CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Begroting 2026 (vervallen versie)

Commissie Bestuur en Middelen (BM) 27 oktober 2025, gemeente RoermondBij agendapunt: Begroting 202631.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Beleidskaders: •  Omgevingsvisie Roermond (2023) •  Ontwerpend Onderzoek Midden-Limburg (2023) •  Ambitiedocument Limburg Centraal (2024) •  Plan van Aanpak Omgevingsplan (2023) •  Structuurvisie Kwaliteitsbijdrage (2012) •  Welstandsnota Roermond (2025) •  Nota Grondbeleid gemeente Roermond 2021 •  Intergemeentelijke Structuurvisie Maas en Maasplassen (2014) •  Ontwikkelingskader Stedelijke Maasplassen 2020 •  Gebiedsvisie Vrijveld 2021 •  Gebiedsprofiel centrum Swalmen (2024) •  Structuurvisie wonen Midden-Limburg 2022-2025 (2022) •  Woondeal Limburg (2023) •  Visie ‘Thuis in Roermond. Wonen, welzijn en zorg’ (2024) •  Nota Bodembeheer regio Maas & Roer (incl. bodemkwaliteitskaart) •  Beleidsregel ‘Uitvoeringsbeleid begeleid en/of beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ •  Beleidskader huisvesting internationale werknemers •  Hoogbouwnota Roermond (2025) •  Gebiedsprofiel Niet-Stedelijke Maasplassen (2025) •  Gebiedsprofiel Spoorzone Roermond (2025) •  Visie en actieagenda opvang nieuwkomers (2024-2026)

Verbonden partijen: •  ICT Noord en Midden-Limburg (ICT NML), inclusief Geo- expertise centrum (ECGeo) •  Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg •  Samenwerkingsverband Midden-Limburg (SML)

Producten:

8.1 Ruimte en leefomgeving

Wat willen we bereiken? De gemeente wil een onderscheidend profiel in de regio ontwikkelen als moderne stad voor jong en oud. Ook voor langer zelfstandig wonende ouderen moet de stad een prettige leefomgeving zijn. Om de stad voor jong en oud te zijn hebben we (nieuwe) woningen, onderwijslocaties, ruimte voor werkgelegenheid en maatschappelijke voorzieningen nodig die hiervoor zorgen. Roermond is een leefomgeving waar ruimte is voor mens, groen, spelen, fietsen en lopen. Ook is er oog voor het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering (hittestress, wateroverlast en verdroging) en voor ons landschap.

PROGR AMMABEGROTING 2026

82

Wat gaan we ervoor doen? In het voorontwerp van de Nota Ruimte (van het Rijk) zijn de stationslocaties in de Limburgse steden aangewezen als grootschalige woningbouwlocatie. In het kader van Limburg Centraal werken we samen met het Rijk en de provincie aan een uitwerking van deze grootschalige woningbouwlocatie. Als Roermondse uitwerking daarvan hebben we in 2025 het Gebiedsprofiel Spoorzone Roermond opgesteld. Op basis van het Gebiedsprofiel Spoorzone Roermond gaan we in 2026 verder met de uitwerking van de plannen. Parallel hieraan blijven we in 2026 onderzoeken welke mogelijkheden dit voor onze gemeente oplevert op het gebied van volkshuisvesting maar ook op het gebied van leefbaarheid en bereikbaarheid. De provinciale omgevingsvisie (verder: POVI) wordt door de provincie herijkt. De ontwerp POVI heeft ter inzage gelegen en onze gemeente heeft (in bestuurlijke en ambtelijke afstemming met de andere gemeenten in Noord- en Midden-Limburg) een uitgebreide zienswijze ingediend. Wat de gevolgen zijn van de zienswijzen op de vaststelling van de POVI is momenteel nog onbekend. Mogelijk dat we in 2026 nog capaciteit beschikbaar moeten stellen voor gesprekken met de provincie over een goede afronding van de herijking. Daarnaast actualiseren we (deel)beleid op grond van onder andere de omgevingsvisie Roermond en het in dat kader op te stellen uitvoeringsprogramma Omgevingsvisie.

In 2025 hebben we het Plan van aanpak Ruimte, Wonen en Bedrijvigheid afgerond. Als uitvoering van het plan van aanpak worden enkele concretere projecten opgepakt (zie verder 8.2). Wij beschikken over een vastgestelde gemeentelijke omgevingsvisie. Deze is vooral ruimtelijk georienteerd. De gemeente is aan reeds langjarig aan het groeien en eveneens komen er diverse grotere initiatieven op de gemeente op onze gemeente af. Het is daarom belangrijk om onze Strategische Toekomstvisie 2030 (uit 2016) te herijken: wat voor stad willen we zijn en wat is onze stip op de horizon. We werken samen met Rijkswaterstaat, Waterschap Limburg en de provincie Limburg aan het verbeteren van de veiligheid ten aanzien van hoog water. Hiervoor participeren we onder andere in trajecten rondom dijkversterking. Wat levert het op? Op basis van de ruimtelijke kaders en strategie bouwen we vanuit (onze) projecten aan een stad die qua ruimtegebruik van functies in balans is en zo op een verantwoorde manier groeit met behoud van onze kwaliteiten.

8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)

Wat willen we bereiken? Marktpartijen realiseren projecten op basis van de voorwaarden die de gemeente vast heeft gelegd in het grondbeleid. Zo realiseren we de doelstellingen voor woningbouw en (her)ontwikkeling van bestaande bouw en bedrijventerreinen. Wat gaan we ervoor doen? De Nota Grondbeleid staat aan de basis van het grondbeleid. De Nota grondbeleid wordt 4-jaarlijks geactualiseerd. De nieuwe nota wordt in het najaar van 2025 aangeboden aan de gemeenteraad ter vaststelling. Het grondbeleid geeft een doorkijk naar de komende jaren. De uitkomsten van het Meerjarenprogramma Gebiedsontwikkling (MPG) dat jaarlijks wordt voorgelegd aan de gemeenteraad, worden verwerkt in de jaarstukken en de begroting. In de paragraaf Grondbeleid wordt vervolgens een actueel beeld geschetst van de visie, de financiële prognose en de reserves.

PROGR AMMABEGROTING 2026

83

Onderstaande projecten (projecten belangrijk voor de stedelijke ontwikkeling en woningbouw) worden uitgevoerd op basis van het grondbeleid: Roerdelta fase 2 en 3: ontwikkelen woningen en herontwikkelen haven. In 2026 is de planologische procedure en vergunningsaanvragen voor de realisatie van fase 2 (woningen) en 3 (haven) afgerond. In 2026 gaan we verder met de inrichting van de haven. Dit doen we op basis van de integrale planning die we samen met het Waterschap Limburg en de Roerdelta Projectontwikkelings-maatschappij hebben opgesteld. Ook werken we samen volgens de samenwerkingsovereenkomst die we hebben opgesteld in 2025. Jazz City: ontwikkelen woningen en (outlet) winkels. Bij geen bezwaar en beroep en vergunningverlening in 2025 start de bouw van Baton Rouge in Q2/Q3 in 2026. In 2026 start de planvorming Four Brothers. Melickerveld: ontwikkelen woningen. Eind 2025 is de vallei ingericht en aangeplant en zijn de eerste bouwvelden bouwrijp gemaakt. Dit zodat in 2026 de eerste woningen in het project gerealiseerd kunnen worden. Voor deelgebied 1 gaat het over 79 woningen. Voor een verdere versnelling wordt continu het gesprek gevoerd over het tempo van het uitgeven van bouwvelden. Tijdens de bouw worden verschillende activiteiten georganiseerd om de (toekomstige) bewoners te betrekken bij de verdere inrichting van het openbaar gebied.

Philipsterrein: herontwikkeling terrein Weerstand voor woningen en kleinschalige bedrijven. In 2026 is de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan Weerstand naar verwachting afgerond en kan gestart worden met de realisatie van de eerste woningen. Daarnaast wordt het huidige gebruik van het terrein door kleinschalige bedrijvigheid voortgezet. Tegelarijeveld Wonen Zuid heeft aangegeven een groot deel van haar woningbezit in het Tegelarijeveld aan te willen pakken. De gemeente ziet kansen om door middel van een samenwerking met Wonen Zuid een kwaliteitsslag te maken in de openbare ruimte van de wijk. De plannen van Wonen Zuid zijn gericht op de nieuwbouw en renovatie van haar vastgoed in het Tegelarijeveld, terwijl de gemeentelijke inzet zich vooral richt op de opwaardering van het openbaar gebied en het groen. Ook is onderzocht of het bestaande wijkgebouw verplaatst kan worden waardoor deze opgewaardeerd kan worden tot een volwaardige huiskamer voor de wijk. Het uiteindelijke doel is het vergroten van de sociale cohesie en de leefbaarheid van de wijk. In 2025 is in gezamenlijkheid een stedenbouwkundige visie opgesteld. Deze visie wordt in 2026, na afronding van het participatieproces met bewoners en belanghebbenden, aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd.

Centrumkwartier: Herontwikkeling HEMA-locatie, voormalige V&D-locatie en de Graaf Gerardstraat naar woningen, groen en retail In 2025 is een bouwclaimovereenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemers, waarmee een belangrijke stap is gezet in de herontwikkeling van het Centrumkwartier. Met het sluiten van deze overeenkomst heeft de gemeente bewust gekozen voor een actieve rol in het proces. Dit stelt ons in staat om nadrukkelijker sturing te geven aan de ruimtelijke kwaliteit. Het voormalige V&D-pand, dat in 2025 in eigendom is gekomen van de gemeente, wordt in 2026 gesloopt. Na de sloopwerkzaamheden wordt de locatie tijdelijk ingericht in afwachting van de start van de bouw. De bestaande massastudie wordt verder uitgewerkt tot een volwaardig stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan. Het nieuwe stadspark zal hierin een belangrijke plek innemen. Tevens wordt in 2026 gestart met de planologische procedure en de participatie.

PROGR AMMABEGROTING 2026

84

Bisdomkwartier In 2024 is, op verzoek van Nester en Bisdom Roermond, vanuit de gemeente het proces opgestart tot een stedenbouwkundige verkenning rondom de herontwikkeling van het Bisdomkwartier (Pelserstraat, Neerstraat, Paredisstraat). In 2025 werken we toe naar een voorkeursscenario in een streven om tot een intentieovereenkomst te komen tussen de betrokken partijen. In Q1-Q2 2025 hebben partijen op basis van het voorkeursscenario de haalbaarheid getoetst. Q3-Q4 2025 wordt door de ontwikkelende partijen (Nester en Bisdom Roermond) gebruikt om de financiële haalbaarheid van de ontwikkeling Bisdomkwartier te onderzoeken, wat moet leiden tot de intentieovereenkomst. Wat levert het op? De projecten leveren een belangrijke bijdrage aan de opgave voor woningbouw en de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Roermond.

8.3 Wonen en bouwen

Wonen Wat willen we bereiken? In de gemeente Roermond is er voor iedereen een passende woning. Om dit te bereiken worden voldoende en de juiste woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. In het Coalitieakkoord gemeente Roermond 2022-2026 neemt de woonopgave een belangrijke plaats in. Roermond wil versneld extra woningen realiseren naar behoefte en in ieder segment om te bereiken dat er voor iedereen een passende woning is. Buiten woningbouw voor de reguliere behoefte van Roermond willen we in het kader van Limburg Centraal op termijn een passende woning gaan bieden voor een aanvullende bovenregionale behoefte. Wat gaan we ervoor doen? De Structuurvisie wonen Midden-Limburg 2022-2025, de Woondeal Limburg 2023 en de visie “Thuis in Roermond. Wonen, welzijn en zorg’ vormen momenteel de hoofdlijnen van voor het volkshuisvestelijk beleid. Naar verwachting treedt de Wet versterking regie volkshuisvesting op 1 januari 2026 in werking. In het kader van de deze wet worden gemeenten verplicht een volkshuisvestingsprogramma op te stellen. Het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma wordt in 2026 opgeleverd. Dit volkshuisvestingsprogramma wordt dan in plaats van de Structuurvisie wonen Midden-Limburg 20222025 hét kader voor het gemeentelijk handelen op dit gebied.

De in december 2024 vastgestelde woonzorgvisie, het in 2025 afgeronde woningmarktonderzoek en de ambities uitgesproken in Limburg centraal en Plan van aanpak ruimte, wonen en bedrijvigheid vormen hiervoor mede de basis. Naast het volkshuisvestingsprogramma dienen gemeenten een huisvestingsverordening voor urgent woningzoekenden vast te gaan stellen. Wonen, welzijn en zorg is en blijft een belangrijk aandachtspunt. Met name het aantal inwoners van 75 jaar en ouder groeit de komende jaren hard. Die opgave pakken we voortvarend en integraal op met een verbinding tussen wonen, welzijn en zorg. De invulling hiervan is te lezen in de visie en actieagenda ‘Thuis in Roermond. Wonen, welzijn en zorg, welke de gemeente op 19 december 2024 heeft vastgesteld. De actieagenda is in 2025 gestart en wordt in 2026 verder uitgevoerd. In 2026 wordt de intensieve aanpak van wonen-welzijn-zorg clusters in de wijken Swalmen, Maasniel en Roermondoost voortgezet. Dit leidt tot concrete gebiedsgerichte initiatieven en/of acties die worden opgepakt. Denk als voorbeeld aan het initiatief om leegstaande kamers binnen een zorginstelling aan te bieden aan jongeren die iets willen bijdragen voor ouderen met een kleine zorgbehoefte. Ook andere actielijnen uit de actieagenda ‘Thuis in Roermond. Wonen, welzijn en zorg’ worden verder opgepakt en uitgevoerd.

Enkele voorbeelden zijn verbetering van de woningtoewijzing en doorstroming met woningcorporaties, het bouwen van meer toegankelijke woningen, sturen op de realisatie van geclusterde woonvormen en een maatregelenpakket jongerenhuisvesting.

PROGR AMMABEGROTING 2026

85

Met het oog op het initiëren van nieuwe woningbouwplannen ter dekking van de woningbehoefte krijgen het Plan van aanpak Ruimte, wonen en bedrijvigheid en Plan van aanpak locatieonderzoek straatje erbij een vervolg. Ook Limburg centraal kan leiden tot aanvullende woningbouwplannen. Verder worden waar mogelijk plannen versneld en nieuwe initiatieven opgepakt, waaronder woningsplitsing, transformatie en wonen boven winkels. De subsidieafspraken met de provincie in het kader van Kwaliteit Limburgse Centra wordt in 2026 afgerond. Met betrekking tot startersleningen zal in 2026 een voorstel met betrekking tot verhoging van de bestaande leningfaciliteit aan de raad worden voorgelegd. Naar verwachting zullen de gemeenten met ingang van 2026 een bijdrage van ca. 7000 euro per betaalbare woning gaan ontvangen van het Rijk voor woningen gestart in 2025. De regeling is voorzien tot en met 2030. Het doel hiervan is de bouw van betaalbare woningen te stimuleren. In verband met de aanvullende behoefte aan woonwagenstandplaatsen wordt uitvoering gegeven aan de reeds genomen besluiten rondom uitbreiding. Huisvesting en opvangplekken voor nieuwkomers (statushouders, asielzoekers en Oekraïense ontheemden) maken onderdeel uit van de visie opvang nieuwkomers. Dit wordt uitgevoerd vanuit de actieagenda.

De ministeries A&M, VRO en SZW komen met een pakket van maatregelen voor de realisatie van (on)zelfstandige huisvestinglocaties voor doelgroepen zoals Oekraïense ontheemden en statushouders. Uitgangspunt hierbij is dat de te realiseren huisvesting geen extra druk op de sociale huurwoningvoorraad legt. De in 2025 met woningcorporaties en huurdersorganisaties afgesproken prestatieafspraken 2025-2026 worden in 2026 verder uitgevoerd. Verder vindt in 2026 voorbereiding van de prestatieafspraken 20272028 plaats. Wat levert het op? Er komen meer verschillende typen woningen beschikbaar voor huurders en kopers. Deze woningen passen bij de woonbehoeften van verschillende doelgroepen en zijn duurzaam en toekomstbestendig gebouwd. Er zijn veel ontwikkelingen in gang gezet en nog in gang te zetten op het gebied van woningbouw. Met het oog op de grote woningbouwopgave en de lange doorlooptijd van plannen is het in gang zetten van veel ontwikkelingen belangrijk om ook een kwalitatief en kwantitatief voldoende woningvoorraad te bereiken. Bouwen Wat willen we bereiken? Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet omvat de belangrijkste wijziging van de regelgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening in generaties. De impact van deze wet kan niet genoeg benadrukt worden.

In de Omgevingswet wordt de leefomgeving centraal gesteld en wordt gestimuleerd dat afwegingen zoveel mogelijk decentraal gemaakt worden. De leefomgeving wordt daarom in een vroeg stadium betrokken Omdat de Omgevingswet in werking is getreden beschikt Roermond over een zogenaamd tijdelijk omgevingsplan. Hierin zijn van rechtswege de huidige bestemmingsplannen, een set voormalige rijksregels (de bruidsschat) en enkele verordeningen opgenomen. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om tot één eigen omgevingsplan te komen. Het ‘Roermonds’ omgevingsplan wordt zo veel mogelijk door de eigen ambtelijke organisatie voorbereid en opgesteld. Landelijk gezien is het nog niet duidelijk of we hiervoor in 2026 een bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. Indien er geen middelen hiervoor beschikbaar komen zetten we het restant van de beschikbare reserve in.

PROGR AMMABEGROTING 2026

86

Op 1 januari 2024 is ook de Wet kwaliteitsborging (Wkb) bouwen in werking getreden. Dit houdt in dat landelijk de technische toets en het toezicht op bouwwerken gefaseerd wordt overgelaten aan de markt. De grootste wijziging voor vergunningverlening is dat er een ‘knip’ komt. Voor het ruimtelijke en het technische deel zijn met de Omgevingswet voortaan twee vergunningen nodig: een ruimtelijke en een technische vergunning. Daarnaast vervalt met de Wkb de technische vergunning voor de lagere risicoklassen. Uit de praktijk moet blijken hoe de Wkb wordt uitgevoerd en of er bijvoorbeeld een toename is van het aantal handhavingszaken. We monitoren de ontwikkelingen en sturen hier tijdig op bij. Verder werken we samen met onze partners in de regio aan een veilige en gezonde leefomgeving. Dat doen we samen met de Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (voorheen RUD Limburg-Noord). Alle omgevingsdiensten moeten per 1 april 2026 voldoen aan landelijke robuustheid criteria. Deze transformatie naar de robuuste Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg betekent ook een complete herziening van de begroting. De begroting van de nieuwe omgevingsdienst wordt in het derde kwartaal van 2026 ter besluitvorming aangeboden. Wat gaan we ervoor doen? We werken aan de transitie naar het omgevingsplan Roermond.

In het omgevingsplan worden •  onze huidige bestemmingsplannen, regels uit onze verordeningen die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving en een groot aantal huidige rijksregels tot één tijdelijk plan gebundeld. •  We hebben tot 2032 de tijd om het definitieve omgevingsplan vorm te geven. Naast deze omvangrijke integratie van plannen en regels vertalen we ook de omgevingsvisie in het omgevingsplan. Tot slot voegen we de regels uit de huidige bestemmingsplannen samen. •  We zorgen ervoor dat bewoners, aanvragers en medewerkers van de gemeente Roermond goed geïnformeerd worden over de Omgevingswet. Wat levert het op? • Inwoners, ondernemers en instellingen kunnen zich gemakkelijk informeren over de fysieke leefomgeving en geldende regels (via het Digitaal stelsel Omgevingswet, het DSO). •  Inwoners, ondernemers en instellingen worden eerder betrokken bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving door het toepassen van de omgevingsdialoog. • De gemeente kan zorgvuldig belangen afwegen op basis van de beschikbare informatie en adviezen en hierbij rekening houden met de lokale situatie. Baten en lasten van het programma 8

Wat mag het kosten (bedragen x € 1.000)

Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Lasten

8.710

31.284

7.786

11.780

8.785

12.877

Baten

-4.322

-12.034

-2.358

-6.873

-3.807

-8.050

Totaal programma 8 Volkshv, leefomg. en sted. Vernieuw.

4.388

19.250

5.428

4.907

4.978

4.827

PROGR AMMABEGROTING 2026

87

(verplichte) BBV indicatoren Bron: www.waarstaatjegemeente.nl

PROGR AMMABEGROTING 2026

88

PROGR AMMABEGROTING 2026

89

PROGR AMMABEGROTING 2026

90

PROGR AMMABEGROTING 2026

91

4. Paragrafen

PROGR AMMABEGROTING 2026

92

PROGR AMMABEGROTING 2026

93

4.1 Paragraaf Lokale heffingen In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op: • de visie van de gemeente Roermond ten aanzien van lokale heffingen; • beleidskeuzes en onderbouwing berekening van tarieven; • ontwikkelingen op het gebied van lokale heffingen; • belastingdruk; • belastingopbrengsten.

Visie lokale heffingen In het coalitieakkoord ‘De stad van ambitie, daadkracht en verbinding’ is als algemeen uitgangspunt geformuleerd, dat de lasten voor burgers zo laag mogelijk worden gehouden en dat alleen voor verhoging van de lokale lastendruk wordt gekozen als er geen andere financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn. Onze gemeente slaagt er al jaren in om de belastingdruk relatief laag te houden. In de publicatie van vergelijkende cijfers van de lastendruk (de som van rioolheffing, onroerende zaakbelastingen en afvalstoffenheffing) ten opzichte van andere gemeenten[1], blijkt onze gemeente wederom te behoren tot de gemeenten die onder het gewogen gemiddelde weten te blijven. Onze gemeente heft de volgende belastingen op basis van de Gemeentewet: • onroerende zaakbelastingen; • (water-)toeristenbelasting; • parkeerbelasting; • Precariobelasting (gebruik van gemeentegrond). Daarnaast heft de gemeente afvalstoffenheffing op grond van de Wet milieubeheer. Kenmerk van deze belastingen is dat het een verplichte bijdrage van de burgers, bedrijven en instellingen aan de gemeente betreft. Hier hoeft geen rechtstreekse individuele tegenprestatie tegenover te staan. Dit is anders voor de zogenaamde retributies en vergoedingen die door de gemeente worden gevraagd voor concreet bewezen diensten, zoals lijkbezorgingsrechten, rioolheffing, markt- en havengelden.

Daarvoor hanteert onze gemeente als algemeen uitgangspunt dat de tarieven maximaal kostendekkend zijn. Dat geldt ook voor leges, de vergoeding voor administratieve diensten die door de gemeente worden verricht, zoals voor (omgevings-)vergunningen, burgerlijke stand, identiteitsbewijzen en rijbewijzen. Tot slot is er de Bedrijven Investeringszone (BIZ), een bestemmingsbelasting die op verzoek van ondernemers wordt geheven om met de opbrengst activiteiten in de openbare ruimte van en voor deze ondernemers te realiseren.

Beleidskeuzes en berekening van tarieven In de kadernota is het uitgangspunt voor de indexering van de tarieven aangegeven. Deze wordt bepaald op basis van enerzijds de prijsindex materiële overheidsconsumptie (de zogenaamde IMOC) en anderzijds de loonontwikkeling voor gemeenteambtenaren conform CPB. Hiermee komt de inflatiecorrectie voor 2026 op 2,1%. Ook is er in de kadernota een aantal maatregelen bepaald om tot een meerjarig sluitende begroting te komen. Het uitgangspunt voor de berekening van de tarieven voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is, dat ze kostendekkend zijn. Dat wil zeggen dat in beginsel alle kosten die de gemeente in dat kader moet maken, worden doorbelast via het tarief.

1

Belastingoverzicht 2025 van de provincie Limburg

PROGR AMMABEGROTING 2026

94

Op de onroerendezaakbelastingen is ook de genoemde indexering van 2,1% van toepassing. Daarnaast wordt vanaf 2024 naast de indexering van dat jaar een opslag van 2,5% gehanteerd voor niet-woningen om meerjarig tot een sluitende begroting te komen.

Ontwikkelingen Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) Als heffingsgrondslag voor zowel eigenaren als gebruikers, geldt een percentage van de WOZ-waarde. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en niet-woningen. In november 2023 heeft de gemeenteraad besloten om de heffingspercentages voor de niet-woningen naar het landelijke of provinciaal gemiddelde te laten stijgen. Vervolgens is gestart met het onderzoek en de uitwerking van dit besluit. Dit heeft het beeld opgeleverd dat het heffingspercentage van woningen niet gelijk zou moeten blijven, maar jaarlijks verhoogd moet worden met de geldende index. Dit zorgt ervoor dat de tarieven van niet-woningen minder snel stijgen, maar geleidelijk richting het landelijke en provinciaal gemiddelde toegroeien. Bij de tariefbepaling voor 2026 is uitgegaan van een totaalopbrengst, gebaseerd op de OZB-opbrengsten over 2025, de indexering ad 2,1% en voor de niet-woningen een opslag van 2,5%, rekening houdende met de laatst bekende percentages met betrekking tot de waardeontwikkelingen van woningen en nietwoningen. Bovenstaande wijzigingen leiden tot de volgende OZB-tarieven:

Percentage van de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde) voor berekening

2026

2025

Woningen eigenaren

0,1246%

0,1220%

Niet-woningen eigenaren

0,2611%

0,2495%

Niet-woningen gebruikers

0,2220%

0,2121%

Met bovenstaande tarieven wordt de nagestreefde totale opbrengst onroerendezaakbelasting gerealiseerd. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde echter sterk fluctueren. Na afronding van de WOZwaarderingsprognoses door Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) worden de exacte OZB-tarieven woningen en niet-woningen door het college vastgesteld. Macronorm OZB In 2008 is de maximering van de OZB-tarieven afgeschaft. Gemeenten mochten destijds zelf hun tarieven bepalen. De totale opbrengst in alle gemeenten samen, de zogenoemde macro-opbrengst, mocht echter niet méér stijgen dan de som van de groei van het bruto binnenlands product én de prijsontwikkeling van de nationale bestedingen. Dit heette de macronorm OZB. Met ingang van 2020 is de macronorm OZB ook vervallen en is de ‘Benchmark gemeentelijke belastingen’ ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale woonlasten inzichtelijker te maken. In deze benchmark, worden naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden. Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen.

Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing ter dekking van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing is voor rekening van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. Het tarief voor de afvalstoffenheffing wordt in beginsel kostendekkend vastgesteld.

PROGR AMMABEGROTING 2026

95

In november 2023 heeft de gemeenteraad besloten om de heffingssystematiek voor de afvalstoffenheffing per 1-1-2025 te wijzigen. De afvalstoffenheffing wordt vanaf 1-1-2025 gebaseerd op de grootte van het huishouden. Voor de bepaling van de omvang van het huishouden wordt de Gemeentelijke basisadministratie per 1-1-2026 als uitgangspunt gehanteerd. Op basis van de gewijzigde systematiek is het tarief in 2026 als volgt bepaald:

Omschrijving

Tarief 2026

Tarief 2025

Eenpersoonshuishouden

€ 283,25

€ 283,25

Tweepersoonshuishouden

€ 307,35

€ 307,35

Meerpersoonshuishouden

€ 347,48

€ 347,48

Op basis van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) moet de gemeente inzichtelijk maken dat de totaal geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten en in welke mate de tarieven kostendekkend zijn. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de mate van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing.

Overzicht kostendekkendheid afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)

2026

2025

Kosten taakveld afval (incl. omslagrente)

€ 8.728

€ 8.422

Inkomsten taakveld afval (excl. heffing)

€ 1.215

€ 1.184

Netto kosten taakveld

€ 7.513

€ 7.238

Overhead

€ 396

€ 333

BTW

€ 1.215

€ 1.177

Totale kosten

€ 9.124

€ 8.748

Opbrengst heffingen

€ 8.807

€ 8.748

Dekkingspercentage

97%

100,00%

Toe te rekenen kosten

Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te verhalen die gepaard gaan met de gemeentelijke wateropgave. De gemeentelijke watertaken die uit de heffing bekostigd mogen worden, zijn de taken die onder andere betrekking hebben op: •  de inzameling, de berging en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater en op de zuivering van huishoudelijk afvalwater door middel van kleinere individuele installaties voor de behandeling van afvalwater (IBA); •  de inzameling en de verdere verwerking van afvloeiend hemelwater; •  het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming. Ook voor de rioolheffing geldt dat deze in beginsel kostendekkend wordt vastgesteld. Hierbij wordt een voorziening ingezet om grote schommelingen in de rioolheffing op te vangen.

PROGR AMMABEGROTING 2026

96

In november 2023 heeft de gemeenteraad besloten om de heffingssystematiek voor de rioolheffing per 1-1-2025 te wijzigen. Tot 1-1-2025 werd uitsluitend geheven van eigenaren van percelen die bij aanvang van het belastingjaar direct of indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. Vanaf 1-1-2025 is er naast eigenarenheffing – waarbij een heffing op basis van een vast bedrag per perceel geldt – ook sprake van gebruikersheffing. Hiervoor geldt een staffel tarief, dat afhankelijk is van het waterverbruik. Voor de bepaling van het waterverbruik baseren wij ons op de meest actuele verbruiksgegevens van WML. Op basis van de gewijzigde systematiek is de rioolheffing 2025 als volgt:

Aantal gebruikers

Perceel (WOZ-waarde)

Eigenarenheffing 2026

Eigenarenheffing 2025

32.541

> € 40.000

€ 178,64

€ 178,64

1.159

< € 40.000

€ 89,32

€ 89,32

Aantal gebruikers

Gebruik (m3)

Gebruikersheffing

Gebruikersheffing

32.320

1 - 400

€ 21,90

€ 23,30

100

401 - 800

€ 53,90

€ 56,44

60

801 – 2.000

€ 117,90

€ 122,71

20

2.001 – 5.000

€ 285,90

€ 296,69

2

5.001 – 10.000

€ 605,90

€ 628,07

1

10.001 – 20.000

€ 1.205,90

€ 1.249,41

0

20.001 – 30.000

€ 2.005,90

€ 2.077,87

0

> 30.000

€ 3.205,90

€ 3.320,55

Ook voor de rioolheffing wordt op basis van het BBV inzichtelijk gemaakt dat de totaal geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de mate van kostendekkendheid van de rioolheffing.

Overzicht kostendekkendheid rioolheffing (bedragen x € 1.000)

2026

2025

Kosten taakveld riolering (incl. omslagrente)

€ 5.133

€ 5.122

Inkomsten taakveld riolering (excl. rioolheffing)

€ 68

€ 110

€ 5.065

€ 5.012

Overhead

€ 928

€ 865

BTW

€ 653

€ 764

Totale kosten

€ 6.647

€ 6.641

Opbrengst heffingen

€ 6.645

€ 6.319

€0

€ 322

99,98%

100%

Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten

Dekking uit egalisatievoorziening Dekkingspercentage

PROGR AMMABEGROTING 2026

97

Bedrijven Investeringszones (BIZ) Een BIZ is een afgebakend gebied zoals een winkelstraat of een bedrijventerrein, waarbinnen de ondernemers en/of de eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. Alle ondernemers betalen mee aan een gemeentelijke heffing om activiteiten te financieren. De activiteiten kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op veiligheid (toezicht, verlichting, hekwerken of camerabewaking), bereikbaarheid (bewegwijzering en verkeersvoorzieningen), aantrekkelijkheid (schoonmaak, promotie, onderhoud, groenvoorziening en evenementen), etc. De BIZ-heffing wordt gebruikt om deze plannen te kunnen uitvoeren. Dit middel van belastingheffing maakt het mogelijk dat alle ondernemers in het betreffende gebied ook daadwerkelijk meebetalen. Op dit moment bestaan er in Roermond acht BI-zones: • BI-zone binnenstad Roermond • BI-zone bedrijventerrein Merum • BI-zone bedrijventerrein Roerstreek • BI-zone bedrijventerrein Stadsrand-Noord • BI-zone bedrijventerrein Swalmen • BI-zone bedrijventerrein Willem Alexander • BI-zone centrum Swalmen • BI-zone Retailpark Roermond De looptijd van de bovenstaande BIZ’en is van 2021 tot en met 2025, behalve voor de BIZ Retailpark: deze loopt van 2022 tot en met 2026.

Bij een positieve draagvlakmeting in het najaar van 2025 start in 2026 een nieuwe BIZ-periode met enkele wijzigingen: de BIZ’en Willem Alexander en Roerstreek fuseren, het Retailpark krijgt een extra zone (B), zone C van de Binnenstad wordt vergroot en in vier gebieden worden ook eigenaren van leegstaande panden BIZ-bijdrageplichtig. Daarnaast zijn de tarieven in alle BIZ-zones aangepast, onder meer vanwege inflatie en toekomstige opgaven. De BIZ Retailpark loopt officieel tot eind 2026, maar doet nu al mee met de draagvlakmeting. Vanaf 2026 zullen dan de volgende zeven BIZ-gebieden bestaan in Roermond voor de periode 2026– 2030: • Binnenstad Roermond • Merum • Swalmen • Centrum Swalmen • Stadsrand Noord • Retailpark Roermond • Industrie en Logistiek Voor de begroting van de gemeente zijn de BIZ’en financieel neutraal. Dat wil zeggen dat de BIZbelastingen die door BsGW worden geheven en geïnd, één op één als subsidie aan de diverse BIZ’en worden uitgekeerd.

Kwijtschelding De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid is opgedragen aan Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). BsGW schakelt hiervoor het Inlichtingenbureau (IB) in. Dit is een door de overheid opgericht bureau dat gemeenten helpt op het gebied van de uitvoering van onder andere het bijstands- en kwijtscheldingsbeleid. Het IB toetst de gegevens die nodig zijn voor eventuele kwijtschelding aan de voorwaarden om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Het gaat hierbij om gegevens van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe), de Belastingdienst en de Dienst Wegverkeer (RDW).

PROGR AMMABEGROTING 2026

98

Huishoudens met een inkomen en vermogen onder een bepaalde norm hebben recht op kwijtschelding. Vaak komen deze huishoudens meerdere jaren achter elkaar hiervoor in aanmerking. Alle burgers die in 2025 kwijtschelding hebben ontvangen, worden geautomatiseerd getoetst en krijgen bij een positief advies automatisch kwijtschelding. In alle andere gevallen zal een burger nog het gebruikelijke kwijtscheldingsformulier moeten invullen en inzenden. Deze worden na ontvangst individueel door BsGW getoetst. Kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk voor: • onroerende zaakbelastingen • rioolheffing •  afvalstoffenheffing (het vastrecht conform artikel 1.1 van de tarieventabel verordening afvalstoffenheffing) Veruit de belangrijkste heffing waarvoor kwijtschelding wordt verleend is de afvalstoffenheffing.

(bedragen x € 1.000) 2024 2025 Begroot Realisatie Begroot

2026

Realisatie per 30 juni 2025

Begroot

Afvalstoffenheffing

€ 8.452

€ 8.479

€ 8.748

€ 8.740

€ 8.943

Kwijtschelding afvalstoffenheffing

€ 695

€ 510

€ 775

€ 465

€ 815

Netto

€ 7.757

€ 7.969

€ 7.973

€ 8.275

€ 8.128

€ 0

€1

€ 0

€ 36

€0

Kwijtschelding overige

De prognose kwijtschelding is bepaald aan de hand van de realisatiecijfers van 2024 en op basis van de tussentijdse realisatie per 30 juni over 2025.

Belastingsamenwerking BsGW voert de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen voor ons uit, evenals de WOZwaarderingstaken. BsGW behartigt als uitvoeringsorganisatie de zorg voor het volledig, rechtmatig, juist, tijdig en doelmatig heffen en innen van de lokale belastingen. Eén van de doelen van deze gemeenschappelijke regeling is het minimaliseren van de kosten door middel van schaalvergroting. Per 1 januari 2025 zijn, op 2 gemeenten na, het Waterschap Limburg en alle overige 29 Limburgse gemeenten aangesloten bij de BsGW. De totale reguliere bijdrage (dus exclusief het maatwerk) voor onze gemeente aan BsGW bedraagt in 2026 € 1.331.518.

Belastingdruk In het coalitieakkoord is ten aanzien van de lokale lastendruk als algemeen uitgangspunt opgenomen, dat deze voor de burgers zo laag mogelijk wordt gehouden. Waarbij slechts wordt gekozen voor verhoging van de lokale lastendruk als er geen andere financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn en de verhoging direct is gekoppeld aan een specifiek en concreet doel.

PROGR AMMABEGROTING 2026

99

Belastingsoort

2026

2025

OZB-eigenaren woningen

0,1246% van de WOZ- waarde

0,1220 % van de WOZ-waarde

OZB-eigenaren niet woningen

0,2611% van de WOZ-waarde

0,2495 % van de WOZ-waarde

OZB gebruik niet-woningen

0,2220% van de WOZ-waarde

0,2121 % van de WOZ-waarde

Afvalstoffenheffing*

€ 307,35

€ 307,45

Rioolheffing**

€ 200,54

€ 201,94

* voor een tweepersoonshuishouden ** bij een waterverbruik van 0 t/m 400 m3 De gemiddelde lastendruk voor woningeigenaren stijgt in 2026, bij een gemiddelde woningwaarde met waardepeildatum 01-01-2024 van € 311.000 (bron: waarderingskamer), voor een huishouden tot een bedrag ad € 895,40 ten opzichte van € 865,53 in 2025. Dit is een procentuele stijging van 3,5% ten opzichte van 2025. Belastingdruk 2026

€ 895,40

Belastingdruk 2025

€ 865,23

Stijging belastingdruk t.o.v. 2025 inclusief prijsindex

3,5%

Loon/prijsindex 2026

2,1%

Stijging belastingdruk t.o.v. 2025 excl. prijsindex

1,4%

Belasting- en legesopbrengsten De tarieven van de OZB worden berekend op basis van de totale opbrengst onroerendezaakbelasting en de waarde van de objecten. De uitgangspunten daarbij zijn hierboven beschreven. Dat geldt ook voor de tarieven van de rioolheffing en afvalstoffenheffing. Het voorstel is om de overige tarieven trendmatig aan te passen met de in de kadernota aangegeven prijsindex. Voor 2026 betekent dit een verhoging van de tarieven met 2,1%. Daarnaast wordt voor de OZB vanaf 2024 naast de index een extra opslag van 2,5% gehanteerd voor niet-woningen.

PROGR AMMABEGROTING 2026

100

De belasting- en legesopbrengsten worden meerjarig als volgt geraamd over de jaren 2026 - 2029:

Belastingbaten (bedragen x € 1.000)

MJB 2026

MJB 2027

MJB 2028

MJB 2029

Onroerende Zaakbelasting

Eigenaar van woningen

11.532

11.813

12.100

12.395

Eigenaar van niet-woningen

5.386

5.517

5.652

5.790

Gebruiker van niet-woningen

4.076

4.175

4.276

4.381

Afvalstoffenheffing

8.755

8.752

8.736

8.736

Rioolheffing

6.714

6.931

7.148

7.365

BIZ-belasting

785

785

785

785

Toeristenbelasting

1.366

1.523

1.523

1.523

Lijkbezorgingsrechten

272

272

272

272

Leges WABO

1.206

1.156

1.156

1.156

Havengelden

374

374

374

374

Marktgelden

112

112

112

112

Precario

323

323

323

323

Leges

971

971

971

971

Parkeren

3.742

3.742

3.887

3.742

Totale Belastingbaten

45.614

46.446

47.315

47.925

Voor het onderbouwen van tarieven is in het BBV bepaald, dat de gemeente inzichtelijk maakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden. De berekening zelf is niet expliciet voorgeschreven, maar wel dat de wijze van toerekening op een consistente wijze moet worden toegepast. De berekening moet vervolgens worden aangevuld met een inhoudelijke toelichting over de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen. Uit oogpunt van transparantie is in de toelichting op het Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV voorgeschreven dat deze toelichting niet alleen op het niveau van de verordeningen moet plaatsvinden. Dit hoort ook plaats te vinden op een meer gedetailleerd niveau: de onderliggende hoofdstukken of onderdelen. Ook de mate van kruissubsidiëring tussen de hoofdstukken of onderdelen binnen een verordening en binnen de hoofdstukken of onderdelen, moet worden toegelicht. Bij de onderdelen riolering en afval is een overzicht opgenomen van de geraamde lasten en baten en in welke mate de tarieven kostendekkend zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=4ee6b172-cbae-4f51-bc67-9bfa256d68c3