CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - toelichting en regels bestemmingsplan Woonboten Donkernack Roermond

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Bestemmingsplan Woonboten Donkernack Roermond30.531 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Gebouwen

Op, in of boven de voor 'Water' aangewezen gronden mogen geen gebouwen gebouwd worden.

4.2.3

Woonschepen

Voor het bouwen van woonschepen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

De woonboten zijn met de langste zijde evenwijdig aan de oever gesitueerd; De afstand tot de oever bedraagt maximaal 7 meter; De bouwhoogte mag gemeten vanuit de waterlijn niet meer bedragen dan 4,5 meter; de lengte van de woonboot bedraagt maximaal 25 meter en de breedte maximaal 7 meter; de afstand tussen woonschip en de zijdelingse woonschepenligplaatsgrens bedraagt minimaal 2,5 meter.

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

12

4.2.4

Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de onder 4.1 genoemde functies; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag gemeten vanuit de waterlijn niet meer bedragen dan 3 meter; c. een erf- of perceelsafscheiding is niet toegestaan; d. per woonschip zijn maximaal 2 loopbruggen toegestaan met dien verstande dat zij: 1. slechts mogen worden gebouwd tussen het woonschip en de bijbehorende oever; 2. niet breder mogen zijn dan 1,5 meter; 3. niet voorbij het woonschip mogen uitsteken; 4. geen sprake is van een aanlegsteiger voor pleziervaartuigenen/of bijboten; e. per woonschip zijn maximaal 2 aanmeerpalen toegestaan met een maximale hoogte van 6 meter gemeten vanuit de waterlijn; f. per woonschip is maximaal 1 drijvend terras met een omheining van maximaal 1 meter hoog toegestaan tot een maximale omvang van 30 m2 waarvan maximaal 2/3 deel overkapt mag worden; g. per woonschip is maximaal 1 overdekte demontabele stalling voor de bijboot of het pleziervaartuig toegestaan met een maximale omvang van 20 m2 en een maximale hoogte van 3 meter gemeten vanuit de waterlijn. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Afwijken aanlegsteiger pleziervaartuigen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 4.2.4 onder d voor het bouwen van maximaal 1 aanlegsteiger voor pleziervaartuigen en/of bijboten met dien verstande dat deze aanlegsteiger: a. niet breder mag zijn dan 1,5 meter; b. niet langer mag zijn dan 9 meter; 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. b. c. d.

meer dan het toegestane aantal woonschepen; meer dan drie pleziervaartuigen per woonschepenligplaats; wonen op een een pleziervaartuig en/ of bijboot; het gebruik van de woonboot voor recreatieve doeleinden, met dien verstande dat recreatief medegebruik niet wordt beschouwd als strijdig gebruik.

4.5

Afwijken van de gebruiksregels

4.5.1

Kleine economie

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 4.1 voor de uitoefening van bedrijven, vallende onder de kleine economie, met dien verstande dat: a. geen onevenredige hinder mag worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu; b. door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van het woonschip niet zodanig mag veranderen, dat het karakter ervan geheel of gedeeltelijk verloren gaat, dit houdt onder meer in dat er geen grote reclame-uitingen aan of bij het woonschip geplaatst mogen worden; c. de oppervlakte van het woonschip welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt, niet meer dan 50% van de begane grond en maximaal 30% van het totale vloeroppervlak van het woonschip bedraagt en de totale oppervlakte van de activiteit niet meer bedraagt dan 25 m²; d. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft, die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeerplaatsen, noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen of in de omgeving voldoende beschikbare plaatsen zijn; e. de uitvoerder van de activiteiten op hetzelfde perceel woont; Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

13

f.

detailhandel alleen als ondergeschikte activiteit is toegestaan en uitsluitend van goederen die verband houden met de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend; g. activiteiten die op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer meldingsplichtig zijn of activiteiten die op grond van artikel 2.1 lid 1 onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunningplichtig zijn, in beginsel niet worden toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat geen overlast voor de omgeving op zal treden, waarbij maximaal bedrijven uit categorie 2 van Bijlage 2 Bedrijvenlijst kleine economie of daarmee qua aard en invloed op de woonomgeving vergelijkbare bedrijven worden toegestaan. 5.1.2

Afhankelijke woonruimte

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 4.1 voor het gebruik van een gedeelte van het woonschip als afhankelijke woonruimte voor het verlenen van mantelzorg, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. er sprake is van een objectieve indicatiestelling waaruit de noodzaak van zorg blijkt; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en omliggende bedrijven; c. de vloeroppervlakte van de afhankelijke woonruimte bedraagt maximaal 70 m²; minder m2 of percentage vloeroppervlak gelet op beperkte oppervlakte woonboot? d. er mag geen tweede zelfstandige woning ontstaan; e. per woonschepenligplaats kan op enig moment slechts één omgevingsvergunning van kracht zijn voor het gebruik van een woonschip als afhankelijke woonruimte; f. de omgevingsvergunning vervalt van rechtswege op het moment dat de behoefte aan mantelzorg voor de desbetreffende persoon komt te vervallen; g. in zeer uitzonderlijke situaties kan van bovenstaande voorwaarden worden afgeweken.

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

14

Artikel 5 5.1

Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' aangegeven gronden zijn mede bestemd voor: a. riviergebonden activiteiten; b. het waarborgen van een veilige afvoer van en berging van rivierwater onder normale en maatgevende hoogwaterstanden, sediment en ijs; c. de waterhuishouding; d. de aanleg, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; e. het vergroten van de afvoercapaciteit. Onder riviergebonden activiteiten wordt verstaan: f. de aanleg of wijziging van de waterstaatkundige kunstwerken; g. de realisatie van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart; h. de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales; i. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier; j. de realisatie en het beheer van natuurterreinen; k. de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met waterrecreatie zijn verbonden; l. de winning van oppervlaktedelfstoffen. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Bouwverbod

Op de voor 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' bestemde gronden mag niet worden gebouwd.

5.2.2

Uitzondering

Het in artikel 5.2.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op de bouwwerken die krachtens hoofdstuk 2 opgericht mogen worden, met dien verstande dat de daarvoor vereiste vergunning op grond van artikel 6.5 Waterwet verleend moet zijn of redelijkerwijs verleend kan worden, of aangetoond is dat een dergelijke vergunning niet noodzakelijk is. 5.3

Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend en stroomvoerend vermogen van het gebied kan, mits gehoord Rijkswaterstaat, bij het verlenen van een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2 ten behoeve van: a. b. c. d. e.

riviergebonden activiteiten; niet-riviergebonden activiteiten; activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of rivierverruiming; rivierkundige bouwwerken van ondergeschikt belang; een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10 % van de bestaande bebouwing, mede conform de onderliggende bestemming;

met dien verstande dat slechts een omgevingsvergunning wordt verleend: a. voor riviergebonden bouwwerken, indien: 1. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 2. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 3. er sprake is van een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is;

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

15

4. er sprake is van een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 5. de resterende waterstandeffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn. b. voor niet-riviergebonden activiteiten, indien: 1. het een functieverandering binnen de bestaande bebouwing betreft of; 2. het een activiteit betreft die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie of; 3. het een groot openbaar belang betreft en het bouwwerk niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd of; 4. er een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang is voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en het bouwwerk redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; 5. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat het veilig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 6. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 7. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 8.

er sprake is van een zodanige situering van het bouwwerk dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 9. en onder de voorwaarde dat: de resterende waterstandeffecten duurzaam worden gecompenseerd of; de afname van het bergend vermogen duurzaam wordt gecompenseerd of; de rivierverruimende maatregelen worden genomen; waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gewaarborgd zijn; c. voor rivierkundige bouwwerken van ondergeschikt belang, activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of rivierverruiming en voor een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10 % van de bestaande bebouwing indien: 1. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig en doelmatig functioneren van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 2. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 3. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 4. er sprake is van een zodanige situering van de activiteit dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert. 5.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen wordt in elk geval verstaan het gebruik voor zowel riviergebonden als niet-riviergebonden activiteiten. 5.5

Afwijken van de gebruiksregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend en stroomvoerend vermogen van het gebied kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.4 ten behoeve van zowel riviergebonden als niet-riviergebonden activiteiten, mede conform de onderliggende bestemming, met dien verstande dat slechts een omgevingsvergunning wordt verleend: a. voor riviergebonden activiteiten, indien: 1. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 2. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit; 3. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 4. er sprake is van een zodanige situering van de activiteit dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 5. de resterende waterstandeffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

16

gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn; b. voor niet-riviergebonden activiteiten, indien: 1. het een functieverandering binnen de bestaande bebouwing betreft of; 2. het een activiteit betreft die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie of; 3. het de verwezenlijking van voorzieningen van groot openbaar belang betreft en het bouwwerk niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd of; 4. er een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang is voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en het bouwwerk redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; 5. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig en doelmatig functioneren van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; 6. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; 7. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 8. er sprake is van een zodanige situering van de activiteit dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; 9.

en onder voorwaarde dat: de resterende waterstandseffecten duurzaam worden gecompenseerd of; de afname van het bergend vermogen duurzaam wordt gecompenseerd of; de rivierverruimende maatregelen worden genomen, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gewaarborgd zijn. 5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden op of in de gronden bestemd tot 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven,diepploegen, indrijven of ophogen; b. het aanleggen van watergangen, het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaandewatergangen; c. het aanbrengen van gesloten oppervlakteverharding, het aanleggen van kabels en/of leidingen endaarmee verband houdende constructies; d. het aanbrengen, vellen en/of rooien van bomen en/of diepwortelende beplantingen. 5.6.2

Uitzonderingen

Het bepaalde in 5.6.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning mogen worden uitgevoerd. 5.6.3

Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 5.6.1 zijn toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van het stroomvoerend rivierbed; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij het Waterschap en bij Rijkswaterstaat.

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

17

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

18

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1

Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten

7.1.1

Overschrijding voorgeschreven maten

Indien afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.1.2

Minimaal toelaatbare maten

In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.1.3

Heroprichting van gebouwen

In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 7.1.1 en 7.1.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

19

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik voor een seksinrichting; b. het permanent bewonen van recreatiewoningen, kampeermiddelen en andere onderkomens en gebouwen die niet voor permanente bewoning bestemd zijn; c. het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; d. het gebruik van niet-bebouwde staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; e. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; f. het gebruik van niet-bebouwde grond voor het opslaan, storten of bergen van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik qua ruimtelijke uitstraling van zeer ondergeschikte betekenis is, of noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden.

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

20

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

9.1

Overige zone - natuurnetwerk

9.1.1

Activiteiten

Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - natuurnetwerk' zijn geen nieuwe activiteiten of wijziging van bestaande activiteiten toegestaan, indien deze a. nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Limburg; of b. kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit, de oppervlakte of de samenhang tussen de gebieden van het Natuurnetwerk Limburg. 9.1.2

Uitzonderingen

Artikel 9.1 is niet van toepassing op een individuele, kleinschalige ontwikkeling die leidt tot een verbetering van het Natuurnetwerk Limburg in dat gebied. Hiervan is sprake indien: a. de voorgestelde ingreep slechts leidt tot een beperkte aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang van het Natuurnetwerk Limburg in dat gebied; b. de voorgestelde ingreep leidt tot een kwalitatieve versterking van het Natuurnetwerk Limburg; c. de oppervlakte natuur van het Natuurnetwerk Limburg ten minste gelijk blijft; d. de kwaliteitswinst niet wordt gefinancierd uit reguliere middelen voor realisatie van het Natuurnetwerk Limburg.

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

21

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Algemene afwijking

Het bevoegd gezag kan – tenzij op grond van Hoofdstuk 2 reeds kan worden afgeweken – met een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. het afwijken van de maatvoering (inclusief percentages) met ten hoogste 15%; b. het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, telefooncellen en naar de aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, voor zover deze bouwwerken geen grotere bouwhoogte dan 3,50 meter en geen grotere oppervlakte dan 20 m² hebben; c. het oprichten van gebouwtjes ten dienste van de verkoop van kranten en tijdschriften, bloemen, ijs, frisdranken en straatconsumpties, voor zover deze bouwwerken geen grotere bouwhoogte dan 3,50 meter en geen grotere oppervlakte dan 12 m² hebben; d. geringe afwijkingen, van de op de verbeelding aangegeven bestemmingsgrenzen, welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking niet meer dan 2 meter bedraagt; e. het oprichten van zend; ontvangst; en/of sirenemasten voor zover deze van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de hoogte, gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt van het bouwwerk, niet meer bedraagt dan 15 meter voor privégebruik en niet meer dan 40 meter voor gemeenschappelijk gebruik; f.

het oprichten van waterretentiebekkens, met dien verstande dat: 1. de inhoud niet meer bedraagt dan 4000 m3; 2. ingeval van ondergrondse bekkens: de bovenzijde van de bekkens minimaal 0,50 meter onder het aangrenzende maaiveld blijft; de putdeksels op maaiveldniveau gelegen zijn. g. evenementen voor zover de bestemming niet onevenredig wordt aangetast. 10.2

Voorwaarden

10.2.1 Voorwaarden ten aanzien van de situering Het bevoegd gezag kan bij verlening van de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van de situering van de in 10.1 bedoelde bouwwerken, teneinde een ruimtelijk verantwoorde plaatsing van deze bouwwerken ten opzichte van de omgeving te waarborgen. 10.2.2 Geen onevenredige afbreuk aan gebruiksmogelijkheden De in artikel 10.1 genoemde vergunning mag slechts worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

22

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van: a. het wijzigen van de voorgeschreven maatvoering voor bouwwerken met ten hoogste 25%; b. een enigszins andere situering en/of begrenzing van de bestemmingsgrenzen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de uitvoering van een bouwplan waarvan realisering wenselijk of noodzakelijk wordt geacht; c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

23

Artikel 12

Algemene procedureregels

Bij het stellen van nadere eisen als bedoeld in deze regels gelden de volgende procedureregels: a. het ontwerpbesluit ligt gedurende tenminste twee weken voor belanghebbenden ter inzage ter gemeentesecretarie; b. burgemeester en wethouders maken de ter inzage legging van het ontwerpbesluit tevoren bekend in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt in de bevoegdheid van belanghebbenden tot het schriftelijk indienen van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit gedurende de onder a. genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen, die zienswijzen hebben ingediend, de beslissing daaromtrent mede.

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

24

Artikel 13 13.1

Overige regels

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 13.2

Parkeren

13.2.1 Bepaling met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein Bij het oprichten van gebouwen of het veranderen van gebruik dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren als het eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen. Er wordt in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid, wanneer wordt voldaan een de parkeercriteria zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen 2014, waarbij geldt dat ingeval de Nota Parkeernormen 2014 binnen de planperiode wordt herzien, deze herziening leidend is voor het bepalen van de parkeercriteria. 13.2.2 Voorwaardelijke verplichting / specifieke gebruiksregel Het gebruik van de gronden conform de in dit bestemmingsplan toegekende bestemming(en) is alleen dan toegestaan indien is voorzien in voldoende parkeerkeergelegenheid. Er wordt in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid, wanneer wordt voldaan aan de parkeercriteria zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen 2014, of aan een verleende omgevingsvergunning, waarbij geldt dat: a. Indien functiewijziging of nieuwbouw plaatsvindt op de gronden na (eventuele) herziening van de Nota Parkeernormen 2014, deze herziening leidend is voor het bepalen van de parkeercriteria; b.

Voor bestaand gebruik van de gronden ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, de parkeercriteria worden gehanteerd conform de verleende (omgevings)vergunning, dan wel conform de verleende vrijstelling of ontheffing. Wanneer voor bestaand gebruik op het moment van aanvang daarvan een (omgevings)vergunning, vrijstelling of ontheffing was vereist, wordt voldoende parkeergelegenheid geacht aanwezig te zijn. 13.2.3 Afwijken van het benodigd aantal parkeerplaatsen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het in artikel 13.2.1 en 13.2.2 bepaalde indien anderszins in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. 13.3

Nadere eis

Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het aspect externe veiligheid, ter beheersing van de blootstelling aan giftige stoffen en uitpandige vluchtroutes, nadere eisen stellen aan: a. b. c. d.

de situering van bouwwerken (gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde); de inrichting van terreinen; de bruto vloeroppervlakte (bvo) en de hoogte van gebouwen; de wijze van afsluitbaarheid van mechanische ventilatiesystemen.

Woonboten Donkernack Roermond NL.IMRO.0957.BP00000316-VG01 vastgesteld

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=057cf9e7-df96-41ba-8492-3a8a98f5df1b