CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Adviesrapport Media Adviseurs Nederland (MANL)

Gemeenteraad 23 oktober 2025, gemeente RoermondBij agendapunt: Aanwijzing Lokale Publieke Omroep (bespreekstuk)11.543 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Advisering inzake de aanwijzingsprocedure voor een lokale publieke media-instelling gemeente Roermond

Media Adviseurs Nederland Hubertus v.d. Clusenstraat 8 5581CT Waalre

Datum; 12 september 2025

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Inleiding Externe expertise en werkwijze Het proces De geobjectiveerde beoordeling De observaties Conclusies en aanbevelingen

pag. 2 pag. 5 pag. 8 pag. 11 pag. 14 pag. 23

Bijlagen 1. Beoordelingsformulier 2. Uitwerking beoordeling op deelaspecten t.a.v. RTV Roermond 3. Uitwerking beoordeling op deelaspecten t.a.v. CMSL

pag. 25 pag. 30 pag. 33

Afkortingenlijst BC CvdM CMSL LTMA MANL NLPO PBO RTV Roermond SvdJ VML VNG

Beoordelingscommissie Commissariaat voor de Media Stichting Crossmediaservice Limburg Lokaal Toereikend Media Aanbod Media Adviseurs Nederland Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen Programma Beleidsbepalend Orgaan Stichting RTV Roermond Stimuleringsfonds voor de Journalistiek Samenwerkingsconvenant Voor Midden Limburg Vereniging Nederlandse Gemeenten

1

1.

Inleiding

Op 7 oktober 2024 heeft het Commissariaat voor de Media (verder geduid met CvdM), middels publicatie in de Staatscourant, de procedure opengesteld om voor de periode van 5 jaar na 6 oktober 2025, een lokale publieke media-instelling voor de gemeente Roermond aan te wijzen. De uiterlijke indieningsdatum voor omroepen was 6 april 2025. Twee geïnteresseerde partijen hebben bij het CvdM een aanvraag ingediend. •

Stichting RTV Roermond hierna geduid als (dit is de bestaande licentiehouder)

RTV Roermond

•

Stichting Crossmediaservice Limburg hierna geduid als

CMSL

Noot voorafgaand aan dit rapport Afgelopen periode hebben beide omroepen met elkaar en/of met de gemeente en/of met de media instanties discussie gevoerd over de rechtsgeldigheid van een en ander. De Beoordelingscommissie acht het van belang om, alvorens haar beoordelingsproces alsmede haar beoordeling in dit rapport uiteen te zetten, duidelijkheid hierover te geven. Drie punten stonden in de discussie centraal; 1. Wordt de Mediawet uit 2008 toegepast bij de beoordeling? Per brief van 23 juli 2024 heeft het CvdM de gemeente en beide omroepen/aanvragers geïnformeerd over de toewijzingsprocedure. Daarin zijn onderstaande zaken geduid: •

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bereidt een wijziging van de Mediawet uit 2008 voor, met als doel de lokale publieke media-laag te versterken. Mede door tussentijdse verkiezingen en wisseling van kabinetten is de besluitvorming vertraagd. Doelstelling is dat vanaf 1 januari 2028 de nieuwe wet in werking treedt. Het CvdM wijst erop dat tot de nieuwe wet vastgesteld is, de huidige mediawet uit 2008 van kracht is. Acteren buiten de wettelijke kaders lijkt de BC voor een gemeente natuurlijk ook niet van toepassing.

•

Het CvdM wijst er verder op dat naast de wettelijke toetsingscriteria, er de mogelijkheid is voor de gemeente om aanvullende lokale toetsingscriteria vast te stellen. Bij raadsbesluit van 17 oktober 2024 heeft de gemeente Roermond een 8-tal aanvullende lokale toetsingscriteria vastgesteld (inclusief een korte toelichting daarop). Aan drie van deze beoordelingscriteria is een extra wegingsfactor van 2 toegekend. Beide geïnteresseerde omroepen hebben hun aanvraag op deze 8 lokale criteria kunnen afstemmen.

Recent, per schrijven van 21 augustus jl., heeft een van beide omroepen opnieuw haar zorgen geuit richting het CvdM inzake het al dan niet toepassen van de kaders van de Mediawet uit 2008. Het CvdM heeft op basis van de door betreffende omroep aangereikte argumenten nogmaals beoordeeld en schriftelijk bevestigd dat afwijking van de kaders van de Mediawet 2008 niet aan de orde is.

2

Postscriptum van Beoordelingscommissie; Een van de criteria die de Raad van belang acht is de wijze waarop de omroep beleidsmatig anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. Onder het criterium ‘Streekomroep’ dient o.a. getoetst te worden in hoeverre aanvragers samenwerking zoeken met andere lokale omroepen in de regio. Daarmee wordt volgens de Raad ‘het regionale karakter, zoals dat in de landelijke beleidsontwikkeling wordt gestimuleerd, op zorgvuldige wijze meegewogen binnen het geldende wettelijke kader’. Het als zodanig geformuleerde lokale criterium valt ook volgens het CvdM binnen de vigerende wetgeving. Het label ‘Streekomroep’ kan volgens de BC echter wel enige verwarring geven, daar streekvorming een belangrijk thema is in de nieuwe wetgeving. Achteraf bezien was ‘Anticiperen op toekomstige ontwikkelingen’ mogelijk een duidelijker label geweest.

2. Is Sjtadsomroop Remunj de gerecht geldige partij in de procedure? Neen; niet de Sjtadsomroop Remunj maar Stichting Crossmediaservice Limburg is de aanvragende partij om in aanmerking te komen voor de publiek lokale omroeplicentie van de gemeente Roermond. Sjtadsomroop Remunj is slechts een van de merk-/handelsnamen die door de CMSL wordt gehanteerd. Om misverstanden te voorkomen: Roermond.Nieuws.NL is geen onderdeel van de stichting en dus ook geen onderdeel van de aanvraag en dus beoordeling.

In de procedure vindt de beoordeling uitsluitend en alleen plaats ten aanzien van de Stichting Crossmediaservice Limburg.

3. Is ML5 de gerecht geldige partij in de procedure? Neen; niet ML5 maar Stichting RTV Roermond is de aanvragende partij om in aanmerking te komen voor de publiek lokale omroeplicentie van de gemeente Roermond. ML5 is uitsluitend een merk-/ handelsnaam die door het samenwerkingsverband tussen Stichting RTV Roermond en Stichting Omroep Leudal-Maasgouw wordt gehanteerd. Een onderliggende vraag die in de discussie naar voren kwam was of een samenwerking tussen twee lokale media-instelling volgens de Mediawet uit 2008 is toegestaan. Op zijn site geeft het CvdM duidelijk de in de wet benoemde kaders in deze weer. Belangrijke onderdelen samengevat: •

Redactionele onafhankelijkheid Redacties dienen onafhankelijk van commerciële- en overheidsinvloeden te zijn. In de Mediawet is niet bepaald dat de publieke media-instellingen onafhankelijk moeten zijn van andere publieke media-instellingen. Samenwerking tussen redacties of het samen één redactie voeren, staat redactionele onafhankelijkheid niet in de weg.

3

•

Programmabeleidsbepalend orgaan (verder geduid met PBO) Leden van het PBO kunnen tegelijkertijd lid zijn van het PBO van een andere publieke mediainstelling. Wel dienen de leden dan in beide organen een stroming uit het desbetreffende verzorgingsgebied te vertegenwoordigen.

•

Financiële verantwoording Lokale publieke media-instellingen moeten op grond van de Mediawet een eigen, deugdelijke boekhouding voeren. Een gezamenlijke boekhouding tussen samenwerkende media-instellingen is niet toegestaan.

In 2021 is door het CvdM en het NLPO beoordeeld dat de samenwerking zoals deze nu is vormgegeven, een omroeplicentie voor de Stichting RTV Roermond niet in de weg staat.

In deze beoordelingsprocedure vindt de beoordeling dan ook uitsluitend plaats ten aanzien van de Stichting RTV Roermond.

De beoordelingscommissie hoopt met bovenstaande uitleg duidelijkheid te hebben gecreëerd inzake een aantal openliggende vragen c.q. discussiepunten.

4

2. Externe expertise en werkwijze Om de procedure onafhankelijk en op enige afstand van lokaal-maatschappelijke en politieke inkleuring te begeleiden, heeft de gemeente externe expertise ingehuurd met de vraag te komen tot onafhankelijke begeleiding, en daaruit voortvloeiend advisering, inzake de aanwijzingsprocedure. Het eindadvies dient een oordeel te zijn vanuit een onafhankelijk proces, waarbij vanuit wetgeving en lokale criteria de bij het CvdM ingediende plannen zijn beoordeeld. Dit eindadvies is gericht aan het college van burgemeester en wethouders, die kan besluiten het al dan niet over te nemen. Zij leggen deze keuze vervolgens voor ter besluitvorming aan de gemeenteraad. Haar besluit wordt als voorkeur van de Raad gestuurd naar het CvdM, waarna de procedure zal resulteren in een aanwijzing van één lokale omroep door het CvdM. Indien de Raad besluit het advies niet te volgen, dan dient zij haar keuzes ‘zorgvuldig en deugdelijk’ te motiveren. Deze opdracht is 9 juli gegund aan Media Adviseurs Nederland (verder geduid met MANL).

MANL is een belangrijke, maar onafhankelijke partner van de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (verder geduid met NLPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (verder geduid met VNG) en heeft vele kanten van de lokale en regionale omroep meegemaakt, zowel vanuit het perspectief van omroeporganisaties als vanuit dat van diverse gemeenten. Onder hun opdrachtgevers bevinden zich grote en kleinere gemeenten en dito omroepen. Enkele tientallen keren heeft MANL de specifieke begeleiding van gemeenten bij de licentieprocedure opgepakt. Voor een verdere introductie wordt verwijzen naar de website van MANL ( www.manl.nl ). In haar begeleiding stelt MANL een tweetal punten centraal; 1. Het hebben van een duidelijke en eenduidige lijst van beoordelingscriteria. Duidelijk en eenduidig dient te zijn waar precies naar wordt gekeken c.q. waarop wordt beoordeeld. Rand-voorwaardelijk daarbij zijn enerzijds de wettelijke kaders en anderzijds de door de gemeente Roermond reeds vastgestelde 8 beoordelingscriteria (inclusief een korte toelichting daarop) en de daaraan door de gemeente gekoppelde wegingsfactoren. De 8 beoordelingscriteria zijn daarbij leidend, maar om deze zo ver als mogelijk te objectiveren, zijn de door de gemeente uitgewerkte ‘korte toelichtingen’ door MANL nader gespecificeerd in deelaspecten.

Dit alles geeft meer transparantie, eenduidigheid en uniformiteit aan de beoordeling. Deze uitwerking van de in eerste aanleg ietwat beknopte toelichting heeft goedkeuring van de gemeente. In bijlage 1 is het uiteindelijke beoordelingsformulier opgenomen met de 8 leidende beoordelingscriteria en de daaraan gekoppelde deelaspecten. Vanwege de reeds verlopen tijd na sluiting van de aanmelding bij het CvdM en vanwege de nadere specificatie van de beoordelingscriteria, heeft MANL het van belang geacht beide omroepen de gelegenheid te geven om de door hen reeds bij het CvdM aangereikte stukken te toetsen en hun aanvraag eventuele te actualiseren dan wel aan te vullen. Uiterste aanlevering van deze eventuele aanvullingen aan het CvdM was vrijdag 8 augustus. Uitsluitend hetgeen met uiterlijk die dagtekening is aangereikt aan het CvdM is meegenomen in het primaire beoordelingsproces. Om te komen tot een hoge mate van objectiviteit zijn de 8 lokale criteria getoetst vanuit een gestandaardiseerde normering met een score van 1 t/m 5. Deze scores zijn duidelijk en eenduidig gedefinieerd. Ook dit is met beide omroepen gedeeld.

5

Onderstaand de definiëring: 1. 2. 3. 4. 5.

Onvoldoende Item is niet/nauwelijks benoemd/uitgewerkt Matig Item is wel benoemd maar slechts summier uitgewerkt Voldoende Item is in de breedte uitgewerkt: wat te bereiken; waarom; wat zijn de succesfactoren; wat de doelen; e.d. (de ‘Wat vraag’) Goed Zie Voldoende, maar nu ook uitgewerkt in concrete acties, prestatie indicatoren, tijdlijnen, wie doet wat, e.d. (de ‘Hoe vraag’) Uitstekend Zie Goed, maar nu ook ingekleurd vanuit een meer integraal en langere termijn perspectief

2. Het samenstellen van een onafhankelijke beoordelingscommissie. Op advies van MANL is een beoordelingscommissie (verder geduid met BC) samengesteld bestaan uit 3 personen, waarvan 1 expert vanuit het lokale publieke medialandschap, 1 expert vanuit een meer journalistiek perspectief en onder voorzitterschap van een onafhankelijke voorzitter met een brede bedrijfskundige en bestuurlijke ervaring. De voorzitter is tevens de 3e beoordelaar en heeft de projectmanagementrol op zich genomen. Aan de BC is een ambtelijk toezichthouder toegevoegd vanuit de gemeente, die uitsluitend en alleen toezicht houdt op het proces en geen stem heeft ten aanzien van de inhoud. De BC beoordeelde in eerste aanleg uitsluitend en alleen de aan het CvdM aangereikte documenten. Dit geschiedde individueel en zonder voorafgaande onderlinge inhoudelijke afstemming en/of ruggespraak tussen de BC-leden. Na deze individuele beoordeling van de documenten heeft de BC beide omroepen ook de gelegenheid geboden om zich via een pitch te presenteren en daarna eventuele vragen van BC-leden te beantwoorden. Deze pitch vond 5 september jl. plaats. Nadat beide omroepen waren gehoord en bevraagd heeft de BC haar onderzoek afgerond en is de BC gekomen tot een eensluidend en onafhankelijk advies.

Basis van dit eindoordeel zijn primair de bij het CvdM aangereikte stukken. De pitch, bevraging en evt. andere waarnemingen zijn secondair meegewogen in het hoofdstuk ‘observaties’.

De BC kent de navolgende samenstelling Jan Spackler, voorzitter Studeerde Bedrijfskunde en Bedrijfseconomie en haalde executive masters in Management & Organization en Leadership Development. Hij werkte ca. 30 jaar als directeur-bestuurder in de non-food retail, de bancaire sector en de consultancy branche. Vanaf 2015 heeft hij zijn eigen adviesbureau HumanB en begeleidt hij als executive coach publieke en private organisaties bij strategievorming en complexe verandertrajecten. Deze vakken doceert hij ook aan Avans Hogeschool. Zijn kijk op veranderprocessen wordt mede gekleurd vanuit de meer irrationele en psychoanalytische kant van menselijk gedrag. Vanuit dit perspectief schreef hij het veranderboek ‘Verhalen om niet te verdwalen’. Als assosiate bij MANL werkt hij vaak voor en met gemeenten en lokale omroepen en trad hij diverse keren op als voorzitter van een BC. 6

Ulco Mes, expert lid Studeerde kunstgeschiedenis en Nederlands recht. Na een carrière in de museumwereld maakte hij in 2008 een overstap naar de overheid. Sindsdien werkt hij voor de gemeente Tilburg. Eerst als programmamanager cultuur, later als strateeg civil society en sinds 2017 als senior beleidsmedewerker cultuur en media. Als beleidsontwikkelaar verbindt hij culturele met ruimtelijke en sociale vraagstukken, zowel op lokaal als (inter)nationaal niveau. Teven is hij verantwoordelijk voor het ontwikkelen van lokaal mediabeleid, resulterend in het Mediafonds Tilburg, de professionalisering van Omroep Tilburg en YoCoJoin, een EU-project gewijd aan jongerenjournalistiek. In zijn vrije tijd geeft Ulco zijn leven extra kleur door het bekleden van bestuursfuncties en activiteiten in zijn eigen adviesbureau. Jan de Vries, expert lid Werkte bijna 50 jaar als regionaal journalist. Aanvankelijk als verslaggever en redactiechef bij diverse regionale dagbladen in Midden- Nederland. Daarna bij de regionale Omroep Brabant, onder meer als radioverslaggever, programmaleider van de studio Eindhoven, eindredacteur televisie en politiek redacteur radio, TV en internet.

De laatste drie jaar van zijn loopbaan was hij gedetacheerd bij de lokale omroep Meierij om als hoofdredacteur het fusieproces en de professionalisering van drie lokale vrijwilligersomroepen in deze nieuwe fusiegemeente te leiden. Na zijn pensionering is hij vooral actief bij Vluchtelingenwerk als maatschappelijk begeleider en taaldocent. Zijn visie is dat een sterke, onafhankelijke lokale omroep, die een aantal krachten bundelt met omroepen in de regio, het best de nieuwsvoorziening voor inwoners van een stad of dorp kan verzorgen. Toezichthoudende functionaris Aan de commissie is een gemeentelijk ambtenaar vanuit het cluster ‘Samenleving’ toegevoegd, uitsluitend en alleen als toezichthouder op het proces. Geen van de BC-leden heeft direct of indirect een band met een van de omroepen. Dit geldt ook voor MANL als adviesorganisatie. Omroepen hebben de mogelijkheid gehad aan te geven dat er gegronde reden zouden zijn om aan te nemen dat de onafhankelijkheid van een van deze BC-leden dan wel MANL niet gegarandeerd is. Geen van de omroepen heeft hiertoe aanleiding gezien. De gemeente heeft nadien de samenstelling van de BC bekrachtigd.

7

3. Het proces Voordat het CvdM een beslissing neemt over de ingediende aanvragen, dient de gemeente een drietal stappen te zetten: 1. Een advies uit te brengen over de vraag of een aanvrager formeel voldoet aan de wettelijke toegangscriteria voor een publieke lokale omroep. o

De Mediawet uit 2008 is als eerder gesteld vigerend beleid. De daarin gestelde wettelijke criteria zijn: a. De aanvrager moet een rechtspersoon zijn met volledige rechtsbevoegdheid. Een concept of een voorlopige akte is niet voldoende. Bij een van de omroepen (CMSL) voldeden de statuten niet. Zij hebben uitstel gekregen van het CvdM dit te herstellen. b. De aanvrager moet zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stellen op lokaal niveau de publieke mediaopdracht uit te voeren. c. De aanvrager moet volgens de statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en de leden van dit PBO moeten representatief zijn voor de inwoners van de gemeente.

o

De gemeente Roermond heeft vastgesteld dat beide aanvragen formeel aan deze criteria voldoen. Van beide omroepen zijn er (nu) getekende statuten gebaseerd op het NLPOmodel, met daarin benoemd de doelstelling en de aanwezigheid van een PBO. Verder hebben beide omroepen een inschrijving in het handelsregister overlegd alsmede een lijst met PBO-leden.

2. Indien van toepassing bij meerdere aanvragers, het samengaan te bevorderen. o

Vanuit de gemeente zijn gesprekken gevoerd waarin dringend aandacht gevraagd is voor een goede samenwerking en de mogelijkheid te komen tot één aanvraag. De uitkomst van deze gesprekken was, dat samengaan geen optie is en dat er dus niet tot 1 aanvraag in het kader van de aanwijzing wordt gekomen. Deze stap is schriftelijk vastgelegd door de gemeente en is in het proces door MANL niet opnieuw meegenomen.

3. Een voorkeursadvies uit te brengen, indien het samengaan van meerdere aanvragers niet gerealiseerd wordt. o

Dit voorkeursadvies moet zorgvuldig tot stand komen en deugdelijk gemotiveerd worden. Dit eindrapport van MANL biedt deze onderbouwing aan het voorkeursadvies.

Doorlopen processtappen MANL 1. Toetsing van het door de gemeente vastgestelde toetsingskader en komen met voorstellen om dit (indien nodig) verder de objectiveren d.m.v. onderliggende deelaspecten. Goedkeuring is gegeven aan het definitief beoordelingsformulier door de gemeente. 2. Voorstel door MANL voor samenstellen van een onafhankelijke BC en individuele afstemming met te benoemen BC-leden. Goedkeuring samenstelling BC door omroepen en gemeente. 8

3. Schrijven van gemeente (voorbereid door MANL) aan beide omroepen waarin wordt aangegeven: a. dat MANL het proces namens de gemeente zal gaan begeleiden, b. een uitwerking van de voor de omroepen relevante processtappen en time table, c. dat de omroepen indien gewenst de reeds aan het CvdM aangereikte stukken (binnen aangereikte tijdsgrenzen) kunnen aanvullen/actualiseren, d. dat de omroepen individueel zullen worden genodigd om hun propositie te pitchen waarna de BC betreffende omroep kan bevragen, e. dat de omroepen indien dringend noodzakelijk een gegrond bezwaar kunnen aantekenen tegen leden van de BC. 4. 1e afstemming van de BC over de processtappen en de time table. Tevens is gespiegeld op de toetsingscriteria en de wijze van beoordeling, zodat dit duidelijk en eenduidig is. 5. De 3 beoordelaars hebben na bestudering van de stukken van beide aanvragers, individueel en zonder onderlinge afstemming, hun beoordeling gegeven door middel van het invullen van het beoordelingsformulier. De individuele benadering draagt zorg dat er geen onderlinge beïnvloeding tussen BC-leden kon plaatsvinden. 6. De beoordelingsformulieren zijn aangereikt aan de voorzitter. Deze heeft beoordeeld, mede door het lezen van alle toelichting op de uitslagen, of er sprake zou kunnen zijn van verschillende interpretatie van een of meerdere criteria door verschillende beoordelaars.

Dit bleek niet van toepassing. 7. In een 2e BC-overleg zijn de individuele bevindingen van de BC-leden met elkaar gedeeld en is gekomen tot een eerste conclusie uit deze geobjectiveerde beoordelingen. Verder zijn vragen geformuleerd t.b.v. de pitches van beide aanvragers. De ambtelijk toezichthouder was voor dit gesprek genodigd. 8. Beide omroepen hebben de gelegenheid gekregen om hun propositie (separaat van elkaar) te pitchen voor de BC. De BC had daarbij de mogelijkheid de omroepen te bevragen. Aan het einde van de meeting hebben beide omroepen de gelegenheid gekregen ‘alles te zeggen wat volgens de omroep nog wezenlijk was en nog niet ter sprake was geweest’. 9. Na beide omroepen gehoord en bevraagd te hebben is de BC in overleg gegaan en is gekomen tot een eensluidend en onafhankelijk advies. Basis van dit eindoordeel waren als eerder aangegeven primair de bij het CvdM aangereikte stukken. De pitch, bevraging en evt. andere waarnemingen zijn secondair meegewogen en vastgelegd is hst. 5 ‘Observaties’. 10. De ambtelijk toezichthouder was aanwezig bij de pitches en het eindgesprek. Zijn observatie over de presentatie, bevraging en het afconcluderen heeft hij als volgt verwoord (letterlijke tekst z.o.z.):

9

Op 5 september 2025 heeft de presentatie en bevraging van de omroepen Stichting RTV Roemrond en Stichting Crossmediaservice Limburg plaatsgevonden. De gemeente was daarbij als toehoorder aanwezig. De bevraging door de beoordelingscommissie heeft integer en onpartijdig plaatsgevonden. De vragen die de commissie stelde waren van dezelfde aard en kwaliteit. Verder is het proces door de commissie toegelicht en beide omroepen hebben de gelegenheid gekregen om hierover vragen te stellen. Voor beide partijen was het proces duidelijk. De BC is nadien onbevooroordeeld tot een eensluidende eindconclusie gekomen’

11. Dit alles is door de voorzitter uitgewerkt in een concept adviesrapport. Dit concept is getoetst bij de overige BC-leden en (na correcties) verwerkt tot dit eindrapport. Alle commissieleden hebben onafhankelijk hun fiat gegeven aan dit eindrapport. 12. Op 12 september is de eindrapportage aangeboden aan de gemeente Roermond. Eventuele vragen ter verduidelijking zullen door de voorzitter worden behandeld. Het verdere proces is aan de gemeente en is erop gericht te komen tot besluitvorming over een voorkeursadvies door de gemeenteraad, waarna de procedure moet resulteren in een aanwijzing van één lokale omroep door het CvdM. Het is ook aan de gemeente hoe ze beide omroepen wil informeren omtrent de inhoud en conclusies van dit adviesrapport. Hiermee wordt het proces voor MANL, in lijn met de in de offerte gemaakte afspraken en de afgesproken (op verzoek van de gemeente ingekorte) timetable, afgerond.

10

4. De geobjectiveerde beoordeling Uitwerking beoordelingsmatrix Naast de wettelijke criteria heeft de gemeente 8 beoordelingscriteria vastgesteld. De leden van de BC hebben ieder op basis van deze beoordelingscriteria individueel (en zonder onderling overleg) de twee omroepen beoordeeld op basis van de bij het CvdM ingediende plannen. Deze individuele beoordeling op de deelbeoordelingen heeft volgens de eerder aangegeven normering plaatsgevonden. De scores van de 8 criteria zijn het gemiddelde van de deelaspecten per criterium (afgerond op een decimaal achter de komma). De scores van alle 8 criteria, met inachtneming van de daaraan door de gemeente gekoppelde wegingsfactoren, hebben geleid tot de navolgende cijfermatige eindbeoordeling per beoordelaar (geanonimiseerd B1, B2 en B3). In bijlage 2 en 3 zijn ook de onderliggende beoordelingen op deelaspecten van beide omroepen opgenomen. Dit alles heeft geresulteerd in een gemiddeld eindoordeel per omroep.

Beoordelingsmatrix RTV Roermond Lokale criteria

W.B1 factor 3

B2

B3

Gem.

3.3

2.7

3

A

Representativiteit en functioneren PBO

B

Aansluiting op diversiteit en informatiebehoefte inwoners Aanbodkanalen en platforms

3

3

3

3

3

2.3

2.7

2.7

2.7

2.3

2.3

2.4

E

Samenwerking met lokale partners en/of organisaties Interactie en participatie inwoners

WF 2

3.3

3

3

3.1

F

Professioneel geborgde organisatie

WF 2

3

4

3

3.3

G

Financiële situatie

2

1

1.3

1.4

H

Streekomroep (Anticiperen op toekomstige ontwikkelingen)

3.7

2.7

3.3

3.2

3.1

2.8

2.8

2.9

C D

Gemiddelde eindscore*

WF 2

* Gemiddelde eindscore = Score van criteria A t/m H vermenigvuldigd met wegingsfactor / 11

Conclusie uit geobjectiveerde beoordeling: • De BC beoordeelt de bij het CvdM aangereikte stukken met een krappe voldoende. De eindscore (inclusief wegingsfactoren) van RTV Roermond is 2.9 van de maximaal 5 te behalen punten. De plannen geven volgens de BC in de breedte nog wel een gedegen inkleuring van wat de organisatie wil bereiken, maar bieden te weinig houvast in hoe de omroep dit denkt te gaan realiseren.

11

•

• • • •

•

RTV Roermond scoort op 6 criteria gemiddeld voldoende. Nergens wordt gemiddeld een goed gescoord. Het criterium ‘Samenwerking met lokale partners en/of organisaties’ wordt gemiddeld beoordeeld als mager, het criterium ‘Financiële situatie’ scoort gemiddeld mager tot onvoldoende. Aanvrager heeft alleen een begroting met summiere toelichting voor 2025 aangeleverd. Deze begroting toont enkel gemeentelijke inkomsten. Een meerjarenbegroting ontbreekt. De spreiding tussen beoordelaars op het totaaloordeel is zeer beperkt (0.3). De spreiding tussen beoordelaars per criterium is ook relatief beperkt. Bij 2 criteria zit 1.0 punt spreiding, bij de overige zit minder spreiding. Op het niveau van de deelaspecten is het verschil slecht drie keer 2 punten tussen de individuele scores van beoordelaars, verder nergens meer dan 1 punt. Gezien de beperkte spreiding mag ten aanzien van RTV Roermond geconcludeerd worden dat de resultaten van de drie beoordelaars redelijk uniform en daarmee eensluidend zijn. De presentatie en bevraging alsmede de additioneel aangereikte informatie zijn, als aangegeven in het proces, niet meegewogen.

Vanuit de geobjectiveerde en onafhankelijke beoordeling van de drie beoordelaars wordt de aangereikte propositie van RTV Roermond, uitgaande van de door de gemeente vastgestelde beoordelingscriteria en de kaders van het huidige publieke mediabestel, samengevat als een krappe voldoende gezien.

Beoordelingsmatrix Crossmediaservice Limburg Lokale criteria

W.B1 factor 2.3

B2

B3

Gem.

2

2

2.1

A

Representativiteit en functioneren PBO

B

Aansluiting op diversiteit en informatiebehoefte inwoners Aanbodkanalen en platforms

3

3

2.7

2.9

2.3

2

2

2.1

2

2.3

2

2.1

E

Samenwerking met lokale partners en/of organisaties Interactie en participatie inwoners

WF 2

3

2.3

2.7

2.7

F

Professioneel geborgde organisatie

WF 2

1.7

2.3

1.7

1.9

G

Financiële situatie

1.3

1

1

1.1

H

Streekomroep (Anticiperen op toekomstige ontwikkelingen)

1.3

1.3

1.3

1.3

2.1

2.0

1.9

2.0

C D

Gemiddelde eindscore*

WF 2

* Gemiddelde eindscore = Score van criteria A t/m H vermenigvuldigd met wegingsfactor / 11

12

Conclusie uit de geobjectiveerde beoordeling: • De eindscore (inclusief wegingsfactoren) van CMSL is 2.0 van de maximaal 5 te behalen punten. De BC is kritisch over de bij het CvdM aangereikte plannen. De plannen geven weinig diepgang. Belangrijke zaken blijven onbenoemd en indien wel, dan blijft veelal onduidelijk wat de omroep daadwerkelijk wil bereiken (doelen) en waarom zij dit belangrijk vindt. Daar waar de ‘wat-vraag’ wel ietwat inkleuring krijgt ontbreekt nagenoeg geheel ‘hoe’ ze dit wil gaan bereiken en wat daarvoor concrete acties zijn. • Geen enkel criterium wordt als goed beoordeeld. CMSL scoort op 2 criteria gemiddeld een voldoende, 4 criteria scoren gemiddeld matig en 2 (‘Financiële situatie’ en ‘Streekomroep’) gemiddeld een onvoldoende. Aanvrager heeft noch een begroting, noch een meerjarenplan/begroting aangeleverd. Verder wekt de aanvrager de indruk nauwelijks tot geen oog te hebben voor beleidsontwikkeling als de nieuwe Mediawet, verandering van het omroepbestel en de vorming van streekomroepen. • De spreiding tussen beoordelaars op het totaaloordeel is zeer beperkt (0,2). • De spreiding tussen beoordelaars per criterium is ook relatief beperkt. Bij 2 criteria is de gemiddelde spreiding 0.6 c.q. 0.7, bij de overige 6 is deze gemiddeld lager.

• Op het niveau van de deelaspecten is het verschil tussen de individuele scores van beoordelaars nergens meer dan 1 punt. • Gezien de beperkte spreiding mag ook ten aanzien van CMSL geconcludeerd worden dat de resultaten van de drie beoordelaars redelijk uniform en daarmee eensluidend zijn. • De presentatie en bevraging alsmede de additioneel aangereikte informatie zijn in bovenstaande geobjectiveerde beoordeling, conform het aangegeven proces, niet meegewogen. n Vanuit de geobjectiveerde en onafhankelijke beoordeling van de drie beoordelaars wordt de aangereikte propositie van CMSL, uitgaande van de door de gemeente vastgestelde beoordelingscriteria en de kaders van het huidige publieke mediabestel, samengevat als matig gezien en biedt de propositie daarmee onvoldoende perspectief.

13

5. Observaties Algemeen De additioneel aangereikte informatie, openbare informatie van ter zake doende internetsites alsmede de pitch/bevraging hebben de BC ook andere observaties gegeven welke, indien ze waren vertaald naar de geobjectiveerde beoordeling, invloed zouden hebben op de eindscore (zowel plus als min). Als aangegeven zijn deze observaties niet meegenomen in de geobjectiveerde beoordeling van de BC. De BC zal deze observaties onderstaand alleen beschrijvend weergegeven Als in het vorige hoofdstuk beschreven is het algemeen oordeel van de BC ten aanzien van de inhoud van de bij het CvdM aangeleverde documenten van beide omroepen mager, met daarin wel enige mate van differentiatie tussen beide omroepen. Tijdens de pitch en bevraging heeft de BC dan ook bij beide omroepen diepgaand doorgevraagd op de thema’s: • • • • •

Organisatie, structuur en governance Samenstelling en functioneren PBO De rol van een publieke lokale omroep Financiële transparantie De kijk op de toekomst

Aan beide omroepen is voorafgaand aan de pitch gevraagd of er nog onduidelijkheden of vragen waren ten aanzien van het proces (was voor beide aanvragers duidelijk) en afsluitend is aan beide omroepen de ruimte geboden om al hetgeen te zeggen, dat in relatie tot het beoordelingsproces nog niet ter sprake was geweest en volgens de omroep wel wezenlijk van belang wordt geacht.

Observaties beoordelingscommissie t.a.v. RTV Roermond •

In H3 van het Strategisch plan alsmede tijdens de pitch geeft aanvrager een helder beeld van de organisatiestructuur. Aanvrager kent een onderbouwde functiescheiding tussen bestuur, PBO en redactie, met ieder eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Dit sluit aan bij relevante documenten als de stichtingsstatuten, het (uitgebreide) redactiestatuut en het huishoudelijk reglement, die samen een congruent beeld geven. De wettelijk vereiste redactionele onafhankelijkheid wordt in diezelfde documenten ook duidelijk en congruent gewaarborgd. Ook de samenwerkingsovereenkomst met de publiek lokale omroep Stichting Omroep Leudal-Maasgouw getuigt van oog voor afbakending van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Daarnaast geeft het Strategisch plan een duidelijk beeld van de onderlinge verhoudingen tussen de diverse lagen van de organisatie. De BC heeft nergens in de documenten, via de pitch of via andere informatiebronnen indicaties gezien die de governance in twijfel doen trekken. Ook al wordt het begrip ‘governance’ niet gebruikt, de aangeleverde informatie geeft het vertrouwen dat de aanvrager oog heeft voor goed, transparant en verantwoord bestuur en toezicht. Tot slot is er geen informatie voorhanden die wijst op politieke en/of commerciële belangenverstrengeling van leden van het bestuur.

14

•

Het PBO is als eerder aangegeven formeel geborgd in de statuten (art 13 e.v.). Aanvrager heeft echter geen informatie verstrekt waaruit blijkt dat is voldaan aan de statutaire eis van art 11 lid 4 (nadere regels over de samenstelling van het PBO in een reglement). Het PBO is breed samengesteld en de leden vertegenwoordigen stevige organisaties. Het PBO is wel een PBO ten behoeve van het samenwerkingsverband ML5. Het waarom daarvan is toegelicht in het beleidsplan en vloeit logisch voort uit het samenwerkingsverband. De BC is kritisch inzake hoe de PBO-input wordt vertaald naar de programmering. Dit is slechts summier uitgewerkt het Beleidsplan. Daarin wordt wel expliciet ingegaan op het betrekken van jongeren en evenementen, wat aansluit bij PBO-leden die deze stromingen vertegenwoordigen. De BC heeft nergens in de documenten, via de pitch of via andere informatiebronnen indicaties gezien die de onafhankelijkheid en/of de programma-beleidsbepalende rol van het PBO in twijfel doen trekken. Het functioneren van het PBO is ook een toetsingscriterium van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (verder geduid met SvdJ) om in aanmerking te komen voor de subsidieregeling ‘Professionalisering Lokale Publieke Omroepen’ (zie ook verderop). Deze subsidie is via het samenwerkingsconvenant Voor Midden Limburg (verder geduid met VML), waar RTV Roermond een onderdeel van is, verkregen.

Dit onderstreept bovenstaande.

•

De aanvrager acteert in een samenwerkingsverband met de publiek lokale omroep Stichting Omroep Leudal-Maasgouw onder het gezamenlijke label ML5. Deze samenwerking is onder andere opgezet om vanuit schaalvoordelen de noodzakelijke synergie-effecten te behalen om de publiek lokale omroep financieel en journalistiek bestaansgrond te geven. In de inleiding is al beschreven dat in 2021 het CvdM en het NLPO de samenwerkingsconstructie hebben beoordeeld en dat deze, zoals nu is vormgegeven, een omroeplicentie voor RTV Roermond niet in de weg staat. De BC is evenwel wel kritisch op de wijze waarop RTV Roermond, binnen deze samenwerking, haar focus legt op het werkgebied Roermond. In de documenten en in de pitch wordt dit wel uiteengezet, echter uit een recent onderzoek uitgevoerd door het bureau Invior in opdracht van de gemeente blijkt, dat de inwoners van de gemeente Roermond ML5 niet als primaire informatiebron zien en in mindere mate raadplegen, indien men op zoek is naar Roermonds lokaal nieuws. Verder maakt met name het strategisch plan duidelijk dat er bij in programmering wordt samengewerkt met VVV en bibliotheken en dat er afspraken zijn met de gemeente en L1. Aanvrager maakt echter niet duidelijk met welke andere partners uit sectoren als onderwijs, bedrijfsleven, cultuur en sport concreet wordt samengewerkt, en wat dat betekent voor de programmering.

De BC is kritisch over het ontbreken van deze bredere maatschappelijke borging. Tevens oordeelt het BC dat de ‘waakhondfunctie’ van de lokale omroep onvoldoende uit de verf komt. Deze functie ontbreekt in het Beleidsplan (Missie en Visie, Strategische doelen), waarin de nadruk ligt op informeren, inspireren en verbinden. De doelstelling om betrouwbare informatie te verstrekken wil nog niet zeggen dat de aanvrager zich ook kritisch durft op te stellen jegens overheden en andere ‘machten’. Ditzelfde beeld geeft het Strategisch plan. Daarin schrijft de aanvrager weliswaar over het belang van de publieke omroep voor de lokale democratie, maar veder wordt niet ingegaan op een kritische ‘waakhondfunctie’, wat dat behelst en hoe die rol concreet moet worden uitgevoerd. In de bevraging is de BC dieper ingegaan op dit thema. De aanvrager typeerde zich tijdens de

15

bevraging als ‘vriendelijke’ en gaf eerlijk toe dat het voor haar moeilijk is, gezien de financiële afhankelijkheid van de gemeente, toch een kritisch tegengeluid te laten horen. De aanvrager maakt onderbouwd duidelijk dat zij in transitie is en gaf aan dat in de nieuwe mediawetgeving de financiële afhankelijkheid van de gemeente verdwijnt, waardoor eventueel tegenstrijdige belangen geen thema meer hoeven te zijn. In hst. 4 ‘De geobjectiveerde beoordelingen’ heeft de BC aangegeven dat de plannen van aanvrager in de breedte nog wel een gedegen inkleuring geven van wat de organisatie wil bereiken, maar dat ze weinig houvast bieden in hoe de omroep dit denkt te gaan realiseren. Concrete acties, prestatie-indicatoren, timetable, wie doet wat, e.d. blijven relatief vaag. Dit belemmert de sturing op de ontwikkeling van de omroep in het hier en nu. De BC uit een kritische noot dat de focus op de samenwerking, het samenwerkingsconvenant en de focus op eventuele streekvorming in 2028, de sturing op de ontwikkelingen in het hier en nu van RTV Roermond niet mag overstijgen. De BC waarschuwt, dat aanvrager hierdoor voor de kortere termijn mogelijk zou kunnen blijven hangen in de waan van de dag. •

Als aangegeven in hst. 4 ‘De geobjectiveerde beoordelingen’ heeft de aanvrager alleen een begroting met summiere toelichting voor 2025 aangeleverd. Deze begroting toont enkel gemeentelijke c.q. publieke inkomsten. Een meerjarenbegroting ontbrak. Tijdens de pitch heeft de BC de aanvrager uitvoering bevraagd over de financiële situatie. Ter plekke werd aan meerjarenbegroting overlegd. Daarin werd een duidelijker beeld geschetst over de in het samenwerkingsverband met Omroep Leudal-Maasgouw gezamenlijke kosten en doorbelasting. Daarbij wordt ook aangegeven dat commerciële inkomsten volledig bij de samenwerkingspartner worden verantwoord. In hoeverre dat invloed heeft op de doorbelasting blijft onduidelijk. De BC vermoedt van wel, daar het volgens de BC nagenoeg onmogelijk is om uitsluitend uitgaand van de (relatief beperkte) kostenbijdrage van de gemeente te komen tot een sluitende meerjarenbegroting. Wat uit de documenten wel duidelijk naar voren komt is dat aanvrager nadrukkelijk streeft naar een stabiele, financiële bedrijfsvoering, waarin commerciële inkomstenstromen slechts een beperkte rol van betekenis spelen. Verder werd door de aanvrager gewezen op de subsidie, die van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (verder geduid met SvdJ) is verkregen ten behoeve van de ‘Professionalisering Lokale Publieke Omroepen’.

Deze subsidie, welke voor het afgelopen en lopende jaar 500K bedroeg en welke naar alle waarschijnlijkheid ook voor 2026 en2027 een gelijk bedrag behept (aanvraag is in behandeling bij het SvdJ), is natuurlijk niet alleen voor RTV Roermond, maar is via het samenwerkingsconvenant VML, waar RTV Roermond een onderdeel van is, verkregen. Met deze gelden is onder andere een ‘kwartiermaker’ bekostigd, die het professionaliseren van de samenwerkende omroepen heeft begeleid. Verder wordt uit deze subsidie de salarissen betaald van enkele professionele journalisten, die werken voor de gezamenlijke omroepen. Dit alles heeft het samenwerkingsverband van de publieke lokale omroepen in midden Limburg, maar zeker ook RTV Roermond, een professionele boost gegeven. Zeker ook omdat de VML redactie/journalisten gehuisvest zijn in de studio/kantoor van ML5 in Roermond.

16

Aanvrager is ook bevraagd wat er gaat gebeuren indien de aanvrager niet de licentie krijgt toegekend. Aangegeven is dat ML5 als dan gewoon in de lucht blijft, maar dat door het inperken van de financiële middelen de focus op Roermond op een lager pitje zal moeten worden gezet. Verder werd aangegeven dat de roadmap richting de nieuwe Mediawet vanuit het samenwerkingsconvenant VML gewoon zal doorgaan met daarbinnen ook de focus op het werkgebied Roermond, dat binnen de door het NLPO en VNG vastgestelde streek Midden Limburg valt. •

Vanuit de samenwerking binnen ML5, het samenwerkingsconvenant VML en met de verkregen subsidie van het SvdJ sorteert aanvrager nadrukkelijk voor op toekomstige ontwikkelingen binnen het medialandschap. Daarin zijn streekvorming en het professionaliseren van de journalistiek uitgangspunten van beleid. De BC is van mening dat een omroep als RTV Roermond, met haar relatief beperkte schaalgrote alsmede door de beperkingen die de mediawet legt ten aanzien van commerciële activiteiten/inkomsten, ook geen lange termijn bestaansgrond heeft, zeker niet indien de wet ook nog vraagt om een professionele journalistiek invulling en een kritische maatschappelijke en politieke ‘waakhondfunctie’. De BC is positief over de in deze gezette stappen welke geheel in lijn zijn met de kaders zoals geschetst door de NLPO en de VNG. De BC weet tot slot dat het verkrijgen van de subsidie van het SvdJ een uitvoerig toetsingskader kent. Deze toetsing behept onder andere de professionaliteit en onafhankelijkheid van de redactie, de journalistieke productie, de publicatie kanalen, het functioneren van het PBO, de financiële positie en de mate van samenwerking. Het samenwerkingsconvenant VML, waarvan RTV Roermond een onderdeel uitmaakt, heeft deze zware toetsing doorstaan. Dit geeft volgens de BC een positieve ondersteuning aan de aanvraag van RTV Roermond.

n Samengevat beoordeeld de BC de aanvraag, ook als alle observaties zouden worden meegewogen, als voldoende passend. De aanvraag past in het beeld zoals op veel plaatsten in het land publiek lokale omroepen zich presenteren, primair gericht op informeren en verbinden. De stap naar professionele journalistiek en het uitvoeren van de publieke taak blijft daarmee onderbelicht. Vanuit de samenwerking binnen ML5 en VML wordt op een goede manier aan deze journalistieke omissie gewerkt. De BC waarschuwt echter dat de focus op samenwerken niet ten koste mag gaan van de eigen operationele ontwikkelingen van de omroep en de focus op het werkgebied Roermond.

17

Observaties beoordelingscommissie t.a.v. CMSL •

Het is de BC duidelijk wie de licentie voor de publieke media-instelling heeft aanvraagt. CMSL is de aanvragende partij (zie aanvraagformulier en statuten) en Sjtadsomroop Remunj is uitsluitend een handelsnaam (zie ook aanvraagformulier) die door CMSL worden gehanteerd. De BC is kritisch hoe door de aanvrager e.e.a. in de documenten, maar ook in de media wordt belicht. o

Regelmatig wordt Roermond.Nieuws.Nl en de performance van deze nieuwssite als succes opgevoerd, bijvoorbeeld door te verwijzen naar het aantal hits op betreffende site, de naamsbekendheid van dit platform in een extern onderzoek, e.d.. Echter Roermond.Nieuws.Nl is een commercieel, franchise achtig nieuwsplatform dat onderdeel uitmaakt van het landelijk opererende Nieuws.NL. (voor zover de BC heeft kunnen achterhalen een onderdeel van HNM Holding BV). Roermond.Nieuws.NL en haar performance valt dus buiten de aanvraag en buiten de beoordeling van de BC.

o

Verder wordt gesproken over Roermond.Nieuws.TV, wat zich op haar site presenteert als een commerciële lokale omroep. Deze ‘entiteit’ is volgens de site recent omgedoopt tot SORTV (Sjtadsomroop Remunj TV). Het is voor de BC onduidelijk gebleven hoe deze ‘entiteit’ zich verhoudt tot CMSL. Op de site van Roermond.Nieuws.TV (die nog in de lucht is) wordt een link gelegd met Roermond.Nieuws.NL. En omgekeerd, op de site van Roermond.Nieuws.NL wordt verwezen naar SORTV. De BC acht de constructie niet open en transparant en oordeelt dat de verwevenheid tussen de (toekomstig) publieke CMSL en de commerciële media entiteiten vraagtekens oproept en mogelijk onvoldoende passend zijn binnen de Mediawetgeving.

o

Wat de BC in relatie tot bovenstaande ook opvalt is dat CMSL naar eigen zeggen (zie interview bestuurslid dhr. Hompe dd. 17 juni) samen met Roermond.Nieuws.NL en Roermond.NieuwsTV ‘één redactioneel en organisatorisch geheel vormt’ en dat er dus ook vergaande redactionele verwevenheid is. Dit is onder andere te zien aan diverse media-producties die zowel via het (toekomstig) publieke kanaal als via de aangegeven commerciële kanalen worden uitgezonden. Ook dit roept grote vraagtekens op bij de BC.

o

Verder werd in de pitch ook gesproken over de entiteit Media Collectief Limburg. In de aangeleverde stukken kwam deze entiteit niet expliciet ter sprake. Media Collectief Limburg is een eenmansorganisatie die met behulp van ZZP-ers onder andere een mediaproductiebedrijf vormen. Dit collectief maakt (naar eigen zeggen) zowel commerciële producties als producties voor CMSL. Daarnaast is het (naar eigen zeggen) het ‘facilitaire’ bedrijf van CMSL. De producties voor CMSL en de facilitaire ondersteuning worden (wederom volgens eigen zeggen) om niet (dus zonder enige geldstroom) geleverd aan CMSL. Wel doneert Media Collectief Limburg met regelmaat geld aan CMSL. Media collectief Limburg wordt (naar eigen zeggen) weer gefund door enerzijds de commerciële producties en anderzijds door een winstbijdrage uit het commercieel bedrijf Roermond.Nieuws.Nl. Ook deze niet transparante constructies en verwevenheden roepen bij de BC zeer grote vraagtekens op.

18

Samengevat is te stellen dat het gecreëerde web van organisaties, activiteiten en geldstromen, de transparantie en openheid allesbehalve ten goede komen, hetgeen volgens de BC mogelijk leidt tot een verstrengelingen en verwevenheid, die volgens de Mediawet niet toelaatbaar zijn. Dit onderdeel is daarom dan ook uitvoerig besproken in de pitch en de bevraging, en ook toen werd door de aanvrager een en ander niet echt transparanter gemaakt en waren er meerdere tegenstrijdigheden in de beantwoording. •

In de aangereikte stukken wordt gesproken over de wettelijke functie-kadering van het bestuur en over de functiescheiding tussen het bestuur en de (hoofd)redactie (met bijbehorende wettelijk gescheiden taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden). Dit is zoals het niet alleen op papier (formeel, in de statuten), maar ook in de praktijk dient te zijn volgens de Mediawet. De BC plaatst echter vraagtekens of dit in de praktijk ook daadwerkelijk zo is. Dit wordt mede ingegeven door het navolgende: o

Bestuurslid Dhr. Hompe presenteert zich in diverse media-uitingen alsmede bij de ondertekening van diverse (ook formele en/of juridische) stukken enerzijds als bestuurslid (soms als penningmeester, soms als voorzitter, soms als secretaris) en anderzijds als Hoofdredacteur (soms van CMSL, soms van Sjtadsomroop Remunj). Hij geeft tijdens de pitch ook aan dat hij zelf programma’s maakt. Deze onduidelijke positionering maakt de wettelijk noodzakelijke functiescheiding binnen deze publiek lokale omroep, tussen enerzijds het bestuur en anderzijds de redactie, diffuus.

o

Verder is dhr. Hompe ook de ‘beheerder’ (is dit de ‘franchisenemer’?) bij het commerciële Roermond.Nieuws.NL en speelt hij een rol van betekenis bij het commerciële Roermond.NieuwTV. Volgens de Mediawet mag een bestuurder geen nevenfuncties uitoefenen bij een commerciële media-instelling of een bedrijf waaraan de lokale omroep (een deel van) haar media-aanbod heeft uitbesteed. Ook hier ziet de BC op bestuurlijk vlak een ondoorzichtig web van functies, taken en bevoegdheden wat de governance diffuus maakt. Verder overschrijdt deze vermenging van taken mogelijk de grens van het wettelijk toelaatbare.

o

In de statuten van de stichting staat beschreven dat dhr. Hompe, samen met mevr. De Werd het bevoegde bestuur van de stichting CMSL uitmaken. Tevens werd aangegeven dat mevr. De Werd eigenaresse is van de eerder benoemde eenmanszaak Media Collectief Limburg. Als eerder beschreven levert deze commerciële organisatie mediaproducties en facilitaire zaken aan CMSL. Als eerder aangegeven mag volgens de Mediawet een bestuurder geen nevenfuncties uitoefenen bij een commerciële media-instelling of een bedrijf waaraan de lokale omroep (een deel van) haar media-aanbod heeft uitbesteed. Ook hier wordt mogelijk de grens van het wettelijk toelaatbare overschreden. Mevr. De Werd gaf tijdens de pitch wel aan dat zij een van beide functies zal beëindigen als de licentie wordt toebedeeld. De BC beoordeelt echter het ‘hier en nu’ en niet een mogelijke ‘als dan’ situatie.

19

o

•

Bovenstaande verstrengelingen van belangen wordt nog versterkt doordat dhr. Hompe (naar eigen zeggen) adviseur is van een politieke partij. Volgens de mediawet mag een bestuurslid van een publieke lokale omroep geen politieke functie bekleden. Dit om onafhankelijkheid te kunnen waarborgen en politieke beïnvloeding tegen te gaan. De vraag is of een ‘adviserende rol’ ook daadwerkelijk een ‘politieke functie’ is. Als dan wordt mogelijk de grens van het wettelijk toelaatbare overschrijden. De BC is van mening dat een dergelijke schijn van belangenverstrengelingen ten alle tijden voorkomen dient te worden.

Het PBO is, zoals eerder aangegeven, formeel geborgd in de statuten (art 11 en 12). Aanvrager heeft echter geen informatie verstrekt waaruit blijkt dat is voldaan aan de statutaire eis van art 11 lid 4 (nadere regels over de samenstelling van het PBO in een reglement). Verder is de BC kritisch op de representativiteit van het PBO leden. In hoeverre de leden de genoemde stroming daadwerkelijk vertegenwoordigen is niet altijd even duidelijk omdat: o soms op persoonlijke titel wordt geopereerd, o soms de link met de stroming niet helder is, o soms de rol van vertegenwoordigde organisatie binnen de genoemde stroming vragen oproept. Omdat Roermond, op gebieden al sport (bijvoorbeeld; atletiek/ Swift, hockey/ Concordia, voetbal/SHH, etc.), zorg en welzijn (bijvoorbeeld; Laurentius ziekenhuis, Proteion, Zorg aan Zet, Huis van Welzijn, etc.) en onderwijs (bijvoorbeeld; Wings, Gilde, Yuverta, etc.) stevige organisaties kent, kun je de vraag stellen in hoeverre enkele PBO-leden daadwerkelijk als vertegenwoordiger van deze stromingen kunnen worden gezien. Dat de representativiteit van de PBO-leden vraagtekens oproept, maakt ook de breedte van het PBO discutabel. Met name de aandacht voor jongeren, kunst & cultuur en geestelijke stromingen ontbreekt. Verder wordt in de statuten gesproken over de onafhankelijke en de programmabeleidsbepalende functie van het PBO.

In de documenten als het Beleidsplan, het Redactiestatuut, het Zendmachtigingsdossier en de Programmering 2025-2030 wordt echter geen enkele relatie gelegd met het PBO c.q. de kaders van het programmabeleid. Tijdens de pitch gaf de aanwezige voorzitster van het PBO (mevr. Stijnen) verder aan dat zij tevens programmamaker is. Dit alles roept bij de BC vraagtekens op en maakt de feitelijke en wettelijke noodzakelijke functiescheiding tussen redactie en PBO diffuus.

•

Het media-aanbod van de aanvrager richt zich nadrukkelijk op de geografisch leefomgeving van de inwoners van Roermond. Dit blijkt uit alle aangeleverde documenten. Herhaalde kernbegrippen zijn daarin verbinding en betrokkenheid creëren binnen de gemeenschap Roermond. Dit alles wordt naar eigen zeggen ook als zodanig ervaren door de inwoners van de gemeente. Dit zou volgens de aanvrager onder meer blijken uit het eerder benoemde onderzoek, dat het bureau Invior recent in opdracht van de gemeente heeft uitgevoerd. Daarin zijn inwoners van de gemeente Roermond onder andere bevraagd over welke lokale media zij raadplegen. ‘Roermond Nieuws’ wordt daarbij veelvuldig genoemd. Echter als eerder aangegeven, Roermond.Nieuws.NL is geen onderdeel van CMSL en dus geen onderdeel van de aanvraag en deze beoordeling.

20

Kritischer is de BC over de samenwerking met lokale partners en/of organisaties. Aanvrager verschaft hierover slechts summiere informatie. In het Zendmachtigingsdossier worden slechts twee concrete samenwerkingspartners genoemd: de Gemeente Roermond en (ondersteunend) het commerciële Roermond.Nieuws.NL. Voor het overige worden slechts samenwerkingscategorieën genoemd (onderwijs, wijkorganisaties, ondernemers etc.). Namen van organisaties, vestigingen en contacten ontbreken. Geen van de andere door aanvrager aangeleverd documenten geven hierover nadere informatie. De BC is kritisch over het ontbreken van deze bredere publiek-maatschappelijke borging. •

CMSL profileert zich op internet en in haar beleidsplan (vooralsnog) als een lokale commerciële omroep. In het beleidsplan staat beschreven dat indien zij een publieke media status zouden krijgen onder andere de programmering nog meer uitgebreid zal worden. Ook tijdens de diepere bevraging in deze werd aangegeven dat met de extra gelden meer programma’s maar ook programma’s voor een bredere doelgroep gemaakt kunnen worden. Verder zou de professionaliteit van de journalistiek een boost kunnen krijgen. De transitie naar een publieke omroep en naar een publieke taak wordt dus met name aanvullend gezien op de huidige commerciële werkzaamheden. De BC concludeert dat de omroep geen goed beeld heeft bij de publieke functie en tevens bij de daaraan gekoppelde maatschappelijke taken als bijvoorbeeld een kritische ‘waakhondfunctie’. Alleen nadat de BC er expliciet naar vroeg, werd aangegeven dat ze naast de informatiefunctie ook wel ‘kritisch gaan schrijven’, ook over onderwerpen die mogelijk de politiek en/of partners/ adverteerders/sponsors van het commerciële bedrijf raken. Al met al constateert de BC een onvoldoende kritische houding en reflectie op het functioneren als publieke media-instelling. Kijkend naar de toekomst geeft de aanvrager aan dat Roermond een eigen publiek lokale omroep verdient. In de bij de stukken aangereikte ‘brief’ van 28 mei jl.

neemt de aanvrager nadrukkelijk afstand van de ontwikkelingen in het medialandschap. Streekvorming zou voor CMSL alleen een optie zijn indien de aanvrager daarbinnen een onafhankelijke en zelfstandige rol kan blijven spelen. De BC kent de ontwikkelingen in het medialandschap en de ontwikkelingen ten aanzien de mogelijke streekvorming in Midden Limburg. CMSL maakt van die ontwikkeling momenteel geen deel uit en zal, gezien haar standpunt en positionering, daar naar alle waarschijnlijkheid ook geen deel van uit gaan maken.

•

Als aangegeven bij de geobjectiveerde beoordeling heeft de aanvrager nagenoeg geen financiële onderbouwing, begroting en meerjarenbegroting aangereikt. In haar jaarplan worden uitsluitend enkele categorieën benoemd (als betaalde opdrachten, reclame, sponsoring e.d.) die inkomsten zouden moeten genereren om de exploitatie solide te houden. Over uitgaven is niets bekend. Ook hier is in de bevraging nadrukkelijk aandacht voor geweest. Daar werd gesteld dat de inkomsten van CMSL komen vanuit de ‘donaties’ die de eenmanszaak Media Collectief Limburg doet. Op de site werd ook melding gemaakt van ‘leden bijdragen’. De ‘facilitaire kosten’ van CMSL zijn (naar eigen zeggen) voor rekening van Media Collectief Limburg. Over de inkomsten van dit bedrijf zijn reeds opmerkingen geplaatst. Al met al krijgt de BC geen duidelijk en eenduidig beeld bij de geldstromen binnen CMSL en is er een duidelijke financiële verwevenheid te constateren tussen CMSL en genoemde commerciële bedrijven. Ook dit alles roept bij de BC grote vraagtekens op.

21

•

Tot slot t.a.v. CMSL; Een van de door CMSL aan het CvdM aangereikte documenten betreft een “Toetsing op basis van MANL-criteria – Sjtadsomroop Remunj”. Daarin wordt aangegeven dat: ‘deze toetsing is opgesteld aan de hand van de vijf landelijke criteria van de Mediaadviescommissie Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (MANL). Deze criteria vormen tot op heden de basis voor de beoordeling van aanvragen tot aanwijzing als lokale publieke media-instelling op grond van de Mediawet 2008’. De BC plaatst bij dit document zeer grote vraagtekens. o o

o

o o

De BC kent geen Media-adviescommissie bij de NLPO (Nederlandse Lokale Publieke Omroepen). Navraag bij de NLPO bevestigd dat die er ook niet is. MANL (het adviesbureau dat deze opdracht uitvoert) is onafhankelijk van de NLPO en dus niet de adviescommissie van de NLPO. De afkorting MANL wordt door de NLPO ook niet voor andere doeleinden/entiteiten gebruikt. Zowel MANL als de NLPO herkennen zich niet in de genoemde 5 landelijke criteria. Er zijn, als eerder gesteld, 3 wettelijke eisen en gemeenten hebben de mogelijkheid (bij meerdere aanmeldingen) eigen lokale criteria op te stellen. Hetgeen door CMSL gesteld, dat deze criteria ‘de basis vormen voor de beoordeling op grond van de Mediawet 2008’, is dus feitelijk onjuist. Ook het CvdM heeft haar vraagtekens geplaatst richting de gemeente over dit bij haar aangereikte document. De conclusies die door CMSL in het document getrokken worden, worden op geen enkele wijze door de BC onderschreven.

De BC vindt het een publieke omroep, alsmede journalistiek onwaardig dat CMSL op deze wijze haar onderzoeksjournalistiek bedrijft en feitelijk onjuiste informatie verstrekt. De BC heeft het document verder ter zijde gelegd.

Samengevat is de BC zeer kritisch in haar observaties ten aanzien van CMSL. Indien deze observaties onderdeel hadden uitgemaakt van de in hst. 4 uitgewerkte geobjectiveerde beoordeling, dan had dit bij verschillende lokale criteria een neerwaartse bijstelling gegeven. Het eerder gegeven eindoordeel ‘matig’ zou als dan volgens de alle drie de beoordelaars schuiven richting een ‘onvoldoende’. Verder is de BC van mening dat indien de observaties zouden worden meegewogen in de formele toetsing op de wettelijke criteria, ook hier gerede twijfel zou zijn of de aanvrager daaraan voldoet.

Postscriptum van Beoordelingscommissie; Enkele keren wordt in bovenstaande observaties gesteld dat CMSL ‘mogelijk’ de grens van het wettelijk toelaatbare overschrijdt (of bewoordingen van gelijke strekking). De bewoording ‘mogelijk’ staat er niet omdat de BC twijfelt aan de gedane observatie. Echter de BC vindt, dat zij niet de gerecht geldende partij is om hier in juridische zin over te oordelen.

22

6. Conclusies en aanbeveling De beoordelingscommissie is na rijp beraad tot de unanieme eindconclusie gekomen dat: De aanvraag van RTV Roermond past in het beeld zoals op veel plaatsten in het land publiek lokale omroepen zich presenteren. Ietwat conservatief, uitgaande van een vrijwilligersorganisatie en van financiële beperkingen, primair gericht op informeren en verbinden. De stap naar professionele journalistiek en het daarmee uitvoeren van de aan een publiek lokale omroep gekoppelde taak inzake de maatschappelijke waakhondfunctie (onderzoekend, controlerend, verdiepend, mening vormend) blijft daarmee onderbelicht. Met name vanuit de samenwerking met de Omroep LeudalMaasgouw in ML5, en vanuit het samenwerkingsconvenant VML wordt wel aan deze journalistieke omissie gewerkt. De BC waarschuwt de aanvrager dat de focus op schaalvergroting, c.q. de streek niet ten koste mag gaan van de eigen noodzakelijke operationele ontwikkelingen. Meer sturing geven aan het omzetten van het beleid naar operationele acties (de uitwerking van de eerder beschreven ‘hoe’ vraag) is daarvoor noodzakelijk. Daarnaast blijft de focus op het werkgebied een primaire taak. Afsluitend oordeelt de BC dat de scheiding van de functies bestuur, PBO en redactie, alsmede de governance van de aanvrager, op een voldoende wijze geborgd zijn.

De uitkomst van de geobjectiveerde beoordeling geeft een score van 2.9 op een schaal van 5. De observaties met de aangereikte plussen en minnen zou de eindscore van de deze beoordeling niet of nauwelijks beïnvloeden. Overall beoordeeld de BC de aanvraag dan ook als voldoende passend. De aanvraag van CMSL is volgens de BC onvoldoende passend in de context van de huidige Mediawet. CMSL, met de via haar bestuurders aan zich gelieerde commerciële organisaties als Roermond.Nieuws.Nl en Media collectief Limburg hebben in hun gezamenlijkheid nu een plaats in het medialandschap van Roermond. Maar de transitie die ze voornemens zijn om een publiek lokale omroep te worden, vraagt meer dan alleen het formeel wijzigen van de statuten conform de NLPO-model en het installeren van een PBO. De BC is zeer kritisch op de verwevenheid met de commerciële entiteiten en geeft aan dat door de wijze van positionering, de wijze van financieren en de wijze van programmering de schijn van belangenverstrengeling ontstaat. De wijze waarop in de praktijk wordt omgegaan met taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van bestuur, in relatie tot de redactie, en de wijze waarop de redactie en het PBO zijn verweven zetten daarnaast de governance zwaar onder druk. Volgend de BC is er mogelijk zelf sprake van onwettige situaties.

De BC concludeert overall dat de omroep geen goed beeld heeft van de taak en positie van een publiek lokale omroep. De geobjectiveerde beoordeling geeft een score van 2.0 op een schaal van 5 en is daarmee matig te noemen. Indien de BC de observaties en de additionele informatie zou laten meewegen in de score van de lokale criteria, dan zou de eindscore zeker een neerwaartse bijstelling moeten krijgen. Dit onderstreept het eindoordeel van de BC dat de aanvraag onvoldoende passend is.

Eindoordeel

Alles overziende adviseert de commissie unaniem aan de gemeente Roermond om de lokale omroep ‘stichting RTV Roermond’ voor te dragen bij het Commissariaat voor de Media, voor het verkrijgen van de nieuwe uitzendlicentie voor de gemeente Roermond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=a28804f1-8468-4512-aa05-dab6031d6fd3