Bijlage 1 - Wijken- en kernenbeleid "Werk aan de wijk! #meervoorelkaar"
Tekst van het document
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
Werk aan de wijk! #meervoorelkaar
1 12-2023
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
Inhoud Voorwoord wethouder
3
1 Inleiding 1.1 Samen werken aan een fijne woon- en leefomgeving 1.2 Waar komen we vandaan? 1.3 Waar werken we met dit nieuwe beleid naar toe? 1.4 Hoe zijn we te werk gegaan?
4 4 5 6 7
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Wijken- en kernenbeleid Roermond Doel van ons wijken- en kernenbeleid Wat verstaan we onder wijkgericht werken? Succesfactoren wijkgericht werken Samenwerking met partners Interne rollen en verantwoordelijkheden Fasering
8 8 8 9 10 12 13
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
De wijkagenda Functie en betekenis Wijkagenda De wijkcoalitie Huidige wijkindeling als basis Verzamelen van informatie De totstandkoming van een wijkagenda Goedkeuren en vaststellen van een wijkagenda
15 15 15 17 18 19 21
4 4.1 4.2 4.3
Inwonerinitiatieven in het wijken- en kernenbeleid Inleiding Rolverdeling bij inwonerinitiatieven Financiële ondersteuning inwonerinitiatieven
22 22 23 24
2
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Doorontwikkeling wijkgericht werken Inleiding Samenwerking met wijkpartners en inwoners Informatie- en kennisoverdracht Verkenning thematische verbreding Uitwerken overige instrumenten voor ondersteuning
27 27 27 29 30 30
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Financiële consequenties wijken- en kernenbeleid Inzet gemeentelijke budgetten Financiering activiteiten wijkagenda’s Financiering bewonersinitiatieven/-verzoeken Evaluatie budgetverdeling en allocatie Ambtelijke inzet
32 32 33 34 36 36
Bijlagen Bijlage 1: Indeling wijkregisseurs, wijkteamoverleg en wijkwethouders Bijlage 2: Verdeling beschikbaar wijkbudget 2024 over de wijken en bestemming Bijlage 3: Werkwijze gemeente bij inwonerinitiatieven Bijlage 4: Gemeentelijke financiële regelingen wijkgericht werken
38 38 39 40 43
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
Voorwoord In een tijd waarin de maatschappij voortdurend verandert, is een betrokken lokale gemeenschap en een actieve samenwerking tussen de gemeente en haar inwoners van groot belang. Met groot genoegen presenteer ik dan ook dit Wijken- en kernenbeleid ‘Werk aan de wijk!’, waarmee we een volgende stap gaan zetten met wijkgericht werken en inwonerparticipatie in de gemeente Roermond.
Samen bouwen we aan wijken en kernen waarin het prettig wonen is, waar saamhorigheid heerst en waar voorzieningen aansluiten bij de wensen. Waar inwoners met trots kunnen zeggen: dit is ònze wijk, ònze kern!
Felix van Ballegooij Wethouder onderwijs, sport & wijken
Wijkgericht werken betekent denken in kansen. Elke wijk en kern heeft zijn eigen dynamiek, kracht en uitdagingen. Met een wijkgerichte aanpak kunnen we maatwerk leveren en de behoeften van elke buurt beter begrijpen. Ons doel is om een gemeente te creëren waar inwonerparticipatie geen loze term is, maar een levendige realiteit. Ik geloof in de kracht van co-creatie, waarbij we samen met inwoners en wijkpartners werken aan oplossingen en initiatieven. Zij kennen als geen ander de specifieke behoeften van hun leefomgeving, en door gezamenlijk op te trekken, kunnen we de leefbaarheid en kwaliteit van leven verder verbeteren. Zo krijgen we samen #meervoorelkaar.
3
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
1 Inleiding 1.1 Samen werken aan een fijne woon- en leefomgeving
Waarom een herijking? Hoewel Roermond al een lange historie heeft op het gebied van wijkenen kernenbeleid, komt nog niet alles zo van de grond als we graag zouden willen. Maatschappelijke veranderingen vragen om een kritische blik op ons eigen handelen als overheid. Voor inwoners is nu niet altijd duidelijk waar ze terecht kunnen met goede ideeën voor het verbeteren van de leefbaarheid van hun wijk. Mede door onduidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden binnen de gemeentelijke organisatie vinden goede initiatieven van bewoners soms nog onvoldoende gehoor binnen het gemeentelijk apparaat, en stranden ze voordat ze tot uitvoering zijn gekomen. Dit werkt niet mee aan het vertrouwen in de overheid. Uit diverse onderzoeken blijkt dat inwoners die zich betrokken voelen bij hun leefomgeving meer ‘grip’ ervaren op hun leven en daardoor gezonder en gelukkiger zijn. Als gemeente willen wij de behoefte van inwoners meer centraal stellen in ons handelen (vetrekpunt van beleid) en initiatieven meer omarmen. We willen bouwen aan een duurzame betrokkenheid van inwoners. Daarbij willen we leren van de goede ervaringen én de lessen die in de afgelopen periode zijn opgedaan.
We willen zorgen voor voldoende uitvoeringskracht door een structurele inbedding van het wijkgericht werken in de gemeentelijke organisatie met een duidelijke positie voor de professionals in de wijken met voldoende bestuurlijke rugdekking om samen met inwoners in wijken te doen wat nodig is. In deze nota geven we aan hoe we hier als gemeente de komende jaren mee aan de slag willen gaan.
De gemeente Roermond heeft zichzelf als ambitie gesteld om het wijkgericht werken door te ontwikkelen. Daarom is in het coalitieakkoord de ambitie opgenomen om nieuw wijken- en kernenbeleid op te stellen. De gemeente heeft behoefte aan heldere kaders voor de uitvoering van het wijkgericht werken, dat zich moet richten op alle kernen en wijken van de gemeente. Als doelstelling van het wijken- en kernenbeleid (WKB) is in het coalitieakkoord het volgende opgenomen: Van iedere kern en wijk hebben wij een realistisch integraal beeld van de behoeften en mogelijkheden doordat er via co-creatie met betrokkenen een wijk- of centrumplan is opgesteld als basis voor de toekomst. Hoe dit concreet vorm moet krijgen en hoe de gemeente hierbij kijkt naar de eigen rol en die van inwoners, wordt uitgewerkt in het Wijken- en kernenbeleid. Wijkgericht is geen doel op zich, maar een middel om verbindingen te leggen, aan te sluiten bij de behoeften in de wijken en integraal samen te werken - binnen de gemeentelijke organisatie en met maatschappelijke organisaties, inwoners en ondernemers. Het is enerzijds een manier om gericht beleid te maken en gebieden te ontwikkelen, rekening houdende met de specifieke kenmerken van de Roermondse wijken en buurten. Anderzijds is het een wijze om maximaal aan te sluiten op initiatieven die ontstaan vanuit de samenleving.
Dat vraagt om helderheid over rollen en verantwoordelijkheden, maar ook om ruimte voor maatwerk. Inwonersparticipatie is daarbij het kernbegrip.
Verschillen tussen wijken en kernen De verschillende wijken en kernen in Roermond hebben allemaal hun eigen karakter, en in sommige gevallen verschillen ze behoorlijk van elkaar. We hebben jongere en oudere wijken, wijken met meer
4
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
De in de nota voorgestelde werkwijze was er op gericht om een met partijen gedeelde basis te scheppen voor planontwikkeling en -uitvoer. Daarvoor werd de actuele situatie in beeld gebracht in een wijkprofiel, dat als probleemanalyse de basis vormde voor een op te stellen Wijkontwikkelingsplan (WOP), wijkplan en / of wijkagenda. Daarbij werden drie niveaus onderscheiden: een beheers-aanpak, een preventieve aanpak en een intensieve wijkaanpak. Sinds 2010 zijn voor alle wijken profielen gemaakt en met partners besproken. In diverse wijken zijn, samen met inwoners en maatschappelijke partners, plannen gemaakt om de leefbaarheid te verbeteren. Dit nieuwe wijken- en kernenbeleid sluit voorts nauw aan bij twee andere beleidsstukken: de Nota Actief Burgerschap uit 2015 en Kiezen voor Kansen (programma sociaal domein 2023-2028). Wijkgericht werken heeft ook raakvlakken met andere beleidsvelden zoals economische ontwikkeling, veiligheid en openbare ruimte.
vermogende bewoners en wijken waar een groter deel van de bevolking kampt met financiële problemen. We hebben groene wijken en wijken met een meer versteend karakter, wijken met een oudere of juist nieuwere woningvoorraad et cetera. Ook op het gebied van organisatiegraad verschillen de wijken en kernen sterk van elkaar. In sommige wijken en kernen is een zeer actieve bewonersorganisatie die intensief contact onderhoudt met de achterban en met de gemeente. In andere wijken is de bewonersorganisatie veel minder actief, en onderhoudt deze veel minder contact met de achterban. De in deze nota beschreven werkwijze biedt ruimte om in te spelen op deze verschillen tussen wijken en kernen, zowel in de keuze voor bepaalde thema’s als in de manier van samenwerken met inwoners en bewonersorganisaties.
1.2 Waar komen we vandaan? Aanloop naar wijken- en kernenbeleid in Roermond De gemeente Roermond begon al in 1990 met wijkgericht werken in enkele buurten (fysieke herstructurering). Voor De Kemp en Roermondse Veld werd een Wijkontwikkelingsplan (WOP) opgesteld. De WOP’s werden ondergebracht bij de wijkcoördinatoren van het cluster Wijkontwikkeling. In 2012 zijn de gemeente Roermond, de Provincie Limburg, Wonen Zuid en Wonen Limburg gestart met de uitvoering van het WOP Donderberg.
Nota Actief Burgerschap In 2015 is door de gemeenteraad de Nota Actief Burgerschap vastgesteld. Met deze nota werd beoogd een beweging op gang te brengen naar een participatieve gemeente, die de samenwerking met inwoners wil versterken, de lokale daadkracht wil mobiliseren en de innovatieve kennis en expertise vanuit de samenleving wil benutten. Ideeën en initiatieven van inwoners spelen zich vaak af op het niveau van buurten en wijken.
De nota ‘Mensen maken de Wijk’ uit 2010 Het lopende wijken- en kernenbeleid van Roermond is gebaseerd op de Nota Mensen maken de wijk. Herijking wijkgericht werken uit 2010. Volgens deze nota houdt wijkgericht werken in dat de kansen en problemen in een wijk het startpunt vormen voor de beleidsvorming en ook centraal behoren te staan bij de beleidsuitvoering.
Bij het aantreden van de nieuwe coalitie medio 2022 is door het college prioriteit gegeven aan inwoners- en overheidsparticipatie. Als uitwerking van de Nota Actief Burgerschap is een nieuwe participatieen inspraakverordening opgesteld. Hierin zijn de regels omtrent inwonerparticipatie, overheidsparticipatie en inspraak vastgelegd. In dit Wijken- en Kernenbeleid sluiten we aan bij de regels uit die participatieverordening.
5
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
1.3 Waar werken we met dit nieuwe beleid naar toe?
Kiezen voor Kansen In de tussentijd heeft de gemeente op één beleidsterrein al de stap gezet richting gebiedsgericht werken: in het sociaal domein. Het programma ‘Kiezen voor Kansen’ is gericht op het bevorderen van bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid van inwoners. Eén van de keuzes die is gemaakt, is het invoeren van één ontmoetingsplek in de wijk waar inwoners met alle vragen terecht kunnen. Er is gekozen voor een gebiedsgerichte benadering: de gemeente investeert het meest in gebieden met de grootste sociale problematiek. In de wijken wordt intensief samengewerkt in ‘gebiedsteams’. Waar we in deze nota spreken over wijkgericht werken, doelen we niet op deze gebiedsgerichte aanpak in het sociaal domein, die vooral is gericht op het ondersteunen van individuen. In deze nota gaat het over de samenwerking met inwoners en maatschappelijke partners die is gericht op initiatieven en activiteiten die ten goede komen aan de hele wijk. De focus ligt daarbij op de thema’s leefbaarheid en sociale samenhang.
Bij de invulling van het nieuwe wijken- en kernenbeleid gaan we uit van een ontwikkelmodel. De ervaring leert dat ‘groot denken, maar klein beginnen’ een sleutel is voor succes. Het werkt voor alle betrokkenen stimulerend als er snel resultaten kunnen worden geboekt: zichtbare verbeteringen in de openbare ruimte (kleinschalige behoefte in de wijk zoals bijvoorbeeld het creëren van ontmoetingsplekken etc.) en inspirerende ontmoetingen en activiteiten zorgen voor positieve energie en het vertrouwen bij inwoners en andere partners dan samenwerken loont. We starten daarom met het beter faciliteren van inwonerinitiatieven en met het intensiveren van de samenwerking met maatschappelijke partners op thema’s die dicht bij de leefwereld van inwoners liggen: sociale samenhang en leefbaarheid (waaronder deelthema’s als veiligheid, overlast en fysieke leefomgeving). In de komende jaren streven we ernaar om ook op andere thema’s wijkgericht te gaan werken (naast een gemeentebrede aanpak) om zo te komen tot integrale wijkontwikkeling. Uiteindelijk streven we er naar dat in al het gemeentelijk beleid – waar relevant - aandacht wordt besteed aan verschillen tussen wijken en kernen, zodat in de uitvoering accentverschillen kunnen worden gelegd. Daarvoor is het essentieel om een goed beeld te hebben van wat er speelt in wijken en kernen.
De stappen die we de komende jaren gaan zetten dragen daar aan bij.
Relatie met andere beleidsterreinen In deze nota werken we uit hoe de gemeente met inwoners en wijkpartners wil samenwerken aan leefbare wijken – onder meer via wijkagenda’s. De focus in deze wijkagenda’s ligt op activiteiten die zijn gericht op de directe leefwereld van inwoners. Deze zullen naar verwachting over het algemeen liggen op het terrein van de fysieke leefomgeving, zoals bijvoorbeeld verkeersveiligheid en het versterken van de sociale samenhang. In theorie is het denkbaar dat in de wijkagenda ook activiteiten worden opgenomen die betrekking hebben op andere domeinen. Voor alle activiteiten in de wijkagenda geldt vanzelfsprekend dat ze moeten passen binnen de bestaande gemeentelijke beleidskaders en -doelstellingen. Een wijkagenda kan ook nooit als instrument dienen om gemeentelijk beleid tegen te houden.
Ook in de intensiteit van de samenwerking met inwoners kiezen we voor een ontwikkelaanpak. We starten hierbij met het opstellen van beknopte wijkagenda’s samen met maatschappelijke partners en inwoners. In de komende jaren willen we werken aan een samenwerkingsstructuur waarbij inwoners een sterkere invloed kunnen krijgen in het prioriteren van activiteiten en het maken van keuzes. Dit vraagt in sommige wijken en kernen de nodige voorbereiding.
6
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
Het verbeteren van de leefbaarheid van wijken vergt tijd, net als het opzetten van een goede samenwerkingsstructuur op wijkniveau. Daarom dient verder gekeken te worden dan één bestuurstermijn. Het is van belang om op koers te blijven door beleidsmatige continuïteit te borgen en langlopende samenwerking met externe partners te bewerkstelligen. Dit wijken- en kernenbeleid biedt een handvat om dit op te pakken.
Het nieuwe WKB is getoetst op draagvlak door een (beperkt) aantal gesprekken met relevante externe partners in wijken en buurten. De volgende partijen zijn betrokken: • de in Roermond actieve corporaties, • welzijnsorganisatie VIJF, • dorps-, wijk- en buurtraden in Roermond.
In de komende jaren werken we het beleid en de hier voorgestelde werkwijze verder uit. We willen ons hierbij opstellen als lerende organisatie: fouten maken mag, zolang we hiervan leren voor volgende situaties. Daarom zullen we dit nieuwe beleid ook regelmatig evalueren en waar nodig bijstellen. Een eerste evaluatiemoment staat gepland voor eind 2024.
1.4 Hoe zijn we te werk gegaan? Dit nieuwe WKB sluit aan op en maakt gebruik van eerder opgedane ervaringen met WKB in de Gemeente Roermond. We hebben ook gekeken naar ervaringen met wijkgericht werken elders in het land. Daarnaast bood ook het LEMON leefbaarheidsonderzoek dat de gemeente in 2022 heeft laten uitvoeren input voor het beleid. Dit onderzoek geeft een beeld van de leefbaarheid in verschillende wijken en kernen van de gemeente. De uitkomsten van het onderzoek zijn nuttig als startpunt voor het gesprek met inwoners over hun kern of wijk, maar hebben ook geholpen om focus aan te brengen in het wijkenen kernenbeleid.
7
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
2 Wijken- en kernenbeleid Roermond 2.1 Doel van ons wijken- en kernenbeleid
• Duidelijkheid geven over de manier waarop de wijk- en kernanalyse gezamenlijk en integraal actueel wordt gehouden en hoe keuzes voor een wijkagenda worden gemaakt, vastgelegd en geëvalueerd.
Het College van B&W zet in het Coalitieakkoord 2022-2026 in op leefbare, veilige wijken, waar meer ontmoeting en sociale interactie plaatsvindt. De gemeente wil meer zichtbaar zijn in de wijk en de buurt. Om de eigen inzet goed te kunnen richten, wil het college van elke kern en wijk ‘een realistisch en samenhangend beeld van de behoeften en mogelijkheden, doordat er via co-creatie met betrokkenen een wijk- of centrumplan is opgesteld als basis voor de toekomst’. Op deze manier wil het college vanuit een algemeen belang invulling geven aan alles wat inwoners belangrijk en van waarde vinden. Daarbij wil het college meer ruimte bieden aan inwoners om op alle beleidsterreinen met initiatieven te komen. Met dit nieuwe wijken- en kernenbeleid streeft de gemeente de volgende doelen na: • Effectief in kunnen spelen op kansen in de wijken en kernen om zo de leefbaarheid in de woon- en leefomgeving van bewoners te verbeteren. • Het versterken van de betrokkenheid van mensen bij hun directe woon- werk- en leefomgeving en bij de samenleving als geheel. • Bewoners en organisaties uitnodigen om meer in gezamenlijkheid en in co-creatie gebiedsgericht activiteiten op te pakken • Een helder kader verschaffen in de mogelijkheden voor inwoners en inwonerorganisaties om zelf initiatieven aan te dragen om de leefbaarheid te vergroten en voor het krijgen van ondersteuning daarbij.
• Het duidelijk maken van de rollen, de verantwoordelijkheden en aanspreekpunten voor partijen om snel in te kunnen spelen op initiatieven.
2.2 Wat verstaan we onder wijkgericht werken? Wijkgericht werken is een methode om samen met inwoners en andere belanghebbenden te werken aan de leefbaarheid in wijken en kernen. Als gemeente willen we werken aan prettige wijken en dorpen waar het goed wonen, leven, recreëren en ondernemen is. Dat doen we via twee sporen: 1. met inwoners en maatschappelijke partners werken aan wijkagenda’s; 2. meer ruimte bieden aan inwonerinitiatieven. Samenwerken aan wijkagenda’s De verschillende wijken en kernen in Roermond hebben elk hun eigen karakter en dynamiek. Werken aan leefbaarheid vraagt daarom in elke wijk of kern ook een andere aanpak. In de komende jaren willen we in alle wijken en kernen komen tot een wijkagenda: een set meer of minder samenhangende maatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de leefomgeving en de sociale samenhang in de wijk. Wijkprofielen vormen hiervoor de basis. We stellen de wijkagenda’s op in nauwe samenwerking met inwoners en onze partners in de wijken. In hoofdstuk 3 beschrijven we hoe we de samenwerking willen vormgeven en hoe we aankijken tegen het proces om te komen tot wijkagenda’s. Ruimte bieden aan inwonerinitiatieven (overheidsparticipatie) Als gemeente willen we inwoners uitnodigen om een actieve rol te spelen in het verbeteren van hun eigen sociale en fysieke leefomgeving.
8
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
moeten meer dan nu open staan voor inwonerinitiatieven, en alle clusters kunnen een rol krijgen bij de uitvoering van activiteiten uit de wijkagenda. Daarom zullen medewerkers uit verschillende clusters ook al een rol krijgen bij het meedenken over die wijkagenda’s.
We stellen ons daarom open voor goede ideeën van inwoners die zelf aan de slag willen in hun dorp of wijk om bijvoorbeeld activiteiten te organiseren, speel- of ontmoetingsplekken (opnieuw) in te richten of een schoonmaakactie voor de buurt willen organiseren. Als gemeente ondersteunen wij met informatie en advies, toetsen we of initiatieven aan gemeentelijke regels voldoen en kijken we welke (financiële) ondersteuning mogelijk is. In hoofdstuk 4 werken we uit hoe we dit als gemeente willen invullen. We sluiten hierbij aan bij de nieuwe participatie- en inspraakverordening.
Relatie tussen gebiedsgericht- en wijkgericht werken Het gebiedsgericht werken is voornamelijk gericht op de zorg voor het individu en de ondersteuning hierbij. Bij het wijkgericht werken ligt de focus op de leefbaarheid als overkoepelend thema, en geven we uitvoering aan inwonersinitiatieven en de wijkagenda. De verbinding tussen beide werkvormen moet nadrukkelijk worden opgezocht om een totaalbeeld te kunnen vormen over de situatie in de wijk, waarbij de zorgsignalen vanuit het gebiedsgericht werken bijdragen aan het beeld over de leefbaarheid in de wijk. Met dit totaalbeeld kunnen we inspelen op ontwikkelingen, zowel op individueel- als op wijkniveau.
2.3 Succesfactoren wijkgericht werken Wijkgericht werken staat of valt met een goede inbedding in de gemeentelijke organisatie en bij een goede samenwerking met partners in de wijk zoals welzijnsorganisaties, woningcorporaties, bewonersgroepen, politie, onderwijs, zorginstellingen en andere organisatie in de wijk. Essentieel voor het slagen van dit nieuwe beleid is ook dat er helderheid is over rollen en verantwoordelijkheden – zowel binnen de gemeentelijke organisatie als in de samenwerking met partners. De inschatting is dat het creëren van deze basis randvoorwaarden zeker in het eerste jaar de nodige aandacht zal vragen.
Cultuuromslag Als organisatie moeten we ons ervan bewust zijn dat de samenleving zich soms sneller ontwikkelt dan gemeentelijk beleid en daarmee de gemeentelijke organisatie. Om aan te kunnen sluiten bij de maatschappelijke vragen en behoeften zullen we als organisatie meer wendbaar moeten worden. Dat betekent iets voor de houding van de gemeentelijk medewerkers. Met dit nieuwe beleid willen we de organisatie daar bij helpen. Als organisatie zullen we meer flexibiliteit moeten betrachten in planningen en budgetten, om in te kunnen spelen op wensen en noden uit de samenleving. Dat is zowel ten aanzien van inwonerinitiatieven (al dan niet als onderdeel van een wijkagenda) als ten aanzien van beleidswensen van groot belang.
Inbedding in de gemeentelijke organisatie Wijkgericht werken vraagt een grote mate van flexibiliteit van de gemeente. Suggesties en wensen van bewoners en partners kunnen immers leiden tot het besluit om de gemeentelijke inzet anders te richten dan vooraf gedacht. Planningen en begrotingen van gemeentelijke clusters bieden tot nu toe vaak te weinig ruimte om hier op in te kunnen spelen, waardoor goede plannen soms sneuvelen voordat ze tot uitvoering kunnen worden gebracht. Wijkgericht werken moet iets worden van de hele gemeentelijke organisatie. Alle clusters
Dit vraagt een omslag in denken en doen van onze organisatie, die niet van vandaag op morgen is gerealiseerd. Om wijkgericht werken tot een
9
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
Werken vanuit een gedeeld beeld Voor een goede samenwerking met inwoners, maatschappelijke partners en het bedrijfsleven helpt het om te werken vanuit een gedeeld en gedragen beeld van wat er speelt in de verschillende wijken en kernen. Samen met onze wijkpartners gaan we op zoek naar verhalen, ideeën en suggesties van inwoners. We verzamelen informatie vanuit allerlei cijfermatige bronnen (registraties, statistieken, belevingscijfers) die beschikbaar zijn bij de gemeente en onze partners. Deze informatie verwerken we in beknopte wijkprofielen. In de wijkprofielen beschrijven we de situatie per wijk en kern aan de hand van statistische gegevens, maar ook de signalen die partners in de wijkteams inbrengen. Zo krijgen we een goed beeld van de aandachtspunten, opgaven en trends en zorgen we ervoor dat we onze aandacht en inzet richten op de zaken die er het meeste toe doen.
succes te maken, willen we ons opstellen als lerende organisatie. Het zal soms een proces zijn van vallen en opstaan. We kiezen er daarom voor om de werkwijze regelmatig te evalueren en waar nodig bij te stellen. Goede samenwerking met partners In wijkagenda’s staan niet alleen activiteiten die de gemeente gaat uitvoeren, maar kunnen ook activiteiten staan waar inwoners of maatschappelijke organisaties een grote rol spelen in de uitvoering. Het opstellen van de wijkagenda is daarom een zaak van alle betrokkenen samen (coproductie). Samen bepalen zij welke (extra) inzet van de gemeente, inwoners en maatschappelijke partners in wijken en dorpen gewenst is. Dit vraagt om een goede samenwerkingsstructuur met onze partners in de wijk. Met maatschappelijke organisaties, zoals corporaties, onderwijs, welzijnswerk, politie en handhaving hebben we al een formele samenwerking in de bestaande wijkteams (operationeel niveau). Naast deze overleggen willen we ook structureel en periodiek overleg voeren met onze partners op tactisch en strategisch niveau. In hoofdstuk 5 werken we hiervoor een schets uit. Bij het opstellen van wijkagenda’s en voor de uitvoering van activiteiten uit de wijkagenda verbreden we de samenwerking op wijkniveau tot een ‘wijkcoalitie’, waarin ook vertegenwoordigers van inwoners een plek krijgen.
Afhankelijk van de situatie in de wijk betrekken we ook andere partners, zoals ondernemers(verenigingen), onderwijsinstellingen of (sport-) verenigingen in de wijkcoalities. Het wijkgericht werken zoals we het in deze nota beschrijven, behelst een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en maatschappelijke partners. Dat maakt commitment van onze partners essentieel. We streven ernaar om een samenwerkingsconvenant te sluiten om afspraken over de samenwerking te formaliseren. Hierin kunnen afspraken worden opgenomen over het delen van informatie en ieders inzet en inbreng in de samenwerking.
Voldoende budget Om wijkgericht werken tot een succes te maken, hebben de gemeentelijke organisatie en bestuurders voldoende middelen nodig om in te kunnen spelen op behoeften in de wijken. Met het nieuwe wijken- en kernenbeleid wordt budget vrijgemaakt om acties op te kunnen pakken die niet – of niet snel genoeg – vanuit de reguliere begroting van gemeentelijke clusters kunnen worden bekostigd. Om de gewenste wendbaarheid en flexibiliteit te bereiken, stelt het college van B&W de wijkagenda’s definitief vast. Duidelijkheid over rollen Helderheid over rollen en verantwoordelijkheden is een belangrijke succesfactor. Het gaat daarbij om de rolverdeling tussen de gemeente en externe partners waaronder bewoners, maar ook om de interne rolverdeling binnen de gemeentelijke organisatie.
10
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
2.4 Samenwerking met partners
Wijkcoalities Als gemeente werken we samen met maatschappelijke organisaties en inwoners in ‘wijkcoalities’. De verschillende partners in de wijkcoalities hebben alle een rol bij: • Het krijgen van een goed en actueel beeld van wat er leeft en speelt in de dorpen en wijken en over de wensen de wensen en behoeften van inwoners; • Het betrekken en activeren van inwoners bij het opstellen en uitvoeren van plannen voor hun omgeving. • Het bepalen waar accenten moeten komen te liggen bij de (gezamenlijke) aanpak en versterking van de leefbaarheid en de sociale samenhang; • Het maken van gezamenlijke afspraken over de (professionele) inzet in de wijken in de komende jaren en over concrete (gezamenlijke) activiteiten, acties en maatregelen in de wijk.
Rol gemeente De gemeente is regisseur en facilitator van het wijkgericht werken. De gemeente brengt partijen bij elkaar en is verantwoordelijk voor het proces om te komen tot wijkprofielen en wijkagenda’s en de wijkprofielen actueel te houden. Daarnaast faciliteert de gemeente inwonerinitiatieven, voor zover die passen binnen gemeentelijk beleid en kaders. Rol inwoners We willen bouwen aan een duurzame betrokkenheid van bewoners bij hun omgeving. De gemeente heeft nu al regelmatig overleg met dorpsen wijkorganisaties. In de komende jaren gaan we werkvormen en methodieken ontwikkelen om een bredere groep inwoners te betrekken bij het verbeteren van de leefbaarheid in wijken en dorpen. We streven daarbij naar een vorm van geformaliseerde samenwerking met dorpsen wijkraden die een goede vertegenwoordiging vormen van hun achterban en deze goed betrekken bij het maken van plannen voor de wijk.
Overlegstructuur op uitvoerend, tactisch en strategisch niveau Om kennis, wensen en behoeften op een goede en gestructureerde manier te kunnen ophalen en delen werken we in de komende jaren toe naar een structurele overlegstructuur op gebiedsniveau. We organiseren dit overleg met onze maatschappelijke partners in de wijken op zowel uitvoerend, tactisch als strategisch niveau:
Rol wijkpartners Naast inwoners en ondernemers zijn onze maatschappelijke partners in de wijk belangrijk voor het inkleuren van wijkprofielen en voor het verzamelen van input voor de wijkagenda’s. Het gaat hierbij niet alleen om corporaties, welzijnsstichtingen en politie, maar bijvoorbeeld ook om zorgorganisaties, scholen of sportverenigingen. Ook bij de uitvoering van activiteiten in de wijkagenda kunnen deze organisaties een rol spelen. De gemeente werkt nu al samen met maatschappelijke organisaties in wijkteams om signalen uit de wijken te bespreken. In de komende jaren willen we de wijkteams verbreden met nieuwe partijen en de samenwerking intensiveren.
Uitvoerend niveau: wijkteamoverleg (bestaand overleg, aangevuld met nieuwe partners) Tactisch niveau: een managementoverleg op wijk-/gebiedsniveau, waarin periodiek wordt geëvalueerd hoe op uitvoerend niveau wordt samengewerkt, en waarin afspraken worden gemaakt over de samenwerking en inzet van professionals in de wijken. In dit overleg wordt ook de link gelegd met de (uitvoering van de) wijkagenda’s.
11
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
In de eerste plaats fungeert de wijkregisseur als adviseur voor de gemeentelijke organisatie. Hij adviseert en levert input bij het opstellen van beleid dat impact heeft op de wijk, adviseert bij fysieke en sociale projecten en adviseren en stimuleert de gemeentelijke organisatie op het gebied van participatie en communicatie in de wijk. Hij heeft ook een adviserende rol bij inwonerinitiatieven (zie hoofdstuk 4).
Strategisch niveau: een gemeentebreed overlegplatform op bestuurlijk niveau waarin trends worden besproken (aan de hand van de wijkprofielen en informatie over gezamenlijke/ terugkerende bewonerswensen), speerpunten en accenten worden benoemd voor het wijkgericht werken en afstemming wordt gezocht tussen de wijkagenda’s zodat ze in lijn met elkaar kunnen worden uitgevoerd. Dit overleg wordt ambtelijk voorbereid.
Daarnaast is de wijkregisseur relatiemanager. Hij onderhoudt relaties met diverse belanghebbenden in de wijk zoals bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en fungeert als brug tussen verschillende belanghebbenden om verschillende perspectieven op tafel te leggen.
In eerste instantie ligt de nadruk in al deze overleggen op thema’s die dicht bij de leefwereld van inwoners liggen: sociale samenhang en leefbaarheid (waaronder deelthema’s als veiligheid, overlast en fysieke leefomgeving). Mogelijk kunnen hier in een latere fase van wijkgericht samenwerken ook andere thema’s aan worden toegevoegd die een wijk-/ omgeving georiënteerd karakter hebben, zoals wonen, verduurzaming van de leefomgeving, de energietransitie, sociale achterstanden, et cetera.
De wijkregisseur is procesregisseur voor de wijkagenda (zie hoofdstuk 3). Hij begeleidt het proces om te komen tot wijkagenda’s, spreekt de betrokkenen aan op de uitvoering van de plannen en draagt zorg voor de monitoring van de voortgang en de evaluatie van de wijkagenda. De wijkregisseur bewaakt de betrokkenheid van bewoners en externe partners bij besluitvorming en projecten in de wijkagenda. Hij stuurt op het formuleren van concrete, meetbare doelstellingen die aansluiten bij de behoeften van de gemeenschap en is verantwoordelijk voor het monitoren van de voortgang van onderdelen uit de wijkagenda.
Met de nieuwe samenwerkingsstructuren willen we er voor zorgen dat op alle niveaus de relevante informatie boven water komt over wat er leeft en speelt in de wijk en wat er gevraagd wordt om zaken te verbeteren, en dat de samenwerking tussen partijen op alle niveaus goed is geborgd.
De wijkregisseurs zijn procesverantwoordelijk voor de wijkagenda. De inhoud wordt door de betrokken professionals, maar ook bewoners en andere partijen wordt geleverd. Zij zijn en blijven zelf verantwoordelijk voor de voortgang van de afzonderlijke onderdelen uit de wijkagenda.
2.5 Interne rollen en verantwoordelijkheden Rol en positionering Wijkregisseurs In de gemeente Roermond zijn eind 2023 vier wijkregisseurs actief, die samen de tien wijken van de gemeente bedienen. De wijkregisseurs vervullen een centrale rol bij het wijkgericht werken. De rol van de wijkregisseur kan, al naar gelang de situatie in de wijk, verschillend zijn.
Hoewel de wijkregisseurs een centrale rol spelen in de wijk, betekent dit nadrukkelijk niet dat zij aan de lat staan voor de besluitvorming over en uitvoering van alle inwonerinitiatieven, verzoeken en beleidswensen.
12
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
of beleidswens, dan verwijst de wijkwethouder naar de juiste persoon in de ambtelijke organisatie of leidt vraag door in de eigen organisatie (zie paragraaf 4.3). In beide gevallen stelt de wijkwethouder de wijkregisseur hiervan op de hoogte.
Zoals beschreven in hoofdstuk 4, wordt dit immers meestal neergelegd bij een cluster. De communicatie kan vanaf dat moment zonder tussenkomst van de wijkregisseur plaatsvinden. Daarbij zal in de meeste gevallen wel afgesproken worden dat de wijkregisseurs geïnformeerd blijven over de gang van zaken, zodat zij vanuit hun positie een compleet beeld blijven houden en mogelijke dwarsverbanden kunnen leggen.
Rol Wethouder Wijken en inwonerparticipatie Binnen het college is één wethouder coördinerend portefeuillehouder voor het het wijken- en kernenbeleid. Deze wethouder is verantwoordelijk voor de totstandkoming van de wijkagenda’s en de besteding van de wijkbudgetten. Hij of zij onderhoudt hier regelmatig contact over met de wijkregisseurs. De wethouder Wijken en inwonerparticipatie heeft hierbij een procesverantwoordelijkheid; hij of zij is niet inhoudelijk betrokken bij de inhoud van alle wijkagenda’s. Minimaal eens per jaar wordt een wijkoverstijgend overleg georganiseerd voor de dorps- en wijkraden (indien gewenst aangevuld met andere inwonerorganisaties die voortkomen uit het proces van de wijkagenda’s) waarin de onderlinge samenwerking en de samenwerking met de gemeente wordt besproken. De wethouder Wijken zit dit overleg voor.
De wijkregisseur verwijst inwoners voor praktische ondersteuning bij inwonerinitiatieven door naar de opbouwwerkers. De wijkregisseur is ook niet het aanspreekpunt op het gebied van vragen/klachten over de openbare ruimte; hiervoor wordt verwezen naar de meldingen, klachten en bezwaren pagina van de gemeente Roermond. Rol Wijkwethouders In het coalitieakkoord is afgesproken om te gaan werken met wijkwethouders, om zo de zichtbaarheid van de gemeente in wijken en kernen te vergroten en de interactie met inwoners te versterken. De wijkwethouders zijn het bestuurlijke gezicht van de gemeente in de wijken. Iedere wijkwethouder geeft hier naar eigen inzicht invulling aan. Hierbij sluit hij of zij aan bij de behoefte en organisatiegraad van de wijk. De wijkregisseur en de wijkwethouder maken hier afspraken over.
2.6 Fasering Met dit nieuwe wijken- en kernenbeleid richten we ons in eerste instantie op het verkrijgen van een goed beeld van wat er speelt in de wijken en kernen, op het faciliteren van inwonerinitiatieven op wijkniveau en op het – in co-creatie met inwoners en maatschappelijke partners – opstellen van wijkagenda’s.
De wijkwethouder committeert zich aan de wijkagenda voor de wijken waaraan hij of zij verbonden is en ziet toe op de uitvoering. De activiteiten in de wijkagenda’s kunnen betrekking hebben op verschillende beleidsdomeinen en vallen dus ook binnen verschillende portefeuilles. Inhoudelijke afstemming hierover gebeurt in principe op ambtelijk niveau.
Voor de korte termijn zetten we vanuit de gemeente nu vooral in op activiteiten en maatregelen die zijn gericht op het verbeteren van de leefbaarheid. Het brede begrip leefbaarheid kan bijvoorbeeld gaan over zaken die samenhangen met veiligheid, sociale samenhang, participatie, de fysieke omgeving en overlast.
De wijkwethouder houdt regelmatig contact met de wijkregisseur over signalen die hij of zij opvangt in de wijk en over de uitvoering van de wijkagenda. Als inwoners de wijkwethouder benaderen met een initiatief
13
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
We zien als mogelijk perspectief voor de langere termijn dat we onze gemeentelijke inzet en planvorming ook op andere thema’s gebiedsgericht en in co-creatie met bewoners en wijkpartners organiseren. De (organisatorische) veranderingen die hiervoor nodig zijn, zijn echter groot. Vandaar dat wij ervoor kiezen om ons voor de komende periode eerst te richten op wijkgericht werken op die thema’s die het dichtst in de leefwereld van inwoners liggen: leefbaarheid en sociale samenhang.
Globaal stappenplan invoering Wijken- en kernenbeleid 2024: • Invoeren beschreven werkwijze inwonerinitiatieven • Wijkbudget openstellen voor inwonerinitiatieven • Nadere afspraken met maatschappelijke partners over werkwijze wijkgericht samenwerken • Afsluiten samenwerkingsconvenant informatie-uitwisseling • Start opstellen (beknopte) Wijkagenda’s 2024 voor alle wijken, gebaseerd op gesprekken met maatschappelijke partners die zijn vertegenwoordigd in het wijkteam en in afstemming met actieve en goed ingebedde dorps- of wijkraden (zie hoofdstuk 3). Waar mogelijk wordt de wijkagenda ondersteund door data (o.a. Lemon-onderzoek en statistische gegevens waar gemeente en maatschappelijke partners over beschikken). • Start uitvoering eerste activiteiten uit wijkagenda’s in samenwerking met maatschappelijke partners (en inwoners) 2025: • Tussenevaluatie wijkgericht werken • Opstellen wijkagenda met grotere inwonerbetrokkenheid in eerste wijken • Startjaar wijkgericht samenwerken met maatschappelijke partners en inwoners volgens nieuwe samenwerkingsstructuren. 2026: • Opstellen wijkagenda met grotere inwonerbetrokkenheid in overige wijken. • Bredere evaluatie wijkgericht werken
14
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
3 De wijkagenda 3.1 Functie en betekenis Wijkagenda
Naast de feitelijke functie van een wijkagenda als concreet activiteitenplan voor de wijk heeft een wijkagenda nog veel meer betekenis. Zo is het ook het resultaat van een samenwerkingsproces (participatieproces) waarbij bewoners, bestaande buurtnetwerken, wijkorganisaties optimaal zijn betrokken. Door de grote invloed die bewoners aan de voorkant krijgen draagt de samenwerking daarmee bij aan het vergroten van betrokkenheid bij de uitvoering en bij de buurt zelf. Bovendien dienen wijkagenda’s als wezenlijke input voor overleg over de toekomstige gemeentelijke koers in de wijken: wat speelt er in de wijken, waar moet volgens betrokkenen in de wijken meer aandacht of accent op komen te liggen? Of welke zaken komen in meerdere wijken terug?
Een van de centrale elementen van het nieuwe Wijken- en kernenbeleid is het werken met een wijkagenda. Het gezamenlijk werken aan een wijkagenda is een manier waarop de gemeente actief de inwoners in positie brengt om samen met de gemeente en andere maatschappelijke partijen in de wijk (waaronder de corporaties) te werken aan een wijk waar het prettig wonen en leven is. De wijkagenda is een set van (beleids-)maatregelen en activiteiten rond leefbaarheid en de directe leefomgeving, die in de komende jaren samen met bewoners en partners in de wijk worden opgepakt. De wijkagenda is opgesteld vanuit de wensen en behoeften die bij bewoners, organisaties en ondernemers in de wijk leven. Bewoners en betrokken wijkpartners bekijken in samenspraak welke zaken prioriteit verdienen, wanneer de gewenste uitvoering is en wie er betrokken is bij de uitvoering. Sommige maatregelen zullen heel praktisch van aard zijn en vooral inzet en toewijzing nodig hebben. Die hoeven misschien helemaal geen geld te kosten. Andere maatregelen zullen meer voorbereiding vergen en vragen om meer inzet van financiële middelen.
3.2 De wijkcoalitie De plek waar partijen samenwerken aan het verzamelen van wensen, ideeën en voorstellen verzamelen en komen tot een wijkagenda noemen we voortaan de wijkcoalitie. De samenstelling van de wijkcoalitie kan variëren per wijk. Binnen de wijkcoalitie werken we met een ‘kernteam’ dat zich bezighoudt met het ontwikkelen van een wijkagenda. Vaste partners binnen de wijkcoalitie zijn: • Gemeente: de wijkregisseur en de beleidsmedewerker Wijkgericht werken; • Welzijnsorganisatie VIJF: de opbouwwerker); • Corporatie(s); • Goed georganiseerde dorps-/wijkraden (die bereid en in staat zijn als volwaardig gesprekspartner en belangenbehartiger op te treden)
Om de uitvoering van de wijkagenda te vergemakkelijken wordt een ondersteunend wijkbudget in het leven geroepen. De wijkagenda is een dynamisch document, dat periodiek wordt geëvalueerd en bijgesteld, en waar ook tussentijds zaken aan kunnen worden toegevoegd, om aan te sluiten bij de actualiteit. De wijkagenda is de opmaat voor uitvoeringsplannen op projectniveau, waarin indien van toepassing ook goede afspraken worden gemaakt over onderhoud en beheer van afgeronde projecten. 15
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
Rol van de wijkregisseur De wijkregisseur is verantwoordelijk voor het goed doorlopen van het proces van de totstandkoming van de wijkagenda (zie ook hoofdstuk 2). Hij/zij houdt (als voorzitter) contact met de leden van de wijkcoalitie en met de gemeentelijke organisatie. De wijkregisseur bewaakt de betrokkenheid van bewoners en externe partners bij de totstandkoming van de wijkagenda, stuurt op het formuleren van concrete, meetbare doelstellingen die aansluiten bij de behoeften van de gemeenschap en is verantwoordelijk voor het monitoren van de voortgang van onderdelen uit de wijkagenda.
De wijkcoalitie betrekt bewoners en bewonersnetwerken zoals buurtcomités en werkgroepen van inwoners via het opbouwwerk en dorps-/wijkraden bij ideevorming en toetsing van voorgestelde maatregelen. Afhankelijk van de wijk kunnen bijvoorbeeld ook de volgende partijen deelnemen: • Ondernemersverenigingen; • Onderwijsinstellingen; • (Sport)verenigingen; • inwoners(netwerken).
Rol van de gemeentelijke beleidsmedewerker De beleidsmedewerker wijkgericht werken is inhoudelijk verantwoordelijk voor het verzamelen en bundelen van informatie over de wijken en het uitwerken van de wijkagenda. Dat doet hij/zij uiteraard in nauw overleg met de overige leden van de wijkcoalitie. Ook is de beleidsmedewerker wijkgericht werken verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van maatregelen uit de wijkagenda met de gemeentelijke clusters.
Taken van de wijkcoalitie In de basis heeft de wijkcoalitie vijf belangrijke taken: 1. Het verzamelen van informatie over de vraagstukken, kansen en opgaven in de wijk; 2. Het verzamelen van wensen, ideeën en behoeften die spelen bij bewoners en wijkorganisaties, verenigingen en ondernemers in de wijk als het gaat om de leefbaarheid en de leefomgeving; 3. Het gezamenlijk agenderen en prioriteren van voorstellen en maatregelen om de leefbaarheid en de leefomgeving te verbeteren; 4. Het toetsen van de voorstellen op draagvlak en op wenselijkheid en haalbaarheid; 5. Het opstellen van een concrete wijkagenda met activiteiten, maatregelen en plannen voor verbetering van de leefbaarheid en de directe leefomgeving.
Rol van de opbouwwerker De opbouwwerker is verantwoordelijk voor het betrekken van bewoners en bewonersnetwerken bij de totstandkoming van een gedragen wijkagenda. Het gaat dan om vanuit het stimuleren en activeren van bewoners(netwerken) om wensen, ideeën en behoeften op te halen en om voorstellen van de wijkcoalitie te toetsen op draagvlak en probleemherkenning. Ook is het betrekken van bewoners bij de prioriteitstelling en de uitwerking van maatregelen een belangrijke rol van de opbouwwerker. Dat kan bijvoorbeeld via de organisatie van bewonersbijeenkomsten en oplopen, maar ook in de vorm van een online peiling. De opbouwwerker heeft ook een rol bij het stimuleren van bewoners om actief te participeren in de uitvoering van activiteiten uit de wijkagenda.
Rolverdeling binnen de coalitie De coalitieleden staan gezamenlijk aan de lat om tot een goede, getoetste en concrete wijkagenda te komen. Ieder heeft daarin een eigen rol te spelen als het gaat om de bovenstaande taken. We lichten specifiek de rol uit van de wijkregisseur, de beleidsmedewerker Wijkenen kernenbeleid, de opbouwwerker en de dorps-/wijkraad. 16
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
In verkennende gesprekken aan de start van het wijkgericht werken moet naar voren komen in hoeverre de dorps-/ wijkraad een ‘formele’ rol wil en kan spelen. De wijkregisseur en de opbouwwerker uit de coalitie zullen in aanleg die gesprekken met de dorps-/wijkraden aangaan.
Rol van dorps-/ wijkraden binnen de wijkcoalitie De belangrijkste rol van een dorps-/ wijkraad binnen de wijkcoalitie is vanuit een gelijkwaardige positie mee te praten over de maatregelen die worden opgenomen in de wijkagenda. Dat doen zij vanuit een goede inbedding in de wijknetwerken en vanuit hun kennis over de uiteenlopende belangen van bewoners en belanghouders in de wijken.
Een van de uitkomsten van de verkennende gesprekken kan zijn dat er een ondersteuningswens door de dorps-/wijkraad wordt uitgesproken om de rol als coalitiepartner goed te kunnen invullen. De wijkregisseur bespreekt dan de mogelijkheden voor ondersteuning hierbij (bijvoorbeeld vanuit de waarderingssubsidie).
Bij het vormen van de wijkcoalitie wordt met de bestaande dorps-/ wijkraden verkend en vastgesteld of zij een formele rol voor zichzelf zien weggelegd bij de totstandkoming van een wijkagenda en of zij (kunnen en willen) voldoen aan de vereisten om als volwaardig gesprekspartner en belangenbehartiger deel te nemen aan de coalitie.
3.3 Huidige wijkindeling als basis Bij het opstellen van een wijkagenda gaan we uit van de huidige wijkindeling (CBS-wijkindeling). Dat betekent dat er in de basis onderscheid wordt gemaakt in tien wijken waarvoor er wijkagenda’s worden opgesteld en waarvoor wijkbudgetten beschikbaar worden gesteld. Omdat enkele van deze formele ‘wijken’ bestaan uit specifieke buurten en kleine dorpskernen met een eigen karakter en met eigen specifieke wensen, kan binnen een wijkagenda ook gewerkt worden met deelagenda’s op kern/buurtniveau. De wijkindeling is overigens net wat anders dan de indeling van de Wijkteamoverleggen. Dat is de bestaande samenwerking tussen diverse wijkprofessionals voor het bespreken en oppakken van dagelijkse kwesties in de leefomgeving (zie ook hoofdstuk 5). In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de wijkindeling voor de wijkagenda’s. In dit overzicht is ook opgenomen welke buurten/ kernen onderdeel uitmaken van de wijk en welke wijkregisseurs en wijkwethouders gekoppeld zijn aan de wijken.
Aandachtspunten hierbij zijn dat de dorps- of wijkraad: • goed is ingebed in de bestaande bewonersnetwerken – en buurtorganisaties; • oog heeft voor de belangen die spelen binnen de wijk/ het dorp; • organisatorisch voldoende slagkracht heeft om feeling met de achterban te houden en • als wijkraad een goede gesprekspartner kan zijn bij de belangenafweging, zowel onderling als in samenspraak met andere partijen. In de huidige praktijk is het zo dat niet alle wijkraden voldoen aan de bovenstaande zaken. Zo zijn er: • Dorpen/ wijken met geprofessionaliseerde wijkraden die gewend zijn aan een formele rol in de netwerken en belangenbehartiging in de wijk. • Wijken met actieve wijk- en bewonersorganisaties die van elkaar willen leren en willen groeien in hun rol als belangenbehartiger en gesprekspartner. • Wijken met niet-geprofessionaliseerde wijk- en bewonersorganisaties, met broze structuur en beperkte inbedding in de wijknetwerken.
17
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
3.4 Verzamelen van informatie
opbouwwerker een belangrijke rol. Deze zal bestaande netwerken betrekken bij vragen over de wijk (beleving, ervaren knelpunten en ideeën voor verbetering). De opbouwwerker activeert nieuwe en bestaande netwerken, bewonerscollectieven en individuen en stimuleert de inzet en betrokkenheid bij de ideevorming voor de wijkagenda’s.
Een van de belangrijke taken van de wijkcoalitie is het ophalen van informatie over de wijk om een goed beeld te krijgen wat er leeft en speelt en wat wensen en verwachtingen zijn van bewoners, gemeente en wijkpartners in de wijk.
Bundelen van cijfers en trends in wijkprofielen Om goed wijkgericht samen te kunnen werken is het ook belangrijk om cijfers, feiten en trends over de wijk in beeld te hebben en ook gezamenlijk te beschikken over die informatie. Er zijn veel gegevens beschikbaar. Bij aanvang van het wijkgericht werken in 2024 worden de koppen bij elkaar gestoken om cijfers, gegevens en data vanuit de verschillende samenwerkende organisaties en gemeentelijke clusters te verzamelen en te bundelen.
Het gaat daarbij om het gebruiken van cijfers en trends over de wijk, over het verzamelen van wensen, vraagstukken en ideeën en voorstellen vanuit de wijkbewoners, ondernemers en wijkorganisaties in de wijken en om het ophalen van beleidsvoornemens, visies en strategische overwegingen vanuit de verschillende partijen die actief zijn met beleid in de wijken. Verzamelen van ideeën en behoeften uit de wijk Binnen de wijkcoalitie zal straks iedereen op zijn eigen manier en met zijn eigen achterban wensen, ideeën en voorstellen vanuit de wijk verzamelen en inbrengen. Een speciale rol is daarbij weggelegd voor de dorps-/wijkraad in de coalitie en voor de opbouwwerker.
Dat wordt gemeentebreed gedaan. We bundelen de belangrijkste cijfers en trends in wijkprofielen (wijkcijfers op alle thema’s met een duiding hoe goed die zich verhouden tot een gemiddelde of een streefnorm). Daarnaast is het de wens om de cijfers ook in een wijkmonitor te ontsluiten (cijfers en trends voor alle wijken naast elkaar). Dit type overzichten kunnen op zowel strategisch als op tactisch niveau goed worden ingezet bij het bepalen van beleidskoers, maar zijn ook voor de wijkcoalitie essentieel.
De dorps-/wijkraad doet dit vanuit zijn ‘natuurlijke’ rol om als belangenbehartiger op te treden vanuit de wijk. Zij zijn actief in hun wijk en hebben nauw contact met bewoners, verenigingen en organisaties in de wijk.
In 2024 wordt een start gemaakt met het verzamelen van de cijfers vanuit de verschillende organisaties en deze te bundelen in handzame wijkprofielen. Denk daarbij aan statistieken over bevolking, woningvoorraad, woonomgeving en belevingscijfers uit het LEMONonderzoek. Met corporaties en andere wijkorganisaties maken we afspraken over het aanleveren van kerninformatie vanuit hun organisaties. De informatie in de wijkprofielen zal worden betrokken bij het adresseren van belangrijke leefbaarheidskwesties in de wijk.
Via het opbouwwerk stimuleert gemeente Roermond de zelfredzaamheid van bewoners en de versterking van sociale netwerken in de omgeving. Dit wordt buurtbouwen genoemd (naar de Engelse term community building). Vanuit de netwerken en de gemeenschappen zijn ontzettend veel (expliciete en latente) ideeën om het wonen en leven in de eigen omgeving fijner, mooier en beter te maken. Het is dus essentieel dat die geluiden goed toevloeien naar de wijkcoalitie. Hier heeft een
18
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
Ophalen van beleidsvisies, ambities en ontwikkelopgaven Een derde informatielijn wordt gevormd door de beleidsvoornemens en -visies vanuit de clusters van de gemeente en vanuit de wijkpartners. Veel van deze visies zijn (online) gepubliceerd. Op verzoek van de wijkcoalitie leveren de partners hun visie op bepaalde thema’s en ontwikkelopgaven in de wijk. Dat kan ook door vakambtenaren of betrokkenen uit de organisaties uit te nodigen bij een wijkcoalitiebespreking. Zij kunnen de wijkcoalitie helpen om te duiden wat hun ambities, visies en ontwikkelopgaven betekenen voor de wijk of de plek waar de wijkcoalitie haar vragen over heeft.
3.5 De totstandkoming van een wijkagenda Het opstellen van een gezamenlijke en gedragen wijkagenda zal straks een aantal stappen doorlopen om tot een optimaal resultaat te komen. In figuur 3.1 is de route kort weergegeven. De manier waarop de verschillende stappen worden doorlopen kan bij elke wijk echter anders zijn. De wijkcoalitie bepaalt gezamenlijk de inrichting van het processtappen (wat is er nodig, hoe doen we het, wie betrekken we?). De wijkregisseur houdt hier de regie op en is verantwoordelijk voor het op een goede manier doorlopen van het totstandkomingsproces. Hierbij is het vooral van belang dat er aandacht is voor de manier waarop wordt toegewerkt naar achtereenvolgens: • een eerste overzicht met doelen en hierbij passende maatregelen/ acties; • een goede kwalitatieve check op haalbaarheid, wenselijkheid en financierbaarheid; • een goede toets van maatregelen bij de inwoners van de wijk; • een gezamenlijke prioritering van maatregelen in de wijkagenda.
Figuur 3.1 Route totstandkoming wijkagenda (voorlopig plaatje)
19
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
Uitwerking van de wijkagenda Nadat alle ideeën, wensen en voorstellen gewogen zijn, moeten deze worden uitgewerkt in een concrete set van maatregelen en activiteiten in de wijk. Tijdens deze fase moet door de wijkcoalitie ook een voorstel worden uitgewerkt voor de benodigde financiering, de financierende partners en mogelijke (externe) financieringsbronnen.
Toetsen van ideeën en voorstellen van de wijkcoalitie Wanneer de wijkcoalitie zich een beeld heeft gevormd van de wensen, behoeften en ideeën vanuit de wijk en vanuit de cijfers en beleidsambities speerpunten voor de wijk heeft vastgesteld, zal zij gezamenlijk een eerste overzicht opstellen van wensen, ideeën en maatregelen. Deze lijst met ideeën zal vervolgens getoetst en uitgewerkt moeten worden. Dat geldt vooral voor ideeën met veel impact op de omgeving, waar veel geld mee gemoeid is of waar mogelijk verschillende belangen spelen.
De acties/maatregelen die worden opgenomen in de wijkagenda moeten zo SMART mogelijk worden opgesteld. Deze zullen vervolgens op maatregelniveau ter beoordeling worden teruggelegd bij de betrokken gemeentelijke clusters en de deelnemende partnerorganisaties. Deze geven hun eindoordeel over de maatregelen en de inzet en financiële bijdrage vanuit de organisatie / clusterbudget.
De eerste toets vindt plaats door de gemeente en de organisaties uit de wijkcoalitie. Zij toetsen of de ideeën en voorstellen passen binnen de gemeentelijke beleidsvisie en of de voorstellen realiseerbaar en financieel haalbaar zijn. Daarbij kijken zij ook of de voorstellen en ideeën in het verlengde liggen van de reguliere taken van het cluster. Die vraag is relevant bij de inzet en de eventuele (mede)financiering vanuit het clusterbudget. Het resultaat van deze toets is een overzicht van de haalbaar geachte maatregelen voor de wijk en inzicht in de mogelijkheden voor inzet en financiering vanuit de gemeentelijke clusterbudgetten.
Bij de aanlevering van de conceptplannen zal aandacht moeten zijn voor: • Omschrijving maatregel • Omschrijving doel/achtergrond maatregel en beoogd effect • Trekker bij de uitvoering • Betrokken partijen bij de uitvoering • Benodigde financiering en financierende partijen • Gepland uitvoeringsjaar/-periode • Visie op het toekomstige beheer
De getoetste en ‘gezeefde’ set aan ideeën en voorstellen wordt vervolgens voorgelegd aan bewoners en belanghouders in de wijk. Hierbij wordt vooral gekeken naar het draagvlak in de wijk. Ook zal dan worden gepeild welke maatregelen de grootste prioriteit hebben in de beleving van de wijk. Het nagaan van het draagvlak en prioriteiten kan op allerlei manieren; dat is aan de wijkcoalitie. Te denken valt aan het opzetten van enquêtes, polls, het organiseren van bijeenkomsten of oplopen, et cetera. Tijdens deze fase kunnen de contactmomenten ook gebruikt worden om de bereidheid bij mensen te verkennen om een bijdrage te leveren bij de uitvoering van de maatregel. De opbouwwerker heeft hierbij een belangrijke rol.
Het resultaat is ofwel instemming met de maatregel en gevraagde inzet/ financiering, ofwel een advies over aanpassingen in het plan. Als blijkt dat het niet mogelijk is om een activiteit of maatregel te bekostigen vanuit de clusterbudgetten, dan kan de wijkcoalitie het wijkbudget inzetten of op zoek gaan naar andere bronnen.
20
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
3.6 Goedkeuren en vaststellen van een wijkagenda
De wijkagenda in het eerste jaar (2024) De verwachting is dat in het eerste jaar waarin we werken met dit nieuwe wijken- en kernenbeleid niet in alle wijken direct al een volledig proces wordt doorlopen, waarbij een brede wijkcoalitie tot complexere en in de wijk getoetste maatregelen en activiteiten komt. Gemeente Roermond vindt het belangrijk dat ook in het eerste jaar voor alle wijken een wijkagenda wordt opgesteld. In 2024 zal het in de meeste wijken gaan om een beknopte wijkagenda met relatief kleinschalige plannen die eenvoudig zijn in de uitvoering. Daarbij is de betrokkenheid van dorps- en wijkraden mogelijk wat kleiner in het eerste jaar, wanneer zij (nog) niet als volwaardig coalitiepartner kunnen of willen fungeren. In zo’n geval worden wijk- en andere bewonersraden vooral betrokken bij het ophalen van wensen en bij het toetsen van voorstellen.
Voordat de wijkagenda als geheel kan worden vastgesteld, moeten de afzonderlijke maatregelen en activiteiten worden goedgekeurd door de partijen die hier een bijdrage aan leveren. De gemeentelijke financiering van maatregelen uit de wijkagenda’s komt in de praktijk voornamelijk vanuit de clusterbudgetten en aanvullend (en voorwaardelijk) vanuit het wijkbudget. Er zijn daarmee dus meerdere budgetverantwoordelijke clusters. Deze geven (wanneer het gaat om budgetallocatie vanuit de clusterbegroting) op maatregelniveau hun goedkeuring aan het conceptvoorstel voor de wijkagenda. Waar het gaat om financiële bijdragen van andere coalitiepartners, dan is het aan de budgethouders van deze coalitiepartners om dit deel van de begroting te accorderen. De manager Leefbaarheid & Veiligheid heeft het mandaat over de inzet van het wijkbudget voor de maatregelen uit de wijkagenda. De wijkcoalitie stelt de uiteindelijke wijkagenda op en biedt deze aan voor besluitvorming bij de coalitiepartners. De wijkcoalitie bepaalt de vorm waarop de wijkagenda namens de betrokken wijkbewoners/ wijkpartijen wordt goedgekeurd. Binnen de gemeente worden de wijkagenda’s onder verantwoordelijkheid van het cluster Leefbaarheid en Veiligheid aan het College van B&W aangeboden voor vaststelling. De wijkagenda’s worden na vaststelling door het college van B&W aan de gemeenteraad aangeboden en toegelicht.
In hoofdstuk 6 wordt het budgettaire voorstel voor de inzet en toekenning van de middelen uit het wijkbudget verder uitgewerkt.
21
GEMEENTE ROERMOND
WIJKEN- EN KERNENBELEID
4 Inwonerinitiatieven in het wijken- en kernenbeleid 4.1 Inleiding
het wijkgericht werken. Het wijken- en kernenbeleid gaat wél over inwonerinitiatieven en beleidswensen. Onderstaand kader geeft het verschil weer tussen inwonerinitiatieven en beleidswensen.
In dit hoofdstuk gaan we in op de plek van inwonerinitiatieven in het wijkgericht werken. Als gemeente vinden we het belangrijk om ruimte te laten aan initiatieven vanuit de samenleving, om zo samen met onze inwoners Roermond vorm te geven. Zo versterken we de betrokkenheid van inwoners bij hun eigen leefomgeving, benutten we de kennis en kracht van de samenleving en bieden we inwoners de ruimte om hun capaciteiten en kwaliteiten in te zetten voor hun buurt. In de Nota Actief Burgerschap (2015) hebben we hiervoor de lijnen uitgezet; in de Participatieverordening zijn de belangrijkste spelregels uitgewerkt.
Onder een inwonerinitiatief verstaan we een idee dat één of meerdere inwoners, soms met steun van derden, zelf uitwerken tot een plan en dat zij zelf realiseren ten behoeve van anderen of de samenleving, waarmee ze een bijdrage willen leveren aan zaken die hen aan het hart gaan in het publieke domein. Het initiatief dient een maatschappelijk relevant doel, heeft geen winstoogmerk of commercieel belang en komt uit eigen beweging tot stand. Bij een inwonerinitiatief ligt het eigenaarschap bij de inwoners. Bij de realisatie heeft de gemeente in beginsel een beperkte rol.