CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - concept ruimtelijke onderbouwing Herontwikkeling locatie Venusstraat en Donderbergweg Roermond

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente RoermondBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Herontwikkeling locatie Venusstraat en Donderbergweg Roermond (hamerstuk)20.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Stichting Wonen Zuid ROE44 4 12 december 2025

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

Stichting Wonen Zuid ROE444 202 5 1212 -ROE44 4 -RO -4. 3 Definitief 12 december 2025

Opsteller: CVDHE Verificatie:

T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl © 2025 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+C0 CVDHE + -

HVG

-+R0 HVG + -

Validatie: ebe

EBE

-+V0 EBE+ -

INHOUDSOPGAVE 1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.3

Aanleiding ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ 5 Ligging, begrenzing en juridische status van................................ het besluitgebied ........................................................ 5 Ligging besluitgebied ................................ ................................ ................................ .............................................5 Begrenzing besluitgebied ................................ ................................ ................................ ........................................6 Juridische status besluitgebied ................................ ................................ ................................ .................................6 Leeswijzer ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ 7

2.1 2.2

Gebiedsbeschrijving ................................ ................................ ................................ ............................................... 8 Planbeschrijving ................................ ................................ ................................ .................................................... 8

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5

Europees - en Rijksbeleid ................................ ................................ ................................ .......................................10 Nationale Omgevingsvisie ................................ ................................ ................................ .....................................10 Ladder voor duurzame verstedelijking ................................ ................................ ...................................................... 11 Besluit algemene regels ruimtelijke ................................ ordening ................................ ............................................11 Provinciaal niveau ................................ ................................ ................................ ............................................... 12 Omgevingsvisie Limburg ................................ ................................ ................................ .......................................12 Omgevingsverordening Limburg ................................ 2014 ................................ ..................................................... 12 Ontwerp Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 (regels -energie) inzake ................... o.a. wonen 13 en zonne Regionaal beleid ................................ ................................ ................................

................................................. 14 Structuurvisie Wonen -Limburg Midden2022 -2025, mede in relatie tot Woondeal ................................ Limburg ................ 14 Gemeentelijk beleid ................................ ................................ ................................ .............................................14 Toekomstvisie Roermond ................................ 2030 ................................ ................................ ................................ 14 Omgevingsvisie Roermond ................................ ................................ ................................ ....................................15 Duurzaamheidsvisie Roermond ................................ ................................ ................................ ................................17 Nota parkeernormen ................................ 2025 ................................ ................................ ...................................18 Verordening afvoer - en hemel grondwater gemeente................................ Roermond .................................................... 19

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

Milieu ................................ ................................ ................................ ................................ ................................20 Bodem ................................ ................................ ................................ ................................ ................................20 Geluid ................................ ................................ ................................ ................................ ................................20 Luchtkwaliteit ................................ ................................ ................................ ..................................................... 20 Milieuzonering / bedrijvigheid ................................ ................................ ................................ ................................21 Externe veiligheid ................................ ................................ ................................ ................................................ 22 Waterhuishouding ................................ ................................ ................................ ............................................... 25 Archeologie ................................ ................................ ................................ ........................................................

26 Cultuurhistorie ................................ ................................ ................................ .................................................... 27 Ecologie ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ 27 Verkeer en parkeren ................................ ................................ ................................ ............................................29 Milieueffectrapportage ................................ ................................ ................................ .........................................30

5.1 5.2

Financieel ................................ ................................ ................................ .......................................................... 34 Maatschappelijk ................................ ................................ ................................ .................................................. 34

3

BIJLAGEN

4

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding Woningcorporatie Stichting Wonen Zuid is voornemens om 30 grondgebonden sociale huurwoningen op de locatie Venusstraat – Donderbergweg te Roermond te slopen en ter plaatse 32 grondgebonden sociale huurwoningen te realiseren. De beoogde ontwikkeling is op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Donderberg Hoogvonderen ’ niet rechtstreeks toegestaan. Verder biedt het bestemmingsplan geen afwijkings-of wijzigingsbevoegdheden, waarmee de ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. De gemeente Roermond heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12 lid 1, sub a, onder 3 Wabo). Hiertoe dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld op basis waarvan een omgevingsvergunning kan worden verleend. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin. Volledigheidshalve dient te worden opgemerkt dat de aanvraag omgevingsvergunning is ingediend voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarom is op de aanvraag het oude recht van toepassing (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht).

1.2

Ligging , begrenzing en juridische status besluitgebied van het

1.2.1

Ligging besluitgebied Het besluitgebied ligt aan de Venusstraat, huisnummers 1 t/m 23 (oneven nummers), de Donderbergweg , huisnummers 108 t/m 124 (even nummers), en de Lunastraat, nummers 25 t/m 41 (oneven nummers), in de wijk Hoogvonderen in Roermond. Op de navolgende afbeelding is de globale ligging van het besluitgebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging besluitgebied .

5

1.2.2

Begrenzing besluitgebied Op de navolgende afbeelding is de ondergrond.

grens van het besluitgebied globaal weergegeven op de kadastrale

Besluitgebied, rood omlijnd weergegeven op een kadastrale ondergrond.

De gronden zijn kadastraal bekend als Roermond, sectie F, nummers 4716, 4717, 5640 (deels), 5641 t/m 5643 en zijn in eigendom van Stichting Wonen -Zuid en de gemeente Roermond. Het ligt in het voornemen om het eigendom van de gronden uit te ruilen op zodanige manier dat de gronden waarop de woningen worden gebouwd in eigendom komt van Stichting Wonen Zuid , voor de delen van gronden waar dat nog het geval is, en vice versa voor de gronden ten behoeve van de openbare ruimte welke in eigendom komt van de gemeente Roermond.

1.2.3

Juridische status besluitgebied Bestemmingsplan ‘Donderberg Hoogvonderen’ Voor het besluitgebied geldt het bestemmingsplan ‘Donderberg Hoogvonderen’ , dat op 28 september 2017 door de gemeenteraad van Roermond is vastgesteld. Op grond van dit bestemmingsplan geldt voor het besluitgebied de bestemming ‘Woongebied’. Verder is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ van toepassing. Enkelbestemming Uit functioneel oogpuntis woningbouw op de gronden bestemd als ‘Woongebied’ toegestaan. Verder kan de voorgenomen woningbouw deels worden gezien als herbouw van nieuwe woningen en past het dientengevolge ook binnen de bouwregels van de bestemming ‘Woongebied’. De voorgenomen ontwikkeling voorziet echter in het toevoegen van twee woningen en kan zodoende niet alleen als herbouw worden beschouwd. Voor dit deel is het plan strijdig met de bestemming ‘Woongebied’.

6

Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan ‘Donderberg Hoogvonderen’ . Het besluitgebied ligt binnen de rood omlijnd e kaders.

Dubbelbestemming Voor het gehele besluitgebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Voor het besluitgebied geldt een onderzoeksplicht bij bodemverstoringen vanaf 100 m² en een diepte van 40 cm. In het kader van voorgenomen plan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn beschreven in paragraaf 4.4 van voorliggende onderbouwing. Herziening paraplubestemmingsplan kamerverhuur en ministudio’s Voor het besluitgebied geldt tevens het bestemmingsplan ‘Herziening paraplubestemmingsplan kamerverhuur en ministudio's’, dat op 4 juni 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad van Roermond. Op basis van de herziening van dit paraplubestemmingsplan geldt aanvullend op de regels uit het bestemmingsplan ‘Donderberg Hoogvonderen’ dat het niet is toegestaan om binnen het besluitgebied nieuwe kamerverhuurpanden of kamerwoningen te bouwen. Daarnaast geldt dat het verboden is een nieuwe woning binnen het besluitge bied te bouwen met een gebruikersoppervlakte kleiner dan 60 m². Het planvoornemen is niet in strijd met het paraplubestemmingsplan aangezien de te bouwen woningen niet zien voorzien voor kamerverhuur en de gebruikersoppervlakte van de woningen groter is dan 60 m².

1.3

Leeswijzer Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een gebieds - en planbeschrijving. Hoofdstuk 3 beschrijft het relevante nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de milieuhygiënische en planologische deelaspecten met betrekking tot de ontwikkeling. Hoofdstuk5 bevat tot slot een uiteenzetting over de uitvoerbaarheid van het plan.

7

2

GEBIEDS- EN PLANBESCHRIJVING

2.1

Gebiedsbeschrijving Het besluitgebied ligt in de buurt Sterrenberg, specifiek ter hoogte van de Venusstraat, nummers 1 t/m 23 (oneven), de Lunastraat, nummers 25 t/m 41 (oneven) en de Donderberg weg , nummers108 t/m 124 (even) in de wijk Hoogvonderen. In de huidige situatie zijn op de locatie een dertigtal, over vier blokken verdeeld, aanee ngeschakelde woningen gebouwd in de jaren 60. O p de navolgende afbeelding is het besluitgebied geprojecteerd op een luchtfoto.

Besluitgebied globaal geprojecteerd op een luchtfoto .

2.2

Planbeschrijving Binnen het besluitgebied worden de 30 grondgebonden sociale woningen geamoveerd. Daarvoor in de plaats worden 32 grondgebonden sociale huurwoningen gerealiseerd. Parallel aan de Donderbergweg worden 12 aaneengeschakelde woningen gerealiseerd . Verder worden 2 blokken van 6 aaneengeschakelde woningen aan sluitend aan de Venusstraat en 8 twee-onder-een-kapwoningen aansluitend aan de tuinen van de woningen van de Marsstraat gerealiseerd. De twee-onder-een-kapwoningen zijn eveneens sociale huurwoningen, maar ten opzichte van de andere blokken anders geclusterd. Eén blok woningen aansluitend aan de Venusstraat wordt ontsloten op de Venusstraat. Het andere blok is gedraaid en wordt ontsloten op het nieuwe plein. Alle woningen worden voorzien van een zaagtanddak/sheddak. De woningen worden verder voorzien van een tuin en een bijgebouw. Op het binnenterrein worden 42 parkeerplaatsen gerealiseerd en nieuw openbaar groen aangelegd met onder andere bomen. Op de navolgende afbeelding en is het stedenbouwkundig ontwerpvan het planvoornemen weergegeven gevolgd door een 5 -tal impressiebeelden op straatniveau.

8

Bovenaanzicht van het stedenbouwkundig ontwerp.

Impressie planvoornemen op straatniveau .

9

3

BELEIDSKADER

3.1

Europees - en Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, heeft de rijksoverheid de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. In de NOVI wordt een toekomstbeeld geschetst van een Nederland: • dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; • met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; • waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; • met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; • waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; • dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; • waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; • dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving.

Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen' . In totaal zijn er 21 nationale belangen geformuleerd. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeemverantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zi jn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden hiervan zijn het: • Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. • Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. • Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. • Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. • Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. • Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). • Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. • Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.

• Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Conclusie Bij de voorgenomen ontwikkeling zijn met name het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte van belang. Verder geldt dat sprake is van een lokale ontwikkeling, waarbij geen nationale belangen zoals genoemd in het NOVI in het geding zijn . De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de NOVI.

10

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd, met als doel een goede ruimtelijke ordening te bereiken door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Daarnaast ondersteunt het gemeenten en provincies in de vraaggerichte programmering van hun grondgebied. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het tweede lid van artikel 3.1.6 luidt volgt: "De toelich ting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." De eerste vraag die zich hierbij aandient is of het planvoornemen moetworden gezien als 'stedelijke ontwikkeling'. Op basis van jurisprudentie 1 wordt de realisatie van 1 2 extra woningen gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gezien het planvoornemen bestaat uit desloop van 30 woningen en de realisatie van 32 woningen is er een toename van 2 woningen en is een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde .

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Een nadere toetsing hieraan is niet noodzakelijk.

3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met uitzondering van enkele onderdelen is het Barro eind december 2011 in werking getreden. Hierna zijn nog enkele aanvullingen/wijzigingen in wer king getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. Het gaat om de volgende nationale belangen: • Rijksvaarwegen. • Project Mainportontwikkeling Rotterdam. • Kustfundament. • Grote rivieren. • Waddenzee en waddengebied. • Defensie. • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen. • Elektriciteitsvoorziening. • Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. • Natuurnetwerk Nederland (NNN). • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. • Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het besluitgebied heeft geen overlap of invloed op de in het Barro beschermde nationale belangen.

1 https://www.raadvanstate.nl/@99341/201407135

-1-r1/

11

3.2

Provinciaal niveau

3.2.1

Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van de provincie Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is per 25 oktober 2021 in werking getreden. Op grond van de kaart 'Limburgse principes' is het besluitgebied aangeduid als 'stedelijk gebied’ . Het stedelijk gebied omvat de bebouwde gebieden van de Westelijke Mijnstreek, Heerlen, Brunssum, Landgraaf en Kerkrade en de steden Maastricht, Venlo, Roermond, Weert en Venray. Hier vind je een breed scala aan locaties met functies zoals wonen, winkels, scholen, voorzieningen, wegen en openbare ruimte. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Conclusie In het voorliggende geval is sprake van een herontwikkeling, namelijk hetslopen van 30 verouderde naoorlogse grondgebonden sociale huurwoningen en het realiseren van 32 nieuwe grondgebonden sociale huurwoningen, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving ter plaatse. De ontwikkeling past daarmee binnen de beleidskaders zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Limburg.

3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014 Algemeen Op 12 december 2014 is de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld. Hierin staan de regels die het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding geven. Beschermingsgebieden Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het besluitgebied binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk III ligt. Ter plaatse zijn alle boringen (en het roeren van grond) dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei verboden. Voor boringen dieper dan 80 meter geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten va n de provincie Limburg. Dergelijke boringen zijn vooralsnog niet voorzien. Verder ligt het besluitgebied niet binnen een stiltegebied, waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of overige boringsvrije zone. Vanuit dit kader bestaan er dan ook geen belemmeringen. Duurzame verstedelijking In paragraaf 2.2 van de omgevingsverordening zijn regels opgenomen ten behoeve van duurzame verstedelijking. Onderdeel hiervan vormt onder meer de ladder voor duurzame verstedelijking. De onderbouwing van het project in relatie tot deze ladder is reeds opg enomen in paragraaf 3.1.2 . In het voorliggende geval is sprake van een zeer lichte toename van het aantal woningen (2) en is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is kortom niet aan de orde.

Bestuursafspraken ten aanzien van wonen In paragraaf 2.4 van de omgevingsverordening zijn bestuursafspraken opgenomen met betrekking tot de regionale uitwerking van het POL2014. In artikel 2.4.2 'Wonen' lid 3 is opgenomen dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden -Limburg niet mag voorzien in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde regionale structuurvisie ten aanzien van wo nen voor de regio Midden -Limburg. In dit geval past de ontwikkeling binnen het regionale woonbeleid, zoals omschreven in paragraaf 3.3. Er is sprake van een lichte toename van het aantal woningen (2) welke kwalitatief beter aansluit bij de behoefte. Conclusie Het planvoornemen is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Limburg 2014.

12

3.2.3

Ontwerp Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 (regels inzake o.a. zonne -energie) Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze verordening is gebaseerd op artikel 2.6 van de Omgevingswet. Op het tijdstip van vaststelling van die verordening was de verwachting dat de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking zou treden. Inmiddels is de inwerkingtredingsdatum van de wet verschoven naar 1 januari 2023. De nieuwe omgevingsverordening kan niet eerder in werking treden dan de Omgevingswet. Tot dat tijdstip blijft de Omgevingsverordening Li mburg 2014 gelden. Aangezien de Omgevingsverordening Limburg (2021) grotendeels een beleidsneutrale omzetting is van de Omgevingsverordening Limburg 2014, maakt het voor de meeste onderwerpen inhoudelijk weinig verschil of de ene of de andere verordening v an kracht is. De Omgevingsverordening Limburg (2021) bevat echter een aantal onderwerpen die nieuw waren, dan wel aanmerkelijk inhoudelijk gewijzigd, namelijk instructieregels met betrekking totwonen, huisvesting internationale werknemers , n a-ijlende effecten steenkoolwinning en z onneenergie. Het uitstel van de Omgevingswet maakt het wenselijk dat deze onderwerpen ook al geregeld worden in de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Daarom is per 29 maart 2022 de ‘Ontwerp Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014’ ter inzage gelegd. Voo r het voorliggende plan zijn met name de regels met betrekking tot het aspect wonen van belang. Hiertoe zijn de volgende instructieregels opgenomen voor wat betreft de nieuwe planvoorraad wonen: Artikel 2.4.2 Instructieregels nieuwe planvoorraad wonen De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a) rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b) sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c) over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen z org voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d) het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. e) realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.

In het voorliggende geval is: a) rekening gehouden met Limburgse principes en algemene zonering (zie paragraaf 3.2.1); b) sprake van een ontwikkeling waarbij invulling wordt gegeven aan een concrete behoefte, zowel in kwaliteit als kwantiteit (zie ook de paragrafen 3.3.1 en 3.3.2); c) sprake van overeenstemming binnen de regio (zie de paragrafen 3.3.1 en 3.3.2); d) het plan is opgenomen in de Plancapaciteitsmonitor van de provincie Limburg onder de naam ‘ Venusstraat, Donderberweg, Lunastraat’ met een aantal van 30 woningen. Binnen het plangebied is een tweetal woningen extra toegevoegd om te kunnen voldoen aan de woningbehoefte en een extra kwalitatieve herinrichting van de openbare ruimte te realiseren; e) realisatie van de woningen beoogd binnen 5 jaar na verlening van de omgevingsvergunning. Conclusie De beoogde ontwikkeling past kortom binnen de kaders van de ‘Ontwerp Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 (regels inzake o.a. wonen en zonne -energie)’.

13

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Structuurvisie Wonen-Limburg Midden2022 -2025, mede in relatie tot Woondeal Limburg De Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 -2025 is door de raad van de gemeente Roermond vastgesteld op 22 september 2022. In deze visie wordt de ontwikkelingsrichting op het gebied van wonen vastgelegd voor de 7 Midden -Limburgse gemeenten, waaronder ook de gemeente Roermond. Voor de gemeente Roermond is er op basis van de Structuurvisie Wonen Midden -Limburg 2022 -2025 behoefte aan 3.244 woningen vanaf 1 januari 2021 tot de zogenaamde huishoudentop (in 2043). In de structuurvisie is ook de ambitie uitgesproken om, aanvullend aan deze huishoudenprognose , tegemoet te komen aan aanvullende toekomstige behoefte en behoefte in onder andere Zuidoost-Brabant. Voor de periode 2021 -2025 is in de regionale structuurvisie 2022-2025 daarom voor de gemeente Roermond een groeiambitie van 325 -350 per jaar opgenomen (193 -318 meer dan de prognose van september 2021). In de structuurvisie is dus een totale behoefte voorzien van 3.437 - 3.562 woningen vanaf 1 januari 2021, zijnde 3.244 plus 193 -318 aanvullende ambitie. Rekening houdend met de in 2021 tot en met 2023 gerealiseerde woningen (882) is de benodigde planvoorraad 2.555 -2.680 woningen per 1 januari 2024. Uit de huishoudenprognose van september 2023 komt een iets hogere woningbehoefte van ca. 90 huishoudens naar voren.

In de Woondeal Limburg (maart 2023) is aangegeven dat partijen inzetten op minimaal 130% plancapaciteit voor de periode 2025 -2030 om voldoende rekening te houden met onzekerheden bij planvorming. Dit betekent een extra benodigde planvoorraad van ten minste 350, waarmee een planvoorraad van ca. 3.120 woningen nodig is. De planvoorraad op 1 januari 2024 bedraagt 3.024, inclusief voorliggend plan. Er bestaat daarmee behoefte aan een toevoeging van 2 woningen conform onderhavig plan. Het onderhavige plan betekent de omzetting van 30 rijwoningen in de sociale huur naar 24 rijwoningen en 8 tweekappers in de sociale huur. Het plan leidt dus een toename van 2 grondgebonden sociale huurwoningen, wat past in de aanvullende behoefte aan sociale huurwoningen. Verder biedt het plan ook een verdere differentie naar typologie doordat er 8 tweekappers zijn opgenomen. Het plan past daarmee zowel kwantitatief als kwalitatief in de Structuurvisie Wonen Midde n-Limburg 2022 -2025 en de Woondeal Limburg.

3.4

Gemeen telijk beleid

3.4.1

Toekomstvisie Roermond 2030 Op 22 december 2016 is de Toekomstvisie Roermond 2030 door de gemeenteraad vastgesteld. De toekomstvisie is in een interactief proces met burgers en bedrijven in Roermond tot stand gekomen. In de Toekomstvisie Roermond 2030 staan drie rode draden centraal. In 2030 moet Roermond een stad zijn van ontmoeten (1), verbinden (2) en samenwerken (3). Deze rode draden lopen dwars door de verschillende thema’s heen die in de toekomstvisie worden benoemd. De rode draden zijn op basis van een constatering van (maatschappelijke) trends tot stand gekomen. In de eerste plaats worden de verschillen in de samenleving groter. Dat gaat allereerst over sociaaleconomische verschillen. Internationaal gezien is de ongelijkheid in inkomen relatief klein in Nederland. Maar bepaalde mensen hebben over de afgelopen tien jaar een minder gunstige inkomensontwikkeling gehad dan anderen. Het aantal kwetsbare mensen in de samenleving is de afgelopen jaren toegenomen. Daarnaast ontstaan ook sociaal -culturele verschillen, omdat mensen van verschillend opleidingsniveau, verschillende afkomst of leeftijd groepen vormen. Door de inwoners van Roermond is aandacht gevraagd voor het verbinden van deze groepen.

14

Een tweede trend is het toegenomen organiserend vermogen van de samenleving, wellicht ingegeven door het vormen van groepen gelijkgestemden. Maatschappelijke initiatieven worden belangrijker in een samenleving waar steeds meer nadruk komt te liggen op zelf redzaamheid en zelforganisatie. Het is een uitdaging om nieuwe mensen te betrekken bij initiatieven en te enthousiasmeren om een actieve rol op te pakken. Ontmoeting en verbinding zijn zodoende cruciale ingrediënten van maatschappelijke initiatieven. Daarnaast is een goede samenwerking tussen maatschappelijke initiatieven en professionele partijen in de stad, waaronder de gemeente, onontbeerlijk. In de economie groeit het belang van beleving en innovatie. Steeds sterker komt de nadruk te liggen op beleving van een product of dienst, dan het product of de dienst zelf. Om de concurrentie voor te blijven zetten producenten en winkels in op beleving en datzelfde geldt voor winkelgebieden. Een centrale rol in beleving is weggelegd voor ontmoeting. Een belev ing krijgt pas echt waarde als je deze kan delen. Tot slot is de samenleving door de toegenomen beschikbaarheid van informatie en social media getransformeerd in een netwerksamenleving. Dat vraagt een andere rol van de gemeente. Het is niet langer zo dat een gemeente van bovenaf, met enkele grote andere p artijen, de ontwikkeling van de stad kan bepalen.

De toekomst van Roermond wordt gemaakt door een veelheid aan partijen en in de eerste plaats door de inwoners van Roermond zelf. Samenwerken is daarin cruciaal. Inwoners en partners in de stad kozen vijf thema's die zij voor de nabije toekomst het belangrijkst vinden en die in hun ogen centraal zouden moeten staan in de toekomstvisie: • Thema 1: Een thuis voor de jeugd. • Thema 2: Stad die je actief houdt. • Thema 3: Roermond zorg(t) voor elkaar. • Thema 4: Stad van retail, leisure en industrie. • Thema 5: Historische binnenstad aan het water. Roermond is een compacte stad met een rijke variatie aan stadslandschappen en woonbuurten. De stad is meerkernig met herkenbare gemeenschappen. Er is een rijkdom aan natuur in de directe omgeving en de Maasplassen bieden een uitgestrekt waterlandschap aan de westkant van de stad. Roermond is een veelzijdige stad. Roermond is in 2030 een stad waar aandacht is voor kwaliteit van leven van haar inwoners. Voorliggend plan voornemen sluit aan bij hetgeen wordt nagestreefd in de Toekomstvisie van Roermond. De herontwikkeling van het besluitgebied, waarbij 30 verouderde grondgebonden sociale huurwoningen w orden geamoveerd en 32 grondgebonden sociale huurwoningen worden gerealiseerd, sluit aan bij de vraag en de behoefte aan dergelijke woningen en draagt bij aan de compacte stad en een rijke variatie aan woonbuurten.

3.4.2

Omgevingsvisie Roermond Op 12 oktober 2023 heeft de gemeenteraad van Roermond de ‘Omgevingsvisie Roermond’ vastgesteld. De Omgevingsvisie Roermond bevat het beleid op hoofdlijnen voor de toekomst van de gemeente Roermond. De visie gaat over de fysieke leefomgeving en richt zich o p mogelijkheden om te wonen, werken, recreëren, ondernemen, maar ook op een gezond en veilig leefklimaat. De Omgevingsvisie Roermond geeft richting aan ruimtelijke-maatschappelijke ambities en opgaven waar de gemeente de komende jaren aan wil werken. Woonwijken Ten aanzien van de woonwijken, waar ook het besluitgebied onderdeel van uitmaakt, zijn in de omgevingsvisie de volgende sterktes en zwaktes genoemd. Sterktes: Grote diversiteit aan woonmilieus. Voldoende bereikbare wijkvoorzieningen.

15

-

Groene structuren langs de Maasnielderbeek en de Roer. Compacte stad nabij binnenstad, water en buitengebied.

Zwaktes: Sociale en fysieke veiligheid is een voortdurend aandachtspunt. In sommige wijken weinig openbaar groen of weinig bereikbaar groen. De bereikbaarheid tussen wijken en tussen wijken en de binnenstad is beperkt en vooral gericht op autoverkeer. Kernopgaven Uit de gesprekken die met stakeholders zijn gevoerd en een aantal beleidsvisies waarover de afgelopen jaren breed participatie heeft plaatsgevonden (waaronder de Toekomstvisie 2030), zijn in de omgevingsvisie kernopgaven voor Roermond geformuleerd. De in het kader van de beoogde ontwikkeling van belang zijnde kernopgaven worden navolgend weergegeven. De gezonde en veilige stad; een gezonde en veilige leefomgeving Uitgangspunten • De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid voor een gezonde en veilige leefomgeving voor haar inwoners, nu en in de toekomst. • Verminderen van gezondheidsverschillen en benutten gezondheidspotentieel. • Stimuleren preventie en positieve gezondheid. • Een aanvaardbare milieukwaliteit. • Werken aan een sociaal veilige omgeving. • Verbeteren bescherming tegen hoog water. Woon - en werkstad; Roermond als jonge stad, met een herkenbaar profiel in de regio Uitgangspunten • Ontwikkeling van het menselijk kapitaal in alle aspecten. • Een goede mix van voorzieningen in kernen en wijken. • De centrumfunctie voor de regio blijven vervullen op het gebied van wonen en werken.

• Jongeren aan de stad binden. • Voldoende huisvesting voor iedereen. • Werken aan een vitale toekomstbestendige economie. • Meer werkgelegenheid in de stad realiseren. • Internationale ligging meer uitbuiten en zelfstandig positie innemen in stedelijk netwerk ZO Nederland. De duurzame stad; klimaat en duurzaamheid Uitgangspunten • De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid voor een duurzame en klimaatbestendige leefomgeving. • Uitvoering geven aan het klimaatakkoord. • Uitvoering geven aan het energieakkoord. • Stad en ommeland beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering (o.a. overstromingen, tegengaan hittestress). • Uitvoering geven aan het grondstoffenakkoord (circulariteit). De verantwoordelijke stad; zorgvuldig omgaan met keuzes voor de leefomgeving Uitgangspunten • Het initiatief staat centraal. • Ruimte voor burgerparticipatie. • Samenwerking staat voorop. • Geen algemeen beleid, maar opgave - en vraaggericht werken.

16

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten bij diverse uitgangspunten zoals genoemd in de Omgevingsvisie Roermond. De gemeente streeft ernaar een onderscheidend profiel in de regio te ontwikkelen, als moderne stad voor jong en oud. De plannen voor o nderwijslocaties, nieuwe woningen, werkgelegenheid en maatschappelijke voorzieningen in z’n algemeenheid sluiten hierop aan en meer specifiek de beoogde herontwikkeling van de woningen binnen het besluitgebied ook. Met de ontwikkeling wordt bijgedragen aan een gezonde en veilige leefomgeving en voldoende huisvesting voor iedereen. Verder blijkt op basis van hoofdstuk 4 dat sprake is van een aanvaardbare milieukwaliteit en wordt gestreefd naar een duurzame en klimaatbestendige leefomgeving, onder meer door de opvang van hemelwater op eigen terrein, de realisatie van duurzame bebouwing en de aanleg van groenvoorzieningen binnen het besluitgebied. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen hoofdlijnen zoals beschreven in de ‘Omgevingsvisie Roermond’.

3.4.3

Duurzaamheidsvisie Roermond Op 30 maart 2017 heeft de gemeenteraad van de gemeente Roermond de 'Duurzaamheidsvisie Roermond' vastgesteld. Voor Roermond is duurzaamheid een van de pijlers uit het coalitieakkoord 2018 - 2022. De gemeente onderschrijft daarbij ook de mondiale doelen. Elke bestuurslaag in ieder land ter wereld, dient mee te werken om deze doelstellingen te realiseren in de periode 2016 – 2030. De gestelde doelen zijn talrijk, ambitieus en breed. Het is onmogelijk om aan alle doelen tegelijkertijd te werken. Om die reden zijn voor de komende 15 jaar een aantal doelen voor Nederland in het bijzonder benoemd. Ook de gemeente Roermond en haar inwoners willen hun bijdrage leveren aan de realisatie van deze doelen. Nationaal wordt ingezet op: • Aanpak klimaatverandering. • Een einde maken aan extreme armoede. • Ongelijkheid en onrecht bestrijden. Op Roermondse schaal kan via realisatie van de in deze visie opgenomen doelstellingen, maar ook via sociaal beleid en uitvoering daarvan (armoedebeleid, gezondheidsbeleid, participatiebeleid etc.) een bijdrage worden geleverd. Bijvoorbeeld via de realisati e van de klimaatdoelstellingen en de doelstellingen vanuit participatie en sociale duurzaamheid.

Dat geldt overigens ook voor een aantal andere doelen zoals het streven naar toegang tot duurzame energie voor iedereen, het veerkrachtig en duurzaam maken van steden, het duurzaam consumeren en produceren en het beschermen van ecosystemen, bossen en biodiversiteit. Verder is het creëren van een aantrekkelijke leefomgeving en een goed woonklimaat, waarbij de beschikbare ruimte in Roermond efficiënt en duurzaam wordt gebruikt een belangrijke doelstelling. De kwaliteit van de ruimte wordt verhoogd, wat wil zeggen dat Ro ermond inzet op een toegankelijke en bruikbare buitenruimte voor een breed spectrum aan doelgroepen. Een andere doelstelling betreft het streven naar energieneutrale bouwplannen en Nul op de Meter (NoM) bebouwing, waarbij materiaalgebruik en groen in relatie tot elkaar worden toegepast. Verder wordt gestreefd naar een gasloze woningvoorraad. Gestreefd wor dt naar een verduurzaamde Roermondse woningvoorraad in 2040, wat onder meer inhoudt dat de woningvoorraad minimaal energielabel C (of) B heeft. Concreet gaat de gemeente duurzaamheidspri ncipes hanteren bij het inrichten van de stad. Zo gaat inbreiding boven uitbreiding en dient er voldoende ruimte te blijven voor groen, natuur en water.

Woningeigenaren worden geadviseerd, gestimuleerd en ontzorgd bij verduurzaming van woningen en in samenw erking met bewoners en bedrijven wordt gestreefd naar het creëren van een bruikbare en groene buitenruimte. Voorliggend planvoornemen geeft invulling aan de duurzaamheidsvisie van de stad Roermond. Met de realisatie van 32 grondgebonden sociale huurwoningen wordt ten aanzien van de huidige situatie ter plaatse een aantrekkelijkere leefomgeving en woonklimaat bevorderd passend in een groene omgeving.

17

De woningen worden verduurzaamd gerealiseerd . Zo worden d e woningen onder andere zonder gasaansluiting uitgevoerd, dit in tegenstelling tot de te slopenwoningen die wel nog zijn voorzien van een gasaansluiting. Daarbij zijn de te realiseren woningen duurzaam gerealiseerde prefab units die elders worden geproduceerd en in een zeer kort tijdsbestek kunnen worden geplaatst met veel minder belasting voor de buurt dan traditionele woningbouw.

3.4.4

Nota parkeernormen 5 202 In oktober 2025 heeft de raad de nieuwe Nota Parkeernomen 2025 vastgesteld. De visie op parkeren en het parkeerbeleidsplan van de gemeente Roermond zijn in 2021 vastgesteld en blijven ongewijzigd. Deze visie biedt op hoofdlijnen de kaders voor het auto- en fietsparkeren binnen ruimtelijke ontwikkelingen. Het gaat nu om actualisatie van het normenkader op basis van actuele cijfers over autobezit, gekoppeld aan de in 2024 door het CROW1 uitgebrachte parkeerkencijfers (publicatie 744). Op deze manier sluit Roe rmond met de hoogte van haar parkeernormen aan bij de actuele richtlijnen en actuele CBS -data voor autobezit. Parkeren binnen het plangebied als uitgangspunt Gemeente Roermond hanteert in deze Nota Parkeernormen het beleidsuitgangspunt dat de volledige fiets- en autoparkeervraag binnen het plangebied moet worden opgelost. De parkeervraag binnen het plangebied, op straat of in een parkeergarage moet altijd binne n de maximaal acceptabele loopafstand worden opgelost. Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente Roermond geldt dat de parkeeroplossing wordt vastgelegd in de omgevingsvergunning. Deze vergunning fungeert als het publiekrechtelijke instrumentwaarin de afspraken over parkeren formeel worden geborgd.

De gemeente Roermond hecht bijzondere waarde aan het expliciet vast leggen van eventuele parkeerrechten die aan adressen zijn verbonden. Uitgangspunt is dat deze parkeerrechten op woningniveau worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Dit zorgt voor duidelijkheid over wie, waar en wanneer recht heeft op het gebruik van een parkeerplaats of parkeervoorziening, zowel binnen als buiten gereguleerd gebied. Als basis voor haar autoparkeernormen kiest Roermond voor de meest recente parkeerkencijfers van het CROW. Deze kencijfers zijn opgenomen in publicatie 744: Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering, uitgebracht in juli 2024. Omdat kencijfers geen par keernormen zijn, is een aantal stappen doorlopen om de kencijfers te kalibreren tot autoparkeernormen. • Stedelijkheidsgraad De eerste stap binnen het kalibreren van de kencijfers is bepaling van de stedelijkheidsgraad. Over de gehele gemeente gezien heeft Roermond met 1.605 adressen per vierkante kilometer (CBS, 2024) een sterk stedelijk karakter. Dit betekent dat de indeling naar stedelijkheid van Roermond, ten opzichte van de Nota Parkeernormen 2021, gelijk is gebleven. Voor de bepaling van de hoogte van de parkeernormen is in deze nota voor alle gebieden (centrum, schil, rest bebouwde kom en buiten bebouwde kom) en kernen als stedelijkheidsgraad sterk stedelijk aangehouden.

• Gebiedsindeling Voor het bepalen van de gebiedsindeling in deze Nota Parkeernormen is gebruikgemaakt van gegevens uit het CBS (2024), specifiek het gemiddelde autobezit per buurt. Op basis van deze data is de gemeente Roermond ingedeeld in vijf verschillende gebieden. Ten opzichte van de Nota Parkeernormen 2021 is een aanvullend onderscheid gemaakt tussen de dorpen en het buitengebied. Bij het vaststellen van de gebiedsgrenzen is zoveel mogelijk aangesloten op logische, natuurlijke barrières zoals wegen, spoorlijnen en wat erlopen, evenals de grenzen van de bebouwde kom. Voor het besluitgebied binnen de wijk Hoogvonderen geldt de norm uit zone 3, zijnde een parkeernorm van 1 ,29 parkeerplaatsen per woning. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op de wijze waarop binnen het besluitgebied invulling wordt gegeven aan de parkeerbehoefte.

18

3.4.5

Verordening afvoer - en hemel grondwater gemeente Roermond De gemeente Roermond heeft regels over de wijze waarop dien te worden omgegaan met afvoer van hemel - en grondwater vastgelegd in de ‘Verordening afvoer hemel - en grondwater gemeente Roermond’. Hierin is opgenomen dat met het oog op het beperken van waterov erlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater, vanaf nieuw verhard oppervlak met een oppervlak van 50 m² of meer, geen hemelwater op een vuilwaterriool wordt geloosd, tenzij een hemelwaterberging is aangebracht en in stand word t gehouden. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging bedraagt 100 liter per vierkante meter per 24 uur over het nieuw verhard oppervlak, waarvan 80 liter per vierkante meter in 2 uur. Het geborgen hemelwater wordt in de bodem geïnfiltreerd en, als dat niet mogelijk is, met maximaal 2 liter per seconde per hectare verhard oppervlak geloosd. De eventuele lozing vindt plaats aan de hand van de volgende voorkeurvolgorde: • op het oppervlaktewater; • op het hemelwaterriool; en • op een vuilwaterriool. De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen en overloopt, kan worden geloosd in de openbare ruimte of, als dat niet mogelijk is, in het openbaar riool.

In de verordening is verder opgenomen dat het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kan verlenen voor het afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen, voor zover het aanbrengen of in stand houden van de hem elwaterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning dient te worden onderbouwd waarom het aanbrengen of in stand houden van de hemelwaterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. Voor meer informatie over de wijze waarop wordt omgegaan met afvalwater en hemelwater, wordt verwezen naar paragraaf 4.3.

19

4

OMSCHRIJVING DEELASPECTEN

4.1

Milieu

4.1.1

Bodem In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een vooronderzoek conform NEN5725 uitgevoerd. Het rapport is als bijlage 1 bij deze toelichting te raadplegen. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Vooronderzoek Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek kan de onderzoekslocatie als “onverdacht” worden beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Er bestaat geen aanleiding te vermoeden dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een bod emverontreiniging. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht. De verwachte bodemkwaliteit (landbouw/natuur) volgens de bodemkwaliteitskaart vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik (wonen). Geadviseerd wordt om na sloop van de bestaande bebouwing een bodemonderzoek uit te voeren. De kans is aanwezig dat door sloopwerkzaamheden een nieuwe bodemverontreiniging ontstaat of dat na sloop sloopafval achterblijft in de bovengrond. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en Handelingskader PFAS van toepassing.

Conclusie Vanuit het aspect bodem bestaan er, met inachtneming van bovengenoemd advies inzake het uitvoeren van een bodemonderzoek na de sloop van de bebouwing, geen belemmeringen. Het uitvoeren van het benodigde bodemonderzoek wordt als voorwaarde aan de omgevingsvergunning gekoppeld.

4.1.2

Geluid In de directe omgeving van het besluitgebied liggen meerdere wegen met een toegestane maximumsnelheid van 30 km/uur, het gebied ligt niet in de nabijheid van een spoorweg of geluidgezoneerd industrieterrein . Dergelijke wegen zijn niet gezoneerd volgens de Wet geluidhinder en om die reden kan een akoestisch onderzoek naa r wegverkeerslawaai achterwege blijven. Conclusie Vanuit het aspect wegverkeerslawaai bestaan er kortomgeen belemmeringen.

4.1.3

Luchtkwaliteit Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit') bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: a. een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; b. ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven; c. een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de betreffende stoffen in de buitenlucht;

20

d.

een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit).

Het Besluit NIBM Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip 'niet in betekenende mate' is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseise n)'. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is blijkens deze regeling gee n onderzoek nodig voor 'woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat'. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van maximaal 32 woningen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven zoals genoemd in de 'Regeling niet in betekende mate bijdragen'. Achtergrondwaarden In aanvulling op het bovenstaande is tevens bekeken of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de realisatie van de gewenste ontwikkeling. De luchtkwaliteit wordt in Nederland gemonitord door middel van het NSL.

Volgens de monitoringstool uit het NSL bedraagt de concentratie PM10 ter plaatse minder dan 35 µg/m³, de concentratie PM2,5 µg/m³ minder dan 20 µg/m³ en de concentratie NO2 minder dan 35 µg/m³. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 en NO2 40 µg/m³. Voor PM2,5 bedraagt de jaargemiddelde grenswaarde 25 µg/m³. De luchtkwaliteit ter plaatse is in de huidige situatie daarom voldoende voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit bestaan er geen belemmeringen.

4.1.4

Milieuzonering / bedrijvigheid Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan dit gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, wordt gebruik gemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009. Woningen vormen geen functie die volgens de (indicatieve) brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' gezoneerd dienen te worden ten opzichte van milieugevoelige functies in de omgeving. Medewerking aan dit project is echter pas mogelijk indien blijkt dat in de toekomstige woningen sprake zal zijn van een goed woon - en leefklimaat, alsmede dat bedrijven in de omgeving door de nieuwe woonfunctie niet in hun activiteiten worden gefrustreerd. In de directe omgeving van het besluitgebied zijn geen inrichtingen gelegen met een richtafstand die tot aan het besluitgebied reikt.

Vanuit dit kader kan worden geconcludeerd dat enerzijds sprake zal zijn van een goed woon - en leefklimaat en anderzijds da t in de omgeving geen inrichtingen aanwezig zijn waarvan de bedrijfsactiviteiten worden belemmerd als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Conclusie Vanuit het aspect milieuzonering bestaan er kortom geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

21

4.2

Externe veiligheid Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit. Door het realiseren van nieuwe woningen worden kwetsbare objecten toegevoegd. Daarom is het noodzakelijk nader in te gaan op het aspect externe veiligheid. Kader Het kader voor het beoordelen van externe veiligheid bestaat met name uit: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt daarnaast getoetst aan de van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit onder meer het Activiteitenbesluit en het Besluiten algemene regels ruimtelijke ordening. In het beoordelingskader staan twee kernbegrippen centraal: • Plaatsgebonden risico: Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, van overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico kan op een kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten met eenzelfde plaatsgebonden risico verbinden.

Voor ruimtelijke ontwikkelingen is de risicocontour van 10 -6/jaar het meest relevant. Binnen deze contour mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde. • Groepsrisico: Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= '1'). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre eventuele externe veiligheidsrisico's in het besluitgebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente), waardoor het externe veiligheidsaspect wordt meegewogen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen.

In onderstaand overzicht (volgend uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico) zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)

Wanneer en opzet verantwoording groepsrisico Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden.

22

Transportroutes (Bevt)

Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter -zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Analyse Inrichtingen Op basis van de risicokaart is bepaald dat in de nabije omgeving van het risicovolle inrichting. Een verantwoording is niet noodzakelijk.

besluitgebied geen sprake is van een

Buisleidingen Op circa 22 0 meter ten oosten van het besluitgebied is een hogedruk aardgasleiding gelegen (naam Z -509 -01) met een druk van 40 bar en een diameter van 22 cm (8,62 inch) . Zie ook navolgende afbeelding. De inventarisatieafstand van de leiding is 95 meter. Omdat het besluitgebied geheel buiten deze afstand is gelegen, is een kwantitatieve risicoanalyse niet noodzakelijk.

Transport Buisleiding Besluitgebied

Transportas A73

Uitsnede risicokaart ter hoogte van het besluitgebied.

23

Transportassen Op ruim 800 meter tenoosten van het besluitgebied is de A73 gelegen, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Omdat het besluitgebied op meer dan 200 meter afstand is gelegen, is een kwantitatieve risicoanalyse niet noodzakelijk. Verantwoording groepsrisico Analyse van de scenario’s Buisleiding In geval van calamiteiten aan de buisleiding kan een fakkelbrand ontstaan. Om de optredende effecten te kunnen benoemen wordt gebruik gemaakt van een systematiek van effectringen zoals weergegeven in figuur 5.1. Binnen de eerste ring komt 99% van de aanwez igen in de open lucht te overlijden. In de tweede ring komen aanwezigen in de open lucht te overlijden of kunnen slachtoffer worden. In de derde ring vallen geen doden maar kunnen aanwezigen nog wel slachtoffer worden. De buitenste grens van de derde ring geeft aan tot waar eerstegraads brandwonden kunnen voorkomen. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden of raken gewond: van zeer zwaargewond tot lichtgewond. De schade aan objecten varieert van onherstelbare schade in de eerste ring tot lichte schade in de derde ring. De effectafstanden zijn van toepassing vanaf elke willekeurig positie van de calamiteit. In onderstaande tabel worden de effectringen weergegeven voor de maatgevende scenario’s.

Tabel afstanden en effectringen in meters. De buisleiding ligt op ruim 220 meter afstand ten opzichte van het besluitgebied. Gezien de afstand is de kans op overlijden nihil tot 0, maar zijn slachtoffers met brandwonden niet uit te sluiten. Transportas A73 In het geval van calamiteiten op de A73 is enkel het vrijkomen van toxische wolken relevant. In het geval dat de wolk richting het plangebied beweegt moeten aanwezigen worden gewaarschuwd, bijvoorbeeld met behulp van sirenes en NL-Alert. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is geweken. Bij vo orkeur worden de woningen uitgerust met ventilatievoorzieningen die eenvoudig centraal uitgeschakeld en/of dichtgezet kunnen worden. Beheersing en bestrijding Buisleiding In geval van een incident met gevaarlijke stoffen dient de brandweer de calamiteit zoveel mogelijk te bestrijden. De duur en soort inzet verschilt per scenario. Voor een goede bestrijdbaarheid is het van belang dat het voor de brandweer mogelijk is om: - op tijd ter plaatse te zijn; - voldoende opstelplaatsen te hebben; - voldoende blusmiddelen te hebben. De inzet van hulpdiensten zal zich prioritair richten op de locatie van de calamiteit. De bereikbaarheid van het plangebied kan als toereikend aangemerkt worden voor secundaire hulpdiensten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=7eca52bc-ca1f-40ce-ba05-08941fbfe1a4