CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen Roermond 2030 - Definitief (oud)

Gemeenteraad 6 februari 2025, gemeente RoermondBij agendapunt: Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen15.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEBIEDSPROFIEL NIET-STEDELIJKE MAASPLASSEN 2030 13 DECEMBER 2024 Definitief

GEBIEDSPROFIEL NIET-STEDELIJKE MAASPLASSEN 2030 13 DECEMBER 2024 Definitief

4

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING

6

1

INLEIDING

9

1.1

AANLEIDING

9

1.2

DOEL

9

2

GEBIEDSANALYSE

11

2.1

LIGGING

11

2.2

HISTORIE

11

2.3

LAGENBENADERING

13

2.4

BESTAANDE BELEIDSKADER

17

3.1

STAKEHOLDERSANALYSE

21

3

PARTICIPATIEPROCES

21

3.2

PROCES

22

3.3

SAMENVATTING RESULTATEN PARTICIPATIEPROCES

24

4

GEBIEDSPROFIEL

29

4.1

INLEIDING

29

4.2

ALGEMENE UITGANGSPUNTEN IN HET GEBIEDSPROFIEL

31

4.3

GEBIEDSPROFIEL PER ZONE

31

5

KANSRIJKE MAATREGELEN/ONTWIKKELINGEN

50

5.4

CONCLUSIE

56

BIJLAGEN

58

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

5

SAMENVATTING De aaneengeschakelde Maasplassen vormen een van de vele parels die Limburg rijk is. De Maasplassen bestaan uit een uitgestrekt netwerk van grote en kleine plassen, ontstaan door grindwinning. Met haar unieke ligging aan Maas(plassen) en Roer vormt Roermond dé plek om te genieten van (en op) het water. Binnen de gemeente Roermond wordt een onderscheid gemaakt tussen de stedelijke Maasplassen en de nietstedelijke Maasplassen: de Asseltse Plassen, Het Smalbroek, Oolergreend, de Oolderplas, Isabelle greend, Gerelingsplas, Spoorplas en de Lus van Linne. Voor de stedelijke Maasplassen is het Ontwikkelingskader Stedelijke Maasplassen opgesteld. Voor de niet-stedelijke Maasplassen is nu ook een gebiedsprofiel opgesteld voor de periode tot 2030, waarmee we dit waardevolle gebied op een goede manier kunnen behouden en versterken. Het integraal gebiedsprofiel voor de niet-stedelijke Maasplassen is bedoeld als beleids-, interventie- en afwegingskader voor toekomstige ontwikkelingen. Allereerst wordt een gebiedsbeschrijving en -analyse op basis van de lagenbenadering gegeven. Hierin is gekeken naar de historie en het ontstaan van het gebied. In het verleden heeft de Maas veel grind meegevoerd en afgezet. Teneinde dit grind te kunnen gebruiken als grondstof hebben grootschalige ontgrindingen plaatsgevonden, die nog tot 2032 worden uitgevoerd bij de Spoorplas en Gerelingsplas.

Zo zijn de diepe en grote Maasplassen ontstaan zoals we deze nu kennen. In de loop der jaren hebben, zeker de niet-stedelijke Maasplassen, een hoge natuurwaarde gekregen. Bijna het gehele gebied van de niet-stedelijke Maasplassen is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland of Groenblauwe Mantel. Vooral de stedelijke Maasplassen worden intensief gebruikt door de recreant. Door de vele functies en gebruikers die samenkomen, neemt echter ook de druk op de nietstedelijke Maasplassen toe. Denk hierbij aan horeca, watersport en natuurbeleving (wandelen en fietsen) die allemaal vragen om ruimte. Daarnaast is gekeken naar het vigerende beleid voor de niet-stedelijke Maasplassen. De vastgestelde Intergemeentelijke Structuurvisie 2030 is het beleidsstuk dat dient als vertrekpunt voor het gebiedsprofiel. Water en Bodem Sturend en de Beleidslijn Grote Rivieren vormen het kader waarbinnen toekomstige ontwikkelingen moeten passen. Het gebiedsprofiel geeft inzicht in de toekomstige ontwikkeling van het gebied.

Vragen die daarbij centraal staan zijn: In welke mate willen we nieuwe functies toestaan in het gebied en welke eigenschappen vinden we belangrijk om te beschermen en te behouden? Om ervoor te zorgen dat het gebiedsprofiel en de bijbehorende uitvoeringsparagraaf kan rekenen op een breed draagvlak in de samenleving, is een uitgebreid participatieproces georganiseerd, waarin onder meer bovenstaande vragen zijn gesteld. Uit dit participatieproces komt over het algemeen naar voren dat het verschil tussen de stedelijke en nietstedelijke Maasplassen behouden moet blijven. Waarbij mensen de niet-stedelijke Maasplassen zien als een waardevol gebied voor de natuur met ruimte voor recreatief medegebruik. Behoud en versterken van de aanwezige natuurwaarden is daarbij een belangrijk aandachtspunt is. Mensen beschouwen het gebied als hun achtertuin en als uitloopgebied van de woonwijk, waarbij het gebied toegankelijk moet blijven voor iedereen, goed gereguleerd en zonder overlast. Overlast in de vorm van verkeersonveiligheid en parkeren vormt een belangrijk onderwerp, evenals overlast van zwerfvuil en geluid. Handhaving en openstelling alleen tussen zonsondergang en zonsopkomst worden gezien als mogelijke oplossingen. Vooralsnog zien voornamelijk bewoners geen ruimte voor uitbreiding van (commerciële) recreatieve functies.

De ambitie voor de toekomst van het gebied kan dan ook samengevat worden met vastleggen van de functies en voorzieningen die al op de juiste plek liggen en het oplossen van de bestaande problemen, zonder dat de druk op het gebied toeneemt.

6

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

De analyse en de uitkomst van het participatieproces is vertaald in het Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030. Op basis van zoneringen zijn uitgangspunten geformuleerd die kenmerkend zijn per zone en richting geven aan ontwikkelingen in het gebied in de toekomst. De 11 zones waarmee gewerkt wordt zijn: (1) Natuur, (2) Natuurlijk water, (3) Recreatief medegebruik natuur, (4) Recreatief medegebruik water, (5) Natuurinclusief landgebruik, (6) (Vaar)water, (7) Maas, (8) Recreatiezone, (9) Bebouwingsrand Herten en (10) Dorpsgezicht Asselt. Tenslotte worden in hoofdstuk 5 concrete, kansrijke maatregelen/ontwikkelingen genoemd. Op deze manier is dit gebiedsprofiel naast toetsingskader tevens een kader om een start te maken met aanpakken van de uitgangspunten en opgaven die genoemd zijn in lijn met de visie voor de toekomst. NR

MAATREGEL/ONTWIKKELING

ACTIEHOUDER

OVERIGE STAKEHOLDERS

GEBIEDEN

1

Aanpak parkeersituatie

Gemeente

Ondernemers, buurtverenigingen

Ool en Asselt

2

Verkeersveiligheid

Gemeente

Ondernemers, buurtverenigingen

Ool en Asselt

3

Routestructuren wandelen en fietsen

Gemeente

Staatsbosbeheer, Stichting Limburgs Landschap, Rijkswaterstaat

Ool en Asselt

Gemeente

Grondeigenaren (Limburgs Landschap, ondernemers, Staatsbosbeheer, Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat)

Niet-stedelijke Maasplassen

Niet-stedelijke Maasplassen

4

Handhaving

5

Faciliteiten

Gemeente

Grondeigenaren (Limburgs Landschap, ondernemers, Staatsbosbeheer, Waterschap Limburg, Rijkswaterstaat)

6

Samenwerkingsverband

Gemeente

Ondernemers, buurtverenigingen

Niet-stedelijke Maasplassen

Oolderplas

7

Haalbaarheidsonderzoek Rondje Oolderplas

Gemeente

Limburgs Landschap (grondeigenaar en terreinbeheerder), Rijkswaterstaat

8

Versterken natuurbeleving

Limburgs Landschap

Gemeente, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat

Niet-stedelijke Maasplassen

9

Boothelling Asselt

Gemeente

Camping Maasterras Asselt

Asseltse Plassen

10

Tweede ingang Oolderplas

Waterschap Limburg

Gemeente, Rijkswaterstaat, Waterschap Limburg, Buurtvereniging Ool

Oolderplas

11

Optimaliseren recreatiezone

Gemeente

Ondernemers, Verenigingen, Buurtvereniging Ool

Oolderplas

12

Vervanging steigers

Limburgs Landschap

Gemeente, Buurtvereniging Ool

Oolderplas

13

Grens snelvaart

Gemeente

Rijkswaterstaat

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

7

Maas

8

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING De aaneengeschakelde Maasplassen zijn een van de vele parels die Limburg rijk is. De Maasplassen zijn een uitgestrekt netwerk van grote en kleine plassen, ontstaan door grindafgravingen. Met haar unieke ligging aan deze Maas(plassen) en de Roer vormt Roermond dé plek om te genieten van (en op) het water. Het is logisch dat in en rondom de Maasplassen een veelheid aan partijen en functies samenkomen. In combinatie met een aantal grote maatschappelijke opgaves groeit de urgentie om de kwaliteit van de Maasplassen naar de toekomst toe te borgen en verder te benutten. Dit vraagt om een integrale en gedragen benadering. Binnen de gemeente Roermond wordt een onderscheid gemaakt tussen de stedelijke Maasplassen en de nietstedelijke Maasplassen: de Asseltse Plassen, Het Smalbroek, Oolergreend, de Oolderplas, Isabelle greend, Gerelingsplas, Spoorplas en de Lus van Linne. Voor de Stedelijke Maasplassen is het Ontwikkelingskader Stedelijke Maasplassen opgesteld. Voor de niet-stedelijke Maasplassen stellen we nu ook een Gebiedsprofiel op tot 2030, waarmee we dit waardevolle gebied op een goede manier kunnen behouden en versterken.

1.2 DOEL Het uiteindelijke doel is het opstellen van een integraal gebiedsprofiel voor de niet-stedelijke Maasplassen, als beleids-, interventie- en afwegingskader voor toekomstige ontwikkelingen. Het proces om daar te komen doorloopt de gemeente Roermond met ondersteuning van Kragten. Om ervoor te zorgen dat het gebiedsprofiel en de bijbehorende uitvoeringsparagraaf kan rekenen op een breed draagvlak in de samenleving, is een uitgebreid participatieproces georganiseerd met de stakeholders. In het processchema hiernaast is het proces geschetst om te komen tot het gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen Roermond.

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

9

M

a

a

s

Kessel-Eik

Beesel

Roggel

M a a s

Neer

Heythuysen

A73

Nunhem

Swalmen

Haelen

Buggenum

Asseltse Plassen

A73

Boukoul

Horn

A73

Asenray

Roermond

Het Smalbroek

Beegden

Oolergreend Oolderplas

Heel

Herten Isabelle greend

Merum Gerelingsplas

A73

Spoorplas

Lus van Linne

Melick

Herkenbosch

Linne

Brachterbeek

A73

Maasbracht Sint Odiliënberg

Vlodrop

Monort HetV onderen

10

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

2 GEBIEDSANALYSE 2.1 LIGGING Het plangebied betreft de niet-stedelijke Maasplassen in de gemeente Roermond. Tot deze plassen behoren de Asseltse Plassen, Het Smalbroek, Oolergreend, Oolderplas, Isabelle greend, Gerelingseplas, Spoorplas en de Lus van Linne, zie de met blauw geaccentueerde plassen in naastgelegen afbeelding. Het merendeel van bovengenoemde plassen is gelegen ten zuidwesten van Roermond, ter hoogte van Ool, Herten en Merum. De Asseltse Plassen liggen ten noorden van Roermond aan de Maas. De Asseltse Plassen worden aan de westkant begrensd door de Maas en aan de oost- en zuidkant door grasland afgewisseld met bos. De Oolderplas grenst aan de noord- en oostkant aan de bebouwing van Ool, Merum en Herten. De overige zijden worden begrensd door de Maas en Oolergreend. De Gerelingsplas, Spoorplas, Oolergreend, Lus van Linne en het Smalbroek worden door de Maas en het Lateraalkanaal begrensd of door andere Maasplassen.

2.2 HISTORIE Om de ontstaanswijze en structuur van de Maasplassen te begrijpen volgt allereerst een beschrijving van de historie van het gebied. In de vroege geschiedenis van Roermond kende de stad nog geen Maasplassen. Roermond was gelegen op de plek waar de Roer uitmondt in de Maas. Het rivierdal van de Maas vormde een robuuste structuur in het landschap. Het grondgebruik rondom Roermond bestond voornamelijk uit natte graslanden (beemden) dicht bij de rivier. Op de hoger gelegen delen vond akkerbouw plaats. De graslanden werden gebruikt voor beweiding of als hooiland. Het op dat moment gangbare potstalsysteem had tot gevolg dat er uitgestrekte heidevelden ontstonden. Dit was het gevolg van uitputting door beweiding met schapen en gebruik van heideplaggen in de potstal. Rond 1850 werd de Maastrichterweg/ Rijksweg Zuid aangelegd, die er vandaag de dag nog steeds ligt. De komst van de spoorlijn zorgt voor een tweede rechte lijn door het landschap, bijna parallel aan de Rijksweg. Het sterk meanderende verloop van de Maas is nog duidelijk aanwezig en van Maasplassen is nog geen sprake. Wel wordt rond 1940 de dijk langs de Maas aangelegd. Roermond blijft tot de Tweede Wereldoorlog nog binnen de stadsmuren. Kaart uit 1900

Na de Tweede Wereldoorlog verandert er veel. Roermond breidt zich enorm snel uit en ook omliggende dorpen zoals Herten, Merum, Maasniel en Leeuwen groeien. Mede hiervoor zijn grondstoffen nodig en de eerste bescheiden Maasplassen ontstaan. De heide verliest zijn functie voor de landbouw door de komst van kunstmest en wordt bebost. Het snelgroeiende naaldhout kan goed gebruikt worden in de mijnen van Zuid-Limburg.

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

11

De Maas wordt geschikt gemaakt voor scheepvaart met grote schepen door meanders af te snijden. In de afgesneden Lus van Linne wordt gestart met de winning van zand en grind, waardoor de eerste diepe plassen ontstaan: de Maasplassen. Hierna ontstaan op diverse plekken langs de Maas ontgrindingen. Dit grind werd met name toegepast in de wegenbouw en productie van beton. Tussen 1960 en 1970 is de winning van zand en grind in volle gang. Het oppervlak Maasplassen neemt gestaag toe. Daarnaast valt op dat de aanleg van het kanaal is gestart ter hoogte van Beegden. Ten noorden van Roermond wordt de aanleg van de Willem Alexanderhaven zichtbaar. In 1980 is de aanleg van het Lateraalkanaal Linne-Buggenum afgerond. Inmiddels zijn de Maasplassen tussen het Lateraalkanaal en de Maas uitgegroeid tot een enorme oppervlakte, waaronder de Oolderplas die rond 1980 in korte tijd is ontstaan. Hiervoor wordt de dijk verlegd richting bebouwd gebied. Net als de Maasplassen neemt ook de omvang van het stedelijk gebied en de omliggende dorpen toe. De laatste overblijfselen van heide ten oosten van Roermond worden bebouwd met industrie. In 1990 komen de ontgrindingen langzaam tot een einde. Er zijn nog kleine ontwikkelingen zichtbaar bij de Spoorplas en de Gerelingsplas, de twee zuidelijkste plassen van Roermond.

Rond 2000 bestaat bijna het gehele oppervlak tussen het Lateraalkanaal en de grenzen van het stedelijk gebied uit water. De resterende stukken land worden verder ingevuld met bebouwing. Roermond breidt zich uit tot aan de N271, Rijksweg en het water van de Maas en de Maasplassen. Daarnaast zien we voorzichtige kaders ontstaan voor de toekomstige ontwikkeling van de A73, parallel aan de Rijksweg en randweg rondom Roermond in het oosten. De A73 wordt relatief laat voltooid, pas in 2008 wordt deze opengesteld.

Kaart uit 1960

Kaart uit 2000

12

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

2.3 LAGENBENADERING Met behulp van de lagenbenadering is een analyse van het gebied gemaakt om inzicht te krijgen in de ruimtelijke en functionele structuren. De analyse wordt in dit hoofdstuk verwerkt in diverse kaarten. In dit hoofdstuk is een beknopte versie van de lagenbenadering opgenomen. De volledige analyse is te vinden in bijlage 2. De lagenbenadering gaat uit van drie lagen: - Occupatielaag: - Netwerklaag: - Ondergrond:

ruimtegebruik voor wonen, werken, landbouw en recreatie alle aanwezige boven- en ondergrondse netwerken infrastructuur, aangevuld met de groene en blauwe netwerken (water en natuur) bodemtypologie, geomorfologie en watersysteem met daarmee samenhangende natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarde.

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

13

Geomorfologische kaart

Hoogtekaart

Natuurnetwerk Nederland

Groenblauwe mantel

14

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

2.3.1 ONDERGRONDLAAG Op de geomorfologische kaart en hoogtekaart is de basis van het landschap, het ontstaan door de Maas, goed zichtbaar. De Maas stroomde snel en voerde daardoor veel zand en grind mee en vulde daarmee het eigen rivierdal op, dat hierdoor breed en relatief vlak werd. Later kreeg de Maas een meanderend karakter. Het is daarom niet geheel toevallig dat de Maasplassen in dit brede rivierdal liggen. Het omliggende landschap van Roermond is naast het rivierdal van de Maas, ontstaan rond de beekdalen van de Roer en Maasnielderbeek.

2.3.2 NETWERKLAAG De netwerklaag bestaat uit de structuren die zichtbaar en van invloed zijn op het landschap. Water speelt hierbij een grote rol in en rondom Roermond. Vrijwel de hele westelijke grens van het stedelijk gebied wordt gevormd door de Maasplassen en de Maas. Om de stad te beschermen tegen overstromingen liggen er dijken tussen het stedelijk gebied en de Maas en langs de Oolderplas. Naast het waternetwerk is het groene netwerk een belangrijke structuur. Het groene netwerk bestaat in de eerste plaats uit het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een groot deel van de niet-stedelijke Maasplassen binnen de gemeente Roermond valt hier onder. Naast het NNN maakt ook de Groenblauwe mantel deel uit van het groene netwerk. Het NNN is aangewezen door het Rijk en de Groenblauwe mantel door de provincie. Gezamenlijk bevatten ze nagenoeg het gehele plangebied en voor beide geldt dat deze zijn aangeduid ten behoeve van de bescherming en ontwikkeling van natuur. Ingrepen die plaatsvinden in NNN-gebieden of de Groenblauwe mantel dienen gecompenseerd te worden als de activiteit de natuur- en landschapswaarden aantast. Ook het mobiliteitsnetwerk maakt deel uit van de netwerklaag. De A2 en A73 zorgen voor een goede ontsluiting van de gemeente Roermond voor autoverkeer, aangevuld met diverse regionale wegen.

Directe afritten vanaf de snelwegen en regionale wegen richting de Maasplassen ontbreken. Via lokale wegen zijn de niet-stedelijke Maasplassen vervolgens te bereiken. Het OV-netwerk in en rondom Roermond bestaat uit een treinstation in het centrum en veel bushaltes, waarmee de dorpen en de verschillende wijken van de stad goed bereikbaar zijn. De niet-stedelijke Maasplassen zijn minder goed bereikbaar per OV, aangezien de haltes voornamelijk in het bebouwd gebied liggen. In Asselt ontbreekt een bushalte zelfs helemaal. Om dichtbij het water te komen moet het laatste deel vaak te voet worden afgelegd. Tenslotte ligt in het gebied een uitgebreid netwerk aan fiets- en wandelverbindingen. Toch is vanaf deze routes de bereikbaarheid en de beleefbaarheid van het water beperkt.

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

15

2.3.3 OCCUPATIELAAG De occupatielaag heeft betrekking op het gebruik en de inrichting van het gebied door menselijk handelen. De belangrijkste veranderingen zijn al beschreven in de paragraaf waarin nader wordt ingegaan op de historie van het gebied en waarin met name de sterke groei van het stedelijk gebied opvalt. Aan de Oolderplas grenst het stedelijk gebied van Roermond, opgedeeld in de kernen Herten, Merum en Ool. Deze kernen zijn door de uitbreiding van Roermond aan elkaar gegroeid, maar kennen een eigen identiteit. De voorzijden van de twee linten die Ool vormen zijn op het water gericht, aan de noordzijde naar de Maas en aan de zuidzijde naar de Oolderplas. Na de aanleg van de dijk gaat Ool echter grotendeels schuil achter de dijk. De oude kern van Herten ligt wat meer op afstand en grenst meer aan de stedelijke Maasplassen. Tussen Herten en de Oolderplas is Oolderveste gebouwd. Deze nieuwe wijk is ontwikkeld vanaf circa 2005. Op dit moment worden de laatste woningen gebouwd, waaronder de torentjes op de plek van de voormalige Drusushoeve. Merum tenslotte grenst aan de zuidzijde van de Oolderplas aan het water. Ook Merum bestaat uit enkele linten. De relatie met het water is minder duidelijk dan in het geval van Ool.

Occupatiekaart

Het dorpje Asselt is de naamgever voor de Asseltse Plassen en grenst aan de oostzijde van het water. In Asselt heeft geen grootschalige nieuwbouw plaatsgevonden, waardoor het dorp een groot deel van zijn oorspronkelijke karakter heeft behouden. Voor de hele kern Asselt geldt dan ook dat dit een beschermd dorpsgezicht is. Bij eventuele toekomstige maatregelen zal hier rekening mee moeten worden gehouden. Ten aanzien van de verschillende functies rond de niet-stedelijke Maasplassen zijn een aantal zaken van belang. In de eerste plaats liggen hier een aantal horecagelegenheden. Zo ligt Beachclub Oolderhof aan de Oolderplas in het noorden op de grens van Ool. Frends Beach Club ligt aan de zuidkant van de Oolderplas ter hoogte van Merum. In het zuiden bij de Lus van Linne ligt Brasserie LUS en in Asselt tenslotte liggen de restaurants Maaszicht en De Boei. Aan de oevers van de niet-stedelijke Maasplassen liggen geen openbare zwemplekken. Daarvoor moet uitgeweken worden naar de stedelijke Maasplassen, waar deze voorzieningen wel aanwezig zijn. Ook havens en aanlegsteigers vinden we hoofdzakelijk bij de stedelijke Maasplassen. De Asseltse Plassen hebben wel een haven. Zoals aangegeven in paragraaf 2.2.3 is de bereikbaarheid per auto matig. Het is niet goed mogelijk om dichtbij het water te komen en openbare parkeervoorzieningen dichtbij het water zijn maar beperkt aanwezig.

Voor meer intensieve vormen van recreatie áán het water kan de recreant in de huidige situatie dan ook met name terecht bij de stedelijke Maasplassen. De conclusie die getrokken kan worden is dat de niet-stedelijke Maasplassen met name gericht zijn op natuur en minder op recreatie en beleving van het water. Recreatie vindt hier dan ook met name op het water plaats en niet aan de kant.

16

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

2.4 BESTAANDE BELEIDSKADER Hieronder wordt het relevante beleid voor het gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030 meegenomen. Het gaat hierbij om zowel gemeentelijk, provinciaal als landelijk beleid. Een gedeelte van het beleid is reeds besproken in paragraaf 2.2.3 (NatuurNetwerk Nederland en Groenblauwe mantel) omdat dit betrekking heeft op het groene netwerk. Onderstaande stukken zijn meegenomen in dit beleidskader: - Naar een toekomstbestendig rivierengebied – Ontwerp Programma Integraal Riviermanagement - Langetermijnvisie langzaamverkeer N280 Roermond-Leudal - Uitvoeringsplan Integrale Veiligheid 2024 - Presentatie college verbindingen over de Maas m.b.t. verkeersveiligheid langzaamverkeer - Projectplan veilige Maasplassen Roermond - Trajectaanpak Roermond en omgeving – Waterschap Limburg - Omgevingsvisie Roermond - Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen 2030 - Ontwikkelingskader Stedelijke Maasplassen - Beleidsregels Grote Rivieren - Principe ‘Water en Bodem sturend’ Een belangrijk beleidsstuk is de Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen 2030. Deze vormt het vertrekpunt voor het gebiedsprofiel. In deze visie wordt in de eerste plaats op hoofdlijnen een beeld geschetst voor de toekomstige ontwikkeling van de Maasplassen.

De kracht van de visie is daarbij gelegen in de ontwikkeling van een samenhangende visie voor het hele Maasplassengebied, zodat ontwikkelingen met meer onderlinge samenhang tot stand kunnen worden gebracht. In het tweede deel wordt vervolgens per gemeente nader ingegaan op de ontwikkelingsmogelijkheden en maatregelen, die specifiek voor de Maasplassen in de betreffende gemeente gelden. Het gebiedsprofiel fungeert als herijking, aanvulling en verdieping van Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen.

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

17

Hieronder is vervolgens per thema opgenomen wat in de verschillende beleidsstukken wordt genoemd en waarmee rekening dient te worden gehouden in het gebiedsprofiel of bij het uitvoeringprogramma. Een deel van het vigerend beleid is kaderstellend. Dit zijn met name de Beleidsregels Grote Rivieren, Bodem en Water Sturend en het natuurbeleid van de provincie, dat is genoemd bij het groene netwerk in paragraaf 2.3.2. Ontsluiting In verschillende beleidsstukken wordt opgemerkt dat de ontsluiting van het gebied onvoldoende is. Er zijn bijvoorbeeld nauwelijks mogelijkheden om over te steken van de ene zijde van het Maasplassengebied naar de andere zijde en het wandel- en fietsroutenetwerk vertoont grote gaten. Daarnaast wordt geconstateerd dat ook de bereikbaarheid voor autoverkeer te wensen overlaat. Dit hangt direct samen met goede parkeermogelijkheden, waaraan het op dit moment ontbreekt. Ook op de verbinding van de stad met de Maasplassen kan meer worden ingezet. Er is nu geen doorgaande wandel- en fietsverbinding tussen beide gebieden. Natuur In de Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen 2030 is aangegeven welke doelstellingen er liggen voor het Maasplassengebied. Voor de niet-stedelijke Maasplassen in Roermond is een van die doelen de ontwikkeling van natuur en aandacht voor waterveiligheid.

Zo wordt in het gebied tussen de Maas en de Oolderplas gestreefd naar ontwikkeling van kronkelwaarden en weerdverlaging. Dit geldt ook voor het gebied direct langs de Maas ter hoogte van de Asseltse Plassen. Het overgrote deel van het wateroppervlak van de plassen in de Lus van Linne, de Asseltse Plassen en de rand tussen de Oolderplas en de Maas wordt aangegeven als ecologisch water. Slechts kleine delen van de plassen krijgen de aanduiding open water, waar meer ruimte is voor recreatie. De bestaande natuur is conform de Omgevingsverordening Limburg aangewezen als Groenblauwe mantel (voorheen ‘Zilvergroene natuur’). Uitzondering hierop is de oostelijke rand van de Oolderplas, die geen natuurgerelateerde aanduiding heeft. Hier ligt de rand van de uitbreidingswijk Oolderveste met ten noorden en ten zuiden een recreatieoever. Water en bodem sturend Voldoende en schoon water en een gezonde bodem zijn van groot belang voor iedereen. Daarom heeft de ministerraad in november 2022 besloten dat water en bodem sturend moeten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land. Tussen gebieden zitten veel verschillen en daarom is de aanpak gebiedsgericht.

Voorbeelden zijn: aanleggen van meer zoetwatervoorraden (langer vasthouden van water), niet meer bouwen op plaatsen die nodig zijn voor bergen en afvoeren van water in tijden van hoog water, minder verharding toepassen, zodat water kan infiltreren in de bodem, verhogen van het grondwaterpeil zodat er voldoende water is in tijden van droogte, zuiniger omgaan met water en minder drinkwater gebruiken. Het principe water en bodem sturend is kaderstellend bij keuzes die gemaakt moeten worden bij nieuwe ontwikkelingen.

18

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

Ook de Beleidsregels Grote Rivieren is kaderstellend voor de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden in het rivierbed. Hierin wordt aangegeven dat de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed van de grote rivieren behouden moet blijven. Ontwikkelingen die rivierverruiming door verbreding en verlaging onmogelijk maken worden hierin feitelijk uitgesloten. Concreet betekent dit dat permanente bebouwing of aanleg van landschapselementen niet mogelijk is, tenzij hier waterverlagende maatregelen tegenover staan. Recreatie De Maasplassen hebben een sterk profiel als samenhangend watersportgebied. Samen met de binnenstad en het Designer Outlet heeft Roermond hiermee een grote aantrekkingskracht op zowel inwoners als bezoekers. Het ontbreekt echter nog aan kruisbestuiving tussen deze drie. Met name de stedelijke Maasplassen zijn in de Intergemeentelijke Structuurvisie 2030 aangegeven als recreatieve plassen. De Oolderplas vormt een overgangsgebied tussen natuurlijke plassen en recreatievere functies. Beleidsregels Grote Rivieren (Sociale) veiligheid en leefbaarheid Roermond heeft een hoge ambitie om een veilige, weerbare, leefbare en aantrekkelijke stad te zijn voor iedereen, behalve criminelen. Veiligheid en leefbaarheid op en rond de Maasplassen is daarbij een aandachtspunt.

Daarbij is niet alleen inzet van politie van belang, maar ook de betrokkenen in het gebied (perceeleigenaren, ondernemers, watersporters en inwoners). In dit kader loopt in het gebied ook het project Schoon Heel Veilig en is door Stichting Limburgs Landschap een BOA in dienst genomen die controles op het water uitvoert.

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

19

Ringen van Invloed met de stakeholders

20

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

3 PARTICIPATIEPROCES 3.1 STAKEHOLDERSANALYSE De gemeente Roermond vindt het belangrijk dat het gebiedsprofiel voor de niet-stedelijke Maasplassen samen met omwonenden, ondernemers, overige gebruikers, terreinbeheerders, eigenaren etc. wordt opgesteld. Middels een stakeholdersanalyse is, voorafgaand aan het participatieproces, in kaart gebracht wie de stakeholders zijn en op welk participatieniveau ze worden betrokken. De stakeholders hebben verschillende belangen en een verschillende mate van invloed op het project. Om dit duidelijk te maken zijn de stakeholders ingedeeld in verschillende categorieën. We hanteren hierbij onderstaande categorieën: Beslissers - Dit zijn personen of partijen die bevoegd zijn om besluiten te nemen. Beïnvloeders - Zij oefenen invloed uit en kunnen indirect effect hebben op het verloop van het project. Toeleveranciers of uitvoerders - Zij zijn nodig voor het slagen of uitvoeren van het project door kennis, mankracht, of middelen te leveren. Gebruikers of afnemers - Zij voelen de impact van het uitgevoerde project of ondervinden de gevolgen ervan. Vervolgens zijn deze stakeholders ingedeeld op een participatieniveau.

Hiervoor zijn de volgende niveaus gehanteerd: Meebepalen - Dit gaat over de actoren die vanuit hun formele rol (‘bevoegd gezag’) besliskracht hebben of doorslaggevende invloed hebben op een project of in de uitvoering Meewerken - Dit zijn de actoren die daadwerkelijk mee zullen werken aan het project Meedenken - Dit zijn de actoren waarvan het projectteam een bepaalde inhoudelijke inbreng wil krijgen Meeweten - De actoren in deze cirkel spelen geen actieve rol in het project, maar moeten wel op de hoogte gehouden worden. De combinatie van de categorie en het niveau bepaalt op welke wijze de betreffende stakeholder betrokken wordt en wat de mate van participatie is. Dit is tevens de basis voor de gemeente Roermond voor de communicatie met de stakeholder, bijvoorbeeld alleen informeren óf een gesprek waarbij belangen van beide partijen worden afgewogen. Er is dan ook niet met alle stakeholders gesproken. Wel heeft iedereen de kans gehad om input te leveren via de informatieavonden en de digitale enquête. Op basis van de verschillende belangen, wensen en ideeën zijn vervolgens weloverwogen keuzes gemaakt. De stakeholders zijn in hiernaast weergegeven afbeelding ingedeeld in de ringen van invloed (niveau van participatie).

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

21

3.2 PROCES Voor het opstellen van dit gebiedsprofiel is een uitgebreid participatieproces doorlopen. Tijdens dit proces zijn de omgeving en betrokken partijen op diverse manieren om hun mening gevraagd. Stap 1: Maptionnaire Via het platform Maptionnaire is een digitale enquête gehouden. Aan de hand van vragen hebben de betrokkenen hun mening gegeven over het gebied. Doordat de enquête is gehouden via Maptionnaire hadden respondenten de mogelijkheid om ook de specifieke de locatie aan te geven van knelpunten of juist van kansen of sterke punten. In totaal hebben 242 respondenten de enquête ingevuld, waarvan het merendeel betrekking had op de Oolderplas. Stap 2: Gesprekken ondernemers en stakeholders Tijdens het participatieproces zijn gesprekken gevoerd met een deel van de stakeholders uit het gebied, waaronder de ondernemers. Hen is gevraagd welke zaken ze belangrijk vinden en waarvoor extra aandacht nodig is bij het opstellen van het gebiedsprofiel. Het gaat dan bijvoorbeeld over eventuele zorgen die ze zich maken en of er plannen of wensen zijn voor de toekomst waar rekening mee gehouden zou moeten worden. Stap 3: Informatieavonden Eind augustus is een tweetal bewonersavonden georganiseerd om informatie op te halen. Eén avond had betrekking op de Oolderplas en omliggende plassen. Deze is gehouden in Ool.

De opkomst was groot: ruim 200 omwonenden kwamen meeluisteren en hun mening geven. De tweede avond vond plaats in Swalmen en stond de Asseltse Plas centraal. Ook voor deze avond was er een prima opkomst: ongeveer 50 personen namen deel aan de avond. Tijdens de bijeenkomsten werden de aanwezigen uitgenodigd om zich uit te spreken over vier thema’s, verdeeld over vier tafels: Natuur & water, Recreatie, Leefbaarheid & gezondheid en Inrichting van het gebied. Zo konden mensen gericht reageren op de onderwerpen binnen hun interesse. Tijdens de avond kregen de aanwezigen een flyer mee met daarop de QR-code en paginalink van de Maptionnaire-enquête, zodat zij ook op deze manier hun mening konden delen.

Ringen van Invloed met de stakeholders

22

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

Stap 4: Raadsinformatie Na de bewonersavond is er een themabijeenkomst voor commissie- en raadsleden georganiseerd. De raadsen commissieleden zijn tijdens deze avond geïnformeerd over de stand van zaken. Dit werd gedaan met een aantal stellingen waarop door de raad gereageerd kon worden, teneinde de belangrijkste discussies te kunnen voeren. De uitkomsten hiervan kwamen sterk overeen met de uitkomsten van de bewonersavonden. Stap 5 en 6: Youmee en Op bezoek in het gebied Om gericht op zoek te gaan naar de mening van jongeren is een bezoek gebracht aan het gebied. Begin september zijn jongeren opgezocht die op dat moment verbleven in het gebied en is hen gevraagd wat zij waardevol vinden en waar ze mogelijke verbetering of kansen zien. Dit bezoek is gecombineerd met een Youmee-vragenlijst, gericht op jongeren. Aan de hand van beknopte stellingen in een digitale vragenlijst zijn de jongeren op een laagdrempelige manier bevraagd. De Youmee is daarnaast ook gepromoot via lokale verenigingen zoals de scouting en voetbalvereniging. In totaal hebben 45 jongeren (tot 30 jaar) de Youmeevragenlijst ingevuld. Stap 6: Behoefteanalyse De verzamelde informatie wordt tijdens het participatieproces bijgehouden in het Verantwoordingsdocument.

Dit document bevat een samenvatting van de behoefteanalyse, waarbij duidelijk wordt welke wensen, eisen, aandachtspunten en zorgen elke stakeholdergroep (ondernemers, bewoners, overige) heeft. Vanuit de behoefteanalyse is zorgvuldig overwogen welke punten wel en niet worden opgenomen in het gebiedsprofiel. Dit document dient als interne verantwoording en vormt de basis voor stap 8: het terugkoppelmoment. Stap 7: Expertmeeting Tijdens een overleg met de specialisten van de gemeente (waaronder handhaving, stedenbouw, milieu, etc.) is de eerste opzet van het gebiedsprofiel gepresenteerd. Hieruit zijn verschillende inhoudelijke aanscherpingen naar voren gekomen, die verwerkt zijn in de opzet van deze rapportage. Stap 8: Terugkoppelmoment De voorgaande stappen in het proces hadden tot doel zoveel mogelijk meningen en input te verzamelen voor het Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030. De hoofdlijnen hieruit zijn meegenomen in het gebiedsprofiel. Tijdens het terugkoppelmoment op 5 november 2024 is het gebiedsprofiel gepresenteerd aan de omwonenden, ondernemers en andere stakeholders. De aanwezigen kregen tijdens dit moment de mogelijkheid om te reageren op het gebiedsprofiel. Tijdens de bijeenkomst is nogmaals door de bewoners uitgesproken dat veel waarde wordt gehecht aan het oplossen van de bestaande problematiek.

Met name de parkeeroverlast is voor de bewoners een belangrijke bron van ergernis. Ontwikkelingen die een verkeersaantrekkende werking hebben zijn dan ook vooralsnog ongewenst. Dit sluit aan bij de intenties waarmee het gebiedsprofiel is opgesteld.

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

23

3.3 SAMENVATTING RESULTATEN PARTICIPATIEPROCES Tijdens het participatieproces is op diverse manieren informatie opgehaald. De informatie is geordend aan de hand van de vier thema’s die ook tijdens de Maasplassencafés (informatie-avonden) zijn gebruikt en ook uit de enquêtes zijn te herleiden. Onderstaand volgt een samenvatting van de rode draad uit het participatieproces per thema. Daarnaast is de input van de jongeren enquête samengevat in een aparte paragraaf. Natuur en water Behoud van de natuur werd het meest genoemd bij dit thema. Dit geldt zowel voor de Oolderplas en omgeving als voor de Asseltse Plassen. Een suggestie die hiervoor werd gedaan is om natuurgebieden ontoegankelijk te maken tussen zonsondergang en -opgang en hierop ook te handhaven. In principe is dit nu ook al het geval, maar het voorstel behelst ook de plassen, terwijl daar op dit moment nog overnacht mag worden. Ten aanzien van het beheer van de natuur geeft men aan dat ze de grote grazers in het gebied (Gallowayrunderen en Konikpaarden) passend vinden. Daarnaast wordt een aantal keer genoemd dat de hoogwaterveiligheid en waterkwaliteit niet vergeten mag worden. Natuureducatie wordt ook een aantal keer aangegeven als mogelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld in de vorm van een natuurleerpad of door borden met uitleg over flora en fauna.

Rondom de Asseltse Plassen wordt aangegeven ook omliggende natuur te willen behouden, zoals de Stadsweide, en deze ook beter beleefbaar en toegankelijk te maken voor fietsers. Voor wandelaars is dit nu al het geval. De Spoorplas en Gerelingsplas worden genoemd als potentiële natuurgebieden, nadat de ontgrondingen zijn afgerond. Bij de Oolderplas is het verplaatsen van de invaart van de plas ter sprake gekomen om zowel de doorstroming als de veiligheid op het water te verbeteren. De invaart zou in dit geval stroomafwaarts verplaatst kunnen worden naar de noordkant van de Oolderplas. Recreatie Ten aanzien van het thema Recreatie wordt door het merendeel van de stakeholders aangegeven dat er geen behoefte is aan nog meer (commerciële) recreatie. Hiermee wordt bijvoorbeeld bootverhuur, horeca en verblijfsrecreatie als campings en B & B’s bedoeld. Men waardeert het gebied zoals het op dit moment is. Wel wordt aangegeven dat het gebied hier en daar wat toegankelijker mag worden voor extensieve vormen van recreatie, zoals het maken van een ommetje. Ook de mogelijkheid om te zwemmen in de plassen wil men behouden, het liefst eenvoudig vanaf de oevers die daarvoor genoeg begaanbaar zijn. Op en rondom de Asseltse Plassen zien de mensen voornamelijk kleinschalige recreatie voor zich, zoals stille vaart (kanoën, suppen, zeilen, stille motorbootjes) en zwemmen.

Daarnaast wordt een aantal keer de behoefte aan openbare voorzieningen uitgesproken zoals toiletten, omkleedruimtes of douches, voornamelijk bedoeld voor watersporters en vissers. Ook is er gesproken over de huidige private, maar toegankelijke boothelling, die nu regelmatig overbelast is op drukke dagen. Hierbij wordt aangegeven behoefte te hebben aan een extra, openbare boothelling om de drukte te kunnen reguleren op warme zomerdagen. Daarnaast wordt meermaals genoemd dat men de ontwikkeling van een nieuwe jachthaven niet ziet zitten. Bij de Oolderplas en omgeving speelt waterrecreatie een grotere rol. Hier komen veel gebruikers samen, voornamelijk op het water. Door de ligging is de wind op de Oolderplas gunstig en is de plas aantrekkelijk voor windsurfers en zeilers. Tegelijkertijd maken ook motorbootjes, kanoërs, suppers en zwemmers gebruik van de plas en ook jetski’s varen soms de plas op zonder zich aan de toegestane snelheid te houden. Deze verschillende snelheden kunnen nogal eens zorgen voor gevaarlijke situaties. Dit wordt door veel

24

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

mensen genoemd als aandachtspunt en er wordt opgeroepen tot meer handhaving. Daarnaast wordt aangegeven dat de aanlegsteigers met toegang tot het land (met uitzondering van de steigers grenzend aan recreatiegebied) overlast geven, omdat men hier vaak langer blijft liggen en overnachten dan toegestaan volgens de APV (3 keer 24 uur). Hierop is moeilijk te handhaven als mensen telkens hun boot een klein stukje verplaatsen. Vervolgens veroorzaken deze bootjes vaak geluidsoverlast en zorgen voor zwerfafval. Tenslotte zien mensen een kans voor de ontwikkeling van een officiële zwemplek in het noorden van de Oolderplas, aansluitend aan de rotonde. Het gebruik is daarbij met name bedoeld voor de omwonenden. Leefbaarheid & gezondheid Veelgehoord is dat bewoners zich zorgen maken over toenemende (verkeers-)drukte door dagjesmensen en toerisme. Ze pleiten voor behoud van een prettige leefomgeving en een goede leefbaarheid. Zo wordt tijdens drukke periodes meermaals overlast ondervonden van verkeersdrukte op de toegangswegen naar de plassen. Daarnaast ook door auto’s die geparkeerd staan in de bermen die voor onveilige situaties en een rommelige aanblik zorgen. Betrokkenen zijn van mening dat dit probleem eerst moet worden onderzocht, voordat er gesproken kan worden over nieuwe ontwikkelingen in het gebied. Dit betreft met name het gebied rondom de Oolderplas.

Daarnaast wordt er overlast ondervonden door zwerfafval, geluid en ongewenste activiteiten. De (sociale) veiligheid bij de niet-stedelijke Maasplassen is een opgave. Een specifiek aandachtspunt hierbij is de situatie rondom Oolergreend (voorheen Isabellagreend). Hier zit een naturistenterrein, maar daarnaast wordt deze zone veel gebruikt als mannenontmoetingsplaats wat veel overlast met zich meebrengt. Daarnaast gaat dit ten koste van het imago rondom naturisme. Men roept dan ook nadrukkelijk op tot meer handhaving en/ of betere regelgeving. Inrichting van het gebied Binnen dit thema is de toenemende verkeersdrukte en de daarbij komende overlast een belangrijk onderwerp. Mensen ervaren overlast door auto’s die te hard rijden, maar ook door onveilige situaties tussen fietsers en voetgangers op dezelfde smalle paden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over het pad over de dijk in Ool. Er wordt opgeroepen om veilige, zo mogelijk gescheiden, fiets- en wandelpaden te realiseren. Ook overlast door parkeren wordt vaak genoemd. De leegstaande parkeerplaats van Oolderhof wordt daarbij vaak aangedragen als mogelijke oplossing. Het stimuleren van mensen om op de fiets of te voet naar het gebied te komen zou eveneens kunnen helpen, mits er voldoende fietsenstallingen beschikbaar zijn. Om zwerfvuil tegen te gaan wordt verzocht meer prullenbakken te plaatsen.

Aandachtspunten daarbij zijn: een geschikte locatie en voldoende capaciteit om deze ook te legen. Andere onderwerpen die genoemd worden zijn de wens om meer watertappunten in het gebied te plaatsen en aandacht voor het beschermd dorpsgezicht van Asselt. Asselt moet behouden worden zoals het nu is met de daarbij horende waardevolle (cultuur)historische elementen zoals de kerk en het museum.

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

25

Youmee jongeren enquête De jongeren waarmee is gesproken komen graag naar het gebied. Hier genieten ze van de natuur, zwemmen ze, doen ze aan verschillende watersporten of houden een picknick met vrienden aan het water. De jongeren vinden natuurbehoud erg belangrijk, ook als dit ten koste gaat van nieuwe recreatieve voorzieningen of woningbouw. Ze zijn grotendeels tevreden met het huidige gebied. Natuurbeleving is voor hen van belang. Ze vinden het belangrijk om dichtbij het water te kunnen komen en daar voldoende plekken te hebben om aan het water om te ontspannen. Ze zouden daarnaast graag een gratis zwemplek hebben, met bijvoorbeeld een vlot op het water. In het algemeen moeten er genoeg voorzieningen aanwezig zijn zoals bankjes en prullenbakken om zwerfafval tegen te gaan. Grote uitbreidingen van horecagelegenheden vinden ze niet nodig, maar een enkele kleine gelegenheid of een foodtruck zou kunnen. Ook het aanbod van recreatieve (water)activiteiten vinden ze voldoende. Flyer Youmee jongeren enquête Op het gebied van verkeer en verkeersveiligheid benoemen ook de jongeren de onveilige situaties als gevolg van verkeersdrukte en constateren ze de problemen met parkeren. Meer parkeerplekken, betaald parkeren of een parkeerverbod worden genoemd als mogelijke oplossingen. Ook meer fietsparkeerplaatsen en meer handhaving worden genoemd.

Tenslotte geven de jongeren aan dat mogelijkheden voor een rondje (hard)lopen in het gebied nu ontbreken, dus ook onder hen is er behoefte aan betere wandelverbindingen.

Gesprekken met stakeholders Er zijn gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders. Hieronder is kort samengevat welke wensen en aandachtspunten naar voren zijn gekomen. Allereerst zien ook de stakeholders de waarde van de niet-stedelijke Maasplassen in. Bijzondere plekken, zoals het dorpsgezicht van Asselt, moeten worden beschermd en behouden. Ze pleiten daarbij voor behoud van de natuur en het stimuleren van natuurbeleving. De Spoorplas en Gerelingsplas zullen na de grindwinning ingericht worden als natuurgebied, waarbij ruimte zal zijn voor natuurbeleving, bijvoorbeeld in de vorm van een uitkijktoren. Een goede balans tussen natuur en recreatie is daarbij belangrijk. Het beperken van de toegang tot het gebied tussen zonsondergang en zonsopkomst zou daarbij veel kunnen helpen om geluidsoverlast en zwerfafval tegen te gaan. Daarnaast kunnen openbare voorzieningen zoals toiletten eveneens helpen om overlast tegen te gaan. NFN geeft aan dat ongewenste praktijken (openbare seks) bij het naturistenterrein bij Oolergreend (voorheen Isabellagreend) niet worden veroorzaakt door de naturisten zelf. Wel dient hiervoor een oplossing komen, bijvoorbeeld door betere handhaving en controle, of aanwijzing van een gebied waar cruisen (ontmoeten mannen) is toegestaan op een plek waar dat geen hinder veroorzaakt.

De verkeersveiligheid en de parkeerproblematiek wordt ook door de stakeholders benoemd als opgave. Er wordt op dit moment veel overlast ervaren door auto’s, die geparkeerd worden in bermen. Oplossingen die hiervoor worden aangedragen zijn het beter inrichten en benutten van bestaande parkeerterreinen, het instellen van betaald parkeren en/of parkeren voor vergunninghouders in de rest van het gebied.

26

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

Verbetering van wandel- en fietsverbindingen wordt eveneens benoemd door stakeholders. Bijvoorbeeld een extra verbinding via Stadsweide richting Roermond of het maken van een belevingsroute voor fietsers langs de diverse horecagelegenheden rondom de Oolderplas en Lus van Linne. Voor het ontwikkelen van deze verbindingen kan gekeken worden naar meekoppelkansen, bijvoorbeeld wanneer waterkeringen moeten worden aangepakt. Hoogwaterveiligheid zal immers altijd een rol blijven spelen in dit gebied. Verder geven ondernemers aan hun bedrijf te willen verbeteren en ontwikkelen, maar door beperkingen vanuit regelgeving (bijvoorbeeld vanwege hoogwaterbescherming) is dit niet altijd mogelijk. Bij Asselt is er veel verzet tegen de mogelijke komst van de jachthaven. Hiervoor worden meerdere redenen geven, zoals de grootschaligheid, de impact op de natuur en het ruimtelijk karakter en de mogelijke toename van de drukte door bootverkeer. Verder wordt de ergernis over jetski’s en zwaar gemotoriseerde boten die te hard varen genoemd. De stakeholders benoemen daarnaast dat het belangrijk is dat het water op meerdere plekken toegankelijk is. Bij Asselt is de huidige boothelling (in eigendom van de camping) erg druk en geeft men aan behoefte te hebben aan een tweede boothelling, speciaal voor de kleine watersporters (kanoërs, suppers, opblaasbare bootjes).

Bij de Oolderplas wordt gesproken over het ontwikkelen van een dagstrand. Hierbij moet rekening gehouden worden met eisen aan de waterkwaliteit. Bij niet-officiële zwemplekken is dit de verantwoordelijkheid van de eigenaar. Zodra het echter een officiële zwemplek is valt dit onder verantwoordelijkheid van Waterschap Limburg. Woordenwolk met een greep uit de betrokken stakeholders

Conclusie Algemeen werd vooral benadrukt dat het verschil tussen de stedelijke en niet-stedelijke Maasplassen behouden moet blijven. Waarbij mensen de niet-stedelijke Maasplassen zien als een waardevol gebied voor de natuur met ruimte voor kleinschalige en extensieve recreatie. Behoud van de aanwezige natuurwaarden is een belangrijk uitgangspunt, al is het alleen al omwille van de hoogwaterbeschermingsfunctie. Mensen beschouwen het gebied als uitloopgebied van de woonwijk, dat toegankelijk moet blijven voor iedereen, goed gereguleerd en met zo min mogelijk overlast. Overlast in de vorm van verkeersonveiligheid en parkeren vormt een belangrijk onderwerp, evenals overlast van zwerfvuil en geluid. Als een van de belangrijkste oplossingen kan een meer optimale inrichting van de openbare ruimte en extra bebordingen worden onderzocht en wordt betere handhaving genoemd op de toegang tot het gebied tussen zonsondergang en zonsopkomst, voor zowel de plassen als het land. Versterking van de water-, wandel- en fietspadenstructuur kan eveneens bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van het gebied als geheel. Ten aanzien van de ondernemerskansen wordt primair de wens uitgesproken tot duurzame kwaliteitsverbetering van de bestaande bedrijfsvoeringen en in geringere mate het verkennen van een gunstigere locatie, differentiatie- of uitbreidingsmogelijkheden.

Velen zijn het erover eens dat een balans moet blijven tussen prettig wonen, natuur, recreëren en ondernemen. De ambitie voor de toekomst van het gebied kan dan ook samengevat worden met vastleggen van de functies en voorzieningen die al op de juiste plek liggen en het oplossen van de bestaande (verkeers en parkeer)problemen, zonder dat de druk op het gebied toeneemt.

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

27

Area X bij de stedelijke Maasplassen (bron: area-x.nl)

Windsurfcenter Roermond bij de Oolderplas (bron: oolderplas.nl)

28

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

4 GEBIEDSPROFIEL 4.1 INLEIDING De Maasplassen zijn ontstaan als gevolg van de ontgronding van het gebied in de afgelopen decennia. Dit heeft een bijzonder (water)recreatiegebied opgeleverd, dat tevens hoge natuurwaarden kent. Om zowel de natuurfunctie van het gebied als de recreatiefunctie van het gebied te kunnen faciliteren is het gebied globaal opgedeeld in delen waar recreatie de voorrang krijgt en delen waar de natuur prioriteit heeft. Kijkend naar de plassen binnen het grondgebied van de gemeente Roermond is dit onderscheid in de eerste plaats gemaakt door het benoemen van enerzijds de stedelijke Maasplassen, die dicht bij de stad liggen, en anderzijds de niet-stedelijke Maasplassen op wat grotere afstand van het centrum van Roermond, maar wel het uitloopgebied van de bewoners van Roermond vormt. De stedelijke Maasplassen hebben een duidelijke, primair recreatieve functie voor Roermond en daar buiten. Hier liggen functies als jachthavens, drijvende recreatiewoningen (Marina Oolderhuuske), horeca, zwemstrandjes en campings. De niet-stedelijke Maasplassen hebben daarentegen in de eerste plaats een functie voor de inwoners van Roermond en minder voor de regio, waarbij rekening gehouden moet worden met de directe gevolgen voor de aangrenzende bewoners.

Voorzieningen mogen niet leiden tot overmatige overlast voor de bewoners, zoals dit nu met name rond het thema parkeren (Ool) en verkeersveiligheid (Asselt) het geval is. De natuurfunctie met de bijbehorende rust en ruimte is belangrijk. Er is daarbij in deze visie onderscheid gemaakt tussen gebieden die uitsluitend bestemd zijn voor de natuur en die dan ook niet of slechts heel beperkt toegankelijk zijn en gebieden waar de natuur nog steeds de belangrijkste functie is, maar waar ook gebruik van gemaakt kan worden door recreanten in de vorm wandelen, fietsen, vissen, stille vaart (kanoën, roeien, suppen, zeilen), e.d. Hierop zijn uitzonderingen gemaakt waar de plassen grenzen aan bebouwd gebied en de recreatieve druk het hoogst is. Tegelijk is het gebied van groot belang in tijden van hoog water. Zodra het water stijgt loopt een groot deel van het gebied onder water. Hiermee wordt voorkomen dat verder benedenstrooms gelegen gebieden wateroverlast ervaren. Dit betekent dat bij alle ontwikkelingen in het gebied telkens gekeken moet worden of dit strookt met deze functie. In het gebied is daarom geen ruimte voor (permanente) bouwwerken of de ontwikkeling van bos. De functie van het gebied bij hoogwater leidt tevens tot extra meekoppelkansen. In de toekomst worden delen van de waterkeringen verhoogd.

Door mee te liften met deze ontwikkelingen kan werk met werk worden gemaakt of kan met geringe meerkosten een aanvullende functie worden gerealiseerd, zoals een fiets- of wandelpad of kan er ruimte ontstaan voor nieuwe natuur. In het vorige hoofdstuk is de input vanuit de informatieavonden, enquêtes en de gesprekken met stakeholders samengevat. De relevante input hiervan is verwerkt in de gebiedsprofielen per zone. Naast deze input is zoveel mogelijk aangesloten bij vigerend beleid ten aanzien van gebiedsoverstijgende zaken als vissen (Sportvisserij Nederland) en vaarsnelheid (Rijkswaterstaat). Daarnaast is aangesloten bij reeds verleende vergunningen.

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

29

ZONERINGENKAART ZONERINGEN ZONE 1: NATUUR ZONE 2: NATUURLIJK WATER ZONE 3: RECREATIEF MEDEGEBRUIK NATUUR ZONE 4: RECREATIEF MEDEGEBRUIK WATER ZONE 5: NATUURINCLUSIEF LANDGEBRUIK ZONE 6: (VAAR)WATER ZONE 7: MAAS ZONE 8: RECREATIEZONE ZONE 9: BEBOUWINGSRAND HERTEN ZONE 10: DORPSGEZICHT ASSELT AANDUIDINGEN SNELVAARTZONE NATUUROEVER TOEGANKELIJKE NATUUROEVER VISSEN NIET TOEGESTAAN (ARCERING) WATERKERING

m

30 60 90 120 150

30

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

4.2 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN IN HET GEBIEDSPROFIEL Het gebiedsprofiel van de niet-stedelijke Maasplassen bestaat uit zones waarin een aantal thema’s aan bod komen. Iedere zone heeft kenmerkende eigenschappen waarin bepaalde activiteiten of faciliteiten juist wel of niet zijn toegestaan. Op de kaart is een overzicht van deze zones te zien. De begrenzingen op de kaart zijn zoveel mogelijk op logische plekken gelegd, maar zijn niet bedoeld als absolute grenzen. Navolgend zijn de kenmerken en uitgangspunten per zone beschreven. Voor elke zone is naast een beschrijving tevens een tabel opgenomen. Hierin zijn allereerst de opgaven beschreven. Soms zijn dit opgaven die terug komen in hoofdstuk 5 als kansrijke ontwikkeling, soms zijn dit aandachtspunten waar rekening mee gehouden moet worden bij nieuwe ontwikkelingen of bij de aanpak van de geschetste problematiek. Daarnaast is een tabel opgenomen van voorstelbare activiteiten in de betreffende zone en de bijbehorende voorzieningen. Dit is geen uitputtende lijst, maar een weergave van voorstelbare mogelijkheden en onmogelijkheden, die aangeven welk type voorzieningen passend is. In de tabellen is aangegeven of deze bijdragen aan één van de thema’s: Natuur en water, Recreatie, Inrichting van het gebied en Leefbaarheid en gezondheid. De gebiedsprofielen moeten passen binnen algemene kaders waaraan ontwikkelingen moeten voldoen.

Deze algemene kaders worden gevormd door de richtlijnen rondom de bescherming tegen water (Hoogwater Beschermingsprogramma, HWBP), provinciaal beleid met betrekking tot natuur (Natuurbeleidsplan, Natura 2000) en de beleidslijn Water en Bodem Sturend. Op basis van deze beleidsstukken dienen bouwwerken bijvoorbeeld van tijdelijke aard te zijn of moeten ontwikkelingen rekening houden met het feit dat deze binnen het Natuurnetwerk Limburg liggen en dan ook natuur moeten blijven. In hoofdstuk 2, paragraaf 3 staat een korte samenvatting van de belangrijkste beleidsstukken, die als kader functioneren waarbinnen ontwikkelingen al dan niet mogelijk zijn.

4.3 GEBIEDSPROFIEL PER ZONE 4.3.1 ZONE 1: NATUUR In de zone Natuur liggen de gebieden waar de natuur de belangrijkste, zo mogelijk de enige functie is. Deze gebieden vormen de huidige of toekomstige rustgebieden voor allerlei kwetsbare soorten, waar verstoring door menselijke activiteiten dan ook niet gewenst is. Het betreft gebieden die ook nu al slecht of helemaal niet bereikbaar zijn. In deze gebieden mag de natuur ongestoord haar gang gaan, met uitzondering van incidenteel noodzakelijk ingrijpen. Bijvoorbeeld als de functie van het gebied voor de hoogwaterveiligheid in het geding is. Landschappelijk bestaat deze zone uit een licht geaccidenteerd terrein met wat hogere en drogere plekken en wat lagere nattere plekken, waardoor een afwisselend beeld ontstaat van natuurlijk grasland, moerassige laagtes, kleine bosjes, spontane opslag van enig struweel en hier en daar een enkele solitaire boom. Het beheer gebeurt zo veel mogelijk met grote grazers. Toegankelijkheid wordt bepaald door de terreinbeheerder. Voorzieningen zoals paden, bankjes, parkeerplaatsen en prullenbakken zijn er niet tot nauwelijks en worden ook niet wenselijk geacht in deze zone.

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

Gerelingsplas

31

OPGAVEN

Natuur en water

Recreatie

Inrichting gebied

Monitoring en eventuele sturing daar waar de doelen voor natuurbeheer en -ontwikkeling dit noodzakelijk maakt.

•

•

Nemen van maatregelen die tot doel hebben deze gebieden ontoegankelijk te maken of te houden.

•

•

Handhaven op overlast gevende activiteiten die niet thuishoren in deze zone, zoals wildkamperen, illegale visserij, drugshandel, kampvuurtjes, zwerfafval, betreding buiten toegestane periode.

ACTIVITEITEN

• Natuur en water

Beheer door grote grazers (Galowayrunderen, Konikpaarden)

Recreatie

• •

Struinen op momenten dat dit is toegestaan door de terreinbeherende instantie.

VOORZIENINGEN

Leefbaarheid en gezondheid

Natuur en water

Geen voorzieningen die bereikbaarheid van of bezoek aan deze gebieden vergemakkelijkt (geen aanlegplaatsen, wandelpaden, e.d.).

Recreatie

Inrichting gebied

Leefbaarheid en gezondheid

• •

32

Leefbaarheid en gezondheid

• •

•

Voorzieningen aan de rand, die de beleving van het gebied op afstand mogelijk maken, zoals een uitzichttoren of een vogelkijkwand.

Inrichting gebied

•

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

4.3.2 ZONE 2: NATUURLIJK WATER De zone Natuurlijk water is het equivalent van de zone natuur, maar dan op het water. Dit betekent dat de toegankelijkheid beperkt is en hiervoor geen voorzieningen aanwezig zijn (anders dan mogelijk noodzakelijk voor beheer of hulpdiensten). Toegang onder begeleiding door de terreinbeherende instantie, op momenten dat de verstoring het minst is, is hier mogelijk. Ook voor vissers zijn deze plassen niet toegankelijk. De wateren, die onder deze zonering vallen, zijn de Gerelingsplas en de Spoorplas. Deze plassen worden op dit moment nog ontgrind en zijn daarom ook nu al ontoegankelijk voor recreatie. In diverse beleidsstukken zijn deze plassen aangewezen als toekomstig natuurgebied. Hier sluiten we in deze visie bij aan. Het is voorstelbaar dat deze gebieden in de loop der tijd deels dichtslibben door sediment dat aangevoerd wordt tijdens perioden van hoog water. Dit zijn natuurlijke processen, die passen bij de betekenis van het gebied voor de natuur.

Lus van Linne (bron: kuyperskessel.nl)

OPGAVEN

Natuur en water

Inrichting van de Gerelingsplas en Spoorplas na ontgronding zodanig dat deze afgesloten zijn voor recreanten

ACTIVITEITEN

Recreatie

• Natuur en water

Excursies onder begeleiding van de terreinbeherende organisatie gedurende de periode van het jaar dat verstoring het minst is

Inrichting gebied

• Recreatie

Inrichting gebied

Leefbaarheid en gezondheid

Leefbaarheid en gezondheid

•

VOORZIENINGEN

Natuur en water

Recreatie

Inrichting gebied

Geen voorzieningen

•

•

•

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen 2030

Leefbaarheid en gezondheid

33

4.3.3 ZONE 3: RECREATIEF MEDEGEBRUIK NATUUR Rondom de niet-stedelijke Maasplassen is de hoofdfunctie natuur. Delen zijn echter ook nu al toegankelijk voor recreanten. Recreatief medegebruik is dan ook goed voorstelbaar in de gebieden die minder kwetsbaar zijn. Dit recreatief medegebruik bestaat uit het handhaven van bestaande wandelpaden en mogelijk toevoegen van een enkel wandel- of fietspad. Het gebruik van het gebied is met name bedoeld voor de lokale gebruiker en niet als trekker voor gebruikers van verder weg. Kortom geen groei van de recreatieve druk, maar behouden van de bestaande situatie. Dit betekent ook dat in deze gebieden ruimte is voor vissers en een eventuele niet gereguleerde Wandelpad bij de Asseltse Plassen (bron: kuyperskessel.nl) zwempartij. Voorzieningen in de vorm van vissteigers of een strandje worden in deze gebieden dan ook niet verder uitgebreid of toegevoegd (met uitzondering van oevers met recreatieve functie). In aanvulling op de wandel- en fietspaden is het plaatsen van een enkele bank op een goed gekozen plek, eventueel in combinatie met prullenbakken goed mogelijk. Hekwerken in het gebied dienen tot een minimum te worden beperkt. Op dit moment staan op sommige plekken verschillende hekken, waarbij de functie onduidelijk is. Rondje om Oolderplas Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar de Oolderplas.

Op dit moment is het niet mogelijk om een rondje om deze plas te lopen. Er is in een eerdere visies het idee genoemd van een brug om dit ommetje mogelijk te maken. Deze brug dient voldoende hoog te zijn om de toegankelijkheid van de Oolderplas te verzekeren voor zeilboten. Mocht ten behoeve van de doorstroming een tweede ingang worden gerealiseerd van de Oolderplas is het voorstelbaar dat de oversteek op deze plek plaatsvindt door middel van een trekpontje of een andere kleinschalige voorziening, die door de recreant bediend kan worden. Naturisten Een specifieke groep bezoekers van het gebied wordt gevormd door de naturisten die gebruik maken van het gebied rondom Oolergreend (voorheen Isabellagreend). Hoewel vanuit de bevolking is aangegeven dat deze locatie voor veel overlast zorgt, is opheffen of verplaatsen geen oplossing. De overlast die wordt ervaren hangt met name samen met activiteiten die door omwonenden worden gerelateerd aan het gebruik door naturisten, maar hier niet daadwerkelijk toe behoren. Het gaat hierbij met name om het gebruik van het gebied als mannenontmoetingsplaats. Waarschijnlijk heeft de overlast vooral te maken met de enigszins verscholen ligging en toch relatief goede bereikbaar per auto. Naturisten zijn in het algemeen begaan met hun omgeving en geven weinig overlast in de vorm van zwerfvuil of lawaai.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=9ebb3254-d5af-47c8-bafe-30258675aea5