CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - regels en toelichting bestemmingsplan Woningbouw Asenray Oost

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Bestemmingsplan Woningbouw Asenray Oost27.156 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan “Woningbouw Asenray-Oost” Gemeente Roermond Vastgesteld

Bestemmingsplan “Woningbouw Asenray-Oost” Gemeente Roermond Vastgesteld

Rapportnummer BRO:

P01830

Identificatienummer:

NL.IMRO.0957.BP00000322-VG01

Datum:

Augustus 2023

Opdrachtgever:

Ruimte voor Ruimte Limburg C.V.

Projectteam BRO:

IMo

Ontwerp:

mei 2023

Vaststelling:

Augustus 2023

Trefwoorden:

Woningbouw, Ruimte voor Ruimte, Maalderstraat, Duiperweg, Asenray, gemeente Roermond

Bron foto kaft:

Hollandse Hoogte 4

Beknopte inhoud:

Nieuw bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling van 40 Ruimte voor Ruimte kavels in het gebied ten oosten van de kern Asenray in de gemeente Roermond.

BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl

TOELICHTING

Hoofdstuk 8

58

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING

5

2. BESTAANDE SITUATIE

7

3. PLANBESCHRIJVING

11

4. UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID 4.1 Rijksbeleid

14 14

4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 4.2 Provinciaal beleid

14 15 16 16

4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 4.3 Regionaal beleid

16 17 19

4.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 4.4 Gemeentelijk beleid

19 19

4.4.1 Toekomstvisie Roermond 2030 4.4.2 Groenvisie 4.4.3 Nota Bodembeheer 4.4.4 Nota Parkeernormen 2021 4.4.5 Nota Archeologie 4.4.6 Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan 4.4.7 Beleidsregel ‘Aan huis gebonden beroepen en kleine economie’ 4.4.8 Dorpsontwikkelingsplan Asenray (2007)

19 21 22 23 25 26 27 28

5. ONDERZOEK 5.1 Milieuaspecten

30 30

5.1.1 Bodem 5.1.2 Geluid 5.1.3 Luchtkwaliteit 5.1.4 Externe veiligheid 5.1.5 Milieuzonering 5.1.6 Geur 5.2 Archeologie en cultuurhistorie

Inhoudsopgave

30 31 31 32 35 36 36

3

5.3 Ecologie 5.4 Leidingen en infrastructuur 5.5 Verkeerskundige aspecten 5.6 Duurzaamheid 5.7 Waterparagraaf 5.8 Explosieven 5.9 M.e.r.-beoordeling

38 41 41 43 44 48 49

5.9.1 Beoordeling directe m.e.r.-plicht

49

6. PLANSTUKKEN 6.1 Planstukken 6.2 Toelichting op de verbeelding 6.3 Toelichting op de regels

51 51 51 51

7. UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Omgevingsdialoog 7.3 Overleg 7.4 Zienswijzen

54 54 54 55 55

8. PROCEDURE

56

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2: Woonladder Bijlage 3: Actualiserend bodemonderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5: Archeologisch onderzoek Bijlage 6: Quickscan flora en fauna Bijlage 7: Dassenplan Bijlage 8: Stikstofdepositieberekening Bijlage 9: Variantenstudie infrastructuur woongebied Asenray Bijlage 10: Watertoets Bijlage 11: Proces-verbaal van oplevering- OOO Roermond Asenray Oost Bijlage 12: Aanmeldnotitie m.e.r. Bijlage 13: Nota van zienswijzen

Inhoudsopgave

4

1.

INLEIDING Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van 40 Ruimte voor Ruimte kavels in het buitengebied van de gemeente Roermond ten oosten van de kern Asenray. De planlocatie bestaat uit de percelen, kadastraal bekend als gemeente Roermond, sectie P, nummers 48 (ged.) 59 (ged.), 64 en 70. Het plangebied is momenteel in gebruik als akkerbouwgrond. Middels de Ruimte voor Ruimte regeling wordt de mogelijkheid geboden om, in ruil voor de beëindiging van intensieve veehouderijbedrijven of –takken en sloop van de opstallen, woningen te realiseren. Het plangebied valt onder werking van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Asenray’, dat op 20 oktober 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad van Roermond. Volgens dit bestemmingsplan is het gehele plangebied bestemd tot ‘Agrarische waarden – Agrarische functie met landschapswaarden’. De ontwikkeling van woonkavels is binnen deze bestemming niet mogelijk. De gemeente Roermond heeft echter aangegeven medewerking te willen verlenen aan de ontwikkeling middels de herziening van het bestemmingsplan.

Topografische kaart met globale ligging plangebied (rood omlijnd)

Hoofdstuk 1

5

In het voorliggende bestemmingsplan worden de nieuwe bestemmingen voor de gronden wettelijke geregeld, waardoor nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden ontstaan. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de bijbehorende regels en gaat vergezeld van voorliggende toelichting met bijlagen.

Kadastrale kaart met begrenzing plangebied, met beoogde ontsluitingsweg(blauw omlijnd)

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt de bestaande situatie rond het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op de locatie. In hoofdstuk 5 volgt de toetsing van het plan aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten op de locatie. In hoofdstuk 6 worden de planstukken en de juridische opzet van de regels beschreven en in hoofdstuk 7 is de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de procedure beschreven.

Hoofdstuk 1

6

2.

BESTAANDE SITUATIE

Het plangebied waar de voorliggende ontwikkeling is voorzien, is gelegen in het buitengebied, ten oosten van de kern Asenray in de gemeente Roermond. In de bestaande situatie is het plangebied in gebruik als akkerbouwgrond. De planlocatie bestaat uit de percelen, kadastraal bekend als gemeente Roermond, sectie P, nummers 48 (ged.), 59 (ged.), 64 en 70 en heeft een totale oppervlakte van circa 80.000 m2. Op de onderstaande luchtfoto is de ligging van het plangebied weergegeven. De navolgende straatfoto geeft een beeld van het bestaande gebruik in het plangebied.

Luchtfoto met ligging plangebied (rood omlijnd) en directe omgeving

Het plangebied is opgedeeld in twee delen. De twee delen worden gesplitst door een landweg. Het zuidelijke gedeelte betreft de woningbouwlocatie. Aan de oostzijde wordt dit deel begrensd door de Maasnielderbeek. Ten zuiden van het plangebied zijn agrarische gronden gelegen. Aan de westzijde

Hoofdstuk 2

7

wordt het plangebied begrensd door een landweggetje en de kern Asenray. Het noordelijke gedeelte van het plangebied bestaat momenteel uit landbouwgrond. Een deel van het noordelijke plandeel is bestemd voor de nieuwe ontsluitingsweg. De nieuwe ontsluitingsweg wordt aan de noordzijde begrensd door de Maalbroek.

Straatfoto bestaande situatie zuidelijk deel plangebied, gezien vanuit het westen (bron: Google Streetview, september 2020)

Het plangebied ligt aan de rand van de dorpskern van Asenray. Globaal gezien ligt de kern ten westen van het plangebied en het landelijk gebied aan de oostzijde. Het dorp zelf bestaat voor een groot deel uit woonbebouwing met enkele dorpsvoorzieningen. Het landelijk gebied ten oosten van het plangebied bestaat grotendeels uit agrarische gronden. Vigerend bestemmingsplan De planlocatie is gelegen binnen het plangebied van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Asenray’, dat op 20 oktober 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad van Roermond. Volgens dit bestemmingsplan is het gehele plangebied bestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Agrarische functie met landschapswaarden’. Daarnaast is aan de oostzijde van het plangebied een kleine strook bestemd met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone water’ De voor ‘Agrarisch met waarden – Agrarische functie met landschapswaarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische bedrijfsuitoefening uitsluitend in de vorm van grondgebonden agrarische bedrijven en productiegerichte paardenhouderijen;

Hoofdstuk 2

8

b. intensieve agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'; c. bedrijfsgebouwen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; d. ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' ten hoogste 1 agrarische bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal recreatiewoningen' het op de verbeelding weergegeven aantal vakantiewoningen met per recreatiewoning een oppervlak van ten hoogste 100 m2; g. opslag van goederen ter plaatse van de aanduiding 'opslag' voor opslag van goederen die vallen binnen de milieucategorieën 1 en 2 van uit Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten of daarmee gelijk te stellen zijn; h. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' uitsluitend een tweede agrarische bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen. De gronden met de aanduiding 'bedrijfswoning' horen bij het bouwvlak waarmee ze via de aanduiding 'relatie' zijn verbonden. Agrarische activiteiten zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. De beoogde ontwikkeling van woningbouwkavels is niet toegestaan binnen deze huidige bestemming.

Hoofdstuk 2

9

Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Asenray' met begrenzing plangebied (rood omlijnd)

Hoofdstuk 2

10

3.

PLANBESCHRIJVING In dit hoofdstuk wordt het beoogde project beschreven en worden de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten hiervan weergegeven. De ontwikkeling Binnen het plangebied is de ontwikkeling van een woongebied bestaande uit 40 kavels voorzien. Daarnaast wordt de omliggende openbare ruimte ingericht met o.a. een ontsluitingsweg en groenvoorzieningen. In de navolgende situatietekening is de beoogde verkaveling weergegeven. Het volledige beeldkwaliteitsplan1 is als bijlage toegevoegd.

Uitsnede verkavelingsplan Woningbouw Asenray-oost (Hoesbergen Stedenbouw)

De Ruimte voor Ruimte kavels krijgen een omvang variërend van 198 m2 tot 1.316 m2 met sommige kavels van grotere omvang van 2.097 m2, 2.184 m2 en 2.960 m2. Het plangebied wordt opgesplitst door de toegangsweg vanuit het noorden. Aan de westzijde van het plangebied worden in totaal 20 woningen gerealiseerd. Waarvan twee vrije kavels, twee vrijstaande woningen, acht twee-onder-eenkap woningen en acht rij-/hoekwoningen. Deze woningen worden allemaal richting de as van het ge-

1

Hoesbergen Stedenbouw, Beeldkwaliteitsplan Asenray Oost, april 2023

Hoofdstuk 3

11

bied georiënteerd. Aan de oostzijde van het plangebied worden eveneens in totaal 20 woningen gerealiseerd. Waarvan zes vrije kavels, vier vrijstaande woningen, vier twee-onder-een-kapwoningen en zes levensloopbestendige woningen. Ook deze woningen, met uitzondering van een woning, worden naar het midden van het gebied georiënteerd. Zodoende ontstaat aan beide kanten een hofstructuur. Centraal door het gebied is de ruimte gereserveerd voor groen. Samen met een pad voor langzaamverkeer vormt dit de ‘groene ader’ van het plan. Parkeren wordt op eigen terrein geregeld. De Ruimte voor Ruimte kavels waar vrijstaande woningen gerealiseerd worden, zullen als afzonderlijke woningbouwkavels worden verkocht, waarna de kopers naar eigen inzicht, binnen de geldende kaders vanuit het nieuwe bestemmingsplan, het beeldkwaliteitsplan en welstand, hun woning kunnen bouwen. Wat betreft de bouw- en gebruiksregels voor de woningen is overwegend aangesloten bij de regeling voor de woningen in de kern Asenray, zoals is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan ‘Kern Asenray’. Mitigatieplan das Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van das. Langs de Maasnielderbeek en tegen de noordgrens van het plangebied zijn enkele losse vluchtpijpen aangetroffen.

Bij een gedeelte van deze vluchtpijpen zijn sporen van recent gebruik aangetroffen. Daarnaast is er een bijburcht met 3 pijpen aangetroffen op het perceel ten noordwesten van het plangebied. Tevens zijn er meerdere graafsporen, latrines en wissels aangetroffen. Bij alle faunapassages onder de N280 zijn wissels aangetroffen. Het plangebied zelf betreft secundair foerageergebied. De gronden zijn door de jaren heen in gemengd gebruik geweest, waaronder mais. Hierdoor is het uitgesloten dat de percelen een grote regenwormenstand hebben kunnen opbouwen, waardoor ze niet als zeer geschikt habitat kunnen worden aangemerkt. Daarnaast is het hele plangebied in 2021 in gebruik geweest als maisakker. Binnen de bosschages direct ten noorden van de N280 is een hoofdburcht aanwezig. Gezien de omvang van territoria van dassen (tussen 50 tot 150 hectare), kan er redelijkerwijs van worden uitgegaan dat het plangebied foerageergebied betreft voor de individuen die binnen deze burcht leven. Vanwege de aanwezigheid van dassen in en om het plangebied is een mitigatieplan opgesteld. Op het plan rust een compensatieopgave van 2,9 ha. De compensatie vindt plaats zowel binnen als rond het plangebied. Binnen het plangebied is ruimte voor het compenseren van circa 0,3 ha, door de oostrand van het plangebied om te vormen tot grasland en de aanleg van meerdere hagen met vruchtdragende soorten.

Daarnaast zal minimaal 2,6 ha aan foerageergebied ten westen van de ontsluitingsweg worden aangelegd. De totale compensatie is daarmee minimaal 3,1 ha groot. Binnen deze compensatie gronden ontstaat een jaarrond voedselaanbod en deze oppervlakte vormt daardoor minimaal primair foerageergebied omdat - in tegenstelling tot de huidige agrarische gronden- het nieuwe foerageergebied jaarrond in voedsel voorziet. Voor meer informatie wordt verwezen naar het mitigatieplan in de bijlagen.

Hoofdstuk 3

12

Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten Door de ligging van de beschikbare gronden en de aanwezige hindercirkel is het voortbouwen op de bestaande dorpsstructuur niet logisch. Bovendien is het om markttechnische reden ook gewenst om het dorp te verrijken met complementaire kwaliteiten. Een nieuw woonmilieu dat aanvullend is op het woonmilieu van Asenray. Het stedenbouwkundige plan laat een eigen bebouwingsstructuur zien. Als het ware een aparte ontginning, aan weerszijden van de oude landweg. Deze ontginning vormt een buurt met een eigen karakteristiek van wonen in het landschap met zicht op het omringende groen. In deze kwaliteit passen gebiedseigen elementen als huisweiden, bomenrijen en hagen tussen kavels en het landschap. In het westelijke deel ligt een deel van de gronden binnen de milieucirkel. Binnen deze cirkel van 100 meter mag niet gewoond worden. In het plan worden deze gronden ingericht ten behoeve van de das. Als onderdeel van het mitigatieplan wordt dit deel van het plangebied ‘dasvriendelijk’ ingericht. Hoe het openbare gebied verder ‘dasvriendelijk’ wordt ingericht is nader toegelicht in paragraaf 4.4.2. In het oostelijke deel zijn de kavels geordend rondom een, met ruig, kruidenrijk gras ingevulde openbare tuin. De gronden zijn hier iets opgehoogd. De voorkanten van de woningen zijn georiënteerd op dit centrale groene thema.

Het landelijke beeld zal worden versterkt door de rijloper rondom het groene centrale thema uit te voeren in graskeien. Dit zal de ruimte verbijzonderen en een meer landelijke uitstraling geven. Centraal door het plangebied loopt een wandelroute van het onverharde pad achter de oostrand van het dorp, naar het te realiseren landschapsparkje aan de Maasnielderbeek in het oosten.

Hoofdstuk 3

13

4.

UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Dit streven naar integraliteit valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio’s;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Hoofdstuk 4

14

Relevante nationale belangen voor het voorliggende project zijn als volgt:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;  Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;  Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Middels de voorliggende ontwikkeling wordt bijgedragen aan de realisatie van een goede omgevingskwaliteit en een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Het project voorziet namelijk in moderne en hoogwaardige woningbouw, passend bij de behoefte in de kern Asenray en de gemeente Roermond. Voor het plangebied geldt daarnaast dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden van zorgvuldige afwegingen en integrale besluitvorming bij ruimtelijke plannen. Nieuwe (ruimtelijke) projecten dienen daarom in lijn te zijn met het beleid zoals dat is opgesteld in de NOVI. Het voorliggende planvoornemen betreft een lokale ontwikkeling, waarbij geen belangen uit de NOVI in het geding zijn. 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen.

De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn2. Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Hierbij is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Uit jurisprudentie blijkt dat kleinschalige woningbouwplannen geen stedelijke ontwikkeling betreffen als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro.

In lijn met de uitspraak 3 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 is vastgesteld dat een initiatief waarbinnen maximaal 11 woningen worden gerealiseerd, niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De voorliggende ontwikkeling

2

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 3 ABRS 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724)

Hoofdstuk 4

15

omvat de realisatie van 40 woningen en wordt daarmee aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zodoende is een ladderonderbouwing4 opgesteld. Uit de ladderonderbouwing is gebleken dat het plan past binnen de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. De beoogde ontwikkeling is gesitueerd aan de rand van de kern Asenray en sluit aan op bestaand stedelijk gebied. Binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Asenray is geen ruimte voor een woningbouwontwikkeling van deze omvang. Gezien het beoogde landelijk dorpse karakter, is het niet reeel om de ontwikkeling binnen de kern Roermond (stedelijk karakter) te faciliteren. De ladderonderbouwing is toegevoegd als separate bijlage. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op naderhand zijn nog enkele wijzigingen in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen.

De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Op ruim 300 meter ten oosten van de projectlocatie ligt een bovengrondse hoogspanningsverbinding, waarop het onderwerp ‘elektriciteitsvoorziening’ uit het Barro van toepassing is. Zoals in paragraaf 5.4 wordt toegelicht, is het plangebied echter niet gelegen binnen de magneetveldzone of planologische beschermingszone van deze hoogspanningsverbinding. Dit nationale belang is dan ook niet in het geding als gevolg van de ontwikkeling in het plangebied. Voor het overige zijn er geen van de bovengenoemde belangen in het geding bij de ontwikkeling van het plangebied. De beoogde woningbouw is kortom niet in strijd met de beleidsregels, zoals deze zijn opgenomen in het Barro.

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg Met de komst en naderende invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) vastgesteld. Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven aan hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan doorontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014).

4

BRO, Woonladder Roermond Asenray, d.d. 2 december 2021

Hoofdstuk 4

16

De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: naar verwachting 1 januari 2024. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht (de Omgevingsverordening 2014, zie ook hierna). In de POVI Limburg is een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:  Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied;  Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);  Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.

De POVI Limburg bestaat uit twee delen;  Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;  Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. De voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een nieuw woongebied bestaande uit 40 Ruimte voor Ruimte kavels en de inrichting van de omliggende openbare ruimte. Het woningbouwplan ligt in de directe nabijheid van de dorpskern Asenray. Het beoogd stedenbouwkundig plan zorgt voor een goede invulling van deze uitleglocatie. In lijn met de uitgangspunten van de ontwerp POVI Limburg draagt deze ontwikkeling bij aan het creëren van een aantrekkelijke leefomgeving. Verder wordt in het POVI de ambitie benoemd om ten aanzien van het project "Ruimte voor Ruimte" de komende jaren samen met gemeenten het project af te ronden door middel van de realisatie van in totaal 900 woningen op planologisch aanvaardbare locaties in het buitengebied. Zoals beschreven in de inleiding is voorliggend plan een gevolg van de Ruimte voor Ruimte regeling, en past het als zodanig binnen de door de provincie geformuleerde uitgangspunten. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld.

Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid uit het voormalige Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) juridische binding te geven.

Hoofdstuk 4

17

Het POL2014 is inmiddels komen te vervallen, maar de in 2014 vastgestelde omgevingsverordening blijft van kracht totdat een nieuwe omgevingsverordening op grond van de nieuwe POVI in werking treedt. Omdat de Omgevingswet inmiddels is uitgesteld, is de Omgevingsverordening 2014 op onderdelen wel gewijzigd. De volgende artikelen uit de Omgevingsverordening 2014 zijn voor voorliggend bestemmingsplan relevant: Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking: Ten aanzien van dit artikel geldt dat in paragraaf 4.1.2 reeds is ingegaan op artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Artikel 2.2.3 Herbenutting leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen Voor wat betreft de herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen geldt dat dit vanwege de aard van de Ruimte voor Ruimte regeling en de ligging van het plangebied niet mogelijk is. Artikel 2.2.4 Instructieregels nieuwe planvoorraad wonen Met betrekking tot artikel 2.4.2 kan het volgende worden opgemerkt: het plan voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de POVI (zie paragraaf 4.2.1). De behoefte aan de boogde woningen is aangetoond, is regionaal afgestemd en past binnen de regionale afspraken die daarover zijn gemaakt (zie paragraaf 4.3.1). Het plan is opgenomen in de provinciale capaciteitsmonitor. Gelet op de behoefte is de verwachting dat het plan binnen een termijn van 5 jaar zal worden gerealiseerd.

Afweging Ten behoeve van de onderhavige ontwikkeling wordt het navolgende afgewogen. Bestuursafspraken en de Ladder voor duurzame verstedelijking In paragraaf 4.3.1 wordt het regionale woonbeleid nader toegelicht en toegepast op de onderhavige planontwikkeling. De ontwikkeling voorziet in de realisering van 40 woningen. Er is dan ook sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor een laddertoets moet worden uitgevoerd. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.1.2. Verder is rekening gehouden met de bestuursafspraken zoals opgenomen in artikel 2.4.2 van de verordening. Het plan voldoet daarnaast ook aan het nieuwe artikel 2.4.2 van de ‘Ontwerp Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 (regels inzake o.a. wonen)’.

Hoofdstuk 4

18

4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021 geactualiseerd. In de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 (vastgesteld op 22 september 2022) wordt ruimte gemaakt om te bouwen voor de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment. Daarnaast is er aandacht voor transformatie/herstructurering. Zo wordt de leefbaarheid op peil gehouden en wordt een thuis voor (toekomstige) inwoners geboden. De bestaande woningvoorraad in Midden-Limburg bestaat voor 68% uit koopwoningen. Dit percentage ligt in plattelandsgemeenten hoger. Elke gemeente stuurt bij bouwplannen op het realiseren van de juiste, gevraagde woningen. De regio zet in op een aantal van 975-1.150 woningen per jaar. De planvoorraad is per 1 januari 2021 2371 woningen groot. Deze is onderstaand vermeld. De planvoorraad per 1 januari 2021 is aanzienlijk kleiner dan de toename van het aantal huishoudens tot de huishoudentop (3244). Dit verschil is 873. In de voorliggende structuurvisie is voor de periode 2021 tot en met 2025 aanvullend op de toename van het aantal huishoudens in deze periode een extra woningbouwambitie opgenomen van totaal 193-318 woningen.

Omdat de planvoorraad kleiner is dan de woningbehoefte én vanwege de aanvullende woningbouwambitie dient de planvoorraad ten opzichte van 1 januari 2021 aangevuld te worden met plannen passend in de uitkomsten van het woningmarktonderzoek 2018. Dit gaat dus om 1.066 tot 1.191 woningen. Dit zal voor de gemeente Roermond lokaal worden uitgewerkt. Zowel vanuit kwantitatief- als kwalitatief oogpunt is het realiseren van 40 Ruimte voor Ruimte kavels in Asenray-Oost in overeenstemming met de Ontwerp Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 20222025.

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Toekomstvisie Roermond 2030 Op 22 december 2016 heeft de raad van de gemeente Roermond de Toekomstvisie Roermond 2030 vastgesteld. Deze toekomstvisie schetst voor 5 hoofdthema's (welke in samenwerking met inwoners van Roermond en partners van de stad zijn gekozen) een toekomstbeeld voor de gemeente. Met de 5 thema's biedt de toekomstvisie een integraal perspectief op de toekomst van de stad, waarbij de belangrijkste veranderingen worden geadresseerd die op de stad afkomen. Aan de hand van de 5 thema's wordt de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente beschreven. Drie zogenaamde rode draden zijn daarbij randvoorwaardelijk voor de geschetste toekomst: ontmoeting, verbinding en samenwerking. Deze rode draden spelen een belangrijke rol binnen de 5 hoofdthema's. De vijf hoofdthema's kunnen als volgt worden samengevat:

Hoofdstuk 4

19

1. Roermond in 2030, een thuis voor de jeugd In 2030 voelen kinderen en jongeren zich thuis in Roermond en verbonden met de stad. De jeugd die opgroeit in Roermond kan zich optimaal ontwikkelen. Er is een breed onderwijsaanbod en een variatie aan sport- en vrijetijdsmogelijkheden. Voor jongeren die op kamers gaan of starten op de woningmarkt biedt Roermond volop mogelijkheden. Een goede verbinding met het bedrijfsleven stimuleert ondernemerschap onder jongeren en zorgt voor voldoende stageplekken en carrièremogelijkheden. De jeugd van Roermond maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de lokale gemeenschap en speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de stad. 2. Roermond in 2030, stad die je actief houdt In 2030 leveren vitale ouderen in Roermond actief een bijdrage aan de samenleving en daarmee zijn ze van grote waarde. Ook biedt Roermond als stad van leisure en recreatie volop mogelijkheden voor de vrijetijdsbesteding van ouderen. Voor senioren is het goed toeven in Roermond en biedt de stad een prettige woonomgeving. Met speciale aandacht voor het welbevinden voor haar oudere bewoners is Roermond een seniorvriendelijke stad. De levendigheid van de stad en de generatie-overstijgende netwerken in de gemeenschap maken dat Roermond een stad is die je actief houdt. 3.

Roermond in 2030, Roermond zorg(t) voor elkaar Roermond is in 2030 een stad waar aandacht is voor de kwaliteit van leven van haar inwoners. De mens staat centraal en met oog voor de individuele situatie wordt de zelfredzaamheid gestimuleerd en ondersteuning en zorg geboden waar nodig. Een grote rol is daarbij weggelegd voor sociale netwerken en community's. Samen met formele zorgnetwerken zorgen zij voor een fijnmazig vangnet. De gemeente brengt de verschillende organisaties en maatschappelijke initiatieven bijeen en stimuleert vernieuwende concepten voor zorg die menselijk, kleinschalig, dichtbij en bereikbaar is. De stad biedt een zorgzame woonomgeving waar mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. 4. Roermond in 2030, stad van retail & leisure en industrie Roermond is in 2030 een sterke regionale speler. Bedrijfsleven en onderwijs in de regio werken slim samen en de gemeente is daarbij een daadkrachtige en creatieve verbinder. De stad is koploper in retail-innovatie, wat voor extra aantrekkingskracht zorgt. Roermond wordt steeds internationaler. In retail en in de maakindustrie zorgt een mix van kleine en grote bedrijven voor een innovatieve dynamiek. Samen met het onderwijs uit de regio voeden zij het ondernemerschap bij de bevolking. Ondernemerschap dat gestalte krijgt op de verschillende werklocaties die de stad rijk is, van binnenstad tot Roerstreek.

De werklocaties zijn de visitekaartjes van de Roermondse economie 5. Roermond in 2030, historische binnenstad aan het water In 2030 is de levendige historische binnenstad aan het water hét visitekaartje van Roermond. In de compacte binnenstad zorgt een diverse mix van winkels, horeca, cultuur, recreatie, onderwijs, bedrijvigheid, wonen en evenementen voor een levendig centrum. Het historische decor en de verbinding met het water dragen bij aan een unieke beleving. De mogelijkheden voor watersport en recreatie van de Maasplassen, het binnenstadtoerisme en het Designer Outlet Center versterken elkaar. Niet alleen

Hoofdstuk 4

20

voor bezoekers, ook voor bewoners is de binnenstad van grote waarde. De binnenstad biedt een aantrekkelijke woonomgeving en is de plek waar bewoners komen om te werken, te leren en elkaar te ontmoeten. Afweging Vanzelfsprekend kunnen de diverse thema's uit de toekomstvisie ook ruimtelijke componenten en consequenties hebben. Daarbij kan gedacht worden aan het beschikbaar zijn van voldoende woningen voor starters en senioren, de doorontwikkeling en het beheer van de diverse werklocaties, of het beschermen en versterken van de voorzieningenstructuur binnen de gemeente. Middels het voorliggende bestemmingplan worden in totaal 40 Ruimte voor Ruimte kavels mogelijk gemaakt waarbij zowel vrijstaande als geschakelde woningen, evenals grondgebonden seniorenwoningen gerealiseerd kunnen worden. Hiermee wordt voorzien in een concrete behoefte en wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwalitatief hoogwaardige woon- en leefomgeving voor inwoners van Roermond. 4.4.2 Groenvisie De visie op het stedelijk groen is in samenwerking met burgers en belangenverenigingen opgesteld en vastgelegd in de ‘Groenvisie’, die door de gemeenteraad op 22 december 2016 is vastgesteld. Om deze visies via diverse uitvoeringssporen te realiseren zijn spelregels opgesteld, toetsingscriteria voor kwaliteit. De Groenvisie zet in op duurzame groenstructuren in de openbare ruimte.

Groenstructuren die aantrekkelijk zijn en zo robuust dat ze voor lange tijd bijdragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Vanzelfsprekend zijn deze structuren ecologisch waardevol, klimaat- en ziektebestendig en klaar voor de toekomst. Beeldkwaliteitsplan Voor de ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In het beeldkwaliteitsplan is veel aandacht geschonken aan het groen. In het beeldkwaliteitsplan is gekozen voor het realiseren van een nieuwe, robuuste landschappelijke basis met een terughoudende vanzelfsprekende uitstraling en een verzorgde sfeer die past bij een vriendelijke nieuwe buurt in de dorpsrand. Sfeerbepalend is de doorgaande reeks van weilandjes als een centrale zone in het woonlandschap. De weilandjes zijn aan elkaar gekoppeld met een doorgaand langzaam verkeer pad en de vrij in het landschap geplaatste verzameling van bomen. De ambitie is om het informele groen in te zetten als sfeerbepalend voor het rustige beeld van de nieuwe woonbuurt. Door het groen van de weilandjes, de bomen en de hagen het beeld te laten bepalen ontstaat vrijheid voor individuele expressie van de woningen. De combinatie van de groenelementen vormt een aangename en ontspannen landelijke sfeer. Weilandjes De reeks van weilandjes krijgen een eigen gebruik en onderhoudsniveau, waardoor de ene wei anders kan zijn dan de andere.

Overeenkomstig is de toepassing van kruidenrijk grasland. Bij voorkeur met de inzet van een inheems mengsel van kruiden die de bijenstand bevorderen. Rondom de kleine

Hoofdstuk 4

21

weilanden staan lage of middelhoge hagen of eenvoudige, lage hekwerken van ongekleurde houten latten. Landschapsparkje Het landschapsparkje aan de Maasnielderbeek in het oosten wordt ingezaaid met een gras-klavermengsel, ter bevordering van het regenwormen bestand in de bodem. Regenwormen vormen een belangrijk deel van het voer voor de das. Bomen De losse ontspannen sfeer rondom de weilanden wordt doorsneden door een statige eikenlaan die de oude landweg begeleidt. In de weilanden staan in een ogenschijnlijk willekeurige plaatsing markante individuele bomen. Kiezen voor inheemse soorten, zoals de gewone beuk, de rode beuk en de honingboom. Varianten met een brede kroon zijn gewenst. Ze dragen met hun schaduw bij aan het terugdringen van hittestress. Hagen en struiken Hagen en struiken maken deel uit van het openbaar gebied. In te zetten soorten is met name de Meidoorn, maar ook: Groene beuk, Veldesdoorn, Kleinbladige Linde, Steeliep. Inheemse soorten, diversiteit is gewenst. Natuur In het plan is natuurinclusief bouwen een belangrijk aspect. Daar waar mogelijk worden voorzieningen voor dieren en planten aangebracht. Te denken aan zwaluw vriendelijke dakgoten en vogelkastjes. In het landschapsparkje en het westelijke weiland worden, zoals reeds soorten toegepast die voedsel bieden voor de das.

Afweging Er wordt veel aandacht geschonken aan het toepassen van groen en tevens zal er sprake zijn van natuurinclusief bouwen. Daarbij worden de maatregelen in mitigatieplan geïntegreerd in het plan. Zodoende kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de uitgangspunten in de Groenvisie. 4.4.3 Nota Bodembeheer Op 9 juli 2020 heeft de gemeenteraad van Roermond de Nota Bodembeheer Limburg Noord 20202029 en de Bodemkwaliteitskaart Limburg Noord vastgesteld. De Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 is een gemeenschappelijke nota van de 15 Noorden Midden-Limburgse gemeenten. In de Nota staat hoe de regio omgaat met bodemverontreiniging en welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond. De Nota geeft regels en richtlijnen voor iedereen die bij het voorbereiden van projecten of het uitvoeren van bodemwerken rekening moet houden met de kwaliteit van de bodem.

Hoofdstuk 4

22

De Nota is onlosmakelijk verbonden met de bodemkwaliteitskaart (BKK). De bodemkwaliteitskaart is een kaart waarop de bodemkwaliteit binnen een bepaald gebied is aangegeven. Een BKK wordt opgesteld om grondverzet op een efficiënte, kosteneffectieve en verantwoorde manier mogelijk te maken. De bodemkwaliteitskaart geeft inzicht in de bodemkwaliteit van de bodemlagen van 0 tot 0,5 meter onder het maaiveld en van 0,5 tot 2,0 meter onder het maaiveld. De Nota heeft 2 doelen: 1. Het stellen van een kader voor het duurzaam en efficiënt hergebruiken van grond binnen de regio. Of, simpeler gezegd: regels opstellen voor het hergebruik van vrijkomende grond. 2. Het beleidsmatig verankeren van het in Limburg gehanteerde meersporenbeleid. Dat komt erop neer dat voor de activiteiten grondverzet, ruimtelijke ontwikkeling, bouwen en bodemsanering de bodemkwaliteit zo eenduidig mogelijk wordt beoordeeld. Afweging De ‘Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029’ bevat het toetsingskader voor de te hanteren bodemkwaliteit afhankelijk van de nieuwe functie en de huidige bodemkwaliteit, de zogenaamde dubbele toets. Uit de regionale bodemkwaliteitskaart Limburg Noord blijkt dat de onderzoekslocatie voor de bovengrond en ondergrond ligt in het deelgebied ‘landbouw/natuur’. Voor zowel de bovengrond als de ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’.

Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘wonen’. In paragraaf 4.2.1 wordt nader ingegaan op het aspect bodem. Daarnaast is eveneens op 10 november 2020 de ‘Bodemkwaliteitskaart PFAS’ vastgesteld. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS. 4.4.4 Nota Parkeernormen 2021 De Nota Parkeernormen 2021 is op 11 november 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De nota is een actualisatie van de Nota Parkeernormen 2014. Het doel van de Nota Parkeernormen 2021 blijft om voldoende parkeerplaatsen op de juiste locaties in de stad te realiseren. Voldoende ruimte en een goede bereikbaarheid zijn belangrijke factoren voor bewoners en bedrijven om zich in Roermond te vestigen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen (inbreiding, uitbreiding en functieverandering) wordt door middel van een vaste systematiek met parkeernormering invulling gegeven aan de parkeervraag. De locatie en het type woning of bedrijvigheid bepalen de parkeernorm en het wel of niet realiseren van parkeergelegenheid op eigen terrein. De gemeente stelt een actuele parkeernormensystematiek waarin parkeren bij in-, uitbreiding en functieverandering duidelijk is vastgelegd, gekoppeld aan de regelgeving van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening.

De huidige parkeernormen worden getoetst aan de nieuwste parkeerkencijfers. Als basis voor de autoparkeernormen kiest Roermond voor de meest recente parkeerkencijfers van het CROW.

Hoofdstuk 4

23

Deze kencijfers zijn opgenomen in publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren’, uitgebracht in december 2018. Omdat kencijfers geen parkeernormen zijn, zijn een aantal stappen doorlopen om de kencijfers te kalibreren tot autoparkeernormen. De parkeerbehoefte is afhankelijk van de locatie van de voorziening en van het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoersbewijzen is er een onderscheid gemaakt naar stedelijkheid en de zone waarin de voorziening gelegen is. In Roermond worden drie zones onderscheiden:  Centrum;  Schil;  Rest van de bebouwde kom en buitengebied. Afweging Voor het plangebied gelden de normen uit de categorie ‘Overige kernen en buitengebied’. De woningbouwontwikkeling voorziet in 40 woningen. Aan de westzijde van het plangebied worden in totaal 20 woningen gerealiseerd. Waarvan twee vrije kavels, twee vrijstaande woningen, acht twee-onder-eenkap woningen en acht rij-/hoekwoningen. Deze woningen worden allemaal richting de as van het gebied georiënteerd. Aan de oostzijde van het plangebied worden eveneens in totaal 20 woningen gerealiseerd. Waarvan zes vrije kavels, vier vrijstaande woningen, vier twee-onder-een-kapwoningen en zes levensloopbestendige woningen. In paragraaf 5.5 vindt een toetsing plaats aan de parkeernota. Uit de toetsing is gebleken dat er wordt voldaan aan de parkeernormen die zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen 2021.

Hoofdstuk 4

24

4.4.5 Nota Archeologie In de nota archeologie is de gemeentelijke archeologievisie en het beleid voor de komende jaren geformuleerd (vastgesteld op 7 juli 2011). Leidraad daarbij is dat archeologie een integraal onderdeel vormt bij afwegingen betreffende de ruimtelijke ordening.

Gemeentelijke Archeologische (beleids)kaart (plangebied rood omlijnd)

In 2008 is de Archeologie Atlas vastgesteld door de gemeenteraad. Deze Atlas vormt de basis voor het archeologiebeleid dat transparant is voor burgers en investeerders en verantwoord omgaat met het ondergrondse erfgoed. Op basis van de Atlas is de Beleidskaart Archeologie opgesteld. Op deze kaart wordt een onderscheid gemaakt in drie gebieden. Het plangebied valt binnen een gebied met hoge archeologische waarden, waarbinnen bepaalde eisen worden gesteld aan archeologisch onderzoek. In de nota archeologie worden de drie fasen van archeologisch onderzoek beschreven. De eerste fase betreft het vooronderzoek. De tweede fase betreft het uitvoeren van vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. De laatste fase is een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische opgraving.

Hoofdstuk 4

25

Afweging Volgens de Erfgoedverordening (2018) geldt het volgende: “voorafgaande aan grondwerkzaamheden binnen de op de bij deze verordening behorende Beleidskaart archeologie als ‘overige gebieden’ aangeduide gebieden is archeologisch vooronderzoek noodzakelijk tenzij het plangebied kleiner is dan 5.000 m2.” Gezien de oppervlakte van het plangebied (circa 50.000 m2) wordt een archeologisch onderzoek noodzakelijk geacht. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie en het uitgevoerde archeologisch onderzoek. In de nota archeologie worden de drie fasen van archeologisch onderzoek beschreven. De eerste fase betreft het vooronderzoek. De tweede fase betreft het uitvoeren van vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. De laatste fase is een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische opgraving. Voor onderhavige ontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd door Econsultancy. Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De aangetroffen grondopbouw is deels verstoord als gevolg van agrarische bewerkingen. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven.

Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 5.2. 4.4.6 Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan Op 26 oktober 2017 heeft de gemeente het Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP) vastgesteld. Dit is de opvolger van het in 2009 vastgestelde Mobiliteitsplan 2020. In het nieuwe GVVP legt gemeente Roermond de basis voor het verkeersbeleid van de opvolgende jaren. Hierin komen veel thema’s aan bod, zoals bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid, economische ontwikkeling en duurzaamheid. Voor het GVVP zijn een vijftal speerpunten geformuleerd, te weten:  Smart Mobility;  Beter Benutten;  Gedragsbeïnvloeding;  Lopen en Fietsen;  Mobiliteitsknooppunt. Afweging In het kader van onderhavig plan is sprake van een woningbouwontwikkeling van 40 woningen. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is een verkeerstudie uitgevoerd. In deze verkeersstudie is tevens een variantenstudie uitgevoerd voor de ontsluiting. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 5.5.

Hoofdstuk 4

26

4.4.7 Beleidsregel ‘Aan huis gebonden beroepen en kleine economie’ Het college van burgemeester en wethouders heeft op 27 juni 2006 de beleidsregel ‘Aan huis gebonden beroepen en kleine economie’ vastgesteld. Hierin wordt aangegeven welke bedrijfsmatige activiteiten als een aan huis gebonden beroep en welke als zogenaamde ‘kleine economie’ beschouwd kunnen worden. Aan huis gebonden beroepen De zogenaamde aan huis gebonden beroepen vallen binnen de woonbestemming als de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft. Voor de toepassing van de beleidsregel wordt als definitie aangehouden: “de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, (para-)medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel”. De zogenaamde vrije beroepen, die onderdeel uitmaken van de aan huis gebonden beroepen, worden geacht binnen de woonbestemming te passen als de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft. Onder vrije beroepen worden onder meer begrepen de beroepen van arts, advocaat, notaris en makelaar.

Kleine economie Overige bedrijvigheid die niet valt onder de aan huis gebonden beroepen, maar in bepaalde gevallen wel daarmee gelijk te stellen is, wordt aangemerkt als kleine economie. De definitie van kleine economie is: “bedrijfsactiviteiten die wat betreft invloed op de woonomgeving gelijk te stellen zijn aan een aan huis gebonden beroep, waarvan de omvang en de activiteiten zodanig zijn dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend”. De activiteiten die tot de kleine economie behoren zijn niet rechtstreeks toegestaan binnen de woonbestemming. Wel is het mogelijk een omgevingsvergunning te verlenen. Voorwaarde daarbij is dat de ruimtelijke uitwerking overeenkomt met die van de aan huis gebonden beroepen. De uitoefening van deze beroepen mag immers niet ten koste gaan van een goed woon- en leefmilieu in de omgeving.

Ter invulling hiervan worden bij de afweging om al dan niet een omgevingsvergunning te verlenen, de volgende voorwaarden aangehouden:  Er mag geen onevenredige hinder worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu;  Door de uitoefening van de activiteit mag het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig veranderen, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; dit houdt onder meer in dat er geen grote reclame-uitingen aan of bij de woning geplaatst mogen worden;  De oppervlakte van de woning welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt, mag niet meer dan 50% van de begane grond en maximaal 30% van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedragen; de totale oppervlakte van de activiteit mag niet meer bedragen dan 25 m². Het te gebruiken oppervlak dient op een tekening te worden aangegeven die bij het besluit wordt gevoegd;  Er mag geen sprake zijn van een verkeersaantrekkende activiteit die de woonomgeving onevenredig belast en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen waaronder extra parkeerplaatsen,

Hoofdstuk 4

27

noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen of er in de omgeving voldoende beschikbare plaatsen zijn;  De uitvoerder van de activiteit dient ter plaatse te wonen;  Detailhandel is alleen als ondergeschikte activiteit toegestaan en uitsluitend van goederen die verband houden met de activiteit waarvoor een omgevingsvergunning wordt verleend;  Activiteiten die op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer meldingsplichtig of op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunningplichtig zijn, worden in beginsel niet toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat er geen overlast voor de omgeving op zal treden, waarbij maximaal bedrijven uit categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten of daarmee vergelijkbare bedrijven worden toegestaan. De hiervoor beschreven regeling is in de planregels van dit bestemmingsplan verwerkt. In de planregels is een afwijkingsmogelijkheid van de gebruiksregels opgenomen om nieuwe bedrijvigheid, die valt onder de categorie 'kleine economie', toe te staan. 4.4.8 Dorpsontwikkelingsplan Asenray (2007) De gemeenteraad van de gemeente Roermond heeft in de programmabegroting voor 2006 op laten nemen dat op verzoek van het Comité van samenwerking in Asenray het initiatief genomen zal worden tot het opstellen van een lange termijnvisie voor deze kern.

De Lange termijnvisie (DOP) geeft een beeld op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Asenray. De visie moet worden gezien als een product waarmee een strategische keuze kan worden gemaakt van het toekomstige structuur- cq. wensbeeld van Asenray. Het accent van de lange termijnvisie ligt op de mogelijke toekomstige groei van de kern Asenray en de daarbij horende consequenties ten aanzien van het voorzieningenniveau. Voor het bepalen van het toekomstbeeld van Asenray zijn de bewoners door middel van overleg- en inspraak betrokken geweest bij het opstellen van deze visie. Het overleg met bewoners heeft een indruk gegeven van het beeld dat zij hebben van de toekomstige ontwikkeling van hun dorp. Ruimtelijke structuur In het wensbeeld van de bewoners staat de kwaliteit van het bouwen voorop. Er zijn tal van mogelijkheden voor inbreiding en herstructurering. Hier dient dan ook extra aandacht naar uit te gaan. Van belang bij de groei van Asenray is het behoud van bestaande kwaliteit en het dorpse karakter. Nieuwe ontwikkelingen moeten zich richten op conserveren of versterken van bestaande kwaliteiten en passen in de omgeving. Wonen Voor de toekomst van Asenray bestaat het voornemen om woningen te bouwen, die gericht zijn op doelgroepen, die belangrijk zijn voor Asenray. De nieuwe in- en uitbreidingen moeten passen in het dorp.

De bouw dient onder andere het karakter van de omgeving intact te laten en waar mogelijk te versterken. Het is niet gewenst om de nieuwe woningen te dicht op elkaar te bouwen en er moet een gedegen inpassing plaatsvinden. De kwaliteit van het bouwen staat voorop, passend in de huidige structuur en dichtheid.

Hoofdstuk 4

28

Ruimtelijke ontwikkelingen in Asenray Een van de opgaven voor wonen in Asenray is in elk geval het behouden van de bestaande kwaliteit. De huidige woongebieden blijven hetzelfde qua karakter en invulling. Gekozen wordt om onder andere de bestaande linten te verlengen en hier woningbouw te projecteren die aansluit bij de bestaande typologie. Ook door de groenstructuur door te zetten ontstaan lange lanen die uiteindelijk versmelten met het landschap. De nieuwe uitbreidingen dienen aan te sluiten bij het karakter van het dorp en kunnen echter vooral plaatsvinden aan de westzijde van Asenray. Voor natuur en recreatie kan ruimte geboden worden aan de oostzijde. Afweging Hoewel de beoogde woningbouw ontwikkeling ten oosten van de kern is gepland, waar in beginsel geen woningbouw is voorzien, past onderhavige ontwikkeling qua opzet wel in de uitgangspunten van het DOP. In het ontwikkelplan wordt vooral ingezet op een landelijk-dorps woonmilieu met een lage woningdichtheid per hectare. Een dergelijk woonmilieu is lastig te realiseren bij inbreidingslocaties en juist goed waar te maken bij uitbreidingslocaties. De verkaveling van onderhavige ontwikkeling is ruim van opzet. De kavels in het plan zijn over het algemeen ruim en diep.

Hier en daar zijn de kavels zo groot dat het goed is om afspraken te maken over afstand van de woningen tot de zijdelingse perceelgrenzen, de achtergrens van het kavel en de diepte van de voortuin. Deze regels komen de individualiteit van het wonen ten goede. De beoogde opzet van de kavels en woningtypen zorgt tevens voor een gemêleerd bewonersbestand. Waarbij ruimte wordt geboden aan bijvoorbeeld starters, (jonge) gezinnen en ouderen. De verscheidenheid aan doelgroepen is een meerwaarde voor de leefbaarheid van Asenray.

Hoofdstuk 4

29

5.

ONDERZOEK Bij de toekenning van de nieuwe bestemming aan de locatie dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, geluid, lucht, geur, externe veiligheid en milieuzonering voor de locatie wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van de gewenste ingreep voor de aspecten archeologie en cultuurhistorie, leidingen en infrastructuur, ecologie, waterhuishouding, verkeer en duurzaamheid. De hieruit voortgekomen bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht. Per paragraaf wordt de achtergrond uiteengezet, waarna wordt aangegeven wat de onderzoeksresultaten en/of conclusies zijn.

5.1 Milieuaspecten 5.1.1 Bodem In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft in juli 2021 een actualiserend bodemonderzoek5 plaatsgevonden. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige rapportage. In 2009 heeft Econsultancy reeds een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het kader van de voorgenomen aankoop van de desbetreffende gronden. Omdat het onderzoek is verjaard heeft Econsultancy een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is enkel ter plaatse van de beoogde woningbouw uitgevoerd. Een bodemonderzoek ter plaatse van de nieuwe ontsluitingsweg is niet noodzakelijk geacht omdat dit geen gevoelige functie betreft. Uit het actualiserend bodemonderzoek is gebleken dat ter plaatse van de percelen 64 en 70 (agrarische percelen) de bodem voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, matig fijn tot matig grof zand bestaat. Daarnaast is de bovengrond plaatselijk zwak roesthoudend. De bodengrond van perceel 64 en een deel van de bovengrond van perceel 70 is licht verontreinigd met cadmium. De overige bovengrond en de ondergrond zijn niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, cadmium, koper, nikkel en molybdeen. Deze percelen kunnen niet geheel als onverdacht worden beschouwd. Tevens is de bodem ter plaatse van perceel 59 (toegangsweg) onderzocht.

De bodem ter plaatse bestaat voornamelijk uit matig tot uiterst siltig, matig fijn zand. De bodem is bovendien zwak grindig en zwak humeus. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn er in de bovengrond in zwakke mate bijmengingen aangetroffen met baksteen en beton. Zintuiglijk zijn er geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. De zwak baksteen- en betonhoudende bodem is plaatselijk licht verontreinigd met lood.

5

Econsultancy, rapport actualiserend bodemonderzoek, Maalderstraat te Asenray, rapportnummer: 15488.006, d.d. 1 juli 2021

Hoofdstuk 5

30

Conclusie Gelet op de aard en mate van de aangetroffen verontreinigingen, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Er bestaan met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. 5.1.2 Geluid In het kader van deze planologische procedure is het conform de Wet geluidhinder (Wgh) noodzakelijk dat er aandacht wordt besteed aan de akoestische situatie van de nieuw te bouwen woningen. De planlocatie is gelegen binnen de wettelijk vastgestelde zone van de Maalderstraat gelegen. Econsultancy heeft daarom een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai6 uitgevoerd, waarvan in deze paragraaf kort de conclusies worden weergegeven. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich enkel niet-gezoneerde wegen. Deze wegen hebben conform de Wet geluidhinder geen toetsingskader. In het kader van goede ruimtelijke ordening is in het onderhavig onderzoek een voorkeursgrenswaarde gekozen die overeenkomt met de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de Wet geluidshinder, namelijk 48 dB. Uit het onderzoek is gebleken dat de geluidsbelasting op de nieuw te bouwen woningen maximaal 46 dB bedraagt. Er vindt geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB plaats.

Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. Zodoende kan geconcludeerd worden dat het aspect ‘geluid’ geen belemmering is voor het beoogde planvoornemen. 5.1.3 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering: a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; d. Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

6

Econsultancy, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Maalderstraat, Asenray, projectnummer 15488.006, d.d. 22 december 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=5f4f827c-80ea-4ae0-884a-9226c0d3571c