CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - ruimtelijke onderbouwing Bredeweg 369-371 - 14 appartementen met lift

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen (VVGB) Bredeweg 369-371, 14 appartementen met lift34.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke onderbouwing

Omgevingsvergunning Roermond, Bredeweg 369-371

Maart 2023

Status: Definitief

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Roermond, Bredeweg 369-371

Plannaam: Plantype: Datum:

Omgevingsvergunning Roermond, Bredeweg 369-371 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning Maart 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 4 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 7 2.1 2.2 2.3

HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED................................................................................................................... 7 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 8 VERKEER EN PARKEREN ................................................................................................................................. 9

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 12 3.1 3.2 3.3 3.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 12 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 19 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 20

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 24 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

GELUID .................................................................................................................................................... 24 BODEM.................................................................................................................................................... 26 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 27 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 28 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 32 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 33 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 36 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 39

HOOFDSTUK 5 UITVOERBAARHEID...................................................................... 42 5.1 5.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.......................................................................................................... 42 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................ 42

HOOFDSTUK 6 VOOROVERLEG ........................................................................... 43 6.1 6.2 6.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 43 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 43 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 43

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 44 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9

ONDERZOEK WET GELUIDHINDER WEGVERKEERSLAWAAI .......................................................................... 45 GELUIDWERING VAN DE GEVELS ............................................................................................................ 46 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 47 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 48 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 49 ONDERZOEKSRAPPORTAGE VLEERMUIZEN ............................................................................................... 50 VORMVRIJE M.E.R. BEOORDELING ......................................................................................................... 51 WATERTOETS .................................................................................................................................... 52 OMGEVINGSDIALOOG ......................................................................................................................... 53 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

In de huidige situatie is het projectgebied in gebruik als een garagebedrijf. Een garagebedrijf is vanuit ruimtelijk oogpunt niet ideaal, gezien de omliggende woonomgeving. Initiatiefnemer is voornemens om dit pand te transformeren tot een appartementengebouw en het aangrenzende terrein te transformeren tot een hoogwaardig parkeerterrein. De voorgenomen ontwikkeling voorziet concreet in de bouw van 14 levensloopbestendige appartementen met een oppervlakte van minimaal 60 m2 per appartement. Ten aanzien van deze ontwikkeling wordt voornamelijk gebruik gemaakt van bestaande massa, aan de achterzijde wordt een opbouw toegevoegd. De voorgenomen ontwikkeling past qua gebruiks- en bouwmogelijkheden niet binnen het geldende bestemmingsplan “Roermondse Veld”. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend via een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt in de wijk Roermondse Veld. Concreet gaat het om het perceel Bredeweg 369-371 te Roermond. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Roermond, sectie F, nummers 2064 en 2284. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied in Roermond en ten opzichte van de directe omgeving met respectievelijk de rode ster en de rode omlijning indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Roermondse Veld”. Dit bestemmingsplan is op 30 oktober 2014 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Roermond. Daarnaast gelden ter plaatse van het projectgebied de bestemmingsplannen “Paraplubestemmingsplan kamerverhuur en ministudio’s” en “Herziening paraplubestemmingsplan kamerverhuur en ministudio’s”. De vorenstaande bestemmingsplannen leggen aanvullende regels vast ten aanzien van het spreiden en tegengaan van appartementen kleiner dan 60 m2 en kamerverhuurpanden. Voor de duiding van het planologisch regime, is met name het bestemmingsplan “Roermondse Veld” van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorend bij het geldende bestemmingsplan “Roermondse Veld” opgenomen. Met de rode omlijning is de begrenzing van het projectgebied indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan “Roermondse Veld” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het geldende bestemmingsplan “Roermondse Veld” zijn de gronden voorzien van de (dubbel) bestemmingen ‘Woongebied’ en ‘Waarde – Archeologie’ en de functieaanduiding ‘Bedrijf tot en met categorie 2’. Tevens is de maatvoering ‘maximum bouwhoogte: 8 m’ en ‘maximum goothoogte: 5 m’ opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing Bestemming ‘Woongebied’ Gronden voorzien van de bestemming ‘Woongebied’ zijn onder andere bestemd voor woningen en een bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die staan vermeld in de categorieën 1 tot en met 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in bijlage 2 van de regels, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘Bedrijf tot en met categorie 2’. In de bouwregels is bepaald dat het bouwen van nieuwe hoofdgebouwen en/of het toevoegen van nieuwe woningen binnen deze bestemming niet is toegestaan. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m)’ en ‘maximum bouwhoogte (m)’. Bestemming ‘Waarde - Archeologie’ De voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden.

In de bouwregels is bepaald dat ter plaatse van deze bestemming geen bebouwing mag worden opgericht, met uitzondering van vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, of bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden niet dieper dan 40 cm reiken, of bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden een oppervlak beslaan van minder dan 100 m². 1.3.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan “Roermondse Veld”. Op basis van het geldende bestemmingsplan is het projectgebied voorzien van de enkelbestemming ‘Woongebied’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ en de functieaanduiding ‘Bedrijf tot en met categorie 2’. Tevens is de maatvoering ‘maximum bouwhoogte: 8m’ en ‘maximum goothoogte: 5m’ opgenomen. Onderhavig voornemen ziet toe op het toevoegen van nieuwe woningen, op grond van het vigerende bestemmingsplan is dit niet toegestaan. Tevens wordt de maximale goothoogte van 5 m overschreden. Het beoogde appartementengebouw heeft een plat dak en daarmee een goothoogte van 7,3 m. Gelet hierop is het plan strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.9; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing 4.

5.

6.

de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 5.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.

9.

1.5

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.7. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige en gewenste situatie ter plaatse van het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Limburg en de gemeente Roermond beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

PLANBESCHRIJVING

Huidige situatie projectgebied

Het projectgebied ligt in de wijk Roermondse Veld. De wijk Roermondse Veld ligt tussen het oude stadscentrum aan de westzijde en de naoorlogse uitbreidingswijken aan de oostzijde. Het is een ten dele vooren ten dele na-oorlogse uitbreidingswijk met een gemengd karakter. Het Roermondse Veld bestaat zowel in ruimtelijk als in functioneel opzicht uit een aantal deelgebieden. Binnen deze wijk bevindt zich de locatie Bredeweg 369-371 te Roermond. De locatie ligt in een gebied met hoofdzakelijk woningen. Het projectgebied staat kadastraal bekend als gemeente Roermond, Sectie F, nummers 2064 en 2284. De functionele structuur van de omgeving van het projectgebied kenmerkt zich als een woongebied. Het projectgebied wordt aan de westzijde begrensd door de Bredeweg. Aan de oostzijde wordt het projectgebied ontsloten aan het Gebroek. De noord- en zuidzijde van het projectgebied worden respectievelijke begrensd door woningen. Het projectgebied zelf bestaat in de huidige situatie uit een perceel voorzien van bebouwing ten behoeve van een garagebedrijf. Aan de achterzijde van het projectgebied is het terrein grotendeels verhard. Hier zijn parkeerplaatsen en enkele bomen aanwezig. De huidige situatie en ligging van het projectgebied wordt door middel van een luchtfoto en een straatbeeld weergegeven in afbeeldingen 2.1 en 2.2.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.2

Straatbeeld huidige situatie vanaf de Bredeweg (Google Streetview)

2.2

Gewenste situatie

2.2.1

Het voornemen

Het voornemen is om het projectgebied te transformeren ten behoeve van woningbouw. De voorgenomen ontwikkeling voorziet concreet in de transformatie van de in het projectgebied aanwezige bebouwing naar 14 appartementen met een minimaal oppervlakte van 60 m2 per appartement. De appartementen zullen als huurwoning fungeren. In de kelder zullen 10 parkeerplaatsen en 14 bergingen worden gerealiseerd. Het verhard terrein aan de achterkant van het perceel zal worden getransformeerd tot een hoogwaardig parkeerterrein waar 12 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De ontsluiting met de auto gaat via de oostzijde op de Gebroek. Te voet kan er via de zuidzijde ook ontsloten worden op de Bredeweg. 2.2.2

Stedenbouwkundig

Het plan ziet voornamelijk toe op gebruik van de bestaande massa met een opbouw aan de achterzijde. Omdat de beoogde opbouw aan de achterzijde tevens ook op ruime afstand van zijdelingse perceelgrenzen wordt gesitueerd, is dit stedenbouwkundig acceptabel. De zichtbaarheid vanaf de openbare weg is beperkt. De ontsluiting van de parkeerplaatsen vindt plaats op de Gebroek. In afbeeldingen 2.3 en 2.4 zijn respectievelijk een situatietekening en een impressie van de gewenste situatie ter plaatse van het projectgebied weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.3

Gewenste situatie (Bron: AGB van Dijk)

Afbeelding 2.4

Impressie gewenste situatie (Bron: AGB van Dijk)

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing Voor het berekenen van de parkeerbehoefte wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit de ‘Nota Parkeernormen 2021’. De ‘Nota Parkeernormen 2021’ is op 11 november 2021 door de gemeenteraad van Roermond vastgesteld. De nota is een actualisatie van de Nota Parkeernormen 2014. Het doel van de Nota Parkeernormen 2021 blijft om voldoende parkeerplaatsen op de juiste locaties in de stad te realiseren. Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de meest recente CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, 381 (december 2018). Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer.

In de vermelde publicatie van het CROW worden parkeerkencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad. 2.3.3

Parkeerbehoefte (auto)

Uitgangspunten In de ‘Nota Parkeernormen 2021’ is Roermond ingedeeld in vier verschillende gebieden. Het projectgebied is gelegen in het gebied ‘rest bebouwde kom’. Uitgaande van het segment ‘Appartement, tussen 60 m 2 en 100 m2’ geldt een parkeerbehoefte van 1,5 parkeerplaatsen per woning. De totale parkeerbehoefte ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling bedraagt (1,5*14) 21 parkeerplaatsen. Parkeerplaatsen op eigen terrein De parkeervraag van de bewoners van de appartementen wordt opgevangen op het eigen terrein. In de kelder worden 10 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarnaast worden ook buiten op het achtererf 12 parkeerplaatsen gerealiseerd welke worden ontsloten op het Gebroek. Derhalve kan volledig worden voorzien in de eigen parkeerbehoefte. 2.3.4

Verkeersgeneratie

De gemeentelijke parkeernota gaat niet in op de concrete verkeersgeneratie die ontstaat in verband met ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt dan ook aangesloten bij de eerder genoemde CROW-publicatie. Op basis van voorliggend initiatief in relatie tot het gemeentelijk parkeerbeleid wordt voor de berekening van de verkeersgeneratie uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • • •

Stedelijkheidsgraad: ‘Sterk stedelijk’ (CBS Statline); Gebiedsindeling: ‘Schil’; Bestaande functie: ‘Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief’; Gewenste functie: ‘Huur, Appartement, tussen 60 m2 en 100 m2.

Op basis van de genoemde uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld uitgesplitst in de bestaande en de gewenste situatie. Bestaande situatie Functie

Verkeersgeneratie

BVO garagebedrijf

Bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief Totaal

7,9 per 100 m2 bvo

Circa 600 m2 bvo

Totale verkeersgeneratie (7,9*6) = 47,4 48

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing Gewenste situatie Functie

Verkeersgeneratie

Huur, Appartement, midden/goedkoop Totaal

3,2

Aantal te realiseren woningen 14

Totale verkeersgeneratie 44,8 45

De beoogde appartementen genereren een verkeersgeneratie van afgerond 45 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het huidige garagebedrijf met werkplaats heeft een totale verkeersgeneratie van afgerond 48 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In de beoogde situatie is er geen sprake van een toename van de totale verkeersgeneratie. Belemmeringen zijn daarom niet te verwachten. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat er in voldoende mate rekening is gehouden met het aspect ‘verkeersgeneratie’. 2.3.5

Conclusie

Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie de meest logische vervolgfunctie is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze Ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing 3.1.2.2 Toetsing aan de Ladder De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna 'Ladder') is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang (toename van bebouwing of ruimtegebruik) van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Uitspraken waaruit dit blijkt: • •

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd. In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang bestaat. Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge afstand tussen de woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van 14 woningen. Hieruit volgt de conclusie dat met dit aantal woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt op de ladder voor duurzame verstedelijking ingegaan. Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 lid 2 van de Bro geeft aan dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan een aantal voorwaarden: a.

er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte;

b.

indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Voordat de behoefte in beeld kan worden gebracht, moet ten eerste duidelijk zijn wat het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de ontwikkeling betreft. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 14 appartementen binnen de gemeente Roermond. De regio Midden-Limburg maakt zich sterk om het aantal woningen in de regio uit te breiden. De regionale afspraken zijn gemaakt op basis van de provinciale woningbehoefteraming. De gemeente Roermond wordt, gezien vorenstaande, als het ruimtelijk verzorgingsgebied beschouwd. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Met voorliggend initiatief wordt voorzien in 14 woningen in de gemeente Roermond. Voor de regio MiddenLimburg is een Structuurvisie Wonen opgesteld. In deze visie wordt zowel op de kwalitatieve als de kwantitatieve woningbouwbehoefte ingegaan. In paragraaf 3.3.1 wordt de voorgenomen ontwikkeling onder andere getoetst aan deze Structuurvisie Wonen Midden-Limburg. Uit deze visie blijkt dat de regio Midden-Limburg koerst op een gemiddelde jaarlijkse realisatie van 975-1.150 woningen. Met de realisatie van 14 levensloopbestendige appartementen wordt

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing bijgedragen aan deze opgave. Daarnaast blijkt dat er binnen de gemeente kwalitatief gezien onder andere vraag is naar de realisatie van seniorenwoningen, waaronder appartementen met een lift. De realisatie van de voorgenomen woningbouw is hiermee tevens in lijn met de kwalitatieve woningbouwbehoefte. In paragraaf 3.3.2 wordt het initiatief getoetst aan de Limburgse Agenda Wonen 2020-2023. De Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 streeft ernaar dat woningen voldoende inspelen op een aantal aspecten. Aspecten die hierbij genoemd worden zijn dat er voldoende doorstroming kan plaatsvinden, dat woningen passen bij de leefstijl van de bewoners en dat de woonomgeving belangrijk is. Voorliggend initiatief betreft een betstemmingswijzing van een garagebedrijf naar appartementen in Roermond. Door het huidige garagebedrijf te veranderen naar appartementen, wordt mogelijke leegstand tegen gegaan. Daarnaast blijkt dat in de gemeente Roermond behoefte is aan seniorenwoningen, waaronder appartementen met een lift. De realisatie van de voorgenomen woningbouw is hiermee in lijn. De realisatie van deze appartementen zorgt dat ouderen kunnen wonen in een woning die past bij hen leefstijl. Daarnaast zorgt het initiatief ook voor doorstroming op de woningmarkt.

Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage levert aan zowel de kwantitatieve woonbehoefte als de kwalitatieve woonbehoefte in de gemeente Roermond. De behoefte aan de woningen binnen de voorgenomen ontwikkeling is hiermee aangetoond. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied De voorgenomen ontwikkeling betreft een transformatie binnen bestaand stedelijk gebied. Conclusie Gezien het voornoemde wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3

Conclusie toets aan het rijksbeleid

Geconcludeerd kan worden dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid van de provincie Limburg is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Provinciale Omgevingsvisie Limburg en de Omgevingsverordening Limburg 2014. Ook wordt getoetst aan de Omgevingsverordening Limburg 2021. De datum van de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening Limburg 2021 is tegelijk met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarom is de huidige Omgevingsverordening Limburg nog van toepassing. 3.2.1

Provinciale Omgevingsvisie Limburg

3.2.1.1 Algemeen Op 25 oktober 2021 is de omgevingsvisie Limburg vastgesteld door de Provinciale Staten. De Omgevingsvisie Limburg richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Maar ook de aspecten gezondheid, veiligheid en gezonde leefomgeving worden in de Omgevingsvisie meegenomen. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: • •

Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving in zowel het stedelijk c.q. bebouwd gebied als in het landelijk gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouw- transitie;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing •

Klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030 tot 2050 geschetst. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen; • •

Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

3.2.1.2 Wonen en leefomgeving De omgevingsvisie Limburg houdt vast aan een flexibel beleid op hoofdlijnen waarbij de woonbehoeften van de inwoners leidend zijn. Hierin liggen ook kansen om een bijdrage te leveren aan de klimaat-, energie-, verduurzamings-, ruimtelijke- en mobiliteitsopgaven die er voor de woningmarkt en in de bebouwde omgeving liggen. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook worden verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds grotere verscheidenheid aan mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut.

Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale Omgevingsvisie Limburg Het projectgebied is gelegen binnen het stedelijk gebied. Het initiatief voorziet in de realisatie van 14 levensloopbestendige appartementen binnen een bestaand woongebied. Hiermee wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Het plan sluit aan bij het uitgangspunt van de provincie om leegstaand vastgoed te hergebruiken en herbestemmen.

Tevens is in paragraaf 3.1 geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief past binnen de beleidskaders zoals opgenomen in de omgevingsvisie Limburg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing 3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

3.2.2.1 Algemeen De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 (Provinciaal Omgevingsplan 2014, voorganger van de omgevingsvisie Limburg) juridische binding te geven. Onderstaand zijn de relevante passages voor het projectgebied opgenomen. Woningbouw In artikel 2.2.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening houdt met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Voor de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 3.1. In de verordening zijn tevens regels opgenomen ten aanzien van woningbouw. Volgens artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening voorziet een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. Deze regionale structuurvisie is vervangen door de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025’. In paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan.

Verder geldt dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, een verantwoording dient te bevatten van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bovenstaande. De toelichting bij het ruimtelijk plan dient tevens een verantwoording te bevatten van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. ‘Boringsvrije zone Roerdalslenk III’ 1.

Het is in het gebied Roerdalslenk binnen en buiten inrichtingen verboden: a. een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei; b. werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van . de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. 2. Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk III dieper dan 80 meter beneden het maaiveld tot aan de Bovenste Brunssumklei, wordt vier weken tevoren schriftelijk gemeld aan gedeputeerde staten. 3. Bij het maken en sluiten van een boorput wordt de Beoordelingsrichtlijn Mechanisch boren BRL SIKB 2100, als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit in acht genomen. Geconcludeerd wordt dat met het voorliggende initiatief geen grondroerende werkzaamheden dieper dan 80 meter beneden het maaiveld worden verricht. 3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Limburg 2014 Onderhavig initiatief is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Limburg 2014. 3.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2021 (nog niet in werking getreden)

3.2.3.1 Algemeen Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. De vaststelling van de Omgevingsverordening Limburg is voor december 2021 voorzien. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied binnen het gebied ‘Stedelijk gebied’ en meer specifiek binnen de thema’s detailhandel, kantoren, toerisme, werklocaties, verstedelijking en wonen. Conform artikel 12.1 van de omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen het volgende beschrijven: a. b. c.

d. e.

rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio NoordLimburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

3.2.3.2 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Limburg (2021) Ten aanzien van voorliggend initiatief is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12 van de ontwerp-omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals volgt uit paragraaf 3.2.1 past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. In paragraaf 3.3 volgt een uitgebreide onderbouwing met betrekking tot de behoefte en de regionale afspraken. Op basis van het bovenstaande bestaan er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsverordening Limburg 2021. 3.2.4

Limburgse Agenda Wonen 2020-2023

3.2.4.1 Algemeen Op 29 juni 2020 is de Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 vastgesteld. In de Limburgse Agenda Wonen 20202023 wordt duidelijk gemaakt hoe vanuit het beleidsveld wonen een bijdrage wordt geleverd aan een gezonde Limburgse woningmarkt. Dit wordt als belangrijk geacht, omdat woongeluk cruciaal is voor het welzijn van mensen en voor de leefbaarheid en veiligheid in Limburg. De Limburgse Agenda Wonen levert een bijdrage aan een gezonde woningmarkt. Daarbij is het belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. Met een gezonde woningmarkt wordt een woningmarkt bedoeld, die met haar aanbod voldoende inspeelt op onderstaande aspecten: • De huidige en toekomstige woonbehoeften. Er wordt gebouwd dan wel ver- of herbouwd al naar gelang de behoefte, daar waar tekorten zich, al dan niet tijdelijk, voordoen. • In een gezonde woningmarkt vindt doorstroming plaats en kunnen mensen een wooncarrière maken. • In een gezonde woningmarkt vallen geen mensen tussen wal en schip, woningen zijn toegankelijk en betaalbaar. • Een gezonde woningmarkt heeft 'geen' overschotten die leiden tot leegstand (behoudens de benodigde frictieleegstand van 2%).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing • • •

Flexibiliteit is noodzakelijk om zo het verschil te kunnen maken voor mensen die snel huisvesting nodig hebben, maar daar niet jaren op kunnen wachten. Eigen keuze (en initiatief) is belangrijk. Een woning past bij de leefstijl van de bewoner, die zelf tot op zekere hoogte bepaalt hoe, in welke samenstelling en waar hij of zij wil leven. De woonomgeving is minstens zo belangrijk, evenals de mogelijkheden die de bewoner heeft en krijgt om niet alleen invloed uit te oefenen op zijn woning, maar ook op de woonomgeving.

3.2.4.2 Toetsing van het initiatief aan de Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 Voorliggend initiatief betreft een betstemmingswijzing van een garagebedrijf naar appartementen in Roermond. Door het huidige garagebedrijf te veranderen naar appartementen, wordt mogelijke leegstand tegen gegaan. Daarnaast blijkt dat in de gemeente Roermond behoefte is aan seniorenwoningen, waaronder appartementen met een lift. De realisatie van de voorgenomen woningbouw is hiermee in lijn. De realisatie van deze appartementen zorgt dat ouderen kunnen wonen in een woning die past bij hen leeftijd. Daarnaast zorgt het initiatief ook voor doorstroming op de woningmarkt. Het initiatief is geheel in lijn met de 'Limburgse Agenda Wonen 2020-2023'. 3.2.5

Toetsing initiatief aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de Provincie Limburg.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025

3.3.1.1 Algemeen In de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 (verder: Structuurvisie Wonen 2022) wordt ruimte gemaakt om te bouwen voor de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment. Daarnaast is er aandacht voor transformatie/herstructurering. De focus zal de aankomende vier jaar vooral gericht zijn op het bouwen van kwalitatief de juiste woningen aansluitend bij de lokale en regionale behoefte. Aandachtspunten hierbij zijn de beschikbaarheid en bereikbaarheid van woningen. De belangrijkste speerpunten voor onderhavig initiatief worden onderstaand nader uitgewerkt. Het vergroten van het aandeel huurwoningen De bestaande woningvoorraad in Midden-Limburg bestaat voor 68% uit koopwoningen. Dit percentage ligt in plattelandsgemeenten hoger. Het woningmarktonderzoek uit 2018 geeft aan dat er regionaal behoefte is aan extra huurwoningen. Elke gemeente stuurt bij bouwplannen op het realiseren van de juiste, gevraagde woningen. Particuliere beleggers worden steeds belangrijker bij het realiseren van huurwoningen, zoals bij de transformatie van leegstaande panden. Verduurzaming bestaande woningvoorraad De woningvoorraad in de regio Midden-Limburg bestaat voor 66% uit woningen die vóór 1985 gebouwd zijn. Over het algemeen zijn deze woningen slecht geïsoleerd. Hier ligt een enorme verduurzamingsopgave.

Het andere aspect van verduurzamen betreft de levensloopbestendigheid van de woningen. In het kader van de vergijzing en het langer zelfstandig thuis blijven wonen vraagt dit regionale aandacht. 3.3.1.2 Kwantitatieve woningbehoefte Op basis van de meest recente huishoudenprognose (Etil, Progneff 2021) wordt in Midden-Limburg de komende jaren, op basis van de huidige bevolking, nog een groei van het aantal huishoudens verwacht van 5.387 met een top in 2034. Het aantal huishoudens in de regio groeit nog van 108.814 per 1-1-2021 tot

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing 114.201 per 1-1-2034. Naarmate de top nadert vlakt de groei af. Na de huishoudentop buigt deze om naar een daling waardoor er -met uitzondering van vervangende nieuwbouw- op termijn per saldo geen nieuwe woningen meer nodig zijn. Niet elke gemeente bereikt gelijktijdig de top, gemeente Roermond bereikt de top in 2043. Het aantal huishoudens in Roermond neemt vanaf 1-1-2021 tot de huishoudentop (2043) toe met 3.244. In 2021 zijn 283 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad, waarmee nog een groei van het aantal woningen van ten minste 2.981 woningen (3.244 minus 283) nodig is. De regio zet zich in om de hoge bouwproductie van de afgelopen jaren door te zetten. Voor de periode 2021 tot en met 2025 wordt gekoerst op een gemiddelde jaarlijkse realisatie van 975-1.150 woningen. Voor de gemeente Roermond ligt deze ambitie ligt jaarlijks tussen 325 en 350 woningen, 193-318 woningen meer dan de huishoudenprognose. De planvoorraad voor woningbouw in Roermond is per 1 januari 2022 2.588 woningen groot. De planvoorraad per 1 januari 2022 is kleiner dan de toename van het aantal huishoudens tot de huishoudentop 2.981 en de extra woningbouwambitie (193-318). Met de realisatie van 14 levensloopbestendige appartementen wordt bijgedragen aan deze opgave.

3.3.1.3 Kwalitatieve woningbehoefte De Structuurvisie Wonen heeft als onderlegger en toetsingskader het door de regio in 2018 uitgevoerde woningmarktonderzoek en de meest recente Etil huishoudenprognoses. Wanneer wordt gekeken naar de kwalitatieve woningbehoefte ziet de regio dat tot 2030 het aantal jongere huishoudens (tot 30 jaar) en het aantal midden huishoudens (30-65 jaar) afneemt en dat het aantal oudere huishoudens (vanaf 65 jaar) forst toeneemt. In kwalitatieve zin blijkt ook vooral ingezet wordt op de realisatie van seniorenwoningen (huur en koop; grondgebonden en appartementen met lift; nultreden en levensloopbestendig), 1- en 2persoonswoningen (huur en koop) en reguliere woningen (grondgebonden en appartementen; sociale en middenhuur). Tevens is geconstateerd dat er (op termijn) een overschot ontstaat aan de volgende woningtypes; appartementen zonder lift (huur), rij-/hoekwoningen (huur en koop) en 2 onder 1 kap woningen (koop).

3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 Uit de specifiek voor de gemeente Roermond en in het bijzonder voor het stedelijk gebied Roermond is op basis van de Etil huishoudenprognose uit september 2021 af te leiden dat de uit het woningmarktonderzoek uit 2018 naar voren gekomen behoefte aan appartementen met lift (met name voor senioren) in het stedelijke gebied Roermond (1.300) naar verhouding kan worden opgehoogd tot ca.1.630 appartementen met lift, gemeten vanaf 1 januari 2018. Wordt dit vergeleken met de gerealiseerde aantallen en de globale planvoorraad per 1 januari 2022 dan is er voldoende ruimte voor toevoeging van dit plan van 14 appartementen met lift. Met de realisatie van 14 levensloopbestendige appartementen wordt dus bijgedragen aan de kwalitatieve woningopgave in Roermond. Het plan maakt overigens al deel uit van de planvoorraad per 1 januari 2022. Het plan is in de regio afgestemd en maakt onderdeel uit van de planlijst die is opgenomen in de vastgestelde Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025. De voorgenomen ontwikkeling met 14 appartementen met lift past hiermee binnen de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025.

3.4

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot deze ruimtelijke onderbouwing zijn de hieronder genoemde beleidsstukken het belangrijkst. 3.4.1

Toekomstvisie Roermond 2030

3.4.1.1 Algemeen Op 22 december 2016 is de Toekomstvisie Roermond 2030 door de gemeenteraad vastgesteld. De toekomstvisie is in een interactief proces met burgers en bedrijven in Roermond tot stand gekomen. In de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing Toekomstvisie Roermond 2030 staan drie rode draden centraal. In 2030 moet Roermond een stad zijn van ontmoeten (1), verbinden (2) en samenwerken (3). Deze rode draden lopen dwars door de verschillende thema's heen die in de toekomstvisie worden benoemd. De rode draden zijn op basis van een constatering van (maatschappelijke) trends tot stand gekomen. Inwoners en partners in de stad kozen vijf thema's die zij voor de nabije toekomst het belangrijkst vinden en die in hun ogen centraal zouden moeten staan in de toekomstvisie. De volgende vijf thema’s staan centraal: • Thema 1: Een thuis voor de jeugd. • Thema 2: Stad die je actief houdt. • Thema 3: Roermond zorg(t) voor elkaar. • Thema 4: Stad van retail & leisure en industrie. • Thema 5: Historische binnenstad aan het water. 3.4.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie Roermond 2030 In de toekomstvisie van Roermond wordt gestreefd naar een passend woonaanbod voor jong en oud. Onderhavig voornemen voorziet in een concrete behoefte en er wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan een kwalitatief hoogwaardige woon- en leefomgeving voor inwoners van Roermond. Voorliggend initiatief sluit aan bij hetgeen wordt nagestreefd in de Toekomstvisie van Roermond. 3.4.2

Duurzaamheidsvisie Roermond 2017

In 2017 is de Duurzaamheidsvisie Roermond vastgesteld. Een visie die gezamenlijk met inwoners en organisaties in de stad tot stand is gekomen. De ambities in de visie zijn hoog: de gemeentelijke organisatie in 2030 klimaatneutraal en heel Roermond in 2050. De gemeente werkt hieraan door zelf het goede voorbeeld te geven en andere partijen hierin, te stimuleren, te faciliteren en te ondersteunen. Tussen 2017 en nu is veel gebeurd. Het thema duurzaamheid is hoger op de politieke agenda’s gekomen, zowel internationaal als nationaal. In de visie wordt ingegaan op het thema ‘Ruimte, wonen en bouwen’. In de visie wordt aangegeven dat de eerste energie neutrale woningen worden gebouwd en ook zijn er steeds meer woningen gerenoveerd worden naar een energiezuinig niveau. Met woningcorporaties (Prestatieafspraken), Buurkracht, de stichting Roerom en door de acties van Roermond Bespaart Energie die bezig zijn met het verduurzamen van de particuliere woningvoorraad, worden stappen gezet. Echter kunnen op het gebied van duurzame bouw nog grote slagen gemaakt worden. De nadruk ligt hierbij op lage energielasten, zelfstandigheid in de energievoorziening, slim en duurzaam materiaalgebruik, levensloopbestendigheid en het vergroenen van woning. De levensloop bestendigheid van de woningen, is een thema dat in het kader van de vergrijzing steeds belangrijker gaat worden in de toekomst.

De duurzaamheidsvisie zet in op de volgende punten: • • •

Versterking natuur en groen in en om de stad, verbetering van de toegankelijkheid van natuur en groen en de natuurwaarden behouden en versterken. Energiebesparing en duurzaamheid als aandachtspunten in de woonvisie en presentatieafspraken met corporaties. Duurzame, aanpasbare, levensloopbestendige woningen (bijvoorbeeld de energieneutrale woningen ’t Parcje).

3.4.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Duurzaamheidsvisie Roermond 2017 De realisatie van 14 levensloopbestendige en gasloze woningen sluit aan bij hetgeen dat wordt nagestreefd in de Duurzaamheidsvisie Roermond 2017.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Omgevingsvergunning Bredeweg 369-371, Roermond Ruimtelijke onderbouwing 3.4.3

Groenvisie Roermond 2016

3.4.3.1 Algemeen De visie op het stedelijk groen is in samenwerking met burgers en belangenverenigingen opgesteld en vastgelegd in de ‘Groenvisie’, die door de gemeenteraad op 22 december 2016 is vastgesteld. Om deze visies via diverse uitvoeringssporen te realiseren zijn spelregels opgesteld, toetsingscriteria voor kwaliteit. De Groenvisie zet in op duurzame groenstructuren in de openbare ruimte. Groenstructuren die aantrekkelijk zijn en zo robuust dat ze voor lange tijd bijdragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Vanzelfsprekend zijn deze structuren ecologisch waardevol, klimaat- en ziektebestendig en klaar voor de toekomst. 3.4.3.2 Toetsing van het initiatief aan de Groenvisie Roermond Het initiatief betreft een kleinschalige ontwikkeling, op een perceel waar momenteel enkele bomen staan. Dit perceel is echter in privé-eigendom en maakt geen onderdeel uit van de openbare groenstructuur. De enkele bomen worden gehandhaafd en in het projectgebied worden meerdere bomen toegevoegd (afbeelding 2.3). Mede gelet op het kleinschalige karakter en de toevoeging van groen, volgen uit de Groenvisie geen specifieke eisen of wensen ten aanzien van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De herontwikkeling doet niet af aan de doelstellingen uit de Groenvisie. 3.4.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=b37f7ee0-1e60-4334-aa25-3e999a6dc862