CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 – Concept ruimtelijke onderbouwing Bindend advies realisatie 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan te Roermond

Commissie Ruimte (RU) 3 september 2025, gemeente RoermondBij agendapunt: Bindend advies realisatie 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan te Roermond14.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Adviesbureau Theelen ONDERZOEK - RUIMTELIJKE ORDENING - PLANOLOGISCH ADVIES

Ruimtelijke motivering voor de fysieke leefomgeving ten behoeve van een omgevingsvergunning voor de realisering van 18 nieuwbouwwoningen op perceel F 4109 Gebroeklaan - Lindelaan ong. te Roermond gemeente Roermond Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Planstatus: Plannaam: Datum: Opdrachtgever:

Aanvraag omgevingsvergunning Gebroeklaan – Lindelaan Roermond 24 juni 2025 Victor Adams Beheer BV

Borgshof 10, 6067 DA Linne T: 0475-463491 M: 06-51 93 76 40  adv.theelen@planet.nl www.adviesbureau-theelen.nl IBAN: NL84 INGB 0682 7534 75 K.v.K. Roermond nr. 13029248 BTW-nr. NL8035.30.298.B01

Inhoudsopgave 1 Inleiding ...................................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding .................................................................................................................... 2 1.2 Ligging plangebied ....................................................................................................... 2 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................... 3 2 Huidige situatie en toekomstige situatie .................................................................. 4 2.1 Huidige situatie ............................................................................................................. 4 2.2 Toekomstige situatie ....................................................................................................

6 3 Toetsing aan het omgevingsplan .............................................................................12 3.1 Omgevingsplan (van rechtswege) ...............................................................................12 3.2 Procedure Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) ...........................................12 4 Kaders ruimtelijk beleid ............................................................................................14 4.1 Rijksbeleid en instructieregels .....................................................................................14 4.2 Toetsing provinciaal beleid ..........................................................................................15 4.3 Toetsing regionaal beleid ............................................................................................18 4.4 Toetsing gemeentelijk beleid .......................................................................................19 5 Fysieke leefomgeving en milieu ...............................................................................22 5.1 Inleiding.......................................................................................................................22 5.2 Milieuaspecten ............................................................................................................22 5.3 M.e.r.- beoordeling

......................................................................................................29 5.4 Omgevingsveiligheid ...................................................................................................29 5.4 Water ..........................................................................................................................31 5.5 Archeologie, cultuurhistorie en landschap ...................................................................34 5.6 Ecologie en stikstof .....................................................................................................37 5.7 Verkeer en parkeren....................................................................................................41 5.8 Duurzaamheid en gezondheid .....................................................................................43 5.9 Openbare ruimte en ondergrond .................................................................................44 5.10 Stedenbouw ................................................................................................................44 6.

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid...............................................45 6.1 Participatie ..................................................................................................................45 6.2 Vooroverleg .................................................................................................................45 6.3 Economische uitvoerbaarheid .....................................................................................45 6.4 Procedure ...................................................................................................................46 7. Conclusie Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETFAL) ..............47 8. Bijlagen ......................................................................................................................49

1 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Voor de realisering van 18 nieuwbouwwoningen op de locatie Gebroeklaan-Lindelaan ong. 6043 GP Roermond, in de gemeente Roermond, is een ruimtelijke motivering opgesteld ten behoeve van een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) van het omgevingsplan. In het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning dient een afweging te worden gemaakt of sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL). Het plan is een herontwikkeling van de voormalige Aldi-supermarkt die in 2004 door brand verwoest werd. De locatie heeft vanaf 2004 braak gelegen. 1.2

Ligging plangebied

Het initiatief is gesitueerd oostelijk van de binnenstad tussen de Bredeweg en Oranjelaan in de wijk Maasniel, buurt kern Maasniel. De ontwikkeling betreft een inbreidingslocatie op het perceel bekend als sectie F. nummer 4109 (circa 3.340 m2). De locatie wordt omringd door bebouwing met woningen, maatschappelijke voorzieningen, groen/water en infrastructuur.

Ligging perceel sectie F nr. 4109 Roermond

Met de voorliggende ruimtelijke motivering worden de aspecten van de fysieke leefomgeving van het plan op de omgeving onderzocht en afgewogen volgens een “Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties” (ETFAL). Het initiatief is getoetst aan de regels van het Omgevingsplan gemeente Roermond. Het bestemmingsplan “Maasniel”, waarin de projectlocatie is gelegen, maakt van rechtswege deel uit van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Roermond. Ter plekke is geen woningbouw toegestaan. De herontwikkeling van deze locatie met 18 woningen speelt in op de behoefte aan nul treden wonen in Roermond.

2 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Binnen het omgevingsplan zijn geen binnenplanse mogelijkheden opgenomen om medewerking te verlenen aan het verzoek. Hierdoor is het doorlopen van een buitenplanse ruimtelijke procedure noodzakelijk. Het initiatief moet hierbij voldoen aan het principe van “een evenwichtige toedeling van functies aan locaties” volgens de Omgevingswet. Om dit te onderbouwen wordt deze motivering inclusief de benodigde onderzoeken aangeleverd. 1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het omgevingsplan en wordt de strijdigheid benoemd. In hoofdstuk 4 worden de relevante ruimtelijke kaders beschreven van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 5 wordt beschreven op welke wijze bij de ontwikkeling rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Onderzocht is wat de gevolgen van de nieuwe ontwikkeling zijn op de omgeving. In hoofdstuk 6 wordt de maatschappelijke (participatie) en economische uitvoerbaarheid van het plan beoordeeld. Tenslotte worden in hoofdstuk 7 de conclusies beschreven. Hoofdstuk 8 bevat de verwijzing naar de bijlagen.

3 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

2

Huidige situatie en toekomstige situatie

2.1

Huidige situatie

Achtereenvolgens wordt ingegaan op de huidige planologische en feitelijke situatie op het perceel. Planologische situatie Het perceel is gelegen in het bestemmingsplan “Maasniel, dat van rechtswege onderdeel is van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Roermond. Binnen de bouwregels van de bestemming “Detailhandel” is het niet toegestaan om nieuwe woningen toe te voegen. Het bestemmingsplan is vastgesteld op 20 februari 2008 door de gemeenteraad van Roermond. Ter plaatse geldt tevens “Herziening paraplubestemmingsplan kamerverhuur en ministudio‘s”, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 4 juni 2020. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet functioneren de bestemmingsplannen van de gemeente als “Omgevingsplan van rechtswege”. Binnen het omgevingsplan zijn geen binnenplanse mogelijkheden opgenomen om medewerking te verlenen aan het verzoek, er is wel een wijzigingsbevoegdheid opgenomen op detailhandelsvlak, maar deze laat geen nieuwbouw toe en is niet bruikbaar. Hierdoor is het doorlopen van een buitenplanse ruimtelijke procedure noodzakelijk

Perceel F 4109

Feitelijke situatie Tot 1930 was de locatie in gebruik als landbouwgrond. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek is gebleken dat op de locatie de volgende activiteiten hebben plaatsgevonden: 1930 - 1960 tricotagefabriek 1960 - 1980 destilleerderij/wijnhandel 1985 - 2004 Aldi supermarkt vanaf 2004 na brand braakliggend 2005 sloop van de supermarkt. De woonfunctie overheerst in de omgeving. Daarnaast zijn er maatschappelijke voorzieningen aanwezig, zoals Verzorgingstehuis Roncalli en de Gilde-opleiding aan de Bredeweg. De locatie wordt als een inbreidingslocatie beschouwd binnen het stedelijk gebied van Roermond. 4 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Plangebied-perceel sectie F nr. 4109 rood omlijnd

Zicht op perceel sectie F nr. 4109 vanaf Gebroeklaan

5 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Zicht op perceel sectie F nr. 4109 vanaf Lindelaan

2.2

Toekomstige situatie

Na het bouwrijp maken van het perceel worden 18 nieuwe woningen gerealiseerd. De woningen hebben de volgende kenmerken volgens het definitieve ontwerp d.d. 22 mei 2025: ▪ tussen de bestaande woningen aan de Gebroeklaan nr. 48 - 56 bouw van 6 nieuwe grondgebonden woningen in 2-bouwlagen +kap met berging waarvan 2 levensloopbestendig (de buitenste 2); ▪ aan de Lindelaan 8 nieuwe grondgebonden woningen in 2 bouwlagen +kap en 4 beneden/ boven woningen in 2-bouwlagen, waarvan 5 levensloopbestendig; ▪ het plan kent in totaal 7 levensloopbestendige woningen; ▪ de oppervlakte per woning varieert van circa 127 m2 tot 190 m2; ▪ de maximale bouwhoogte bedraagt 10,5 meter; ▪ het plan telt in totaal 33 parkeerplaatsen, waarvan 28 parkeerplaatsen op eigen terrein en 5 parkeerplaatsen in het openbaar gebied (Gebroeklaan); ▪ de woningen zijn onderscheidend in relatie tot duurzaamheid door energie-neutrale investeringen in isolatie, zonnepanelen en warmtepomp; ▪ het betreft 6 koopwoningen in de vrije sector en 12 huurwoningen. Onderstaand de gevelbeelden en plattegronden van Engelman Architecten te Roermond. Het plan is voorgelegd aan de adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK). Het definitieve ontwerp d.d. 22 mei 2025 is ingesloten als bijlage 1.

6 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Situering nieuwe toestand 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan Roermond

Voorgevel Gebroeklaan

Achtergevel Gebroeklaan

7 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Impressie voorgevel Gebroeklaan

Buitengevel Lindelaan

Buitengevel Lindelaan

Binnengevel Lindelaan

Impressie Lindelaan 8 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Begane grond Lindelaan

Verdieping Lindelaan

9 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Begane grond Gebroeklaan

Verdieping Gebroeklaan

Doorsnede

10 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Binnen het plan worden in totaal 7 levensloopbestendige woningen gerealiseerd.

Verdeling van de 7 levensloopbestendige woningen binnen het plan

De gemeente mag een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verlenen met het oog op een “Evenwichtige toedeling van Functies aan Locaties” (artikel 8.0a, lid 2, Bkl). Dit betekent dat er sprake moet zijn van een balans tussen de verschillende functies binnen een gebied. Hierbij moet in ieder geval aangetoond worden dat: a) Er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. b) Het initiatief niet leidt tot een onevenredige aantasting van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed. c) Het initiatief past binnen de ‘Omgevingsvisie Roermond’ en het geldende woonbeleid. d) Er overleg is geweest over dit initiatief met de omgeving. e) Er op eigen terrein wordt voldaan aan de Nota parkeernormen 2021 van de gemeente Roermond. f) Dat opvang en berging van hemelwater op eigen terrein wordt gerealiseerd. Het plan zal daarom worden getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving. Deze milieukundige aandachtspunten van het plan, waaronder bodem, geluid, luchtkwaliteit, etc. worden in hoofdstuk 4 verder gemotiveerd. 11 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

3

Toetsing aan het omgevingsplan

3.1

Omgevingsplan (van rechtswege)

Sinds de invoering van de omgevingswet op 1 januari 2024 functioneren de bestemmingsplannen van de gemeente van rechtswege als tijdelijk onderdeel van het Roermondse Omgevingsplan. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit alle bestaande ruimtelijke plannen zoals o.a. het bestemmingsplan (wanneer dit nog niet is omgezet naar een omgevingsplan) en de bruidsschat (voor zover nog niet verwerkt in het omgevingsplan). De locatie is in het omgevingsplan van rechtswege bestemd als “Detailhandel” volgens artikel 9 in het vigerende bestemmingsplan “Maasniel”. In de regels van artikel 9 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen: 9.3 Wijzigingsbevoegdheid 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming Detailhandel DH te wijzigen in: a. de bestemming Woondoeleinden W zoals vastgelegd in artikel 4 van deze voorschriften of b. de bestemming Woongebouw WGB zoals vastgelegd in artikel 5 2. Bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in lid 9.3.1 wordt de procedure in acht genomen zoals vermeld in artikel 30 van deze voorschriften. Van deze wijzigingsbevoegdheid kan in het voorliggend geval geen gebruik gemaakt worden, omdat hier geen nieuwbouw is toegestaan. Binnen het omgevingsplan zijn geen binnenplanse mogelijkheden opgenomen om medewerking te verlenen aan het verzoek. Hierdoor is het doorlopen van een buitenplanse ruimtelijke procedure noodzakelijk. 3.2

Procedure Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA)

De gekozen procedure om het planvoornemen mogelijk te maken, betreft in dit geval een omgevingsvergunning ‘Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA)”. Een BOPA is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Uitgangspunt is dat het besluit op de aanvraag voor een BOPA-omgevingsvergunning wordt voorbereid met toepassing van de zogenoemde ‘reguliere procedure’ van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat houdt kort gezegd in dat een beslissing wordt genomen op de aanvraag, waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Deze beslissing op bezwaar is vervolgens vatbaar voor beroep en hoger beroep. Het besluit op de aanvraag moet bij de reguliere procedure binnen acht weken (twaalf weken als instemming van een ander bestuursorgaan nodig is) na ontvangst van de aanvraag worden genomen, eventueel te verlengen met ten hoogste zes weken (art. 16.64 Omgevingswet). Daar komen 4 weken bij vanwege advies met instemming van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. Het bindend advies van de gemeenteraad heeft geen verlenging van de beslistermijn tot gevolg. 12 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Bij een volgende herziening van het omgevingsplan worden de activiteiten die mogelijk zijn gemaakt met omgevingsvergunningen opgenomen in het omgevingsplan. Dit betekent dus dat het initiatief, nadat de omgevingsvergunning onherroepelijk is, wordt opgenomen in een volgende herziening van het omgevingsplan.

13 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

4

Kaders ruimtelijk beleid

Voor een beoordeling van het project is het noodzakelijk in te gaan op het vigerend ruimtelijk beleid in het algemeen. Hierbij zal aansluiting worden gezocht bij het rijksbeleid, het provinciale beleid, het regionale beleid en de beleidsplannen van de gemeente Roermond. 4.1

Rijksbeleid en instructieregels

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Voor een beoordeling van het plan is het noodzakelijk in te gaan op het Rijksbeleid (Nationale Omgevingsvisie). Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is per 11 januari 2020 in werking getreden. De beoogde ontwikkeling, de bouw van 18 woningen is niet in strijd met de 21 nationale belangen, zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. In hoofdstuk 5 van het In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een groot aantal instructieregels opgenomen. Aan deze instructieregels moet worden voldaan. De meest relevante instructieregel betreft de regels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betreft onder meer: ▪ het waarborgen van de veiligheid; ▪ het beschermen van de waterbelangen; ▪ het beschermen van de gezondheid en van het milieu; ▪ het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; ▪ het behoud van ruimte voor toekomstige functies; ▪ het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Voor de aanvraag zijn deze instructieregels niet allemaal relevant. In hoofdstuk 4 wordt daar waar nodig hierop ingegaan.

De Ladder voor duurzame verstedelijking is tevens een instructieregel van het Bkl voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals woningbouwplannen vanaf 11 woningen. Een laddertoets is dan ook aan de orde voor het plan, omdat het aantal woningen 18 bedraagt. Bij het voorliggende initiatief is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, waardoor geen nationale belangen in het spel zijn zoals verwoord in de NOVI. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor plannen die worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals woningbouwplannen. Bij een nieuwe woningbouwontwikkeling wordt rekening gehouden met de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AmvB’s) onder de Omgevingswet. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is.

De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. 14 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Het project voor de realisering van de 18 woningen dient op grond van de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak d.d. 28 juni 2017 (uitspraak 201608869/1/R3) als een nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd te worden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling een overzichtsuitspraak gedaan over de ladder voor duurzame verstedelijking. De uitspraak bevat de hoofdlijnen van de jurisprudentie van de Afdeling over de eisen waaraan een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen. Voor woningbouw is het volgende bepaald: “Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen, die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt”. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen er sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladder plichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling “nieuw” is. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 18 woningen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan zijn hier geen woningen toegestaan. Met de beoogde ontwikkeling worden 18 woningen toegevoegd. Het plan valt hiermee onder de definitie van “stedelijke ontwikkeling”.

Het plan dient echter beschouwd te worden als een herontwikkeling binnen het stedelijk gebied, waarmee een verbetering voor de omgeving gerealiseerd zal worden na een lange periode van braakligging. Daarnaast sluit het plan aan bij het beleid zoals omschreven in de regionale woonvisie (zie paragraaf 4.3). Het plan past binnen de instructieregels van het Rijk. De Ladder is wel van toepassing maar er wordt aan voldaan. Naast dat de ladderonderbouwing geen belemmering vormt, moet ook nog voldaan worden aan de “Evenwichtige toedeling van Functies aan Locaties”. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een “Evenwichtige toedeling van Functies aan Locaties”. Dit staat in artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet. Nu de woningbouwontwikkeling op de locatie van een voormalige supermarkt voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, wordt voldaan aan de Ladder. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Conclusie De locatie betreft een bestaand stedelijk gebied met een niet wijzigende wegenstructuur. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor het realiseren van de 18 woningen. 4.2

Toetsing provinciaal beleid

Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) De Omgevingsvisie Limburg is een lange termijnvisie waarin voor de periode 2021 tot 2030 2050 aangegeven wordt hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en daarbij steeds de balans zoekt tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL 2014). De POVI is 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten van Limburg en is per 25 oktober 2021 in werking getreden.

15 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

De Omgevingsvisie stelt op strategisch niveau de kaders voor het provinciaal handelen bij toekomstige ontwikkelingen en activiteiten. De Omgevingsvisie bevat daarmee belangrijke keuzes ten aanzien van het te voeren beleid en vormt de basis voor verdere uitwerkingen en plannen en programma’s. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. Daarbij hanteert de provincie een aantal Limburgse principes: ▪ Streven naar een inclusieve gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. ▪ De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers en er is dus ruimte voor maatwerk. ▪ Meer stad, meer land. Variatie in gebieden moet gekoesterd worden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukke stedelijke gebieden ontwikkeld. ▪ Zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Inzetten op sociaaleconomische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar volgende generaties (voorzorgsbeginsel). In de vastgestelde POVI is onderhavig plangebied gelegen in het hoofdtype “Bebouwd gebied”, categorie ‘Stedelijk gebied’ met het thema bedrijven, economie, infrastructuur, verstedelijking en wonen.

Het stedelijk gebied omvat de bebouwde gebieden van de Westelijke Mijnstreek, Heerlen, Brunssum, Landgraaf en Kerkrade en de steden Maastricht, Venlo, Roermond, Weert en Venray. Dit betreft een breed scala aan locaties met functies zoals wonen, winkels, scholen, voorzieningen, wegen en openbare ruimte Het begrip ‘provinciaal belang’ is niet nader afgebakend in de Omgevingswet. Aan de hand van de volgende criteria wordt bepaald of er een provinciaal belang bestaat: ▪ er is sprake van de uitvoering van één of meerdere kerntaken van de Provincie; ▪ er is sprake van een gemeentegrensoverschrijdende/(boven)regionale problematiek; ▪ er is sprake van een algemeen belang voor de bevolking, de omgevingskwaliteit of het bedrijfsleven in de provincie Limburg. Deze criteria gelden zowel afzonderlijk van elkaar als in combinatie. Alle woningbouwontwikkelingen worden door de Provincie als een provinciaal belang beschouwd. De voorliggende ontwikkeling is reeds opgenomen in de regionale programmering/planvoorraad in Midden-Limburg. Gelet op het voorstaande past de ontwikkeling binnen de beleidskaders zoals opgenomen in de POVI. Omgevingsverordening Limburg 2021 (OVL) De OVL 2021 is vastgesteld op 16 december 2022 en is in werking getreden met de nieuwe omgevingswet op 1 januari 2024.

De OVL vormt de vertaling van de ambities van de provincie, zoals verwoord in de Omgevingsvisie, naar regels en vervangt de OBVL van 2014. Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. In de paragraaf 4.1 Rijksbeleid is gemotiveerd dat er geen sprake is van een “nieuwe stedelijke ontwikkeling”.

16 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Volgens de onderstaande kaart ligt het plangebied in het stedelijk gebied van Roermond in de regio Midden-Limburg.

Omgevingsverordening Limburg d.d. 25 mei 2021 met locatie in rode driehoek binnen het stedelijk gebied

De Omgevingsverordening Limburg bevat instructieregels in hoofdstuk 12.1 over ‘nieuwe planvoorraad wonen’. Bij de realisatie van een of meerdere woningen heeft de Provincie advies- en instemmingsrecht op grond van het ‘Besluit advies en instemming bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Provincie Limburg’. Het plan moet in dat kader worden voorgelegd aan de Provincie. De motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen beschrijft volgens de Omgevingsverordening dat: a. er rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; Uit de provinciale omgevingsvisie Limburg is gebleken dat het plangebied in het stedelijk gebied ligt van Roermond op een herstructuringslocatie waar sprake is van inbreiding. b. er sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; Uit de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg (zie paragraaf 4.3 ) is gebleken dat er behoefte is aan dit type woningen in Roermond. c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg.

De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; De regionale afstemming heeft plaatsgevonden en het plan is akkoord. d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in afdeling 14.5; Er is een monitor voor het registreren van woningbouwplannen en het controleren van woningbouw realisaties: de Plancapaciteitsmonitor Limburg. Daarin zal of is het plan opgenomen. 17 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

e. de realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. De gestelde termijn is haalbaar voor het plan omdat de realisering in eind 2025 begin 2026 zal starten. Geconcludeerd moet worden dat het initiatief niet belemmerd wordt door de bovengenoemde beleidskaders onder a t/m e van de provincie Limburg. Er is voldaan aan de uitgangspunten uit de Omgevingsverordening Limburg 2021 (OVL) door toevoeging van een type woning binnen het bestaand bebouwd gebied, waaraan behoefte is. Voorliggend planvoornemen is dan ook passend binnen de nieuwe omgevingsverordening Limburg.

4.3

Toetsing regionaal beleid

Voor het regionale beleid is de “Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025” relevant. De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben gezamenlijk de Structuurvisie Wonen 2018 tot en met 2021 geactualiseerd. De Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 (hierna Structuurvisie Wonen) is door de raad van de gemeente Roermond d.d. 6 juli 2022 vastgesteld. In deze Structuurvisie Wonen ligt de nadruk op het tegemoet komen aan de groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod. Dat betekent dat er ambitie moet zijn voor - en ruimte wordt gegeven aan - nieuwe plannen die passen bij de kwalitatieve vraag. Deze Structuurvisie is een compacte actualisatie van de Structuurvisie Wonen 2018 op basis van de nieuwe prognoses (Etil 2021) en de daadwerkelijke realisaties. Op 9 maart 2023 is door de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening, de Provincie Limburg, de Limburgse gemeenten, het Waterschap Limburg en de Limburgse Woningcorporaties, de Woondeal Limburg 2023 gesloten. Met als belangrijkste reden de (groeiende) behoefte aan betaalbare woningen kent de woondeal een eigen aanpak om te voldoen aan die behoefte van zowel woningen voor sociale huur, middenhuur en betaalbare koopwoningen. Er is o.a.

overeengekomen dat een bijdrage geleverd wordt aan de nationale versnellingsopgave door tot en met 2030 minimaal 26.550 woningen toe te voegen in Limburg. Daarbij is het streven naar een woningvoorraad van 2/3 betaalbaar en 30% sociale huur. Het plan zal bestaan uit 6 koopwoningen en 12 huurwoningen. Voor het plan is van de 2/3 norm betaalbaar afgeweken, gelet op de lange voorgeschiedenis van het plan met een periode van 20 jaar braakligging. Qua typologie past het plan met overwegend grondgebonden woningen in de geconstateerde behoefte, waarbij een substantieel deel wordt uitgevoerd als nultredewoning. Dit laatste past ook in de geconstateerde behoefte. Het bouwplan is daarbij in lijn met de behoeftevraag, zoals voortkomend uit de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg. De realisatie van de 18 woningen is haalbaar op de gronden die in eigendom zijn bij de initiatiefnemer. Geconcludeerd kan worden dat het plan kwantitatief en kwalitatief inpasbaar is binnen het regionale beleidskader van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025. Het plan is regionaal afgestemd in het kader van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025. 18 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

4.4

Toetsing gemeentelijk beleid

Voor het gemeentelijk beleid zal achtereenvolgens ingegaan worden op: 1. Toekomstvisie Roermond 2030 2. Integrale Groenvisie gemeente Roermond 2025-2035 3. Nota Parkeernormen 2021 4. Omgevingsvisie Roermond 5. Bindend adviesrecht van de gemeenteraad voor bepaalde gevallen van een buitenplanse omgevingsrechtactiviteit”. Ad. 1. Toekomstvisie Roermond 2030 Dit beleidsplan is vastgesteld in december 2016 en is een visie op hoofdlijnen rond strategische thema’s die een samenhangend geheel vormen. Een van die thema’s is een prachtige stad met mooie kernen en wijken, waarbij kwaliteitsverbetering van de gebouwde omgeving centraal staat. Het plan dient beschouwd te worden als een herontwikkeling binnen het stedelijk gebied van Roermond, waarmee een verbetering voor de omgeving gerealiseerd zal worden na een lange periode van braakliggend. Het plan voor de realisering van 18 woningen sluit aan bij de algemene uitgangspunten van de Toekomstvisie Roermond 2030, waaronder de marktvraag en verbetering van de leefomgeving. Ad. 2. Integrale Groenvisie gemeente Roermond 2025-2035 Op 19 december 2024 heeft de gemeenteraad van Roermond de “Integrale Groenvisie gemeente Roermond 2025-2035” vastgesteld. De gemeente Roermond staat voor een groot aantal opgaven.

De woningbouwopgave, energietransitie, mobiliteitstransitie, klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit zijn een aantal voorbeelden hiervan. Voor het werken aan deze opgaven is vaak (meer) ruimte nodig. Tegelijkertijd is de ruimte beperkt. Om efficiënt aan de opgaven te werken is het belangrijk om deze steeds meer in samenhang te beschouwen. Hiervoor is een integrale aanpak noodzakelijk. Groen kan een bijdrage leveren aan een aantal verschillende opgaves. Roermond wil daarom de komende jaren meer aan groen gaan doen. De omschreven visie is het uitgangspunt van waaruit de gemeente de komende tien jaar beleid gaat voeren. De Integrale Groenvisie heeft als doel om uitvoering te geven aan de groene ambitie van de gemeente Roermond en de Omgevingsvisie. Daarmee wordt bij veel plannen gekeken wat de gevolgen zijn voor de stad en zijn bewoners, onder meer als het gaat om het aanplanten van bomen en planten en aanleggen van groene stukjes grond. Zomers zorgt dat voor verlichting in de temperatuur, terwijl neerslag ook beter verwerkt kan worden als er meer groen is. Uit onderzoek blijkt ook dat mensen zich beter. Met een aantal basisprincipes worden op de hoofdlijnen aangegeven hoe de gemeente wil werken aan de belangen van klimaatadaptatie, biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. De basisprincipes zijn zowel intern als extern gericht.

Daarbij wordt het belang van maatwerk onderstreept. De basisprincipes dienen telkens in samenhang beschouwd te worden. Met de herontwikkeling van een voormalig supermarktlocatie naar een woningbouwlocatie wordt op de locatie een aanzienlijke kwaliteitsverbetering gerealiseerd. Binnen het plangebied zal door de realisatie van groenvoorzieningen in combinatie met parkeren invulling worden gegeven aan de ambities uit de Integrale Groenvisie Roermond 2025-2035. 19 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Ad. 3 Nota Parkeernormen 2021 In oktober 2021 is de Nota Parkeernormen 2021 vastgesteld. Deze betreft een actualisatie van de Nota Parkeernormen 2014. Het doel van de nota blijft om voldoende parkeerplaatsen op de juiste locaties in de stad te realiseren. Het parkeerbeleid van de gemeente Roermond vormt zowel een volgend als een sturend beleid. Met een sturend beleid wil de gemeente het selectief gebruik van de auto bevorderen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen of bij verandering qua gebruik worden parkeernormen gehanteerd als norm voor het minimum aantal te realiseren parkeerplaatsen voor een gebouw of functie binnen een plangebied. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte/normen is afhankelijk van de locatie, het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoersbewijzen onderscheid gemaakt naar stedelijkheid en de zone waarin de voorziening gelegen is. In de kern van Roermond worden vier zones onderscheiden: 1. Centrum. 2. Schil. 3. Restant bebouwde kom. 4. Overige kernen en buitengebied. Voor het plan gelden de normen uit de categorie 'restant bebouwde kom'. In paragraaf 5.8 wordt nader ingegaan op het aspect parkeren binnen het plangebied. Ad. 4 Omgevingsvisie Roermond De gemeenteraad van Roermond heeft op 12 oktober 2023 de Omgevingsvisie Roermond gewijzigd vastgesteld. De visie bevat het beleid op hoofdlijnen voor de toekomst van de gemeente Roermond.

De visie gaat over de fysieke leefomgeving en richt zich op mogelijkheden om te wonen, werken, recreëren, ondernemen, maar ook op een gezond en veilig leefklimaat. Voorafgaand aan het opstellen van de omgevingsvisie zijn verschillende beleidsnota’s opgesteld, zoals de Economische visie, de Groenvisie en de Toekomstvisie. Deze visies zijn tot stand gekomen in samenwerking met de inwoners, ondernemers, verenigingen en organisaties van Roermond. Daardoor lag er voor deze omgevingsvisie een goede, gedragen beleidsmatige basis. Deze visie brengt deze verschillende beleidsvisies met elkaar in verband en zorgt voor een overkoepelend integraal afwegingskader voor nieuwe initiatieven. Binnen de omgevingsvisie en de gemeentelijke grenzen zijn verschillende structuren en landschappen te onderscheiden. Hierdoor kan de gemeente verdeeld worden in drie gebieden met elk hun eigen kwaliteiten en opgaven. In deze visie heten die deelgebieden: Kleurrijk (de stad Roermond), Grensrijk (het oostelijke deel van de gemeente, inclusief de kern Swalmen) en Maasrijk (de Maas en de Maasplassen). De omgevingsvisie geeft in eerste instantie richting aan de fysieke leefomgeving. Per gebied gelden doelstellingen of regels die van invloed zijn op een ingediend plan en dient de vraag beantwoord te worden of een initiatief bijdraagt aan een of meer gestelde opgaven uit de omgevingsvisie.

Verder dient een plan te passen in een goede leefomgeving en moet het voldoen aan de basisnormen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Tenslotte is voor de haalbaarheid van een plan overleg met de omgeving noodzakelijk. Het voorliggende plan met 18 woningen wordt doorlopen volgens de bestaande wet- en regelgeving van de Omgevingswet met de reguliere procedure. Ad. 5 Bindend adviesrecht van de gemeenteraad voor bepaalde gevallen van een “buitenplanse omgevingsrechtactiviteit”. 20 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Het plan voor de realisatie van 18 woningen aan de Gebroeklaan-Lindelaan te Roermond is in strijd met het Omgevingsplan Roermond. De realisatie van een woonfunctie met nieuwbouw op deze locatie is niet passend in het Omgevingsplan. Medewerking kan worden verleend met een omgevingsvergunning voor het afwijken van het geldende omgevingsplan met een ruimtelijke motivering, waarbij het ETFAL-principe het uitgangspunt vormt. In het kader van deze ETFAL dient voor de gevraagde ontwikkeling een ruimtelijke motivering te worden opgesteld. Bij de aanvraag zal deze ruimtelijke motivering bijgevoegd worden, waarbij een algehele belangenafweging zal plaatsvinden. Het gaat hierbij om die buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvan de gemeenteraad vooraf heeft vastgelegd hiervoor gebruik te willen maken van het adviesrecht. Dat is een verzwaard, bindend adviesrecht voor de gemeenteraad. Het college van B&W mag daar niet van afwijken. Onder de Omgevingswet wijst de raad vooraf gevallen aan waarin haar advies vereist is. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een dergelijke activiteit kan B&W hierdoor dus niet zelfstandig afdoen.

21 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

5

Fysieke leefomgeving en milieu

5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de ontwikkeling rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzocht is wat de gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen zijn op de omgeving. Voor de gewenste situatie zal achtereenvolgens ingegaan worden op de volgende aspecten: ▪ milieuaspecten (bodem, geluid, luchtkwaliteit, activiteiten/milieuzonering, geur en trilling); ▪ m.e.r.- beoordeling; ▪ omgevingsveiligheid; ▪ water; ▪ archeologie, cultuurhistorie en landschap; ▪ ecologie en stikstof; ▪ verkeer en parkeren; ▪ duurzaamheid en gezondheid ▪ openbare ruimte en ondergrond; ▪ stedenbouw. 5.2

Milieuaspecten

Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. In het kader van een omgevingsplan dient aangetoond te worden dat de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem in het plangebied met een bodemgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn en geen onaanvaardbaar risico voor de gebruikers meebrengt. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Ter onderbouwing is een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest uitgevoerd door Archimil BV in 2023. De onderzoeken zijn uitgevoerd op basis van de resultaten van het vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is de locatie voor de componenten uit het standaardpakket als heterogeen verdacht en voor asbest als niet-verdacht beschouwd. Het onderzoeksterrein betreft een braakliggend terrein dat begroeid is met gras. Aan de zuidwestzijde is een strook verhard met klinkers. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Roermond sectie F.

nummer 4109 (circa 3.340 m2). De rapportage is ingesloten als bijlage 2 en bekend als “Verkennend bodemonderzoek en Verkennend onderzoek asbest, Gebroeklaan ong. te Roermond rapport C222687.006/PHE” rapportnummer 23268501J d.d. 9 januari 2023 met de volgende conclusies:

22 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving

▪ Verkennend bodemonderzoek Uit voorgaand onderzoek (MAH, 2009) volgt dat bij één boring (boring 13) een sterk verhoogd gehalte PAK is aangetoond. Op basis van de resultaten is destijds een contour bepaald van circa 250 m2. De grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) van de boringen 103 en 104 (westzijde) is sterk verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met lood, zink, minerale olie en PCB’s. De grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) van de boringen 101 en 105 (oostzijde) is licht verontreinigd met lood, PCB’s en PAK’s. De grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) van het resterend terrein is licht verontreinigd is met kobalt, zink, PAK en/of PCB. Het grondwater is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. ▪ Verkennend onderzoek asbest Uit de resultaten volgt dat op het maaiveld geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen. In het materiaal uit de inspectiegaten (grove en fijne fractie) is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies kan geconcludeerd worden dat er ter plaatse van de boringen 103, 104 en boring 13 van het voorgaand onderzoek sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde en is er, conform de Circulaire Bodemsanering, aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Geadviseerd wordt om middels enkele aanvullende analyses meer inzicht te verkrijgen in de omvang van de locatie.

23 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Voor het plangebied zijn aanvullend de onderstaande actuele documenten beschikbaar i.v.m. het aspect bodem: ▪ Nader onderzoek PAK-verontreiniging Gebroeklaan (ong.), BKK Bodemadvies bv, d.d. 13 maart 2025 zie bijlage 3 Naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest Gebroeklaan (ong.) te Roermond (rapport C222687.006/PHE, d.d. 9 januari 2023) heeft een nader bodemonderzoek plaatsgevonden binnen het noordoostelijk gedeelte van het perceel F-4109 aan de Gebroeklaan te Roermond. Het nader onderzoek dient duidelijkheid te verschaffen in de omvang van de sterke bodemverontreinigingen met PAK in het kader van het toekomstig bouwplannen binnen de locatie. Uit de onderzoeksresultaten wordt ingeschat dat de totale omvang van de sterke verontreinigingen met PAK wordt ingeschat op 56 m3 bij een oppervlakte van 75 m2 en een verontreinigingsdiepte van gemiddeld 0,75 meter minus maaiveld. Naar aanleiding hiervan kan gesteld worden dat er volgens het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) sprake is van een sterke bodemverontreiniging. Gezien de verkregen meetresultaten is een relatie met de visueel aangetroffen asfaltresten voor de hand liggend.

Voor het herstellen (saneren) van de bodem-kwaliteit kan worden gekozen voor de aanpak verwijderen van de verontreiniging, middels het opstellen van een MKB-plan. Ongeacht de aanpak dient een melding milieubelastende activiteit graven van de bodem te worden gedaan. De melding dient 4 weken voorafgaand aan de bodemsaneringswerkzaamheden te worden ingediend via het zogenaamde omgevingsloket, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), conform art. 4.1225 Bal.

Bodemverontreiniging perceel F-4109 (bron: BKK Bodemadvies)

24 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Daarnaast is de bovengrond licht verontreinigd met lood, zink, minerale olie, PCB en PAK (vastgesteld in 2009 en 2023). In de ondergrond is in het verleden (2009) een lichte verontreiniging met kobalt aangetoond. Deze lichte verontreinigingen met zware metalen, PCB, minerale olie en/of PAK vormen geen belemmeringen voor de voorgenomen graafwerkzaamheden in het kader van de herinrichting van het terrein. ▪ Melding saneringsplan Vanaf 1 januari 2024 wordt een melding gedaan in het kader van de omgevingswet, een zogenaamd MKB-plan. In deze melding gedaan op 21 maart 2025 staan dezelfde zaken beschreven als in het saneringsplan, de werkzaamheden worden onveranderd uitgevoerd. De proceduretijd voor een MKB-plan is 4 weken. De sanering is op 25 april 2025 uitgevoerd en bekend als melding “Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit” met DSO-nummer 20250321 01564 000. De gemeente Roermond heeft op 12 juni 2025 ingestemd met de uitgevoerde sanering. Uit de evaluatie blijkt dat de PAK verontreiniging voldoende is gesaneerd. Conclusie Het plan voldoet voor het aspect bodem aan de instructieregels zoals in het Bkl opgenomen. Geluid In deze paragraaf worden de geluidwaarden beschreven en op welke wijze bij het project rekening is gehouden met het aspect geluid.

De regels over geluid in de Omgevingswet gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen. De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). De berekening vindt plaats voor de relevante locaties en wordt getoetst aan de eisen uit het Bkl en het gemeentelijk beleid. Bij een overschrijding van de standaardwaarde worden principemaatregelen geformuleerd. Indien maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn, of stuiten op stedenbouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële bezwaren, wordt aangegeven voor welke woningen en bijbehorende gevels een hogere toelaatbare geluidbelasting moet worden aangevraagd. Tevens wordt de minimaal benodigde geluidwering van de gevel aangegeven. Een akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de Oranjelaan, Bredeweg, Gebroeklaan, Lindelaan en Beukenlaan. Het plangebied valt niet in de geluidzone van een spoorweg en/of gezoneerd industrieterrein.

Wegverkeerslawaai Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai “Nieuwbouwwoningen Gebroeklaan-Lindelaan te Roermond” is uitgevoerd door K+ Adviesgroep d.d. 16 april 2025 en bekend onder rapportnummer Rm250159aaA0.svvi_01 zie bijlage 4 met de volgende conclusies: ▪ Voor de Gebroeklaan, Lindelaan en Beukenlaan bedraagt de etmaalintensiteit minder dan 1.000 motorvoertuigen, ook na de ophoging om tot 2035 te komen. Daarom zijn de Gebroeklaan, Lindelaan en Beukenlaan niet van akoestisch belang en verder niet beschouwd in dit onderzoek. ▪ De gemeentewegen Oranjelaan en Bredeweg zijn wel beschouwd waarbij de standaardwaarde van 53 dB niet wordt overschreden, in het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden geen restricties opgelegd. De berekende waarde bedraagt maximaal 50dB. 25 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

▪ Nu de standaardwaarde in deze situatie niet wordt overschreden, hoeven de gecumuleerde geluidbelasting en het gezamenlijk geluid in het kader van het Bkl niet te worden bepaald. Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende plan akoestisch niet belemmerd wordt vanwege wegverkeerslawaai vanuit de normstelling in het kader van het Bkl. Geluidbelasting warmtepompen Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan het geluidniveau op de perceelgrens komend van buiten opgestelde installaties voor warmte- of koudeopwekking. Deze eis is opgenomen in artikel 4.107, lid 2 van het Bbl. De geluidbelasting ten gevolge van de installaties mag op de perceelgrens en/of het eerste te openen deel van een aangrenzende woonfunctie maximaal 40 dB bedragen. De warmtepompen bevinden zich in de buitenbergingen van de woningen en 2x in de schoorstenen, waardoor er geen geluidseffecten optreden bij de bestaande woningen in de omgeving. Geconcludeerd kan worden dat voor het aspect geluid sprake is van een “Evenwichtige toedeling van Functies aan Locaties”. Luchtkwaliteit De rijksoverheid heeft omgevingswaarden opgesteld voor de bescherming van de kwaliteit van de buitenlucht en daarmee de gezondheid van mensen. Deze omgevingswaarden staan in paragraaf 2.2.1 van het Bkl.

Bij het toetsen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (zie hoofdstuk 3, Bal) moet de luchtkwaliteit beoordeeld worden. Draagt een activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging? Dan is het niet nodig om de omgevingsaarden voor NO2 en PM10 te toetsen. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 μg/m3. Dit volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: ▪ er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; ▪ het project draagt alleen “niet in betekenende mate” (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. De afkorting NIBM staat voor 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Het gaat bijvoorbeeld om een ruimtelijk project of activiteit waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, maar waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is. Voor de bepaalde activiteiten geeft het Bkl in artikel 5.54 grenzen aan. Als een activiteit binnen deze grenzen valt, is geen toetsing nodig aan de rijksomgevingswaarden voor (NO2) en fijnstof (PM10). Want de activiteit draagt dan per definitie NIBM bij aan de luchtverontreiniging. Bij woningen gaat het om maximaal 1.500 woningen bij 1 ontsluitingsweg. Het onderhavige plan voorziet in de realisering van 18 woningen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven, zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’.

26 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Verder ligt het plan niet in de omgeving van zware industrie, agrarische bedrijven of autosnelwegen/en vaarwegen. Voor de beoordeling van het woon-en leefklimaat dient derhalve alleen gekeken te worden naar de luchtverontreiniging van he verkeer op de wegen in de omgeving van het plangebied. Volgens de kaart “Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit” van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) van het Ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) liggen de jaargemiddelde ter plaatse van het wegvak Oranjelaan in de gemeente Roermond beneden alle grenswaarden. Jaargemiddelde meetpunt Oranjelaan Roermond NO2 concentratie 13,5 μg/m³ grenswaarde 40 μg/m³ PM10 concentratie 14,1 PM₁₀ grenswaarde 40 μg/m³ PM₂,₅ concentratie 8,0163 grenswaarde 25 μg/m³ Overschrijdingsdagen per jaargemiddeldeconcentratie PM₁₀ Uit de resulaten van de monitoringstool blijkt dat aan alle grenswaarden wordt voldaan.

Uitsnede plangebied op kaart monitoringstool RIVM april 2025

Geconcludeerd kan worden dat voor het aspect luchtkwaliteit sprake is van een “Evenwichtige toedeling van Functies aan Locaties”. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat. Activiteiten en milieuzonering De nieuwe handreiking “Activiteiten en milieuzonering van de Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG)” vervangt de veelgebruikte publicatie “Bedrijven en milieuzonering uit 2009”. De nieuwe handreiking ondersteunt de uitvoeringspraktijk bij keuzes over de toelaatbaarheid en inpassing van 'milieuhinderlijke activiteiten' (anders gedefinieerd dan milieubelastende activiteiten) onder de Omgevingswet. De Omgevingswet hanteert als uitgangspunt dat een gemeente voor haar grondgebied de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) vertaald naar in het omgevingsplan op te nemen milieuwaarden en regels. Deze milieuwaarden en regels gaan als standaard gebiedsgerichte regels in het omgevingsplan gelden voor de toegelaten milieuhinderlijke (bedrijfs-) activiteiten binnen de gemeente. Met de gemeente Roermond is afgesproken om het voorliggende plan ten aanzien van milieuzonering te motiveren conform de ‘oude’ publicatie “Bedrijven en milieuzonering (2009)”, omdat op dit moment in Roermond (nog) niet actief gebruik gemaakt wordt van de nieuwe handreiking onder de Omgevingswet.

27 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Voor de beoordeling wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypes, namelijk “rustige woonwijk en rustig buitengebied” en “gemengd gebied”. Het omgevingstype wordt bepaald door de omgeving waarin de planrealisatie plaatsvindt en niet door het plan zelf. Voor beide omgevingstypen gelden verschillende richtafstanden. Het omgevingstype van de locatie voor de woningen is een gemengd gebied met een matige functiemenging zoals wonen, maatschappelijke voorzieningen en verkeer. De richtafstanden kunnen in een gemengd gebied met één afstandsstap verlaagd worden zonder dat dit ten koste van het woon- en leefklimaat.

Luchtfoto plangebied met afstand naar zwembad de Roerdomp

Volgens de oude systematiek van de milieuzonering kan het volgende gesteld worden voor het plan en de omgeving: ▪ In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen bedrijven, horeca en detailhandel die getoetst dienen te worden aan het aspect milieuzonering; ▪ Zwembad “De Roerdomp” met een niet overdekt buitenbad en Sporthal “Jo Gerris” aan de Achilleslaan 2 zijn sportinrichtingen op een afstand van circa 115 meter. Dit betreft respectievelijk een milieucategorie 4.1 inrichting en een 3.1 inrichting, waarbij de richtafstand 100 meter en 30 meter dient te zijn voor een gemengd gebied; De afstand vanaf het plangebied naar het zwembad als inrichting bedraagt 115 meter; De afstand vanaf het plangebied naar de buitenbaden van de Roerdomp bedraagt circa 200 meter; ▪ Zorgcentrum Roncalli aan de Oranjelaan 79 is als verpleeghuis een milieucategorie 2 inrichting met een richtafstand van 30 meter; voor een gemengd gebied kan de richtafstand verlaagd worden naar 10 meter; de afstand van de nieuwe woningen tot het Zorgcentrum bedraagt meer dan 30 meter. Geconcludeerd kan worden dat de ligging van het plan/perceel met het oog op omliggende inrichtingen geen belemmering vormt. Anderzijds worden bestaande inrichtingen niet belemmerd in hun functioneren. 28 Adviesbureau Theelen Ruimtelijke motivering fysieke leefomgeving 18 woningen Gebroeklaan-Lindelaan ong. Roermond Status: ontwerp

Geur Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb’s. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Bij de nieuwe woningen is een goed woon- en leefklimaat aanwezig, omdat er voor het aspect geur geen bedrijven en/of activiteiten aanwezig zijn in de omgeving van het plangebied die een belemmering vormen. Geconcludeerd kan worden dat voor het aspect geur sprake is van een “Evenwichtige toedeling van Functies aan Locaties”. Trilling Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de regels over trillingen veranderd. Hiervoor gelden de instructieregels over trillingen door activiteiten op trillinggevoelige gebouwen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij een vlakke weg en een rijsnelheid van 50 km/u op de Oranjelaan is het uitgesloten dat trillingen van wegverkeer tot hinder zullen leiden in het plangebied dat op ca. 100 meter afstand gelegen is van de Oranjelaan. Geconcludeerd kan worden dat bij de nieuwe woningen het aspect trilling niet relevant is. 5.3

M.e.r.- beoordeling

In deze paragraaf wordt aangegeven of een project m.e.r-plichtig of m.e.r-beoordelings-plichtig is. Daarbij wordt in ieder geval verwezen naar de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.richtlijn (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit). In een project-m.e.r.-beoordeling toetst het bevoegd gezag of er bij het project aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn 2 uitkomsten mogelijk: ▪ Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een m.e.r. en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. ▪ Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. nodig er hoeft geen MER te worden gemaakt. Deze onderbouwing ziet op de realisatie van 18 woningen. Er is voor de activiteit geen sprake van een directe m.e.r.-beoordelingsplicht. De ontwikkeling heeft een beperkte omvang en wordt mogelijk gemaakt binnen het stedelijk gebied van Roermond in een overwegend woongebied. Daarnaast zijn er geen belemmerende milieuaspecten voorzien, welke een negatieve invloed hebben op de beoogde ontwikkeling of omliggende omgeving. Er hoeft dan ook geen milieueffectrapport te worden opgesteld en er hoeft ook geen m.e.r.beoordeling te worden doorlopen. 5.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=d806baf1-2e4b-4fe2-9b97-26a6ab40d72a