CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ruimte onderbouwing met onderzoek

Commissie Ruimte (RU) 3 september 2025, gemeente RoermondBij agendapunt: (ontwerp) VVGB woningbouwplan hoek Gebroek - Nassaustraat - Bredeweg28.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

www.rademacherruimtelijkadvies.nl

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Herontwikkeling hoek Gebroek – Nassaustraat – Bredeweg, Roermond

Project

Woningbouwproject Gebroek – Nassaustraat – Bredeweg, Roermond

Opdrachtgever

Ten Brinke Vastgoedontwikkeling BV

Datum

23 juli 2025

Nummer

RRA-2023-006-RO

Versie

1.4

IMRO

NL.IMRO.0957.xxx-ON01

Inhoud RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

1

1.

Inleiding

5

1.1. Aanleiding

5

1.2. Plangebied

5

1.3. Leeswijzer

8

2.

Het plan

9

2.1. Huidige situatie

9

2.2. Profielschets omgeving

12

2.3. Toekomstige situatie

15

3.

Beleid

18

3.1. Rijksbeleid

18

3.1.1. Nationale Omgevingsvisie

18

3.1.2. AMvB Ruimte

19

3.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking

20

3.2. Provinciaal beleid

22

3.2.1. Omgevingsvisie Limburg 2021

22

3.2.2. Omgevingsverordening Limburg

23

3.3. Regionaal beleid

26

3.3.1. Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 en Woondeal Limburg 2023 26 3.4. Gemeentelijk beleid

4.

28

3.4.1. Omgevingsvisie Roermond

28

3.4.2. Integrale Groenvisie gemeente Roermond

29

Milieu- en Omgevingsaspecten

31

4.1. M.e.r.-plicht

31

4.2. Bodem

32

4.3. Geluid

35

4.4. Lucht

37

4.5. Externe veiligheid

40

4.6. Bedrijven en milieuzonering

44

2

4.7. Natuur

46

4.8. Archeologie

49

4.9. Cultuurhistorie

50

4.10.

Verkeer en parkeren

50

4.11.

Klimaat

53

4.12.

Water

55

5.

4.12.1.

Waterbeleid

55

4.12.2.

Beschrijving watersysteem

59

Uitvoerbaarheid

62

5.1. Economische uitvoerbaarheid

62

5.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid

62

6.

Procedure

63

6.1. Voorbereidingsprocedure

63

6.2. Vooroverleg

63

6.3. Zienswijzen

64

Bijlagen

65

Bijlage 1: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, nummer RRA-2023-006-VVMB, d.d. 1 juli 2024

65

Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Nassaustraat 130 en Gebroek 2-4 te Roermond, rapportnummer C18-397-O, Arnicon, d.d. 23 november 2018

65

Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Gebroek 12 te Roermond, rapportnummer C18-399-O, Arnicon, d.d. 23 november 2018

65

Bijlage 4: Actualiseren verkennend bodemonderzoek Bredeweg 243 en Gebroek 12 Roermond, rapportnummer 20787.001 D3, Econsultancy, d.d. 20 april 2023

65

Bijlage 5: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bredeweg / Nassaustraat Roermond, rapportnummer TenBNas.Roer.24.AO.01, Embridge, d.d. 16 september 2025

65

Bijlage 6: Ecologische quickscan Gebroek Roermond, rapportnummer 2024-BE-0904, Brabant Eco, d.d. 3 mei 2024

65

Bijlage 7: Nader onderzoek naar gierzwaluwen en vleermuizen Gebroek Roermond, rapportnummer 2024-BE-0904, Brabant Eco, d.d. 3 mei 2024

65

Bijlage 8: Stikstofdepositieonderzoek in het kader van een vergunningaanvraag ingevolgde Omgevingswet – Natura 2000-activiteit ten behoeve van Ten Brinke Bouw B.V., rapportnummer Ten.Roe.24.DO-02, Embridge, d.d. 27 mei 2025

65

3

Bijlage 9: Verkeerproductie en effecten woningbouwontwikkeling voormalig GAK locatie Roermond, kenmerk BH5787-MI-ME-240913-1154, HaskoningDHV Nederland B.V. Mobility & Infrastructure, d.d. 13 september 2024

65

Bijlage 10: Parkeerbalans Bredeweg Roermond, kenmerk 019385.20250305.R1.03, Goudappel B.V., d.d. 23 juli 2025

65

Bijlage 11: Resultaten grondonderzoek infiltratie- en verdichtingsonderzoek Bredeweg Roermond, projectnummer 2402255 versie 1, Silt Geo, d.d. 18 februari 2025

65

Bijlage 12: Verslag inloopavond omwonenden Bredeweg Roermond, Ten Brinke Vastgoedontwikkeling B.V., d.d. 19 juli 2023

65

4

1. Inleiding 1.1.

Aanleiding

Ten Brinke Vastgoedontwikkeling BV is voornemens ter plaatse van het voormalige Gemeentelijk Administratie Kantoor (GAK), gelegen op de hoek van de Nassaustraat, Gebroek en de Bredeweg te Roermond, een herontwikkeling te realiseren in de vorm van 89 woningen, verdeeld over 10 grondgebonden woningen, en 79 appartementen verdeeld twee appartementencomplexen met respectievelijk 20 en 59 appartementen, en een gemeenschappelijk parkeerterrein met 92 parkeerplaatsen en fietsparkeervoorzieningen. Het beoogde bouwplan past niet binnen de kaders van vigerend bestemmingsplan ‘Roermondse Veld’. Initiatiefnemer heeft in 2023 een principeverzoek ingediend om af te mogen wijken van het bestemmingsplan. Na enkele aanpassingen van het plan heeft het college van B&W van de gemeente Roermond op 5 december 2023 onder voorwaarden principemedewerking verleend en op 11 december 2023 hebben beide partijen een intentieovereenkomst gesloten om te komen tot een haalbare uitwerking van deze herontwikkeling. De ruimtelijk relevante voorwaarden gaan met name in op de stedenbouwkundige uitwerking, de omgevingsdialoog, verkeer en parkeren, en daarnaast zijn er nog de nodige aandachtspunten aangedragen ten aanzien van overige milieu- en omgevingsaspecten. De afgelopen periode is het plan verder uitgewerkt, mede aan de hand van de bovenstaande randvoorwaarden en aandachtspunten.

Het plan is nu gereed voor de ruimtelijke procedure. Daarvoor is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor activiteiten bouwen en handelen in strijd met de regels van de ruimtelijke ordening. De aanvraag is ingediend voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarom is conform artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet het oude recht op de aanvraag van toepassing tot het besluit op de aanvraag onherroepelijk is. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing vormt de motivering waarmee kan worden afgeweken van het bestemmingsplan, en toont aan dat er met de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 1.2.

Plangebied

Het plangebied is redelijk centraal in Roermond gelegen, in het oosten van de wijk Roermondse Veld. Het centraal station, en daarmee het centrum, bevindt zich op circa 600 meter ten westen van het plangebied. De ligging ten opzichte van de wijdere omgeving is hieronder weergegeven.

5

Figuur 1. Ligging plangebied bij blauwe stip (bron: PDOK Viewer)

De ontwikkeling is geprojecteerd ter plaatse van het voormalige GAK-gebouw, op de hoek van de straten Gebroek, Nassaustraat en de Bredeweg. Rondom het plangebied worden enkele grondstroken geruild met omliggende grondeigenaren, waaronder de gemeente. Het plangebied bestaat daarmee al dan niet gedeeltelijk uit de kadastrale percelen Gemeente Roermond, sectie F nummers 1314, 1971, 2406, 3900, 3901, 5359, 5397 en heeft een oppervlakte van circa 6.350 vierkante meter.

Figuur 2. Plangebied op luchtfoto en kadastrale ondergrond (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Momenteel is voor de locatie het bestemmingsplan ‘Roermondse Veld’ van kracht, vastgesteld door de gemeenteraad van Roermond op 30 oktober 2014. De regels van dit bestemmingsplan zijn op 4 juni 2020 aangevuld met de vaststelling van ‘Herziening paraplubestemmingsplan kamerverhuur en ministudio`s’. Het plangebied heeft volledig de enkelbestemming Woongebied. Het gehele plangebied heeft daarnaast ook de dubbelbestemming Waarde – Archeologie.

6

Figuur 3. Uitsnede bestemmingsplan 'Roermondse Veld' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

In het zuiden van het plangebied bevindt zich binnen de bestemming Woongebied een functieaanduiding ‘horeca van categorie 2’, met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 5 meter. In noorden van het plangebied is ook een maatvoeringsvlak gelegen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter, met daarbinnen nog een functieaanduiding ‘horeca van categorie 2’. De als Woongebied aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen en erven, alsmede aan huis verbonden beroepen, met daarbij behorende verkeers- en parkeervoorzieningen, nuts-, groen- en speelvoorzieningen, kleinschalige evenementen, en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Daarnaast zijn er binnen de bestemming Woongebied de nodige overige functies toegestaan ter plaatse van de betreffende aanduidingen, bijvoorbeeld maar niet uitsluitend horeca, onderwijs en detailhandel. Het betreft een conserverende bestemmingsregeling, wat betekent dat het bouwen van nieuwe hoofdgebouwen of het toevoegen van nieuwe woningen binnen deze bestemming niet is toegestaan.

De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden, en deze dubbelbestemming stelt een archeologisch onderzoek verplicht bij werkzaamheden in de bodem dieper dan 40 centimeter en bouwwerken groter dan 100 vierkante meter. De ‘Herziening paraplubestemmingsplan kamerverhuur en ministudio`s’ kent aan het plangebied de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – regulering kamerwoningen’ en ‘overige zone – regulering woningen kleiner dan 60 m2’ toe, waarmee een verbod wordt ingesteld nieuwe kamerverhuurpanden of kamerwoningen te bouwen en/of in gebruik te nemen, of nieuwe woningen kleiner dan 60 m2 te realiseren.

7

Strijdigheid Hoewel het plangebied reeds de bestemming Woongebied kent, is het realiseren van het project binnen deze bestemmingsregeling niet toegestaan. Op grond van artikel 15.2.1 van het bestemmingsplan Roermondse Veld is het bouwen van nieuwe hoofdgebouwen en/of het toevoegen van nieuwe woningen binnen deze bestemming namelijk niet toegestaan. Er worden geen woningen kleiner dan 60 vierkante meter of ten behoeve van kamerverhuur gerealiseerd, waardoor geen strijd ontstaat met het parapluplan voor kamerverhuur en ministudio`s. Om het project mogelijk te maken is een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan, op grond van art. 2.1 lid 1 onder c juncto art. 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo, noodzakelijk. 1.3.

Leeswijzer

Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit vijf hoofdstukken. Na dit eerste inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied in de huidige situatie gevolgd door een verkenning van de beoogde ruimtelijke situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op de relevante beleidskaders op nationaal, provinciaal en lokaal niveau. In hoofdstuk 4 worden de milieu- en omgevingsaspecten in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling uiteengezet. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

8

2. Het plan 2.1.

Huidige situatie

Het project wordt gerealiseerd op de percelen die zijn gelegen op de hoek van de Bredeweg, de Nassaustraat en het Gebroek. Deze gronden zijn momenteel buitengebruik en er zijn nog enkel kelderwanden en -fundering aanwezig van de voormalige bebouwing. Recent is de overwoekerde toestand met houtopstanden en bosschages van lage kwaliteit opgeruimd. In het zuiden van het plangebied is nog bebouwing aanwezig in de vorm van voormalige horecagelegenheid de Marijkezaal met bijbehorende verhardingen. Ook in het noorden zijn nog twee voormalige woningen en voormalig bar & grill ‘Café Schlicher’ aanwezig. In verband met overlast zijn deze panden in december 2024 onbewoonbaar gemaakt en deels gesloopt. Om plaats te maken voor de nieuwbouw zal alle bestaande bebouwing uiteindelijk worden gesloopt.

Figuur 4. Luchtfoto plangebied en directe omgeving (bron: kadastralekaart.com)

In de omgeving zijn diverse soorten wegen en functies te vinden. Voornamelijk woningen, laagbouw, middenbouw en hoogbouw, en gemengde functies als een rijschool, horeca en overige dienstverlenende bedrijven passend in een stedelijke woonomgeving komen voor, gelegen aan rustige woonstraten richting het oosten, de Nassaustraat die zorgt voor de verbinding richting centrum en station, en de Bredeweg die Roermond in noord-zuid richting doorkruist en ontsluit.

9

Figuur 5. Voormalige horecazaak Marijkezaal, bezien vanuit het Gebroek

Figuur 6. De woningen en Café Schlicher vanuit hoek Gebroek – Nassaustraat

Figuur 7. Hoek plangebied vanuit Bredeweg - Nassaustraat

10

Figuur 8. Stadspark aan Maasnielderbeek, vanaf hoek Nassaustraat – Gebroek (bron: maps.google.nl)

Figuur 9. Aanzicht plangebied vanaf Gebroek

Figuur 10. Duidelijk zichtbaar hoogteverschil tussen Gebroek (voor) en Bredeweg (achter)

11

De projectlocatie wordt aan de oostzijde begrensd door het Gebroek; een rustige, groene woonstraat met veelal geschakelde woningen. Parallel aan het Gebroek meandert de Maasnielderbeek, waarvan de groene oevers op meerdere plaatsen via open plekken in het lint van het Gebroek te benaderen zijn; een fraai beleefbare groenblauwe kwaliteit. Ook is er sprake van enig hoogteverschil in het plangebied: zo ligt de Bredeweg circa 3 meter hoger dan het Gebroek. Aan de gehele zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de zijdelingse perceelsgrens van de woning aan Gebroek, huisnummer 14. Aan de westelijke zijde ligt de Bredeweg; een tweebaans wijkontsluitingsweg die Roermond van noord tot zuid doorkruist en ontsluit, en waaraan ter hoogte van het plangebied voornamelijk grondgebonden woningen zijn gelegen. Aan weerszijden van de weg zijn parallelparkeerplaatsen, kleine groenvakken en een gescheiden fietspad gelegen. Aan de zijde van het plangebied zijn recent de kleinschalige appartementencomplexen (Duplo-woningen) uit de jaren 50/60 van de vorige eeuw gesloopt, en hebben plaatsgemaakt voor sociale eengezinswoningen, eigendom van woningcorporatie Wonen Zuid. Aan de overzijde zijn moderne rijwoningen gelegen, gerealiseerd omstreeks 2006. Aan de noordzijde is het plangebied begrensd door de Nassaustraat.

Deze erftoegangsweg gaat ter hoogte van het plangebied in oostelijke richting over in de Kasteel Hillenraedtstraat, bij de brug over de Maasnielderbeek. Aan de noordzijde van de Nassaustraat bevinden zich meerdere hedendaagse hoge (zorg)appartementencomplexen en medisch centrum Bredeweg. Aan de andere zijde van de Bredeweg bevindt zich aan de Nassaustraat het Zorghotel Roermond, de Spoedeisende Hulp en de huisartsenpost van het Laurentius Ziekenhuis Roermond. 2.2.

Profielschets omgeving

Historisch profiel Het stedelijk leven van Roermond heeft zich tot het einde van de 19e eeuw afgespeeld binnen de stadsmuren. De stad was ook vanaf de oostzijde toegankelijk. Vanuit dit achterland sloten enkele radiale wegen aan op de stadspoorten. Aan de westzijde vormden de Maas en de Roer tevens de grenzen van de stad, waarbij tussen Roer en Maas de Voorstad Sint Jacob was gelegen, die via de Maria Theresiabrug met Roermond was verbonden. De radialen hadden veelal een enigszins grillig verloop in verband met de bodemgesteldheid, maar leverden verder een directe verbinding op met de dorpen en gehuchten in de omgeving van de stad zoals Maasniel en 't Gebroek. Enkele structuurlijnen zijn nog zichtbaar in het inmiddels stedelijke weefsel. Infrastructurele ontwikkelingen van met name het spoor in relatie met het gebrek aan ruimte aan de westzijde van de stad hebben de ontwikkelingen aan de oostzijde van Roermond in een stroomversnelling gebracht. Naast de uitbreiding van de parochies Kapel in 't Zand, 't Gebroek en Maasniel is vanaf de twintiger jaren van de 20e eeuw rond het kloostercomplex Sint Laurentius een nieuwe kern gegroeid: het Roermondse Veld. Het Roermondse Veld is gelegen in het hart van Roermond, tussen het oude stadscentrum aan de westzijde en de naoorlogse uitbreidingswijken aan de oostzijde.

Het is een ten dele voor-, en ten dele naoorlogse uitbreidingswijk met een gemengd karakter. Het Roermondse Veld bestaat zowel in ruimtelijk als in functioneel opzicht uit een aantal deelgebieden. Het plangebied bevindt

12

zich in de steilrandzone van Roermondse Veld. Deze zone is het gebied tussen de Nassaustraat, Bredeweg, Gebroek en de Maasnielderbeek. Het vormt de overgang tussen de hoger gelegen stedelijke bebouwing van Roermond en het dal van de Maasnielderbeek. Het hoogteverschil bedraagt twee tot vier meter. Het meest oostelijke deel (tussen de Oranjelaan, Bredeweg en Lindelaan/Maasnielderbeek) behoort qua landschapskenmerk eigenlijk ook tot deze zone. De bebouwing in deze steilrandzone varieert van stedelijke woonbebouwing in het noordelijke deel van de zone, zowel aan de Bredeweg als aan het Gebroek tot, in het zuiden van de zone, kleinschalige dorpsbebouwing aan de westzijde van het Gebroek, dat als een historisch bebouwingslint langs de Maasnielderbeek loopt. In deze 'dorpse' situatie hebben zich in de loop der tijd ook bedrijfsontwikkelingen voorgedaan, zodat de kleinschalige woonbebouwing wordt afgewisseld door loodsen op een grotere schaal. Even ten oosten van het plangebied is de Maasnielderbeek gelegen. Deze zone behoort tot de groene dragerstructuur van Roermond. Zij heeft de vorm van een stedelijk park tussen in eerste instantie de bebouwing van Roermond enerzijds en het stadsdeel Maasniel en de oostelijke nieuwbouwwijken van Roermond anderzijds. Deze zone heeft een belangrijke recreatieve functie voor de aansluitende wijken maar ook voor de gehele stad.

Aan de andere kant vormt het dal van de Maasnielderbeek een natuurlijke barrière tussen de westelijke en de oostelijke stadsdelen. De Maasnielderbeek zelf vormt een belangrijke ecologische verbinding tussen de binnenstad en het buitengebied (voorgaande tekst is grotendeels overgenomen uit de toelichting op bestemmingsplan Roermondse Veld).

Figuur 11. Links historisch beeldmateriaal van de te slopen panden bij café Schlicher, ook te zien op figuur 6, rechts het GAK-gebouw tijdens de sloop in 2006 (bron: archieven.nl en sbke.nl)

Het plangebied was, behoudens de inmiddels gesloten horecagelegenheden, voornamelijk bekend als de GAK-locatie. Het voormalige GAK gebouw is in 2006 reeds gedeeltelijk gesloopt. Sindsdien is het terrein grotendeels braakliggend en toe aan modernisering. Het is een plek waar rondom veel overlast wordt ervaren. Een herontwikkeling die recht doet aan de karakteristiek van de buurt is daarom even wenselijk als noodzakelijk. Dynamiek Rondom het plangebied is sprake van een grote diversiteit aan functies. Het gebied kan worden aangemerkt als een overgangszone tussen de multifunctionele binnenstad van Roermond en de verder naar het oosten gelegen meer monofunctionele woonwijken.

13

In het Roermondse Veld zijn winkels aanwezig in het gebied rond de Nassaustraat en enkele kleine concentraties in de Hendriklaan en de Prins Bernhardstraat. Daartoe kunnen ook enkele bedrijven in de consumentgerichte dienstverlening, zoals een reisbureau, een stomerij en een kapper worden gerekend. Verder treft men, vanuit stedenbouwkundige filosofie van het tuindorp waarin de 'winkel om de hoek' een belangrijke rol speelde, nog verspreid enkele winkels aan. Horecavestigingen komen voor aan de grotere buurtstraten: Nassaustraat, Hendriklaan, Gebroek en in het uiterste zuiden aan de Bredeweg. Het betreft grotendeels snackbars en cafés. In het plangebied is de bebouwing van een tweetal te slopen zaalaccommodaties nog aanwezig. De grootschalige bedrijven zijn geconcentreerd in de zone langs de spoorlijn Roermond-Mönchengladbach en op een kleinere schaal, gemengd met wonen en andere functies in de steilrand tussen Bredeweg en Gebroek. In de rest van het gebied zijn slechts enkele kleine ambachtelijke bedrijven/ateliers aanwezig. De kantoren zijn in het algemeen grootschalig van aard en gelegen in de grootschalige, multifunctionele zone aan de Oranjelaan en de Maria Theresiastraat. Deze grootschalige kantoren hebben hoofdzakelijk een stedelijke tot regionale functie. Kleinere kantoren komen voor in het centrumgebied van de Nassaustraat.

Ook komen er nabij het plangebied zorgfuncties voor in de vorm van een medisch wijkcentrum, zorgappartementen en het Laurentius ziekenhuis. Roermondse Veld laat zich kenmerken als een volkswijk van oudsher, bewoond door voornamelijk arme arbeiders, die door de jaren heen veel is veranderd en gemoderniseerd, tot een wijk met gemengd sociaaleconomisch profiel. Bebouwde omgeving Zoals gezegd bevindt de projectlocatie zich in het overgangsgebied van het dynamische centrum van Roermond in het westen en de monofunctionele woonwijken in het oosten. Ook in noordzuid richting is projectgebied te beschouwen als overgangsgebied, met grotere gebouwen met maatschappelijke functies ten noorden van het gebied, zoals de achtlaags woon(zorg)complexen aan de Nassaustraat, overlopend naar kleinschaligere bebouwing ten zuiden van de projectlocatie, met de appartementen aan de Bredeweg en grondgebonden woningen aan het Gebroek.

Figuur 12. Schematische weergave ligging plangebied (rood) in overgangsgebied op twee assen

14

Bovenstaand figuur toont de ligging van het plangebied in het overgangsgebied tussen hoog en laag enerzijds, en multi- en monofunctioneel anderzijds. Dit betreft een gesimplificeerde weergave van de overgang tussen het stedelijk profiel voorzien van hoogbouw en functiemenging, en de rest van de wijk met een dorpse opzet, voorzien van laagbouw, smalle wegprofielen en een monofunctionele wijkopzet. De projectlocatie vormt zo een overgangslocatie die aan beide zijden moet reageren op de aansluitende omgevingstypologie. 2.3.

Toekomstige situatie

Het project voorziet in een combinatie van grondgebonden en gestapelde woningen. In totaal worden er 89 nieuwe woningen gerealiseerd; 10 grondgebonden woningen verdeeld over twee rijtjes van vijf, en 79 appartementen verdeeld over twee appartementengebouwen met bijbehorende voorzieningen zoals parkeren. Stedenbouwkundige opzet Het bouwplan schikt zich op een logische wijze naar haar in de voorgaande paragraaf omschreven stedenbouwkundige context. De bebouwing wordt voorzien aan de randen van het plangebied, met aan de voorzijde een groene zoom. Op de hoek van de Bredeweg en de Nassaustraat wordt het grootste bouwvolume voorzien. Dit getrapte appartementenblok bestaat op de hoek uit zeven bouwlagen met souterrain, verder richting het zuiden loopt de hoogte terug tot vier bouwlagen. Op deze manier vormt dit appartementenblok, dat plaats biedt aan 59 appartementen, een blikvanger op deze zichtlocatie. De hoogte sluit aan bij de appartementencomplexen aan de overzijde van de Nassaustraat en vormt een overgang van hoge bebouwing ten noorden, naar de lagere boven- en benedenwoningen aan de Bredeweg ten zuiden van de projectlocatie.

Figuur 13. Impressie van de mogelijke stedenbouwkundige planopzet, met rechts Gebroek

15

Naast dit gebouw komt op de hoek van het Gebroek en de Nassaustraat een tweede appartementencomplex, ook met een getrapt bouwvolume. Dit gebouw biedt plaats aan twintig appartementen. Dit gebouw bestaat uit vier bouwlagen voor de zijde die grenst aan het andere appartementencomplex, en drie bouwlagen voor de zijde die grenst aan het Gebroek. Op deze manier reageert het gebouw op de bebouwing in de omgeving, door te zorgen voor een geleidelijke overgang van hoogbouw naar laagbouw.

Figuur 14. Impressie appartementencomplexen vanaf hoek Gebroek - Nassaustraat

In het zuidoosten van het projectgebied worden de tien grondgebonden woningen gerealiseerd, georiënteerd op het Gebroek. Deze woningen zijn verdeeld over twee rijen van vijf, en bestaan uit negen woningen met twee bouwlagen, en een woning met drie bouwlagen, alle plat afgedekt. De voorgevelrooilijnen van de twee blokken liggen net geknikt ten opzichte van elkaar, waarmee de woningen inspelen op de loop van de weg en een speelser aanzicht krijgen vanaf de straat. De woningen krijgen een kleine achtertuin met berging, grenzend aan het binnenterrein.

Figuur 15. Impressie grondgebonden woningen Gebroek

Het binnenterrein wordt multifunctioneel ingericht. Zo is hier ruimte voor parkeren op maaiveld, openbaar groen, hemelwaterberging onder maaiveld en ruimte voor ontmoeten en bewegen, gestimuleerd door de aanleg van langzaamverkeersroutes die de doorwaadbaarheid en 16

beleefbaarheid van het projectgebied verbeteren. Het binnenterrein wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten op het Gebroek via een inrit tussen het appartementencomplex en de grondgebonden woningen. Zo kan via de Nassaustraat de kruising met de Bredeweg worden bereikt.

Figuur 16. Beoogde opzet plangebied

Duurzaamheid Duurzaamheid krijgt een plek in het plan doordat de woningen worden gerealiseerd als bijna energieneutrale woning, zonder gasaansluiting. De woningen worden verwarmd met een luchtwater-warmtepomp. Hemelwater wordt binnen het projectgebied opgevangen en in de bodem geïnfiltreerd. Ook wordt het plangebied voorzien van een groene zoom en groene buitenruimtes, en blijft het verhard oppervlak beperkt tot wat strikt noodzakelijk is voor het creëren van een aangename woonomgeving. De daken van de appartementengebouwen worden voorzien van zonnepanelen. Daarmee wordt ingespeeld op de groeiende noodzaak hittestress tegen te gaan en klimaatadaptief te ontwikkelen.

17

3. Beleid 3.1.

Rijksbeleid

3.1.1. Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van een miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen.

Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. Belangrijkste keuzes in de NOVI: ▪

een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden;

▪

de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten;

▪

de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied;

▪

de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en

18

regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; ▪

het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies;

▪

het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.

Conclusie De ontwikkeling van 89 woningen binnen stedelijk gebied is niet in strijd met de doelstellingen van de NOVI en sluit waar mogelijk aan bij de landelijke doelstellingen op het gebied van duurzaam bouwen, klimaatbestendige inrichting en de ontwikkeling van het stedelijk netwerk. 3.1.2. AMvB Ruimte De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. De AMvB Ruimte bestaat uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. De Rarro geeft vervolgens nadere uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp aangegeven welke beperkingen er per welk ruimtelijk gebied gelden. Het gaat om de volgende ruimtelijke gebieden/reserveringen: ▪

Rijksvaarwegen

▪

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

▪

Kustfundament

▪

Grote rivieren

▪

Waddenzee en waddengebied

▪

Defensie

▪

Hoofdwegen en landelijke spoorwegen

▪

Elektriciteitsvoorziening

▪

Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen

▪

Natuurnetwerk Nederland

▪

Primaire waterkeringen buiten het kustfundament

▪

IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte)

▪

Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde

▪

Ruimtereservering parallelle Kaagbaan

Conclusie Het plangebied is niet gelegen in of nabij de ruimtelijke reserveringsgebieden als vastgelegd in de AMvB Ruimte en daardoor vormt de AMvB geen belemmering voor de ontwikkeling.

19

3.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De regeling is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval met een bestemmingsplan of omgevingsvergunning een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving.

Indien er een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat de toelichting aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, zijn de volgende aspecten van belang: ▪

Is er sprake van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling?

▪

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied?

▪

Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling?

▪

Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

Analyse Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt op basis van jurisprudentie, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Met het voorliggende plan worden 89 woningen met bijbehorende voorzieningen ontwikkeld en wordt een groter planologisch ruimtebeslag mogelijk gemaakt. Hierdoor is sprake van een stedelijke ontwikkeling, en is het plan Ladderplichtig. Ook is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het nieuwe plan maakt aanzienlijk meer bebouwing mogelijk dan er op grond van het vigerende bestemmingsplan mogelijk is. Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling van 89 woningen gaat in beginsel over de gemeentegrenzen heen. Echter, als uitwerking van de provinciale woningbouwramingen zijn er in de regio midden-Limburg afspraken gemaakt over aantallen met een uitsplitsing naar de individuele gemeenten, en intergemeentelijke afstemming. Het ruimtelijk verzorgingsgebied kan

20

daarom worden gedefinieerd als de gemeente Roermond, waarbij wel rekening moet worden gehouden met de regionale afspraken over woningbouwaantallen, om geen overcapaciteit te creeren die nadelig kan zijn voor Roermond of andere regiogemeenten. De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de langetermijnprognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. Kwantitatief Voor de gemeente is er op basis van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 behoefte aan 3.244 woningen vanaf 1 januari 2021 tot de zogenaamde huishoudentop (in 2043). In de structuurvisie is ook de ambitie uitgesproken om, aanvullend aan deze huishoudenprognose, tegemoet te komen aan aanvullende toekomstige behoefte en behoefte in onder andere Zuidoost Brabant. Voor de periode 2021-2025 is in de regionale structuurvisie 2022-2025 daarom voor de gemeente Roermond een groeiambitie van 325 tot 350 woningen per jaar opgenomen (respectievelijk 193 tot 318 meer dan de prognose van september 2021). In de structuurvisie is dus een totale behoefte voorzien van 3.437 tot 3.562 woningen vanaf 1 januari 2021, zijnde 3.244 plus 193 tot 318 woningen aanvullende ambitie. Rekening houdend met de in 2021 en 2022 gerealiseerde woningen is de benodigde planvoorraad dan 2.933 á 3.058 woningen per 1 januari 2023.

In de Woondeal Limburg is aangegeven dat partijen inzetten op minimaal 130% plancapaciteit voor de periode 2025-2030 om voldoende rekening te houden met onzekerheden bij planvorming. Dit betekent een extra benodigde planvoorraad van ten minste 300 woningen, waarmee een planvoorraad van circa 3.200 tot 3.400 woningen nodig is. De planvoorraad op 1 januari 2023 bedraagt 3.105. Daarmee past dit plan van in totaal 86 woningen in de geldende kwantitatieve kaders. Overigens zijn er argumenten om ook voor de periode na 2025, zoals ook in de structuurvisie wordt aangegeven, maar niet gekwalificeerd is, een hogere ambitie aan te houden en ook voor de periode na 2030 rekening te houden met 130% plancapaciteit. Kwalitatief De uit het woningmarktonderzoek uit 2018 naar voren gekomen kwalitatieve behoefte aan appartementen met lift voor de gemeente (1.700) kan door de extra groei van het aantal huishoudens op basis van de huishoudenprognose in dezelfde verhouding worden opgehoogd tot ca. 2.325 appartementen met lift, gemeten vanaf 1 januari 2018. Er zijn 500 appartementen met lift gerealiseerd in de periode 2018 tot en met 2022, waarmee een behoefte van circa 1.825 resteert.

Van de in de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 opgenomen extra ambitie van 193 tot 318 woningen zal ook nog een deel appartementen met lift betreffen, en ook moet rekening worden gehouden met extra plancapaciteit vanwege onzekerheden. De benodigde planvoorraad per 1 januari 2023 komt dan hoger uit dan de bovengenoemde 1.825. Per 1 januari 2023 is er een plancapaciteit van circa 1.700 appartementen met lift beschikbaar. Daarmee passen de opgenomen 79 appartementen in het kwalitatieve kader. Naast typologie is de betaalbaarheid belangrijk. De behoefte van de sociale doelgroep tot 2030 is globaal in evenwicht met de plannen. Zeker is dat er na 2030 ook nog een aanvullende

21

behoefte zal zijn, alhoewel de omvang niet bekend is. Het aantal beschikbare plannen voor de periode na 2030 voor deze categorie is beperkt en moet daarom zeker worden aangevuld. Daarnaast bestaan er ook onzekerheden omtrent de uitvoering van bestaande plannen. Het zal dus nodig zijn plannen in dit segment toe te voegen, zoals met dit plan waarin 59 sociale huurappartementen zijn opgenomen. Vanuit het rijksbeleid wordt de nadruk op betaalbare woningen die langdurig beschikbaar zijn, groter. De langdurige beschikbaarheid kan voor het project worden verzekerd, omdat een woningbouwcorporatie exploitant wordt van de woningen. Conclusie Het plan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien de ontwikkeling plaatsvindt in bestaand stedelijk gebied en binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied wordt voorzien in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte, voldoet het plan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.

Provinciaal beleid

3.2.1. Omgevingsvisie Limburg 2021 De Omgevingsvisie Limburg is op 15 december 2020 vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Vervolgens hebben Provinciale Staten op 1 oktober 2021 de Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie is vervolgens op 25 oktober 2021 in werking getreden. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. Limburg onderscheidt hierin drie hoofdopgaven. Deze opgaven spelen Limburg-breed, maar de accenten verschillen echter per gebied en per sector. De hoofdopgaven zijn: 1) Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving in stedelijk c.q. bebouwd gebied en in landelijk gebied; 2) Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); 3) Klimaatadaptatie en energietransitie. Per onderwerp is in de visie in het licht van de hoofdopgaven een uiteenzetting gemaakt van de provinciale ambities. Vervolgens zijn deze ambities in een thematisch visie uitgewerkt. Voor het thema Wonen en Leefomgeving is het volgende geformuleerd: ▪

Een woningaanbod/planvoorraad waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, in kwalitatief en kwantitatief opzicht. Derhalve voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek op het juiste moment beschikbaar.

▪

Alle woningbouwontwikkelingen beschouwen wij als een provinciaal belang.

Limburg faciliteert flexibiliteit op de woningmarkt én stimuleert flexibele woonvormen waardoor ze aan de veranderende woonwensen en –behoeften van een meer diverse groep mensen tegemoet komt in zowel de bestaande bouw als nieuwbouw. Daarnaast laten ze de component ‘wonen’ méér zijn dan alleen de spreekwoordelijke stenen. Door in samenhang naar woonopgaves

22

te kijken, worden op wijk-/buurtniveau de juiste verbindingen gelegd tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving met gevarieerde woonmilieus. Daarmee wil Limburg verdere segregatie voorkomen en ruimtelijk sturen door te prioriteren op inbreiding (herstructurering/ herbestemming), conform de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De gebiedsgerichte visie voor Midden-Limburg sluit hierop aan. De drie hoofdopgaven zijn: ▪

Werken aan een duurzaam en klimaatbestendig Midden-Limburg;

▪

Werken aan een toekomstbestendige (circulaire) economie;

▪

Werken aan een gezonde en aantrekkelijke woon- en leefomgeving voor Midden- Limburg.

Ook voor Midden-Limburg worden demografische veranderingen die invloed hebben op de woonen leefomgeving waargenomen. Het is hierbij een uitdaging de komende jaren passend bij de behoeften voldoende woningen van de juiste kwaliteit toe te voegen en te zorgen voor de juiste woningen op de juiste plaats. Hierbij heeft Midden-Limburg de ambitie om een gedeelte van de woningbouwopgave van Zuid-Oost-Brabant in te vullen. Conclusie De Omgevingsvisie stelt dat er meer woningen nodig zijn in Limburg. Om de gestelde doelen te bereiken, zet de provincie in op een samenhangende ruimtelijke koers. Uitgangspunt hierbij is dat woningbouwontwikkelingen zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied moeten worden ingepast, rekening houdend met duurzaamheidsambities en behoeften op lokaal niveau. Aangezien de beoogde ontwikkeling voorzien is op een inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied, er betaalbare woningen worden gebouwd waar grote behoefte aan is en er bij de uitwerking rekening wordt gehouden met duurzaamheid en klimaatadaptatie, kan worden geconcludeerd dat het plan in lijn is met de Omgevingsvisie Limburg. 3.2.2. Omgevingsverordening Limburg In de Omgevingsverordening Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte.

De Omgevingsverordening Limburg wordt vastgesteld en periodiek gewijzigd met zogeheten 'wijzigingsverordeningen' door Provinciale Staten, op voorstel van Gedeputeerde Staten. De Omgevingsverordening Limburg bevat twee soorten regels: ▪

instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan de gemeenten en het waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijke bestemmingsplan (Omgevingsplan) en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale instructieregels in het gemeentelijke bestemmingsplan, of in de waterschapsverordening krijgen deze regels effect op activiteiten van inwoners en bedrijven.

▪

regels voor activiteiten die rechtstreeks voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen.

23

De Provincie had op het moment dat de aanvraag omgevingsvergunning voor het onderhavige project werd ingediend twee omgevingsverordeningen: de Omgevingsverordening Limburg 2014 en de Omgevingsverordening Limburg. Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2014 was de geldende verordening op moment van aanvragen van de omgevingsvergunning. Hoewel de naam doet vermoeden dat deze verordening een al wat oudere verordening is, wordt deze een of meerdere keren per jaar geactualiseerd. De meest recente wijziging dateert van 16 december 2022. De Omgevingsverordening Limburg 2014 kwam in zijn geheel te vervallen op het moment dat de Omgevingswet in werking trad. Op dat moment werd deze vervangen door de Omgevingsverordening Limburg. Op grond van de Invoeringswet Omgevingswet wordt de provinciale omgevingsverordening gezien als ‘het recht’ als bedoeld in artikel 4.3 IwOw, waardoor de verordening zoals die gold ten tijde van de aanvraag van toepassing blijft op de aanvraag. Toetsing In de onderstaande tabel is per werkingsgebied het relevante (deel van het betreffende) artikel uit de Omgevingsverordening Limburg benoemd en ernaast is een toetsing opgenomen. Artikel Omgevingsverordening Limburg

Toetsing planvoornemen

Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstede-

Op grond van de omgevingsverordening Limburg 2014

lijking

ligt het plangebied in Stedelijk gebied, regio Midden-Lim-

1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke

burg. Met dit artikel wordt de ladder voor duurzame ver-

ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met

stedelijking van toepassing verklaard en regionale af-

het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het

stemming vastgelegd voor nieuwe woningbouwplannen.

Besluit ruimtelijke ordening. De ladderaspecten (kwalitatieve en kwantitatieve be2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke

hoefte) zijn nader onderbouwd in paragraaf 3.1.3.

ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande

Het plan is vanwege de omvang niet in bestaande be-

monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals

bouwing te realiseren, en bovendien is het ruimtelijk en

bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht.

stedenbouwkundig wenselijk dat juist deze specifieke plek tot herontwikkeling komt.

3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is

In paragraaf 3.3.1 wordt nader ingegaan op de regionale

gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede

woningbouwafspraken.

lid. Daarmee wordt voldaan aan de regels uit dit artikel. Artikel 2.2.3 Herbenutting leegstaande monu-

Zie de argumentatie onder 2.2.2. hierboven.

mentale en beeldbepalende gebouwen 1. Een ruimtelijk plan dat voorziet in het toestaan van nieuwe functies(s) betrekt daarbij tevens de mogelijkheid om deze functies(s) in leegstaande monumentale gebouwen onder te brengen. 2. Wanneer herbenutting van leegstaande monumentale gebouwen zoals bedoeld in het eerste lid niet mogelijk blijkt, wordt bij de beoordeling van het toestaan van nieuwe functie(s) ook de

24

mogelijkheid van herbenutting van leegstaande beeldbepalende gebouwen betrokken. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. Artikel 2.4.2 Wonen

In paragraaf 3.3.1 wordt nader ingegaan op de regionale

1.

woningbouwafspraken.

Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.

2.

2. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg.

3.

3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg.

4.

4. Als een ruimtelijk plan niet voldoet aan het gestelde in het eerste, tweede of derde lid, kunnen Gedeputeerde Staten, rekening houdend met het standpunt van het Regionaal Bestuurlijk Overleg, gelegenheid bieden voor maatwerk in afwijking van het bepaalde in die leden.

5.

5. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het derde lid, dan wel van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het vierde lid.

25

Hoofdstuk 4 Milieubeschermingsgebieden

Het plangebied is gelegen in de boringsvrije zone Roer-

Als milieubeschermingsgebieden worden aangewe-

dalslenk III, Bovenste Brunssumklei. De Roerdalslenk en

zen: waterwingebied, grondwaterbeschermingsge-

de Venloschol zijn bijzondere gebieden. De grondwater-

bied en de boringsvrije zone Roerdalslenk en Venlo-

voorraden worden hier afgedekt door slecht doorlatende

schol.

kleilagen. Deze vormen een natuurlijke, geologische bescherming tegen verontreiniging. Daardoor is het grond-

Grondwaterbeschermingsgebieden zijn onderver-

water in deze gebieden van zeer hoge kwaliteit. Dat wa-

deeld in freatische grondwaterbeschermingsgebie-

ter willen Waterschap en Provincie ook voor de toekom-

den en niet-freatische grondwaterbeschermingsge-

stige generaties veiligstellen. Doorboring van de be-

bieden.

schermende kleilagen wordt dus zoveel mogelijk tegengaan. Daarom zijn zowel de Roerdalslenk als de Venlo-

De boringsvrije zone Roerdalslenk is onderverdeeld

schol boringsvrije zones.

in deelzones Roerdalslenk I, Roerdalslenk II, Roerdalslenk III en Roerdalslenk IV.

In de Roerdalslenk III is het opsporen en winnen van aardwarmte verboden, evenals bodemenergiesystemen en boorputten die dieper gaan dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Grondroering die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei negatief kan beïnvloeden is eveneens verboden. Er gelden meldingsplichten voor deze activiteiten indien ze niet onder het verbod vallen, maar wel dieper gaan dan 80 meter. Grondwateronttrekking of infiltratie beneden de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei is gekoppeld aan een vergunningsplicht. Het voorliggende plan voorziet niet in activiteiten die 80 meter of dieper onder maaiveld reiken. Daardoor is het initiatief niet in strijd met de regels die gelden voor boringsvrije zone Roerdalslenk III.

Overige

Toetsing aan overige van toepassing zijnde artikelen die geen relevantie hebben voor het onderhavige initiatief, zoals bepalingen over fauna, veehouderijen, werklocaties, glastuinbouw, houtopstanden en zwembaden, zijn vanwege vanzelfsprekende redenen niet in deze tabel opgenomen. Er is kennis van genomen, en geoordeeld dat deze bepalingen geen belemmering vormen voor het plan.

Conclusie Op basis van de bovenstaande toetsing wordt geconcludeerd dat het plan niet in strijd is met de bepalingen van de Omgevingsverordening Limburg. 3.3.

Regionaal beleid

3.3.1. Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 en Woondeal Limburg 2023 De Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 is door de raad van de gemeente Roermond vastgesteld op 22 september 2022. In deze visie wordt de ontwikkelingsrichting op het gebied van wonen vastgelegd voor de 7 Midden-Limburgse gemeenten, waaronder ook de gemeente Roermond.

26

In de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 krijgen regiogemeenten de ruimte om te bouwen naar behoefte: de juiste woning op de juiste plek op het juiste moment. Daarnaast is er aandacht voor transformatie/herstructurering. Woningbouwplannen moeten zowel kwalitatief als kwantitatief aansluiten bij de lokale en regionale behoefte. Aandachtspunten hierbij zijn de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen. De bestaande woningvoorraad in Midden-Limburg bestaat voor 68% uit koopwoningen. Het woningmarktonderzoek uit 2018 dat ten grondslag ligt aan de structuurvisie geeft aan dat er regionaal behoefte is aan extra huurwoningen. Elke gemeente dient bij bouwplannen te sturen op het realiseren van woningen waar behoefte aan is. De woningvoorraad in de regio Midden-Limburg bestaat voor 66% uit woningen die vóór 1985 gebouwd zijn. Over het algemeen zijn deze woningen slecht geïsoleerd. Oudere woningen zijn vaak niet levensloopgeschikt of levensloopgeschikt te maken. Gezien de vergijzing en het feit dat ouderen doorgaans langer zelfstandig thuis blijven wonen vraagt dit regionale aandacht. Periodiek vindt er ambtelijk en bestuurlijk overleg plaats met als inzet het bereiken van de regionaal bepaalde doelen. Voor een deel zijn deze abstract van aard, voor een deel gaat het om afstemming van (nieuwe) plannen.

Toetsing Het aantal inwoners in Roermond bedraagt op 1 januari 2022 59.200; een stijging van ca. 1400 personen vanaf 2018. Op basis van de meest recente bevolkingsprognose groeit het aantal inwoners verder tot 62.800 in 2040. Regionaal groeit het aantal inwoners nog met zo’n 1.045 personen tot 2030. Het aantal huishoudens in Roermond neemt vanaf 2021 tot de huishoudentop (2043) toe met 3.244. Regionaal groeit het aantal huishoudens nog met zo’n 5.400 tot 2034. Voor de gemeente Roermond is er op basis van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 20222025 behoefte aan 3.244 woningen vanaf 1 januari 2021 tot de zogenaamde huishoudentop (in 2043). In de structuurvisie is ook de ambitie uitgesproken om -aanvullend aan deze huishoudenprognose- tegemoet te komen aan aanvullende toekomstige behoefte en behoefte in onder andere Zuidoost Brabant. Voor de periode 2021-2025 is in de regionale structuurvisie 20222025 daarom voor de gemeente Roermond een groeiambitie van 325-350 per jaar opgenomen (193-318 meer dan de prognose van september 2021). In de structuurvisie is dus een totale behoefte voorzien van 3.437-3.562 woningen vanaf 1 januari 2021, zijnde 3.244 plus 193-318 aanvullende ambitie. Rekening houdend met de in 2021 tot en met 2024 gerealiseerde woningen (1015) is de benodigde planvoorraad 2.422-2.547 woningen per 1 januari 2025.

Uit de huishoudenprognose van september 2023 komt een iets hogere woningbehoefte van ca. 90 huishoudens naar voren. In de Woondeal Limburg (maart 2023) is aangegeven dat partijen inzetten op minimaal 130% plancapaciteit om voldoende rekening te houden met onzekerheden bij planvorming. Een 30% grotere planvoorraad betekent een extra benodigde planvoorraad van ca. 750, waarmee een planvoorraad van ca.3.300 woningen nodig is. De planvoorraad op 1 januari 2025 bedraagt 2.998, inclusief voorliggend plan.

27

Met betrekking tot de kwalitatieve behoefte komt het plan tegemoet aan de behoefte aan betaalbare woningen zoals naar voren komt in de verschillende woningmarktonderzoeken en de in de Woondeal Limburg opgenomen voornemens. Het voorliggende initiatief voor 10 grondgebonden middeldure woningen, 59 sociale huurappartementen (met lift), en 20 appartementen in de middenhuur (met lift) sluit naadloos aan bij de noodzaak voor meer betaalbare huurwoningen gericht op jongeren en/of senioren. Het feit dat de appartementen levensloopbestendig worden uitgevoerd draagt hieraan bij. De noodzaak tot het toevoegen van levensloopbestendige woningen aan de voorraad is opgenomen in de genoemde structuurvisie en Woondeal Limburg én in de op 19 december 2024 door de gemeenteraad van Roermond vastgesteld visie ‘Thuis in Roermond. Wonen, welzijn zorg’. Het initiatief is ambtelijk afgestemd met de regio conform de afspraken in de structuurvisie. Daarmee is het plan in lijn met de ambities uit de regionale structuurvisie wonen en de Woondeal Limburg. 3.4.

Gemeentelijk beleid

3.4.1. Omgevingsvisie Roermond De Omgevingsvisie Roermond is vastgesteld op 12 oktober 2023. De visie bevat het beleid op hoofdlijnen voor de toekomst van de gemeente Roermond en gaat over de fysieke leefomgeving, richt zich op mogelijkheden om te wonen, werken, recreëren, ondernemen, maar ook op een gezond en veilig leefklimaat. Voorafgaand aan het opstellen van de omgevingsvisie zijn verschillende beleidsnota’s opgesteld, zoals de Economische visie, de Groenvisie en de Toekomstvisie. Deze visies zijn tot stand gekomen in samenwerking met de inwoners, ondernemers, verenigingen en organisaties van Roermond. De Omgevingsvisie Roermond beschrijft de karakteristieken van de gemeente, eerst bezien vanuit de regionale en bovenregionale rol van Roermond, en op de thema`s Wonen en Werken, en Landschap en Stedelijke omgeving, om vervolgens de gemeente in drie verschillende deelgebieden op te delen: ▪

kleurrijk, land van stedelijke onderscheiding;

▪

grensrijk; land van beken, dorpen en natuur;

▪

maasrijk; land van beweging.

Dit mondt uiteindelijk uit in de formulering van een uitgebreide lijst met de kernopgaven en uitgangspunten voor Roermond, die allemaal in meer of mindere mate van belang zijn voor het voorliggende plan, dat is gelegen in gebiedstype Kleurrijk. ▪

Stad met twee gezichten; een stad van toerisme en levendigheid;

▪

De stad en het water; samenhang tussen stad en water;

▪

De bereikbare stad; infrastructuur binnen en buiten de stad

▪

De gezonde en veilige stad; een gezonde en veilige leefomgeving;

▪

Zorgzame en veelkleurige stad; voorzieningen, onderlinge zorg en saamhorigheid;

▪

Woon- en werkstad; Roermond als jonge stad, met een herkenbaar profiel in de regio;

▪

De duurzame stad; klimaat en duurzaamheid;

28

▪

De schoonheid van stad en ommeland; de ruimtelijke kwaliteit versterken en uitdragen;

▪

De verantwoordelijke stad; zorgvuldig omgaan met keuzes voor de leefomgeving.

Uiteindelijk worden deze kernopgaven samengevat in vier fysieke opgaven, die voortkomen uit maatschappelijke trends en ontwikkelingen en één overkoepelende opgave: Overkoepelend: Samen denken en doen: 1. Demografie: aantrekkelijk woon- en werkklimaat voor jongeren; 2. Klimaatverandering en klimaatadaptatie; 3. Roermond verbindt. Fysieke opgaven: ▪

De gezonde en veilige stad;

▪

Aantrekkelijke woon- en werkstad;

▪

De Duurzame Stad / Energie en klimaat

▪

Stad van drie grote trekkers

Toetsing Het initiatief is geprojecteerd in deelgebied Kleurrijk. Dit stedelijke deelgebied kent dezelfde trend als ook reeds beschreven in het regionale woonbeleid: een snelle vergrijzing. Roermond zet daarom in op het huisvesten van jongeren en het faciliteren van starters om een evenwichtige bevolkingsopbouw te behouden, en daarnaast het stimuleren van doorstroming door ouderen op de woningmarkt om voldoende passend aanbod voor de doelgroepen in omloop te houden. Ook voor deze ouderen moet vervolgens een passend woonproduct beschikbaar zijn. Ook klimaatadaptatie is een belangrijke pijler. De kansen op extreem weer, zoals droogte, overstromingen en hittestress nemen toe. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen hierop in te spelen. Met het voorliggende plan wordt voorzien in 89 betaalbare woningen, geschikt voor jongeren als voor ouderen. Het programma sluit daarmee aan bij de ambities uit de omgevingsvisie. Het bouwplan wordt daarnaast duurzaam gebouwd, door te voldoen aan de wettelijke eisen voor bijna energieneutraal bouwen. Daarmee is het plan in lijn met de doelstellingen uit de omgevingsvisie Roermond. 3.4.2. Integrale Groenvisie gemeente Roermond Op 19 december 2024 heeft de gemeenteraad van Roermond de Integrale Groenvisie gemeente Roermond vastgesteld.

Het doel van de Groenvisie is om de gemeente met groen toekomstbestendig te maken op het gebied van biodiversiteit, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving, met een blik vooruit naar 2035. De Groenvisie richt zich op zowel openbaar als privaat groen in het bebouwd gebied van Roermond. Verder bevat de Groenvisie basisprincipes en een uitvoeringsprogramma om de groenstructuur van de gemeente te behouden en versterken. Voor ontwikkelingen en (her)inrichtingen binnen het bebouwd gebied zijn vier groene basisprincipes gedefinieerd.

29

Basisprincipe 1: Veiligheid staat altijd voorop. Bij de inrichting van nieuw groen en bij het beheer van bestaand groen blijft veiligheid de eerste prioriteit. De gemeente houdt altijd rekening met de veiligheid van de inwoners die het gemeentelijk groen gebruiken of passeren. Basisprincipe 2: Groen, tenzij. Met het principe ‘Groen, tenzij’ wordt bedoeld dat de openbare ruimte in de basis als groen wordt gezien. Bij nieuwe ontwikkelingen vormt groen het vertrekpunt. Basisprincipe 3: De openbare ruimte bestaat uit kwalitatief hoogwaardig groen. Onder kwalitatief hoogwaardig groen wordt groen verstaan dat een bijdrage levert aan de thema’s biodiversiteit, klimaatadaptatie en/of een gezonde leefomgeving. Basisprincipe 4: Vergroenen doen we samen. De gemeente gaat beter communiceren over vergroening in bebouwd gebied. Toetsing Volgens de groenstructuurkaart die is opgenomen in de visie, ligt het plangebied tussen de nevengroenstructuren aan de Bredeweg en het Gebroek. De nevenstructuurlijnen zijn meer gericht op de lokale inrichting. Dit houdt in dat de nevenstructuurlijnen voorkomen in de wijken binnen de verschillende kernen en de wijken met elkaar verbinden. Het plan speelt hierop in door de appartementengebouwen met groen te omlijsten, en bij de grondgebondenwoningen een groenstrook aan te brengen tussen trottoir en de parkeerstroken.

Een en ander wordt in overleg met de gemeente verder vormgegeven. In paragraaf 4.11 en 4.12 wordt nader ingegaan op de wijze waarop het plan inspeelt op de groene ambities, klimaatadaptatie en een gezonde en veilige leefomgeving. De beschrijving van en toetsing aan de overige sectorale gemeentelijke beleidsdocumenten in komt hoofdstuk 4 verder aan bod.

30

4. Milieu- en Omgevingsaspecten Om aan te tonen dat met de voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening, moet de ruimtelijke onderbouwing een motivering bevatten dat aan de relevante milieuwetgeving kan worden voldaan. Deze motivering is opgenomen in dit hoofdstuk, waarin achtereenvolgens de milieuaspecten, omgevingswaarden, water en de overige uitvoeringsaspecten worden toegelicht. MILIEUASPECTEN 4.1.

M.e.r.-plicht

Om de beoogde ontwikkeling mogelijk maken is een nieuw planologisch-juridisch kader benodigd. Dit kader betreft een plan of besluit in de zin van de Wet milieubeheer, waarin de regels zijn opgenomen voor het milieueffectrapport. Getoetst moet worden of er sprake is van een m.e.r.-plicht, m.e.r.-beoordelingsplicht of vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het toetsingskader wordt gevormd door het Besluit milieueffectrapportage en de C- en D-lijsten met bijbehorende drempelwaarden in de bijlage van dat besluit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=26f0f472-3076-4178-9895-4152b50bea45