CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: concept 'Sportaccommodatienota 2021-2025; Ruimte voor sport'

Commissie Burgers en Samenleving (BS) 19 januari 2021, gemeente RoermondBij agendapunt: Beleidsnota 'Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport'25.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Sportaccommodatiebeleid 2021 – 2025: Ruimte voor sport

Inhoudsopgave 1) Voorwoord..............................................................................................2 2) Begrippenlijst.........................................................................................3 3) Inspraakreacties en verwerking ...........................................................4 4) Samenvatting .........................................................................................5 5) De voorbeschouwing: Aanleiding, afbakening en werkwijze totstandkoming nota .................................................................................9 6) De warming up: Trends en ontwikkelingen, cijfers, integraal beleid en visie op gemeentelijke sportaccommodaties ..................................11 7) Onze spelers: vitaliteit Roermondse sportaanbieders.....................17 8) Het speelveld: Sportaccommodaties, een rondje langs de velden.19 9) Financiële vertaling .............................................................................34 10) De 12e man: bijlagen..........................................................................35

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

1

1) Voorwoord Het belang van sporten en bewegen in relatie tot een goede gezondheid is dit jaar, vanwege de Coronapandemie, nog sterker naar voren gekomen. Om te kunnen sporten en bewegen zijn daarvoor ook op behoefte en vraag afgestemde sportaccommodaties nodig. Deze sportaccommodatienota 2021-2025 geeft een beeld over die huidige en toekomstige behoefte aan sportaccommodaties inclusief de aanpassingen/renovaties die om kwaliteitsredenen nodig zijn. Het opstellen van deze nota is gerealiseerd in een tijd dat de wereld gebukt gaat onder de gevolgen van de Coronapandemie. Daar waar normaliter via diverse overleggen en meetings de afstemming zou hebben plaatsgevonden is er nu veel ‘digitaal werk’ geleverd. Ik ben verheugd over de deelname en betrokkenheid van de sportaanbieders in het tot stand komen van deze nota in deze ook voor hun zware tijden. Ook ben ik er verheugd over dat het, in het algemeen, goed gaat met de sportaanbieders in Roermond. Natuurlijk liggen er uitdagingen en zijn er zo nu en dan knelpunten, maar over het grotere geheel genomen mogen we ons trots rekenen op sterke en vitale sportaanbieders met een breed scala aan sportaanbod die daarnaast ook nadenken over hun toekomst. Deze sportaanbieders hebben daarbij recht op en behoefte aan sportaccommodaties van voldoende kwaliteit en omvang inclusief ondersteuning daar waar gewenst en nodig.

Graag zou ik ‘voldoende kwaliteit van de sportaccommodatie’ wijzigen in ‘uitstekende kwaliteit’ echter de realiteit is dat hiervoor de benodigde financiële armslag momenteel ontbreekt. Anderzijds zijn de meeste sportaccommodaties prima onderhouden met hier en daar de noodzaak tot verbetering. Daarna beschikt Roermond over sportaccommodaties die bijdragen aan de hoofddoelstelling van ons sport- en beweegbeleid, zijnde het streven naar een verhoging van het aantal sportende en bewegende burgers in Roermond. En dat is met de huidige Coronapandemie, die landelijk een daling van het aantal georganiseerde sportende burgers laat zien, niet eenvoudig. Ik nodig de sportaanbieders van harte uit om de burger, dus ook de ‘niet-leden’, de weg naar de sportaccommodatie te laten vinden.

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

Dit hoeft de sportaanbieder niet alleen te doen, want gezamenlijk gaan we daar, o.a. via het ‘lokaal sportakkoord’, werk van maken. De spirit en positieve energie die ik bij het opstellen van het ‘lokaal sportakkoord’ heb ervaren stemmen mij daarover optimistisch. In relatie tot deze beleidsnota is mijn boodschap: “De Roermondse sportaccommodaties dienen er aan bij te dragen dat de burgers in Roermond voldoende, laagdrempelig en met plezier kunnen sporten en bewegen.” Ik wens de sportaanbieders dan ook alle succes in hun voortbestaan dat zo belangrijk is voor de sportende en bewegende burger in Roermond. Het is de gemeente die daarbij faciliterend klaar staat ten behoeve van een aanbod in sportaccommodaties dat hierop aansluit. Die combinatie van vitale en sterke sportaanbieders die gebruik kunnen maken van sportaccommodaties die in behoefte voorzien vormen een belangrijk onderdeel van het laagdrempelig toegankelijk sport en beweegaanbod voor de burgers uit Roermond en de regio. Burgemeester en wethouders van Roermond, namens dezen, De wethouder voor financiën, organisatie, grondzaken en eigendommen en sport Frans Schreurs

2

2) Begrippenlijst In deze beleidsnota zijn een aantal begrippen opgenomen die in de sportwereld veelvuldig worden gebruikt maar niet altijd voor iedereen dezelfde betekenis hebben. Daarom wordt de betekenis van die begrippen, zoals deze zijn bedoeld in deze nota, in dit hoofdstuk nader beschreven. Begrip Omschrijving Georganiseerde Sportvereniging die is aangesloten bij de sport(vereniging) desbetreffende overkoepelende sportbond en deze sportbond erkend is bij het NOC*NSF. De georganiseerde sporter heeft een lidmaatschapsnummer bij de betreffende overkoepelende sportbond. Anders georganiseerde Van (een) anders georganiseerde sport(vereniging) sport(vereniging) is sprake indien de directe invloed van een georganiseerde sportvereniging ontbreekt maar waar wel ‘aanmelding’, ‘lidmaatschap’ o.i.d. geldt. De anders georganiseerde sportvereniging/ sporter is niet aangesloten bij/lid van de overkoepelende sportbond. Ongeorganiseerde sport Sporten en bewegen geïnitieerd door de burger zelf, familie, vrienden en/of kennissen. Voorbeelden: mountainbikegroep, hardloper in openbare ruimte. Er is geen sprake van een lidmaatschap. Roermondse Een georganiseerde of anders sportaanbieder georganiseerde sportvereniging die in een tot deze nota behorende sportaccommodatie sportaanbod verzorgd.

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

Sportaccommodaties (voor zover in deze nota beschreven als bestemd/aanwezig voor gebruik in de gemeente Roermond)

Sporthal

Sportzaal

Gymnastieklokaal Open-Club

De sportaccommodaties: - die in eigendom zijn van de gemeente; - die geheel of gedeeltelijk geprivatiseerd zijn aan een georganiseerde sportvereniging of stichting; - waarvoor een gemeentelijke subsidie wordt verstrekt. De sportaccommodaties dienen daarbij realiseerbaar/exploiteerbaar te zijn binnen de financiële kaders die de gemeenteraad hiervoor beschikbaar stelt. De overdekte sportruimte met afmeting van (minimaal) 24x44 m en 7 of 9 meter hoog (voor de beeldvorming: 3 naast elkaar gelegen volleybalvelden). De overdekte sportruimte met afmeting van (circa) 22x28 m en 7 meter hoog (voor de beeldvorming: 2 naast elkaar gelegen volleybalvelden). De overdekte sportruimte met afmeting van (circa) 14x22 m en 5 tot 7 meter hoog (voor de beeldvorming: 1 volleybalveld) Een ‘Open club’ is een club waarbij eigen leden, andere regelmatige bezoekers van de club en de buurtbewoners uitgenodigd worden om te sporten en om betrokken te zijn. De club gaat, in samenwerking met andere partners gericht aan de slag om activiteiten aan te bieden, die haar hoofdactiviteit versterken.

3

3) Inspraakreacties en verwerking De sportorganisaties die gebruik maken van een sportaccommodatie vallend onder de reikwijdte van deze nota hebben in de periode van 4 november 2020 tot en met 3 december 2020 een inspraakreactie kunnen leveren. Twaalf sportorganisaties hebben hiervan gebruik gemaakt. Enkele reacties betreffen: - ledentoename bij sportaanbieders; - de druk op het gebruik van de sporthal op de doordeweekse avonden; - financiële middelen in relatie tot groot onderhoud/renovatie van een geprivatiseerde sportaccommodatie; - de druk op het gebruik van overdekt zwembad de Roerdomp (meer vraag naar uren dan beschikbaar is); - aandacht voor het verduurzamingsvraagstuk; - de toekomst van de sportparken voor voetbal; - het gebruik van sportparken breder dan voor de (anders) georganiseerde sportvereniging; - het belang van het sportpark voor de wijk/buurt.

Ready’60 (korfbal): “Het is een mooi rapport geworden, met veel informatie, duidelijk beschreven keuzes, onze complimenten.” RKAVC en SC Leeuwen (voetbal): Wij zijn verheugd te lezen dat de concept sportaccommodatienota zich niet enkel richt op de normatieve berekeningen voor de bezetting van sportaccommodaties maar ook ruimte biedt aan het verbreden van het aanbod van activiteiten op deze accommodaties.

Naar aanleiding van de inspraakreacties zijn tekstuele wijzigingen doorgevoerd. Voor alle inspraakreacties, het ingenomen standpunt van de gemeente en de verwerking in deze nota wordt verwezen naar bijlage 8. Onderstaand enkele ontvangen reacties. HTV ACE (tennis):”In algemene zin, alsook met het tennis gerelateerde deel van het beleid, zijn wij het eens met het sportplan. Het voorgestelde beleidsdoel, het verhogen van sport- en bewegingsactiviteit en de leefbaarheid in de wijk door middel van brede inzetbaarheid van het park is ons inziens precies waarnaar gestreefd dient te worden.”

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

4

4) Samenvatting Voorbeschouwing (hoofdstuk 5) Het recente sportaccommodatiebeleid is vanaf 2010 periodiek geactualiseerd. Voor het opstellen van sport(accommodatie)beleid geldt een meerjarige beleidsagenda. Deze nota is een vervolg op de sportaccommodatienota van 2017. Daarnaast zijn er enkele inhoudelijke redenen om het sportaccommodatiebeleid periodiek te actualiseren. Zo wijzigt het sport- en beweeggedrag van burgers hetgeen van invloed is op het gebruik van sportaccommodaties. Deze nota geeft hoofdzakelijk antwoord op de vraag over de toekomstige behoefte aan sportaccommodaties benodigd voor de georganiseerde en anders georganiseerde sport in Roermond. Waar van toepassing wordt inzicht gegeven in noodzakelijk geachte kwaliteitsverbeteringen inclusief een indicatie van de benodigde kosten. Daarnaast maakt deze nota ook duidelijk dat het belang van een sportaccommodatie breder is en sportaccommodaties ingezet (kunnen) worden voor stimulering van de sport- en beweegparticipatie. Bij het opstellen is onder andere rekening gehouden met de werkwijze passend binnen de nieuwe organisatievisie. Er is input gevraagd van de sportaanbieders die gebruik maken van een tot deze nota behorende sportaccommodatie. U treft op diverse plaatsen tekstkaders aan waarin reacties van de sportaanbieders zijn opgenomen.

Verder is er onderzoek gedaan naar landelijke en lokale ontwikkelingen die rechtstreeks met sporten/bewegen te maken hebben en die van invloed zijn op het gebruik van sportaccommodaties. Waar mogelijk is de aanwezigheid van sportaccommodaties ‘getoetst’ aan hiervoor opgestelde normatieve richtlijnen.

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

De warming up (hoofdstuk 6) Landelijke trends en ontwikkelingen De coronapandemie heeft de wereld stevig in zijn greep en ook de gevolgen voor de sport zijn aanzienlijk. Voor de sportaanbieders is het van belang hoe de ontwikkelingen rondom het bestrijden van het coronavirus en de daarbij uitgezette maatregelen van invloed zijn op het sportseizoen 2020-2021. In de afgelopen 10-15 jaar is het sportgedrag van de burgers gewijzigd en daarnaast is het belang dat burgers sporten en bewegen toegenomen. Sportaccommodaties kunnen daarin een belangrijke rol innemen om (ook) gebruikt te worden voor de ongeorganiseerde sporter en/of in relatie tot de leefbaarheid van de wijk. Dit maakt dat met een eenzijdige normatieve benadering van de behoefte aan sportaccommodaties het moderne sportaccommodatiebeleid tekort wordt gedaan. Na een stijging tussen 2013 en 2017, is er een stabilisatie van het aantal sporters in Nederland. Daarbij is een toename van de ongeorganiseerde sport en een afname van de georganiseerde sport. Hierdoor neemt het gebruik van sportaccommodaties voor de georganiseerde sport af en worden sportaccommodaties optimaler ingezet ook voor de niet georganiseerde sportende/bewegende burger. Lokale trends en ontwikkelingen Uiteraard heeft de coronapandemie ook grote gevolgen voor de lokale sportaanbieders.

Waar, en voor zover mogelijk worden zij ondersteund in deze lastige periode. Volgens prognose telt Roermond in 2050 circa 60.400 inwoners. Het aantal jeugdigen blijft daarbij ongeveer gelijk. Bij de volwassenen/senioren tot 65 jaar wordt een daling van circa 3.000 inwoners verwacht. De leeftijdsgroep vanaf 65 jaar stijgt.

5

Op basis van onderzoeken naar het sport- en beweeggedrag van burgers is de verwachting dat de behoefte aan sportaccommodaties in de komende jaren redelijk gelijk zal blijven. Integraal sport- en beweegbeleid Het belang van sporten en bewegen in relatie tot doelstellingen van andere beleidsterreinen, zowel binnen als buiten het sociaal domein, is in de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. In de ‘Toekomstvisie Roermond 2030’ is opgenomen dat Roermond een stad wil zijn met volop sportmogelijkheden met een sportclub in de directe nabijheid van het woonadres van de jeugdige inwoner. Daarnaast krijgt sport de aandacht in andere aanpalende beleidsterreinen, zoals de in ontwikkeling zijnde omgevingsvisie. Als visie over de gemeentelijke sportaccommodaties geldt: Roermond beschikt over voldoende sportaccommodaties die ertoe bijdragen dat de hoofddoelstelling van het ‘Sport- en beweegbeleid 20172022 Roermond beweegt’ wordt gerealiseerd. De behoefte aan de sportaccommodatie wordt daarbij gebaseerd op het gebruik door de (georganiseerde) breedtesport, het bewegingsonderwijs en het gebruik voor overige sport- en beweegactiviteiten ten behoeve van het verhogen van de sport- en beweegparticipatie en de leefbaarheid in de wijk. De sportaccommodaties zijn van voldoende kwaliteit en voor de burgers goed bereikbaar, toegankelijk, veilig en laagdrempelig beschikbaar.

Hieronder wordt ook verstaan een goede spreiding van de sportaccommodaties in de gemeente. Het gemeentelijk sportaccommodatiebeleid betreft daarbij de sportaccommodaties: die in eigendom zijn van de gemeente; die geheel of gedeeltelijk geprivatiseerd zijn aan een sportvereniging / stichting; waarvoor een gemeentelijke subsidie wordt verstrekt;

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

-

welke realiseerbaar/exploiteerbaar zijn binnen de financiële kaders die de gemeenteraad hiervoor beschikbaar stelt.

Onze spelers (hoofdstuk 7) Via een uitgezette enquête is inzage verkregen in de vitaliteit van de Roermondse sportaanbieders. De enquête is uitgezet naar 63 sportaanbieders. Van 43 (68%) sportaanbieders is de enquête terug ontvangen. Op het gebied van de verenigingsaspecten is ingegaan op de onderdelen 1) actieve sporters, 2) vrijwilligers en 3) financiën. Voor wat betreft de actieve sporters is er sprake van een lichte daling in de periode 2018-2020. Over het algemeen is de conclusie dat er sprake is van vitale verenigingen met aandacht voor hun toekomst. Aangezien er sportaanbieders zijn die aangeven op enkele onderdelen problemen te ervaren, is inmiddels de uitvraag gedaan welke specifieke ondersteuning kan worden geboden. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt uitvoerig op ‘onze spelers’ ingegaan. Het speelveld (hoofdstuk 8) In dit hoofdstuk wordt uitgebreid ingegaan op de bezetting en behoefte aan sportaccommodaties die vallen onder de reikwijdte van deze nota. Hierin zijn ook gegevens uit de enquêtes opgenomen. Binnensportaccommodaties Overdekt zwembad ‘de Roerdomp’ De behoefte aan overdekt zwemwater in Roermond overstijgt al enkele jaren de beschikbare verhuurcapaciteit. Medegebruik wordt door de sportaanbieders niet/nauwelijks mogelijk geacht. Op basis van een VNGrichtlijn beschikt Roermond over voldoende overdekt zwemwater.

Binnen het huidige gebruik (gemeente, sportaanbieders, doelgroepen) en beschikbare verhuurcapaciteit blijft sprake dat niet aan alle huuraanvragen kan worden voldaan. Echter is de overvraag naar zwembaduren (92 uur per jaar) te gering voor uitbreiding van overdekt zwemwater.

6

Sporthallen De totale bezetting van de vijf sporthallen is op jaarbasis meer dan 10.000 volle uren. Op basis van richtlijnen is dit een ‘goede bezetting’. Daarmee wordt het belang van deze sporthallen aangetoond. Er wordt een ‘piekbehoefte’ gezien op de doordeweekse avonden, terwijl tijdens de weekenden nog verhuurmogelijkheden zijn. Om de verhuurmogelijkheden te vergroten en om een betere toepassing van het toewijzingsbeleid te krijgen, wordt belijning voor de volleybalsport aangebracht in de sporthal Donderberg. Aandachtspunt is de bezetting overdag van sporthal Swalmen. Door het vertrek van BC Broekhin is hier ruimte ontstaan. Gebaseerd op de huidige en toekomstig verwachte behoefte aan sporthallen, inclusief de uitwerking van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs en een toename van het aantal klokuren bewegingsonderwijs, heeft Roermond met het exploiteren van vijf sporthallen voldoende om hierin te voorzien. De vijf sporthallen kennen daarbij een goede spreiding over de gemeente. Gymnastieklokaal Hoogvonderen Het gebruik van deze gymzaal is in de periode 2017 naar 2020 toegenomen van 1.510 naar 1.859 bezettingsuren. Bij gymzalen wordt vanaf een bezetting van 1.600 uur van een ‘voldoende bezetting’ gesproken. Deze cijfers laten een duidelijke behoefte van deze gymzaal zien.

Buitensportaccommodaties Sportparken voor voetbal De georganiseerde voetbalsport in Roermond laat in de periode 2018 – 2020 een licht dalend aantal sporters zien met verschillen, in toe- en afname van leden, bij de betreffende voetbalverenigingen. Roermond heeft zeven sportparken voor voetbal. Op basis van normatieve richtlijn zijn er in Roermond vijf wedstrijdvelden en één trainingsveld ‘te veel’. In de nota is

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

opgenomen op ‘boven normatieve’ velden geen groot onderhoud/renovatie uit te voeren. Punt van aandacht is de kwaliteit van de kleedlokalen bij de sportparken de Wijher en Kitskensberg. Een aantal kleedlokalen zijn van dien aard dat aanpassing nodig is. Conform deze nota wordt dat in 2021 uitgevoerd. De toekomst van de voetbalsport en daarmee het aantal (normatief) benodigde sportparken is moeilijk voorspelbaar. Hoe het ledenverloop bij de voetbalverenigingen verloopt wordt gemonitord en met de verenigingen 2x per jaar besproken. Op die manier dient voor de langere termijn (>2030) duidelijkheid te ontstaan over de toekomst van deze sportparken. Indien de daling van het aantal voetballers voortzet ontstaat op die langere termijn een normatieve behoefte van drie gemeentelijke sportparken voor voetbal (Herten, Roermond centraal en Swalmen). In dit normatieve toekomstbeeld is geen rekening gehouden in welke mate een sportpark dan van belang is voor de ongeorganiseerde sporter en/of de wijk. Tennisaccommodaties In de lijn van de landelijke ontwikkelingen is ook in Roermond het aantal lidmaatschapen bij de vier tennisverenigingen gedaald. Hierdoor is er in totaliteit, op basis van de normatieve richtlijn, een overschot van acht tennisbanen in Roermond. De gemeente heeft voor het jaarlijks onderhoud aan de tennisbanen een subsidierelatie met de tennisverenigingen.

De subsidie is daarbij gebaseerd op het normatief benodigd aantal tennisbanen. In de komende jaren (2023-2026) is het vervangen van de toplaag van de tennisbanen bij de tennisparken te verwachten. De tennisvereniging dient dit met de gemeente af te stemmen zodat met gemeentelijke uitgaven tijdig in de begroting rekening kan worden gehouden. Uitgangspunt is dat de subsidie is gebaseerd op het normatief benodigd aantal tennisbanen, tenzij een andere keuze gemotiveerd kan worden. Voor de toekomst is het van belang of de tennissport in belangstelling gaat toenemen. Dit is in 2020 namelijk het geval. Mocht hiervan sprake zijn dan is bij de vier tennisparken hiervoor voldoende (normatieve) ruimte aanwezig.

7

Sportaccommodatie voor hockey De hockeyvereniging heeft het aantal leden in de afgelopen drie jaar iets zien afnemen (-32), maar de omvang van de vereniging (673 leden) is van dien aard dat het aanwezige aantal hockeyvelden van hockeypark Hammerveld overeen komt met de normatieve richtlijn. De hockeyaccommodatie is geprivatiseerd aan de stichting Hammerveld welke geheel verantwoordelijk is voor de accommodatie. Sportaccommodatie voor rugby De rugbyvereniging maakt gebruik van sportpark Kitskensberg. Na een bestuurlijk lastigere periode werkt de vereniging met vertrouwen aan de toekomst. De kleedlokalen van deze accommodatie, waar de vereniging zich goed thuis voelt, dateren uit 1982 en zijn sterk verouderd. In deze nota is opgenomen de kleedlokalen in 2021 te moderniseren. Sportaccommodatie voor korfbal De korfbalsport wordt aangeboden op sportaccommodatie de Wijher. Het ledenaantal van Ready’60 is in de afgelopen drie jaar gedaald van 91 naar 74 leden. Het aanwezige aantal korfbalvelden is conform de normatieve richtlijn. De kleedlokalen dateren uit 1982 en zijn sterk verouderd. Ready’60 zoekt de samenwerking op met handbalvereniging LimMid. Dit levert een bijdrage aan de toekomstbestendigheid van deze accommodatie. In deze nota is opgenomen de kleedlokalen in 2021 op te knappen.

Ook worden in 2021 ‘vastzetmogelijkheden’ op het korfbalveld gemaakt voor de handbaldoelen vanwege gebruik door LimMid.

Overige buitensportaccommodaties Zwembaden de Bosberg en de Roerdomp Het openluchtzwembad de Bosberg is een belangrijke voorziening voor de gemeenschap Swalmen. De subsidierelatie ten behoeve van het beheer en de exploitatie met stichting de Bosberg eindigt in 2023. Vroegtijdig wordt met de stichting hierover het overleg gestart. Ten behoeve van het openluchtzwembad de Roerdomp zijn in de afgelopen jaren enkele noodzakelijke werkzaamheden uitgevoerd om de buitenbassins (zowel technisch als het tegelwerk) toekomstbestendig te maken. Wat achterwege is gebleven is het vraagstuk ‘ligweide’. De opstallen op de ligweide dateren uit 1982 en zijn sterk verouderd, niet fraai en beeldbepalend. In deze nota is opgenomen in 2021 een onderzoek uit te voeren naar het herinrichten van de ligweide. Financiële vertaling (hoofdstuk 9) Met de in de nota omschreven werkzaamheden is een geraamd/indicatief totaalbedrag gemoeid van afgerond € 560.000 incl. BTW. Dit is exclusief de budgetten voor renovatie tennisbanen en vervangen toplaag korfbalveld die in de periode 2023-2026 zijn voorzien. De hiermee gemoeide kosten worden in de P&C cyclus van het betreffende begrotingsjaar meegenomen. De twaalfde man (Hoofdstuk 10) ‘De twaalfde man’ bestaat uit de bijlagen behorende bij deze nota.

Sportaccommodatie voor atletiek Het aantal leden bij de atletieksport is in de periode 2018-2020 licht gestegen (van 421 naar 435 leden). De atletieksport wordt aangeboden op sportpark de Wijher. De atletiekvereniging wenst het aanwezige krachthonk in eigen beheer uit te breiden. Hiervoor is het overleg met de gemeente gestart. Voorzien is een gedateerd kleedlokaal hiervoor ‘op te offeren’.

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

8

5) De voorbeschouwing: Aanleiding, afbakening en werkwijze totstandkoming nota

-

Aanleiding Deze nota is een logisch vervolg om het sportaccommodatiebeleid periodiek te actualiseren, zoals ook opgenomen in de meerjarige sportbeleidsagenda. Met het recentere gemeentelijke sportaccommodatiebeleid is een start gemaakt in 2010 (‘Visiedocument sportaccommodaties 2020’). Periodiek (in de jaren 2012, 2015, 2017) is vervolgens, naast het sport- en beweegbeleid, het sportaccommodatiebeleid geactualiseerd. Van belang daarbij is dat het sportaccommodatiebeleid volgend is op het sport- en beweegbeleid. Het actuele sport- en beweegbeleid ‘Roermond beweegt 2017-2022’ is in 2017 vastgesteld. Daarin is o.a. opgenomen het belang van laagdrempelig bereikbaar sportaanbod voor de Roermondse burgers met daarbij toegankelijke sportaccommodaties. Daarnaast zijn er ook andere onderwerpen die van belang zijn: - De bevolkingssamenstelling wijzigt, er is sprake van vergrijzing/ontgroening; - De sport- en beweegdeelname van burgers wijzigt wat consequenties heeft voor de bezetting van de sportaccommodaties; - Een aantal georganiseerde sportverenigingen zien hun ledenaantallen dalen met een mogelijk gewijzigde normatieve sportaccommodatiebehoefte als gevolg; - Een aantal (onderdelen van) sportaccommodaties zijn gedateerd en verdienen, mits deze toekomstbestendig zijn, kwaliteitsverbetering; Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

De aanpassing van de wetgeving over het minimaal aantal uren bewegingsonderwijs per week bij het Primair Onderwijs en de mogelijke consequenties voor de behoefte aan sportaccommodaties; De mogelijke relatie met het integraal onderwijshuisvestingsplan voor wat betreft sportvoorzieningen voor het bewegingsonderwijs.

Tot slot zijn er nog enkele onderwerpen vanuit de gemeentelijke organisatie die een rol (kunnen) spelen in het sportaccommodatiebeleid: - De organisatiewijziging van de gemeente Roermond; - De gemeentelijke financiën staan onder druk. Vanuit dat gegeven is de financiële vertaalslag van deze sportaccommodatienota gebaseerd op aanpassingen/investeringen aan/bij sportaccommodaties die noodzakelijk zijn en gericht zijn op toekomstbestendige sportaccommodaties van een voldoende kwaliteitsniveau. Ruimte voor nieuw beleid of ‘extra kwaliteit’ is er nu niet. Deze nota is in die zin ‘sober’ en geeft in financiële zin alleen weer wat echt noodzakelijk is; - In 2020 is een onderzoek gestart welke onderdelen binnen de gemeente in aanmerking kunnen komen voor eventuele verzelfstandiging/vervreemding/verzakelijking. De uitkomsten hiervan kunnen consequenties hebben voor de eigendomsverhoudingen van en verantwoordelijkheden over sportaccommodaties. Afbakening Het sportaccommodatiebeleid 2021-2025 geeft hoofdzakelijk antwoord op de vraag over de toekomstige behoefte aan sportaccommodaties benodigd voor de georganiseerde en anders georganiseerde sport in Roermond. Waar van toepassing wordt over die sportaccommodaties inzicht gegeven in noodzakelijk geachte kwaliteitsverbeteringen inclusief een indicatie van de benodigde kosten.

9

Bij de toekomstige behoefte wordt rekening gehouden met lokale trends en ontwikkelingen, bezettingscijfers en onderzoek naar het sport- en beweeggedrag van burgers in relatie tot gebruik van sportaccommodaties. Hierbij worden de aanwezige sportaccommodaties in aantal en omvang ‘getoetst’ aan, waar mogelijk, normatieve richtlijnen. In deze nota wordt niet ingegaan op: 1) Eigendomsverhoudingen; 2) Verdeling van verantwoordelijkheden van de sportaccommodaties; 3) De ‘rol’ die de gemeente Roermond hierin toekomstig inneemt. Punt 3 maakt onderdeel uit van het extern onderzoek naar eventuele verzelfstandiging/vervreemding/verzakelijking van gemeentelijke onderdelen (uitvoering in 2020). Het sportaccommodatiebeleid geeft ook geen rechtstreeks antwoord op het vraagstuk ‘verduurzamen’. Wel kan het sportaccommodatiebeleid na vaststelling gebruikt worden om de juiste afwegingen te maken, zodat maatregelen om sportaccommodaties te verduurzamen worden genomen op toekomstbestendige sportaccommodaties.

alles breed overwegend, niet (alle) meningen/ideeën overgenomen kunnen worden.

Totstandkoming sportaccommodatienota De totstandkoming van deze nota is gebaseerd op de onderdelen: organisatievisie, input sportaanbieders en onderzoek trends en ontwikkelingen.

- Input sportaanbieders In de lijn van onze organisatievisie is bij het opstellen van dit sportaccommodatiebeleid input gevraagd van de sportaanbieders die gebruik maken van de sportaccommodaties vallend onder de reikwijdte van deze nota. Gelet op de maatregelen vanwege het Coronavirus is allereerst informatie opgehaald via een specifiek op de accommodatie en sportaanbieder afgestemde enquête. Daarbij is aan de sportaanbieders ook de startnotitie over het opstellen van dit sportaccommodatiebeleid toegestuurd. In deze nota zijn diverse reacties van sportaanbieders opgenomen verkregen uit de ontvangen enquêtes. Tussentijds zijn de sportaanbieders regelmatig geïnformeerd over het vervolg en is met enkele sportaanbieders specifiek over ‘hun’ sportaccommodatie overleg gevoerd. Nadat het concept is opgesteld is dit in november 2020 ter inspraak aan de sportaanbieders gestuurd. De ontvangen inspraakreacties en de verwerking daarvan zijn opgenomen in hoofdstuk 3.

- Organisatievisie Bij de paragraaf ‘aanleiding’ is al gesteld dat de gemeente Roermond werkt aan een organisatiewijziging. Voor de nieuwe werkwijze is een aantal ‘kaders voor een wendbare en weerbare organisatie’ vastgesteld, waaronder: - Het perspectief van onze klanten is leidend. Samen bepalen we het resultaat en hoe we dit willen bereiken; - We werken integraal en kijken naar alles wat kan bijdragen aan de oplossing van de vraag. Dit doen we samen met de klant en eventuele partners; - We werken planmatig en doen dit op basis van data. Hierdoor wordt draagvlak verkregen maar gelijktijdig kan het ook zijn dat,

- Onderzoek trends en ontwikkelingen Er is onderzoek gedaan naar landelijke en lokale trends en ontwikkelingen die rechtstreeks met sporten en bewegen te maken hebben en die van invloed zijn op het gebruik van sportaccommodaties. Ook is, net als in eerdere sportaccommodatienota’s, inzichtelijk gemaakt de normatieve behoefte aan sportaccommodaties op basis van data en is deze vergeleken met de daadwerkelijke aanwezigheid en capaciteit van de sportaccommodaties in Roermond.

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

10

Korfbalvereniging Ready’60 over sportaccommodatiebeleid: “Om de algehele situatie met betrekking tot accommodatie, sportparken en de breedtesport in het algemeen te versterken, is een duidelijke, gemeenschappelijke visie van gemeente en sportaanbieders nodig. Gevolgd door een veel actievere en stimulerende rol van de gemeente in de realisatie ervan. Het lijkt dat de ontwikkelingen in de maatschappij vrij breed ertoe leiden dat vrijwilligersinzet steeds moeilijker te realiseren wordt. Versterking van de verenigingen zal dan ook moeten plaatsvinden door enerzijds nauwere samenwerking, hetgeen centralisatie vereist op een te bepalen aantal sportparken, in combinatie met inzet van professionals op bepaalde terreinen (bijv. financiën, onderhoud, opleiding, clinics). Hierbij dient gekeken te worden naar een efficiëntere inzet van de buurtsportcoaches, vakleerkrachten, etc., en de vorming van clusters van samenwerking (scholen, bso’s, sportverenigingen) rondom de sportparken”.

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

6) De warming up: Trends en ontwikkelingen, cijfers, integraal beleid en visie op gemeentelijke sportaccommodaties In dit hoofdstuk leest u de belangrijkste trends en ontwikkelingen en cijfers in relatie tot het sportaccommodatiebeleid. Ook wordt ingegaan op de integraliteit van het sportbeleid en de visie op gemeentelijke sportaccommodaties. Landelijke trends en ontwikkelingen. Coronavirus en gevolgen voor sporten en bewegen. Uiteraard komen we er niet omheen. Het Coronavirus heeft de gehele wereld in zijn greep genomen en forse en ingrijpende gevolgen met zich meegebracht. Ook de sport- en beweegwereld wordt enorm geraakt door de gevolgen van het Coronavirus. Betreft het wereldwijd consequenties over grote sportevenementen, ook landelijk en binnen onze gemeentegrenzen zijn de consequenties voor de sport fors. Alhoewel het op dit moment nog niet te voorspellen is hoe de sportieve toekomst er uit gaat zien, zijn de gevolgen voor de sportaanbieders onder te brengen in drie hoofdonderwerpen: - Financiën; - Sportaanbod / ledenbestand; - Organisatie / vrijwilligers. Het is duidelijk dat deze onderwerpen het voortbestaan van een sportaanbieder behoorlijk onder druk kunnen zetten. Landelijk is er veel ondersteuning om sportaanbieders te helpen in deze zware tijden. Er zijn diverse financiële regelingen en inhoudelijke ondersteuning over de wijze van aanpak/uitvoering van maatregelen.

11

De richtlijnen zijn per 1 juli 2020 versoepeld waarbij het, onder voorwaarden, weer is toegestaan om te sporten. Competities zijn, eveneens onder het stellen van voorwaarden, per 1 september 2020 gestart. In oktober 2020 zijn de maatregelen aangescherpt en seniorencompetities stopgezet. De vraag die zich dan ook voordoet is wat het Coronavirus gaat betekenen voor de sportverenigingen. Een ledenafname bij een aantal sportaanbieders is hierbij niet uitgesloten. Burgers ‘ontdekken’ in deze Coronatijd andere sport- en beweegmogelijkheden. Dit leidt mogelijk tot ledenverlies en daaraan gerelateerd minder financiële inkomsten voor de sportaanbieder, dit aanvullend op de financiële consequenties van het uitvoeren van de maatregelen per oktober 2020 (geen publiek, sluiting kantine). Daarbij komt dat al deze consequenties en het uitvoeren van de Coronamaatregelen neer komen op de vrijwilligers van de sportaanbieder. Vaak juist die vrijwilliger waarvan de inzet voor de vereniging al onmisbaar is. Dit kan consequenties hebben op de motivatie en daarmee het aantal vrijwilligers bij de sportaanbieder. Dagblad De Limburger (25 mei 2020): “Het verdienmodel van sportclubs staat door corona op kiepen.” NOC*NSF (4 juni 2020): “Het aantal sportende kinderen in de leeftijd tussen vijf en twaalf jaar is in de maand april, in vergelijking met dezelfde maand in 2019, met 50 procent gedaald.

Dit is het gevolg van het sluiten van de sportaccommodaties in Nederland vanwege de uitbraak van het coronavirus.” Mulier Instituut: “Zorgen over ledenbinding en inkomstenderving bij sportverenigingen.” Mulier Instituut: “NOC*NSF concludeert dat sinds de invoeringen van de coronamaatregelen wekelijks 1,7 miljoen Nederlanders minder zijn gaan sporten. Het RIVM constateert dat de afname in sporten en bewegen tijdens de duur van de coronamaatregelen blijvend is.”

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

Mulier Instituut: “Een vijfde van de verenigingen verwacht dat bestaande leden hun lidmaatschap vanwege de coronacrisis gaan opzeggen, onder andere doordat leden inmiddels een andere invulling van hun sportavond hebben gevonden en/of vanwege angst voor het virus bij hun type (contact)sport.” Mulier Instituut: “Sport- en beweegactiviteiten die in de buitenruimte worden beoefend, hebben nauwelijks onder de coronamaatregelen te lijden. Voor het wandelen in de vrije tijd is zelfs een lichte toename zichtbaar.” Normatieve benadering behoefte aan sportaccommodaties, versus het belang van deelname aan sporten en bewegen door burgers. Het is nog niet zo lang geleden dat binnen het gemeentelijk sportaccommodatiebeleid het door NOC*NSF uitgebrachte ‘Handboek sportaccommodaties’ als formele leidraad werd gebruikt. Een handzaam handboek, dat als een soort scheidsrechter, een normatieve berekening maakt over het aantal benodigde kleedlokalen, wedstrijd- en trainingsvelden, etc. en specifiek gericht was op het sportaccommodatiegebruik voor de georganiseerde sportvereniging. Een handboek ook van belang vanuit de financiële invalshoek. Het zijn immers de sportaccommodaties die het zwaarst op het gemeentelijke sportbudget drukken. In de afgelopen 10-15 jaar is het belang van de (ongeorganiseerde) sportende en bewegende burgers toegenomen en het gebruik van sportaccommodaties gewijzigd.

Streven daarbij is steeds meer in te zetten op een breder gebruik van de sportaccommodaties, dus ook buiten het gebruik door de georganiseerde sportvereniging. De inzet van buurtsportcoaches, ‘de open-club’, sportaanbod voor ‘niet-leden’ en het lokale sportakkoord dienen bij te dragen aan een verhoging van het aantal sportende/bewegende burgers. Hiervoor kunnen ook sportaccommodaties optimaler worden ingezet.

12

Deze sport- en beweegstimulerende gedachtenlijn kan conflicteren met richtlijnen gebaseerd op de normatieve accommodatiebehoefte van de georganiseerde sportvereniging. Zeker indien de omvang van de georganiseerde sportvereniging afneemt. Immers de gedachtenlijn van sport- en beweegstimulering leunt op de mogelijkheid dat iedere burger, liefst in zijn directe omgeving, sport- en beweegmogelijkheden heeft. Dit maakt dat met een eenzijdige normatieve benadering het moderne sportaccommodatiebeleid tekort wordt gedaan en er ook rekening dient te worden gehouden met de bredere gebruiksmogelijkheid van sportaccommodaties voor de ongeorganiseerde sporter en de betekenis van die accommodatie voor de leefbaarheid in de wijk. Landelijke trends en ontwikkelingen in sport- en beweegdeelname. Er wordt in Nederland veel onderzoek gedaan naar het sport- en beweeggedrag van de burgers.

Onderstaand een overzicht van enkele trends en ontwikkelingen met de toevoeging dat dit resultaten zijn van onderzoeken voorafgaande aan de Coronapandemie: - Het aantal sporters in Nederland stabiliseert (na een stijging tussen 2013 en 2017); - Het aantal lidmaatschappen bij georganiseerde sportverenigingen neemt licht af; - Het aantal sporters is ruim 2x zo hoog als het aantal leden bij georganiseerde sportverenigingen; - Jeugd in de leeftijd van 5 tot 18 jaar sport meer in georganiseerd verenigingsverband dan volwassenen vanaf 18 jaar; - Na de pubertijd is er een sterke daling van het aantal leden bij georganiseerde sportverenigingen;

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

-

Gemiddeld sporten Nederlanders met een laag inkomen minder dan Nederlanders met een midden- of hoog inkomen. Tussen 2013 en 2017 werd dit verschil duidelijk minder; Fitness individueel (binnen), wandelen, zwemmen, hardlopen en fietsen zijn de meest beoefende sporten; De top drie van de meest beoefende sporten in georganiseerd verband onder de jeugd zijn alle buitensporten (voetbal, tennis, hockey); In georganiseerd sportverband tellen de gymnastieksport en de tennisport de meeste afname in leden (periode 2013 – 2019); Verdeling leden bij ‘georganiseerde sportverenigingen’ en ‘sporters aangesloten bij anders georganiseerde sportvereniging’ per leeftijdscategorie: Percentage lid bij Percentage sporters georganiseerde aangesloten bij anders sportvereniging georganiseerde sportvereniging Leeftijd / 2013 2018 2013 2018 jaar 0 tot 20 40,5% 38% 72,6% 77,3% jaar 20 tot 65 24% 22,6% 53,3% 63,0% jaar 65 tot 80 19,3% 19,3% 47,6% 58,3% jaar 80 jaar en 5% 6% Niet Niet ouder bekend bekend

Zo sport Nederland 2013-2019: “De KNVB staat nog steeds met stip op nummer één. In lijn met de algemene trend ziet de bond wel een daling in het ledenaantal ten opzichte van 2013. In 2018 telde de bond 1000 minder leden ten opzichte van 2013, waar dat dit jaar 12.000 minder leden dan in 2013 zijn”.

13

Landelijke trends en ontwikkelingen in vraag en aanbod naar sportaccommodaties Door het Mulier Instituut is in 2017 de rapportage ‘Vraag en aanbod sportaccommodaties’ uitgebracht. In deze rapportage wordt de ontwikkeling geschetst van de vraag naar en het aanbod van sportaccommodaties ook rekening houdende met de verandering van het sportgedrag van de burger. De belangrijkste bevindingen van het rapport zijn: - De verenigingssport is, naast het bewegingsonderwijs, een belangrijke indicator voor het sportaccommodatiegebruik; - Het gebruik van sporthallen voor georganiseerd sportverband neemt af; - Door de stijging van de beoefening van fitness is een vraag naar fitnesscentra ontstaan die wordt opgevuld door commerciële aanbieders; - De openbare ruimte is belangrijker geworden bij de sportbeoefening, vooral gerelateerd aan de groeisporten wandelen, hardlopen en fietsen; - Het is vooral de jeugd die gebruik maakt van de sportaccommodaties; - Vanuit het perspectief van leefbaarheid kan het waardevol zijn om bepaalde sportaccommodaties in stand te houden, terwijl de bezetting van deze accommodaties op basis van de bestaande richtlijnen en kengetallen eigenlijk te beperkt is; - Gemeenten met een grote bevolkingsgroei en instroom bij de onderste leeftijdsgroepen zien een toename in de accommodatiebehoefte, terwijl gebieden waar de krimp en vergrijzing hoogtij voert een omgekeerd

beeld zien; - Over het algemeen geldt bij de buitensport dat een aantal sporten lokaal een ruimteoverschot kent; - Voor voetbal in stedelijke gebieden is de trend dat de grote verenigingen groter worden en de kleine verenigingen het steeds moeilijker krijgen. Het aantal voetbalverenigingen zal vermoedelijk afnemen;

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

-

Hockey is de sport die op basis van de geldende richtlijnen de meeste accommodatietekorten ervaart; Voor binnensport is over het algemeen voldoende ruimte aanwezig. Neemt niet weg dat er ook bij de binnensport knelpunten bestaan. Het gaat dan met name om het winterseizoen, als de buitensporten ook voor trainingen en wedstrijden gebruik maken van binnensportruimte, en op doordeweekse avonden tussen 19.00 en 21.00 uur wat een geliefd tijdsblok is om zaalruimte te huren.

Lokale Trends en ontwikkelingen Coronacrisis in relatie tot sporten en bewegen In navolging van de landelijke ontwikkelingen treft het Coronavirus ook de Roermondse sportaanbieders enorm. Lokaal zijn/worden deze sportaanbieders ondersteunt enerzijds in de financiële lasten anderzijds wordt door de verenigingsondersteuner alle informatie doorgegeven die kan bijdragen aan het succesvol overleven van deze crisis. Het is op het moment van schrijven van deze nota nog niet te voorspellen wat de exacte consequenties van het Coronavirus voor de sportaanbieders in Roermond, en daarmee de mogelijke consequenties voor de sportaccommodaties, zijn. Feitelijk zijn de landelijke ontwikkelingen, zoals bovenstaand al eerder beschreven, ook van toepassing in de Roermondse sportomgeving. Enkele sportaanbieders uit Roermond geven aan: Roermondse Reddingsbrigade: “Het is nog onduidelijk wat de Coronacrisis voor impact zal hebben op de vereniging, zeker voor wat betreft (aanwas van) jeugdleden, financiële positie en gebruik sportaccommodaties.” Gymnastiekvereniging Gympoint: “We weten nog niet wat de Coronacrisis voor invloed heeft op het ledenaantal. Als het ledenaantal niet al te drastisch daalt door de coronacrisis dan zal dat weinig invloed hebben op de financiële situatie. We moeten echter wel alert blijven en het nodige doen om het ledenaantal op peil te houden.”

14

Hockeyvereniging Concordia: “Corona brengt enorme onzekerheid.”

-

Korfbalvereniging Ready’60: “Met het huidige ledenaantal hebben we een goed opgebouwde financiële situatie waarbij alle korfbal gerelateerde verplichtingen afgedekt worden door de contributie en subsidies. Echter de situatie ten gevolge van het Corona-virus is erg lastig in te schatten. Het zal een fors verlies betekenen, dat echter (deels) wordt afgedekt door overheidsbijdrage(n).”

-

Basketbalvereniging Fanatics’71: “Op dit moment hebben we genoeg leden en zijn we groeiende. Door de Coronacrisis hebben we een klein negatief resultaat, maar door subsidie en reserveringen konden we deze zelf opvangen. Wij verwachten dat in combinatie met onze partners (leergeld, gemeente) basketbal blijft bestaan de komende jaren.” Bevolkingsontwikkeling en –prognose Roermond. Volgens prognose telt Roermond in 2050 circa 60.400 inwoners. Daarbij is de prognose dat: - Het aandeel jeugdigen 0 tot en met 20 jaar ongeveer gelijk blijft (circa 11.000); - Er een daling van circa 3.000 inwoners te verwachten is in de leeftijdsgroep 20 tot 65 jaar; - Er een stijging van het aantal inwoners vanaf 65 jaar te verwachten is van circa 5.000. Voor de grafiek van de bevolkingsontwikkeling van Roermond wordt verwezen naar bijlage 1. Op basis van de bevolkingsprognose en de onderzoeken naar het sporten beweeggedrag van burgers is de verwachting dat de behoefte aan sportaccommodaties in Roermond de komende jaren redelijk gelijk zal blijven. Dit wordt gemotiveerd doordat: - De sportaccommodaties voornamelijk worden gebruikt door jeugd en het aantal jeugdigen in Roermond redelijk stabiel blijft; - Er in Roermond een toename is van gebruik van de binnensportaccommodaties door volwassenen bij anders georganiseerde sportaanbieders (zie hoofdstuk 7);

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

De nadere uitwerking van het lokaal sportakkoord van positieve invloed kan zijn op het gebruik van sportaccommodaties; Burgers het belang van sporten en bewegen in toenemende mate inzien in relatie tot aspecten als gezondheid, vitaliteit, sociaal contact, etc.

Integraal sport- en beweegbeleid Het belang van sporten en bewegen in relatie tot doelstellingen van andere beleidsterreinen is in de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Sporten en bewegen ten behoeve van de gezondheid, sociale contacten, bestrijden van eenzaamheid en de ontwikkeling van meer bewegingsonderwijs voor kinderen zijn hier enkele voorbeelden van. Maar ook buiten het sociale domein worden steeds meer raakvlakken gevonden. In de ‘Toekomstvisie Roermond 2030’ is opgenomen dat Roermond een stad wil zijn met volop sportmogelijkheden met een sportclub in de directe nabijheid van het woonadres van de jeugdige inwoner. Daarnaast krijgt sport de aandacht in de in ontwikkeling zijnde omgevingsvisie met aandacht voor sportieve ruimten. Allemaal aspecten van belang in het huidige sportaccommodatiebeleid. Visie op gemeentelijke sportaccommodaties Deze nota heeft als titel ‘ruimte voor sport’. ‘Ruimte voor sport’ omdat er kansen liggen om met name de buitensportaccommodaties breder in te zetten dan het gebruik door hoofdzakelijk de georganiseerde sportvereniging en het bewegingsonderwijs. Bij ‘ruimte voor sport’ is de gedachte dat de behoefte aan sportaccommodaties meer is dan de uitkomst van een normatieve richtlijn. Vanuit ons sport- en beweegbeleid zetten we immers samen in op een hogere sport- en beweegparticipatie.

Dit willen we bereiken met ideeën als de ‘open-club’-gedachte, de uitwerking van het lokaal sportakkoord en een nog breder gebruik van sportaccommodaties voor het bewegingsonderwijs. Die bredere inzet van sportaccommodaties met daarnaast de normatieve richtlijn dienen toekomstig het belang van de betreffende sportaccommodatie aan te geven.

15

Als visie over de gemeentelijke sportaccommodaties geldt: “Roermond beschikt over voldoende sportaccommodaties die ertoe bijdragen dat de hoofddoelstelling van het ‘Sport- en beweegbeleid 20172022 Roermond beweegt’ wordt gerealiseerd. De behoefte van de sportaccommodatie wordt daarbij gebaseerd op het gebruik door de (georganiseerde) breedtesport, het bewegingsonderwijs en het gebruik voor overige sport- en beweegactiviteiten ten behoeve van het verhogen van de sport- en beweegparticipatie en de leefbaarheid in de wijk. De sportaccommodaties zijn van voldoende kwaliteit en voor de burgers goed bereikbaar, toegankelijk, veilig en laagdrempelig beschikbaar. Hieronder wordt ook verstaan een goede spreiding van de sportaccommodaties in de gemeente. Het gemeentelijk sportaccommodatiebeleid betreft daarbij de sportaccommodaties: die in eigendom zijn van de gemeente; die geheel of gedeeltelijk geprivatiseerd zijn aan een sportvereniging / stichting; waarvoor een gemeentelijke subsidie wordt verstrekt; welke realiseerbaar/exploiteerbaar zijn binnen de financiële kaders die de gemeenteraad hiervoor beschikbaar stelt.”

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

16

7) Onze spelers: vitaliteit Roermondse sportaanbieders In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vitaliteit van de Roermondse sportaanbieders en specifiek voor wat betreft de onderdelen leden, vrijwilligers en financiën. Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op de uitkomst van de resultaten van de gehouden enquête. De enquête is uitgezet naar 63 sportaanbieders. Van 43 (68%) sportaanbieders is de ingevulde enquête ontvangen. Zie bijlage 2 voor verdere informatie verkregen uit de enquête. Ledenaantallen en prognose De sportaanbieders is gevraagd een overzicht te geven van de ledenaantallen (de daadwerkelijke sporten/bewegende leden) over de afgelopen drie jaar.

Actieve sporters 2018 - 2020

Bij de 43 sportaanbieders waren in mei/juni 2020 in totaliteit 6.515 sporters actief. In 2018 waren dit 6.676 sporters. Er is daarmee een kleine daling van 2,4% bij het totale aantal sporters te zien. In de grafiek is te zien dat het aantal sporters bij de binnensport tussen 2018 en 2020 is gestegen (+129) en het aantal sporters bij de buitensport is gedaald (-290). De grootste daling betreft daarbij de tennissport (-239). Verder verwachten 11 verenigingen in de toekomst een ledentoename en 3 verenigingen een ledendaling. De overige 29 verenigingen verwachten een gelijkblijvend aantal leden. Vrijwilligers Aan de sportaanbieders is de vraag gesteld of ze beschikken over voldoende vrijwilligers.

Voldoende vrijwilligers? 25 20 15

6000

10

5000

5

4000

actieve leden binnensport

3000

actieve leden buitensport

2000 1000 0

2018

2020

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

0

voldoende vrijwilligers

soms wel soms niet

onvoldoende vrijwilligers

Zes verenigingen geven aan dat het gebrek aan vrijwilligers tot grote knelpunten leidt. De knelpunten variëren daarbij in het onvoldoende kunnen beschikken over vrijwilligers in functies voor bestuur, trainers en onderhoud aan de accommodatie. Bij de buitensportverenigingen geven

17

vijf van de vijftien sportaanbieders aan over onvoldoende vrijwilligers te beschikken. Financiën De sportaanbieders zijn gevraagd naar hun financiële situatie in de afgelopen drie jaren en naar hun financiële verwachting voor de toekomst. Op een enkele uitzondering na hebben de sportaanbieders kunnen voldoen aan hun financiële verplichtingen in 2018 en 2019. Daarbij geven enkele sportaanbieders aan een negatief financieel jaar te hebben gedraaid en dus hebben moeten interen op hun financiële reserve. Vijf sportaanbieders geven aan over het jaar 2020 een negatief financieel jaar te verwachten. Over de financiële toekomst zijn de sportaanbieders minder zeker. De Coronacrisis in combinatie met ledenontwikkelingen zijn daar debet aan.

Verwachting financien toekomst 16 14

Conclusie vitaliteit Roermondse sportaanbieder De trends en ontwikkelingen in de deelname aan de (anders) georganiseerde sport kunnen consequenties hebben per sportaanbieder. Zo heeft ledenafname consequenties op het gebied van financiën, vrijwilligers en mogelijk de continuïteit voor sportaanbod, met name bij de teamsporten. De vitaliteit verschilt uiteraard per sportaanbieder. Uit de enquête wordt een beeld verkregen dat het met de meeste sportaanbieders goed gaat. Vraagstukken zijn er bij een aantal sportaanbieders op gebied van vrijwilligers en financiën. Het overgrote deel van de sportaanbieders ziet hun toekomst positief tegemoet met de aantekening dat de gevolgen van de Coronapandemie onzekerheid brengt. De financiële toekomt wordt door acht van de vijftien buitensportverenigingen als ‘onzeker’ gezien. Uit de ontvangen enquêtes blijken ook vraagstukken die betrekking hebben op een specifieke sportaccommodatie. Deze vragen zijn intern doorgezet ter afhandeling. Over vraagstukken die voor meerdere sportaanbieders gelden wordt afgestemd welke ondersteuning hierin geboden kan worden. Alle sportaanbieders zijn in oktober 2020 gevraagd naar behoefte aan workshops en/of cursussen.

12 10 8

buitensport

6

binnensport

4 2 0

gezond

onzeker

geen info

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

18

8) Het speelveld: Sportaccommodaties, een rondje langs de velden Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bezetting en behoefte aan sportaccommodaties die vallen onder de reikwijdte van deze nota. Binnensportaccommodaties - Overdekt zwembad ‘de Roerdomp’ Resultaten enquête Zes van de elf sportaanbieders die gebruik maken van het binnenzwembad hebben input geleverd voor deze beleidsnota door de enquête in te leveren. Deze zes aanbieders hadden in 2018 in totaal 444 actieve zwemmers/leden. Dat aantal is in 2020 gegroeid naar 480. Drie sportaanbieders geven aan te verwachten dat het aantal actieve zwemmers binnen hun vereniging in de nabije toekomst zal toenemen, de overige drie verwachten een gelijkblijvend aantal actieve zwemmers. Eveneens drie sportaanbieders geven aan in de toekomst uitbreiding van het aantal uren zwembadgebruik te wensen. Enkele reacties van de sportaanbieders: Club van 7: “Club van 7 zwemt al ruim 60 jaar met veel plezier in de aangeboden zwembaden. Hopen na de crisis weer voltallig van de zwembaden gebruik te kunnen maken.” RZ over de populariteit van zwemsport/ledenontwikkeling: “Uitgangspunt is gestadige jaarlijkse groei met circa 10 leden, tot circa 340 sportende leden in 2025. Voor een stuk verschuiving (bestaande / blijvende leden worden ouder).

Verder blijvende populariteit van de zwemsport, positieve invloed Roermond City Swim, ouders van nieuwe leden die ook (weer) gaan zwemmen.”

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

Reuma Patiëntenvereniging Roermond e.o.: “Wij zouden ook eventueel een kleine groep bij ons kunnen opnemen en samen een lesuur delen, als wij daardoor een extra lesuur zouden kunnen krijgen.” Verhuur en normatieve behoefte Het overdekt zwembad ‘de Roerdomp’ bestaat uit een recreatie- en een wedstrijdbad. Het zwembad wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het recreatieve zwemmen, het leszwemmen, de georganiseerde zwemsport, de anders georganiseerde zwemsport en doelgroep-zwemmen. De behoefte aan zwemwater is al jarenlang stabiel en hoog. In onderstaande tabel is de behoefte en de beschikbare uren voor de (anders) georganiseerd zwemsport en de doelgroepen weergegeven. Tussen () staan de cijfers uit 2017. Vraag door: Vraag naar Beschikbare In verhuur Verschil uren in uren in 2020 gegeven tussen 2020 aantal uren vraag en in verhuur gegeven Georganiseerde 1.513,5 1.375,5 1.375,5 -138 of anders (1.375) (1.283) (1.283) (-92) georganiseerde zwemsport Doelgroepen 682,5 682,5 682,5 0 (612) (612) (612) (0) De vraag naar overdekte zwemuren voor de georganiseerde of anders georganiseerde zwemsport blijft het op jaarbasis beschikbare aantal uren overtreffen. De landelijke trend van een afname van georganiseerde zwembehoefte laat zich in Roermond niet zien. Aangezien méér overdekt zwemwater niet beschikbaar is, is meer gezamenlijk gebruik een optie om in de behoefte te voorzien.

Vijf van de zes huurders geven aan geen ruimte voor medegebruik te zien tijdens de uren dat deze gebruik maken van het zwembad. Beschikt Roermond dan over te weinig overdekt zwemwater? Hiervoor is gekeken naar de richtlijn die de Vereniging Sport en Gemeenten hanteert. Het betreft een richtlijn uit 2006 toen de

19

zwemsport landelijk meer populair was en er in veel gemeenten schoolzwemmen werd aangeboden. De richtlijn gaat uit van 100m2 overdekt zwemwater per 10.000 inwoners. Zwembad ‘de Roerdomp’ beschikt over 680 m2 overdekt zwemwater oftewel 119 m2 per 10.000 inwoners. Er is daarmee meer overdekt zwemwater aanwezig dan de richtlijn aangeeft. Bij een gelijkblijvend gemeentelijk gebruik van het zwembad (zwemlessen, recreatief zwemmen) is de conclusie dat niet kan worden voldaan aan de vraag van enkele sportaanbieders aan meer uren overdekt zwemwater. Het urentekort (-138 op jaarbasis) is daarbij te gering voor uitbreiding van overdekt zwemwater. RZ over de beschikbare zwemuren: “Wij zitten nu al op de limiet, waardoor wij in sommige groepen de trainingstijd moeten halveren. Dat is niet wenselijk. En gezien onze verwachte gestadige groei zal de behoefte aan uren in het zwembad verder groeien.” Wens RZ: “Voor de toekomst na 2025 (een eventueel volgend zwembad?): Een 50 meter binnenbad midden in Limburg, met tribuneruimte, is zeer wenselijk.” - Sporthallen Resultaten enquête Zestien van de 29 sportaanbieders die gebruik maken van een gemeentelijke sporthal hebben input geleverd voor deze beleidsnota door de enquête in te leveren. Deze zestien aanbieders hadden in 2018 in totaal 850 actieve sporters. Dat aantal is in 2020 gegroeid naar 883.

Drie sportaanbieders geven aan te verwachten dat het aantal actieve sporters binnen hun vereniging in de nabije toekomst zal toenemen. Eveneens drie sportaanbieders geven aan in de toekomst uitbreiding van het aantal uren sporthalgebruik te willen. Ook drie sportaanbieders geven aan dat sporadisch medegebruik van de sporthal mogelijk is. Van de zestien sportaanbieders zijn er acht ‘anders georganiseerd’. Deze verenigingen tellen allemaal minder dan 50 leden, sporten recreatief, hebben over het algemeen voldoende vrijwilligers en zijn financieel gezond.

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

Handbalvereniging Swalmen: “Wij hopen als kleine vereniging ook nog steeds serieus te worden genomen in besluiten en gebruik te kunnen blijven maken van de sporthal ook al zijn er grotere verenigingen die de zaal nodig blijken te hebben omdat een overkoepelende sportbond dit eist.” Tafeltennisvereniging Swift: “Sinds de vernieuwing van de vloer, het licht en de klimaatbeheersing is de kwaliteit van de Jo Gerrishal zeer sterk verbeterd.” Gymnastiekvereniging Gympoint over gebruik van sporthal Donderberg: “Op dit moment is vraag en beschikbaarheid accommodatie op elkaar afgestemd. Wel merken we dat bepaalde gebruikersgroepen de reglementen (regels, hygiëne, e.d.) niet zo nauw nemen. Met enige regelmaat is de hygiëne te gek voor woorden. Het niet altijd aanwezig zijn van een beheerder tijdens gebruiksuren draagt hiertoe ook bij.” Verhuur en normatieve behoefte Het gebruik van de sporthallen in gebruiksuren wordt vanaf het sportjaar 2008-2009 periodiek gemonitord. Daarbij zijn de gebruiksuren omgerekend naar een ‘volle bezetting’ per sporthal. Met andere woorden, drie keer gebruik van 1/3 sporthal waarbij op dat moment het 2/3 deel niet in gebruik is, telt voor 1 vol uur bezetting van de sporthal.

20

Onderstaand de tabel met het aantal uren dat een sporthal geheel bezet is (inclusief onderwijs): Seizoen Jo Jo Donderberg Swalmen Herteheym Totaal Gerris Gerris 1 2 2008 – 2.645 2.193 2.380 1.908 n.v.t. 9.126 2009 2013 – 2.606 2.661 2.733 2.087 2.268 12.355 2014 2016 – 2.147 1.852 2.420 1.336 2.150 9.905 2017 2019 – 2.212 1.946 2.818 1.195 2.510 10.681 2020 Ten aanzien van sporthallen is in eerdere beleidsnota’s aangegeven dat de ‘behoefte’ aan een sporthal blijkt uit minimaal 2.000 uren volle bezetting per jaar. In beleidsnota’s van meerdere gemeenten (Rotterdam, IJsselsteyn, Capelle aan den IJssel) wordt gerefereerd aan de VSG richtlijn van 1.600 uren per jaar. Een andere richtlijn die in gemeentelijke beleidsnota’s (met name voor stedelijke gemeenten) wordt gebruikt is 1 sporthal per 15.000 tot 20.000 inwoners. Er is in Nederland een groot verschil in het aantal sporthallen per gemeenten te zien. Dat wordt met name veroorzaakt door de mate van verstedelijking van de gemeente/het gebied. Zo telt de gemeente Amsterdam 1 sporthal op 18.000 inwoners, is er in de gehele regio Midden-Limburg 1 sporthal op 5.900 inwoners en telt Roermond 1 sporthal op 11.500 inwoners. Er is dus niet sprake van één norm/richtlijn die het benodigd aantal sporthallen doet of kan bepalen. De sporthallen in Roermond zijn tijdens de doordeweekse avonduren alle goed tot volledig bezet.

Structurele vrije uren zijn er dan niet/nauwelijks. Wel zijn er vrije uren tijdens de weekenddagen, hoofdzakelijk veroorzaakt door een afname van de officiële competitiesport door teams van georganiseerde sportverenigingen, dit conform de landelijke trend.

Sportaccommodatiebeleid 2021-2025: Ruimte voor sport

In de ‘Uitvoeringsnota sportaccommodaties 2010’ is opgenomen: “Bij een bezetting van een sporthal, die over een periode van drie aaneengesloten jaren minder bedraagt dan 2.000 uur per jaar, wordt over het aanbod aan sporthallen een apart voorstel ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd.” Sporthal Swalmen en sporthal Jo Gerris 2 behalen deze 2.000 uur per jaar niet. Wel geldt dat in totaliteit de vijf sporthallen in Roermond een bezetting kennen van rond of meer dan 10.000 uur per sportjaar. Ook geldt dat er op de populaire doordeweekse avonden nauwelijks vrije uren ter beschikking zijn en er voor deze populaire avonduren iets meer vraag is dan kan worden toegewezen. De conclusie is dan ook dat met deze vijf sporthallen bijna geheel in de totale behoefte kan worden voorzien en het totale aantal verhuurde uren en aantal sporthallen prima aansluit op de normatieve richtlijnen. Om de verhuurmogelijkheden te vergroten wordt de sporthal Donderberg ingericht voor beoefening van de volleybalsport. Dit vergroot ook de mogelijkheden binnen het toewijzingsbeleid. De spreiding van de sporthallen (Herten, Maasniel, Donderberg en Swalmen) is daarbij goed te noemen gelet op het belang van laagdrempelig sportaanbod in de nabijheid van de burgers. Sporthallen worden immers vaak gebruikt door verenigingen die een belangrijke maatschappelijke functie in de wijk vervullen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=8f7cea9f-3a53-4e85-9878-4c32ace16654