Bijlage 2 - nota van antwoorden
Tekst van het document
30
vrachtwagens. Omdat net dat terrein onbeschermd is tegen hoogwater wordt het ontwikkelpotentieel van geheel Smurfit Kappa gehypothekeerd.
uitgewerkt in het projectplan Waterwet onder paragraaf 6.3 Financieel nadeel.
Als alternatief op het huidig gekozen VKA-ontwerp geeft indiener de voorkeur om de waterkering rondom Mijnheerkenshaven aan te leggen zodat haar terrein binnendijks komt te liggen. De variant van indiener bestaat uit een damwandconstructie omheen haar bedrijventerrein met in onderstaande figuur de (indicatieve) locatie van deze damwandconstructie. Dit is tevens de variant welke door de stichting BIZ naar voor wordt geschoven (verder genoemd: integraal plan) en waarvoor een CEFsubsidie voor het uitwerken van het integraal plan is aangevraagd op 19 januari 2022.
Het waterschap heeft ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp projectplan VKA nog geen zekerheid verkregen over de benodigde co-financiering, inzage gekregen in een door de bedrijven volledig correct opgestelde begroting of overeenstemming bereikt over de (technische) uitgangspunten voor een alternatief tracé, waarbij rekening wordt gehouden met alle eisen zoals deze worden gesteld aan het bouwen van een primaire waterkering. Het is daarom niet mogelijk gebleken reeds nu een correcte vergelijking te maken tussen de voor- en nadelen van het VKA en de door bedrijven aangedragen variant (integraal plan). Het waterschap heeft er daarom voor gekozen, bezien vanuit haar wettelijke taak en de urgentie van de beschermingsopgave, het VKA in procedure te brengen.
Dit integraal plan heeft daarenboven de volgende voordelen: •
•
64/169
De Mijnheerkensweg, de enige ontsluitingsweg voor het bedrijventerrein Willem-Alexanderhaven bevindt zich binnendijks waardoor de 24/7 bereikbaarheid voor indiener en al de bedrijven op het bedrijventerrein en voor hulpdiensten (politie/ambulance/ brandweer) is gegarandeerd; ook bij hoogwater. Voor het huidig ontwerp zoals opgenomen in het ontwerp-plan van het Waterschap Limburg (VKA), dienen diverse bomen (15 stuks) gekapt te worden Het kappen van deze bomen is niet nodig indien het alle bedrijven binnendijks komen te liggen (zie onderstaande figuur).
In het Ontwerp projectplan hebben wij toegelicht dat als er tijdig alsnog duidelijkheid bestaat over de haalbaarheid en zekerheid van de realisatie van extra maatregelen, het Dagelijks Bestuur zal worden verzocht om alsnog medewerking te verlenen aan het alternatief.
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
•
•
•
•
•
65/169
De investering voor het realiseren van de waterkering cf. het ontwerpplan van de Waterschap is bij verwerving van de aangevraagde subsidiegelden gelijkwaardig aan het realiseren van het integraal plan. Kortheidshalve wordt verwezen naar de zienswijze van de BIZ. De nieuwe waterkering omheen het bedrijventerrein Willem-Alexander kan gerealiseerd worden terwijl de oude waterkering intact blijft en er dus geen risico’s ontstaan van overstroming tijdens de realisatiefase. Daarenboven worden de aanlegwerkzaamheden niet belemmerd door de beperkingen in het stormseizoen, dat loopt van 1 oktober tot en met 15 april (zie www.rijkswaterstaat.nl). In het alternatief integraal plan dienen geen coupures gerealiseerd te worden en dus ook niet beheerd te worden. Op dit punt komt het alternatief integraal plan tegemoet aan het beleidsuitgangspunten van het Waterschap Limburg zoals dat is vastgelegd in Beheersplan Waterkeringen 2017-2022: “Het waterschap streeft naar een beheergebied waarin zo min mogelijk coupures voorkomen. Op basis van ons streefbeeld gaat het waterschap in haar verbeteringsprogramma de huidige lengte aan demontabele waterkeringen en coupures daar waar mogelijk reduceren en vervangen”. Door de industriegronden binnendijks te brengen, wordt voorkomen dat de waarde van de industriegronden aanzienlijk daalt.
Door het integraal plan ondervindt de omgeving geen last van de werkzaamheden daar alle werkzaamheden vanaf het water uitgevoerd kunnen worden (geen Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
tijdelijke wegomleidingen/afzettingen, aanvoer materieel/materieel over de weg, …). Hierdoor kan de continuïteit van de bedrijven gewaarborgd blijven tijdens de realisatiefase. • Er dient geen/minimale afstemming te gebeuren met de diverse nutsbedrijven voor het omleggen van kabels & leidingen of aanpassingen aan de transformatoren. De uitvoeringsnelheid van de hoogwaterkering volgens het alternatief integraal plan ligt hoger dan deze van de VKA-variant, waardoor er voor het integraal plan een korte doorlooptijd nodig is voor de realisatie van de nieuwe waterkering. Voor het uitvoeren van de VKA-variant mogen immers geen grote stukken van de huidige waterkering gesloopt worden in verband met mogelijk hoogwater in de zomer (zie zomer 2021), waardoor heel gefaseerd de werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Voor hoogwaterkering langs de waterzijde kan de uitvoering in 1 fase uitgevoerd worden zonder risico van het tijdens realisatie doorbreken van de huidige (nog in functie zijnde) waterkering. Volgens de BIZ bedraagt de uitvoeringsperiode van de volledige VKA variant 2 kalenderjaren vanwege het geldende stormseizoen (2x 15-maart t/m 15 oktober), terwijl de uitvoeringsperiode voor het integraal plan uitgevoerd kan worden in 1 kalenderjaar. 31
66/169
Logistiek is een cruciaal onderdeel is van de bedrijfsvoering van indiener. Omdat het noordelijk deel van de Mijnheerkensweg buitendijks komt te liggen in het VKA en daardoor onbeschermd is tegen hoogwater, is indiener niet bereikbaar bij hoogwater. Dit is funest voor de leverzekerheid die indiener heeft te garanderen aan haar klanten. Een alternatieve ontsluiting van indiener bij hoogwater via Leeuwen behoort evenmin tot de mogelijkheden. Vanuit verkeerstechnisch oogpunt is dit niet mogelijk. Vrachtverkeer door de kern van Leeuwen zou daarenboven voor onacceptabele overlast zorgen. Het vrijwaren van de bereikbaarheid van indiener via de Mijnheerkensweg – ook
Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen dan wel de bereikbaarheid van buitendijks gelegen bedrijven hoogwatervrij te maken. Overigens ligt het bedrijf van indiener reeds in de huidige situatie buitendijks. Uitvoering van het projectplan verandert niets aan deze situatie.
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
bij hoogwater – is een must voor indiener. Indiener verzoekt dan ook om het projectplan zodanig aan te passen dat de bereikbaarheid van het bedrijf gegarandeerd blijft tijdens hoogwater. 32
De Mijnheerkensweg kent na realisatie van het projectplan vele hoogteverschillen: ter plaatse van de ongelijkvloerse kruising met de Schipperwal is de Mijnheerkensweg verdiept gelegen en 350 m verder, ter hoogte van de ontsluiting van Kalle&Bakker, wordt de Mijnheerkensweg verhoogd gelegd vanwege de waterkering. Ter plaatse van de verhoging is dan ook nog eens een gelijkvloers kruising gesitueerd en bevinden zich op minder dan 100 m drie in- en uitritten tot bedrijfsterreinen. Dit leidt tot verkeersonveilig situatie voor alle verkeer op de Mijnheerkensweg. Dit is niet aanvaardbaar voor indiener.
Zie voor de beantwoording de toelichting bij punt 15.
33
Tijdens de realisatie van de verhoging van de Mijnheerkensweg wordt het doorgaande gedeelte van de Mijnheerkensweg tijdelijk verlegd naar de N280 en wordt over de terreinen van SIF en indiener een tijdelijke by-pass aangelegd om de terreinen van Kalle & Bakke en van Jos Menten te ontsluiten. Indiener is van mening dat het ontwerp van deze tijdelijke wegen alleen al voor het reguliere verkeer tot congestie gaat leiden. Extra bouwverkeer en plaatsvindende bouwwerkzaamheden zullen de te verwachten congestie nog verergeren. Indiener verzoekt dan ook om het ontwerp van de tijdelijke verlegging van de Mijnheerkensweg ter herzien zodat een veilige verkeerssituatie wordt gecreëerd en die niet leidt tot congestie en tot vertraging in het logistiek proces van indiener.
Het wegvak Mijnheerkensweg in Roermond is gecategoriseerd als een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een bijbehorend snelheidsregime van 50 km/u. De functie van de weg is onder andere het faciliteren van de bereikbaarheid en ontsluiting van de naast gelegen percelen, die deel uitmaken van bedrijventerrein Willem Alexanderhaven. Zowel in de definitieve als tijdelijke situatie voldoet de weg aan de inrichtingskenmerken die worden gesteld vanuit de Duurzaam Veilige inrichting conform de normen van CROW. Daarmee wordt een veilige verkeersafhandeling en vlotte doorstroming gefaciliteerd en ligt een toename van verstoring van doorstroming of congestie niet voor de hand. Hieronder volgt een nadere toelichting op een aantal relevante aspecten: •
67/169
Zowel in de huidige, tijdelijke als nieuwe situatie zijn erfaansluitingen en een kruispunt aanwezig, Deze beïnvloeden de capaciteit doordat dit verstoring geeft in de doorstroming. Toch levert dit, gezien de beperkte intensiteit (van zowel doorgaand als afslaand verkeer), geen problemen op in de doorstroming. Het incidenteel moeten wachten op een afslaande Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
•
•
•
•
vrachtwagen hoort daarbij, ook op een bedrijventerrein. Dit zal soms plaatsvinden maar niet leiden tot congestie. De rijstrookbreedten die zijn toegepast in de bypass hebben in breedte exact dezelfde afmeting als in de huidige situatie (rijstrookbreedte van 3,50 meter). Hiermee vindt geen beperking plaats voor de veiligheid / doorstroming. De bermen bij de bypass zullen tijdelijk komen te vervallen. Hiervoor is geen ruimte meer beschikbaar om een obstakelvrije berm toe te passen. Bij de huidige vormgeving zal dit betekenen dat ten tijde van het gebruik van de bypass de snelheid omlaag gaat naar 30 km/uur. Gezien de intensiteiten op dit stuk en de vormgeving levert dat geen problemen op in relatie tot de doorstroming. Het ontwerp van de bypass is voor wat betreft boogstralen, hellingen, rijzicht en stopzicht gebaseerd op een ontwerpsnelheid van 50 km/u. Door het verlagen van de snelheid bij werk in uitvoering naar 30 km/u is sprake van een comfortabele en veilige verkeerssituatie welke ruimschoots voldoet aan de vigerende normen. Bij het ontwerp van de bypass is gekozen voor een asfaltverharding, juist om het comfort en, daarmee in verband houdend, ook de doorstroming maximaal te faciliteren.
Consequenties voor het Projectplan Waterwet De zienswijze leidt niet tot het aanpassen van het Projectplan Waterwet
68/169
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
Indiener OPPW 006 Zienswijze 1 Indiener is van oordeel van de voorgenomen besluitvorming de bedrijfsactiviteiten in de Roermondse haven onvoldoende tegen hoogwater en/of overstromingen beschermt.
Beantwoording De uitgebreide toelichting van hoofdstuk 2 dient tevens als integraal onderdeel bij de beantwoording van deze zienswijze te worden beschouwd. Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen. Het thans voorliggend ontwerp (VKA-tracé) voorziet, na een zorgvuldige afweging, in de versterking van het huidige dijktraject, met een korte aansluiting via de Mijnheerkensweg op de hoge grond.
2
Er is onvoldoende rekening gehouden met de bedrijfsactiviteiten en het feit dat bedrijven in de haven bestaande (vergunde) rechten hebben.
Uit een quickscan van de ten behoeve van de inrichting verleende vergunningen blijkt dat van eventueel bestaande rechten onverminderd gebruik gemaakt kan worden, ook na realisatie van het projectplan. De nieuwe situatie levert dus ten opzichte van de huidige situatie geen wijzigingen/beperkingen op ten aanzien van de bedrijfsvoering van de betreffende inrichting.
3
Ook is onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen voor het milieu en indiener wanneer de gronden en installaties van bedrijven overstromen.
Met uitzondering van de inrichtingen 'Koopmans', 'VARO Energy Tankstorage' en 'Jos Menten Metaalrecycling', die er wat hoogwaterbescherming betreft erop vooruitgaan, blijft de situatie van de overige inrichtingen ongewijzigd in die zin dat deze reeds buitendijks gesitueerd zijn. Uitvoering van het projectplan verandert niets aan deze situatie. De ophoging en aansluiting van de bestaande primaire kering zal er niet toe leiden dat de terreinen van de buitendijks gelegen bedrijven eerder dan nu onder water zullen komen te staan. Daarbij moet vermeld worden dat als er al sprake zal zijn van een hogere waterstand deze niet zodanig zal zijn dat deze tot onevenredig extra nadeel leidt t.o.v. de overstroming bij de huidige kering. Op basis van modelmatige berekende waterstanden bij een 1/100 afvoer in de huidige situatie blijkt dat alleen de zuidoosthoek van het Smurfit Kappa terrein onder water kan lopen. De diepte is minder dan 20 centimeter tot lokaal 50 centimeter. In de nieuwe situatie zal dit niet of in beperkte mate veranderen. Het projectplan heeft dan ook geen (onevenredig)nadelige effecten op de overstromingskans van buitendijkse gebieden.
69/169
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
Buitendijks gelegen gebieden en bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor benodigd te treffen maatregelen om instandhouding van voorzieningen en/of schade aan milieu als gevolg van hoogwater te voorkomen. 4
Verder is onvoldoende rekening gehouden met de consequenties van hoogwater voor de bereikbaarheid van de Roermondse haven en de bedrijven/Stichting BIZ.
Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen dan wel de bereikbaarheid van buitendijks gelegen bedrijven hoogwatervrij te maken. Overigens ligt het bedrijf van indiener reeds in de huidige situatie buitendijks. Uitvoering van het projectplan verandert niets aan deze situatie.
5
6
Indiener is van mening dat hij en de bedrijven beter beschermd moet worden tegen (de risico’s van) hoogwater. Het is niet aanvaardbaar dat een deel van de Roermondse bedrijven buitendijks komen te liggen.
Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen.
Zoals bij het waterschap bekend is, heeft indiener met de betrokken bedrijven concrete plannen waarmee voornoemde bezwaren kunnen worden weggenomen en toch de doelstellingen van het waterschap kunnen worden behaald.
Het waterschap is inderdaad bekend met het voorstel van de bedrijven voor een alternatief (integraal) plan. Zolang er echter geen zekerheid is verkregen over de haalbaarheid van dit plan, zoals afspraken over aanvullende financiering, de technische uitgangspunten om het alternatief plan als primaire waterkering te versterken, de wijze van toekomstig onderhoud en beheer, de mogelijkheid van overheveling door het HWBP van beschikbare budgetten voor het VKA-tracé en afspraken over financiering van toekomstige versterkingsopgaven dient het waterschap uit te gaan van het nu uitgewerkte ontwerp projectplan (VKA-tracé).
Overigens ligt het bedrijf van indiener reeds in de huidige situatie buitendijks. Uitvoering van het projectplan verandert niets aan deze situatie.
In het Ontwerp projectplan hebben wij toegelicht dat als er tijdig alsnog duidelijkheid bestaat over de haalbaarheid en zekerheid van de realisatie van extra maatregelen, het Dagelijks Bestuur zal worden verzocht om alsnog medewerking te verlenen aan het alternatief. 7
70/169
Indiener is van mening dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen zijn die tot het opstellen van een milieueffectrapport hadden moeten leiden. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit kan volgens indiener dan ook niet de
De m.e.r.-aanmeldnotitie is zorgvuldig tot stand gekomen waarbij alle relevante milieuaspecten aan bod zijn gekomen. Er hoeft uitsluitend te worden onderzocht wat de milieueffecten zijn van de aanleg/verbetering van de waterkering, zoals beschreven in het VKA en het uitgewerkte Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
toets der kritiek doorstaan.
ontwerp-projectplan. Deze effecten zijn voor zover relevant voor de dijkverbetering WA-haven onderzocht. Op basis van de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling is gebleken dat er geen belangrijke nadelige milieueffecten te verwachten zijn als gevolg van de voorgenomen activiteit. Wel zijn enkele mitigerende maatregelen opgesteld om nadelige gevolgen te voorkomen/ te beperken. Op grond hiervan is de terechte conclusie getrokken dat er geen significante nadelige gevolgen zijn en dus geen milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld. Indiener geeft in zijn zienswijze niet aan welke belangrijke milieugevolgen niet voldoende zijn onderzocht of waarom een andere conclusie had moeten worden getrokken.
8
9
Een groot deel van het bedrijventerrein en daarmee een groot aantal bedrijven in de Willem-Alexanderhaven zullen buitendijks gelegen blijven. In de voorgenomen besluitvorming is geen alternatief beschouwd waarin de percelen van de bedrijven binnendijks worden gebracht. Dit is in strijd met de zorgplicht ingevolge de Waterwet, die immers ook toeziet op de bescherming van (economische) belangen die indiener behartigt, waarbij wordt gewezen op artikel 2.1 lid 1 Waterwet en artikel 21 van de Grondwet. Verder wordt verwezen naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) van 13 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:818) waarin het volgende wordt overwogen: “Met de regels uit de Waterwet wordt dus onder meer beoogd bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. Deze regels strekken daarmee ook tot de bescherming van de belangen van diegenen van wie het woon- en leefklimaat mede door de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast wordt bepaald”.
De zorgplicht ingevolge de Waterwet ziet slechts toe op binnendijkse gebieden. Uw bedrijfsterrein is buitendijks gelegen, zodat de zorgplicht niet van toepassing is. Dit is verder uiteengezet in hoofdstuk 2.
De (economische) belangen van indiener en de belangen die behartigd zijn ten onrechte niet (juist) bij de besluitvorming betrokken, althans nergens blijkt dat hiermee rekening is gehouden.
Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen.
De aangehaalde uitspraak heeft betrekking op een binnendijks gelegen situatie en heeft dan ook geen betekenis voor onderhavige kwestie.
Verder is het waterschap van mening dat een zorgvuldige variantenafweging, inclusief daarbij 71/169
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
opgestelde effectnota, heeft plaats gevonden. Deze producten waren, als onderdeel van de ter inzage legging, voor een ieder te raadplegen. 10
Ook de gevolgen voor het verkrijgen van toekomstige vergunningen door bedrijven zijn niet, althans niet kenbaar bij de voorgenomen besluitvorming betrokken.
Gevolgen voor eventuele toekomstige ontwikkelingen wijzigen niet naar aanleiding van het planvoornemen. Er is immers nu ook al sprake van een buitendijkse ligging van de betreffende inrichting. Dit maakt dan ook geen deel uit van de besluitvorming.
11
In het ontwerp-projectplan is opgenomen dat er individuele gesprekken zijn gevoerd met betrokken bedrijven. Daarmee wordt gesuggereerd dat indiener en de bedrijven de voorgenomen besluitvorming ondersteunen. Dat is echter niet het geval. Het voorgenomen besluit reflecteert op geen enkele wijze de inhoud van het overleg. In het overleg heeft indiener aangegeven dat hij binnendijks moet komen te liggen. De waterkering zou hiervoor derhalve om het terrein van indiener heen moeten worden getrokken. Daarnaast zijn er diverse onderwerpen in het projectplan geland zonder dat deze besproken zijn in de KES-gesprekken, en zijn ook relevante zaken besproken die niet terug te vinden zijn in het projectplan (bijvoorbeeld de storing van trillingsgevoelige apparatuur en de frequentie van het sluiten van coupures.
Het is bij het waterschap genoegzaam bekend dat diverse havenbedrijven zich niet kunnen vinden in het gekozen voorkeurstracé (VKA) en deze bedrijven de voorgenomen besluitvorming niet steunen. Alhoewel wij dit betreuren is het waterschap van mening dat een zorgvuldig besluitvormingsproces heeft plaatsgevonden.
Het waterschap heeft het voorstel van bedrijven om binnendijks komen te liggen in het ingepast voorkeurs-alternatief niet overgenomen. Het nu voorliggende ontwerp-projectplan voorziet niet in het bieden van hoogwaterbescherming voor alle in de haven gevestigde bedrijven. BESIX, Kalle & Bakker, Sif en Smurfit Kappa zullen volgens het voorliggend ingepast voorkeursalternatief alle buitendijks gelegen blijven. Ter onderbouwing van die beslissing wordt door het waterschap volstaan met de volgende overweging: “In dijkvak 1,2 en 3 is gekozen voor vervanging op de positie van de huidige kering vanwege de
Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen.
12
72/169
Het ontwerp projectplan beschrijft op hoofdlijnen de uit te voeren werkzaamheden om het bestaande tracé weer aan de wettelijke norm te laten voldoen. Daarbij wordt in redelijkheid rekening gehouden met de geïnventariseerde wensen bij de diverse stakeholders. De wens van indiener om binnendijks te worden gebracht is om reeds uiteengezette moverende redenen niet gehonoreerd. Het waterschap is en blijft graag in gesprek met indiener om een vervolg te geven aan de KESgesprekken. Zolang er echter geen zekerheid is verkregen over het bereiken van overeenstemming voor een alternatief tracé, is het uitgangspunt voor de KES-gesprekken een versterkingsopgave conform het nu vastgestelde ontwerp projectplan (VKA-tracé).
Uitgangspunt in het VKA is versterking van de huidige waterkering op het bestaande tracé. Het aangehaalde citaat betreft geen motivatie of onderbouwing voor een variantafweging voor een voorstel van bedrijven om binnendijks te worden gebracht.
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
beperkte ruimte en het benodigde wegprofiel.” Dit citaat kan niet als afdoende onderbouwing worden beschouwd, mede gelet op artikel 2.1 van de Waterwet, dat immers ook toeziet op de bescherming van de bedrijfsvoering en (economische) belangen van de bedrijven en indiener. 13
14
De veronderstelde beperkte ruimte en het gebrek aan wegprofiel betreffen praktische problemen, waarvoor de bedrijven graag een oplossing willen (en ook kunnen) faciliteren. Om die reden kan dit argument niet dienen ter onderbouwing van de weigering van het verleggen van de waterkering.
Het aangehaalde argument wordt niet gebruikt ter onderbouwing van een ‘weigering’ om de waterkering niet te verleggen (de facto het binnendijks brengen van bedrijven).
De bedrijven hebben een groot belang bij het verleggen van de waterkering om de bedrijfspercelen heen. De bedrijfsactiviteiten zullen bij overstroming immers langdurig worden verstoord. Tevens zullen de bestaande coupures bij hoogwater worden gesloten, waardoor de achtergelegen bedrijfsterreinen niet meer toegankelijk zijn. Ook dit leidt tot een aanzienlijke verstoring van de bedrijfsvoering van de betreffende bedrijven. Door de waterkering om het bedrijfsperceel van de bedrijven heen te leggen worden deze praktische bezwaren weggenomen.
Het Waterschap heeft ten aanzien van buitendijks gelegen bedrijven geen wettelijke taak of zorgplicht om deze te beschermen tegen wateroverlast en overstromingen als gevolg van hoogwater.
Uitgangspunt is versterking van de aanwezige waterkering op de huidige plaats. De lokaal beperkt aanwezige ruimte zorgt er enkel voor dat optimalisatie voor de ligging van de versterkte waterkering (bijv. binnendijks versterken om aanvullend ruimtebeslag op het bedrijfsterrein te voorkomen) niet voor de hand ligt. Een verzoek hiertoe is overigens ook niet ontvangen.
Voor wat betreft het dichtzetten van coupures opereert het waterschap steeds meer peil gestuurd. Dit betekent dat coupures alleen worden gesloten indien dit echt nodig is. In de praktijk betekent dit dat de coupures alleen gesloten zullen worden bij een waterstand van ca. NAP + 20.40 meter en een stijgende trend in de prognoses voor de waterstanden waarbij een acute dreiging aanwezig is op hoogwater. Dit betekent dat korte tijd na het sluiten van de coupures ook het terrein van Besix gedeeltelijk geïnundeerd zal zijn en daarmee, net als in de huidige situatie, niet bereikbaar is en bedrijfsactiviteiten worden verstoord. Desondanks begrijpt het waterschap de wens van bedrijven voor aanvullende bescherming. In het Ontwerp projectplan hebben wij daarom toegelicht dat als er tijdig alsnog duidelijkheid bestaat over de haalbaarheid en zekerheid van de realisatie van extra maatregelen, het Dagelijks Bestuur zal worden verzocht om alsnog medewerking te verlenen aan het alternatief.
15 73/169
Het voorgenomen plan is niet
De keuze voor het VKA is na zorgvuldige Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
uitvoerbaar. De praktische uitvoerbaarheid is feitelijk en juridisch slechter dan het geval zou zijn indien het voorstel van de bedrijven wordt gevolgd, te weten het binnendijks leggen van het terrein van de bedrijven. Gewezen wordt op de volgende gevolgen: • De verhoging van de Mijnheerkensweg zal leiden tot grote verkeershinder en slechte bereikbaarheid van de bedrijven zowel bij aanleg als in de toekomstige situatie; • Door het aanleggen van de verhoogde kruising voor de ontsluiting op de landtong (waar o.a. de containerterminal en de zandverlading gevestigd zijn), moeten er iedere dag honderden vrachtwagens een helling oprijden, waardoor het brandstofgebruik en stikstofuitstoot specifiek op dit punt flink zullen stijgen. Deze stikstofuitstoot en (uiteindelijk) depositie moet expliciet bij de besluitvorming worden betrokken. • De verkeersveiligheid van het kruispunt gaat erop achteruit. Het vele zware vrachtverkeer moet op de doorgaande Mijnheerkensweg deze verhoging oprijden, en daarna in de verdieping van de Mijnheerkensweg onder het viaduct 200 meter in zuidwestelijke richting rijden. Dit leidt tot een achtbaaneffect voor zware vrachtauto’s. Dagelijks rijden honderden zware vrachtwagens tussen het kruispunt op de N280 naar het achterliggende industrieterrein. Vrachtwagens hebben veel hinder van dit achtbaaneffect.
De zware vrachtwagens die uit andere richtingen komen, moeten zich op deze verhoogde kruising tussen de andere zware vrachtwagen met het achtbaaneffect voegen. Een achteruitgang van de verkeersveiligheid op dit kruispunt van zware vrachtwagen is in de ogen van indiener niet acceptabel.
afweging tot stand gekomen. Het waterschap ziet niet in waarom realisatie van het VKA niet uitvoerbaar is. In uw zienswijze wordt dit argument overigens niet nader toegelicht. Ten aanzien van de in uw zienswijze benoemde gevolgen het volgende: Algemeen De Mijnheerksenweg kruist de waterkering waardoor deze in het ontwerp verhoogd is aangelegd. De kruising met de ontsluitingsweg naar onder andere Kalle en Bakker (later zijstraat genoemd) is ook verhoogd aangelegd. Op de kruising zelf is geen hoogteverschil om er voor te zorgen dat de bijzondere manoeuvres voor voertuigen op het kruispunt veilig kunnen worden verricht. Hoogteverschillen en hellingspercentages Het ontwerp valt binnen de richtlijnen (Handboek Wegontwerp 2013) voor het verticale profiel van de weg. Dit betekent dat de gebruikte boogstralen volstaan voor een veilige afwikkeling van het verkeer. Ook is het totale hoogteverschil vanaf het diepste punt van de tunnel onder de Schipperswal tot het hoogste punt van het kruispuntvlak beperkt ten opzichte van de afstand die gebruikt is om dit te overbruggen. Voor regionale stroomwegen met een maximum snelheid van 50 km/u geldt een maximaal hellingspercentage van 7% (bron: Handboek Wegontwerp 2013). De hellingen in het ontwerp hebben een maximaal hellingspercentage van 5.9% en vallen dus ruim binnen de richtlijnen.
Met een ontwerpsnelheid van 50 km/u is er daarom geen aanleiding om te twijfelen aan het comfort van de vrachtwagens en overig gemotoriseerd verkeer die over het tracé rijden. Er is geen aanleiding voor een mogelijk achtbaaneffect. Zicht De topbogen van de hellingen hebben in het ontwerp een straal van 375 meter. Hiermee komt het zicht van oprijdend verkeer tot het kruispunt op 41 meter (stopzicht). Dit valt binnen de richtlijnen en is voldoende verkeersveilig. Doordat het kruispuntvlak zonder hoogteverschil is aangelegd, is ook hier voldoende zicht om veilig het kruispunt over te steken. In- en uitritten De in- en uitritten die grenzen aan de verhoogde Mijnheerkensweg en de zijstraat bevinden zich
74/169
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
beide aan het begin van de helling. De hellingspercentages zijn hier beperkt waardoor verkeer makkelijk in en uit kan rijden. Daarnaast is het zicht voor zowel het uitrijdend verkeer als het verkeer op de doorgaande weg voldoende. Rond deze in- en uitritten worden daarom geen verkeersveiligheidsknelpunten verwacht. Wachtend verkeer Of wachtende vrachtwagens voor het kruispunt problemen ondervinden van de helling is onderzocht door het hellingspercentage van de opgaande hellingen voor het kruispunt over de laatste 25 meter voor het kruisingsvlak te analyseren. De eerste wachtende vrachtwagen zal nog vrijwel geen helling ervaren. Een tweede wachtende vrachtwagen staat echter wel stil op een helling. In het huidige ontwerp zijn de hellingen voor de takken over de laatste 25 meter voor het kruisingsvlak als volgt: • Noordoost-tak Mijnheerkensweg: 3.3% • Zuidwest-tak Mijnheerkensweg: 3.2% • Noordwest-tak zijstraat: 1.8% De hellingen zijn getoetst door een verkeersveiligheidsexpert op basis van expert judgement en berekeningen van de acceleratielengte voor voertuigen met verschillende acceleratiewaarden. Hiermee is bepaald dat de hellingen in het huidige ontwerp geen verkeersveiligheidsknelpunten met zich meebrengen door wachtende en optrekkende vrachtwagens op de helling.
Wel zullen op de takken met hogere hellingsgraden de vrachtwagens er langer over doen om het kruispunt te bereiken dan op de zijstraat. De verwachte intensiteiten op de Mijnheerkensweg geven echter geen aanleiding dat er doorstromingsknelpunten te verwachten zijn door langzaam optrekkende vrachtwagens. Stikstofuitstoot In uw zienswijze voert u geen argumenten aan om aan te tonen dat het verhogen van de kruising leidt tot extra stikstofuitstoot. Met eenzelfde argumentatie kan worden gesteld dat verkeer op de terugweg de helling weer af rijdt, zodat een vermeend negatief effect op de heenweg weer teniet wordt gedaan. Voor het bepalen van mogelijke effecten op de depositie van stikstof wordt de Aerius-calculator gebruikt. Aangezien details zoals een verhoogde kruising niet in de Aerius-calculator ingevoerd kunnen worden, is een vermeende verhoging 75/169
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
van de depositie van ondergeschikt belang en speelt deze geen rol bij de besluitvorming. Resume Het verkeerskundige ontwerp voldoet aan de vigerende ontwerprichtlijnen. Het wegontwerp faciliteert een comfortabel en veilig weggebruik en draagt bij aan een goede doorstroming en verkeersafwikkeling. Er worden geen verkeersveiligheidsknelpunten verwacht. 16
Het waterschap merkt in het ontwerpprojectplan op dat de realisatie van de aanvullende versterkingsmaatregelen op initiatief en voor rekening van de deelnemende bedrijven moeten komen. Daarmee miskent het waterschap dat er een intentieovereenkomst is gesloten en dat de provincie Limburg een aanvraag voor een CEF subsidie zal doen.
Uw opmerking wordt ter kennisneming aangenomen. Meerkosten van aanvullende wensen (meekoppelkansen) komen altijd voor rekening van de verzoekende partij. Dit staat ook nader toegelicht in hoofdstuk 2. Het doet niet ter zake of de verzoekende partij hierbij een beroep doet op externe geldstromen zoals een CEFsubsidie. De intentieovereenkomst heeft tot doel om met elkaar te onderzoeken of aanvullende beschermingsmaatregelen mogelijk zijn, waarbij slim gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden om het VKA-tracé te koppelen met het alternatieve tracé. Dit betreft slechts een inspanning van de betrokken partijen om, zonder het geven van garanties, constructief met elkaar de mogelijkheden voor een integraal tracé nader te onderzoeken.
17
18 76/169
Gelet op de hiervoor uiteengezette zorgplicht van het Waterschap ter voorkoming, en waar nodig beperking van overstromingen, kan het waterschap niet met de voorgestelde oplossing volstaan. Tijdens het hoogwater van zomer 2021 is gebleken dat bescherming tegen hoogwater in WillemAlexanderhaven van groot belang is. De bescherming van de bedrijven is niet alleen een belang van de bedrijven zelf, maar ook voor de nabijgelegen omgeving, omdat er op het bedrijventerrein met diverse schadelijke stoffen wordt gewerkt. Nu het waterschap zelf ook de risico’s van klimaatverandering signaleert, en er bij het ontwerpen van de kering rekening gehouden moet worden met risico’s die 100 jaar in de toekomst liggen, is het onbegrijpelijk dat het waterschap hiervoor de ogen sluit.
De zorgplicht ziet slechts toe op binnendijkse gebieden. Uw bedrijfsterrein is buitendijks gelegen, zodat de zorgplicht niet van toepassing is. Dit is verder uiteengezet in hoofdstuk 2.
Daarbij komt dat het beter is om de
Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het
Alhoewel het waterschap begrijpt dat door diverse bedrijven aanvullende bescherming wordt verlangd, kan het waterschap zonder cofinanciering van deze bedrijven, binnen de haar wettelijk toegewezen taak en de van toepassing zijnde subsidieregeling van het HWBP geen aanvullende bescherming bieden.
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
19
20
77/169
waterkering nu meteen rondom het terrein te van de buitendijks gelegen bedrijven aan te leggen dan in de toekomst. Gelet op de prognose over klimaatverandering lijkt het namelijk realistisch dat de dijk in de toekomst verder verbeterd/verhoogd zal moeten worden. Een doelmatige besteding van publieke middelen vergt dat de dijk zo snel mogelijk op de meest geschikte plaats wordt verbeterd, zodat deze later niet alsnog hoeft te worden verplaatst. Indiener meent dat ten onrechte geen milieueffectrapport (MER) is gemaakt. Een MER biedt bij uitstek de gelegenheid om verschillende alternatieven te onderzoeken en bij de besluitvorming te betrekken. Nu er discussie is over de wijze waarop de waterkering moet worden verbeterd, heeft een MER dus allen al daarom veel toegevoegde waarde. Een MER kan hier dus ook los van de vraag of er een juridische verplichting is om een MER te maken de kwaliteit van de besluitvorming mogelijk (los van alle andere argumenten) op het vereiste niveau brengen.
waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen.
Ten onrechte is geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen zijn. In het kader van de m.e.r.-beoordeling dient uit te worden gegaan van een ruimer begrip van gevolgen voor het milieu; het gaat namelijk ook om kwetsbaarheid voor risico’s op rampen en het belang van bescherming van materiële goederen. Indiener wijst aan de hand van de aanmeldnotitie op de volgende gevolgen die op zichzelf en in onderlinge samenhang bezien aantonen dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen zijn die tot de conclusie leiden dat een MER had moeten worden opgesteld: • Op het beoogde tracé is de bodem verontreinigd. Door werkzaamheden wordt verontreiniging verplaatst. Dat geldt ook voor waterbodem, waardoor verontreiniging in oppervlaktewater kan komen. Dit is een belangrijk nadelig gevolg dat het maken van een MER rechtvaardigt. Daarmee zouden namelijk ook alternatieven worden onderzocht,
In het VKA zijn de verschillende alternatieven afgewogen. Hierbij is ook aandacht besteed aan het door de bedrijven aangedragen alternatief hoewel dit op grond van het ontbreken van een wettelijke taak van het waterschap niet hoefde. Dit alternatief is afgewogen en afgevallen. In de m.e.r.-aanmeldnotitie zijn uitsluitend de milieugevolgen in beeld gebracht van het dijkverbeteringsontwerp zoals opgenomen in het ontwerp-projectplan. Met betrekking tot de door indiener aangedragen punten kunnen wij het volgende aangeven: • Bodemverontreiniging: tijdens de uitvoering worden maatregelen getroffen waardoor verplaatsing van de verontreiniging niet aan de orde is. • Op grond van het provinciale beleid "Beleidsregel natuurcompensatie 2018” worden uitsluitend de effecten van activiteiten die plaats vinden in de goudgroene, bronsgroene en zilvergroene natuur- en landschapzones beoordeeld op de effecten. De activiteiten zullen buiten deze zones plaatsvinden en de provincie heeft geoordeeld dat er daarom geen significant nadelige effecten op deze zones te verwachten zijn. Dit betekent dat het
Zie tevens de beantwoording bij punt 17.
In het VKA zijn de verschillende varianten afgewogen. Daarbij heeft het waterschap, zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2, geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen. Het door de bedrijven aangedragen alternatief hoeft daarom niet onderzocht te worden. Zoals beschreven onder punt 7, is op grond van de m.e.r.-aanmeldnotitie gebleken dat er geen MER hoeft te worden opgesteld.
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
•
•
•
•
•
78/169
waarin die verontreiniging (en de verplaatsing daarvan) wellicht niet of minder aan de orde is. Voor landschap en natuur staat in de aanmeldnotitie dat het plangebied buiten de Zilvergroene natuurzone, Bronsgroene landschapszone en NNN valt. Volgens de aanmeldnotitie hanteert de provincie geen externe werking. OM die reden is dit onderdeel in de aanmeldnotitie niet getoetst. Dat de provincie in het kader van besluitvorming niet toetst, betekent echter niet dat de gevolgen op deze zones in het kader van een m.e.r.-beoordeling buiten beschouwing kunnen blijven. Ook dergelijke effecten zijn van belang voor de vraag of een MER moet worden gemaakt. Er zijn diverse grondgebonden diersoorten in het plangebied en de omgeving aangetroffen. Dat er op basis van de Wnb vrijstellingen zouden gelden voor het vernietigen van verblijfplaatsen, betkent (los van de vraag of dat juist is) niet dat deze negatieve effecten bij de m.e.r.beoordeling buiten beschouwing kunnen blijven. Dat geldt ook voor de vernietiging van vaste rus- en verblijfplaatsen van amfibieën. Verder zijn nesten van eenden, merels en eksters waargenomen. De effecten daarop zijn volgend de aanmeldnotitie niet op voorhand uit te sluiten. Ook dat pleit voor de conclusie dat een MER moet worden opgesteld.
Ook het kappen van 62 bomen en 1.462 m2 houtwal pleit voor de conclusie dat er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Te neer nu herplanting ter plaatse in het plan zoals dat voorligt niet mogelijk is. Het buitendijks laten van de bedrijfswoning op het terrein van BESIX is niet beoordeeld. De gevolgen voor de bewoners van het buitendijks laten van deze woning zijn niet beoordeeld (zie artike l7.1 lid 6 sub a Wet milieubeheer: “de bevolking en de menselijke gezondheid”.) Het buitendijks laten van deze woning is ook een
•
specifieke beleid voor de natuur- en landschapszones zoals vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening en in de Beleidsregel Natuurcompensatie hier niet van toepassing is omdat de activiteiten buiten deze zones plaatsvinden. Vandaar dat het waterschap heeft geconcludeerd dat de voorgenomen dijkverbeteringsactiviteiten niet leiden tot nadelige gevolgen voor de bovengenoemde natuur- en landschapszones. In het uitgevoerde natuuronderzoek dat in de m.e.r. aanmeldingsnotitie is beschreven zijn overigens wel degelijk de mogelijke nadelige gevolgen in de gehele omgeving in beeld gebracht, waaronder ook de natuur- en landschapszones. Het is dus niet zo dat alle nadelige gevolgen in de natuur- en landschapszones bij voorbaat zijn uitgesloten in het uitgevoerde onderzoek. Voor de in het plangebied aanwezige flora en fauna gelden de beschermingskaders en verbodsbepalingen op grond van de Wet natuurbescherming. Voor werkzaamheden van het project Roermond Alexanderhaven is geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig omdat geen verbodsbepalingen overtreden worden. Eventuele nadelige gevolgen worden zoveel mogelijk gemitigeerd. De dijkverbeteringswerkzaamheden worden door de aannemer bovendien altijd uitgevoerd overeenkomstig de gedragscode voor waterschappen en de zorgplicht.
Uit onderzoek is gebleken dat in het plangebied geen jaarrond beschermde vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van grondgebonden dieren voorkomen. Voor mogelijk aanwezige soorten geldt een vrijstelling (al dan niet in een deel van het jaar) voor het weghalen van verblijfplaatsen op grond van de Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Verder is uit onderzoek is gebleken dat in het plangebied geen jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. Gezien de overwegend bebouwde omgeving is de kans overigens erg klein dat soorten met een jaarrond beschermd nest zich vestigen. Overige mogelijk aanwezige nesten zijn beschermd als deze in gebruik zijn en voor zolang de jongen afhankelijk zijn van het nest. Daarna mogen deze nesten verwijderd worden. In gebruik zijnde nesten mogen niet Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
aanwijzing dat er belangrijke nadelige gevolgen zijn voor het milieu. Een overstroming heeft evident belangrijke nadelige gevolgen voor de bewoners en daardoor de menselijke (mentale) gezondheid. Ook is de woning bij sluiting van de coupures niet meer bereikbaar.
•
•
21
22 79/169
verstoord worden. Wezenlijke verstoring wordt voorkomen met mitigerende maatregelen, zoals het niet verrichten van verstorende werkzaamheden in het broedseizoen. Voor de mogelijk voorkomende amfibieën kan worden volstaan met algemene mitigerende maatregelen (zorgplicht en gedragscode). De werkzaamheden vinden plaats op een industrieterrein tussen havenbedrijven waardoor de kans op voorkomen van (beschermde) flora en fauna klein is. De werkzaamheden, die worden uitgevoerd onder ecologische begeleiding, leiden gelet op het vorenstaande zeker niet tot overtreding van de verbodsbepalingen zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming en kunnen daarom zonder ontheffing uitgevoerd worden. Voor het kappen van bomen en houtwal heeft een effectbeoordeling natuur plaatsgevonden. Hierin is geconcludeerd dat het hier om bomen gaat die vanwege omvang of soort geen grote natuurwaarden hebben. De te kappen bomen hebben ook geen essentiële functie met betrekking tot beschermde soorten als vleermuizen, zodat belangrijke nadelige effecten niet aan de orde zijn. Het buitendijks laten van de bedrijfswoning is geen wijziging van de bestaande situatie en hoeft daarom niet nader onderzocht te worden.
Daarnaast zijn de gevolgen van het buitendijks laten van een groot deel van het bedrijventerrein in de WillemAlexanderhaven ten onrechte niet beoordeeld. Overstroming van het bedrijventerrein kwalificeert als een ramp in de zin van de m.e.r.-regelgeving. De materiële goederen op het bedrijventerrein moeten dan ook bij de m.e.r.-beoordeling worden betrokken (artikel 7.1 lid 6 sub d Wet milieubeheer). Daarnaast kan overstroming van het bedrijventerrein leiden tot vervuiling van het milieu doordat (gevaarlijke) stoffen die in de fabriek worden gebruikt bij een overstroming in het water terecht komen. Via het water kunnen stroomafwaarts land en biodiversiteit worden aangetast.
Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen.
Voor het projectplan had een passende beoordeling moeten worden gemaakt. En
In welke gevallen het maken van een passende beoordeling voor plannen verplicht is vanwege
De bedrijven blijven zelf verantwoordelijk voor het treffen van (aanvullende) maatregelen om schade door wateroverlast te voorkomen / te beperken.
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
bij een passende beoordeling dient voor het projectplan tevens een MER te worden opgesteld.
de hierin opgenomen activiteit(en), is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). In dit artikel 2.8, eerste lid jo. artikel 2.7 eerste lid Wnb is aangegeven dat een passende beoordeling moet worden gemaakt wanneer het projectplan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000 gebied. De dijkverbetering zoals opgenomen in het projectplan Waterwet heeft, zoals ook is toegelicht op pagina 36 tot en met 38 van de m.e.r.-aanmeldnotitie, geen significant nadelige gevolgen voor een Natura 2000 gebied. Een passende beoordeling is daarom niet nodig.
23
Indiener heeft kennis genomen van de zienswijzen die door Besix, Kalle & Bakker, SIF en Smurfit-Kappa zijn ingediend als reactie op het ter inzage gelegde ontwerp-projectplan. Indiener onderschrijft deze reacties en beschouwd deze als zijnde ingelast in voorliggende reactie.
Zie de samenvatting en de beantwoording van de zienswijzen OPPW 004, 005, 007 en 008.
24
In het VKA wordt het noordelijk gedeelte van de Mijnheerkensweg buitendijks gesitueerd. Daardoor zijn diverse bedrijven alsook een gedeelte van het openbaar gebied met cruciale openbare voorzieningen niet beschermd tegen hoogwater (zie onderstaande figuur). Het betreft onder meer de volgende cruciale openbare voorzieningen: • De (enige) ontsluiting van het industrieterrein nl. de Mijnheerkensweg; • Trafo- en gasregelstations; nl. aan de Schipperswal.
Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen, dan wel de bereikbaarheid van buitendijks gelegen bedrijven hoogwatervrij te maken. Overigens ligt het bedrijf van indiener reeds in de huidige situatie buitendijks. Uitvoering van het projectplan verandert niets aan deze situatie.
De ervaring van de hoogwaterstanden in de zomer van 2021 hebben geleerd dat de buitendijkse bedrijven snel ontruimd worden bij dreigende hoogwaterstanden; ruim voordat het peil van NAP + 20.70 m wordt bereikt. De noodzaak om te 80/169
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
ontruimen, alsook het niet-bereikbaar zijn van onbeschermde bedrijven wegens hoogwater op het buitendijkse deel van de Mijnheerkensweg zijn funest voor de leverzekerheid die de bedrijven moeten garanderen. Verplichte ontruiming en/of niet-bereikbaarheid van de onbeschermde bedrijven zal in te toekomst alleen maar toenemen. Daardoor kunnen de onbeschermde bedrijven de voor hun bedrijfsvoering noodzakelijke leveringszekerheid alsmaar vaker niet nakomen. De maatschappelijke kosten als gevolg van het alsmaar minder kunnen garanderen van de leverzekerheid van de bedrijven, dan wel de investeringen die de bedrijven moeten doen om de nadelige effecten van het VKA op de leverzekerheid te minimaliseren, zijn onterecht niet betrokken in de afweging van het VKA. Indiener verzoekt de keuze van het VKA te heroverwegen en om deze maatschappelijke kosten te betrekken in deze afweging (zie ook zienswijzepunt 26). 25
In de afweging van de meekoppelkansen (hoofdstuk 3 van de effectennota) is onterecht geen rekening gehouden met het versterken van de havenfaciliteiten in combinatie met de versterking van de dijken in het kader van het HWBP. In par. 5.1.2 van de effectnota is onterecht gesteld dat bij het VKA geen meekoppelkansen zijn. Nochtans zijn in het gebied diverse kades aanwezig die óf door de gemeente Roermond, óf door de aanwezige bedrijven zijn aangelegd en die de basis kunnen vormen voor de hoogwaterbescherming. Zie onderstaande figuur
In de nota VKA met bijbehorende effectennota zijn verschillende alternatieven afgewogen. Hierbij is ook aandacht besteed aan door de bedrijven aangedragen alternatieven rondom de landtong, hoewel dit op grond van het ontbreken van een wettelijke taak van het waterschap niet verplicht was. Ten tijde van het vaststellen van de nota VKA met bijbehorende effectnota was er geen sprake van zicht op concrete meekoppelkansen en zekerheid over de daarbij behorende aanvullende afspraken.
Waar langs de waterlijn nog geen kades aanwezig zijn, kunnen deze als 81/169
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
onderdeel van de waterkering gerealiseerd worden, waardoor de havenfaciliteiten op een relevante manier uitgebreid kunnen worden ter plaatse van Besix, Kalle&Bakker, SIF en SmurfitKappa omdat de waterkering gecombineerd kan worden met logistieke kades (zie onderstaaande figuur).
Dit biedt unieke (meekoppel)kansen om het transport over water een boost te geven en om in de wijde omgeving van Roermond het aantal vrachtwagens op de weg te verminderen. 26
82/169
Bij het bepalen van de investeringskosten voor het VKA (€ 8 mio +/- 30%) zijn niet de (maatschappelijke) kosten betrokken voor de investering in de bescherming tegen hoogwater op het terrein van de ‘buitendijkse’ bedrijven en de verliezen als gevolg van hoogwater op het niet-beschermde terrein van de buitendijkse bedrijven. In tegenstelling tot de uitgangspunten van de alternatievenafweging, waarbij voor het VKA is uitgegaan van een ophoging van de waterkering van (voorkeurs)alternatief 1A, 2A en 3A tot NAP + 23.1 m, heeft het ontwerp-projectplan betrekking op de ophoging van de waterkering tot slechts NAP + 22.3 tot 22.5 m. Indiener stelt zich op het standpunt dat alleen al om die reden de keuze van het VKA heroverwogen moet worden. In deze heroverweging dienen dan ook de extra investeringskosten van het VKA (zie zienswijzepunt 27) en de investeringskosten in de maatregelen die binnen de ‘buitendijkse’ inrichtingen getroffen moeten worden (zie zienswijzepunten 24 en 28) alsook de beheerskosten van de coupures te worden betrokken.
Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen. Het VKA is op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Het is voor de alternatievenafweging niet relevant dat het waterschap kosten in beschouwing zou moeten nemen van eventueel te treffen maatregelen of investeringen van buitendijks gelegen bedrijven waarvoor deze bedrijven privaatrechtelijk zelf verantwoordelijk zijn.
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
27
83/169
Indiener is van oordeel dat de investeringskosten van VKA zijn onderschat. Diverse bedrijven, m.n. BESIX en Jos Menten hebben in hun zienswijze toegelicht op welke manier de aanleg van de keerwand tot meerkosten leidt. VKA: • Nabij BESIX: o trillingsvrije bouwmethode vanwege de aanwezigheid van trillingsgevoelige meetapparatuur; o aanleg én beheer van 2 coupures met een breedte van minimaal 9 m; o (gewijzigde) bypass om tijdens de realisatiefase het terrein en de weegbrug toegankelijk te houden; o het nieuw realiseren van de transformator-ruimte en gasdrukregelstation (blijft buitendijks in de huidige VKAvariant); o de nieuwe aanleg en verleggingen van diverse kabels en leidingen i.v.m.
plaatsing van de damwand; o verplaatsing van de bestaande depots en keerwanden tijdens de realisatiefase; o compensatie voor het permanent gebruik van de gronden van Besix voor aanleg van de “afvlakking” van de dijk op de grens tussen dijkvak 1 en 2 en voor de aanleg van de nieuwe buitendijkse put in het overstortriool; • Nabij Jos Menten: o bijzonder bouwmethode ter voorkoming van zettingen in de ondergrond vanwege de aanwezige vloeistofdichte vloer en de hoge keerwand/geluidscherm; o aanleg én beheer van 1 coupure met een breedte van minimaal 9 m; o heraanleg van de vloeistofdichte riolering; o verplaatsing van de bestaande depots en keerwanden tijdens de realisatiefase; o het compenseren van de geluidafscherming (door de
Bij de besluitvorming over het voorkeurs alternatief is een VKA-raming opgesteld. Tijdens de planvormingsfase is het ontwerp vervolgens verder in detail uitgewerkt en is meer concreet inzicht ontstaan in de voorgenomen werkwijze en mogelijkheden voor realisatie. Naar aanleiding hiervan heeft een actualisatie plaats gevonden. De projectraming wordt altijd geactualiseerd tussen verkenning en planstudie. Dat kan bijvoorbeeld zijn vanwege ingediende zienswijzen, aanvullende inzichten t.a.v. het ontwerp of de ontwikkeling in prijzen voor grondstoffen. Door de actualisatie blijft er een juist inzicht bestaan in de benodigde projectkosten voor realisatie.
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
aanwezige keerwand) zodat tijdens de bouwfase voldaan kan worden aan de vergunde geluidgrenswaarden; o (gewijzigde) bypass om tijdens de realisatiefase het terrein via de noordelijke erfgrens toegankelijk te houden voor grotere te recyclen constructies of onderdelen. o compensatie voor het permanent gebruik van de gronden van Jos Menten voor aanleg van de waterkering ter plaatse van de bestaande keerwanden/geluidafscherming; o compensatie voor het tijdelijk gebruik van productierelevante gronden van Jos Menten vanwege het tijdelijk verplaatsen van de keerwand om werkruimte te creëren voor de aanleg van de waterkering. Deze extra investeringen worden door BIZ vooralsnog naar de huidige inzichten geraamd op € 5 tot 7 mio. 28
29
84/169
Bij verhoging van de dijk tot NAP + 22.30 – 22.50 m, dienen diverse cruciale onderdelen van de onbeschermde bedrijven opgehoogd te worden om de schade bij hoogwaterstanden te minimaliseren en de werking van de bedrijven na een hoogwaterniveau boven NAP + 20.90 meter te garanderen. Het betreft onder meer kantoren, laboratoria, werkplaatsen, loodsen, weegbruggen, transformatoren, elektrische en gasdrukregelinstallaties, productiefaciliteiten, voorzieningen ter bescherming van bodemverontreinigingen, etc. De maatschappelijke kosten van deze investeringen worden door indiener vooralsnog naar de huidige inzichten geraamd op € 10 tot 20 mio.
Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen.
Daarenboven wordt door de keuze van het VKA het ontwikkelpotentieel van het terrein van indiener behoorlijk gehypothekeerd:
Zoals reeds toegelicht in hoofdstuk 2 heeft het waterschap geen wettelijke taak of zorgplicht om de reeds buitendijks gelegen bedrijven binnendijks te brengen.
Wanneer indiener van mening is dat de dijkversterking leidt tot het maken van extra kosten dan kan indiener een onderbouwd verzoek om nadeelcompensatie op grond van artikel 7.14 Waterwet indienen, nadat het projectplan is goedgekeurd en onherroepelijk is. Een ingediend verzoek om vergoeding van planschade wordt in verband met de voorrangsregeling, zie artikel 7.16 Waterwet, ook afgehandeld als een verzoek om nadeelcompensatie. Een onafhankelijke commissie nadeelcompensatie zal vervolgens beoordelen of de waardevermindering voor schadevergoeding in aanmerking komt. De criteria waaraan een verzoek om nadeelcompensatie wordt getoetst, zijn verder uitgewerkt in het projectplan Waterwet onder paragraaf 6.3 Financieel nadeel.
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
•
•
30
Onbeschermde gronden worden nog minder interessant voor ontwikkeling van bestaande en eventueel nieuwe bedrijven; Onbeschermde publieke infrastructuur (gas- en elektriciteitsvoorzieningen; riolering, ontsluiting voor wegverkeer, …) maken het industrieterrein minder aantrekkelijk voor nieuwe ontwikkelingen.
Het realiseren van het integraal plan waarbij dat de onbeschermde bedrijven binnendijks worden gesitueerd zou een ontzettende boost geven aan de verder ontwikkeling van het industrieterrein en aan de verduurzaming van het transport in het Roermondse in zijn algemeen. Als alternatief op het huidig gekozen VKA-ontwerp geeft indiener de voorkeur om de waterkering rondom Mijnheerkenshaven aan te leggen zodat haar terrein binnendijks komt te liggen. De variant van indiener bestaat uit een damwandconstructie omheen haar bedrijventerrein met in onderstaande figuur de (indicatieve) locatie van deze damwandconstructie. Dit is tevens de variant welke door indiener naar voor wordt geschoven (verder genoemd: integraal plan) en waarvoor een CEFsubsidie voor het uitwerken van het integraal plan is aangevraagd op 19 januari 2022.
Wanneer indiener van mening is dat de dijkversterking leidt tot het maken van extra kosten dan kan indiener een onderbouwd verzoek om nadeelcompensatie op grond van artikel 7.14 Waterwet indienen, nadat het projectplan is goedgekeurd en onherroepelijk is. Een ingediend verzoek om vergoeding van planschade wordt in verband met de voorrangsregeling, zie artikel 7.16 Waterwet, ook afgehandeld als een verzoek om nadeelcompensatie. Een onafhankelijke commissie nadeelcompensatie zal vervolgens beoordelen of de waardevermindering voor schadevergoeding in aanmerking komt. De criteria waaraan een verzoek om nadeelcompensatie wordt getoetst, zijn verder uitgewerkt in het projectplan Waterwet onder paragraaf 6.3 Financieel nadeel. Het waterschap heeft ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp projectplan VKA nog geen zekerheid verkregen over de benodigde co-financiering, inzage gekregen in een door de bedrijven volledig correct opgestelde begroting of overeenstemming bereikt over de (technische) uitgangspunten voor een alternatief tracé, waarbij rekening wordt gehouden met alle eisen zoals deze worden gesteld aan het bouwen van een primaire waterkering. Het is daarom niet mogelijk gebleken reeds nu een correcte vergelijking te maken tussen de voor- en nadelen van het VKA en de door bedrijven aangedragen variant (integraal plan).
Het waterschap heeft er daarom voor gekozen, bezien vanuit haar wettelijke taak en de urgentie van de beschermingsopgave, het VKA in procedure te brengen. In het Ontwerp projectplan hebben wij toegelicht dat als er tijdig alsnog duidelijkheid bestaat over de haalbaarheid en zekerheid van de realisatie van extra maatregelen, het Dagelijks Bestuur zal worden verzocht om alsnog medewerking te verlenen aan het alternatief.
Dit integraal plan heeft daarenboven de volgende voordelen: 85/169
Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
•
•
•
•
•
86/169
De Mijnheerkensweg, de enige ontsluitingsweg voor het bedrijventerrein Willem-Alexanderhaven bevindt zich binnendijks waardoor de 24/7 bereikbaarheid voor indiener en al de bedrijven op het bedrijventerrein en voor hulpdiensten (politie/ambulance/ brandweer) is gegarandeerd; ook bij hoogwater. Voor het huidig ontwerp zoals opgenomen in het ontwerp-plan van het Waterschap Limburg (VKA), dienen diverse bomen (15 stuks) gekapt te worden. Het kappen van deze bomen is niet nodig indien het alle bedrijven binnendijks komen te liggen (zie onderstaande figuur).
De investering voor het realiseren van de waterkering cf. het ontwerpplan van de Waterschap is bij verwerving van de aangevraagde subsidiegelden gelijkwaardig aan het realiseren van het integraal plan. De nieuwe waterkering omheen het bedrijventerrein Willem-Alexander kan gerealiseerd worden terwijl de oude waterkering intact blijft en er dus geen risico’s ontstaan van overstroming tijdens de realisatiefase. Daarenboven worden de aanlegwerkzaamheden niet belemmerd door de beperkingen in het stormseizoen, dat loopt van 1 oktober tot en met 15 april (zie www.rijkswaterstaat.nl). In het alternatief integraal plan dienen geen coupures gerealiseerd te worden en dus ook niet beheerd te worden. Op dit punt komt het alternatief integraal plan tegemoet aan het beleidsuitgangspunten van het Waterschap Limburg zoals dat is vastgelegd in Beheersplan Waterkeringen 2017-2022: “Het waterschap streeft naar een Zaaknr. 2021-Z37780 Docnr. WLDOC-1142526069-20159
•
•
•
•
87/169
beheergebied waarin zo min mogelijk coupures voorkomen. Op basis van ons streefbeeld gaat het waterschap in haar verbeteringsprogramma de huidige lengte aan demontabele waterkeringen en coupures daar waar mogelijk reduceren en vervangen”. Door de industriegronden binnendijks te brengen, wordt voorkomen dat de waarde van de industriegronden aanzienlijk daalt. Door het integraal plan ondervindt de omgeving geen last van de werkzaamheden daar alle werkzaamheden vanaf het water uitgevoerd kunnen worden (geen tijdelijke wegomleidingen/afzettingen, aanvoer materieel/materieel over de weg, …). Hierdoor kan de continuïteit van de bedrijven gewaarborgd blijven tijdens de realisatiefase. Er dient geen/minimale afstemming te gebeuren met de diverse nutsbedrijven voor het omleggen van kabels & leidingen of aanpassingen aan de transformatoren. De uitvoeringsnelheid van de hoogwaterkering volgens het alternatief integraal plan ligt hoger dan deze van de VKA-variant, waardoor er voor het integraal plan een korte doorlooptijd nodig is voor de realisatie van de nieuwe waterkering. Voor het uitvoeren van de VKA-variant mogen immers geen grote stukken van de huidige waterkering gesloopt worden in verband met mogelijk hoogwater in de zomer (zie zomer 2021), waardoor heel gefaseerd de werkzaamheden uitgevoerd moeten worden.