Bijlage 1 'Thuis in Roermond. Wonen, welzijn en zorg'
Tekst van het document
Dit betekent bijvoorbeeld dat ouderen uit eengezinswoningen doorstromen naar kleinere, meer geschikte woningen. Over het algemeen is de verhuisbereidheid onder ouderen echter laag. Dit komt doordat een groot deel van hen in een koopwoning woont. Uit voorzorg verhuizen naar een meer geschikte woning lijkt financieel vaak niet aantrekkelijk, omdat de huurkosten soms hoog zijn in vergelijking met een hypotheek of zelfs een afbetaalde woning. Hierdoor blijven veel mensen in hun woning wonen totdat het echt niet meer gaat. Daarnaast zien veel ouderen op tegen de praktische en emotionele last van een verhuizing. Om de verhuisbereidheid te vergroten, moeten we ouderen beter informeren over de beschikbare opties, helpen om belemmeringen weg te nemen, en hen een aantrekkelijk aanbod in hun eigen wijk of buurt bieden. Uiteindelijk begint dit proces bij bewustwording: het besef dat de huidige woning op termijn wellicht niet meer aansluit bij hun behoeften. Het aantal inwoners met een chronische ziekte of beperking zal toenemen, wat van invloed kan zijn op hun woonbehoeften. Daarom willen we ouderen stimuleren om zich voor te bereiden op het ouder worden, zodat zij zelfredzaam kunnen blijven. Omdat het soms lastig is om wegwijs te worden in het aanbod en de (on)mogelijkheden, richt de gemeente zich naast bewustwording ook 31
visie wonen welzijn en zorg
4. Ambities Thuis in Roermond
op het informeren van ouderen over de beschikbare opties op het gebied van leefstijl, woningaanpassingen, verhuizen, mantelzorgwoningen, algemene voorzieningen en technologie. In Roermond zijn er al Seniorenadviseurs actief die preventieve huisbezoeken doen bij 75-jarigen, 80-jarigen en weduwen en weduwnaars. Daarnaast zijn er sinds kort wooncoaches, vanuit een woningcorporatie, die ouderen ondersteunen bij verhuizingen. Samen met seniorenorganisaties onderzoeken we manieren om mensen vanaf de pensioenleeftijd nog beter te informeren. De ervaringen van de informatiebeurs, die in oktober is georganiseerd voor deze doelgroep, worden hierbij meegenomen. Op basis daarvan ontwikkelen we een bewustwordings- en informatiecampagne voor (jonge) senioren. In andere gemeenten zijn er ook diverse pilots op dit thema, waar we van kunnen leren. Een goed voorbeeld is de samenwerking in Kerkrade met de Rabobank, waarbij senioren met een koopwoning inzicht krijgen in hun financiële situatie en mogelijkheden. Dit model biedt ouderen advies over passend wonen en kan mogelijk door Roermond worden overgenomen.
32
visie wonen welzijn en zorg
4. Ambities Thuis in Roermond
Ambitie 4: De stad waar wonen, welzijn en zorg verbonden zijn Om ‘Thuis in Roermond’ te realiseren, vormt de leefwereld van de inwoners en hun behoeften de basis van onze visie. Deze visie brengt wonen, welzijn en zorg samen, waarbij samenwerking tussen deze domeinen cruciaal is. Dit is niet alleen belangrijk voor het verbeteren van de levenskwaliteit en het bevorderen van zelfstandig wonen, maar ook voor een efficiënte inzet van middelen en het bieden van noodzakelijke ondersteuning en zorg aan degenen die het nodig hebben. In onze aanpak richten we ons op wonen-welzijn-zorg clusters. Voor elk gebied evalueren we de specifieke behoeften en mogelijkheden en voeren we gesprekken met de lokale inwoners. We maken zoveel mogelijk gebruik van bestaande wijkstructuren en andere lopende gemeentelijke ontwikkelingen, zoals het wijken- en kernenbeleid en de wijkcoalities die daarbij worden gevormd. Bovendien kijken we verder dan de gebruikelijke betrokkenen en betrekken we ook ondernemers, bedrijven en (vrijwilligers)verenigingen, vooral in de gebiedsgerichte aanpak op wijkniveau. Ambitie 4.1 Meer met minder handen Zelfs met een verbeterd woningaanbod, vitale wijken en actieve inwoners, zal de druk op de zorg blijven stijgen. Het is essentieel om de beperkte aantal zorgverleners slimmer en efficiënter in te zetten.
Dit vereist een sterke samenwerking met en tussen woningcorporaties, ouderenorganisaties, welzijnsorganisaties, wijk- en dorpsraden, vrijwilligers, zorgaanbieders en andere betrokken partijen binnen wonen, welzijn en zorg. Door partijen met elkaar te verbinden en samenwerking te stimuleren, creëren we de noodzakelijke schaalgrootte om de zorg effectief te kunnen aanbieden. Samenwerking en een integraal sociaal benaderingsmodel zijn essentieel om zorg en welzijn optimaal en drempelloos te organiseren. Dit helpt de stapeling van zorg te voorkomen, wat zowel de kosten als de benodigde arbeidsinzet vermindert. Daarom zetten we in op verkenning van een integraal zorg- en hulpaanbod, gebaseerd op de visie van de ‘sociale benadering’. De holistische Sociale Benadering (SB-visie) op zorg en welzijn, geïnspireerd door het gedachtegoed van positieve gezondheid, bevordert een domeinoverstijgende organisatie van zorg en welzijn, wat de kwaliteit van leven van inwoners ten goede komt. De SB-visie plaatst het normale dagelijks leven van de inwoner en diens naasten centraal, waarbij de ondersteuningsbehoefte en thema’s op het gebied van kwaliteit van leven de leidraad vormen, in plaats van het aanbod. Het doel van het integrale SB-model is om alle betrokken professionals in de ketensamenwerking een nieuwe manier van kijken te laten toepassen.
Het startpunt is wat iemand wél kan en welke rol het eigen informele netwerk kan spelen. Het kunnen blijven deelnemen aan het reguliere aanbod en de acceptatie daarvan door anderen sluit aan bij het streven naar inclusie. Dit resulteert in een gezamenlijk vastgestelde taakopvatting voor professionals, die daardoor vaker een stapje terug kunnen doen. Deze werkwijze sluit aan bij het gebiedsgericht en gebiedsgeorganiseerd werken binnen Roermond. Het uiteindelijke doel is een vloeiende klantreis voor inwoners, vooral ouderen, waarbij zowel lichte ondersteuningsvragen als 24-uurs zorg worden gefaciliteerd. Het toepassen van het SB-model vereist een intensieve aanpak. Daarom starten we met de verkenning en toepassing binnen twee woon-welzijn-zorgclusters. De lessen die we hieruit leren, worden vervolgens in een latere fase op andere gebieden toegepast. Hoe brengen we de samenwerking op gang en faciliteren we deze? Roermond beschikt over diverse overlegstructuren en netwerken. We zullen een samenwer33
visie wonen welzijn en zorg
4. Ambities Thuis in Roermond
Roermond beschikt over diverse overlegstructuren en netwerken. We zullen een samenwerkingsstructuur ontwikkelen voor wonen, welzijn en zorg, waarbij we zoveel mogelijk aansluiting zoeken bij bestaande structuren en netwerken. Deze structuur biedt ook inzicht in de voortgang en acties van deze visie. Elk jaar organiseren we lokale netwerkbijeenkomsten om de betrokken partijen de kans te geven elkaar beter te leren kennen en op de hoogte te blijven van elkaars wensen, behoeften en ambities. In de aanpak van de wonen-welzijn-zorgclusters brengen we de betrokken partijen intensiever samen om gezamenlijk aan de slag te gaan binnen het gebied. Bij het opstellen van het uitvoeringsplan voor een cluster streven we naar een gezamenlijk plan van aanpak, waarbij we de rollen van alle partijen respecteren en formeel commitment vastleggen, bijvoorbeeld door ondertekening van het plan of het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst. De samenwerkingsvorm wordt verder verkend door de aan te stellen projectleider, in overleg met de partners in het gebied.
Technologie: In tijden van arbeidskrapte is het cruciaal om digitale zorgtechnologieën, zoals e-health en domotica, in te zetten om de zorg beheersbaar te houden. Dit omvat een breed scala aan (zorg)technologieën, zoals telezorg, monitoring, personenalarmsystemen, valdetectie, elektronische medicijndispensers, domoticasystemen, smartwatches, “slimme” koelkasten en seniorentablets. Deze technologieën kunnen bijdragen aan een hogere intensiteit en kwaliteit van zorg zonder dat er meer personeel nodig is. Door de inzet van dergelijke technologieën kan de eigen regie van ouderen worden vergroot, hun kwaliteit van leven verbeteren en kan de inzet van schaarse zorgverleners efficiënter worden. Het gebruik van digitale zorgtechnologieën wordt steeds gebruikelijker en breder geaccepteerd in de zorg. Het voordeel van deze technologieën is dat ze de belasting op zorgpersoneel kunnen verminderen, waardoor ouderen mogelijk langer in hun eigen woning kunnen blijven wonen of comfortabeler en veiliger kunnen verblijven in een zorginstelling. Het maakt daarbij geen verschil of dit nu in een reguliere woning of in een instelling is. Om de zelfredzaamheid en bewegingsvrijheid van inwoners daadwerkelijk te vergroten met behulp van technologie, is het essentieel dat zij vertrouwd raken met deze technologieën.
Zorgverleners spelen hierbij een belangrijke rol door inwoners en hun mantelzorgers te informeren en te stimuleren om gebruik te maken van technologische ondersteuning. Ook de gemeente kan hierin een rol spelen. Het Living Lab Zorgtechnologie9101 is een uitstekend voorbeeld van hoe de gemeente samen met andere partners werkt aan de verdere ontwikkeling van zorgtechnologieën. Dit lab bevordert de bewustwording van hoe technologie kan worden ingezet, onder het motto “onbekend maakt onbemind.” Daarom investeren we als gemeente in het bekendmaken van technologische mogelijkheden, het faciliteren van toegang, en het bevorderen van kennisdeling en samenwerking op dit gebied.
10
34
Living Lab Zorgtechnologie | Gilde Opleidingen.
visie wonen welzijn en zorg
4. Ambities Thuis in Roermond
Hoewel digitale technologie veel voordelen biedt, is het belangrijk om te waken voor mogelijke nadelen, zoals een toename van vereenzaming bij ouderen of mensen met psychologische of lichamelijke beperkingen. Technologie mag nooit het noodzakelijke menselijke contact vervangen en moet altijd ondersteunend blijven, niet leidend. Ambitie 4.2 Samenwerking in de regio Samenwerking met de gemeenten in de regio is voor ons van groot belang om verschillende redenen: •
Sommige voorzieningen hebben een regionale functie. Het is cruciaal om regionale afspraken te maken over de toegankelijkheid en het gebruik van deze voorzieningen.
•
Afspraken over de huisvesting en spreiding van aandachtsgroepen zijn nodig, vooral gezien de gespannen woningmarkt en het tekort aan sociale huurwoningen in onze regio.
•
We kunnen veel leren van andere gemeenten in de regio. De uitdagingen waarmee wij worden geconfronteerd, komen vaak overeen met die van andere gemeenten.
•
Veel partijen, zoals zorgaanbieders en woningcorporaties, opereren op regionaal niveau.
We zetten de bestaande regionale samenwerking voort. Samen met de gemeenten in Midden-Limburg hebben we een woonzorganalyse uitgevoerd. Op basis hiervan ontwikkelen we een overkoepelend kader voor de thema’s die regionaal belangrijk zijn. Dit kader zal dienen als basis voor verdere afspraken en de verdere uitwerking van deze visie. Een concreet voorbeeld van regionale samenwerking is te vinden in de aanpak van de doelgroep Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Bemoeizorg. De gemeenten in de regio hebben gezamenlijk zorg ingekocht, dieinnu geleverd door drie combinaties van zorgaanDeze samenwerking is verankerd dewordt Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026, bieders. minder vormen van zijn wonen begeleiding de gemeenten metVoor name in de intensieve pijler ‘Wonen & Thuis in demet wijk’. Deze pijlerregelen omvat ambities zoals dit lokaal.de transformatie van Beschermd Wonen en Opvang, het bieden van meer passende woonoplossingen en het versterken van de veerkracht in de wijken. Concrete doelen zijn onder andere het spreiden van voorzieningen over de regio en de samenwerking met woningcorporaties en zorgaanbieders om mensen die uit voorzieningen stromen te huisvesten. Ook is een concreet doel het vinden van woonoplossingen voor zorgwekkende zorgmijders. Dit kan bijvoorbeeld met ‘Skaeve Huse’ of soortgelijke woonoplossingen.
‘Skaeve Huse’ zijn eenvoudig ingerichte eenpersoonswoningen die op afstand staan van andere huizen in een rustige omgeving, waarop beheersmaatregelen van toepassing zijn.
35
visie wonen welzijn en zorg
5. Dynamische actieagenda
5. Dynamische actieagenda Uit de vorige hoofdstukken blijkt dat er al inspanningen zijn geleverd om de ambities van Thuis in Roermond te realiseren. We hebben de dynamische actieagenda opgezet om verdere stappen te zetten. Aangezien de uitdaging zo complex is, kunnen we niet alles van tevoren overzien. De actieagenda is daarom flexibel en zal worden aangepast en aangevuld waar nodig en gewenst. In de onderstaande tabel worden de actielijnen en bijbehorende acties van de dynamische actieagenda beschreven.
Overkoepelende acties
01. Aanstellen van een projectleider met de opdracht om: • de wonen-welzijn-zorg clusters aanpak op te zetten en begeleiden. • de dynamische actieagenda te coördineren. • te verkennen of er draagvlak en mogelijkheden bij samenwerkende partijen zijn om een transformatieplan IZA in te dienen om extra transformatiegelden (of andere subsidies en gelden) te werven voor de doelstellingen uit deze visie.
36
‘28
‘27
‘26
‘25
‘24
Inwoners
Planning (jaartallen)
Zorg
Welzijn
Markt
Corporaties
Trekkers (donkergrijs) en betrokkenen (lichtgrijs) Gemeente
Actie
visie wonen welzijn en zorg
5. Dynamische actieagenda
Ambitie 1: De stad waar je wilt leven.
‘28
‘27
‘26
‘25
‘24
Inwoners
Planning (jaartallen)
Zorg
Welzijn
Markt
Corporaties
Trekkers (donkergrijs) en betrokkenen (lichtgrijs) Gemeente
Actie
1.1 Starten met een wonen-welzijn-zorg clusters Aanpak in Swalmen, Roermond-Oost en Maasniel. Andere gebieden volgen in de jaren erna. Voor definitie en globale aanpak zie ambitie 1. Gebiedsgerichte inzet op o.a.: • efficiëntere en afgestemde ondersteuning en zorg. • technologische innovatie. • voorzieningen in nabijheid. • sociale basis versterken en ontmoeting stimuleren. • de juiste woningen en woon(zorg)vormen toevoegen. Daarbij samen met partijen kijken naar mogelijkheden voor woon(zorg)vormen zoals het ‘Zorgbuurthuis’ en vergelijkbaar. • goede fysieke inrichting van de wijk.
1.2 Goede spreiding en mix van aandachtsgroepen over de wijk: door middel van toewijzing, prestatieafspraken en spreiding van nieuwbouw (de Quickscan en andere projecten). Bij toetsing van woon(zorg) initiatieven.
1.3 Acties die al worden opgepakt vanuit andere beleidsprogramma’s of reguliere inzet: • Onderzoeken op welke manieren overlast door zorgmijdende inwoners met onbegrepen gedrag beperkt kan worden. Onderzoek heeft plaatsgevonden naar woonoplossingen voor bijzondere doelgroepen. Dit wordt in regionaal verband opgepakt. • T.a.v. fysieke omgeving; Groenvisie, handboek openbare ruimte, uitvoeringsprogramma omgevingsvisie, diverse gebiedsontwikkelingen, aanpak beweegvriendelijke openbare ruimte. • T.a.v. (sociale) voorzieningsstructuur: Wijken- en kernenaanpak, accomodatiebeleid, beleids dagelijkse voorzieningstructuur, Kiezen voor Kansen. • Gehandicaptenparkeerplaatsen: Kritisch kijken naar het aantal, de spreiding en bruikbaarheid van de gehandicaptenparkeerplaatsen in relatie tot de groei van de doelgroep.
37
visie wonen welzijn en zorg
5. Dynamische actieagenda
Ambitie 2: De stad waar iedereen meedoet.
2.1 De uitvoering van deze ambitie landt met name in de uitwerking van de wonen-welzijn-zorg clusters. Zie ambitie 1 en bijbehorende acties en planning.
2.2 Acties die al worden opgepakt vanuit andere beleidsprogramma’s of reguliere inzet: • De gemeente werkt gebiedsgericht en -georganiseerd samen met samenwerkingspartners zoals Vijf (begeleiding Wmo en samenlevingsopbouw), AMW (maatschappelijk werk), MEE (cliëntondersteuning), Wel.kom (jongerencoaching) en het CJG (jeugdhulp). Start eind 2024 met Donderberg en gebied KKKHV. • Aansluiten bij en verbinding leggen met de uitvoering van de lopende programma’s zoals ‘Kiezen voor kansen’, GALA, versterken sociale basis enzovoorts. Ook de lopende programma’s en acties zoals Seniorvriendelijk Roermond, aanpak eenzaamheid, valpreventie, versterken mantelzorgondersteuning e.d. worden voorgezet.
38
‘28
‘27
‘26
‘25
‘24
Inwoners
Planning (jaartallen)
Zorg
Welzijn
Markt
Corporaties
Trekkers (donkergrijs) en betrokkenen (lichtgrijs) Gemeente
Actie
visie wonen welzijn en zorg
5. Dynamische actieagenda
Ambitie 3: De stad met een passende woning voor iedereen.
‘28
‘27
‘26
‘25
‘24
Inwoners
Planning (jaartallen)
Zorg
Welzijn
Markt
Corporaties
Trekkers (donkergrijs) en betrokkenen (lichtgrijs) Gemeente
Actie
3.1 De geconstateerde opgave in plannen laten landen, zo nodig op eigen initiatief. Met oog op spreiding over de wijken. Nieuwe plannen zullen daarbij het meeste ruimte bieden. Nieuwe plannen kunnen voortkomen uit de markt en/of uit het traject van de Quickscan en Limburg Centraal.
3.2 Afwegingskader voor nieuwe woonzorgconcepten operationaliseren: deze visie biedt het globale kader voor nieuwe woonzorgconcepten. Dit globale kader wordt verder gedetailleerd.
3.3 Bestaande bouw zorggeschikt maken: met corporaties maken we hier afspraken over in de prestatieafspraken. Voor particuliere huiseigenaren willen we een zogenoemde blijverslening en/ of verzilverlening inzetten. Besluitvorming door gemeenteraad over de financiering moet nog plaatsvinden, voorstel volgt in 2025.
3.4 Toegankelijkheid bij nieuwbouw prominenter op de agenda zetten en sturen op aanpasbaar bouwen. Zie globaal kader onder ambitie 3.
3.5 Meer ruimte voor goede woninginitiatieven met kleinere woningen: we houden het bestemmingsplan ‘Herziening paraplu bestemmingsplan kamerverhuur en ministudio’s’ (dat per 1 januari 2024 van rechtswege onderdeel is geworden van het Omgevingsplan van de gemeente Roermond) in stand. Wel passen we het bijbehorende uitvoeringsbeleid aan om iets meer ruimte te bieden voor goede initiatieven met kleinere woningen en/of woningdelen, waarvan we verwachten dat ze de leefbaarheid niet aantasten.
3.6 Huisvesting jongeren: gezamenlijk onderzoek met woningbouwcorporaties naar de woonwensen, mogelijkheden en knelpunten voor jongeren in Roermond. Op basis hiervan worden acties afgesproken in de prestatieafspraken vanaf 2025.
39
5. Dynamische actieagenda
‘28
‘27
‘26
‘25
‘24
Inwoners
Planning (jaartallen)
Zorg
Welzijn
Markt
Trekkers (donkergrijs) en betrokkenen (lichtgrijs) Gemeente
Actie
Corporaties
visie wonen welzijn en zorg
3.7 Samenwonen, woningdelen en splitsing mogelijk maken waar passend: ee zoeken ruimte in de bestaande regelgeving om kansrijke vormen van samenwonen/woningdelen en splitsing mogelijk te maken en werken dit samen met partners (o.a. corporaties) verder uit. 3.8 Leegstaand vastgoed inzetten voor kleine betaalbare woningen: we maken een inventarisatie en hebben overleg met partijen die beschikken over leegstaand vastgoed.
3.9 Verbeteren van woningtoewijzing en doorstroming samen met corporaties: in samenwerking met de corporaties zorgen we ervoor dat zorggeschikte woningen vaker bewoond kunnen worden door de inwoners die dit het hardst nodig hebben. We maken daarbij ook gebruik van ervaringsdeskundige om de ‘klantreis’ beter in beeld te krijgen van woningzoekenden die specifieke woningen nodig hebben i.v.m. toegankelijkheid. Daarnaast kijken we ook naar voorbeelden van andere gemeenten en corporaties, zoals bijvoorbeeld woningruil. Om doorstroming te realiseren verkennen we gezamenlijk met de corporaties of de pilot in Kerkrade van Wonen Zuid, of soortgelijke interventies, in Roermond ingezet kunnen worden.
3.10 Vergemakkelijken en duidelijker maken van regelgeving voor mantelzorgwoningen: hieronder vallen ook prémantelzorgwonigen, kangeroewoningen en jongerenwoningen.
3.11 Voorlichting en bewustwording om inwoners voor te bereiden op de toekomst: samen met seniorenorganisaties bekijken we op welke wijze we mensen rond de pensioenleeftijd kunnen informeren. De ervaringen van de informatiebeurs 65+ die plaats vond in oktober 2024 nemen we daarin mee. Daarbij kijken we nadrukkelijk ook naar advisering van senioren in koopwoningen, naar voorbeeld van de aanpak die in Kerkrade wordt toegepast in samenwerking met de Rabobank.
3.12 Acties die al worden opgepakt vanuit andere beleidsprogramma’s of reguliere inzet: • Vanuit Wmo beleid: nieuwe uitvoeringsovereenkomst van de gemeenten in Midden-Limburg Oost met woningcorporaties rondom woonvoorzieningen (Wmo) en een marktonderzoek naar de het uitvoeren van woningaanpassingen en een eventuele aanbesteding daarvan.
40
visie wonen welzijn en zorg
5. Dynamische actieagenda
Ambitie 4: De stad waar inwoners, wonen, welzijn en zorg verbonden zijn.
‘28
‘27
‘26
‘25
‘24
Inwoners
Planning (jaartallen)
Zorg
Welzijn
Markt
Corporaties
Trekkers (donkergrijs) en betrokkenen (lichtgrijs) Gemeente
Actie
4.1 Realiseren van een samenwerkingsstructuur op het gebied van wonen welzijn en zorg, waarbij we zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande structuren/netwerken. Jaarlijks lokale netwerkbijeenkomsten. In de aanpak van de wonen-welzijn-zorg clusters brengen we de in dat gebied betrokken partijen meer intensief bij elkaar om daadwerkelijk samen aan de slag te gaan in het gebied. Gewenste uitkomst is een gezamenlijk plan van aanpak met commitment. Hierin is ook speciale aandacht voor technologie. We investeren als gemeente in het meer bekend maken (ook direct bij inwoners) en eventueel faciliteren van de mogelijkheden en kennisdeling en proberen samenwerking aan te jagen op dit gebied
4.2 Acties die al worden opgepakt vanuit andere beleidsprogramma’s of reguliere inzet: • Zie ook actieagenda 2.2. Dit zijn concrete trajecten waarin de samenwerking wordt vormgegeven. • Vanuit verschillende beleidsdisciplines is er al regionale afstemming, zijn er beleidsprogramma’s en wordt er in sommige gevallen gezamenlijk ingekocht. Er zijn diverse regionale samenwerkingen, hier borduren we op voort. Om invulling te geven aan de ambities in deze visie.
41
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
6. Monitoring en evaluatie Wat monitoren en evalueren we? We zullen de woningbouwprogrammering volgen door te monitoren in welke mate er in absolute termen voldoende woningen worden toegevoegd. Daarnaast evalueren we of het aanbod aanbetaalbare en passende woningen voldoet aan de categorieën zoals beschreven in de visie. Met de verwachte inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‘Versterking regie op volkshuisvesting’ zal de visie onderdeel worden van het ‘Volkshuisvestingsprogramma’. Zodra dit programma voor Roermond concreet wordt uitgewerkt, integreren we de monitoring en evaluatie van deze visie in het proces van het volkshuisvestingsprogramma. De voortgang van de actieagenda wordt jaarlijks zowel ambtelijk als bestuurlijk gemonitord door de voortgang van alle acties te volgen. Jaarlijks worden de betrokken raadscommissies hierover geïnformeerd via een commissie informatiebrief. Na vier jaar vindt er een uitgebreide evaluatie plaats met de gemeenteraad. Op basis van deze evaluatie wordt een nieuw voorstel gepresenteerd voor eventuele verlenging en wijzigingen van de actieagenda die nu is weergegeven tot en met 2028. Budgetten en monitoring De actieagenda start in 2024 en wordt tot en met 2026 gefinancierd uit de bestaande incidentele budgetten voor ‘Nieuwe Woonvormen’. Gedurende deze periode worden diverse actielijnen opgepakt volgens de dynamische actieagenda.
Gedurende de uitvoering worden enkele acties verder gedetailleerd uitgewerkt en opgepakt, waardoor voor sommige acties meer duidelijkheid ontstaat of er behoefte is aan aanvullende middelen, zowel in termen van personeel als budget. Na 2026 zijn er geen incidentele middelen meer beschikbaar voor de actieagenda wonen, welzijn en zorg. Gezien de lange termijn ambities en de grote uitdagingen, is vanaf 2027 structurele financiering nodig. In het voorbereidingsproces voor de begroting 2027, begin 2026, wordt dit verder uitgewerkt in de kadernota en het begrotingsvoorstel.
42
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
Bijlage A: Woonzorganalyse Midden-Limburg en factsheet Roermond Samen met zes andere gemeenten in Midden-Limburg hebben wij HHM&In.Fact.Research ingeschakeld om een grondige analyse uit te voeren van de huidige situatie en toekomstige ontwikkelingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. De resultaten van deze analyse zijn vastgelegd in de woonzorganalyse en de bijbehorende factsheet van Roermond, die als afzonderlijke documenten zijn bijgevoegd.
Bijlage B: Samenvattting opgaves doelgroepen Woonzorganalyse Midden-Limburg In deze bijlage staat een samenvatting van de opgaven voor Roermond zoals vastgesteld in de woonzorganalyse van Midden-Limburg. We presenteren de opgaven per doelgroep, met een focus op mensen met een kwetsbare positie op de woningmarkt, zoals weergegeven in de tabel.
Doelgroep visie wonen, welzijn en zorg
Kwantitatieve opgave
Kwalitatieve opgave
1. Ouderen met een zorg- of ondersteuningsvraag.
•
Het aandeel ouderen van 75 jaar en ouder stijgt van 10% naar 16% in 2040.
•
Naar verwachting is er een behoefte aan 475 extra woningen met 24-uurs zorg.
Verhogen van de bewustwording bij ouderen die (nog) geen zorgof ondersteuningsvraag hebben over de mogelijkheden om langer thuis te blijven wonen.
•
2. Jongeren met een zorg- of ondersteuningsbehoefte en jongvolwassenen (18+) die uitstromen uit Jeugdzorg.
Versterken van de sociale basis om informele netwerken van inwoners te versterken, zelfredzaamheid te bevorderen en eenNaar verwachting zijn zaamheid te verminderen. er 465 extra inwoners met behoefte aan zorg op afroep.
•
Het totale aantal inwoners tot 25 jaar neemt tussen 2020 en 2030 toe met 120.
Landelijk beleid, zoals de Hervormingsagenda Jeugd, kan aanzienlijke impact hebben op de jeugdzorg.
•
Momenteel maken 1.435 (11%) jongeren gebruik van jeugdzorg, waarvan 125 (0,9%) jeugdzorg met verblijf.
Er is een tekort aan goedkope kleine woningen, waardoor de uitstroom van kwetsbare jongvolwassenen uit instellingen moeizaam verloopt. Dit kan de effectiviteit van behandelingen verminderen door langdurig verblijf.
43
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
3. Mensen met GGZ-problematiek of psychische kwetsbaarheid.
4. Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking.
•
Ongeveer 1.050 inwoners hebben GGZ-problemen of een psychische kwetsbaarheid. Naar verwachting blijf dit aantal stabiel de komende jaren.
Zelfstandig wonende mensen met GGZ-problemen hebben behoefte aan een passende woonsituatie met betaalbare woningen, prikkelarme omgevingen, goede voorzieningen en, indien nodig, adequate ondersteuning.
•
In 2022 waren er 1.570 inwoners met mobiliteitsproblemen in huis.
•
In 2027 worden naar schatting 5.710 inwoners met een lichte verstandelijke beperking en 230 met een matige of ernstige verstandelijke beperking verwacht.
De bestaande 6.550 toegankelijke woningen en 18.900 aanpasbare woningen betekenen dat de opgaven niet alleen betrekking hebben op nieuwbouw, maar ook op woningaanpassingen, verdeling en organisatie.
•
Voor 2027 worden 5.360 inwoners met een zintuigelijke beperking voorspeld.
Tabel 2. Overzicht opgaven en doelgroepen met een zorg- of ondersteuningsbehoefte.
44
De aanpak moet gericht zijn op preventie, vroegsignalering en thuisbegeleiding, met een focus op het versterken van de sociale basis in wijken.
De opgaven voor mensen met een verstandelijke beperking richten zich vooral op de woonomgeving, toegankelijkheid van voorzieningen, begeleiding en sociaal netwerk.
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
Bijlage C: De woning- en transformatieopgave nader uitgelicht Nultredenwoningen De opgave van 2.900 nultredenwoningen, zoals vermeld in ambitie 3.1, is gebaseerd op het woningmarktonderzoek 2018 en een bijwerking op basis van de huishoudensprognose Etil 2023. Tot 1 januari 2024 zijn er 2.700 nultredenwoningen gerealiseerd of gepland. Dit betekent dat er nog minimaal 200 nultredenwoningen extra moeten worden gepland, met een extra buffer om onzekere factoren zoals netwerkcongestie en het stikstofdossier op te vangen. We bereiden ons voor op scenario’s waarbij nieuwbouwambities mogelijk niet (tijdig) gerealiseerd worden en onderzoeken mogelijkheden binnen de bestaande woningvoorraad. De opgave voor wonen en zorg maakt deel uit van een bredere woningbehoefte. In 2024 levert de regio een woningbehoefteonderzoek op om het inzicht in reguliere woningbehoeften te actualiseren. Als uit dit onderzoek blijkt dat de behoefte aan nultredenwoningen hoger is dan de 2.900 woningen die momenteel worden nagestreefd, wordt de ambitie bijgesteld. Ook wordt de behoefte aan geclusterd wonen, los van de zorgvraag, onderzocht. De rijksoverheid bevordert geclusterd wonen voor een bredere groep dan alleen inwoners met een zorgvraag. Het nieuwe woningmarktonderzoek zal bepalend zijn voor de opgave in deze visie.
Woningbouw- en transformatieopgave voor aandachtsgroepen Volgens het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting zal de Visie wonen, welzijn en zorg vanaf 2026 een verplicht onderdeel worden van het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma. Daarom besteden we binnen deze visie aandacht aan de verschillende aandachtsgroepen. Hieronder een beknopte toelichting per aandachtsgroep. Aandachtsgroepen met urgentie Voor sommige aandachtsgroepen is het verkrijgen van huisvesting dringend noodzakelijk. Dit betreft vooral mensen in kwetsbare posities die door een gebrek aan huisvesting ook op andere levensgebieden in problemen komen of langer dan nodig in instellingen verblijven. Deze groepen worden landelijk als urgentiecategorieën beschouwd en krijgen voorrang bij de toewijzing van woonruimte. Het betreft onder andere woningzoekenden die uitstromen vanuit instellingen, (dreigend) daklozen en mensen met een medische urgentie. Aandachtsgroepen zonder zorg- of ondersteuningsbehoefte Er zijn ook aandachtsgroepen die niet als urgentiecategorie worden beschouwd, maar die wel invloed hebben op de huisvestingsopgave. Dit zijn onder andere arbeidsmigranten, woningzoekende studenten en woonwagenbewoners. Voor deze groepen bestaan al beleidskaders en programma’s. Deze visie richt zich echter voornamelijk op de doelgroepen met een ondersteunings- en zorgvraag.
Studenten Studenten worden in het kader van ‘Een thuis voor iedereen’ als aandachtsgroep benoemd vanwege de aanzienlijke tekorten aan studentenhuisvesting, vooral bij aanvang van elk studiejaar. Roermond heeft geen universiteiten of hogescholen en heeft daardoor met 2,8% minder studenten dan het Nederlandse gemiddelde van 4,7%. Studenten in Roermond wonen vaak bij hun ouders en studeren elders. Na hun studie ondervinden ze moeilijkheden bij het vinden van een reguliere woning, vergelijkbaar met andere jongeren. Er wordt momenteel door de gemeente en corporaties 45
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
gezamenlijk onderzoek gedaan naar de huisvestingsvraag voor jongeren van 18 t/m 27 jaar. Dit onderzoek, dat in het vierde kwartaal van 2024 gereed moet zijn, zal resulteren in maatregelen om de woonopgaven voor jongeren, inclusief studenten, aan te pakken. Arbeidsmigranten De regio en de gemeente hebben behoefte aan internationale werknemers, en de robotisering verloopt trager dan verwacht, wat leidt tot een huisvestingsvraagstuk. Arbeidsmigranten maken gebruik van diverse woonvormen zoals kamerbewoning, ministudio’s en woonunits gerelateerd aan hun werkplek. Bestaande en nieuwe initiatieven worden getoetst aan bestemmingsplannen en beleidskaders voor kamerverhuur en ministudio’s. Werkgevers hebben de verantwoordelijkheid om goede woonruimtes voor hun personeel te bieden. Alle woonvormen moeten voldoen aan keurmerken zoals de Stichting Normering Flexwonen of het Agrarisch Keurmerk Flexwonen. We streven naar een goede balans tussen woonkwaliteit en leefbaarheid in de directe omgeving. Woonwagenbewoners In 2020 heeft Companen een onderzoek uitgevoerd naar de behoefte aan woonwagenstandplaatsen. De resultaten waren niet specifiek voor locaties of gezinsverbanden, dus heeft de gemeente Roermond een aanvullend onderzoek gedaan. Dit heeft een aanvullende behoefte van 19 standplaatsen tot 2033 opgeleverd.
Dit is vastgesteld door het college in november 2023, daarnaast is er een uitvoerend woonwagenbeleid in uitvoering. Verdere ontwikkeling richt zich op uitbreidingsmogelijkheden op bestaande locaties en de ontwikkeling van nieuwe locaties. Vergunninghouders De taakstelling voor de huisvesting van vergunninghouders is verhoogd. De uitdaging bestaat uit het vinden van geschikte woningen voor grotere gezinnen en het huisvesten van nareizigers. De gemeente werkt samen met woningcorporaties, maakt prestatieafspraken en onderzoekt mogelijkheden voor het huisvesten van grote gezinnen. Er wordt een convenant voorbereid om grote gezinnen te huisvesten en landelijke subsidiemogelijkheden te verkennen. Communicatie en transparantie over de huisvesting van vergunninghouders zijn extra aandachtspunten. Om de uitdagingen aan te pakken, worden de volgende maatregelen getroffen:
46
•
We onderzoeken mogelijkheden voor samenwerking met andere gemeenten om sneller een passende woning te vinden voor de doelgroep. Dit kan het proces versnellen en de effectiviteit verhogen.
•
Er worden gesprekken gevoerd met woningcorporaties om te zorgen voor een adequate huisvesting van vergunninghouders. Deze gesprekken richten zich op het verbeteren van de toewijzing en beschikbaarheid van woningen.
•
In de prestatieafspraken met woningcorporaties worden concrete doelen en inspanningen vastgelegd voor het huisvesten van vergunninghouders, om ervoor te zorgen dat de taakstelling wordt gehaald.
•
Er wordt een convenant voorbereid om huisvesting van grote vergunninghoudersgezinnen te faciliteren. Dit omvat onder andere maatregelen om grotere woningen te vinden en het onderzoeken van subsidiemogelijkheden op landelijk niveau.
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
•
Er is extra capaciteit beschikbaar gesteld om te voldoen aan de verhoogde taakstelling voor de huisvesting van vergunninghouders.
•
Voor de doelgroep van vergunninghouders wordt extra aandacht besteed aan communicatie. We informeren over de genomen maatregelen en de specifieke doelgroep die hierdoor wordt beïnvloed. Daarnaast is er een aparte visie opgesteld voor de opvang van nieuwkomers, zoals vastgesteld door de gemeenteraad 4 juli 2024.
Bijlage D: Aanleiding, samenhang bestaand beleid en verhouding tot nieuwe wetgeving De ontwikkeling van een gemeentelijke woonzorgvisie is in 2022 geïnitieerd door Rijksbeleid, waaronder het programma ‘Een Thuis voor Iedereen’. Deze visie zal, volgens de planning, worden verankerd in het wetsvoorstel Wet versterking regie op volkshuisvesting (Wvrv). In dit wetsvoorstel is opgenomen dat gemeenten, in plaats van een woonvisie op grond van de Woningwet, een gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma moeten opstellen. Het Rijk heeft het voornemen om via instructieregels in het kader van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (onderdeel van de regelgeving Omgevingswet) richtlijnen te geven over de woonbehoefte van aandachtsgroepen en ouderen. Gemeenten worden verplicht om in het volkshuisvestingsprogramma te beschrijven hoe zij voorzien in de woonbehoefte van ouderen en aandachtsgroepen. Dit houdt specifiek in dat gemeenten moeten aangeven hoeveel nultredenwoningen, geclusterde woonvormen en zorggeschikte woningen zij van plan zijn te realiseren om te voldoen aan de vraag naar geschikte woningen voor ouderen. Volkshuisvestingsprogramma’s dienen regionaal afgestemd te worden. Met de introductie van de Wvrv zullen woonzorgvisies integraal onderdeel uitmaken van het volkshuisvestingsprogramma.
Dit betekent dat de huidige Visie wonen, welzijn en zorg de basis zal vormen voor het volkshuisvestingsprogramma, mits de Wvrv wordt ingevoerd zoals gepland. Naast deze visie vormt ook het reguliere woningbeleid de basis voor het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma. Het reguliere woonbeleid, vastgesteld door de raad in de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025, vormt momenteel de basis voor regionale afspraken over wonen in Midden-Limburg en geldt als de gemeentelijke woonvisie op basis van de Woningwet. De rol van deze structuurvisie zal veranderen met de inwerkingtreding van de Wvrv, hoewel de exacte details hiervan nog niet volledig duidelijk zijn. Wat wel duidelijk is, is dat de gemeente in 2024 een woningbehoefteonderzoek uitvoert om het onderzoek uit 2018, dat de basis vormde voor de structuurvisie, te actualiseren. De relatie tussen de Visie Wonen, Welzijn en Zorg (met als onderlegger de woonzorganalyse) en het beleid met betrekking tot regulier wonen (met als onderlegger het in 2024 uit te voeren woningbehoefteonderzoek) verdient nadere toelichting. Beide visies vullen elkaar aan. Het reguliere woningbeleid betreft de algemene woningbehoefte, zoals aantallen, typologieën en betaalbaarheid, terwijl deze visie specifiek gericht is op de behoeften van doelgroepen met ondersteuningsof zorgvragen en diverse aandachtsgroepen.
Hoewel de behoefte van specifieke doelgroepen ook binnen het reguliere woningbeleid wordt behandeld, wordt deze in de Visie Wonen, Welzijn en Zorg gedetailleerder gespecificeerd. Een belangrijk onderscheid is dat de Visie Wonen, Welzijn en Zorg de woningbehoefte benadert vanuit een noodzaakperspectief, namelijk hoeveel inwoners dergelijke woningen nodig hebben. Het reguliere woonbeleid richt zich daarentegen op de woonwensen en -behoeften in bredere zin.
47
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
Raakvlakken bestaand beleid Bij de uitwerking van de acties worden de volgende beleidskaders, beleidsplannen en programma’s in acht genomen: Gemeentelijk beleid: •
Coalitieakkoord
•
Preventie- en Gezondheidsbeleid
•
Sport- en Beweegbeleid 2024-2028
•
Programma Kiezen voor Kansen
•
GALA Plan Roermond
•
Wijken- en Kernenbeleid
•
Beleid Dagelijkse Voorzieningenstructuur
•
Beleidsplannen Fysiek Domein
•
Omgevingsvisie Roermond
•
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg (lokale deel)
Regionaal beleid: •
Beleidskader Sociaal Domein Midden-Limburg 2020-2028
•
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg
•
Regiovisie Meedoen en Wonen 2022-2026
Provinciaal/landelijk beleid: •
Rijksprogramma’s zoals ‘Een Thuis voor Iedereen’ en ‘Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen’ (WOZO)
•
Integraal Zorgakkoord (IZA)
•
Nationaal Actieplan Dakloosheid ‘Eerst een Thuis’
Bijlage E: Begrippen en definities Voorziening nabij binnen circa 400 meter (rollatorafstand) Binnen de woonzorgclusters is het cruciaal dat basisvoorzieningen zoals supermarkten, apotheken, gezondheidscentra en sociale ontmoetingsplekken binnen korte afstand bereikbaar zijn. Deze nabijheid bevordert de zelfredzaamheid van inwoners met mobiliteitsproblemen. De term “rollatorafstand” varieert in definities van 200 tot circa 500 meter. Wij hanteren de definitie van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, welke circa 400 meter hemelsbreed betreft.
48
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
Nultredenwoningen Zelfstandige woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn zonder trappen te hoeven gebruiken. Dit houdt in dat de woning zowel van buitenaf toegankelijk is zonder trappen (extern toegankelijk), als dat woonkamer, keuken, badkamer, toilet en minimaal één slaapkamer zonder trappen bereikbaar zijn (intern toegankelijk). Deze woningen zijn bij oplevering geschikt voor bewoning zonder verdere aanpassingen. Bijvoorbeeld, een reguliere eengezinswoning met een traplift is geen nultredenwoning. Geclusterde woningen Woningen die voldoen aan de definitie van nultredenwoningen en zijn georganiseerd in een geclusterde woonvorm. Deze woonvormen zijn ontworpen om sociaal contact en gemeenschapsgevoel te bevorderen, wat eenzaamheid tegen gaat en samenredzaamheid bevordert. Geclusterde woningen bevatten een ontmoetingsruimte, hetzij inpandig en op loopafstand (bijvoorbeeld circa 100 meter). Deze ruimte moet toegankelijk zijn voor bewoners en buurtbewoners en open en transparant gebruikt kunnen worden. Geclusterde woonvormen omvatten bijvoorbeeld hofjeswoningen, serviceflats, aanleunwoningen en seniorenflats. Zorg kan onder voorwaarden (Wlz) in deze woningen worden geleverd. Geclusterd wonen met 24-uurs zorg Dit omvat twee hoofdvormen: •
Traditionele verpleeghuizen: kamers voor zorgbehoevende ouderen met een Wlz-indicatie, waarbij zorg en huur als één pakket worden aangeboden (zorg in natura).
•
Geclusterd VPT: Woningen waarin ouderenzorg wordt geleverd los van de huur (scheiden van wonen en zorg). Dit lijkt op het verpleeghuis, maar met een andere financierings- en leveringsvorm.
Levensloopbestendige woningen Woningen die ontworpen zijn om toekomstige aanpassingen te vergemakkelijken, waardoor ze geschikt zijn voor gebruik in latere levensfasen. Er is geen verplicht eisenpakket voor levensloopbestendigheid. Wlz (Wet langdurige zorg) Deze wet voorziet in intensieve zorg voor personen die permanent 24 uur per dag zorg of toezicht nodig hebben. De Wlz kent twee financieringsvormen: Zorg in Natura (geld gaat naar de zorgaanbieder) en Persoonsgebonden Budget (PGB) (geld gaat naar de klant). Zorg in Natura kan worden geleverd via verschillende pakketten: ZZP (met verblijf), VPT (thuis) en MPT (thuis). PGB (Persoonsgebonden Budget) Een vorm van zorgfinanciering binnen de Wlz waarmee cliënten zelf zorg inkopen bij zorgverleners. Verblijf: Een leveringsvorm binnen de Wlz waarbij zorg volledig in een instelling wordt geboden. De zorginstelling ontvangt rechtstreeks betaling van het zorgkantoor. Deze zorg wordt geleverd door ‘gecontracteerde zorgorganisaties’. 49
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
MPT (Modulair Pakket Thuis) Een leveringsvorm binnen de Wlz waarbij delen van de zorg thuis worden geboden in plaats van in een instelling. De zorg kan geleverd worden door verschillende zorgaanbieders. VPT (Volledig Pakket Thuis) Een leveringsvorm binnen de Wlz waarbij de volledige zorg thuis wordt geboden door één zorgaanbieder. Het biedt dezelfde zorg als in een zorginstelling, maar wordt thuis geleverd. Vaak vereist dit type zorg een aangepast, zorggeschikt huis. Wijkverpleging Verpleging en verzorging met medische noodzaak, gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) Wet die gemeenten verantwoordelijk maakt voor zorg op het gebied van hulpmiddelen, persoonlijkeen groepsbegeleiding, en woningaanpassingen. Zvw (Zorgverzekeringswet) Regelt de basis- en aanvullende zorgverzekering, vergoedt medische zorgkosten en bepaalde hulpmiddelen en wijkverpleging.
Bijlage F: Voorbeelden woon(zorg)concepten Klein Kerckeveldt Klein Kerckeveldt is een servicecomplex dat specifiek is ontworpen voor senioren, beheerd door Wonen Limburg. Het complex biedt 30 zelfstandige huurappartementen van ongeveer 80 m², waarin comfort, woongenot en de integratie van zorg- en servicevoorzieningen centraal staan. De appartementen zijn voorzien van alle benodigde faciliteiten voor een comfortabele levenswijze. Bewoners kunnen rekenen op zorg op afroep, geleverd door een gespecialiseerde zorgorganisatie. Daarnaast beschikt het complex over een ontmoetingsruimte, wat de sociale interactie bevordert. Klein Kerckeveldt past veel van de elementen toe die in deze visie worden benadrukt, zoals het aanbieden van zorg op maat en het bevorderen van een gemeenschap binnen het wooncomplex.
Afbeelding 1: Klein Kerckeveldt 50
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
Aan de Breijewaeg Het woonconcept ‘Aan de Beijewaeg’ is ontworpen rond het thema ‘empathisch wonen’, waarbij elke verdieping een uniek Roermonds thema vertegenwoordigt. Dit innovatieve ontwerp benadrukt gemeenschapsvorming en toegankelijkheid, en creëert een levendige en herkenbare woonomgeving voor de bewoners. De gemeenschappelijke ruimtes en ruime leefruimtes zijn ontworpen om ontmoeting en interactie te bevorderen. Elke verdieping is geïnspireerd door bekende Roermondse straten, pleinen of cafés, waardoor een vertrouwde en gezellige sfeer ontstaat. Op elke verdieping is een bewoner aangewezen als eerste aanspreekpunt voor vragen en ondersteuning. Het gebouw is speciaal ingericht met aandacht voor toegankelijkheid, waaronder scootmobielruimtes bij de woningen. Bewoners hebben de mogelijkheid om te eten in het naastgelegen zorgcentrum, wat de sociale cohesie en integratie met de bredere gemeenschap versterkt. ‘Aan de Beijewaeg’ is een diverse woonomgeving waar senioren, vitale 55-plussers en jongeren met een ondersteuningsvraag samenleven. Er wordt gewerkt met een selectiemechanisme voor geïnteresseerde huurders om ervoor te zorgen dat de nieuwe bewoners passen bij de visie en het gedachtegoed van het woonconcept.
51
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
Bijlage G: Voorbeeld persona uitwerking voor woningdeelconcepten
Persona: Anouk, een 23-jarige dame met een lichte ondersteuningsvraag, is op zoek naar een zelfstandige woonplek die haar privacy waarborgt. Gezien haar recente overstap vanuit een beschermde woonvorm en haar behoefte aan privacy, zijn de volgende woonvormen het meest kansrijk voor haar: 1.
Woningdelen met eigen voorzieningen: een vorm van woningdelen naar voorbeeld van woningcorporatie Talis in Nijmegen. Een optie waarbij een grotere woning wordt gesplitst in afzonderlijke eenheden, waarbij elke huurder een eigen slaapkamer en badkamer heeft, en gezamenlijke voorzieningen zoals keuken en woonkamer deelt. Dit biedt Anouk de mogelijkheid om haar eigen ruimte te behouden en toch de voordelen van gemeenschappelijk wonen te ervaren, zonder in te boeten op privacy. Daarnaast sluiten de huurders gezamenlijk een contract af voor energie, tv en internet. Een belangrijk voordeel is dat beide huurders hun opgebouwde inschrijftijd bij de woningcorporatie behouden.
2.
Duowonen: dit concept kan aantrekkelijk zijn voor Anouk als het wordt aangepast aan haar situatie. In deze vorm wordt een woning opgesplitst, waarbij Anouk een aparte woonunit huurt van een senior. Dit biedt voordelen zoals extra inkomen voor de senior en mogelijk een bijdrage aan Anouk’s toekomstige woningbehoefte. Het biedt ook een zekere mate van begeleiding en sociale interactie, zonder dat Anouk haar privacy volledig opoffert. Bovendien blijft de senior eigenaar van zijn woning en behoudt hij zijn privacy, terwijl hij bijdraagt aan het verminderen van de woonruimteproblemen voor jongvolwassenen. Voor meer informatie over Duowonen, zie Stichting Statiegeld op Jeugd.
Obstakels en acties om weg te nemen 1.
Parkeernormen en uitzonderingsmogelijkheden: Onderzoek de mogelijkheden voor uitzonderingen op de parkeernormen in overleg met de betreffende afdeling.
2.
Omgevingsvergunning: Bij het concept duo-wonen is er sprake van splitsing. Er moet worden uitgezocht hoe dit al dan niet past binnen de Roermondse regels voor splitsing.
3. Leefbaarheid: In de twee benoemde voorbeelden van woningdelen is het risico
op problemen rondom leefbaarheid laag. Indien een gezinswoning verhuurd wordt aan twee huurders in plaats van bijvoorbeeld een gezin is er geen toename van het aantal personen. Indien er bij duowonen door splitsing één wooneenheid extra ontstaat, voor één huurder, is de toename van het aantal bewoners eveneens laag. 4. Huurtoeslag: Bij duowonen ontstaan er twee aparte wooneenheden met huis-
nummer, waardoor er huurtoeslag aangevraagd kan worden. Bij het voorbeeld van Talis omtrent woningdelen betreft het onzelfstandige eenheden, waardoor huurtoeslag niet mogelijk is. De huurprijs is wel lager, omdat de woning gedeeld wordt.
52
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
Bijlage H: Kaarten en grafieken in groter formaat
Figuur 4. Verdeling van overlast, onveiligheid en kwetsbaren in Roermond en omgeving.
53
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
Figuur 4. Verdeling van overlast, onveiligheid en kwetsbaren in Roermond en omgeving
54
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
Figuur 7: sociale gebiedstypering. Meer informatie over de methode en de onderscheiden groepen staat in het document Sociale gebiedstypering 2022
55
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
Figuur 8. Aandeel 75+ in 2040 in Roermond en omgeving.
56
visie wonen welzijn en zorg
6. Monitoring en evaluatie
Fguur 9. Weergave van de raming aanpasbare woningvoorraad in Roermond. Voor toelichting van de definitie en methodiek zie deze link
57
Thuis in Roermond Wonen, welzijn en zorg