CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage_1-11_Beheerplan_Verlichting_2023-2032

Gemeenteraad 14 september 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Kadernota Beheer 2023 - 203211.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Om de 3 bovenstaande punten is het van belang om een versnelling uit te voeren in de verledding van het areaal in Roermond. 8.3. Europese aanbesteding openbare verlichting. Vanaf 31 december 2025 loopt het contract tussen gemeente Roermond en Spie af. Vanaf 1 januari 2026 zal er een nieuwe aannemer bekend zijn om het onderhoud, aanleg van de openbare verlichting uit te voeren.

30

Bijlage 01:

SLR en RoHS-richtlijn.

Bijlage 01: SLR en RoHS-richtlijn. SLR en RoHS-richtlijn De verlichtingsmarkt zal in 2021 een aantal fundamentele veranderingen ondergaan. Deze veranderingen worden in gang gezet door de nieuwe EU-verordening 2019/2020 betreffende verlichting (Single Lighting Regulation - SLR) en de nieuwe EU-verordening 2019/2015 betreffende energie-etikettering (Energy Label Regulation - ELR). Het doel is het milieu te beschermen, de bescherming van de gebruiker te vergroten en de duurzaamheid van producten te verbeteren. In de verordeningen wordt niet langer onderscheid gemaakt tussen modules, lampen en verlichtingsarmaturen. In plaats daarvan verwijzen zij alleen naar lichtbronnen. De energie-efficiëntie zal daarom bijvoorbeeld alleen voor de lichtbron worden geëvalueerd. Relevante productkenmerken zullen worden gedocumenteerd in de EPREL-databank (European Product Database for Energy Labeling). Op basis van de bereikte energie-efficiëntie zal elke lichtbron een nieuwe classificatie en een nieuw label tussen A en G krijgen. Bovendien zullen sommige producten in de EU niet langer op de markt mogen worden gebracht. Vanaf september 2021 is dit van toepassing voor R7s halogeenlampen > 2700 lm en laagvolthalogeenlampen met lampvoet GU4/GU5.3 en G53. T8fluorescentielampen in 60/120 en 150 cm zullen vanaf september 2023 worden uitgefaseerd. De belangrijkste veranderingen samengevat: • • • • •

Alle lichtbronnen zullen overeenkomstig de voorschriften worden geëvalueerd. De verpakking en de grafische vormgeving zullen enigszins worden aangepast. Alle lichtbronnen zullen worden opgenomen in de EPREL-databank voor de hele EU. Er komt een nieuw energie-efficiëntielabel met een nieuwe schaal. A++ tot E wordt A tot G. Bestaande producten mogen tot maart 2023 zonder labelaanpassing worden verkocht.

SLR: nieuwe definitie van een lichtbron Een lichtbron is een elektrisch werkend product dat wit licht uitstraalt. Dit kan een lamp, een module of een armatuur met volledig geïntegreerde componenten zijn. Armaturen kunnen bestaan uit een lichtbron (volledig geïntegreerde armatuur) of kunnen een of meer lichtbronnen bevatten (bevattend product).Alle lichtbronnen die vanaf 1 september 2021 op de markt worden gebracht, moeten een nieuw energie-efficiëntielabel krijgen overeenkomstig de verordening. Nieuwe labels: van A naar G Overeenkomstig EU-verordening ELR 2019/2015 moeten alle lichtbronnen vanaf 1 september 2021 worden opgenomen in de Europese EPREL-databank wanneer zij zullen worden beoordeeld en opnieuw worden geëtiketteerd op basis van onder meer ecologische en duurzame aspecten. Alle lichtbronnen zullen dus opnieuw worden geclassificeerd. De QR-code op het nieuwe energy-label label linkt naar verdere informatie, waaronder de productgegevens van de fabrikant die zijn opgeslagen in de EPREL-databank. Er is een overgangsperiode van 18 maanden. Lichtbronnen die uiterlijk 31 augustus 2021 op de markt zijn gebracht, mogen tot 1 maart 2023 met hun oude labels worden verkocht. Vanaf maart 2023 moeten deze producten opnieuw worden geëtiketteerd.

Met betrekking tot het label zijn er uitzonderingen voor onder andere noodverlichting, lichtbronnen op batterijen en armaturen met vervangbare lichtbronnen. Voorschriften zoals SLR/ELR zijn een uitdaging voor groothandelaars, installateurs en projectplanners, daarbij is het hebben van een betrouwbare partner echt een pluspunt.

31

Bijlage 02:

Nederlandse Praktijk Richtlijn 2018, NSVV

Bijlage 02: Nederlandse Praktijk Richtlijn 2018, NSVV Wat is de NPR 13201? De Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR) 13201-01: 2017 is uitgebracht met als doel een uitgangspunt te bieden bij het toepassen van openbare verlichting. De NPR geeft richtlijnen om een keuze te maken in verlichtingskwaliteit. De verschillende verlichtingsklassen geven aan waaraan de verlichting behoort te voldoen. Verlichtingsklassen M, C en P In de NPR 1320-01 wordt onderscheid gemaakt tussen 3 verlichtingsklassen: M, C en P. Elke klasse verwijst naar de gebruiker van de openbare ruimte; gemotoriseerd (Motorised), Conflict en voetganger (Pedestrian). Elke verlichtingsklasse bestaat uit 6 verschillende opties met elk verschillende eisen aan de verlichting. De verlichtingsklasse wordt bepaald met behulp van verschillende determineertabellen. In deze tabellen staan parameters die elk een weegfactor hebben. De som van alle weegfactoren bij elkaar (SWF) bepaald welke verlichtingsklasse aangehouden dient te worden.

Parameters die in elke klasse terug komen zijn: Maximaal toegestane snelheid Verkeersintensiteit (uitgedrukt in % van rijstrookcapaciteit) Verkeerssamenstelling (van alle weggebruikers tot enkel motorvoertuigen, trams en bromfietsen) Geparkeerde voertuigen Omgevingsluminantie (variërend van extreem veel, dynamisch in intensiteit en kleur tot een normale (woon)straat) Daarnaast worden er nog specifieke parameters per verlichtingsklasse gesteld.

Verlichtingseisen De verlichtingsklassen geven de verlichtingseisen aan voor elk van de verschillende gebieden in de openbare ruimte. Deze verlichtingseisen bestaan (vaak) uit waardes voor luminantie, verlichtingssterkte en gelijkmatigheid naast specifieke eisen per klasse. Voordat we verder gaan met de eisen per verlichtingsklassen worden hieronder eerst deze begrippen uitgelegd. Wat is Luminantie?

32

Bijlage 02:

Nederlandse Praktijk Richtlijn 2018, NSVV

Met luminantie wordt de helderheid van de verlichting uitgedrukt. Deze wordt gemeten in candela per vierkante meter. De luminantie is afhankelijk van veel factoren, onder andere de kijkhoek, de reflectiefactor van een object en de reflectiefactor van de ruimte. Wat is lichtsterkte. De verlichtingssterkte geeft aan hoeveel licht er op een bepaald oppervlak valt. Dit wordt gemeten in lux. Er wordt onderscheid gemaakt tussen horizontale (gemeten op het wegdek) en verticale verlichtingssterkte. Wat is gelijkmatigheid. In technische termen betekent de gelijkmatigheid: de verhouding van de minimale tot de gemiddelde verlichtingssterkte op een oppervlak. In de praktijk betekent dit de mate waarin licht verdeeld wordt in een ruimte. Bij een laag getal is er een lage gelijkmatigheid en spreken we van ‘lichtvlekken’. Bij een hoge gelijkmatigheid is alles egaal verlicht. Verlichtingsklasse M Verlichtingsklasse M stelt eisen aan de verlichting voor weggebruikers op doorgaande wegen. Deze verlichtingsklasse is van toepassing op diverse wegen behalve (brom)fietspaden. Verlichtingsklasse M stelt eisen aan de gemiddelde wegdekluminantie (Lgem gemeten in candela’s per vierkante meter) en de gelijkmatigheid.

Voor gelijkmatigheid worden er twee eisen gesteld: · Een maximum aan U0 · Een minimum aan U1 U0 is de absolute gelijkmatigheid tussen de kleinste en de gemiddelde waarde van de luminantie, U1 is de langsgelijkmatigheid (verhouding tussen de laagste en hoogste wegdekluminantie, in één lijn over het midden van de rijstrook). Verder worden er specifieke eisen gesteld over de bermfactor EIR. Deze factor zegt iets over de horizontale verlichtingssterkte op een aanliggende strook buiten de rand van een rijbaan, en de drempelwaardeverhoging TI. Die geeft aan welke contrastwaarde van een object nodig is om het nog net zichtbaar te laten zijn bij aanwezigheid van hinderlijke verblinding.

33

Bijlage 02:

Nederlandse Praktijk Richtlijn 2018, NSVV

Verlichtingsklasse C Er wordt gebruik gemaakt van verlichtingsklasse C als verkeersstromen elkaar kruisen of in contact komen met zones die gebruikt worden door voetgangers, fietsers en andere weggebruikers. Denk bij conflictzones aan kruispunten, rotondes en oversteekplaatsen. Er is in deze zones een verhoogd risico op botsingen. Om de veiligheid in de conflictzone te garanderen, dient de verlichtingssterkte zeker niet lager te zijn dan die van de hoogste verlichtingsklasse van de aansluitende weg of wegen. Aanbevolen wordt om 1 stap hoger te gaan in de verlichtingsklasse. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de overgang van verlichtingsklasse C naar verlichtingsklasse M met een speciale formule. Verlichtingsklasse C stelt eisen aan de horizontale verlichtingssterkte van het wegdek (Egem gemeten in lux) en de algemene gelijkmatigheid van de verlichtingssterkte Uh (verhouding tussen de kleinste en de gemiddelde waarde van de verlichtingssterkte).

Verlichtingsklasse P De eisen in verlichtingsklasse P zijn afgestemd op de visuele behoeftes van weggebruikers op voeten fietspaden en gebruikers van gemotoriseerde voertuigen met lage snelheden. Deze verlichtingsklasse stelt eisen aan de verlichting om de veiligheid te vergroten. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen persoonlijke veiligheid en sociale veiligheid. Persoonlijke veiligheid zorgt ervoor dat voetgangers en fietsers obstakels of andere gevaren tijdig zien. Sociale veiligheid gaat over het in kunnen schatten van de vriendelijke of minder vriendelijke intenties van een medeweggebruiker. In zones waar verlichtingsklasse P wordt toegepast moeten weggebruikers zich ook goed kunnen oriënteren. Belangrijk onderdeel van oriëntatie is gezichtsherkenning. Daarom wordt er in deze verlichtingsklasse onderscheid gemaakt tussen horizontale en verticale verlichtingssterkte.

34

Bijlage 02:

Nederlandse Praktijk Richtlijn 2018, NSVV

35

Bijlage 03:

Wet- en regelgeving

Bijlage 03: Wet- en regelgeving De openbare verlichting moet ook voldoen aan kaders die daarvoor gesteld zijn in diverse wet- en regelgeving. Indien nieuwe wet- en regelgeving van kracht wordt gedurende de looptijd van het beheerplan is deze hiermee deze automatisch van toepassing op het onderliggende beheerplan. Ten tijde van het opstellen van dit beheerplan is de relevante wet- en regelgeving te onderscheiden in: o Nederlands Burgerlijk Recht: De wegbeheerder is in beginsel aansprakelijk voor door derden geleden schade als de uitrusting van de weg niet voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden gesteld mogen worden ter voorkoming van gevaar voor personen of zaken. De wegbeheerder kan in een dergelijk geval wegens nalatigheid worden aangesproken op een onrechtmatige daad (artikel 6:174 B.W.). • Elektriciteitswet: De wet omvat onder meer beheer en instandhouding van het kabelnet; de netbeheerder is belast met het in goede staat houden van dit net. De gemeente Roermond maakt voor energievoorziening van de openbare verlichting gebruik van het gereguleerde domein (elke lichtmast vormt een aansluiting op het elektriciteitsnet). • Flora en fauna wet: De wet beschermt leefgebieden van diverse planten- en diersoorten.

Als verlichting aantoonbaar verstorend is voor bepaalde soorten, kan op basis van deze wet worden besloten dat de lichtbron aangepast of zelfs verwijderd moet worden. • Natuurbeschermingswet 2005: De wet regelt bescherming van de Nederlandse beschermde natuurmonumenten en wetlands en van de Europese Natura-2000gebieden. • Wegcategorisering: Het wegennet in Nederland is ingedeeld in stroom-, gebiedsontsluitingsen erftoegangswegen. Europese inbreng: • Afvalstoffenlijst: Op basis hiervan horen gasontladingslampen tot chemisch afval, wat betekent dat ze via erkende verwerkingsbedrijven afgevoerd moeten worden. • Vogel- en Habitatrichtlijn: Hierin is aangegeven welke soorten en natuurgebieden beschermd moeten worden. De richtlijnen zijn vertaald naar de Natuurbeschermingswet (gebiedsbescherming) en Flora- en fauna wet (soortbescherming) • Milieudoelstellingen: Voortvloeiend uit het Verdrag van Kyoto is afgesproken dat uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 in 2012 teruggebracht is tot 6% en in 2020 tot 20% onder het niveau van 1990. Tevens is afgesproken dat in 2020 20% van de verbruikte energie afkomstig moet zijn uit duurzame bronnen. • CENELEC: Voor masten en armaturen worden binnen CEN (Comité Européen de Normalisation) en CENELEC (Comité Européen de Normalisation Electrotechnique) Europese normen opgesteld.

Voor een aantal producten geldt dat deze aan één of meerdere Europese Richtlijnen moeten voldoen. Deze producten mogen alleen dan op de markt worden gebracht als ze voorzien zijn van een CE-markering, welke aangeeft dat aan de relevante Europese Richtlijnen is voldaan. Het is dan ook verstandig, dat in het beleid van de gemeente is opgenomen dat alleen producten met dit CE-markering worden toegepast. Technische eisen zoals ontwerprichtlijnen en constructie-eisen voor verlichtingen: • Richtlijn OVL 2011 Deze richtlijn is door de NSVV (zie paragraaf 3.5) in het leven geroepen en geeft kaders weer voor het ontwerpen van verlichting in de openbare ruimte. Zie voor een uitwerking de onderstaande alinea en bijlage 2. De Richtlijn Openbare Verlichting 2011 (ROVL-2011), is opgesteld door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) en tot stand gekomen op verzoek van de Taskforce Verlichting, ondersteund door Agentschap 36

Bijlage 03:

Wet- en regelgeving

NL. De richtlijn is bedoeld voor beheerders (eigenaren), zoals Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten, waterschappen en overige beheerders van openbare terreinen en wegen, dan wel personen en organisaties die deze beheerders ondersteunen. De ROVL-2018 is de vervanger van de in 2011 uitgebrachte NPR 18.201-1. Allereerst beschrijft de ROVL-2018 verschillende aspecten om te komen tot de keuze om daadwerkelijk te gaan verlichten. Dit onderdeel van de richtlijn mag niet als prestatienorm worden beschouwd, maar als beleidskeuze. Als uit deze afweging de keuze “verlichten” wordt gemaakt, dan wordt vervolgens een systematiek beschreven om te komen tot een verlichtingsinstallatie die voldoet aan de gevonden licht technische kwaliteitscriteria. Zie bijlage 2 voor een uitgebreide beschrijving van de richtlijnen. Deze nieuwe NPR 2018 13201 is de vervanger voor de ROVL-2011. De NPR lijkt qua opzet volgens de NSVV op de ROVL2011. Deze aanbeveling heeft namelijk ten dele model gestaan voor de ontwikkeling van de Europese norm. Inhoudelijke wijzigingen zijn o.a.: • Politiekeurmerk Veilig Wonen: Het keurmerk stelt onder meer eisen aan verlichting van de openbare ruimte en achterpaden en aan de wijze waarop beheer van de openbare ruimte vorm krijgt. • NSvV De NSvV Commissie Openbare Verlichting houdt zich bezig met het opstellen van richtlijnen voor goede openbare verlichting.

Deze commissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de belangenverenigingen, die in dit vakgebied werkzaam zijn, zoals beheerders, industrie en de onderzoekswereld. • Daarnaast is de NSvV commissie ook gelieerd aan de NEN commissie Licht waarbij zij de rol van klankbord op het gebied van Europese Standaardisatie vervult. De commissie initieert het ontwikkelen van kennisoverdracht in de vorm van congressen en workshops en stuurt werkgroepen aan die Richtlijnen en Aanbevelingen ontwikkelen. Een lijst van nu actuele Richtlijnen en aanbevelingen op het gebied van openbare verlichting is op deze site www.NSvV.nl te vinden.

37

Bijlage 04:

Service Norm Enexis

Bijlage 04: Service Norm Enexis Met betrekking tot het verhelpen van een storing in de ondergrondse infrastructuur voor aansluitingen ten behoeve van Openbare Verlichting op het (geschakelde) LS-net van Enexis geldt het volgende: 1. Een OV-storing is een door gemeente (of in haar opdracht door derden) geconstateerd feit dat er geen voedingsspanning op het aansluitkastje (= mastzekering) van betreffende lichtmast staat. Een OV-storing is alleen ontvankelijk als deze voorzien is van voldoende locatiegegevens. 2. Meldingen door burgers van het niet-branden van een individuele lichtmast via het landelijke storingsnummer 0800-9009 worden doorverwezen naar de betreffende gemeente, tenzij met deze gemeente hierover nadere contractuele afspraken zijn vastgelegd. 3. Meldingen door burgers van het niet-branden van meerdere lichtmasten via het landelijke storingsnummer 0800-9009 worden als een OV-storing beschouwd als uit de gemelde gegevens overduidelijk blijkt dat de storing gelegen is in het OV-net van Enexis. 4. Na melding van een OV-storing via het landelijke storingsnummer 0800-9009 of direct bij de Centrale Meldpost Storingen van Enexis of op de aan de gemeente beschikbaar gestelde website ‘OV-storingen’ zal binnen 2 uur een onderzoek gestart worden. Dit onderzoek is in eerste aanleg een bureauonderzoek, zo nodig gevolgd door een onderzoek op locatie. 5.

Bij een OV-storing, die leidt tot een direct gevaarlijke situatie, zal Enexis binnen 2 uur na tijdstip van melding met haar werkzaamheden starten om de gevaarlijke situatie te elimineren en de storing (eventueel provisorisch) op te lossen. Onder direct gevaarlijke situaties wordt verstaan: a. een situatie waarbij elektrocutie voor derden ontstaan, doordat spanning voerende delen van de installatie van Enexis niet meer (voldoende) beschermd zijn. b. een - op aangeven van de lokale politie of de gemeente- gevaarlijke verkeerssituatie als gevolg van uitval van Openbare Verlichting op kruispunten of grote gedeelten in hoofdwegen. c. een –op aangeven van de gemeente- situatie ontstaat, waarbij de sociale veiligheid van de burgers in gevaar is. d. een uitval van een of meerdere zogenaamde ‘ontstekingspunten’ van het OV net van Enexis 6. Bij een OV-storing, die niet leidt tot een direct gevaarlijke situatie en waarbij 5 of meer lichtmasten betrokken zijn, is maximaal tien werkdagen na melding de energievoorziening hersteld, tenzij de gemeente akkoord is gegaan met een nadere planning inzake betreffende storing. 7.

Bij een OV-storing, die niet leidt tot direct gevaarlijke situaties en waarbij slechts 4 of minder lichtmasten betrokken zijn, is maximaal vijftien werkdagen na melding de energievoorziening hersteld, tenzij de gemeente akkoord is gegaan met een nadere planning inzake betreffende storing.

38

Bijlage 05:

Beheer en onderhoud.

Bijlage 05: Beheer en onderhoud. Om de gemeente zoveel mogelijk te vrijwaren voor aanspraken op basis van gevolgen van slechte openbare verlichting, wordt de openbare verlichting in een goede staat onderhouden door het (laten) verrichten van onderhoud. Daartoe moet er niet alleen een plan tot vervanging van oude en onbetrouwbare materialen bestaan, maar tevens moeten de bestaande componenten bij gebreken incidenteel vervangen worden en storingen worden opgelost. De gemeente is economisch eigenaar van de verlichtingsinstallaties. Het onderhoud kan worden opgesplitst in drie delen, t.w.: • Preventief onderhoud • Correctief onderhoud • Vervangingen Preventief onderhoud. Hieronder verstaan we: • Het schilderen van de stalen lichtmasten. • Het groepsgewijs vervangen van lampen (groepsremplace). Armaturen worden gelijktijdig met de vervanging van de lampen gereinigd. Tevens vind gelijk inspectie plaats. • Het invetten van sluitingen van de deurtjes in de masten tijdens de groepsgewijze lampvervangingen. Correctief onderhoud. Hieronder verstaan we: • Het vervangen van defecte onderdelen van lichtmastcombinaties • Het herstellen van storingen in het OVL-net. • Het vervangen van materialen als gevolg van aanrijdingen en vernielingen. • Het periodiek opnemen van de status van de lichtmastcombinaties tijdens lampvervangingsronden. Vervangingen.

Vervangingen zijn de meest verregaande vorm van onderhoud. Enerzijds is er in dit geval sprake van vervanging van lichtmasten en armaturen vanwege “einde levensduur”, anderzijds gaat het bij vervangingen om grootschalige omvormingen, respectievelijk aanpassingen van de bestaande verlichtingsmiddelen en verlichtingsniveaus om deze te laten voldoen aan het vastgestelde beleid in dit beheerplan. 1 Storingsafhandeling Ten behoeve van het verhelpen van storingen en schades aan de openbare verlichting dienen ambtenaren en burgers van Roermond, politie terecht te kunnen bij het storingsmeldpunt van de serviceprovider dat vierentwintig uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar is. Urgente storingen die een gevaarlijke situatie veroorzaken dienen direct of uiterlijk binnen 1 uur na melding veiliggesteld. Iedere storings- en schademelding dient geregistreerd en afgehandeld te worden in een beheersysteem. Bovendien dient de gemeente te allen tijde toegang te hebben tot het beheersysteem, zodat de managementinformatie vrij beschikbaar is voor de gemeente Roermond. Uitgevoerde werkzaamheden dienen te worden vastgelegd in het beheersysteem en worden weergegeven op een maandelijkse rapportage of via het systeem door de gemeente op te vragen zijn. Binnen 10 werkdagen worden storingen afgehandeld.

39

Bijlage 05:

Beheer en onderhoud.

Bij complexe storingen wordt door de gemeente Roermond een beroep gedaan op de technische specialisten van de service provider. Deze verzorgt tevens opleidingen om het kennisniveau van de reguliere betrokkenen, zowel bij de service provider als bij de gemeente Roermond te verhogen. 2 Storingsmeldpunt Correctief onderhoud kan bij de serverprovider 24 uur per dag, 7 dagen in de week worden gemeld. Het melden kan telefonisch, per fax of per e-mail.

JA

NEE

JA

NEE

3 Ondergrondse storingen (Enexis) Storingen in de openbare verlichting zijn te verdelen in twee categorieën. De eerste categorie is een storing in de lichtmast zelf, het zogenaamde bovengrondse deel. De tweede categorie storingen heeft betrekking op het zogenaamde ondergrondse deel. Hieronder wordt verstaan het OV-net of de aansluiting van de lichtmast. De servicenormen met betrekking tot de ondergrondse storingen zijn alleen van toepassing op de storingen in het ondergrondse deel. Voor het oplossen van de storingen in het ondergrondse deel is Enexis Netwerk verantwoordelijk. Om de voortgang bij storingen en communicatie bij het oplossen van OV-storingen aan het ondergrondse deel te bevorderen is er een servicenorm (zie bijlage 7) geïntroduceerd door Enexis Netwerk. Deze servicenorm geldt voor het hele verzorgingsgebied van 40

Bijlage 05:

Beheer en onderhoud.

Enexis Netwerk en de belangrijkste element in deze norm is de communicatie tussen gemeente en Enexis netwerk over aanmelding, prioritering en het inplannen van elke OV-storing. Schade door aanrijdingen en vandalisme. Ten behoeve van de schadeafhandeling worden door Ziut BV de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • Het vastleggen van schadegevallen. • Het beoordelen op basis van expertise of er sprake is van schade door vernieling of schade als gevolg van een aanrijding. • Het verzamelen van dossierstukken conform de richtlijnen van het Waarborgfonds; • Het verzorgen van de aangifte en het opvragen van het proces-verbaal bij de politie. • Het indienen van een kopie van het schadeaanrijdingsformulier / Europees schadeformulier, rapportage en een raming van de herstelwerkzaamheden aanrijdingschade. • Zorg dragen voor het vervangen van alle defecte onderdelen inclusief de hoofdonderdelen ( mast, uithouder en armatuur ). Indien van toepassing het overzetten van gemonteerde bebording en / of lichtbakken, en het eventueel her nummeren van de lichtmast. • In overleg treden met de directie, voor het plaatsen van een tijdelijke mast of armatuur indien het niet reguliere materialen betreft en het schadeherstel niet kan plaatsvinden. • Het muteren in het geautomatiseerde beheersysteem.

Beheersysteem. De gemeente beschikt over een beheersysteem hetgeen een internetapplicatie is waarmee het volledige storingen/schade proces door de gemeente kan worden aangestuurd en worden gevolgd. 41

Bijlage 05:

Beheer en onderhoud.

Daarnaast zijn de actuele bestandsgegevens te downloaden. Dit betekent dat te allen tijde de belangrijkste informatie voor handen is. In het beheersysteem vindt men de volgende elementen terug: • Het lichtmastnummer. • De locatie ( gemeente, plaats/kern, straat, indien bekend huisnummer type van het lichtpunt). • Materiaal, hoogte van de lichtmast en plaatsingsdatum, status in bedrijf of niet. • Fabricaat, type, aantal en plaatsingsdatum van de armatuur. • Fabricaat, type, vermogen aantal en plaatsingsdatum van de lamp. • Remplacedatum. • Schilderdatum. • Brandrooster e.d. • Datum van melding storing. • Datum van herstel. De onderstaande werkzaamheden kunnen met behulp van het beheersysteem worden uitgevoerd, t.w.: • Het registreren en bijhouden van het digitale OV bestand van de openbare verlichting. • Het muteren van geplaatste, verwijderde of gewijzigde masten, armaturen en/of lampen in het OV-bestand. • Het verzorgen van statistische gegevens uit het statistiekbestand. • Het bijhouden van de bolletjestekening. • Het melden van de storingen.

42

Bijlage 06:

Lamptypes en lichtbronsoorten

Bijlage 06: Lamptypes en lichtbronsoorten

Lichtbronsoorten Lichtbron

Type

Lagedruk SOX(-E) natriumlichtbro n

Kenmerken -

zeer hoge lichtopbrengst (Gem.: ± 160 Lm/W) lichtkleur oranje geel kleurherkenning slecht (Ra = 0)

Toepassing stroomwegen ontsluitingswegen categorie A en B (buiten bebouwde kom)

-

SOX(-E)

SON(-T) Hogedruk natriumlichtbro n

-

hoge lichtopbrengst (Gem.: ± 100 Lm/W) lichtkleur geel kleurherkenning redelijk (Ra = 26-40)

ontsluitingswegen categorie B binnen de bebouwde kom en wijkontsluitingswegen winkel- en uitgaanscentra (sfeer)

-

43

parkeerterreinen

Bijlage 06:

SON HPLN Hogedruk Kwikdamplicht bron

Lamptypes en lichtbronsoorten

SON(-T) -

relatief lage lichtopbrengst wordt vanwege relatief lage (Gem.: ± 50 Lm/W) lichtopbrengst per Watt en hoge lichtkleur blauwachtig wit milieukosten niet meer kleurherkenning redelijk toegepast in nieuwe installaties (Ra =36-55)

HPLN TL / PL Fluorescentie lichtbron

-

hoge lichtopbrengst buurtontsluitingswegen woonstraten - (Gem.: ± 75 en woonerven fietspaden parkeerterreinen in woongebied Lm/W) - lange levensduur (alleen PL- lichtbron)

lichtkleur wit / warm wit kleurherkenning goed (Ra > 80)

PL-L

PL-S

PL-E

PL-T

PL-C

TLM (ANWB)

44

Bijlage 06:

Metaal Halogeenlichtb ron (keramische brander)

CDO /

Lamptypes en lichtbronsoorten

- CDM hoge lichtopbrengst (Gem.: ± 75 Lm/W) lange levensduur

-

buurtontsluitingswegen woonstraten en woonerven (in mindere mate) parkeerterreinen in woongebied

-

lichtkleur wit kleurherkenning goed (Ra > 80)

CDM-TD

CDM-TT

Cosmopolis Metaal Halogeenlichtbron (keramische brander)

CPO

CDM-T

-

hoge lichtopbrengst (Gem.: ± buurtontsluitingswegen 100 Lm/W) woonstraten en woonerven (in lichtkleur wit mindere mate) kleurherkenning goed (Ra > parkeerterreinen in 80) woongebied 10% grotere afstanden tussen de LM mogelijk.

CPO

LED

FORTIMO/ RETROLED

-

hoge lichtopbrengst (Gem.: ± buurtontsluitingswegen 100 Lm/W) woonstraten en woonerven lichtkleur wit fietspaden kleurherkenning goed parkeerterreinen in (Ra > 80) woongebied

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=bb3b022f-f685-4ff2-91e1-85013b0ea345