Bijlage - ontwerp ruimtelijke onderbouwing herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat Gemeente Roermond
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat Gemeente Roermond
Status:
concept
Datum:
17 juni 2022
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 6 7
Aanleiding Ligging en begrenzing besluitgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Beschrijving ontwikkeling
9
2.1 2.2 2.3
9 10 12
Ruimtelijke en functionele context Huidige situatie Beoogde situatie
Hoofdstuk 3 Beleidskader
21
3.1 3.2 3.3 3.4
21 24 25 26
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten
29
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
29 29 30 30 32 33 34 35 37 42 45 47
Inleiding Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Geur Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Ecologie Waterparagraaf Archeologie en cultuurhistorie Leidingen
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid
49
5.1 5.2
49 49
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 6 Procedure
51
6.1 6.2 6.3 6.4
51 51 51 51
De te volgen procedure Terinzagelegging Watertoets Vooroverleg met diensten van Rijk en provincie
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
3
6.5
Vaststelling
51
Ruimtelijke onderbouwing
4
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het voornemen bestaat om het terrein aan de Schepen van Hertefeltstraat te Roermond, waar voorheen een basisschool was gevestigd, te transformeren naar een woonlocatie. De bebouwing van de voormalige basisschool is inmiddels gesloopt waardoor het terrein momenteel braak ligt. De herstructurering van de voormalige basisschool locatie ziet toe op de ontwikkeling van 20 grondgebonden woningen. De 20 grondgebonden woningen zijn onder te verdelen in 8 DUO-woningen fabricaat Barli (kleine gezinswoningen) en 12 geschakelde eengezinswoningen (nultrede c.q. levensloopbestendig). De voorgenomen ontwikkeling is middels een principeverzoek reeds voorgelegd aan het bevoegd gezag van de gemeente Roermond. In overleg met Wonen Zuid en bij brief d.d. 13 april 2022 heeft gemeente Roermond kenbaar gemaakt onder voorwaarden in principe medewerking te verlenen aan de ontwikkeling. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, dient van het vigerende bestemmingsplan te worden afgeweken. Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld als onderdeel van de aanvraag voor de noodzakelijke omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De Wabo bevat twee procedures voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, te weten de reguliere en de uitgebreide procedure. In het onderhavige geval, waarbij afgeweken wordt van het vigerende bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 Wabo, dient de uitgebreide procedure te worden gevolgd.
1.2
Ligging en begrenzing besluitgebied
Het besluitgebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Roermond, ten noordoosten van de historische kern en maakt onderdeel uit van de wijk Maasniel. Het besluitgebied wordt gevormd door het perceel kadastraal bekend als gemeente Maasniel, sectie C, nummer 3144. Het besluitgebied wordt aan de westzijde begrensd door de Schout Offermanstraat, aan de noordzijde door de Schepen van Hertefeltstraat, aan de oostzijde door de Schout Kellenerstraat en aan de zuidzijde door een meerlaags appartementencomplex dat gesitueerd is aan de gebiedsontsluitingsweg de Elmpterweg.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
5
Luchtfoto met kadastrale gegevens en begrenzing besluitgebied (rode contour)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het besluitgebied geldt het bestemmingsplan 'Maasniel' (vastgesteld 20 februari 2008). Het besluitgebied is bestemd als 'Maatschappelijke doeleinden' met de aanduiding 'maximum nokhoogte: 4 m'. De directe omgeving van het besluitgebied bestaat overwegend uit de bestemming 'Wonen' en 'Woongebouw'. Uitzondering hierop zijn de twee ten oosten van het besluitgebied gelegen groenstroken en de ten zuidwesten van het besluitgebied gelegen bestemmingen 'Gemengde doeleinden I'.
6
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Uitsnede vigerend bestemmingsplan met besluitgebied bij rode contour De als maatschappelijke doeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke doeleinden met daaraan ondergeschikt verkeersvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen (inclusief waterpartijen en - gangen) met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en open terreinen. Onder maatschappelijke doeleinden wordt verstaan: doeleinden ten behoeve van educatieve, sociale, sociaal-medische, sociaal culturele, (para-)medische en levensbeschouwelijke voorzieningen, alsmede voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van begeleid wonen en van de openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. De functie wonen is binnen maatschappelijke doeleinden niet toegestaan. Op basis van het vigerend bestemmingsplan is de realisatie van 20 woningen binnen het besluitgebied derhalve niet rechtstreeks mogelijk. Een woonfunctie is ter plaatse van de als 'Maatschappelijke doeleinden' bestemde gronden niet rechtstreeks toegestaan. Tevens zal de op basis van het vigerende bestemmingsplan toegestane maximale nokhoogte van 4 meter overschreden worden bij de bouw van de 20 woningen (1 bouwlaag met kap).
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een toelichting op het plan voor de transformatie van het besluitgebied naar een woonlocatie. In hoofdstuk 3 is de toets van het initiatief aan het relevante planologisch beleid uitgewerkt. Daarna worden de planologisch en milieukundig relevante aspecten (hoofdstuk 4) belicht. In de afsluitende hoofdstukken (5 en 6) zijn de exploitatie en uitvoerbaarheid van het plan, alsmede de procedure toegelicht.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
7
8
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving ontwikkeling
Ruimtelijke en functionele context
Het besluitgebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Roermond ten noordoosten van het historisch centrum en maakt onderdeel uit van de wijk Maasniel. Het besluitgebied is verder gelegen op een afstand van ca. 540 meter ten zuiden van de provinciale weg N280 en op ca. 950 meter afstand ten westen van de Rijksweg A73. Aan de overzijde van de N280 ligt een bedrijventerrein waarnaast Designer Outlet Roermond is gevestigd.
Globale ligging besluitgebied in wijdere omgeving Het besluitgebied is gelegen in de wijk Maasniel, in het oosten van de kern Roermond. Dit betreft veelal een woonwijk met solitaire functies zoals bedrijvigheid, detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen. Aan de noordwestkant wordt het besluitgebied veelal omgeven door geschakelde woningbouw met nok richting parallel aan de straat. Ten oosten en zuiden van het besluitgebied is naast geschakelde woningbouw eveneens gestapelde woningbouw van maximaal 5 bouwlagen gesitueerd. De rest van de wijk Maasniel heeft een gedifferentieerde opbouw met vrijstaande, halfvrijstaande, geschakelde en gestapelde woningen. Ten zuidwesten van het besluitgebied ligt een strook met een aantal winkels in 1 bouwlaag en plat afgedekt. Dit betreffen bloemenkiosk, Welkoop, kantoor, CZ, tegels/natuursteen en boekhuis. Tevens bevindt zich hier een geldautomaat. Verder is de gebiedsontsluitingsweg Elmpterweg op ca. 60 meter ten zuiden van het besluitgebied gelegen. Deze weg vormt vanuit het hart van de wijk Maasniel de verbinding met de aan de oostkant van Roermond gevestigde woonboulevard, welke aan de westzijde van de Rijksweg A73 is gevestigd. De Wilhelminalaan vormt aan de westzijde van het besluitgebied een gebiedsontsluitingsweg in de richting van de N280.
De groenstrook ten oosten van het besluitgebied, parallel aan de Schout Offermanstraat, vormt de entree richting de groene recreatieve zone waar een aantal sportverenigingen gevestigd is.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
9
2.2
Huidige situatie
In de huidige situatie zijn binnen het besluitgebied geen panden of bouwwerken aanwezig van de voormalige school locatie. De bebouwing is reeds gesloopt en het besluitgebied bestaat in de huidige situatie uit een braakliggend terrein waar enkele bomen op gesitueerd zijn.
Het besluitgebied betreft een braakliggend terrein
Kijkend in noordelijke richting vanaf de oostzijde van het besluitgebied De bebouwing in de directe omgeving van het besluitgebied bestaat uit een combinatie van geschakelde woningbouw en gestapelde woningbouw. Het besluitgebied is gezien de ligging van de bushalte ten oosten van het besluitgebied goed ontsloten via het openbaar vervoer. Aan de oostelijke zijde van het besluitgebied zijn 5 openbare parkeervakken gesitueerd.
10
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Luchtfoto besluitgebied Op de luchtfoto is te zien dat het besluitgebied aan 3 zijdes wordt ingesloten door een verkeersbestemming. Aan de zuidzijde wordt de grens gevormd door het parkeerterrein en de belending van het appartementencomplex.
Bebouwing appartementencomplex ten zuiden van besluitgebied De bebouwing in de directe omgeving van het besluitgebied is redelijk hoog. De bebouwing bestaat uit eengezinswoningen (2 bouwlagen met kap) tot 5-laagse appartementencomplexen.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
11
Kijkend vanaf Schepen van Hertefeltstraat in oostelijke richting
Kijkend in noordelijke richting vanaf Schout Offermanstraat
2.3
Beoogde situatie
2.3.1 Stedenbouwkundig ontwerp Woningen/appartementen Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de transformatie van de voormalige school locatie naar een woonlocatie. In het kader hiervan is de voormalige bebouwing in het besluitgebied reeds gesloopt. Ter plekke van de school locatie worden 20 woningen opgericht. Dit betreffen: 8 kleine gezinswoningen van woningtype DUO van het fabricaat Barli;
12
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
12 eengezinswoningen (nultrede c.q. levensloopbestendig).
Inrichtingstekening planvoornemen Middels het planvoornemen worden als het ware 4 woonblokken gerealiseerd. Hiervan zijn 3 woonblokken geschakelde eengezinswoningen (nultrede c.q. levensloopbestendig) en bestaat een woonblok uit de 8 kleine gezinswoningen. De kleine gezinswoningen zijn in de richting van het centraal gelegen openbare hofje georiënteerd en aan de achterzijde richting het aangrenzende appartementencomplex aan de zuidzijde van het besluitgebied. De overige 3 woonblokken zijn met de voorzijde in de richting van de openbare weg georiënteerd. De bebouwing middels het planvoornemen vormt een op elkaar aansluitend geheel en heeft een juiste stedenbouwkundige hoogte aan de straatzijde en een intiemere menselijke maat aan de hofzijde. De typologie van de woonblokken is als familie van de naastgelegen DUO-woningen van het fabricaat Barli. De typologie van de beoogde bebouwing sluit aan bij de geschakelde bebouwing in de omgeving van het besluitgebied. Tevens wordt voorzien in het nodige groen en padenstructuur door het besluitgebied. Door de realisatie van 20 hoogwaardige woningen in combinatie met groen en padenstructuur, wordt invulling gegeven aan een braakliggend terrein binnen het stedelijk gebied. Dit komt tevens de uitstraling c.q. beleving van de nabijgelegen bestaande bebouwing ten goede.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
13
14
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Impressie planvoornemen De woningtypen in het planvoornemen worden hieronder nader toegelicht c.q. beschreven. Woningtype DUO van het fabricaat Barli De 8 woningen conform woningtype DUO van het fabricaat Barli betreffen de 8 woonunits die aan de zuidzijde van het perceel gesitueerd worden. Deze woningen hebben een gevelhoogte van 6,0 meter en een bouwhoogte van 10,0 meter. De woningen hebben een achtertuin gericht op het zuiden in aansluiting op het aangrenzende appartementencomplex aan de zuidzijde van het besluitgebied. In de achtertuin wordt voorzien in een berging.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
15
Indeling begane grond woningtype DUO van het fabricaat Barli Woningtype geschakelde eengezinswoningen (nultrede c.q. levensloopbestendig) De 12 geschakelde eengezinswoningen (nultrede c.q. levensloopbestendig) betreffen de drie woonblokken middels het planvoornemen. De woningen hebben een beukmaat van 6,90 meter en een eigen voor- en achtertuin. De voorzijde van dit woningtype is gelegen richting het straatprofiel. De achtertuinen zijn gelegen aan het hofje aan de achterzijde van de woningen. Dit hofje blijft in eigendom van Wonen Zuid en zal of semi-openbaar of privaat terrein worden.
16
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
17
Indeling begane grond woningtype geschakelde eengezinswoningen (nultrede c.q. levensloopbestendig) 2.3.2 Verkeer en parkeren Verkeer
18
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Het besluitgebied wordt via de Schout Offermanstraat, de Schepen van Hertefeltstraat en de Schout Kellenerstraat aangesloten op de gebiedsontsluitingsweg Elmpterweg. Voor de ontsluiting van het besluitgebied wordt gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur. Door gebruik te maken van de bestaande infrastructuur wijzigt de verkeerssituatie ter plaatse niet of nauwelijks. Het aantal woningen neemt ter plaatse wel toe. Echter, de verkeersbewegingen van en naar de voormalige school komen te vervallen. Het aantal verkeersbewegingen dat in het verleden, ten gevolge van de school locatie, plaatsvond wordt met behulp van de CROW-normen nader ingeschat. Voor een basisschool (basisonderwijs) gelegen in sterk stedelijk gebied - schil centrum zijn geen nadere normen voor het maximaal aantal verkeersbewegingen opgenomen, aangezien dit per locatie sterk verschillend kan zijn. Bij verkeerskundig onderzoek van basisschool De Plaats (XTNT, eindrapport Utrecht 12 oktober 2018, Bijlage 1), is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd voor een school locatie vergelijkbaar met onderhavig besluitgebied. De locaties zijn beide gelegen binnen in een schil van het centrum in een sterk verstedelijkt gebied. In het onderzoek werd een gemiddeld aantal voertuigbewegingen van 83 per dag geteld.
Op basis van de CROW-normen wordt het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van onderhavige ontwikkeling in de nieuwe situatie geschat. De woningen komen overeen met de categorie tussen/hoekwoning. De verkeersgeneratie van de 20 eengezinswoningen betreft op basis van de kenmerken (huur, huis, sociale huur) gelegen in sterk stedelijk gebied - schil centrum een maximale verkeersgeneratie van 4,7 per woning. De totale maximale verkeergeneratie van de 20 eengezinswoningen betreft (20 * 4,7 =) 94 per etmaal. Ongeacht of de verkeersgeneratie middels het planvoornemen zal toenemen of afnemen, is een verkeersgeneratie van 94 per etmaal gezien de huidige ontsluiting ter hoogte van het besluitgebied acceptabel. Bestemmingsverkeer zal de wijk niet intrekken, gezien de ligging van het besluitgebied nabij gebiedsontsluitingsweg Elmpterweg. De omliggende infrastructuur is ontworpen om drukke verkeerssituaties snel te verwerken, zoals piekmomenten van de voormalige basisschool. Parkeren Ten behoeve van het parkeren is een parkeeronderzoek c.q. parkeerbalans (Kragten, 21 augustus 2020, Bijlage 2) uitgevoerd. Hierin is de benodigde parkeervraag berekend op basis van de 'Nota parkeernormen 2014 Gemeente Roermond'. De hierin opgenomen parkeernormen zijn strenger dan de parkeernormen opgenomen in de geldende 'Nota parkeernormen 2021 Gemeente Roermond'.
In onderhavig onderzoek is feitelijk gezien sprake van een strengere toetsing dan de geldende normen, waardoor het planvoornemen eveneens voldoet aan de huidige parkeernormen. De woningen komen overeen met de categorie tussen/hoekwoning. Dit betekent dat per woning 1,9 parkeerplaats beschikbaar moet zijn. Dit levert uitgaande van 20 woningen een totale parkeerbehoefte op van 38 parkeerplaatsen voor de nieuwe woningen.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
19
Parkeerplaatsen middels planvoornemen Aan de oostzijde van het besluitgebied zijn in de huidige situatie reeds 5 parkeerplaatsen gevestigd. Middels het planvoornemen worden aan de noordzijde van het besluitgebied 7 parkeerplaatsen toegevoegd. Aan de westelijke zijde van het besluitgebied worden middels het planvoornemen 13 haakse parkeervakken gerealiseerd. In de toekomstige situatie zullen er 25 parkeerplaatsen, 5 reeds aanwezig en 20 middels planvoornemen toegevoegd, rondom het besluitgebied aanwezig zijn. Hiermee zou sprake zijn van een tekort zijn van 13 parkeerplaatsen. Echter in het parkeeronderzoek wordt geconcludeerd dat conform de parkeereis van 1,9 parkeerplaats per woning er genoeg parkeerplekken beschikbaar zullen zijn. De direct aangrenzende straten kunnen vrijwel alle toename opvangen. Daarbij dient als kanttekening geplaatst te worden dat de parkeerdrukmeeting is uitgevoerd tijdens de coronamaatregelen, waardoor de parkeerdruk hoger ligt dan normaal. Parkeren is daarmee in voldoende mate gewaarborgd. De maatvoering van de parkeerplaatsen is overeenkomstig de CROW en worden door de gemeente verder ontworpen en aangelegd in de openbare ruimte. Hierover zijn nadere afspraken gemaakt tussen Wonen Zuid en de gemeente.
20
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Gemeenten zijn niet geheel vrij in het vaststellen en uitvoeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen vastgestelde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. Hierna worden kort de belangrijkste punten uit de verschillende beleidsdocumenten voor het besluitgebied weergegeven, aangezien deze mede uitgangspunt voor het lokale maatwerk zijn.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die naar verwachting per 1 januari 2023 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.
Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De opgave is daarbij om de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050 negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht. Daarnaast streeft het kabinet ernaar om in 2030 te voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden.
Ook het tot een verwaarloosbaar niveau terugbrengen van omgevingsrisico's als gevolg van industriële activiteiten en transport (omgevingsveiligheid) is onderdeel van de opgave.
Gevolg planvoornemen In dat kader wordt voortgeborduurd op de SVIR en voorziet onderhavige voornemen in een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Het betreft de transformatie van een school locatie naar woonlocatie waarbij een vrijkomende locatie een passende functie krijgt en bijdraagt aan een goede woningvoorraad door de realisatie van de juiste woningen voor de juiste doelgroepen. Hiermee wordt aangesloten op de
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
21
veranderende woningmarkt. De nieuwe woningen worden daarbij klimaatbestendig, duurzaam en natuurinclusief gerealiseerd en wordt hiermee een bijdrage geleverd aan een veilige en gezonde leefomgeving. Verder voorziet de NOVI niet in onderwerpen die op het besluitgebied van toepassing zijn. Dit houdt in dat met het planvoornemen een bijdrage wordt geleverd aan de grote actuele woningbehoefte en er verder geen beperkingen vanuit de NOVI gelden. 3.1.2 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. project Mainportontwikkeling Rotterdam; 2. kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; 3. grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; 4. toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; 5. Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; 6. verstedelijking in het IJsselmeer; 7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur.
Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.
Gevolg ontwikkeling Onderhavig besluitgebied is niet gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. Het Barro en het Rarro hebben geen consequenties voor onderhavige ontwikkeling en vormen derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening en Ladder van duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een ruimtelijke plan die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het ruimtelijk plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zoals gezegd is de Ladder-onderbouwing verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan.
Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan
22
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie zijn 11 woningen (welke op één en dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd. Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus 12.
Gevolg ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 20 woningen. Hiermee is sprake van een stedelijke ontwikkeling en dient in het kader van de Ladder de behoefte aan de ontwikkeling op onderhavige locatie nader te worden onderbouwd. Aan de hand van de structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 is in paragraaf 3.3.1 nader onderbouwd dat met de realisatie van de 20 woningen een invulling wordt gegeven aan de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte binnen de gemeente Roermond. Onderhavige ontwikkeling ziet door middel van transformatie van een voormalige school locatie naar een woonlocatie in het stedelijk gebied van Roermond toe op de realisatie van 20 woningen waarvan er 8 kleine gezinswoningen met tuin betreffen en 12 hoogwaardige grondgebonden hoek/rijwoningen betreffen. Het betreffen starterswoningen en woningen voor 1-2 persoonshuishoudens. Hiermee wordt voorzien in een kwantitatieve behoefte aangezien er een grote vraag is naar dergelijke woningen. Door een volledig programma op de begane grond zijn de woningen tevens levensloopbestendig en daarmee ook geschikt voor de doelgroep senioren. Er is daarmee sprake van de juiste woning voor de juiste doelgroep en wordt bijgedragen aan een goede woningvoorraad in de veranderende woningmarkt. Ook de vraag naar kleine gezinswoningen wordt in de huidige woningmarkt steeds groter.
Er is een steeds grotere vraag naar 1-persoonswoningen. Om in deze vraag te voorzien wordt binnen het planvoornemen in een 8-tal kleine gezinswoningen voorzien. Deze hebben als onderdeel van het planvoornemen een permanent karakter. Gezien het feit dat de 8 kleine gezinswoningen qua morfologie en schaal aansluiten op de hoek/rijwoningen en onderdeel uitmaken van een stedelijk vernieuwingsplan dat leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit van de directe omgeving, wordt hier maatwerk geboden. Hiermee wordt door deze 8 kleine gezinswoningen in combinatie met de andere woningen een stedenbouwkundig haalbaar plan gerealiseerd passend in de ruimtelijke structuur. Er is sprake van een kwalitatieve transformatie, waarbij tevens gestreefd wordt naar duurzame woningen. Ook is er aandacht voor de toegankelijkheid en levensloopbestendigheid van de woningen. Daarnaast is de planvoorraad aan woningen kleiner dan de woningbehoefte en vanwege de aanvullende woningbouwambitie van de gemeente Roermond dient de planvoorraad ten opzichte van 1 januari 2021 aangevuld te worden met plannen passend in het woningmarktonderzoek 2018. Het gaat hier om 1.066 tot 1.191 woningen. Er is daarmee ook sprake van een kwantitatieve behoefte die lokaal moet worden uitgewerkt. Onderhavig planvoornemen levert hieraan een (beperkte) bijdrage.
Met de transformatie van de voormalige school locatie, wordt een braakliggende locatie binnen het stedelijk gebied van Roermond opgelost en er wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke woningbehoefte. Er wordt hiermee een kwantitatieve en kwalitatieve bijdrage geleverd aan de transformatie van de woningvoorraad. Tevens wordt aan de hand van kleine gezinswoningen ingespeeld op de constante afname van de gemiddelde huishoudenssamenstelling in Nederland. Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat aan de toetsing van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt voldaan.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
23
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) In de provinciale omgevingsvisie (vastgesteld 1 oktober 2021) is het besluitgebied, net als in het POL, aangemerkt als stedelijk gebied (woongebied). De grootste opgave in het woongebied, op korte en middellange termijn, zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Conjuncturele ontwikkelingen en migratiestromen beïnvloeden vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarnaast verandert de woonvraag waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag. Daardoor is er op korte termijn een vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen (starters en senioren) en lokaal een overschot aan incourante plannen en woningen. Voor zover (harde en zachte) planvoorraad voorziet in de mogelijkheid om woningen te bouwen waar niet langer behoefte aan is, zal de Provincie in overleg met de gemeenten onderzoeken hoe deze planvoorraad aangepakt kan worden. Hiertoe is reeds in POL2014 een oproep gedaan aan gemeenten, die Limburg breed nog niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Het gevolg is dat woningbouwplannen waaraan dringend behoefte bestaat, niet kunnen worden toegevoegd vanwege een te grote voorraad aan niet meer actuele plannen die niet meer aansluiten bij de behoefte.
Daarnaast zijn ook sociaal-economische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving zijn van belang. Leegstand, criminele activiteiten, ondermijning of verloedering en eenzijdig samengestelde woongebieden hebben invloed op de leefbaarheid en kunnen de kloof in de samenleving vergroten. Gemengde wijken met ruimte voor verschillende leefstijlen dragen bij aan een sterker sociaal weefsel en kunnen bijdragen aan het voorkomen van sociale problemen'
Gevolg ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling voorziet in de transformatie van een voormalige school locatie naar een woonlocatie. De voormalige school locatie is reeds tussen de woonbebouwing van de kern Roermond gelegen en betreft een braakliggend terrein. Door het braakgelegen terrein te bebouwen met woningen voor starters, wordt aangesloten op de huidige woonvraag op korte termijn, namelijk starterswoningen, woningen voor 1-2 persoonshuishoudens dan wel seniorenwoningen. Er wordt daarmee in de juiste woning voor de juiste doelgroep voorzien en een bijdrage geleverd aan de transformatie van de regionale woningvoorraad. Door de transformatie van de braakliggende voormalige school locatie naar 20 hoogwaardige in groen gelegen woningen is sprake van een aanzienlijke kwaliteitsimpuls. Door de differentiatie in de woningen is sprake van een bijdrage aan een gemengde wijk, waardoor tevens bijgedragen wordt aan een sterker sociaal weefsel om sociale problemen zoveel mogelijk te voorkomen. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Gelijktijdig met het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Daarin heeft de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid uit het POL2014 plaatsgevonden.
Hoewel in oktober 2021 inmiddels de nieuwe Omgevingsvisie Limburg is vastgesteld en voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in januari 2023 ook als de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is vastgesteld, geldt vooralsnog de Omgevingsverordening Limburg 2014. De nieuwe verordening treedt pas in werking na bekendmaking, hetgeen wordt gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op dat moment vervalt de Omgevingsverordening Limburg 2014. Artikel 2.4.2 'Wonen' van Omgevingsverordening Limburg 2014 bepaalt dat een ruimtelijk plan - zoals een omgevingsvergunning - voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet mag voorzien in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen en/of aan de bestaande planvoorraad woningen, anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Midden-Limburg 2022-2025. In de toelichting bij het ruimtelijk plan dient te worden aangegeven hoe
24
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
een woningbouwplan zich verhoudt tot de afspraken die zijn vastgelegd in de Structuurvisie en hoe het plan bijdraagt aan de regionale opgave, gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen.
Gevolg ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de realisatie van 20 woningen. Op de toetsing aan de Structuurvisie Wonen, Midden-Limburg 2022-2025 wordt verder nader ingegaan in paragraaf 3.3.1. Verder geldt dat onderhavig besluitgebied niet is gelegen binnen een beschermde landschaps- of natuurzone, gezien de ligging binnen bestaand bebouwd gebied. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling niet in strijd is met de regels uit de Omgevingsverordening.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 - 2025 In deze nieuwe structuurvisie wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting ten aanzien van het beleidsveld ‘Wonen’ voor de korte termijn (2022 tot en met 2025) en met een doorkijk naar de lange termijn vastgelegd. Om de regio Midden-Limburg aantrekkelijk te houden, moet duurzaam worden geïnvesteerd in de toekomst. Deels betekent dit het behouden van het goede, deels betekent dit inzetten op verandering en verbetering. De opgave richt zich niet meer volledig op kwantitatieve groei maar meer en meer op kwalitatieve groei. De structuurvisie geeft richting aan de kwalitatieve en kwantitatieve opgave waar de gemeenten voor staan. In de visie wordt minder dan voorheen de nadruk gelegd op het schrappen van planvoorraad voor woningen en wordt meer de nadruk gelegd op het realiseren van plannen zodat de juiste woningen op de juiste plaats worden gerealiseerd. Ook omvorming van woningbouwplannen naar segmenten die beter bij de behoefte passen is uitgangspunt. De planvoorraad voor Roermond is per 1 januari 2021 2.371 woningen groot. Deze planvoorraad is aanzienlijk kleiner dan de toename van het aantal huishoudens tot de huishoudentop (3.244). Dit verschil is 873.
In de voorliggende structuurvisie is voor de periode 2021 tot en met 2025 aanvullend op de toename van het aantal huishoudens in deze periode een extra woningbouwambitie opgenomen van totaal 193-318 woningen. Omdat de planvoorraad kleiner is dan de woningbehoefte én vanwege de aanvullende woningbouwambitie dient de planvoorraad ten opzichte van 1 januari 2021 aangevuld te worden met plannen passend in de uitkomsten van het woningmarktonderzoek 2018. Dit gaat dus om 1.066 tot 1.191 woningen. Dit zal door de gemeente Roermond lokaal worden uitgewerkt.
Gevolg ontwikkeling Onderhavig planvoornemen is niet opgenomen in de planvoorraadlijst per 1 januari 2021, maar kan gezien worden als een planvoornemen dat passend is in de uitkomsten van het woningmarktonderzoek 2018. Het initiatief kan ook aangemerkt worden als een van de plannen die door de gemeente Roermond wordt uitgewerkt om te voorzien in de aanvullende woningbouwambitie aanvullend op de planvoorraadlijst.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
25
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Toekomstvisie Roermond 2030 Op 22 december 2016 is de Toekomstvisie Roermond 2030 door de gemeenteraad vastgesteld. De toekomstvisie is in een interactief proces met burgers en bedrijven in Roermond tot stand gekomen. In de Toekomstvisie Roermond 2030 staan drie rode draden centraal. In 2030 moet Roermond een stad zijn van ontmoeten (1), verbinden (2) en samenwerken (3). Deze rode draden lopen dwars door de verschillende thema’s heen die in de toekomstvisie worden benoemd. De rode draden zijn op basis van een constatering van (maatschappelijke) trends tot stand gekomen. In de eerste plaats worden de verschillen in de samenleving groter. Dat gaat allereerst over sociaal-economische verschillen. Internationaal gezien is de ongelijkheid in inkomen relatief klein in Nederland. Maar bepaalde mensen hebben over de afgelopen tien jaar een minder gunstige inkomensontwikkeling gehad dan anderen. Het aantal kwetsbare mensen in de samenleving is de afgelopen jaren toegenomen. Daarnaast ontstaan ook sociaal-culturele verschillen, omdat mensen van verschillend opleidingsniveau, verschillende afkomst of leeftijd groepen vormen. Door de inwoners van Roermond is aandacht gevraagd voor het verbinden van deze groepen. Een tweede trend is het toegenomen organiserend vermogen van de samenleving, wellicht ingegeven door het vormen van groepen gelijkgestemden.
Maatschappelijke initiatieven worden belangrijker in een samenleving waar steeds meer nadruk komt te liggen op zelfredzaamheid en zelforganisatie. Het is een uitdaging om nieuwe mensen te betrekken bij initiatieven en te enthousiasmeren om een actieve rol op te pakken. Ontmoeting en verbinding zijn zodoende cruciale ingrediënten van maatschappelijke initiatieven. Daarnaast is een goede samenwerking tussen maatschappelijke initiatieven en professionele partijen in de stad, waaronder de gemeente, onontbeerlijk. In de economie groeit het belang van beleving en innovatie. Steeds sterker komt de nadruk te liggen op beleving van een product of dienst, dan het product of de dienst zelf. Om de concurrentie voor te blijven zetten producenten en winkels in op beleving en datzelfde geldt voor winkelgebieden. Een centrale rol in beleving is weggelegd voor ontmoeting. Een beleving krijgt pas echt waarde als je deze kan delen. Tot slot is de samenleving door de toegenomen beschikbaarheid van informatie en sociale media getransformeerd in een netwerksamenleving. Dat vraagt een andere rol van de gemeente. Het is niet langer zo dat een gemeente van bovenaf, met enkele grote andere partijen, de ontwikkeling van de stad kan bepalen. De toekomst van Roermond wordt gemaakt door een veelheid aan partijen en in de eerste plaats door de inwoners van Roermond zelf. Samenwerken is daarin cruciaal.
Inwoners en partners in de stad kozen vijf thema's die zij voor de nabije toekomst het belangrijkst vinden en die in hun ogen centraal zouden moeten staan in de toekomstvisie: Thema 1: Een thuis voor de jeugd. Thema 2: Stad die je actief houdt. Thema 3: Roermond zorg(t) voor elkaar. Thema 4: Stad van retail, leisure en industrie. Thema 5: Historische binnenstad aan het water. Gevolg ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling sluit aan bij hetgeen wordt nagestreefd in de Toekomstvisie van Roermond. Namelijk het bieden van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat voor iedereen. Door het realiseren van kwalitatief goede en de juiste woningen door de transformatie van een voormalige school locatie naar een woonlocatie in het bebouwd gebied van Roermond, is de ontwikkeling in lijn met bovenstaand beleid.
26
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
3.4.2 Gemeentelijk rioleringsplan 2017-2021 Het vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan Roermond (GRP 2017-2021) is relevant voor het voorgenomen planvoornemen. Roermond is een van de partners in het samenwerkingsverband Waterketen Limburgse Peelen. In het Waterketenplan Limburgse Peelen zijn gezamenlijke ambities opgenomen. Deze ambities zijn leidend voor het beheer van de Waterketen in de komende jaren en ook bepalend voor de richting van het GRP. Het GRP bevat het beleidskader, waarbinnen de gemeente haar taak voor de rioleringszorg dient uit te voeren. De doelen uit het GRP 2017-2021 kunnen als volgt omschreven worden: Samenwerking in de waterketen door partijen. Beschermen van de bronnen van drinkwater. Negatieve effecten van afvalwater worden niet afgewenteld en gezamenlijk invulling geven aan ambitie 'van helder naar schoon water'. Zuivering van stedelijk afvalwater zoveel mogelijk aan de bron. Burgers en bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het hemelwater dat op eigen terrein valt, de gemeente voor het hemelwater op openbaar gebied. Door robuuste systemen aan te leggen, waarbij zowel ondergronds als bovengronds meer ruimte wordt gemaakt voor water. Bij nieuwbouw is het uitgangspunt dat het hemelwater gescheiden aangeleverd wordt bij de perceelsgrens, vervolgens afkoppelen, infiltreren of vasthouden. Het zo natuurlijk mogelijk beheren van grondwater.
Gemeenten en waterschap zijn van elkaar afhankelijk om voldoende oppervlaktewater van goede kwaliteit te hebben, zowel binnen als buiten het bebouwd gebied. Gevolg planvoornemen Het beleid van de gemeente Roermond is dat bij nieuwbouwprojecten 100% van het hemelwater dat valt op bebouwing en andere oppervlakteverhardingen van de gemeentelijke riolering afgekoppeld dient te worden. Het planvoornemen wordt volledig afgekoppeld zoals beschreven in paragraaf 4.10.3. 3.4.3 Coalitieakkoord2018 - 2022 In het coalitieakkord 2018--2022 is aangegeven dat het college inwoners wilt behouden en nieuwe inwoners aantrekken, daarvoor is het nodig dat de juiste woningen beschikbaar zijn. Het woningbouwprogramma houdt rekening met de demografische ontwikkelingen. Het realiseren van toekomstbestendige woningen is daarbij van belang. Er wordt rekening gehouden met alle inkomensgroepen en bij nieuwbouwplannen worden optimaal de mogelijkheden hiertoe benut. Daarbij streeft de gemeente naar een goede balans tussen betaalbare huur- en koopwoningen en zijn woningen toegankelijk voor mensen met een beperking. Roermond zorgt voor voldoende beschikbare sociale huurwoningen en stuurt op de kwaliteit hiervan. Tevens is er aandacht voor starterswoningen en levensloopbestendige woningen in de kernen van Roermond. Gemengd wonen van verschillende groepen wordt gestimuleerd.
De gemeente onderzoekt met haar partners de mogelijkheden voor een pilot waarbij jongeren en ouderen in onze stad samen wonen in een woon- en zorgcentrum. Tot slot blijft de gemeente ruimte bieden aan nieuwe woonvormen, zoals kleine gezinswoningen, zodat goed wordt afgestemd op de behoefte van (nieuwe) inwoners. Onderzocht wordt of het concept ‘Empathisch wonen’ toegepast kan worden in Roermond. Voor het behalen van de klimaatdoelen is het aanpassen van woningen noodzakelijk. Met woningcorporaties en andere verhuurders werkt de gemeente aan afspraken over het versneld energiezuinig maken van huurwoningen. Het streven is dat de totale woonlasten voor huurders in de sociale sector hierdoor niet stijgen. Onze ambitie is dat nieuwbouw in Roermond klimaatneutraal (geen uitstoot), klimaatadaptief (neerslag opvangen) en circulair (afval als grondstof) is. Hiervoor benut de gemeente de wettelijke
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
27
mogelijkheden en zoekt naar kansen om dit proces te versnellen. Ook bij grootschalige renovatie in wijken worden kansen benut om deze doelstellingen te realiseren.
Gevolg planvoornemen Het planvoornemen voorziet in de transformatie van een voormalige school locatie naar een woonlocatie waarbij de juiste woningen (kleine gezinswoningen en eengezinswoningen: nultrede c.q. levensloopbestendig) voor de juiste doelgroep (starters, 1-2 persoonshoudens, senioren) op de juist plek dicht bij het centrum worden gerealiseerd. De differentiatie aan woningen draagt bij aan een goede balans tussen betaalbare huuren koopwoningen. Daarnaast zijn de woningen van een goede kwaliteit. Tevens worden de woningen duurzaam en heeft het geheel een groene opzet. Er is bewust gekozen voor een 'groen' plan met een binnenhofje dan een plan met op een binnenterrein met parkeren en verhardingen. Het planvoornemen is daarmee passend binnen het coalitieakkoord van de gemeente Roermond.
28
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
Milieuaspecten mogen niet in de weg staan aan de uitvoerbaarheid van een ontwikkeling. Het is van belang dat onderhavige ontwikkeling plaats vindt binnen een goed woon- en leefklimaat en dat de verandering niet leidt tot onevenredige (milieukundige) gevolgen voor bestaande waarden en functies. Dit hoofdstuk gaat hier nader op in.
4.2
Milieueffectrapportage
4.2.1 Inleiding De m.e.r.-regelgeving is erop gericht het milieu een volwaardige plaats in besluitvormingsprocessen te geven. Besluitvorming over ruimtelijke plannen vraagt altijd om een integrale afweging. In bepaalde gevallen is de verplichting opgelegd om de milieugevolgen van een voorgenomen activiteit evenals alternatieven hiervoor en mogelijke maatregelen, te beschrijven. In deze paragraaf is getoetst of sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Het planvoornemen bestaat uit de transformatie van de voormalig school locatie in een woonlocatie met 20 hoogwaardige woningen. De voormalige bebouwing is reeds gesloopt en het besluitgebied betreft een braakliggend terrein. 4.2.2 m.e.r.-toetsing Een m.e.r.-toetsing op basis van de beschikbare gegevens levert het volgende resultaat op: 1.
Er is sprake van een 'stedelijk ontwikkelingsproject', waarbij de omvang van de ontwikkeling zich ruim onder de drempelwaarde bevindt (cf Bijlage D bij het Besluit milieueffectrapportage). Het betreft slechts een kleinschalige ontwikkeling van 20 woningen ter plaatse van een voormalige school locatie binnen de ruimtelijke structuur van bestaande bebouwd gebied. Gezien de beperkte impact van het planvoornemen zijn er naar verwachting geen significante milieueffecten te verwachten, zoals ook blijkt uit paragraaf 4.3 tot en met 4.12. 2. Gezien de aard, omvang en locatie van het voornemen en de afstand en effectbereik ten opzichte van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (circa 2,1 km van Roerdal) is aannemelijk dat significant negatieve effecten van 18 storingsfactoren op voorhand zijn uit te sluiten. Vanwege het effectbereik en de overbelaste situatie, is dit niet het geval voor de stikstofdepositie als gevolg van het voornemen. Dit dient te worden aangetoond met een stikstofdepositieberekening van het projecteffect in de AERIUS Calculator. De betreffende stikstofdepositieberekening (gebruiksfase) is toegevoegd als Bijlage 6 bij deze ruimtelijke onderbouwing.
Het planeffect van de nog te realiseren bouwcapaciteit is kleiner dan 0,00 mol N/ha/jaar en heeft geen invloed op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en de stikstofdepositie op deze gebieden (< 0,00 mol/ha/jr op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden volgens de AERIUS-calculator). 3. Dit betekent dat het plan uitvoerbaar is en dat er geen passende beoordeling hoeft te worden opgesteld in het kader van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming. Er bestaat dus geen m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Gelet op de kenmerken van het planvoornemen en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen opgetreden. Ook heeft het planvoornemen geen negatieve effecten op een goede ruimtelijke ordening zoals beschreven in deze milieuparagraaf en de toelichting.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
29
4.3
Bodem
Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de transformatie van een voormalige school locatie naar een woonlocatie. Hiervoor is de voormalige schoolbebouwing met bijbehorende bebouwing reeds gesloopt en worden er in totaal 20 woningen middels het planvoornemen gerealiseerd. Voor deze te realiseren woningen geldt dat het, conform de Wet ruimtelijke ordening, noodzakelijk is inzichtelijk te maken of de kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Middels een verkennend bodemonderzoek NEN5725/5707/5740 (Geonius, rapportnummer MA211000.RO1.V1,0, 10 maart 2022, Bijlage 3) is dit nader onderzocht. Uit dit bodemonderzoek is het volgende gebleken: de geroerde zandige bovengrond is niet tot plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, PAK en/of PCB; de zintuiglijk schone zandige en kleiige ondergrond is licht verontreinigd met kobalt en/of nikkel; indicatief getoetst aan de maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit varieert tussen AW2000 en industrie; het grondwater bevat geen concentraties van de onderzochte parameters boven de streefwaarden; er is geen asbest aangetoond in gehalten die aanleiding geven tot nader onderzoek. Conclusie De vastgestelde bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het voorgenomen gebruik, namelijk woningbouw. Hiermee vormt dit aspect geen belemmering voor de uitvoering van het planvoornemen.
4.4
Geluid
Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een omgevingsvergunning een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien de ontwikkeling een nieuwe geluidsbron of wijziging van een bestaande geluidsbron (aanpassing weg) mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van de ruimtelijke onderbouwing. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van de bouw van 20 woningen. Een woning is een geluidsgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). Om deze reden is de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeers-, railverkeerslawaai en industrielawaai inzichtelijk gemaakt. 4.4.1 Wegverkeerslawaai Aangezien sprake is van het oprichten van geluidsgevoelige objecten in het kader van de Wet geluidhinder moet conform deze wet de geluidbelasting op de woningen van de in de omgeving gelegen gezoneerde wegen inzichtelijk gemaakt worden. De op te richten woningen zijn echter niet gelegen in de onderzoekszones van de zoneplichtige wegen.
Voor onderhavige ontwikkeling is gekozen om via akoestisch onderzoeken de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer en de bijbehorende geluidwering te bepalen. In dat kader is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (Aelmans, rapportnummer M222095.001.001/JME, 29 april 2022, Bijlage 4) uitgevoerd. In dit akoestisch onderzoek wordt het volgende geconcludeerd. Cumulatie In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidsbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de 'methode Miedema'. De maximale gecumuleerde waarde, welke voornamelijk wordt bepaald door de Schout Kellenerstraat en de Schepen van Hertefeltstraat, bedraagt 62 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie 'tamelijk slecht' en daarmee dient bezien te worden of maatregelen mogelijk zijn.
30
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in geluidwerende maatregelen in de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Karakteristieke geluidwering van de gevel
Conclusies karakteristieke geluidwering van de gevel Aangezien de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. In dat kader is voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels gewenst. In het akoestisch onderzoek geluidwering gevel (Aelmans, rapportnummer M222095.002.001.R1/GGO, d.d. 17 juni 2022, Bijlage 5) is aangetoond dat de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht, tenminste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting en 33 dB. Tevens zijn de benodigde voorzieningen en de minimale geluidisolatie weergegeven. Alternatieve voorzieningen zijn mogelijk indien de geluidisolatiewaarden minimaal gelijk zijn aan de in het onderzoek vermelde RA-waarden. Uiteraard zullen de geluidniveaus, welke uiteindelijk na realisering in de diverse vertrekken ontstaan, afhankelijk zijn van de noodzakelijk goede uitvoering. In bijlage 1 van het akoestisch onderzoek geluidwering gevel zijn de woningen genummerd.
Woningen W09 t/m W12, HSB-W07 en HSB-W08 zijn niet geluidbelast (zoals weergegeven in bijlage 2). Voor een woonfunctie waarvoor geen hogere waarde is vastgesteld, zijn geen aanvullende eisen vanuit het bouwbesluit aan de geluidwerendheid van de gevel gesteld. Gelet op bovenstaande is aangetoond dat op locatie sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.4.2 Railverkeerslawaai Het besluitgebied is niet gelegen binnen een onderzoekszone van een spoorlijn. De dichtstbijzijnde spoorlijn Roermond - Venlo is op meer dan 700 meter gelegen. Het aspect railverkeerslawaai is dan ook niet aan de orde voor deze ontwikkeling. 4.4.3 Industrielawaai Het besluitgebied is niet gelegen binnen de geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. Het aspect industrielawaai is dan ook niet aan de orde voor deze ontwikkeling.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
31
4.5
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden, waarmee de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Hiermee is het Besluit luchtkwaliteit 2005 vervallen. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. NIBM Hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die NIBM zijn. Deze NIBM-projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Als een project ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of CO2 met meer dan 3% van de grenswaarde verhoogd, draagt het project in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Deze regel komt voort uit het NSL. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; kantoorlocaties: 100.000 m² bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m² bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van de bouw van slechts 20 woningen. Het mogelijk maken van deze woningen valt daarmee binnen het niet in betekenende mate criterium van de Wet milieubeheer (< 1.500 woningen bij 1 ontsluitingsweg).
Fijnstof Voor wat betreft de beoordeling van het woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit dient er gelet te worden op de fijnstofconcentraties ter plaatse. Hiervoor is de NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) geraadpleegd. De fijnstofconcentraties nabij de dichtstbij het besluitgebied gelegen rekenpunten zijn beoordeeld (zie onderstaand figuur). Uit de NSL-monitoringskaart blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2 , PM1 0 (beide 40 ìg/m3 ) en PM2,5 (20 ìg/m3 ) ter plaatse van de rekenpunten niet wordt overschreden (zie onderstaande afbeelding). Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uur gemiddelde concentratie is maximaal 6, waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden. De concentratie fijnstof heeft geen negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat ter plekke van de locatie. Het aspect fijnstof vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
32
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Uitsnede NSL-monitoringsviewer Verder geldt dat het besluitgebied niet is gelegen in de nabijheid van zware industrie of een concentratiegebied van intensieve veehouderijen. Derhalve wordt redelijkerwijs aangenomen dat ten aanzien van luchtkwaliteit sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de te realiseren woningen op deze locatie.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling.
4.6
Geur
Geur kan hinder veroorzaken in de leefomgeving. Wanneer deze hinder inderdaad ondervonden wordt, kan dit zelfs invloed hebben op de gezondheid. Het is derhalve zaak geurhinder zoveel mogelijk te beperken, door regels te stellen aan de uitstoot van geuremissies en afstanden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Woningen zijn aan te merken als geurgevoelige objecten. Gezien het vigerende beleid is het belangrijk onderscheid te maken tussen geurhinder uit de agrarische sector en industriële geurhinder (geurhinder van bedrijven die niet behoren tot de agrarische sector). Van industriële geurhinder is geen sprake. Zoals in paragraaf 4.7 is beschreven zijn er in de directe omgeving van het besluitgebied geen niet-agrarische bedrijven gelegen die geurhinder tot gevolg hebben. Ook agrarische geurhinder is niet aan de orde. Binnen of in de omgeving van het besluitgebied zijn geen agrarische bedrijven aanwezig die geurhinder voor het besluitgebied tot het gevolg kunnen hebben.
Conclusie Met de ontwikkeling van 20 woningen worden geen geurhinderlijke activiteiten uitgevoerd. De woningen vormen daarmee zelf geen geurhinder voor de omgeving. Ook zijn er geen geurobjecten in de vorm van (niet-)agrarisch bedrijven in de omgeving van het besluitgebied aanwezig die tot geuroverlast kunnen leiden. Het aspect geur vormt dan ook geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling.
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
33
4.7
Bedrijven en milieuzonering
Milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies en gevoelige functies op een verantwoorde afstand van elkaar gesitueerd worden. Dit dient twee doelen: 1.
het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; 2. het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient derhalve rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven, om de kwaliteit van het leefmilieu te garanderen en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde handreiking Bedrijven en milieuzonering. Hierin wordt per bedrijf aangegeven wat de milieu-invloed op de omgeving is en welke indicatieve afstand hierbij minimaal in acht moet worden genomen. Van deze indicatieve afstand kan worden afgeweken indien op basis van een onderzoek de daadwerkelijke afstand kan worden bepaald. Daarnaast geldt voor inrichtingen waar dieren worden gehuisvest geurspecifieke regelgeving, waarin milieuafstanden zijn bepaald.
Indicatieve afstand op basis van Handreiking Bedrijven en milieuzonering De richtafstanden opgenomen in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij milieu-inrichtingen of drukke wegen, al een hogere milieubelasting kent. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast gevoelige functies komen belastende functies voor, die om die reden een milieuzone kennen; zoals winkels, horeca en bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd, indien sprake is van het omgevingstype gemengd gebied. De VNG-publicatie merkt bij stap 1 op dat overwogen kan worden om de richtafstanden met één afstandsstap te verlagen (50 meter wordt dan 30 meter) in het geval dat de omgeving van de woning als een “gemengd gebied” kan worden beschouwd.