Bijlage 2 - ruimtelijke onderbouwing inclusief onderzoek
Tekst van het document
Voor ruimtelijke ontwikkelingen rondom Seveso-inrichtingen vallende onder Bkl artikel 5.13 lid 2 moeten de brand- en/of explosieaandachtsgebieden berekend worden. Het standaardadvies is alleen van toepassing buiten de berekende brand- en/of explosieaandachtsgebieden.
Wat is het standaardadvies? Het standaardadvies is uniform toepasbaar op alle situaties die binnen de criteria van het standaardadvies toxisch liggen. Door het advies als basis te gebruiken bij de wettelijk verplichte verantwoording van het groepsrisico, is de weging van de zelfredzaamheid van de aanwezige personen bij de ontwikkeling geborgd. Het doel van de te nemen maatregelen is het bieden van voldoende bescherming aan mensen binnenshuis. Het advies voor de initiatiefnemer is: Wanneer voor ventilatie een installatie nodig is, plaats dan op een makkelijk te bereiken plaats, een noodknop waarmee de installatie uitgezet kan worden zodat er geen ventilatielucht meer van buitenaf wordt ingebracht. De noodknop kan bijvoorbeeld in de meterkast of bij een brandmeldinstallatie worden geplaatst. Het advies naar de gebruiker van het gebouw is: Maak de gebruikers bewust van de risico’s en het handelingsperspectief: binnenblijven, ramen en deuren sluiten en mechanische ventilatie uitzetten. Indien gebouwen geheel of gedeeltelijk zijn voorzien van natuurlijke ventilatie is het advies om naar een ruimte te gaan waar ramen en deuren gesloten kunnen worden en de mechanische ventilatie uitgezet kan worden. Neem het toxisch scenario en handelwijze op in het bedrijfsnoodplan.
Het advies voor de gemeente is: Informeer de initiatiefnemer en de gebruikers van het plan over de risico’s van de risicobron en het daarbij horende handelingsperspectief en borg dit in overeenkomsten, voorschriften etc. voor zover dit (juridisch) mogelijk is.
2
Wettelijke grondslag voor de advisering VRLN De wettelijke grondslag van advisering door de Veiligheidsregio bij ruimtelijke plannen waarin externe veiligheid relevant is, is artikel 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes, of artikel 13 lid 3 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. De gemeente kan het standaardadvies toepassen, of vraagt advies aan de Veiligheidsregio met de opmerking dat het naar het oordeel van het college een standaardsituatie betreft. De Veiligheidsregio kan vervolgens het standaardadvies uitbrengen. De Veiligheidsregio kan ook zelf concluderen dat een adviesaanvraag beantwoord kan worden met een standaardadvies. De Veiligheidsregio monitort de inhoud van het standaardadvies en kan afhankelijk van gewijzigde inzichten het standaardadvies aanpassen indien daar aanleiding toe is. Totstandkoming van het standaardadvies Het advies is tot stand gekomen via een projectgroep waar een afvaardiging van Veiligheidsregio Limburg Noord en Noord- en Midden-Limburgse gemeenten aan deelnamen. Daarbij zijn de werkprocessen en wettelijke kaders uitvoerig bekeken.
3
-
-
Boring:
Pb01
Boring:
I01
X: Y Boormeester:
200352.52 360450.25 Joris Scharnigg
X: Y Boormeester:
200352.01 360449.95 Joris Scharnigg
0
0 8
20 40
50
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak baksteenhoudend, neutraalbruin Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht beigebruin
90
100
klinker
110
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig grindig, matig baksteenhoudend Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig
150
0 8
20 40
50
90
100
110
150
Boorgat 70mm, buis 63mm, diver W1663 Zand, matig fijn, matig siltig, zwak baksteenhoudend, neutraalbruin Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht beigebruin Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig grindig, matig baksteenhoudend Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, zwak steenhoudend, licht grijsbruin 200
klinker
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, zwak steenhoudend, licht grijsbruin
200
240
250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbruin 300
350
400 429
Locatie
Swalmen
Boormeester:
J. Scharnigg
Projectcode:
ROE452
Schaal:
1: 50
Getekend volgens: NEN 5104
Boring: I01 Divernummer: W1663 Luchtdruk: 1027,258 r[cm]: 3,15
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 6,00 LOG h0 [cm] 11,025 LOG ht [cm] 2,217 r [cm] 3,15 k m/dag 272,04 Luchtdruk: 1027,258 maandag 22 augustus 1038,283 2022 10:52:21 .0 maandag 22 augustus 1029,475 2022 10:52:27 .0 10:52:21 10:52:27 0:00:06 6,00
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 42,00 LOG h0 [cm] 18,142 LOG ht [cm] 1,284 r [cm] 3,15 k m/dag 62,49 Luchtdruk: 1027,258 maandag 22 augustus 1045,4 2022 10:54:37 .0 maandag 22 augustus 1028,542 2022 10:55:19 .0 10:54:37 10:55:19 0:00:42 42,00
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 78,00 LOG h0 [cm] 19,484 LOG ht [cm] 0,35 r [cm] 3,15 k m/dag 41,69 Luchtdruk: 1027,258 maandag 22 augustus 1046,742 2022 10:57:19 .0 maandag 22 augustus 1027,608 2022 10:58:37 .0 10:57:19 10:58:37 0:01:18 78,00
1,100371 0,578868 0,521502 0,086917 0,314857
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 84,00 LOG h0 [cm] 22,225 LOG ht [cm] 0,467 r [cm] 3,15 k m/dag 39,74
Luchtdruk: 1027,258 maandag 22 augustus 1049,483 11,025 2022 11:04:09 .0 maandag 22 augustus 1027,725 2,217 2022 11:05:33 .0 11:04:09 11:05:33 0:01:24 84,00
1,294841 0,456214 0,838627 0,019967 0,072332
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 112,00 LOG h0 [cm] 23,334 LOG ht [cm] -0,291 r [cm] 3,15 k m/dag 35,99
Luchtdruk: 1027,258 maandag 22 augustus 1050,592 18,142 2022 11:09:35 .0 maandag 22 augustus 1026,967 1,284 2022 11:11:27 .0 11:09:35 11:11:27 0:01:52 112,00
1,323438 0,284431 1,039007 0,013321 0,048254
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 120,00 LOG h0 [cm] 28,992 LOG ht [cm] 0,175 r [cm] 3,15 k m/dag 32,40
Luchtdruk: 1027,258 maandag 22 augustus 1056,25 19,484 2022 11:15:19 .0 maandag 22 augustus 1027,433 0,35 2022 11:17:19 .0 11:15:19 11:17:19 0:02:00 120,00
1,376577 0,310056 1,066521 0,012697 0,045994
22,225 0,467
1,396356 0,108565 1,287791 0,011498 0,041652
23,334 -0,291
1,485253 0,243038 1,242215 0,010352 0,037499
28,992 0,175
9-9-2022
QuickScan flora en fauna Markt 12, Swalmen
R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, op en rondom de locatie: Markt 12, Swalmen
BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl
Projectlocatie:
Markt 12 6071 JD Swalmen
Status: Versie: Datum: Auteur:
definitief 22163.QFF 9-9-2022 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)
© copyright BNL advies 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Opgesteld door:
1
Colofon:
Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.
Inleiding .............................................................................................4
2.
Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1 Wet natuurbescherming .........................................................................5 2.1.1 Bescherming van gebieden .................................................................5 2.1.2 Bescherming van soorten ...................................................................5 2.1.3 Bescherming van houtopstanden ..........................................................5 2.2 Omgevingsverordening Limburg ................................................................5
3.1
Algemeen.......................................................................................7
3.2
Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................8
3.2.1
De te slopen bebouwing ................................................................8
3.2.2
Direct aangrenzende omgeving en beplantingen ...................................8
3.3
Vooronderzoek ................................................................................9
3.4
Analyse gebiedsbescherming .............................................................. 10
3.4.1
Natura 2000 gebieden................................................................. 10
3.4.2
Goudgroene natuurzone en bronsgroene landschapszone ....................... 10
Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 11 4.1
Algemeen..................................................................................... 11
4.2
Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 11
4.2.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 11
4.2.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) ................... 12
4.2.3
Algemene broedvogels ................................................................ 12
4.2.4
Werken binnen het broedseizoen ................................................... 13
4.3
Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 13
4.3.1
Vleermuizen ............................................................................ 13
4.3.2
Overige Habitatrichtlijn soorten .................................................... 14
4.4
Nationaal beschermde soorten............................................................ 14
4.4.1
Amfibieën en reptielen ............................................................... 14
4.4.2
Libellen ................................................................................. 15
4.4.3
Dagvlinders ............................................................................. 15
4.4.4
Vaatplanten ............................................................................ 15
4.4.5
Effectbeoordeling en toetsing ....................................................... 15
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2
4.
Omschrijving plangebied ..........................................................................7
Pagina
3.
Conclusie en aanbevelingen. ................................................................... 16 5.1
5.1.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 16
5.1.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) ................... 16
5.1.3
Algemene broedvogels ................................................................ 16
5.2
Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 16
5.2.1
Vleermuizen ............................................................................ 16
5.2.2
Overige habitatrichtlijnsoorten ..................................................... 16
5.3
Nationaal beschermde soorten............................................................ 16
5.4
Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ............................................... 17
Conclusie .......................................................................................... 18
3
6.
Soorten Vogelrichtlijn ...................................................................... 16
Pagina
5.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
1. Inleiding Aanleiding. Op verzoek van de initiatiefnemer, is op woensdag 27 juli 2022 een quickscan uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie met bijbehorende verslaglegging. Doel. Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling aan de Markt 12, Swalmen. De geplande ontwikkeling betreft de sloop van een bestaand kantoorgebouw om de bouw van een appartementencomplex mogelijk te maken. De geplande werkzaamheden kunnen mogelijk negatieve effecten op (beschermde) soorten flora en fauna met zich mee brengen, waardoor de Wet natuurbescherming overtreden kan worden. Doormiddel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot negatieve effecten op (potentieel) aanwezige beschermde soorten flora en fauna.
Pagina
4
De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.
2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
2.2 Omgevingsverordening Limburg
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Naast de drie gebieden, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
5
In de Omgevingsverordening Limburg is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Limburg de goudgroene natuurzone, bronsgroene landschapszone of het Nationaal Landschap Zuid-Limburg genaamd. genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van de goudgroene natuurzone kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van de goudgroene natuurzone.
Pagina
6
Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is gelegen in het centrum van de kern Swalmen, in de gemeente Roermond, liggende in de provincie Limburg (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1: De projectlocatie in het centrum van Swalmen, is globaal weergegeven binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 09-09-2022
Afbeelding 2: De kavel met kavelnummer: 2872, welke bezocht en onderzocht is op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, is weergegeven binnen het rood kader. Bron: Kadviewer, datum: 09-09-2022 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
7
Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen. De locatie welke bezocht en onderzocht is, staat afgebeeld in afbeelding 2 binnen de rode lijn.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling De geplande ontwikkeling betreft de sloop van een bestaand kantoorgebouw om de bouw van een appartementencomplex mogelijk te maken. De geplande werkzaamheden kunnen mogelijk negatieve effecten op (beschermde) soorten flora en fauna met zich mee brengen, waardoor de Wet natuurbescherming overtreden kan worden.
3.2.1 De te slopen bebouwing De te slopen bebouwing is afgebeeld in afbeelding 3 t/m 6. In de te slopen bebouwing, op de kavel en in de bestaande aangrenzende bebouwingen kunnen diverse beschermde dieren vogelsoorten voor komen, zoals marters, uilen, huismussen en vleermuizen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van geplande werkzaamheden. Maar ook andere vogelsoorten kunnen de bebouwingen gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen.
Afbeelding 3 t/m 6: De kavel met te slopen bebouwing welke bezocht en onderzocht zijn op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna. Bron: BNL advies, datum: 27-07-2022
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Op de kavel zelf en aangrenzend aan de kavel en aangrenzende tuinen zijn diverse beplantingen aanwezig. Tijdens de rondgang dienen eventueel aangrenzende beplantingen goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op de kavel.
8
3.2.2 Direct aangrenzende omgeving en beplantingen
Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.
3.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 200-360. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving van het plangebied, diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.
Tabel 2. Mogelijk aanwezige zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
9
Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van amfibieën, dagvlinders, libellen, zoogdieren en vogelsoorten.
3.4 Analyse gebiedsbescherming In dit hoofdstuk wordt per afwegingskader aangegeven of het plangebied deel uitmaakt van een beschermd gebied en wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ingreep een mogelijk negatieve invloed te verwachten is op aanwezige beschermde gebieden in de omgeving.
3.4.1 Natura 2000 gebieden Door de aard van de grondgebonden activiteiten (diverse activiteiten op de bestaande kavel en de afstand en inrichting van het tussenliggende gebied, is het optreden van externe storingsfactoren door de grondgebonden activiteiten, op het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied in de gebruiksfase uit te sluiten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied genaamd ‘Swalmdal’ ligt op een afstand van +- 57 m1 zuidoostelijk van het plangebied (zie afbeelding 7). Eventuele nadelige effecten op een Natura 2000 gebied in de aanlegfase zijn door middel van het uitvoeren van een Aerius berekening uit te sluiten.
Afbeelding 7: het plangebied op 57 meter afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, genaamd ‘Swalmdal’. Bron: Atlas Limburg
3.4.2 Goudgroene natuurzone en bronsgroene landschapszone Het plangebied ligt buiten de bronsgroene landschapszone (zie afbeelding 7). Het beleid binnen de bronsgroene landschapszone is er op gericht om de landschappelijke kernkwaliteiten te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Deze zone bestaat hoofdzakelijk uit landbouwgronden.
Pagina
10
Nadelige effecten worden door de geplande ontwikkeling niet verwacht. De landschappelijke kernkwaliteiten blijven behouden en de werkzaamheden hebben hier geen negatief effect op.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op woensdag 27 juli 2022 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten:
Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in de (aangrenzende) bebouwingen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen onder het dak of achter gevelbekleding van (aangrenzende) bebouwingen Beschermde plantsoorten op de kavel Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen
4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten De bebouwing op de kavel en de bebouwingen en beplantingen in de directe omgeving van het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in aangrenzende gebouwen, bomen en beplantingen.
Pagina
Afbeelding 8 en 9: Geen nesten aangetroffen van huismussen onder de daken. Ook liggen de nokpannen in cement. Bron: BNL advies, datum: 27-07-2022
11
Huismus De huismus was gedurende het veldbezoek niet aanwezig op de kavel. Ook de te slopen bebouwing is niet geschikt als vaste rust-, voortplantings- en verblijfplaats voor huismussen. In de bebouwing zijn geen mogelijke nestlocaties voor huismussen aangetroffen. Dakpannen liggen in cement (zie afbeelding 8 en 9), waardoor vogels en andere soorten hier niet op mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen komen. Verder zijn er onder de dakpannen geen nesten of nestmateriaal en uitwerpselen van huismussen aangetroffen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
In de aangrenzende beplantingen zijn geen huismussen, of sporen van huismussen in de vorm van uitwerpselen, stofbadplaatsen of andere sporen aangetroffen. Nader onderzoek naar huismussen wordt niet nodig geacht. Gierzwaluw In de te slopen bebouwingen op de kavel zijn geen geschikte openingen naar mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen van de gierzwaluw aanwezig. De overige aangrenzende bebouwingen staan ook op voldoende afstand, zodat eventueel aanwezige gierzwaluwen in anderen woningen in de desbetreffende straat geen hinder ondervinden van de geplande ontwikkeling. Eventuele aanvliegroutes worden niet gehinderd. Nader onderzoek naar de gierzwaluw wordt dan ook niet nodig geacht. Roofvogels. In de omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid. Ook voor soorten als de boomvalk en ransuil, zijn geen mogelijke nestlocaties aangetroffen. Deze soorten gebruiken vaak oude kraaien- en eksternesten om te nestelen, deze zijn in de directe omgeving van het plangebied niet aangetroffen. Uilen.
De aanwezigheid van steenuil of kerkuil is in de te slopen- en aangrenzende bebouwingen/ bomen is niet mogelijk, door de afwezigheid van holen in bomen en openingen naar mogelijk geschikte verblijfruimten in gebouwen. Tijdens het veldbezoek zijn in en nabij het projectgebied geen uilen of nesten/ nestkasten, sporen of prooidieren aangetroffen. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten wordt dan ook niet nodig geacht.
4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0)
Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 0 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in aangrenzende gebouwen, zoals spreeuw, boerenzwaluw, zwarte roodstaart, koolmees en pimpelmees. Aangezien hier geen werkzaamheden aan verricht worden, en de werkzaamheden binnen het plangebied hier geen nadelig effect op kunnen hebben, wordt nader onderzoek naar vogels met niet-jaarrond beschermde nesten niet nodig geacht.
4.2.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene broedvogels. De klimplanten, heesters en de bomen binnen- en op de grenzen van het plangebied zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel.
Pagina
12
Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze in geen enkele vorm een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (slopen van bebouwingen en verwijderen van beplantingen. Hiervoor geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4.2.4 Werken binnen het broedseizoen Werken binnen het broedseizoen (slopen van bebouwing en verwijderen van beplantingen) is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.
4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen De bebouwingen binnen- en aangrenzende bebouwingen nabij het plangebied, zijn gezien het bureauonderzoek, potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Te denken valt dan aan de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en in mindere mate de gewone grootoorvleermuis. Uit de verspreidingsatlas (NDFF) kwam naar voren dat enkele van deze vleermuissoorten eerder gezien zijn in de directe omgeving van het plangebied.
Pagina
13
De te slopen- en aangrenzende bebouwing is gecontroleerd op de aanwezigheid van openingen naar mogelijk geschikte verblijfplaatsen. Geschikte openingen in gevels, schoorstenen, bij daken, bij kozijnen, etc. zijn niet aangetroffen (zie afbeelding 10 t/m 13). Mogelijk geschikte voortplantings- en verblijfruimten in de te slopen bouwwerken zijn niet aangetroffen. Ook in de te slopen bebouwing zelf zijn geen sporen van vleermuizen in de vorm van uitwerpselen of prooidieren aangetroffen. Nader onderzoek naar vleermuizen wordt dan ook niet nodig geacht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68