Bijlage 7 - ruimtelijke onderbouwing inclusief bijlagen -
Tekst van het document
Omgevingsvergunning - onderdeel Ruimtelijke Onderbouwing-
Jachthaven Maasparc Asselt Roermond
Ruimtelijke Onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Eind ong. te Roermond
Onderdeel:
Ruimtelijke onderbouwing
IDN-nummer:
NL.IMRO.
Rapportnummer:
M222741.002/TCR
Opdrachtgever:
MaasParc Asselt Onroerend Goed BV
Status:
ontwerp/vastgesteld
Datum:
12 december 2023
Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. Vestigingen te Voerendaal, Baexem en Vught Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T (0475) 459 260 info@aelmans.com www.aelmans.com
KvK 14091320 BTW NL8170.53.189.B.01 Bankrekening 11.52.94.244 BIC RABONL2U IBAN NL06 RABO 0115 2942 44
Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com
Inhoud 1
2
3
Inleiding ..................................................................................................................................1 1.1
Aanleiding ......................................................................................................................................................1
1.2
Leeswijzer ......................................................................................................................................................3
Projectomschrijving.................................................................................................................4 2.1
Projectgebied.................................................................................................................................................4
2.2
Geldend planologisch regime ........................................................................................................................4
2.3
Huidige feitelijke situatie ...............................................................................................................................6
2.4
Vergunning 2007 ...........................................................................................................................................6
2.5
Beoogde situatie ............................................................................................................................................7
2.6
Beoogd gebruik............................................................................................................................................10
Beleid .................................................................................................................................... 12 3.1
Rijksbeleid....................................................................................................................................................12 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (Novi) ..................................................................................................................................... 12
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ..................................................................................................... 13
Behoudens Titel 2.4 Grote Rivieren zijn met dit project geen onderwerpen in relatie tot het Barro van toepassing. In paragraaf 3.1.4 Waterwet, waterbesluit en Beleidsregels grote rivieren wordt een nadere toelichting gegeven. Het Barro heeft geen gevolgen voor dit plan. ....................................................................................................................................................................... 13
3.2
3.3
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................................................................................................ 13
3.1.4
Waterwet, waterbesluit en Beleidsregels grote rivieren ................................................................................................. 14
Provinciaal beleid ........................................................................................................................................15 3.2.1
Omgevingsvisie (POVI) ..................................................................................................................................................... 15
3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014 ............................................................................................................................. 15
3.2.3
Omgevingsverordening Limburg 2021 ............................................................................................................................. 17
Regionaal beleid ..........................................................................................................................................19 3.3.1
3.4
4
5
6
Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen 2030 ..................................................................................................... 19
Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................................20 3.4.1
Toekomstvisie Roermond 2030 ....................................................................................................................................... 20
3.4.2
Structuurvisie kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond .................................................................................................. 20
Ruimtelijke overwegingen ..................................................................................................... 22 4.1
Landschappelijke inpassing & Stedenbouwkundige kwaliteit .....................................................................22
4.2
Verkeer & Parkeren .....................................................................................................................................22
4.3
Stikstofdepositie ..........................................................................................................................................25
4.4
Flora en Fauna .............................................................................................................................................26
4.5
Akoestiek .....................................................................................................................................................27
4.6
Bodem .........................................................................................................................................................28
4.7
Luchtkwaliteit ..............................................................................................................................................29
Uitvoerbaarheid .................................................................................................................... 31 5.1
Economische uitvoerbaarheid .....................................................................................................................31
5.2
Maatschappelijk uitvoerbaarheid ................................................................................................................31
Bijlagen ................................................................................................................................. 32
M222741.002/TCR
1
Inleiding
1.1
Aanleiding MaasParc Asselt Onroerend Goed B.V. is voornemens in de Maasplassen bij Asselt een hoogwaardige jachthaven te realiseren. In bouwtechnische zin bestaat de jachthaven uit een samenstel van steigers, verbonden met de oever door een zestal loopbruggen en bijbehorende faciliteiten. De planlocatie is gelegen aan de straat Eind, ten westen van de kern Swalmen. De specifieke Maasplas waarin de jachthaven geprojecteerd is, is ontstaan als gevolg van grindwinning in 1997. Hieronder ziet u een luchtfoto van de locatie en haar omgeving.
afbeelding 1.1.: luchtfoto planlocatie en omgeving
Op grond van het huidig planologisch regime (de Beheersverordening Maas en Maasplassen, vastgesteld door de gemeenteraad van Roermond in 2018, zie hierna ook § 1.3) geldt voor de planlocatie de bestemming ‘recreatieve doeleinden’ met de aanduiding ‘jachthaven’. Voor de locatie is in 2007 door B&W van Roermond een bouwvergunning voor een jachthaven verleend, die onherroepelijk is. Op het moment van vergunningverlening gold een planologisch regime, dat exact hetzelfde was als het regime op grond van de vandaag geldende Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
1
M222741.002/TCR
Beheersverordening: het bestemmingsplan Buitengebied Swalmen, vastgesteld in 2006. Naast de bouwvergunning uit 2007, beschikt de jachthaven over een, uit datzelfde jaar stammende, vergunning ingevolge de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr). Ook deze vergunning is onherroepelijk. De vorige eigenaar van de planlocatie heeft geen gebruik gemaakt van de in 2007 verleende vergunningen: er is ter plekke nog geen jachthaven gerealiseerd. Initiatiefnemer – eigenaar van het projectgebied sinds januari 2021 – wenst daartoe alsnog over te gaan. Hij zou daarbij gebruik kunnen maken van de in 2007 verleende bouw- en Wbr-vergunning, maar geeft de voorkeur aan het ontwikkelen van een hoogwaardigere jachthaven met een geringer aantal ligplaatsen, die voldoet aan de eisen van deze tijd. Een dergelijke jachthaven vraagt echter om een ander steigerplan, dan het steigerplan waarvoor B&W van Roermond in 2007 vergunning verleenden. Vanwege het feit dat deze bouwvergunning niet meer gewijzigd kan worden (de vergunning is als opgemerkt onherroepelijk en dan zijn op basis van vaste jurisprudentie van de bestuursrechter zelfs wijzigingen van ondergeschikte aard niet meer aan een vergunning door te voeren), is voor de door initiatiefnemer gewenste jachthaven een nieuwe omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nodig.
Bij de voorbereiding van de aanvraag voor die nieuwe omgevingsvergunning is initiatiefnemer tot de ontdekking gekomen dat de hiervoor aangehaalde Beheersverordening weliswaar ter plaatse een jachthaven toestaat, maar dat - bij gebrek aan een bouwvlak op het water - het realiseren van een samenstel van steigers c.a. niet mogelijk is zonder af te wijken van de Beheersverordening. De planwetgever heeft zich bij het vaststellen van de Beheersverordening klaarblijkelijk niet gerealiseerd dat steigers kwalificeren als bouwwerken en dat de Beheersverordening op basis van de daarbij behorende regels alleen maar bouwwerken toestaat ter plaatse van een bouwvlak. Initiatiefnemer heeft de gemeente Roermond van zijn ontdekking op de hoogte gesteld. In het overleg dat daarop volgde is duidelijk geworden dat het steigerplan c.a. voor de beoogde, hoogwaardigere uitvoering van de jachthaven noch met een binnenplanse afwijking, noch met een zogenoemde kruimelafwijking (artikel 4 bijlage II Besluit omgevingsrecht) vergund kan worden. Er dient daarom teruggevallen worden op een projectafwijking in de zin van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a 30 van de Wabo. Dit document - met inbegrip van alle bijlagen – vormt de in dat verband vereiste goede ruimtelijke onderbouwing.
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
2
M222741.002/TCR
1.2
Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat – behalve uit dit inleidend hoofdstuk en de bijlagen- uit de volgende hoofdstukken: -
hoofdstuk 2: projectomschrijving, huidig planologisch regime, in 2007 vergund plan en thans aangevraagd plan hoofdstuk 3: inventarisatie van en toetsing aan de relevante beleidskaders hoofdstuk 4: inventarisatie van en toetsing aan de relevante omgevingsaspecten hoofdstuk 5: uitvoerbaarheid
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
3
M222741.002/TCR
2
Projectomschrijving
2.1
Projectgebied De planlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Roermond, ten westen van de kern Swalmen. Op onderstaande afbeelding is de projectlocatie rood omlijnd.
afbeelding 2.1: projectlocatie (bron: www.kadastralekaart.com ).
2.2
Geldend planologisch regime Ter plaatse van de projectlocatie geldt de Beheersverordening ‘Maas en Maasplassen’. Deze verordening is vastgesteld door de gemeenteraad van Roermond op 22 februari 2018. Op basis van de beheersverordening wordt er voor wat betreft de planregels e.a. teruggegrepen op het bestemmingsplan ‘Buitengebied Swalmen’ uit 2006. Ingevolge dit bestemmingsplan geldt de bestemming ‘recreatieve doeleinden’ met de aanduiding ‘jh’ voor het volledige plangebied (zie artikel Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
4
M222741.002/TCR
7.2.1. van de planregels). De afkorting “jh” staat voor jachthaven. Een klein deel van het landzijdige deel van de projectlocatie is aangeduid als bouwvlak, hier mag maximaal 350 vierkante meter bebouwd worden. De overige gronden binnen het bestemmingsvlak, waaronder hier ook de waterbodem verstaan moet worden, mogen op grond van de planregels niet bebouwd worden (artikel 7.3.1. jo artikel 1.14 van de planregels). Voorgaande betekent dat het bouwen van een jachthaven – lees: het bouwen van steigers c.a. - op basis van het huidige planologisch regime niet mogelijk is. Dat er een recreatieve bestemming geldt met de aanduiding jachthaven maakt dat niet anders. Initiatiefnemer gaat ervan uit hier sprake is van een evident onbedoelde vergissing van de planmaker en – in navolging daarvan – de planwetgever. Onderstaand een uitsnede van de verbeelding van de geldende beheersverordening.
afbeelding 2.2.: uitsnede verbeelding (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
5
M222741.002/TCR
2.3
Huidige feitelijke situatie De planlocatie omhelst een plas water die onderdeel vormt van de Maasplassen en de belendende gronden. De oevers bestaan grotendeels uit grasland. Er is een hellingbaan gerealiseerd voor te water laten en uit het water halen van vaartuigen. Een verharde weg loopt richting het water van de Maasplassen en er is sprake van relatief grote vlakken verharding, jaren geleden aangebracht met het oog op de parkeerfunctie. Aan weerszijde van de verhardingen is op diverse plekken de Japanse duizendknoop aanwezig. Onderstaande foto van de planlocatie geeft een indruk van de huidige situatie.
afbeelding 2.3: huidige situatie planlocatie
2.4
Vergunning 2007 In 2007 is door B&W van Roermond een vergunning verleend voor het bouwen van een jachthaven (steigers c.a.) op de planlocatie. Deze jachthaven paste (zoals in § 1.1 toegelicht) eigenlijk niet binnen de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Swalmen’. Desalniettemin is destijds door de gemeente met een reguliere vergunning medewerking verleend, als ware het bouwplan bestemmingsplanconform. Deze vergunning is onherroepelijk en op basis van deze vergunning kan op dit moment gebouwd worden. De in 2007 vergunde jachthaven bestond uit 6 aanlegsteigers welke door middel van één steigerbrug verbonden zou worden met de wal. De aanlegsteigers zouden in noordwestelijke richting dwars in het water gelegd worden. Door de dwarse ligging zouden de steigers de kracht van de stroming steevast moeten verdragen, waardoor het noodzakelijk was om het plan uit te voeren met drijvende steigers in gewapend beton. In totaal bood de in 2007 beoogde jachthaven plaats aan 365 boxen voor boten, vanaf een lengte van 9 meter. De steigerelementen zouden een lengte van ca. 12 meter krijgen met een breedte van 2 à 3 meter. De Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
6
M222741.002/TCR
drijvende steigerelementen zouden bestaan uit geëxpandeerd polystyreen met een gewapende betonnen wand van ca. 70 mm dik. Op een element van 12x2 meter is het ondergedompeld volume van een betonnen element circa 14,5 kubieke meter. Door het gewicht van de materialen zouden de steigers relatief diep in het water liggen. Onderstaand de tekening behorende bij de vergunning uit 2007.
afbeelding 2.4: uitsnede tekening bouwvergunning 2007
2.5
Beoogde situatie De thans aangevraagde jachthaven bestaat uit aanlegsteigers, aanleg-/aanmeerpalen, een drijvende sanitair-unit en golfbrekers. Steigerbruggen zorgen voor de verbinding naar het land. Op land zullen alle service - en technisch gerelateerde faciliteiten worden ontwikkeld: (erf)afscheidingen in de vorm van leunhekken, vlaggenmasten, lichtmasten/ lantaarnpalen en een technische ruimte. Het steigerplan bestaat uit 5 aanlegsteigers met 147 boxen voor maximaal 287 ligplaatsen. De steigers zijn met de wal verbonden door in totaal 6 steigerbruggen.
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
7
M222741.002/TCR
Onderstaande tekening van de beoogde situatie
afbeelding 2.5: beoogde situatie jachthaven
De jachthaven voorziet in ligplaatsen voor pleziervaartuigen vanaf 12 meter en met een maximale lengte van 30 meter. De nadruk ligt op het bieden van ligplaats aan pleziervaartuigen tussen de 12 en 17 meter met enkele ligplaatsen voor grotere pleziervaartuigen. Zo zijn er 2 ligplaatsen geschikt voor pleziervaartuigen van maximaal 30 meter. Voor jachten met een afmeting tussen de 17 en de 22 meter zijn maximaal 31 ligplaatsen geschikt. Afhankelijk van de breedte van het pleziervaartuig en de behoefte aan privacy, zal bepaald worden of een enkele ligplaats of een gehele box in gebruik genomen zal worden. Tabel 2.6 geeft een beeld van het aantal boxen per lengtemaat, tabel 2.7 geeft een overzicht van het maximaal aantal ligplaatsen per lengtemaat.
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
8
M222741.002/TCR
tabel 2.6: aantal Boxen per lengtemaat
Tabel 2.7: maximaal aantal ligplaatsen per lengtemaat
In het ontwerp van de haven is veel aandacht besteed aan de toegankelijkheid. De oriëntatie van de steigers benadrukt de vorm van de havenkom. Iedere steiger is voorzien van een extra brede steigerbrug voor een optimale ontsluiting en vluchtmogelijkheid. Er is gekozen voor een innovatief drijvend steigersysteem. De elementen in het huidige plan zijn voorzien van een aantal kunststof drijflichamen. Doordat het drijfvermogen niet aaneengesloten is, wordt het zonlicht bijna onverminderd doorgelaten in het wateroppervlak. Hierdoor hebben de steigers – anders dan de steigers zoals die in 2007 vergund werden - nauwelijks invloed op de biodiversiteit in en op het water. De steigers zijn gekoppeld met zogenoemde semiflexibele koppelingen. De koppeling wordt tot stand gebracht door een boutverbinding M24 met daartussen rubbers die het mogelijk maken dat de steigers ten opzichte van elkaar kleine hoekverdraaiingen kunnen maken. De steigers zijn verankerd aan palen die in de waterbodem getrild zijn en kunnen vrij bewegen en meegaan met de waterstand. De walsteigers zijn 2,5 meter breed en de hoofdsteigers hebben een breedte van maar liefst 3 meter. Naast een ruimtelijke ‘boulevard beleving’ geeft dit een enorme stabiliteit op het water. Daarnaast zijn de vingerpieren extra breed uitgevoerd met een breedte van 1 meter. Dit maakt het in- en uitstappen van de vaartuigen extra comfortabel.
Het loopdek ligt op aluminium dragers die op het stalen frame gemonteerd zijn. Dit dek is vervaardigd uit een volledig recycleerbare combinatie van polyethyleen en loofhout met het PEFC-keurmerk. Alle materialen zijn eenvoudig van elkaar te scheiden aan het einde van de levensduur.
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
9
M222741.002/TCR
afbeelding 2.8: 3D impressie beoogde situatie
Naar aanleiding van de extreme hoogwaterstand in juli 2021 zijn de steigerbruggen en de steigerpalen ge-engineerd op basis van een extreme waterstand. De Waterbeheerder (Rijkswaterstaat) heeft het beschermingsniveau vastgesteld op +20,74 NAP. Daarbij adviseert zij een veiligheidsmarge aan te houden van 0,5 meter. De steigerpalen in dit plan hebben een hoogte van +21,6 NAP. Hierdoor is de toegang tot de steigers, ook in geval van een extreem hoge waterstand, gegarandeerd. De steigerbruggen volgen de waterstand en zullen slechts voor een klein deel onder water komen te staan bij de meest extreme waterstand. De thans feitelijk aanwezige hellingbaan (slipway) komt in de nieuwe situatie te vervallen. Dit betekent dat boten niet in de haven te water gelaten kunnen worden en enkel via water (vaarweg) de haven kunnen bereiken. Omdat er geen boten over de weg naar de haven worden aan- en afgevoerd zal er duidelijk een verminderde belasting van de openbare weg in de beoogde situatie ontstaan. De parkeerplaatsen worden verkleind, zodat deze enkel voor autoverkeer te gebruiken zijn. De locatie kenmerkt zich door de aanwezige natuur. In het beoogde plan wordt het bestaande groen behouden. Daar waar de wegverharding sterk in het beeld aanwezig is zal groen worden toegevoegd.
2.6
Beoogd gebruik Het door initiatiefnemer beoogde gebruik is geheel in lijn met het thans geldende planologisch regime, de Beheersverordening Maas en Maasplassen, vastgesteld door de gemeenteraad van Roermond in 2018. Zoals uiteengezet in de paragrafen 1.1 en 2.2 geldt ter plaatse een recreatieve bestemming, met de specifieke aanduiding ‘jachthaven’. Anders dan voor wat betreft de activiteit bouwen, is voor het beoogd gebruik dan ook geen afwijking van het geldend planologisch regime nodig. Zoals bij jachthavens standaard het geval is, zal het feitelijk gebruik bestaan uit het gelegenheid bieden tot het innemen van een ligplaats door vaartuigen. Ligplaatsen zullen door initiatiefnemer geheel dan wel gedeeltelijk worden verkocht dan wel verhuurd aan derden (booteigenaren/beleggers). Of sprake Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
10
M222741.002/TCR
is van verkoop dan wel verhuur van de ligplaatsen (en voor wat betreft dat laatste: al dan niet door initiatiefnemer zelf) maakt voor de planologische effecten van het feitelijke ‘eind’gebruik geen verschil. Dat blijft in alle gevallen hetzelfde: het (recreatief) innemen van een ligplaats door een vaartuig. Voor alle gebruikers van de jachthaven zal een door initiatiefnemer op te stellen havenreglement gelden.
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
11
M222741.002/TCR
3
Beleid In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, regionale- en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), het Besluit voor algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de Ladder voor duurzame ontwikkelingen, de Waterwet- en de Beleidsregels Grote Rivieren. Voor de beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de Omgevingsverordening Limburg 2014/2021. Voor wat betreft het regionale beleid wordt ingegaan op de Intergemeentelijke structuurvisie Maasplassen 2030. Het gemeentelijke beleid is ontleend aan de Toekomstvisie Roermond 2030.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (Novi) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: 'NOVI') vastgesteld. In de NOVI staat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal, waarmee wordt bedoeld dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid moeten worden gemaakt. In de NOVI wordt gebruik gemaakt van afwegingsprincipes bij het maken van keuzes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI zijn de volgende beleidsdoelen opgenomen: • een klimaatbestendige inrichting van Nederland; • de verandering van de energievoorziening; • de overgang naar een circulaire economie, waarbij Nederland tegelijk goed kan blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat kan bieden; • de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland, waarmee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden; • het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, data centers) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden; • het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap.
Ter uitvoering van de in de NOVI gemaakte keuzes is een Uitvoeringsagenda opgesteld. Daarin staat hoe samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering zal moeten worden gegeven aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling. Daarnaast wordt gebiedsgericht gewerkt met Omgevingsagenda's en NOVI-gebieden. Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
12
M222741.002/TCR
In de NOVI wordt ten aanzien van Midden-Limburg aangegeven dat de regio grote opgaven heeft op het gebied van milieu en leefomgevingskwaliteit door de stikstofproblematiek en dat aandacht nodig is voor de transitie naar meer duurzaamheid, versterking van de natuur, de leefbaarheid, een goede bereikbaarheid, het dierenwelzijn en de gezondheid voor alle inwoners. Het gaat om een grote transitie van het landelijk gebied waarin de rol van het rijk noodzakelijk is. Initiatiefnemer is voornemens om de inrichting (steigerplan) van een reeds vergunde jachthaven te wijzigen. Het steigerplan van de haven wordt in een klimaatbestendiger vorm uitgevoerd en bij de keuze voor toe te passen materialen is meer aandacht besteed aan circulair en duurzaam bouwen. Het project verhoudt zich dus goed tot de hiervoor gememoreerde beleidsdoelen. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): Titel 2.1 | Rijksvaarwegen Titel 2.2 | Project Mainportontwikkeling Rotterdam Titel 2.3 | Kustfundament Titel 2.4 | Grote rivieren Titel 2.5 | Waddenzee en waddengebied Titel 2.6 | Defensie Titel 2.7 |Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Titel 2.8 | Elektriciteitsvoorziening Titel 2.9 | Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Titel 2.10 | Natuurnetwerk Nederland Titel 2.11 | Primaire waterkeringen buiten het kustfundament Titel 2.12 | IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte)( Titel 2.13 | Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Titel 2.14 | Ruimtereservering parallelle Kaagbaan
Behoudens Titel 2.4 Grote Rivieren zijn met dit project geen onderwerpen in relatie tot het Barro van toepassing. In paragraaf 3.1.4 Waterwet, waterbesluit en Beleidsregels grote rivieren wordt een nadere toelichting gegeven. Het Barro heeft geen gevolgen voor dit plan. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking De zogenoemde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
13
M222741.002/TCR
De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie Limburg verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1.
Uitgangspunt voor toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dat sprake dient te zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Conform artikel 1.1.1, eerste lid aanhef onder i, Bro is de definitie van een stedelijke ontwikkeling een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Of het onderhavig project nu kwalificeert als een stedelijke ontwikkeling of niet: vast staat dat de ontwikkeling niet als nieuw kan worden aangemerkt. Het vigerend planologisch regime voorziet immers al vele jaren in een jachthaven op deze plek én er wordt beschikt over een onherroepelijke bouw- en Wbr-vergunning. Met het project wordt enkel de herinrichting van het gebied mogelijk gemaakt, die overigens niet zal leiden tot een groter ruimtebeslag en/of een andere functie dan de functie die is toegelaten. 3.1.4
Waterwet, waterbesluit en Beleidsregels grote rivieren Op 22 december 2009 is de Waterwet van kracht geworden. Deze regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Paragraaf 6 van hoofdstuk 6 van het Waterbesluit – een amvb op basis van de Waterwet - regelt de handeling die in Rijkswateren mogen plaatsvinden. Bepaalde handelingen mogen niet worden uitgevoerd zonder een vergunning van de Minister zoals bedoeld in artikel 6.5 Waterwet. In verband met de werkzaamheden binnen het stroomgebied van de Maas is het oprichten van de jachthaven vergunningsplichtig. Het afwegingskader voor de afgifte van een dergelijke vergunning wordt gevormd door de Beleidsregels grote rivieren. De Beleidsregels grote rivieren (hierna: de Beleidsregels) bieden een kader voor de beslissing omtrent de toelaatbaarheid die vanuit rivierkundig opzicht bezien nodig is voor het verkrijgen van een vergunning op grond van de Waterwet/ het Waterbesluit. In de Beleidsregels wordt onderscheid gemaakt tussen stroomvoerend en waterbergend rivierbed, waarbij wordt aangegeven welke uitgangspunten en randvoorwaarden gelden voor beide gebieden. Onderhavig planvoornemen vindt plaats in het stroomvoerend rivierbed van de Maas.
Op grond van de Beleidsregels is het mogelijk een vergunning te verlenen, indien het plan voldoet aan artikel 5 van de Beleidsregels. Aangezien er hier sprake is van waterrecreatie, zoals genoemd in art. 5 sub i van de Beleidsregels, bestaat deze mogelijkheid. Initiatiefnemer heeft reeds vooroverleg gevoerd met Rijkswaterstaat. Uit dit overleg is naar voren gekomen dat Rijkswaterstaat geen belemmeringen ziet voor het verlenen van de Watervergunning. Conclusie rijksbeleid Beperkingen en/of belemmeringen op grond van het Rijksbeleid zijn voor het voornemen niet aan de orde.
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
14
M222741.002/TCR
3.2
Provinciaal beleid Met de aankomende Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking treedt, dient de provincie te beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie Limburg heeft in dat verband het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 alvast vervangen door de Omgevingsvisie Limburg (hierna te noemen: de POVl).
3.2.1
Omgevingsvisie (POVI) Het ruimtelijk beleid op provinciaal niveau is vervat in de provinciale Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is op 1 oktober 2021 vastgesteld en op 25 oktober 2021 in werking getreden. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. Volgens de bij de POVI behorende kaart ‘Zonering Limburg’ ligt het plangebied binnen twee zones, namelijk ‘buitengebied’en de ‘groenblauwe mantel´. Voor gebieden die gelegen zijn in het ‘buitengebied’ geldt dat de provincie zich met name focust op de doorontwikkeling van de land- en tuinbouw, windenergie en monumentaal erfgoed. Buiten deze thema’s speelt de provincie in dit gebied een beperktere rol en hebben gemeenten vrijheid om zelf beleid te ontwikkelen. De ´groenblauwe mantel´ wordt gekenmerkt door beekdalen én gebieden met steilere hellingen met een grote variatie aan functies. Deze gebieden zijn in hoge mate bepalend voor het beeld van het Limburgs landschap.
Vanwege de diversiteit aan functies zijn ontwikkelingen in dit type gebieden aanvaardbaar, echter horen de kernkwaliteiten van het gebied hierbij niet aangetast te worden. Bij verlies van natuurwaarden in de ´groenblauwe mantel´ is compensatie aan de orde. De jachthaven wordt met drijfelementen op een duurzame wijze ingepast. De bodem wordt hierbij niet aangetast. Het ontwikkelen van de jachthaven vormt geen belemmering voor overige functies in het buitengebied. Met onderhavige ontwikkeling c.q. realisatie worden in directe zin geen natuurwaarden geraakt aangezien de ontwikkeling van de jachthaven binnen haar oorspronkelijke en reeds vergunde kaders blijft. Het ontwerp van de jachthaven onderscheidt zich door haar ruimtelijke opzet en het duurzaam en natuurlijk materiaal- en kleurgebruik. Bij de inrichting van het terrein wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke materialen. Een verdere onderbouwing aangaande natuurwaarden is uitgewerkt in paragraaf 4.4, die op haar beurt is gebaseerd op een uitgevoerd Flora- en Fauna-onderzoek (zie bijlage 3).
3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL 2014) bevat de regels die het in het POL 2014 opgenomen omgevingsbeleid op onderdelen juridische binding geven. Bronsgroene landschapszone: kernkwaliteiten Het projectgebied wordt in het POL getypeerd als 'bronsgroene landschapszone'. Op grond van artikel 2.7.2 eerste lid van de Omgevingsverordening Limburg 2014 dient aangegeven te worden hoe het project zich verhoudt tot de kernkwaliteiten, die bij die zone horen. Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
15
M222741.002/TCR
De kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone worden in algemene zin vermeld in het tweede lid van artikel 2.7.2: - het reliëf. - het cultuurhistorisch erfgoed; - het visueel ruimtelijk karakter; en - het groene karakter; Een verdere uitwerking is opgenomen in de bijlage bij de Omgevingsverordening, waarin wordt verwezen naar het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg met bijbehorende kaarten. In het hieronder opgenomen kader wordt per kernkwaliteit aangegeven: 1. welke specifieke waarden in het projectgebied aanwezig zijn op grond van de betreffende kaart; 2. wat de impact van het project is op de betreffende waarden en – voor zover aan de orde – hoe deze beschermd en/of versterkt worden. Kernkwaliteiten Reliëf
Cultuurhistorisch erfgoed
Waarden volgens Kaart (Bron Atlas Limburg tab Landschap) Kaart 1| Natuurlijk fundament (Reliëf, Bodem en Water) Water - Aardkundige waarden - Van nature natte gronden - Rivierdal - Terras
Impact van de ontwikkeling op de aanwezige kernkwaliteiten
Kaart 2 | Gebruik en patroon in de tijd (Cultuurhistorie) - Water
Het Cultuurhistorisch erfgoed blijft ongewijzigd en word in stand gehouden.
Bij de ontwikkeling van de jachthaven wordt het natuurlijk fundament als basis aangehouden. Het hedendaagse zichtbare reliëf van het plangebied blijft ongewijzigd en wordt in stand gehouden.
- Groen Elementen - Bos - Infrastructuur - Weg ouder dan 1806 - Oud grasland Visueel ruimtelijk karakter
Kaart 3| Ruimte – massa huidige situatie (Visueel Ruimtelijk karakter) - Groen Elementen - Bos - Besloten door gebouwen - Halfopen door groen met verspreide gebouwen - Halfopen door groen bebouwingsarm
Met de ontwikkeling van de jachthaven zal het visueel ruimtelijk karkater van het gebied wijzigen. Met name het laag dynamisch landschap zal deels versterkt worden, en deels een nieuwe invulling krijgen. Bij de ontwikkeling van de jachthaven wijzigt de laag dynamische structuur. Door het aanleggen van de steigers veranderd de blauwe en rode structuur van het landschap. Daarnaast worden er nog enkele gebouwen ontwikkeld ten behoeve van de jachthaven zijnde een drijvend sanitair gebouw en een technische ruimte op de middelste terp. Deze gebouwen worden uitgevoerd met een gevelbekleding van modiwood zodat de gebouwen zoveel mogelijk opgaan in het landschap. Om de harmonie in het landschap te behouden zal de laag dynamische groen structuur worden versterkt door het
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
16
M222741.002/TCR
toevoegen van (baken)bomen en hagen. De laag dynamische rode structuur van de wegenstructuur en parkeerplaatsen zal eveneens gecompenseerd worden door het toevoegen van heggen en bomen. Hierdoor wordt het beeld van de (ooit aanwezige) karakteristieke maasheggen versterkt. Om de hoogte verschillen te benadrukken en het recreatief gebruik te stimuleren worden betonnen elementen toegevoegd. Alle groene elementen en de kenmerkende bakenbomen blijven ongewijzigd. Door middel van natuurlijk landschapsbeheer zal het groen daar waar nodig versterkt worden en vervolgens in stand worden gehouden. Groene karakter
Kaart 4| Landschapstypen en kwaliteiten (Landschapstypen) - Water - Groen elementen (in dalen landschap) - Bos (in dalenlandschap en mozaïklandschap) - Infrastructuur overig - Weg ouder dan 1806
Zie omschrijving van Kaart 1 tot en met 3
Geconcludeerd wordt dat de effecten die van het project uitgaan op de kernkwaliteiten in het projectgebied in de zin van artikel 2.7.2 van de Omgevingsverordening - voor zover feitelijk aanwezig – alleszins aanvaardbaar zijn. Meestal zijn effecten afwezig, deels zijn ze positief. Visueel-ruimtelijk betekent een jachthaven natuurlijk wel een verandering ten opzichte van de feitelijk bestaande situatie, zonder jachthaven. De ontwikkeling betreft echter een bij uitstek riviergebonden, gebiedseigen activiteit, die qua dynamiek past bij het Midden-Limburgse Maasplassengebied, een gebied dat zich kenmerkt door de waterrecreatie. Geen laddertoets Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient ook volgens de Omgevingsverordening (artikel 2.2.2) rekening te houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan dit artikel heeft reeds plaatsgevonden in paragraaf 3.1.3 van deze toelichting: aangezien geen sprake is van een nieuwe ontwikkeling is een laddertoets niet aan de orde.
3.2.3
Omgevingsverordening Limburg 2021 In december 2021 is door de provincie Limburg een nieuwe Omgevingsverordening Limburg (OvL 2021) vastgesteld. Bij inwerking treden van de Omgevingswet (1 januari 2024) zal deze Omgevingsverordening haar van rechtskracht verkrijgen. De verordening bevat regels die erop gericht zijn de doelen zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie te bereiken. Op grond van voornoemde verordening is het gehele projectgebied van MaasParc Asselt gelegen binnen de “Groenblauwe mantel”.
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
17
M222741.002/TCR
Onderstaande afbeelding geeft
afbeelding 3.1: uitsnede kaart ‘Landschappen’ OvL2021 De Groenblauwe mantel De Groenblauwe mantel is een samenvoeging van de beschermingszones ‘Zilvergroene natuurzone’ en de ‘Bronsgroene landschapszone’ uit de Omgevingsverordening 2014. De samenvoeging van de twee zones sluit aan bij de wens tot harmonisatie van de naamgeving van natuurzoneringen vanuit de Omgevingswet. Het enige wat er veranderd is, is dat ook voor de (voormalige) bronsgroene natuurzone inzichtelijk moet worden gemaakt wat de betekenis van een ontwikkeling in een 'plangebied' is voor de natuurwaarden in aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg. Er geldt dus een motiveringsplicht, waarbij de Groenblauwe mantel de navolgende kernkwaliteiten kent: 1. het groene karakter; 2. het visueel-ruimtelijk karakter; 3. het cultuurhistorisch erfgoed; 4. het reliëf; 5. ruimte voor water en waterberging in de laagten en beekdalen. Voor de bestemmingen in de vigerende bestemmingsplannen heeft de omgevingsverordening geen directe gevolgen. De daarin vastgelegde bestemmingen blijven bestaan zolang er zich geen nieuwe ontwikkelingen voordoen. De regels rondom de groenblauwe mantel in de omgevingsverordening richten zich dan ook niet tot de eigenaren en gebruikers van de grondgebieden binnen de groenblauwe mantel, maar richten zich alleen tot de gemeenten.
Bij het vaststellen van een (nieuw) omgevingsplan moet de gemeente aangeven hoe zij is omgegaan met de kernwaarden van de Groenblauwe mantel. Conclusie provinciaal beleid Het plan betreft de gewijzigde inrichting van een reeds in het verleden positief bestemd recreatieve gebruik als jachthaven. Met onderhavig plan wordt enkel de (vergunde) inrichting gewijzigd om een beter gebruik mogelijk te maken. De OvL 2014 maakt de recreatieve ontwikkeling binnen de ‘bronsgroene zone’ mogelijk. Omdat er daarnaast geen sprake is van een bestemmingswijziging bestaat er geen strijdigheid met de Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
18
M222741.002/TCR
OvL 2021. Er kan daarmee eveneens geconcludeerd worden dat de ontwikkeling past binnen de beleidskaders zoals opgenomen in de POVI.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen 2030 De intergemeentelijke structuurvisie (IG-SV) schetst het toekomstbeeld voor de Maasplassen tot 2030. Met een gemeenschappelijk gedragen toekomstvisie door de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Leudal, Beesel en Roermond kunnen ontwikkelingen beter en met meer onderlinge samenhang tot stand worden gebracht. De intergemeentelijke structuurvisie is een thematische structuurvisie en heeft een kaderstellende status voor andere gemeentelijke ruimtelijke instrumenten, zoals bestemmingsplannen die de gemeente vaststelt. Voor de gemeenten is de intergemeentelijke structuurvisie een voor zichzelf bindend en richting gevend document. Het is echter geen document dat juridisch bindend is voor de burger en/of andere belanghebbenden. Burgers en marktpartijen mogen er echter op rekenen dat de gemeenten zich houden aan de voornemens in deze visie. Concreet wordt de structuurvisie gebruikt voor: - Het richting geven van nieuwe beleidsinitiatieven. - Het vertalen van het beleid in nieuwe bestemmingsplannen en planologische maatregelen. - Het beoordelen van nieuwe plannen en particuliere initiatieven. - Het inspireren en verleiden van ondernemers om het Maasplassengebied te ontwikkelen tot een krachtige regio. De Maasplassen worden gezien als de motor van de vrijetijdseconomie in Midden-Limburg en een deel van Noord-Limburg.
Het is het grootste aaneengesloten watergebied in Zuidwest Nederland met een goede bereikbaarheid per auto vanuit het nabijgelegen Belgische en Duitse achterland. Het gebied biedt hiermee volop kansen voor een economische ontwikkeling waarbij het Maasplassengebied kan uitgroeien tot een top-waterrecreatiegebied van Nederland en de Euregio. In de structuurvisie wordt echter aangegeven dat er voor het Maasplassengebied als waterrecreatiegebied een kwalitatieve verbeterslag noodzakelijk is. Hiertoe worden ondernemers gestimuleerd de mogelijkheden van het gebied te benutten door met eigen initiatieven aan te haken aan de structuurvisie en daarmee het water als gebiedseigen kwaliteit te benutten. In het Nautisch Programma van Eisen staan speerpunten vermeld die nodig worden geacht om de Maasplassen te ontwikkelen tot een uniek en groots watersportgebied. Hierbij wordt flexibiliteit in aanbod en regelgeving als belangrijkste argument genoemd. Dit omdat regelgeving in het verleden sterk beperkend voor bedrijven is geweest aangezien flexibiliteit noodzakelijk is om in te kunnen spelen op de recreatieve trends. Conclusie regionaal beleid Het initiatief, de (gewijzigde) realisatie van MaasParc Asselt, is een passende ontwikkeling binnen de regionale “Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen 2030”.
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
19
M222741.002/TCR
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Toekomstvisie Roermond 2030 Op 22 december 2016 heeft de raad van de gemeente Roermond de Toekomstvisie Roermond 2030 vastgesteld. Deze visie schetst voor 5 hoofdthema’s (welke in samenwerking met inwoners van Roermond en partners van de stad zijn gekozen) een toekomstbeeld voor de gemeente. Met de 5 thema’s biedt de toekomstvisie een integraal perspectief op de toekomst van de stad, waarbij de belangrijkste veranderingen worden geadresseerd die op de stad afkomen. Aan de hand van de 5 thema’s wordt de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente beschreven. Drie zogenaamde roden draden zijn daarbij randvoorwaardelijk voor de geschetste toekomst: ontmoeting, verbindingen samenwerking. Deze rode draden spelen een belangrijke rol binnen de 5 hoofdthema’s. De vijf hoofdthema’s kunnen als volgt worden samengevat: 1. Roermond in 2030, een thuis voor de jeugd 2. Roermond in 2030, stad die je actief houdt 3. Roermond in 2030, Roermond zorg(t) voor elkaar 4. Roermond in 2030, stad van retail & leisure en industrie 5. Roermond in 2030, historische binnenstad aan het water De Maasplassen zijn volgens de toekomstvisie een van de toeristische trekpleisters binnen de gemeente en tonen het unieke karakter van de stad. De Maasplassen zijn een visitekaartje van de gemeente, de locatie is dan ook van grote waarde om mensen van buiten aan te trekken.
De gewijzigde uitvoering van de reeds vergunde jachthaven vormt dan ook een kans om het potentieel te benutten dat aan deze locatie is toegedicht. Door de jachthaven met respect voor de natuur en de omgeving te ontwikkelen kan dit visitekaartje van de gemeente verder tot bloei worden gebracht. De ontwikkeling past dan ook binnen de toekomstvisie van Roermond.
3.4.2
Structuurvisie kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond Op grond van de door de raad van Roermond in 2012 vastgestelde Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage moet het verlies aan omgevingskwaliteit als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied worden gecompenseerd. In de structuurvisie is de compensatieverplichting voor diverse categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen uitgewerkt in 10 modules. Voor de realisatie van het onderhavige plan geldt dat er sprake is van een bestaande situatie: er is eerder een jachthaven vergund (2007). In inhoudelijke zin is het planologisch regime sedertdien niet gewijzigd. Het voorliggende project betreft enkel een wijziging van het reeds in het verleden vergunde plan. De aanpassingen bestaan uit een wijziging van de haven (steigerplan) met daarnaast een reductie van het aantal ligplaatsen voor boten en parkeerplaatsen aan de wal. Gezien de vigerende bestemming Recreatie-jachthaven en het feit dat sprake is van een reeds vergunde situatie is er in juridisch opzicht strikt genomen geen sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. De structuurvisie mist in zoverre toepassing. Dit laat echter onverlet dat initiatiefnemer de landschappelijke kwaliteit van het projectgebied (daar waar deze al aanwezig is) wil behouden en (daar waar dat mogelijk en/of wenselijk is) versterken.
Hiertoe zal tussen initiatiefnemer en de gemeente Roermond geheel in lijn met de Structuurvisie kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond een (standaard)overeenkomst gesloten worden die ziet op de Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
20
M222741.002/TCR
aanleg en de instandhouding van het landschapsplan. Landschapsplan De bestaande bomen worden behouden en onderhouden. Tevens worden de parkeervoorzieningen aangepakt. Op dit moment zijn alle parkeerplaatsen geschikt voor boottrailers. In de nieuwe situatie worden boten niet via de weg aangevoerd naar de jachthaven en aldaar te water gelaten, de boten mogen enkel via het water aanmeren op de locatie. Naast het feit dat de omgeving van de projectlocatie hierdoor wordt ontlast van verkeer, biedt dit mogelijkheden om een gedeelte van verharding ten behoeve van parkeervoorzieningen te verwijderen en dit op te waarderen met groenaanplant. Voorgaande wordt inzichtelijk gemaakt middels een landschapsplan dat als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing is gevoegd.
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
21
M222741.002/TCR
4
Ruimtelijke overwegingen Bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met aspecten uit de omgeving die een negatieve invloed kunnen hebben op het projectgebied. Dit geldt omgekeerd ook voor de uitwerking die het project heeft op zijn omgeving. Voor de locatie zijn in dit hoofdstuk de aspecten landschappelijke inpassing, verkeer en parkeren, stikstof, flora en fauna, geluid, bodem en luchtkwaliteit bekeken.
4.1
Landschappelijke inpassing & Stedenbouwkundige kwaliteit Op basis van een landschapsplan (bijlage 1) wordt de ruimtelijke kwaliteit op de planlocatie gekenschetst en op onderdelen versterkt. De hoeveelheid parkeerplaatsen wordt verminderd en de aanwezige hellingbaan wordt verwijderd. De ruimte wordt hierbij groen ingericht zodat de aanwezige parkeerplaatsen en auto’s veel minder pregnant aanwezig/zichtbaar zullen zijn in het landschap. Bestaande bomen worden beschermd en behouden en nieuwe groene elementen (hagen en bomen) worden toegevoegd, waardoor aangesloten wordt bij het groene karakter van de omgeving. De binnen het plangebied aanwezige Japanse duizendknoop – een ongewenste Aziatische invasieve exoot zal worden verwijderd.
4.2
Verkeer & Parkeren Algemeen Het projectgebied wordt ontsloten via Eind en de Eindweg richting Swalmen en Roermond waarbij de verkeersbewegingen zoveel mogelijk over de hoofdwegen worden geleid zodat de kleinere ontsluitingswegen zoveel mogelijk worden ontlast. Voor het parkeren van auto’s is in het plan voorzien in een eigen parkeerplaats die voldoende ruimte biedt aan de parkeerbehoefte van de gebruikers en bezoekers van de jachthaven. Verkeer De verkeersgeneratie van de jachthaven is berekend op basis van de CROW-publicatie (no.: 381, 2018). Voor jachthavens wordt aangegeven dat er gemiddeld 26,6 verkeersbewegingen per etmaal per 100 ligplaatsen plaatsvinden. In de beoogde situatie worden (maximaal) 287 ligplaatsen gerealiseerd. Op basis van voornoemde publicatie zullen dan 2,87 x 26,6 = 77 verkeersbewegingen per etmaal plaatsvinden. In de vergunde situatie uit 2007 is voorzien in 365 ligplaatsen, in dit geval zou er sprake zijn van 97 bewegingen per etmaal. In de beoogde situatie worden de boten enkel via het water vervoerd naar de jachthaven. Er bestaat namelijk ter plaatse geen mogelijkheid meer tot het te water laten van de boten. Het is duidelijk dat ten opzichte van de vergunde situatie het aantal verkeersbewegingen van en naar de jachthaven afneemt met minimaal 20 bewegingen (= ca. 20%) per etmaal.
De verkeersafwikkeling vanaf de jachthaven zal plaatsvinden via de aanliggende weg ‘Eind’ naar de ‘Eindweg’. Via deze laatste weg zal het verkeer via de ‘Asseltsestraat’ of de ‘Pastoor Pinckesrstraat’ de Rijksweg Zuid kunnen bereiken. Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
22
M222741.002/TCR
De wegen, zowel gelegen binnen als buiten de bebouwde kom van Asselt, kunnen gecategoriseerd worden als erftoegangswegen (ETW). Deze wegen hebben als hoofdfunctie het uitwisselen van verkeer tussen gebiedsontsluitingswegen (GOW) en stroomwegen (SW). Voor erftoegangswegen binnen de bebouwde kom (ETW 30) is nationaal de maximale maatgevende verkeersintensiteit vastgesteld op 5.000 - 6.000 motorvoertuigen per etmaal. De gemeente Roermond hanteert een eigen maximale intensiteit van 4.000 motorvoertuigen per etmaal. De gemeente Roermond heeft op basis van haar verkeersmodel 2018 de verkeersintensiteiten voor voornoemde wegen aangeleverd. Deze gegevens dienen echter in het verkeersmodel gekalibreerd te worden naar 2023. In het navolgende overzicht wordt de intensiteit voor 2018 weergegeven met daarnaast een inschatting van de verkeerstoename tot 2023 op basis van een toename van 2,5 % extra verkeer per jaar: Wegen (ETW) Eind Eindweg Asseltsestraat Past. Pinckersstraat
Mvt/etmaal in 2018 237 333 379 238
Mvt/etmaal 2023 270 380 430 270
De extra verkeersintensiteit die de jachthaven met zich meebrengt is berekend op 77 motorvoertuigen per etmaal. Omdat deze berekening een gemiddelde per jaar weergeeft wordt voor het hoogseizoen rekening gehouden met piekmomenten door het toepassen van een factor 8,3 (CROW, 272). Dit komt voor de jachthaven neer op een maximale piekintensiteit van 640 motorvoertuigen per etmaal. De verwachting is dat dit verkeer zich in gelijke mate verdeelt over de Asseltseweg en de Pastoor Pinckersstraat. In navolgende overzicht is de verkeersintensiteit voor de erftoegangswegen als combinatie van het autonome gebruik samen met het gebruik van de jachthaven weergegeven. Uit dit overzicht blijkt dat de berekende verkeersintensiteiten in ruime mate onder de maximale landelijke maatgevende intensiteit (5000-6000 mvt/etmaal) en tevens ruim onder de door de gemeente Roermond gehanteerde norm van 4.000 mvt/etmaal voor erftoegangswegen blijven. Wegen (ETW) Eind Eindweg Asseltsestraat Past. Pinckersstraat
Mvt/etmaal 2023 autonoom 270 380 430 270
Mvt/etmaal door de jachthaven 640 640 320 320
Mvt/etmaal totaal (pieksituatie) 910 1.020 750 590
Parkeren In de parkeernota van de gemeente Roermond is enkel een parkeernorm opgenomen voor jachthavens in het binnenstedelijk gebied. Er is dan sprake van jachthavens waar naast ligplaatsen voor boten ook andere activiteiten plaatsvinden zoals verhuur van (zeil)boten, waterfietsen, horecaactiviteiten en vermaak voor kinderen. Voor dergelijke havens is in de nota van de gemeente Roermond een norm van 2,4 parkeerplaatsen per ligplaats opgenomen. Op de projectlocatie is er echter sprake van een jachthaven met enkel ligplaatsen voor boten, voor het overige zijn er geen faciliteiten. Voor dergelijke jachthavens wordt op basis van de landelijke CROWRuimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
23
M222741.002/TCR
publicatie (publicatie no. 381) een parkeernorm aangehouden van maximaal 0,7 parkeerplaats per ligplaats. Op basis van de oude vergunning uit 2007 zijn er op het terrein 387 parkeerplaatsen aanwezig voor 365 ligplaatsen. In de nieuwe situatie wordt dit aantal teruggebracht naar 353 parkeerplaatsen. Dit ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het terrein. Voorgaande betekent dat er 353 parkeerplaatsen aanwezig zijn voor 287 ligplaatsen, per ligplaats is er derhalve ruim 1,22 parkeerplaats aanwezig en wordt ruim aan de parkeernorm uit de CROW-publicatie (maximaal 0,7) voldaan. Conclusie verkeer en parkeren De ontwikkeling zorgt voor een maximale verkeersgeneratie van 77 verkeersbewegingen per etmaal. Uit de berekening van de verkeersintensiteit, waarbij rekening wordt gehouden met piekmomenten in het vaarseizoen, blijkt dat verkeersafwikkeling op de wegen Eind en Eindweg niet in het geding zal komen. Daarnaast wordt met de parkeerruimte op het terrein in ruime mate voorzien in de te verwachten parkeerbehoefte van de bezoekers van de jachthaven. Het aspect verkeer en parkeren staat daarmee de ontwikkeling niet in de weg.
Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
24
M222741.002/TCR
4.3
Stikstofdepositie Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura-2000 gebieden dient er getoetst te worden of de realisatie van de steigers en daarna het gebruik van de locatie een vergunningsplicht bestaat op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). Effecten kunnen in beginsel alleen optreden door zogenoemde externe werking, waarbij veranderingen en activiteiten binnen het plangebied kunnen leiden tot veranderingen van de milieusituatie in de natuurgebieden. In onderhavig plan betreft dit de emissie van stikstof als gevolg van de uitvoering en het gebruik. Er moet worden beoordeeld of een natuurvergunning is vereist als gevolg van de uitstoot van stikstof tijdens de realisatie- en gebruiksfase. Het dichtstbijzijnde te toetsten Natura2000-gebied, “Swalmdal”, ligt op een afstand van ca. 600 meter van het plangebied.
Afbeelding 4.1: afstand plangebied ten opzichte van natuurgebied
Uit de berekeningen met de AERIUS-calculator, die zijn gemaakt voor zowel de realisatie- als gebruiksfase, blijkt dat er sprake is van een mogelijk effect door stikstofdepositie op het Swalmdal. De berekende depositie bedraagt namelijk meer dan 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar voor het gebruik van de jachthaven. Ten gevolge van deze stikstofdepositie kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Swalmdal niet worden uitgesloten. Om deze mogelijke effecten te voorkomen wordt gebruik gemaakt van het provinciale beleidsinstrument “externe saldering”. Door middel van aankoop van ammoniak (NH3) van een naburig veehouderijbedrijf is mitigatie van het depositie-effect mogelijk. Voor deze saldering is, op basis van de AERIUS-berekeningen (zie bijlage 2) reeds de benodigde hoeveelheid stikstof middels een de aankoop van 500 kg ammoniak vastgelegd. Ruimtelijke onderbouwing Jachthaven MaasParc Asselt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V.
25
M222741.002/TCR
Conclusie stikstof Voor het project bestaat er een vergunningsplicht in het kader van de Wnb. Hiertoe is reeds een aanvraag bij het bevoegd gezag, de Provincie Limburg, ingediend. Op grond daarvan bestaat er geen aanhaakplicht tussen de te verlenen Omgevingsvergunning (Wabo) en de Natuurvergunning (Wnb).
4.4
Flora en Fauna In verband met de gewenste realisatie van de jachthaven is een quickscan ‘Flora en Fauna’ uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in de eventuele aanwezigheid binnen het projectgebied van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast is onderzocht of de geplande activiteiten een mogelijke invloed hebben op deze beschermde flora en/of fauna. Quickscan Uit de quickscan komt naar voren dat het projectgebied geschikt zou kunnen zijn voor de bastaardkikker, egel, konijn, haas en elrits. Met uitzondering van de elrits zijn deze soorten opgenomen in de bijlage van de Omgevingsverordening Limburg en geldt er voor ruimtelijke ontwikkelingen een provinciale vrijstelling voor het verstoren en verplaatsen van deze soorten. Eveneens is de locatie geschikt als foerageerlocatie voor diverse vleermuissoorten. Aangezien slechts een beperkte ingreep plaatsvindt, zal geen sprake zijn van negatieve invloed op het voortbestaan van de genoemde soorten binnen het plangebied. Door de realisatie van de aanlegplaatsen zullen rondom de steigerpalen micro-biotopen ontstaan die dienen als habitat en kraamkamergebied voor kleinere vissen. De steigers worden voorzien van kunststof drijflichamen met een verbeterd drijfvermogen en daarom niet aaneengesloten geïnstalleerd hoeven te worden. Dit heeft als gevolg dat het zonlicht bijna onverminderd wordt doorgelaten naar het water.
De steigers hebben hierdoor nauwelijks invloed op de biodiversiteit in en op het water. In verband met de mogelijke verstoring van broedvogels (o.a. grasmus en wilde eend) dienen de voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de aanlegsteigers buiten de broedperiode van 15 maart tot globaal 1 augustus te worden uitgevoerd. Veldbezoek Tijdens een veldbezoek zijn ten noorden van de jachthaven zijn, op een afstand van ca. 500 meter van het terrein, dassenburchten aangetroffen. Tevens was hier een beverburcht aanwezig. Aan de zuidoostzijde, op een afstand van 300 meter van het terrein, bevindt zich eveneens een dassenburcht. In het gebied rondom de jachthaven zijn verschillende sporen (paden) van de das aangetroffen. Deze zal foerageren op het gras- en akkerland dat grenst aan de jachthaven. De jachthaven wordt voornamelijk gebruikt tijdens het vaarseizoen, dat globaal loopt van 1 april tot eind oktober. In dit vaarseizoen zal er tussen zonsopkomst en zonsondergang sprake zijn van een gering aantal vervoersbewegingen (zoals onderbouwd in §4.2), men verblijft immers op het water. In de nachtelijke uren geldt de nachtrust en zal er enkel een incidentele beweging plaatsvinden. Buiten deze periode zal het gebruik van de haven sterk reduceren waardoor er minder boten zullen uitvaren. Het gebruik van de parkeerplaatsen is voornamelijk gebonden aan het vaarseizoen.