Bijlage 2 – Concept ruimtelijke onderbouwing Bindend advies realisatie 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan te Roermond
Tekst van het document
Omgevingsveiligheid
In deze paragraaf worden risicobronnen en kwetsbare gebouwen beschreven en op welke wijze bij het project rekening is gehouden met het aspect omgevingsveiligheid. De te bouwen woningen worden aangemerkt als kwetsbare gebouwen. Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl).
29 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Bij de inwerkingtreding van het Basisnet zijn de maximale risicoafstanden voor het Basisnet bepaald en vastgelegd in de Regeling basisnet, als plafonds. Het Bkl verwijst voor het Basisnet naar de Omgevingsregeling. En de Omgevingsregeling verwijst naar de tabellen in de bijlagen I, II en III bij de Regeling basisnet.
Hier staan de maximale risicoafstanden (ook genoemd: basisnetafstanden) voor het Basisnet. Binnen die afstanden gelden ruimtelijke beperkingen. De plaatsgebonden risicocontour van één op de miljoen per jaar (10-6) wordt gebruikt als basis voor de veilige afstand tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en andere activiteiten. De plaatsgebonden risicocontour (PR-10-6) van de spoorlijn Roermond-Weert reikt niet tot het plangebied. Groepsrisico (GR) Bij het groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Het plangebied is niet gelegen in aandachtsgebieden zoals een brand-aandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied.
Ten behoeve van de planontwikkeling heeft er een inventarisatie plaatsgevonden van de risicovolle activiteiten, zoals Bevi-bedrijven, transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen, in of nabij het plangebied daarbij is gebruik gemaakt van de website Risicokaart.nl, hieruit is het volgende gebleken: ▪ binnen als nabij het plangebied bevinden geen inrichtingen (bedrijven) die vanwege de aanwezigheid of het werken met gevaarlijke stoffen beperkingen opleveren; ▪ binnen als nabij het plangebied liggen geen transportassen die vanwege het transport met gevaarlijke stoffen beperkingen opleveren voor de omgeving; ▪ in of in de omgeving van het plangebied bevinden zich geen buisleidingen; ▪ gelet op het feit dat de locatie niet binnen het invloedsgebied van risicobronnen is gelegen hoeft de Veiligheidsregio niet te adviseren. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de locatie niet binnen een brand- en/of explosieaandachtsgebied van een milieubelastende activiteit met externe veiligheidsrisico's ligt. 30 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
Uitsnede risicokaart externe veiligheid Atlas leefomgeving met plangebied blauwe pijl
Conclusie Voor het aspect omgevingsbeleid is sprake van een “Evenwichtige toedeling van Functies aan Locaties”. 5.4
Water
Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen door weging van het waterbelang. Water is onderdeel van die fysieke leefomgeving en wordt dus ook in de Omgevingswet gereguleerd. Het begrip ‘weging van het waterbelang’ (voorheen de watertoets) houdt voor de relatie tussen water en ruimte in dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De gemeente moet daarom de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het inschatten van de gevolgen voor het watersysteem. De gemeente is verplicht om deze waterbelangen mee te nemen in de regels die zij in het omgevingsplan voor de fysieke leefomgeving opneemt. Dit is een instructieregel Rijk: zie artikel 5.37 Besluit kwaliteit leefomgeving, Bkl.
31 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
De weging van het waterbelang geldt ook voor het afwijken van een omgevingsplan bij een zogenoemde buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit betekent dat bij een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit de waterbelangen moet meewegen. En ook hier moet de gemeente overleggen met de waterbeheerder. Waterschap Limburg en gemeente Roermond Voor het waterschap is de legger, samen met de waterschapsverordening, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een (digitale) kaart. De projectlocatie is niet gelegen binnen de grenzen van waterwegen, oppervlaktewater, beken, waterkeringen, buffers, etc. Op grond van artikel 2.5 Omgevingswet is het waterschap verplicht om een Waterschapsverordening vast te stellen. Het algemeen bestuur van Waterschap Limburg heeft op 7 juli 2021 de Waterschapsverordening Waterschap Limburg en de onderhoudsregeling Waterschap Limburg vastgesteld. Het beleid van het waterschap en de gemeente Roermond is dat bij nieuwbouwprojecten 100% van het regenwater dat valt op bebouwing en andere oppervlakteverhardingen van de gemeentelijke riolering afgekoppeld dient te worden. De gemeente Roermond heeft een Water- en Rioleringsplan Roermond 2025 - 2029 opgesteld, waarin het beleid ten aanzien van vuil-, grond- en hemelwater is vastgelegd.
Dit is grotendeels overeenkomstig met het beleid van het Waterschap. In het kader van de waterhuishouding dient nagegaan te worden hoe met regenwater en afvalwater wordt omgegaan in het plangebied. Het waterschap Limburg en de gemeente Roermond eisen een scheiding van beide waterstromen. Voor het regenwater is het principe: vasthouden, bergen en dan pas afvoeren. Er zijn geen directe waterbelangen, zoals primair water in of nabij het plangebied en er vindt geen lozing of diepte-infiltratie plaats. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. De planontwikkeling heeft gezien de bestaande situatie weinig impact op het bestaand watersysteem. Door Aeres Milieu BV is een weging van het waterbelang opgesteld voor de voorgenomen ontwikkeling aan de Gebroeklaan-Lindelaan te Roermond. Het rapport AM25198 d.d. 19 mei 2025 is ingesloten als bijlage 5, waarbij het bestaand watersysteem ter plaatse als volgt wordt beschreven: ▪ Het plangebied is aflopend in oostelijke richting (22,7 m +NAP west en 22,0 m +NAP oost); ▪ De westelijk gelegen Lindelaan kent ter hoogte van het plangebied een maaiveldhoogte van ca. 22,9 m +NAP. ▪ De bodemopbouw betreft een fijnzandige, siltige, lichte zavel.
▪ Binnen het plangebied worden er grondwaterstanden verwacht van tussen 19,0 tot 19,7 m Derhalve wordt nabij de Lindelaan een bouwpeil geadviseerd op ca. 23,2 m +NAP en nabij de Gebroeklaan een bouwpeil van ca. 22,2 m +NAP; Met dit hoogteverschil dient rekening gehouden te worden met de terreininvulling.+NAP; Dit komt overeen met een ontwateringsdiepte van ca. 2,3 tot 3,0 m-mv. ▪ Ten oosten van het plangebied, op een afstand van ca. 65 meter, ligt de Maasnielderbeek. Aan de basisprincipes van het waterbeleid van gemeente en waterschap kan worden voldaan door rekening te houden met de volgende planuitgangspunten: ▪ Bij de nieuwbouw wordt op eigen perceel een geheel gescheiden stelsel aangelegd. Door de woningbouw zal de vuilwaterhoeveelheid ca. 0,6 m3/u bedragen. Voor een nieuwe aansluiting op het gemeentelijk vuilwaterstelsel dient te zijner tijd een aanvraag ingediend te worden bij de gemeente Roermond. 32 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
▪ In totaal bedraagt de benodigde berging 100 mm/m3 op basis van de totale verharding 232 m3 volgens onderstaande tabel.
Bron: Aeres Milieu rapport AM25198 d.d.19 mei 2025
▪ Door het planvoornemen zal de totale verharding toenemen. Hierdoor is er vanuit het beleid van het waterschap en gemeente een hemelwatercompensatieplicht. Conform het beleid dient bij nieuwbouw 100 mm hemelwater per m2 per 24 uur geborgen worden, waarvan 80 liter per m2 in 2 uur verwerkt wordt. ▪ Binnen de planlocatie is het gezien de terreinglooiing en verwachte GHG op 2,2 m-mv een ondergrondse voorziening inpasbaar. Om de totale waterbergingsopgave te kunnen bergen middels kratten zijn in totaal 566 kratten benodigd. Wanneer de kratten niet worden gestapeld, is een minimaal oppervlak benodigd van circa 408 m2. Rekening houdend met de verwachte grondwaterstanden tot 19,7 m +NAP kunnen kratten 3-laags gestapeld worden. ▪ Onder het toekomstig parkeerterrein is voldoende ruimte beschikbaar om deze kratten in te passen. Hierbij dienen de kratten boven de GHG aangelegd te worden. Aanvullend kan ter plaatse halfverharding toegepast worden. ▪ Op onderstaande afbeelding is een voorstel van een mogelijke inpassing van de benodigde hemelwaterberging weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met het toekomstig hoogteverschil. Hemelwater van de toekomstige tuinverharding dient lokaal verwerkt te worden in de eigen tuin. ▪ Het geborgen hemelwater kan naar verwachting ter plaatse slechts beperkt infiltreren.
Bij de definitieve keuze voor een voorziening is voorafgaand aan de realisatie een infiltratie onderzoek geadviseerd ter bepaling van de leegloop (horizontaal).
33 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
Bron: Aeres Milieu rapport AM25198 d.d.19 mei 2025
Door de aanleg van een gescheiden stelsel op eigen terrein, de aanleg van de benodigde hemelwaterberging voor de verhardingstoename op eigen terrein, en het voldoen aan de overige aandachtspunten en randvoorwaarden vindt de ontwikkeling klimaatadaptief plaats en is geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten. Geconcludeerd kan worden dat bij het onderhavige plan voor het aspect water sprake is van een “Evenwichtige toedeling van Functies aan Locaties”. 5.5
Archeologie, cultuurhistorie en landschap
Archeologie In het Bkl zijn ten aanzien van de bescherming archeologische monumenten een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Het Roermondse beleid inzake archeologie is vastgelegd in de Erfgoedverordening 2023. Het beleid is gebaseerd op Nota Archeologie 2011. Volgens de beleidskaart Archeologie (kaart 13 d.d. 11 juli 2011) van de gemeente Roermond ligt de locatie in een gebied met een hoge archeologisch verwachting. Een archeologisch onderzoek is in deze gebieden verplicht.
34 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
Uitsnede beleidskaart Archeologie Roermond met plangebied blauwe pijl
In opdracht van Buro Waalbrug heeft Transect b.v. in mei 2018 een archeologisch bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase uitgevoerd voor het plangebied tussen de Lindelaan en de Gebroeklaan in Roermond. Aanleiding voor dat onderzoek was de toen al voorgenomen herontwikkeling van het plangebied. Bij de voorgenomen ingrepen zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. Uit het archeologische onderzoek is gebleken dat het plangebied in een beekdal is gelegen, als onderdeel van de Maasnielderbeek. In dit beekdal is gedurende de tweede helft van de 20e eeuw een pand gerealiseerd, dat recent gesloopt is. Tijdens de bouw of de sloop van dit pand is de ondergrond in het plangebied dusdanig geroerd geraakt dat het archeologisch relevante niveau in het plangebied volledige verstoord is geraakt, tot dieptes van zeker 25-100 cm -Mv. Dat dit een recent verstoringspakket betreft is aangetoond aan de hand van modern flessenglas, plastic, recent oranje puin en ijzerdraad. De verwachting op het aantreffen van archeologische waarden voor het gehele plangebied kan daarom worden vastgesteld als zijnde een lage verwachting.
Voor het plangebied is destijds vastgesteld dat sprake is van een lage verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden. De voorgenomen ingrepen in het plangebied, de bouw van een aantal woningen en de aanleg van bijbehorende groenvoorzieningen en benodigd straatwerk, zullen naar verwachting niet zorgen voor een verstoring van archeologische waarden in het plangebied. Vanuit het oogpunt van archeologie wordt daarom geadviseerd om de werkzaamheden doorgang te laten vinden zonder noodzaak tot aanvullend archeologisch onderzoek. Mochten er tijdens de werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient de initiatiefnemer en de uitvoerder van de werkzaamheden bij dezen op de wettelijke plicht om dergelijke zaken direct te melden bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente Roermond. 35 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
Conclusie Hiermee vormt het aspect archeologie geen planologische belemmering voor het plan en is vanuit het oogpunt van archeologische belangen sprake van een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties”. Cultuurhistorie Het plan is gesitueerd oostelijk van de binnenstad tussen de Bredeweg en Oranjelaan in de wijk Maasniel, buurt kern Maasniel. Binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan bevinden zich geen panden die zijn geïnventariseerd als beeldbepalend. Ook zijn er geen (rijks)monumenten aanwezig in de omgeving van het plangebied. Conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie bestaan er geen bezwaren voor de beoogde ontwikkeling. Er is vanuit het oogpunt van cultuurhistorie sprake van een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties”. Landschap Naast veiligheid en gezondheid is 'een goede omgevingskwaliteit' opgenomen in de centrale doelstelling van de Omgevingswet (artikel 1.3 Omgevingswet). Dit geeft aan dat bijvoorbeeld cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het project is gesitueerd in het stedelijk gebied van Roermond en wordt aangemerkt als bebouwd gebied. Het plangebied ligt buiten het Limburgse deel van Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Volgens de provinciale natuurkaarten komen in het projectgebied geen bijzondere natuurlijke en/of landschappelijke waarden voor. Het project is gelegen in de bebouwde kom van Roermond . Met de herontwikkeling van de voormalige supermarktlocatie naar een woningbouwlocatie wordt op locatie een aanzienlijke kwaliteitsverbetering gerealiseerd. Binnen het plangebied zal door de realisatie van groenvoorzieningen in combinatie met parkeren invulling worden gegeven aan de ambities uit “Integrale Groenvisie gemeente Roermond 2025-2035”. Ter versterking van de groenstructuur is ter hoogte van de Lindenlaan in het project voorzien in een groenvoorziening voor de woningen, zie onderstaande impressie.
Lindelaan 36 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
Daarnaast is de stedenbouwkundige kwaliteit van het plan positief beoordeeld door de gemeente Roermond. De ruimtelijke opzet van het plan is op hoofdlijnen akkoord bevonden en in de adviescommissie Omgevingskwaliteit d.d. 14 april 2025 akkoord bevonden. Conclusie Er is vanuit het oogpunt van landschap sprake is van een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties”. 5.6
Ecologie en stikstof
In deze paragraaf worden de natuurwaarden beschreven en op welke wijze bij het project rekening is gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de natuur door stikstofdepositie. Ecologie Ter bescherming van de natuurwaarden zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten- diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming De Omgevingswet richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000- gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudings-doelstellingen niet in gevaar brengen. Het projectgebied maakt geen deel uit van een Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied. Het projectgebied is gesitueerd op circa 1,5 km van het Natura 2000-gebied 'Roerdal', op ca. 4,0 km van het “Swalmdal” en op circa 4 km van de “Meinweg” met tussenliggende bebouwing.
Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten.
37 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
Ligging Natura 2000 gebied Roerdal en Meinweg t.o.v. plangebied (bron: Provincie Limburg)
Stikstofdepositie Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura-2000 gebieden dient een toets te worden uitgevoerd of het realiseren en het gebruik van de woning mogelijk vergunningplichtig is in het kader van de Omgevingswet. Effecten kunnen in beginsel alleen optreden door zogenaamde externe werking, waarbij veranderingen en activiteiten binnen de locatie kunnen leiden tot veranderingen van de milieusituatie in de natuurgebieden. Om te bepalen of er vanuit het aspect stikstofdepositie significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van het project kunnen optreden, is een Aerius-berekening uitgevoerd (versie Aerius Calculator 2024.1.3) voor de bouw- en gebruiksfase. In een toelichtende memo van NOX advies d.d. 17 april 2025 (zie bijlage 6.1) zijn de uitgangspunten en conclusie beschreven. Voor de 18 woningen betreft het de uitstoot van stikstof als gevolg van het realiseren en het gebruik ervan.
NOX advies heeft voor het bouwplan de benodigde stikstof-depositieberekeningen uitgevoerd: ▪ Stikstofdepositie tijdens de bouwfase; ▪ Stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase. Dit betekent dat moet worden beoordeeld of een natuurvergunning is vereist als gevolg van de uitstoot van stikstof tijdens de bouw- en gebruiksfase van de woningen. De inputgegevens van zowel de bouw - en gebruiksfase zijn ingevoerd in de Aerius calculator. Voor beide situaties zijn twee afzonderlijke berekeningen gemaakt zie bijlage 6.2 en 6.3. Uit de berekening blijkt dat tijdens: ▪ de bouwfase de stikstofdepositie 0,00 mol N/ha/jaar is; ▪ de gebruiksfase de stikstofdepositie 0,00 mol N/ha/jaar is. 38 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
Uit dit onderzoek blijkt dat de emissie die als gevolg van dit project vrijkomt in zowel de bouwals gebruiksfase leidt tot een depositieresultaat van 0,00 mol N/ha/jaar. Om die reden zijn significante gevolgen op Natura 2000-gebieden uit te sluiten en vormt het project geen bedreiging voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling is derhalve niet aan de orde. De uitkomsten geven derhalve geen aanleiding tot het aanvragen van een Wnb-vergunning of een verklaring van geen bedenkingen vanwege mogelijke effecten door NOx- en NH3emissies op Natura 2000-gebieden. De realisering van de 18 woningen zal geen effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura-2000 gebieden in de omgeving gezien de afstand. Er is vanuit het oogpunt van gebiedsbescherming geen sprake van een belemmering. Het plan ligt op te grote afstand van de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland om negatieve effecten te veroorzaken. Conclusie In het kader van de Wet natuurbescherming zijn er, uitgaande van het bovenstaande, geen belemmeringen ten aanzien van het voorgenomen plan te verwachten. Geconcludeerd kan worden dat voor het aspect gebiedsbescherming en stikstofdepositie sprake is van een “Evenwichtige toedeling van Functies aan Locaties”.
Soortenbescherming In het plangebied is de bebouwing en alle bestaand groen geruime tijd geleden verwijderd om de bouw mogelijk te maken. Er was geen bijzondere begroeiing aanwezig en er ontbraken bomen of waterpartijen. Het perceel wordt omringd door bestaande (woon)bebouwing met tuinen en wegen. Met behulp van de Beschermde Soorten Indicator (BeSI) van BIJ12 is een rapport opgesteld met nummer 224683 d.d. 15 april 2025 zie bijlage 7. De informatie uit de Indicator stamt uit eind 2022. De toestand van het perceel is ongewijzigd gebleven. Wel is in april 2025 de bodemsanering in het noordelijke van het perceel uitgevoerd. Uit het rapport komt naar voren dat de volgende soorten mogelijk gebruik maken van het plangebied:
39 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
Omgevingsfoto’s
▪ Vogels: gierzwaluw, huismus, kauw en spreeuw: Deze soorten leven vooral in gebouwen en struiken/hagen. In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig en ontbreekt groen. Het terrein is braakliggend en begroeid met gras. In de tuinen van de omliggende woningen is wel groen aanwezig. Daarmee kunnen deze soorten aangrenzend aan het plangebied leven. ▪ Zoogdieren, gebouwbewonende vleermuizen, huisspitsmuis en steenmarter: Vleermuizen verblijven in gebouwen, onder andere achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren, of onder dakpannen. In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig. Daarmee kunnen deze soorten aangrenzend aan het plangebied leven. Op de te ontwikkelen kavel zijn vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen uitgesloten. Nader onderzoek naar negatieve effecten op gebouwbewonende en gewone vleermuizen wordt niet nodig geacht. De huisspitsmuis leeft in allerlei soorten gebieden. Voorwaarde is dat de bodem bedekt is met planten. In het plangebied is de bodem niet bedekt met planten. Daarmee kan deze soort aangrenzend aan het plangebied leven in de tuinen van de bestaande woningen.
40 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
De boommarter en steenmarter zijn beschermde diersoorten in Nederland. De steenmarter leeft over het algemeen dicht bij de mens en neemt regelmatig zijn intrek in huizen, op zolder, in een spouwmuur, in stallen en schuren. Daarmee kan deze soort aangrenzend aan het plangebied leven in de tuinen van de bestaande woningen en de bergingen. Nader onderzoek naar de steenmarter wordt dan ook niet nodig geacht. Op basis van de bovenstaande informatie is er geen aanleiding om een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren naar soorten. Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Deze vorm van bescherming is niet van toepassing op het plangebied. De conclusie is dat realisatie van het voorliggende plan geen nadelige effecten zal hebben op het voortbestaan van beschermde dier- en plantensoorten en dat er derhalve geen belemmering voor het onderhavig plan te verwachten zijn. Een ontheffingsaanvraag in het kader van de natuurwetgeving is niet aan de orde.
5.7
Verkeer en parkeren
Het aspect infrastructuur valt uiteen in de volgende elementen: 1. Bereikbaarheid. 2. Parkeren. Ad. 1. De gemeente Roermond is gecategoriseerd als een sterk stedelijke gemeente. De locatie is gelegen in ‘rest bebouwde kom’. Voor een rijwoning in het koopsegment geldt een verkeersaantrekkende werking van maximaal 7,5 verkeersbeweging per etmaal. Voor een rijwoning in het huursegment wordt die verkeersaantrekkende werking maximaal ingeschat op 6,3 verkeersbeweging per etmaal. Uitgaande van 12 huurwoningen en 6 koopwoningen is sprake van een verkeersaantrekkende werking van maximaal 12 x 6,3 + 6 x 7,5 = 121 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Tevens is uitgegaan van 0,02 vrachtwagenbewegingen per etmaal per woning, conform CROW Publicatie 2024. Voor het plan worden de verkeersbewegingen ingeschat op totaal 121. De bereikbaarheid van de 18 nieuwe woningen verloopt hoofdzakelijk via de Lindelaan. De realisatie van de woningen heeft naar verwachting geen invloed op de aanwezige verkeersstructuur in de wijk. De locatie blijft voor de diverse verkeersdeelnemers normaal toegankelijk. Ad. 2. Als gevolg van de planontwikkeling zal de parkeerbalans in en rondom het plangebied wijzigen. Op 14 oktober 2021 heeft de gemeenteraad van Roermond de Nota parkeernormen 2021 vastgesteld. Het plan gaat uit van 18 woningen.
Het plan is gesitueerd in de zone “Rest bebouwde kom” volgens de nota Parkeernormen 2021. Voor een woning tussen/hoek is de parkeernorm gemiddeld 1,8 pp in de “Rest bebouwde kom”. 41 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
Gebiedsindeling Nota Parkeernormen 2021 plangebied blauwe cirkel
Parkeernormen en gebiedsindeling Nota Parkeernormen Roermond 2021
Verdeeld over de typen woningen/oppervlakte per woning is de parkeernorm als volgt:
42 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
Bij de 18 nieuwe woningen kan voorzien worden in de parkeerbehoefte met in totaal 33 parkeerplaatsen waarvan 23 in het achtergebied, 3 in het hof aan de Lindelaan, 2 op de oprit bij de buitenste woningen aan de Gebroeklaan en 5 openbare aan de Gebroeklaan. Geconcludeerd kan worden dat voor de aspecten verkeer en parkeren sprake is van een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties”. 5.8 Duurzaamheid en gezondheid Duurzaamheid Het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid is in Roermond (nog) niet in het omgevingsplan vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. Op 17 april 2024 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over het “Programma Duurzaamheid 2025-2028”. Het programma duurzaamheid 2025-2028 geeft een doorkijk naar de toekomst waarin de gemeente Roermond zich niet alleen richt op het oplossen van huidige problemen, maar ook anticipeert op toekomstige uitdagingen. Het thema duurzaamheid is breed en raakt veel gemeentelijk beleid. Daarom focust het programma op drie pijlers: energie, circulariteit en groen. Deze afbakening maakt het programma werkbaar en samenhangend. Voor het plan is het duurzaam bouwen een relevant aspect.
Gezondheid Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Gezondheid is een belangrijk onderdeel van het programma duurzaamheid, naast de drie pijlers van duurzaamheid. Duurzaamheid en gezondheid hangen nauw samen. Bijvoorbeeld: schone lucht door emissievrije mobiliteit en duurzame energie, minder vervuiling van het milieu, goede ventilatie in gebouwen, het gebruik van gezonde, nietgiftige materialen in de bouw, minder hittestress en meer groen voor een betere fysieke en mentale gezondheid. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet, bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking op de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. De genoemde aspecten zijn in de hier voorafgaande paragrafen reeds nader gemotiveerd.
Volledigheidshalve wordt hier dan ook verwezen naar de betreffende paragrafen. Uit de nadere motivering blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Er is als gevolg van de ontwikkeling geen sprake van een onevenredige verslechtering van de fysieke leefomgeving. Conclusie Er is vanuit het oogpunt van duurzaamheid en gezondheid sprake van een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties”.
43 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
5.9
Openbare ruimte en ondergrond
In en in de omgeving van het plangebied zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. De ontsluiting van de nieuwe woningen is technisch uitvoerbaar. Geconcludeerd kan worden dat voor het aspect openbare ruimte en ondergrond sprake is van een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties”. 5.10 Stedenbouw Voor de stedenbouwkundige inpassing van het project kan het volgend gesteld worden. De stedenbouwkundige kwaliteit van het plan is positief beoordeeld door de gemeente Roermond. De ruimtelijke opzet van het plan is in het conceptverzoek akkoord bevonden en de adviescommissie Omgevingskwaliteit heeft op 14 april 2025 ingestemd met het plan. Vanuit stedenbouw is gevraagd om een verdere (gedetailleerde) uitwerking van de volgende aspecten: ▪ aandacht voor voldoende groeiruimte struwelen en bomen op het parkeerterrein in het achtergebied; ▪ verdere uitwerking van de inrichting van de openbare ruimte danwel (semi) privéruimte; ▪ aandacht voor bescherming van woon- en leefkwaliteit van de woning direct gelegen aan de ontsluiting parkeerplaats in het achtergebied; ▪ aandacht voor de sociale veiligheid op de parkeerplaatsen in het achtergebied met verlichting; ▪ aandacht voor in- en uitdraaien vanuit de parkeerplaats bij linker woning (nr 52B) aan de Gebroeklaan i.v.m.
een lantaarnpaal; ▪ aandacht voor in- en uitdraaien van de 3 parkeerplaatsen in het hof aan de Lindelaan i.v.m. de verkeersveiligheid; ▪ aandacht voor de belangen van derden bij de dakterrassen i.v.m. de privacy; ▪ aandacht voor restgronden in het achtererfgebied bij woning nr. 57, ter plaatse van de buitenberging; ▪ op tekening vermelden waar de te verwijderen glasbakken teruggezet worden. In het definitieve ontwerp zijn deze aandachtspunten verwerkt
44 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
6.
Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid
6.1
Participatie
De initiatiefnemer heeft de omwonenden in de directe omgeving op 23 april 2025 mondeling geïnformeerd over het plan op een informatie bijeenkomst. Dit betrof de bewoners van de volgende adressen: ▪ Gebroeklaan, 36-66 (14 adressen); ▪ Gebroeklaan, 37-65 (11 adressen); ▪ Op verzoek van Wonen Zuid alle bewoners van de Beukenlaan 1 – 19 (10 adressen) en nummer 12 apart; ▪ Bredeweg 79-81 Proteion; ▪ Complex Lindelaan 44-44F4; ▪ Met Gebroeklaan 54 en Gebroeklaan 48 hebben persoonlijke gespreken plaatsgehad door de initiatiefnemer op 16 april 2025. Het plan voor de realisatie van de 18 woningen is door de omgeving positief ontvangen. De uitnodigingsbrief is ingesloten als bijlage 8.1. en het verslag van de bijeenkomst is opgenomen in bijlage 8.2 6.2
Vooroverleg
De Provincie Limburg en het Waterschap Limburg zijn in het kader van het vooroverleg betrokken in het plan. De Provincie heeft het plan beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen per brief van 11 april 2025. De reactie van het Waterschap Limburg volgt nog. 6.3
Economische uitvoerbaarheid
In deze paragraaf zal worden aangegeven of het project binnen een redelijke termijn uitvoerbaar is, gelet op de aard en omvang van de voorziene ontwikkeling en het gebied waar deze ontwikkeling is voorzien Tevens wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven. Uitgangspunt is dat de kosten die gemaakt worden voor het opstellen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor rekening komen van de initiatiefnemer. Voor het plan heeft de gemeente met de initiatiefnemer een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten met akkoordverklaring van de kosten en voorwaarden. Op grond van deze overeenkomst wordt het gehele project voor rekening en risico van de initiatiefnemer gerealiseerd. Onder realisering wordt verstaan de bouw van de 18 woningen. Nu voor het plan een omgevingsvergunning nodig is, is de buitenplanse omgevingsvergunning het schadeveroorzakend besluit. Voor de gevraagde planologische wijziging is door de gemeente Roermond met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten op basis van artikel 15.1 Omgevingswet, waarin tevens afspraken zijn vastgelegd over het verhaal van nadeelcompensatie. Daarmee is het verhaal van de kosten van het plan in dit gebied verzekerd en is de economische uitvoerbaarheid van het plan gegarandeerd. 45 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong.
Roermond Status: ontwerp
De participatie en het vooroverleg zijn in paragraaf 6.1 en 6.2 beschreven. De voorliggende motivering is noodzakelijk voor het volgen van een buitenplanse afwijking van het omgevingsplan.
6.4
Procedure
Op de aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken. De gemeente zorgt ervoor dat de onherroepelijke BOPA met een wijziging van het omgevingsplan wordt opgenomen.
46 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
7.
Conclusie Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETFAL)
In dit hoofdstuk wordt een algehele conclusie getrokken. Gemotiveerd wordt of er sprake is van een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties”. De Omgevingsregeling stelt specifieke aanvraagvereisten voor de BOPA (artikel 7.207b, onder 2). Onder andere dat de aanvrager de gegevens verstrekt die nodig zijn om de gevolgen van die activiteit te beoordelen voor een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties”. Het bevoegd gezag kan dit aanvraagvereiste voor de BOPA concretiseren door een goede onderbouwing voor de fysieke leefomgeving te eisen bij een aanvraag voor een BOPA. Daaruit moet blijken dat de activiteit in overeenstemming is met een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties” en dat de activiteit ook uitvoerbaar is. Om een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties” te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 3, 4, 5, 6 en 7). Bij het voorliggende initiatief is sprake van een kleinschalige woningbouwontwikkeling, waardoor geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling met 18 woningen is dan ook niet in strijd met de nationale belangen, zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie.
Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder voor duurzame verstedelijking betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. Het plan is niet Ladderplichtig. Op grond van het Etfal-criterium is de gevraagde ontwikkeling aanvaardbaar. Dit betekent dat er sprake moet zijn van een balans tussen de verschillende functies binnen het gebied en het nieuwe plan. Onderdeel hiervan is het toetsen van de BOPA aan het geldende beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente (zie hoofdstuk 3). Er is voldaan aan de instructieregels van het rijk en provincie, zoals vervat in artikel 5.21 lid 2 van de Omgevingswet. Het plan is tevens passend binnen de gemeentelijke beleidsdoelstellingen zoals opgenomen in de omgevingsvisie, gemeentelijke programma’s of beleidsregels. De provinciale instructieregels voor wonen welke in de provinciale Omgevingsverordening opgenomen zijn in hoofdstuk 12 Wonen, werken en recreëren zijn gevolgd. Geconcludeerd moet worden dat het initiatief niet belemmerd wordt door de instructieregels van de provincie Limburg. Het plan is tenslotte beoordeeld aan de hand van gemeentelijke beoordelingsregels en beleid. Het voorliggende plan voldoet tevens aan de gemeentelijke beleidskaders zoals beschreven.
Het plan past niet binnen de regels van het “Omgevingsplan Roermond”, omdat er geen nieuwe woningen toegevoegd mogen worden volgens dat plan. De gewenste ontwikkeling is in hoofdstuk 4 getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving. Hierbij zijn geen belemmeringen geconstateerd. Het aspect bodem is nader onderbouwd met een verkennend bodemonderzoek en aanvullend bodemonderzoek met een sanering van een beperkte bodemverontreiniging. Het plan is akoestisch onderbouwd voor het wegverkeerslawaai. 47 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
Tenslotte is de stikstofemissie in de realisatie- en gebruiksfase onderbouwd in het kader van de Wet natuurbescherming. Uit dit onderzoek blijkt dat de emissie die als gevolg van dit project vrijkomt in zowel de bouw- als gebruiksfase leidt tot een depositieresultaat van 0,00 mol N/ha/jaar. Het plan is met een watertoets nader onderbouwd voor het aspect water. Uit de gevoerde omgevingsdialoog is gebleken dat het plan in de omgeving positief ontvangen is. De conclusie kan getrokken worden dat met de voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan de Locaties”.
48 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp
8. Bijlagen Bijlage 1: Definitief ontwerp 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan d.d. 22 mei 2025 Engelman Architecten te Roermond.
Bijlage 2: “Verkennend bodemonderzoek en Verkennend onderzoek asbest, Gebroeklaan ong. te Roermond rapport C222687.006/PHE” rapportnummer 23268501J d.d. 9 januari 2023
Bijlage 3: Nader onderzoek PAK-verontreiniging Gebroeklaan (ong.), BKK Bodemadvies bv, d.d. 13 maart 2025
Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai “Nieuwbouwwoningen Gebroeklaan-Lindelaan”, K+ Adviesgroep d.d. 16 april 2025 en bekend onder rapportnummer Rm250159aaA0.svvi_01
Bijlage 5: Weging van het waterbelang Gebroeklaan-Lindelaan te Roermond, Aeres Milieu BV, rapportnummer AM25198 d.d. 19 mei 2025
Bijlage 6: 6.1 Toelichtende memo behorende bij Aerius-berekening Gebroeklaan-Lindelaan te Roermond, NOX advies d.d. 17 april 2025 6.2 Aerius bijlage bouwfase NOX advies d.d.17 april 2025 6.3 Aerius bijlage gebruiksfase NOX advies d.d. 17 april 2025
Bijlage 7: Beschermde Soorten Indicator (BeSI), BIJ12, rapportnummer 224683 d.d. 15 april 2025
Bijlage 8: Stukken omgevingsdialoog 8.1 Uitnodigingbrief 8.2 Verslag bijeenkomst 23 april 2025
49 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp