Bijlage3 - Meerjarenbaggerplan2022-2032
Tekst van het document
Een verbetering tot 30 % is daarmee haalbaar. Wel moet baggeren periodiek worden herhaald. Indien baggerslib niet periodiek wordt verwijderd komt de waterbodem steeds hoger te liggen en verminderd de waterdiepte. Aan- en afvoer van water kan hierdoor niet meer voldoende gewaarborgd worden. Eventuele vaarrouten kunnen problemen opleveren en de waterkwaliteit kan verslechteren. Omdat afbraakprocessen in het baggerslib zuurstof verbruiken en aan het water onttrekken lopen ondiepe sloten met veel baggerslib het risico zuurstofloos te worden. In een dikke baggerspecie is het moeilijk voor wortelende waterplanten om zich te vestigen. Uiteindelijk wil er dan alleen nog maar kroos groeien. Conform de Kaderrichtlijn Water moeten alle oppervlaktewateren uiteindelijk een goede ecologische toestand hebben en/of krijgen. Wat goed is wordt voor verschillende typen water apart afgeleid. De organismen groepen die een rol spelen bij de bepaling of de ecologische toestand goed is zijn macrofauna, vis, waterplanten en fytoplankton. In kleine wateren met veel bagger gaan de voor zuurstofproductie noodzakelijke waterplanten ontbreken. De baggerspecie vraagt om zuurstof en onttrekt die aan het water zodat er te weinig overblijft voor de macrofauna en de vissen.
Niet meer periodiek baggeren brengt ons dus verder af van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water en leidt tot achteruitgang van de waterkwaliteit. In hele grote wateren met een waterdiepte van meerdere meters kan een dikke baggerspecie aanwezig zijn zonder dat deze direct van invloed is op de zuurstofhuishouding. In deze wateren kan een wat langere baggercyclus worden aangehouden zonder dat dit tot problemen leidt. Toch is het voor de waterkwaliteit in deze grote wateren ook nuttig om af en toe de baggerspecie te verwijderen. Met het verwijderen van de baggerspecie wordt immers organische stof en nutriënten aan het watersysteem onttrokken en kan voldoende diepgang voor vaarrouten worden geborgd.
Pagina 23 van 44
Weergave van de huidige staat
5
Weergave van de huidige staat
5.1
Voorverkenning en voorbereidende werkzaamheden
Om te kunnen bepalen of de oppervlaktewateren voldoen aan de in het voorgaand hoofdstuk genoemde technische (kwaliteit)eisen zijn in 2017 en 2021 peil- en meetwerkzaamheden uitgevoerd in de havens en waterpartijen. Met deze peil- en meetgegevens is de huidige staat van de havens en waterpartijen vastgelegd en is de toetsing aan de technische eisen mogelijk. Uit deze toetsing zal blijken of, wanneer en welke hoeveelheid gebaggerd kan gaan worden. Ten behoeve van het bepalen van de te hanteren technische eisen en om gebruik te kunnen maken van zo volledig mogelijke uitgangspunten hebben ter voorbereiding hierop de volgende activiteiten plaatsgevonden: -
het definiëren van het van toepassing zijnde areaal, het controleren van de volledigheid van het areaal en waar nodig aanvullen; informatie verzamelen van in het verleden uitgevoerde baggerwerkzaamheden en onderzoekswerkzaamheden (vanaf 2007) voor het areaal; het afbakenen van het voor het areaal te hanteren profiel (onderhoudsprofiel/doorstroomprofiel) dat dient te worden beheerd (de baggeropgave); de huidige onderhoudstoestand vastleggen door de volumes te bepalen; een indicatie geven (berekenen op basis van gegevens uit het verleden) voor de te verwachten slibaanwas.
5.2
Stand van zaken per categorie (kwaliteit)
5.2.1
Havens
In onderstaand overzicht wordt een weergave gegeven van de afmetingen van de afzonderlijke havens en van het te verwachten kwaliteitsniveau binnen en buiten het onderhoudsprofiel. Het betreft hierbij een verwachting voor het kwaliteitsniveau van de baggerspecie en vaste bodem die respectievelijk binnen en buiten het onderhoudsprofiel aanwezig is na het bestuderen van historische gegevens (oude waterbodemonderzoeken). Tabel 5.1: Weergave kwaliteitsverwachting per haven Nummer Beschrijving Onderhoudsdiepte m +NAP waterdiepte in meter Industriehavens H1A Schippershaven 12,50 4,25
Kwaliteitsverwachting Binnen onderhoudsprofiel Buiten onderhoudsprofiel (vaste bodem) Klasse Altijd Toepasbaar, klasse A en Klasse B
H1C
Lisbonnehaven
12,50
4,25
Klasse Altijd Toepasbaar, klasse A en Klasse B
H1D
Mijnheerkenshaven
12,50
4,25
Klasse Altijd Toepasbaar, klasse A en Klasse B
14,75
2,00
14,25
2,50
Klasse Altijd Toepasbaar, klasse A en Klasse B Klasse Altijd Toepasbaar, klasse A en Klasse B
Recreatiehavens H2 Roerhaven (vanaf Maas tot Stenen Brug) H3 Haven La Bonne Aventure / Steelhaven
Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse A, Klasse B en klasse Nooit Toepasbaar Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse A, Klasse B en Klasse Nooit Toepasbaar Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse A, Klasse B en Klasse Nooit Toepasbaar Klasse A en Klasse B Klasse A en Klasse B
Pagina 24 van 44
Weergave van de huidige staat
5.2.2
Waterpartijen
In het onderstaande overzicht wordt een weergave gegeven van de afmetingen van de Maasnielderbeek en de vijvers van Hattem met daarbij aangegeven het te verwachten kwaliteitsniveau binnen en buiten het vastgestelde profiel (onderhoudsprofiel). Het betreft hierbij een verwachting voor het kwaliteitsniveau van de baggerspecie en vaste bodem die respectievelijk binnen en buiten het onderhoudsprofiel aanwezig is na het bestuderen van historische gegevens (oude waterbodemonderzoeken). Hierbij is geen rekening gehouden met overstortaansluitingen (puntbron) en andersoortige puntbronnen. Tabel 5.2: Basisniveau afmetingen en weergave kwaliteitsverwachting Nummer Beschrijving Waterpeil Onderhoudsdiepte Kwaliteitsverwachting [m +NAP] [m+ NAP] (diepte Binnen onderhoudsprofiel Buiten onderhoudsprofiel excl.
geul) (vaste bodem) Vijvers W1 Hattem-West 17,32 16,10 – 16,30 Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse A en Klasse B klasse A en Klasse B W2 Hattem-Oost 18,30 16,10 – 16,60 Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse A en Klasse B klasse A en Klasse B Waterpartijen W3 Heidebaan 21,70 21,14 Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse A en Klasse B klasse A en Klasse B W4 Olieslagerstraat 21,70 21,14 Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse A en Klasse B klasse A en Klasse B W5 Gebroek 21,70 21,15 Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse A en Klasse B klasse A en Klasse B W6 Lindelaan 21,70 20,54 Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse A en Klasse B klasse A en Klasse B W7 Gebroeklaan 21,70 20,54 Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse A en Klasse B klasse A en Klasse B W8 Schaatsvijver 21,08 20,00 klasse A en Klasse B Klasse A en Klasse B W9 Kerkeveld 21,08 20,43 klasse A en Klasse B Klasse A en Klasse B W10 Spikkerhoven 21,08 20,40 Klasse Altijd Toepasbaar Klasse Altijd Toepasbaar en en Klasse A Klasse A W11 Hoogvonderen 21,85 21,16 Klasse Altijd Toepasbaar Klasse Altijd Toepasbaar en en Klasse A Klasse A W12 Sint Wirosingel 21,60 20,30 Klasse Altijd Toepasbaar Klasse Altijd Toepasbaar en en Klasse A Klasse A W13 De Wijher 21,08 20,50 Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse Altijd Toepasbaar en Klasse A en klasse B Klasse A W14 Dennemarken 20,33 19,60 Klasse Altijd Toepasbaar, Klasse Altijd Toepasbaar en Klasse A en Klasse B Klasse A
Voor de ligging van de waterpartijen wordt verwezen naar bijlage 2. Watervoorzieningen zoals wadi’s en retentiebekkens zijn doorgaans niet opgenomen in de Legger van het waterschap of in de beheerkaarten van Rijkswaterstaat, waardoor deze (water)voorzieningen niet als oppervlaktewater worden aangemerkt. Deze (water)voorzieningen maken zodoende vaak deel uit van de (land)bodem. Als een (water)voorziening wel in de Legger of een beheerkaart is opgenomen dan is er wel sprake van een oppervlaktewater en dient de betreffende (water)voorziening beleidsmatig als zodanig worden benaderd. Voor het te verwachten kwaliteitsniveau buiten het onderhoudsprofiel (= aanlegprofiel) wordt verwezen naar het gemeentelijk bodembeleid. Bij het gemeentelijk bodembeleid is een Nota Bodembeheer Regio Maas & Roer 2011 – 2021 (gedeelte Roermond incl. bodemkwaliteitskaart) van kracht waarbinnen deelgebieden zijn te onderscheiden met daaraan gekoppeld een kwaliteitsniveau voor de bodem. Voor het kwaliteitsniveau van het (bodem)materiaal binnen het onderhoudsprofiel kan geen uitspraak worden gedaan.
Pagina 25 van 44
Weergave van de huidige staat
5.3
Hoeveelheidsbepaling
5.3.1
Havens
Baggerspecievolume Op basis van de meet- en peilgegevens en de profielen van de havens is inzichtelijk gemaakt welke (deel van de) havens voldoen qua waterdiepte en waar lokale ondiepten aanwezig zijn. Lokaal zijn tijdens de meet- en peilwerkzaamheden bovenwatertaluds, voor de door de meetploeg bereikbare (groene) oevers, meegenomen door extra landmeetwerk mee te nemen. De oevers (bovenwatertaluds) rondom de bedrijfsterreinen van Strabag en Kalle & Bakker zijn hierbij niet meegenomen. Met een verschilberekening is bepaald hoeveel baggerspecie binnen het onderhoudsprofiel aanwezig is. Hierbij is rekening gehouden met de: -
onderhoudsdiepte; onderwatertalud (helling 1 : 3 of helling 1 : 4); overgang (geleidelijk verloop) van het bovenwatertalud naar het onderwatertalud).
Het resultaat van deze verschilberekening levert een hoeveelheid op voor het baggerspecievolume binnen het onderhoudsprofiel die voor het op diepte brengen van de havens dient te worden verwijderd. (zie tabel 5.3). Opgemerkt moet worden dat de berekende volumes (bepaald op basis van slibdiktemeting en het onderhoudsprofiel van de havens) gebaseerd zijn op die delen van de havens die daadwerkelijk ingemeten zijn. Indien nodig heeft bij de berekening van het volume een extrapolatie plaats moeten vinden voor onbereikbare delen van een haven. Tabel 5.3: Baggerspecievolume binnen het onderhoudsprofiel in de havens in 2017* Havens (bij stuwpeil 16,75 m +NAP) Nummer Beschrijving Onderhoudsdiepte Oppervlakte Indicatie Baggerspeciejaarlijkse volume in 2017 slibaanwas m +NAP m m² cm/jaar m3
Gemiddelde slibdikte in 2017 cm
Industriehavens H1A Schippershaven
12,50
4,25
83.400
5
9.050
11
H1C H1D
12,50 12,50
4,25 4,25
26.600 49.100
2,5 5
1.960 5.420
8 12
14,75
2,00
14.291
7
3.280**
32
14,25
2,50
67.400
2,5
6.860
11
Lisbonnehaven Mijnheerkenshaven
Recreatiehavens H2 Roerhaven (vanaf Maas tot Stenen Brug) H3 Haven La Bonne Aventure / Steelhaven
* Bepaald door het verschil te bepalen tussen meet- en peilwerk en het onderhoudsprofiel (in vaste m3). ** Baggerspecievolume gerealiseerd baggerwerk in 2020 was 4.475 m3. Na afronding van dit baggerwerk in 2020 is opnieuw gepeild.
Baggerspecievolume toekomstig Op basis van de beschikbare informatie van eerder uitgevoerde baggerwerkzaamheden in de havens, de meet- en peilgegevens en de profielen van de havens kan eveneens een indicatie worden gegeven voor de slibaanwas voor de periode tot aan het geplande onderhoudsbaggeren. De indicatie van de slibaanwas voor deze periode is een inschatting. Deze heeft tot doel om in beeld te brengen met welke kosten de gemeente in toekomst rekening dient te houden voor de toekomstige baggeropgave. Het baggerspecievolume dat door de toekomstige slibaanwas jaarlijks toeneemt is berekend door de oppervlakte van de haven te vermenigvuldigen met de indicatie voor de jaarlijkse slibaanwas. Uiteindelijk zal in voor aanvang van het onderhoudsbaggeren een bepaald baggerspecievolume en een bepaalde gemiddelde slibdikte in de haven aanwezig zijn (zie de laatste 2 kolommen in tabel 5.4).
Pagina 26 van 44
Weergave van de huidige staat
Tabel 5.4: Indicatie van het baggerspecievolume door slibaanwas in de havens periode 2022 – 2032* Havens (bij stuwpeil 16,75 m +NAP) Nummer Beschrijving Onderhoudsdiepte Oppervlakte Indicatie BaggerspecieGemiddelde jaarlijkse volume die slibdikte slibaanwas door slibaanwas ontstaat m +NAP
m
m²
m3
cm/jaar
Cm
Industriehavens H1A H1C
Schippershaven Lisbonnehaven
H1D Mijnheerkenshaven Recreatiehavens H2
H3
Roerhaven (vanaf Maas tot Stenen Brug) Haven La Bonne Aventure / Steelhaven
12,50 12,50
4,25 4,25
83.400 26.600
5 2,5
37.530 5.985
45 22,5
12,50
4,25
49.100
5
22.095
45
14,75
2,00
14.291
7
6.552
63
14,25
2,50
67.400
2,5
15.165
22,5
* exclusief het baggerspecievolume zoals dat in 2017 aanwezig is (in vaste m3).
Na het vergelijken van het baggerspecievolume in 2032 (dat door slibaanwas is ontstaan in de periode 2022 – 2032) met de som ‘gebaggerde hoeveelheden vanaf 2007’ plus ‘baggerspecievolume 2017’ kan worden vastgesteld dat de betreffende volumes redelijk overeenkomen met elkaar. Het gaat hierbij in beide situaties om een periode van circa 10 jaar. Hierbij op te merken dat de informatie van de gebaggerde hoeveelheden tussen 2007 en 2017 alleen is gebaseerd op beschikbare (historisch) gegevens, waardoor het totaal ervan een minimale aantoonbare hoeveelheid is (zijnde de ondergrens). In de periode 2007 – 2017 hebben in de havens meer baggerwerkzaamheden plaatsgevonden door andere initiatiefnemers, maar gegevens over de hierbij afgevoerde hoeveelheden baggerspecie zijn niet voorhanden. In tabel 5.5 is het voorgenoemde in een overzicht inzichtelijk gemaakt. Tabel 5.5: Overzicht hoeveelheden havens periode 2007 – 2017 en periode 2022 – 2032 Havens (bij stuwpeil 16,75 m +NAP) periode 2007 – 2016 2017 periode 2007 – 2017 Nummer Beschrijving m3 m3 m3 H1A Schippershaven 26.867 9.050 35.917
periode 2022 – 2032 m3 37.530
H1C H1D
Lisbonnehaven Mijnheerkenshaven
4.280
1.960 5.420
1.960 9.700
5.985 22.095
H2
Roerhaven (vanaf Maas tot Stenen Brug)
3.854
3.280
7.134
6.552
H3
Haven La Bonne Aventure / Steelhaven Totaal
8.043
6.860
14.894
15.165
69.605
87.327
5.3.2
Waterpartijen
Op basis van de meetwerkzaamheden uit 2017 en de profielen van de waterpartijen is inzichtelijk gemaakt welke (delen van de) waterpartijen voldoen qua waterdiepte en waar gebaggerd moet worden. Dit is met behulp dwarsprofielen inzichtelijk gemaakt. Ten behoeve van de opbouw van kennis is voor deze dwarsprofielen een vaste, representatieve locatie gekozen. Door telkens op dezelfde locaties te meten ontstaat inzicht in de aangroei van slib in de verschillende waterpartijen over de jaren heen. De locatie van deze dwarsprofielen is te vinden in bijlage 3.
Pagina 27 van 44
Weergave van de huidige staat
Op basis van een verschilberekening is een verwachting uitgesproken over hoeveel baggerspecie vrij kan gaan komen bij het op diepte brengen van de waterpartijen binnen het onderhoudsprofiel. De berekende hoeveelheden zijn opgenomen in de tabellen 5.6 en 5.7. Tabel 5.6: Baggerspecievolume binnen het onderhoudsprofiel voor waterpartijen incl. vijvers (cat. 1) Nummer Beschrijving Gemiddelde Onderhoudsdiepte Onderhoudsdiepte Volume Waterpeil [m +NAP] (diepte [m +NAP] slibdikte [m +NAP] in 2017 (in m3) excl. geul) (diepte incl. geul) in 2017 (in meter) Vijvers W1 Hattem-West 17,32 16,10 – 16,30 1.187 0,25 W2 Hattem-Oost 18,30 16,10 – 16,60 2.835 0,49 Waterpartijen W3 Heidebaan 21,70 21,14 20,14 1.758 0,17 W4 Olieslagerstraat 21,70 21,14 20,14 553 0,09 W5 Gebroek 21,70 21,15 20,15 2.475 0,26 W6 Lindelaan 21,70 20,54 19,54 735 0,11 W7 Gebroeklaan 21,08 20,54 19,54 778 0,11 W8 Schaatsvijver 21,08 20,00 19,00 1.937 0,09 W9 Kerkeveld 21,08 20,43 19,50 1.148 0,10 W10 Spikkerhoven 21,08/21,60 20,43 19,50 734 0,30 W11 Hoogvonderen 21,85 21,16 20,66 1.012 0,21 W12 Sint Wirosingel 21,60 20,50 19,50 2.975 0,29 W13 De Wijher 21,08 20,50 19,50 2.710 0,20 W14 Dennemarken 20,33 19,60 18,60 1.206 0,17
Tabel 5.7: Indicatie slibaanwas waterpartijen en vijvers (cat. 1) periode 2022 – 2032 (0,02 m aanwas per jaar) * Baggerspecievolume die Gemid. waterdiepte door slibslibdikte (tot diepte Oppervlakte Waterpeil aanwas in 2032 te punt, zoals Nummer Beschrijving (2 cm / jaar) in bereiken bij geul) 2032 aanwezig geen actie is
W1 W2 W3 W4 W5 W6 W7 W8 W9 W10 W11 W12 W13 W14
Vijvers Hattem-West Hattem-Oost Waterpartijen Heidebaan Olieslagerstraat Gebroek Lindelaan Gebroeklaan Schaatsvijver Kerkeveld Spikkerhoven Hoogvonderen Sint Wirosingel De Wijher Dennemarken
m +NAP
m +NAP
m
m²
m3
cm
17,32 18,30
16,10 – 16,30 16,10 – 16,60
1,22 2,20
4.822 5.757
2.055 3.871
43 67
21,70
21,14
1,56
10.192
3.593
35
21,70 21,70
21,14 21,15
1,56 1,55
6.210 9.407
1.671 4.168
27 44
21,70 21,08
20,54 20,54
1,54 1,54
6.949 6.923
1.986 2.024
29 29
21,08 21,08
20,00 20,43
2,08 1,58
22.736 11.019
6.065 3.131
27 28
21,08/21,60 21,85
20,43 21,16
2,10 1,19
2.474 4.908
1.179 1.895
48 39
21,60 21,08
20,50 20,50
2,10 1,58
10.298 13.274
4.829 5.099
47 38
20,33
19,60
1,73
7.165
2.496
35
* exclusief het baggerspecievolume zoals dat in 2017 aanwezig is (in vaste m3).
Pagina 28 van 44
Periodiek peilen/meten en baggeren
6
Periodiek peilen/meten en baggeren
6.1
Beheerplan Havens & Waterpartijen versus Meerjarenbaggerplan
De staat voor het merendeel van de havens en waterpartijen was bij de opsteller van het Beheerplan Havens & Waterpartijen 2017 – 2026 onbekend. Uitzondering hierop was de Maashaven, omdat deze in 2016 is gepeild en gebaggerd vanwege de overdracht van de haven aan Boulevard Nautique Roermond. Tevens noemde de opsteller van het beheerplan dat er geen actief beleid gaande was met betrekking tot peilen, baggeren en/of inspecteren van de objecten die tot de beheergroep havens & waterpartijen behoren. Bij het opstellen van het Beheerplan Havens & Waterpartijen 2017 – 2026 waren bij de opsteller alleen de peilingen en bodemkwaliteitsonderzoeken bekend die dateren uit de jaren 2008 en 2009 en welke zodoende door de opsteller als onbruikbaar voor haar beheerplan werden aangemerkt. Door de opsteller is in het beheerplan kenbaar gemaakt dat er voor het krijgen van een gedegen onderhoudsregime eerst een nulmeting zal moeten gaan plaatsvinden en dat daarna met regelmaat opnieuw moet worden gemeten (gepeild). Nulmeting Deze nulmeting is voor onderhavig plan gestart en bestond voor het opstellen van dit plan uit het: − − −
peil- en meetwerkzaamheden havens; meetwerkzaamheden waterpartijen en vijvers; beoordelen (beschikbare) voorgaande waterbodemonderzoeken.
In het Beheerplan Havens & Waterpartijen is tevens aangegeven om ten behoeve van de nulmeting ook het volgende op te pakken: − − −
bepalen van de waterbodemkwaliteit in de vorm van onderzoekswerk; inventarisatie en kwaliteitsbepaling van de oeververdedigingen; inventarisatie en kwaliteitsbepaling (vis)steigers en aanlegvoorzieningen. (Beheergroep Kunstwerken)
Slibaanwas Volgens het Beheerplan Havens & Waterpartijen Gemeente Roermond heeft de opsteller van het beheerplan aangegeven dat de baggerdiepte dient te worden afgestemd op een slibaanwas in 10 jaar. Om de aanwas in beeld te houden is daarom in het beheerplan aanbevolen om na de nulmeting eens in de 5 jaar een peiling uit te voeren. Naast peilen moet volgens het beheerplan onderzoek worden verricht naar de bodemkwaliteit. Op basis van de nulmeting (peilingen en bodemkwaliteit) in combinatie met de theoretische slibaanwas en de historie van slibaanwas kan een onderhoudsregime worden bepaald. Indicatie slibaanwas volgens het beheerplan: Havens:
ingeschat op 0,07 meter per jaar in de havenmond van de schippershaven en een aanwas van 0,05 meter per jaar in de overige havens
Waterpartijen: ingeschat op 0,02 meter per jaar De te hanteren indicatie voor de slibaanwas in onderhavig plan In onderhavig plan is een indicatie voor de slibaanwas, zoals die kan worden verwacht, voor de havens en waterpartijen nader bepaald en dit komt in onderhavig plan al eerder aan bod. De nieuwe indicatie wijkt af van wat in het beheerplan is aangenomen.
Pagina 29 van 44
Periodiek peilen/meten en baggeren
De in dit plan te hanteren ‘indicatie slibaanwas’ is als volgt: Havens:
Schippershaven 0,05 meter per jaar Lisbonnehaven 0,025 meter per jaar Mijnheerkenshaven 0,05 meter per jaar Roerhaven 0,07 meter per jaar Haven La Bonne Aventure 0,025 meter per jaar
Waterpartijen: ingeschat op 0,02 meter per jaar (idem beheerplan) 6.2
Nut en noodzaak van peilen/meten en baggeren nagaan
In 2017 is gestart met het vastleggen van een nulmeting. Hiervoor hebben peil- en meetwerkzaamheden plaatsgevonden in de havens en waterpartijen. Ook is door bestudering van de beschikbare historische informatie voor de havens en waterpartijen een kwaliteitsverwachting en een indicatie voor de slibaanwas bepaald. Aan de hand van de in 2017 verkregen peil- en meetgegevens wordt in samenhang met de profielen van de havens en waterpartijen incl. vijvers voor de periode 2020 – 2032 een verwachting uitgesproken voor het volgende: -
wanneer is peilen/meten noodzakelijk om de hoeveelheid baggerspecie, de laagdikte/samenstelling van de baggerspecie en de waterdiepte te bepalen (meetprotocol)? Het moment van peilen/meten in de havens wordt mede bepaald op basis van: o de bevindingen van de nulmeting; o de ingrijpdiepte- en de onderhoudsdiepte (onderhoudsprofiel); o de slibaanwas.
-
Wanneer, hoeveel en tot welke diepte moet gebaggerd gaan worden?
De meetgegevens die worden verkregen bij het planmatig meten en peilen hebben tot doel om baggervolumes te bepalen die dienen te worden verwijderd binnen het gehanteerde onderhoudsprofiel. De wijze en de intensiteit van het meten en peilen (frequentie) wordt bepaald op basis van ervaring(cijfers), historische informatie (aanleggegevens, aannames etc.) en/of in het verleden uitgevoerd meet- en/of peilwerk. Om een realistisch beeld te hebben van de gemiddelde baggeraanwas en wat het daadwerkelijke te beheren onderhoudsprofiel is, dienen bij het peilen en meten (dwars)profielen te worden meegenomen. Zodra inzichtelijk is gemaakt of, en hoeveel baggerspecie in de oppervlaktewateren aanwezig is die moet worden verwijderd om het gebruik ervan te waarborgen, kan worden bepaald wanneer het wenselijk is om baggerwerkzaamheden uit te voeren. Voordat tot uitvoering kan worden overgegaan is het noodzakelijk om: 1. te beoordelen of het te verwijderen baggervolume voldoende nauwkeurig en eenduidig in beeld is en indien nodig aanvullend peil-/meetwerk verrichten om het te verwijderen baggervolume exacter te kunnen bepalen; 2. het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit en de fysische samenstelling van de te verwijderen baggerspecie en de vaste bodem met een waterbodemonderzoek; 3.
het nagaan of er voor de uit te voeren (bagger)werkzaamheden andere aspecten (zoals een eventuele aanwezigheid van beschermde dieren- en plantensoorten etc.) van belang zijn en indien nodig de daarvoor benodigde activiteiten organiseren en uit laten voeren; 4. een kostenraming op te stellen; 5. een aanbestedingstraject en activiteiten voor de planstudiefase organiseren en uit laten voeren. 6.3
Intensiteit peilen/meten
Naar aanleiding van de verkregen informatie en na uitwerking ervan kan voor intensiteit van het uitvoeren van peil- en meetwerkzaamheden een uitspraak worden gedaan. Hierbij wordt rekening gehouden met de
Pagina 30 van 44
Periodiek peilen/meten en baggeren
situatie zoals die in 2017 en 2021 is gemeten en de indicatie voor de slibaanwas. Tevens wordt hierbij rekening gehouden: -
met het in het baggerprogramma genoemde jaartal van uitvoering baggerwerkzaamheden; met het feit dat in 2027 een actualisatie van onderhavig plan plaatsvindt.
Hierbij op te merken dat de peil- en meetwerkzaamheden in het jaar 2021 zijn gedaan in het kader van het regulier beheer van de havens en waterpartijen. In onderstaande tabellen is aangegeven wanneer de uitvoering van peil- en meetwerkzaamheden gewenst zijn. Tabel 6.1: Uitvoering peil- en meetwerkzaamheden in de havens periode 2022 – 2032 Nummer Beschrijving 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
2030
2031
H1A H1C
Schippershaven Lisbonnehaven
X X
X X
H1D H2
Mijnheerkenshaven Roerhaven (vanaf Maas tot Stenen Brug) Haven La Bonne Aventure
X
X
X
X
X
X
H3
2032
Samenvattend komt het erop neer dat het uitvoeren van ‘periodieke’ peil- en meetwerkzaamheden in de havens om de zes jaar zal worden uitgevoerd. Peilen en meten is een standaard onderdeel van het uitvoeren van een onderhoudsbaggerwerk, waardoor het kan zijn dat de tussenliggende periode tussen twee peilingen minder is dan 6 jaar. Tabel 6.2: Uitvoering peil- en meetwerkzaamheden in de waterpartijen en vijvers periode 2022 – 2032 Nummer Beschrijving 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 Vijvers X X W1 W2
Hattem-West Hattem-Oost
X X
X X
W3
Waterpartijen Heidebaan
X X
X X
W4 W5
Olieslagerstraat Gebroek
X X
X X
W6 W7
Lindelaan Gebroeklaan
X X
X X
W8 W9
Schaatsvijver Kerkeveld
X X
X X
W10 W11
Spikkerhoven Hoogvonderen
X X
X X
W12 W13
Sint Wirosingel De Wijher
X X
X X
W14
Dennemarken
X
X
2032
Het uitvoeren van ‘periodieke’ peil- en meetwerkzaamheden in de waterpartijen en vijvers zal om de vijf jaar worden uitgevoerd. Omdat peilen en meten een standaard onderdeel is van het uitvoeren van een onderhoudsbaggerwerk (slibverwijdering) kan het zo zijn dat de tussenliggende periode tussen twee peiljaren meer of minder dan 5 jaar is. Naast het uitvoeren van de peil- en meetwerkzaamheden in de waterpartijen en vijvers worden ook de duikers geïnspecteerd. Het eerstvolgende jaar waarin alleen de ‘periodieke’ peil- en meetwerkzaamheden in de waterpartijen en vijvers plaatsvinden is het jaar 2026. Als basis voor de ‘periodieke’ peil- en meetwerkzaamheden worden beheertekeningen en de standaard locaties voor de dwarsprofielen (bijlage 3) gebruikt.
Pagina 31 van 44
Periodiek peilen/meten en baggeren
Bij duurzaam structurele monitoring kan na verloop van jaren op basis van de verzamelde meetgegevens en daaruit af te leiden slibaanwas het minimaal benodigde metingsregime bepaald worden. 6.4
Opzet voorbereidende activiteiten uitvoering baggeren
Zodra is vastgesteld dat de nut en noodzaak om te baggeren aanwezig is dienen de uit te voeren baggerwerkzaamheden te worden voorbereid. De onderdelen die deel kunnen uitmaken (zijnde een niet uitputtende opsomming) van de uit te voeren voorbereiding zijn: -
formuleren baggeropgave (scope van het werk vastleggen); planning en begroting opstellen; omgevingsmanagement starten (informeren stakeholders); veldonderzoek uitvoeren (zoals waterbodemonderzoek en ecologische toets); publiekrechtelijke procedures regelen (aard/omvang wordt bepaald door baggeropgave); contract- en aanbestedingsfase.
Nadat de nut en noodzaak om te baggeren is vastgesteld wordt op basis van de peil- en/of meetgegevens de baggeropgave geformuleerd. Zodra de baggeropgave in beeld is moet waterbodemonderzoek worden verricht waarbij de milieuhygiënische kwaliteit van de uit te baggeren baggerspecie in het oppervlaktewater wordt bepaald volgens de NEN 5720 (Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie). Het kan gewenst zijn om bij een dergelijk onderzoek ook de fysische kwaliteit van de baggerspecie te bepalen. De milieuhygiënische (en fysische) kwaliteit van de te verwijderen waterbodem (= baggerspecie) is belangrijk voor het bepalen van de verwerkingsmogelijkheden ervan. Daarnaast is de kwaliteit ook maatgevend voor de maatregelen en/of voorzieningen die bij de uitvoering van het werk genomen moeten worden. In bepaalde situaties kan het gewenst en/of nodig zijn om ook de milieuhygiënische kwaliteit van de vaste bodem in het oppervlaktewater te bepalen.
Pagina 32 van 44
Baggerprogramma en kosten
7
Baggerprogramma en kosten
7.1
Risico gestuurd beheer baggerprogramma
Onderhoudsbaggerwerk gebeurt om problemen met doorstroming, scheepvaart, ecologie of vervuiling te voorkomen. In hoofdzaak vormt de gemiddelde slibdikte de reden om periodiek in te grijpen wanneer na peilen blijkt dat het NAP-niveau van de waterbodem zich bevindt ter hoogte van de ingrijpdiepte. De planning van baggerwerkzaamheden gebeurt daarmee op basis van meting van bodemhoogtes, monitoring, het rekening houden met de verwachte slibaanwas en het gebruik. Overige zaken om rekening mee te houden in het bepalen van de noodzaak tot baggeren is de mogelijke aanwezigheid van lokale ondiepten die voor de scheepvaart of doorstroming al op een eerder moment hinderlijk kunnen zijn dan vanuit de gemiddelde slibdikte af te leiden. Voor de industriehavens is van invloed op het baggerprogramma het feit dat in Roermond slechts een kielspeling aanwezig is van 0,5 meter. De gewenste kielspeling voor schepen in havens is daar en tegen 1 meter, het verdiepen van Roermond haar havens is niet voorzien. Door het hanteren van een ingrijpmaat is het mogelijk om te streven naar een kielspeling die ligt tussen 0,5 en 1 meter. Verder kunnen ontwikkelingsplannen of (aangekondigde) wijzigingen in wet- en regelgeving aanleiding geven eerder of juist later te willen baggeren.
Zo zijn bij de industriehavens nieuwe maatregelen tegen hoogwater in voorbereiding en ligt de recreatiehaven La Bonne Aventure in het ontwikkelingsgebied van Roerdelta 3. Nieuwe informatie over deze ontwikkelingen kan reden zijn tot gewenste wijziging van onderdelen van het baggerprogramma. Op basis van structurele monitoring en waarnemingen en nieuw binnenkomende informatie wordt het baggerprogramma periodiek geactualiseerd. 7.2
Uitgangspunten en prioritering
Voor het baggerprogramma en de daarin gehanteerde prioritering worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
de jaarlijkse slibaanwas is een gemiddelde;
•
het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het baggeren van een haven gepland is, wordt gezien als voorbereidingsjaar;
•
met het oog op de kosteneffectiviteit worden baggerwerken niet afzonderlijk meegenomen in het programma, maar zo mogelijk gezamenlijk.
Voor de kosteninschatting van baggerwerkzaamheden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
er is gebruik gemaakt van de in 2017 en 2021 uitgevoerde en aangeleverde peil- en meetwerkzaamheden en volumebepalingen welke door IGL B.V. in opdracht van gemeente Roermond zijn uitgevoerd;
•
er is gebruik gemaakt van de verzamelde peil- en meetgegevens en de verkregen bevindingen en ervaringen bij die havens en waterpartijen waar vanaf 2020 onderhoudsbaggerwerk (slibverwijdering) heeft plaatsgevonden;
•
de kosten zijn naar eigen inzicht en ervaring opgesteld en hierbij is ook gebruik gemaakt van de beschikbare informatie uit het verleden (vanaf het jaar 2007);
•
er is ervan uit gegaan dat voor de te verwijderen baggerspecie een milieuhygiënisch kwaliteitsniveau wordt verwacht van maximaal kwaliteitsklasse B. Op basis van milieuhygiënische waterbodemkwaliteitsgegevens uit het verleden die zijn beoordeeld en door baggerwerkzaamheden die hebben
Pagina 33 van 44
Baggerprogramma en kosten
plaatsgevonden is dit als zodanig voor het bepalen van de kosten voldoende dekkend. Lokaal kan een eventuele slechtere milieuhygiënische waterbodemkwaliteit aanwezig zijn (Nooit Toepasbaar), maar procentueel gezien zal dit ten opzichte van het totale baggervolume beperkt zijn en zal dit kostentechnisch gezien geen onacceptabel effect gaan hebben; •
De extra kosten ten gevolge van PFAS-bodemvervuiling en stikstofdepositie (PAS) zijn geraamd op basis van wat daarover bekend is ten tijde van het opstellen van dit plan;
•
De voorziene werkzaamheden voor de versterking van de primaire waterkering ter plaatse van de Willem-Alexanderhaven door Waterschap Limburg die in de periode van 2023 t/m 2025 is voorzien;
•
de kosten voor waterbodemonderzoekswerk en peil- en meetwerkzaamheden zijn grof geschat en meegenomen als kostenpost in het baggerprogramma.
7.3
Baggerprogramma voor de havens
Op basis van de uitgangspunten en de bepaalde prioritering is in 2020 een aanvang gemaakt met het baggerprogramma voor de havens en is gestart met baggerwerk van een eerste haven (Roerhaven). In 2022 is het baggerprogramma geactualiseerd op basis van beschikbare (actuele) gegevens. De planning van het baggeren is daarbij bezien vanuit de in hoofdstuk 4 beschreven uitgangspunten. De in periode van 2020 t/m 2022 uitgevoerde werkzaamheden zijn in tabel 7.1a opgenomen. De nog uit te voeren werkzaamheden (zoals meten/peilen, voorbereiding onderhoudsbaggerwerk en uitvoering onderhoudsbaggerwerk) van het baggerprogramma staan per haven in de onderstaande tabel 7.1b weergegeven. Tabel 7.3 geeft de berekende kosten bij het geplande baggerprogramma voor de havens. Tabel 7.1a: Uitgevoerd voor de havens in de periode 2020 – 2022 Nummer Beschrijving 2020 2021 2022 H1A H1C
Schippershaven Lisbonnehaven
H1D H2
Mijnheerkenshaven Roerhaven (vanaf Maas tot Stenen Brug) Haven La Bonne Aventure / Steelhaven
H3
Uitgevoerd baggerwerk
Tabel 7.1b: Beoogde baggerjaar voor de havens Nummer Beschrijving 2022 2023 2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Schippershaven Lisbonnehaven
P P
W
P P
H1D H2
Mijnheerkenshaven Roerhaven (vanaf Maas tot Stenen Brug) Haven La Bonne Aventure / Steelhaven
P
W
P
H3
W1
W
2031
H1A H1C
P
P
2032
P+W
W
P
W = baggerwerkzaamheden, P = peilwerkzaamheden
1
Vanwege slibaanwas hoogwater 2021
Pagina 34 van 44
Baggerprogramma en kosten
Tabel 7.2: Te maken kosten voor het baggerprogramma van de havens (in € ‘s) NumBeschrijving 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 mer H1A Schippershaven 2.000 82.800 745.200 H1C H1D H2
H3 TOTAAL
Lisbonnehaven Mijnheerkenshaven Roerhaven (vanaf Maas tot 15.000 80.000 Stenen Brug) Haven La Bonne Aventure / Steelhaven 15.000 80.000
2029
2030
2031 2.000
2.000
18.525 166.725
2.000
2.000
62.925 566.325
2.000
2.000
4.000
2032
35.000 339.500
81.750 735.750
4.000
0 12.000 164.250 733.050 745.200 81.750 770.750 349.500
0
Onderstaand overzicht in tabel 7.3 geeft de programmakosten baggeren verdeeld naar havenfunctie weer. Tabel 7.3: Meerjarig baggerplan havens (in € ‘s) Onderhoudskosten 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 meten/peilen en baggeren Baggeren 15.000 80.000 0 6.000 0 0 81.750 770.750 343.500 0 jachthavens Baggeren 0 0 0 6.000 164.250 733.050 745.200 0 0 6.000 0 industriële haven
7.4
Baggerprogramma voor de waterpartijen
Na toetsing van de in 2017 bepaalde slibdikten met diens baggerspecievolume voor de betreffende oppervlaktewateren blijkt dat er voor de helft van de waterpartijen een verondieping van minimaal 25% van de waterkolom aanwezig is en/of de aanwezige geul is dichtgeslibd. Voor het groot ander deel van de oppervlaktewateren is er sprake van een verondieping van de waterkolom van 20% tot 25% aanwezig. Dit geeft een noodzaak tot onderhoudsbaggerwerk op korte termijn. De voorbereidingen zijn daarom gestart in 2019. In de jaren 2021 en 2022 is onderhoudsbaggerwerk (slibverwijdering) uitgevoerd in diverse waterpartijen en vijvers. Vanuit ecologische eisen kunnen de waterpartijen en vijvers alleen in de wintermaanden gebaggerd worden en moet dit gecompartimenteerd gebeuren. Tussen het baggeren van de compartimenten moet voldoende tijd zitten voor de flora en fauna om zich te herstellen. Het baggeren is mede daarom over meerdere jaren gespreid. Hierdoor kan ook flexibel worden ingesprongen op de uitkomsten van de flora & fauna onderzoeken die lopende het baggerprogramma moeten worden uitgevoerd. Op basis van de uitgangspunten en de bepaalde prioritering is in 2021 een aanvang gemaakt met het baggerprogramma voor de waterpartijen en is gestart met de eerste fase. In 2022 is het baggerprogramma geactualiseerd op basis van beschikbare (actuele) gegevens.
De planning van het baggeren is daarbij bezien vanuit de in hoofdstuk 4 beschreven uitgangspunten. De in periode van 2020 t/m 2022 uitgevoerde werkzaamheden zijn in tabel 7.4a opgenomen. Op basis van de uitgangspunten en de bepaalde prioritering is een baggerprogramma opgesteld. Het baggerprogramma loopt tot en met 2032. De nog uit te voeren werkzaamheden (zoals meten/peilen, voorbereiding onderhoudsbaggerwerk en uitvoering onderhoudsbaggerwerk) van het baggerprogramma staan per waterpartij in de onderstaande tabel 7.4b weergegeven. Tabel 7.5 geven de berekende kosten bij het geplande baggerprogramma voor de waterpartijen en tabel 7.6 geeft de programmakosten samenvattend weer.
Pagina 35 van 44
Baggerprogramma en kosten
Tabel 7.4a: Uitgevoerd voor de waterpartijen en vijvers in de periode 2020 – 2022 Nummer Beschrijving 2020 2021 2022 Vijvers W1 W2
Hattem-West Hattem-Oost
uitgevoerd (fase 2) uitgevoerd (fase 1)
W3
Waterpartijen Heidebaan
uitgevoerd (fase 1)
W4 W5
Olieslagerstraat Gebroek
W6 W7
Lindelaan Gebroeklaan
W8 W9
Schaatsvijver Kerkeveld
W10 W11
Spikkerhoven Hoogvonderen
W12 W13
Sint Wirosingel De Wijher
W14
Dennemarken
uitgevoerd (fase 1) uitgevoerd (fase 2) uitgevoerd (fase 2)
uitgevoerd (fase 2)
Tabel 7.4b: Beoogde baggerjaar voor de waterpartijen en vijvers
Nr. W1 W2 W3 W4 W5 W6 W7 W8 W9 W10 W11 W12 W13 W14
Beschrijving Vijvers Hattem-West Hattem-Oost Waterpartijen Heidebaan Olieslagerstraat Gebroek Lindelaan Gebroeklaan Schaatsvijver Kerkeveld Spikkerhoven Hoogvonderen Sint Wirosingel De Wijher Dennemarken
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 Peilen Peilen n.n.b. n.n.b. Peilen Peilen n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. fase 3 n.n.b. fase 3 n.n.b. fase 3 n.n.b. fase 3 n.n.b. n.n.b. fase 3 n.n.b. fase 4 n.n.b. fase 4 n.n.b.
n.n.b.: nog nader bepalen (o.b.v. de peil- en meetgegevens van het jaar 2031) Tabel 7.5: Te maken kosten voor het baggerprogramma van de waterpartijen en vijvers (in € ‘s) Beschrijving 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 alle vijvers en 24.000 100.000 waterpartijen 417.000 fase 2 fase 3
634.000
fase 4 n.n.b.
35.000 589.000
Totaal
417.000 669.000 589.000
2032
350.000 0
24.000
0
0
Tabel 7.6: Meerjarig baggerplan waterpartijen en vijvers (in € ‘s) Onderhoudskosten meten/peilen 2022 2023 2024 2025 2026 en baggeren Baggeren vijverpartijen
417.000 669.000 589.000
0
24.000
0
0 100.000 350.000
2027 2028 2029 2030 0
0
0
0
2031
2032
100.000 350.000
Pagina 36 van 44
Baggerprogramma en kosten
7.5
Totaal voorziene uitgaven meerjarenbaggerplan
In de paragraven 7.3 en 7.4 zijn aangegeven de planning en kosten van de verschillende werkzaamheden gesplitst in havens en waterpartijen voor de periode 2022 tot en met 2032. Ten behoeve van het overzicht volgt hieronder de tabel met het totaaloverzicht van voorziene uitgaven vanuit dit meerjarenbaggerplan. Tabel 7.7: Meerjarig baggerplan totaal overzicht uitgaven havens en waterpartijen (in € ‘s)
(bedragen x € 1.000)
Meerjarenbaggerplan 2022 - 2032 Areaal
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
Vijverpartijen
417
669
589
0
24
0
0
0
0
100
350
Jachthavens
15
80
0
6
0
0
0
82
771
344
0
Industriële havens
0
0
0
6
164
733
745
0
0
6
0
Totaal uitgaven
432
749
589
12
188
733
745
82
771
450
350
Pagina 37 van 44
Bijlage 1: Overzichtstekening beheer havens en waterpartijen
Bijlage 1: Overzichtstekening beheer havens en waterpartijen
Pagina 38 van 44
Bijlage 1: Overzichtstekening beheer havens en waterpartijen
Pagina 39 van 44
Bijlage 2: Overzichtstekening beheerindeling waterpartijen
Bijlage 2: Overzichtstekening beheerindeling waterpartijen
Pagina 40 van 44
Bijlage 2: Overzichtstekening beheerindeling waterpartijen
Pagina 41 van 44
Bijlage 3: Overzichtstekeningen dwarsprofielen en stuwpeilen waterpartijen
Bijlage 3: Overzichtstekeningen dwarsprofielen en stuwpeilen waterpartijen
Pagina 42 van 44
Bijlage 3: Overzichtstekeningen dwarsprofielen en stuwpeilen waterpartijen
Pagina 43 van 44
Bijlage 4: overzicht classificatie binnenvaartvloot door Rijkswaterstaat
Bijlage 4: overzicht classificatie binnenvaartvloot door Rijkswaterstaat
Pagina 44 van 44