CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - concept ruimtelijke onderbouwing Herontwikkeling locatie Venusstraat en Donderbergweg Roermond

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente RoermondBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Herontwikkeling locatie Venusstraat en Donderbergweg Roermond (hamerstuk)20.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Transportas A73 Voor wat betrefthet vrijkomen van toxische wolken bij calamiteiten op de A73 zal gelet op de afstanden de nadruk van beheersing en bestrijding bij de br on liggen, ook ten aanzien van zorgverlening.

24

Zelfredzaamheid Buisleiding Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde. Door een tijdige waarschuwing kunnen deze mensen proberen zo snel mogelijk afstand tot de risicobron te nemen, te schuilen voor hittestraling, of zich inpandig in veiligheid te brengen. In geval van een calamiteit wordt gealarmeerd via het WAS systeem. Bij tijdige waarschuwingen kunnen aanwezigen in het gebied schuilmogelijkheden zoeken, of het gebied ontvluchten. Afhankelijk van de plaats van de calamiteit kan het plangebied in diverse r ichtingen worden ontvlucht. In geval van een toxische wolk moeten alle ramen en deuren worden gesloten, en moeten eventuele ventilatiesystemen eenvoudig kunnen worden uitgeschakeld. Transportas A73 In de directe omgeving is de kans op calamiteiten die ontvluchten noodzakelijk maken vrijwel uitgesloten. Ongeacht de zelfredzaamheid van aanwezigen, kan door middel van standaard waarschuwingssignalen het aantal slachtoffers worden beperkt. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan er kortomgeen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling . Aan de omgevingsvergunning wordt de volgende voorwaarde gekoppeld: “Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadeli ge kwaliteit van de binnenlucht”.

4.3

Waterhuishouding Algemeen Bij ieder ruimtelijk plan dient in beeld te worden gebracht op welke wijze rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van duurzaam waterbeheer. Hiervoor is een waternotitie opgesteld om inzicht te geven hoe het waterbelang is gewogen voor deze projectlocatie. In deze paragraaf wordt daarom allereerst kort ingegaan op de beleidsmatige aspecten van duurzaam waterbeheer. Vervolgens wordt er kort ingegaan op wateraspecten binnen het besluitgebied en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan duu rzaam waterbeheer. De rapportage is te raadplegen in bijlag e 2 bij deze toelichting. Beleid Het beleid ten aanzien van water is op rijksniveau onder meer vastgelegd in de Waterwet, het Nationaal Bestuursakkoord Water en de publicatie Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water. Belangrijke doelen en taken zijn het teveel of tekort aan water aanpakken en het verbeteren van de waterkwaliteit. Op hoofdlijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden -bergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden -scheiden-schoonmaken. Op provinciaal en regionaal niveau is het beleid ten aanzien van water vastgelegd in het Provinciaal Waterprogramma 2022 -2027 en het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 van het Waterschap Limburg. In deze beleidsdocumenten zijn de algemene uitgangspunten zoal s opgenomen in het rijksbeleid nader uitgewerkt.

Grondwater Het besluitgebied is gelegen binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk III, zoals reeds omschreven in paragraaf 3.2.2. Het is in het gebied Roerdalslenk verboden: • een boorput of een bodemenergiesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei; • werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten.

25

Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de boringsvrije zone Roerdalslenk III dieper dan 80 meter dient vier weken op voorhand schriftelijk gemeld te worden aan Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. Vooralsnog is van een dergelijk voornemen geen sprake. Hemelwater Voor wat betreft de nieuw te realiseren bebouwing, mag geen sprake zijn van extra regenwaterbelasting op de gemeentelijke riolering. Regenwater van de percelen dient dan ook in principe op eigen terrein geïnfiltreerd te worden, waarbij het te infiltreren hemelwater van voldoende kwaliteit dient te zijn, zodat bodemvervuiling wordt uitgesloten. Aan de hand van het infiltratieonderzoek, o p basis van de gemiddelde doorlatendheid volgt uit de berekeningen dat de waterbergende voorzieningen nadat deze volledig zijn gevuld, vanwege de goede doorlatendheid van de bodem, binnen een aantal uren weer volledig beschikbaar zijn voor een volgende reg enbui. De normering voor waterberging conform de verordening voor grond- en hemelwater stelt dat bij vernieuwbouw 100 mm per vierkante meterverharding aan waterberging moet worden gerealiseerd. Het voornemen bestaat om bij deze ontwikkeling 32 woningen, bestrating, parkeerplaatsen, tuinen en openbaar groen te realiseren, die samen een verhard oppervlak van 5. 471 m² hebben.

Dit komt neer op een waterbergingseis van c irca 5 47 m³. Ten behoeve van de berging van het hemelwater wordt voorzien in een lavapakket met een totale inhoud van circa 550 m³, waarmee wordt voorzien in voldoende bergingsruimte. Afvalwater Voor de afvoer van het vuilwater wordt aangesloten op de bestaande riolering ter hoogte van het besluitgebied. Omdat er eerder ook al woningen aanwezig waren op deze locatie is de verwachting dat de hoeveelheid huishoudelijk afvalwater nagenoeg gelijk blijft. Doordat er ook hemelwatervoorzieningen worden aangelegd komt er feitelijk minder afvalwater op de bestaande openbare riolering en wordt de situatie verbeterd. Conclusie Binnen het projectgebied is in de huidige situatie al verharding aanwezig welke is aangesloten op de gemengde riolering. Bij de ontwikkeling van de nieuwe woningen wordt rekening gehouden met het scheiden van afvalwater en hemelwater en is voldoende ruimte aanwezig voor waterberg ende voorzieningen om hemelwater op te vangen en te laten infiltreren in de bodem. De waterhuishouding binnen hetprojectgebied is hiermee voldoende toekomstbestendig ingericht en waterveiligheid is geborgd door de aanwezige voorzieningen binnen het projectgebied . Binnen het stedelijk gebied wordt de waterkwaliteit geborgd door toepassing van niet uitlogende bouwmaterialen voor de woningen en door het scheiden van afvalwater en hemelwater.

4.4

Archeologie Op grond van de beleidskaart archeologie van de gemeente Roermond ligt het besluitgebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. In verband hiermee is een archeologisch bureau - en verkennend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd. Onderstaand wordt ingegaan op de conclusies van het onderzoek. Voor meer informatie wordt verwezen naar de als bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen rapportage van het onderzoek. Aanbevelingen Op basis van het bureauonderzoek is de verwachting dat de bodem in grote delen van het plangebied tot in de bouwvoor minimaal verstoord is. Door ploegen en grondwerkzaamheden bij de aanleg van de woonhuizen in jaren ‘70 van de vorige eeuw kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. Onder de bouwvoor kan sprake zijn van een (deels) intact archeologisch bodemarchief. Dit zijn vondsten en sporen die samenhangen met bewoning uit de pe riode mesolithicum– nieuwe tijd. Omwille hiervan wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht in de vorm van een verkennend booronderzoek om de intactheid van de bodem en de diepteligging van potentiële archeologische niveaus vast te stellen.

26

De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid, dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Ongeacht de resultaten van het reeds uitgevoerde en het nog uit te voeren vervolgonderzoek, kan niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing. Conclusie Vanwege de archeologische verwachtingen binnen het plangebied is nader archeologisch onderzoek noodzakelijk in de vorm van een verkennend booronderzoek (IVO-O) . De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid, dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen of aanvullend onderzoek op basis van proefsleuven (IVO -P) noodzakelijk is. Het uitvoeren van het benodigde archeologisch onderzoek wordt als voorwaarde aan de omgevingsvergunning gekoppeld.

4.5

Cultuurhistorie Binnen het besluitgebied en de directe omgeving is geen sprake van cultuurhistorisch waardevolle elementen waarop met de beoogde ontwikkeling invloed wordt uitgeoefend. Vanuit dit kader bestaan er dan ook geen belemmeringen.

4.6

Ecologie Algemeen De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de ‘Wet natuurbescherming’ (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is in de provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening verankerd. Toetsing Quickscan flora en fauna Om te kunnen bepalen of het plan in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid kan worden uitgevoerd, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten.De rapportage is te raadplegen in bijlagen 4 bij deze toelichting. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het Natura 2000 -gebied welke het dichtste bij het besluitgebied ligt is het 'Roerdal'. Dit gebied ligt op een afstand van ongeveer 1, 6 km van het besluitgebied. Door menselijke invloeden in het tussenliggende gebied zijn negatieve effecten door geluidsverstoring of visuele verstoring als gevolg van de ingreep voor de realisatie van woningbouw op Natura 2000 -gebieden uitgesloten.

Doordat het besluitgebied visueel afgeschermd is van de omliggende Natura 2000 gebieden is visuele verstoring op de Natura 2000 -ge bieden ten gevolge van de ingreep ook uit te sluiten. Stikstofdepositie In het kader van voorliggende ontwikkeling is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. De rapportage is te raadplegen in bijlage 5 bij deze onderbouwing. Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situatie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. Het onderhavige plan zal afzonderlijk – of in combinatie met andere plannen – geen relevante significante cumulatieve effecten kunnen veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura

27

2000 -gebieden. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan. Natuurnetwerk Nederland Het besluitgebied bevindt zich niet binnen of aangrenzend aan het Natuurnetwerk Nederland. De wezenlijke kenmerken en waarden van de huidige staat van het NNN worden daarom niet aangetast. Houtopstanden Het besluitgebied is conform het Bomenplan Gemeente Roermond (2011) binnen de bebouwde kom gelegen. De bescherming vanuit de Wnb houtopstanden is daarom niet van toepassing op het besluitgebied. Soortenbescherming Broedvogels Ter plekke van de te renoveren woningen zijn geen indicaties aangetroffen die wijzen op aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en andere soorten met jaarrond beschermde nesten. Vanwege het afwezig zijn van een goed ontwikkelde struikenvegetatie is het aanwezig zijn van overige (zonder jaarrond beschermde nesten) eveneens zeer beperkt te noemen.

broedvogels

Vanwege het ontbreken van goed ontwikkeld broedhabitat en het ontbreken van mogelijke nestlocaties in de bebouwing zijn effecten op broedvogels door de werkzaamheden op voorhand uit te sluiten. De werkzaamheden dienen wel zoveel als mogelijk uitgevoerd te worden buiten de broedperiode van vogels, om daarmee indirecte effecten op broedvogels in de nabijheid te voorkomen of te minimaliseren (werken buiten de periode half maart-half juli, of starten voorafgaande aan de broedperiode met doorloop tot binnen de b roedperiode, zodat de toename van menselijke activiteiten ervoor zorgen dat vogels minder snel geneigd zijn nesten te bouwen dichtbij de werklocatie). Vleermuizen Uit de resultatenvan de quickscan blijkt dat in de wijk diverse geschikte plekken aanwezig zijn die als vaste rust - en verblijfplaats voor de gewone dwerg vleermuizen kunnen dienen. Een nader onderzoek wordt geadviseerd. Overige soorten Andere beschermde soorten, zoals amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders, grondgebonden zoogdieren en andere ongewervelden, zijn niet aangetroffen en ook niet te verwachten ter plekke van de bebouwing en de directe omgeving ervan. Hiervoor zijn geen optimaal ontwikkelde leefgebieden aanwezig. Effecten op overige soortgroepen is in zijn geheel uit te sluiten vanwege het ontbreken van optimaal ontwikkelde leefgebieden.

Nader onderzoek vleermuizen Op basis van de quickscan is vervolgens een nader soortgericht vleermuisonderzoek uitgevoerd om vast te stellen of met de renovatiewerkzaamheden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. De rapportage is te raadplegen in bijlage 6 bij deze toelichting. De conclusies uit het soortgericht onderzoek zijn als volgt: • Uit het onderzoek is gebleken dat er in totaal 2 vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn in de te renoveren panden. Het betreft hier 2 zomerverblijven van evenzoveel mannetjes; • Er is een ontheffing noodzakelijk voor de vernietiging van de verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis in het kader van de Wet natuurbescherming; • Er is tevens noodzaak voor het treffen van mitigerende maatregelen. Het gaat hier om 8 permanente en 8 tijdelijke kasten. Mogelijk dat de tijdelijke kasten kunnen vervallen als de uitvoeringsplanning zodanig gekozen wordt dat de permanente kasten minimaal 3 maanden voorafgaande aan de renovatiewerkzaamheden gerealiseerd kunnen

28

worden. Een en ander dient in de ontheffing te worden opgenomen en in overleg met de provincie Limburg afgestemd te worden.

Ontheffing Wet natuurbescherming Op basis van de bevindingen van de beschreven onderzoeken, is een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming ingediend. Gedeputeerde Staten van Limburg hebben per 28 juli 2023 de ontheffing verleend. De ontheffing is als bijlage 7 bij deze ruimtelijke onderbouwing te raadplegen. Conclusie Het plan kan kortom in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, met dien verstande dat de bovengenoemde aandachtspunten in acht dienen te worden genomen. Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten geldt altijd dat de algemene zorgplicht in acht dient te worden genomen.

4.7

Verkeer parkeren en Verkeer Het besluitgebied voorziet in de realisatie van 32 grondgebonden sociale huurwoningen op een locatie van 30 te slopen grondgebonden sociale huurwoningen . Op basis van de kengetallen van het CROW geldt voor de sociale huurwoningen in sterk stedelijk gebied in de zone 'rest bebouwde kom' een verkeersgeneratie van minimaal 4,5 en maximaal 5,3 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Voor 32 sociale huurwoningen betekent dit een verkeersaantrekkende werking van minimaal 144 en maximaal 169,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. In de huidige situatie is op de voorgenomen locatie sprake van een 30 -tal grondgebonden sociale huurwoningen . Op basis van de kengetallen van het CROW betekent dit een verkeersaantrekkende werking van minimaal 135 en maximaal 159 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. Ten opzichte van de huidige situatie is met het voorgenomen plan sprake van een beperkte toename van het aantal motorvoertuigbewegingen met minimaal 9 en maximaal 10 ,6 op een gemiddelde weekdag. Met deze beperkte toename van het aantal motorvoertuigbewegingen zijn er geen problemen met verkeersafwikkelingen op het omliggende wegennet te verwachten. Parkeren In oktober 2025 heeft de raad van de gemeente Roermond een nieuwe de nota Parkeernomen 2025 vastgesteld .

Hierin is opgenomen dat voor iedere ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente Roermond geldt dat de parkeeroplossing wordt vastgelegd in de omgevingsvergunning. Deze vergunning fungeert als het publiekrechtelijke instrument waarin de afspraken over parkeren formeel worden geborgd. De gemeente Roermond hecht bijzondere waarde aan het expliciet vastleggen van eve ntuele parkeerrechten die aan adressen zijn verbonden. Uitgangspunt is dat deze parkeerrechten op woningniveau worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Dit zorgt voor duidelijkheid over wie, waar en wanneer recht heeft op het gebruik van een parkeerplaats of parkeervoorziening, zowel binnen al s buiten gereguleerd gebied. Met de gemeente Roermond is, bij het indienen van de oorspronkelijke aanvraag, overeenstemming bereikt omgebruik te maken van de parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Dit overeenkomstig de bestaande situatie. Het besluitgebied voorziet in de realisatie van 32 grondgebonden sociale huurwoningen. Voor deze woningen geldt op basis van de gemeentelijke parkeernormen dat dient te worden voorzien in 1,29 parkeerplaatsen per woning, dus in totaal 41,28 parkeerplaatsen (Zone 3, resterende wijken met voornamelijk woonfunctie). Binnen de grenzen van het besluitgebied worden 42 parkeerplaatsen aangelegd , waarmee wordt voldaan aan de parkeernorm van 1, 29 parkeerplaatsen.

29

Conclusie Het plan leidt kortom tot eenzeer beperkte toename van het aantal motorvoertuigbewegingen waardoor gesteld kan worden dat dit geen probleem zal opleveren voor wat betreft de verkeersafwikkeling van het omliggende wegennet. Inzake parkeren wordt in overeenstemming met de gemeente Roermondbinnen de grenzen van het besluitgebied voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd. Vanuit verkeerskundig oogpuntbestaan er kortomgeen belemmeringen.

4.8

Milieueffectrapportage Algemeen Om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, dient in een vroeg stadium te worden beoordeeld of de toekomstige activiteiten mogelijk significante effecten hebben op milieu, natuur of landschap. Een eerste stap in dit proces is een beoordeling of het planvoornemen voldoet aan de drempelwaarden uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. zijn in de onderdelen C en D van de bijlagen beoordelingsdrempels opgenomen, op grond waarvan bepaald kan worden of voor een bepaalde ontwikkeling een m.e.r. -beoordelingsprocedure of een m.e.r.procedure uitgevoerd dient te worden. Deze drempels zijn indicatief. Dit houdt in dat het niet vanzelfsprekend is dat wanneer een ontwikkeling beneden deze drempelwaarden blijft, er geen m.e.r. -beoordeling of m.e.r. noodzakelijk is. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en)die voorkomen op de D -lijst, maar welke beneden de drempelwaarden blijft, dient een toets uitgevoerd te worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze toets wordt de vormvrije m.e.r.-beoordeling genoemd. Uit deze toets zijn twee conclusies mogelijk: • Er is geen m.e.r.( -beoordeling) nodig, want belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. • Er is een m.e.r. -beoordeling dan wel direct een m.e.r.

noodzakelijk, aangezien belangrijke negatieve milieugevolgen niet vallen uit te sluiten. In bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten' zijn de selectiecriteria beschreven die bepalen of er mogelijk sprake is van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Hierbij moet worden gedacht aan de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en natuurlijk de mate van verontreiniging of hinder. Ten tweede is de locatie van de projecten natuurlijk van belang. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen of een pr oject in de nabijheid van een gevoelig gebied is gelegen. Voorbeelden van gebieden die extra aandacht vragen zijn wetlands, berg - en bosgebieden, reservaten en natuurgebieden en bij wet beschermde gebieden. Bij de samenhangende beoordeling van bovenstaande kenmerken van een project en de potentiële aanzienlijke milieugevolgen dient het volgende te allen tijde te worden meegewogen: • het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); • het grens overschrijdende karakter van het effect; • de waarschijnlijkheid van het effect; • de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. De ontwikkeling is in het Besluit m.e.r.

niet opgenomen in onderdeel C, maar kan wel geschaard worden onder onderdeel D, onder categorie D11.2 "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelce ntra of parkeerterreinen." Hiervoor zijn de volgende drempelwaarden zijn opgenomen: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: • een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Relevantie voor het besluitgebied Omdat het planvoornemen ruim beneden de drempelwaarden valt, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.beoordeling.

30

Naast het Besluit m.e.r. wordt ook de Wet natuurbescherming als afwegingskader gehanteerd. Indien er namelijk sprake is van significante negatieve effecten op een Natura 2000 -gebied, geldt een plan m.e.r. -plicht. Bij de ontwikkelingen binnen het besluitgebied zijn negatieve effecten op Natura 2000 -gebieden niet aan de orde. Er is geen plan m.e.r. plicht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Naar aanleiding van het bovenstaande is het opstellen van een vormvrije m.e.r. -beoordeling noodzakelijk. Op basis van artikel 7.17 Wm, dient het bevoegd gezag in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van een besluit een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Het planvoornemen ligt ruim onder de plandrempels waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk is. Gelet hierop worden de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschreden, zodat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r. -beoordeling' dient te worden uitgevoerd. In de navolgende tabel zijn de relevante kenmerken van het plan weergegeven alsmede de belangrijkste effecten die het plan op de omgeving zal veroorzaken.

Daarnaast zijn in het kader van voorliggende bestemmingsplan diverse (milieu)onderzoeken uitgevoerd voor alle voor dit plan relevante milieuaspecten. Uit deze onderzoeken, waarvan de uitkomsten zijn verwerkt in dit hoofdstuk, blijkt dat het plan slechts beperkte milieueffecten heeft. Kenmerken van het plan Omvang van het project (relatie met drempel D -lijst) D11.2 : ''de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Het planvoornemen maakt de realisatie van 32 grondgebonden sociale huurwoningen moge lijk, in combinatie met de sloop van 30 grondgebonden sociale huurwoningen . De indicatieve drempel uit de D lijst wordt daarmee niet overschreden. Cumulatie met andere projecten

Gebruik natuurlijke hulpbronnen Productie afvalstoffen

Verontreiniging en hinder

Er zijn geen autonome ontwikkelingen in de omgeving van het besluitgebied bekend, waardoor geen sprake is van cumulatie van milieueffecten met andere projecten. De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Zowel tijdens de aanleg - als de gebruiksfase vindt er geen productie van stoffen plaats die leiden tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen of tot effecten voor de bodem- en waterkwaliteit. Voor wat betreft de afvoer van (huishoudelijk en sloop) afval worden de reguliere procedures en processen gevolgd, waardoor geen sprake is van belangrijke resteffecten die aanleiding zouden geven tot het doorlopen van een m.e.r. -procedure. Bodem Op basis van paragraaf 4.1.1 blijkt dat er geen aanleiding is om te vermoeden dat er ter plaatse sprake is van een bodemverontreiniging. Wel wordt geadviseerd om na de sloop van de bestaande bebouwing een bodemonderzoek uit te voeren , omdat de kans aanwezig wordt geacht dat door sloopwerkzaamheden een nieuwe bodemverontreiniging ontstaan, of dat na sloop sloopafval achterblijft in de bovengrond. Vanuit het aspect bodem bestaan er, met inachtneming van het voorgaande advies in combinatie met de t.b.v. de sloop in te dienen sloopmelding, geen belemmeringen voor het beoogde toekomstige gebruik. Water Op basis van paragraaf 4.3 blijkt dat er vanuit het aspect water geen

31

belemmeringen bestaan.

Flora en fauna Op basis van de uitgevoerde quickscan blijkt dat nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk is. Dit soortgericht onderzoek is uitgevoerd. Het resultaat is dat een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is voor de vernietiging van verblijfsplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Daarnaast zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk. Voor dit project geldt een mitigatie van 8 tijdelijke kasten. Bij de renovatie dienen tevens 8 permanente kasten aangebracht te worden v oor gewone dwergvleermuizen. Gedeputeerde Staten van Limburg hebben per 28 juli 2023 de ontheffing verleend. In relatie tot stikstofdepositie kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000 gebieden. Archeologie Op basis van paragraaf 4.4 blijkt dat er vanuit het aspect archeologie nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is in de vorm van een verkennend booronderzoek (IVO-O) . De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid, dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen of aanvullend onderzoek op basis van proefsleuven (IVO -P) noodzakelijk is. Geluid Op basis van paragraaf 4.1.2 blijkt dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan.

Bedrijven en milieuzonering Op basis van paragraaf 4.1.4 blijkt dat er vanuit het aspect milieuzonering geen belemmeringen bestaan. Luchtkwaliteit Op basis van paragraaf 4.1.3 blijkt dat er vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen bestaan. Externe veiligheid Op basis van paragraaf 4.2 blijkt dat er vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan. Risico voor ongevallen

De beoogde ontwikkelingen zorgen niet voor een toename van risico's in de omgeving. Er worden geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.

Plaats van de projecten Bestaand grondgebruik

Het besluitgebied is in de huidige situatie reeds bestemd ten behoeve van de functie wonen. Het besluitgebied is deels verhard en deels onverhard. Het bestaande grondgebruik levert geen belemmeringen op in relatie tot de beoogde ontwikkeling.

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Niet van toepassing.

Opname vermogen milieu met aandacht voor Wetlands: niet van toepassing wetlands, kustgebieden, berg - en bosgebieden, Kustgebieden: niet van toepassing reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, Berg- en bosgebieden: niet van toepassing gebieden waar milieunormen worden overschreden, Reservaten en natuurparken: niet van toepassing gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, Habitat/richtlijngebieden: niet van toepassing (zie paragraaf 4.6) landschappelijk historisch cultureel of archeologische Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid: Nee. gebieden van belang. Landschappelijk, historisch, cultureel of archeologische gebieden van belang: nee.

32

Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)

Niet van toepassing

Grensoverschrijdend karakter

Niet van toepassing

Orde van grootte en complexiteit effect

Niet van toepassing

Waarschijnlijkheid effect Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

Niet van toepassing Niet van toepassing

Op basis van de in deze paragraaf opgenomen informatie heeft het college van burgemeester van wethouders op grond van artikel 7.17 Wm de beslissing genomen dat het project geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft en dat geen milieueffectrapportage hoeft te worden gemaakt.

33

5

HAALBAARHEID

5.1

Financieel Kostenverhaal Op grond van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan, indien sprake is van in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen bouwplannen. D e gemeente kan afzien van het opstellen van een exploitatieplan in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, of indien:  het kostenverhaal anderszins is verzekerd;  het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en  het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is. Het plan voorziet in het slopen van 30 grondgebonden sociale huurwoningen en de nieuwbouw van 32 grondgebonden huurwoningen. Het betreft daarmee een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. De gemeente heeft met de initiatiefnemer een anterieure grondexploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 6.24 van de Wet ruimtelijke ordening gesloten. De gronden binnen het besluitgebied zijn in eigendom van Stichting Wonen Zuid en de gemeente Roermond .

Het ligt in het voornemen om het eigendom van de gronden uit te ruilen waarbij 854 m² grond van de gemeente overgedragen wordt aan Stichting Wonen Zuid en 2.420 m² van grond van Stichting Wonen Zuid aan de gemeente Roermond. In de met de initiatiefnemer gesloten overeenkomst zijn afspraken opgenomen overonder meer het verhaal van kosten. Hierdoor is het kostenverhaal verzekerd, is het bepalen van een tijdvak of fasering en het stellen van locatie-eisen aan de inrichting van de openbare ruimte en de aanleg van nutsvoorzieningen middels een exploitatieplan niet nodig. Gelet op het vorenstaande kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.

5.2

Maatschappelijk Voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt in het kader van de omgevingsvergunningprocedure voor eenieder gedurende zes weken ter inzage gelegd.

34

BIJLAGEN

B1 VOORONDERZOEK BODEM

Vooronderzoek NEN 5725 Donderbergweg - Venusstraat te Roermond

Vooronderzoek NEN 5725 Donderbergweg - Venusstraat te Roermond Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM22225 : Definitief (versie 1) : 16 juni 2022

Opdrachtgever

: Kragten Schoolstraat 8 6049 BN Herten

Opgesteld door Paraaf

: ing. T.K.P.G. Thijssen :

Gecontroleerd door Paraaf

: M. Vrolix, bc :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5725 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een vooronderzoek sprake is van een momentopname. Dit betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2 AM22225

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING..............................................................................................................................................................................................................4

2.

VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................6 2.1

Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................6

2.2

Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ...........................................................................................................................................6

2.3

Historische (bodem) informatie................................................................................................................................................................7

2.4

Bodemopbouw en geo(hydro)logie .......................................................................................................................................................8

2.5

Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9

2.6

Asbest ................................................................................................................................................................................................................9

2.7

Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................................................................................... 10

2.8

Archeologische verwachtingswaarde.................................................................................................................................................. 10

2.9

Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10

3.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 11

Bijlagen: 1 2 3 4 5

Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met fotopunten Boorprofielen Omgevingsrapportage gemeente Roermond

Pagina | 3 AM22225

1. INLEIDING In opdracht van Kragten heeft Aeres Milieu een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd voor de planlocatie Donderbergweg - Venusstraat te Roermond. Het plangebied is kadastraal bekend als Roermond, sectie F, nummers 4716, 4717, 5639, 5640 (ged.), 5641, 5642 en 5643 en heeft een oppervlakte circa 9.650 m2.

Aanleiding Dit vooronderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de sloop van de bestaande woongebouwen en de realisatie van 30 grondgebonden nieuwbouwwoningen. Het planvoornemen is weergegeven in afbeelding 1.

Afbeelding 1: tekening met planvoornemen (bron: opdrachtgever)

Doel Het doel van het vooronderzoek is om op basis van de onderzoeksgegevens vast te stellen of er sprake is van een mogelijke verontreiniging van de bodem met stoffen die een belemmering kunnen vormen met het oog op de voorgenomen ontwikkelingen. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5725 van het Nederlands Normalisatie-Instituut. In dit vooronderzoek wordt het volgende beschreven:

Pagina | 4 AM22225

•

algemene gegevens;

•

het voormalige gebruik van de onderzoekslocatie;

•

het toekomstige gebruik van de onderzoeklocatie;

•

de directe omgeving van de onderzoekslocatie;

•

de bodemopbouw en de diepte en stroming van het freatisch grondwater.

In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken. De in hoofdstuk 2 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •

opdrachtgever;

•

kadaster.nl;

•

topotijdreis.nl;

•

dinoloket.nl;

•

AHN.nl;

•

gemeente Roermond;

•

provincie Limburg;

•

terreininspectie.

Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau.

Pagina | 5 AM22225

2. VOORONDERZOEK 2.1

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt in de wijk Donderberg ten zuidoosten van het stadscentrum van Roermond. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Roermond Roermond, sectie F, nummers 4716, 4717, 5639, 5640 (ged.), 5641, 5642 en 5643. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 198.750 / Y = 355.609. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: pdokviewer )

2.2

Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis

In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit het kaartmateriaal is af te leiden dat de planlocatie en omgeving tot de jaren zeventig van de vorige eeuw bestond uit landbouwgrond. Op de kaart van 1980 is voor het eerst de bestaande bebouwing en het stratenpatroon waar te nemen. Uit informatie van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) blijkt dat de woonbebouwing binnen de planlocatie dateert van 1974-1975. De inrichting en het gebruik van de planlocatie is na de bouw midden jaren zeventig niet gewijzigd.

Pagina | 6 AM22225

jaartal 1900

jaartal 1940

jaartal 1970

jaartal 1980 jaartal 2000 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)

2.3

jaartal 2015

Historische (bodem) informatie

Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Roermond. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Voor de onderzoekslocatie zijn, behoudens een bouwvergunning, geen vergunningen verleend in het kader van de voormalige Hinderwet, Wet milieubeheer en/of sloopvergunningen. Voor de onderzoekslocatie is de in tabel 2.1 weergegeven bouwvergunning verleend. Dossiernummer

Datum

Vergunning

Toelichting

9385

13-03-1973

Bouwvergunning

Bouwvergunning voor de bouw van 401 woningen in de wijk Donderberg. Uit de ingediende bouwaanvraag blijkt dat de inpandige ventilatiekanalen bestaan uit asbestcement.

Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen

Via de website van de gemeente Roermond is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 5. Uit de rapportage blijkt dat in de directe omgeving diverse bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Pagina | 7 AM22225

Het betreft hoofdzakelijk onderzoeken in openbaar gebied die uitgevoerd werden in het kader van civieltechnische werkzaamheden. In tabel 2.2 is een samenvatting weergegeven van het meest relevante en recente onderzoek. Bodemonderzoek

Samenvatting resultaten

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Het onderzoek werd uitgevoerd in verband met de werkzaamheden aan

Sterrenberg Roermond

kabels/leidingen.

Antea, kenmerk 0470400.168 d.d. 17-10-2021

Met uitzondering van een deel van de Neptunusstraat zijn in het onderzochte gebied maximaal licht verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen aangetoond. Ter plaatse van de Neptunusstraat (ter hoogte van huisnr. 71) is in de ondergrond (0,5-0,7 m-mv) een sterk verhoogde gehalte aan zware metalen aangetoond. Op het maaiveld en in de opgeboorde grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de fijne fractie (<20mm) is analytisch geen asbest aangetoond.

Tabel 2.2: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken (bron: gemeente Roermond)

Op basis van het bovenbeschreven onderzoek en eerder uitgevoerde onderzoeken (Geonius, 2016 en Aelmans, 2020) in de aangrenzende wijken, waarbij ten hoogste licht verhoogde gehalten zijn aangetoond, worden geen (sterke) verontreinigingen verwacht binnen de planlocatie. Binnen de planlocatie en directe omgeving zijn geen bodembedreigende (verdachte) activiteiten bekend. Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de provincie Limburg blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.

2.4

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.3. Diepte [m-mv]

Hydrogeologische eenheid

Lithologie

0 – 0,5

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

0,5 – 1,1

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, met weinig klei, veen en grof zand

1,1 – 10,2

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

10,2 – 24,8

Formatie van Beegden

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken

24,8 – 45,4

Formatie van Sterksel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei

Pagina | 8 AM22225

Diepte [m-mv]

Hydrogeologische eenheid

Lithologie

45,4 – 47,0

Formatie van Stramproy

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool

Tabel 2.3: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 25,4 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 21 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.

2.5

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 14 juni 2022 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De planlocatie is bebouwd met vier huizenblokken met tuinen en bergingen (plat dak). Centraal binnen de planlocatie ligt een parkterrein verhard met klinkers. Het noordwestelijk deel is ingericht als speeltuintje. Het overig deel van het plangebied bestaat uit groen. De planlocatie wordt aan de noordzijde begrensd door woonpercelen aan de Marsstraat, aan de oostzijde door de Lunastraat, aan de zuidzijde door de Venusstraat en aan de westzijde door de Donderbergweg. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen voor verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens de inspectie zijn verdeeld over de locatie 6 profileringsboringen verricht tot max. 1,0 m-mv. De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 cm). Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld.

Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal van de bovengrond en ondergrond zijn geen zintuiglijk geen bijmengingen/bijzonderheden waargenomen. De boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4.

2.6

Asbest

Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is, behoudens de inpandig toegepaste asbestcementhoudende ventilatiebuizen, geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.

Pagina | 9 AM22225

2.7

Bodemkwaliteitskaart

Uit de regionale bodemkwaliteitskaart Limburg Noord (Sweco, 24-05-2019) blijkt dat de planlocatie voor de bovengrond en ondergrond ligt in het deelgebied ‘landbouw/natuur’. Voor zowel de bovengrond als de ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘wonen’. Volgens de PFAS bodemkwaliteitskaart Limburg Noord (Sweco, 03-09-2020) geldt voor zowel de bovengrond als de ondergrond de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’. Er zijn geen verhoogde gehalten aan PFAS te verwachten.

2.8

Archeologische verwachtingswaarde

De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Roermond (2011) in een zone met een hoge archeologische verwachting. Binnen het bestemmingsplan Donderberg Hoogvonderen (vastgesteld 2017) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 cm -mv.

2.9

Onderzoekshypothese

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Wel dient rekening gehouden te worden met regionaal verhoogde achtergrondwaarden van zware metalen in het grondwater. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht).

Pagina | 10 AM22225

3. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek kan de onderzoekslocatie als “onverdacht” worden beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Er bestaat geen aanleiding te vermoeden dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een bodemverontreiniging. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht. De verwachte bodemkwaliteit (landbouw/natuur) volgens de bodemkwaliteitskaart vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik (wonen). Geadviseerd wordt om na sloop van de bestaande bebouwing een bodemonderzoek uit te voeren. De kans is aanwezig dat door sloopwerkzaamheden een nieuwe bodemverontreiniging ontstaat, of dat na sloop sloopafval achterblijft in de bovengrond. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en Handelingskader PFAS van toepassing.

Pagina | 11 AM22225

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart

AM20@@@

Kadastrale kaart

Uw referentie: AM22225

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 2000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Roermond F 5640

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 29 april 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

aeres milieu

Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie

AM20@@@

AM22225

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM22225

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

Foto 11

Foto 12

AM22225

Foto 13

Foto 15

Foto 14

aeres milieu

Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met fotopunten

AM20@@@

198701

198726

198751

198776

198801

198826

198851

355650 355625 355600 355575

Fotopuntenkaart (A4) AM22225 Roermond Donderbergweg-Venusstraat

Legenda Plangebied

Schaal

N

Foto's

v1.0_16-6-2022_LK

355550

Boringen boring tot 1,00 m - mv. Achtergrond: Open Topo (Map 5), Kadastrale kaart WFS PDOK

198651

198676

198701

198726

198751

198776

198801

198826

198851

355550

355575

355600

355625

355650

355675

198676

355675

198651

aeres milieu

Bijlage 4 Boorprofielen

AM20@@@

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01

Boring: 0

0

tuin

02 0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor 50

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor

50

100

100

Boring:

03

Boring: 0 8

0

100

100

klinker

04 0 8

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, beigeoranje, Edelmanboor 50

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebeige, Edelmanboor 50

55

Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor 100

100

Boring: 0

85 100

100

05

Boring: 0

gras

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor 50

0 8 10

klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

50

100

Leem, sterk zandig, oranjebeige, Edelmanboor

06

70

100

klinker

100

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, beigeoranje, Edelmanboor

Projectnaam: Donderbergweg-Venusstraat, Roermond Projectcode: AM22225

Opdrachtgever: Kragten

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

aeres milieu

Bijlage 5 Omgevingsrapportage gemeente Roermond

AM20@@@

AM22225 Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 18

-

29-04-2022

Pagina 2 van 18

-

29-04-2022

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Donderbergweg - Saturnusstraat planetenbuurt Donderbergweg-beethovenstraat-Kast.Hillenraedstraat Sterrenberg reconstructie Kastelenbuurt openbare wegen Sterrenberg tbv werk Enexis Kaarten Disclaimer Toelichting

Pagina 3 van 18

-

29-04-2022

Inleiding Dit rapport is een geautomatiseerde samenvatting van de bij de gemeente Roermond bekende gegevens over de bodemkwaliteit. Deze informatie wordt in een bodeminformatiesysteem (BIS) opgeslagen. In het rapport is de beschikbare informatie opgenomen van het door u geselecteerde perceel of gebied.

Pagina 4 van 18

-

29-04-2022

Locatie: Donderbergweg - Saturnusstraat Locatie Adres

Donderbergweg Roermond

Locatiecode

AA095701025

Locatienaam

Donderbergweg - Saturnusstraat

Plaats

Roermond

Locatiecode bevoegd gezag WBB

RM095701025

Status Vervolg WBB Status rapporten

Beoordeling Verkennend onderzoek NVN 5740

Status besluiten

Beschikking Status asbest

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Naam

Auteur

Opdrachtnummer Archief

Verkennend Donderbergweg 13-07-1994 onderzoek NVN Geoconsult Saturnusstraat 5740 Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar Besluiten Geen gegevens beschikbaar Sanering Geen gegevens beschikbaar

Pagina 5 van 18

-

29-04-2022

1994/35 / 31

Conclusie overheid

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 6 van 18

-

29-04-2022

Locatie: planetenbuurt Locatie Adres

Plutolaan Roermond

Locatiecode

AA095701130

Locatienaam

planetenbuurt

Plaats

Roermond

Locatiecode bevoegd gezag WBB

RM095701130

Status Vervolg WBB Status rapporten

Beoordeling Indicatief onderzoek

Beschikking

Status besluiten

Status asbest

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Naam

Auteur

Opdrachtnummer Archief

17-09-1993

Indicatief onderzoek

planetenbuurt Oranjewoud

1993/36 / 25

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar Besluiten Geen gegevens beschikbaar Sanering Geen gegevens beschikbaar Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Pagina 7 van 18

-

29-04-2022

Conclusie overheid

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 8 van 18

-

29-04-2022

Locatie: Donderbergweg-beethovenstraatKast.Hillenraedstraat Locatie Adres

Donderbergweg Roermond

Locatiecode

AA095703346

Locatienaam

Donderbergweg-beethovenstraat-Kast.Hillenraedstraat

Plaats

Roermond

Locatiecode bevoegd gezag WBB

RM095703346

Status Vervolg WBB Status rapporten

Beoordeling Verkennend onderzoek NEN 5740

Status besluiten

Beschikking Status asbest

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Verkennend 03-01-2011 onderzoek NEN 5740

Naam

Auteur

DonderbergwegbeethovenstraatKast.Hillenraedstraat

Royal Haskoning

Opdrachtnummer Archief

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar Besluiten Geen gegevens beschikbaar Sanering Geen gegevens beschikbaar

Pagina 9 van 18

-

29-04-2022

2011/7

Conclusie overheid

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 10 van 18 -

29-04-2022

Locatie: Sterrenberg reconstructie Locatie Adres Locatiecode

NZ095700084

Locatienaam

Sterrenberg reconstructie

Plaats

Roermond

Locatiecode bevoegd gezag WBB

RD095700084

Status Vervolg WBB Status rapporten

Beoordeling Verkennend onderzoek NEN 5740

Status besluiten

Beschikking Status asbest

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Naam

Auteur Opdrachtnummer Archief

21-07-2016

Historisch onderzoek

Sterrenberg reconstructie

Geonius

Verkennend bodemonderzoek Sterrenberg 18-11-2016

Geonius

Verkennend 18-11-2016 onderzoek NEN 5740

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Pagina 11 van 18 -

29-04-2022

Conclusie overheid

Sanering Geen gegevens beschikbaar Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 12 van 18 -

29-04-2022

Locatie: Kastelenbuurt openbare wegen Locatie Adres Locatiecode

NZ095701876

Locatienaam

Kastelenbuurt openbare wegen

Plaats

Roermond

Locatiecode bevoegd gezag WBB

RD095701876

Status Vervolg WBB Status rapporten

Beoordeling Verkennend onderzoek NEN 5740

Status besluiten

Beschikking Status asbest

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Naam

Auteur Opdrachtnummer Archief

05-12-2018

Historisch onderzoek

Vooronderzoek Kastelenbuurt reconstructie

WBV Advies

Conclusie overheid

Onderzoek tbv vervangen waterleiding. Plaatselijk Co, Pb en Cu > AW Verder geen overschrijdingen

Verkennend Verkennend bodemonderzoek Aelmans 11-03-2019 onderzoek trottoirs Eco NEN 5740 Kastelenbuurt verkennend bodem en Verkennend asbestonderzoek Aelmans 18-07-2019 onderzoek Kasteel Eco NEN 5740 Verduynenstraat eo verkennend Verkennend onderzoek 08-01-2020 onderzoek Kastelenbuurt NEN 5740 Fase III 2020 Verkennend Verkennend 21-08-2020 onderzoek onderzoek inc. NEN 5740 PFAS

Aelmans Eco Conclusies op hoofdlijnen: Er zijn geen funderingslagen aanwezig (fundatie

Geonius

Pagina 13 van 18 -

29-04-2022

op zand) Zintuiglijke bijmengingen zijn maar zeer beperkt aanwezig en leiden niet tot asbestverdachtheid Vrijwel alle uitkomende grond voldoet aan Aw (gemiddeld). Uitzonderin Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar Besluiten Geen gegevens beschikbaar Sanering Geen gegevens beschikbaar Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 14 van 18 -

29-04-2022

Locatie: Sterrenberg tbv werk Enexis Locatie Adres

Neptunusstraat 31 6043TV Roermond

Locatiecode

AA095705729

Locatienaam

Sterrenberg tbv werk Enexis

Plaats

Roermond

Locatiecode bevoegd gezag WBB

LI095705729

Status Vervolg WBB Status rapporten

Beoordeling Meldingsformulier BUS saneringsplan

Status besluiten

Beschikking Status asbest

Is van voor 1987

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Verkennend 17-10-2021 onderzoek NEN 5740

Naam

Auteur Opdrachtnummer Archief

Wbb is van toepassing voor een zeer beperkt deel van het onderzoeksgebied, deelloc. B t.p.v. Neptunusstraat 31. Overige deel van onderzoekgebied bevat geen (deelloc.C) of licht verhoogde gehalten aan kobalt (deelloc. D) of min olie (deelloc. A en D)

VO incl. asbest Antea wijk group Sterrenberg

BUS-melding Meldingsformulier TU Antea 25-10-2021 BUS Neptunusstraat group saneringsplan 31 Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar

Pagina 15 van 18 -

Conclusie overheid

29-04-2022

Verontreinigende activiteiten Geen gegevens beschikbaar Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar Besluiten Geen gegevens beschikbaar Sanering Geen gegevens beschikbaar Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 16 van 18 -

29-04-2022

Pagina 17 van 18 -

29-04-2022

Disclaimer De gemeente Roermond besteedt de grootst mogelijke aandacht en zorg aan de gegevens in het Bodeminformatiesysteem. Toch kan het voorkomen dat de getoonde bodeminformatie verouderd is, onvolledig is of onjuistheden bevat. Tevens ontvangt de gemeente Roermond niet alle bodemonderzoeken die binnen de gemeente worden uitgevoerd. De gegevens van een bodemonderzoek zijn ook een momentopname. Dit houdt in dat per situatie (omgevingsvergunning voor bouw of bestemmingsplanwijziging, grondverzet etc.) moet worden beoordeeld of de bekende gegevens nog bruikbaar zijn daarvoor. De gemeente Roermond is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die ontstaat als gevolg van of in verband staat met het gebruik van de getoonde informatie. Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met de betreffende gemeente via onder staande emailadres: Roermond: bodem@Roermond.nl

Pagina 18 van 18 -

29-04-2022

B2 WEGING VAN HET WATERBELANG

Waternotitie Donderbergweg - Venusstraat Roermond Betreft

Ons kenmerk

Weging van het waterbelang ROE444

Datum

1 2 december 202 5

Behandeld door

DVDL / HKE / BDEU

Inleiding Het voornemen bestaat om vervangende nieuwbouw te realiseren aan de Venusstraat in Roermond. De huidige woningen worden gesloopt en in totaal worden er 32 nieuwe woningen gerealiseerd met een rijbaan, parkeerplaatsen en openbaar groen. Door deze nieuwe ontwikkeling is er sprake van een bergingsopgave. Vanaf 1 januari 2024 hebben we in de Nederlandse waterwetgeving te maken met de Omgevingswet. Hierin is de oude term “watertoets” overgegaan in “weging van het waterbelang”. De weging van het waterbelang is als instructieregel voor overheden vastgelegd in het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) en luidt: “in een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen en daarbij worden de opvattingen van de waterbeheerder betrokken”. Deze waternotitie geeft inzicht hoe het waterbelang is gewogen voor deze projectlocatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=7eca52bc-ca1f-40ce-ba05-08941fbfe1a4