CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing inclusief onderzoek

Gemeenteraad 23 oktober 2025, gemeente RoermondBij agendapunt: Botenstalling nabij Hatenboer 70 te Roermond (hamerstuk)24.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling Gemeente Roermond Definitief v2.0

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

1

colofon

projectnaam Ruimtelijke onderbouwing botenstalling datum 9 september 2025 projectnummer P06854 opdrachtgever Hermus Watersport BV BRO projectleider TDa projectteam JEn bron kaft BRO

Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding 1.1 1.2 1.3

Aanleiding Vigerend plankader Leeswijzer

Gebiedsprofiel en besluitprofiel

2.1 2.2 2.3

Gebiedsprofiel Besluitprofiel Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten

Beleidskader

3.1 3.2

Rijksbeleid Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022) Omgevingsverordening Limburg

3.3

Regionaal beleid

3.4

Gemeentelijke beleid

Toekomstplan Midden-Limburg 2021-2024 Toekomstvisie Roermond 2030 Duurzaamheidsvisie Roermond Groenvisie Roermond 2016 Nota archeologie Nota bodembeheer Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond

4

4

4 4 5

6

4.5 4.6

8

4.7

8 9 9

10 11 11

12

12 13 13 14 14 15

Toetsingskader Toetsing Conclusie

16 16 16

4.2

Geluid

Toetsingskader Toetsing

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

4.8 4.9

Conclusie

Luchtkwaliteit

Toetsingskader Toetsing Conclusie

16

16

17

17

17 17 18

Bedrijven en milieuzonering

18

Toetsingskader Toetsing Conclusie

18 18 18

Kabels en leidingen Externe veiligheid

18 19

Toetsingskader Toetsing Conclusie

19 20 20

Geurhinder veehouderijen

20

Toetsingskader Toetsing Conclusie

20 20 20

M.e.r.-plicht Ecologie

Toetsingskader Toetsing Conclusie

11

16

Bodem

4.4

6 6 6

Omgevingsaspecten

4.1

4.3

4.10 Cultuurhistorie

Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.11 Archeologie

Toetsingskader Toetsing Conclusie

4.12 Verkeer en parkeren 4.13 Water

Toetsing Conclusie Toetsingskader Toetsing Conclusie

20 21

5

Afweging belangen

27

6

Uitvoerbaarheid

28

6.1 6.2 6.3 6.4

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure Planstukken

28 28 28 29

Bijlage 1 - Omgevingsrapportage Bijlage 2 - Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 3 - Quickscan Flora & Fauna

21 22 23

23

23 23 23

24

24 24 24

24

24 24

24

24 25 26

16 16

3

1

Inleiding

dient toestemming vanuit Rijkswaterstaat te worden verleend voor het initi-

1.1

Aanleiding

ming geen belemmering meer vormt voor het planvoornemen.

atief. Deze toestemming is reeds verleend waardoor de dubbelbestem-

Het voornemen bestaat om een botenstalling te realiseren op braakliggend terrein, gelegen aan de Hatenboer te Roermond. Onderhavig initiatief voorziet in de aanwezige behoefte voor botenstalling, door het realiseren van een stalling in de open lucht voor circa 300 boten. Het gaat om het noordelijke gedeelte van het perceel dat kadastraal bekend staat als Roermond, sectie A, nummer 1891. Het initiatief is niet rechtstreeks toegestaan binnen de vigerende beheersverordening.

Figuur 2: Ligging projectlocatie in Roermond (rood omlijnd)

1.2

Vigerend plankader

De projectlocatie is gelegen binnen de beheersverordening ‘Maas en Maasplassen’, vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Roermond op 22 februari 2018. De projectlocatie kent hierbinnen de bestemming ‘Recreatieve doeleinden extensief’ en de dubbelbestemming ‘Stroomvoerend Rivierbed’. Op grond van deze bestemming zijn de onderhavige gronden bestemd voor dagrecreatieve voorzieningen, met daaraan ondergeschikte detailhandel, horeca en dienstverlening, alsmede voorzieningen voor verkeer en verblijf, parkeer-, speel-, en groenvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Het realiseren van een botenstalling, waarbij de activiteit in hoofdzaak ziet op het bedrijfsmatig opslaan van boten, past niet binnen voornoemde beFiguur 1: luchtfoto van projectlocatie (rood omlijnd)

stemming. Daarnaast bevindt de projectlocatie zich binnen de dubbelbestemming ‘Stroomvoerend Rivierbed’. Binnen het stroomvoerend rivierbed

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

Figuur 3: Projectlocatie binnen de beheersverordening

De beheersverordening bevat geen afwijkingsbevoegdheid waarmee de voornoemde strijdigheid kan worden opgeheven. Evenmin kan het plan middels een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12 lid 1, sub a, onder 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in combinatie met artikel 4 Bijlage II Besluit omgevingsrecht (Bor) worden toegestaan. Om de botenstalling mogelijk te maken dient de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure te worden doorlopen. Een voorwaarde daarbij is dat middels een goede ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het initiatief van een goede ruimtelijke ordening getuigd. In dat kader is onderhavige ruimtelijke onderbouwing opgesteld.

4

1.3

Leeswijzer

De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 worden het gebiedsprofiel, besluitprofiel en de ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten beschreven. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 het relevante beleidskader aan de orde. In hoofdstuk 4 komt de toetsing aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten aan bod. Tot slot beschrijft hoofdstuk 5 de belangenafweging en hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van het initiatief.

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

5

2 2.1

Gebiedsprofiel en besluitprofiel Gebiedsprofiel

De projectlocatie is gelegen ten westen van het centrum Roermond en is gelegen aan de plas Hatenboer. Het betreft een braakliggend perceel. De projectlocatie wordt ontsloten via de Hatenboer. De Hatenboer heeft een directe aansluiting op de Hornerweg (N280). Ten noorden van de projectlocatie ligt de Hatenboer en een reeds bestaande botenstalling. Ten oosten grenst het perceel aan de jachthaven Roermondse Roei- en Zeilvereniging ‘Maas en Roer’. Ten zuiden van de projectlocatie ligt watersportvereniging WV Hertha en ten westen bevindt zich de Plas Hatenboer. De projectlocatie is onderdeel van een gebied dat door gemeente Roermond is aangewezen onder het 'locatiebeleid evenementen' als een plek waar kleinschalige evenementen mogelijk zijn, zoals opgenomen in het 'Integraal Uitvoeringskader Evenementen' van de gemeente Roermond d.d. augustus 2020. Hier zal na realisatie van het initiatief nog steeds sprake van zijn.

2.2

Besluitprofiel

De projectlocatie staat kadastraal bekend als Roermond, sectie A, nummer 1891 (het noordelijke gedeelte van het perceel). Het gehele kadastrale perceel heeft een oppervlakte van circa 58.890 m². De projectlocatie bevat een oppervlakte van circa 20.000 m2 en bestaat grotendeels uit een grasland. Verder loopt er een (privé)weg dwars door de projectlocatie heen die aan de noordzijde binnenkomt en in de zuidoosthoek De projectlocatie verlaat.

2.3

Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten

In de winter zullen de bomen en struiken er ook voor zorgen dat de op-

Het planvoornemen zal bestaan uit botenstalling. Aan- en afvoer van

slagplaats uit het zicht wordt onttrokken, maar dit zal in een mindere mate

boten om te stallen gebeurd via land over de bestaande infrastructuur.

zijn dan in de zomer omdat bomen en struiken in de zomer groene bla-

Figuur 4 laat de indeling van de projectlocatie zien.

deren bevatten. De situatie zoals die in de winter aanwezig zal is niet bezwaarlijk, omdat in de winter veel minder gebruik wordt gemaakt van het

Het terrein is niet openbaar toegankelijk en wordt ook afgeschermd met

oppervlaktewater (er zijn dan veel minder personen/boten op de waterplas

een hekwerk. Op de locatie zullen alleen auto’s aanwezig zijn van

aanwezig) en het achterliggende gebied (land).

booteigenaren of van personen die namens booteigenaren aanwezig zijn voor het aan- en/ of afvoeren van boten. Vanwege de korte tijd dat er

Ook zorgt het aanwezig zijn van een scherpe hoek qua zichtsveld ervoor

auto’s aanwezig zullen zijn op de locatie, zal er geparkeerd worden langs

dat de opslagplaats minder zichtbaar zal zijn. Deze scherpe hoek wordt

de (privé)weg (Hatenboer).

onder meer veroorzaakt door het gegeven dat de positie van waaruit (zijnde vanaf het oppervlaktewater) naar de projectlocatie wordt gekeken

Een stalling voor boten realiseren in de directe nabijheid van Hermus Wa-

op een lager NAP-niveau ligt dan het NAP-niveau van de projectlocatie

tersport B.V. sluit aan op de bestaande bedrijfsactiviteiten in het gebied.

zelf. Ook het aanwezig zijn van de opslagplaats achter de (privé)weg Hatenboer draagt hieraan bij.

De projectlocatie is zoals vermeld onbebouwd en dit zal in de toekomstige situatie blijven. De boten worden gestald op bokken of trailers, daar waar

Vanuit Rijkswaterstaat is er bij besluit van 15 juni 2022 met nummer RWS-

nodig wordt gebruik gemaakt van ankers bij het stallen van boten. De om-

2022/18087 aan Hermus Watersport B.V. vergunning verleend als be-

geving heeft soortgelijke kenmerken en bestaat voornamelijk uit voorzie-

doeld in bedoeld in artikel 6.5, onder c van de Waterwet en artikel 6.12,

ningen ten behoeve van waterrecreatie. Derhalve past het initiatief binnen

eerste lid van het Waterbesluit voor het gebruikmaken van het rijkswater-

de omgeving.

staatswerk rivier de Maas of de daartoe behorende beschermingszone

Het behouden van ’het groene ensemble’ (de bomen en de struiken langs de oever en de bomen die langs de bestaande weg staan) is en blijft belangrijk. Voor de te realiseren botenopslag/winterberging is het niet nodig om bomen of stuiken te verwijderen. In de zomer zullen de bomen en struiken langs de oever de opslagplaats voor de boten (daar waar de bokken, opleggers en ter plekke nog in opslag staande boten staan) uit het zicht worden onttrokken. In de winter is er een vergelijkbaar zicht, de opslag vindt pas achter de (privé)weg Hatenboer plaats, waardoor de opslag

door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder werkzaamheden te verrichten, werken te maken en te behouden, dan wel vaste substanties of voorwerpen te storten, te plaatsen of neer te leggen, of deze te laten staan of liggen te weten: het realiseren, hebben en behouden van een botenstalling / winterberging ter plaatse van het terrein Hatenboer Roermond, op het perceel kadastraal bekend gemeente Roermond, sectie A, nummer 1891 aan de linkerzijde van de rivier de Maas ter hoogte van km. 77,0.

vanaf het water vanwege het aanwezig zijn van een scherpere hoek qua zichtsveld al minder zichtbaar zal zijn.

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

6

De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 18 september 2023 een aanvraag ontvangen van Hermus Watersport B.V. te Roermond om een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Waterwet (Wtw) voor het verrichten van handelingen in een watersysteem te wijzigen. De aanvraag betreft het gewijzigd gebruik maken van het rijkswaterstaatswerk rivier de Maas of de daartoe behorende beschermingszone vanwege het realiseren van een botenlift c.a. ter plaatse van het terrein Hatenboer Roermond. Gelet op de bepalingen van de Waterwet, het Waterbesluit, de Waterregeling, de Algemene wet bestuursrecht en de hieronder vermelde overwegingen besluit de minister van Infrastructuur en Waterstaat een gewijzigde vergunning op grond van de Waterwet aan Hermus Watersport B.V. te verlenen op 7 november 2023 onder nummer RWS-2023/44979. Bij besluit van 7 november 2023 wordt geconcludeerd dat de in de vergunning opgenomen voorschriften waarborgen dat de doelstellingen van het waterbeheer voldoende worden beschermd. Op grond van de overwegingen bestaan er daarom geen bezwaren tegen het verlenen van de gevraagde vergunning. Het aanwezig zijn van de voorgenoemde twee vergunningen die door Rijkswaterstaat zijn verleend duidt erop dat de waterkwaliteitsbeheerder Rijkswaterstaat akkoord is gegaan met het initiatief ter plekke van de projectlocatie.

Figuur 4: Indeling projectlocatie

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

7

3

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid (respectievelijk paragrafen 3.1, 3.2, 3.3 en 3.4).

3.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Inmiddels is de Omgevingswet in werking getreden, aangezien deze aanvraag voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend, is op deze aanvraag het oude recht van toepassing (artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet). Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat er geen nationale belangen in het spel zijn. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en nadien zijn nog enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Natuurnetwerk Nederland, erfgoederen van uit-

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:

1

• • • •

zonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament, het IJsselmeergebied en ruimtereservering parallelle Kaagbaan.

Afweging Geen van de bovengenoemde belangen is bij de ontwikkeling in de projectlocatie in het geding. De beoogde ontwikkeling is kortom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn 1. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (Artikel 3.1.6 lid 2 Bro).

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

8

3.2

Afweging Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als 12 of meer woningen worden toegevoegd of wanneer het planvoornemen groter is dan 500 m². Met onderhavig planvoornemen wordt deze grens overschreden aangezien er een uitbreiding van circa 1 hectare wordt beoogd. Echter bevindt de projectlocatie zich in een gebied waar soortgelijke activiteiten plaatsvinden. Er is een grote behoefte aan botenstalling, vanwege het verdwijnen van botenstallingen in Roermond als gevolg van nieuwe gebiedsontwikkelingen in de gemeente. Met een botenstalling dicht bij de Plas Hatenboer kan binnen het watersport- en recreatiegebied worden voorzien in een zo compleet mogelijk aanbod voor de zeil- en vaarsport ter plaatse. Dit initiatief draagt eraan bij dat het zeil- en vaaraanbod binnen de gemeente Roermond behouden blijft (en zo mogelijk zelfs wordt aangevuld), wat dit gebied aantrekkelijker maakt. Het doel is om (in ieder geval een gedeelte van) de huidige stalling bij ‘de Steelhaven’ over te nemen, nu deze stalling op termijn zal verdwijnen als gevolg van de ontwikkeling Roerdelta fase II. De beoogde botenstalling aan de Kop van de Hatenboer zal hiermee gaan dienen als (al dan niet gedeeltelijke) vervanging van de botenstalling aan de Steelhaven en teven Helenawerf. Er zal sprake zijn van botenstalling voor circa 300 boten.

Hiermee wordt er een bijdrage geleverd aan het opvangen van (een deel van) de (veelal particuliere) stallingsplaatsen die zullen verdwijnen in Roermond. Op de projectlocatie zal circa 1 hectare worden verhard (halfverharding) ten behoeve van het stallen van boten. De projectlocatie zelf die wordt gebruikt als botenstalling heeft een oppervlakte van 21.000 m². In de vigerende situatie is bij Steelhaven en Helenawerf ruimte voor de stalling van 500 boten. Bij het opheffen (of sloop) van deze stalling is er behoefte aan een gelijk aantal stallingsplaatsen. Dit zorgt ervoor dat de mogelijkheid voor het stallen van 300 boten een significante bijdrage levert aan de hoeveelheid stalling die verloren zal gaan bij het opheffen (of slopen) van

Provinciaal beleid

Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar

Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen; •

eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan doorontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast is een nieuwe omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 3.2.3. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: • Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; • Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); • Klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.

Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;

•

Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Botenstalling komt niet specifiek aan bod in de Provinciale Omgevingsvisie. De toekomstige botenstalling sluit het beste aan bij het thema economie. Economie Ook de vrijetijdseconomie vormt een belangrijke economische pijler in Limburg. Voor een florerende vrijetijdseconomie zijn de kwaliteit van landschap en natuur, aantrekkelijke steden en een goede bereikbaarheid van belang. Een stabiele balans is nodig: Vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties dienen beter in balans gebracht te worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Een voortdurende kwaliteitsslag is nodig om nieuw en bestaand aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten. Gezondheid Als het gaat om gezondheid en participatie scoort Limburg op dit moment minder goed dan de rest van Nederland. Hierbij zijn er regionale en lokale verschillen. Zuid-Limburg, en dan met name de verstedelijkte gebieden, scoren slecht. De achterstanden zijn hardnekkig en dat is terug te zien in alle vijf factoren die centraal zijn gesteld in de effectmeting voor de Sociale Agenda: (arbeids)participatie, onderwijs, gezondheid, jeugd en sociaal kapitaal.

Landelijke studies bevestigen dat beeld: Limburg scoort op het punt van besteedbaar inkomen, arbeidsparticipatie, sociale contacten en vertrouwen en gezondheid beduidend slechter dan het Nederlands gemiddelde. Voor deze opgaven liggen er niet alleen uitdagingen en plichten op

de stallingsmogelijkheden bij de Steelhaven en Helenawerf.

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

9

persoonlijk vlak, maar is er ook betrokkenheid en verantwoordelijkheid no-

Er is met het initiatief sprake van een invulling van braakliggend terrein,

van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht.

dig van maatschappelijke initiatieven, bedrijfsleven en (semi-)overheden.

voor een functie die aansluit op het gebruik van het en welke past in de

Gezondheid wordt voor een deel beïnvloed door omgevings- en milieu-

omgeving van het gebied. Met de invulling van de projectlocatie wordt de

3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over

kwaliteit. Denk aan de luchtkwaliteit, geuroverlast en geluidhinder rondom

grote behoefte aan stalling voor boten ingevuld en heeft een positieve bij-

de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eer-

industrie, wegen of veehouderijen. Dit laatste speelt met name in Noord-

drage op de omgeving. Het initiatief is derhalve niet strijdig met de Provin-

ste en tweede lid.

en Midden-Limburg. Een gezonde leefomgeving heeft een positieve in-

ciale Omgevingsvisie.

vloed op gezondheid. Daarom is het van belang om relatief rustige en stille gebieden te behouden en waar mogelijk uit te breiden. Ook de woningkwaliteit en de stagnerende doorstroming op de woningmarkt beïnvloeden de gezondheid. De inrichting van de woon- en leefomgeving speelt ook een rol. Dichtbebouwde stedelijke gebieden krijgen bijvoorbeeld als gevolg van de warmere zomers vaker te maken met hittestress. Ook bereikbaarheid, cultuur, het voorzieningenniveau en de be-

Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022) De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid uit het voormalige Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) juridische binding te geven.

schikbaarheid van ontmoetingsplekken zijn hierbij belangrijk.

Het POL2014 is inmiddels komen te vervallen met de inwerkingtreding van

De provincie wil werken naar een gezonde en veilige leefomgeving voor

vingsverordening Limburg is derhalve in werking getreden. Op basis van

iedereen in Limburg. De Provincie Limburg heeft de ambitie om de komende jaren meer nadruk te leggen op risicogestuurd werken. Het streven is om overal in de fysieke leefomgeving minimaal een voldoende fysieke en sociale basiskwaliteit te realiseren. Daarmee wordt ook voldaan aan de wettelijke grenswaarden.

de Omgevingsverordening Limburg op 1 januari 2024 2. De nieuwe Omgehet overgangsrecht kan er in onderhavig planvoornemen nog gebruik worden gemaakt van het ‘oude recht’ aangezien de aanvraag voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verorde-

Afweging Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet in het realiseren van een botenstalling. Er wordt in de Provinciale Omgevingsvisie enkel ingegaan op het realiseren van voldoende fysieke en sociale basiskwaliteit, waarbij voldoende voorzieningen aanwezig dienen te zijn in de leefomgeving. Het hoofdstuk gezondheid speelt voornamelijk in op preventie.

ning het navolgende bepaald: 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting

Klimaatadaptatie In artikel 2.19.1 is het volgende opgenomen: 1. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van: a. de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering; en b. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende risico’s betrokken: a. wateroverlast; b. overstroming; c.

droogte.

3. Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke, regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten. Milieubeschermingsgebieden Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat de projectlocatie zich begeeft binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk III. Het is in de boringsvrije zone Roerdalslenk III verboden om een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Daarnaast is het verboden om werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste

2

Artikel 17.9 Omgevingsverordening Limburg.

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

10

Brunssumklei kunnen aantasten. Tot slot moet het voornemen tot het ma-

Milieubeschermingsgebied boringsvrije zone Roerdalslenk III

Instructieregels ‘Wonen, werken en recreëren’

ken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het

Binnen onderhavig voornemen zijn geen grondboringen dieper dan 80

Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt de projectlocatie bin-

roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 80 meter (in zone III) tot

meter voorzien. De ligging binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk III

nen de ‘Groenblauwe mantel’ en de regio Midden-Limburg.

aan de Bovenste Brunssumklei vier weken tevoren schriftelijk gemeld wor-

vormt derhalve geen belemmering.

In hoofdstuk 12 van deze omgevingsverordening zijn instructieregels op-

den aan gedeputeerde staten.

genomen. Deze instructieregels zijn echter niet van toepassing op een boBronsgroene natuurzone

tenstalling.

Beschermingszones natuur en landschap

Het onderhavige initiatief heeft geen negatieve invloed op de bronsgroene

De projectlocatie is gelegen binnen de bronsgroene landschapszone. De

natuurzone. In onderhavig planvoornemen zitten de natuurlijke waarden

Ook ingevolge deze verordening geldt dat de projectlocatie is gelegen bin-

dichtstbijzijnde goudgroene natuurzone is gelegen op een afstand van ca.

met name in de vegetatie langs het water aan de noordwest kant van de

nen de boringsvrije zone Roerdalslenk III en de natuurzone (ingevolge

930 meter ten zuidwesten van de projectlocatie.

projectlocatie en langs de oostkant van de projectlocatie. Deze vegetatie

deze verordening het Natuurnetwerk). De toets aan deze zones en de ver-

wordt met onderhavig planvoornemen intact gehouden en zal geen hinder

plichte toets op het onderdeel klimaatadaptatie heeft reeds plaatsgevon-

Afweging

ondervinden van het beoogde initiatief aangezien de beoogde werkzaam-

den in de voorgaande paragraaf.

De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat geen voorschriften speci-

heden buiten deze delen van de projectlocatie vallen.

fiek gericht op een botenstalling. Enkel de ladder voor duurzame verstede-

Afweging

lijking, klimaatadaptatie, milieubeschermingsgebieden en beschermings-

Voor het overige zijn er geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de

Er zijn geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverorde-

zones natuur en landschap zijn op dit plan van toepassing.

Omgevingsverordening Limburg 2014 die een belemmering vormen voor

ning Limburg 2021 die een belemmering vormen voor de voorgenomen

de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan

ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Om-

ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014.

gevingsverordening Limburg 2021.

Ladder voor duurzame verstedelijking Met de ontwikkeling is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor een laddertoets moet worden uitgevoerd. Dit is nader beschreven in paragraaf 3.1.3.

Omgevingsverordening Limburg De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2024 tegelijk met de Omgevingswet in werking getreden. Hoewel de Omgevingsverordening

Klimaatadaptatie

Limburg hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevings-

Met het initiatief zal ter plekke van de botenopslag verhard oppervlak

verordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aan-

worden toegevoegd in de vorm van grasbetontegels, dit is aan te merken

merkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan

als halfverharding. Er zal geen overlast plaatsvinden door hemelwater

gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten

vanwege het aanleggen van een halfverharding.

van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werk-

3.3

Regionaal beleid

Toekomstplan Midden-Limburg 2021-2024

Recreatie en toerisme zijn een belangrijke economische pijler voor Midden-Limburg. Er is veel te winnen en veel te verliezen. Bijna 8.000 mensen verdienen er hun brood, dat is 7,5% van alle banen en ruimschoots meer dan sectoren als de bouw (4,2%), het openbaar bestuur (4,7%), of het onderwijs (5,1%). Recreatie en toerisme zijn ook essentieel voor het

nemers. Deze aspecten zijn niet van toepassing voor onderhavig planTevens bevindt de projectlocatie zich binnen de dubbelbestemming

voornemen. Op basis van het overgangsrecht kan namelijk zoals reeds

‘Stroomvoerend Rivierbed’. Binnen het stroomvoerend rivierbed dient toe-

aangegeven in onderhavig planvoornemen nog gebruik worden gemaakt

stemming vanuit Rijkswaterstaat te worden verleend voor het initiatief.

van het ‘oude recht’ aangezien de aanvraag voor de inwerkingtreding van

Deze toestemming is reeds verleend waardoor de dubbelbestemming

de Omgevingswet is ingediend.

geen belemmering meer vormt voor het planvoornemen.

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

11

Het rapport, Visie en Actieprogramma Recreatie en Toerisme (VART) Mid-

In de regiovisie VART zijn drie verhaallijnen vastgesteld. Door te werken

den-Limburg, vormt de basis voor onze strategie, voor activiteiten en

met verhaallijnen brengen we samenhang aan in het grote versnipperde

werkzaamheden van Limburg Marketing voor tenminste de komende vier

aanbod. Het gaat om de volgende verhaallijnen:

jaar. Er wordt op hoofdlijnen antwoord gegeven hoe de ambities, de ver-

1. Midden door Limburg. Langs routes, erfgoed en pleisterplaatsen;

haallijnen en de verschillende actiepunten die naar voren komen in VART

2. The Big Five: Op safari in de Limburgse natuurparels;

gaan vertalen naar een marketingprogramma en hoe dit geïntegreerd

3. Water, fun en winkelen – Onderdompelen in vermaak en stijl.

wordt in de bedrijfsvoering voor de komende jaren. Afweging

Figuur 5: Ligging projectlocatie binnen Omgevingsverordening Limburg 2021, kaartlaag Wonen, werken en recreëren

voorzieningenniveau en voor een goede invulling van ons erfgoed. Een breed aanbod van wandelroutes, fietsroutes, winkels en horeca is ook goed voor onze eigen inwoners. De gebieden, steden dorpen genieten landelijke- en internationale bekendheid. Bezoekers en inwoners komen er graag, dat willen we ook graag zo houden. De komende 10 jaar is er een forse groei in de sector voorspeld. Maar een gezonde ontwikkeling van de sector waar we als regio optimaal van profiteren gaat niet vanzelf. Toeristen en recreanten willen steeds meer beleven, waarbij ze op zoek zijn naar authenticiteit, verhalen en bijzondere ervaringen.

Midden-Limburg wil het beste aanbod, de beste belevingen, een vitale ver-

De komende jaren zullen bestaande bergingsplaatsen in Roermond ver-

blijfssector en jaarlijks een gezonde economische groei van 2%. Deze ge-

dwijnen als gevolg van een gebiedsontwikkeling. Als de boten daar niet

zamenlijk uitgesproken regionale ambities zijn alleen haalbaar als alle par-

meer gestald kunnen worden en er binnen de gemeente geen alternatieve

tijen samenwerken aan het gedeelde belang en als alle partijen een stap

stallingsmogelijkheden voor handen zijn, is de kans reëel dat deze boten

naar voren maken voor verandering. Midden-Limburg heeft een grote po-

uit de gemeente Roermond en misschien wel uit de regio Midden-Limburg

tentie voor verdere ontwikkeling, dankzij de aantrekkingskracht van land-

zullen verdwijnen. Met onderhavig initiatief wordt voorzien in de behoefte

schappen, natuur, water, erfgoed en het ruime winkelaanbod. Dat biedt

naar winterberging binnen de gemeente Roermond die onder andere

grote kansen, ook om nieuwe doelgroepen aan te trekken. Maar er is nog

wordt veroorzaakt door het verdwijnen van de bestaande stallingen en

veel ‘middelmaat’ in het aanbod, blijkt uit ‘Visie en Actieprogramma Recre-

wordt ingespeeld op de verhaallijnen ‘water, fun en winkelen’. Het plan-

atie en Toerisme’ (VART), of het nu gaat om de beleving van routes, ver-

voornemen stimuleert de recreatiemogelijkheden voor water in de regio.

blijfsaccommodaties of erfgoed. Dat is een kans in een tijd waarin alles

Hierdoor is het planvoornemen in overeenstemming met het Toekomst-

draait om topbelevingen en bijzondere ervaringen. Hier kunnen we samen

plan Midden-Limburg 2021-2024.

wat aan doen. Daarom zijn er als regio de volgende drie ambities voor de komende 10 jaar opgesteld: 1. We kunnen ons meten met het beste aanbod en de beste belevingen door in te zetten op drie sterke product-verhaallijnen (verhaallijnen); 2. Onze sector verblijfsrecreatie is en blijft vitaal. Er komen meer slaapplaatsen met vooral een gevarieerder aanbod met meer beleving; 3. We groeien met minimaal 2 procent in toeristische bestedingen per jaar (22% in 10 jaar). Meer kwaliteit, langer verblijf en daardoor hogere bestedingen. Bestedingen moeten harder groeien dan het aantal gasten, daarbij is spreiding in tijd en plaats essentieel.

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

3.4

Gemeentelijke beleid

Toekomstvisie Roermond 2030

Op 22 december 2016 heeft de raad van de gemeente Roermond de Toekomstvisie Roermond 2030 vastgesteld. Deze toekomstvisie schetst voor 5 hoofdthema's (welke in samenwerking met inwoners van Roermond en partners van de stad zijn gekozen) een toekomstbeeld voor de gemeente. Met de 5 hoofdthema's biedt de toekomstvisie een integraal perspectief op de toekomst van de stad, waarbij de belangrijkste veranderingen worden geadresseerd die op de stad afkomen. Aan de hand van de 5 hoofdthema's wordt de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente beschreven. Drie zogenaamde rode draden zijn daarbij randvoorwaardelijk voor de geschetste toekomst: ontmoeting, verbinding en samenwerking. Deze

12

rode draden spelen een belangrijke rol binnen de 5 hoofdthema's. De vijf

De gestelde doelen zijn talrijk, ambitieus en breed. Het is onmogelijk om

tuur, waarbij de gemeente het voortouw neemt met strategische groenpro-

hoofdthema’s bestaan uit de volgende punten:

aan alle doelen tegelijkertijd te werken. Om die reden zijn voor de ko-

jecten. De koppeling tussen groen en architectuur vraagt om een zorgvul-

mende 15 jaar een aantal doelen voor Nederland in het bijzonder be-

dige afstemming, bouwkundig en communicatief. Elke situatie is anders en

1. Roermond in 2030, een thuis voor de jeugd

noemd. Ook de gemeente Roermond en haar inwoners willen hun bijdrage

dat daagt uit tot verrassende en innovatieve oplossingen.

2. Roermond in 2030, stad die je actief houdt

leveren aan de realisatie van deze doelen. Nationaal wordt ingezet op:

3. Roermond in 2030, Roermond zorg(t) voor elkaar

•

Aanpak klimaatverandering.

Tegelijkertijd zet de Groenvisie in op duurzame groenstructuren voor de

4. Roermond in 2030, stad van retail & leisure en industrie

•

Een einde maken aan extreme armoede.

openbare ruimte. Groenstructuren die aantrekkelijk zijn en zo robuust dat

5. Roermond in 2030, historische binnenstad aan het water

•

Ongelijkheid en onrecht bestrijden.

ze voor lange tijd bijdragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. De gemeente wil de landschappelijke structuren herkenbaar maken

Voor onderhavig planvoornemen zijn de punten 2 en 5 van toepassing.

Voor wat betreft ruimte, wonen en bouwen is de navolgende doelstelling

in de stad en meer bomen krijgen de kans om monumentaal te worden.

Het Maasplassengebied biedt volop mogelijkheden van leisure en recrea-

geformuleerd:

De gemeente gaat voor een ecologisch waardevolle, klimaat- en ziektebe-

tie voor de vrijetijdsbesteding van ouderen. Het planvoornemen zorgt er-

De beschikbare ruimte in Roermond wordt efficiënt en duurzaam gebruikt.

stendige openbare groenstructuur die klaar is voor de toekomst. Om de

voor dat in het Maasplassengebied zelf een botenstalling aanwezig is,

De kwaliteit van de ruimte wordt verhoogd, wat wil zeggen dat Roermond

ambitie voor de groene buitenruimte waar te maken, zijn spelregels opge-

waardoor het voor ouderen toegankelijker (makkelijker) is om een boot in

inzet op de toegankelijke en bruikbare buitenruimte voor een breed spec-

steld; toetsingscriteria voor kwaliteit. Deze spelregels zijn noodzakelijk om

of uit het water te (laten) halen wat de ouderen kan motiveren om langer

trum aan doelgroepen. Dit betekent dat de ruimtes die er zijn een pas-

richting te kunnen geven aan nieuwe ontwikkelingen en het in stand hou-

(meer jaren) gebruik te maken van een boot. Dit draagt bij aan het actief

sende invulling dienen te krijgen.

den van het huidige openbaar groen. Goede spelregels zorgen er ook

houden van ouderen.

voor dat de beschikbare financiële middelen gerichter ingezet kunnen worAfweging

den.

Afweging

Voor de botenstalling is geen sprake van een gebouw. Er wordt voor zo

Onderhavig initiatief voorziet in de realisatie van een botenstalling. Hier-

ver deze van toepassing is, voldaan aan de Duurzaamheidsvisie Roer-

Afweging

mee wordt een bijdrage geleverd aan de hoofdthema's 2 en 5, omdat dit

mond. Tevens is er met onderhavig planvoornemen sprake van een ont-

In de projectlocatie zal het bestaande groen intact blijven. Het planvoorne-

respectievelijk ten goede zal komen aan de vrijetijdsbesteding van oude-

wikkeling die passend is bij de beschikbare ruimte en de locatie van het

men bevindt zich aan de Plas Hatenboer. Het initiatief ligt niet in een ge-

ren (en ouderen actief zal houden) en aan de mogelijkheden voor water-

planvoornemen.

bied welke moet voldoen aan de spelregels uit de Groenvisie Roermond

sport en recreatie voor bezoekers en bewoners van Roermond. Al met al kan worden geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen in overeenstemming is met de ‘Toekomstvisie Roermond 2030.’

Groenvisie Roermond 2016

2016. Het initiatief is het realiseren en in gebruik hebben van een botenstalling waarbij rekening wordt gehouden met een ligging bij 'het groene

Op 22 december 2016 heeft de gemeenteraad van Roermond de Groenvi-

ensemble', waardoor het doel is om de botenstalling zo goed als mogelijk

sie Roermond vastgesteld.

op te laten gaan in de omgeving. De Groenvisie Roermond 2016 vormt

Duurzaamheidsvisie Roermond

derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.

Op 30 maart 2017 heeft de gemeenteraad van Roermond de 'Duurzaam-

De gemeente Roermond heeft veel stenige stedelijke omgevingen met

heidsvisie Roermond' vastgesteld. Voor Roermond is duurzaamheid een

wanden en daken die getransformeerd kunnen worden naar groen en ziet

van de pijlers uit het coalitieakkoord 2018 - 2022. De gemeente onder-

daar een mooie uitdaging. Roermond heeft de ambitie om dé groene ar-

schrijft daarbij ook de mondiale doelen. Elke bestuurslaag in ieder land ter

chitectuurstad te worden. Om dit te bereiken worden in de Groenvisie kan-

wereld, dient mee te werken om deze doelstellingen te realiseren in de pe-

sen benoemd en inspirerende voorbeelden gegeven voor groene architec-

riode 2016 – 2030.

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

13

Nota archeologie In de nota archeologie is de gemeentelijke archeologievisie en het beleid voor de komende jaren geformuleerd (vastgesteld op 7 juli 2011). Leidraad daarbij is dat archeologie een integraal onderdeel vormt bij afwegingen betreffende de ruimtelijke ordening.

Het gehele perceel omvat circa 20.000 m2. Enkel de werkzaamheden bij

geeft regels en richtlijnen voor iedereen die bij het voorbereiden van pro-

het plaatsen van ankers kunnen dieper reiken dan 40 cm – mv. Deze

jecten of het uitvoeren van bodemwerken rekening moet houden met de

werkzaamheden overschrijden echter niet de oppervlaktegrens waardoor

kwaliteit van de bodem.

een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De Nota is onlosmakelijk verbonden met de bodemkwaliteitskaart (BKK).

In 2008 is de Archeologie Atlas vastgesteld door de gemeenteraad. Deze

De bodemkwaliteitskaart is een kaart waarop de bodemkwaliteit binnen

Atlas vormt de basis voor het archeologiebeleid dat transparant is voor

een bepaald gebied is aangegeven. Een BKK wordt opgesteld om grond-

burgers en investeerders en verantwoord omgaat met het ondergrondse

verzet op een efficiënte, kosteneffectieve en verantwoorde manier moge-

erfgoed. Op basis van de Atlas is de Beleidskaart Archeologie opgesteld.

lijk te maken. De bodemkwaliteitskaart geeft inzicht in de bodemkwaliteit

Op deze kaart wordt een onderscheid gemaakt in drie gebieden. De pro-

van de bodemlagen van 0 tot 0,5 meter onder het maaiveld en van 0,5 tot

jectlocatie valt voor het grootste deel binnen overig gebied en voor een

2,0 meter onder het maaiveld.

klein gedeelte binnen historische kern. In de nota archeologie worden de drie fasen van archeologisch onderzoek beschreven. De eerste fase be-

De Nota heeft 2 doelen:

treft het vooronderzoek. De tweede fase betreft het uitvoeren van vervolg-

1. Het stellen van een kader voor het duurzaam en efficiënt hergebruiken

onderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. De laatste fase is

van grond binnen de regio. Of, simpeler gezegd: regels opstellen voor het

een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische opgraving.

hergebruik van vrijkomende grond. 2. Het beleidsmatig verankeren van het in Limburg gehanteerde meer-

Afweging

sporenbeleid. Dat komt erop neer dat voor de activiteiten grondverzet,

Volgens de Erfgoedverordening (2018) geldt het volgende: “voorafgaande

ruimtelijke ontwikkeling, bouwen en bodemsanering de bodemkwaliteit zo

aan grondwerkzaamheden binnen de op de bij deze verordening behorende Beleidskaart archeologie als historische kern aangeduide gebieden of binnen de grenzen van gemeentelijke archeologische monumenten dient een archeologisch vooronderzoek plaats te vinden waar uit moet blijken wat de archeologische verwachting is” en “voorafgaande aan grondwerkzaamheden binnen de op de bij deze verordening behorende Beleidskaart archeologie als ‘overige gebieden’ aangeduide gebieden is archeologisch vooronderzoek noodzakelijk tenzij de projectlocatie kleiner is dan 5.000 m².” Daarnaast is archeologische onderzoek niet noodzakelijk wanneer de grondwerkzaamheden plaatsvinden in evident eerder verstoorde bodem of wanneer de grondwerkzaamheden niet dieper reiken dan 40 centimeter onder maaiveld of kleiner zijn dan 100 m².

eenduidig mogelijk wordt beoordeeld. Figuur 6: Uitsnede beleidskaart archeologie Roermond (besluitgebied rood omlijnd)

Nota bodembeheer Op 9 juli 2020 heeft de gemeenteraad van Roermond de Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 en de Bodemkwaliteitskaart Limburg Noord vastgesteld. Deze documenten hebben betrekking op landbodem. De Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 is een gemeenschappelijke nota van de 15 Noord- en Midden-Limburgse gemeenten. In de Nota staat hoe de regio omgaat met bodemverontreiniging en welke mogelijk-

Afweging De ‘Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029’ bevat het toetsingskader voor de te hanteren bodemkwaliteit afhankelijk van de nieuwe functie en de huidige bodemkwaliteit, de zogenaamde dubbele toets. Uit de regionale bodemkwaliteitskaart Limburg Noord blijkt dat de onderzoekslocatie voor de bovengrond en ondergrond ligt in het deelgebied ‘Beheergebied RWS’. Voor zowel de bovengrond als de ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘Beheergebied RWS’. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Beheersgebied RWS. In paragraaf 4.1 wordt nader ingegaan op het aspect bodem.

heden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond. De Nota

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

14

Daarnaast is eveneens op 10 november 2020 de ‘Bodemkwaliteitskaart PFAS’ vastgesteld. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiele bron zijn voor PFAS. Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond De Structuurvisie kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond (hierna de Structuurvisie) bevat de uitgangspunten die noodzakelijk zijn voor het vragen van een kwaliteitsbijdrage in het geval van ontwikkelingen in bepaalde zones. Op grond van de structuurvisie is de projectlocatie gelegen in een van deze zones. Op basis hiervan geldt op grond van hoofdstuk 1 van de Structuurvisie in elk geval dat een kwaliteitsbijdrage (en inpassing) aan de orde is. Gelet op de aard van het initiatief, wordt aangesloten bij de module ‘Uitbreiding solitaire bedrijven’. Hieruit volgt dat enerzijds sprake moet zijn van een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing. Anderzijds dient een kwaliteitsbijdrage te worden geleverd. Deze bijdrage kan financieel, in natura of in een gecombineerde vorm worden geleverd. Voor onderhavig planvoornemen zullen hier concrete afspraken over worden gemaakt.

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

15

4

Omgevingsaspecten

Bij de voorgenomen functiewijziging dient rekening te worden gehouden met (milieu)invloeden vanuit de omgeving op de projectlocatie zelf en met invloeden vanuit de projectlocatie op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, geluid, lucht, externe veiligheid, geur en milieuzonering voor de projectlocatie wordt in de navolgende paragrafen beschre-

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.2

gere waarde worden verleend.

Toetsingskader Wegverkeerslawaai Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een ruimtelijke ontwikkeling een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:

van het plan. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van de gewenste in-

•

de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;

greep voor de aspecten archeologie, cultuurhistorie, leidingen en infra•

de aanleg van een nieuwe weg;

mende bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.

•

de reconstructie van een bestaande weg.

4.1

De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstro-

Toetsingskader

Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieu-hygiënische risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om de beoordelen of de grond

ken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidzone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Tabel 1: Breedte geluidszones langs wegen

geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd,

Stedelijk gebied

dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu.

Buiten stedelijk gebied

Toetsing Er vinden geen bodembedreigende activiteiten plaats die de bodemkwaliteit zal gaan beïnvloeden. Daarnaast blijkt uit de gegevens in de omgevingsrapportage 3 over de bodemkwaliteit, dat de bodemkwaliteit binnen de projectlocatie geen tot slechts licht verhoogde gehalten laten zien die kunnen worden verwacht in het gebied waar de projectlocatie onderdeel van is. Hierdoor hoeft het aspect bodem niet onderzocht te worden.

3

Toetsing Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een

structuur, flora en fauna, waterhuishouding en verkeer. De hieruit voortko-

Bodem

deze zone. Binnen deze zones moet voor de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen akoestisch onderzoek worden uitgevoerd en een ho-

Geluid

ven. Tevens wordt ingegaan op de eventuele m.e.r.-(beoordelings)plicht

alle bedrijven op het industrieterrein niet hoger is dan 50 dB(A) buiten

geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. De botenstalling is geen geluidgevoelig objecten zoals bedoeld in de Wgh. Het voorliggende initiatief maakt geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk. Industrielawaai

Aantal rijstroken

Zone breedte

1 of 2

200 meter

3 of meer

350 meter

1 of 2

250 meter

geen gezoneerde industrieterreinen gelegen. De projectlocatie valt daar-

3 of 4

400 meter

mee niet binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein. Daar-

5 of meer

600 meter

naast heeft de botenstalling ook geen negatieve gevolgen voor geluidsge-

Industrielawaai Voor industrieterreinen waar zogenoemde lawaaimakers (bedrijven met een in het Besluit Omgevingsrecht, Bor, aangewezen categorie) zich (mo-

Met het voorliggende initiatief worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. In de omgeving van de projectlocatie zijn daarnaast

voelige objecten zoals woningen, aangezien deze zich op meer dan 100 meter van de projectlocatie bevinden. Nader onderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.

gen) vestigen worden conform de Wgh zones vastgelegd (art. 40 Wgh). De zone is zo vastgelegd dat de gecumuleerde geluidbelasting vanwege

Bodeminformatiesysteem Limburg, Omgevingsrapportage Hermus Watersport (Hatenboer), d.d. 21 november 2023

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

16

Conclusie De realisatie van botenstalling vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen op het gebied van wegverkeers- en industrielawaai.

4.3

Luchtkwaliteit Toetsingskader

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1)

de interim-periode. Nu het NSL in werking is getreden is een project NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijnstof en NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden.

geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.

Regeling NIBM Binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM draagt een project altijd niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningen gelden in de Regeling NIBM de volgende getalsmatige grenzen:

akkerland en de rijbaan en ontoegankelijke middenbermen van wegen. Toetsing In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bepaald te worden of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de realisatie zondheid en Milieu – RIVM) was de concentratie PM2,5 in 2022 ter

van de luchtkwaliteit.

plaatse 6,82 µg/m³, de concentratie PM10 13,30 µg/m³ en was de concen-

Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de lucht-

tratie NO2 13,13 µg/m³. Volgens de actuele luchtkwaliteitsindex in Neder-

verontreiniging.

land is de luchtkwaliteit ter plaatse goed. Daarnaast is volgens de NIBM

d. Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingspro-

tool de bijdrage van extra verkeer door het realiseren van de botenstalling

gramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

niet toegankelijk zijn voor publiek en waar geen vaste bewoning is, zoals

van het bouwplan. Volgens het CIMLK van het Rijksinstituut voor Volksge-

b. Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering c.

Tabel 3: Grenswaarden stoffen

niet-in-betekende-mate op de luchtkwaliteit. Tabel 2: Getalsmatige grenzen NIBM

Het Besluit NIBM

Achtergrondwaarden

De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5.2

eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die "in betekenende mate"

luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit

(IBM) leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet uit

genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstof-

het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het

dioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood en koolmonoxide en benzeen.

aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de

Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide

blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan "niet in bete-

(NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10) van belang. De vigerende grenswaarden

kenende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Op 1 augustus 2009 is het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Hierdoor dient bij plannen die de luchtkwaliteit beïnvloeden niet langer te worden uit gegaan van de normen uit

voor stikstofdioxide en fijn stof zijn in de navolgende tabel weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing botenstalling

De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet en op plaatsen die

17

Richtafstanden

dan ook sprake van omgevingstype ‘gemengd gebied’. Dit betekent dat de

Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging

richtafstand van de betreffende milieucategorie met 1 stap verlaagd kun-

van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en

nen worden, conform de richtlijnen van de VNG, om te zorgen dat een

milieuzonering’. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen.

goed woon- en leefklimaat voor de omgeving gewaarborgd blijft.

Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de Geluid

indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in

In dit geval dient te worden uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd

de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien be-

gebied’. De beoogde botenstalling komt niet voor in de (indicatieve) bro-

kend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan

chure ‘Bedrijven en Milieuzonering’, derhalve is er uitgegaan van de cate-

gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten mili-

gorie die het meeste aansluit, namelijk ‘Opslaggebouwen (verhuur opslag-

eubelasting (in plaats van de richtafstanden).

ruimte). Dit is geen functie die volgens de (indicatieve) brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gezoneerd dient te worden ten opzichte van

Conclusie Gezien de bestaande concentraties is er geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm lid 1 onder a. Daarnaast draagt het project niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Daarmee voldoet de projectlocatie aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm, lid 1 onder c. Kortom, de voorgenomen ontwikkeling is passend in het kader van de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer en aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

4.4

milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat

Omgevingstype

milieugevoelige functies in de omgeving. Een opslaggebouw behoort niet

De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt

tot een milieugevoelige functie. Het betreft wel een functie met een moge-

nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype

lijk effect op omliggende woningen. In de wijde omgeving rondom de pro-

(zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een

jectlocatie zijn geen reguliere woningen gelegen, wel is er een bedrijfswo-

rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van

ning gelegen, dit betreft de bedrijfswoning welke in het bezit is van de initi-

functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel

atiefnemer. De grootste richtafstand is voor wat betreft een opslaggebouw

geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemeng-

30 meter voor geluid. Aan deze richtafstand kan ruimschoots worden vol-

de gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige

daan.

functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast wo-

Conclusie

ningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentra-

Vanuit het aspect ‘milieuzonering’ bestaan er geen belemmeringen voor

tiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpsker-

het beoogde initiatief.

nen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Toetsing

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=6cb4ae26-73e0-4641-afea-39b6e2c2f5d1