CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 (oud) - toelichting en regels bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

Gemeenteraad 20 maart 2025, gemeente RoermondBij agendapunt: Bestemmingsplan Peelveldlaan 60 (hamerstuk)22.156 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

Peelveldlaan 60 Swalmen Gemeente Roermond

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Peelveldlaan 60 Swalmen Gemeente Roermond

IDN-nummer:

NL.IMRO.0957.BP00000315-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

20 maart 2025

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 5 6 7

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

9

2.1 2.2 2.3

9 10 11

Ruimtelijke en functionele context Huidige situatie Beoogde situatie

Hoofdstuk 3 Beleidskader

15

3.1 3.2 3.3 3.4

15 17 19 20

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

25

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

25 25 26 27 29 31 34 39 41 42

Inleiding Bodem Geluid Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid Ecologie Water Archeologie en cultuurhistorie Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten

43

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

43 43 44 45 46 46

Inleiding Uitgangspunten Toelichting op de planregels Toelichting op bestemmingen Algemene regels Overgangs- en slotregels

Hoofdstuk 6 Haalbaarheid

47

6.1 6.2

47 47

Inleiding Economische uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

3

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47

Hoofdstuk 7 Procedure

49

7.1 7.2 7.3 7.4

49 49 49 49

Te volgen procedure Kennisgeving Vooroverleg met instanties Ontwerp en vaststelling

Toelichting

4

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Ter plaatse van Peelveldlaan 60 te Swalmen is een voormalig schoolcomplex gelegen. Nadat de voormalige school naar een andere locatie is verhuisd, is het schoolcomplex al langere tijd niet meer in gebruik. Op de locatie was een leegstaand schoolgebouw, een schoolplein, een overdekte fietsenstalling, een aangebouwde (voormalige) kas en bijgebouwen aanwezig. Daarnaast zijn er een binnenplaats met siertuin en hagen, struwelen en diverse bomen op de locatie aanwezig. Ten noorden van het schoolcomplex was een skeelerbaan gelegen, maar deze is reeds verwijderd. Het schoolcomplex is gesloopt en de bomen zijn inmiddels gekapt of worden gekapt. Het plangebied is daarmee al zover bouwrijp gemaakt. De reden voor de beoogde transformatie en invulling van het gebied is gelegen in het feit dat er binnen de gemeente Roermond een aanvullende behoefte bestaat aan bedrijfskavels (zoals beschreven in paragraaf 3.1.3) en dat de beoogde nieuwe invulling vanuit functioneel oogpunt past binnen de bestaande ruimtelijke structuur, zoals volgt uit paragrafen 2.1 en 2.2. Hierbij is nadrukkelijk gelet op de specifieke ligging van de locatie, namelijk: binnen het bedrijventerrein De Reubenberg én binnen het invloedsgebied van de woningen gelegen aan de overzijde van de Peelveldlaan.

Het voornemen bestaat daarom om het voormalig schoolcomplex aan de Peelveldlaan 60 te Swalmen te transformeren naar een bedrijfslocatie waar bedrijfsactiviteiten in de milieucategorie 2 en 3.1 zijn toegestaan. Middels een afwijkingsbevoegdheid zijn ook bedrijfsactiviteiten hoger dan milieucategorie 3.1 of bedrijfsactiviteiten welke niet in de lijst van bedrijfsactiviteiten worden genoemd toegestaan, mits de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in milieucategorie 3.1. Ten behoeve van de transformatie is het leegstaand schoolgebouw met bijbehorende bijgebouwen en verhardingen gesloopt. De skeelerbaan is reeds verwijderd. De vrijgekomen ruimte wordt ingericht voor één of meerdere bedrijfskavels. Het aantal bedrijfskavels en de afmetingen van de bedrijfskavels worden in een later stadium, op basis van de verkoopmogelijkheden en vraag, bepaald. Om de ontwikkeling van één of meerdere bedrijfskavels aan de Peelveldlaan 60 te Swalmen planologisch-juridisch mogelijk te maken, dient het vigerend bestemmingsplan te worden herzien. Hiertoe is dit bestemmingsplan opgesteld. Gezien de inrichting en het gebruik van het plangebied nog niet exact bekend is, biedt het bestemmingsplan een flexibel kader om de gewenste transformatie mogelijk te maken. Dit document voorziet in de toelichting op het bestemmingsplan.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Peelveldlaan 60 te Swalmen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Swalmen, sectie B, nummers 3799, 3800 en 3802. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Heydweg. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door een bedrijfskavel van het bedrijventerrein Reubenberg. De zuidzijde van het plangebied wordt begrensd door de ontsluitingsweg behorend bij het sportcentrum wat hier gelegen is. Tot slot wordt de westzijde van het plangebied begrensd door de Peelveldlaan.

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

5

Begrenzing plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Op basis van de vigerende bestemmingsplannen 'Kern Swalmen' zoals vastgesteld op 7 juli 2011 en 'Herziening Kern Swalmen' zoals vastgesteld op 25 september 2014, is het plangebied bestemd als 'Maatschappelijk' en 'Sport' en kent het de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie'. Op basis van de geldende bestemmingsregels is het planologisch-juridisch gezien niet mogelijk het plangebied als bedrijfskavel(s) in te richten en in gebruik te nemen. Tevens biedt het bestemmingsplan geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden waarmee het voornemen alsnog planologisch-juridisch mogelijk gemaakt kan worden. Om deze reden wordt, om de beoogde bedrijfskavel(s) ter plaatse van Peelveldlaan 60 te Swalmen planologisch-juridisch gezien mogelijk te maken, een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk geacht.

6

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

Uitsnede vigerend bestemmingsplan Met de herziening zullen de percelen 3799, 3800 en 3802 worden herbestemd tot 'Bedrijventerrein'.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 eerst een beschrijving van de ruimtelijke en functionele context, de huidige situatie en het beoogde planvoornemen gegeven. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de huidige de beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 aandacht besteed aan de verschillende omgevingsaspecten die van invloed (kunnen) zijn op de opzet en inhoud van het nieuwe bestemmingsplan, zoals milieuaspecten, water, flora en fauna, archeologie en cultuurhistorie, etc. In hoofdstuk 5 wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan met betrekking tot de regels en de verbeelding beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 en 7 respectievelijk de uitvoerbaarheid aangetoond en de doorlopen procedure beschreven.

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

7

8

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Ruimtelijke en functionele context

Het plangebied is gelegen aan de Peelveldlaan 60, aan de noordoostzijde van de kern Swalmen. De Peelveldlaan vormt als het ware de grens tussen de woonbebouwing van de kern Swalmen (aan de westzijde van de Peelveldlaan) en het bedrijventerrein De Reubenberg (aan de oostzijde van de Peelveldlaan). Bedrijventerrein De Reubenberg grenst in het westen en zuidwesten aan de dorpskern van Swalmen, in het noorden aan de Rijksweg Noord (N271) en in het zuidoosten en oosten aan een omvangrijk bosgebied. Het plangebied is aan de westzijde van het bedrijventerrein gelegen. Op korte afstand is een aansluiting op de A73, de snelwegverbinding van Venlo via Roermond naar de A2.

Globale ligging plangebied aan de Peelveldlaan Van oorsprong was bedrijventerrein Reubenberg gesitueerd aan de Reubenberg tussen de Heydweg en Peelveldlaan. Voorheen waren hier, aan de rand van de kern Swalmen, enkele bedrijven gesitueerd, wat ertoe heeft geleid dat het gebied zich uiteindelijk tot bedrijventerrein heeft ontwikkeld. Vanwege bedrijfsverplaatsing uit het gebied Bosstraat (i.v.m. de ontwikkeling van woningbouw aan Bosstraat-Zuid) en de toenemende vraag naar vestigingsmogelijkheden voor bedrijven, is het bedrijventerrein vanaf ca. 2000 uitgebreid in noordelijke richting en is een tweede uitbreiding vanaf 2005 gerealiseerd. Het bedrijventerrein Reubenberg betreft een lokaal bedrijventerrein in het landelijke gebied. Het terrein biedt ruimte aan lokaal georiënteerde bedrijvigheid. Het bedrijventerrein Reubenberg huisvest verschillende type inrichtingen, waaronder fabrieken, logistieke bedrijven, aannemers e.d. en diverse (bedrijfs)woningen. De zone direct grenzend aan de Peelveldlaan betreft een overgangszone tussen de woonbebouwing aan de andere zijde van de Peelveldlaan en het bedrijventerrein. In deze zone zijn diverse functies gevestigd, te weten lichte bedrijvigheid een sportcentrum en het voormalig scholencomplex. Deze functies vormen de buffer tussen enerzijds de woonbebouwing en anderzijds de (zwaardere) bedrijfsactiviteiten op het bedrijventerrein.

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

9

2.2

Huidige situatie

Het plangebied maakt deel uit van het bedrijventerrein De Reubenberg. Aan de noord-, oost- en zuidzijde van het plangebied bevinden zich dan ook diverse bedrijfslocaties. Enkel ten westen van het plangebied, aan de overzijde van de Peelveldlaan, bevinden zich woningen. Ter plaatse van het bedrijventerrein zijn bedrijfsactiviteiten van ten hoogste de milieucategorie 3.2 toegestaan. Het plangebied is gelegen in de oksel van de Peelveldlaan en de Heydweg. In het verleden is het plangebied in gebruik geweest als schoollocatie en binnen het plangebied is dan ook een voormalig schoolgebouw gelegen. Naast het schoolgebouw, zijn binnen het plangebied ook een schoolplein, overdekte fietsenstalling, aangebouwde (voormalige) kas en bijgebouwen aanwezig. Daarnaast bevindt zich een binnenplaats met siertuin en hagen, struwelen en diverse bomen binnen het plangebied. De bomen zijn inmiddels gekapt of worden gekapt. Doordat de school een aantal jaar geleden is verhuisd, is het schoolcomplex al langere tijd niet meer in gebruik. Inmiddels is de bebouwing van het voormalige schoolcomplex gesloopt en is het terrein bouwrijp gemaakt..

10

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

Impressie huidige situatie

2.3

Beoogde situatie

2.3.1 Inrichting plangebied Het voornemen bestaat om een voormalig schoolcomplex ter plaatse van Peelveldlaan 60 te Swalmen te transformeren tot één of meerdere bedrijfskavels. Hiertoe wordt de schoolbebouwing en verharding die nu binnen het plangebied aanwezig is gesloopt c.q. verwijderd. De bomen zijn inmiddels gekapt of worden gekapt. Voor deze bomen geldt een herplantplicht. Deze bomen worden elders herplant. Dit is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd in dit bestemmingsplan. Ook de inrit vanaf de Peelveldlaan aan de westzijde van het plangebied blijft behouden, maar wordt ter optimalisatie van het parkeren en de ontsluiting wel heringericht (zie ook 2.3.2). De gronden binnen het plangebied worden door initiatiefnemer bouwrijp gemaakt en vervolgens op de markt gebracht. Afhankelijk van de vraag van één of meerdere bedrijven die zich hier willen vestigen, worden de bedrijfskavels binnen het plangebied ingericht. Het totaal uitgeefbaar oppervlak voor bedrijfskavels binnen het plangebied bedraagt ca. 1,2 ha. Het type bedrijf dat zich binnen het plangebied mag vestigen is een bedrijf dat op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering wordt aangemerkt als een categorie 2 of 3.1 bedrijf. De bedrijfskavels worden ontwikkeld voor het lokaal en/of regionaal MKB.

Gezien het feit dat nog niet bekend is hoeveel en welke bedrijven zich binnen het plangebied zullen vestigen, is de exacte inrichting van het plangebied nog onbekend. In dit bestemmingsplan worden enkel de kaders (gebruik en bouwen) vastgelegd waarbinnen ontwikkelingen binnen het plangebied kunnen plaatsvinden. Zo geldt per bedrijfskavel een maximaal bebouwingspercentage van 70% en bedraagt de maximale goot-/bouwhoogte binnen het plangebied 12 meter.

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

11

2.3.2 Verkeer en parkeren Verkeer Ten gevolge van de transformatie van het voormalig schoolcomplex naar één of meerdere bedrijfskavels, neemt het aantal verkeersbewegingen binnen en rondom het plangebied toe. Op basis van de CROW-normen wordt de verkeersgeneratie in de voormalige en de nieuwe situatie ingeschat. De voormalige verkeersgeneratie ten gevolge van de school wordt op basis van een leerlingenaantal van ca. 1.650 leerlingen berekend op 266 motorvoertuigbewegingen per etmaal (gebaseerd op een gemiddelde verkeersgeneratie van 16,1 mvt bewegingen per etmaal per 100 leerlingen, uitgaande van de functie 'middelbare school', stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk' en ligging binnen 'rest bebouwde kom'). Voor de inschatting van de verkeersgeneratie ten gevolge van het mogelijk maken van één of meerdere bedrijfskavels wordt uitgegaan van: Een totaal oppervlak van ca. 1,2 ha aan uitgeefbaar terrein; Een maximaal bebouwingspercentage van 70%; Een maximaal bedrijfsvloeroppervlak van ca. 8.400 m2 ; Een maximale verkeersgeneratie van 10,9 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 bvo (uitgaande van de functie 'bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief', stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk' en ligging binnen 'rest bebouwde kom').

Een maximale verkeersgeneratie van 5,7 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 bvo (uitgaande van de functie 'bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief', stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk' en ligging binnen 'rest bebouwde kom'). Op basis van bovenstaande uitgangspunten en uitgaande van worst case (100% arbeidsintensief/bezoekersextensief) wordt de verkeersgeneratie ten gevolge van de bedrijfskavels ingeschat op ca. 916 motorvoertuigbewegingen (8.400/100 x 10,9) per etmaal. Ten gevolge van de transformatie van het voormalig schoolcomplex naar één of meerdere bedrijfskavels neemt het aantal verkeersbewegingen netto met ca. (916-266=) 650 motorvoertuigbewegingen per etmaal toe. Het aandeel vrachtverkeer en bezoekers bedraagt hierbij 5%. De Peelveldlaan is een gebiedsontsluitingsweg en leidt het verkeer vanuit de Rijksweg om de kern Swalmen richting Duitsland. Het wegprofiel bestaat uit een rijbaan met twee rijstroken en een afzonderlijke parallelweg voor de woningen. Deze rijbaan en de parallelweg worden van elkaar gescheiden door een groenstrook/berm. Aan de zijde van het bedrijventerrein c.q. plangebied is tevens een vrijliggend fietspad en troittoir gelegen. Op het doorgaande gedeelte van de gebiedsontsluitingsweg zit alleen het doorgaande verkeer en het verkeer voor het bedrijventerrein. Het bestemmingsverkeer voor de woningen wordt afgewikkeld via de parallelweg.

Op basis van de CROW heeft een gebiedsontsluitingsweg binnen de bouwde kom met vrijliggende fietsvoorzieningen een capaciteit van 20.000 mvt/etmaal. De prognose is dat in 2030 de verkeersintenstieit ter hoogte van het plangebied op de Peelveldlaan 2.400 mvt/etmaal is. Richting de Rijksweg Noord en richting Duitsland bedraagt de verkeersintensiteit dan respectievel 3.300 en 1.900 mvt/etmaal. Aangezien het aantal verkeersbewegingen maar met ongeveer 650 bewegingen toeneemt heeft het doorgaande gedeelte van de gebiedsontsluitingsweg nog voldoende capaciteit om deze relatief beperkte toename van de verkeersgeneratie op te vangen.

12

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

Straatprofiel Peelveldlaan In de huidige situatie wordt het plangebied ontsloten via een inrit aan de Peelveldlaan en een inrit aan de Heydweg. De inrit aan de Peelveldlaan dient als toegangsweg voor het sportcentrum dat ten zuiden van het plangebied is gelegen. De betreffende inrit blijft behouden, maar wordt wel opnieuw ingericht. Zo worden kleinere inritten vanaf deze toegangsweg gecreëerd, waarmee de ontsluiting voor personenauto's binnen het plangebied wordt geregeld. Ook komen bij de herinrichting van de inrit c.q. toegangsweg de parkeerplaatsen aan de westzijde van het plangebied (aan de Peelveldlaan) te vervallen. In plaats hiervan worden aan de zuidzijde van het plangebied nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan deze zijde van de voormalige school zijn al twee parkeerstroken gesitueerd. Na verplaatsing van de parkeerplaatsen ontstaat hier een rechte, duidelijke parkeerstrook. Door de verplaatsing van de parkeerplaatsen worden onveilige situaties met rijdende en parkerende auto's voorkomen ter plaatse van de inrit aan de Peelveldlaan voorkomen. Het plangebied c.q. de bedrijven worden ontsloten via de Heydweg. De reeds aanwezige inrit wordt hiervoor verplaatst naar het 'midden' van het plangebied, zodat aan weerszijde van de insteek bedrijven gesitueerd kunnen worden. Het vrachtverkeer wordt via de Heydweg afgewikkeld.

Hierdoor hoeft er geen vrachtverkeer af te buigen op de Peelveldlaan. Het voordeel hiervan is dat de doorstroming op deze weg gehandhaafd blijft en er geen kruisingen komen met het fietspad langs de Peelveldlaan.

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

13

Indicatieve inrichting plangebied met ontsluiting (insteek) Parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de parkeerbehoefte die als gevolg van de ontwikkeling ontstaat. Voor dit planvoornemen geldt dat de exacte invulling c.q. gebruik van het plangebied nog onbekend is, waardoor ook de parkeerbehoefte nog niet berekend kan worden. Bij de nadere planuitwerking dient daarom rekening te worden gehouden met de parkeernormen die gemeente Roermond voor specifieke functies (zoals bedrijven) hanteert. Hierbij geldt dat bij het oprichten van gebouwen of bij verandering van gebruik, het plangebied zodanig dient te zijn ingericht dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren als het eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen. Dit is geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Ter indicatie van de parkeerbehoefte ten gevolge van het planvoornemen wordt een globale inschatting gemaakt aan de hand van de Nota Parkeernormen 2021 van de gemeente Roermond. Op basis van de Nota Parkeernormen geldt voor de functie bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief een parkeernorm van 1,1 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Voor de functie bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo.

Op basis van bovenstaande uitgangspunten, een maximaal bvo van 8.400 m2 en een 50/50 verdeling arbeidsintensief/bezoekersextensief en arbeidsextensief/bezoekersextensief, wordt de parkeerbehoefte ten gevolge van de bedrijfskavels globaal ingeschat op ca. 147 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om in deze parkeerbehoefte te voorzien.

14

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Paragraaf Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is komen te vervallen 3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) de Nationale Omgevingsvisie (Novi) vastgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaat adaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstigbestendige ontwikkelinge van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn.

Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locatie bevindt zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De opgave is daarbij om de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050 negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht. Daarnaast streeft het kabinet ernaar om in 2030 te voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden. Ook het tot een verwaarloosbaar niveau terugbrengen van omgevingsrisico's als gevolg van industriële activiteiten en transport (omgevingsveiligheid) is onderdeel van de opgave' In dat kader wordt voortgeborduurd op de SVIR en voorziet onderhavig voornemen in een transformatie binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij een voormalig schoolgebouw gelegen binnen het bedrijventerrein De Reubenberg wordt herontwikkeld tot bedrijfskavel(s).

Hiermee wordt een 'rotte plek' aan de Peelveldlaan verwijderd en vindt een kwaliteitsverbetering plaats, passend binnen de in het gebied aanwezige hinderveroorzakende en hindergevoelige functies. Bij de latere inrichting van het plangebied en de realisatie van de bedrijfsbebouwing binnen het plangebied wordt tevens rekening gehouden met de aspecten duurzaamheid, klimaatbestendigheid en natuurinclusiviteit. Het planvoornemen wordt daarom passend geacht binnen de beleidskaders van de NOVI.

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

15

3.1.2 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. project Mainportontwikkeling Rotterdam; 2. kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; 3. grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; 4. toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; 5. Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; 6. verstedelijking in het IJsselmeer; 7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. Elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.

Gevolg ontwikkeling Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. De Barro en het Rarro hebben geen consequenties voor het planvoornemen en vormen derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening en Ladder van duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een ruimtelijke plan die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het ruimtelijk plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zoals gezegd is de Ladder-onderbouwing verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan.

Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Gevolg planvoornemen De transformatie van het voormalig schoolcomplex naar bedrijfskavel(s) wordt aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Om deze reden dient de behoefte aan de ontwikkeling ter plaatse van het plangebied te worden onderbouwd. Binnen het plangebied is momenteel een leegstaand schoolgebouw aanwezig. Doordat het schoolgebouw al enige tijd leegstaat en de (sociale) controle op het gebouw gering is, vinden er regelmatig onwenselijke en illegale activiteiten plaats. Ook is de uitstraling van het schoolgebouw, wegens een gebrek aan onderhoud, ondermaats. Om deze reden bestaat vanuit zowel de omgeving als de gemeente Roermond de wens het schoolgebouw zo spoedig mogelijk te slopen en tot een nieuwe invulling van het plangebied te komen.

16

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

Voor wat betreft het plangebied geldt dat deze onderdeel is van het bedrijventerrein De Reubenberg. Het plangebied wordt aan de oost- en zuidzijde direct omgeven door bedrijven die op het terrein gevestigd zijn. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de Heydweg met aan de overzijde van de weg eveneens bedrijfslocaties. Enkel aan de aan de westzijde van het plangebied, aan de overzijde van de Peelveldlaan, is woonbebouwing aanwezig. Gezien het feit dat het plangebied in de directe nabijheid van het bedrijventerrein is gelegen en hier hinderveroorzakende bedrijfsactiviteiten plaatsvinden, is de ontwikkeling van een milieugevoelige functie (zoals woningen) binnen het plangebied niet wenselijk. In aansluiting op het bestaande bedrijventerrein, is er daarom voor gekozen om het plangebied tot bedrijfskavel(s) te transformeren aansluitend op en passend in de aanwezige ruimtelijke structuur. Hierbij geldt dat op basis van het provinciaal beleid het plangebied reeds als bedrijventerrein is aangemerkt (zie ook paragraaf 3.2). Daarnaast geldt dat de beoogde transformatie enkel als doel heeft om lokale en regionale MKB's een vestigingsplaats te bieden binnen de gemeente Roermond. Aan deze bedrijfskavels bestaat ook een behoefte. De vraag naag bedrijfskavels binnen de gemeente Roermond bedraagt namelijk ca. 37,4 ha.

Daarbij geldt tevens dat er met name een vraag bestaat vanuit lokale en regionale MKB's naar bedrijfskavels met een oppervlak van < 2.500 m2 . De transformatie van het voormalig schoolcomplex naar (nader in te richten) bedrijfskavels kan daarom in een specifieke behoefte aan bedrijfskavels binnen de gemeente Roermond voorzien. Gezien het feit dat de bedrijfskavel(s) worden ontwikkeld voor de doelgroep 'lokaal en regionaal MKB', wordt de werking van boven regionaal georiënteerde bedrijventerreinen hierdoor niet verstoord. De exacte invulling van het plangebied is afhankelijk van het bedrijf danwel de bedrijven die zich hier willen vestigen. Om overlast op de bestaande woonbebouwing aan de Peelveldlaan te voorkomen, geldt in ieder geval dat binnen het plangebied (op een afstand van minimaal 30 meter ten opzichte van de woonbebouwing) enkel bedrijvigheid van ten hoogste de milieucategorie 2 is toegestaan. Middels een afwijkingsbevoegdheid kan tevens bedrijvigheid in de milieucategorie 3.1 worden toegestaan, mits dit niet tot nadelige milieugevolgen voor de omgeving leidt. Hiermee leidt de transformatie van het plangebied tot bedrijfskavel(s) niet tot overlast op de bestaande woningenen.

Er wordt geconcludeerd dat het planvoornemen voorziet in de benodigde kwaliteitsverbetering, waarmee een 'rotte plek' op het bedrijventerrein De Reubenberg een nieuwe invulling krijgt die passend is binnen de aanwezige hinderveroorzakende en hindergevoelige functies in het gebied. Hiermee wordt aan de toetsing van de Ladder voldaan.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) In de de provinciale omgevingsvisie (vastgesteld 1 oktober 2021) is het plangebied, net als in het POL, aangemerkt als stedelijk gebied (bedrijventerrein). De kwaliteit van Limburgse bedrijventerreinen is niet overal aan de maat. Het gevolg is dat verouderde bedrijventerreinen leegstaande plekken en panden bevatten. In sommige gevallen leidt dit tot verloedering en criminele activiteiten. Daarnaast beschikken gemeenten vaak niet over de financiële middelen of spankracht om in samenwerking met de vele eigenaren bestaande bedrijventerreinen op te knappen en structureel te onderhouden. Tegelijkertijd dringen bedrijven aan op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Gemeenten kunnen zo in een dilemma terechtkomen. Het is de ambitie van de provincie Limburg om ook in de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven: bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden. Samen met gemeenten en/of eigenaren werkt de provincie de komende jaren toe naar werklocaties die zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn. Daarbij wil de provincie zo efficiënt mogelijk omgaan met het ruimtebeslag. Er wordt gekozen voor compacte werklocaties om ruimtegebruik en landschappelijke inpassing te optimaliseren. Hierbij wordt de voorkeursvolgorde volgens de NOVI gehanteerd:

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

17

1. gebruik ruimte op bestaande terreinen; 2. ontwikkeling nieuwe terreinen aansluitend aan stedelijk gebied; 3. andere buitenstedelijke locaties. Hiermee wordt niet alleen bij de nationale lijn (NOVI) aangesloten, maar ook bij de eigen ‘Limburgse principes’ (met name de principes ‘meer stad, meer land’ en ‘zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden’). Nieuwe bedrijven vestigen zich dus bij voorkeur op bestaande werklocaties. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt gestuurd op uitbreiding aan de grenzen van bestaande werklocaties. Voor gevestigde bedrijven kan daarbij maatwerk aan de orde zijn. Gemeenten zijn hierbij als eerste partij aan zet, maar wel in onderlinge regionale afstemming. Pas als dit geen oplossing biedt, wordt in overleg met de gemeenten de derde stap bekeken: de mogelijkheden voor nieuwe locaties voor bedrijventerreinen. Gevolg planvoornemen Dit planvoornemen ziet toe op de transformatie van een voormalig schoolcomplex naar één of meerdere bedrijfskavels. Hierbij geldt dat het plangebied is gelegen binnen het bestaand bedrijventerrein De Reubenberg. Door de transformatie wordt aan een 'rotte plek' op het bedrijventerrein een nieuwe, passende invulling gegeven. Hierbij worden de belangen van omliggende bedrijven en gevoelige functies (zoals de woningen aan de overzijde van de Peelveldlaan) niet geschaad.

De bedrijfskavels worden mogelijk gemaakt voor lokale en regionale MKB's. Zoals besproken in de paragrafen 3.1.3 en 3.3.1 voorziet het planvoornemen daarmee in een concrete behoefte en is regionale afstemming niet aan de orde. Immers er is sprake van de vestiging van nieuwe bedrijven op een bestaande werklocatie. Tot slot geldt dat bij de latere inrichting van het plangebied en de realisatie van de bedrijfsbebouwing binnen het plangebied tevens rekening wordt gehouden met aspecten als duurzaamheid en klimaatbestendigheid. Het planvoornemen wordt daarom passend geacht binnen de beleidskaders van de POVI. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Gelijktijdig met het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Daarin heeft de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid uit het POL2014 plaatsgevonden. Hoewel in oktober 2021 inmiddels de nieuwe Omgevingsvisie Limburg is vastgesteld en voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in januari 2023 ook al de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is vastgesteld, geldt vooralsnog de Omgevingsverordening Limburg 2014. De nieuwe verordening treedt pas in werking na bekendmaking, hetgeen wordt gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op dat moment vervalt de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Het beleid zoals opgenomen in het POL 2014 is meer geconcretiseerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Bedrijventerreinen Ten aanzien van de inrichting en het beheer van bedrijventerreinen is in de omgevingsverordening opgenomen dat (artikel 2.4.5): de ruimte op bedrijventerreinen zorgvuldig en duurzaam gebruikt dient te worden. Daarbij past structureel beheer via parkmanagement; functiemenging op bedrijventerreinen bij kan dragen aan de kwaliteit van die terreinen en aan een optimaal ruimtegebruik. Dat geldt zeker op campussen waar een menging van functies bijdraagt aan een uitnodigende werkomgeving. Op grote logistieke en productielocaties is functiemenging minder voor de hand liggend; voor vestiging van zelfstandige kantoren en detailhandel op bedrijventerreinen geen plaats is; de milieugebruiksruimte (geluidszones, risicocontouren, geurcirkels) van bedrijven en bedrijfsterreinen beheerd wordt met het oog op en duurzame inpassing van bedrijven in hun omgeving. Daarnaast zijn geen bedrijfkavels toegestaan met een oppervlakte van meer dan 5 ha. Ook mogen bedrijfskavels niet worden samengevoegd indien hierdoor bedrijfskavels groter dan 5 ha. ontstaan. Tevens is

18

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

naar aanleiding van de informatieavond d.d. 26 september 2024 dit maximum oppervlak van een bedrijfskavel bijgesteld naar 5.000 m2 zodat de gronden niet aan één bedrijf verkocht kunnen worden waardoor er zich maar één bedrijf vestigd. Hiermee is geborgd dat er meerdere (kleinschalige) bedrijven zich zullen vestigen. Gevolg ontwikkeling Onderhavig planvoornemen ziet toe op de transformatie van een voormalig schoolcomplex naar één of meerdere bedrijfskavels. De locatie is gelegen binnen bedrijventerrein Reubenberg en is op basis van het provinciaal beleid reeds als 'bedrijventerrein' aangeduid. Gezien de directe nabijheid van hinderveroorzakende functies (bedrijven op het bedrijventerrein Reubenberg) is de ontwikkeling van een hindergevoelige functie, zoals woningen, op deze locatie niet wenselijk. Door het voormalig schoolcomplex binnen het bedrijventerrein te transformeren naar bedrijfskavel(s) is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik passend in de ruimtelijke structuur en wordt ook voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie ook 3.1.3). In paragraaf 3.3.1 is gemotiveerd dat het plan voldoet aan de principes van dynamisch voorraadbeheer. Tot slot geldt dat in Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten is onderbouwd dat het planvoornemen niet tot nadelige milieueffecten voor de omgeving leidt.

Ten aanzien van de omvang van de bedrijfskavels kan gesteld worden dat het plangebied zelf een totaal oppervlakte van ongeveer 1,3 ha. heeft, waardoor het niet mogelijk is om bedrijfskavels te realiseren die groter zijn dan 5 ha. Dit is alleen aan de orde als het gehele plangebied samengevoegd wordt met belendende bedrijfspercelen. De kans hierop wordt nihil geacht. Daarnaast wordt het plangebied zodanig ingericht dat voorzien wordt in bedrijfskavels met een beperkte omvang voor met name lokale bedrijvigheid. Om te borgen dat er door het samenvoegen van bedrijfskavels geen bedrijfskavel ontstaat groter dan 5 ha. is in de regels uiteindelijk bepaald, mede naar aanleiding van de informatieavond d.d. 26 september 2025, dat bedrijfskavels een maximale oppervlakte van 5.000 m2 mogen hebben (artikel 3.2.1, lid b). Verder geldt dat het plangebied niet is gelegen binnen een beschermde landschaps- of natuurzone. Geconludeerd wordt dat het planvoornemen niet in strijd is met de regels uit de Omgevingsverordening.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Beleidskader Werklocaties Midden-Limburg In mei 2019 is het Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg vastgesteld. Het Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg is opgesteld om vraag en aanbod van werklocaties naar de toekomst toe in balans te brengen en de bijbehorende afspraken vast te leggen. Daarnaast worden mogelijkheden geboden voor sterke economische initiatieven en kansen op dat vlak. Het beleidskader is na vaststelling door de gemeenteraden, naast een afsprakenkader voor regionale samenwerking binnen de Samenwerking Midden-Limburg (hierna: SML), een zelfbindend kader voor de gemeenten. Het is richtinggevend voor het eigen beleid van de gemeenten, onder andere bij de uitwerking van structuur- of omgevingsvisies en bestemmingsplannen. Tevens zorgt het beleidskader en bijbehorende visiekaarten ervoor, dat voor ondernemers en vastgoedeigenaren voorzienbaar is hoe met de planologische ruimte omgegaan zal worden. Op basis van het Regionaal beleidskader geldt dat indien nieuwe initiatieven (o.a. voor bedrijventerreinen) niet binnen de huidige planologische mogelijkheden passen, afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Onder de drempelwaarden geldt hiervoor de normale juridisch-planologische procedure, waarbij vrijwel altijd de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden.

Belanghebbenden (waaronder de SML-gemeenten en Provincie) kunnen binnen dit reguliere traject eventuele zienswijzen indienen. De drempelwaarden betreffen voor: Bedrijventerreinen: 1.500 m² bvo; Winkels: 1.000 m² bvo;

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

19

Kantoren: 500 m² bvo (overeenkomstig POL). Boven de drempelwaarden geldt ook de juridisch-planologische procedure, maar wordt eerst regionaal afgestemd met regiogemeenten en provincie. Deze afstemming verloopt via bepaalde procedurestappen. Voor lokale situaties (voorraad en plannen) onder de drempelwaarden is regionale afstemming niet noodzakelijk. De verantwoordelijkheid voor de beoordeling en juridisch-planologische behandeling van lokale situaties ligt dan bij de individuele gemeenten. Gevolg planvoornemen Het planvoornemen voorziet in de transformatie van een voormalig schoolcomplex (ca. 1,2 ha.) naar één of meerdere bedrijfskavels ter plaatse van het bedrijventerrein De Reubenberg in Roermond. Op basis van het Regionaal beleidskader wordt dit bedrijventerrein aangemerkt als bedrijventerrein in landelijk gebied. De bedrijventerreinen landelijk gebied liggen in de landelijke gemeenten en zorgen voor een diverse opvang van kleinschalige en middelgrote bedrijven in de sfeer van (overwegend lichte) productie, handel en dienstverlening. Het bedrijventerrein De Reubenberg is lokaal georiënteerd. Ook de te realiseren bedrijfskavel(s) ten gevolge van de transformatie zijn beoogd voor lokale en regionale MKB's, aansluitend op de bestaande ruimtelijke structuur. Er wordt met de realisatie van de bedrijfkavels nadrukkelijk niet voorzien in grootschalige regionale bedrijvigheid.

Bij de opsplitsting in meerdere bedrijfskavels is sprake van een omvang tussen de 3.000 en 6.000 m2 . De kans en verwachting wordt klein geacht dat er zich maar 1 bedrijf van 1,2 ha. zal vestigen. Gezien het feit dat het planvoornemen enkel betrekking heeft op het mogelijk maken van bij voorkeur meerdere bedrijfskavels voor het MKB tot maximaal 5.000 m2, is regionale afstemming niet aan de orde ondanks dat sprake is van overschrijding van de drempelwaarde. De normale juridisch-planologische procedure, waarbij tevens aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is getoetst (zie ook paragraaf 3.1.3), wordt ten behoeve van het planvoornemen doorlopen. Binnen dit reguliere traject kunnen belanghebbenden (waaronder de SML-gemeenten en Provincie) eventuele zienswijzen indienen. Tevens worden de bedrijfskavels zodanig ingericht dat sprake is van dynamisch voorraadbeheer. Dit houdt in dat de indeling en de realisatie van de bedrijfsgebouwen multi-use is. De bedrijfsgebouwen worden casco zo weinig mogelijk bedrijfssprecifiek gebouwd, zodat het snel geschikt te maken is voor de vestiging van andere bedrijven. Er is daarbij sprake van ’alles op de eigen kavel’ (alle aan het bedrijf gerelateerde activiteiten vinden plaats op de eigen kavel inclusief opslag en parkeren) en geen overmatige reserveruimte verkoop aan bedrijven.

Er wordt geconcludeerd dat het planvoornemen niet in strijd is met het Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg. Hierbij dient opgemerkt te worden dat wanneer uit nadere planvorming blijkt dat één of meerdere bedrijfskavels wordt benut voor een (boven) regionaal georiënteerde functie, waarbij tevens de genoemde drempelwaarden wordt overschreden, alsnog regionale afstemming dient plaats te vinden. In het regionaal overleg zal worden bepaald in hoeverre saldering bijdraagt aan de oplossing van een probleem (zoals een overschot aan een specifieke functie) en of de toepassing ervan proportioneel en haalbaar is.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Strategische visie Roermond 2020 De Strategische Visie Roermond 2020 beschrijft het gewenste toekomstbeeld van de gemeente Roermond en is vastgesteld op 30 oktober 2008. De visie omvat doelstellingen, standpunten, sterke punten en onderscheidende kenmerken en geeft op hoofdlijnen aan waar de gemeente Roermond in 2020 wil staan. In 2020 dient Roermond een stad te zijn voor alle leeftijden, voor alle bevolkingsgroepen, waar het goed wonen, werken, vertoeven en recreëren is. De strategische visie is uitgewerkt in een zestal aandachtsgebieden, waarin de komende jaren geïnvesteerd dient te worden:

20

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

Roermond: Levende stad. Voor alle leeftijdscategorieën dient de stad de juiste voorzieningen te bieden zodat een bijzonder karakter en een grote aantrekkingskracht behouden blijft. Roermond: Regio stad. De functie van Roermond als centrumstad voor de regio dient in de toekomst verder te worden versterkt. Hiervoor wordt onder meer geïnvesteerd in (EU)regionale bedrijventerreinen. Het huidige voorzieningenniveau van de gemeente dient zoveel mogelijk in stand te worden gehouden en waar mogelijk te worden uitgebreid. Roermond: Sociale stad. Er dient geïnvesteerd te worden in veiligheid en sociale problematiek. Roermond: Economisch sterke stad. In dit kader dient onder meer geïnvesteerd te worden in hoogwaardige (ouderen) zorg, verbetering van vestigingsklimaat voor bedrijven door een kwalitatieve woon-, cultuur-, en leefomgeving te creëren en bereikbaarheid. Roermond: Prachtige stad. Kansen ten aanzien van toerisme en recreatie dienen optimaal te worden benut. Hiertoe dient geïnvesteerd te worden in de kwaliteit van de woon-, cultuur-, en leefomgeving. Roermond: De gemeente. Betrokkenheid van de burgers bij besluitvorming en de kwaliteit van besluitvorming dient gewaarborgd te blijven. Gevolg planvoornemen Dit planvoornemen voorziet in de herontwikkeling van een voormalige schoollocatie naar een bedrijfslocatie.

Met de herontwikkeling wordt een leegstaand schoolgebouw gesloopt, waardoor er een 'rotte plek' aan de Peelveldlaan verdwijnt. In plaats hiervan wordt een bedrijfslocatie ontwikkeld waar bedrijvigheid (lokaal en regionaal MKB) in ten hoogste de milieucategorie 3.1 wordt toegestaan. Hiermee wordt voorkomen dat de ontwikkeling de bedrijfslocatie tot overlast op de nabij gelegen woningen aan de Peelveldlaan leidt. Het planvoornemen past in de strategische visie doordat de herontwikkeling bijdraagt aan een economische sterke en prachtige stad. 3.4.2 Toekomstvisie Roermond 2030 Op 22 december 2016 is de Toekomstvisie Roermond 2030 door de gemeenteraad vastgesteld. De toekomstvisie is in een interactief proces met burgers en bedrijven in Roermond tot stand gekomen. In de Toekomstvisie Roermond 2030 staan drie rode draden centraal. In 2030 moet Roermond een stad zijn van ontmoeten (1), verbinden (2) en samenwerken (3). Deze rode draden lopen dwars door de verschillende thema’s heen die in de toekomstvisie worden benoemd. Inwoners en partners in de stad kozen namelijk vijf thema's die zij voor de nabije toekomst het belangrijkst vinden en die in hun ogen centraal zouden moeten staan in de toekomstvisie: De vijf thema's betreffen: Thema 1: Een thuis voor de jeugd. Thema 2: Stad die je actief houdt. Thema 3: Roermond zorg(t) voor elkaar. Thema 4: Stad van retail, leisure en industrie.

Thema 5: Historische binnenstad aan het water. In de Toekomstvisie is opgenomen dat Roermond in 2030 wordt gekenmerkt door betrokken Roermondenaren, lokale ondernemers en bedrijven, medewerkers van maatschappelijke organisaties, bestuurders, gemeenteraadsleden en ambtenaren. Ten aanzien van 'Thema 4: Stad van retail, leisure en industrie' is opgenomen dat Roermond in 2030 een sterke regionale speler is. Bedrijfsleven en onderwijs in de regio werken slim samen en de gemeente is daarbij een daadkrachtige en creatieve verbinder. De stad is koploper in retailinnovatie, wat voor extra aantrekkingskracht zorgt. Roermond wordt steeds internationaler. In retail en in de maakindustrie zorgt een mix van kleine en grote bedrijven voor een innovatieve dynamiek. Samen met het onderwijs uit de regio voeden zij het ondernemerschap bij de bevolking. Ondernemerschap dat gestalte krijgt op de verschillende werklocaties die de stad rijk is, van binnenstad tot Roerstreek. De werklocaties zijn de visitekaartjes van de Roermondse economie. Roermond is van oudsher een stad waar het midden- en kleinbedrijf goed gedijt. In 2030 zorgt een mix van

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

21

grote en kleine bedrijven voor een waardevolle dynamiek in de lokale netwerken van ondernemers en bedrijven. Waar innovatieve kleine bedrijven met hun wendbaarheid en grotere bedrijven met hun massa en investeringsvermogen elkaar aanvullen, ontstaan mooie dingen. In de samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid is er voor deze mkb-bedrijven een belangrijke rol. Gevolg planvoornemen Onderhavig planvoornemen sluit aan bij hetgeen dat wordt nagestreefd in de Toekomstvisie van Roermond, namelijk het bieden van een aantrekkelijke vestigingslocatie voor o.a. lokale ondernemers en bedrijven. Het planvoornemen is hiermee in lijn met bovenstaand beleid. 3.4.3 Nota Archeologie In de 'Monumenten- en Archeologieverordening 2011', vastgesteld door de raad op 7 juli 2011, wordt het beleid van de gemeente op de beleidsterreinen monumentenzorg en archeologie geregeld. De belangrijkste zaken die in de verordening geregeld worden zijn: hoe de aanwijzing tot gemeentelijk monument in zijn werk gaat; gemeentelijke subsidiemogelijkheden op het vlak van monumentenzorg en archeologie; voor welke ingrepen aan een monument een omgevingsvergunning vereist is; archeologisch beleid; mogelijkheden voor vrijstelling van archeologisch onderzoek. In deze nota is de gemeentelijke archeologievisie en het beleid voor de komende jaren geformuleerd.

Leidraad daarbij is dat archeologie een integraal onderdeel vormt bij afwegingen betreffende de ruimtelijke ordening. In 2008 is de 'Archeologieatlas' vastgesteld door de gemeenteraad. Deze atlas vormt de basis voor het archeologiebeleid dat transparant is voor burgers en investeerders en verantwoord omgaat met het ondergrondse erfgoed. Op basis van de atlas is de 'Archeologie beleidskaart opgesteld. Op deze kaart wordt een onderscheid gemaakt in drie gebieden: 'Historische kern', 'Gebied met hoge archeologische verwachting' en 'Overige gebieden'. Het het plangebied is gewaardeerd als zijnde 'Overige gebieden'. Per gebied worden verschillende eisen gesteld aan het archeologisch onderzoek. In de Nota Archeologie worden de drie fasen van archeologisch onderzoek beschreven. De eerste fase betreft het vooronderzoek. De tweede fase betreft het uitvoeren van vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. De laatste fase is een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische opgraving. Uit de in de planregels opgenomen dubbelbestemmingen blijkt of een vooronderzoek noodzakelijk is. Uit het vooronderzoek blijkt of verder onderzoek moet plaatsvinden. Voor het archeologisch vervolgonderzoek zijn de in de nota genoemde onderzoeksthema's van belang. Gevolgen planvoornemen In paragraaf 4.9.1 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie.

3.4.4 Groenvisie Op 22 december 2016 heeft de gemeenteraad van Roermond de Groenvisie Roermond vastgesteld. De gemeente Roermond heeft veel stenige stedelijke omgevingen met wanden en daken die getransformeerd kunnen worden naar groen en ziet daar een mooie uitdaging. Roermond heeft de ambitie om dé groene architectuurstad te worden. Om dit te bereiken worden in de Groenvisie kansen benoemd en inspirerende voorbeelden gegeven voor groene architectuur, waarbij de gemeente het voortouw neemt met strategische groenprojecten. De koppeling tussen groen en architectuur vraagt om een zorgvuldige afstemming, bouwkundig en communicatief. Elke situatie is anders en dat daagt uit tot verrassende en innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd zet de Groenvisie in op duurzame groenstructuren voor de openbare ruimte. Groenstructuren die aantrekkelijk zijn en zo robuust dat ze voor lange tijd bijdragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. De gemeente wil de landschappelijke structuren herkenbaar maken in de stad en meer bomen

22

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

krijgen de kans om monumentaal te worden. De gemeente gaat voor een ecologisch waardevolle, klimaat- en ziektebestendige openbare groenstructuur die klaar is voor de toekomst. Om de ambitie voor de groene buitenruimte waar te maken, zijn spelregels opgesteld, toetsingscriteria voor kwaliteit. Deze spelregels zijn noodzakelijk om richting te kunnen geven aan nieuwe ontwikkelingen en het in stand houden van het huidige openbaar groen. Goede spelregels zorgen er ook voor dat de beschikbare financiële middelen gerichter ingezet kunnen worden. Gevolgen planvoornemen In het kader van de voorgenomen ontwikkeling gaat er geen openbaar groen verloren. Wel was de insteek om de bestaande te behouden maar deze zijn onlangs gerooid of worden gerooid omdat de bomen in slechte staat verkeren. Wel is er een herplantplicht van deze bomen.

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

23

24

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Milieuaspecten mogen niet in de weg staan aan de uitvoerbaarheid van een ontwikkeling. Het is van belang dat onderhavige planvoornemen plaats vindt binnen een goed leefklimaat en dat de verandering niet leidt tot onevenredige (milieukundige) gevolgen voor bestaande waarden en functies. Dit hoofdstuk gaat hier nader op in.

4.2

Bodem

Onderhavig planvoornemen ziet toe op de ontwikkeling van één of meerdere bedrijfskavels ter plaatse van een voormalige schoollocatie aan de Peelveldlaan te Swalmen. Conform de Wet ruimtelijke ordening, is het noodzakelijk inzichtelijk te maken of de kwaliteit van de bodem hier geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Het plangebied is reeds bestemd als 'Maatschappelijk' en derhalve kan beargumenteerd worden dat, gezien reeds sprake is van een milieugevoelige functie op de locatie, een bedrijfsfunctie hier dan ook al is toegestaan. Dit wordt middels een historisch bodemonderzoek NEN5725 onderbouwd. Econsultancy heeft een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd (d.d. 30 november 2020, rapportnr. 11816.001) om de kwaliteit van de bodem inzichtelijk te maken en te bepalen of er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en/of NEN 5707. De bevindingen en conclusies zijn in deze paragraaf overgenomen. Tevens is het historisch bodemonderzoek als Bijlage 1 bij deze toelichting toegevoegd. Bodem Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor het voorgenomen gebruik binnen het plangebied. De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag.

Tot slot geldt dat indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het "Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie" of de regionale bodemkwaliteitskaart, van toepassing zijn. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Asbest Er zijn gedurende het milieuhygiënisch onderzoek geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op binnen het plangebied te verwachten. Echter geldt dat het op basis van het onderzoek niet mogelijk is de asbestverdachtheid van de locatie (wegens de aanwezige puinlagen in de bodem) te ontkrachten. In een latere fase, alvorens de werkzaamheden voor het bouwrijp maken van de grond aanvangen, zal dan ook een asbestonderzoek conform NEN5707/5897 uitgevoerd worden. In dat kader is aanvullend een verkennend onderzoek asbest in bodem/puin (d.d. 1 augustus 2022, rapportnummer 11816.007) uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 2 bij deze toelichting toegevoegd. Uit dit verkennend onderzoek is gebleken dat de vooraf gestelde hypothese dat het plangebied als 'verdacht' dient te worden beschouwd deels wordt aanvaard.

Op basis van de onderzoeksresultaten wordt in het onderzoek echter gesteld dat er géén aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem/puin. In geval van grondwerkzaamheden op de locatie behoeven er ten aanzien van asbest, geen specifieke maatregelen te worden getroffen.

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

25

4.3

Geluid

Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een omgevingsvergunning een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien de ontwikkeling een nieuwe geluidsbron of wijziging van een bestaande geluidsbron (aanpassing weg) mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van de ruimtelijke onderbouwing. Dit planvoornemen voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van één of meerdere bedrijfskavels ter plaatse van een voormalige schoollocatie. Een bedrijf is geen geluidgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) en is akoestisch onderzoek met betrekking tot wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. Wel wordt een bedrijf aangemerkt als een geluidveroorzakende functie. Om deze reden dient de geluidbelasting ten gevolge van de toekomstige bedrijvigheid binnen het plangebied op gevoelige functies die in de omgeving zijn gelegen (zoals de woningen aan de overzijde van de Peelveldlaan) inzichtelijk gemaakt te worden.

Voor wat betreft de beoordeling van de geluidbelasting ten gevolge van de toekomstige bedrijvigheid binnen het plangebied, geldt dat nog niet exact bekend is welke bedrijven zich binnen het plangebied zullen vestigen. Wel geldt dat met dit bestemmingsplan enkel bedrijfsactiviteiten van ten hoogste de milieucategorie 2 en 3.1 binnen het plangebied worden toegestaan (bedrijfsactiviteiten hoger dan milieucategorie 3.1 kunnen middels een afwijkingsbevoegdheid ook worden toegestaan, mits dit niet tot nadelige milieugevolgen voor de omgeving leidt). Op basis van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering en uitgaande van het omgevingstype 'gemengd gebied', geldt voor deze bedrijfsactiviteiten een maximale richtafstand van 30 meter voor geluid. Met de inrichting van het plangebied wordt er voor gezorgd dat aan deze minimale richtafstand tussen de hinderveroorzakende en hindergevoelige functies wordt voldaan. Dit is nader toegelicht in paragraaf 4.4 Bedrijven en milieuzonering. Daarnaast is tevens gekeken naar de toename van het verkeer en de gevolgen ten aanzien van geluid op de nabijgelegen woningen. Zoals onderbouwd in paragraaf 2.3.2 Verkeer en parkeren neemt de verkeersgeneratei met ongeveer 650 motorvoertuigbewegingen toe met een aandeel van 5% vrachtverkeer.

Gezien de verkeersintensiteit van 2400 mvt/etm (prognose 2030) komt hiermee de verkeersintensiteit van de Peelveldlaan op ongeveer 3.050 mvt/etm. Dit betekent een toename van 1 dB op basis van de algemene formule10 * log (N2/N1), waarbij N1 de oude situatie is en N2 de nieuwe. Dit resulteert dus in 10 * log (3050/2400) = 1,0 dB. Er is geen wetgeving die specifiek kijkt naar de verhoging in geluidsbelasting door alleen maar een toename in het verkeer. Als aangrijpingspunt kan gekeken worden naar de wetgeving omgaande de reconstructie van een weg. Deze geldt indien er aanpassingen gedaan worden aan de weg zelf. Deze geluidstoename is derhalve acceptabel als dit vergeleken wordt met een reconstructie van een weg in het kader van de Wgh waarbij 1,5/2 dB als acceptabele toename wordt aangehouden/beschouwd.

“reconstructie van een weg: een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg ten gevolge waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder a, en artikel 77, derde lid, blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting die op grond van artikel 100 dan wel het bepaalde krachtens artikel 100b, aanhef en onder a, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd” Conclusie Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai wordt niet noodzakelijk geacht aangezien geen sprake is van het oprichten van een geluidsgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder. Op basis van de hoogst toelaatbare bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied (milieucategorie 2 en 3.1, met afwijking naar hoger dan milieucategorie 3.1), de bijbehorende richtafstand voor geluid (30 meter binnen gemengd gebied) en de

26

bestemmingsplan Peelveldlaan 60 Swalmen

ligging van gevoelige functies op een afstand van minimaal 30 meter ten opzichte van de bedrijfsactiviteiten, wordt ten aanzien van het aspect 'geluid' het planvoornemen haalbaar geacht. Hierbij geldt dat wanneer een bedrijf zich daadwerkelijk binnen het plangebied wil vestigen, de geluidbelasting van het bedrijf op de omgeving nader inzichtelijk dient te worden gemaakt bij de vergunningverlening. Daarnaast is de geluidstoename als gevolg van de verkeersgeneratie dus kleinder dan 2 dB. Oftewel, een toename van 1 dB wordt als acceptabel beschouwd zonder dat hier verdere maatregelen voor hoeven worden getroffen.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies en gevoelige functies op een verantwoorde afstand van elkaar gesitueerd worden. Dit dient twee doelen: 1.

het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; 2. het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Bij de planontwikkeling dient derhalve rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven, om de kwaliteit van het leefmilieu te garanderen en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde handreiking Bedrijven en milieuzonering. Hierin wordt per bedrijf aangegeven wat de milieu-invloed op de omgeving is en welke indicatieve afstand hierbij minimaal in acht moet worden genomen. Van deze indicatieve afstand kan worden afgeweken indien op basis van een onderzoek de daadwerkelijke afstand kan worden bepaald. Daarnaast geldt voor inrichtingen waar dieren worden gehuisvest geurspecifieke regelgeving, waarin milieuafstanden zijn bepaald. Indicatieve afstand op basis van Handreiking Bedrijven en milieuzonering De richtafstanden opgenomen in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=a3f37e82-d8d9-437a-973f-e3651bde2e9c