Bijlage 4 - toelichting en regels bestemmingsplan Herontwikkeling Borneostraat eo project De Kemp
Tekst van het document
Bestemmingplan ‘Herontwikkeling Borneostraat e.o. (project de Kemp)’ Gemeente Roermond Vastgesteld
Bestemmingplan ‘Herontwikkeling Borneostraat e.o. (project de Kemp)’ Gemeente Roermond Vastgesteld
Identificatienummer: Datum:
NL.IMRO.0957.BP00000327-VG01 5 juli 2023
Opdrachtgever: Projectnummer: Documentnummer: Status:
Wonen Zuid CA210028.049 R01v1.1-Toelichting Vastgesteld
+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl Functie
Naam
Adviseur ruimtelijke ontwikkeling
Jeroen Louwinger
Collegiale toets
Jeroen van Schie
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
2 van 52
Inhoud 1
Inleiding ..........................................................................5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Situering en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
2
Plangebied en -ontwikkeling .................................. 7
2.1 2.2
Omgeving plangebied en plangebied Planvoornemen
3
Beleidskaders .............................................................. 13
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6 3.4.7
Rijksbeleid 13 Nationale Omgevingsvisie.................................................................................................................. 13 Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................................... 14 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening............................................................................. 15 Provinciaal beleid 16 Provinciale omgevingsvisie Limburg 2021 ................................................................................... 16 Omgevingsverordening Limburg 2014 ........................................................................................... 18 Ontwerp omgevingsverordening Limburg 2021 .......................................................................... 18 Regionaal beleid 19 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg ........................................................................................ 19 Gemeentelijk beleid 21 Omgevingsvisie Roermond ................................................................................................................ 21 Toekomstvisie Roermond ...................................................................................................................
21 Nota parkeernormen 2021 .................................................................................................................. 23 Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 ........................................................................... 23 Groenvisie ............................................................................................................................................... 24 Duurzaamheidsvisie Roermond ...................................................................................................... 24 Gemeentelijk Rioleringsplan ............................................................................................................ 25
4
Omgevingsaspecten ................................................. 27
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.9.1 4.9.2
Bedrijven en milieuzonering 27 Geluid 28 Luchtkwaliteit 28 Geur 29 Bodem 30 Externe veiligheid 31 Archeologie 35 Natuur 36 Waterparagraaf 39 Beleidskaders ......................................................................................................................................... 39 Watertoets ............................................................................................................................................... 42
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
3 van 52
5 5 5 6
7 9
4.10 4.11 4.12
Verkeer en parkeren Bezonning en privacy Milieueffectrapportage
43 44 45
5
Uitvoerbaarheid ......................................................... 47
5.1 5.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6
Planstukken ................................................................ 49
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2
Algemeen 49 Toelichting, regels en verbeelding 49 Toelichting .............................................................................................................................................. 49 Regels en verbeelding ......................................................................................................................... 49
47 47
Bijlagen Bijlage 1:
Akoestisch onderzoek
Bijlage 2:
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 3:
Quickscan Externe Veiligheid
Bijlage 4:
Archeologisch onderzoek
Bijlage 5:
Notitie Stikstofberekening
Bijlage 6:
Voortoets.
Bijlage 7:
Ecologische quickscans
Bijlage 8:
Natuurwaardenonderzoek
Bijlage 9:
Ontheffing Wet Natuurbescherming
Bijlage 10:
Bomeninventarisatie
Bijlage 11:
Watertoets
Bijlage 12:
Parkeeronderzoek
Bijlage 13:
Bezonningsstudie
Bijlage 14:
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 15:
Nota van zienswijzen
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
4 van 52
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Wonen Zuid is bezig met de herontwikkeling van een locatie in de wijk “de Kemp” te Roermond. De planontwikkeling omvat de sloop van 126 woningen en de gefaseerde realisatie van 124 woningen inclusief de aanleg van de bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen. Het voornemen is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. In verband met deze strijdigheid dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld voor de realisatie van het planvoornemen. Het doel van dit voorliggende document is het voorzien in een toelichting op bijbehorende regels en verbeelding voor de bestemmingsplanwijziging.
1.2 Situering en begrenzing plangebied De planlocaties zijn gelegen binnen de wijk ‘De Kemp’ te Roermond. In deze wijk worden 126 woningen gesloopt waarna in totaal 124 nieuwe woningen worden gerealiseerd. De nieuwe woningen bestaan uit zowel eengezinswoningen als levensloopbestendige woningen. De woningen zijn gelegen aan de Borneostraat, Kempweg, Floresstraat, de Celebesstraat en het Karel Doormanplein.
Situering plangebied in Roermond
1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor de locatie is op dit moment het bestemmingsplan "Kemp Kitskenberg Kitsensdal" het geldende juridisch planologisch kader. Dit plan is door de gemeenteraad van Roermond op 11 mei 2017 vastgesteld. Op grond van dit bestemmingsplan geldt voor het plangebied de bestemming 'Woongebied' met de aanduidingen 'maximum goothoogte (6 m.), maximum bouwhoogte (10 m.). Tevens is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' van toepassing
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
5 van 52
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Kemp Kitskenberg Kitsensdal’
Het planvoornemen past niet binnen het geldende bestemmingsplan doordat de nieuwe woningen anders worden gesitueerd, alsmede doordat het bouwen van nieuwe hoofdgebouwen en/of toevoegen van nieuwe woningen niet is toegestaan.
1.4 Leeswijzer In Hoofdstuk 2 wordt het planvoornemen nader besproken. Hoofdstuk 3 bevat vervolgens een uiteenzetting van de planologische beleidskaders die een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van deze bestemmingsplanwijziging. In opvolgende paragrafen wordt in dit hoofdstuk het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid besproken. Hoofdstuk 4 behandelt de voor het plangebied relevante omgevingsaspecten, zoals water, ecologie, externe veiligheid en luchtkwaliteit. In Hoofdstuk 5 is de uitvoerbaarheid van planvoornemen beschreven. In Hoofdstuk 6 komen de planstukken aanbod.
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
6 van 52
2 Plangebied en ontwikkeling 2.1 Omgeving plangebied en plangebied Het plangebied is gelegen in de buurt de Kemp. Deze buurt is in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw gerealiseerd. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door overwegend een woonfunctie. Daarnaast zijn nabij het plangebied enkele andere functies aanwezig waaronder horeca en detailhandel. Deze zijn met name gesitueerd aan (de noordzijde van) de Kempweg. Plangebied.: Binnen het plangebied zijn momenteel 126 woningen gelegen. Het plangebied wordt gekenmerkt als woongebied. De woonbebouwing bestaat daarbij uit geschakelde grondgebonden woningen. De woningen bestaan deels uit 1 laag met kap en deels uit 2 lagen met kap.
Impressie Kempweg met rechts het plangebied
Impressie woningen Borneostraat
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
7 van 52
Impressie woningen Celebesstraat
Impressie woningen Floresstraat
Woningen Kempweg 16 t/m22
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
8 van 52
Woningen Celebesstraat 72-82
2.2 Planvoornemen Wonen Zuid is eigenaar van 121 woningen in de straten Celebesstraat, Kempweg, Borneostraat en Floresstraat welke behoren binnen het plangebied voor dit project. Deze woningen zijn gebouwd rond 1950 en hebben een energielabel F. Vanwege de woningtypologie en de technische en energetische kwaliteit van de woningen is gekozen voor sloop van de bestaande woningen en herontwikkeling naar nieuwbouw. Door nieuwbouw wordt de levensduur veel meer verlengd dan bij renovatie. Het planvoornemen voorziet in de herontwikkeling van het gehele plangebied waarbij de bestaande verouderde woningen (126 stuks) worden gesloopt en worden vervangen door 124 nieuw te bouwen woningen, zijnde 37 nultredewoningen en 87 gezinswoningen. Er komt een gevarieerd woonprogramma met senioren- en eengezinswoningen. Deze woningen bestaan uit 1 of 2 lagen met kap, de beukbreedtes variëren van circa 5,1, 5,4 of 6,2 meter. De huidige woningen hebben een diepe voortuin en flinke achtertuin. Vooral de voortuinen zorgen voor een rommelig beeld in de straten. Daarbij wordt momenteel een hoge parkeerdruk ervaren in de wijk. Om de kwaliteit te verbeteren is er voor gekozen om bij de herontwikkeling de percelen kleiner te maken. Deze ruimte wordt ingezet voor het realiseren van meer openbaar groen en het toevoegen van extra parkeergelegenheid.
Door in te zetten op meer openbaar groen zal de leefbaarheid verbeteren, maar ontstaat er ook een positieve invloed op hittestress en klimaatadaptatie. De Kempweg behoudt het dorpskarakter met gevarieerde bouwblokken en verspringende voortuinen. De nieuwe woningen zullen aansluiten op het dorpskarakter doormiddel van dakvorm, kleur van de baksteen, dakpannen. De Borneostraat wordt het hart van het gebied, een ruime straat met groene bermen en eenzijdig haaks parkeren. Zowel aan de Borneostraat als aan de Celebesstraat is aan de noordzijde tussen de woningen een parkeerkoffer voorzien. De bebouwing aan de zuidzijde van de Borneostraat springt terug waardoor er extra ruimte ontstaat voor parkeren en groen. De Floresstraat krijgt een ruimer profiel waarbij aan de westzijde ruimte ontstaat voor groen, parkeren en berging van hemelwater. Met eenzijdig haaks parkeren en een parkeerkoffer (ter hoogte van de Borneostraat) wordt in de parkeerbehoefte voorzien. Aan het Karel Doormanplein, bij de aansluiting mat de Borneostraat, worden drie woningen ontwikkeld die georiënteerd zijn op het Karel
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
9 van 52
Doormanplein. Daarnaast worden aan de Kempstraat (huisnummers 16 t/m 22) vier bestaande woningen vervangen door vier nieuwe (senioren)woningen en aan de Celebesstraat (huisnummers 72 t/m 82) zes bestaande woningen vervangen door zes nieuwe (senioren)woningen. In onderstaande afbeeldingen is inzicht gegeven in de herinrichting van het plangebied zoals hiervoor beschreven.
Stedenbouwkundig plan (eindbeeld)
Impressie nieuwbouw Borneostraat
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
10 van 52
Impressie nieuwbouw Floresstraat
Impressie nieuwbouw Kempweg
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
11 van 52
Fasering Het planvoornemen voorziet in de herontwikkeling van het gehele plangebied waarbij de bestaande verouderde woningen (126 stuks) worden gesloopt en worden vervangen door 124 nieuw te bouwen woningen. Deze herontwikkeling heeft als uitgangspunt dat de ziel van de wijk behouden moet blijven. Er wordt dus echt herontwikkeld voor de huidige bewoners. De huidige bewoners krijgen de kans om een nieuwe woning binnen hun wijk te betrekken. Daarvoor zal dit plan gefaseerd worden uitgevoerd waarbij gebruik wordt gemaakt van wisselwoningen. De fasering van de herontwikkeling wordt tevens afgestemd op beschikbaarheid van de woningen welke nog in particulier eigendom zijn. Ten behoeve van de realisatie van het eindbeeld heeft Wonen Zuid de intentie tot aankoop van het particulier bezit binnen het plangebied.
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
12 van 52
3 Beleidskaders In dit hoofdstuk worden de vigerende beleidsdocumenten besproken die betrekking hebben op het plangebied. In de eerste paragraaf wordt ingegaan op het nationaal beleid, waarna op volgorde van schaalgrootte in de volgende paragrafen het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid wordt beschreven. Voor elk beleidsdocument wordt een reflectie gemaakt op het voorliggende plan.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is vastgesteld op 11 september 2020. Deze visie beschrijft dat nationale ruimtelijke opgaven zoals de bouw van 1 miljoen woningen, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie. Deze opgaven vragen meer ruimte dan er beschikbaar is in Nederland. In de NOVI zijn er daarom keuzes gemaakt. De beleidskeuzes ten aanzien van sterke en gezonde steden en regio’s zijn als volgt: 1.
2.
3.
4. 5.
6.
7. 8.
9.
We versterken het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio’s te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de (ov-)infrastructuur en vindt plaats in de regio’s waar er vraag is. De grote open ruimten tussen de steden behouden hun groene karakter. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden zich duurzaam ontwikkelen. Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio’s sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse. Voor de bestaande bebouwing zetten we in op een integratie van stedelijke ontwikkeling en beheer om te komen tot een efficiënte aanpak van de vele opgaven daar. We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert. We verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie.
We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio’s en natuur inclusief bouwen zijn het uitgangspunt. We richten steden en regio’s klimaatbestendig in. Het stedelijke mobiliteitssysteem levert een goede bereikbaarheid op. De auto, het ov, fietsen en lopen zijn onderling verknoopt. Het systeem draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl. Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak.
De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
13 van 52
taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat. In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • een duurzaam en economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken zijn in de NOVI 21 nationale belangen benoemd waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Toetsing van het initiatief aan de NOVI: Aangezien een visie geen bindende werking heeft voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld, zijn deze nationale belangen geborgd in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte. Deze AMvB wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Het beleid met betrekking tot verstedelijking heeft het Rijk onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet' overgelaten aan de lagere overheden. Wel is sprake van een 'ladder' voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Deze is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en bestond oorspronkelijk uit drie treden. Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd, waarbij de afzonderlijke treden zijn komen te vervallen. Daarnaast is het begrip ‘actuele regionale behoefte’ vervangen door ‘behoefte’. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de beoogde ontwikkeling.
3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: de Ladder) geïntroduceerd. De Ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zodat de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2 Bro dient de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling te bevatten, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Uiteindelijk zal de gewijzigde Ladder via het invoeringsbesluit van de Omgevingswet worden ingevoegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De strekking van de Ladder blijft daarbij gelijk. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Ladder-onderbouwing is verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Hieronder wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan.
Deze laatste categorie is in de handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoorsport en leisure. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
14 van 52
sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, blijkt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie zijn elf woningen (welke op één dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd. Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus twaalf (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 6.3). Er dient nadrukkelijk te worden gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte, én voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt of voldaan wordt aan de Ladder.
Toetsing van het initiatief aan de ladder voor duurzame verstedelijking De ladder van duurzame verstedelijking is, van toepassing op ontwikkelingen die als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 in samenhang met artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro kunnen worden aangemerkt. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de realisering van 124 nieuwe woningen op een locatie waar reeds 126 verouderde woningen staan. De verouderde woningen zullen worden gesloopt. Als gevolg van de herstructurering van het plangebied zal de situering van de nieuw te bouwen woningen ten opzichte van de huidige situatie worden gewijzigd. Volgens artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro zou deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling kunnen worden aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft echter geoordeeld dat een bestemmingsplan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime niet voorziet in een groter planologisch beslag op de ruimte en niet voorziet in een functiewijziging, niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro (zie ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724 en ABRvS 25 juni 2014,ECLI:NL:RVS:2014:2294 (Weert)).
Aangezien het onderhavige bestemmingsplan niet voorziet in een groter planologisch beslag op de beschikbare ruimte dan binnen het vigerende bestemmingsplan het geval is en evenmin voorziet in een functiewijziging - de geldende woonbestemming wordt immers niet gewijzigd (alleen de situering van de woningen wordt gewijzigd) - moet aldus worden geconcludeerd dat dit plan niet voorziet in een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro. Daarnaast neemt het aantal woningen met 2 woning af. De ladder van duurzame verstedelijking is op deze ontwikkeling derhalve niet van toepassing. Ondanks dat er niet getoetst hoeft te worden, wordt er wel voldaan aan de ladder aangezien er binnen de bestaande contouren van het stedelijk gebied nieuwe woningbouwontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.
3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Om de in de SVIR opgenomen nationale belangen juridisch te borgen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: • rijksvaarwegen; • mainportontwikkeling Rotterdam; • kustfundament; • grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied;
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
15 van 52
• • • • • • • •
defensie; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ecologische hoofdstructuur; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Toetsing van het initiatief aan de Barro De Barro doet geen specifieke uitspraken met betrekking tot het plangebied. Van geen van voorstaande thema’s is sprake in voorliggende initiatief. Het rijksbeleid heeft geen directe werking op de ontwikkeling van de planlocatie. Het voorgenomen plan heeft daarom geen strijdigheden met de Barro.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale omgevingsvisie Limburg 2021 Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg is op 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten en vervangt het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast is reeds een omgevingsverordening vastgesteld op 17 december 2021 om het beleid juridisch te verankeren. Deze wordt verder behandeld onder paragraaf 3.3.3. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: • Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; • Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); • Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen:
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
16 van 52
•
Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; • Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect ‘Wonen en leefomgeving’. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korteen middellange termijn zit in het toekomst geschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad.
Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Leefomgeving Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit.
Toetsing van het initiatief Provinciale omgevingsvisie Limburg 2021 Dit bestemmingsplan is erop gericht om binnen het plangebied een ontwikkeling mogelijk te maken ten behoeve van de functie wonen. Voorliggend initiatief sluit aan door van de 124 nieuwe sociale huurwoningen er 37 uit te voeren als levensloopbestendige woningen (nultreden en BAT 4 score). Daarnaast wordt door de aanpassingen aan de omgeving met betrekking tot groen en parkeren een meer leefbare wijk gecreëerd. Met voorliggend initiatief wordt een nieuwe impuls gegeven aan een oud woongebied. Voorliggend plan is dan ook in lijn met de Provinciale omgevingsvisie Limburg 2021.
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
17 van 52
3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL 2014 juridische binding te geven. Naar verwachting wordt deze Omgevingsverordening vanaf 1 januari 2024 vervangen door een nieuwe omgevingsverordening Limburg 2021. Tot die tijd blijft de Omgevingsverordening Limburg 2021 van kracht. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Volgens de kaart ‘Milieubeschermingsgebieden’ is onderhavige locatie gelegen binnen het milieubeschermingsgebied ‘Boringsvrije zone Roerdalslenk III’. In deze zone is het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van de grond toegestaan tot 80 meter.
Ten behoeve van voorliggend bouwplan hoeven geen diepe funderingen dieper dan 80 meter te worden aangebracht of andere diepe boringen te worden verricht, waardoor de beschermende bodemlaag door de uitvoering van het project niet wordt aangetast. De boringsvrije zone Roerdalslenk III vormt daarmee geen belemmeringen voor het voorliggende initiatief. Toetsing van het initiatief aan de omgevingsverordening Limburg 2014: Dit bestemmingsplan is erop gericht om binnen het plangebied een ontwikkeling mogelijk te maken ten behoeve van de functie wonen. Er wordt in het initiatief rekening gehouden met de Boringsvrije zone Roerdalslenk III. Verder ligt het voorstaand initiatief in bebouwd gebied volgens de omgevingsverordening Limburg 2014, echter worden hier geen criteria aan voorliggende initiatief gesteld. Voorliggend initiatief is daarom passend binnen de omgevingsverordening Limburg 2014.
3.2.3 Ontwerp omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze Omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen. De inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2024 wanneer naar verwachting ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleid neutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied binnen het gebied ‘Groenblauwe mantel’ en meer specifiek binnen de thema’s detailhandel, kantoren, toerisme, werklocaties, verstedelijking en wonen. Conform artikel 12.1 van de ontwerp-omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen het volgende beschrijven:
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
18 van 52
1. 2. 3.
4. 5.
rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio NoordLimburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring realisatie van de woningen is beoogd binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.
Toetsing van het initiatief aan de ontwerp omgevingsverordening Limburg 2021 In onderhavig plan is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12 van de ontwerp omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit paragraaf 3.2.1 past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. In paragraaf 3.3 volgt een uitgebreide onderbouwing met betrekking tot de behoefte en de regionale afspraken.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 3.3.1.1 Algemeen De gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert hebben in 2022 de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 (verder: Structuurvisie Wonen 2022) vastgesteld. In de Structuurvisie Wonen 2022 wordt ruimte gemaakt om te bouwen voor de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment. Daarnaast is er aandacht voor transformatie/herstructurering. De focus zal de aankomende vier jaar vooral gericht zijn op het bouwen van kwalitatief de juiste woningen aansluitend bij de lokale en regionale behoefte. Aandachtspunten hierbij zijn de beschikbaarheid en bereikbaarheid van woningen. Het is de uitdaging de komende jaren voldoende woningen en de juiste woningen op de juiste plaats toe te voegen. Het aantal huishoudens in de regio is tussen 2018 tot en met 2020 met 2,1% (2.223) toegenomen. Alle gemeenten laten (nog) een groei zien. In enkele gemeenten vlakt de groei langzaam af en nadert de top van het aantal huishoudens. Het is zaak de ambities de komende periode wederom waar te maken. Er worden geen afspraken gemaakt over het terugdringen van de planvoorraad, gelet op de omstandigheden. Daarnaast ligt er een opgave in de (ver)bouwopgave en de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad.
Dit wordt vanuit het duurzaamheidsbeleid/de energietransitie opgepakt. De Structuurvisie Wonen 2022 legt ten opzichte van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021 daarbij meer nadruk op de het tegemoet komen aan de groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod. In de Structuurvisie Wonen 2022 wordt daarom ook de ambitie uitgesproken meer woningen te realiseren dan op grond van de toename van het aantal huishoudens nodig is.
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
19 van 52
3.3.1.2 Kwantitatieve woningbehoefte Op basis van de meest recente huishoudenprognose (Etil, Progneff 2021) wordt in Midden-Limburg de komende jaren, op basis van de huidige bevolking, nog een groei van het aantal huishoudens verwacht van 5.387 met een top in 2034. Het aantal huishoudens in de regio groeit nog van 108.814 per 1-1-2021 tot 114.201 per 1-1-2034. Naarmate de top nadert vlakt de groei af. Na de huishoudentop buigt deze om naar een daling waardoor er -met uitzondering van vervangende nieuwbouw- op termijn per saldo geen nieuwe woningen meer nodig zijn. Niet elke gemeente bereikt gelijktijdig de top, gemeente Roermond bereikt de top in 2043. In de Structuurvisie Wonen 2022 is voor de gemeente Roermond aangegeven dat tussen 1 januari 2021 en de huishoudentop in 2043 (het moment waarop volgens de meest actuele prognose het aantal huishoudens gaat afnemen) het aantal huishoudens toeneemt met 3.244. In 2021 zijn 263 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad, waarmee nog een groei van het aantal woningen van 2.981 (3.244 minus 263) is voorzien. De planvoorraad is per 1 januari 2022 2.588 woningen groot, aanzienlijk kleiner dan de voorziene toename van het aantal huishoudens. Dit verschil is per 1 januari 393 (2.981 ten opzichte van 2.588).
In de Structuurvisie Wonen 2022 is voor de periode 2021 tot en met 2025 aanvullend op de toename van het aantal huishoudens een extra woningbouwambitie opgenomen van in totaal 193-318 woningen. Dat leidt tot een beoogde groei van het aantal woningen in de periode 2021-2025 van 325-350 per jaar. Omdat de planvoorraad kleiner is dan de woningbehoefte én vanwege de aanvullende woningbouwambitie dient de planvoorraad ten opzichte van 1 januari 2022 aangevuld te worden met plannen passend in de uitkomsten van het woningmarktonderzoek 2018. 3.3.1.3 Kwalitatieve woningbehoefte De Structuurvisie Wonen heeft als onderlegger en toetsingskader het door de regio in 2018 uitgevoerde woningmarktonderzoek en de meest recente Etil huishoudenprognoses. Wanneer wordt gekeken naar de kwalitatieve woningbehoefte ziet de regio dat tot 2030 het aantal jongere huishoudens (tot 30 jaar) en het aantal midden huishoudens (30-65 jaar) afneemt en dat het aantal oudere huishoudens (vanaf 65 jaar) forst toeneemt. In kwalitatieve zin blijkt ook vooral ingezet wordt op de realisatie van seniorenwoningen (huur en koop; grondgebonden en appartementen met lift; nultreden en levensloopbestendig), 1- en 2-persoonswoningen (huur en koop) en reguliere woningen (grondgebonden en appartementen; sociale en middenhuur).
Tevens is geconstateerd dat er (op termijn) een overschot ontstaat aan de volgende woningtypes; appartementen zonder lift (huur), rij-/hoekwoningen (huur en koop) en 2 onder 1 kap woningen (koop). In de gemeente Roermond bestaat een behoefte aan onder andere grondgebonden nultredewoningen. Ook bestaat er aanvullend behoefte aan sociale huurwoningen, waaronder ook grondgebonden nultredewoningen en rijwoningen. 3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 Het plan leidt tot een kleine afname van het aantal woningen. Daarom is het niet nodig het plan regionaal af te stemmen zoals is afgesproken in de Structuurvisie Wonen 2022, waarin is opgenomen dat regionale afstemming plaatsvindt voor plannen van 10 woningen en meer. Toch is het plan regionaal besproken om de kwalitatieve verschuiving van rijwoningen naar nultredewoningen toe te lichten. In het plan worden 126 rijwoningen gesloopt en komen er 87 rijwoningen en 37 grondgebonden nultredewoningen terug (in totaal 124). Dit past in de relatieve groei van het aantal ouderen en de behoefte aan grondgebonden nutredewoningen, ook voor de sociale doelgroep. Zoals aangegeven neemt de woningbehoefte van de sociale doelgroep toe. De 124 te bouwen woningen worden daarom ook als sociale huurwoningen gerealiseerd. 3.3.1.5.
Conclusie Het voorliggende plan past binnen de kaders van de Structuurvisie Wonen 2022.”
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
20 van 52
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Roermond Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de gemeente Roermond de (ontwerp) Omgevingsvisie Roermond opgesteld. De vaststelling van deze visie is voorzien eind tweede kwartaal 2023. Vanuit maatschappelijke trends en ontwikkelingen ziet de gemeente Roermond in de Omgevingsvisie vier brede opgaven, waarvan een overkoepelende: 1. Samen denken en doen 2. Demografie: aantrekkelijk woon- en werkklimaat voor jongeren 3. Klimaatverandering en klimaatadaptatie 4. Roermond verbindt Deze vier opgaven in samenhang met de sterktes en zwaktes die Roermond karakteriseren zijn in de Omgevingsvisie vertaald in vier concrete fysieke speerpunten waar de gemeente Roermond zich de komende jaren voor in gaat zetten: 1. De gezonde en veilige stad 2. Aantrekkelijke woon- en werkstad 3. De Duurzame Stad/ Energie en klimaat 4. Stad van drie grote trekkers Van deze vier speerpunten valt voorliggend plan voornamelijk onder punt 2, de aantrekkelijke woon- en werkstad. De gemeente geeft hierin aan dat plannen voor nieuwe woningen aan dienen te sluiten op de lokale woningbehoefte, maar dienen ook bij te dragen aan een evenwichtige bevolkingsopbouw. Binnen het speerpunt ‘de aantrekkelijke woon- en werkstad zijn er vier verschillende uitgangspunten 1. Inzetten op Roermond als woon- en werkstad voor goed opgeleide jongeren 2.
Eigentijdse onderwijslocaties in verbinding met de stad (nieuwe locaties in/aan binnenstad) 3. We passen de principes van duurzaam ruimtegebruik toe 4. Streven naar spreiding van maatschappelijke voorzieningen over de gemeente Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Roermond Onderhavig plan maakt de ontwikkeling mogelijk waarbij 126 woningen worden vervangen door 124 kwalitatief betere woningen welke door de verschillende typologie aansluit bij de vraag. Het planvoornemen is in lijn met het principe van ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ en door het toevoegen van kwalitatief hoogwaardige woningen wordt bijgedragen aan de kwalitatieve transformatie van de woningvoorraad welke bijdraagt aan een aantrekkelijke woon- en werkstad. Ook wordt er in de plannen van de initiatiefnemer rekening gehouden met het aanbrengen van meer groen waardoor er een klimaat robuustere wijk ontstaat. Tot slot wordt er in het plan ook een betere parkeervoorziening voorzien. Voorliggend initiatief is daardoor passend binnen de (ontwerp)Omgevingsvisie Roermond.
3.4.2 Toekomstvisie Roermond Op 22 december 2016 heeft de raad van de gemeente Roermond de Toekomstvisie Roermond 2030 vastgesteld. Deze toekomstvisie schetst voor 5 hoofdthema's (welke in samenwerking met inwoners van Roermond en partners van de stad zijn gekozen) een toekomstbeeld voor de gemeente. Met de 5 thema's biedt de toekomstvisie een integraal perspectief op de toekomst van de stad, waarbij de belangrijkste veranderingen
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
21 van 52
worden geadresseerd die op de stad afkomen. Aan de hand van de 5 thema's wordt de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente beschreven. Drie zogenaamde rode draden zijn daarbij randvoorwaardelijk voor de geschetste toekomst: ontmoeting, verbinding en samenwerking. Deze rode draden spelen een belangrijke rol binnen de 5 hoofdthema's. De vijf hoofdthema’s worden als volgt geschetst: 1. Roermond in 2030, een thuis voor de jeugd In 2030 voelen kinderen en jongeren zich thuis in Roermond en verbonden met de stad. De jeugd die opgroeit in Roermond kan zich optimaal ontwikkelen. Er is een breed onderwijsaanbod en veel variatie aan sport- en vrijetijdsmogelijkheden. Voor jongeren die op kamers gaan of starten op de woningmarkt biedt Roermond volop mogelijkheden. Een goede verbinding met het bedrijfsleven stimuleert ondernemerschap onder jongeren en zorgt voor voldoende stageplekken en carrièremogelijkheden. De jeugd van Roermond maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de lokale gemeenschap en speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de stad. 2. Roermond in 2030, stad die je actief houdt Roermond biedt als stad van leisure en recreatie volop mogelijkheden voor de vrijetijdsbesteding van senioren. Voor senioren is het goed toeven in Roermond en biedt de stad een prettige woonomgeving.
Met speciale aandacht voor het welbevinden voor haar oudere bewoners is Roermond een seniorvriendelijke stad. De levendigheid van de stad en de generatie-overstijgende netwerken in de gemeenschap maken dat Roermond een stad is die je actief houdt. 3. Roermond in 2030, Roermond zorg(t) voor elkaar Roermond is in 2030 een stad waar aandacht is voor de kwaliteit van leven van haar inwoners. De mens staat centraal en zelfredzaamheid wordt gestimuleerd en ondersteuning en zorg worden geboden waar nodig. Een grote rol is daarbij weggelegd voor sociale netwerken. Samen met formele zorgnetwerken zorgen zij voor een fijnmazig vangnet. De gemeente stimuleert vernieuwende concepten voor menselijke, kleinschalige en bereikbare zorg en brengt de verschillende organisaties en maatschappelijke initiatieven bijeen. De stad biedt een zorgzame woonomgeving waar mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. 4. Roermond in 2030, stad van retail & leisure en industrie Bedrijfsleven en onderwijs in de regio werken slim samen en de gemeente is daarbij een daadkrachtige en creatieve verbinder. De stad is koploper in retailinnovatie, wat voor extra aantrekkingskracht zorgt. In retail en in de maakindustrie zorgt een mix van kleine en grote bedrijven voor een innovatieve dynamiek. Samen met het onderwijs uit de regio voeden zij het ondernemerschap bij de bevolking.
Ondernemerschap dat gestalte krijgt op de verschillende werklocaties die de stad rijk is, van binnenstad tot Roerstreek. 5. Roermond in 2030, historische binnenstad aan het water In 2030 is de levendige historische binnenstad aan het water hét visitekaartje van Roermond. In de compacte binnenstad zorgt een diverse mix van winkels, horeca, cultuur, recreatie, onderwijs, bedrijvigheid, wonen en evenementen voor een levendig centrum. Het historische decor en de verbinding met het water dragen bij aan een unieke beleving. De mogelijkheden voor watersport en recreatie van de Maasplassen, het binnenstadtoerisme en het Designer Outlet Center versterken elkaar. Niet alleen voor bezoekers, ook voor bewoners is de binnenstad van grote waarde. De binnenstad biedt een aantrekkelijke woonomgeving en is de plek waar bewoners komen om te werken, te leren en elkaar te ontmoeten. Vanzelfsprekend kunnen de diverse thema’s uit de toekomstvisie ook ruimtelijke componenten en consequenties hebben. Daarbij kan gedacht worden aan het beschikbaar zijn van voldoende woningen voor
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
22 van 52
starters en senioren, de doorontwikkeling en het beheer van de diverse werklocaties, of het beschermen en versterken van de voorzieningenstructuur binnen de gemeente. Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie Roermond Middels het voorliggende plan worden (levensloopbestendige) woningen gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied in de directe nabijheid van voorzieningen. Hierdoor wordt middels onderhavig plan nadrukkelijk aangesloten bij thema 3 aangezien mede wordt voorzien in woningen die uitermate geschikt zijn voor oudere bewoners. Daarnaast is in het plan, mede door de diverse woning typologieën plaats voor een diverse doelgroep in de wijk. Een diverse doelgroep in de wijk helpt erbij om elkaar te kunnen ondersteunen. Onderhavig planvoornemen is in overeenstemming met de ‘Toekomstvisie Roermond 2030’. Er wordt voorzien in een concrete behoefte en er wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwalitatief hoogwaardige woon- en leefomgeving voor inwoners van Roermond (in het bijzonder de groeiende groep senioren).
3.4.3 Nota parkeernormen 2021 De Nota Parkeernormen 2021 is op 11 november 2021 door de gemeenteraad van Roermond vastgesteld. De nota is een actualisatie van de Nota Parkeernormen 2014. Het doel van de Nota Parkeernormen 2021 blijft om voldoende parkeerplaatsen op de juiste locaties in de stad te realiseren. Voldoende ruimte en een goede bereikbaarheid zijn belangrijke factoren voor bewoners en bedrijven om zich in Roermond te vestigen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen (inbreiding, uitbreiding en functieverandering) wordt door middel van een vaste systematiek met parkeernormering invulling gegeven aan de parkeervraag. De locatie en het type woning of bedrijvigheid bepalen de parkeernorm en het wel of niet realiseren van parkeergelegenheid op eigen terrein. De gemeente stelt een actuele parkeernormensystematiek waarin parkeren bij in-, uitbreiding en functieverandering duidelijk is vastgelegd, gekoppeld aan de regelgeving van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De huidige parkeernormen worden getoetst aan de nieuwste parkeerkencijfers. Als basis voor de autoparkeernormen kiest Roermond voor de meest recente parkeerkencijfers van het CROW. Deze kencijfers zijn opgenomen in publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren’, uitgebracht in december 2018. Omdat kencijfers geen parkeernormen zijn, zijn een aantal stappen doorlopen om de kencijfers te kalibreren tot autoparkeernormen.
De parkeerbehoefte is afhankelijk van de locatie van de voorziening en van het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen. Er is een onderscheid gemaakt naar stedelijkheid en de zone waarin de voorziening gelegen is. In Roermond worden drie zones onderscheiden: centrum, schil, en rest van de bebouwde kom en buitengebied. Toetsing van het initiatief aan Nota parkeernormen 2021 In de parkeernota zijn de te hanteren parkeernormen opgenomen. De parkeernormen in relatie tot het planvoornemen worden besproken in paragraaf 4.10.
3.4.4 Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 Op 9 juli 2020 heeft de gemeenteraad van Roermond de Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020- 2029 en de Bodemkwaliteitskaart Limburg Noord vastgesteld. De Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 is een gemeenschappelijke nota van de 15 Noorden MiddenLimburgse gemeenten. In de Nota staat hoe de regio omgaat met bodemverontreiniging en welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond. De Nota geeft regels en richtlijnen voor iedereen die bij
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
23 van 52
het voorbereiden van projecten of het uitvoeren van bodemwerken rekening moet houden met de kwaliteit van de bodem. De Nota is onlosmakelijk verbonden met de bodemkwaliteitskaart (BKK). De bodemkwaliteitskaart is een kaart waarop de bodemkwaliteit binnen een bepaald gebied is aangegeven. Een BKK wordt opgesteld om grondverzet op een efficiënte, kosteneffectieve en verantwoorde manier mogelijk te maken. De bodemkwaliteitskaart geeft inzicht in de bodemkwaliteit van de bodemlagen van 0 tot 0,5 meter onder het maaiveld en van 0,5 tot 2,0 meter onder het maaiveld. De Nota heeft 2 doelen: 1. Het stellen van een kader voor het duurzaam en efficiënt hergebruiken van grond binnen de regio. Of, simpeler gezegd: regels opstellen voor het hergebruik van vrijkomende grond. 2. Het beleidsmatig verankeren van het in Limburg gehanteerde meersporenbeleid. Dat komt erop neer dat voor de activiteiten grondverzet, ruimtelijke ontwikkeling, bouwen en bodemsanering de bodemkwaliteit zo eenduidig mogelijk wordt beoordeeld. Toetsing van het initiatief aan Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 De ‘Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029’ bevat het toetsingskader voor de te hanteren bodemkwaliteit afhankelijk van de nieuwe functie en de huidige bodemkwaliteit, de zogenaamde dubbele toets. De volgende kwaliteitsklassen worden gehanteerd: Wonen en Industrie.
In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op het aspect bodem.
3.4.5 Groenvisie De visie op het stedelijk groen is in samenwerking met burgers en belangenverenigingen opgesteld en vastgelegd in de ‘Groenvisie’, die door de gemeenteraad op 22 december 2016 is vastgesteld. Om deze visies via diverse uitvoeringssporen te realiseren zijn spelregels opgesteld, zogenaamde toetsingscriteria voor kwaliteit. De Groenvisie zet in op duurzame groenstructuren in de openbare ruimte. Groenstructuren die aantrekkelijk zijn en zo robuust dat ze voor lange tijd bijdragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Vanzelfsprekend zijn deze structuren ecologisch waardevol, klimaat- en ziektebestendig en klaar voor de toekomst. Toetsing van het initiatief aan de Groenvisie Bij de verdere uitwerking van de inrichting van het openbaar gebied van het plangebied en de invulling met groenelementen, zal zoveel mogelijk aangesloten worden bij de spelregels uit de Groenvisie. Middels het voorliggende initiatief zal er meer ruimte zijn voor vergroening in het openbaar gebied. De verdere uitwerking zal in overleg met de gemeente Roermond plaatsvinden.
3.4.6 Duurzaamheidsvisie Roermond Op 30 maart 2017 heeft de gemeente Roermond de duurzaamheidsvisie vastgesteld. Deze duurzaamheidsvisie ziet op drie thema’s, namelijk: • Het probleem klimaatverandering oplossen; • Een einde maken aan extreme armoede; • Ongelijkheid en onrecht bestrijden. Voor wat betreft ruimte, wonen en bouwen is de navolgende doelstelling geformuleerd. De beschikbare ruimte in Roermond wordt efficiënt en duurzaam gebruikt. De kwaliteit van de ruimte wordt verhoogd, wat wil zeggen dat Roermond inzet op een toegankelijke en bruikbare buitenruimte voor een breed spectrum aan doelgroepen. In Roermond worden vanaf 2020 alleen nog maar bouwplannen ontwikkeld die energieneutraal zijn maar bij voorkeur Nul op de Meter, materiaalgebruik en groen in relatie tot elkaar. Samen
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
24 van 52
met de woningcorporaties waaronder Wonen Zuid en met netbeheerder Enexis, werken we aan een transitieplan naar een gasloze woningvoorraad. In 2040 is de Roermondse woningvoorraad verduurzaamd, wat onder meer inhoudt dat de woningvoorraad minimaal energielabel C (of) B heeft. Roermond zet in ieder geval in op zonneenergie als variant van duurzame opwekking, waarbij ook de mogelijkheden (zoals windenergie) buiten de stedelijke bebouwing niet worden uitgesloten maar in voorkomend geval worden onderzocht. Het beeldbepalende karakter van de binnenstad wordt behouden door de inzet van zoveel mogelijk esthetische zonne-energieoplossingen waar nodig en mogelijk. Toetsing van het initiatief aan de duurzaamheidsvisie Roermond Met voorliggend plan worden woningen gesloopt en vervangen door nieuwe, duurzamere woningen. Daarmee wordt invulling gegeven aan verduurzaming van de woningvoorraad. De in het plangebied beoogde woningen zijn toekomst- en deels levensloopbestendig en worden gasloos en voorzien van zonnepanelen opgeleverd. Er wordt derhalve voldaan aan de duurzaamheidsvisie.
3.4.7 Gemeentelijk Rioleringsplan Het gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is relevant voor de voorgenomen ontwikkeling van de woning. De Wet Milieubeheer is het wettelijk kader voor het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan. Sinds 1994 dient iedere gemeente op basis van de Wet Milieubeheer te beschikken over een vastgesteld GRP. Een gemeentelijk rioleringsplan bevat het beleidskader, waarbinnen de gemeente haar taak voor de rioleringszorg dient uit te voeren. De relevantie van het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Roermond 2017-2021, zijn de daarin genoemde aspecten/doelen met betrekking tot de waterhuishouding. De doelen uit het GRP 2017-2021 zijn: • Doel 1: Zorgen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater. • Doel 2: Zorgen voor inzameling (voor zover niet door de particulier) en verwerking van hemelwater • Doel 3: Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Ten aanzien van dit bestemmingsplan zijn met name de beleidsdoelstellingen met betrekking tot de inzameling en verwerking van hemelwater van belang. Bij nieuwbouwsituaties geldt het beleid dat, indien technisch mogelijk, geen hemelwater mag worden afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie.
Bij (kleinschalige) nieuwbouw moet de initiatiefnemer in eerste instantie het hemelwater zelf infiltreren in de bodem of afvoeren naar het oppervlaktewater. Is dat niet mogelijk dan worden afspraken op maat gemaakt. Het hemelwater moet bij voorkeur bovengronds worden gehouden. Voor het afkoppelen van hemelwater wordt in het rioleringsplan aansluiting gezocht bij de voorkeurstabel afkoppelen in de visie ‘Regenwater schoon naar beek en bodem’ van de Limburgse waterbeheerders. Hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd of zo nodig na lokale zuivering afgevoerd naar het oppervlaktewater binnen of in de omgeving van het plangebied. De kosten voor zuiverende voorzieningen worden conform het principe ‘de vervuiler betaalt’ gedekt uit de grondexploitatie. Toetsing van het initiatief aan het Gemeentelijk Rioleringsplan: Voorliggend bestemmingsplan ziet op de herstructurering van woningen binnen de bestaande ruimtelijke structuur met bijbehorende infrastructurele werken en groenvoorzieningen. Conform het gemeentelijk rioleringsplan zal het hemelwater dat afstroomt van de toekomstige woningen en particuliere verhardingen niet worden afgegeven op het vuilwaterriool. Hiertoe zullen voorzieningen op 'eigen terrein' en/of in het openbaar
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
25 van 52
gebied worden aangelegd. Door de vergroening in de wijk is er meer ruimte voorzien om natuurlijk te laten infiltreren. Dit is mede vastgelegd in de watertoets van onderhavig bestemmingsplan, welke verder zal worden toegelicht in paragraaf 4.9.
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
26 van 52
4 Omgevingsaspecten 4.1 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: - het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; - het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen wil mogelijk maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Milieucategorie
Richtafstand tot gevoelige functies in een rustige woonwijk
Richtafstand tot gevoelige functies in gemengd gebied
1
10 meter
0 meter
2
30 meter
10 meter
3.1
50 meter
30 meter
3.2
100 meter
50 meter
Een woning betreft geen functie die volgens de (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ een milieuzone heeft ten opzichte van andere milieugevoelige functies. Ten aanzien van de woningen dient derhalve gekeken te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling van de woningen. Nabij het plangebied zijn verschillende functies aanwezig waaronder horeca en datailhandelfuncties. Deze zijn met name gesitueerd aan de Kempweg (o.a. buurthuis, bloemist, parketzaak, woninginrichtingswinkel, cafetaria, thuiszorgwinkel, tabakswinkel en een fotozaak). Daarnaast is aan het Karel Doormanplein een restaurant gelegen. Ten aanzien van al deze functies geldt dat in de huidige situatie reeds woningen aanwezig zijn binnen het plangebied. Bij de ontwikkeling worden bestaande woningen gesloopt en nieuwe woningen gerealiseerd. Daarbij is de afstand tussen de nieuwe woningen en de betreffende functies niet kleiner dan in de huidige situatie. Toetsing ten aanzien van milieuzonering heeft in het kader van het vigerende bestemmingsplan reeds in een eerder stadium reeds plaatsgevonden. Daarmee vormt de beoogde nieuwbouw binnen het plangebied geen belemmering voor de ter plaatste toegestane activiteiten.
CA210028.049.R01.v1.1-toelichting
27 van 52
Conclusie: Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat enerzijds omliggende bedrijven niet in hun functioneren worden belemmerd en dat anderzijds sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Vanuit het aspect milieuzonering bestaan er kortom geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.2 Geluid Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Deze normen geven de hoogst acceptabele geluidsbelasting bij geluidsgevoelige functies zoals woningen. Bij het bepalen van de maximaal toegestane geluidsbelasting maakt de Wet onderscheid tussen bestaande situaties en nieuwe situaties. Nieuwe situaties zijn nieuw te bouwen geluidsgevoelige functies of nieuwe geluidhinder veroorzakende functies. K+ Adviesgroep heeft voor Geonius het akoestisch onderzoek verricht gezien het feit dat het plan gelegen is binnen de geluidszone van de Karel Doormanstraat, Karel Doormanplein, Sint Wirosingel en Keulsebaan. De meest oostelijk gelegen woningen van het plangebied liggen tevens in de zone van het industrieterrein Heide Roerstreek. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de Kempweg opgenomen in het Akoestisch onderzoek. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. Conclusie: Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeurgrenswaarde zal worden overschreden vanwege verkeerslawaai van de Karel Doormanplein/ Karel Doormanstraat. Bij een elftal woningen ligt de geluidsbelasting (gevelbelasting) boven de voorkeursgrenswaarde. De maximale geluidsbelasting bedraagt daarbij 60 dB.