Bijlage 3 - (bijlage A) Woonzorganalyse Midden Limburg
Tekst van het document
1
Toelichting verblijf in een instelling en pleegzorg: https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/uit-huis/verblijf-in-een-jeugdinstelling en https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/uit-huis/uithuisplaatsing JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 24
tussenstap. Naast de groep die uitstroomt uit een instelling, is er een andere
In tabel 7 hebben we over de afgelopen twee jaar weergegeven hoeveel
groep kwetsbare jongeren met urgente woningvraag. Jongeren met zware
cliënten in 2022 of 2023 verbleven in een voorziening voor Maatschappelijke
ambulante zorg krijgen volgens het concept wetvoorstel Versterking regie op
Opvang Wonen in desbetreffende gemeente. Dit betekent niet per se dat
de volkshuisvesting dan wel geen verplichte urgentie, ook zij kunnen vaak niet
desbetreffende cliënten ook oorspronkelijk uit deze gemeente komen.
bij hun ouders blijven wonen en hebben derhalve een andere woonplek nodig.
Gemeente
100% 80%
37%
40% Pleegzorg
60%
3% 14%
5% 4%
20%
52%
46%
Ander verblijf bij JH -aanbieder
0% Nederland
2023
Echt-Susteren
9
5
Leudal
16
5
Maasgouw
7
5
Nederweert
4
4
Roerdalen
13
7
Roermond
52
46
Weert
33
17
Totaal
134
89
Gezinsgericht Gesloten plaatsing
40%
2022
Midden-Limburg
Figuur 9. De samenstelling van de jeugdzorg naar verblijf in Midden-Limburg en Nederland, eerste kwartaal 2023. * Bij ‘ander verblijf’ gaat het bijv. om vormen van begeleid wonen en kamertraining. (Bron: CBS)
Tabel 7. Aantal cliënten in de Maatschappelijke Opvang in 2022 en 2023 (bron: Data Sociaal Domein Limburg, bewerkt door bureau HHM)
2.4.2 Cliënten maatschappelijk opvang en beschermd wonen Maatschappelijke Opvang
Circa 28% van de cliënten in de Maatschappelijke Opvang is jonger dan 27
Een deel van de inwoners die te maken hebben met (ernstige) psychiatrische
jaar. Circa 11% is ouder dan 57 jaar. In 2022 zijn er 115 nieuwe cliënten
problematiek belanden in de Maatschappelijke Opvang. In bredere zin is de
ingestroomd in een Maatschappelijke Opvang voorziening in de regio. In 2023
Maatschappelijke Opvang bedoeld voor mensen die, door een of meer
waren dat er 51. De uitstroom1 in 2022 betrof 97 cliënten en in 2023 ging het
problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in
om 61 cliënten.
staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 1
Er wordt gesproken over uitstroom als de persoon meer dan 2 maanden uit MO is geweest als uitstromer. Op basis van de data van SDLM is niet bekend waar uitstroom naartoe plaats vond. JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 25
Beschermd Wonen
een Beschermd Wonen voorziening in de regio. In 2023 waren dat er 35. De
Een deel van de inwoners die te maken heeft met (ernstige) psychiatrische
uitstroom2 in 2022 betrof 46 cliënten en in 2023 ging het om 60 cliënten.
problematiek maakt gebruik van Beschermd Wonen (Wmo gefinancierd). In tabel 8 hebben we over de afgelopen twee jaar weergegeven hoeveel cliënten in 2022 of 2023 verbleven in een voorziening voor Beschermd Wonen in
2.4.3 Cliënten met Wlz-indicatie Voor de zorggroepen met zwaardere aandoeningen geldt dat de zorg (en
desbetreffende gemeenten. Dit betekent niet per se dat desbetreffende
momenteel vaak ook het verblijf) gefinancierd wordt via de Wet langdurige
cliënten ook oorspronkelijk uit deze gemeente komen 1.
zorg (Wlz). Deze groepen wonen relatief vaak intramuraal. Een indicatie van de omvang van deze groepen kan worden herleid uit de afgegeven Wlz-
Gemeente
indicaties, zoals geregistreerd door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
2022
2023
Echt-Susteren
1
0
Leudal
20
11
afgegeven voor verpleging en verzorging. Als aandeel van de totale bevolking
Maasgouw
3
1
Maasgouw (1,63%) zijn er relatief veel inwoners met een indicatie verpleging
Nederweert
0
0
Roerdalen
0
2
Roermond
49
51
Weert
65
67
gehandicapten (0,91%), wat hoger is dan het provinciaal (0,77%) en landelijk
Totaal
138
132
gemiddeld (2,80%). Hetzelfde geldt voor het aandeel inwoners met een
Uit tabel 9 blijkt dat er totaal in Midden-Limburg 3.395 indicaties zijn gaat het om 1,41%, wat relatief veel is (landelijk 1,05%). Met name in en verzorging. Daarnaast blijkt uit de tabel dat de instellingen voor verstandelijk gehandicapten in Maasgouw een bovengemeentelijke en – regionale opvangfunctie hebben. Er zijn in Midden-Limburg 2.205 indicaties afgegeven voor verstandelijk gemiddelde (0,67%). Vooral in Maasgouw ligt dit aandeel hoger dan
Tabel 8. Aantal cliënten dat verbleef in een voorziening voor Beschermd Wonen in 2022 en 2023
indicatie GGZ-wonen in Maasgouw (0,19%, ten opzichte van 0,16% in Midden-
(bron: Data Sociaal Domein Limburg, bewerkt door bureau HHM)
Limburg en 0,15% in Nederland). Binnen de regio geldt dat er in Maasgouw relatief veel voorzieningen zijn voor deze groepen.
Circa 51% van de cliënten in Beschermd Wonen is jonger dan 27 jaar. Circa 5% is ouder dan 57 jaar. In 2022 zijn er 66 nieuwe cliënten ingestroomd in
1 2
Op basis van de data van SDLM is het niet mogelijk om meer informatie te geven over de herkomstgemeente van cliënten. Er wordt gesproken over uitstroom als de persoon meer dan 2 maanden uit BW is geweest als uitstromer. Op basis van de data van SDLM is niet bekend waar uitstroom naartoe plaats vond. JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 26
De cliënten met een indicatie GGZ-wonen wonen veelal in een beschermde
hand van een uitvraag onder gemeenten en stakeholders in beeld gebracht
woonvorm, maar sinds vorig jaar wordt de zorg voor deze groep niet langer
(meer hierover in hoofdstuk 4). Ook uit de spreiding van de indicaties is op dit
gefinancierd vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) maar
vlak al veel af te leiden. In figuur 10 staan locaties weergegeven waar meer
vanuit de Wlz. De instroom in de Wlz bleek groter dan aanvankelijk verwacht,
dan 10 indicaties van een bepaalde soort zijn afgegeven. Op deze locaties is
waardoor de criteria voor een Wlz-indicatie zijn aangescherpt. Gevolg daarvan
vermoedelijk een instelling aanwezig. De kaart maakt direct duidelijk hoe
is dat het voor cliënten moeilijker is hierop aanspraak te maken, waardoor het
breed, omvangrijk en wijd verspreid het regionale netwerk is.
aantal indicaties
Echt-Susteren
Leudal
Maasgouw
Nederweert
Roerdalen
Roermond
Weert
totaal regio Midden-Limburg
Limburg
Nederland
aandeel van de totale bevolking
beroep op de beschermd wonen uit de Wmo weer toe kan gaan nemen.
Verpleging en verzorging (VV)
1,49%
1,54%
1,63%
0,91%
1,50%
1,25%
1,47%
1,41%
1,39%
1,05%
Verstandelijk gehandicapt (VG)
1,30%
0,65%
2,80%
0,83%
0,58%
0,55%
0,55%
0,91%
0,77%
0,67%
Licht verstandelijk gehandicapt (LVG)
0,00%
0,00%
0,02%
0,00%
0,00%
0,02%
0,00%
0,01%
0,00%
0,01%
Zintuiglijk auditief (ZGAUD)
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,01%
Zintuiglijk visueel (ZGVIS)
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,04%
0,01%
0,01%
0,01%
Lichamelijk gehandicapt (LG)
0,11%
0,07%
0,14%
0,06%
0,07%
0,08%
0,15%
0,10%
0,11%
0,09%
Geestelijke gezondheidszorg (GGZ-B)
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,03%
0,02%
GGZ-Wonen
0,09%
0,15%
0,19%
0,09%
0,05%
0,20%
0,20%
0,16%
0,20%
0,15%
Verpleging en verzorging (VV)
475
555
395
160
310
750
750
3.395
15.675 187.415
Verstandelijk gehandicapt (VG)
8.685 119.422
415
235
680
145
120
330
280
2.205
Licht verstandelijk gehandicapt (LVG)
0
0
5
0
0
10
0
15
55
1.603
Zintuiglijk auditief (ZGAUD)
0
0
0
0
0
0
0
0
40
1.467
Zintuiglijk visueel (ZGVIS)
0
0
0
0
0
0
20
20
80
1.808
Lichamelijk gehandicapt (LG) Geestelijke gezondheidszorg (GGZ-B) GGZ-Wonen
35 0 30
25 0 55
35 0 45
10 0 15
15 0 10
45 0 120
75 0 100
240 0 375
1.245 310 2.215
16.461 2.747 27.055
Tabel 9. Het aantal Wlz-indicaties per 1-1-2023 en als aandeel van het totaal aantal inwoners in Midden-Limburg, Limburg en Nederland (Bron: CIZ)
Net als de groep cliënten die nog in Beschermd Wonen verblijft, komt ook deze groep na vaststelling van de Wet versterking regie volkshuisvesting in aanmerking voor urgentie op het moment dat men zelfstandig kan gaan wonen. Het aantal inwoners met een Wlz-indicatie wordt deels bepaald door de kenmerken van de inwoners (de vraag), maar deels ook door de aanwezigheid van instellingen. In dit onderzoek is het aanbod van de instellingen aan de JB/24/1490/wzaml
Figuur 10. Clusters van Wlz-indicaties van zorggroepen in Midden-Limburg
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 27
2.5
Overige groepen
Via de Wet versterking regie volkshuisvesting worden gemeenten verplicht
tussen de 18 en 25 jaar oud (bron: CBS, Jongeren per gemeente), de sociale gebiedstypering en de bereikbaarheid van universiteiten en hogescholen.
een urgentieregeling op te stellen. Voor enkele aandachtsgroepen geldt dat er een wettelijke verplichting komt om hen een urgentie te verlenen. Op
De markt voor studentenhuisvesting kan grotendeels los worden gezien van
regionaal niveau moeten afspraken gemaakt worden over de verdeling van
de reguliere woningmarkt, maar uiteraard zijn er wel verbanden. Na de studie
deze groepen/ verhuisstromen. Het gaat hier om groepen die niet zozeer een
is het lastig voor studenten om een reguliere woning te vinden, net als voor
zorgbehoefte hebben, maar wel een kwetsbare positie hebben op de
andere jongeren. De positie van studenten is op dat moment grotendeels
woningmarkt. Het gaat om: statushouders, arbeidsmigranten,
gelijk aan reguliere starters. Ook voor studenten die na hun studie (aan de
woonwagenbewoners en studenten.
universiteit) willen terugkeren naar Midden-Limburg kan het lastig zijn een woning te vinden. Voor de regio geldt dat het weliswaar lastiger is geworden
In veel regio’s is er voor de groepen al sectoraal beleid in ontwikkeling. Dat is
een woning te vinden, maar dat de kansen veelal groter zijn dan elders in het
vaak de te prefereren weg, omdat het niet alleen gaat om aandachtsgroepen
land. Mogelijk liggen er dan ook kansen om deze jongeren vaker aan de
met een specifieke problematiek, er zijn ook andere partners bij betrokken
regio’s te binden, hetgeen ook met oog op de vergrijzing en krappe
(zoals werkgevers en uitzendbureaus bij arbeidsmigranten en
arbeidsmarkt wenselijk is.
onderwijsinstellingen bij studenten). In deze paragraaf besteden we aandacht aan deze ‘nieuwe’ aandachtsgroepen.
2.5.1 Studenten Studenten zijn in het kader van ‘Een thuis voor iedereen’ ook als aandachtsgroep benoemd. Dit mede vanwege de grote tekorten aan studentenhuisvesting die zich vooral bij aanvang van elk studiejaar manifesteren. Er zijn in de regio geen universiteiten of hogescholen aanwezig. Mede hierdoor wonen er in Midden-Limburg met 2,9% (figuur 11) minder studenten dan gemiddeld in Nederland (4,7%). De studenten die in MiddenLimburg wonen, wonen vermoedelijk vaak bij hun ouders en studeren elders. Daarnaast valt op dat het aandeel inwoners dat studeert relatief laag is in de gemeente Roerdalen ten opzichte van de andere gemeenten in de regio.
Figuur 11. Het aandeel inwoners dat studeert aan een universiteit of hogeschool (Bron: CBS, bewerking In.Fact.Research
Mogelijke verklaringen hiervoor kunnen liggen in het kleine aandeel inwoners
JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 28
2.5.2 Arbeidsmigranten
als migratieachtergrond een land in Midden- en Oost-Europa. De grootste
In navolging van commissie Roemer wordt in het programma ‘Een thuis voor
meerderheid van de arbeidsmigranten komt uit deze landen. In figuur 12 is te
iedereen’ aandacht gevraagd voor de positie van arbeidsmigranten. In de hier
zien dat in de regio 2,6% van de inwoners uit deze landen komt. Landelijk ligt
gehanteerde definities gaat het om alle mensen die vanuit de EU naar
dit percentage op 2,3%. In Roermond en Weert ligt het aandeel boven zowel
Nederland komen om te werken. Er wordt onderscheid gemaakt in herkomst
het landelijk als regionaal gemiddelde. Dit is een indicatie dat
(de EU) maar niet in inkomen of verblijfsduur. Uiteraard moeten alle
arbeidsmigranten hier relatief vaak wonen.
arbeidsmigranten ergens wonen, maar de problemen in de huisvesting 3,5%
En het zijn ook pensions voor deze groepen die in bestaande woonwijken
3,0%
soms voor overlast zorgen.
2,5% 2,0%
In 2020 heeft de provincie een onderzoek laten uitvoeren dat meer inzicht
1,5%
biedt in de variatie binnen de groep arbeidsmigranten (‘Onderzoek
1,0%
internationale werknemers in Limburg’, Decisio en Companen, mei 2020). Uit
0,5%
deze aantallen. Momenteel wordt het onderzoek geactualiseerd.
aandeel MOElanders regio MiddenLimburg
Weert
Roermond
0,0%
Roerdalen
men (op basis van een enquête onder werkgevers) een verdubbeling van
2,3%
1,7%
Nederweert
arbeidsmigranten met lagere lonen. Voor de periode tot 2030 verwachtte
2,2% 1,8%
Maasgouw
internationale werknemers woonden, waarvan 950 kenniswerkers en 4.500
2,6%
Echt-Susteren
dat onderzoek komt naar voren dat er in Midden-Limburg in 2018 5.400
3,2% 2,9%
Leudal
manifesteren zich met name bij de lagere inkomens en de ‘short en mid stay’.
Figuur 12. Het aandeel inwoners met als migratieachtergrond een land in Midden- of OostEuropa (MOE-landers) in 2022 (Bron: CBS, bewerking In.Fact.Research)
Arbeidsmigratie en de huisvesting van arbeidsmigranten zijn complexe vraagstukken. Lastig bij het in beeld brengen van deze groep, is dat deze mensen zich niet altijd inschrijven in de basisregistratie personen (BRP) en daardoor in registraties niet altijd zichtbaar zijn. En de groep die zich wel inschrijft, schrijft zich niet altijd uit bij vertrek. In het provinciale onderzoek is hier zo goed mogelijk rekening mee gehouden, maar de cijfers blijven indicatief.
2.5.3 Woonwagenbewoners In 2018 is het Beleidskader gemeentelijk woonwagen-en standplaatsenbeleid door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld. In navolging van dit kader zijn veel gemeenten en regio’s aan de slag gegaan met specifiek beleid voor de groep woonwagenbewoners.
Het onderzoek uit 2020 biedt geen inzicht in de aantallen per gemeente. Een indicatie kan worden verkregen door te kijken naar het aandeel inwoners met JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 29
In tabel 10 staat het aantal standplaatsen in Midden-Limburg weergegeven in
2.5.4 Statushouders
2020, op basis van een inventarisatie van Provincie Limburg . In Midden-
Het huisvesten van statushouders is de afgelopen periode lastiger geworden.
Limburg zijn circa 280 standplaatsen, wat neerkomt op 11,17 standplaatsen
Het beschikbare aanbod aan sociale huurwoningen is beperkt, terwijl het
per 10.000 inwoners. In Weert wonen relatief veel woonwagenbewoners (18,9
aantal statushouders sterk toeneemt.
1
standplaatsen per 10.000). De aanvullende behoefte aan standplaatsen in Midden-Limburg werd voor de periode 2020 tot 2030 geraamd op 120
In tabel 11 is te zien hoe de regio’s er voorstonden in 2023 en begin 2024.
standplaatsen (tabel 10).
Voor de gemeenten Maasgouw en Roerdalen geldt dat de taakstelling in 2023 is gehaald, maar dat geldt niet voor de andere gemeenten in Midden-
Aantal standplaatsen in 2020
Aanvullende behoefte tot 2030
Limburg. Voor gemeenten die minder statushouders dan de taakstelling hebben gehuisvest, geldt dat dit tekort is opgeteld bij de taakstelling voor de
absoluut
per 10.000 inwoners
Echt-Susteren
45
14,2
8
Leudal
50
13,9
35
Maasgouw
35
14,6
19
eerste helft van 2024. Hierdoor zal de druk op met name de sociale huur-
Nederweert
17
9,8
5
Roerdalen
19
9,2
11
Roermond
19
3,2
7
Weert
95
18,9
35
Midden-Limburg
280
11,7
120
sector toenemen. 2023 1e helft 2024 taakstelling 2023 incl. realisatie realisatie 2023, voor-/achterstand taakstelling taakstelling 2024 incl. voor-/achterstand 2022 2023 % van taakstelling 31-12-2023 2024 voor-/achterstand 2023 Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert totaal regio
84 95 51 43 45 123 101 542
74 65 53 23 45 105 87 452
88% 68% 104% 53% 100% 85% 86% 83%
10 30 -2 20 0 18 14 90
34 38 26 19 22 63 54 256
Tabel 11. De taakstelling en realisatie in 2023 en de taakstelling voor de eerste helft van 2024 in Midden-Limburg (Bron: Ministerie van BZK, bewerking In.Fact.Research)
Tabel 10. Het aantal standplaatsen in Midden-Limburg in 2020 in Midden-Limburg en de aanvullende behoefte tot 2030 (Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg, Companen, 2020, bewerking In.Fact.Research)
1
Behoeftepeiling woonwagenstandplaatsen provincie Limburg, Companen, 2020. JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 30
44 68 24 39 22 81 68 346
3.
Woon- en
ondersteuningsbehoeften In dit hoofdstuk schetsen we de beperkingen, uitdagingen en aandoeningen van de doelgroepen en de behoeften die daaruit volgen op het gebied van wonen, en zorg en ondersteuning. Daarnaast hebben we aandacht voor preventie, het beperken van de behoefte aan (professionele) zorg- en ondersteuning.
In het beleid rondom de Wet versterking regie volkshuisvesting gaat veel aandacht naar de woonwensen/woningbehoefte van kwetsbare aandachtsgroepen. Het is belangrijk daar zicht op te krijgen, mede om hierop in te spelen als men specifiek voor deze groepen wil bouwen. Veel kwetsbare inwoners hebben echter al een woning en voor hen is vaak juist gewenst een (noodgedwongen) verhuizing te voorkomen. Zij moeten waar mogelijk in hun eigen woning en omgeving de juiste zorg en ondersteuning ontvangen. Vandaar dat we in dit hoofdstuk eerst in bredere zin ingaan op de beperkingen die de kwetsbare inwoners in de regio ervaren. Vervolgens gaan we in op de woningbehoefte van deze groepen.
In het hoofdstuk 4 beschrijven we het aanbod aan woonzorgvoorzieningen 3.1
in de regio.
Beperkingen en ondersteuningsbehoefte
De WoonZorgwijzer gaat uit van de gedachte dat verschillende aandoeningen (zoals omschreven in paragraaf 2.3) leiden tot beperkingen in het dagelijks leven. Deze beperkingen zijn uitgesplitst in een veertiental levensdomeinen. In figuur 13 staat aangegeven welk aandeel inwoners beperkt is op een bepaald levensdomein in Midden-Limburg, afgezet tegen het landelijk en provinciaal gemiddelde. Het aandeel inwoners met beperkingen ligt in Midden-Limburg vaak beneden het landelijk gemiddelde. Uitzondering is het aandeel inwoners dat beperkt is op het vlak van mobiliteit (zowel binnen- als buitenshuis). Deze figuur maakt vooral duidelijk dat in het beleid de focus niet alleen moet liggen op het realiseren van specifieke woonvormen. Er zijn bijvoorbeeld veel mensen die problemen hebben bij het vinden van een zinvolle invulling van de dag en het aangaan en onderhouden van sociale contacten. Dat maakt dat bijvoorbeeld ook het lokale verenigingsleven en ontmoetingsruimten van
JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 31
0%
2%
4%
6%
8%
10%
12%
14%
inwoners met mobiliteitsbeperkingen binnenshuis. Voor deze groep is een nul-tredenwoning van belang. Het aantal inwoners met mobiliteits-
alarmering (6580)
beperkingen buitenshuis is ruim twee keer zo groot. Voor deze groep is de
regie (15600)
inrichting van de openbare ruimte van belang evenals het openbaar vervoer.
cognitief functioneren (16290)
De eerder genoemde groep die problemen ervaart met cognitief functioneren
probleemgedrag/ verslaving (4450) stemmingen/angsten (23130)
is ruim drie keer zo groot. Hoewel de wooncomponent belangrijk is bij het
het huishouden doen (17960)
langer en vaker zelfstandig wonen, geldt dat andere componenten (in de sociale en fysieke woonomgeving) minimaal zo belangrijk zijn.
veiligheid in huis (8200) mobiliteit in huis (5270) algemene dagelijkse levensverrichtingen (12400)
In tabel 12 staat het aandeel inwoners dat beperkt is per gemeente weer-
mobiliteit buitenshuis (11240)
gegeven. Vooral in Roermond ligt het aandeel inwoners dat beperkt is op
medicijngebruik/medische verzorging (13600)
bepaalde levensdomeinen hoger dan het regionaal gemiddelde. De inwoners
contacten/sociaal netwerk (20230)
van Roermond hebben dus relatief vaak te maken met beperkingen.
administratie en financiën en het cognitief functioneren. Dat maakt dat bijvoorbeeld de communicatie richting de inwoners eenvoudig moet zijn en men moet beseffen dat niet iedereen zijn weg weet te vinden op internet. Ook betekent het dat thema’s als vroegsignalering en schuldhulpverlening van
2,7% 2,2% 2,4% 2,1% 2,6% 3,2% 2,7% 2,7% 5.270
4,0% 8,4% 11,0% 2,8% 6,0% 8,6% 3,3% 6,7% 9,4% 2,9% 6,3% 8,7% 3,7% 7,8% 10,6% 6,0% 13,7% 16,2% 4,1% 9,1% 11,9% 4,2% 9,1% 11,7% 8.200 17.960 23.130
alarmering
belang zijn. Ook zijn er veel mensen die problemen ondervinden met
Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg abs
regie
bepaald levensdomein in Midden-Limburg en Nederland, 2022. Het totaal aantal personen in de
cognitief functioneren
Figuur 13. Het aandeel zelfstandig wonende inwoners, ouder dan 18 jaar, dat beperkt is op een regio staat per levensdomein tussen haakjes in het label genoemd. (Bron: WoonZorgwijzer 4.0)
11,8% 6,0% 9,4% 6,1% 5,8% 5,9% 8,5% 3,3% 7,0% 4,2% 4,7% 4,5% 9,4% 3,8% 7,6% 4,7% 5,3% 4,9% 8,8% 3,9% 7,2% 4,5% 4,6% 4,6% 11,1% 5,3% 8,9% 5,6% 5,7% 5,6% 19,4% 13,6% 15,2% 11,1% 6,8% 8,9% 12,9% 7,2% 10,3% 6,9% 5,7% 6,3% 12,9% 7,3% 10,3% 6,9% 5,7% 6,3% 25.340 14.350 20.230 13.600 11.240 12.400
daginvulling
Midden-Limburg
stemmingen/angsten
14%
het huishouden doen
12%
veiligheid in huis
10%
mobiliteit in huis
8%
mobiliteit buitenshuis
6%
algemene dagelijkse levensverrichtingen
4%
contacten/sociaal netwerk
2%
medicijngebruik/medische verzorging
0%
Nederland
administratie/ financiën
daginvulling (25340)
probleemgedrag/ verslaving
administratie/ financiën (14350)
2,0% 6,9% 6,9% 1,3% 4,1% 4,6% 1,4% 4,6% 5,0% 1,4% 4,6% 5,0% 1,7% 6,2% 6,2% 3,8% 14,9% 13,2% 2,3% 8,2% 8,0% 2,3% 8,3% 7,9% 4.450 16.290 15.600
3,1% 2,4% 2,7% 2,5% 2,9% 4,6% 3,4% 3,3% 6.580
Tabel 12. Het aandeel zelfstandig wonende inwoners, ouder dan 18 jaar, dat beperkt is op een bepaald levensdomein in de gemeenten in Midden-Limburg, 2022 (Bron: WoonZorgwijzer 4.0)
groot belang zijn. Het aantal mensen dat beperkt is op deze levensdomeinen is veel groter dan bij de direct aan het wonen gerelateerde levensdomeinen. Er zijn 5.270 JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 32
3.2
Behoefte aan wonen met zorg
In dit hoofdstuk beschrijven we achtereenvolgens de behoefte van zelfstandig
tweepersoonshuishoudens wensen minimaal een tweekamerappartement en gezinnen een aparte slaapkamer voor de kinderen.
wonende zorgdoelgroepen en gaan we specifiek in op de woonzorgbehoefte Deze laatste groep is overigens relatief klein van omvang, veruit het grootste
van ouderen.
deel van uitstroom betreft alleenstaanden. De nadruk in de behoefte ligt dan
3.2.1 Zelfstandig wonende zorgdoelgroepen Uiteraard geldt voor alle kwetsbare groepen dat een passende woning/woonruimte noodzakelijk is. Voor veel kwetsbare groepen geldt dat de behoefte aan zelfstandige woningen in grote mate bepaald wordt door het inkomen en de huishoudenssamenstelling. Het aantal leden van het huishouden bepaalt de gewenste woninggrootte, en het inkomen (en vermogen) hoeveel men kan besteden aan de huur en hypotheek. Voor de overige kenmerken van de woning verschillen de specifieke wensen van persoon tot persoon en is men in zekere mate ook flexibel. Er is geen een-opeen relatie tussen zorggroepen en de gewenste kenmerken van een woning. Met name de groep ouderen is zeer gevarieerd qua sociaal economische samenstelling. Voor de andere kwetsbare aandachtsgroepen geldt dat het inkomen vaak laag is. Daarmee zijn zij voor een belangrijk deel aangewezen op de sociale huursector. Dit laatste geldt uiteraard ook voor de groep die uitstroomt uit beschermd wonen, de maatschappelijke opvang of de jeugdzorg. Voor wat betreft de woningen die moeten worden gereserveerd om deze uitstroom te faciliteren geldt grofweg het volgende: •
Voor vrijwel alle cliënten die uitstromen geldt dat ze een laag inkomen hebben. Dat betekent dat de huurprijs die men kan betalen vrijwel direct wordt bepaald door de grenzen uit de huurtoeslag.
•
Het benodigd aantal kamers sluit aan op de huishoudenssamenstelling:
ook op kleine betaalbare appartementen en studio’s. Juist aan studio’s en kleinere appartementen met een lage huurprijs worden vermoedelijk ook tekorten ervaren. De wensen ten aanzien van de ligging en woonomgeving zijn meer divers. De ene cliënt heeft behoefte aan een geclusterde of gespikkelde woning (in de directe nabijheid van of nabij een zorgpost), terwijl de andere volledig individueel kan en wil wonen. Nader onderzoek is nodig om te bepalen in welk deel van het corporatiebezit gespikkeld (of geclusterd) wonen mogelijk is. Ook bij andere relevante wensen ten aanzien van de woonomgeving, zoals de nabijheid van voorzieningen, een prikkelvrije omgeving en de draagkracht van buurten is nog niet helemaal duidelijk welke gebieden wel of niet hieraan voldoen. Dit rapport biedt handvatten om met dit soort kenmerken bij de matching rekening te houden. Deze matching zelf zal grotendeels maatwerk moeten blijven. Daarbij zal ook moeten worden gekeken naar een optimale spreiding over de regiogemeenten. Maar deze spreiding van groepen is alleen mogelijk, daar waar in de regiogemeenten de voorwaarden bestaan om optimaal te kunnen herstellen. Soms zal er eerst werk moeten verzet, om deze voorwaarden te creëren. Dit bijvoorbeeld als bepaalde voorzieningen of woonvormen ontbreken, of als de woonvormen er wel zijn, maar er geen openbaar vervoer is.
voor alleenstaanden volstaat veelal een studio of klein appartement, JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 33
3.2.2 Woonzorgbehoefte specifiek voor ouderen
In de tabel is 2022 als startjaar genomen, omdat dat ook in de landelijke
De ene oudere is de andere niet, de groep is zeer divers qua samenstelling.
cijfers en de woondeal het geval is. Voor de behoefteontwikkeling is dat een
Dit zowel qua huishoudenssamenstelling, inkomen als woonsituatie. Er zijn
prima benadering, maar bij vergelijking met het aanbod is het belangrijk te
wat dit betreft verschillen binnen en tussen generaties ouderen. Zo geldt voor
beseffen dat er in de periode van 2022 tot heden al aanbod kan zijn
de huidige groep 55-65-jarigen dat in Midden-Limburg circa 72% in de
toegevoegd of zijn verdwenen.
koopsector woont, terwijl het eigenwoningbezit onder 75-85-jarigen op 63% ligt (bron: Monitor ouderenhuisvesting). Deels is dat een gevolg van
In totaal komen er in de periode 2022-2031 ongeveer 1.025 ouderen bij met
verhuizingen op latere leeftijd, maar voor een belangrijk deel is dit een
een behoefte aan verpleegzorg. Dit aantal is berekend op basis van de meest
generatie effect. De huidige generatie 75-plussers is wat minder welvarend en
recente Etil-prognose. Daarbij is rekening gehouden met de trend dat er
daarnaast opgegroeid in een tijd dat huren heel gewoon was. De toekomstige
(waar het gaat om somatiek) meer gezonde levensjaren bij komen. In de
generaties ouderen zijn gemiddeld meer welvarend en opgegroeid in een tijd
periode tot 2040 bedraagt de toename 2.015 ouderen (een toename van
dat je als het ware een dief van je portemonnee was als je geen woning kocht.
61%).
Behoefte aan verpleegzorg
aantallen 2022 2031 Midden-Limburg 3.325 4.350 Echt-Susteren 490 635 Leudal 550 740 Maasgouw 375 475 Nederweert 160 215 Roerdalen 295 400 Roermond 710 940 Weert 745 945
Wat ouderen uit alle lagen van de samenleving gemeen hebben, is dat ouderdom vaak met gebreken komt. Tot voor kort was het zo dat alle ouderen, los van de sociaal economische status, bij ernstige gebreken in een verpleeghuis belandden. In het verpleeghuis was iedereen gelijk. In de toekomst gaat dit deels veranderen. Het vorige kabinet heeft namelijk aangegeven dat de huidige verpleeghuiscapaciteit grotendeels moet worden bevroren, omdat we als Nederland simpelweg niet de middelen hebben (zowel financieel als qua arbeidskrachten) om verdere groei mogelijk te maken. Dat betekent dat een toenemend aantal ouderen met een intensieve zorgbehoefte (met Wlz-indicatie) in de toekomst zelfstandig moet wonen. In.Fact.Research heeft haar eigen ramingsmodel wonen met zorg toegepast op de meest recente Etil-prognose. De daaruit volgende behoefte aan verpleegzorg staat weergegeven in tabel 13.
2035 4.830 705 835 530 235 450 1.055 1.025
2040 5.340 785 935 575 265 495 1.185 1.105
toename abs. 22-31 22-35 1.025 1.505 145 215 190 285 100 155 55 75 105 155 230 345 200 280
22-40 2.015 295 385 200 105 200 475 360
toename perc. 22-31 22-35 31% 45% 29% 44% 34% 51% 27% 41% 35% 48% 36% 52% 32% 48% 27% 38%
22-40 61% 60% 70% 54% 64% 68% 67% 48%
Tabel 13. De geraamde toename van het aantal ouderen met een behoefte aan verpleegzorg (Bron: In.Fact.Research op basis van de Etil-prognose)
Leveringsvormen
Elk van deze ouderen heeft in de toekomst behoefte aan woonruimte, zorg en ondersteuning. De wijze waarop aan deze behoefte zal worden voldaan, is lastig vooraf (en van vooral van bovenaf) exact te bepalen. De groep ontvangt de zorg en ondersteuning op verschillende wijzen: intramuraal, geclusterd of individueel. Hoe de verdeling er in de toekomst uit zal zien, is mede afhankelijk van de volgende ontwikkelingen:
JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 34
•
Intramuraal. Het vorige kabinet heeft aangekondigd dat de
verpleegzorg blijft immers gelijk. Het is daarom belangrijk te komen tot
verpleeghuiscapaciteit bevroren moet worden. Alleen onherroepelijke
integraal beleid/ integrale afspraken.
plannen voor nieuwe verpleeghuiscapaciteit kunnen in haar beleid nog
•
•
doorgang vinden. Hoewel in de praktijk de visie van Helder veelal
Woonvormen
navolging krijgt, is het van belang te vermelden dat dit beleid (nog) niet in
In voorgaande ligt de nadruk op de totale groep ouderen met een behoefte
wetten is verankerd. In het nieuwe coalitieakkoord wordt gesteld dat er
aan verpleegzorg, inclusief de groep die intramuraal verblijft. Daar is bewust
“wordt geïnvesteerd in betere ouderenzorg voor bijvoorbeeld zorg-
voor gekozen, de opgave bestaat eruit deze totale groep in de toekomst te
/verpleegplekken”. Hoe deze passage exact moet worden geduid, zal nog
goed te huisvesten en van de benodigde zorg en ondersteuning te voorzien.
moeten blijken. Het lijkt er echter op dat de coalitie inzet op uitbreiding
Omdat het gaat om een kwetsbare groep met weinig keuzeopties is dit een
van het aantal verpleeg(zorg)plekken, intramuraal dan wel extramuraal.
belangrijke prioriteit.
Geclusterd (Vpt). Het is bij deze vorm lastig een goed beeld te krijgen van
De exacte leveringsvorm (in de toekomst) is vooraf moeilijk exact te bepalen
de exacte aantallen. De initiatieven voor dit soort woonvormen worden
en dat geldt ook voor de benodigde woonvormen. De samenstelling van het
genomen door corporaties, maar ook door private investeerders en soms
hier benodigde aanbod is uiteraard nauw verweven met de leveringsvormen.
ook door de bewoners zelf. Het is verstandig als gemeenten op dit vlak
Het ministerie van BZK heeft ABF een berekening laten maken van het aantal
meer de regie nemen (bijvoorbeeld door een afwegingskader op te
benodigde zelfstandige woonvormen per gemeente. Daarbij is onderscheid
stellen), ook om zorg te dragen voor een gemengde complexen, zowel
gemaakt in zorggeschikte woningen, geclusterde woningen en
qua zorgzwaarte als qua inkomen.
nultredenwoningen. In de bijlage staan de door het Rijk gehanteerde
Individueel (Vpt/mpt/pgb). Ook hier geldt dat de huidige aantallen in de
definities weergegeven. In tabel 14 staan de geraamde opgaven voor de regio
regio’s niet helemaal scherp in beeld zijn. Deze leveringsvorm is in trek,
en per gemeente weergegeven.
omdat het ouderen niet alleen in staat stelt zelfstandig, maar ook ‘thuis’ te blijven wonen. Omdat de toekomstige generatie ouderen gemiddeld genomen meer welvarend/zelfredzaam is, zou deze groep kunnen toenemen. Niet uit te sluiten is echter dat zorgaanbieders dit type zorg in de toekomst niet langer in alle kernen kunnen/willen leveren, mede vanwege oplopende reistijden. Vandaar dat er stemmen opgaan om een gezamenlijk (zonerings)beleid te ontwikkelen. Qua aantallen gaat het hier om communicerende vaten. Wordt er van de ene vorm wat minder geboden, dan neemt de behoefte aan de andere vormen
Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg
Zorggeschikte woningen 95 180 135 45 85 155 210 905
Geclusterde woningen 95 120 85 75 15 735 565 1.690
Nultredenwoningen 265 310 245 285 140 975 450 2.670
Totaal 455 610 465 405 240 1.865 1.225 5.265
Tabel 14. De door ABF/BZK geraamde opgaven ouderenhuisvesting ((Bron: ABF/BZK)
automatisch toe. Het totaal aantal ouderen met een behoefte aan JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 35
Voor een goede interpretatie van de aantallen van ABF is het volgende belang: •
•
•
woonzorgarrangementen, waarin recht wordt gedaan aan de regionale
Achter de bij ‘zorggeschikte woningen’ genoemde aantallen, gaat een
omstandigheden en inzichten. Essentieel is daarbij dat de 4.350 ouderen met
raming schuil van het aantal ouderen dat nu nog in een verpleeghuis
een behoefte aan verpleegzorg in 2031 passend kunnen worden gehuisvest.
terecht kan, maar bij bevriezing van de capaciteit niet langer. De feitelijke
De exacte leveringsvorm (intramuraal of extramuraal), woonvorm
behoefte aan deze woningen ligt waarschijnlijk hoger, bijvoorbeeld omdat
(zorggeschikt, geclusterd, regulier) en eigendomsvorm (sociaal of particulier)
mensen ook uit voorzorg naar dit soort woningen willen verhuizen. Er is
kan daarbij variëren per gemeente, afhankelijk van de lokale situatie. Dit wordt
door ABF uitgegaan van het bevriezen van de verpleeghuiscapaciteit,
ook herkend en benadrukt door verschillende aanbieders van ouderenzorg.
waar het nieuwe kabinet mogelijk een ander standpunt over inneemt. Het
Ook zij zien nu en in de toekomst nog steeds een grote groep ouderen die
zijn uiteindelijk de individuele instellingen (en het zorgkantoor) die de
verpleegzorg ontvangen in een huidige, zelfstandige woning. Niet iedereen
toekomstige capaciteit in Midden-Limburg.
kan en wil (tijdig) verhuizen naar een geclusterde, zorggeschikte woning.
Achter de bij ‘geclusterd wonen’ genoemde aantallen, gaat een grote variatie aan ouderen schuil. Voor een deel gaat het om ouderen die
Zorg op afroep
verpleegzorg nodig hebben of voorzien deze binnen afzienbare termijn
Niet alleen het aantal ouderen met een behoefte aan verpleegzorg neemt de
nodig te hebben. Voor een ander deel gaat het mensen die hechten aan
komende periode toe. In dit onderzoek is in beeld gebracht hoeveel ouderen
de geborgenheid, aanvullende voorzieningen of die het simpelweg fijn
er behoefte hebben aan formele of informele zorg op afroep (het gaat daarbij
vinden met ‘soortgenoten’ samen te wonen. Het gaat hier dus deels om
om wijkverpleging, maar bijvoorbeeld ook om stellen waarbij de partner
een kwalitatieve vraag.
mantelzorg verleent). In tabel 15 staat op basis van de Etil-prognose het
Bij ‘nultredenwoningen’ gaat het om de behoefte van een brede groep
geraamde aantal ouderen met een behoefte aan zorg op afroep
ouderen, met of zonder beperkingen. Deze behoefte is grotendeels op te
weergegeven.
vangen in de bestaande voorraad (zie ook paragraaf 4.4.2). In het verleden werd vaak gesteld dat zorg op afroep in principe overal Toen deze aantallen eind 2023 (via de provincie) het land in werden gestuurd,
geleverd kan worden, inmiddels wordt daar vaak op teruggekomen. Het
hebben ze voor veel onrust gezorgd. De cijfers werden lang niet altijd herkend
concept van woonzorg-zones wordt weer steeds vaker genoemd. Daardoor is
en de definities waren niet duidelijk of sloten niet aan op de lokale praktijk.
het ook bij de realisatie van de geclusterde woonvormen zaak om oog te
Het ministerie van BZK heeft een aantal maanden vastgehouden aan de
hebben voor het (nu en in de toekomst) beschikbare aanbod aan zorg en
aantallen van ABF. Naar verloop van tijd werden bandbreedten rondom de
ondersteuning. Als ouderen met een zorgbehoefte dichter bij elkaar wonen,
cijfers toegestaan en mocht er onderbouwd van worden afgeweken.
verkort dat de reistijd van de zorgverleners en kan dezelfde zorgverlener
Inmiddels is BZK zo ver dat lokale/regionale cijfers (mist goed onderbouwd) te
meer mensen helpen.
prefereren zijn boven de aantallen van ABF. Daarmee is ruimte ontstaan om in Midden-Limburg te komen tot een regio- specifieke mix van JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 36
aantallen 2022 2031 Midden-Limburg 3.005 4.000 Echt-Susteren 400 530 Leudal 455 630 Maasgouw 340 430 Nederweert 285 395 Roerdalen 300 400 Roermond 645 870 Weert 585 740
2035 4.455 585 720 470 435 440 975 825
2040 4.970 645 815 510 490 485 1.110 915
toename abs. 22-31 22-35 995 1.450 130 185 175 265 90 130 110 150 100 140 225 330 155 240
22-40 1.965 245 360 170 205 185 465 330
toename perc. 22-31 22-35 33% 48% 32% 46% 40% 59% 28% 40% 37% 53% 33% 46% 35% 52% 27% 40%
22-40 65% 61% 80% 51% 72% 61% 73% 56%
Tabel 15. Toename aantal ouderen met een behoefte aan zorg op afroep over de periode 2022-2040 (Bron: In.Fact.Research op basis van de Etil-prognose)
Geclusterde woonvormen
Bij ouderen met minder zware of geen beperkingen wordt door ABF aangenomen dat zij vaker in een geclusterde woonvorm (willen) wonen. Voor een kleine groep (waaronder een deel van de groep met behoefte aan verpleegzorg) is een dergelijk geclusterde woonvorm in zekere zin een noodzaak, zij kunnen niet langer in een reguliere woning zelfstandig wonen. Voor een belangrijk deel is het echter een kwalitatieve vraag van ouderen. Dat het deels om een kwalitatieve vraag gaat betekent onder andere dat: •
Als je op geclusterde woonvormen inzet moet je ervoor zorgen dat deze goed aansluit op de behoefte. De ouderen in kwestie hebben vaak keuzeopties. In ieder geval heeft men de keuze in de huidige vertrouwde woning te blijven wonen, wat men vaak ook doet. Wil men deze ouderen verleiden tot een verhuizing, dan moet alles kloppen. Bij de ontwikkeling van geclusterde woonvormen moet men dan ook veel oog hebben voor de wensen van de doelgroep. Daarbij moet ook beseft worden dat ‘de oudere’ niet bestaat, de groep is zeer divers.
•
Beleidsmakers kunnen ook kiezen in te zetten op andere woonvormen. De ouderen moeten natuurlijk goed gehuisvest worden, maar dat kan ook op andere manieren dan alleen met (nieuw) te realiseren geclusterde woonvormen. Men kan ook inzetten op het aanpassen van bestaande JB/24/1490/wzaml
woningen om in de nieuwbouw meer ruimte te creëren voor andere (urgente) groepen. Ook met het aanpassen van de bestaande woningvoorraad kunnen geclusterde woonvormen worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld door in een complex (waar veel ouderen wonen) een woning (of deel daarvan) in te richten als gemeenschappelijke ruimte. In paragraaf 2.2.1 zijn kaarten opgenomen die inzichtelijk maken welke buurten in welke mate gaan vergrijzen. In paragraaf 4.4.2 zijn kaarten opgenomen met de geschiktheid van de woningvoorraad. In samenspel kunnen dat soort kaarten helpen om gebieden te identificeren waar in de bestaande voorraad geclusterd wonen kan worden gerealiseerd. Het realiseren van specifieke woonvormen voor ouderen is en blijft maatwerk. In paragraaf 4.4.2 wordt aangegeven dat de bestaande woningvoorraad vaak met wat aanpassingen geschikt te maken is. Dat betekent dat de noodzaak om te verhuizen voor veel ouderen ontbreekt, men kan altijd de keuze maken te blijven wonen waar men woont. Alleen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (denk aan de betaalbaarheid van de woning, het type woning en de locatie waar deze woning staat), zal een oudere ook daadwerkelijk verhuizen. Dit geldt voor huurders, maar zeker ook voor het toenemende aantal oudere eigenaar bewoners. Voor huurders geldt dat men door de lange woonduur vaak een lage huur heeft.
De stap naar een kleinere woning met een hogere huurprijs is dan soms lastig te maken. Zelfs als het gegeven de intredende ouderdomsbeperkingen eigenlijk de beste keuze zou zijn. Voor eigenaar bewoners geldt dat ze het lastig kunnen vinden huur te gaan betalen, terwijl men de hypotheek al heeft afgelost. Daarnaast zijn er vele andere meer of minder rationele argumenten om uiteindelijk niet te verhuizen naar een meer Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 37
geschikte woonvorm. Dit alles maakt dat een goede voorlichting en het
voldoen. Om een eind te maken aan de begripsverwarring zijn dus
werken aan bewustwording onder ouderen van groot belang is.
verschillende begrippenkaders nodig.
Definities
Efficiency
Daar waar verschillende sectoren samenkomen, spreekt men niet altijd direct
Een dergelijk helder begrippenkader kan ook de efficiency bevorderen. De
elkaars taal. Tijdens de sessies in Midden-Limburg is een brede behoefte
neiging bestaat soms om alle ouderenwoningen aan strenge eisen te
geconstateerd aan meer eenheid van taal/ een helder definitiekader. Daar zal de komende periode aan moeten worden gewerkt. Waar het gaat om voor
onderwerpen. Daarbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat (a) het niet voor
ouderen geschikte woonvormen is het daarbij van belang te beseffen dat definities kunnen (en zelfs moeten) verschillen, afhankelijk van de doelstelling:
het voldoen aan de eisen flinke investeringen vraagt.
•
Monitoring. Het Rijk (en de provincie) wil meer zicht krijgen op het aantal voor ouderen geschikte woningen en de ontwikkeling daarvan. Daartoe
Er moeten ook in Midden-Limburg nieuwe zorggeschikte woningen worden
zal er iets van een checklist moeten worden opgesteld om te bepalen in
vergt, is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Deze extra investeringen
welke categorie een bepaalde woning valt. Uiteraard zal deze niet de exacte afmeting van de badkamer bevatten, want dan wordt zo’n checklist •
onbruikbaar. Bouwtechnisch. Het Ministerie van BZK heeft in haar subsidieregeling aan welke eisen zorggeschikte woningen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie (zie de bijlage). In regio (of gemeenten) kunnen soortgelijke criteria gewenst zijn, om te kunnen hanteren als programma
•
elke oudere van belang is dat de woning aan deze eisen voldoen en (b) dat
van eisen bij de nieuwbouw. De praktijk. In de praktijk wordt door zorginstellingen en corporaties
toegevoegd. De extra investering die het rollator- of rolstoelgeschikt maken renderen alleen als: •
er garanties worden afgesproken dat Wlz-zorg geleverd kan worden. Dat vraagt om (harde meerjarige) afspraken met de zorgkantoren/ instellingen.
•
er ouderen wonen die daadwerkelijk gebruikmaken van deze zorg en baat hebben bij de extra investeringen. Dat vraagt om specifieke aandacht in de woonruimteverdeling.
meer pragmatisch gekeken naar wat in welke woning voor welke
Om de opgaven wat meer te kleuren is een raming gemaakt van het aantal
inwoners mogelijk is. Daarbij gelden minder strenge regels dan bij de nieuwbouw en wordt niet alleen gekeken naar de woningkenmerken,
deze groep. Dit beeld staat weergegeven in tabel 16. Op basis van de GIP-
maar ook naar de locatie.
permanente rolstoelgebruikers in Midden-Limburg en de ontwikkeling van databank mag worden verwacht dat er in Midden-Limburg ongeveer 1.630 ouderen een rolstoel gebruiken. De komende jaren neemt dit aantal
Wat in ‘de praktijk’ als zorggeschikt wordt beschouwd, zal niet altijd voldoen
vermoedelijk toe met zo’n 455 ouderen.
aan de eisen in de nieuwbouw. En voor de monitoring gaat het te ver om alle bestaande woningen op te gaan meten om te kijken of ze aan die criteria
JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 38
Midden-Limburg Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert
permanente rolstoelgebruikers totaal 65-plus 2.745 1.630 375 230 425 255 295 185 195 115 250 155 630 350 575 340
toename 2022-2031 totaal 395 50 70 30 30 35 105 70
65-plus 455 60 85 40 35 45 105 80
toename 2022-2040 totaal 720 90 130 55 60 55 205 130
65-plus 830 110 155 75 65 75 205 140
Tabel 16. Het geraamde aantal permanente rolstoelgebruikers in 2022 en de verwachtte ontwikkeling tot 2031 en 2040
Regionale afstemming verpleegzorg
Ouderen zijn vaak gehecht aan de gemeente, kern en buurt waarin men woont. De opgave op het vlak van ouderenhuisvesting is dan ook vooral een lokale opgave. Toch is ook voor deze doelgroep regionale afstemming van belang. Dit mede omdat er wederzijdse afhankelijkheden tussen gemeenten kunnen zijn. In tabel 17 is aangegeven: a.
Hoeveel WLZ-indicaties Verpleging &Verzorging er per gemeente zijn afgegeven;
b.
Hoeveel WLZ-indicaties er per gemeente op basis van de leeftijdsopbouw verwacht worden;
c.
De verhouding tussen a en b.
Als er meer indicaties worden afgegeven dan verwacht, dan hebben de verpleeghuizen in deze gemeente vermoedelijk een regionale opvangfunctie. Is het aantal lager, dan leunt de gemeente vermoedelijk op andere gemeenten in de regio. Het is niet met zekerheid te stellen of en in welke mate dit zo is, omdat er ook verschillen in gezondheid en zelfredzaamheid
JB/24/1490/wzaml
kunnen zijn tussen gemeenten (samenhangend met sociaal economische verschillen).
Midden-Limburg Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert
werkelijk 3.325 490 550 375 160 295 710 745
indicaties 2022 verwacht 3.090 430 495 345 220 285 650 660
verhouding 1,08 1,14 1,11 1,09 0,73 1,04 1,09 1,13
Tabel 17. Het aantal afgegeven Wlz-indicaties VV ten opzichte van het aantal Wlz-indicaties VV dat je zou verwachten op basis van leeftijdsopbouw (Bron: In.Fact.Research op basis CBS en CIZ)
In Midden-Limburg als geheel ligt het aantal afgegeven indicaties 8% boven het aantal dat op basis van landelijke referenties verwacht mag worden (tabel 17). Binnen de regio zijn er in Echt-Susteren, Weert en in mindere mate Leudal, relatief veel verpleeghuisplekken. Deze lijken deels een bovengemeentelijke functie te vervullen. Aan de andere kant zijn er in Nederweert relatief weinig verpleeghuisplekken. Mogelijk verhuizen inwoners uit Nederweert met een Wlz-indicatie naar andere gemeenten en leunt Nederweert daarmee gedeeltelijk op de verpleeghuizen elders in de regio. Maar het is dus ook denkbaar dat de verschillen tussen de gemeenten (gedeeltelijk) verklaard worden door verschillen in gezondheid en zelfredzaamheid. Dit soort verhoudingen tussen gemeenten kunnen de komende jaren, mede door de extramuralisering, gaan verschuiven. Daardoor kunnen de opgaven per gemeente anders uitvallen.
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 39
Kortom: alle gemeenten hebben forse opgaven, waarmee ze direct aan de slag kunnen. Daarbij is het wenselijk ook in de gaten te houden of de regionale optelsom blijft kloppen. Naast afstemming van de capaciteiten zijn er diverse andere thema’s waarop verstandig kan zijn regionaal op te trekken. Uit de sessies met stakeholders zijn de volgende punten naar voren gekomen: •
•
•
Inhoudelijk: o
Knelpunten die gemeenten niet zelfstandig kunnen oppakken;
o
Het delen van successen/ van elkaar leren.
Het creëren van de juiste randvoorwaarden: o
Voldoende woningen/ bouwlocaties;
o
Voldoende zorgpersoneel;
o
Sluitend voorzieningenaanbod;
o
Toereikende financiële middelen;
o
Bewustwording en voorlichting.
Procesmatig: o
Afstemming zorgkantoor;
o
Samenwerking met regionale spelers;
o
Afstemming met IZA en GALA.
JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 40
3.3
Preventie
Zoals hierboven beschreven hebben de doelgroepen behoefte aan zorg en ondersteuning, maar de omvang van deze groepen en de mate waarin zij behoefte hebben aan (professionele) zorg en ondersteuning staan niet vast. Er kan preventief veel gedaan worden om deze behoefte te beperken of voorkomen. Dit is ook noodzakelijk om in de toekomst toegankelijke, kwalitatief goede en betaalbare zorg te kunnen (blijven) leveren. Er is hier dan ook veel aandacht, landelijk en nadrukkelijk ook in de regio. De hoeveelheid zorg- en ondersteuning die een inwoner nodig heeft is afhankelijk van: (1) de aanwezigheid en ernst van beperkingen/uitdagingen/aandoeningen (figuur 14), én (2) ook van de zelfredzaamheid van de inwoner en samenredzaamheid van de gemeenschap.
Figuur 14. Zorgtredenmodel gebaseerd op ‘Handreiking kwetsbare ouderen thuis’ van Wind et al. (2021) JB/24/1490/wzaml
Figuur 2 Manieren om zorg- en ondersteuningsbehoefte te reduceren
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 41
De zorg- en ondersteuningsbehoefte van de doelgroepen kan dan ook
•
beperkt worden door: (1) het voorkomen van (zwaardere) beperkingen, uitdagingen of aandoeningen (figuur 15), én (2) het vergroten van de zelf- en samenredzaamheid van inwoners (figuur
Verwachtingen en houding van inwoners bijstellen ten opzichte van zorg (wat kan ik zelf, in plaats van waar heb ik recht op)
•
Eenvoudigere en kortere aanvraagprocedure voor hulpmiddelen
•
Mantelzorg faciliteren en ondersteunen (bijvoorbeeld door aanbieden meer logeerplekken)
15). Als je succesvol bent in het eerste dan schuiven inwoners meer naar links in de grafiek. Als je succesvol bent in het tweede dan is de grafiek minder steil en is bij een gelijke aanwezigheid en ernst van beperkingen, uitdagingen en aandoeningen de zorg- en ondersteuningsbehoefte lager. Deze beide vormen van preventie zijn van belang, maar in het kader van de woonzorganalyse is de tweede, het vergroten van zelf- en samenredzaamheid, het meest relevant. Uit zowel de vragenlijst als de stakeholderbijeenkomsten kwam dit ook naar voren als belangrijk aandachtspunt. Ook zijn er hiervoor verschillende ideeën hiervoor aangedragen, waaronder: • Meer inzetten op welzijn(swerk) •
Bestaande gemeenschappen faciliteren en activeren
•
Versterken sociale cohesie (bijvoorbeeld via gemengde woonvormen)
•
Meer aandacht voor ontmoeting
•
Vergroten veerkracht van gemeenschap (bijvoorbeeld via armoedebestrijding)
•
Meer spreiden van kwetsbare doelgroepen
•
Terugdringen van eenzaamheid (eenzaamheid vergroot (onnodig) de zorgvraag)
•
Investeren in levensloopbestendige omgeving
•
Inwoners activeren om alvast na te denken over oude dag en daarop voor te bereiden JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 42
4.
Woonzorgaanbod
In dit hoofdstuk beschrijven we het zorgaanbod en het aanbod aan
4.1
Toelichting op de inventarisatie
Met de inventarisatie van woonzorgvoorzieningen onder stakeholders hebben we de woonzorgvoorzieningen in de regio grotendeels in kaart
geschikte woningen voor de doelgroepen. Daarbij hebben we nadrukkelijk
gebracht. Dit overzicht is niet compleet. We hebben niet van alle stakeholders input ontvangen. In bijlage 5 geven we de tabellen met de geïnventariseerde
ook aandacht voor omgevingskenmerken. Of een woning geschikt is wordt
voorzieningen met verblijf en zonder verblijf.
mede bepaald door de omgeving van de woning. In het volgende hoofdstuk gaan we in op de match tussen de behoeften van en het aanbod voor de doelgroepen.
4.2
Voorzieningen met verblijf
In totaal zijn er 218 voorzieningen met verblijf geïnventariseerd, verspreid over de regio (figuur 16). Deze voorzieningen bieden samen plek bieden aan 6.106 mensen. Voor een nadere toelichting op de gehanteerde categorieën van woonvormen verwijzen we naar bijlage 2.
Figuur 16. Voorzieningen met verblijf uitgesplitst naar doelgroep
JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 43
Figuur 17 en figuur 18 laten per gemeente het aantal voorzieningen met
Figuur 19 en figuur 20 laten per gemeente het aantal plekken met verblijf zien
verblijf zien uitgesplitst naar vorm van zorg en doelgroep, respectievelijk.
uitgesplitst naar vorm van zorg en doelgroep, respectievelijk.
Echt-Susteren
Echt-Susteren
Leudal
Leudal
Maasgouw
Maasgouw
Nederweert
Nederweert
Roerdalen
Roerdalen
Roermond
Roermond
Weert
Weert 0
10
Extramuraal
20
30
Intramuraal
40
50
60
Tijdelijk verblijf
(leeg)
0
200
400
Extramuraal
600
800
Intramuraal
1000
1200
1400
Tijdelijk verblijf
(leeg)
Figuur 17. Aantal geïnventariseerde voorzieningen met verblijf per gemeente, uitgesplitst naar vorm
Figuur 19. Aantal geïnventariseerde plekken met verblijf per gemeente, uitgesplitst naar vorm
van zorg; leeg betekent vorm van zorg onbekend (Bron: inventarisatie onder stakeholders)
van zorg; leeg betekent vorm van zorg onbekend (Bron: inventarisatie onder stakeholders)
Echt-Susteren
Echt-Susteren
Leudal
Leudal
Maasgouw
Maasgouw
Nederweert
Nederweert
Roerdalen
Roerdalen
Roermond
Roermond
Weert
Weert 0
10
20
30
40
50
60
0
200
400
600
800
1000
1200
Ouderenzorg
Gehandicaptenzorg
Ouderenzorg
Gehandicaptenzorg
Geestelijke gezondheidszorg
Jeugdzorg
Geestelijke gezondheidszorg
Jeugdzorg
Beschermd wonen
Maatschappelijke opvang
Maatschappelijke opvang
Beschermd wonen
1400
Figuur 18. Aantal geïnventariseerde voorzieningen met verblijf per gemeente, uitgesplitst
Figuur 20. Aantal geïnventariseerde plekken met verblijf per gemeente, uitgesplitst naar
naar doelgroep (Bron: inventarisatie onder stakeholders)
doelgroep (Bron: inventarisatie onder stakeholders)
JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 44
Als je kijkt naar het aantal plekken met verblijf valt op dat dit aantal het laagst is in de gemeenten Nederweert en Roerdalen, en dat het aandeel ouderenzorg in deze gemeenten relatief hoog is. Daarnaast valt op dat de
Echt-Susteren Leudal
gemeenten Roermond, Weert en Maasgouw de meeste plekken bieden. Deels
Maasgouw
wordt dit verklaard door de grootte van de gemeenten. Als je het aantal
Nederweert
plekken corrigeert voor het aantal inwoners verandert dat beeld (figuur 21). Dan zie je dat de gemeenten per 1000 inwoners een vergelijkbaar aantal plekken met verblijf bieden, met uitzondering van de gemeente Maasgouw. De gemeente Maasgouw lijkt een bovenregionale functie te vervullen binnen
Roerdalen Roermond Weert
de gehandicaptenzorg.
0
Echt-Susteren
5 10 Dag- weekendopvang
15 20 25 Eerstelijnsvoorzieningen
Inloop en ontmoeting
?
Figuur 22. Per gemeente het aantal geïnventariseerde voorzieningen zonder verblijf, uitgesplitst
Leudal
naar vorm van zorg (Bron: inventarisatie stakeholders)
Maasgouw Nederweert
Echt-Susteren
Roerdalen
Leudal
Roermond
Maasgouw
Weert
Nederweert 0
10
20
30
40
50
Figuur 21. Aantal geïnventariseerde plekken met verblijf per gemeente, per 1000 inwoners
Roerdalen Roermond Weert
4.3
Voorzieningen zonder verblijf
In totaal zijn 82 voorzieningen zonder verblijf geïnventariseerd die samen plek bieden aan 1559 mensen. Dit betreft hoofdzakelijk dag- en weekendopvang (figuur 22). Verder varieert daarin het aandeel van de verschillende doelgroepen sterk tussen de gemeenten (figuur 23).
0
50
100
150
200
250
300
350
Ouderenzorg
Gehandicaptenzorg
Geestelijke gezondheidszorg Beschermd wonen
Jeugdzorg Maatschappelijke opvang
Figuur 23. Per gemeente het aantal geïnventariseerde plekken zonder verblijf uitgesplitst naar doelgroep (Bron: inventarisatie stakeholders)
JB/24/1490/wzaml
400
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 45
zelfstandig in een gewone/reguliere woning. Dit wordt beleidsmatig ook
40%
gewenst geacht of nagestreefd. De samenstelling van de reguliere
20%
woningvoorraad is dan ook van groot belang. Gegeven de kenmerken en
0%
wensen van de zorggroepen focussen we hierbij op kenmerken als betaalbaarheid, toe- en doorgankelijkheid en de woonsituatie van ouderen.
4.4.1 Samenstelling corporatiebezit Veel van de aandachtsgroepen zijn aangewezen op de sociale huursector. In figuur 24 staat het aandeel corporatiewoningen per gemeente weergegeven. Het aandeel in de regio ligt rond de 20%. Het landelijk beleid is erop gericht het aandeel in alle gemeenten – waar mogelijk – te laten toegroeien naar het landelijk gemiddelde van 27%. In de Woondeal is afgesproken dat alle gemeenten streven naar een percentage van 30% sociale huur. Dat betekent dat het aanbod aan corporatiewoningen de komende periode flink zal moeten worden uitgebreid. Alleen in Roermond ligt het aandeel boven het landelijk gemiddelde (29%). Het is de hoop dat met een uitbreiding van het corporatiebezit de tekorten aan de onderkant van de woningmarkt kunnen worden opgelost. In 2024 zijn
15%
67%
54%
3% 16%
4% 7% 6%
17% 67%
81%
81%
68% 55%
3% 11% 12%
meer dan € 808,06 € 693,61 t/m € 808,06 € 647,20 t/m € 693,60
63%
€ 452,21 t/m € 647,19 t/m € 452,20
8%
12%
12%
6%
11%
9%
16%
11% Midden-Limburg
doelgroep. Veruit het grootste deel van de kwetsbare inwoners woont echter
1% 3% 5%
Weert
60%
1% 6% 6%
Roermond
zelfstandige woningen die specifiek bestemd zijn voor een bepaalde
3% 12% 6%
Roerdalen
80%
1% 19%
Nederweert
In voorgaande paragrafen is gefocust op het intramurale aanbod en
2% 7% 16%
Maasgouw
100%
Leudal
Reguliere woningvoorraad
Echt - Susteren
4.4
aandeel corporatiebezit
Figuur 24. De omvang en samenstelling van het corporatiesbezit van de corporaties in MiddenLimburg naar huurprijsklasse in 2023 (Bron: corporaties Midden-Limburg, CBS, bewerking In.Fact.Research)
De omvang en samenstelling van de corporatiesector verschilt van gemeente tot gemeente. Ook op een lager geografisch schaalniveau zijn er soms grote verschillen. In figuur 25 is te zien dat er zowel in Roermond als in Weert enkele echte ‘corporatiebuurten’ zijn waar corporaties een groot deel van de woningen in bezit hebben. De kaarten maken ook duidelijk dat de keuzemogelijkheden van vooral kwetsbare inwoners beperkt zijn, men kan niet in elke buurt (of gemeente) terecht. Daar waar te grote concentraties ontstaan van kwetsbare inwoners komt het streven naar een inclusieve maatschappij in gevaar.
de Midden-Limburgse gemeenten voornemens om een nieuw woningmarktonderzoek uit te voeren, om nader op deze thematiek in te gaan. Binnen de sector zijn de meeste aandachtsgroepen aangewezen op het segment tot de eerste aftoppingsgrens. Gemiddeld in de regio heeft zo’n driekwart van de corporatiewoningen een huurprijs binnen dit segment
JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 46
4.4.2 Geschiktheid van de woningvoorraad Voor de groep met somatische beperkingen en mobiliteitsproblemen is het van belang dat er voldoende nultreden-woningen zijn. Er zijn in MiddenLimburg ongeveer 5.270 zelfstandig wonende personen die problemen hebben met de mobiliteit binnenshuis. In Midden-Limburg staan veel woningen die voor deze groep geschikt zijn: •
er zijn ongeveer 17.000 geschikte woningen (15% van de voorraad);
•
er zijn circa 85.600 aanpasbare woningen (75%);
•
de overige 11% van de woningvoorraad in Midden-Limburg is ongeschikt.1
In alle gemeenten staan veel aanpasbare gezinswoningen (tabel 18). Kijkend naar puur de fysieke kenmerken inzake de toe- en doorgankelijkheid van de woningen2, is er dus geen sprake van tekorten. Het is niet zo dat iedereen die met mobiliteitsproblemen te maken krijgt daarmee direct ‘passend’ woont. De woning moet mogelijk nog aangepast worden, maar men kan ook besluiten te (willen) verhuizen. Deze verhuiswens is (lang) niet altijd een noodzaak die voortkomt uit de ongeschiktheid van de huidige woning. Andere elementen spelen vaak een belangrijke rol, zoals: kleiner willen wonen, nabij voorzieningen willen wonen, met andere buren willen wonen, meer veiligheid/geborgenheid etc. Ouderen wonen (gelukkig) vooral in gebieden Figuur 25. Aandeel van de woningvoorraad in het bezit van woningcorporaties in Midden-Limburg (Bron: CBS Microdata, bewerking In.Fact.Research)
waar de woningen geschikt of aanpasbaar zijn. In figuur 26 en figuur 27 staat het aandeel geschikte en aanpasbare woningen op laag schaalniveau weergegeven in Midden-Limburg. In veel gebieden domineren aanpasbare woningen, waardoor in figuur 28 veel gebieden blauw kleuren.
In veel gemeenten wordt vanuit de Wmo als grens voor woningenaanpassingen een bedrag gehanteerd van € 10.000 voor de renovatie. Als het bedrag de € 10.000 overschrijdt, dan is vanuit die optiek verhuizen naar een geschikte woning een betere optie. In het ‘ramingsmodel geschiktheid woningvoorraad’ is deze drempelwaarde van € 10.000 overgenomen: is de benodigde investering duurder, dan wordt de woning aangemerkt als ongeschikt. Opgemerkt moet worden dat de grens van € 10.000 aan het schuiven is en veel gemeenten vanwege bezuinigen inmiddels een lagere grenswaarde hanteren. 2 Toe- en doorgankelijkheid: of de voordeur van de woning zonder traplopen kan worden bereikt en of primaire vertrekken (keuken, wc en woon-, slaap- en badkamer) bereikbaar zijn zonder traplopen. 1
JB/24/1490/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 47
De aanpasbehoefte zal zich in de toekomst met name manifesteren in gebieden met aanpasbare woningen én toekomstige vergrijzing. In een beperkt aantal gebieden met vergrijzing is de woningvoorraad niet geschikt (of aanpasbaar) voor bewoning met mobiliteitsproblemen. Dit is bijvoorbeeld het geval in de gemeente Roermond. In de stad Roermond is een deel van de woningvoorraad ongeschikt, terwijl daar in de toekomst het aantal ouderen toeneemt (zie figuur 28 en figuur 5). De strategie om in deze gebieden desgewenst de doorstroming onder de (aankomende) ouderen te bevorderen, kan verschillen. Het gaat deels om corporatiebezit, maar vaak ook om eigenwoningbezit.