bijlage 3. Was - Wordt overzicht
Tekst van het document
Artikel 40 Indiening van een aanvraag. 1. De aanvraag om een subsidie op basis van artikel 38 wordt ingediend van 1 april tot en met 31 mei in het jaar voorafgaande aan de periode van zes kalenderjaren waarvoor subsidie wordt gevraagd. 2. De aanvraag om een subsidie op basis van artikel 38 wordt schriftelijk ingediend bij het college. Per e-mail ingediende aanvragen worden niet in behandeling genomen. 3. Bij de subsidieaanvraag worden minimaal de volgende gegevens gevoegd: a. het adres van het monument; b. de naam, adres en telefoonnummer van de aanvrager; c. een door de Monumentenwacht Limburg of door een door de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg erkend bedrijf dat niet als aannemer binnen het te subsidiëren project optreedt opgesteld actueel (niet ouder dan 1 jaar) inspectierapport; d. een technische omschrijving van de werkzaamheden; e. een begroting van de kosten van de werkzaamheden waarbij de in de begroting
Gewijzigd en verplaatst (art. 41) naar beleidsregel
21
genoemde posten herleid moeten kunnen worden naar de onder 4 genoemde werkzaamheden; f. kopieën van bescheiden waaruit blijkt dat bij het rijk, de provincie of het bisdom Roermond een ontvankelijke aanvraag om subsidie is ingediend; g. een planning van alle in de komende periode van zes kalenderjaren te subsidiëren werkzaamheden waaruit blijkt welke werkzaamheden in welk jaar uitgevoerd worden en welke kosten in welk jaar gemaakt worden; h. eventueel een verzoek om uitbetaling van (een deel van) de subsidie in de vorm van een voorschot; i. de geschatte begin- en einddatum van de werkzaamheden; j. een motivering van het project waarin de in artikel 41, eerste lid, aanhef en onder a, c, d,e,f,g, h, i en j genoemde aspecten aan de orde komen; k. naam, adres en telefoonnummer van een eventuele contactpersoon; l. het bank- of gironummer waarop de eventuele subsidie overgemaakt kan worden; m. de ondertekening. 4. Het college houdt de aanvraag aan totdat op de subsidieaanvragen zoals bedoeld in artikel 41, tweede lid is beslist om mede aan de hand daarvan de hoogte van de subsidie te kunnen bepalen. 5. Aanvrager stelt het college zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee weken na ontvangst van een besluit naar aanleiding van de in artikel 40, vierde lid bedoelde aanvragen in kennis van dat besluit.
Artikel 41 het subsidiemaximum en verdelingscriteria. 1. Bij de verdeling van het op basis van artikel 39 vastgestelde subsidieplafond aanwezige budget over de ingediende aanvragen houdt het college rekening met de volgende criteria: a. urgentie van de te subsidiëren werkzaamheden; b. de subsidiebehoefte bij andere, vergelijkbare projecten; c. de mate waarin het verstrekken van een subsidie op basis van deze regeling noodzakelijk is voor het kunnen uitvoeren van het project; d. door andere subsidiënten aan de door hen verstrekte subsidies verbonden voorwaarden; e. het (toekomstige) gebruik van het monument; f. de draagkracht van de aanvrager; g. fiscale mogelijkheden met betrekking tot het project; h. de commerciële mogelijkheden van het betrokken monument; i. de mate waarin inspanningen zijn of zullen worden verricht voor het verwerven van particuliere
Gewijzigd en verplaatst (art. 41 Erfgoedverordening 2018) en verplaatst naar beleidsregel
22
bijdragen; j. de toeristische relevantie van het monument. 2. De subsidie bedraagt inclusief eventueel door het rijk, provincie of het bisdom Roermond te verstrekken subsidies (dit kunnen ook inhouden laagrentende leningen) maximaal 90% van de totale subsidiabele kosten van het project.
Artikel 42 Beslissing op aanvraag. 1. Het college neemt een besluit op de aanvraag binnen 6 weken na het begin van het tijdvak waarvoor door de raad het in artikel 39 bedoelde subsidieplafond is vastgesteld. Het college kan zijn besluit eenmaal voor ten hoogste 6 weken verdagen. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld. 2. Het college kan in het geval van meerdere ontvankelijke aanvragen ertoe besluiten om het door de raad beschikbaar gestelde budget naar rato van de vastgestelde subsidiabele kosten van deze aanvragen en op basis van de uit de op grond van artikel 41, eerste lid genoemde urgentie te verdelen. Dit met in acht name van het geldende subsidieplafond. 3. Na een verzoek tot aanvulling incompleet gebleven aanvragen worden niet in behandeling genomen.
vervalt
Artikel 43 Voorschot. 1. Op verzoek kan het college besluiten een voorschot op de verleende subsidie te verstrekken. 2. Het college kan besluiten het voorschot in delen of in eens uit te betalen. 3. Het voorschot bedraagt in totaal nooit meer dan 90% van de verstrekte subsidie. 4. Het college kan aanvrager verzoeken om aanlevering van een bankgarantie als voorwaarde voor de uitbetaling van een voorschot.
Gewijzigd en verplaatst (art. 43 Erfgoedverordening 2018) en verplaatst naar beleidsregel
Artikel 44 Niet toekennen van subsidie. Subsidie wordt in ieder geval geweigerd: a. voor zover door de verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden; b. wanneer voor het project andere subsidiemogelijkheden bij rijk, provincie of bisdom Roermond bestaan, maar hiertoe door aanvrager geen ontvankelijke aanvraag is ingediend; c. indien voor de werkzaamheden de vergunning, bedoeld in artikel 7 van deze verordening of in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht noodzakelijk is doch niet is verleend en er onvoldoende uitzicht op verlening bestaat; d. indien met de werkzaamheden is begonnen voordat het
Gewijzigd en opgenomen in artikelen 5 en 28 van beleidsregel
23
college heeft beslist omtrent de aanvraag tot subsidie; e. voor zover het kosten van werkzaamheden betreft welke op grond van een verzekering worden gedekt; f. voor zover binnen de termijn van een redelijke onderhoudscyclus voor dezelfde werkzaamheden reeds eerder een subsidie op grond van deze regeling is verstrekt; g. voor zover het monumenten betreft die voor huisvesting van de gemeentelijke organisatie gebruikt worden.
Artikel 32 Eigendomsoverdracht 1. indien de subsidieontvanger de eigendom of een ander zakelijk recht van een monument aan een derde overdraagt, dient de subsidieontvanger binnen drie maanden na de overdracht een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college.. 2. Na de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, kan het college op verzoek van de eigenaar aan wie de eigendom of het zakelijk recht is overgedragen, aan die eigenaar subsidie verstrekken ten behoeve van de afronding van het instandhoudingsplan. Artikel 30 en 31 zijn van overeenkomstige toepassing.
Nieuw in beleidsregel
Artikel 45 Toestemming om alvast te mogen beginnen. Op schriftelijk verzoek van de aanvrager kan het college ontheffing verlenen van het bepaalde op grond van artikel 46, aanhef en onder c mits de op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht benodigde vergunning is verleend en de werking daarvan niet is opgeschort.
Verplaatst (art. 7) naar beleidsregel
Artikel 46 Afwijking van de planning. In het geval van een gewenste wijziging van de planning van de gesubsidieerde werkzaamheden ten opzichte van de bij de subsidieaanvraag ingediende meerjarenplanning dient het college schriftelijk om toestemming te worden gevraagd. Het college kan – vanwege de beschikbaarheid van middelen - besluiten geen wijziging aan te brengen in de eerder besloten tijdstippen van subsidieafrekening en uitbetaling.
Gewijzigd en verplaatst (art. 44.d Erfgoedverordening 2018) naar beleidsregel
Artikel 47 Subsidievaststelling. 1. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt per kalenderjaar waarvoor subsidie is verstrekt ingediend binnen drie maanden na het einde van de werkzaamheden. Deze aanvraag gaat vergezeld van kopieën van de rekeningen van de gesubsidieerde kosten plus een prestatieverklaring. 2. Bij een subsidiebedrag hoger dan € 50.000 dient bij de onder lid 1 genoemde verantwoording een goedkeurende 24
3.
4.
5.
6.
7.
8.
verklaring van een daartoe bevoegde accountant gevoegd te worden. Deze verklaring moet tevens betrekking hebben op de naleving van de aan de subsidieverstrekking verbonden verplichtingen, in het bijzonder van de geleverde prestaties, een en ander na overleg hierover met het college en de subsidieontvanger. In het geval de subsidie is verstrekt op basis van een meerjarenplanning dient bij de in het eerste lid genoemde verantwoording over de in enig jaar uitgevoerde werkzaamheden uiterlijk op 1 april van het daarop volgende jaar aan het college te worden toe gezonden. De in lid 1 genoemde rekeningen dienen eenduidig herleid te kunnen worden naar de begroting, op basis waarvan de subsidie is verstrekt. Het college stelt uiterlijk zes weken na ontvangst van de in het eerste lid genoemde bescheiden de subsidie vast naar aanleiding van de in het eerste lid genoemde rekeningen. Indien de werkelijk gemaakte kosten blijkens de in het eerste lid genoemde bescheiden lager blijken te zijn dan in de bij de subsidieaanvraag behorende begroting zal de subsidie naar rato verlaagd worden. Indien de werkelijk gemaakte kosten blijkens de in het eerste lid genoemde bescheiden hoger blijken te zijn dan in de bij de subsidieaanvraag behorende begroting zal de subsidie niet verhoogd worden. Uitbetaling van de subsidie vindt uiterlijk zes weken na vaststelling van de subsidie plaats.
Artikel 48 Sober doch doelmatig. De te subsidiëren werkzaamheden en onderzoeken dienen sober doch doelmatig van aard te zijn.
HOOFDSTUK 8
SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
Verplaatst naar beleidsregel (art. 4)
HOOFDSTUK 6
SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
HOOFDSTUK 4
SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 49 Toezicht Het college kan ambtenaren aanwijzen die met het toezicht zijn belast.
Artikel 19 Toezicht Het college kan ambtenaren aanwijzen die met het toezicht zijn belast.
ongewijzigd
Artikel 50 Bijzondere omstandigheden. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven kan het college gemotiveerd afwijken van het in deze verordening bepaalde.
Artikel 20 Bijzondere omstandigheden. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven kan het college gemotiveerd afwijken van het in deze verordening bepaalde.
ingetrokken
Artikel 21 Intrekking 1. De Erfgoedverordening 2018 wordt ingetrokken met ingang van de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. 2. De hoofdstukken 6 en 7 van de Erfgoedverordening 2018
nieuw
25
komen in elk geval te vervallen met ingang van 1 januari 2024.
Artikel 51 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking de dag na de bekendmaking. 2. De Erfgoedverordening 2017 wordt met ingang van dat tijdstip ingetrokken.
Artikel 22 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, met dien verstande dat artikel 21, tweede lid, van deze verordening in werking treedt met ingang van 1 januari 2024.
Artikel 33 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.
gewijzigd
Artikel 52 Overgangsrecht 1. Vergunningen, aanwijzingsbesluiten en subsidies die zijn verstrekt onder de werking van de Erfgoedverordening 2018 of diens voorgangers en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening worden aangemerkt als vergunningen, aanwijzingsbesluiten en subsidies krachtens deze verordening. 2. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning of aanwijzing op grond van de Erfgoedverordening 2017 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop beslist met toepassing van de Erfgoedverordening 2018.
Artikel 23 Overgangsrecht 1. Vergunningen en aanwijzingsbesluiten die zijn verstrekt onderscheidenlijk genomen op grond van de Erfgoedverordening 2018 of diens voorgangers en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening worden aangemerkt als vergunningen en aanwijzingsbesluiten krachtens deze verordening. 2. Op subsidies die zijn verstrekt op grond van de Erfgoedverordening 2018 blijven de regels van die verordening van toepassing. 3. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning of aanwijzing op grond van de Erfgoedverordening 2018 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop beslist met toepassing van de Erfgoedverordening 2023.
Artikel 34 Overgangsrecht 1. Op subsidies die zijn verstrekt op grond van de Erfgoedverordening 2018 blijven de regels van die verordening van toepassing. 2. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel een aanvraag om een subsidie op grond van de Erfgoedverordening 2018 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop beslist met toepassing van deze beleidsregel.
gewijzigd
Artikel 53 Aanhaling Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Erfgoedverordening 2013’.
Artikel 24 Aanhaling Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Erfgoedverordening Roermond 2023’.
Artikel 35 Citeertitel Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel erfgoedsubsidies Roermond 2023’.
gewijzigd
26