CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - (bijlage A) Woonzorganalyse Midden Limburg

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Visie 'Thuis in Roermond. Wonen, welzijn en zorg'33.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Woonzorganalyse Midden-Limburg De opgaven in beeld

Auteurs

Lennart Homan (Bureau HHM) Janet van den Boer (Bureau HHM) Johan van Iersel (In.Fact.Research)

Opdrachtgever

De zeven gemeenten in Midden-Limburg

Kenmerk

JB/24/1490/wzaml

Publicatiedatum

30 juni 2024 © Bureau HHM

Inhoud De woonzorgopgaven in vogelvlucht ....................................................................... 4

3.

Woon- en ondersteuningsbehoeften ........................................................ 31

3.1

Beperkingen en ondersteuningsbehoefte ................................................... 31 Behoefte aan wonen met zorg ....................................................................... 33

1.

Aanleiding, doel en onderzoeksaanpak ..................................................... 11

3.2

1.1

Aanleiding en doel..............................................................................................11

3.2.1 Zelfstandig wonende zorgdoelgroepen ........................................................ 33

1.2

Onderzoeksvragen .............................................................................................11

3.2.2 Woonzorgbehoefte specifiek voor ouderen ................................................ 34

1.3

Onderzoeksperspectief ....................................................................................12

3.3

Preventie .............................................................................................................. 41

1.4

Dataverzameling .................................................................................................14 4.

Woonzorgaanbod ......................................................................................... 43

2.

Demografische kenmerken en ontwikkelingen ........................................ 16

4.1

Toelichting op de inventarisatie...................................................................... 43

2.1

Algemene bevolkingskenmerken ....................................................................16

4.3

Voorzieningen zonder verblijf ......................................................................... 45

2.1.1 Totaal.....................................................................................................................16

4.4

Reguliere woningvoorraad ............................................................................... 46

2.1.2 Jeugd......................................................................................................................20

4.4.1 Samenstelling corporatiebezit ........................................................................ 46

2.2

4.4.2 Geschiktheid van de woningvoorraad........................................................... 47

Zelfstandig wonende zorgdoelgroepen ........................................................20

2.2.1 Ouderen met zorg- en of ondersteuningsbehoefte ..................................23

4.5

2.2.2 Mensen met een beperking .............................................................................23

4.5.1 Algemene voorzieningen .................................................................................. 51

2.2.3 Mensen met psychiatrische problematiek ...................................................23

4.5.2 Veerkracht van gemeenschap ........................................................................ 52

2.2.4 Jeugd met zorg- en of ondersteuningsbehoefte .........................................23

4.5.3 Mogelijkheden voor mantelzorg ..................................................................... 54

2.3

Niet-zelfstandig wonende zorgdoelgroepen ...............................................24

4.5.4 Vergrijzing en arbeidsmarkt ............................................................................ 55

2.3.1 Cliënten jeugdzorg .............................................................................................24

4.5.5 Leefbaarheid, en overlast en veiligheid ........................................................ 55

Omgevingskenmerken ...................................................................................... 51

2.4.2 Cliënten maatschappelijk opvang en beschermd wonen .........................25 2.4.3 Cliënten met Wlz-indicatie................................................................................26

5.

Conclusies ...................................................................................................... 57

2.5

Overige groepen .................................................................................................28

5.1

Ouderen met een zorg of ondersteuningsvraag ........................................ 58

2.5.1 Studenten.............................................................................................................28

5.2

Inwoners met een beperking .......................................................................... 61

2.5.2 Arbeidsmigranten...............................................................................................29

5.3

Inwoners met psychiatrische problematiek................................................. 64

2.5.3 Woonwagenbewoners ......................................................................................29

5.4

Jeugd met een zorg- of ondersteuningsbehoefte ...................................... 67

2.5.4 Statushouders .....................................................................................................30

5.5

De woonopgave voor aandachtsgroepen .................................................... 70

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 2

Bijlage 1.

Doelgroepen ..............................................................................................80

Bijlage 2.

Woonvormen .............................................................................................81

Bijlage 3.

Vragenlijst ...................................................................................................83

Bijlage 4.

Kaarten ........................................................................................................84

Bijlage 5.

Totaaloverzicht geïnventariseerde voorzieningen en plannen ......89

Bijlage 6.

Demografische ontwikkeling (aanvullende tabellen) ..................... 112

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 3

De woonzorgopgaven in vogelvlucht In de regio Midden-Limburg is het voor kwetsbare doelgroepen met een zorg en/of ondersteuningsbehoefte steeds moeilijker om een passende woning te vinden. De zeven Midden-Limburgse gemeenten (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) pakken dit op en gaan daarvoor lokale woonzorgvisies opstellen, met regionale afstemming op onderdelen. Hiervoor moest eerst de opgave beter in kaart gebracht worden. Daarom hebben de Midden-Limburgse gemeenten ons, bureau HHM en In.Fact.Research, gevraagd een woonzorganalyse uit te voeren. Voor de woonzorganalyse hebben we informatie verzameld uit openbare bronnen en input gevraagd van stakeholders1 middels een uitvraag en twee bijeenkomsten. In hoofdstuk 1 beschrijven we de aanpak, in hoofdstuk 2 t/m 4 de resultaten en in hoofdstuk 5 de conclusies per doelgroep. Op basis daarvan zien we, in vogelvlucht, vier woonzorgopgaven in Midden-Limburg: 1. Toenemende vraag, tegenover afnemende middelen en beschikbaar aantal handen 2. Gemeenschappen activeren en de behoefte aan zorg en ondersteuning beperken 3. Betere afstemming en samenwerking/ meer met minder handen 4. Vertel het eerlijke verhaal, niet alles kan overal, maak duidelijke keuzes Deze opgaven lichten we hieronder toe en geven daarbij aanbevelingen (groene kaders). De aanbevelingen zijn grotendeels gebaseerd op en sluiten

1. Toenemende vraag, tegenover afnemende middelen en beschikbare aantal handen De regio Midden-Limburg staat de komende jaren voor forse uitdagingen om passende huisvesting te bieden aan een diverse groep kwetsbare inwoners: • Ouderen (≥65 jaar) met een zorg- of ondersteuningsvraag

De regio vergrijst en deze vergrijzing is nog niet op haar top. Het aantal inwoners van 75 jaar of ouder zal de komende jaren sterk toenemen in Midden-Limburg. Door deze vergrijzing zal een toenemend aantal inwoners behoefte hebben aan verpleegzorg. Naar schatting gaat het om 1.030 ouderen (een groei van 31%) over de periode 2022-2031. Dit stelt de regio voor een aantal opgaven. In 2031 zijn er naar verwachting 4.355 ouderen die verpleegzorg nodig hebben en zij moeten deze in een passende woonvorm kunnen ontvangen. Door de extramuralisering, neemt bij de invulling van deze opgaven de noodzaak tot samenwerking (bijvoorbeeld tussen woningaanbieders als corporaties en zorginstellingen) toe. Daarnaast neemt het aantal ouderen die vanwege lichtere aandoeningen behoefte heeft aan ‘zorg op afroep’ sterk toe. Ook deze toename brengt opgaven met zich mee. In het verleden werd vaak gesteld dat zorg op afroep overal mogelijk is, maar in de praktijk blijkt dit niet altijd zo te zijn. Ook wordt verondersteld dat er meer geleund gaat worden op de lokale gemeenschappen en mantelzorg, maar dat gaat niet vanzelf. Het mantelzorgpotentieel neemt af en lokale gemeenschappen zullen geactiveerd en gefaciliteerd moeten worden.

aan bij de input die we ontvingen van stakeholders.

1

De stakeholders die input hebben geleverd bestonden uit zorgaanbieders, woningcorporaties, welzijnsorganisaties, het zorgkantoor, en de gemeenten. JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 4

• Jeugd met een zorg- of ondersteuningsbehoefte

Aandoeningen (EPA). Daarnaast is er nog een grote grotere groep

Naast de vergrijzing heeft de regio ook te maken met ontgroening. Het

zelfstandig wonende inwoners met psychiatrische problematiek. In 2022

aantal inwoners tot 25 jaar zal naar verwachting over de periode 2020 –

ging het om 3.110 inwoners die zelfstandig wonen met psychiatrische

2030 afnemen met 2.115 inwoners (van 56.474 inwoners naar 53.962).

problematiek. Naar verwachting blijft de behoefte van deze groep tot en

Verder zien we dat in de regio circa 11% van de jongeren gebruikmaakt van

met 2027 stabiel.

Jeugdzorg, landelijk ligt dit aandeel op 9%. Slechts een klein deel ontvangt jeugdzorg met verblijf. In totaal gaat het in de regio om 420 jongeren. Dit is

Psychische problemen is één van de oorzaken waardoor mensen dakloos

0,8% van het totaal aantal jongeren in Midden-Limburg, het landelijk

zijn of dreigen te raken. Andere oorzaken zijn bijvoorbeeld huiselijk geweld,

percentage ligt eveneens op 0,8%. Op basis van de demografische opbouw

schulden, verslaving of werkloosheid. Inwoners kunnen hiervoor terecht bij

van de regio passeert ongeveer 10% van de jongeren jaarlijks de grens van

de Maatschappelijke Opvang. In 2023 maakten 89 inwoners in de regio

18 jaar en wordt daarmee volwassen. Voor deze doelgroep is een passende

gebruik van de Maatschappelijke Opvang. Het beroep op de

(doorstroom)plek nodig.

Maatschappelijke Opvang laat zich lastig voorspellen. Naast demografische ontwikkelingen, zijn ook sociaaleconomische ontwikkelingen van invloed.

De afgelopen jaren is gebleken dat het gebruik van Jeugdzorg niet alleen

Monitoring van deze doelgroep is daarom een belangrijk aandachtspunt.

wordt beïnvloed door demografische ontwikkelingen. De wijze waarop we in Nederland de Jeugdzorg hebben ingericht is hierop ook van invloed

Het is en blijft lastig voor deze groepen om een passende woonsituatie te

geweest. Gemeenten zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met elkaar

creëren. Naast een betaalbare woning, is daarvoor een woonomgeving

snel opvolgende stelselherzieningen en hervormingen. De

nodig met weinig prikkels en een omgeving die hen accepteert en uitnodigt

Hervormingsagenda Jeugd 2023 – 2028 en het Uitvoeringsplan af- en

tot participatie. Dit is niet alleen een opgave van professionals, maar van de

ombouw gesloten jeugdhulp zijn actuele voorbeelden hiervan. Deze

hele maatschappij.

ontwikkelingen kunnen leiden tot toenemende opgaven in Midden-Limburg, ook al loopt daar het aandeel jongeren terug. Dit moet goed uitgelegd

• Mensen met een matige of ernstige verstandelijke beperking

worden. Draagvlak voor extra voorzieningen voor jongeren, terwijl het

We hebben ook gekeken naar inwoners die te maken hebben met een

aandeel jongeren terugloopt, is niet vanzelfsprekend.

matige of ernstige verstandelijke beperking (alle leeftijden). In de regio zijn er 2.205 Wlz-indicaties afgegeven voor deze doelgroep (0,91%), wat hoger is

• Mensen met psychiatrische problematiek

dan het provinciaal (0,77%) en landelijk gemiddelde (0,67%). Vooral in

Voor een deel van mensen die te maken heeft met psychiatrische

Maasgouw ligt dit aandeel hoger dan gemiddeld (2,80%). De verwachting is

problematiek is beschermd wonen een passende plek. In de regio maakten

dat deze groep de komende jaren stabiel blijft. Wel moet daarbij worden

in 2023 132 inwoners gebruik van deze voorziening. Het gaat daarbij om

opgemerkt dat ook deze doelgroep vergrijst, wat weer andere voorwaarden

inwoners die veelal te maken hebben met Ernstig Psychiatrische

stelt aan de huisvesting en de te leveren zorg en ondersteuning.

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 5

Afnemende middelen en beschikbare aantal handen

woningmarktonderzoek dat wordt opgestart wordt deze beweging

De druk op de zorg en ondersteuning neemt de komende jaren toe. Daarbij

meegenomen en nader geduid.

hebben zorgaanbieders nu al te maken met problematische personeelstekorten. In het Regioplan voor Noord- en Midden Limburg is aangegeven dat

Niet alleen personeel en woningen zijn schaars. Ook de financiële middelen

het tekort groter is dan in andere regio’s en dat het tekort groeit van 2.100

staan onder druk. Gemeenten kampen al jaren met uitdagingen om de

personen in 2023 naar 4.500-6.700 personen in 2032. Bovendien is het

uitgaven binnen de Wmo en de Jeugdwet binnen de perken te houden. Met

mantelzorgpotentieel beperkt. Deze zal door de (dubbele) vergrijzing verder

de bezuinigingen voor 2026 in het vooruitzicht worden deze uitdagingen

afnemen, en is er op dit moment al in toenemende mate sprake van

alleen maar groter. De versnippering van de zorgfinanciering als gevolg van de

overbelasting van mantelzorgers van ouderen en ook de andere

decentralisaties in 2015 en de schotten die hierdoor zijn ontstaan

doelgroepen1.

bemoeilijken een financieel sluitende boekhouding.

Daarnaast is de krapte op de woningmarkt ook in deze regio groot. Op basis

Kortom, de opgaven zijn uitdagend en de beschikbare middelen en handen

van de Primos-prognose van ABF wordt voor de Primos-regio Venlo (waar ook

zijn schaars, wat de urgentie van de woonzorgopgaven voor kwetsbare

Midden-Limburg onder valt) het tekort op de woningmarkt op -3,3% geschat2.

doelgroepen nog groter maakt.

De regio Midden-Limburg gaat op korte termijn aan de slag met een regionaal woningmarktonderzoek om de spanning op de woningmarkt nader te duiden. Daarbij maakt de regio gebruik van de ETIL-prognose3. Ook de beweging binnen de zorg om de verschillende doelgroepen zo lang of zo snel mogelijk (weer) zelfstandig te laten wonen heeft impact op de woningmarkt. Voor ouderen vraagt dit in veel gevallen om het aanpassen en levensloopbestendig maken van de huidige woning. De huidige woningvoorraad biedt potentie, 15% van de voorraad is toe- en doorgankelijk,

Aanbevelingen •

De toenemende behoefte aan verpleegzorg kan in diverse woonvormen worden opgevangen, deels ook in de bestaande voorraad, bijvoorbeeld door zorggeschikte woningen binnen bestaande complexen in te richten of door in een sterk vergrijzende buurt een VPT-team in te zetten. Daarbij wordt sterk geadviseerd om deze opgave niet alleen te zien als een bouwopgave, de zorg en ondersteuning moet ook gegarandeerd worden.

terwijl circa 75% van de huidige woningvoorraad ‘aanpasbaar’ is. Er is een groep ouderen die preventief wil verhuizen naar een meer geschikte woning. Daarbij gaat het in veel gevallen om een kleinere woning, in een geclusterde setting in de nabijheid van voorzieningen. In het regionale GGD Limburg-Noord, Resultaten panelonderzoek Mantelzorg 2 ABF research, Primos prognose, dashboard woningtekort 3 Provincie Limburg, Etil prognose 1

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 6

•

•

•

De toenemende behoefte aan zorg en ondersteuning vraagt om een

Beide zijn nodig om in de toekomst kwalitatief goede, toegankelijke en

kerngerichte aanpak. Een aanbeveling is om gericht te kijken in welke

betaalbare zorg en ondersteuning te kunnen (blijven) bieden. Dit vraagt om

gebieden het passend is om een ‘wijk-kern’ gerichte benadering te kiezen,

meer lokale, wijk- of kerngerichte aanpakken, én betekent bijvoorbeeld ook

aangezien in sommige, met name in rurale gebieden het erg lastig zal

dat inwoners zelf een belangrijke rol spelen bij het realiseren van passende

blijken om zorg op afroep overal mogelijk te maken.

oplossingen. Het is belangrijk dat de zelf- en samenredzaamheid van

De stap voor jongeren met een hulpvraag om zelfstandig te wonen is

inwoners versterkt wordt om de behoefte aan zorg en ondersteuning te

vaak (te) groot. Er is behoefte aan doorstroomvoorzieningen waar deze

beperken. Dit vraagt ook om het besef van inwoners dat de middelen en

jongeren de woonvaardigheden kunnen ontwikkelen die nodig zijn om

daarmee mogelijkheden beperkt zijn. Daarnaast is het van groot belang om te

uiteindelijk zelfstandig te gaan wonen.

investeren in gezondheidsbevordering, het voorkomen van aandoeningen die

Voor verschillende doelgroepen, waaronder inwoners met psychiatrische

kunnen leiden tot zorg- en ondersteuningsbehoeften.

problematiek en inwoners met een beperking is de behoefte uitgesproken om vooral te zoeken naar meer kleinschalige

Voorkomen is immers beter dan genezen. Door tijdig te signaleren en te

woonoplossingen. Daarbij is het belangrijk om ook de (directe)

acteren kan bijvoorbeeld worden voorkomen dat inwoners dak- of thuisloos

woonomgeving mee te nemen en te kijken naar thema’s als

raken, psychiatrische problematiek dermate verergert dat opname in een

toegankelijkheid van de buitenruimte, bereikbaarheid van voorzieningen

Beschermd Wonen voorziening nodig is, ouderen zo lang mogelijk zelfstandig

en de veerkracht van de wijk.

kunnen wonen en leven en kwetsbare jongeren en de gezinnen waarin zij opgroeien tijdig de juiste ondersteuning ontvangen, waardoor toekomstige

2. Gemeenschappen activeren en de behoefte aan zorg en ondersteuning beperken De opgaven die we constateren voor de verschillende doelgroepen in de regio Midden-Limburg zijn groot en hebben betrekking op het dagelijks leven van veel inwoners. Veel inwoners behoren tot één van de doelgroepen of hebben mensen in hun omgeving die hiertoe behoren. Om in de toekomst toch kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare zorg te kunnen (blijven)

problematiek wordt voorkomen. Tijdens de reflectiesessies is geconstateerd dat er al veel gebeurt binnen de lokale gemeenschappen, waarop aangesloten kan worden. Het gaat aan de ene kant om community-building, maar ook zeker om het versterken en beter uitrusten van bestaande gemeenschappen. Het creëren van bewustwording bij inwoners is daarbij een belangrijke onderwerp.

bieden, is het nodig om te investeren in: •

langer thuis1, in de eigen omgeving, bieden van zorg en ondersteuning

•

preventie, het beperken van zorg- en ondersteuningsbehoefte.

1

'Langer thuis' is een programma gericht op de groeiende groep ouderen die langer zelfstandig thuis woont, eventueel in eigen huis. JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 7

Aanbevelingen •

overstijgend. Daarbij is het belangrijk om oog te hebben voor de verschillende

Om de gemeenschap aan zet te brengen is het belangrijk om inwoners te betrekken bij en te informeren over de opgave op het snijvlak van wonen, zorg en welzijn. Kijk samen met de inwoners naar het belang van de gemeenschap en wat de inwoners concreet bij kunnen dragen.

•

Investeer meer in welzijn en de sociale omgeving om de zelf- en samenredzaamheid van inwoners te vergroten.

•

Het is belangrijk om de woonzorgopgave te verbinden met aanpalende ontwikkelingen en beleidsterreinen. Het gaat hierbij onder andere om de verbinding met het regioplan, van waaruit de regio aan de slag gaat met de uitvoering van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).

•

Vertaal de opgaven uit de regionale woonzorganalyse lokaal door naar uitvoeringsplannen op gemeentelijk en kern/wijkniveau. Leg de focus op de praktische uitvoering (Wat gaan we doen? Hoe gaan we dat doen?). Voorkom lokaal herhaling van wat al regionaal is onderzocht en in beeld is gebracht.

•

Ontwikkel lokaal een overlegvorm (of sluit aan bij bestaande overlegvormen) waar de lokale uitvoeringsagenda wonen/zorg/welzijn centraal staat.

overlegtafels en gremia die er reeds zijn in de regio en deze waar mogelijk met elkaar te verbinden of te integreren. De gemeente speelt hierbij een belangrijke, regie-voerende rol. Ook intergemeentelijk is het belangrijk om de samenwerking op te zoeken en te bestendigen. Het is belangrijk om regionaal nog beter af te stemmen hoe invulling wordt gegeven aan de lokale en regionale woonzorgopgaven die op gemeenten af komen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat het beleid rondom de doelgroepen die centraal staan in de woonzorganalyse gemeentelijk wordt vormgegeven, echter dat regionale samenwerking in beeld komt bij inhoudelijke vraagstukken, bijvoorbeeld als het gaat om: •

Regionale afstemming capaciteit;

•

Specialistische zorg;

•

Knelpunten die gemeenten niet zelfstandig kunnen oppakken;

•

Het delen van successen/ van elkaar leren.

Ook voor het creëren van de juiste randvoorwaarden kan de regio in beeld komen, denk dan aan: •

Voldoende woningen/ bouwlocaties;

•

Voldoende zorgpersoneel;

•

Sluitend voorzieningenaanbod;

•

Toereikende financiële middelen;

•

Bewustwording inwoners.

3. Betere afstemming en samenwerking, meer met minder En ook procesmatig is regionale samenwerking tussen gemeenten zeer

handen Op basis van het voorgaande wordt duidelijk dat we te maken hebben met

gewenst, bijvoorbeeld als het gaat om:

een gedeelde en gezamenlijke opgave. De urgentie om op onderdelen samen

•

Afstemming met het zorgkantoor

te werken wordt vergroot door extramuralisering en ambulantisering, waarbij

•

Afstemming met de provincie

er meer en meer afstemming tussen wonen, welzijn en zorg nodig is. Dit

•

Samenwerking met regionale spelers

vraagt dan ook om nog meer samenwerking, organisatie- en domein

•

Afstemming met IZA en GALA

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 8

Een belangrijke basis voor de benodigde samenwerking is dat de

hieraan ten grondslag liggen zijn gebaseerd op de data en inzichten die we nu

verschillende partijen bereid moeten zijn om over hun eigen schaduw heen te

hebben. De uitkomsten van de woonzorganalyse zijn vooral richtinggevend.

stappen en oog hebben voor elkaars opvattingen en belangen. Sector

Het is belangrijk om verder te kijken dan de cijfers en de woonzorganalyse

overstijgende samenwerking is noodzakelijk, waarbij aandacht nodig is voor

vooral te gebruiken als onderlegger voor het te voeren gesprek in de regio,

de verdeling van taken (waarbij gedacht kan worden aan afspraken over wie,

met en tussen partijen.

waar, welke zorg verleend, wat mogelijk invloed heeft op de keuzevrijheid van inwoners).

Maak heldere keuzes over wat je lokaal en regionaal doet, wees transparant en open richting de inwoners van deze regio en benoem ook de grenzen aan

Aanbevelingen •

het organiseren van (complexe) zorg en ondersteuning thuis. Niet alles kan

Richt de regionale governance zodanig in dat recht wordt gedaan aan de geconstateerde woonzorgopgaven en leg daarbij de verbinding met reeds bestaande regionale overleggremia. Wees niet terughoudend om gremia te integreren, op het moment dat er meerwaarde ontstaat. Leg daarbij in ieder geval de verbinding met: a) de aanpak van de arbeidsmarktproblematiek in de regio en b) de aanpak van de bredere woningmarktproblematiek in de regio

•

Stel een Regionaal kader wonen, zorg en welzijn op met uitgangspunten en randvoorwaarden voor de lokale doorvertaling

•

Onderzoek de mogelijkheden om te komen tot domeinoverstijgende financiering van zorg en ondersteuning en leg daarbij nadrukkelijk de verbinding met het regioplan en het Integraal Zorg Akkoord.

overal. Een passende woning is één, maar oog voor de woonomgeving en voorzieningen in de nabijheid zijn daarbij net zo belangrijk om mee te nemen. Tijdig verhuizen naar een meer passende woning in een geschiktere omgeving of het op tijd aanpassen van de huidige woning zijn daarbij belangrijke aandachtspunten die moeten landen in het bewustzijn van de inwoners van deze regio. De steeds schaarser wordende middelen (personeel, woningen, financiën) kunnen op termijn invloed hebben op de keuzevrijheid van inwoners. Onderdeel van het eerlijke verhaal en het maken van keuzes is het benadrukken dat de woonzorgopgave niet noodzakelijkerwijs bouwopgaven zijn. Het is belangrijk om eerst te kijken naar mogelijkheden binnen de bestaande woningvoorraad en deze efficiënter te benutten, wat kan leiden tot het leveren van meer ondersteuning met minder middelen, bijvoorbeeld door de inzet van domotica/e-health, het verbinden informele (zorg)netwerken en

4. Vertel het eerlijke verhaal, niet alles kan overal, maak duidelijke keuzes

formele (zorg)netwerken en door investeren in preventie en gezondheidsbevordering.

Het betrekken van gemeenschappen en verdergaande samenwerking tussen partijen zijn belangrijke speerpunten voor de aanpak van de woonzorgopgaven. Daarbij hoort wel het ‘eerlijke’ verhaal. De opgaven die worden beschreven en de aard en omvang van de verwachte ontwikkelingen die JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 9

Aanbevelingen •

Een belangrijke randvoorwaarde voor het eerlijke verhaal en het maken van duidelijke keuzes is het hanteren van een uniform begrippenkader. Met deze woonzorganalyse wordt daar een eerste stap in gezet.

•

Maak afspraken in de regio hoe monitoring plaatsvindt van de opgaven en de activiteiten die hierop worden uitgezet. Het gaat hierbij om inhoudelijke afspraken (wat monitoren we, welke resultaten willen we meten) en procesmatige afspraken (hoe frequent monitoren, binnen welke gremium worden de uitkomsten besproken en vindt (bij)sturing plaats)?

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 10

1.

Aanleiding, doel en

onderzoeksaanpak In opdracht van de zeven Midden-Limburgse gemeenten (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben wij, bureau HHM en In.Fact.Research, een woonzorganalyse uitgevoerd. In dit hoofdstuk omschrijven we eerst de aanleiding en het doel van deze analyse. Daarna beschrijven we de gehanteerde aanpak, waarbij we ingaan op het onderzoeksperspectief (onder andere welke doelgroepen en

1.1

Aanleiding en doel

In de regio Midden-Limburg is het voor steeds meer mensen moeilijk om een passende woning te vinden. Dit geldt ook voor kwetsbare doelgroepen met een zorg en/of ondersteuningsbehoefte. De zeven Midden-Limburgse gemeenten (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) vinden het belangrijk dat deze doelgroepen, nu en in de toekomst, passend kunnen worden gehuisvest. De Midden-Limburgse gemeenten hebben daarom de opgave op het gebied van wonen met zorg en/of ondersteuning opgepakt. Onderdeel daarvan is het opstellen van lokale woonzorgvisies, met regionale afstemming op

woonzorgvormen we mee hebben meegenomen) en de manier waarop we

onderdelen. Deze moet(en) heldere ambities en keuzes formuleren en sturing

de benodigde gegevens hebben verzameld.

bieden bij woningbouwplannen van ontwikkelaars, zorgorganisaties en

In de hierop volgende hoofstukken beschrijven we de resultaten van de woonzorganalyse, en in het laatste hoofdstuk beschrijven we de opgave die daaruit volgt en geven we aanbevelingen voor vervolgstappen.

corporaties, bij het maken van prestatieafspraken met deze partijen en bij het inrichten van het sociaal domein. Om tot deze woonzorgvisies te komen moest eerst de opgave beter in kaart gebracht worden. Daarom hebben de Midden-Limburgse gemeenten ons gevraagd een woonzorganalyse uit te voeren.

1.2

Onderzoeksvragen

De hoofdvraag van de woonzorganalyse:

Wat is de huisvestingsopgave voor de doelgroepen1 op regionaal, gemeentelijk en wijk-/ kernniveau (CBS wijkindeling), voor heden, 2030 en 2040, en hoe verhoudt zich dit tot de bestaande voorraad aan passende woningen en woonvormen?

1

Zie hoofdstuk 1.3 voor een omschrijving van de doelgroepen JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 11

Om deze te beantwoorden zijn de volgende deelvragen meegenomen: • Wat is de huidige omvang van de doelgroepen?

en de lengte van de prognose en geven we een korte toelichting op het schaalniveau waarop uitkomsten worden gepresenteerd.

• Wat is de verwachte ontwikkeling van de doelgroepen, als gevolg van de demografische ontwikkelingen, maatschappelijke trends of woonwensen en aangekondigde beleidsontwikkelingen tot 2040, zowel op regionaal, gemeentelijk, als wijk-/kernniveau? • Wat is het huidige aanbod aan woningen en woonvormen voor deze doelgroepen? • Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match tussen vraag en aanbod van passende woningen en woonvormen nu en op termijn en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om hierin te voorzien? Toelichting op de deelvragen

1.3.1 Regio Deze woonzorganalyse is gericht op de regio Midden-Limburg welke bestaat uit zeven gemeenten: Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert (zie Figuur 1). Elk van deze gemeenten zijn weer opgebouwd uit 6 tot 16 kernen (zie bijlage 4). Deze zeven gemeenten hebben een regionale samenwerking op het gebied van wonen (Samenwerking Midden Limburg, SML). Verder maakt de regio Midden-Limburg onderdeel uit van zorgkantoorregio Noord- en Midden-

De verschillende aandachtsgroepen kunnen in verschillende woonvormen passend wonen. Met andere woorden: er is geen een op een relatie tussen een bepaalde groep en de benodigde woning. Daarnaast geldt dat het bij passend wonen naast woningkenmerken ook gaat om de locatie en woonomgeving. Het volledige arrangement moet passen (matchen). Dit maakt dat een traditionele ‘vraag-aanbodanalyse’ met tekorten en overschotten geen betekenis heeft. Deze zou een verkeerd beeld geven van de voorliggende opgaven. Vandaar dat in dit onderzoek is gekozen voor een meer genuanceerde blik op de problematiek. In paragraaf 5.5 gaan we vanuit dit perspectief uiteraard wel in op de woonopgave voor aandachtsgroepen waar de regio Midden-Limburg voor staat.

1.3

Onderzoeksperspectief

In deze paragraaf beschrijven we de scope van de analyse. We zoomen in op de afbakening van de regio, de definities van de doelgroepen en verschillende woonzorgvormen die worden meegenomen. Ook staan we stil bij de peildata

JB/24/1490/wzaml

Figuur 1. Regio Midden-Limburg (Bron: kaart COROP gebieden van CBS)

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 12

Limburg. Daarnaast wordt de regio in samenwerkingsverbanden soms

Jongeren in de jeugdhulpverlening zonder verblijf

o

opgedeeld in Midden-Limburg West en Oost. Onder West vallen de gemeenten Leudal, Nederweert en Weert, en onder Oost de gemeenten EchtSusteren, Maasgouw, Roerdalen en Roermond.

▪

intramuraal

▪

niet intramuraal

Jongeren met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische

o

problemen en stoornissen die 18 jaar worden en uitstromen uit de jeugdzorg

1.3.2 Doelgroepen In de woonzorganalyse hebben we ons gericht op de volgende doelgroepen: •

Ouderen (≥65 jaar) met een zorg- of ondersteuningsvraag: o

ouderen met een zorg/ondersteuningsvraag buiten de Wet langdurige zorg (Wlz),

•

•

o

ouderen met een psychogeriatrische zorgvraag,

o

ouderen met een somatische zorgvraag.

Mensen met een beperking (alle leeftijden):

bijlage 1 worden de doelgroepen die aan bod komen in de woonzorganalyse verder toegelicht.

1.3.3 Woonzorgvormen

mensen met een lichamelijke beperking,

We hebben onderscheid gemaakt tussen de volgende typen

o

mensen met een verstandelijke beperking,

woonvoorzieningen:

o

mensen met een zintuiglijke beperking.

•

Mensen met psychiatrische-problematiek1

Woonvoorzieningen met langdurig verblijf o

Intramurale woonvoorzieningen

o

Extramurale (specifieke) woonvoorzieningen

o

mensen met psychiatrische en/of verslavingsachtergrond

o

mensen met complexe psychosociale problemen

o

mensen met angst- en stemmingsstoornissen

-

Geclusterd

o

mensen die vallen onder de doelgroep 'Beschermd Wonen’

-

Gespikkeld2

o

mensen die vallen onder de doelgroep ‘Maatschappelijke

-

Niet-geclusterd

▪

▪

Geografische ligging/ mate van clustering:

Fysieke toegankelijkheid/geschiktheid3:

Jeugd met een zorg- of ondersteuningsbehoefte, met specifieke aandacht

-

Zware zorg

voor:

-

Zorggeschikt - Rolstoeltoegankelijk

-

Zorggeschikt – Rollatortoegankelijk

o

1

woonwagenbewoners en statushouders kernachtig in beeld gebracht. In

o

Opvang’ •

Daarnaast hebben we de doelgroepen studenten, arbeidsmigranten,

Jongeren in de jeugdhulpverlening met verblijf

Onder deze brede doelgroep vallen ook mensen met een ernstige psychische aandoening (epa).

2 Het aanbod van gespikkelde voorzieningen is onduidelijk. Gespikkelde voorzieningen hebben we voornamelijk meegenomen aan de behoeftekant. 3

De (on)geschiktheid van de woningvoorraad is in beeld gebracht met het ramingsmodel van In.Fact.Research, op basis van de BAG. De methode staat toegelicht in het document ‘Geschiktheid woningvoorraad’. JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 13

o •

Reguliere woningvoorraad1

Voorzieningen met kortdurend verblijf

de regio, gemeenten en waar mogelijk ook op de situatie in de wijken en kernen.

o Vanuit crisissituatie o Vanuit herstelsituatie o Vanuit respijtzorg

•

Voorzieningen zonder verblijf o Inloop en ontmoeting o Dag- en weekendopvang o Eerstelijnsvoorzieningen

In bijlage 2 worden deze typen woonvoorzieningen verder toegelicht.

1.4

Voor de woonzorganalyse hebben we informatie verzameld uit openbare bronnen en input gevraagd van stakeholders.

1.4.1 Informatie uit openbare bronnen Bij het opstellen van dit onderzoeksrapport hebben we geput uit de volgende bronnen: •

1.3.4 Peildata en actualiteit We hebben gekeken naar de huidige situatie en de verwachtte situatie in 2030 en 2040. Daarvoor zijn we uitgegaan van zo actueel mogelijke informatie en hebben zo recent mogelijke peildata gebruikt. Daarbij waren we afhankelijk van de beschikbare bronnen. Zo zijn gegevens die we bij stakeholders hebben opgevraagd vaak volledig actueel. Veel gegevens die we van het CBS gebruikt

van de WoonZorgwijzer 1-1-2022 als peildatum. Daar waar we cijfers van één

•

mogelijk schaalniveau aangehouden. We hebben ons gericht op de situatie in

1

De demografische ontwikkeling van de bevolking op gebiedsniveau is in beeld gebracht met het micro-prognosemodel van In.Fact.Research.

•

De sociaal economische samenstelling van de bevolking is in beeld gebracht aan de hand van de indeling van sociaal economische klassen van het SCP.

•

Het aantal ouderen met beperkingen die leiden tot een al dan niet intensieve zorgbehoefte, is geraamd op basis van het ‘ramingsmodel wonen met zorg’ van In.Fact.Research.

•

Met de WoonZorgwijzer (www.woonzorgwijzer.info) is inzicht geboden in de mate waarin inwoners te maken hebben met beperkingen en

1.3.5 Schaalniveau In de analyses en presentatie van de uitkomsten hebben we een zo laag

Er is aangesloten op de meest recente provinciale bevolkingsprognose van Etil.

of twee jaar geleden gebruikt hebben we dit aangegeven en gaan we in op de verwachte ontwikkelingen in de periode na de peildatum tot op heden.

Er is gebruikgemaakt van cijfers van CBS statline, CBS Microdata en de databank van het CIZ.

•

hebben hadden als peildatum 1-1-2023 of waren nog recenter. Andere bronnen die we hebben gebruikt zijn minder actueel. Zo hebben de cijfers

Dataverzameling

aandoeningen. •

Voor wat betreft de actuele en toekomstige woonsituatie van ouderen is gebruikgemaakt van de landelijke monitor ouderenhuisvesting.

We hebben ook de reguliere woningvoorraad meegenomen en in kaart gebracht. Reguliere woningen kunnen (na aanpassing) mogelijk ook gebruikt worden door de doelgroepen. JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 14

•

De (on)geschiktheid van de woningvoorraad is in beeld gebracht met het

daarop hebben we informatie van de gemeenten ontvangen en aanvullend

ramingsmodel van In.Fact.Research, op basis van de BAG. De methode

bureauonderzoek gedaan om het aanbod nog scherper in beeld te krijgen.

staat toegelicht in het document ‘Geschiktheid woningvoorraad’. •

•

De leefbaarheid van wijken en buurten is in beeld gebracht op basis van

Stakeholderbijeenkomsten

de Leefbaarometer. Voor het inzicht in de omvang van kwetsbare

Daarnaast hebben we de grotere en een paar kleinere vernieuwende

groepen is geput uit de studie ‘Veerkracht in het corporatiebezit’

stakeholders uitgenodigd voor deelname aan twee bijeenkomsten in het

uitgevoerd in opdracht van de vereniging van woningcorporaties Aedes.

stadhuis van Roermond. Tijdens de eerste bijeenkomst hebben we de eerste

Voor wat betreft de voorzieningen zoals huisartsen en supermarkten is

resultaten gedeeld, en ze getoetst bij en geduid met de aanwezigen. Tijdens

gebruikgemaakt van landelijke databestanden. Deze geven slechts een

de tweede bijeenkomst hebben we met elkaar vooruit gekeken en gesproken

indicatie, want zijn nooit helemaal volledig en actueel.

over wat er nodig is richting de toekomst. Aanwezig bij deze bijeenkomsten waren zorgaanbieders, woningcorporaties, welzijnsorganisaties, het

1.4.2 Input van stakeholders

zorgkantoor, en de gemeenten.

We hebben zorgaanbieders, woningcorporaties, welzijnsorganisaties, het zorgkantoor, de provincie en de gemeenten gevraagd om input te leveren. Vragenlijst en inventarisatie woonzorgvoorzieningen

We hebben alle stakeholders een vragenlijst toegestuurd met 7 open vragen over de huidige situatie van woonzorgvoorzieningen in Midden-Limburg en waar zij knelpunten en kansen zien (bijlage 3). Deze is door 41 organisaties ingevuld, namelijk 29 zorgaanbieders (16x zorg met verblijf, 8x beschermd wonen, 5x jeugd met verblijf), 6 woningcorporaties, 6 welzijnsorganisaties, het zorgkantoor en vanuit de gemeenten een ketenregisseur Maatschappelijke Opvang en Beschermd. Ook hebben we alle stakeholders, indien van toepassing, gevraagd een lijst aan te leveren met de woonzorgvoorzieningen die zij bieden, inclusief type voorziening, type zorg, aantal beschikbare plekken en locatie. In totaal hebben 29 organisaties een inventarisatie van hun aanbod aangeleverd. In aanvulling

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 15

2.

Demografische kenmerken en

ontwikkelingen In dit hoofdstuk hebben we demografische kenmerken en ontwikkelingen van de regio Midden-Limburg in kaart gebracht. We kijken daarbij naar de bevolking in zijn geheel en zoomen in op doelgroepen die mogelijk zorg en/of ondersteuning nodig hebben. Dit geeft een beeld van de absolute en relatieve omvang en spreiding van deze doelgroepen, nu en in de komende jaren. Daarnaast worden sociaaleconomische kenmerken in beeld gebracht

2.1

Algemene bevolkingskenmerken

2.1.1 Totaal Demografie

In totaal stonden er begin 2023 241.467 inwoners ingeschreven in MiddenLimburg. Van hen verbleven er 5.037 in een institutioneel huishouden (verpleeghuizen en dergelijke), de andere personen vormden in totaal 111.296 particuliere huishoudens. In figuur 2 staat de leeftijdsopbouw van de inwoners van Midden-Limburg afgezet tegen het landelijk en provinciaal gemiddelde.

die van invloed zijn op de zorg- en ondersteuningsbehoefte.

De regio Midden-Limburg is relatief sterk vergrijsd. Ten opzichte van het

In het volgende hoofdstuk gaan we in op de behoefte aan zorg en

provinciaal gemiddelde telt de regio weinig inwoners in de ‘studerende’

ondersteuning van de doelgroepen.

leeftijd (18-24 jaar). De ‘bult’ in de leeftijdsklasse van 50 tot 77 betreft de babyboomgeneratie. Deze zorgt de komende jaren regio-breed voor een dubbele vergrijzing: binnen de toenemende groep neemt de groep 85plussers sterk toe. In de regio is 25,1% van de inwoners 65 jaar of ouder. Tussen de regiogemeenten zijn er verschillen (figuur 3). In Maasgouw en Roerdalen ligt het aandeel 65-plussers boven de 28%. In Roermond ligt dit aandeel op 22%.

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 16

1,8%

Toekomstverwachtingen

1,6%

De vergrijzing is nog niet op haar top, er is een grote groep 50 tot 75-jarigen die de komende jaren de grens van 75 jaar gaat passeren (figuur 2). Het

1,4%

aantal inwoners van 75 jaar of ouder in de regio neemt toe met ruim 8.500 in

1,2%

de periode 2022 tot 2030 en met circa 17.240 in de periode 2020 tot 2040.

1,0%

In elke gemeente neemt het aantal inwoners van 75 jaar of ouder flink toe

0,8%

(tabel 1. ontwikkeling aantal inwoners naar leeftijd in de gemeenten in

0,6%

midden-limburg in de periode 2022-2030 en aandeel 75+ in 2022 en 2030

0,4%

(bron: prognose etil (2024), bewerking in.fact.research) ).

0,2%

Nederland

Limburg

96 jaar

88 jaar

92 jaar

80 jaar

84 jaar

72 jaar

76 jaar

64 jaar

68 jaar

56 jaar

60 jaar

48 jaar

52 jaar

40 jaar

44 jaar

32 jaar

36 jaar

24 jaar

28 jaar

16 jaar

20 jaar

8 jaar

12 jaar

0 jaar

4 jaar

0,0%

Midden-Limburg

Figuur 2. Leeftijdsopbouw van de bevolking in Nederland, Limburg en Midden-Limburg per 1-1-2023 (Bron: CBS, bewerking In.Fact.Research)

Het aandeel inwoners van 75 jaar of ouder neemt naar verwachting toe van 11% in 2022, naar 14% in 2030 en 18% in 2040 (figuur 4, linker grafiek). Als gekeken wordt naar de leeftijdsverdeling van het aantal huishoudens (figuur 4, rechter grafiek), is de groep ouderen nog manifester. Het aandeel 75-plus huishoudens is nu ruim 16%, maar zal in 2040 naar verwachting ruim 25% bedragen.

Figuur 4. Het aandeel inwoners en huishoudens naar leeftijdsklasse in Midden-Limburg in 2022, 2030 en Figuur 3. Omvang en samenstelling ouderen (65+) in de gemeenten in Midden-Limburg per

2040 (Bron: CBS, prognose Etil (2024), bewerking In.Fact.Research)

1-1-2023 (Bron: CBS, bewerking In.Fact.Research) JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 17

ontwikkeling inwoners 2022 tot 2030 tot 25 jaar 25 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar 65 tot 75 jaar 75 tot 85 jaar Echt-Susteren -405 -315 -630 230 965 Leudal -725 -215 -780 735 1.015 Maasgouw -385 0 -680 145 630 Nederweert -125 90 -225 245 460 Roerdalen -245 -470 -495 25 640 Roermond 120 890 -350 555 1.580 Weert -345 595 -580 585 740 Midden-Limburg -2.115 575 -3.740 2.525 6.030

85+ 290 455 240 190 300 490 540 2.505

totaal 140 480 -50 635 -245 3.290 1.530 5.780

aandeel 75+ 2022 2030 12% 15% 11% 15% 12% 16% 11% 14% 12% 17% 9% 12% 11% 14% 11% 14%

2040 20% 21% 20% 18% 21% 15% 16% 18%

Tabel 1. Ontwikkeling aantal inwoners naar leeftijd in de gemeenten in Midden-Limburg in de periode 2022-2030 en aandeel 75+ in 2022, 2030 en 2040 (Bron: prognose Etil (2024), bewerking In.Fact.Research). In de bijlage 6 staat de ontwikkeling tot 2040 weergegeven.

Spreiding van de vergrijzing

Naast verschillen tussen gemeenten zijn er verschillen in de mate van vergrijzing binnen gemeenten. In tabel 1 staat op laag schaalniveau in Midden-Limburg het aandeel 75-plussers in 2022 weergegeven. Deze figuur laat zien dat er anno 2022 enkele gebieden zijn met een hoog aandeel ouderen. In de toekomst (2040 in figuur 5) zal in veel meer gebieden de vergrijzing toeslaan en wonen ouderen verspreid over de gehele regio. Met dit gegeven zal in het beleid rekening moeten worden gehouden. Dit geldt ook voor het gegeven dat niet elke buurt of kern in gelijke mate vergrijst, waarmee het belang van een uitwerking op het niveau van wijken en buurten nog eens wordt onderstreept. Sociaal economisch

Naast verschillen in leeftijd zijn ook verschillen in sociaal economische status van de bevolking van belang. De relaties met gezondheid en wonen met zorg lopen via verschillende lijnen, een hoger inkomen gaat bijvoorbeeld vaak samen met een hogere zelfredzaamheid en met bepaalde aandoeningen is het lastiger om carrière te maken.

Figuur Figuur 1. 5. Aandeel Aandeel 75-plussers 75-plussers in in 2022 2040 in in Midden-Limburg Midden-Limburg (Bron: CBS Microdata, prognose Etil, en micro-prognose model In.Fact.Research) )

In tabel 2 staan enkele indicatoren inzake de sociaal economische status per gemeente en voor de regio als geheel weergegeven. In de gemeente Roermond wonen relatief veel lagere inkomens (46%, landelijk 40%). In de overige regiogemeenten wonen relatief weinig lagere inkomens.

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 18

In Nederweert en Maasgouw wonen relatief veel huishoudens met een hoger inkomen. In elke gemeente wonen veel middeninkomens en mensen met een uitkering (31% in de regio, landelijk 27%), waaronder veel ouderen met een AOW-uitkering. Ook wonen in elke gemeente relatief veel mensen met een laag opleidingsniveau (29% in de regio, landelijk 27%). opleidingsniveau opleidingsniveau laag hoog Echt-Susteren 30% 27% Leudal 28% 26% Maasgouw 29% 28% Nederweert 30% 24% Roerdalen 28% 26% Roermond 31% 29% Weert 28% 29% Midden-Limburg 29% 27%

40% laagste 20% hoogste inkomens inkomens 38% 18% 32% 20% 34% 21% 35% 21% 35% 17% 46% 15% 38% 18% 38% 18%

personen met een uitkering 33% 30% 34% 28% 34% 30% 29% 31%

Tabel 2. Opleidingsniveau van personen in de leeftijdsklasse van 15 tot 75 jaar (2021), het huishoudensinkomen (2022) en het aandeel personen met inkomen uit een uitkering (2023) in de gemeenten in Midden-Limburg (Bron: CBS, bewerking In.Fact.Research)

Figuur 6 laat een kaart met de sociaal economische klasse van de inwoners zien, waarbij is aangesloten op de groepen die het Sociaal en Cultureel Planbureau onderscheidt.1 Daarbij wordt uitgegaan van combinaties van sociaal economische kenmerken die typerend zijn voor de inwoners in een bepaald gebied. De verschillende regiogemeenten hebben elk hun eigen sociaal economisch profiel maar overall blijven de verschillen beperkt. Op wijk- en buurtniveau zijn de verschillen groter. Vandaar dat we een grotere afbeelding van deze kaart hebben opgenomen in bijlage 4.

Figuur 6. Dominante sociaal economische klasse in de gemeenten in Midden-Limburg, zie bijlage 4 voor grotere afbeelding van deze kaart

De kaart biedt een goed inzicht in de sociaal economische opbouw van de gemeenten. Gebieden met concentraties van achterblijvers (precariaat)

1

Meer informatie over de methode en de onderscheiden groepen staat in het document Sociale gebiedstypering 2022. JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 19

verdienen vaak specifieke aandacht. Deze gebieden zijn met name gelegen in Roermond en in mindere mate in Weert).

2.1.2 Jeugd Bij voorgaande indicatoren ligt de focus op volwassenen. De jeugd heeft de toekomst en verdient om deze reden specifieke aandacht. Later in dit hoofdstuk wordt specifiek ingegaan op de jeugdhulpverlening, hier bespreken we enkele meer algemene indicatoren. Het CBS houdt in de jeugdmonitor indicatoren bij die een beeld geven van de kans (het risico) dat jongeren problemen krijgen (en daardoor mogelijk een beroep moeten doen op de jeugdzorg). Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de schoolprestaties, criminaliteitscijfers en het aantal kinderen in bijstandsgezinnen. In tabel 3 staan enkele van deze indicatoren weergegeven. Voor wat betreft de criminaliteit onder jongeren (geregistreerde verdachten) scoort de regio wat beter dan het landelijk en provinciaal gemiddelde, met uitzondering van gemeente Roermond. Ook zijn er relatief weinig voortijdige schoolverlaters (met uitzondering van Roermond) en weinig jongeren in bijstandsgezinnen (met uitzondering van Roermond en Roerdalen). Jongeren die de jeugdzorg met verblijf verlaten, krijgen straks in veel gevallen een (wettelijk verplichte) urgentieverklaring bij de zoektocht naar een woning (waarover later meer). Van belang is te beseffen dat het ook voor andere jongeren niet eenvoudig is een woning te vinden. Kwetsbare jongeren zijn vaak minder goed opgeleid en hebben een laag inkomen.

Als de jongeren in deze levensfase niet goed worden geholpen/bijgestaan, kan dat tot langdurige problemen leiden.

geregistreerde verdachten aandeel voortijdige aandeel jongeren in (per 10.000 jongeren) schoolverlaters bijstandsgezinnen Echt-Susteren 167 2,6% 4,3% Leudal 128 2,3% 2,7% Maasgouw 145 2,6% 3,0% Nederweert 64 1,7% 2,7% Roerdalen 135 2,5% 6,0% Roermond 186 3,2% 7,1% Weert 149 2,2% 4,8% Midden-Limburg 148 2,5% 4,8% Limburg (PV) 165 3,0% 6,1% Nederland 173 2,7% 5,7% Tabel 3. Het aantal geregistreerde verdachten tot 25 jaar per 10.000 jongeren, het aandeel voortijdig schoolverlaters en het aandeel kinderen in bijstandsgezinnen in de gemeenten in Midden-Limburg, Limburg en in Nederland, 2022 (Bron: CBS)

2.2

Zelfstandig wonende zorgdoelgroepen

Prevalentie

De (grotendeels zelfredzame) groep met zintuiglijke aandoeningen is het grootst1 (figuur 7). Deze groep is in Midden-Limburg ook relatief groter dan elders in het land. Hetzelfde geldt voor andere ouderdom gerelateerde aandoeningen, zoals somatische problematiek en dementie. Ouderdom gerelateerde aandoeningen komen in elke gemeente voor (zie tabel 4). Voor de overige (psychiatrische of verstandelijke) onderscheiden aandoeningen geldt dat het aandeel inwoners dat hiermee te maken heeft beneden het Nederlands gemiddelde ligt. De groep licht verstandelijk beperkt (LVB-groep), bestaat uit de groep met een IQ tussen de 50 en 85 die problemen ervaren in de zelfredzaamheid. Voor deze groep is een goede toegankelijkheid van zorg en ondersteuning en een heldere eenvoudige communicatie van belang. Het aandeel zelfstandig wonende inwoners met

Dat deze groep het grootst is hangt samen met een brede definitie. Iedereen die moeite heeft met horen of lezen is meegeteld, onafhankelijk van de vraag of men daardoor beperkt wordt in het dagelijks leven. Dat laatste is bij slechts 2,5% het geval. 1

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 20

psychiatrische problematiek

angst- en stemmingsproblematiek

zintuiglijke aandoeningen

somatische problematiek

veel mensen met LVB-problematiek (11,3%).

matig of ernstig verstandelijk beperkt

landelijk gemiddelde (6,4% zie ook tabel 4). In de gemeente Roermond wonen

licht verstandelijk beperkt

dementie (extramuraal)

LVB-problematiek ligt met ongeveer 5,4% in Midden-Limburg onder het

Echt-Susteren 1,9% 4,2% 0,3% 7,6% 8,8% 5,6% 1,5% Leudal 1,9% 1,9% 0,1% 6,2% 7,4% 4,8% 1,2% Maasgouw 2,0% 2,2% 0,2% 6,9% 8,1% 5,0% 1,2% Nederweert 1,8% 2,3% 0,2% 6,0% 7,2% 4,7% 1,3% Roerdalen 2,0% 3,7% 0,2% 7,6% 8,9% 5,5% 1,3% Roermond 1,6% 11,3% 0,5% 8,8% 10,7% 7,9% 2,1% Weert 1,8% 5,3% 0,3% 7,5% 8,9% 6,3% 1,7% Midden-Limburg 1,8% 5,4% 0,3% 7,5% 8,9% 6,1% 1,6% abs 3.580 10.710 560 14.710 17.540 11.950 3.110 Tabel 4. Het aandeel zelfstandig wonende inwoners, ouder dan 18 jaar, met een bepaalde aandoening in de gemeenten in Midden-Limburg, 2022. (Bron: WoonZorgwijzer 4.0)

De aanwezigheid van LVB-problematiek hangt nauw samen met de sociaal economische samenstelling van de bevolking. Voor andere aandoeningen – zoals dementie, somatiek en zintuiglijk – geldt dat de aanwezigheid ervan nauw samenhangt met het aantal ouderen in de gemeente. Vandaar dat we deze groepen vaker terugzien in de meer vergrijsde gemeenten. De aanwezigheid van inwoners met psychiatrische aandoeningen of een matig of ernstig verstandelijke beperking, hangt vaak samen met het aanwezige aanbod aan specifieke voorzieningen voor deze groepen. Figuur 7. Het aandeel zelfstandig wonende inwoners, ouder dan 18 jaar, met een bepaalde aandoening in Midden-Limburg en Nederland, 2022. Het totaal aantal personen in de regio staat per aandoening tussen haakjes in het label genoemd. (Bron: WoonZorgwijzer 4.0)

Toekomstverwachtingen

In figuur 8 staat de verwachte ontwikkeling van de zorggroepen voor de periode 2022 tot 2030 en 2040 weergegeven. Deze toekomstvoorspelling is uitgevoerd op basis van de verwachte demografische ontwikkelingen conform de Etil-prognose.

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 21

gezondheidsmonitor en het RIVM) het aantal inwoners die te maken hebben met somatische problematiek echter al jaren af. Dat is vooral een gevolg van betere medische ingrepen en/of door betere hulpmiddelen. De verwachting is dat deze trend de komende periode nog doorzet, ondanks de vergrijzing. In tabel 5 staan de ontwikkelingen per gemeente weergegeven. In Roermond en Weert neemt ook het aantal inwoners met LVB-problematiek (beperkt) toe. Daarbij moet opgemerkt dat het vanuit het principe van ‘fair share’ de bedoeling dat andere gemeenten deze groepen vaker gaan huisvesten. Met dit soort beleidseffecten is bij de berekeningen geen rekening gehouden. Het gaat hier immers om een voornemen en om verwachte effecten. De mate waarin dit ook werkelijkheid zal worden is van veel factoren afhankelijk. Dat geldt ook voor de effecten van mogelijk verdergaande extramuralisering van de verpleeghuiszorg. Deze zal ertoe leiden dat er op termijn bijvoorbeeld meer ouderen zelfstandig (extramuraal) wonen en minder in een verpleeghuis (intramuraal). In kwantitatieve zin neemt met name de groep ouderen toe, daar zal meer Figuur 8. De verwachte ontwikkeling van het aantal (zelfstandig wonende) inwoners met bepaalde aandoeningen in Midden-Limburg (Bron: WoonZorgwijzer 4.0 & Etil)

aanbod voor moeten worden gecreëerd. Voor de (beperkte) toename van de LVB-groep geldt dat de opgave meer kwalitatief van aard is. Daarnaast heeft deze groep last van de druk op de sociale huursector, waarop zij veelal zijn

Met name de groep inwoners met dementie neemt de komende periode sterk toe in de gemeenten in Midden-Limburg. Ook kampen er in de toekomst meer inwoners met angst- en stemmingsproblematiek. Beide toenamen hangen nauw samen met de vergrijzing.

aangewezen. In de Woondeal met de provincie en het Rijk hebben de regiogemeenten afgesproken in de periode tot 2030 de sociale huursector fors uit te breiden en de tekorten aan te pakken. In de praktijk is het echter vooralsnog lastig de nieuwbouw op gang te houden/brengen.

Het aantal inwoners met somatische problematiek neemt vermoedelijk af. Dat wekt mogelijk enige verbazing, omdat het met name ouderen zijn die daar mee te maken hebben. Ondanks de vergrijzing neemt (volgens de JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 22

psychiatrische problematiek

jeugdproblematiek

380 350 240 180 220 1.030 700 3.110

510 590 360 310 340 1.110 900 4.120

zintuiglijke aandoeningen

80 1.990 2.310 1.480 40 1.830 2.200 1.420 50 1.380 1.610 1.000 30 860 1.030 670 30 1.290 1.520 940 220 4.270 5.160 3.840 110 3.100 3.710 2.600 560 14.710 17.540 11.950

somatische problematiek

angst- en stemmingsproblematiek

510 1.100 550 560 400 440 260 330 340 630 780 5.450 760 2.190 3.580 10.710

matig of ernstig verstandelijk beperkt

licht verstandelijk beperkt

dementie (extramuraal)

aantallen 2022 Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg toename 2022-2030 Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg toename 2022-2040 Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg

2.2.1 Ouderen met zorg- en of ondersteuningsbehoefte

120 175 80 70 95 210 155 925

0 10 0 -20 -15 135 50 150

0 0 0 -5 5 10 5 15

-95 -5 -85 -25 -55 -195 -205 -655

15 70 -20 15 0 140 -5 215

130 100 70 50 65 580 320 1.315

-5 -10 -5 0 -15 40 15 10

-15 -20 0 10 -5 20 20 10

305 430 190 170 210 540 375 2.240

-50 -10 -25 -40 -50 265 70 150

-5 -10 -5 -5 0 20 -5 -10

-200 -25 -190 -50 -155 -335 -380 -1.325

-40 85 -90 20 -70 205 -70 40

245 180 125 100 110 1.185 615 2.560

-20 -35 -20 -5 -30 50 10 -60

-20 25 10 40 -15 40 70 150

Tabel 5. Ontwikkeling aantal inwoners van 18 jaar of ouder dat zelfstandig woont met een bepaalde aandoening in de gemeenten in Midden-Limburg in de periode 2022 tot 2030 en 2040 (Bron: WoonZorgwijzer 4.0)

Het aantal inwoners met dementie neemt tot 2040 toe met 2.240 personen. Het betreft een relatieve groei van 62%. Het aantal inwoners met somatische problematiek neemt tot 2040 toe met 14.170 personen. Het betreft een relatieve afname van 5,5%.

2.2.2 Mensen met een beperking Het aantal inwoners met een licht verstandelijke beperking neemt tot 2040 toe met 150 personen. Het betreft een relatieve toename van 1%. Het aantal inwoners met een matig/ernstige verstandelijke beperking neemt tot 2040 af met 10 personen. Het betreft een relatieve afname van 2%. Het aantal inwoners met zintuigelijke aandoeningen neemt tot 2040 toe met 40 personen. Het betreft een relatieve groei van 0,25%.

2.2.3 Mensen met psychiatrische problematiek Het aantal inwoners met angst- en stemmingsproblematiek neemt tot 2040 toe met 2.560 personen. Het betreft een relatieve groei van 21%. Het aantal inwoners psychiatrische problematiek neemt tot 2040 af met 60 personen. Het betreft een relatieve afname van 2%

2.2.4 Jeugd met zorg- en of ondersteuningsbehoefte Het aantal inwoners tot 18 jaar met een ondersteuningsbehoefte op basis van opvoed- of opgroeiproblemen en/of psychiatrische problemen psychiatrische problematiek neemt tot 2040 toe met 150 personen. Het betreft een relatieve groei van 3,5%

JB/24/1490/wzaml

Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 23

2.3

Niet-zelfstandig wonende zorgdoelgroepen

De verantwoordelijkheid voor intramuraal wonen en verblijf ligt slechts ten dele bij de gemeenten. Het gaat dan om de jeugdzorg met verblijf, beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. Directe betrokkenheid bij de zorg en ondersteuning die bijvoorbeeld wordt geboden in verpleeghuizen, instellingen voor verstandelijk beperkten en GGZ is er niet. Deze wordt vanuit de Wet Langdurige Zorg gefinancierd. Toch hoort in het gemeentelijk/regionaal beleid minimaal de relatie met deze instellingen te worden gelegd. Ook deze instellingen doen een beroep op ruimte, zoeken naar personeel en locaties en vanuit deze instellingen wordt (kan) ook ambulante zorg en ondersteuning worden verleend. In deze paragraaf bespreken we eerst de sectoren waar de gemeenten directe verantwoordelijkheid dragen. Vervolgens gaan we ook in op de andere sectoren.

2.3.1 Cliënten jeugdzorg In totaal maken in Midden-Limburg ruim 5.500 jongeren gebruik van jeugdzorg (tabel 6). Het gaat hier om 11% van de jongeren, landelijk ligt dit aandeel op 9%. In de gemeente Echt-Susteren ligt het aandeel met 12% iets hoger dan in de andere regiogemeenten. Omdat de jeugdzorg gedecentraliseerd is, zegt dit niet alleen iets over het aantal jongeren met problemen, maar ook iets over de toegang tot deze zorg. In 2022 is het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet aangepast. Het kan zijn dat als gevolg daarvan het aanbod wat gaat verschuiven. De opvang was deels regionaal georganiseerd, door het nieuwe beginsel is elke gemeente – financieel – verantwoordelijk voor de eigen jeugd.

Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg Limburg (PV) Nederland

totaal jeugdzorg jeugdzorg met verblijf abs perc abs perc 770 12% 60 0,9% 840 11% 70 0,9% 480 10% 30 0,7% 400 10% 20 0,5% 445 11% 40 0,9% 1.435 11% 125 0,9% 1.150 10% 75 0,7% 5.520 11% 420 0,8% 23.800 10% 2.560 1,0% 398.555 9% 35.965 0,8%

Tabel 6. Het aantal jongeren dat gebruik maakt van jeugdzorg en het aantal jongeren in jeugdzorg met verblijf in Midden-Limburg, Limburg en Nederland, eerste kwartaal 2023 (absoluut en relatief) (Bron: CBS)

Slechts een klein deel ontvangt jeugdzorg met verblijf. In totaal gaat het in de regio om 420 jongeren. In aandeel gaat het om 0,8% van de jongeren, het landelijk percentage ligt eveneens op 0,8%. In figuur 9 is te zien dat in Midden-Limburg relatief veel jongeren verblijven in de pleegzorg. Het type verblijf zegt vaak ook iets over de achterliggende problematiek. Jongeren die hulp krijgen vanwege persoonsgebonden aandoeningen zitten vaker in een instelling1, in pleegzorg zitten vaker jongeren met problemen die zijn gerelateerd aan de gezinssituatie. Vermoedelijk passeert ongeveer 10% van de jongeren jaarlijks de grens van 18 jaar en wordt daarmee volwassen. Deze groep belandt vervolgens deels in de verlengde jeugdzorg en een ander deel stroomt door naar een instelling voor bijvoorbeeld beschermd wonen. Weer een ander deel zal zelfstandig gaan wonen, al dan niet met iets als een kamertrainingscentrum als

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=54e0ceb9-b596-4e29-a2ad-cb1f530906b9