CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage_1-13_Beheerplan_Spelen_2023-2032

Gemeenteraad 14 september 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Kadernota Beheer 2023 - 203212.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beheerplan Spelen 2023 – 2032 Gemeente Roermond

Gemeente Roermond Postbus 900 6040AX Roermond

Verantwoording

Titel

:

Beheerplan Spelen

Subtitel

:

Gemeente Roermond

Datum

:

Januari 2023

Auteur(s)

:

Frank Janssen

Pagina 2 van 32

Inhoudsopgave

Samenvatting ................................................................................................................................4 1 1.1 1.2

Inleiding.........................................................................................................................5 Aanleiding en doelstellingen.........................................................................................................5 Leeswijzer ....................................................................................................................................5

2 2.1 2.2

Areaal............................................................................................................................6 Omvang areaal.............................................................................................................................6 Rest- en Vervangingswaarde .....................................................................................................12

3 3.1 3.2

Specifiek beleid en wetgeving.....................................................................................14 Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen............................................................................14 Speelruimteplan, beleid periode 2013-2017- gemeente Roermond ..........................................14

4 4.1 4.2

Kwaliteit.......................................................................................................................16 Visueel........................................................................................................................................16 Technisch ...................................................................................................................................16

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3

Huidige situatie ...........................................................................................................18 Huidige kwaliteit .........................................................................................................................18 Huidige budgetten ......................................................................................................................20 Reguliere (jaarlijkse) budgetten..................................................................................................20 Investeringsbudgetten en kredieten ...........................................................................................20 Toekomstige ontwikkelingen en uitdagingen..............................................................................21

6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Onderhoudsscenario’s ................................................................................................24 Algemeen ...................................................................................................................................24 Reguliere onderhoudskosten .....................................................................................................24 Achterstallig onderhoud..............................................................................................................25 Vervangingen/renovaties............................................................................................................25 Berekende budgetten .................................................................................................................26

7 Organisatie beheer .....................................................................................................27 De huidige werkprocessen binnen het beheer van spelen kunnen opgedeeld worden in planmatig beheer en operationeel beheer. De beheerorganisatie is dan ook tweeledig ingericht..........................27 7.1 Huidige beheerorganisatie .........................................................................................................27 7.2 Toekomstige beheerorganisatie .................................................................................................29 7.3 Gegevensbeheer........................................................................................................................30 8 8.1 8.2

Conclusies ..................................................................................................................31 Verschillen 2017 – 2023.............................................................................................................31 Toekomstige ontwikkelingen ......................................................................................................31

Pagina 3 van 32

Samenvatting

In de gemeente Roermond wordt gestreefd naar een vitaal, veilig en aantrekkelijk speelareaal met speeltoestellen en speelaanleidingen in een aantrekkelijke speelomgeving. Het speelareaal van de gemeente Roermond bestaat enerzijds uit speeltoestellen en anderzijds uit diverse valondergronden. Beide dienen aan bepaalde NEN-normen te voldoen. Naast de speeltoestellen en valondergronden is er ook aandacht voor de directe speelomgeving rondom de toestellen. Om het areaal schoon, heel en veilig te houden worden reguliere inspecties toegepast. Conform het Warenbesluit Attractie en Speelvoorzieningen (WAS) worden de diverse toestellen en de indirecte speelomgeving periodiek getoetst op gebreken, onveilige situaties en aandachtspunten. Daaruit voortvloeiend onderhoud wordt gezien als regulier onderhoud. Met dit onderhoud tracht de gemeente Roermond een continu goed bespeelbaar en veilig speelareaal te kunnen waarborgen. Een gespecialiseerde onderhoudspartij voorziet in opdracht van de gemeente Roermond in deze inspecties en controles en rapporteert daarover in een digitaal logboek genaamd Playmapping. Op die manier behoud de gemeente Roermond een actueel en goed beeld van de kwaliteit en samenstelling van ons speelareaal. Naast het reguliere onderhoud worden speeltoestellen periodiek vervangen en wordt de gehele speellocatie opnieuw ingericht.

Een participerende rol van de directe omgeving is daarbij van groot belang. Dit gebeurd wanneer de locaties hun einde levensduur bereikt hebben (vastgesteld op 15 jaar in de nota Activabeleid) en onrendabel functioneel en veilig te houden zijn met regulier onderhoud. Dit worden vervangingen / herinrichtingen genoemd en zijn er op gericht om complete speellocaties veilig, aantrekkelijk, vitaal en actueel te houden. Kaderstellend voor het speelareaal is het Speelruimteplan 2013-2017 waar op speellocatieniveau gestreefd wordt naar een speelareaal met grotere en uitdagendere locaties waar meerdere doelgroepen samenkomen en waar zo samenspelen wordt bevorderd. Dit speelruimteplan is vooral een technisch uitvoeringsplan. Het is verouderd beleid en dient geactualiseerd te worden zodat vervangingen aansluiten op actuele behoeften en kansen en andere beleidsdoelstellingen. Tot aan de vaststelling van een nieuw beleidsplan Speelruimte volgt het beheer het huidige Speelruimteplan waarbij in overleg met bewoners op wijkniveau wordt vervangen. Om tot een optimale spreiding van de voorzieningen te komen zijn aan de doelgroepen uit het speelruimteplan afstanden verbonden. Op basis van deze afstanden en in combinatie met de gedachtegang van intensiveren en samenspelen bevorderen zijn op wijkniveau bepaald hoeveel voorzieningen noodzakelijk zijn.

Een aantal locaties die binnen de spreidingseisen overbodig zijn en onvoldoende meerwaarde bieden aan een aantrekkelijk en uitdagend speelareaal dienen te worden opgeheven conform speelruimteplan. In het speelruimteplan zijn suggesties voor deze locaties aangegeven als zogenaamde “wijkers”. De laatste jaren is op wijkniveau hard gewerkt aan de omvorming van het areaal en de realisatie van dit speelruimteplan. Bewoners hebben een participerende rol in de keuzes voor locaties en de renovaties ervan waardoor de omvorming en de vervangingen van het speelruimteplan uitvoerbaar zijn.

Pagina 4 van 32

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doelstellingen

Voor u ligt het nieuwe beheerplan Spelen dat toe ziet op de speel-, sport-, en skatevoorzieningen van de gemeente Roermond. Dit beheerplan maakt onderdeel uit van de beheerplannen reeks voor het uitvoeren van het beheer en onderhoud van de gehele openbare ruimte. Voor begrippen, definities en overige zaken geldend voor alle beheerdisciplines wordt verwezen naar het algemene deel uit deze reeks. In onderstaande tabel is de opbouw van de reeks weergegeven. Groen gearceerd is de locatie van het beheerplan spelen in de reeks weergegeven. Tabel 1: Locatie beheerplan in reeks Beheerplannenreeks

Titel

Deel 1

Algemeen

Deel 2

Wegen

Deel 3

Kunstwerken

Deel 4

Riolering

Deel 5

Havens & Waterpartijen

Deel 6

Verkeer

Deel 7

Groen & Bomen

Deel 8

Bos & Natuur

Deel 9

Reiniging

Deel 10

Verlichting

Deel 11

Wegmeubilair

Deel 12

Spelen

Deel 13

Begraafplaatsen

Deel 14

Sportlocaties

Deel 15

Kunstobjecten

De beheerplannen zijn een gedetailleerde uitwerking per beheergroep vanuit de in de Kadernota Beheer opgestelde kaders. De beheerplannen hebben tot voornaamste doelen: 1. Het in beeld brengen van het areaal. 2. De te verwachtte kosten voor beheer en onderhoud in de komende jaren 3. Het kwaliteitsniveau waaraan het beheer moet voldoen gerelateerd aan de verschillende gedefinieerde onderhoudsscenario’s 4. De inrichting en toekomstvisie van het beheerproces. 1.2

Leeswijzer

Het beheerplan begint met een omschrijving van het areaal (hoofdstuk 2), waarna het relevante beleid en de wet- en regelgeving specifiek voor spelen wordt omschreven (hoofdstuk 3). Vervolgens wordt ingegaan op de huidige kwaliteit en het op dit moment beschikbaar zijnde budget voor instandhouding van het areaal (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 wordt aandacht geschonken aan de opgestelde onderhoudsscenario’s in de gemeente en de theoretisch benodigde budgetten noodzakelijk om te voldoen aan de eisen gesteld in de onderhoudsscenario's. In het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de organisatie van het beheer (hoofdstuk 7)

Pagina 5 van 32

2

Areaal

2.1

Omvang areaal

In dit beheerplan zijn de voorzieningen specifiek voor spelen in de openbare ruimte in beschouwing genomen. Al deze speelvoorzieningen zijn volledig in eigendom en beheer van de gemeente en maken onderdeel uit van een (gemeentelijke) speellocatie netwerk in de openbare ruimte. De speelvoorzieningen welke voorkomen op schoolpleinen, particuliere speeltuinen en kinderboerderijen behoren niet tot dit beheerplan. Beheerareaal In de gemeente Roermond wordt het areaal beheerd op speellocatieniveau. De verplichtingen en inspecties en het daaruit voortkomend technisch onderhoud richten zich op toestelniveau en bijbehorende ondergronden. Het areaal speelvoorzieningen is opgenomen in het beheerssysteem Playmapping. De speeltoestellen zijn gerangschikt per speellocatie en onderverdeeld in diverse toesteltypen. Het areaal speelondergronden staat in het beheerprogramma GBI. Vanaf 2023 zal een ontsluiting van Playmapping plaatsvinden in GBI. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de huidige areaalgegevens die onderdeel uit maken van dit beheerplan. Tabel 1: Areaalgegevens Aanschafwaarde Element

Eenheid

Totaal

Vastgestelde afschrijving:

speellocaties

st

115

Skatevoorzieningen objecten

st

11

€ 59.280

30 jaar

m2

558

€ 100.000

30 jaar 20 jaar 15 jaar

Skatevoorziening beton Sporttoestellen

st

135

€ 304.605

Speeltoestellen

st

505

€ 2.089.355

val-speel ondergrond tegels

m2

302

zandbasis

m2

14228

rubbertegels

m2

84

Rubber gegoten

m2

175

Kunstgras

m2

1545

De objectcategorieën welke zijn beschouwd als onderdeel van dit beheerplan zijn hieronder gedefinieerd. Speellocaties Het te beheren areaal van Spelen, sporten en skaten omvat alle speelvoorzieningen aanwezig op de als zodanig aangemerkte speellocaties in de openbare ruimte. De speellocaties bestaan uit de speelomgeving (het terrein) en de daarop geplaatste speeltoestellen met ondergronden. In de directe speelomgevingen kan de ruimte zodanig zijn ingericht dat ze een indirecte speelaanleiding bieden. Speelvoorzieningen Speelvoorzieningen kunnen bestaan uit sport- en speeltoestellen inclusief ondergronden en andere aan de speelvoorzieningen gerelateerde objecten. Daarnaast kunnen ook speelaanleidingen beheerd worden als een speelvoorziening.

Pagina 6 van 32

Volgens de (herziene) reikwijdtenotitie behorende bij het Warenbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) valt een speelvoorziening onder het WAS wanneer deze expliciet uitnodigt tot spelen en het een permanente inrichting betreft om op de lange termijn bespeeld te worden. Die dient voor vermaak of ontspanning en waarbij uitsluitend van zwaartekracht of fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. De betekenis van een inrichting is hier een samenspel van toestellen; een constructie. Dit geld alleen wanneer het beschikbaar gesteld / geplaatst is op een terrein voor publiek gebruik. Men spreekt in deze reikwijdtenotitie op dat moment van een direct speeltoestel. Het stroomschema zoals dat op de volgende pagina is opgenomen wordt binnen het beheer gehanteerd om te bepalen of een voorziening gezien wordt als een “formele” speelvoorziening en dus conform het WAS dient te worden onderhouden. Speeltoestellen en sporttoestellen Alle sport- en speeltoestellen binnen de gemeente Roermond worden gezien als een direct speeltoestel vallend onder het WAS. Bij de sporttoestellen wordt bij de vervangingen een afschrijving gehanteerd van 20 jaar conform de nota activa. De speeltoestellen hebben een afschrijving van 15 jaar. Skatevoorzieningen Binnen de gemeente Roermond zijn 2 skatevoorzieningen aanwezig. Eén voorziening bestaat uit een asfalt ondergrond met objecten om te skaten.

Dit is meer een voorziening voor beginners. Daarnaast is een beton gegoten voorziening aanwezig voor de meer gevorderde skaters, BMX’ers en steppers. De voorzieningen worden conform nota activa afgeschreven in 30 jaar. Valondergronden Onder valondergronden wordt verstaan: valzones inclusief obstakelvrije ruimte, onder en rond de speeltoestellen. Deze zijn op de eerste plaats wettelijk bepaald en per toestel verschillend van formaat, maar kunnen ook bepaald worden vanuit ontwerp voor de speelplaats. In Roermond zijn dit veelal zandvalondergronden. De technische staat van de speelondergronden (egaliseren / aanvullen etc.) wordt onderhouden vanuit het specifieke onderhoud voor spelen. Speelondergronden De speelondergronden zijn de oppervlaktes sport- en speelvelden in (half)verharding of gras. De speelondergronden worden geacht meegenomen te worden in het beheer en onderhoud voor verhardingen en groen. De reinigingswerkzaamheden aan speel- en valondergronden worden regulier mee genomen in de onderhoudsbestekken voor groen en reiniging. Er vind hierin een doorrekening plaats vanuit het beheerplan Groen en bomen naar het beheerplan spelen. Inspectie vind plaats binnen de onderhoudscontracten voor spelen binnen de directe speelomgeving. De directe speelomgeving De speelomgeving bestaat uit de openbare ruimte rondom de speelvoorzieningen.

Een speelomgeving is geen onderdeel van het door Spelen beheerde areaal en kan bestaan uit: - Verhardingen - Groenvoorzieningen - Speelaanleidingen die niet vallen onder het WAS. - Andere aanwezige objecten in de speelomgeving, zoals hekwerken, meubilair. De speelomgeving en de daarin aanwezige objecten worden wel visueel gecontroleerd bij de inspecties, constateringen worden zo nodig doorgegeven aan de betreffende beheerder maar de objecten maken geen onderdeel uit van dit beheerplan.

Overige gerelateerd areaal Een aantal voorzieningen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het aanbod in spelen, bewegen en sporten in de openbare ruimte maar maken geen onderdeel uit van dit beheerplan.

Pagina 7 van 32

Deze voorzieningen zijn over het algemeen geïnitieerd vanuit een initiatief of pilot waarbij geen middelen voor onderhoud, beheer of vervangingen zijn geborgd. Het is ook niet te bepalen of er een wens is om dit wel te organiseren. Deze voorzieningen worden hieronder nader gedefinieerd. Beweegvoorzieningen In Roermond zijn op een drietal locaties beweeg / fitnessvoorzieningen aanwezig. Deze zijn vanuit een pilotproject geplaatst door het cluster sport en cultuur. Onderhoud is belegt binnen de contracten voor spelen. Dit is een sober en doelmatig beheer om de voorzieningen functioneel te houden. Beheer en vervanging is niet geborgd binnen de pilot. Ook vind geen monitoring plaats vanuit de initiërende clusters of beleidsvelden. Er zijn daarom geen middelen beschikbaar voor vervangingen en het is ook niet bekend of vervangingen gewenst of noodzakelijk is. De belangrijkste, en meest gebruikte, voorzieningen staan rondom het Cruijffcourt. Jeu de boules banen: In de gemeente Roermond liggen ook enkele jeu de boules banen. Deze voorzieningen zijn ook allemaal aangelegd vanuit een bepaald initiatief of vanuit burgerparticipatie en maken dan ook geen onderdeel uit van het beheerplan spelen. In alle gevallen is als kader mee gegeven dat de aanleg én het onderhoud voor rekening van de initiatiefnemers is.

De gemeente Roermond onderhoud deze voorzieningen op het reguliere kwaliteitsniveau voor halfverhardingen. Deze voorzieningen worden niet geïnspecteerd en er wordt geen structureel onderhoud gepleegd. In onderhoud ten aanzien van de sporttechnische functionaliteiten wordt dus niet voorzien. Er zijn dan ook geen middelen voor vervangingsinvesteringen. Ervaring is dat afspraken na verloop van tijd (mede door doorstroom van bewoners) verwateren of niet meer helder zijn bij de nieuwe bewoners. Het is op dat moment lastig om keuzes te maken ten aanzien van handhaving of verwijdering van de jeu de boules baan. Speelaanleidingen Binnen de gemeente Roermond wordt gesproken over een speelaanleiding wanneer het “een object betreft niet zijnde een constructie, aanwezig op een publieke (speel)locatie die aanleiding geeft tot spelen”. Een speelaanleiding kan ook een natuurlijk aspect zijn zoals een glooiing. De reikwijdtenotitie bepaald of een speelaanleiding ook onder het WAS valt en dus als speelvoorziening beheerd wordt. Dit is te bepalen middels het stroomschema in figuur 1. De reikwijdtenotitie geeft aan dat een speelaanleiding (‘een inrichting niet bij fabricage bedoeld als speeltoestel’) alleen onder het WAS valt wanneer deze: - Aan alle kenmerken voldoet die onder het kopje speelvoorzieningen zijn benoemd maar de nadruk niet ligt op ontspanning en vermaak.

- De speelaanleiding zich bevindt op een speellocatie waar al andere voor spelen ontworpen toestellen aanwezig zijn. Men spreekt in de reikwijdtenotitie op dat moment van een indirect speeltoestel. Bij inrichtingen die indirect als speeltoestel aan te merken zijn gaat het wel om inrichting met een duidelijke speelwaarde. Een prullenbak of zitbankje valt hier dus niet onder. Verder maken ook speelaanleidingen die niet behoren tot een speellocatie geen onderdeel uit van het areaal. Er zijn dan ook geen vervangingsinvesteringen beschikbaar en het beheer wordt uitgevoerd binnen de reguliere onderhoudscontracten van groen, civiel en reiniging. Overige voorzieningen Naast openbare voorzieningen zijn er ook enkele voorzieningen aanwezig die onderdeel uitmaken van, en bijdrage hebben aan, het speelareaal in Roermond. Waarop ook beheer en onderhoud plaats vind maar die niet altijd in eigendom van de gemeente Roermond zijn. In de komende beheerperiode willen we de rol en taakverdeling ten aanzien van deze voorzieningen scherper krijgen zonder in te boeten op kwaliteit en het aanbod voor spelen op openbare of semi- openbare voorzieningen.

Pagina 8 van 32

Semi openbare voorzieningen en schoolterreinen Naast voorzieningen in de openbare ruimte zijn er een aantal semi- openbare voorzieningen. Het gaat hierbij over een aantal onderwijsvoorzieningen (schoolterreinen) die, conform bepaalde afspraken of overeenkomsten, onderdeel uit maken van dit beheerplan. Het gaat hierbij vooral om schoolterreinen die ook na schooltijd opengesteld zijn en daarmee (mede door ruimtegebrek in de wijk) een meerwaarde bieden in het speelaanbod voor de wijken. Deze voorzieningen hebben in veel gevallen een overlap met de vastgestelde onderwijslocaties waarin beheer en onderhoud financieel ook belegt is. Een aantal voorzieningen voorzien ook in dekking ten aanzien van het speelruimteplan op wijkniveau. Andere locaties zijn op verzoek van school óf omgeving opengesteld en maken daarom onderdeel uit van het beheerareaal. De komende beheerperiode zal een inventarisatie gedaan worden naar de onderwijslocaties en de eventuele dubbelingen in beheer en/of gemeentelijke bijdrage aan de scholenstichtingen. Indien schoolterreinen ook buiten schooltijd zijn opengesteld worden (en dus openbaar zijn), en de voorziening een nadrukkelijk meerwaarde biedt voor het speelruimteplan, kan de gemeente vanuit het beheerplan speelvoorzieningen regievoerend zijn in het kader van wederzijds mede gebruik.

Daarnaast zal met een aantal scholen afspraken gemaakt worden over actief mede gebruik door de school en de bijdrage die zij in het kader daarvan kunnen doen. De vastgestelde onderwijslocaties zijn daarbij leidend. Medegebruik kan ook reden zijn om een stukje mede verantwoordelijkheid en investeringen door te leggen naar de onderwijsinstellingen. Ten aanzien van locaties die geen meerwaarde bieden voor de openbare ruimte zal worden voorgesteld dat deze enkel nog onderdeel uitmaken van de onderwijslocatie en als beheerareaal voor speelvoorzieningen worden afgestoten. Bij een aantal voorzieningen zijn hiervoor overeenkomsten aangegaan. Deze dienen in de komende beheerperiode in het verlengde van deze inventarisatie herijkt te worden om verantwoordelijkheden, en daarmee samenhangende kosten, opnieuw te beoordelen. Hierin wordt opgetrokken met het cluster ontwikkel opgave die uitvoerend zijn in het onderwijsbeleid. Niet openbare voorzieningen en schoolterreinen Diverse schoolterreinen hebben geen openbaar karakter en zijn na schooltijd gesloten. Beheer en onderhoud is enkel belegt bij de schooldirectie of scholenstichting. Dit maakt dan ook geen onderdeel uit van het beheerareaal van het beheerplan spelen. Andere niet openbare voorzieningen, bijvoorbeeld particuliere speeltuinen, die niet op eigendom van de gemeente staan maken geen onderdeel uit van dit beheerplan.

Hierin heeft de gemeente Roermond geen enkele verantwoordelijkheid. Wel zal er handhavend opgetreden worden als de openbaarheid onduidelijk is en gemeente hierin alsnog een belang heeft. Ook zal er handhavend opgetreden worden als speelvoorzieningen, niet geplaatst door de gemeente en zonder keurmerk, aanwezig zijn in de gemeentelijke openbare ruimte. Denk hierbij aan trampolines of zwembaden. Gemeente is indirect verantwoordelijk voor een veilige openbare ruimte. Niet gekeurde toestellen dienen dan ook een duidelijke eigenaar en verantwoordelijke te hebben. Met de eigenaar zullen afspraken gemaakt worden over het toezicht en het verwijderen van het toestel op het moment dat er geen toezicht is. Eigenaarschap kan middels daarvoor bestemde stickers worden vastgesteld. Als verantwoordelijkheden hierin door bewoners niet worden genomen wordt gesommeerd het toestel te verwijderen of zal het toestel verwijdert worden.

Pagina 9 van 32

Zwembad de Roerdomp: De voorzieningen van Zwembad de Roerdomp worden in het reguliere beheer voor speelvoorzieningen mee genomen. Een doorrekening hierin vind plaats naar het cluster Sport & Cultuur. Formeel maken de voorzieningen en ondergronden op deze locatie daarom geen onderdeel uit van dit beheerplan. Naast de voorzieningen bij zwembad de Roerdomp maakt ook het Johan Cruijffcourt geen onderdeel uit van het beheerplan spelen. Met cluster Sport & Cultuur zijn afspraken gemaakt over het beheer en onderhoud. Reinigingswerk en de inspecties en het onderhoud aan de opstal wordt verzorgt vanuit het beheerplan Speelvoorzieningen. In vervangingen van de voorziening en het kunstgras wordt voorzien vanuit het beheerplan Sport. Dit geld ook voor de andere grote sportkooien die ooit vanuit een sportinitiatief zijn aangelegd en hoge vervangingskosten hebben. Bijvoorbeeld de sportkooi op de Surinamestraat. Deze voorzieningen worden enkel functioneel, heel en veilig gehouden binnen de onderhoudscontracten voor spelen en reiniging. Vervangingsinvesteringen maken geen onderdeel uit van dit beheerplan maar maken onderdeel uit van het beheerplan Sport. Speeltuin Kitskensberg Speeltuin Kitskensberg is onlosmakelijk verbonden met Roermond en biedt een grote meerwaarde aan spelen in de Gemeente Roermond.

Dit is echter geen openbare speelvoorziening en wordt ook niet beheerd door het cluster BOR. Er zijn dan ook geen middelen voor beheer, onderhoud en vervangingen voor spelen op deze niet openbare locatie. Vanuit de vakinhoud is ruimte om te adviseren of ondersteuning te bieden aan de stichting. Cluster BOR is echter geen contactpersoon of heeft geen verantwoordelijkheden in de aansturing van of het contact met speeltuin Kitskensberg.

Pagina 10 van 32

Figuur 1: Stroomschema reikwijdtenotitie WAS

Pagina 11 van 32

2.2

Rest- en Vervangingswaarde

Om een beeld te krijgen van de totale waarde in geld van het huidig te beheren areaal wordt het begrip restwaarde gebruikt. Dit is gebaseerd op de aanschafwaarde verrekend met de afschrijving. Daarnaast kan de vervangingswaarde bepaald worden. Dit zijn de kosten voor volledige vervanging van het desbetreffende areaal binnen de investeringsplanning voor spelen. Restwaarde Het huidige areaal heeft een bepaalde restwaarde op basis van de aanschafwaarde op toestelniveau en de afschrijving die is vastgesteld in de nota activa. In onderstaande tabel zijn de fictievere restwaardes van het huidige areaal opgenomen. Ook is opgenomen wat de gemiddelde leeftijd is. Peildatum daarbij is december 2022. Tabel 2: waardebepaling Element

Eenheid

Skatevoorzieningen objecten

st

Skatevoorziening beton

M2

Fictievere restwaarde

Totaal

Gemiddelde leeftijd

11

€ 51.425

558

€ 86.666

3,7 jaar 12,7 jaar 9,1 jaar

Sporttoestellen

st

135

€ 101.803

Speeltoestellen

st

491

€ 929.168

3,7 jaar

Opmerkingen?

In 2019 gereviseerd. 3 jaar

€ 1.169.062

Kanttekening daarbij is wel dat dit enkel iets zegt over de toestellen; niet over de status van de ondergronden of de directe speelomgeving. Hierin zijn de beweegvoorzieningen en speelaanleidingen die in het reguliere onderhoud worden mee genomen niet opgenomen omdat deze geen onderdeel uitmaken van dit beheerplan en/of hier geen vervangingsbudget voor is en ook geen afschrijving voor bepaald is. Vervangingswaarde Binnen het beheerplan spelen voeren we technisch vervangingsbeheer uit. We geven daarbij enkel invulling aan gemaakte keuzes uit het (verouderde) speelruimteplan. De primaire taak binnen dit beheerplan is om in technische vervangingen en beheer te voorzien. De kaders van het Speelruimteplan worden zoveel als mogelijk aangehouden. We proberen daarbij op een wijkgerichte projectbenadering de omvorming van het Speelruimteplan door te voeren. Maatwerk binnen de vastgestelde spreidingskaders is daarbij mogelijk. De in het speelruimteplan aangegeven blijvers en wijkers zijn secundair aan de spreidingsnormen en kaders. De beleidsmatige afwegingen en keuzes die hierin gemaakt dienen te worden zijn echter geen taak voor BOR. Als er binnen de projecten geen draagvlak is voor de uitvoering dan zal de uitvoering opgeschort worden en kan er dus kwaliteitsverlies optreden in het areaal.

Binnen de vervangingsinvesteringen wordt zoveel als mogelijk uitgegaan van wijkprojecten om, met draagvlak van bewoners, invulling aan de doelstellingen van het speelruimteplan te kunnen geven. De vervangingswaarde omvatten de kosten / budgetten die nodig zijn om in instandhouding van het huidige areaal en om een totale vervanging van voorzieningen te kunnen voorzien. Hierbij wordt dus niet uitgegaan van de vervangingswaarde op toestel / objectniveau maar op locatie/ voorziening niveau. Specifiek voor de voorzieningen die conform Speelruimteplan 2013 als blijvers zijn benoemd.

Pagina 12 van 32

De bedragen die hierin worden gehanteerd zijn gebaseerd op de bedragen die in het Speelruimteplan 2013 zijn vastgesteld voor bepaalde doelgroepen. De afgelopen jaren is gebleken dat participatie, voorbereiding en een gedegen inrichtingsplan steeds belangrijker is voor de bewoners. Hier zijn kosten mee gemoeid die binnen het investeringsbudget diende te worden opgevuld en daarmee ten kosten gingen van het nieuwe aanbod aan toestellen. Ook bleek dat door een sterke indexering van de kostprijzen voor speeltoestellen in de raamcontracten voor inkoop voor speeltoestellen het budget voor nieuwe speeltoestellen steeds krapper werd om in een voldoende uitdagende voorziening te kunnen blijven voorzien. Dit geld met name voor de doelgroep 0-5 jaar. Hiervoor is het huidige investeringsbudget niet toereikend. Het jaarlijks investeringsbudget dient te worden opgeplust zodat in een voldoende uitdagend areaal kan worden voorzien voor alle doelgroepen. In de investeringsplanning wordt daarom gerekend met € 20.000 euro investeringsbudget voor vervanging van doelgroep 0-5 jaar, en is in de kadernota beheer gerekend met 18% overige kosten en 10% kosten voor voorbereiding en toezicht. Met deze middelen is in de berekeningen van Antea en in de weergaves van dit beheerplan al rekening gehouden en maken onderdeel uit van de vervangingswaarde van het areaal.

Onderstaande tabel is een weergave van de vervangingswaarde. Tabel 3: Vervangingswaarde

Doelgroep

Aantal locaties streefbeeld Speelruimtepla n

Aantal voorzieninge n “blijvers”

Vervangingswaar de

Afschrijvingstermi jn

investeringsbudget/ afschrijving

0-5 jaar

82

€ 1.622.530,00

15

€ 108.168,67

6-12 jaar

55

€ 1.650.000,00

15

€ 110.000,00

Sportvoorzieningen

45

€ 420.000,00

20

€ 21.000,00

Skatevoorzieningen

2

€ 100.000,00

30

Totaal

95

€ 3.792.530,00

€ 3.333,33 € 242.502,00

Om in een duurzame instandhouding en vervanging te kunnen voorzien is dus ongeveer € 245.000 euro nodig. In deze uiteenzetting wordt dus enkel uitgegaan van de vervangingswaarde van de speelvoorzieningen en is dus geen rekening gehouden met de overige kosten en VAT kosten om in de vervangingsprojecten te voorzien. De benoemde bedragen zijn nodig om te kunnen voorzien in totale vervangingen van speellocaties om deze duurzaam, uitdagend en aantrekkelijk in stand te houden. De kosten hiervoor liggen daarom beduidend hoger dan de vervangingswaarde voor enkel het vervangen van de speeltoestellen. Peildatum daarbij is december 2022. Daarbij wordt uitgegaan van het huidige areaal á 115 locaties. Ook zijn de vervangingswaarde berekend voor de 95 locaties die op basis van het speelruimteplan 2013 duurzaam in stand gehouden dienen te worden. Hierbij is niet gerekend met de verwijderingskosten voor 5 locaties die in de komende beheerperiode binnen de wijkprojecten verwijdert dienen te worden. 10 locaties met de aanduiding “wijker” worden komende jaar binnen de wijkprojecten verwijdert. 5 locaties worden in wijkontwikkelingen verwijdert.

Er zijn geen vervangingswaarde berekend voor de volgende voorzieningen: - Locaties die momenteel nog in het onderhoud worden mee genomen maar de aanduiding “wijker” hebben binnen het speelruimteplan; - Beweegvoorzieningen die onderdeel uitmaken van diverse pilots voor bewegen en sporten; - Speelaanleidingen (waaronder ook jeu de boules banen) die eenmalig, binnen een participatietraject, zijn aangelegd. - Het Johan Cruijffcourt en de voetbalkooi op de Surinamestraat.

Pagina 13 van 32

3

Specifiek beleid en wetgeving

3.1

Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen

De wettelijke verplichtingen voor de veiligheid van speeltoestellen zijn geregeld in het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen van maart 1997 of kortweg het WAS. In het attractiebesluit wordt verwezen naar de Europese Normen (NEN-EN 1176 voor speeltoestellen en NEN-EN 1177 voor valdempende ondergronden en voor Skatevoorzieningen NEN-EN 14974 ) als de norm voor de toetsing van de veiligheid van speeltoestellen en ondergronden. De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit is de instantie die het WAS handhaaft. Onder het WAS vallen speeltoestellen, attractietoestellen en waterglijbanen. Een speeltoestel wordt gedefinieerd als: Een inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. Het WAS is niet van toepassing op: • speeltoestellen in de achtertuin; deze vallen onder het Warenwetbesluit Speelgoed • speeltoestellen die kinderen zelf maken als onderdeel van het spel (bouwspeelplaatsen) In het WAS staat dat speeltoestellen veilig geproduceerd en beheerd moeten worden. Richtlijnen hiervoor staan in de Europese normen voor speeltoestellen en waterglijbanen. Verplichtingen fabrikant De fabrikant moet ervoor zorgen dat het speeltoestel veilig ontworpen en gebouwd is. In de aangewezen Europese normen voor speeltoestellen staan deze algemene eisen nader gespecificeerd.

Elk toestel moet een veiligheidscertificaat, een Nederlandse gebruiksaanwijzing en een technisch constructiedossier hebben. Daarnaast moet elk toestel voorzien zijn van een typeplaatje waarop vermeld staan naam en adres fabrikant dan wel importeur, het bouwjaar en typeaanduiding toestel. Verplichtingen beheerder De beheerder moet ervoor zorgen dat het toestel veilig te gebruiken is. Dat wil zeggen dat het veilig geïnstalleerd en goed onderhouden moet zijn. Dit geldt ook voor het bodemmateriaal. Speeltoestellen die voor 26 maart 1997 in gebruik waren moeten wel veilig zijn maar hoeven geen certificaat van goedkeuring (typekeuring) te hebben. Voor speeltoestellen na 1997 is dit wel van toepassing. Als een speeltoestel aangepast wordt moet dat doorgegeven worden aan de keuringsinstelling. Deze beslist dan of het toestel opnieuw gekeurd moet worden. Meestal zorgt de fabrikant dan wel importeur voor de typekeuring, zo niet dan verschuift de verplichting naar de beheerder. Elk speeltoestel moet een logboek hebben. In dit logboek moeten gegevens over de fabrikant en/of importeur, de installateur, eigenaar en beheerder staan. Tevens staan hierin gegevens over het toestel zelf, keuringen, inspecties, onderhoud en ongevallen. De beheerder houdt het logboek bij en bewaart dit. 3.2

Speelruimteplan, beleid periode 2013-2017- gemeente Roermond

Het meest in het oog springend in dit plan is de keuze voor de benadering van totale speellocaties in plaats van de individuele speeltoestellen. Fysieke aanpassingen hebben betrekking op het opknappen van de locatie, realiseren van nieuwe locaties en het opheffen van locaties. De keuze hiervoor is gebaseerd op spreiding van de speelruimte en is vastgelegd in spreidingskaders. Het door de gemeenteraad vastgestelde speelruimteplan 2013 – 2017 is gebaseerd op de spreiding van de diverse locaties gerelateerd aan de afstanden die gesteld zijn voor de diverse doelgroepen. Het is niet gebaseerd op het aantal kinderen op een bepaalde locatie binnen een bepaalde doelgroep. Aanleiding

Pagina 14 van 32

voor het actualiseren van het speelruimteplan was een zeer verspreid areaal aan speellocaties, waaronder ook veel kleine locaties die niet uitdagend waren. Binnen dit speelruimteplan is getracht samenspelen te bevorderen en doelgroepen te combineren, waarbij desalniettemin voldaan wordt aan de gestelde afstanden voor de diverse doelgroepen tot de diverse speellocaties. Hierbij wil de gemeente Roermond speellocaties centraliseren, het aantal locaties verminderen en de te behouden locaties verbeteren en intensiveren. Het aanbod voor de verschillende doelgroepen neemt daarmee niet af maar centraliseren zich op grotere uitdagende voorzieningen. Voornaamste doel en uitgangspunt van het huidige beleidsplan is om met de huidige middelen het areaal langdurig en duurzaam in stand te kunnen houden binnen de budgetten en hier op een planmatige manier invulling aan te kunnen geven. Het is daarmee vooral een technisch uitvoeringsbeleid. Dit is dan ook het belangrijkste uitvoeringskader binnen het beheer van het areaal van dit beheerplan. Zolang er geen vernieuwd beleid is worden de technische vervangingen aangehaakt op dit beleidsplan. In het speelruimteplan zijn blijvers en wijkers aangemerkt om tot het benoemde streefbeeld te komen. Wijkers worden veelal verwijderd wanneer deze gecombineerd kunnen worden met de herinrichting van blijvers.

De afgelopen jaren is gebleken dat uitvoering geven aan de omvorming die in dit speelruimteplan is voorgesteld soms lastig was. Door het separaat oppakken van locaties was er vanuit de wijk vaak geen eensgezindheid in de te maken keuzes en dus ook geen draagvlak voor saneringen. Door de investeringsplanning op afschrijvingsniveau te herijken en de planning op wijkniveau in te richten hebben we de afgelopen jaren wel resultaten weten te behalen. Door op wijkniveau locaties op te pakken en daarbij de spreidingskaders van het speelruimteplan aan te houden en hierover het gesprek aan te gaan met de gehele wijk werden keuzes makkelijker, veelal door bewoners zelf, gemaakt. Als uitgangspunt werden hierbij de voorgestelde wijkers aangehouden maar werd er binnen de kaders wel ruimte geboden voor maatwerk. Hierdoor is het gelukt om een groot aantal wijkers op te heffen en een betere invulling te geven aan de omvorming van het speelruimteplan. Desalniettemin voeren we enkel technische vervangingen uit op basis van een verouderd en enkel technische ingestoken beleidsplan. We vervangen voorzieningen en houden deze technische functioneel en veilig. Daar zijn de vervangingsmiddelen ook op gericht.

Cluster BOR voldoet hiermee aan haar opgave maar het is onduidelijk in hoeverre we hiermee voldoende aansluiten op de maatschappelijke vraagstukken en het optimale uit ons speel- beweeg en sportareaal in de openbare ruimte halen. He beleidsplan is verouderd. Dit kan van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van technische vervangingen en de kwaliteit van de voorzieningen. Binnen de vervangingsprojecten proberen we door een uitvoering op wijkniveau een (technische) invulling te geven aan de uitgangspunten van het huidige beleidsplan. Het ontbreken van een beleidsmedewerker die aan de slag gaat met het actualiseren van een beleidsvisie die aanhaakt op alle gerelateerde maatschappelijke beleidsterreinen is daarom wenselijk.

Pagina 15 van 32

4

Kwaliteit

De visuele – en de technische kwaliteit van voorzieningen is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hiertussen is een sterke verwevenheid. In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe visuele en technische kwaliteiten bepalend zijn voor het speel-, sport en beweegareaal. 4.1

Visueel

De visuele kwaliteit binnen het beheerareaal voor spelen heeft met name betrekking op het thema schoon. Bekladding en besmeuring van toestellen en afval op de speellocatie of in de ondergronden bepalen in grote mate de beleving van burgers hierin. Een zekere mate van netheid is belangrijk voor de beleving van de burgers. Beoordeling van netheid gebeurt op basis van meerdere aspecten. • Verloedering; associatie met verloedering is niet bevorderlijk voor de leefbaarheid van de woonomgeving en leidt snel tot meer verloedering. • Veiligheid en gezondheid; het type vervuiling is bepalend of er tot actie wordt overgegaan. Het WAS omschrijft dat een vervuild toestel voldoet zolang de vervuiling (chemische stoffen of biologische verontreiniging) geen gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van personen. Binnen de contracten voor inspectie en onderhoud van speelvoorzieningen zijn urgentiematrixen opgesteld. Hierin is een koppeling gemaakt tussen de eisen van het WAS en de gewenste afhandelingstermijnen. Ook de visuele aspecten en “gebreken” zijn hierin benoemd. Besmeuring en bekladding worden hierin op verschillende manieren gedefinieerd en voorzien van een gewenste afhandelingstermijn. De reinigingswerkzaamheden aan ondergronden worden regulier opgepakt binnen de contracten voor reiniging. Daarmee wordt voorzien in structureel onderhoud (op beeldkwaliteit).

Aanvullend worden reinigingswerkzaamheden aan de toestellen binnen de onderhoudscontracten voor spelen opgepakt. 4.2

Technisch

De speelvoorzieningen dienen wettelijk te voldoen aan de Europese Normen met betrekking tot veiligheid en functionaliteit: NEN-EN 1176 voor speeltoestellen, NEN-EN 1177 voor valdempende ondergronden en NEN-EN 14974 voor skatevoorzieningen. Deze zijn vastgelegd in de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS, zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.1). Wanneer een toestel onveilig wordt en/of niet voldoet aan de in het WAS gestelde normen en kleinschalige reparaties niet meer rendabel zijn, komt het toestel in aanmerking voor restauratie of vervanging. Bij voorkeur worden renovaties per gehele speellocatie en op wijkniveau opgepakt. Onderdeel van het WAS is het maken van een risico-inschatting. Een eventuele tekortkoming aan een toestel of ondergrond levert niet altijd direct gevaar op of het verwachte gevaar kan acceptabel zijn, waarbij een beroep gedaan wordt op de eigen verantwoordelijkheid. Met deze risico-inschatting kan een toestel wettelijk veilig bevonden worden. Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) stelt geen verplichtingen voor de frequentie van inspecteren, wel voor het bijhouden van logboeken. Gesteld wordt dat een frequente toetsing van de toestellen gewenst is om de veiligheid te kunnen waarborgen en aantoonbaar aan de zorgplicht te voldoen.

Pagina 16 van 32

Bij aanbestedingen hoeft het uitvoerende bedrijf en/of personen volgens het WAS niet gecertificeerd te zijn om de inspecties en de reparaties uit te voeren. In 2011 is de Stichting Veilig Spelen (SVS) opgericht die als doel heeft de kwaliteit van inspecteurs van speeltoestellen te verhogen en te toetsen. De inspecteurs die geregistreerd staan bij SVS voldoen aan de criteria van deze stichting. De gemeente Roermond eist daarom dat inspecteurs geregistreerd staan bij SVS. Bij goedkeuring volgens de normen en een complete vastlegging van de maatregelen en de toestand van de toestellen in het logboek, voldoet de gemeente Roermond aan de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Binnen de projecten wordt daarnaast de TIR 2021 van toepassing verklaard voor de aanleg en technische realisatie van speeltoestellen. Een van de uitgangspunten daarin is dat we zo veel als mogelijk inkopen vanuit ons eigen (regionale) inkoopcontract voor speeltoestellen dat voorziet in meerdere (technisch bekwame) aanbieders van toestellen in verschillende categorieën. Daarmee kunnen we niet alleen kosten efficiënt inkopen maar borgen we ook dat de ontwikkelaar inkoopt bij gerenommeerde en door ons geselecteerde leveranciers én we in bepaalde garanties ten aanzien van de technische kwaliteit voorzien.

Pagina 17 van 32

5

Huidige situatie

5.1

Huidige kwaliteit

Het huidige reguliere beheer bestaat uit inspectie van speeltoestellen en ondergronden, reparatie en groot onderhoud/vervanging van speeltoestellen en het onderhoud van de speel- en valondergronden. Daarnaast wordt structureel in reinigingsonderhoud voorzien vanuit de reguliere onderhoudscontracten. Visuele kwaliteit De visuele kwaliteit van onze objecten en voorzieningen kan als volgt worden gedefinieerd. Speel- sport en skate toestellen De frequentie van inspecteren, bekijken en beoordelen (8 keer per jaar) van de speeltoestellen en speelomgeving en het onderhouden van speeltoestellen in de gemeente Roermond is er op gericht om de toestellen regelmatig te beoordelen om een veilig speelareaal te kunnen waarborgen en aan de zorgplicht te kunnen voldoen. Schoon, heel en veilig zijn daarbij de primaire maatstaven. Het jaarlijkse inspectieschema van alle speeltoestellen inclusief ondergronden bestaat uit: -

1x Hoofdinspectie (Grondige controle op veiligheid en gebreken)

-

3x Functionele inspectie

-

4x Visuele inspecties (gericht op signaleren en melden van onveilige situaties).

Naast deze 8 inspecties per jaar kunnen burgers zelf onveilige situaties of andere zaken melden via het digitale meldsysteem op de website van de gemeente. De bevindingen over deze meldingen worden geregistreerd in de log- en inspectieboeken. De visuele kwaliteit wordt niet vastgelegd in de inspectiegegevens van de speeltoestellen. Dit heeft voornamelijk betrekking op beplakking, graffiti, besmeuring, natuurlijke aanslag, dekking van de coating en/of folie, kleurechtheid. De gemeente Roermond schrijft voor dat de jaarlijkse Hoofdinspectie uitgevoerd moet worden door een met 2 sterren geregistreerde inspecteur bij de Stichting Veilig Spelen (SVS). De functionele en visuele inspecties moet minimaal uitgevoerd worden door een met 1 ster geregistreerde inspecteur bij de SVS. Vervolgens worden de geconstateerde gebreken via een urgentiematrix opgeheven. Daarnaast wordt afval verwijderd en klein onderhoud aan de speeltoestellen uitgevoerd. De inspecties en vervolgacties borgen dat alle speeltoestellen blijven voldoen aan de wettelijk gestelde Europese Normen met betrekking tot veiligheid en functionaliteit, zoals vastgelegd in het WAS. (zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.1). Ook de beweegtoestellen worden in het reguliere onderhoud mee genomen en getoetst aan visuele en technische kwaliteiten die in het WAS worden omschreven.

De huidige visuele kwaliteit van de speel- sport/ beweeg en skate toestellen voldoet aan de nul-kwaliteit. Val- en speelondergronden Ook de valondergronden en speelondergronden worden in de inspecties (en het daaropvolgende onderhoud) mee genomen. Acties die specifieke een speltechnische noodzaak kennen worden als aanvullende onderhoud binnen de beheercontracten voor spelen opgepakt.

Pagina 18 van 32

In de gemeente is voor de valondergronden altijd de veilige variant gekozen met betrekking tot de valdempende waarde (HIC-waarde= Head Injury Criteria). Deze zijn vastgelegd in de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Ook alle valondergronden voldoen hierdoor momenteel aan de wettelijk gestelde Europese Normen met betrekking tot veiligheid en functionaliteit. Acties die enkel een wens kennen vanuit de bespeelbaarheid worden in samenspraak met de opzichters van de reguliere contracten vanuit het beheerplan groen en bomen of reiniging opgepakt. Ook de ondergronden van de trapveldjes worden gezien als speelondergrond en worden in de inspecties mee genomen. Uitgangspunt daarbij is dat we vooral uit gaan van sober en doelmatig beheer en enkel tot actie over gaan als conform het WAS de bespeelbaarheid en technische kwaliteit niet meer veilig is. Directe speelomgeving Ook de directe speelomgeving maakt onderdeel uit van de inspecties. Periodiek vind binnen de reguliere inspecties voor spelen een visuele inspectie plaats op onder andere afrasteringen, bomen en boompalen, terreinmeubilair en groenvoorzieningen. Gebreken die van invloed kunnen zijn op de speelwaarde of veiligheid worden opgenomen in playmapping. De meldingen worden doorgezet naar de desbetreffende beheerdiscipline. Alle bevindingen worden ook geregistreerd in log- en inspectieboeken.

Speelaanleidingen Op een aantal speellocaties waar al inspectie op toestellen wordt uitgevoerd komen ook speelaanleidingen voor. In dat geval maken alle speelaanleidingen onderdeel uit van de directe speelomgeving. In die hoedanigheid worden ze dan te alle tijden gecontroleerd. Alle twijfelgevallen of een speelaanleiding als een speeltoestel gezien kan worden, worden in de inspectie meegenomen en opgenomen in het beheersysteem. Speelaanleidingen op andere locaties dan de aangemerkte speellocaties is controle en inspectie conform het WAS niet noodzakelijk. Technische kwaliteit: De technische kwaliteit van spelen kan opgedeeld worden in de technische kwaliteit van het onderhoud en de kwaliteit van de vervangingen (technische staat van de voorzieningen). Technisch onderhoud De volgende onderhoudswerkzaamheden worden planmatig uitgevoerd om in de technische kwaliteitseisen te kunnen voorzien. Perceelbestekken: • Verwijderen bladafval, onkruid en zwerfvuil op zowel val- en speelondergronden. • Maaien grasondergronden (gazon).

• Snoeien van overhangende groen Speelbestek: • Technische kwaliteitsmonitoring op basis van NEN normen • Structureel onderhoud op basis van inspecties aan toestellen en ondergronden • Diepgaand reinigen inclusief borstelen kunstgrasondergronden • Reinigen rubberondergronden en – tegels met een hogedrukspuit • Incidenteel Incidentele opdrachten: • Aanvullen/verversen zandondergronden op basis van inspectiegegevens. • Vervangen / renoveren en optimaliseren van trapveldjes of ondergronden • Reinigen van toestellen op basis van meldingen of inspectiegegevens. • Raster controle en reparatie van terreinafscheidingen en ballenvangers.

Pagina 19 van 32

Vervangingen: Technische kwaliteit is binnen het areaal voor spelen ook te definiëren in de status van vervangingen (afschrijvingen) en de omvorming van het streefbeeld van het speelruimteplan (omvorming). We vervangen daarbij enkel het bestaande areaal. Nieuwe initiatieven of realisaties maken geen onderdeel uit van het beheerplan. De beschikbare budgetten zijn hier niet voor bedoeld. Afschrijving: De gemiddelde leeftijd is bepaald op objectniveau. Voor de diverse object (spelen, sport, skaten) zijn verschillende afschrijvingen bepaald. Grofweg kan geconcludeerd worden dat ten aanzien van de speel en sportobjecten de gemiddelde leeftijd hoger ligt dan de helft van de levensduur. Op objectniveau zijn er 26 sportobjecten die de afschrijving van 20 jaar bereikt hebben. Over enkele jaren staat echter weer een gecombineerd project voor vervanging van sportvoorzieningen gepland waardoor dit te verklaren is. Ook zijn er 71 speelobjecten die de afschrijving van 15 jaar hebben bereikt. Deze liggen echter nagenoeg allemaal op locaties die in de komende 2 jaar vervangen worden. Uitvoering speelruimteplan (omvorming) Het speelruimteplan gaat uit van blijvers en wijkers. Wijkers zijn potentiële saneringslocaties. Gestreefd wordt naar een aantrekkelijk en uitdagend areaal zonder kleine voorzieningen die duur in onderhoud zijn en weinig bijdragen.

Bij het vaststellen van het speelruimteplan waren zo’n 35 locaties aangemerkt als wijker. Momenteel zijn er nog ongeveer 5 locaties die nog ingepland dienen te worden binnen een wijkproject. Hier heeft nog geen participatie in plaats gevonden. 5 locaties worden verwijdert zodra ze de einde levensduur hebben bereikt (zogenaamde sterhuis). 10 locaties worden in het komende jaar binnen diverse wijkprojecten opgepakt. De achterstand in saneringen is daarmee terug gebracht in de looptijd van het afgelopen beheerplan. In onderstaand overzicht is de huidige situatie aangegeven en de nieuwe situatie. De nieuwe situatie is het doel en na te streven areaal en areaalopbouw volgens het speelruimteplan. 5.2

Huidige budgetten

De huidige beschikbare middelen voor dit beheerplan bestaan uit 2 type budgetten. 5.2.1 Reguliere (jaarlijkse) budgetten Er is budget begroot voor de reguliere werkzaamheden die jaarlijks terugkomen. Denk hierbij aan inspectie en onderhoud, administratie, reinigingswerkzaamheden en kleinschalige renovaties / reparaties. Momenteel zijn deze budgetten toereikend om in deze werkzaamheden te voorzien. Binnen deze budgetten vinden doorrekeningen plaats naar de beheerdisciplines groen en reiniging om structureel te voorzien in regulier reinigingsonderhoud. Momenteel maken we binnen de contracten voor inspectie en onderhoud voor spelen nog gebruik van een langlopend contract. In de komende beheerperiode dient dit werk opnieuw aanbesteed te worden. het is daarbij de verwachting dat door de hoge indexeringen de kostprijs voor onderhoud en inspectie aanzienlijk hoger zal worden. In de calculatie die in het verlengde van dit beheerplan door Antea zijn gemaakt is met indexering al rekening gehouden. Voor een detailuitwerking wordt verwezen naar de kadernota beheer. 5.2.2 Investeringsbudgetten en kredieten Om in duurzaam instandhoudingsbeheer te kunnen voorzien dienen voorzieningen structureel vervangen te worden na einde levensduur. Daarvoor zijn investeringsbudgetten beschikbaar. Met een investeringsplanning wordt structureel voorzien in planmatige vervangingen.

De investeringsplanning is op locatieniveau én wijkniveau ingericht om een zo efficiënt mogelijke planning te borgen. De middelen voor vervangen zijn in het speelruimteplan bepaald en richten zich op de doelgroepen die voorkomen op een locatie. Binnen de beschikbare middelen voor een specifieke doelgroep kan voorzien

Pagina 20 van 32

worden in een totale vervanging van een speellocatie. Denk hierbij, naast de vervangingskosten voor de toestellen en ondergronden ook aan voorbereidingskosten (VAT), projectkosten en overige kosten ten aanzien van de inrichting en aanleg. Op de investeringsplanning is voor speelvoorzieningen voor de komende periode (2023-2032) budget opgenomen. 5.3

Toekomstige ontwikkelingen en uitdagingen

De gemeente Roermond wil de leefbaarheid bevorderen en kinderen de gelegenheid bieden zich te ontwikkelingen op sociaal en motorisch vlak. Daarom stelt de gemeente zich ten doel speelruimte te realiseren en te beheren waarbij de gemeente Roermond openstaat voor ontwikkelingen en innovaties. De volgende aspecten kunnen in de toekomst een rol gaan spelen. Geen actueel speelruimteplan: We proberen hier in het beheer en de vervangingsinvesteringen rekening mee te houden maar door het gebrek aan actueel speelbeleid zijn de middelen en mogelijkheden om in te spelen op actualiteiten minimaal. Het beheer bestaat enkel uit technisch vervangingsbeheer. Wel wordt geconstateerd dat een verantwoordelijk beleidsmedewerker ontbreekt waardoor beleidsmatige vragen extra drukken op de bezetting van BOR. Pilot beweegvoorzieningen In de komende beheerperiode zijn de beweegvoorzieningen die geplaatst zijn vanuit een pilot aan vervanging toe. Onduidelijk is of de pilot in stand gehouden moet worden en of er middelen beschikbaar zijn voor vervanging. Dit geld ook voor de vervangingen van sportvoorzieningen die in het verleden zijn gerealiseerd. Denk hierbij aan het Cruijffcourt en de sportkooi. Hier zijn geen investeringsmiddelen voor belegd bij BOR. Multifunctioneel ruimtegebruik In een aantal wijken van de gemeente Roermond is de ruimte beperkt.

Het combineren van functies is daar een optie om aan alle behoeftes te kunnen voldoen. Een voorbeeld daarvan is het combineren van (natuurlijk) spelen met (kortstondige) waterberging in de vorm van wadi’s. Vooral het natuurlijk spelen is in opkomst. Binnen de combinaties wordt bekeken om dit thema te stimuleren en logische combinaties te leggen. Ook worden combinaties gezocht met schoolterreinen om dubbelgebruik te stimuleren. Dit druk wel extra op de speeldruk (en dus onderhoudskosten) voor de voorzieningen. In de komende beheerperiode zal per locatie bekeken worden welke verantwoordelijkheden bij de gemeente en/of scholenstichtingen belegt kunnen worden. Speelaanleidingen Op tijdelijke locaties kan op een informele manier spelen een plek krijgen in de vorm van tijdelijke speelaanleidingen. Er dienen dan echter duidelijke beheer – en beleidskaders gesteld te worden aan de te plaatsen speelaanleidingen. Dergelijke tijdelijke locaties voor spelen maken geen onderdeel van het te beheren areaal. Gezonde leefomgeving / gezond spelen Binnen de gemeente Roermond is ook aandacht voor gezondheid in de stad en wordt aansluiting gezocht op de landelijke programma’s GIDS en JOGG. GIDS staat voor Gezond in de stad. JOGG staat voor Jongeren op gezond gewicht.

Een verwachte trend die ook zijn weerslag kan hebben op het speelareaal, bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe speel- en beweegvoorzieningen. In wijken waar dit thema in grotere mate aan de orde is kan dit leiden tot extra speellocaties en dus een afwijking vormen op de eerder gestelde kaders van het speelruimteplan ten aanzien van het aantal speellocaties.

Pagina 21 van 32

Mindervaliden Een andere te verwachtte trend die van invloed kan zijn op het areaal is de omgang met mindervaliden. Het is niet mogelijk om alle locaties dusdanig aan te passen dat ze toegankelijk zijn voor mindervaliden. Bij specifieke vragen wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn om locatiegericht aan wensen te kunnen voldoen. Voor de toekomst wordt bekeken hoe en in welke mate op speellocaties rekening gehouden kan worden met deze doelgroep. Burgerparticipatie Spelen kent al een grote mate van burgerparticipatie bij de aanleg van nieuwe speelvoorzieningen passend binnen de beheers- en beleidskaders, dit wordt voortgezet. De voorkeur ligt in deze projecten op de gehele speellocatie in plaats van losse toestellen en uitgaande van ophanden zijnde herziening van een speellocatie. De rol van de gemeente is daarbij afhankelijk van de aanleiding en aard van het participatieproject. Bij burgerparticipatie in het beheer van speeltoestellen speelt het veiligheidsaspect een belangrijke rol. De gemeente blijft als beheerder/eigenaar van speelvoorzieningen altijd verantwoordelijk (zorgplicht). Wel is de afgelopen beheerperiode geconstateerd dat er onvoldoende bezetting en kennis is om burgerinitiatieven te begeleiden. Bespeelbaarheid trapveldjes De vraag naar onder andere alternatieve ondergronden voor trapveldjes, zodat deze het hele jaar door beter bespeelbaar zijn, neemt toe.

Met de huidige middelen kan de gemeente Roermond niet tegemoet komen aan deze vraag. Zowel aanleg, vervanging als beheer zijn duurder, het is niet voorzien dat deze hogere kosten in de toekomst veranderen. Dit geld ook voor de ballenvangers en hekwerken rond deze intensieve sportlocaties. In de toekomst wordt gestreefd naar duurzamere ballenvangers die passen in de openbare ruimte. Op een aantal locaties zorgt mede gebruik door scholen voor extra speeldruk. In de komende beheerperiode zal bekeken worden op welke manier we, samen met de medegebruikers, bij wijze van pilot naar een alternatieve en duurzamere ondergrond kunnen gaan zonder daarbij een precedent te scheppen. Tot slot zorgen de klimaatveranderingen en daarmee samenhangende droogtes steeds vaker tot lastig bespeelbare natuurveldjes óf tot lastig beheer op het moment dat veldjes gerenoveerd worden. Kosten en baten wegen daarbij onvoldoende tegen elkaar op. Technische ontwikkelingen Interactieve speelvoorzieningen waarbij bijvoorbeeld geluid en het gebruik van smartphones toegepast wordt gaat in de toekomst waarschijnlijk een belangrijkere rol spelen, ook binnen de gemeente Roermond. Dit vraagt een extra vorm van onderhoud en leid mogelijk tot extra digitale (beheer)programma’s en andere methodieken. Uitdagingen moeten prikkelend blijven worden door middel van actualisatie.

De toestellen zijn daarnaast per stuk duurder in aanschaf. Duurzaamheid Duurzaam gebruik van materialen of hergebruik van materalen wordt steeds belangrijker. Binnen de projecten zal bekeken worden op welke manier we kunnen aansluiten op de vastgestelde duurzaamheidsvisie. Areaaluitbreidingen Roermond groeit nog altijd. Binnen wijkuitbreidingen wordt vaak aan de voorkant onvoldoende voorzien in voorzieningen voor spelen binnen de kaders van het speelruimteplan. Er dient strak gestuurd te worden op aansluiting op onze eigen inkoopcontracten voor speeltoestellen om kwaliteit te borgen. Ook dient er bij realisatie ook rekening gehouden te worden met onderhoudsmiddelen én vervangingsmiddelen.

Pagina 22 van 32

Dit geld ook voor initiatieven die vanuit andere beleidsterreinen worden geïnitieerd. Eenmalige investeringen vanuit een bepaald beleidsterreinen leiden mogelijk ook tot specifieke onderhoudskosten en ook tot vervangingsinvesteringen na verloop van tijd. Hier dient bij besluitvorming rekening mee gehouden te worden.

Pagina 23 van 32

6

Onderhoudsscenario’s

6.1

Algemeen

In de kadernota zijn onderhoudsscenario’s omschreven die binnen de gemeente Roermond zijn gedefinieerd. In onderstaande figuur zijn deze weergegeven. Scenario

Omschrijving

Nul-kwaliteit

Het minimaal nog verantwoorde beheer gelet op zaken zoals veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en minimale visuele eisen.

Basiskwaliteit

Een sober en verantwoord beheer, gericht op het boven de ondergrenzen van normen blijven waardoor mede risico’s en klachten worden beperkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=4188a364-e7eb-49d7-b71c-4f1ac5aa6725