CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 – concept plantoelichting met bijlagen ‘bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand)’ DEEL I (p. 1-210)

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand)’37.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Aanbevelingen Aandachtspunten kruispuntniveau Op kruispuntniveau doen zich in de plansituatie één aandachtspunt voor met het oog op doorstroming en verkeersveiligheid. Kruispunt Bredeweg-Julianalaan: Met de huidige vormgeving is het niet mogelijk om het verkeer in 2040 na planrealisatie af te wikkelen binnen een maximale cyclustijd van 120 seconden. Maatregelen in de vorm van extra rijstroken op de Maasnielderweg en de Julianalaan, en het opheffen van de voetgangersoversteek Maasnielderweg zijn nodig om binnen een maximale cyclustijd van 120 seconden te blijven. Aandachtspunten wegvakniveau Op wegvakniveau doen zich in de plansituatie twee aandachtspunten voor met het oog op doorstroming en verkeersveiligheid. Oversteek Bredeweg ter hoogte van Beatrixlaan: De oversteekbaarheid van de Bredeweg ter hoogte van frituur Bredeweg, nabij Beatrixlaan is zowel in autonome situatie en plansituatie voor de fietser in orde. Voor voetgangers is de oversteekbaarheid echter in alle situaties slecht. Een oversteekvoorziening in de vorm van een zebrapad is dan ook wenselijk vanuit het perspectief van de voetganger, bij voorkeur voorzien van een middeneiland zodat in twee fase de weg overgestoken kan worden. Dr. Philipslaan en Maasnielderweg: Beide wegen zijn momenteel wegen met een snelheidsregime van 50 km/uur.

De verkeersveiligheid en leefbaarheid staan in relatie tot het huidige gebruik daardoor onder druk. De planontwikkeling zorgt voor een toename van de intensiteiten op deze wegen waardoor de verkeersveiligheid en leefbaarheid verder onder druk komen te staan. Resumerend, na uitvoeren maatregelen is het aspect verkeer geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan.

94

bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)

4.13

Water

Om de invloed van de transformatie van het terrein op de waterhuishouding inzichtelijk te maken is de wateropgave bepaald die opgenomen wordt in het stedenbouwkundig structuur ontwerp. Het bepalen van de wateropgave is onderdeel van de watertoets. Voor de watertoets is de waterparagraaf (zie Bijlage 27) opgesteld. Voor de wateropgave wordt het vigerend waterbeleid en de huidige waterhuishouding vergeleken met het planvoornemen. Benodigde aanpassingen van het ontwerp en aandachtspunten vanuit het bevoegd gezag (waterschap Limburg) en vanuit de ruimtelijke ordening (gemeente Roermond) zijn opgenomen in het wateradvies. Hierbij zal overigens verder geen aandacht worden besteed aan het eveneens tot het plangebied behorende woongebied dat tussen de Robert Regoutstraat, Spoorlaan Noord en Doctor Philipslaan gelegen is en het tot het plangebied behorende terrein van Sijben. Voor deze beide ontwikkelingen is een separate procedure doorlopen. Het voorliggende bestemmingsplan beperkt zich voor deze gebieden tot het overnemen van de bestaande rechten, met dien verstande dat in het woongebiedje detailhandelsvestigingen niet langer zijn toegestaan en bij Sijben de toegestane milieucategorieën voor bedrijven worden teruggebracht van maximaal 3.2 naar 2. Deze veranderingen hebben geen gevolgen voor het wateraspect.

Voor de ontwikkeling Sijben wordt verwezen naar de opgestelde ruimtelijke motivering in Bijlage 30, ruimtelijke motivering Maasnielderweg 60).

4.13.1 Wettelijk kader Het wettelijk kader wordt gevormd door het vigerend waterbeleid. Dit bestaat uit het volgende beleid (welke in Bijlage 27 verder uiteengezet wordt): KRW (Kader Richtlijn Water); NBW (Nationaal Bestuursakkoord Water); Nationaal Waterplan 2016 - 2021; Waterwet; Keur Waterschap Limburg 2019; Gemeentelijk Rioleringsplan Roermond 2017; TIR (Technische Inrichtingseisen voor de aanleg van de openbare ruimte Roermond); Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2020 - 2024 4.13.2 Onderzoeksresultaten Gefaseerde transformatie De transformatie wordt gefaseerd uitgevoerd en beslaat circa 62.200 m2 BVO op een verkleind bouwvlak ten opzichte van de 70.000 m2 BVO zoals in het huidige bestemmingsplan mogelijk is. De oppervlakken in de transformatie zijn in onderstaand figuur weergegeven. Een gedeelte van de verharding in het plangebied wordt behouden en getransformeerd naar bedrijven en woningen.

95

bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)

Daarbij is er een onderscheid te maken in enerzijds nieuw-/verbouw en anderzijds transformatie van gebouwen en/of terreinverharding, zoals onderstaand figuur weergeeft.

96

bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)

Definitie transformatie In het kader van duurzaamheid wordt een gedeelte van de huidige infrastructuur en verharding behouden. Gebouwen en bestrating blijven bestaan en krijgen een nieuwe functie. Er worden geen structurele aanpassingen gemaakt aan daken en bestrating, waardoor er geen sprake is van 'verbouw'. Deze verharde oppervlakken blijven hierdoor bestaande verharding en worden gedefinieerd als 'transformatie'. De transformatie oppervlakken maken geen deel uit van de oppervlakte voor de bergingsopgave. Indien een verdieping wordt gecreëerd boven op een bestaand gebouw, dan telt het oppervlak van dit nieuwe deel mee als nieuwbouw en daarmee niet meer onder 'transformatie'. Verharding In de toekomstige situatie neemt de totale verharding af, omdat er een deel van de bestaande terreinverharding omgezet wordt naar groen. De totale verharde oppervlakte is ongeveer 6,15 ha (4,55 ha verhard in de transformatie en 1,60 ha verhard in nieuwbouw & verbouw) over het hele projectgebied van circa 7,85 ha (zie onderstaande tabel). De verharding bestaat uit bestrating, dakoppervlak en ondiep groen waar weinig infiltratie mogelijk is. Een deel van de verharding zal worden gerealiseerd als half verharding, in de vorm van infiltrerende parkeerterreinen. Een deel wordt als ‘groen’ bestemd.

De verharde oppervlakte is onderverdeeld in bestaande verharding welke wordt behouden in de transformatie, en nieuwbouw/verbouw. Verharding Daken Terrein Infiltrerend groen Niet infiltrerend groen (ondiepe bodemlaag) Water

Bestaand (ha) 3,31 3,01 1,51 -

Transformatie (ha) 2,23 2,32 1,65 -

Nieuw-/verbouw (ha) 0,87 0,56 0,17

0,02

0,05

-

97

bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)

Totaal verhard Totaal oppervlak

6,32 7,85

4,55 6,25

1,60 1,60

Ontwatering Op basis van de bodemprofielen uit het uitgevoerde veldwerk is de grondwaterstand geschat op NAP +19 m. Aangezien dit een momentopname was, moet gerekend worden dat bij extreem hoog water in de Maas de grondwaterstand kan stijgen tot NAP +21 m. Het maaiveld van het plangebied ligt gemiddeld op NAP +27 m. De vereiste ontwateringsdiepte van woonstraten is 70 cm. Met meer dan 6 meter drooglegging voldoet het plan ruim aan deze eis. De bovenlaag van de bodem bestaat uit een zandlaag van minstens 9,5 meter dik. In combinatie met een lage grondwaterstand zal water snel en onbelemmerd kunnen infiltreren. Afwatering Hemelwater wordt binnen het plangebied opgevangen en geborgen. Er worden voorzieningen opgenomen om het hemelwater te laten infiltreren zodat het water niet via het vuilwaterriool afgevoerd hoeft te worden. Het gemengde rioolsysteem wordt hierdoor ontlast. Groene daken en groen in de openbare ruimte dienen als buffer voor het opvangen van hemelwater. Daar waar de verharding wordt vervangen en/of opnieuw wordt aangelegd, zal het water via molgoten in het straatprofiel worden afgevoerd naar bergingslocaties, bijvoorbeeld op het maaiveld of ondergrondse bergingsvoorzieningen. Wateropgave Uitgangspunt wateropgave De transformatie van het voormalig Philipsterrein zorgt voor een afname van ca. 0,17 ha (6,32 – 6,15) aan verharding.

In overleg met de gemeente Roermond is besloten dat de leidende bergingseis voor het plangebied 50 mm bedraagt. Deze bergingseis geldt over de verharde oppervlakten die vallen onder nieuwbouw en verbouw. De verharde oppervlakten welke behouden worden (e.g. gebouwen en terreinverharding) dienen niet meegenomen te worden in de bergingsopgave. Aan de hand van het beleid van de gemeente Roermond mag het plangebied bij een bui van T=100 (84 mm) geen overlast of schade ervaren of veroorzaken in de omgeving. Door de hoge ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving stroomt water snel af naar de omliggende wegen. In het huidige ontwerp voor het plangebied zijn de hoogtes van het maaiveld en de (nieuwe) gebouwen nog niet inzichtelijk. Hierdoor is het niet mogelijk een integrale modelstudie uit te voeren en is het niet aantoonbaar of er wateroverlast zal optreden bij een T=100 bui. Dit betekent dat de bergingsopgave in dit stadium 84 mm over de nieuwe verharding bedraagt. Indien er in een later ontwerp aangetoond kan worden dat er bij een bui van 84 mm geen wateroverlast optreedt, kan de bergingsopgave van 50 mm gehanteerd worden. In het geval er meer verhard oppervlak wordt vervangen, dan valt dit oppervlak onder nieuwbouw en wordt het meegenomen in de bergingsopgave. Bij het definitieve ontwerp en de uitvoering dient dit gecontroleerd te worden.

Benodigde berging Bij de transformatie moet het hemelwater gebufferd worden en zoveel mogelijk infiltreren. De totale hoeveelheid verharding in het plangebied bedraagt 6,15 ha, waarvan 1,43 ha (0,87 + 0,56) nieuwbouw/verbouw, en 0,17 ha ondiep groen waar water gelimiteerd kan infiltreren. Om te voldoen aan de bergingseis van 84 mm is in totaal 1.344 m3 berging benodigd (zie voor de berekening Tabel 2 in Bijlage 27), waarbij het noodzakelijk is dat het verhard oppervlak hierop kan afwateren. Deze opgave is bepaald in de bestemmingsplanfase op basis van de indicatieve plannen die nu bekend zijn. De definitieve opgave wordt bepaald op basis van de uiteindelijke bouwplannen civieltechnisch en bouwkundig en moet voldoen aan de norm zoals gesteld in het GRP. De bergingseis geldt daarin uitdrukkelijk voor de uiteindelijke nieuwbouw/verharding die overlappend is met bestaande bouw/verharding (sloop en herbouw of nieuwbouw op reeds bestaande verharding). Inpassing wateropgave

98

bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)

Om aan de bergingsopgave van 1.344 m3 te voldoen wordt er berging gecreëerd in het plangebied. Dit kan bovengronds, op daken en op maaiveld, en ondergronds, in bijvoorbeeld infiltratiekratten of onder een parkeerverdieping. Om aan de bergingseis te voldoen zijn een aantal waterbergingslocaties beoogd, welke zijn weergegeven in onderstaand figuur, met daarbij de benodigde volumes in onderstaande tabel . In deze figuur is aangegeven waar de berging gerealiseerd kan worden, welke oppervlakten hierop kunnen aansluiten en wat de dimensies hiervan moeten zijn om aan de bergingseis te voldoen. Bij de keuze van de locatie van infiltratievoorzieningen is rekening gehouden met het voorkomen van verontreinigde bodems. De voorkeur gaat uit naar het combineren van een bergingsvoorziening met mogelijke saneringen, bijvoorbeeld bij bergingslocatie 1 (zie onderstaand figuur). De bodem bestaat voor een groot deel uit zand. In combinatie met een lage grondwaterstand kan water gemakkelijk infiltreren in de bodem en zal een berging waar infiltratie mogelijk is tijdig weer beschikbaar zijn.

Naast de voorgestelde bergingslocaties kan er worden gedacht aan andere maatregelen, zoals: Berging op platte daken in de vorm van sedum daken; Berging in het substraat van de ondiepe groene laag in het noordelijke nieuwbouw deel; Verlagen van groenstroken; Aanleggen van ondergrondse bergingen, zoals infiltratiekratten, rockflow of het benutten van kelders in de bestaande gebouwen B en C. Conform de ambities geformuleerd in het stedenbouwkundig structuurontwerp zullen de bergingslocaties aansluiten op de thema’s biodiversiteit en natuurinclusiviteit, bijvoorbeeld door biodiverse vegetatie in de wadi’s te plaatsen en groene daken te plaatsen. Deze groene daken creëren een buffer voor water, functioneren als isolatie en dragen bij aan de natuur in de omgeving. De bergingen worden voorzien van een noodoverlaat, waardoor in het geval van extreme neerslag overtollig hemelwater naar de riolering afgevoerd kan worden. De bodem bestaat voor een groot deel uit zand. In combinatie met een lage grondwaterstand kan water gemakkelijk infiltreren in de bodem en zal een berging waar infiltratie mogelijk is tijdig weer beschikbaar zijn. Bij bergingsvoorziening met infiltratiemogelijkheid dient rekening gehouden te worden met mogelijke aanwezige bodemverontreinigingen.

Het risico bestaat dat door de infiltratie van een grote hoeveelheid water in een bodem met verontreinigingen de verontreinigingen worden gemobiliseerd. De verspreiding van de bodemverontreinigingen dient voorkomen te worden, door infiltratievoorzieningen elders te plaatsen, of door te bepalen dat de verontreinigingen niet zullen mobiliseren bij de hoeveelheid water die kan infiltreren. Er worden grondsaneringen uitgevoerd bij locatie 1 (onderstaand figuur), waardoor de bergingsvoorzieningen op deze locatie makkelijk kunnen worden geïmplementeerd. Bergingslocatie

Oppervlakte Bergingsopgave Bergingsdiepte Oppervlakte beschikbaar (m2) bij 84 mm (m3) (m) benodigd (m2) 1 - Wadi 1.220 68 1,0 68 2 - Wadi 4.400 181 1,0 181 3 - Infiltratiekratten 6.240 92 0,5 184 4 - Wadi of waterpartij 1.560 34 0,5 68 5 - Ondergrondse laag onder 10.670 969 0,2 4.845 parkeerverdieping Totale berging 1.344

99

bestemmingsplan Transformatie voormalig Philipsterrein (Weerstand) (vastgesteld)

Bodemverontreinigingen Bij bergingsvoorzieningen met infiltratiemogelijkheid wordt rekening gehouden met mogelijke aanwezige bodemverontreinigingen. In de huidige situatie kan regenwater via het groen infiltreren. Regenwater dat direct op de groene oppervlakken valt infiltreert en heeft niet geleid tot de verspreiding van bodemverontreinigingen naar het grondwater. Het risico bestaat echter dat directe infiltratie van een grote hoeveelheid water in een bodem met verontreinigingen leidt tot de mobilisatie van deze verontreinigingen. De verspreiding van de bodemverontreinigingen dient voorkomen te worden, door infiltratievoorzieningen elders te plaatsen, de grond te saneren of door te bepalen dat de verontreinigingen niet zullen mobiliseren bij de hoeveelheid water die kan infiltreren. Waar grondsaneringen worden uitgevoerd, zoals mogelijk locatie 1 (zie bovenstaand figuur), ontstaat een uitstekende meekoppelkans door op deze locatie een bergingsvoorziening te realiseren. Bodemsaneringen voor wonen met tuin en andere bestemmingen is conform de risicobeoordeling

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=5d09813f-627c-4b1d-8bdf-8f2887ad15ab