CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - toelichting en planregels bestemmingsplan Rooswinkel

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Herontwikkeling Rooswinkelterrein21.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

Rooswinkel Gemeente Roermond

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Rooswinkel Gemeente Roermond

IDN-nummer:

NL.IMRO.0957.BP00000323-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

25 april 2024

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Geldende bestemmingsplan Leeswijzer

5 5 6 7

Hoofdstuk 2 Het planvoornemen

9

2.1 2.2 2.3

9 9 11

Historische ontwikkeling plangebied Huidige situatie Planvoornemen

Hoofdstuk 3 Beleid

17

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regioniaal beleid Gemeentelijk beleid

17 19 21 23

Hoofdstuk 4 Milieuaspecten

27

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

27 27 29 30 32 33 36 39 43 45

Inleiding Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Natuur Water Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen

Hoofdstuk 5 Juridische opzet

47

5.1 5.2 5.3

47 47 47

Algemeen Verbeelding Planregels

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

51

6.1 6.2 6.3 6.4

51 51 51 52

Inleiding Economische en financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Conclusie

bestemmingsplan Rooswinkel

3

Hoofdstuk 7 De procedure

53

7.1 7.2 7.3

53 53 53

De te volgen procedure Vooroverleg met instanties Ontwerp en vaststelling

Toelichting

4

bestemmingsplan Rooswinkel

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voornemen bestaat om bedrijventerrein Rooswinkel, gelegen ten zuiden van de Prins Bernhardstraat in Roermond, te herontwikkelen als woonlocatie. Met het planvoornemen worden 91 woningen gerealiseerd, bestaande uit 32 levensloopbestendige woningen en 59 appartementen verdeeld over 3 appartementencomplexen. Het (industrieel) gemeentelijk monument binnen het plangebied, in de vorm van de voormalig Kampinafabriek en kantoren (gebouwd na 1945) aan de straatzijde van de Prins Bernhardstraat, wordt behouden in de vorm van een appartementencomplex. Momenteel rust op het plangebied de enkelbestemming 'Bedrijventerrein' met bijbehorend bouwvlak en maatvoering, en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Binnen deze bestemming is het qua gebruiksen bouwmogelijkheden niet mogelijk om woningbouw mogelijk te maken. Er dient daarom een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden om het beoogde woningbouwproject mogelijk te maken, dat de planologisch-juridische basis biedt voor het verlenen van de benodigde omgevingsvergunning(en). Deze toelichting voorziet in de ruimtelijke onderbouwing van dit bestemmingsplan, waarbij het planvoornemen beschreven wordt en getoetst wordt aan de geldende beleidskaders, milieu- en omgevingsapecten en economische en maatschappelijke haalbaarheid.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is centraal in het stedelijk gebied van Roermond gelegen, met op korte afstand het centrum van de kern. Tevens zijn de Roer en het spoor van de Ijzeren Rijn dichtbij de locatie gelegen. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Roermond, sectie B, perceelnummers 5413, 5713 (deels) en 6853. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van ca. 15.000 m2 .

Luchtfoto met kadastrale percelen en begrenzing plangebied (rood omkaderd) Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Prins Bernhardstraat. Aan de overzijde van deze weg zijn

bestemmingsplan Rooswinkel

5

voormalig bedrijfslocatie Eiermijn en het campinaterrein getransformeerd tot woningbouwlocatie(s). Onderhavig planvoornemen sluit hierop aan. Ten noordoosten en zuidwesten van de locatie zijn woningen gelegen. Aan de noordoostzijde vormt deze woningbouw de 'buffer' tussen het plangebied en een van de belangrijkste ontsluitingswegen van Roermond; de Koninginnelaan. Aan de zuidwestzijde ligt tussen het plangebied en de woningen nog het spoor van de Ijzeren Rijn. Aan de oostzijde van het plangebied blijft nog een 'restant' van het oorspronkelijk bedrijventerrein intact.

Luchfoto ligging plangebied in Roermond

1.3

Geldende bestemmingsplan

Het plangebied is juridisch-planologisch geregeld in het geldende bestemmingsplan 'Roermondse Veld' (vastgesteld 30-10-2014) en is geheel onherroepelijk in werking. Op basis van dit bestemmingsplan is het gehele plangebied bestemd als 'Bedrijventerrein' met bijbehorend bouwvlak en maatvoeringsaanduiding (maximum goot-/bouwhoogte van 12 meter) in combinatie met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'.

6

bestemmingsplan Rooswinkel

Uitsnede geldend bestemmingsplan Binnen deze bedrijfsbestemming zijn uitsluitend bedrijven en/of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten met bijbehorende voorziening toegestaan en is het qua gebruiks- en bouwmogelijkheden niet mogelijk om woningbouw mogelijk te maken. Daarnaast geldt niet ter plekke van alle voorziene woningen een bouwvlak. Er dient daarom een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden om het beoogde woningbouwproject planologisch-juridisch mogelijk te maken.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het planvoornemen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het planvoornemen getoetst aan Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 worden de milieuaspecten bodem, geluid, luchtkwaliteit, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid, natuur, water, archeologie en cultuurhistorie en kabels en leidingen getoetst aan het planvoornemen. In hoofdstuk 5 wordt de juridische opzet toegelicht, waarna in hoofdstuk 6 en 7 respectievelijk de uitvoerbaarheid en procedure van het plan beschreven worden.

bestemmingsplan Rooswinkel

7

8

bestemmingsplan Rooswinkel

Hoofdstuk 2 2.1

Het planvoornemen

Historische ontwikkeling plangebied

Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied geen deel uit maakt van de historische kern van Roermond. Uit kaartmateriaal uit 1806 blijkt dat het plangebied onbebouwd is en in gebruik als landbouwgrond. Het plangebied ligt aan de zuidelijke toegangsweg van de stad. Op een kadastrale kaart uit 1845 zijn het plangebied en omgeving aangeduid als 'In de Wolfs Keel'. Ook dan is het plangebied in gebruik als bouwland. Vanaf de jaren '30 van de vorige eeuw vinden er grote veranderingen plaats. Vanaf 1938 wordt het terrein en de omgeving bebouwd. Gedurende de jaren daarna veranderd de bebouwing van het plangebied continu. Een aantal gebouwen wordt gesloopt en vervangen. De voorloper van de Prins Bernhardstraat, die al in kaartmateriaal van begin 19e eeuw is opgenomen, verandert in de jaren '40 van de vorige eeuw qua ligging. De weg wordt hiermee aangepast aan het nieuwe stratenplan van de stad. In de jaren '50 van de vorige eeuw is de huidige bebouwing ter plaatse van het plangebied gebouwd en is het terrein volledig verhard. Deze bebouwing met verharding staat er nog steeds, maar voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd en is hierom ook leegstaand. Ten westen van het plangebied is de spoorlijn de Ijzeren Rijn gelegen, die de spoorlijn van Antwerpen (België) naar Mönchengladbach (Duitsland) vormt. De bouw van de Ijzeren Rijn is in 1869 gestart.

In 1879 is de spoorlijn in gebruik genomen. In het begin reden er veel treinen op de Ijzeren Rijn. Als gevolg van de afsluiting voor Duits spoorverkeer in 1914 en de hoge doorvoertarieven voor Belgische goederen na de Eerste Wereldoorlog nam het gebruik echter af. Een deel van de spoorlijn is buiten gebruik, een groot deel wordt nog wel gebruikt voor vervoer van reizigers en goederen. Ter hoogte van het plangebied is de Ijzeren Rijn buiten gebruik. Ten oosten van het plangebied is zoals gezegd een van de belangrijkste invalswegen van Roermond gelegen, de Koninginnelaan. Eind jaren '70 lag deze nog niet waar deze nu ligt.

2.2

Huidige situatie

Het plangebied en omgeving maken deel uit van het stedelijk gebied. In het verleden was het plangebied in gebruik als bedrijventerrein, waar parkeren op eigen terrein was voorzien. Momenteel staat de bebouwing leeg, omdat het voor bedrijven niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd. Daarnaast is het eigenlijk ook niet meer wenselijk dat de bedrijfsbebouwing als zodanig in gebruik genomen wordt om zodoende eventuele overlast op de (woon) omgeving te voorkomen. Een bijzonder element binnen het plangebied, dat behoudenswaardig is, is het gemeentelijk monument in de vorm van de voormalig Kampinafabriek met kantoren (gebouwd voor 1945). Ten noorden en zuiden van het plangebied zijn woonlocaties met lintbebouwing (Koninginnelaan en Kapellerlaan) gesitueerd. De bebouwing aan de Koninginnelaan betreft projectmatige woningen in twee bouwlagen met kap. De bebouwing aan de Kappellerlaan heeft daarentegen een gedifferentieerde verschijningsvorm qua architectuur, bouwmassa, goot-/bouwhoogte en kapvorm. Tevens is sprake van verschillende functies in de omgeving, zoals wonen, bedrijvigheid en maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast zijn aan de overzijde van de Prins Bernhardstraat de locaties Eiermijn en Campinaterrein (recentelijk) in ontwikkeling als woonlocatie.

Aan de zuidwestelijke zijde is een buiten werking getreden spoorlijn Ijzeren Rijn gelegen, met op grotere afstand de rivier de Roer.

bestemmingsplan Rooswinkel

9

Gemeentelijk monument binnen het plangebied

Obliek plangebied

10

bestemmingsplan Rooswinkel

Aanzicht plangebied ter hoogte van ontsluiting aan Prins Bernhardstraat

Profiel Prins Bernhardstraat ter hoogte van plangebied(rechts) en woningbouwontwikkeling Eiermijn (links)

2.3

Planvoornemen

2.3.1 Algemeen De toekomstige inrichting van het plangebied met woningbouw is in nauw overleg met de gemeente Roermond tot stand gekomen. Dit heeft geresulteerd in een door de gemeente goedgekeurd stedenbouwkundig plan, dat als basis dient voor onderhavig bestemmingsplan. Binnen de marges van de regels van dit bestemmingsplan kan de inrichting van het plangebied wijzigen. Het planvoornemen zoals hierna nader beschreven en gevisualiseerd dient als uitgangspunt. Hierna wordt eerst ingegaan op de mogelijk te bouwen woningen binnen het plangebied. Daarna komen het groenplan, de ontsluiting en parkeren aan bod. 2.3.2 Woningbouw Het planvoornemen bestaat om een voormalig bedrijventerrein te herontwikkelen naar een woningbouwlocatie. Met het voornemen worden 90 woningen gerealiseerd, waarvan 32 levensloopbestendige woningen betreffen en 58 appartementen verdeeld over 3 appartementencomplexen met respectievelijk 6, 24 en 28 appartementen. Met het planvoornemen wordt het gemeentelijk monument in de vorm van de voormalig Kampinafabriek en kantoren (gebouwd voor 1945) binnen het plangebied behouden. Hierin worden 6 appartementen voorzien. Dit betreft uitsluitend een interne verbouwing. De uiterlijke verschijningsvorm van dit gemeentelijke monument blijft ongewijzigd.

bestemmingsplan Rooswinkel

11

Aan de zijde van de Prins Bernhardstraat worden de appartementen in een twee-, drie- en vierlaags appartementencomplex gerealiseerd. De overige eenlaagse levensloopbestendige woningen geven invulling aan de rest van het plangebied. Deze woningen zorgen aan de noordoost- en oostzijde voor een geleidelijke overgang naar de aangrenzende bebouwing. Het plangebied wordt via twee insteken met een lusvormige infrastructuur ontsloten op de Prins Bernhardstraat. Deze lusvormige ontsluiting is éénrichtingsverkeer waarbij de 'tussenverbinding' twee richtingen is. Tevens wordt voorzien in de bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, groenvoorziening en voorzieningen voor de opvang van hemelwater.

Stedenbouwkundig plan (zie Bijlage 1) In het gemeentelijk monument wordt appartementenblok 01, paars aangeduid op voorgaande verbeelding, gerealiseerd. Dit betreft een tweelaags appartementencomplex, in de bestaande bebouwing van het gemeentelijk monument, waar 6 appartementen gerealiseerd zullen worden met een totaal BVO van 584 m2 . De verschijningsvorm en architectuur van deze bebouwing blijft ongewijzigd en daardoor behouden. Ten oosten hiervan, schuin achter het gemeentelijk monument, wordt het drie-/vierlaagse appartementenblok 02 gerealiseerd, dat met een totaal BVO van 2001 m2 bestaat uit 24 appartementen. Naast het gemeentelijk monument aan de Prins Bernardstraat het drie-/vierlaagse appartementenblok 03 gelegen, dat met een totaal BVO van 2400 m2 ruimte biedt voor 28 appartementen. Rondom deze appartementencomplexen wordt voorzien in de groene aankleding en benodigde parkeervoorziening. Hierdoor krijg het plangebied aan deze zijde, vanaf de Prins Bernhardstraat een open karakter. De 32 eenlaagse grondgebonden twee-onder-een-kapwoningen kenmerken de rest van de toekomstige bebouwing binnen het plangebied.

12

bestemmingsplan Rooswinkel

2.3.3 Groenplan Binnen het plangebied is in de huidige situatie weinig groen aanwezig. Het terrein is momenteel volledig verhard. Aan de noordoostelijke zijde vormt de incidentele begroeiïng en bomen in combinatie met een betonblokken erfafscheiding de scheiding tussen het bedrijventerrein en de aanliggende woonfunctie. Met het voornemen worden de begroeiïng, bomen en betonnen erfafscheiding verwijderd om ruimte te maken voor twee-onder-een-kapwoningen met tuin. De tuinen van de nieuwe woningen grenzen hier dan rechtstreeks aan de tuinen van de bestaande aangrenzende woningen aan de Koninginnelaan. Er wordt een uniforme groene erfafscheiding geplaatst met het brandpad aan de tuinen van de achterburen. In de toekomstige situatie zal als 'begeleiding' van de infrastructuur voorzien worden in de aanplant van bomenrijen in het straatprofiel. Daarnaast wordt op verschillende plekken rondom parkeerplaatsen in het plangebied groen gerealiseerd. Dit zal veelal plaatsvinden in de vorm van bomen. Daarnaast worden op locatie eveneens groenvoorzieningen gerealiseerd, ter bevordering van de waterinfiltratie én de groene uitstraling van het plangebied. Hieronder worden hiervan impressies gegeven. 2.3.4 Ontsluiting en parkeren Het plangebied zal via een lusvormige ontsluitingstructuur met éénrichtingsverkeer vanuit de Prins Bernhardstraat bereikbaar zijn.

Alleen de 'tussenverbinding' is twee richtingen. De ontsluiting (ingang) van het plangebied zal via de eenrichtingsweg aan de zuidzijde van het plangebied plaatsvinden. De uitgang is voorzien ten noorden van het gemeentelijk monument. De parkeernorm van onderhavig planvoornemen is berekend op basis van de Nota Parkeernormen 2021 van gemeente Roermond, zoals de gemeente deze voor herontwikkelingslocaties hanteert. Het plangebied maakt, op basis van de gebiedsindeling onderdeel uit van Roermondsveld en wordt aangeduid als rest bebouwde kom. De woningen betreffen woningen in de categorie woning, twee-onder-een-kap. Hiervoor geldt een maximale parkeernorm van 2,0 parkeerplaats per woning op basis van de Nota Parkeernormen 2021 en op basis van de CROW een maximale verkeersgeneratie van 8,0 per woning per etmaal. De appartementen betreffen woningen in de categorie appartement, tussen 60 en 100 m2 . Hiervoor geldt een maximale parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woning op basis van de Nota Parkeernormen 2021 en op basis van de CROW een maximale verkeersgeneratie van 5,8 per woning per etmaal. Voor de 32 twee-onder-een-kapwoningen geldt een totale maximale parkeerbehoefte van 64 parkeerplaatsen (32 x 2,0). Voor de 58 appartementen geldt een totale maximale parkeerbehoefte van 87 parkeerplaatsen (58 x 1,5). Dit betekent een totale maximale parkeerbehoefte van 151 parkeerplaatsen.

Met het planvoornemen worden 106 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd. Bij de eenlaagse levensloopbestendige woningen wordt voor 25 woningen door de aanwezigheid een oprit (twee parkeervakken) bij de woningen parkeren (deels) op eigen terrein gerealiseerd. Dit betreffen 50 parkeerplaatsen op eigen terrein. Een parkeerplaats op eigen terrein krijgt op basis van de Nota parkeernormen 2021 een andere waardering dan parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Voor een dubbele oprit zonder garage, zoals in onderhavig planvoornemen gerealiseerd zal worden, geldt een berekeningsaantal van 1,7 parkeerplaatsen in plaats van de feitelijke 2 parkeerplaatsen. Hiervoor geldt dat de oprit minimaal 5 meter diep moet zijn, waar bij de civieltechnische uitwerking van de infrastructuur aan wordt voldaan. Dit levert een berekeningsaantal van 42 parkeerplaatsen (50 x1,7) op eigen terrein op. De parkeerbehoefte van de overige 7 woningen en appartementen wordt in de openbare ruimte opgevangen. In de openbare ruimte wordt in de parkeerbehoefte voorzien door de aanleg van haakse en parallelle parkeervakken. In totaal worden met het planvoornemen 148 parkeerplaatsen (106 + 42) gerealiseerd. Hiermee is er sprake van een klein te kort van 3 parkeerplaatsen.

Dit kleine te kort wordt acceptabel geacht, gelet op het inleveren van ruimtelijke kwaliteit en groen in de nieuwe woonbuur, als deze 3 extra parkeerplaatsen wel zouden worden aangelegd.

bestemmingsplan Rooswinkel

13

Met het planvoornemen zal naar verwachting sprake zijn van een verkeersgeneratie van 594,4 verkeersbewegingen ((32 x 8,0) + (58 x 5,8). Aangezien voorheen binnen het plangebied een bedrijf was gevestigd met de nodige verkeersaantrekkende werking, waaronder vrachtverkeer, zal de verkeerssituatie ter plaatse verbeteren. Echter om de afwikkeling van het verkeer vanuit het plangebied te regelen is het plangebied via twee wegen ontsloten aan de Prins Bernhardstraat. De Prins Bernhardstraat is met de ontwikkeling van woningbouwlocaties Eiermijn en Campinaterrein, aan de overzijde van het plangebied, reeds aangepast aan de toekomstige verkeersintensiteit. Hiermee kan de maximale verkeersgeneratie ten gevolge van onderhavig planvoornemen in voldoende mate worden afgewikkeld.

14

bestemmingsplan Rooswinkel

Parkeerplan conform planvoornemen

bestemmingsplan Rooswinkel

15

16

bestemmingsplan Rooswinkel

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe Omgevingswet, die op 1 januari 2023 in werking treedt. In dit strategisch beleidsdocument schetst de overheid een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Nederland staat de komende jaren voor grote opgaven: de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzame energie opwekken, klimaatverandering, en de overgang naar een circulaire economie vragen meer ruimte dan er beschikbaar is. Daarom moeten er keuzes worden gemaakt om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig, gezond en welvarend te houden.

In dit licht zijn de NOVI de nationale belangen opnieuw gedefinieerd: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften Waarborgen en realiseren van een veilig robuust en duurzaam mobiliteitssysteem In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten Beperken van klimaatverandering Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2 -arm is en de daarbij benodigde infrastructuur Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen Realiseren van een toekomstbestendige circulaire economie Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit) Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat Realiseren en

behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit Ontwikkelen van een duurzame visserij. Gevolg planvoornemen Het planvoornemen bestaat om een voormalig bedrijventerrein te herontwikkelen naar een woningbouwlocatie. Met het voornemen worden 91 woningen gerealiseerd, bestaande uit 32 levensloopbestendige woningen en 59 appartementen verdeeld over 3 appartementencomplexen. Het voorgenomen initiatief is in lijn met de nationale omgevingsvisie en draagt zorg voor de uitbreiding van de woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Met de realisatie van verschillende woonvormen binnen één plangebied, wordt er gezorgd voor een menging van doelgroepen. Bij de planvorming wordt rekening

bestemmingsplan Rooswinkel

17

gehouden met de diverse milieuaspecten, landschap, water, natuur en cultuurhistorie, geheel in lijn met de NOVI. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. project Mainportontwikkeling Rotterdam; 2. kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; 3. grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; 4. toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; 5. Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; 6. verstedelijking in het IJsselmeer; 7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. Elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.

Gevolg planvoornemen Het plangebied is niet gelegen binnen een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. De Barro en het Rarro hebben dan ook geen consequenties voor onderhavig planvoornemen en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'motivering duurzame verstedelijking' opgenomen. Het Bro stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen en omgevingsvergunning (handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening) die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De Ladder voor duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden, waarbij de afzonderlijke treden zijn losgelaten. Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan c.q. omgevingsvergunning een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting/ruimtelijke onderbouwing een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting/ruimtelijke onderbouwing, aanvullend op de beschrijving van de behoefte, tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen.

18

bestemmingsplan Rooswinkel

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Wanneer sprake is van nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de toelichting van het bestemmingsplan/ruimtelijke onderbouwing een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. Deze behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. Het planvoornemen voorziet in een woonontwikkeling van 91 woningen. Hierdoor kan gezien het aantal woningen gesteld worden dat er sprake is van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. De behoefte voor de woningen dient daarom onderbouwd te worden in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Met de realisatie wordt voorzien in een kwalitatieve behoefte, namelijk levensloopbestendige woningen en gelijkvloerse appartementen voor ouderen. De locatie is gelegen binnen het stedelijk gebied van de kern Roermond, waardoor er sprake is van een inbreidingslocatie, waar de herontwikkeling van een bestaande verouderde bedrijfsbebouwing plaatsvindt. Een extra motivatie is dan ook niet aan de orde vanwege de ligging binnen het stedelijk gebied.

Gevolg planvoornemen Er bestaat in de regio zowel kwantitatief als kwalitatief behoefte aan de woningen waarin onderhavige ontwikkeling voorziet. In de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 is aangegeven dat er in de toekomst een stijgende vraag naar levensloopbestendige woningen en gelijkvloerse appartementen zal blijven bestaan. Tevens is in voorliggend geval sprake van een inbreidingslocatie en transformatie van een voormalig bedrijventerrein naar een woningbouwlocatie waarbij sprake is van een kwaliteitsverbetering voor de (woon)omgeving. Daarnaast zijn de woningen regionaal afgestemd en passend bevonden. Het toevoegen van appartementen binnen het plangebied past binnen de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 - 2025. Met het realiseren van een plan met zowel appartementen als grondgebonden woningen, in de huur/koop sector, wordt hieraan invulling gegeven.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale omgevingsvisie Limburg (POVI) Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van de provincie Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is per 25 oktober 2021 in werking getreden. Het plangebied ligt binnen de aanduiding Stedelijk gebied. In de visie geeft de provincie aan hoe ze wil inspelen op de belangrijkste hoofdopgaven voor de komende jaren: het realiseren van een aantrekkelijke, sociale gezonde en veilige leefomgeving in zowel stedelijk/bebouwd gebied als het landelijk gebied; een toekomstbestendige innovatieve en duurzame economie en landbouwtransitie; klimaatadaptatie en energietransitie. Daarbij hanteert de provincie een aantal Limburgse principes streven naar een inclusieve gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid; De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers en er is dus ruimte voor maatwerk; Meer stad, meer land. Variatie in gebieden moet gekoesterd worden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukke stedelijke gebieden ontwikkeld;

bestemmingsplan Rooswinkel

19

Zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Inzetten op sociaaleconomische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar volgende generaties (voorzorgsbeginsel). Op basis van deze principes is vervolgens een aantal provinciale belangen gedefinieerd, waaronder ook voor wonen: de provincie Limburg streeft naar een woning voorraad die aansluit bij de eisen en wensen van nu en de toekomst. De woonvraag verandert waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag. Door het in balans brengen van vraag en aanbod kan een tekort aan woningen voor bepaalde doelgroepen worden voorkomen. Daarnaast heeft dit een positief effect op ongewenste leegstand met de bijbehorende ondermijnings- en leefbaarheidsproblemen. Door in samenhang naar woonopgaves te kijken, wordt op wijk- / buurtniveau de juiste verbindingen gelegd tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving met gevarieerde woonmilieus. Gevolg planvoornemen Het planvoornemen voorziet in de herontwikkeling van een voormalig bedrijventerrein naar een woningbouwlocatie. Met het voornemen worden 91 woningen gerealiseerd, waarvan 32 eenlaagse levensloopbestendige woningen betreffen en 59 gelijkvloerse appartementen, verdeeld over 3 appartementencomplexen.

Met deze herontwikkeling wordt een nieuwe aantrekkelijke, sociale en veilige leefomgeving gerealiseerd. Door de woningen gasloos te realiseren, wordt bijgedragen aan de energietransitie. De realisatie van 91 woningen zorgt voor een goede aanvulling op de bestaande woningvoorraad. Dergelijke ontwikkelingen dienen bij uitstek gerealiseerd te worden binnen het stedelijk gebied en het stedelijk centrumgebied. Als gevolg van de ontwikkeling vindt tevens een kwaliteitsverbetering van het woon- en leefklimaat in de omgeving plaats door de sanering van de bedrijfslocatie. Het gemeentelijk monument wordt hierin hergebruikt en nieuw leven in geblazen. Gelet op voorstaande past de ontwikkeling binnen de beleidskaders zoals opgenomen in de POVI. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL 2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen.

Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Met name gaat het dan om de regels voor de ecologische hoofdstructuur, die zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone. Gevolg planvoornemen In de verordening is onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaande stedelijk gebied (overeenkomstig de Ladder voor duurzame verstedelijking). Het planvoornemen voorziet in een nieuwe woonontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij een voormalige bedrijventerrein herontwikkeld wordt tot woonlocatie. De Omgevingsverordening stelt dat de Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient rekening te houden met het bepaalde in artikel 3.1.6 , tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan dit artikel vindt plaats in paragraaf 3.1.3 van deze toelichting. Tevens is artikel 2.2.3 van toepassing. In het artikel 'Herbenutting leegstaande monumentale en

20

bestemmingsplan Rooswinkel

beeldbepalende gebouwen' wordt aangegeven dat bij een ruimtelijk plan dat voorziet in het toestaan van nieuwe functies(s) eerst de mogelijkheid bekeken dient te worden om deze functies(s) in leegstaande monumentale gebouwen onder te brengen. Voorliggend geval betreft een gemeentelijk monument in de vorm van een voormalig Kampinafabriek en kantoren (gebouwd voor 1945) dat ingepast wordt in de woningbouwlocatie en waar een nieuwe functie in vorm van wonen wordt ondergebracht. Er wordt daarmee voldaan aan dit artikel. Met betrekking tot artikel 2.4.2 'Wonen' kan het volgende worden opgemerkt: het plan voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de POVI (zie paragraaf 3.2.1). De behoefte aan de boogde woningen is aangetoond, is regionaal afgestemd en past binnen de regionale afspraken die daarover zijn gemaakt (zie paragraaf 3.3.1). Het plan is opgenomen in de provinciale capaciteitsmonitor. Gelet op de behoefte is de verwachting dat het plan binnen een termijn van 5 jaar zal worden gerealiseerd. Hiermee is het planvoornemen passend binnen de omgevingsverordening Limburg. 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet is ook een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet.

Deze nieuwe omgevingsverordening is door Gedeputeerde Staten op 17 december 2021, maar treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. Hoewel de nieuwe omgevingsverordening hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijke gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeente op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwining en huisverstingsnormen voor internationale werknemers. Gevolg planvoornemen De herontwikkeling van het voormalige bedrijventerrein naar een woningbouwlocatie ligt binnen het stedelijk gebied. Daarbinnen zijn voor dit planvoornemen geen relevante wijzigingen op de omgevingsverordening Limburg 2014 voorzien. Voorliggend planvoornemen is dan ook passen binnen de nieuwe omgevingsverordening Limburg.

3.3

Regioniaal beleid

3.3.1 Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg 2022-2025 De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weer) hebben de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 -2021 geactualiseerd. Er zijn concrete afspraken gemaakt voor de periode 2022 tot en met 2025 en deze structuurvisie geeft een doorkijk op de verwachte behoefte tot 2030. Het aantal inwoners in Roermond bedraagt op 1-1-2023 ruim 60.000, dat is een stijging van ca. 2.200 personen vanaf 2018. Op basis van bevolkingsprognose (Etil, 2021), groeit het aantal inwoners verder tot 62.800 in 2040. Regionaal groeit het aantal inwoners nog met zo'n 1.045 personen tot 2030. Het aantal huishoudens in Roermond neemt vanaf 1-1-2021 tot de huishoudentop (2043) toe met 3.244. In de Structuurvisie wonen Midden-Limburg 2022-2025 is ook de ambitie uitgesproken om -aanvullend aan deze huishoudenprognose- tegemoet te komen aan aanvullende toekomstige behoefte en behoefte in onder andere Zuidoost Brabant. Voor de periode 2021-2025 is in de regionale structuurvisie 2022-2025 daarom voor de gemeente Roermond een groeiambitie van 325-350 per jaar opgenomen (193-318 meer dan de prognose van september 2021). In de structuurvisie is dus een totale behoefte voorzien van 3.437-3.562 woningen vanaf 1 januari 2021, zijnde 3.244 plus 193-318 aanvullende ambitie.

Rekening houden met de in 2021 en 2022 gerealiseerde woningen is de benodigde planvoorraad dan 2.933-3.058 woningen per 1 januari 2023. In de Woondeal Limburg is aangegeven dat partijen inzetten op minimaal 130% plancapaciteit voor de

bestemmingsplan Rooswinkel

21

periode 2025-2030 om voldoende rekening te houden met onzekerheden bij planvorming. Dit betekent een extra benodigde planvoorraad van ten minste 300, waarmee een planvoorraad van ca. 3.200 tot 3.400 woningen nodig is. De planvoorraad op 1 januari 2023 bedraagt 3.105, inclusief voorliggend plan. Daarmee past dit plan in de geldende kwantitatieve kaders. Gevolgen planvoornemen Het plan voorziet in 58 appartementen en 32 grondgebonden nultredewoningen. Van de 58 appartementen zijn er 52 die in de categorie betaalbare koop worden gerealiseerd. Van de 32 nultredewoningen worden er 29 gerealiseerd in de betaalbare koop. In totaal vallen 81 van de 90 woningen in de betaalbare categorie. Onderhavige woningbouwlocatie is opgenomen op de planvoorraadlijst (per 1 januari 2023). De regionale afstemming op basis van de Structuurvisie wonen Midden-Limburg 2022-2025 heeft plaatsgevonden op 5 april 2022. Het plan is ook opgenomen in de plancapaciteitsmonitor Limburg. Daarnaast voorzien de woningen ook in een (lokale) kwalitatieve behoefte en dragen daardoor bij aan een evenwichtige woningvoorraad. De levensloopbestendige woningen sluiten aan bij de behoefte aan (grondgebonden) 0-tredewoningen. In het segment grondgebonden 0-tredewoningen is nog steeds sprake van een tekort.

Op basis van het woningmarktonderzoek uit 2018, dat de basis vormt van de Structuurvisie wonen Midden-Limburg 2022-2025, is dit tekort tenminste 1.100 woningen groot per 2018. Rekening houdend met de in 2018 tot en met 2022 gerealiseerde woningen (160) en de bestaande planvoorraad van ca. 590 (waaronder voorliggend plan) bestaat er nog een aanzienlijk tekort van 350. De uit het woningmarktonderzoek naar voren gekomen behoefte aan appartementen met lift voor de gemeente (1.700) kan door de extra groei van het aantal huishoudens op basis van de huishoudenprognose in dezelfde verhouding worden opgehoogd tot ca. 2.325 appartementen met lift, gemeten vanaf 1 januari 2018. Er zijn in de periode 2018 tot en met 2022 500 appartementen met lift gerealiseerd, waarmee een behoefte van ca 1.825 resteert. Van de in de Structuurvisie wonen Midden-Limburg 2022-2025 opgenomen extra ambitie van 193-318 zal ook nog een deel appartementen met lift betreffen en ook moet rekening gehouden worden met extra plancapaciteit vanwege onzekerheden. De benodigde planvoorraad per 1 januari 2023 komt dan hoger uit dan de bovengenoemde 1.825. Per 1 januari 2023 is er een plancapaciteit van ca. 1.700 appartementen met lift beschikbaar, inclusief voorliggend plan. Daarmee passen de in het plan opgenomen 58 appartementen in het kwalitatieve kader.

De gelijkvloerse appartementen zijn met name bedoeld voor de doelgroep senioren die kleiner wil gaan wonen. Door de vergrijzing is deze doelgroep (relatief) groot waardoor de vraag naar dergelijke appartementen ook groot is. Door de ligging van het plangebied op korte afstand (< 1 km) van het centrum zijn de (winkel)voorzieningen op loopafstand gelegen. Dit maakt deze locatie aantrekkelijk voor ouderen. Door de woningen toekomstbestendig te maken en in de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad te voorzien wordt invulling gegeven aan ambities binnen de visie. De transformatie van het gemeentelijk monument tot woonbebouwing, en de herstructurering van de huidige kwaliteitsarme bebouwing, wordt tevens invulling gegeven aan de visie. Naast typologie is de betaalbaarheid belangrijk. Volgens de Woondeal Limburg wordt gestreefd naar een aandeel van 2/3 betaalbare woningen.

22

bestemmingsplan Rooswinkel

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Toekomstvisie Roermond 2030 Op 22 december 2016 is de Toekomstvisie Roermond 2030 door de gemeenteraad vastgesteld. De toekomstvisie is in een interactief proces met burgers en bedrijven in Roermond tot stand gekomen. In de Toekomstvisie Roermond 2030 staan drie rode draden centraal. In 2030 moet Roermond een stad zijn van ontmoeten (1), verbinden (2) en samenwerken (3). Deze rode draden lopen dwars door de verschillende thema's heen die in de toekomstvisie worden benoemd. De rode draden zijn op basis van een constatering van (maatschappelijke) trends tot stand gekomen. In de eerste plaats worden de verschillen in de samenleving groter. Dat gaat allereerst over sociaaleconomische verschillen. Internationaal gezien is de ongelijkheid in inkomen relatief klein in Nederland. Maar bepaalde mensen hebben over de afgelopen tien jaar een minder gunstige inkomensontwikkeling gehad dan anderen. Het aantal kwetsbare mensen in de samenleving is de afgelopen jaren toegenomen. Daarnaast ontstaan ook sociaal-culturele verschillen, omdat mensen van verschillend opleidingsniveau, verschillende afkomst of leeftijd groepen vormen. Door de inwoners van Roermond is aandacht gevraagd voor het verbinden van deze groepen. Een tweede trend is het toegenomen organiserend vermogen van de samenleving, wellicht ingegeven door het vormen van groepen gelijkgestemden.

Maatschappelijke initiatieven worden belangrijker in een samenleving waar steeds meer nadruk komt te liggen op zelfredzaamheid en zelforganisatie. Het is een uitdaging om nieuwe mensen te betrekken bij initiatieven en te enthousiasmeren om een actieve rol op te pakken. Ontmoeting en verbinding zijn zodoende cruciale ingrediënten van maatschappelijke initiatieven. Daarnaast is een goede samenwerking tussen maatschappelijke initiatieven en professionele partijen in de stad, waaronder de gemeente, onontbeerlijk. In de economie groeit het belang van beleving en innovatie. Steeds sterker komt de nadruk te liggen op beleving van een product of dienst, dan het product of de dienst zelf. Om de concurrentie voor te blijven zetten producenten en winkels in op beleving en datzelfde geldt voor winkelgebieden. Een centrale rol in beleving is weggelegd voor ontmoeting. Een beleving krijgt pas echt waarde als je deze kan delen. Tot slot is de samenleving door de toegenomen beschikbaarheid van informatie en social media getransformeerd in een netwerksamenleving. Dat vraagt een andere rol van de gemeente. Het is niet langer zo dat een gemeente van bovenaf, met enkele grote andere partijen, de ontwikkeling van de stad kan bepalen. De toekomst van Roermond wordt gemaakt door een veelheid aan partijen en in de eerste plaats door de inwoners van Roermond zelf. Samenwerken is daarin cruciaal.

Inwoners en partners in de stad kozen vijf thema's die zij voor de nabije toekomst het belangrijkst vinden en die in hun ogen centraal zouden moeten staan in de toekomstvisie: Thema 1: Een thuis voor de jeugd. Thema 2: Stad die je actief houdt. Thema 3: Roermond zorg(t) voor elkaar. Thema 4: Stad van retail, leisure en industrie. Thema 5: Historische binnenstad aan het water. Gevolg planvoornemen Voorliggend bestemmingsplan sluit aan bij hetgeen dat wordt nagestreefd in de Toekomstvisie van Roermond. Hiermee is dit bestemmingsplan niet in strijd met bovenstaand beleid.

bestemmingsplan Rooswinkel

23

3.4.2 Groenvisie Roermond 2016 Op 22 december 2016 heeft de gemeenteraad van Roermond de Groenvisie Roermond vastgesteld. De gemeente Roermond heeft veel stenige stedelijke omgevingen met wanden en daken die getransformeerd kunnen worden naar groen en ziet daar een mooie uitdaging. Roermond heeft de ambitie om dé groene architectuurstad te worden. Om dit te bereiken worden in de Groenvisie kansen benoemd en inspirerende voorbeelden gegeven voor groene architectuur, waarbij de gemeente het voortouw neemt met strategische groenprojecten. De koppeling tussen groen en architectuur vraagt om een zorgvuldige afstemming, bouwkundig en communicatief. Elke situatie is anders en dat daagt uit tot verrassende en innovatieve oplossingen. Tegelijkertijd zet de Groenvisie in op duurzame groenstructuren voor de openbare ruimte. Groenstructuren die aantrekkelijk zijn en zo robuust dat ze voor lange tijd bijdragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. De gemeente wil de landschappelijke structuren herkenbaar maken in de stad en meer bomen krijgen de kans om monumentaal te worden. De gemeente gaat voor een ecologisch waardevolle, klimaat- en ziektebestendige openbare groenstructuur die klaar is voor de toekomst. Om de ambitie voor de groene buitenruimte waar te maken, zijn spelregels opgesteld; toetsingscriteria voor kwaliteit.

Deze spelregels zijn noodzakelijk om richting te kunnen geven aan nieuwe ontwikkelingen en het in stand houden van het huidige openbaar groen. Goede spelregels zorgen er ook voor dat de beschikbare financiële middelen gerichter ingezet kunnen worden. Gevolg planvoornemen Met de herontwikkeling van een voormalig en verouderd bedrijventerrein naar een hoogwaardige woningbouwlocatie wordt op locatie een aanzienlijke kwaliteitsverbetering gerealiseerd. In de huidige situatie is het plangebied vrijwel geheel verhard. Met het planvoornemen zal, zoals tevens opgenomen in het groenplan in paragraaf 2.3.3, de totale verharding binnen het plangebied afnemen door de realisatie van groenvoorzieningen in combinatie met de aanplant van bomen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambities uit de Groenvisie Roermond 2016. 3.4.3 Nota Parkeernormen 2021 In oktober 2021 wordt de Nota Parkeernormen 2021 vastgesteld. Deze betreft een actualisatie van de Nota Parkeernormen 2014. Het doel van de nota blijft om voldoende parkeerplaatsen op de juiste locaties in de stad te realiseren. Het parkeerbeleid van de gemeente Roermond vormt zowel een volgend als een sturend beleid. Met een sturend beleid wil de gemeente het selectief gebruik van de auto bevorderen.

Bij het opstellen van bestemmingsplannen worden parkeernormen gehanteerd als norm voor het minimum aantal te realiseren parkeerplaatsen voor een gebouw of functie binnen een plangebied. Daarbij gaat het om nieuw te realiseren functies of uitbreidingen; bij bestaand gebruik blijft de parkeernorm gehandhaafd die bij het vaststellen van het oorspronkelijke bestemmingsplan is vastgesteld. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte/normen is afhankelijk van de locatie, het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoersbewijzen onderscheid gemaakt naar stedelijkheid en de zone waarin de voorziening gelegen is. In de kern van Roermond worden drie zones onderscheiden: Centrum; Schil; Restant bebouwde kom. Gevolg planvoornemen Voor het plangebied gelden de normen uit de categorie 'schil'. De parkeernormen uit de parkeernota zijn

24

bestemmingsplan Rooswinkel

verankerd in de regels van dit bestemmingsplan. Zie ook paragraaf 2.3.4 waar wordt ingegaan op het aspect parkeren en het aantal te realiseren parkeerplaatsen binnen het plangebied. Door de parkeernormen aan de planregels te koppelen is de intentie van de hiervoor genoemde nota geborgd en zodoende geeft het plan invulling aan deze nota. 3.4.4 Duurzaamheidsvisie De transitie naar een duurzamere samenleving is van groot belang, niet alleen nu maar ook voor de toekomstige generaties. Deze duurzaamheidsvisie is, met name door de breedte, niet los te zien van andere gemeentelijke beleidsvelden en visies. Dit komt onder andere naar voren in de themakeuze. Zo liggen er hele duidelijke verbanden met de Mobiliteitsvisie, de op 22 december 2016 vastgestelde Toekomstvisie en Groenvisie en in het sociale domein bijvoorbeeld de Welzijnsvisie. Deze koppelingen waarborgen daarmee de integraliteit. De duurzaamheidsvisie gaat in op een zestal thema's: Economie en ondernemerschap; ruimte, wonen en bouwen; verkeer en mobiliteit; grondstoffen en afval; milieu, energie en water; participatie en sociale duurzaamheid. Doelstellingen op het gebied van 'wonen' De beschikbare ruimte in Roermond wordt efficiënt en duurzaam gebruikt. De kwaliteit van de ruimte wordt verhoogd, wat wil zeggen dat Roermond inzet op een toegankelijke en bruikbare buitenruimte voor een breed spectrum aan doelgroepen.

In Roermond worden vanaf 2020 alleen nog maar bouwplannen ontwikkeld die energieneutraal zijn maar bij voorkeur Nul op de Meter (No)M. Gevolg planvoornemen Het planvoornemen bestaat om een voormalig bedrijventerrein te herontwikkelen naar een woningbouwlocatie. Met het voornemen worden 90 woningen gerealiseerd, waarvan 32 eenlaagse levensloopbestendige woningen betreffen en 58 appartementen. Alle deze woningen zullen duurzaam worden gerealiseerd. In voorliggend geval zullen de woningen voldoen aan de BENG normen. De woningen worden gasloos opgeleverd en zullen worden voorzien van zonnepanelen.

bestemmingsplan Rooswinkel

25

26

bestemmingsplan Rooswinkel

Hoofdstuk 4 4.1

Milieuaspecten

Inleiding

Het is van belang dat het planvoornemen plaatsvindt binnen een goed woon- en leefklimaat en dat de verandering niet leidt tot onevenredige (milieukundige) gevolgen voor bestaande waarden en functies. Dit hoofdstuk gaat hier nader op in. Milieuaspecten mogen niet in de weg staan aan de uitvoerbaarheid van een ontwikkeling.

4.2

Bodem

Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de toelichting van het bestemmingsplan een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. In dat kader is door Inpijn Blokpoel ingenieurs een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 (rapportnummer 14P003591, d.d. 17 januari 2022, Bijlage 2) uitgevoerd. Uit dit onderzoek is het volgende gebleken. Geconcludeerd kan worden dat binnen het plangebied, met uitzondering van deellocatie ‘afgewerkte olietank’, doorgaans maximaal lichte verhogingen worden gemeten. Deze zullen een toekomstige bestemmingswijziging niet belemmeren. Nader onderzoek op een aantal deelgebieden is echter wél aan de orde.

Het gaat dan om: in kaart brengen olieverontreiniging ondergrond deelgebied ‘afgewerkte olietank’; onderzoek zware metalen rond B105/106 (na sloop); onderzoek asbest puin(houdende) bodemlagen, onder de verharding op het noordelijke en westelijke buitenterrein. De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan tot slot consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag binnen het plangebied worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden of bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten het plangebied dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Sterk verontreinigde grond, of grond met gehalten > klassegrens ‘industrie’ is niet toepasbaar. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd. Op basis van bovenstaande is binnen het plangebied aanvullend onderzoek nodig. In dat kader is door Inpijn Blokpoel ingenieurs een verkennend asbest en nader bodemonderzoek (rapportnummer 14P003591, d.d. 11 juli 2022, Bijlage 3) uitgevoerd.

Uit dit onderzoek is het volgende gebleken. Asbest bodemonderzoek Uit de resultaten van het asbest bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest (boven de detectiegrens) is aangetroffen. De hypothese ‘asbestverdacht’ dient met betrekking tot het plangebied te worden verworpen.

bestemmingsplan Rooswinkel

27

Nader bodemonderzoek minerale olie In het eerder uitgevoerde verkennende bodemonderzoek is destijds in de ondergrond van de boring B104 een sterke verhoging met minerale olie aangetroffen. Na het uitvoeren van aanvullende boringen en analysen blijkt dat (enkel) in de boring B104(a), in een laagdikte van circa 0,3 meter, sterk verhoogde gehalten minerale olie worden gemeten. In de overige inkaderende boringen zijn maximaal lichte verhogingen gemeten. De totale hoeveelheid sterk verontreinigde grond wordt ingeschat op maximaal 10 m3 . De verontreinigingssituatie is opgenomen op situatietekening SIT-01 in de bijlage B van het rapport.

Situatietekening (bijlage B) met de verontreinigingssituatie Op basis van de resultaten kan dus geconcludeerd worden dat ter plaatse géén sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Een dergelijk geval is aan de orde indien meer dan 25 m3 sterk verontreinigde grond aanwezig is. In dat geval wordt gesproken over een saneringsnoodzaak in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Uitgangspunt is verder dat het hier een ‘historisch’ geval van verontreiniging, dat wil zeggen veroorzaakt vóór 1987, betreft. Er is in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) dus geen saneringsnoodzaak. Indien de

28

bestemmingsplan Rooswinkel

verontreiniging, vanuit een ander kader, tóch gesaneerd wordt, of er wordt om andere redenen gegraven in de sterke verontreiniging, wordt doorgaans om een plan van aanpak gevraagd. Echter uit voorzorg zal de verontreiniging gesaneerd worden bij het bouwrijp maken van het plangebied. Een plan van aanpak zal bij het bevoegd gezag (gemeente Roermond) worden ingediend. Vanwege de nog aanwezige bebouwing, heeft er (nog) geen actualisatie onderzoek plaatsgevonden ter plaatse van een in het verleden aangetroffen metalenverontreiniging. Echter in artikel 2.1.5 van de Bouwverordening staat aangegeven dat bodemonderzoek dient plaats te vinden na sloop van de bebouwing. Aangezien er toch nog een aanvullend bodemonderzoek moet worden verricht ter plaatse van het niet-onderzocht deel (kavels 26 t/m 30) en bij boringen B105/B106 zal voor het gehele plangebied een terreininspectie volgens NEN5725 na sloop plaatsvinden om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de doelstelling van dit betreffende artikel. Eventuele zichtbare verontreinigingen die niet zichtbaar waren door de bebouwing kunnen dan nog opgemerkt worden.

Gevolg planvoornemen Uit het bovenstaande is aannemelijk dat het aspect bodem geen onoverkomelijke belemmering vormt voor het planvoornemen.

4.3

Geluid

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) te worden onderzocht of sprake is van geluidsoverlast. In de Wet geluidhinder is bepaald dat ten aanzien van zogenoemde 'geluidgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale geluidsbelasting. De belangrijkste onderwerpen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg en wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een gezoneerd industrieterrein. Wel is de ligging aan zoneplichtige wegen en de spoorweg Ijzeren Rijn een aandachtspunt. Om een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot het aspect geluidhinder te garanderen, is een onderzoek wegverkeerslawaai (Aelmans, rapportnummer M222420.001.001/GGO , d.d. 30 september 2022, Bijlage 4) uitgevoerd. De resultaten hiervan worden hieronder weergegeven. Wegverkeerslawaai De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de Koninginnelaan overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevels van het bouwplan met maximaal 1 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt echter nergens overschreden.

Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien er overwegende bezwaren zijn de geluidbelasting door overdrachts- en bronmaatregelen terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Railverkeerslawaai Voor de spoorlijn Echt - Roermond geldt dat de voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai van 55 dB op een enkele gevel wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt echter niet overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien er overwegende bezwaren zijn de geluidbelasting door overdrachts- en bronmaatregelen terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Cumulatie In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan

bestemmingsplan Rooswinkel

29

de 'methode Miedema'. De maximale gecumuleerde waarde bedraagt 57 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie 'matig' en daarmee dient bezien te worden of maatregelen mogelijk zijn. Daar maatregelen aan de bron en overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuiten, dient de oplossing gezocht te worden in geluidwerende maatregelen in de gevel en/of dak. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Karakteristieke geluidwering van de gevel Aangezien de cumulatieve geluidbelasting hoger is dan 53 dB dient er een nader onderzoek te worden uitgevoerd ter bepaling van de geluidwering van de gevel. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform dat nader onderzoek) is een binnenniveau van 33 dB en daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Dit nader onderzoek zal uitgevoerd worden als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van de beoogde woningen. Gevolg planvoornemen Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.4

Luchtkwaliteit

De gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld op basis van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk), de AMvB 'Niet in betekenende mate' (het Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM. Er dient, ook na realisatie van het planvoornemen, sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet voldaan worden aan de geldende grenswaarden en luchtkwaliteitseisen. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Grenswaarden stikstofdioxide en fijn stof NIBM In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM1 0 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of

30

bestemmingsplan Rooswinkel

kantoorlocaties met maximaal 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van maximaal 91 woningen. Een dergelijke ontwikkeling valt onder het 'Besluit niet in betekenende mate' onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse, en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Het aantal verkeersbewegingen waarin het planvoornemen voorziet is berekend in paragraaf 2.3.4 (zijnde 599 mvt/etmaal). In de NIBM-rekentool dienen de extra voertuigbewegingen ingevoerd te worden. Om aan te tonen dat onderhavig plan ruim voldoet, wordt het totaal aantal voertuigbewegingen van het planvoornemen ingevoerd. het aandeel vrachtverkeer wordt geschat op 10%, wat een ruime schatting betreft. Uit de ingevulde NIBM-tool hieronder blijkt ook dat het planvoornemen niet voorziet in een overschrijding van de NIBM-norm.

Uitsnede NIBM-rekentool Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening is eveneens gekeken naar de concentraties stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (zowel PM1 0 als PM2.5) ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling. Om een goed beeld te krijgen van deze concentraties is gebruik gemaakt van de resultaten uit de NSL Monitoringstool (monitoringsronde 2021). Met deze Monitoringstool wordt de luchtkwaliteit jaarlijks in beeld gebracht langs de drukste wegen in Nederland, zowel voor het gepasseerde jaar als voor de toekomst. De Monitoringstool wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de generieke invoergegevens en verkeersgegevens van het Rijk, provincies en gemeenten. De (maximale) concentraties in de directe nabijheid van de voorgenomen ontwikkeling zijn in onderstaande tabel in beeld gebracht. Als uitgangspunt zijn de waarden van het dichtstbijzijnde meetpunt genomen (zie navolgende afbeelding).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=06833d1d-9f4f-4c0b-a146-b3f8943ea3dc