede leefomgeving
Invoering Omgevingswet Op 12 maart 2019 heeft het college de programma-opdracht ‘Invoering Omgevingswet Roermond’ vastgesteld. Deze programmaopdracht is een verdere uitwerking van een in 2017 vastgesteld plan van aanpak, gericht op implementatie van de Omgevingswet. Vanuit de gemeenteraad is een begeleidingsgroep ingesteld. De invoeringsdatum van de Omgevingswet is nu voorzien op 1 januari 2022. Het implementatietraject verloopt volgens In de begroting 2020-2023 zijn middelen opgenomen voor de uitvoering van het IHP. Het uitvoeringsplan leidt tot een additionele 5 programmalijnen: 1. De instrumenten; 2. budgetbehoefte aan kapitaallasten vanaf het begrotingsjaar 2022. ‘Change’ 3. Processen; 4. Digitalisering en ICT en 5. Organisatie. In het programma zijn (eenmalig) middelen voorzien voor 2019 en Daarnaast heeft er een haalbaarheidsonderzoek plaatsgevonden 2020 om te komen tot de implementatie van de naar de revitalisatie van de locatie Jagerstraat 2. Over de Omgevingswet. uitkomsten daarvan hebben wij de commissie Burgers Er zijn echter nog twee risico’s die mogelijk en Samenleving geïnformeerd bij commissiebrief van 26 structureel kunnen doorwerken. oktober 2020. Voor de uitvoering van dit project is in de a. Legesinkomsten meerjarenbegroting 2021-2024 dekking opgenomen.
Naar verwachting kunnen meer bouwwerken vergunningsvrij of middels algemene regels De projecten uit het uitvoeringsprogramma worden op basis gerealiseerd worden. Dit heeft dan gevolgen van haalbaarheidsstudies nader geconcretiseerd. Daaruit moet voor de legesinkomsten van de gemeente. blijken in hoeverre deze passen binnen het investeringskader. Dit wordt in het kader van de uitwerking van Uitgangspunt daarbij is dat eventuele afwaarderingen van het programma verder onderzocht, zodat bij de huidige gebouwen daar onderdeel van uit maken. Vanuit de begroting 2022 een prognose kan worden dit perspectief is het maximale risico van € 1,1 miljoen op gemaakt voor de structurele doorwerking. afwaarderingen, zoals eerder in de begroting 2020 werd b. Personele kosten opgenomen, afgedekt. De Omgevingswet vraagt competenties van medewerkers die wellicht kunnen leiden tot een aanpassing van functies, hetgeen Programma 4 Kansen voor klimaat financiële consequenties kan hebben. Dit dient in relatie gebracht te worden met het Programma Aanpak Stikstof verminderen van het aantal aanvragen voor Het PAS (Programma Aanpak Stikstof) vormt de basis voor het een vergunning. verlenen van natuurvergunningen voor activiteiten die stikstof uitstoten en daarmee schadelijk kunnen zijn voor natuurgebieden.
Beheerplannen Het PAS biedt ruimte om de extra stikstofuitstoot vooraf te Op 14 juli 2017 heeft de gemeenteraad de compenseren met reducerende maatregelen. Door de recente uitspraak van de Raad van State mag het PAS niet langer worden Kadernota Beheer en de onderliggende beheerplannen (op enkele na) vastgesteld en gebruikt als basis voor het verlenen van vergunningen voor de daarvoor benodigde middelen structureel activiteiten die belastend kunnen zijn voor natuurgebieden. in de begroting opgenomen. Vervolgens zijn Binnen de gemeente onderzoekt een taskforce de impact en de de begroting 2019 de middelen opgenomen gevolgen voor de gemeentelijke projecten. Ook de impact en voor de ontbrekende beheerplannen Havens gevolgen voor projecten in uitvoering binnen de openbare ruimte (wegen, riolering, parken, bruggen etc.) worden hierbij nadrukkelijk en waterpartijen, Verkeersvoorzieningen en Civieltechnische kunstwerken. Daarmee is betrokken. Dit omdat ook de stikstof uitstoot tijdens de uitvoering voorzien in de structurele dekking van alle van deze projecten in beeld moet worden gebracht op mogelijke beheerplannen. gevolgen voor omliggende natuurgebieden. Momenteel worden voor verschillende projecten deze stikstof uitstoot berekeningen uitgevoerd of ingepland.
Voor meerdere projecten in uitvoering alsmede projecten in voorbereiding heeft dit invloed op tijd, capaciteit en op onderzoekskosten. Op dit moment zijn de risico’s nog niet kwantificeerbaar. Onderwijshuisvesting In de vergadering van 4 juni 2020 heeft de gemeenteraad het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs vastgesteld. Het IHP vormt het strategisch beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2020-2040 en bestaat uit een uitvoeringsagenda voor de komende 5 jaar en een doorkijk tot 20 jaar. Het IHP wordt elke 4 á 5 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment.
De aanbesteding van de meerjarige onderhoudscontracten heeft plaatsgevonden in een periode van economische recessie. Sommige van deze onderhoudscontracten liepen eind 2020 af. Omdat de verwachting was dat de nieuwe onderhoudscontracten een hoger budget zullen vergen dan de huidige is in de begroting 2021 rekening gehouden met een (structureel) bedrag van € 1 miljoen aan autonome ontwikkeling. Inmiddels is gebleken, dat dit bedrag toereikend is om de nieuwe contracten te bekostigen. Het in de begroting 2020 opgenomen risicobedrag kan daarmee vervallen.
In paragraaf 7 Grondbeleid wordt uitgebreid ingegaan op de financiële risico’s binnen de grondexploitaties (7.6) en het benodigde weerstandsvermogen (7.7). Het structurele risico wordt ingeschat op € 390.000. Bij de grondexploitatie Roerdelta Fase 2 is sprake van een project specifiek risico. In de vergadering van 19 september 2019 heeft de gemeenteraad besloten een grondexploitatie te openen voor dit project. In de vergaderingen van 19 december 2019 en 4 juni 2020 heeft de gemeenteraad herzieningen van deze grondexploitatie vastgesteld. Zoals in het raadsvoorstel voor de op 4 juni 2020 vastgestelde herziening is vermeld, resteert binnen dit project dan nog een risico van beperkte omvang met betrekking tot de mogelijke kosten voorfinanciering ophogen waterkeringen. Dit risico kan naar verwachting binnen de grondexploitatie worden opgevangen op basis van het verwachte positieve saldo.
Programma 7 Ruimte en Wonen Grondexploitaties Grondexploitaties kenmerken zich door het feit dat in een vroeg stadium investeringen worden gedaan, waarbij inkomsten en dus de dekking van de exploitatie -soms- veel later kunnen worden ingeboekt. Grondexploitaties zijn per definitie meerjarig en zijn daarmee risicovol. De gemeenteraad heeft op 8 april 2021 de nota Grondbeleid 2021 vastgesteld. Conform deze nota voert de gemeente over het algemeen een faciliterend grondbeleid. Dit betekent dat de realisering van projecten wordt overgelaten aan marktpartijen die ook de financiële risico’s dragen. Daar waar de gemeente gronden heeft zonder concreet plan, is de boekwaarde lager dan of gelijk aan de marktwaarde conform de huidige bestemming, waardoor het risico op noodzakelijke afwaardering zeer beperkt is. Een risico ontstaat pas op het moment dat door marktomstandigheden de waarde van de gronden conform de huidige bestemmingen daalt tot onder de boekwaarde of de gemeente besluit de bestemming te wijzigen in een bestemming die een lagere marktwaarde heeft. Voor het kwantificeren van de onvoorzienbare risico’s wordt conform de Nota Grondbeleid 2021 gebruik gemaakt van de IFLO-methode (IFLO staat voor: Inspectie Financiën Lagere Overheden).
Het risicobedrag, dat wordt bepaald middels deze methode, wordt gezien als de (onder)grens van het benodigde weerstandvermogen voor grondexploitaties.
Overige gronden In 2010 is een perceel gemeentegrond nabij de parkeergarage Stationspark geleverd aan een ontwikkelaar voor de realisatie van een kantoorcomplex. Dit perceel is geleverd op basis van een zogenaamde Groningerakte: levering met uitgestelde betaling. De koopsom bedroeg € 1.214.000. Tot het moment van betaling van de koopsom is de ontwikkelaar jaarlijks een rentevergoeding verschuldigd. De opbrengsten zijn oorspronkelijk gestort in de reserve Bereikbaarheid NS Station Oost. Wij hebben deze gelden overgeheveld naar de algemene reserve. Het mogelijke risico van het niet ontvangen van de koopsom (onder gelijktijdige teruglevering van de grond) beschouwen we als een risico waarvoor de algemene reserve kan worden aangesproken. Vastgoed In 2017 heeft de gemeenteraad een geactualiseerd beheerplan onderhoud gemeentelijke gebouwen vastgesteld, geldend tot en met het jaar 2020. Op basis van dit beheerplan werd de jaarlijkse storting in de voorziening bepaald op basis van een ingroeivariant. In de notitie Materiële vaste activa van de commissie BBV is aangegeven, dat de jaarlijkse storting in een onderhoudsvoorziening gelijkmatig over de looptijd van het plan moet worden verdeeld. Op 8 april 2021 heeft de gemeenteraad een geactualiseerd beheerplan gemeentelijk bebouwd vastgoed vastgesteld, inclusief het beheer van de parkeergarages dat daar voorheen geen deel van uitmaakte.
Aan de hand van dit geactualiseerde plan is ook de jaarlijkse storting in de voorziening vanaf het jaar 2020 bepaald. De daaruit voorvloeiende additionele lasten ad € 450.000 zijn in 2020 ten laste van het resultaat gebracht. De dekking van de hogere lasten voor 2021 en verdere jaren maakt onderdeel uit van de financiële opgave voor de komende jaren.
JAARVERANTWOORDING 2020
GEMEENTE ROERMOND
153
152
Fiscale risico’s Met het oog op de herinrichting van het busstation is medio 2017 het pand Godsweerdersingel 10 aangekocht. Omdat destijds uitgegaan werd van sloop van het pand werd bij het aankoopbesluit een voorziening getroffen ter hoogte van het aankoopbedrag van € 2,1 miljoen voor de afwaardering van de boekwaarde. In het kader van de jaarrekening 2017 is deze voorziening omgezet in een egalisatiereserve voor de dekking van de uit deze investering voortvloeiende kapitaallasten. Conform de waarderingsvoorschriften van het Besluit Begroting een Verantwoording heeft in april 2021 een herwaardering van het pand plaatsgevonden op basis van de huidige bestemming (realisatie van een fietsenstalling op de begane grond en kantoren op de bovenliggende verdiepingen). Op basis van deze taxatie is een voorziening gevormd van € 1,2 miljoen voor mogelijke afwaardering van de boekwaarde. De vorming van deze voorziening is ten laste van eerder genoemde reserve gebracht. Wanneer in de toekomst de opbrengstwaarde, als gevolg van een herbestemming of ontwikkelingen in de markt, hoger blijkt te zijn, kan (een deel van) deze voorziening vrijvallen.
Overzichten Algemene dekkingsmiddelen Ontwikkeling uitkering gemeentefonds Voor het gemeentefonds, de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente, geldt het principe van ‘gelijk trap op, gelijk trap af’ (normeringssystematiek). Dit betekent dat het fonds groeit of krimpt met de rijksuitgaven. Geeft het Rijk meer uit, dan groeit het gemeentefonds met hetzelfde percentage. De uiteindelijke uitkering is daardoor niet op voorhand vast te stellen, maar afhankelijk van de gerealiseerde rijksuitgaven. Bovendien leidt de ontwikkeling van de maatstaven (bijvoorbeeld het aantal uitkeringsgerechtigden), waarop de verdeling van het gemeentefonds over alle gemeenten is gebaseerd, tot verdeeleffecten die niet altijd kunnen worden voorzien. Het Rijk bereidt een algemene herijking van de verdeelsystematiek binnen het gemeentefonds voor. De eerste uitkomsten van een nieuwe verdeling leiden tot aanmerkelijke herverdeeleffecten. De minister van BZK heeft geconcludeerd dat aanvullend onderzoek gewenst is en daarom was de invoering uitgesteld tot 1 januari 2022. Dit uitstel is wederom met 1 jaar verlengd tot 1 januari 2023. Als reden voor het opnieuw uitstellen, noemt de minister BZK de huidige financiële positie van gemeenten, waaronder de tekorten bij de jeugdzorg. Daarover moet eerst duidelijkheid komen en die komt pas bij de kabinetsformatie.
Derhalve wordt de invoering van het nieuwe verdeelstelsel overgelaten aan het nieuwe kabinet. Wel zijn de voorlopige herverdeeleffecten bekend gemaakt in het 1e kwartaal 2021. Zoals de landelijke modellen er nu uitzien komt Roermond uit op een nadeel van in totaal -/- 2 EURO per inwoner.
Als onderdeel van de compensatiemaatregelen, die het rijk vanwege de coronapandemie heeft genomen, is het accres 2020 en 2021 bevroren op de stand Voorjaarsnota 2020, zodat de gemeenten voor 2020 en 2021 meer zekerheid hebben over de hoogte van de uitkering.
dat nog een bedrag van € 5,3 miljoen aan taakstellingen verder moet worden ingevuld dan wel nog in uitvoering genomen moet worden. Voor de bepaling van de risicopositie hebben wij het bedrag meegenomen dat in 2020 niet is gerealiseerd.
Organisatie In het voorjaar 2019 heeft ons college besloten een organisatieontwikkelingstraject in gang te zetten en drie jaar uit te trekken om de organisatie toekomstbestendig te maken. Het doel van deze organisatieverandering is een duurzame en toekomstbestendige organisatie te vormen die soepel inspeelt op ontwikkelingen. Dit vraagt meer flexibiliteit van de organisatie en medewerkers. We moeten beter en sneller schakelen tussen een faciliterende, participerende en innovatieve rol. De organisatieverandering verhoogt de kwaliteit én leidt tot een besparing. Als onderdeel van dit ontwikkelingstraject hebben wij op 9 november 2019 een voorgenomen besluit genomen om de organisatiestructuur aan te passen. Definitieve besluitvorming daarover heeft door ons plaatsgevonden op 18 februari 2020. Op 1 juli 2020 is de omslag naar de nieuwe organisatiestructuur gerealiseerd.
Inmiddels is vast komen te staan dat enkele van de voorgestelde taakstellingen niet realiseerbaar zijn. Wij hebben daarom uw raad voorstellen gedaan voor alternatieve oplossingsrichtingen om tot een structureel sluitende meerjarenbegroting te komen. Ten tijde van het opstellen van de jaarrekening was de besluitvorming daarover nog niet afgerond.
Vanuit het spoor organisatie en bedrijfsvoering is in de meerjarenbegroting 2020-2023 oorspronkelijk een taakstelling opgevoerd van, op termijn, structureel € 2,4 miljoen. Aan de andere kant hebben we ook te maken met transitiekosten. Over de jaren 2020 en 2021 zijn deze geschat op totaal € 2 miljoen incidenteel. In de begrotingen voor 2020 en 2021 zijn de daarvoor benodigde middelen vrijgemaakt. Taakstellingen Bovenstaande taakstelling op de organisatie is onderdeel van een groter pakket aan maatregelen die we in het kader van de begroting 2020 hebben voorgesteld (Begroting in Transitie). Deze maatregelen zijn in de meerjarenbegroting als taakstellingen opgenomen oplopend tot een totaalbedrag van € 8 miljoen in 2023. De realisatie van deze taakstellingen wordt gemonitord en hierover rapporteren wij periodiek aan uw raad. Uit de monitor van het vierde kwartaal blijkt, dat van de taakstellingen in het jaar 2020 een bedrag van € 1,5 miljoen niet is gerealiseerd. Naar de toekomst toe geldt,
Informatieveiligheid en privacywetgeving Door de toenemende digitalisering is het zorgvuldig omgaan met de informatie en gegevens van burgers, bedrijven en ketenpartners voor gemeenten van groot belang. Uitval van computers of telecommunicatiesystemen, het in ongerede raken van gegevensbestanden of het door onbevoegden kennisnemen dan wel manipuleren van bepaalde gegevens, kan ernstige gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en het primaire proces. Een betrouwbare, beschikbare en correcte informatiehuishouding is essentieel voor de dienstverlening van gemeenten. In de paragraaf bedrijfsvoering is uitgebreider ingegaan op de activiteiten die wij op dit gebied in 2020 hebben ondernomen. Daarin is ook de collegeverklaring ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) opgenomen.
Vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 is de Vennootschaps-belastingplicht voor overheidsondernemingen in werking getreden. De gemeente Roermond heeft de gevolgen hiervan in kaart gebracht en verwerkt in de jaarrekening c.q. aangifte Vennootschapsbelasting. Zowel door de gemeente zelf als ook op landelijk niveau vindt er nog nadere afstemming plaats met de Belastingdienst over een aantal vraagstukken en ingenomen standpunten en over de uitleg van de nieuwe wetgeving. Op een aantal onderdelen lijkt de Belastingdienst vooralsnog andere standpunten in te nemen dan dat gemeenten dit doen. Zo onderzoekt de Belastingdienst bijvoorbeeld de belastbaarheid van de privaatrechtelijke reclame-activiteiten bij de gemeenten, waarvan de gemeente het standpunt heeft ingenomen dat deze niet belast zijn voor de Vennootschapsbelasting. Het is vooralsnog niet duidelijk wanneer deze nadere afstemming definitief wordt afgerond. Btw sport De bestaande btw-sportvrijstelling is per 2019 uitgebreid als gevolg van Europese jurisprudentie. De dienstverlening van gemeenten die bestaat uit het geven van gelegenheid tot sportbeoefening wordt daarmee vrijgesteld van de heffing van btw. Middels een Specifieke Uitkering stimulering sport is voorzien in een compensatie voor het wegvallen van het recht op btw aftrek.
Met de Belastingdienst is overeengekomen dat de activiteiten die betrekking hebben op recreatief zwemmen als btw-ondernemer worden uitgevoerd, waardoor dit btw-risico is gemitigeerd. Desondanks blijven er risico`s bestaan. De Specifieke Uitkering kent op macro niveau een uitkeringsplafond. Landelijk bezien overstijgt jaarlijks het aantal aanvragen dit plafond met als risico een (voor iedereen) lagere uitkering. Overigens is uit de afrekening over het boekjaar 2019 gebleken dat gemeenten, waaronder Roermond, te veel hadden aangevraagd en het uitkeringsplafond uiteindelijk voldoende is gebleken. Btw straatparkeren Er zijn een aantal rechtszaken aanhangig (geweest) over de vraag of het aanbieden van straatparkeren door gemeenten moet worden onderworpen aan de heffing van btw. De gevolgen hiervan voor gemeenten zijn omvangrijk, zowel voor de omzetbelasting als de vennootschapsbelasting. Begin 2018 zijn twee van die zaken door de Hoge Raad afgehandeld op formele gronden, doch zonder beantwoording van het fiscale vraagstuk. De AdvocaatGeneraal van de Hoge Raad was in die zaken overigens eerder tot de conclusie gekomen dat gemeenten voor deze activiteit inderdaad als btw-ondernemer moeten worden aangemerkt. Er loopt momenteel nog een andere procedure waarin de Hoge Raad naar verwachting wel een inhoudelijk oordeel zal moeten geven.
JAARVERANTWOORDING 2020
GEMEENTE ROERMOND
155
154
Verbonden partijen Btw afval Het Ministerie heeft, met terugwerkende kracht tot 2015, een standpunt ingenomen rondom de afvalinzameling. Dit betekent dat de gemeenten tegen vergoeding een op een derde rustende taak (het scheiden, monitoren en rapporteren van het reguliere afval) uitvoert en dus een dienst in de zin van de btw verricht. Over de ontvangen vergoedingen van o.a. Stichting Afvalfonds (Nedvang) en Stichting Open (WeCycle) is btw verschuldigd. De aan deze activiteiten toe te rekenen btw kan in aftrek genomen worden. In het verleden is deze btw door de gemeenten, waaronder Roermond, gecompenseerd bij het Bcf, waardoor vanaf boekjaar 2015 een correctie van Bcf naar Btw plaats dient te vinden en door de Belastingdienst rente in rekening wordt gebracht over de aanslagen. Over 2015 zijn inmiddels aanslagen opgelegd. Na analyse blijkt dat deze te hoog zijn geweest. Een analyse over de jaren 2016 t/m 2020 dient nog plaats te vinden. De uitkomst en financiële impact van deze analyse is op dit moment nog niet bekend. Met de Belastingdienst is afgelopen jaar overeengekomen dat de btw op de kosten die betrekking hebben op het beheer en onderhoud van de monumentale begraafplaats “Nabij Kapel in ’t Zand” wel voor compensatie in aanmerking komt. Dit zal in 2021 nog leiden tot een aanvullende compensatie van circa € 50.000 over de afgelopen 5 jaar.
De gemeente hanteert ten aanzien van het eigen vermogen bij de verbonden partijen als uitgangspunt dat de verbonden partij als organisatie zelf verantwoordelijk is voor een inventarisatie van de bedrijfsrisico’s van de onderneming, en de vertaalslag ervan naar de omvang van het eigen vermogen. De weerstandscapaciteit van de verbonden partij dient voldoende te zijn om de risico’s af te dekken. De jaarrekeningen van de belangrijkste verbonden partijen (Veiligheidsregio, Westrom, BsGW, Omnibuzz ICT-NML en OML) worden afzonderlijk ter kennis van uw raad gebracht. De Veiligheidsregio en ICT-NML voldoen eind 2020 niet aan de norm dat het weerstandsvermogen voldoende dient te zijn voor de afdekking van de risico’s. Wel zijn er afspraken gemaakt om het weerstandsvermogen weer op korte termijn op peil te brengen.
Financiële kengetallen Jaarverantwoording 2019 Kengetallen:
Verloop van de kengetallen Jaarverslag 2018
Jaarverslag 2019
Begroting 2020
Jaarverslag 2020
netto schuldquote
51%
60%
72%
55%
netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
48%
58%
72%
53%
solvabiliteitsratio
28,9%
26,1%
20,7%
23,6%
structurele exploitatieruimte
-2,5%
0%
0,73%
0%
grondexploitatie
0,0%
0,6%
1,1%
1,5%
belastingcapaciteit*
94,8%
90,3%
108,6%
89,7%
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De schuldquote geeft een beeld van de relatie tussen de gemeentelijke schuldenpositie en de totale baten zoals opgenomen in de begroting. Opgenomen geldleningen brengen rentekosten en aflossingsverplichtingen met zich mee. Omdat op begrotingsniveau wordt uitgegaan van een volledige uitvoering van de investeringsplanning ligt deze ratio hoger dan op het niveau van de jaarrekening. Uit cijfers van de VNG blijkt dat Roermond een lagere netto schuldquote heeft dan vergelijkbare gemeenten van dezelfde omvang. (50.000100.000 inwoners). Volgens het model houdbare gemeentefinanciën is een schuldquote tot 100% normaal en ontstaat vanaf een schuldquote van meer dan 130% gevaar.
grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. De gemeente Roermond kent een zeer beperkt aantal grondposities, als gevolg hiervan is het kengetal zeer gering.
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen van de gemeente uit als percentage van het totale vermogen. Zoals verwacht daalt de solvabiliteitsratio. Een score lager dan 20% wordt als risicovol gezien.
Betekenis van de kengetallen De bovenstaande kengetallen moeten in samenhang worden bezien om daar duiding aan te geven. In het gemeenschappelijk toezichtkader 2020 gemeenten worden onderstaande waarderingen gebruikt voor de diverse kengetallen.
Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan hoe groot de structurele ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Hierbij worden de structurele baten gerelateerd aan de structurele lasten. Dit saldo wordt weergegeven in een percentage van de totale baten.
Waarderingscijfer
Minst Neutraal risicovol
Meest risicovol
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte (begroting)1 Belastingcapaciteit
<90 %
90-130 %
>130 %
<90 % >50 % <20 %
90-130 % 20-50 % 20-35 %
>130 % <20 % >35 %
>0 % <95 %
0% 95-105%
<0 % >105 %
Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten of provincies leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of
Belastingcapaciteit Deze ratio geeft inzicht hoe de belastingdruk van de gemeente Roermond zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. In de voorgaande jaren werd de lastendruk van Roermond afgezet tegen het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar. Vanaf 2019 mag vergeleken worden met het laatst bekende landelijk gemiddelde (Coelo 2020). Als gevolg hiervan daalt het percentage, waardoor de belastingruimte tot aan het landelijk gemiddelde toeneemt. Bij de begroting 2020 werd de belastingdruk nog vergeleken met het landelijk gemiddelde van 2018.
De meeste kengetallen van de gemeente Roermond vallen in de waarderingsklasse “minst risicovol”. Aandacht behoeven de solvabiliteit (de verhouding van het eigen vermogen in relatie tot het totale vermogen) en de structurele begrotingspositie. Voor dit laatste is vooral van belang dat de taakstellingen, zoals in de meerjarenbegroting 2021-2024 zijn opgenomen, ook daadwerkelijk worden gerealiseerd of dat daarvoor alternatieven voor in de plaats komen. Zoals eerder aangegeven, hebben wij voorstellen gedaan voor alternatieve oplossingsrichtingen voor het structureel in evenwicht brengen van onze begroting.
JAARVERANTWOORDING 2020
GEMEENTE ROERMOND
157
156
3 Onderhoud kapitaalgoederen Beheer en onderhoud van de openbare ruimte De gemeente bezit een groot vermogen aan kapitaalgoederen zoals wegen, openbare verlichting, riolering, groen en gebouwen. Het is cruciaal deze kapitaalgoederen in goede staat te houden voor het functioneren van onze samenleving op het terrein van vervoer, recreatie, welzijn en economie. Het totale bezit waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, duiden we aan met de term ‘areaal’. Het onderhoud baseren we op de keuzes van de raad over het onderhouds- en kwaliteitsniveau. In het beheer is aandacht voor duurzame oplossingen en de mogelijkheden voor wijkgericht en projectmatig onderhoud. Door jaarlijkse prioritering en herijking van vervangingsinvesteringen en onderhoudsmaatregelen, sluit het beheer en onderhoud aan op de begroting. Kaders hierbij zijn de actuele besluiten over budgetten, het beheersmatig kwaliteitsniveau en overig beleid betrekking hebbend op regulier en projectmatig beheer van de openbare ruimte. In deze paragraaf worden de volgende onderdelen besproken: 1. Algemeen 2. Verhardingen 3. Civieltechnische kunstwerken 4. Riolering, hemelwater en grondwater 5. Havens en waterpartijen 6. Groen en bomen 7. Bossen en natuurterreinen 8. Reiniging 9. Openbare verlichting 10. Wegmeubilair 11. Verkeersvoorzieningen 12. Speelvoorzieningen 13. Begraafplaatsen 14. Sportlocaties 15. Kunstobjecten 16.
Onderhoud gebouwen
Algemeen Het algemeen beleidskader voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is de in 2017 vastgestelde kadernota beheer 2017– 2026, inclusief de vigerende beheerplannen. Vanwege de bezuinigingen wordt vanaf de begroting 2020 de openbare ruimte beheerd op basis van basiskwaliteit: Een sober en verantwoord beheer, gericht op het boven de ondergrenzen van normen blijven waardoor mede risico’s en klachten worden beperkt. De raad heeft een besluit genomen om in 2021 te starten met het beheren van de openbare ruimte op nul-kwaliteit. De borging van het beheersmatig kwaliteitsniveau vindt plaats door middel van regulier (dagelijks) onderhoud en de projectmatige realisatie van vervangingsinvesteringen, zo mogelijk in samenhang met beleidsmatige investeringen in de openbare ruimte. Het regulier onderhoud wordt in hoofdzaak uitgevoerd via meerjarige onderhoudscontracten. In 2020 is een belangrijk deel van de onderhoudscontracten opnieuw aanbesteed, met als ingangsdatum 1 januari 2021. Gezien de marktontwikkelingen is voor 2021 rekening gehouden met een kostenstijging in het regulier onderhoud.
Verhardingen Beleidskader Het specifieke beleidskader is het beheerplan ‘Wegen 20172027’ samen met het begrotingskader. De onderhoudsplanning voor verhardingen is geïntegreerd met andere beheergroepen opgepakt.
Vastgesteld kwaliteitsniveau Basiskwaliteit: Een sober en verantwoord beheer, gericht op het boven de ondergrenzen van normen blijven waardoor mede risico’s en klachten worden beperkt.
Actuele staat van onderhoud In 2019 zijn kwaliteitsinspecties van de verhardingen uitgevoerd. Uit deze inspectie blijkt dat de verhardingen nog voldoen aan de normen en richtlijnen voor het kwaliteitsniveau. De onderhoudsmaatregelen zijn weliswaar toegenomen, maar vallen nog binnen de hiervoor gestelde normen. De aandacht voor het uitvoeren van onderhoud aan verhardingen komt echter steeds meer te liggen op veilig gebruik van de openbare ruimte (wortelopdruk, verzakkingen, gaten enz.) en minder op het voorkomen van constructieve schade.
JAARVERANTWOORDING 2020
GEMEENTE ROERMOND
159
158
Financiële consequenties en vertaling in de begroting en rekening ouder worden van verhardingen, daarnaast stijgen de investeringskosten om dit weer op een aanvaardbaar niveau te krijgen. Bij verlies van balans worden de beschikbare middelen voor onderhoud aan verhardingen steeds minder efficiënt ingezet. Voor het onderhoud aan de verhardingen waren in 2020 de volgende bedragen beschikbaar.
Begroting 2020
Rekening 2020
Afwijking
Regulier onderhoud verhardingen
€ 1.494
€ 1.512
-€ 18
Vervangingsinvestering verhardingen
€ 679
Bedragen x € 1.000,-
Begroting 2020
Rekening 2020
Afwijking
Regulier onderhoud civieltechnische kunstwerken
€ 148
€ 157
-€ 9
Vervangingsinvestering civieltechnische kunstwerken
€ 300
Bedragen x € 1.000,-
Voor het blijven voldoen aan de beheerkwaliteit is het belangrijk dat vervangingsinvesteringen tijdig worden uitgevoerd. Op dit moment is er nog een redelijke balans tussen beschikbare reguliere middelen en investeringen. De kadernota Beheer van 2017 geeft al aan dat als investeringen niet tijdig worden uitgevoerd, dit negatieve consequenties heeft voor de reguliere onderhoudsmiddelen. Waar vervangingsinvesteringen naar achter zijn verschoven nemen de risico’s toe ten aanzien van achteruitgang in kwaliteit van verhardingen en stijgende beheerkosten. Reguliere onderhoudskosten nemen toe bij het
Uitgevoerd programma 2020 In 2019 en 2020 zijn een aantal risicovolle kunstwerken gedetailleerd geïnspecteerd om restlevensduur en noodzakelijke ingrepen te bepalen. Deze opdracht loopt door tot in 2021. Projectmatig zijn opgepakt:
Resterende ruimte: € 198
Theresialaan - Bredeweg) voor uitvoering in 2022. Op basis van de weginspecties van 2019 is op veel plaatsen klein onderhoud uitgevoerd aan de verhardingen. Zoals eerder vermeld in het algemene deel, zijn de onderhoudscontracten aanbesteed. Verharding maakt hier ook onderdeel van uit. Uitbreiding van areaal is er onder andere geweest met de aanleg van Area M.
Civieltechnische kunstwerken Beleidskader
Actuele staat van onderhoud
Het specifieke beleidskader is het beheerplan ‘Kunstwerken 20172026’. In 2020 heeft een actualisatie plaatsgevonden waarvan de financiële consequenties zijn doorgerekend en verwerkt in de begroting 2021. Het areaal van de kunstwerken is opgedeeld in risicovolle en algemene kunstwerken. Bij de risicovolle kunstwerken is maatschappelijk en/of financieel een groot risico aanwezig. De algemene kunstwerken kennen een kleiner risico bij falen. Dit betreft veelal kleine bruggen, trappen en kleinere duikers.
In 2020 is de inventarisatie en algemene inspectie van de ruim 1.300 civieltechnische kunstwerken afgerond. Deze inventarisatie is de basis voor de actualisatie van het beheerplan civieltechnische kunstwerken. De algemene technische en visuele kwaliteit van de kunstwerken is redelijk. In 2019 en2020 zijn/ de risicovolle kunstwerken gedetailleerd geïnspecteerd.
Vastgesteld kwaliteitsniveau
Financiële consequenties en vertaling in de begroting en rekening
Basiskwaliteit: Een sober en verantwoord beheer, gericht op het boven de ondergrenzen van normen blijven waardoor mede risico’s en klachten worden beperkt.
Voor het onderhoud van kunstwerken waren in 2020 de volgende bedragen beschikbaar.
• Onderhoud is uitgevoerd aan de bruggen over de Roer aan de Andersonweg. • De vervanging van de houten bruggen bij de Bonenberg en de Roodververij. Uitvoering hiervan wordt verwacht in 2021. • De renovatie van twee betonnen bruggen in de Burgemeester Geuljanslaan en de Bisschop Lindanussingel. Dit wordt in 2021 in samenhang met de asfalt- en rioolwerken uitgevoerd. • Voorbereiding renovatie viaduct Venloseweg, met uitvoering in 2021. Verder is in 2020 is een aanlegsteiger bij de Arlo geheel vernieuwd. Deze was door een brand totaal beschadigd en niet meer veilig. Daarnaast is lekkende dakbedekking boven de Passage Kazerneplein vernieuwd en is klein onderhoud uitgevoerd aan diverse kleinere bruggen.
Uitgevoerd programma 2020 In de Groene Kruisbuurt en Stationsbuurt in Swalmen wordt met een doorlooptijd tot 2023 de openbare ruimte integraal weer op niveau gebracht. In 2020 zijn renovaties uitgevoerd dan wel afgerond aan het Munsterplein, de Slachthuisstraat, Koolstraat, Terbaansweg, Randweg / De Meer, Pastoor Adamsstraat en St.Nicolaasstraat. Aanbesteed in 2020 met uitvoering in 2021 zijn Renovatie Burgemeester Geuljanslaan/Bisschop Lindanussingel, Wijkrenovatie Kastelenbuurt en Herinrichting Kapellerlaan. In voorbereiding is Reconstructie Oranjelaan (gedeelte Maria
Resterende ruimte: € 100
Riolering, hemelwaterafvoer en grondwater Beleidskader
Vastgesteld kwaliteitsniveau
Het specifieke beleidskader betreft het Waterketenplan Limburgse Peelen, Het Gemeentelijk Rioleringsplan en Beheerplan riolering 2017-2027, alle in 2017 vastgesteld. Afkoppelen van hemelwater, het voorkomen en aanpakken van wateroverlastknelpunten en het voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater zijn uitgangspunten in het rioolbeleid.
Voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast is goede riolering noodzakelijk. De hiervoor aanwezige infrastructurele ondergrondse openbare ruimte - in hoofdzaak bestaande uit riolering, gemalen, bergbezinkbassins, retentie- en infiltratievoorzieningen - worden onderhouden conform vastgesteld beleid. Hiermee worden de ondergrondse voorzieningen in de openbare ruimte op een verantwoorde wijze beheerd, gericht op het voldoen aan de wettelijke zorgplicht.