Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Voor 2 appartementen met een oppervlakte tussen de 100 m2 en 160 m2 geldt een parkeernorm van 1,9 pp per woning. Voor de overige 10 appartementen met een oppervlakte tussen de 50 m2 en 100 m2 is de parkeernorm 1,6 pp per woning. Dit resulteert in een parkeerbehoefte van 3,8 pp + 16 pp = 19,8 pp is afgerond 20 parkeerplaatsen.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
29
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Figuur 26: Parkeersituatie (Bron: Definitief ontwerp Engelman architecten)
Volgens de nieuwe parkeernota bedraagt de parkeerbehoefte afgerond 20 parkeerplaatsen. Het plan voldoet daarmee aan de Nota Parkeernormen 2021. Bovenstaand is de parkeersituatie weergegeven. Het fietsparkeren is in de 12 bergingen gepland. De 13e berging is bestemd voor de stalling van afvalcontainers van de appartementen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect parkeren met 20 te realiseren parkeerplaatsen op het achterterrein in de extra behoefte voorzien kan worden. Het aspect infrastructuur vormt op grond van het bovenstaande geen belemmering voor realisering van het project. 4.5.
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie Het Roermondse beleid inzake archeologie is vastgelegd in de Erfgoedverordening 2018, zoals vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad d.d. 25 oktober 2018. Op de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Roermond (2011) ligt het plangebied in de zone die staat aangegeven als Historische kern. In het vastgestelde bestemmingsplan “Kern Swalmen” heeft de projectlocatie een dubbelbestemming “Waarde-Archeologie” ter bescherming van archeologische belangen. Bij alle ingrepen in de bodem dient zorg te worden besteed aan potentieel aanwezige archeologische resten overeenkomstig de hiervoor opgenomen dubbelbestemmingen. Volgens de bij de nota behorende archeologische beleidskaart is het plangebied gelegen in de aanduiding “hoge verwachtingswaarde”.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
30
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Er is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 100 m² en dieper gaan dan 0,4 meter onder maaiveld. De gemeente Roermond heeft aangegeven dat de voorgenomen planontwikkeling onderzoeksplichtig is. Bij de sloop van het garagebedrijf in december 2021 zijn de bestaande funderingspoeren verwijderd. Het archeologisch onderzoek kan daardoor beperkt blijven tot het gedeelte van de nieuwbouw waar niet eerder een gebouw stond. De archeologische verkenning met een booronderzoek is uitgevoerd door Aeres Milieu BV en bekend onder rapportnummer AM22251 d.d. 1 juli 2022 zie bijlage 5 met de volgende conclusies: ▪ Op basis van deze gegevens is de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten voor de perioden (mesolithicum – vroege middeleeuwen) (middel)hoog en laag voor de periode late middeleeuwen - nieuwe tijd. ▪ Ter plaatse van de voormalige bebouwing (circa de helft van het plangebied) was een fundering aanwezig met een diepte van 1,1 meter -mv evenals een gedeeltelijke onderkeldering van 2,5-3,0 meter -mv (rond boring 3). Dit deel zal grotendeels zijn verstoord. ▪ Uit de gegevens van het funderingsadvies van Geonius blijkt dat het maaiveld na sloop op een diepte lag variërend van 25,90 meter tot 26,60 meter +NAP.
De maaiveldhoogten ten tijde van onderhavig archeologisch onderzoek bedragen 26,73 meter tot 26,67 meter +NAP. Hieruit blijkt dat er lokaal sprake is van een ongelijkmatige maaiveldhoogte en zodoende lokale verstoringen. Ook zal lokaal bodemverstoringen hebben plaatsgevonden ter plaatse van de nutsvoorzieningen in het zuidelijke deel van het plangebied). ▪ De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen archeologische resten vanaf het maaiveld aanwezig zijn. ▪ Indien de bodem niet dieper dan 25,90 meter +NAP zal worden verstoord, dan wordt op basis van bovenstaande gegevens voor het zuidwestelijk deel van het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit geldt tevens voor de zone van de parkeerplaatsen (Figuur 2, noordelijk deel) indien ter plaatse dieper dan 40 cm –mv verstoord wordt. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Zo mogelijk kan een archeologische begeleiding worden uitgevoerd tijdens de graafwerkzaamheden. Voor beide onderzoeksmethoden dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Roermond). Gezien de geringe oppervlakte zal de kenniswinst echter gering zijn.
Het is aan de gemeente Roermond om deze afweging te maken. ▪ De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Roermond), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie nog niet in voldoende mate onderzocht is. Voorafgaande aan de bouwwerkzaamheden dient een aanvullend archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven en een archeologische begeleiding (overeenkomstig de KNA) te worden uitgevoerd. Dit overeenkomstig de aanbevelingen in het rapport Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Bosstraat 73 te Swalmen van Aeres Milieu. Voor beide onderzoeksmethoden dient een Programma van Eisen te worden voorgelegd aan en goedgekeurd worden door de gemeente. Cultuurhistorie In de directe omgeving van het project zijn geen cultuurhistorische elementen aanwezig. Geconcludeerd kan worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de realisering van het plan.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
31
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
4.6.
Natuur en landschap
Het project is gesitueerd in de bebouwde kom van Swalmen en wordt aangemerkt als bestaand bebouwd gebied. Het projectgebied maakt geen deel uit van een Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied.
Figuur 27: Projectgebied op 278 meter van het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied “het Swalmdal” (Bron: Databank Atlas Limburg)
Het projectgebied is gesitueerd op 278 meter afstand van het Natura 2000-gebied 'Swalmdal', daarnaast is nog op geruime afstand het Natura 2000-gebied de ‘Meinweg’ gelegen. Er zijn in de directe bebouwde omgeving van het project geen bijzondere landschapswaarden aanwezig welke als gevolg van de realisering van het project aangetast kunnen worden. 4.7.
Water
In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met het aspect water. In ruimtelijke plannen is dit een relevant aspect. Algemeen beleid Op nationaal niveau is in de “Vierde Nota Waterhuishouding” (NW4) en “Waterbeleid 21e eeuw anders omgaan met water” als beleidsuitgangspunt gekozen dat het waterbeheer gericht dient te zijn op veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid. In 2003 hebben het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten het Nationaal bestuursakkoord water afgesloten. In het Nationaal bestuursakkoord water is het Waterbeleid 21ste eeuw (WB21) vastgelegd. Het beleid is gericht op het op orde brengen en houden van watersystemen in Nederland, ter voorkoming van wateroverlast, mede als gevolg van voorspelde klimaatsveranderingen. Water is een belangrijk ordenend principe, welk een zwaarwegend sturend element vormt bij de inrichting van de ruimte. De WB21 aanpak heeft als belangrijk uitgangspunt dat afvoer- en andere waterhuishoudkundige problemen niet mogen worden afgewenteld op boven- of benedenstroomse buren. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
32
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Op 22 december 2009 is het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiervoor worden opgenomen. Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet. Provinciaal beleid In het kader van het POL 2014 is vastgesteld de projectlocatie gesitueerd is in het bebouwd gebied. Het waterbeheer voor het bebouwd gebied wordt gekenmerkt door het afkoppelen en vervolgens laten infiltreren van regenwater. Gemeenten dienen bij nieuwbouw en herstructurering 100% af te koppelen volgens de provinciale richtlijnen. Beleid gemeente Roermond Het beleid van de gemeente Roermond is dat bij nieuwbouwprojecten 100% van het regenwater dat valt op bebouwing en andere oppervlakteverhardingen van de gemeentelijke riolering afgekoppeld dient te worden. Tevens is in de bouwverordening opgenomen dat op eigen terrein hiervoor voorzieningen moeten worden getroffen.
Bij nieuwbouw en bij herstructurering of renovatie van bestaande bebouwing dient het regenwater binnen de grenzen van doelmatigheid maximaal afgekoppeld te worden van het riool (droogweer-afvoer). In het kader van de waterhuishouding dient nagegaan te worden hoe met regenwater en afvalwater wordt omgegaan in het plangebied. Het waterschap Limburg en de gemeente Roermond eisen een scheiding van beide waterstromen. Voor het regenwater is het principe: Vasthouden, bergen en dan pas afvoeren. Door BKK bodemadvies te Meijel is een infiltratie-onderzoek Bosstraat 73 te Swalmen uitgevoerd onder rapportnummer 220412. BKK d.d. 13 juni 2022 zie bijlage 6. Middels onderhavig infiltratie-onderzoek is inzicht verkregen in de doorlatendheid van de bodem ter plaatse van toekomstig geplande infiltratievoorziening onder de parkeerplaats ten noorden van het nieuwbouwplan aan de Bosstraat 73 te Swalmen. Uit de meetresultaten volgens de Constant head-methode blijkt dat op basis van de classificatie in de doorlatendheid de bodemlaag van zwak siltige zand als zeer goed doorlatend wordt beoordeel met een hoge K-waarde. 1. Waterbergingsopgave. De afvoer van het hemelwater van de nieuwe appartementen wordt geborgen op eigen terrein. In de oude situatie met het garagebedrijf bedroeg het totale dakoppervlak 769,49 m2.
Het verhard oppervlak in de nieuwe situatie is als volgt samengesteld: ▪ Dakoppervlak inclusief galerij, balkons en bergingen : 700 m2 ▪ Verhard oppervlak parkeerplaatsen/rijbaan: 554 m2 Totaal verhard oppervlak 1.254 m2. Voor de capaciteitsberekening van de ondergrondse infiltratievoorziening onder de parkeerplaats worden de volgende uitgangspunten genomen: ▪ Om geen overlast voor derden te creëren wordt uitgegaan van een maximale regenbui die eens in de 100 jaar voorkomt: T=100 bedraagt 84 mm neerslag. ▪ Om dit op te vangen dient een voorziening te worden gemaakt onder de parkeerplaats die een dergelijke omvang aan regenwater kan bergen; ▪ Neerslaghoeveelheid: 84 mm / m2 = 84 liter / m2 = 0,084 m3 / m2; ▪ De waterdoorlatendheid van de bodem bedraagt gemiddeld 16,66 meter / dag; Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
33
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
▪ Hemelwater dat op de onverharde gedeelten van het perceel terecht komt infiltreert ter plaatse in de bodem / tuin; ▪ Het dakoppervlak is niet hellend en bedraagt voor beide appartementencomplexen inclusief galerij en de bergingen circa 700 m2. De daken worden aangesloten middels HWA op de aan te treffen infiltratievoorziening; ▪ De aan te leggen bestrating (rijstrook en parkeervakken) bedraagt in totaal circa 554 m2; ▪ Het totaal oppervlakte dat meegenomen dient te worden voor de infiltratieberekening betreft 1.254 m2; ▪ De toe te passen infiltratievoorziening betreft: IT Plus Variobox SP, type 600 infiltratiekratten met de afmetingen (lxbxh)= 600x600x600 mm (= 0,216 m3), bruto volume = 216 liter; ▪ Netto capaciteit: 95% oftewel 205 liter per krat. Voor de infiltratie zijn 2 varianten opgesteld. Het aanbrengen van een infiltratievoorziening met een krattensysteem is een mogelijkheid om het hemelwater afkomstig van het dak- en wegoppervlak binnen het nieuwbouwplan te bergen. Het is aan te bevelen om de voorziening dan aan te leggen op een diepte vanaf 2 m-mv. De infiltratievoorziening volgens variant 1 betreft een krattensysteem van 10 naast elkaar en 52 achter elkaar met een oppervlakte van 187 m2 en past hiermee binnen de realiseren parkeerplaats.
De infiltratievoorziening volgens variant 2 betreft een krattensysteem van 8 naast elkaar en 33 achter elkaar en 2 boven elkaar met een oppervlakte van 95 m2 en past hiermee binnen de realiseren parkeerplaats met de parkeervakken 1 t/m 8. Initiatiefnemer zal variant 2 gaan toepassen. De leegloop is iets beter, en is qua afmetingen makkelijker in te passen in het plan.
Figuur 28: Variant 2 infiltratie Bosstraat 73 Swalmen (bron: BKK Bodemadvies 13 juni 2022)
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
34
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
2. Riolering. Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater toenemen. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per appartement wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per appartement wordt geloosd. Conform het planontwerp zullen er in totaal 12 appartementen worden gerealiseerd. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van circa 3,6 m³/dag. Het plan is voorgelegd aan het Waterschap Limburg en de waterparagraaf is daarop aangepast met het onderzoek van BKK Bodemadvies. Geconcludeerd kan worden dat realisering van het project niet belemmerd wordt vanuit het aspect water. 4.8.
Flora- en fauna inclusief stikstofberekening
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse van het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. Inzichtelijk moet gemaakt worden of door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden en soorten en aangegeven welke stappen doorlopen dienen te worden als natuurwaarden mogelijk in het geding komen. Het plan dient derhalve getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming (Wn) en het provinciale gebiedsbeschermingsregime in de Omgevingsverordening Limburg 2021. Gebiedsbescherming Afwegingskader Wet natuurbescherming Het projectgebied maakt geen deel uit van een Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied. Het projectgebied is gesitueerd op circa 278 meter afstand van het Natura 2000-gebied 'Swalmdal'. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Verstoringsfactoren als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied die mogelijk reiken tot aan het Natura 2000 Swalmdal is stikstofdepositie.
Eventuele nadelige effecten op dit Natura 2000 gebied worden door middel van het uitvoeren van een Aerius berekening nader onderbouwd in de paragraaf soortenbescherming.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
35
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Figuur 29: Ligging Natura 2000 gebied Swalmdal en provinciaal natuurnetwerk omgeving plangebied
Door de afstand tot het Natura 2000 gebied (circa 278 meter), de aard van het tussenliggende gebied met stedelijke bebouwing en de aard van de werkzaamheden (sloop en nieuwbouw) kunnen verstoringseffecten met een negatief of significant negatief effect op de kwalificerende soorten en/of habitattypen op voorhand uitgesloten worden. Door de voorgenomen ontwikkeling worden geen wezenlijke kenmerken en waarden aangetast. De beleidsregel natuurcompensatie is niet aan de orde. Afwegingskader Omgevingsverordening Provincie Limburg 2021 In het provinciaal natuurbeleid worden drie natuurzones onderscheiden, de natuurbeekzones, de groenblauwe mantel (voorheen: de Bronsgroene landschapszone en de Zilvergroene natuurzone) en het Natuurnetwerk Limburg incl. Natura-2000 gebied (voorheen: Goudgroene natuurzone) Het plangebied ligt buiten de groenblauwe mantel en het aangrenzend natuurnetwerk (zie figuur 23). Negatieve effecten op het natuurnetwerk worden niet verwacht, aangezien hier geen werkzaamheden in verricht gaan worden. De groenblauwe mantel richt zich op het versterken van natuur en landschapswaarden. Het project is buiten deze zones gesitueerd. Vervolgonderzoek in het kader van de Provinciale Natuurzones Limburg wordt niet noodzakelijk geacht. Soortenbescherming Het plangebied ligt in stedelijke bebouwing van de kern Swalmen en wordt omsloten door woningen en wegen.
In december 2021 is het voormalige bedrijfspand volledig gesloopt. Het voormalige bedrijfspand met een plat dak was niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen, omdat spouwmuren en dakpannen niet aanwezig waren. Dit is vooraf geïnspecteerd:
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
36
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
▪ In het pand zijn geen sporen van vleermuizen vastgesteld (zoals levende of dode exemplaren, mest, prooiresten). ▪ In de oude situatie was het plangebied van geen betekenis als foerageergebied voor vleermuizen. Van een aantasting van foerageergebied is geen sprake. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is niet nodig. ▪ Ook sporen van de steenmarter ontbraken. Op het terrein was geen begroeiing en/of water aanwezig waar beschermde soorten zich zouden kunnen vestigen. Op grond van de ligging en het aangetroffen habitat is de aanwezigheid van alle beschermde soorten (die wel in de omgeving van het plangebied voorkomen, zoals in het Swalmdal) op voorhand uit te sluiten. Stikstofdeposito In het kader van de herontwikkeling van het auto-/garagebedrijf aan de Bosstraat 73 te Swalmen, is een toets vergunningplicht Wet natuurbescherming uitgevoerd met betrekking tot de gebruiksfase van de geplande 12 appartementen. De bestaande bedrijfswoning wordt omgevormd tot burgerwoning. Aangezien er t.a.v. het gebruik van de bedrijfswoning in de nieuwe situatie als burgerwoning niets wijzigt, is deze woning niet meegenomen. Het onderzoek richt zich dus uitsluitend op het gebruik van de 12 nieuwe appartementen.
De sloopwerkzaamheden alsook de bouw/aanlegfase zijn met ingang van de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), samen met het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn), d.d. 1 juli 2021, vrijgesteld van de Natura 2000-vergunningplicht en zijn derhalve niet opgenomen in dit onderzoek. De vrijstelling geldt niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase of voor andere emissies dan stikstof. Voor de 12 appartementen moet worden beoordeeld of een natuurvergunning is vereist als gevolg van de uitstoot van stikstof tijdens de gebruiksfase. Het stikstofonderzoek is uitgevoerd door Aelmans BV onder rapportnummer M210239 d.d. 11augustus 2022 zie bijlagen 7.1 en 7.2. De berekening is uitgevoerd op basis van AERIUS versie 2021.1.1_20220705_74979f573b. Uit het onderzoek blijkt het volgende: ▪ In de oude situatie was sprake van een auto-/garagebedrijf. Het brutovloeroppervlak (bvo) bedraagt volgens opgave ca. 769,50 m2. Binnen de gebouwen waren gasheathers aanwezig t.b.v. het verwarmen van de werkplaats en showroom. Het vervallen van de NOxemissies van deze ketels is niet meegenomen in dit onderzoek, maar draagt ook zeker bij aan het verlagen van de depositie op de Natura 2000-gebieden. Verder was er sprake van verkeer van en naar de locatie.
▪ In de nieuwe appartementen zijn geen bronnen aanwezig die NOx- en/of NH3-emissies veroorzaken (gasloos). De enige bron die vervolgens wel nog NOx- en NH3- emissie veroorzaakt is het verkeer van en naar de 12 appartementen. ▪ Uit de verschilberekening met de meest recente versie van de Aerius calculator blijkt, dat er als gevolg van de gebruiksfase in de nieuwe situatie geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Nederlandse Natura 2000-gebieden. Het verschil is nergens > 0,00 mol per ha. per jaar. ▪ Uit de verschilberekening met de meest recente versie van de Aerius calculator blijkt, dat er in de gebruiksfase van de nieuwe situatie geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige Duitse Natura 2000-gebieden. Op basis van de resultaten uit de Aeriusberekeningen kan geconcludeerd worden dat voor de gebruiksfase van de 12 appartementen negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden ten gevolge van NOx- en NH3 uitstoot door het verkeer uitgesloten kunnen worden.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
37
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
De uitkomsten geven derhalve geen aanleiding tot het aanvragen van een Wnb-vergunning of een verklaring van geen bedenkingen vanwege mogelijke effecten door NOx- en NH3emissies op Natura 2000-gebieden. Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Dit aspect is niet relevant voor de planontwikkeling. Conclusie Op basis van het bovenstaande is er geen aanleiding om een aanvullend onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna. Er kan zonder voorziene problemen gestart worden met het bouwrijp maken van de kavel en de bouw van de 12 appartementen. 4.9.
Economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: het kostenverhaal anderszins is verzekerd; en het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is; óf in de volgende bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen: het totaal der exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000; óf er zijn geen verhaalbare kosten als bedoeld in het besluit ruimtelijke ordening (Bro); óf de verhaalbare kosten als bedoeld in het Bro betreffen uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen. Voorliggend plan heeft betrekking op een initiatief voor de realisatie van 12 appartementen. De verhaalbare kosten als bedoeld in het Bro betreffen uitsluitend de aansluiting van het bouwperceel op de openbare ruimte. Bovendien is geen exploitatiebijdrage verschuldigd. Derhalve is er geen sprake van verhaalbare kosten als bedoeld in het besluit ruimtelijke ordening en is de economische uitvoerbaarheid van het plan gegarandeerd.
Uit de gevraagde planologische wijziging kan planschade voortvloeien. In verband met mogelijke vergoedingen van planschade als bedoeld in art. 6.1 Wet ruimtelijke ordening is met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten, op basis waarvan de kosten voor planschade voor rekening en risico van de initiatiefnemer komen. Gelet op het vorenstaande kan in het kader van het verlenen van de omgevingsvergunning voor het plan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
38
PROCEDURE EN OVERLEG
5.
PROCEDURE EN OVERLEG
5.1.
Procedure
De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is noodzakelijk voor het volgen van een procedure conform artikel 2.12, lid 1 sub a van de Wabo. Uit artikel 3.10 van de Wabo volgt dat een activiteit (als bedoeld in art. 2.1, eerste lid, sub c) die in strijd is met het bestemmingsplan, en waarbij slechts vergunning kan worden verleend met toepassing van art. 2.12, eerste lid sub a, onder 3, de uitgebreide voorbereidingsprocedure gevolgd moet worden, met de daarbij behorende rechtsbescherming volgens hoofdstuk 4 van de Algemene Wet bestuursrecht (Awb). 5.2.
Resultaten vooroverleg en omgevingsdialoog
Vooroverleg Provincie De Provincie Limburg is in het kader van het vooroverleg betrokken bij het plan i.v.m. de regionale programmering planvoorraad woningbouw Midden-Limburg. De beoordeling van de vergunning geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Indien de vergunning op deze wijze voortzet, zal er geen aanleiding zijn om in de verdere procedure van de vergunning een zienswijze in te dienen. Rijkswaterstaat Het plan ligt niet in het beheersgebied van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland en raakt dan ook geen van die belangen. Waterschap Limburg Het concept-plan is niet akkoord, geadviseerd wordt voor nieuwe ontwikkelingen uit te gaan van 100 mm in 24 uur. Het definitieve plan is hierop aangepast. Omgevingsdialoog De initiatiefnemer heeft met de directe omgeving contact gezocht en overleg gehad over het plan in een 2-tal bijeenkomsten op 11 oktober 2021 en 31 januari 2022 met een toelichting op de planvorming. De omwonenden zijn door een contactpersoon mondeling en per e-mail uitgenodigd. Het initiatief voor het overleg werd positief opgevat maar het plan zal op bezwaren stuiten vanuit de omgeving tegen de bouwhoogte, de situering van de 3e bouwlaag en de afstand tot de frituur aan de Bosstraat 62.
Tevens zijn er bezwaren geuit over mogelijke parkeeroverlast en aantasting van de privacy door inkijk vanuit nieuwe woningen in de bestaande tuinen/woningen Door de omwonenden is verzocht om het stedenbouwkundig goedgekeurde ontwerp te wijzigen naar maximaal 2 bouwlagen. Het is stedenbouwkundig niet haalbaar om de 3 bouwlagen op een andere plek in het plan te situeren dan op de hoekplek waar nu beoogd. De herontwikkeling naar minimaal 12 appartementen is vanuit de exploitatie een harde ondergrens. Met de Stichting Dorpsraad Swalmen en Ondernemend Swalmen is overleg gevoerd in maartapril 2021 over het plan. Beide organisaties hebben zich positief uitgelaten over het plan Bosstraat 73 te Swalmen. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
39
PROCEDURE EN OVERLEG
Tenslotte zijn de omwonenden door de initiatiefnemer in een laatste informatieronde op 31 januari 2022 bijgepraat over de uitwerking van het plan, inclusief de aanvraag omgevingsvergunning. Het verslag van deze bijeenkomst met een lijst van de aanwezigen is ingesloten als bijlage 8.1 en 8.2. 5.3.
Zienswijzenprocedure
De zienswijzenprocedure verloopt via de procedure zoals neergelegd in de Awb (afdeling 3.4). Het ontwerpbesluit voor de activiteiten bouwen, handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening en het aanleggen van een uitrit met bijbehorende stukken heeft vanaf …..2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen, na voorafgaande publicatie in het Electronisch gemeenteblad en op www.roermond.nl en in de Staatscourant. Gedurende de termijn van de ter inzagelegging zijn wel/geen zienswijzen ingediend. PM
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
40
CONCLUSIES
6.
CONCLUSIES
6.1.
Inleiding
In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing zijn de specifieke omstandigheden beschreven en de mogelijke belemmeringen onderzocht van de realisering van 12 appartementen aan de Bosstraat 73 te Swalmen. Afsluitend worden de effecten van het project beschreven met: ▪ ruimtelijke gevolgen en afweging; ▪ conclusie. 6.2.
Ruimtelijke gevolgen en afweging
De gewenste ontwikkeling betreft het realiseren van een appartementencomplex op het perceel Swalmen sectie D, nr. 5831. Voor het Rijksbeleid is een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij het ruimtelijke besluit van toepassing. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking levert op dat er sprake is van een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte door binnen het bestaand stedelijke gebied te intensiveren t.b.v. een woonsegment waaraan behoefte is. Het ruimtebeslag van de 12 nieuwe woningen in de foodprint is aanmerkelijk lager dan er op grond van het geldende planologisch regime mogelijk was. Derhalve is er geen sprake van een “nieuwe stedelijke ontwikkeling”. Nu de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, is voldaan aan de Ladder. Door de ligging in het bebouwd gebied van Roermond is er geen provinciaal belang bij de ontwikkeling van het appartementencomplex. Inhoudelijk bestaat er met de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVL) geen strijdigheid. Vooroverleg met de Provincie is wel noodzakelijk i.v.m. de regionale programmering planvoorraad woningbouw Midden-Limburg. Voor de gemeentelijke kaders bestaat er strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan “Kern Swalmen”, vanwege de afwijking met de bouwregels van de bestemming “Bedrijf”, omdat (nieuwe) woningen niet toegestaan zijn.
Het bouwplan is op 19 december 2021 akkoord bevonden door de Commissie Beeldkwaliteit van de gemeente Roermond en daarmee in voldoende mate stedenbouwkundig onderbouwd. Het vigerende bestemmingsplan biedt geen basis om medewerking te verlenen. Met een omgevingsvergunning zal worden afgeweken van het bestemmingsplan. Vanuit de beschreven planologisch relevante aspecten zijn geen belemmeringen aanwezig voor realisering van het project en andersom worden de bestaande waarden en de ruimtelijke structuur niet onevenredig aangetast, met de volgende conclusies: ▪ Voor het aspect “bodemkwaliteit” is met een verkennend bodemonderzoek bodem in voldoende mate onderbouwd dat de realisering van de appartementen milieutechnisch verantwoord is. ▪ Voor het aspect “geluid wegverkeerslawaai” is geconcludeerd dat door de ligging binnen een 30 km/uur weg er geen belemmeringen aanwezig zijn.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
41
CONCLUSIES
▪ Geconcludeerd dient te worden dat in de nabijheid van het project geen bedrijven dan wel inrichtingen gesitueerd zijn die een belemmering vormen voor de realisatie van het project en anderzijds worden de bestaande bedrijven niet beperkt in hun vergunde situatie. Daarmee vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van de nieuwe appartementen. ▪ Door de beperkte omvang van het plan met 12 appartementen vormt het aspect “luchtkwaliteit” geen belemmering voor de realisering van het plan. ▪ Het aspect “externe veiligheid” is in voldoende mate onderbouwd met een onderzoek en geconcludeerd kan worden dat er vanuit externe veiligheid geen belemmeringen gelden voor de planontwikkeling. De Veiligheidsregio Limburg Noord heeft ingestemd met het plan met een advies d.d. 25 mei 2022 en de gemeente Roermond heeft een verantwoordingsdocument opgesteld. ▪ Op grond van de berekende parkeerbehoefte als gevolg van de realisering van de 12 appartementen is gebleken dat met 20 te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein in de extra parkeerbehoefte voorzien kan worden. ▪ Het aspect “archeologie” is voor de planontwikkeling onderbouwd met een bureaustudie en booronderzoek op het niet bebouwde deel van de voormalige bebouwing. Aan de omgevingsvergunning zullen nadere voorwaarden gesteld worden bij bouw- en graafwerkzaamheden d.m.v.
proefsleuven en archeologische begeleiding. De resultaten van het onderzoek worden getoetst door de gemeente Roermond. ▪ Uit de nadere onderbouwing van het aspect “water” is gebleken dat infiltratie van het hemelwater op het perceel mogelijk is en dat de waterberging gerealiseerd zal worden met een infiltratievoorziening onder het parkeerterrein volgens variant 2 van het uitgevoerde infiltratie onderzoek. ▪ De motivatie “natuurwaarden” op de onderzoekslocatie heeft opgeleverd dat er voor het plangebied vanuit de gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmeringen aanwezig zijn. ▪ Op basis van een uitgevoerd stikstofonderzoek kan geconcludeerd worden dat voor de gebruiksfase van de 12 appartementen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden ten gevolge van NOx- en NH3 uitstoot door het verkeer uitgesloten moeten worden. ▪ De economische uitvoerbaarheid van het plan en het mogelijke verhaal van planschadekosten is voldoende afgezekerd met een overeenkomst tussen de gemeente Roermond en de initiatiefnemer. 6.3.
Conclusie
Alles overwegende dient geconcludeerd te worden dat aan het project medewerking verleend kan worden vanwege het feit dat er geen negatieve consequenties voor de directe omgeving optreden en het project uit ruimtelijk-planologisch oogpunt aanvaardbaar is. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
42
BIJLAGEN
7.
BIJLAGEN
Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bosstraat 73 Swalmen, Aeres Milieu B.V. onder rapportnummer Am21156 d.d. 20 juli 2021 Bijlage 2: Rapportage onderzoek externe veiligheid Bosstraat 73 te Swalmen , Econsultancy B.V, rapportnummer 17816.001 versienummer D1, 16 december 2021 Bijlage 3: Advies Veiligheidsregio Limburg Noord Bosstraat 73 te Swalmen d.d. 25 mei 2022 Bijlage 4: Verantwoordingdocument externe veiligheid voor de realisatie van een appartementencomplex met in totaal 12 woningen op de locatie Bostraat 73 te Swalmen gemeente Roermond d.d. 8 juni 2022 Bijlage 5: Archeologisch onderzoek Bosstraat 73 Swalmen, Aeres Milieu B.V. onder rapportnummer Am22251 d.d. 1 juli 2022 Bijlage 6: Infiltratie onderzoek Bosstraat 73 Swalmen, BKK Bodemadvies BV, onder rapportnummer 220412. BKK d.d. 13 juni 2022 Bijlage 7: 7.1 Stikstofonderzoek gebruiksfase 12 appartementen Bosstraat 73 te Swalmen, Aelmans BV rapportnummer M210239 d.d. 11 augustus 2022 7.2 Aeriusberekening gebruiksfase RodKSgzoipL7 d.d. 11 augustus 2022, Aelmans BV Bijlage 8: 8.1 Verslag bijeenkomst met bewoners d.d. 31 januari 2022, met lijst aanwezigen 8.2 Namenlijst aanwezigen d.d. 31 januari 2022
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex Bosstraat 73 Swalmen
43