Bijlage 3 - concept omgevingsvergunning inclusief ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
BESLUIT OP AANVRAAG OM OMGEVINGSVERGUNNING Op 30 juli 2021 hebben wij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen van: Naam aanvrager:
Waterschap Limburg
Adres aanvrager:
Maria Theresialaan 99, 6043 CX ROERMOND
Ontvangen op:
30 juli 2021
Locatie activiteit(en):
Schipperswal 25, 6041TC Roermond
Betreft:
Dijkversterking Willem-Alexanderhaven
Zaaknummer:
104535-2021
Wij besluiten de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. In de onderdelen van dit besluit hebben wij een en ander verder uitgewerkt. Roermond, De (wnd) secretaris,
De (wnd) burgemeester,
S.C.J. Scheepers
O. Hoes
Stadhuis | Markt 31 6041 EM | Postbus 900 6040 AX Roermond | T 14 0475 | IBAN NL75 RABO 0127 2861 79
Ons nummer 104535-2021 Pagina 2
Onderdelen van dit besluit: 1. Samenvatting van het besluit 2. Vergunde activiteiten 3. Procedure en coördinatieregeling 4. Rechtsbescherming 5. Bekendmaking 6. Inwerkingtreding 7. Voorwaarden 8. Overwegingen
Ons nummer 104535-2021 Pagina 3
1. Samenvatting van het besluit Wij besluiten de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Hoe we tot ons besluit zijn gekomen is beschreven bij het onderdeel 8 (Overwegingen). De volgende bijbehorende documenten maken onderdeel uit van dit besluit: • GWBSL - Aanvraag_Omgevingsvergunning_afwijken_bestemmingsplan, 30 juli 2021 • GWBSL - Bijlage_IIa_20210708_Enkelbestemmingen_RWAX, 30 juli 2021 • GWBSL - Bijlage_IIb_20210708_Dubbelbestemmingen_RWAX, 30 juli 2021 • GWBSL - Aanbiedingsbrief_aanvraag_Omgevingsvergunning_bomenkap, 30 juli 2021 • GWBSL - Machtiging_RWAX_aanvragen_vergunningen,30 juli 2021 • GWBSL - Verkennend_bodemonderzoek_Roermond_Willem_Alexanderhaven, 30 juli 2021 • GWBSL - Aanvraagformulier, 30 juli 2021 • GWBSL - Publiceerbare aanvraag, 30 juli 2021 • GWBSL - PP.DR76.26.012 Dijktraject Roermond Willem-Alexanderhaven Ruimtelijke Onderbouwing, 30 juli 2021 • GWBSL - bijlagenboekroermondwillem-alexanderhaven, 30 juli 2021 • GWBSL - PPDR76.26.013-2-Rp-omgevingsvergunning_kappen_Roermond_WillemAlexanderhaven, 21 oktober 2021 • GWBSL - Nota van Antwoord zienswijzen, 21 juli 2022 2. Vergunde activiteiten De omgevingsvergunning geldt voor de volgende activiteiten: a.
Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan of voorbereidingsbesluit (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.1, lid 1, sub c). b. Het vellen of doen vellen van een houtopstand (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.2, lid 1, sub g). 3. Procedure en coördinatieregeling Op grond van artikel 5.8 en 5.12 Waterwet coördineren Gedeputeerde Staten van Limburg de bekendmaking van de besluiten die voor de uitvoering van het projectplan Waterwet nodig zijn. De besluitvormingsprocedure wordt op grond van artikel 5.9 van de Waterwet uitgevoerd op basis van de uitgebreide voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht). De aanvraag voldoet aan de eisen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Adviezen en verklaringen Wij hebben de aanvraag voor advies of verklaring van geen bedenkingen voorgelegd aan de volgende instanties/bestuursorganen (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.26/2.27 en Besluit omgevingsrecht, artikelen 6.1 tot en met 6.4): Naam
Advies gevraagd
Advies ontvangen
Gemeenteraad
14 oktober 2021
14 oktober 2021
Deze adviezen en verklaringen hebben we verwerkt in de onderdelen 7 (Voorwaarden) en 8 (Overwegingen).
Ons nummer 104535-2021 Pagina 4
4. Rechtsbescherming Zienswijze Het ontwerpbesluit heeft van 26 november 2021 tot en met 6 januari 2022 (gedurende zes weken) gecoördineerd in het stadskantoor van Roermond, in het Gouvernement te Maastricht en bij Waterschap Limburg op het kantoor te Roermond ter inzage gelegen. Naar aanleiding van deze terinzagelegging zijn zienswijzen ingediend. De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding om de omgevingsvergunning te weigeren. Het standpunt ten aanzien van de ingediende zienswijzen is weergegeven in de bij dit besluit gevoegde Nota van Antwoord zienswijzen d.d. 21 juli 2022. De zienswijzen hebben niet geleid tot een heroverweging van het besluit op de omgevingsvergunning. Het vastgestelde besluit wordt vervolgens opnieuw voor 6 weken gecoördineerd ter inzage gelegd. Beroep Tegen de definitieve besluiten kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan binnen zes weken vanaf de dag na bekendmaking worden ingediend bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Op dit besluit is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Hieruit volgt dat als beroep wordt ingesteld, in het beroepschrift de beroepsgronden moeten worden opgenomen en dat deze beroepsgronden na afloop van de termijn niet meer kunnen worden aangevuld. 5.
Bekendmaking De kennisgeving van het ontwerpbesluit wordt door de Gedeputeerde Staten van Limburg gepubliceerd op www.overheid.nl (Provinciaal blad). In het plaatselijke huis-aan-huisblad wordt via een verwijsadvertentie verwezen naar de kennisgeving op www.overheid.nl. 6. Inwerkingtreding De vergunning treedt in werking zodra de termijn voor het aantekenen van beroep is verstreken. Indien tijdens de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, treedt deze vergunning echter pas in werking zodra hierover een afwijzende beslissing is genomen door de voorzieningenrechter of op een door de voorzieningenrechter bepaald moment. De vergunning is pas onherroepelijk als de termijn voor het aantekenen van beroep is verstreken zonder dat een beroepschrift is ingediend dan wel als de beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen deze vergunning geheel is afgerond. Zo lang de vergunning niet in werking is getreden, mag er ook geen gebruik van worden gemaakt. 7. Voorwaarden Aan deze vergunning zijn de volgende voorschriften verbonden: 1. Voor het uitvoeren van de dijkversterkingen bij Roermond Willem-Alexanderhaven moeten 57bomen en 1.143 m2 houtwal gekapt worden.
Deze houtopstanden moeten worden gecompenseerd conform bij het aanvraag gevoegde compensatieplan "PP.DR76.26.013 DIJKTRAJECT ROERMOND WILLEM-ALEXANDERHAVEN AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING KAPPEN", d.d. 20-10-2021 Versienummer: 2., of op een andere wijze die volgens het bevoegd gezag op kwalitatieve en kwantitatieve wijze vergelijkbaar is.
Ons nummer 104535-2021 Pagina 5
2. De herplant aan de Mijnheerkensweg e.o. te Roermond moet bestaan uit de soort “Oosterse Plataan”, plantmaat minimaal 25-30 cm stamomtrek. 3. De herplant aan De Kleine Hei in Swalmen moet bestaan uit de soort “Linden”, plantmaat minimaal 25-30 cm stamomtrek. 4. Onderdeel van de compensatie zijn standaard plantgatverbetering, drainage waar nodig en het toepassen van boompalen, zodat bomen en houtopstanden optimale condities meekrijgen om te aan te slaan en te groeien. Waterschap Limburg verzorgt tevens 4 jaar nazorg voor de gecompenseerde bomen en houtopstanden. 5. Voor aanvang van de kap dient men zich ervan te vergewissen dat er geen broedende vogels aanwezig zijn en er verder vooral bij bomen bij loszittende schors en holten, als aangegeven in het advies, goed nakijken of er geen vleermuizen aanwezig zijn. Bij aantreffen van deze dieren mag er uiteraard niet gekapt worden. 8. Overwegingen Hoe we tot ons besluit zijn gekomen (overwegingen), motiveren wij hieronder (artikel 3:46 en artikel 3:47 Algemene Wet Bestuursrecht). Elke wet heeft een doel. Wij mogen alleen vergunningen verlenen ter bescherming van dat doel.
Ons nummer 104535-2021 Pagina 6
HET GEBRUIKEN VAN GRONDEN OF BOUWWERKEN IN STRIJD MET REGELS VAN RUIMTELIJKE ORDENING Inhoud aanvraag Waterschap Limburg versterkt in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma de primaire waterkering in de Willem-Alexanderhaven in Roermond. Voor deze dijkversterking vraagt het waterschap een omgevingsvergunning aan voor het afwijken van het bestemmingsplan in het kader van artikel 2.1eerste lid onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. De aanvraag ziet toe op Dijkversterking Willem Alexanderhaven aan Schipperswal 25, 6041TC Roermond. Overwegingen Bij het nemen van het besluit op deze aanvraag hebben wij het volgende overwogen. In de Willem-Alexanderhaven is een gedeelte van het bedrijventerrein beschermd sinds de aanleg van de kades na ’93-’95. Voor een aantal bedrijven geldt echter dat deze momenteel buitendijks zijn gelegen. Buitendijks gebied heeft geen beschermingsniveau. De overstromingsfrequentie is voor deze delenafhankelijk van maaiveldniveau maar bedraagt overwegend eens per 30 tot 100 jaar (berekenend zichtjaar 2015) respectievelijk eens per 10 tot 30 jaar (berekend zichtjaar 2075). Met de kennis van nu is het huidige dijktraject niet sluitend en kan het gebied ‘via de achterdeuren’ binnenstromen.
De versterkingsopgave is er daarom op gericht om een nieuwe aansluiting te vinden op hoge grond. Bij de aanleg of wijziging van waterstaatswerken door de beheerder dient op basis van artikel 5.4 van de Waterwet een Projectplan te worden vastgesteld. Omdat het gaat om een primaire waterkering wordt het Projectplan voorbereid met toepassing van de projectprocedure, zoals vastgelegd in paragraaf 5.2 van de Waterwet. Op basis van deze procedure wordt de vergunningverlening en de ter inzagelegging van de benodigde (ontwerp)besluiten gecoördineerd door Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. Bevoegd gezag voor het vaststellen van het Projectplan is het Waterschap Limburg. Het waterschap heeft het projectplan reeds vastgesteld en de legger gewijzigd. Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg hebben het projectplan van het waterschap al goedgekeurd. Beoordeling ruimtelijk kader Ter plaatse van het traject waar de werkzaamheden voor de dijkversterking gepland staan, vigeren de volgende bestemmingsplannen. • Bedrijventerrein Willem Alexander (onherroepelijk vastgesteld 13 oktober 2016); • Jazz City (onherroepelijk vastgesteld 20 februari 2014); • N280-West deelproject wegvak Roermond, herziening 1 (onherroepelijk; vastgesteld 14 februari 2019).
Voor activiteiten die strijdig zijn met de vigerende bestemmingsplannen is een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan aangevraagd. Het gaat hierbij om de volgende strijdigheden: • Dijkvak 6: de waterkering wordt versterkt buiten de huidige dubbelbestemming Waterstaat. De dubbelbestemming Waterstaat is in dit dijkvak niet gelegen ter plekke van de gehele dijkversterking. De terreinophoging en verankering van de damwand vallen buiten de huidige dubbelbestemming Waterstaat. • Dijkvak 7: de waterkering wordt versterkt buiten de huidige dubbelbestemming Waterstaat. De dubbelbestemming Waterstaat is in dit dijkvak niet gelegen ter plekke van de gehele dijkversterking. Bij dijkvak 7 wordt de huidige damwandconstructie verhoogd (naar een hoogte van NAP + 22,0 meter in plaats van in de huidige situatie NAP + 20,80 meter).
Ons nummer 104535-2021 Pagina 7
• • •
•
Dijkvak 8: de waterkering wordt versterkt buiten de huidige dubbelbestemming Waterstaat. In dijkvak 8 wordt een damwand geplaatst met een hoogte van NAP + 22,4 meter. Dijkvak 9: de waterkering wordt versterkt buiten de huidige dubbelbestemming Waterstaat. In dijkvak 9 wordt een damwand geplaatst met een hoogte van NAP + 22,3 meter. Dijkvak 10: de waterkering wordt versterkt buiten de huidige dubbelbestemming Waterstaat. In dijkvak 10 wordt een damwand geplaatst met een hoogte van NAP + 22,3 meter. Ter hoogte van de kruising met de Mijnheerkensweg wordt de weg opgehoogd (naar NAP + 22,3 meter) door een grondlichaam aan te brengen zodat deze over de kering komt te liggen. Alleen de damwand die de Mijnheerkensweg in dijkvak 10 kruist is onderdeel van de waterkering. De ophoging van de weg is geen onderdeel van de waterkering; Dijkvakken 3 t/m 10: in deze dijkvakken wordt buiten de dubbelbestemming waterstaatswerktijdelijk gebruik gemaakt van gronden om de versterking mogelijk te maken. Deze werkruimte isn odig voor het positioneren en manoeuvreren van materiaal en materieel. Het permanent ruimtebeslag van de dijkversterking van de dijkvakken 1 t/m 5 is inpasbaar in de huidige bestemmingsplannen vanwege de aanwezigheid van de dubbelbestemming Waterstaat.
Indeling in dijkvakken Opheffen van de strijdigheden In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bepaald dat het alleen mogelijk is aan een afwijking van het bestemmingsplan mee te werken als sprake blijft van een goede ruimtelijke ordening, en: 1. het bestemmingsplan dit zelf mogelijk maakt (binnenplanse afwijking); 2. het Besluit omgevingsrecht (Bor) vergunningverlening mogelijk maakt (kleine buitenplanse afwijking); 3. het besluit op het bouwplan een goede ruimtelijke onderbouwing inhoudt (buitenplanse afwijking met uitgebreide procedure). Uitgebreide buitenplanse afwijking In artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 6.5van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is bepaald dat, indien het voornemen bestaat om een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het geldende bestemmingsplan, er een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad (VVGB) nodig is. In artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht is opgenomen dat de raad categorieën van gevallen kan aanwijzen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet vereist is. Op 13 juli 2017 heeft u als gemeenteraad een lijst
Ons nummer 104535-2021 Pagina 8
met gevallen vastgesteld waarbij geen VVGB is vereist. Volgens deze lijst is een VVGB niet vereist voor de realisatie van infrastructurele, openbare voorzieningen of (andere) nutsvoorzieningen, waarvoor middelen ter beschikking zijn gesteld in de begroting. Hoewel er in casu sprake is van een infrastructureel project, wordt dit niet gefinancierd door de gemeente Roermond en zijn er dus geenmiddelen beschikbaar gesteld in de begroting, maar wordt dit gefinancierd door subsidie vanuit het Rijk en onder de verantwoordelijkheid van WL. Er is daarom een VVGB vereist. Het is derhalve juridisch noodzakelijk dat de gemeenteraad een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen afgeeft en daarmee aangeeft in te stemmen met de afgifte van de omgevingsvergunning ten behoeve van de dijkverbetering Roermond Willem-Alexanderhaven. Beoordeling afwijkingsmogelijkheid Er kan medewerking worden verleend aan een aanvraag om een omgevingsvergunning, omdat de gewenste ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het rijk, provinciaal en gemeentelijk beleid en daarom een gewenste ontwikkeling is. De aanvraag is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing‘PP.DR76.26.012 Dijktraject Roermond Willem-Alexanderhaven Ruimtelijke Onderbouwing’, opgesteld door adviesbureau Witteveen - Bos d.d. 30 juli 2021 met kenmerk 1022.
Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing zijn ten aanzien van de gevolgen voor mens en milieu diverse omgevingsaspecten onderzocht, zoals de effecten van de afwijkingen ten aanzien van archeologie, bodem, niet gesprongenexplosieven, water en natuur. De effecten die optreden als gevolg van dit initiatief zijn aanvaardbaar gelet op de uitkomsten van de onderzoeken. Ook de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid vormen geen belemmering voor de uitvoering van de dijkversterking. Derhalve wordt, gezien de ruimtelijke onderbouwing, geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn om het dijktraject Roermond Willem-Alexanderhaven te realiseren en dat middels een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de genoemde bestemmingsplannen. Op 20 april 2023 heeft de gemeenteraad van Roermond besloten om een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de dijkverbetering Roermond Willem-Alexanderhaven. Conclusie Na afweging van alle relevante ruimtelijke belangen kan de omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan worden verleend. Vanuit ruimtelijk oogpunt bestaan geen bezwaren tegen deze aanvraag.
Ons nummer 104535-2021 Pagina 9
HET (DOEN) VELLEN VAN EEN HOUTOPSTAND Wettelijke grondslag In artikel 2.18 van de Wabo is aangegeven dat een vergunning voor deze activiteit kan worden geweigerd op gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening. De weigeringsgronden staan beschreven in artikel 4:12a van de Algemene Plaatselijke Verordening(APV). De vergunning kan worden geweigerd in het belang van de natuur- en milieuwaarden, de landschappelijke waarden, de waarden van stads- en dorpsschoon, de cultuurhistorische waarden en/of de waarden voor recreatie en leefbaarheid van de houtopstand. Daarnaast kan de vergunning worden geweigerd als de houtopstand is gelegen in een beschermd natuurmonument in de zin van de natuurbeschermingswet of als de houtopstand voorkomt op de in artikel 4:12f bedoelde gemeentelijke lijst van monumentale en waardevolle bomen. Reden Dijktraject Roermond Willem-Alexanderhaven is een van de dijktrajecten die versterkt dient te worden in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) Noordelijke Maasvallei. De kapaanvraag maakt onderdeel uit van de coördinatieregeling, waar ook het Wabo-projectbesluit voor het afwijken van het bestemmingsplan onderdeel van is. Aan het ontwerp van de nieuwe kering ligt een integrale afweging van alternatieven ten grondslag. Daarbij zijn uiteenlopende effecten van alternatieven op de omgeving in beeld gebracht en afgewogen.
Op basis hiervan is een voorkeursalternatief gekozen. Het ontwerp van de dijkversterking is gebaseerd op het voorkeursalternatief. Het aantal te kappen bomen is zoveel als mogelijk beperkt, maar de kap van de bomen in de kapvergunning blijft noodzakelijk om de dijkversterking uit te voeren. Beoordeling Natuurwaarden bomen Deze bomen hebben een natuurwaarde vanwege de nestgelegenheid voor vogels. Deze waarde zal verloren gaan met de kap maar wordt op termijn weer overgenomen door de te compenseren bomen. Landschappelijke waarde bomen Deze bomen staan in de bebouwde kom en hebben daardoor geen landschappelijke waarde. Waarde bomen voor stads- en dorpsschoon Deze bomen staan in de bebouwde kom en hebben door hun laanstructuur toch wel enige waarde voor het stads- en dorpsschoon, zij het dat ze in feite op een industrieterrein staan. Bovendien blijven delen van deze laanstructuur (waar mogelijk) in stand gehouden en wordt de laanstructuur door compensatie ter plaatse op termijn weer hersteld. De beeldbepalende waarde van de bomen. Deze bomen hebben gezien hun relatief jonge leeftijd nog geen beeldbepalende waarde. Bovendien wordt deze waarde mogelijk; door de te compenseren bomen, op termijn weer hersteld. De cultuurhistorische waarde van de bomen. Deze bomen hebben geen cultuurhistorische waarde. De waarde voor de leefbaarheid van de bomen.
Deze weigeringsgrond is niet aan de orde daar deze bomen als geheel kan worden geveld zonder dat de resterende bomen schade zullen ondervinden.
Ons nummer 104535-2021 Pagina 10
Herplant-/instandhoudingsplicht Op grond van artikel 4:12c van de Algemene plaatselijke verordening wordt een herplant-/ instandhoudingsplicht opgelegd en worden ten aanzien hiervan voorwaarden opgenomen. Binnen een periode van 1 jaar na het gereedkomen van de civiele werken moeten 36 bomen en circa1.356 m2 houtopstanden langs de Mijnheerkensweg en 21 bomen langs De Kleine Hei in Swalmen worden herplant/gecompenseerd, conform het aangeleverde compensatieplan "PP.DR76.26.013DIJKTRAJECT ROERMOND WILLEM-ALEXANDERHAVEN AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNINGKAPPEN", d.d. 20-10-2021 Versienummer: 2. De haalbaarheid van de compensatie qua ruimtegebruik is getoetst. Mocht desondanks tijdens realisatieblijken dat een boom op de voorziene locaties niet geplant kan worden, wordt in onderling overleg met de Gemeente Roermond het tekort elders binnen gemeente Roermond gecompenseerd. Ten aanzien van de aan te planten bomen zullen aan de Mijnheerkensweg e.o. Oosterse platanen geplant worden, plantmaat minimaal 25-30 cm stamomtrek. Voor de aan te planten bomen aan De Kleine Hei geldt dat er Linden geplant moeten worden, met ook plantmaat minimaal 25-30 cm stamomtrek. Onderdeel van de compensatie zijn standaard plantgatverbetering, drainage waar nodig en het toepassen van boompalen, zodat bomen en houtopstanden optimale condities meekrijgen om te aan te slaan en te groeien.
Waterschap Limburg verzorgt tevens 4 jaar nazorg voor de gecompenseerde bomen en houtopstanden. Conclusie Voor het uitvoeren van de dijkversterkingen bij Roermond Willem-Alexanderhaven moeten 57 bomen en1.143 m2 houtwal gekapt worden. Wij verlenen onder voorwaarden de gevraagde vergunning voor de activiteit “het (doen) vellen van een houtopstand” voor de kap van 57 van deze bomen en voor de houtwal geldt een vergunningsplicht op basis van artikel 4:11 uit de APV van de gemeente Roermond. Uit de natuurtoets blijkt dat geen significant negatieve effecten ontstaan op natuurlijke waarden als gevolg van de kap van deze bomen. Er zullen in totaal 36 bomen en circa 1.356 m2 houtopstanden langs de Mijnheerkensweg en 21 bomen langs De Kleine Hei gecompenseerd worden. De voorwaarden staan benoemd onder punt 7 van dit besluit.
Ons nummer 104535-2021 Pagina 11
ACTIVITEITEN
onderdeelHandelenInStrijdMetRegelsRuimtelijkeOrdening Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Bouwen in strijd met bestemmingsplan 0 0 {activiteitoordeel} onderdeelKappen Kappen Kappen van houtopstand {publiekeOmschrijving} 0 0 {activiteitoordeel}
College van Burgemeester en Wethouders van Roermond Ter attentie van de heer F. Dings Kazerneplein 7 6041 TG ROERMOND
Ingenieursbureau Maasvallei p/a Arcadis Nederland BV Beaulieustraat 22 Postbus 220 6800 AG Arnhem Tel 088 4621606 www.arcadis.nl
Onderwerp: Aanvraag Omgevingsvergunning handelingen in strijd met regels ruimtelijke ordening Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei - dijkverbetering Roermond Willem-Alexanderhaven Arnhem, 28 oktober 2019
Geacht College,
Contactpersoon:
Om te borgen dat Nederland nu en in de toekomst beschermd is tegen overstromingen, is wettelijk vastgelegd dat primaire waterkeringen periodiek worden gecontroleerd. Primaire waterkeringen die niet op orde zijn, worden versterkt. Afspraken over welke primaire waterkeringen wanneer aangepakt worden, leggen het Rijk en de waterschappen gezamenlijk vast in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Het doel van het huidige programma is het op orde krijgen van de primaire waterkeringen die in de afgelopen en lopende toets/beoordelingsronde zijn afgekeurd.
Emiel Ypma Telefoonnummer:
06 13 89 26 99 E-mail: emiel.ypma@witteveenbos.com Ons kenmerk: SP 1081
Waterschap Limburg (WL) is verantwoordelijk voor de hoogwaterbescherming in het door haar beheerde gebied. Ze werkt daarbij nauw samen met partners als het Rijk, Provincie Limburg, gemeenten uit de regio en naastgelegen waterschappen. In het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei voert WL dijkversterkingen uit bij Roermond WillemAlexanderhaven. Hierbij ontvangt u namens Waterschap Limburg een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan in het kader van artikel 2.1 lid 1c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Procedure De omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt beschouwd als een uitvoeringsbesluit en doorloopt daarom de projectprocedure voor waterstaatswerken (artikel 5.5 - 5.14 Waterwet). Omdat de projectprocedure van toepassing is, wijkt de procedure af van de reguliere procedure. Hieronder zijn de belangrijkste afwijkingen Page 1 of 3
toegelicht. Ik verzoek u de proceduretekst van het door u op te stellen ontwerpbesluit hieraan te toetsen. Op grond van artikel 5.8 en 5.12 coördineren Gedeputeerde Staten van Limburg de bekendmaking van de besluiten die voor de uitvoering van het projectplan Waterwet nodig zijn. De besluitvormingsprocedure wordt op grond van artikel 5.9 van de Waterwet uitgevoerd op basis van de uitgebreide voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht). Rechtsbescherming Zienswijze Het ontwerpbesluit, de aanvraag en de bijbehorende stukken liggen op grond van de Algemene wet bestuursrecht, gedurende 6 weken met ingang van de dag na bekendmaking, ter inzage in het gemeentehuis van Roermond, in het Gouvernement te Maastricht en bij Waterschap Limburg op het kantoor te Roermond. Eenieder wordt in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren te brengen tegen het ontwerpbesluit. Beroep Tegen het besluit kan binnen zes weken vanaf de dag na bekendmaking een beroepschrift worden ingediend bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Op dit besluit is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing.
Hieruit volgt dat als beroep wordt ingesteld, in het beroepschrift de beroepsgronden moeten worden opgenomen en dat deze beroepsgronden na afloop van de termijn niet meer kunnen worden aangevuld. Bekendmaking De kennisgeving van het (ontwerp)besluit wordt door de Provincie gepubliceerd op www.overheid.nl (Provinciaal blad). In het plaatselijke huis-aan-huis-blad wordt via een verwijsadvertentie verwezen naar de kennisgeving op www.overheid.nl. Namens de provincie Limburg is de heer Jaap Goudriaan de contactpersoon voor de coördinatie in het kader van de projectprocedure Waterwet. Het ontwerpbesluit en later ook het besluit (op naam van Waterschap Limburg), stuurt u derhalve niet naar Waterschap Limburg maar naar Gedeputeerde Staten van Limburg, Cluster Natuur en Water, ter attentie van de heer J.L. (Jaap) Goudriaan, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht. Gedeputeerde Staten sturen de besluiten door naar de initiatiefnemer. Meer informatie over de te volgen procedure kunt u verkrijgen bij het coördinerende bevoegd gezag, te weten de Provincie Limburg, Cluster Natuur en Water, de heer J.L. (Jaap) Goudriaan: jl.goudriaan@prvlimburg.nl en/of 06 46 84 79 94.
Page 2 of 3
Inhoud aanvraag De volgende documenten maken onderdeel uit van deze aanvraag: •
Aanvraagformulier omgevingsvergunning met aanvraagnummer 5926437;
•
Machtiging door Waterschap Limburg;
•
Ruimtelijke onderbouwing inclusief bijlagen.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. In geval van inhoudelijke vragen of onduidelijkheden verzoek ik u op korte termijn contact met ons op te nemen (zie aanhef brief voor contactgegevens). Voor procedurele vragen verzoeken wij u contact op te nemen met Provincie Limburg, Cluster Natuur en Water, de heer J.L. (Jaap) Goudriaan: jl.goudriaan@prvlimburg.nl en/of 06 46 84 79 94. Met vriendelijke groet, Ingenieursbureau Maasvallei
Mr. E.H.G. Wolfs Coördinator planproducten Ingenieursbureau Maasvallei VOF
Ons kenmerk
Pagina 3 of 3
30-10-2019Machtiging aanvragen HWBP project Nieuw BergenMachtiging aanvragen HWBP project Nieuw Bergen
Machtiging als bedoeld in artikel 95 Waterschapswet ten behoeve van het aanvragen van vergunningen De Secretaris-Directeur van Waterschap Limburg, Gelet op het besluit van het dagelijks bestuur van 3 januari 2017 tot instemming aan de dijkgraaf van het Waterschap Limburg om op grond van artikel 95 Waterschapswet anderen te machtigingen het waterschap te vertegenwoordigen; Gelet op het besluit van de dijkgraaf van 28 februari 2019 om aan de secretaris-directeur van Waterschap Limburg, de heer ir. E.J.M. Keulers MMO, toe te staan om per project derden (advies-\ingenieursbureaus) te machtigen voor het aanvragen van vergunningen en het doen van meldingen (namens het waterschap bij andere overheden) en het voeren van correspondentie daarover, onder voorwaarde van accordering van de in te dienen stukken door de juridische adviseur(s) van WL; MACHTIGT: • • • • • • •
Emiel Ypma, Coördinator planproducten, Witteveen+Bos Milan Storms, Vergunningenspecialist, Witteveen+Bos. Amber van Driel, Jurist ruimtelijke planprocedures, Witteveen+Bos Robin Wientjes, Adviseur gebiedsontwikkeling, Arcadis Nederland B.V. Jeroen Noordhoek, Ecoloog, Witteveen+Bos Michelle de Groot, Ecoloog, Witteveen+Bos Beno Koolstra, Ecoloog, Koolstra Advies namens Arcadis Nederland B.V.
voor het indienen van de aanvragen om (omgevings)vergunningen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het HWBP-project Roermond Willem-Alexanderhaven (betreft het versterken van primaire waterkeringen gelegen in de gemeente Roermond) onder voorwaarde van accordering van de in te dienen stukken door de juridische adviseur(s) van WL. 2019-D9711 8
Roermond, 9 juni 2021 Secretaris-Directeur,
ir. E.J.M. Keulers MMO
1/1
*2019-D97118*
zaaknr. 2021-Z30898 doc.nr. WLDOC77825112-1107
HWBP Noordelijke Maasvallei Het referentieontwerp van de dijk betreft een verticale constructie met een kruinhoogte (ontwerphoogte) variërend over het dijktraject van NAP + 22,0 meter tot en met NAP + 22,5 meter. Het dijktraject heeft een lengte van 990 meter en bestaat uit tien dijkvakken. In figuur 3 zijn de aanwezige bedrijven langs de nieuwe waterkering weergegeven.
Figuur 3 Waterkering en omliggende bedrijven (indicatief)
In de Willem-Alexanderhaven is een gedeelte van het bedrijventerrein wel beschermd sinds de aanleg van de kades na ’93-’95. Voor een aantal bedrijven geldt echter dat deze momenteel buitendijks zijn gelegen. Buitendijks gebied heeft geen beschermingsniveau. De overstromingsfrequentie is voor deze delen afhankelijk van maaiveldniveau maar bedraagt overwegend eens per 30 tot 100 jaar (berekenend zichtjaar 2015) respectievelijk eens per 10 tot 30 jaar (berekend zichtjaar 2075). Met de kennis van nu is het huidige dijktraject niet sluitend en kan het gebied ‘via de achterdeuren’ binnenstromen. De versterkingsopgave is er daarom op gericht om een nieuwe aansluiting te vinden op hoge grond. De terreinen van Besix, Kalle&Bakker, Smurfit-Kappa en SIF liggen in het Voorkeursalternatief (VKA) beschreven tracé (referentieontwerp) buitendijks. Reeds in de verkenningsfase is onderzocht of het bieden van aanvullende bescherming binnen de HWBP-opgave mogelijk is. In het VKA is gezocht naar een zo kort mogelijk tracé naar de hoge grond. Op basis van diverse criteria is een afweging gemaakt tussen diverse tracémogelijkheden en noodzakelijk benodigde kunstwerken. Daaruit is geconcludeerd dat het volledig beschermen van het havengebied niet past binnen een sobere en doelmatige oplossing welke door het HWBP gefinancierd wordt.
Om die reden is gekozen voor het referentieontwerp waarbij niet alle bedrijfsterreinen binnendijks komen te liggen.
7
HWBP Noordelijke Maasvallei Door de buitendijks gelegen bedrijven is de uitdrukkelijke wens geuit om ook deze bedrijfsterreinen hoogwaterbescherming te bieden. Omdat dit binnen de vigerende HWBP-opgave niet mogelijk is wordt, in samenwerking met Gemeente Roermond, de provincie Limburg en Waterschap Limburg, door de bedrijven gekeken naar alternatieve maatregelen, inclusief bijbehorende subsidiering, welke aansluiten op de primaire kering. Hiervoor wordt onder andere de geschiktheid beoordeeld van de bestaande aanwezige damwanden om, in combinatie met nieuwe maatregelen, als waterkering te kunnen dienen. Door het combineren van de HWBP-opgave (binnen scope) met aanvullende maatregelen (buiten scope) ontstaat uitzicht op een integraal plan zonder de HWBP-opgave te vergroten. In de volgende paragrafen wordt niet verder ingegaan op dit integrale plan, maar wordt een nadere beschrijving gegeven van het uitgewerkte VKA-tracé. De dijkverbetering start ten westen van Besix bij de voormalige Yumble hal. Het tracé sluit hier aan op de bestaande damwandconstructie langs de waterlijn van de Schippershaven. De dijkverbetering vindt plaats tussen de weg Maashaven en het terrein van Besix (dijkvak 1). Vervolgens loopt de kering vanaf de kruising van de Maashaven en de Schipperswal in oostelijke richting en volgt de kering de perceelsgrens van Besix en de weg Schipperswal (dijkvak 2 en 3).
Ter hoogte van Schipperswal 25 buigt de kering af van de weg (Schipperswal) en loopt hier tussen de bedrijven Besix en Koopmans door (dijkvak 4 en 5). De huidige kering langs Besix wordt vervangen door een nieuwe verticale constructie. In dijkvak 1, 2 en 3 is gekozen voor vervanging op de positie van de huidige kering vanwege de beperkte ruimte en het benodigde wegprofiel. De nieuwe damwand krijgt in dijkvak 1 en 3 een hoogte van NAP + 22,3 meter en in dijkvak 2 een hoogte van NAP + 22,5 meter. Tevens wordt in dijkvak 2 een hoogwaterveilige kruising voor het overstort riool gerealiseerd. Hierbij wordt een deel van de leidingen en een schuifafsluiter vervangen, wordt de put binnendijks aangepast en wordt er een nieuwe put (met terugslagklep) buitendijks gerealiseerd. In dijkvak 4 en 5 wordt de huidige kering ook vervangen voor een nieuwe verticale constructie met een hoogte van NAP + 22,4 meter. In dijkvak 3 liggen in de huidige situatie twee coupures, dit zijn twee op- en afritten naar het bedrijventerrein van Besix en tevens naar de bedrijfswoning op het terrein van Besix. De coupures worden vervangen bij de versterking van de kering. De opbouwhoogte van de coupure wordt gelijk aan de hoogte van de kering (van NAP + 22,3 meter). De coupures krijgen een drempelhoogte van circa NAP + 20,7 meter. Bij een van de inritten van Besix is tevens een weegbrug aanwezig.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is het van belang dat de weegbrug toegankelijk blijft voor vrachtwagens. Hiervoor is een tijdelijke toegangsweg voor de weegbrug opgenomen in het ontwerp. Op de kade van de Lisbonnehaven gaat dijkvak 5 over in dijkvak 6. De kering gaat over in de kade, achter het bedrijf Koopmans, parallel aan het water van de Lisbonnehaven verder in zuidoostelijke richting. Ter hoogte van de perceelgrens van het bedrijf VARO gaat dijkvak 6 over in dijkvak 7. In dijkvak 6 mist in de huidige situatie een genormeerde waterkering. Langs de kade wordt een nieuwe kering gerealiseerd, bestaande uit een verankerde damwand (met een hoogte van NAP + 22,30 meter). De aanwezige damwand in dijkvak 7 is geschikt gebleken voor hergebruik voor een restlevensduur van 50 8
HWBP Noordelijke Maasvallei jaar. Hierbij wordt de huidige damwandconstructie opgehoogd, door een ophoging van de damwand op de huidige damwand te lassen (naar een hoogte van NAP + 22,0 meter in plaats van in de huidige situatie NAP + 20,80 meter). Dijkvak 7 sluit ter hoogte van de perceelovergang tussen VARO en Menten aan op een kadeconstructie die recent is gerealiseerd, deze kadeconstructie voldoet aan de huidige normen. Dit deel maakt wel onderdeel uit van het normtraject en de leggerwijziging, maar er geldt geen versterkingsopgave en er worden hier dus geen werkzaamheden uitgevoerd. Dijkvak 8 start aan de overkant van het water Lisbonnehaven, tegenover het einde van dijkvak 7. Hier loopt de nieuwe kering van het water af in noordoostelijke richting tussen de percelen van de bedrijven Menten en Kalle&Bakker. In dijkvak 9 blijft de kering de perceelsgrens van Menten en de zijweg van de Mijnheerkensweg volgen tot de Mijnheerkensweg (hoofdweg). Vlak voordat de kering de Mijnheerkensweg (hoofdweg) kruist loopt het over in dijkvak 10. In dijkvak 10 sluit de kering aan de oostzijde aan op de hoge grond (talud N280), achter de kruising met de Mijnheerkensweg. In dijkvak 8 en 9 wordt op de locatie van de huidige blokkenmuur de nieuwe kering geplaatst. De nieuwe damwand krijgt in dijkvak 9 een hoogte van NAP + 22,3 meter en in dijkvak 8 een hoogte van NAP + 22,4 meter.
Bij de realisatie van de nieuwe kering worden de huidige blokkenmuren in dijkvak 8 en 9 tijdelijk richting de terreinen van Menten en Kalle&Bakker opgeschoven. Na realisatie wordt de blokkenmuur teruggeschoven richting de kering. In dijkvak 9 bevindt zich in de huidige situatie een opening in de blokkenwand (hoogte NAP + 20,47 meter) naar het terrein van Menten. In de toekomstige situatie wordt uitgegaan van een standaard geopende coupure (van 9 meter breed) met schuifdeur constructie. De hoogte van de coupure wordt gelijk aan de hoogte van de kering (van NAP + 22,3 meter). De drempel van de coupure zal worden opgehoogd naar NAP + 20,7 meter. In dijkvak 10 wordt net voorbij de kruising met de Mijnheerkensweg (aan de kant van Menten) een damwand geplaatst als kering en wordt de weg opgehoogd (naar NAP + 22,3 meter), door een grondlichaam aan te brengen. Voor de realisatie van de dijkverbetering en ophoging in de Mijnheerkensweg zal er een tijdelijk ruimtebeslag plaatsvinden tijdens de aanleg van de kering op het terrein van Smurfit Kappa en SIF. Doordat de Mijnheerkensweg tijdelijk niet toegankelijk zal zijn, wordt er een tijdelijke weg (een bypass) aangelegd over deze terreinen. Aanleghoogte is ontwerphoogte Bij de aansluiting op de hoge grond bij de Mijnheerkensweg wordt grond aangebracht als onderdeel van de kering.
De damwand wordt hier doorgetrokken tot in het talud van N280, waarbij de Mijnheerkensweg wordt opgehoogd en waarbij nazakking door zorgvuldige uitvoering voorkomen dient te worden. Hierdoor is geen sprake van een verschil tussen aanleg en ontwerphoogte. Ook voor de damwanden in de overige dijkvakken geldt dat deze conform ontwerphoogte aangelegd worden.
9
HWBP Noordelijke Maasvallei onderbouwing voor het afwijken van het bestemmingsplan is in dit rapport verwoord. Activiteiten die niet afwijken van het bestemmingsplan Passende activiteiten Een deel van de voorgenomen activiteiten voor dijktraject Roermond WillemAlexanderhaven is niet strijdig met de vigerende bestemmingsplannen. Het gaat dan om maatregelen die passen binnen algemene regels van het bestemmingsplan of die passen binnen de bestemmingsomschrijvingen, bouwregels en specifieke gebruiksregels van bestemmingen en gebiedsaanduidingen. Een deel van het dijktraject is al gelegen binnen de dubbelbestemming Waterstaat waarvoor geen afwijking nodig is (zie Figuur 5 en Bijlage II). De dijkversterking bij dijkvakken 1 t/m 5 ligt binnen de dubbelbestemming Waterstaatswerk wat inrichting of onderhoud aan de waterkering toestaat. Ook de nieuwe damwanden in deze dijkvakken passen binnen de dubbelbestemming Waterstaat uit het vigerende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan staat het bouwen van bouwwerken (zoals een verticale constructie als een damwand) toe tot een hoogte van maximaal 3,5 meter boven maaiveld. De verticale constructies worden minder hoog. Daarnaast wijzigt het gebruik van de Mijnheerkensweg niet door de ophoging.
Alleen de damwand ten behoeve van de aansluiting van de waterkering op de hoge grond vormt hier een afwijking van het bestemmingsplan waarvoor een vergunning wordt aangevraagd. De ophoging van de Mijnheerkensweg buiten de waterkering is een passende activiteit waarvoor geen afwijking van het bestemmingsplan nodig is.
Figuur 5 Dubbelbestemming Waterstaat (gele arcering) in bestemmingsplan Bedrijventerrein Willem Alexander ter plekke van dijkvak 1 t/m 6 en deels ter plekke van dijkvak 7 en 8.
Vergunningvrije activiteiten Bor Verschillende activiteiten zijn vrijgesteld van de vergunningplicht voor het afwijken van het bestemmingsplan volgens de voorwaarde uit het Besluit 11
HWBP Noordelijke Maasvallei vergunningplicht uit artikel 4:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Roermond. Voor de kap van de bomen wordt daarom een omgevingsvergunning kappen aangevraagd. Conclusie Met de dijkverbetering Roermond Willem-Alexanderhaven wordt rekening gehouden met de Wet natuurbescherming en wordt de natuur minimaal aangetast en maximaal beschermd. Indien nodig worden mitigerende of compenserende maatregelen toegepast. Voor de dijkversterking Roermond Willem-Alexanderhaven is in het kader van de Wnb geen vergunning voor gebiedsbescherming of ontheffing voor soortbescherming noodzakelijk en is geen melding voor het kappen van houtopstanden nodig. 2.1.2 Waterwet De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. De wet is gericht op het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Hoofdstuk 5 Waterwet geeft de waterbeheerder verschillende bevoegdheden voor het verrichten van actieve beheerhandelingen. Het betreft de uitvoering van werken en activiteiten aan waterstaatswerken die bij het Rijk of bij de waterschappen in beheer zijn.
Artikel 5.4 Waterwet bepaalt dat de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen Projectplan. Ten behoeve van de dijkversterking Roermond Willem-Alexanderhaven wordt een Ontwerp Projectplan Waterwet opgesteld dat gecoördineerd met deze ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan ter inzage ligt. Conclusie De voorgenomen activiteiten voor het dijktraject bij Roermond WillemAlexanderhaven worden opgenomen in een vast te stellen Projectplan. Hiermee worden de regels uit de Waterwet gevolgd. De voorgenomen ontwikkelingen zijn daarom in lijn met de Waterwet. 2.1.3 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken we aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
In de NOVI is het waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid en realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit als nationale belangen benoemd. Bij het realiseren van waterveiligheid staat preventie voorop, door primaire keringen te onderhouden en te versterken.
16
HWBP Noordelijke Maasvallei Conclusie De dijkverbetering bij Roermond Willem-Alexanderhaven draagt bij aan het vergroten van de waterveiligheid. De versterking is daarom in lijn met de Nationale omgevingsvisie. 2.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De nationale belangen uit de structuurvisie (voorloper van de NOVI) die om juridische borging vragen, zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden, op 1 december 2020 is deze voor het laatst gewijzigd. Het Barro is het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen van gemeenten moeten voldoen. Daarnaast kan in het Barro provincies opgedragen worden bepaalde thema’s verder uit te werken of te borgen in een provinciale verordening, waar de gemeente zich wederom aan dient te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen. In het Barro zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot onderwerpen van nationaal belang, die onder andere samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies zoals de grote rivieren, Natuurnetwerk Nederland (NNN, ofwel goudgroene natuurzones) en primaire waterkeringen buiten het kustfundament.
Wat betreft grote rivieren geldt dat in het bestemmingsplan regels worden opgenomen om de afvoercapaciteit van het rivierbed te beschermen. Bij Roermond Willem-Alexanderhaven is geen sprake van verlies aan afvoercapaciteit omdat de Willem-Alexanderhaven buiten het stroomvoerend rivierbed ligt en er geen sprake is van een afname van bergend volume. De bestaande damwand van VARO ligt, door een aanpassing van de kade voor 1998, in bergend winterbed maar zal voor de ombouw naar primaire kering alleen worden verhoogd, het ruimtebeslag in het bergend rivierbed wijzigt niet. In overleg met Rijkswaterstaat is geconcludeerd dat het op basis van het huidige tracé niet noodzakelijk is om bergend volume te compenseren. Voor de bescherming van primaire waterkeringen krijgen keringen volgens het Barro de bestemming ‘waterkering’ waardoor de uitvoer van (bouw)activiteiten wordt beperkt. De inrichting of onderhoud van de waterkering is toegestaan. Conclusie De voorgenomen activiteiten zijn niet in strijd met de regels uit het Barro over grote rivieren en primaire keringen. De voorgenomen activiteiten voor dijktraject bij Roermond Willem-Alexanderhaven zijn daarom in lijn met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
2.1.5 Deltaprogramma Het doel van het Deltaprogramma is dat de waterveiligheid, de zoetwatervoorziening en de ruimtelijke inrichting in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn, zodat ons land de grotere extremen van het klimaat veerkrachtig kan blijven opvangen. Een goede afstemming tussen ruimte en water is hierbij van belang, waarbij oog wordt gehouden voor ruimtelijke gevolgen van ingrepen om de waterveiligheid te verbeteren. In de deltabeslissing Waterveiligheid staan nieuwe normen voor de waterveiligheid centraal. Een van de manieren om het beschermingsniveau voor waterveiligheid te laten voldoen aan de norm is door versterkingsactiviteiten te nemen om overstromingen te voorkomen, zoals het versterken van dijken. 17
HWBP Noordelijke Maasvallei
Conclusie De voorgenomen activiteiten hebben tot doel de keringen te versterken en zijn daarmee in lijn met het Deltaprogramma. Vanwege de ruimtelijk kenmerken van de Willem-Alexanderhaven heeft de dijkversterking geen gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. 2.1.6 Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal Waterplan wordt het landelijke (strategische) waterbeleid weergegeven. Op 14 december 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het plan is voor de ruimtelijke aspecten ook een structuurvisie, als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid voor de periode 2016-2021, en een vooruitblik naar 2050. Het Nationaal Waterplan speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Hiermee sluit het aan bij het Deltaprogramma. Het doel van het Nationaal Waterplan is het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Daarnaast is het van belang water en ruimte beter te verbinden.
Het Nationaal Waterplan streeft naar integrale combinaties waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt. Conclusie De voorgenomen versterking Roermond Willem-Alexanderhaven heeft tot doel overstromingen te voorkomen en is daarmee in lijn met het Nationaal Waterplan. 2.1.7 Ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022 - 2027 Het ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022 - 2027 (NWP) beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de nieuwe Nationale Omgevingsvisie. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn onder andere de stroomgebiedbeheerplannen en het overstromingsrisicobeheerplan. Nederland is de best beschermde delta ter wereld en wil dat zo houden. Hiervoor bouwt het rijk voort op bestaande strategieën, zoals de overstromingsrisicobenadering en meerlaagsveiligheid. Uiterlijk in 2050 moeten de primaire waterkeringen aan de aangescherpte wettelijke normen voldoen. In de planperiode van het NWP worden maatregelen genomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma en voor het veilig houden van het rivierengebied en de kust. Conclusie De voorgenomen versterking Roermond Willem-Alexanderhaven heeft tot doel overstromingen te voorkomen en is daarmee in lijn met het ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022 - 2027.
18
HWBP Noordelijke Maasvallei
Conclusie De doelstelling van het dijkversterkingsprogramma is primair: het verbeteren van de waterveiligheid in de Maasvallei (versterkingsopgave). De dijkversterking heeft geen invloed op de hydraulische taakstelling omdat de WillemAlexanderhaven buiten het stroomvoerend rivierbed ligt en geen sprake is van een afname van bergend volume. Vanwege de ruimtelijke kenmerken van de Willem-Alexanderhaven heeft de dijkversterking geen gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. De dijkversterking Roermond WillemAlexanderhaven voldoet aan de IG-SV.
22
HWBP Noordelijke Maasvallei vermoedelijk te relateren aan ophooglagen die in het verleden in de Alexanderhaven zijn opgebracht. Op basis van de huidige gegevens is het aannemelijk dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Daarbij zijn diverse zware metalen, PAK en minerale olie licht verhoogd gemeten; • ter plaatse van deellocatie RA-02 (Asfaltcentrale - STRABAG/BESIX) is langs de keermuur ter hoogte van één boorpunt een sterk verhoogd gehalte aan zink gemeten. De verontreiniging is vermoedelijk net als de verontreiniging ter hoogte van RA-01 te relateren aan ophooglagen die in het verleden in de Alexanderhaven zijn opgebracht. Deze waterbodem is ‘niet toepasbaar’ op landbodem en ‘niet verspreidbaar’ in de waterbodem; • ter plaatste van RA-12 (Grondwal Alexanderhaven) zijn in de waterbodem van de grondwal ter hoogte van twee boorpunten (01 en 03) aan de noordzijde eveneens gehalten zink gemeten die de interventiewaarde overschrijden. Deze waterbodem is ‘niet toepasbaar’ op landbodem en ‘niet verspreidbaar’ in de waterbodem; • ter plaatse van deellocatie RA-05 (NSG Terminal Roermond) is ter hoogte van twee boorpunten in de ondergrond een gehalte aan minerale olie gemeten dat de 0,5 index (> 0,5*(achtergrondwaarde + interventiewaarde)) overschrijdt.
Ter hoogte van boorpunt 05 is een gehalte aan minerale oliegemeten dat de interventiewaarde overschrijdt. De verontreiniging is goed afgeperkt in verticale richting, maar onvoldoende in horizontale richting. Circa 80 meter vanaf de kade (buiten de deellocatie) (Schipperswal 31) zijn verontreinigingen bekend, die deels gesaneerd zijn. Of deze verontreiniging zich heeft verspreid naar de kademuur (deellocatie RA-05) en daarmee dus onderdeel uitmaakt van deellocatie RA-05 is niet bekend. Op basis van de huidige inzichten kan niet worden bepaald of er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Wel kan worden gesteld dat de verontreiniging ter hoogte van de onderzoekslocatie een beperkte verticale omvang heeft. • De bovengrond ter plaatse van RA-11 is schoon tot plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, zink en minerale olie. De ondergrond is licht verontreinigd met kobalt. De kwaliteit varieert daarom van ‘achtergrondwaarde’ ‘tot índustrie’. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken worden binnen het onderzochte ruimtebeslag van het referentieontwerp, met uitzondering van de hiervoor genoemde deellocaties, geen belemmeringen verwacht voor de voorgenomen werkzaamheden en/of hergebruik van grond. Wel dient erop basis van het vooronderzoek en eerder uitgevoerde onderzoeken rekening worden gehouden met: •
•
een ernstige verontreiniging met minerale olie in de ondergrond ter plaatse van de noordwestzijde van de keermuur bij deellocatie RA-01 (in de richting van de Schippershaven). Dit onderzoek bevestigt enkel dat deze verontreiniging met minerale olie niet aanwezig is aan de zuidzijde van de keermuur; een sterke verontreiniging met zink ter plaatse van deellocatie RA-03 is niet aangetroffen, terwijl deze door de provincie Limburg wel werd verwacht. Mogelijk is deze wel aanwezig buiten de onderzoekscontouren. Mochten graafwerkzaamheden zijn voorzien buiten de onderzoekscontour wordt aanbevolen aanvullend onderzoek te doen; 26
HWBP Noordelijke Maasvallei •
er kan een sterke grondwaterverontreiniging met arseen tussen de Lisbonnehaven en de Mijnheerkensweg aanwezig zijn. Indien bemaling is voorzien wordt aanbevolen aanvullend onderzoek te doen naar het grondwater waar dat nog niet is onderzocht.
Binnen de onderzochte deellocaties (landbodem) komt de bodemkwaliteit ter plaatse van deellocatie RA-01 en RA-05 niet overeen met de bodemkwaliteit zoals verwacht op basis van de bodemkwaliteitskaart. Op locaties waar de bodemkwaliteit niet overeenkomt met de bodemkwaliteit zoals aangegeven op de bodemkwaliteitskaart dient een geldig bewijsmiddel te worden verkregen voor hergebruik elders (dit kan door middel van partijkeuringen). Grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart is op deze locaties niet mogelijk, de bodemkwaliteitskaart kan niet als geldig bewijsmiddel dienen. Grondverzet op basis van tijdelijke uit name onder het Besluit bodemkwaliteit is wel mogelijk. Grondverzet binnen het ruimtebeslag van het dijktraject te Roermond Alexanderhaven ter plaatse van de niet onderzochte gebieden is eveneens mogelijk op basis van tijdelijke uitname (conform de bodemkwaliteitskaart, verdachte en uitgezonderde locaties uitgesloten). Voor waterbodem betreft het uitgevoerde onderzoek een geldig bewijsmiddel onder het Besluit bodemkwaliteit. Asbest Er zijn 117 proefgaten gemaakt tot in de ongeroerde grond (maximaal tot 2,0 m-maaiveld). Bij geen van het materiaal uit de proefgaten is asbest gevonden. PFAS Het stroomgebied van de Maas wordt als verdacht beschouwd op het voorkomen van Poly-en perFluor Alkyl Stoffen (PFAS).
Sinds 1 december 2019 is er een Tijdelijk Handelingskader voor PFAS van kracht. Het handelingskader heeft betrekking op het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie (waterbodem)en stelt dat grond die vrijkomt of wordt toegepast onderzocht moet zijn op PFAS. Voor het toepassen van grond/baggerspecie betekent dit dat van de ontvangende bodem ook de bodemkwaliteit inzake PFAS bekend moet zijn. Op basis van dit Tijdelijke Handelingskader zijn maximale toepassingsnormen vastgesteld. Indien gehalten aan PFAS worden gemeten die deze maximale toepassingsnormen overschrijden, dan is deze grond of baggerspecie niet toepasbaar en zijn er (op dit moment) geen afzetmogelijkheden elders. Uit het PFAS-onderzoek blijkt dat de bovengrond van deellocatie RA-10 (ter plaatse van vier verschillende boringen) wat PFAS betreft niet toepasbaar is. Voor de overige deellocaties, inclusief waterbodem, is geen PFAS aangetoond. Deze grond is dus wel toepasbaar. Asfalt Indien het asfalt een PAK-10 gehalte bevat van minder dan 75 mg/kg wordt dit geclassificeerd als niet teerhouden en dan kan dit in asfaltmengsels worden verwerkt. Boven de 75 mg/kg kan het asfalt niet hergebruikt worden. De onderzochte asfaltlagen zijn niet teerhoudend gebleken en kunnen daarmee hergebruikt worden. Indien deze lagen als niet-vormgegeven bouwstof
27
HWBP Noordelijke Maasvallei R7: een langzaamstromende rivier/nevengeul op zand/klei. Op basis van bureaustudie en expert judgement zijn effecten inzichtelijk gemaakt (zie Bijlage VI). Effecten kwaliteit De ingreep heeft netto geen significant effect op biologische kwaliteitselementen. De maatregelen in het kader van de dijkversterking Roermond Willem-Alexanderhaven kunnen uitgevoerd worden zonder het nemen van mitigerende of compenserende maatregelen in relatie tot de Kaderrichtlijn Water. In de aanlegfase vinden grondroerende activiteiten plaats in de waterbodem. Grondroerende activiteiten in de waterbodem kunnen ervoor zorgen dat verontreinigingen in het oppervlaktewater terecht komen. Hiervoor wordt een melding Blbi gedaan en wordt een werkplan opgesteld, waarin (indien nodig) maatregelen opgenomen worden om vertroebelingen te voorkomen of te beperken. Effecten kwantiteit Het plaatsen van nieuwe damwanden of het vervangen van bestaande damwanden heeft geen gevolgen voor oppervlaktewater. Er zijn geen nieuwe doorsnijdingen van oppervlaktewater. Er zijn geen mitigerende maatregelen noodzakelijk. Grondwater De grondwaterstand van het freatisch grondwater wordt sterk beïnvloed door de waterstand van de Maas. Het grondwater stroomt in noordwestelijke tot westelijke richting. De Maas werkt drainerend.
Het watervoerend pakket ligt tussen het maaiveld (NAP + 15 meter) en NAP – 20 meter (slecht doorlatende laag). In de huidige situatie zijn in de haven constructies aanwezig, waar de regionale grondwaterstroming onderlangs stroomt.6 Op basis van expert judgement zijn effecten inzichtelijk gemaakt. Er zijn geen gevolgen voor het grondwater. De onderzijde van het watervoerende pakket ligt op NAP – 20 m. Het ontwerp van de damwanden is tot maximaal NAP + 5 m (Dwarsprofiel DP-06). De huidige damwand zal orde grootte eenzelfde niveau hebben. Er blijft daarom -in vergelijking met de huidige situatie- voldoende dikte van het watervoerende pakket over om de regionale grondwaterstroming te accommoderen. Er zijn geen mitigerende maatregelen noodzakelijk. Kwelbezwaar bij hoogwater De potentieel te verwachten binnendijkse kwel tijdens een hoogwatersituatie is voor het dijktraject Willem-Alexanderhaven Roermond indicatief berekend. Deze berekening is voor twee situaties berekend: de huidige situatie en de situatie na versterking. Deze twee situaties zijn opgesteld om een inzicht te krijgen in mogelijke verandering van het waterbezwaar en indicatieve wateropzet na uitvoeren van de dijkversterking. Op basis van de uitgevoerde geohydrologische analyse is aangetoond dat er potentieel sprake is van een toename van kwelwater.
Het te verwachten waterbezwaar na de dijkversterkingsmaatregel, 6 Pd.PP.58.001-0.9-1-Rp Effectnota DT76 Willem Alexanderhaven Roermond
30
HWBP Noordelijke Maasvallei
In het Natura 2000-gebied Roerdal zijn verschillende habitattypen en soorten aanwezig, waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden. Wat betreft habitattypen zijn dat: • • • • • •
Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels) (H3260A); Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) (H6510A); Beuken-eikenbossen met hulst (H9120)7; Hoogveenbossen (H91D0); Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)8; Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) (H91E0C).
Wat betreft Habitatsoorten gaan het om: • • • • • • • • • • •
Zeggekorfslak (H1016); Gaffellibel (H1037); Donker pimpernelblauwtje (H1061); Zeeprik (H1095); Beekprik (H1096); Rivierprik (H1099); Bittervoorn (H1134); Grote modderkruiper (H1145)9; Rivierdonderpad (H1163); Kamsalamander (H1166); Bever (H1337).
Conclusie Significante gevolgen van stikstofdepositie voor Natura 2000-gebieden Swalmdal, Meinweg, Roerdal en Leudal wordt op voorhand uitgesloten en hoeft niet passend beoordeeld te worden. De habitattypen zijn niet gevoelig voor verstoring van licht, geluid, trilling of optische verstoring. Voor alle habitatsoorten kunnen effecten op voorhand worden uitgesloten, met uitzondering van de effecten door geluid, licht, trilling en optische verstoring op bever. Voor bever heeft daarom een nadere beoordeling plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de geplande werkzaamheden geen (significante) effecten hebben op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Roerdal. Een vergunning Wnb is niet aan de orde. Provinciale beschermingszones natuur en landschap Het projectgebied ligt volledig buiten de begrenzing van zowel de Goudals de Zilvergroene natuurzone en de bronsgroene landschapszone, zoals beschreven in paragraaf 3.5. Het projectgebied ligt daarmee ook buiten het NNN (= Goudgroene natuurzone) en de provincie Limburg hanteert geen externe werking. Dit onderdeel is daarom niet verder getoetst.
7 Nog niet definitief opgenomen als type waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden, hier moet nog een besluit over genomen worden. Wel meegenomen in de beoordeling voor de volledigheid. 8 Nog niet definitief opgenomen als type waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden, hier moet nog een besluit over genomen worden. Wel meegenomen in de beoordeling voor de volledigheid. 9 Nog niet definitief opgenomen als soort waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden, hier moet nog een besluit over genomen worden. Wel meegenomen in de beoordeling voor de volledigheid.