Bijlage_1-1_Wijkscan_en_visie_3_Wijkrenovaties_Zuid
Tekst van het document
3 wijkrenovaties Roermond-Zuid Wijkscan & visie t.b.v. straat renovaties Roer-Zuid, Herten & Merum
Versie 2.9 21 | 08 | 2025 1
Colofon In opdracht van: Gemeente Roermond Opgesteld door: Vic Lagrouw, Landschapsontwerper Bas Dijkhoff, Stedenbouwkundig ontwerper Elise van Laarhoven, Verkeerskundige Louie Hopewell, Specialist Stedelijk Water Nick Schasfoort, Specialist Duurzaamheid Hans Smolenaers, Stedenbouwkundige | Landschapsarchitect | Architect
Gecontroleerd door: Hans Smolenaers (Teamleider Stedenbouw) Vrijgegeven door: Ashley Janssen (Projectmanager) Datum: 21-8-2025 Status: versie 2.9 Projectnummer: 30250683
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding
4
Omschrijving van de opgave Ambities Thematiek Aanpak 1.4.1 Aanpak 1.4.2 Planning
3.4
1.1 1.2 1.3 1.4
2. Context 10 2.1 2.2 2.3 2.4
Scopebepaling Historie: ontstaansgeschiedenis Aansluiting op stad en buitengebied Beleid en toekomstige ontwikkelingen 2.4.1 Omgevingsvisie 2.4.2 Integrale Groenvisie 2.4.3 Kwaliteitshandboek Openbare Ruimte 2.4.4 Technische Inrichtingseisen Roermond (TIR) 2.4.5 Verkeer Veiligheidsplan 2.4.6 Nota Parkeernormen 2.4.7 Duurzaamheidsvisie 2.4.8 Water- en Rioleringsplan Roermond 2025-2029 2.4.9 Overig beleid
4. Participatie 43 4.1 4.2
3.2
3.3
Identiteit 3.1.1 Cultuurhistorie Roermond-Zuid 3.1.2 Wijkensembles Water 3.2.1 Water en ondergrond 3.2.2 Waterhinder Herten 3.2.3 Waterhinder Roer-Zuid 3.2.4 Waterhinder Merum Groen 3.3.1 Groenstructuur 3.3.2 Groenstructuur Herten 3.3.3 Groenstructuur Roer-Zuid
Aanpak participatie Inzichten participatie per thema
5. Visie 46 5.1 5.2 5.3 5.4
Visie identiteit Visie water Visie groen Visie mobiliteit
6. Inrichtingsprincipes 52 6.1
3. Ruimtelijk Analyse 24 3.1
3.3.4 Groenstructuur Merum Mobiliteit 3.4.1 Wegenstructuur 3.4.2 Verkeersknelpunten Herten 3.4.2 Verkeersknelpunten Roer-Zuid 3.4.2 Verkeersknelpunten Merum
6.2
6.3
Overzicht bouwstenen 6.1.1 Introductie bouwstenen 6.1.2 Bouwstenen identiteit 6.1.3 Bouwstenen water 6.1.4 Bouwstenen groen 6.1.5 Bouwstenen mobiliteit Principe profielen 6.2.1 Overzichtskaart 6.2.2 Principe profielen Maatwerklocaties 6.3.1 Overzichtskaart 6.3.2 Maatwerklocaties
7. Duurzame Ontwerp Tool
76
3
1. Inleiding
4
1.1 Omschrijving van de opgave De drie wijken in het zuidelijk deel van Roermond – Merum, Herten en Roer-Zuid – zijn grotendeels ontwikkeld tussen de jaren ’50 en ’80. De kwaliteit van de openbare ruimte en infrastructuur is op veel plekken zichtbaar verouderd. De technische staat van wegen, riolering, verlichting en groenvoorzieningen is op meerdere locaties zodanig verslechterd dat regulier onderhoud niet langer volstaat. Ook qua inrichting voldoen veel straten en pleinen niet meer aan de eisen van deze tijd, onder meer op het gebied van verkeersveiligheid, klimaatadaptatie en toegankelijkheid. De wijken worden bovendien geconfronteerd met bredere maatschappelijke en ecologische uitdagingen zoals woningnood, noodzaak tot verdichting, biodiversiteitsverlies en de noodzaak tot klimaatadaptatie. Dit leidt tot concrete knelpunten in waterhuishouding, onvoldoende groenkwaliteit, hittestress, beperkte verblijfskwaliteit en toenemende druk op de leefomgeving. Tegelijkertijd zijn Merum, Herten en Roer-Zuid aantrekkelijk gelegen. De wijken liggen op korte afstand van het centrum van Roermond, zijn gelegen tussen later ontwikkelde wijken zoals Oolderveste, en worden omsloten door landschappelijke kwaliteiten zoals de Maas, Hambeek, Roer, recreatieplas Oolderplas en haven Rosslag.
Deze ligging en bereikbaarheid maken het gebied populair als woonomgeving en bieden kansen om de wijken toekomstbestendig te versterken.
Herten Roer-Zuid
Merum
Scope werkzaamheden in Herten, Merum en Roer-Zuid 5
1.2 Ambities Om deze opgaven integraal aan te pakken is het project ‘3 Wijkrenovaties Zuid’ opgezet. Het doel van dit project is het technisch renoveren en – waar wenselijk – ruimtelijk herinrichten van de openbare ruimte in deze drie wijken. Door deze aanpak gebundeld op te pakken, kunnen koppelkansen worden benut, middelen efficiënter worden ingezet en ontstaat meer samenhang tussen functionele en ruimtelijke ingrepen. Samenwerking met bewoners, gemeentelijke diensten en externe partners is hierbij essentieel om tot gedragen oplossingen te komen De gemeentelijke ambitie is om de wijken klaar te maken voor de toekomst door: - het verbeteren van de leefkwaliteit; - het versterken van ecologische en landschappelijke kwaliteiten; - het realiseren van een veilige, duurzame en aantrekkelijke woonomgeving. Deze ambities sluiten aan bij de gemeentelijke Omgevingsvisie en Groenvisie en dragen bij aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke woonomgeving . Hiervoor is een brede analyse uitgevoerd van de technische staat en ruimtelijke structuur. Tegelijk is gestart met een participatief traject ‘bewoners centraal’ , waaronder wijkgerichte bewonersavonden, om lokale kennis en wensen op te halen. Dit alles vormt de basis voor een integrale wijkvisie per wijk, die richting geeft aan het verdere ontwerpproces en de uiteindelijke herinrichting van de 73 straten in het projectgebied.
De samenloop van veroudering van de openbare ruimte, beleidsmatige urgentie en beschikbare middelen maakt dit hét moment om tot integrale wijkvernieuwing over te gaan.
6
De wijkvisie markeert zo de overgang van analyse naar ontwerp, met als doel samen met bewoners te bouwen aan toekomstbestendige wijken waarin leefbaarheid, duurzaamheid en sociale samenhang centraal staan.
1.3 Thematiek Met het project ‘3 Wijkrenovaties Zuid’ vertalen we de gezamenlijke ambities naar een centrale vraag: Hoe ziet de openbare ruimte van deze wijken er in de toekomst uit? Ten behoeve van de participatie en de totstandkoming van een wijkvisie zijn de ambities geordend rond vier hoofdthema’s: Identiteit, Water, Groen en Mobiliteit. Deze thematische benadering vormt de rode draad in de visie en biedt richting voor de ontwerpdiscussies: waar in de wijk ligt de nadruk, en welke thema’s vragen daar de meeste aandacht? Thema Identiteit: behoud en accentuering van cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken. Thema’s Groen & Water: vergroening, bevorderen biodiversiteit betere wateropvang en minder hittestress. Thema Mobiliteit: veilige en logische verkeersstructuren met aandacht voor voetgangers en fietsers. Waarbij de bewoners centraal staan bij ontwerp, realisatie en onderhoud.
Thema Identiteit
Thema Water
Bewoners centaal
Thema Groen
Thema Mobiliteit
1.4 Aanpak 1.4.1 Aanpak
1.4.2 Planning
De aanpak is gebaseerd op een integrale benadering waarbij technische, sociale en ruimtelijke aspecten worden verbonden. De aanpak omvat de volgende stappen:
De voorbereiding van het project kent een ambitieus tijdpad, gericht op een start van de uitvoering in 2027. Het proces verloopt in de volgende stappen:
- Analyse en participatie: ophalen van bewonersinput en gebiedsspecifieke knelpunten en kansen (gerealiseerd in 2024).
1. Formeel vaststellen wijkvisie
- Visievorming en ontwerp: opstellen van integrale gebiedsvisies en voorlopige ontwerpen per wijk, in samenspraak met klankbordgroepen. - Realisatie in fasen: gefaseerde uitvoering per wijk, met nadruk op minimale overlast en slimme koppelkansen (bijv. herinrichting in combinatie met rioolvervanging). - Monitoring en terugkoppeling: voortgang en resultaten worden gedeeld met bewoners via fysieke en digitale kanalen. De kern van de aanpak is het benutten van het natuurlijke moment van vervanging (riool, wegen, groen) om tegelijk grotere maatschappelijke doelen te realiseren .
2. Ontwerptraject met bewoners; samen met bewoners wordt gewerkt aan ontwerpen, inclusief een traject voor openbare inspraak. 3. Besluitvorming en planvorming; op basis van de inspraak en uitwerking volgt besluitvorming over het definitieve plan. 4. Contractvorming en aanbesteding; na goedkeuring wordt het plan vertaald naar contractstukken en volgt de aanbesteding. 5. Uitvoering en fasering De uitvoeringsvolgorde en fasering worden afgestemd op: technische urgentie, bewonerswensen en uitvoeringslogistiek. (Op de volgende pagina is het schema opgenomen met de meer gedetailleerde planning).
7
8
9
2. Context
10
2.1 Scopebepaling De wijkrenovaties richten zich primair op de openbare ruimte: straten, pleinen, parkeerplaatsen, groenstructuren en (deels) de water- en rioleringsinfrastructuur. De scope omvat onder meer: - Vervanging/vernieuwing van wegen, stoepen en verlichting; - Herinrichting van groenstructuren en speelplekken;
Herten
- Aanpassingen aan het watersysteem t.b.v. klimaatadaptatie; - Ruimtelijke ingrepen voor betere bereikbaarheid en veiligheid. De scope is gericht op het openbaar gebied waarbij bewoners worden gestimuleerd om ook op hun eigen grond te vergroenen en af te koppelen in lijn met het nieuwe Wateren Rioleringsplan Roermond 2025-2029.
Roer-Zuid
Merum
Scope werkzaamheden in Herten, Merum en Roer-Zuid 11
2.2 Historie: ontstaansgeschiedenis
1900
Herten en Merum kenmerken zich als kleinschalige dorpskernen, ingebed in een groene omgeving. Roer-Zuid bevindt zich nog in een onontwikkelde fase en wordt momenteel gekenmerkt door enkele boerderijen langs de Roerderweg.
1970
Roer-Zuid ontwikkelt zich verder tot woongebied. In Herten worden nieuwe straten aangelegd en voorzien van bebouwing, terwijl Merum grotendeels binnen zijn bestaande contouren blijft. Jachthaven De Rosslag wordt gerealiseerd.
12
1960
De uitbreiding van Merum is beperkt. In Herten vindt bebouwing plaats in het noordoosten. Voor Roer-Zuid wordt de basis gelegd voor toekomstige ontwikkeling, met de aanleg van straten zoals de Hambeek en Beemdenlaan.
1980
Er vindt een significante uitbreiding plaats in Merum, ten oosten van de historische kern, en in Roer-Zuid, ten zuiden van de Roerderweg. Daarnaast wordt de Oolderplas aangelegd, een ingreep met grote ruimtelijke impact.
1990
Herten breidt zich verder naar het westen uit, o.a. door de aanleg van Den Ekkert en omliggende woningen. Ook wordt de Oolderplas verder uitgegraven richting het zuiden, waardoor ook Merum aan het water komt te liggen.
2010
De ontwikkeling buiten de projectgrenzen zet zich voort: Merum, Herten en RoerZuid groeien aan elkaar. Er wordt gestart met de aanleg van de wijk Oolderveste en de Oolderweg, die een belangrijke ontsluitingsroute vormt.
2000
De Oolderplas wordt verder uitgebreid, terwijl de eerste ontwikkelingen buiten de grenzen van het projectgebied plaatsvinden, in het gebied ten oosten van Merum.
2020
Tussen 2010 en 2020 raakt het gehele omliggende gebied verstedelijkt. Door deze aangrenzende ontwikkelingen ontstaat meer druk op de wegen in het projectgebied. De infrastructuur in de eerder ontstane kernen, binnen de projectscope, is toe aan vervanging.
13
2.3 Aansluiting op stad en buitengebied Bestemmingen rondom ‘3 wijken zuid’: •
Centraal cluster in een diverse omgeving De drie deelgebieden, Herten, Merum en Roer-Zuid, vormen een centraal cluster in een diverse stedelijke en landschappelijke omgeving. Ze zijn strategisch gelegen tussen diverse bestemmingen op het gebied van werken, zorg, onderwijs en recreatie.
•
Natuur & recreatie: de Maasplassen Aan de westzijde van de deelgebieden ligt het uitgestrekte natuur- en recreatiegebied van de Maasplassen. Dit gebied biedt een breed scala aan recreatieve mogelijkheden, zoals watersport, fietsen wandelroutes, stranden en picknickplaatsen. De Maasplassen fungeren als een groene long en een belangrijke trekpleister voor zowel bewoners als bezoekers. Directe verbindingen vanuit de deelgebieden maken het gebied toegankelijk, met routes die aansluiten op het regionale netwerk.
•
•
Sport en ontspanning Direct aan de oostzijde van de deelgebieden bevinden zich diverse sportverenigingen, waaronder voetbal- en tennisclubs. Deze dragen bij aan de sociale cohesie in de buurten op korte afstand van de woongebieden.
Herten
Merum
Binnenstad & station Op slechts 700 meter van de noordelijke grens van deelgebied Roer-Zuid bevindt zich de levendige binnenstad van Roermond, samen met het treinen busstation. Deze stedelijke kern is uitstekend bereikbaar via een netwerk van vrijliggende fietspaden, voetgangersroutes en autowegen.
Overzicht van voorzieningen in en rondom Roermond Zuid 14
Roer-Zuid
•
Bedrijvigheid Ten zuiden van de deelgebieden liggen diverse bedrijventerreinen, die direct verbonden zijn met het gebied. Deze terreinen bieden werkgelegenheid en versterken de functionele relatie tussen wonen en werken.
•
Barrières Aan de oostzijde van de deelgebieden loopt het spoor en de A73 die, m.u.v. de fietsbrug over de Roer nabij de Roertunnel, een fysieke barrière vormen met bestemmingen zoals het Roer College en andere voorzieningen aan de overzijde.
•
Natura 2000 Ten oosten en noorden van de deelgebieden bevindt zich het Natura 2000-gebied rondom het riviertje de Roer. Het gebied draagt bij aan de landschappelijke kwaliteit en biedt mogelijkheden voor natuurbeleving in de directe omgeving van de deelgebieden.
•
Fietsknooppunten routes Er lopen diverse fietsknooppuntenroutes door en om het gebied, welke de wijken met de omliggende natuur verbinden.
Bestemmingen binnen 3 wijken zuid •
•
•
Van de drie wijken kent Herten de meeste bestemmingen, waaronder een kerk, basisschool, sporthal en commerciële functies als winkels en horeca. De oude dorpskern van Merum kent horeca en een gezondheidscentrum. Deze zijn centraal geclusterd in het hart van de wijk. Roer-Zuid bestaat grotendeels uit woonwijken en kent minder commerciële of publieke functies. En dan zijn het meer zorggerelateerde functies als tandsartspraktijken of een kinderdagopvang.
Overzicht van voorzieningen in Roermond Zuid 15
2.4 Beleid en toekomstige ontwikkelingen 2.4.1 Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Roermond vormt het strategisch ruimtelijk kader van de gemeente en geldt als vertrekpunt voor de Integrale Groenvisie. Beide visies bieden richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van de stad, met nadrukkelijke aandacht voor een gezonde, veilige en klimaatbestendige leefomgeving. Omgevingsvisie: kernopgaven en speerpunten De visie is opgebouwd rond vier centrale maatschappelijke opgaven: 1. Samen denken en doen: versterken van participatie en samenwerking. 2. Demografie: aantrekkelijk blijven voor jongeren, met passende woon- en werkmilieus. 3. Klimaatverandering en adaptatie: inspelen op extremere weersomstandigheden. 4. Roermond verbindt: versterken van relaties tussen stad, regio, water en natuur. Deze opgaven zijn vertaald naar vier inhoudelijke speerpunten: De gezonde en veilige stad: focus op leefkwaliteit, verkeersveiligheid en gezondheid. Aantrekkelijke woon- en werkstad: vernieuwen van woonwijken en versterken van werkgelegenheid. De duurzame stad: inzetten op energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. Stad van de drie trekkers: verbinden van binnenstad, Maasplassen en natuurgebieden. De gebiedsgerichte renovatie van de zuidelijke wijken sluit 16
nadrukkelijk aan op deze speerpunten, onder meer via vergroening, duurzame mobiliteit en participatief ontwerp.
2.4.2 Integrale Groenvisie De Groenvisie concretiseert hoe Roermond haar openbare ruimte toekomstbestendig wil inrichten. De visie richt zich op drie hoofddoelen: 1. Versterking van biodiversiteit: Groenstructuren worden ingezet als ecologische verbindingen, zowel binnen de bebouwde kom als richting het buitengebied. Door variatie in beplanting en het verbinden van groene gebieden krijgen flora en fauna meer ruimte, wat bijdraagt aan een robuust ecosysteem in de stad. 2. Klimaatadaptatie en waterbeheer: Groen helpt bij het opvangen van piekneerslag en het beperken van hittestress. In de visie wordt vergroening ingezet als klimaatmaatregel, bijvoorbeeld via wadi’s, bomenrijen, infiltratiestroken en schaduwbrengend groen. Daarmee draagt de visie bij aan waterrobuuste en klimaatadaptieve wijken, juist relevant in de laaggelegen delen van Merum, Herten en Roer-Zuid. 3. Gezonde leefomgeving: Groen bevordert beweging, ontmoeting en mentale gezondheid. Groene verblijfsplekken, speelplekken en wandelverbindingen dragen bij aan sociale cohesie en leefplezier in de wijken. In lijn hiermee wordt ook de 3-30-300-regel toegepast als toetsingskader: iedere bewoner moet vanuit huis zicht hebben op ten minste drie bomen, elke buurt moet gemiddeld 30% boomkroonbedekking realiseren, en op maximaal 300 meter afstand moet een
toegankelijke groene plek aanwezig zijn. Deze regel verbindt groenbeleid aan gezondheid, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid, en helpt om de ambitie voor groene, inclusieve wijken concreet te maken. Uitgangspunten en principes De visie is gebaseerd op vier heldere basisprincipes: 1. Veiligheid staat voorop: elke ingreep draagt bij aan verkeers- en sociale veiligheid. 2. Groen, tenzij: vergroening is het uitgangspunt, tenzij de situatie anders vereist. 3. Kwalitatief hoogwaardig groen: duurzaam, functioneel en aantrekkelijk ingericht. 4. Vergroenen doen we samen: bewoners worden actief betrokken bij ontwerp en onderhoud van het groen in hun wijk. Relevantie voor Merum, Herten en Roer-Zuid Bij de herinrichting van deze drie wijken worden de uitgangspunten van de Omgevingsvisie en Groenvisie als leidraad gehanteerd. De gebiedsgerichte aanpak biedt kansen om: 1. groene corridors en buurtparken te versterken of aan te leggen; 2. waterberging en schaduwgroen te integreren in de openbare ruimte; 3. de verblijfskwaliteit, biodiversiteit en beleving van de wijk te verbeteren; 4. bewoners actief te betrekken bij vergroening van hun eigen straat en buurt. Deze integrale benadering draagt bij aan de realisatie van een gezonde, toekomstbestendige en aantrekkelijke leefomgeving, in lijn met de bredere ambities van de gemeente Roermond.
2.4.3 Kwaliteitshandboek Openbare Ruimte Het Kwaliteitshandboek Openbare Ruimte legt kaders en richtlijnen vast voor het uiterlijk van de openbare ruimte in Roermond. Het dient als hulpmiddel bij ontwerp, inrichting en onderhoud, met als belangrijkste doel het creëren van meer eenheid in materiaalgebruik en inrichtingselementen. Daarbij blijft voldoende ontwerpvrijheid behouden, zodat projecten – zoals in het gebied Drie Wijken Zuid – een eigen karakter kunnen krijgen binnen heldere kwaliteitsafspraken. De ontwikkeling van het handboek is gelijktijdig gestart met het opstellen van de visie voor ‘3 Wijken Zuid’. Beide trajecten verlopen parallel, versterken elkaar en zorgen ervoor dat ontwerpkeuzes en kwaliteitskaders vanaf het begin goed op elkaar zijn afgestemd. De daadwerkelijke ontwerpen en materiaalkeuzes volgen pas ná afronding van de visie. In deze fase worden uitsluitend de uitgangspunten vastgelegd, zoals ook in het handboek gebeurt. Doelen en uitgangspunten De visie en het handboek richten zich op een toegankelijke, duurzame en toekomstbestendige inrichting van woonwijken, met nadruk op verblijfskwaliteit, stadsnatuur en duurzame mobiliteit. Waar de huidige 30 km-gebieden nog sterk autogericht zijn, verschuift de inrichting in lijn met het Verkeersveiligheidsplan (VVP) naar meer ruimte voor voetgangers, fietsers en spelende kinderen.
Daarnaast wordt gestreefd naar uniformiteit waar het kan – bijvoorbeeld door in de hele gemeente dezelfde lichtmasten, bankjes en andere inrichtingselementen toe te passen – en maatwerk waar het moet, zoals op pleinen, bij monumenten en in historische kernen. Andere belangrijke uitgangspunten zijn: Duurzaam materiaalgebruik: hergebruik waar mogelijk, en
toepassing van onderhoudsarme, circulaire materialen bij nieuw gebruik. Genius loci: bij herinrichting wordt rekening gehouden met de specifieke identiteit en geschiedenis van de plek, inclusief cultuurhistorische en archeologische waarden. Inhoud en reikwijdte Het handboek geldt voor het gehele stedelijke gebied van Roermond en richt zich op beeldkwaliteit en uitstraling. Technische eisen zijn hierin niet opgenomen; deze zijn vastgelegd in de Technische Inrichtingseisen Roermond (TIR). Het handboek bevat menukaarten voor materiaalen inrichtingselementen, geselecteerd op beeldkwaliteit, onderhoudsintensiteit en bijdrage aan biodiversiteit. Conform de Groenvisie is het uitgangspunt ‘groen, tenzij’: waar mogelijk krijgt groen de voorkeur boven verharding, als middel om klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefkwaliteit te versterken. Beplanting wordt gekozen op visuele passendheid, ecologische waarde en weerbaarheid tegen klimaatverandering, zoals hitte, droogte en wateroverlast. Tegelijkertijd biedt het handboek ruimte voor maatwerk, afgestemd op de functie van gebieden, duurzaamheidseisen, sociale veiligheid en bewonersparticipatie.
ontwerpers, beheerders en bewoners samenwerken aan een toekomstbestendige, klimaatveilige en uitnodigende openbare ruimte. Praktische toepassing Het handboek bevat keuzes voor verhardingsmaterialen, inrichtingselementen en sortimentslijsten met inheemse en toekomstbestendige plant- en boomsoorten. Deze lijsten zijn afgestemd op beeldkwaliteit, onderhoudsintensiteit en biodiversiteit, en dragen bij aan het lokale karakter (DNA) van een plek. Zo kunnen de drie wijken zelf toch verschil maken, niet in de standaard inrichting maar wel bij speciale plekken in de wijken. Door voor ieder gebied typologieën vast te leggen (zoals “woonstraat” of “ontsluitingsweg”) kunnen ambitieniveaus en ontwerpprincipes eenduidig worden toegepast. Zo wordt de openbare ruimte herkenbaar, beheervriendelijk en consistent ingericht, terwijl er ruimte blijft voor unieke accenten op bijzondere locaties.
Samenhang met ander beleid Het Kwaliteitshandboek is een integraal instrument binnen het bredere beleid voor openbare ruimte, groen en klimaat. Het sluit aan op: - de Integrale Groenvisie - het kap- en compensatiebeleid - de Woonzorgvisie - de quickscan biodiversiteit - gebiedsontwikkeling Roermond-Oost (GORO) Hiermee ontstaat één gezamenlijk kader waarin
17
2.4.4 Technische Inrichtingseisen Roermond (TIR) De transformatie van de drie zuidelijke wijken van Roermond – Merum, Herten‑kern en Roer‑Zuid – wordt uitgevoerd binnen de kaders van de Technische Inrichtingseisen Roermond (TIR 2022). Dit document vormt het technisch fundament voor de inrichting van de openbare ruimte binnen de gemeente. De TIR stelt concrete en meetbare eisen aan onder meer verharding, fundering, infiltratievoorzieningen, materiaalgebruik en veiligheidsaspecten. Zowel tijdens de uitvoering als in de garantietermijn worden de kwaliteit en conformiteit geborgd via inspecties, metingen en visuele beoordelingen. Relevantie voor Merum, Herten en Roer-Zuid De wijktransformatie sluit hier naadloos op aan: in deze gebieden worden de openbare ruimte en infrastructuur grondig vernieuwd met een duidelijke focus op duurzaamheid, klimaatadaptatie en leefkwaliteit. De toepassing van de TIR zorgt ervoor dat de vernieuwing niet alleen visueel aantrekkelijk en toekomstbestendig is, maar ook technisch hoogwaardig en beheersbaar op de lange termijn. Zo worden onder andere duurzame materialen ingezet, worden infiltrerende verhardingen toegepast en is er aandacht voor de juiste funderingsopbouw, conform de gemeentelijke eisen.
Waar de TIR het technisch kader biedt, richt de wijktransformatie zich op een bredere, integrale benadering waarin ook participatie en sociale samenhang een grote rol spelen. Bewoners worden actief betrokken in het ontwerptraject, zodat de vernieuwde buitenruimte aansluit op hun behoeften. Door deze koppeling van beleidskaders en gebiedsgerichte aanpak ontstaat een solide basis voor een toekomstbestendige, leefbare en klimaatadaptieve wijkinrichting. 18
Principe detail kolkaansluiting uit TIR
2.4.5 Verkeersveiligheidsplan In april 2025 stelde de gemeenteraad het nieuwe Verkeersveiligheidsplan 2025–2030 vast als opvolger van het vorige plan uit 2020, dat grotendeels is uitgevoerd. De actuele ongevallencijfers laten echter sinds de coronapandemie opnieuw een lichte stijging zien, vooral onder kwetsbare verkeersdeelnemers zoals voetgangers en fietsers, iets waar de opkomst van het elektrisch fietsen zeker een rol in speelt. Daarnaast werd vanuit de samenleving en politieke moties, zoals ‘Veilig op de Fiets’ en ‘Fietsstraat’, de roep om verdere verbetering van de fietsinfrastructuur luid en duidelijk gehoord. Het beleid berust op vier kernspeerpunten die de rode draad vormen van het nieuwe plan: 1. Faciliteren en stimuleren van veilig verkeersgedrag: door gedragscampagnes (zoals BOB, MONO, ‘Het kan hard gaan’) en intensivering van handhaving in woonwijken en rond scholen 2. 30 km/uur als nieuwe standaard binnen de bebouwde kom: invoering van de GOW30-categorie (gebiedsontsluitingsweg 30 km/uur), met onderzoek naar toepassing op wegen zoals de Venloseweg en Roerkade 3. De fietser en voetganger op 1: prioriteit in infrastructuur, toepassing van het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteitsdiensten, Privéauto) bij herinrichting en doelstelling om het aandeel lopen en fietsen met 5–10 % te laten groeien tot 2030 4.
Focus op autoluwe schoolomgevingen: uitrol van schoolstraten, pilotprojecten (zoals bij BS De Stapsteen in Herten) en veilige routes naar speel-, wandel- en beweegvoorzieningen.
Het plan is gebaseerd op een combinatie van objectieve analyses (verkeersongevallen) en subjectieve beleving (enquête en participatiesessies met stakeholders en bewoners), waaruit onder meer bleek dat jongeren en ouderen bovengemiddeld risico lopen en dat snelheid in woonwijken en rond scholen vaak als bedreigend wordt ervaren. Het STOMP-principe vormt de basis voor toekomstige herinrichtingen van wegen en kruispunten en bevordert duurzame mobiliteitskeuzes door voetgangers en fietsers voorop te stellen. Hiermee sluit het plan aan bij landelijke trends rond actieve mobiliteit en de verschuiving in vervoersvisie.
maatregelen worden dan een integraal onderdeel van de wijkrenovaties, die vanaf medio 2027 in Merum, Herten en Roer-Zuid van start gaan. Dankzij het project 3 Wijkrenovaties Zuid zet Roermond een stevige stap in de realisatie van het Verkeersveiligheidsplan naar een verkeersveilige, leefbare en duurzame omgeving, waarin kwetsbare gebruikers centraal staan en autoluwe, mensgerichte straten het uitgangspunt vormen.
De uitvoering richt zich op knelpunten in heel Roermond, waaronder de straten in de drie zuidelijke wijken Merum, Herten en Roer-Zuid, waar tijdens bewonersavonden veel verkeersinbreng werd geleverd. Relevantie voor Merum, Herten en Roer-Zuid In deze wijken is verkeersinrichting sterk bepalend voor de leefkwaliteit. Door het onderscheid te maken tussen verschillende straattypen binnen de 30 km zones kan het plan ruimte bieden voor vergroening, klimaatadaptatie en een betere verblijfskwaliteit. Concreet worden de volgende maatregelen verwacht: verbetering inrichting van 30 km/uur‑zones, inrichting volgens STOMP-principes in combinatie met fysieke aanpassingen in samenhang met de gedragsinterventies vanuit het Verkeersveiligheidsplan. Ook wordt onderzoek gedaan naar veilige fietspaden, ontbrekende fiets‑ en wandelverbindingen en autoluwe zones bij scholen. Deze
19
2.4.6 Nota Parkeernormen De gemeente Roermond hanteert parkeernormen op basis van het CROW-kencijfermodel, afgestemd op de lokale situatie. De stad is hiervoor onderverdeeld in vier zones: het centrum, de schil, de rest van de bebouwde kom en overige kernen. De wijken Merum en Herten vallen onder overige kernen, terwijl Roer-Zuid deel uitmaakt van de rest van de bebouwde kom. Dit onderscheid heeft invloed op de gehanteerde parkeernormen en de wijze waarop parkeeroplossingen vorm moeten krijgen. Relevantie voor Merum, Herten en Roer-Zuid In Merum en Herten geldt een hogere parkeernorm vanwege het hogere autobezit in het buitengebied. Voor nieuwe ontwikkelingen is parkeren op eigen terrein het uitgangspunt. Daarnaast moet ook worden voorzien in voldoende ruimte voor bezoekers, doorgaans gerekend op 0,3 parkeerplaats per woning. Waar dit niet mogelijk is, kunnen alternatieve oplossingen zoals parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden toegestaan. Binnen deze zones biedt de parkeernota ruimte voor maatwerk. Er kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van mobiliteitsconcepten, een mobiliteitscorrectie of een hardheidsclausule, bijvoorbeeld bij functieveranderingen of inpassing van bijzondere woonvormen. Roer-Zuid valt binnen de zone ‘rest bebouwde kom’, waar de gemiddelde parkeernorm iets lager ligt dan in het buitengebied.
Hier wordt uitgegaan van circa één parkeerplaats per woning, inclusief bezoekers. Ook in Roer-Zuid is het uitgangspunt dat bewoners zo veel mogelijk op eigen terrein parkeren. De maximale loopafstand tussen woning en parkeerplek bedraagt
20
200 meter. In lijn met het beleid in andere delen van de stad kunnen ook hier afwijkingen van de norm worden toegestaan, mits onderbouwd en passend binnen bredere mobiliteitsdoelstellingen. Voor alle wijken geldt dat parkeerplaatsen moeten voldoen aan actuele kwaliteitsnormen, zoals vastgelegd in de NENrichtlijnen. De gemeente streeft naar een parkeerdruk onder de 90 procent, en stuurt actief bij via vergunningverlening, parkeerregulering en het stimuleren van deelmobiliteit. In de gehele stad, inclusief de drie zuidelijke wijken, wordt parkeerbeheer steeds vaker digitaal georganiseerd via kentekenregistratie voor zowel bewoners als bezoekers.
2.4.7 Duurzaamheidsvisie In 2017 heeft de gemeente Roermond haar Duurzaamheidsvisie uitgebracht. Dit is een breed ontwikkelde visie waaraan bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de gemeente aan hebben gewerkt. Op basis van verschillende thema’s zijn doelstellingen beschreven met daaraan gekoppelde acties om de visie tot werkelijkheid te laten komen. Roermond wordt in de visie omschreven als een stad waarin elke genomen stap waarde toevoegt aan de aarde voor mens en milieu. Het is een stad waar je elkaar ontmoet, verbindt en samenwerkt. Iedereen werkt aan duurzame ontwikkeling en is in balans met de natuur, met respect voor historie. Huidige en toekomstige generaties moeten zich prettig en veilig voelen. De thema’s voor de visie zijn opgehangen aan de Global goals for Sustainable Development en de nationale doelen. Op basis hiervan zijn er verschillende doelstellingen en acties gezet op de thema’s: Economie en ondernemerschap, Ruimte, Wonen en Bouwen, Verkeer en Mobiliteit, Grondstoffen en Afval, Leefomgeving: Energie in relatie tot water en milieu, Participatie en sociale duurzaamheid.
Relevantie voor Merum, Herten en Roer-Zuid Op basis van onze zes duurzame thema’s hebben we beknopt en puntsgewijs de meest relevante informatie gefilterd uit de visie: Biodiversiteit • Versterking natuur en groen in en om de stad • Verbeteren van de toegankelijkheid van natuur en groen. • Natuurwaarden behouden en versterken
Klimaatadaptatie • Wonen tussen het groen i.c.m. het beperken van hittestress. Zo voorkom je dat gebouwen in de zomer kunstmatig moeten worden verkoeld (airco). • Maximaal inzetten op integraal ruimtegebruik: Groen voor koeling, waterberging, waterinfiltratie enzovoorts. • Duurzaamheidsprincipes hanteren bij het inrichten van de stad. Inbreiding gaat boven uitbreiding. Uitbreiding vindt plaats op logische locaties. Hierbij blijft voldoende ruimte voor groen, natuur en water. Uitbreidingen en inbreidingen zijn zoveel mogelijk klimaatneutraal. Circulariteit • Inzetten op een circulaire economie gebaseerd op hernieuwbare grondstoffen en energietransitie • Zuinig omgaan met schaarse stoffen (energie). • Inzetten op een biobased economy, gebaseerd op biomassa. Energie • Opwekking duurzame energie voor zowel woningen als bedrijven. Denk hierbij aan zonne- en windenergie. • Sluiten energie en afvalkringlopen op regionale schaal • Roermond heeft in 2030 haar CO2 uitstoot tot 50% gereduceerd t.o.v. 1990 Mobiliteit • Mobiliteitsvisie waarbij mobiliteit en bereikbaarheid zich richten op bewoners (sociaal), bezoekers (gastvrij) en het bedrijfsleven (ondernemend). • Mensen verleiden tot slimme, gezonde en duurzame keuzes i.r.t. mobiliteit. • Vooral inzetten op het aantrekkelijk maken van lopen en fietsen, eventueel i.c.m. openbaar vervoer. • In het ecosysteem denken koppelen we fietsroutes
• •
aan toerisme en de groenvoorzieningen en zorgen we tegelijkertijd ook voor snelle routes voor forensen Faciliteren van bijvoorbeeld laadinfrastructuur voor auto’s en fietsen Inzetten op beter toegankelijker en aantrekkelijk mobiliteitsknooppunt (trein, taxi, bus) en aandacht aanbod OV in wijken en daarbij sturen op interactieve relatie tussen OV en stad.
Gezonde leefomgeving • Het creëren van een aantrekkelijke leefomgeving en woonklimaat • De beschikbare ruimte in Roermond wordt efficiënt en duurzaam gebruikt. De kwaliteit van de ruimte wordt verhoogd, wat wil zeggen dat Roermond inzet op de toegankelijke en bruikbare buitenruimte voor een breed spectrum aan doelgroepen. • De gemeente betrekt actief de bewoners bij plannen in de woonomgeving waarbij dan aandacht voor de duurzame leefomgeving een speerpunt is. • In samenwerking met bewoners en bedrijven een bruikbare en groene buitenruimte creëren, voorbeelden: eetbare tuinen/stadslandbouw en plantsoenen, interactieve jongerenplekken etc. De vergroening van de buitenruimte, zoals tuinen kan ook bijdragen aan het tegengaan van de gevolgen van de klimaatverandering hittestress, wateroverlast etc., maar kan ook de sociale cohesie bevorderen). • Verbeteren van afvalinzameling en dit in de openbare ruimte faciliteren. Het is van belang rekening te houden met deze visie in de uitwerking van de wijkaanpak. De uiteindelijke ontwerpmaatregelen zullen hierop gebaseerd worden. 21
2.4.8 Water- en Rioleringsplan Roermond (2025-2029) In oktober 2024 werd het Water- en rioleringsplan (Wrp) vastgesteld als opvolger van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het Wrp is een thematisch onderdeel van de Omgevingsvisie en richt zich op stedelijk waterbeheer. Belangrijke aandachtspunten zijn klimaatadaptatie, duurzame hemelwaterverwerking en beleidsuitvoering in lijn met Europese kaders als de Kaderrichtlijn Water (KRW). Kerndoelen: 1. Verbeteren van waterkwaliteit, inclusief afval-, hemel- en grondwater. 2. Klimaatadaptatie, door infrastructuur aan te passen aan hevigere en frequentere regenbuien. 3. Duurzaam waterbeheer, met groenvoorzieningen voor verkoeling, regenwaterbuffering en infiltratie. 4. Vergroenen, ter aanpak van hittestress door stedelijke verharding Het plan bevat een uitvoeringsprogramma, renovatieonderzoeken en financiële onderbouwing via rioolheffing. Onderzocht is welke wijklocaties gevoelig zijn voor wateroverlast, waarbij ook de beperkte capaciteit van personeel en ruimte ondergronds werd gesignaleerd. UItvoeringstechnieken & maatregelen Er zijn diverse technieken beschikbaar: 1. Ondergrondse voorzieningen: hoge capaciteit maar kostbaar en weinig zichtbaar. 2. Waterdoorlatende verhardingen (zoals infiltratie-asfalt of tegels).
22
3. Reflecterend asfalt: verlaagt temperatuur, vermindert hittestress. 4. Subsidies en stimulering voor afkoppeling en groene daken, via afkoppelcoach en aantrekkelijke bijdragen voor inwoners. Nieuw gebouwd of gerenoveerd verhard oppervlak > 50 m² moet waterberging bieden volgens minimum eisen (bijvoorbeeld 80 l/m² in 2 uur) of afkoppeling toepassen. Relevantie voor Merum, Herten en Roer-Zuid In het kader van de Wijkrenovatie Zuid (Merum, Herten, Roer‑Zuid) wordt vanaf medio 2027 de bovengrondse én ondergrondse infrastructuur aangepakt. Naast onderhoud wordt ingezet op vergroening, klimaatbestendigheid en waterinfrastructuurvernieuwing. Merum: Diverse straten zijn geschikt voor infiltratieinrichtingen (moerasgracht, grasbetontegels), liefst gecombineerd met groene voorzieningen in voor- en achtertuinen. Hierbij speelt het beleid rond afkoppelen via subsidies een rol . Herten: In compacte zones nabij de kern en schoolomgevingen is een combinatie van straatinfiltratie én bewonersparticipatie belangrijk. Afkoppelsystemen, infiltratie stroken rond groenzones en het vervangen van gesloten naar open verharding helpen piekbelasting af te remmen. Roer‑Zuid: Grotere ontsluitingswegen lenen zich voor infiltratieoplossingen in groenstroken langs de weg. Er wordt gekozen voor duurzame materialen in fietspaden en voetpaden. Ook individuele afkoppelingen en groendaken
op particuliere panden dragen bij aan wijkscheiding van hemelwater. Het Wrp benadrukt dat een groot deel van de wijk bestaat uit particulier terrein. Daarom stimuleert de gemeente inwoners om klimaatbestendig te handelen: denk aan groendaken, vijvers, regentonnen of infiltratievoorzieningen. Hiervoor zijn praktische subsidies beschikbaar en wordt ondersteuning geboden via de afkoppelcoach. Deze aanpak bevordert draagvlak en concrete uitvoering op wijkniveau. Het Water‑ en Rioleringsplan van Roermond combineert technische rioleringsstrategie met integraal klimaatadaptief en duurzaam gebiedsbeheer. Door wijkgerichte renovaties en inzet van zowel bovengrondse als ondergrondse maatregelen én particuliere betrokkenheid in Merum, Herten en Roer‑Zuid, worden wateroverlast en hittestress doelgericht aangepakt. De combinatie van technische ingrepen en gedragssensibilisering (zoals subsidies) vormt een kernstrategie voor de toekomstbestendig inrichting van deze wijken.
2.4.9 Overig beleid Naast eerder genoemde visies hebben we te maken met raakvlakken met overige beleidsdocumenten en wettelijke kaders van de gemeente, waaronder: • Regionale Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie; • Sport- en Beweegnota; • Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan Roermond; • Erfgoedvisie 2024-2030; • Preventie- en Gezondheidsbeleid; • Plan van aanpak Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA); • Het Integraal Zorgakkoord (IZA); • Gebiedsprofielen; • Hondenbeleid.
23
3. Ruimtelijke analyse
24
3.1 Identiteit 3.1.1 Cultuurhistorie Roermond-Zuid Door de grootschalige uitbreiding van Roermond-Zuid vormen de aanwezige cultuurhistorische relicten belangrijke identiteitsdragers. Ze versterken de herkenbaarheid en het karakter van de wijken. Bij herinrichting van de openbare ruimte ontstaan kansen om deze kwaliteiten verder te benutten en zichtbaar te maken. De drie wijken van Roermond-Zuid zijn ontwikkeld in de wederopbouwperiode. Voorafgaand aan deze ontwikkeling lagen binnen de huidige wijkcontouren de dorpen Herten en Merum, evenals de buurtschap Roer. De oude dorpsstructuren zijn nog steeds herkenbaar in het landschap en worden op de kaart aangeduid als ‘historisch’. Op de overzichtskaart zijn de voormalige dorpskernen van Herten en Merum, evenals de buurtschap Roer, globaal weergegeven. Binnen deze zones bevinden zich relicten uit het verleden in de vorm van gebouwen en wegenstructuren. In de historische kernen van Herten en Merum zijn veel oorspronkelijke wegen behouden en herkenbaar aan de bestrating met gebakken klinkers. In combinatie met de dichtheid van historische bebouwing duiden we deze gebieden aan als ‘historische dorpskernen’. Buiten deze dorpskernen komt historische bebouwing slechts sporadisch voor. Ze staat daar verspreid tussen gebouwen uit de vroege wederopbouwperiode en latere bouwjaren.
De globale ligging van de wegen volgt vaak nog het oude wegenpatroon, maar door ingrepen en vernieuwingen in de loop der tijd voelt de ruimtelijke structuur minder ‘historisch’ aan. Deze gebieden worden op de kaart aangeduid als ‘historische structuren met gemengde bouwjaren’.
Overzicht van aanwezige cultuurhistorische structuren in Herten, Merum en Roer-Zuid 25
3.1.2 Wijkensembles De drie wijken van Roermond-Zuid bestaan uit verschillende gebieden of buurten, waarin de openbare ruimte en bebouwing op elkaar zijn afgestemd en samen een kenmerkende sfeer oproepen. Deze samenhang is sterk verbonden met de periode waarin de buurt is gebouwd. De bouwperiode heeft namelijk invloed op de inrichting van straatprofielen, groenstructuren en de ruimtelijke opzet. Om inzicht te krijgen in de huidige staat van de openbare ruimte en straatprofielen, zijn de wijken opgedeeld in overzichtelijke gebieden. Deze gebieden worden aangeduid als ensembles. In totaal zijn er tien ensembles onderscheiden binnen de drie wijken. Twee daarvan – het ‘winkelcentrum’ en de ‘moderne wijken’ – zijn het meest recent gebouwd en vallen buiten de scope van de geplande herinrichting van de straten. Het winkelcentrum in Herten wordt echter wél meegenomen in de bredere ruimtelijke visie.
Overicht van de tien ensembles in Herten, Merum en Roer-Zuid 26
1. Historische dorpskern Elke wijk in Roermond-Zuid heeft een historische kern. In Merum en Herten is deze historische structuur nog duidelijk aanwezig. De openbare ruimte wordt daar gekenmerkt door kronkelende straatpatronen, smalle profielen en een beperkte hoeveelheid groen. In Roer-Zuid is de historische structuur minder prominent. De openbare ruimte rond enkele historische gebouwen bestaat voornamelijk uit kleine doorsteekjes, die minder intensief worden gebruikt dan de doorgaande wegen en straten in Herten en Merum.
2. Historische structuren met gemixte bouwjaren Buiten de historische dorpskernen komt historische bebouwing in mindere mate voor. Deze bebouwing staat grotendeels verspreid tussen gebouwen uit de vroege wederopbouwperiode en latere fasen. De globale ligging van de wegen verwijst nog naar de oorspronkelijke wegenstructuren. Door aanpassingen en vernieuwingen in de loop der tijd is de historische beleving sterk verminderd. De ruimtelijke structuur voelt daardoor tegenwoordig minder ‘historisch’ aan. Op de kaart zijn deze gebieden aangeduid als historische structuren met gemengde bouwjaren.
3. Lommerrijke milieus uit de vroege wederopbouwperiode Roer-Zuid is een onderscheidende wijk, gekenmerkt door een aantal buurten met riante vrijstaande woningen. Er is een duidelijk verschil zichtbaar tussen buurten uit de wederopbouwperiode en die uit latere bouwfasen. De wederopbouwbuurten zijn te herkennen aan brede straatprofielen, die vrijwel overal zijn voorzien van dubbele bomenrijen en zo een kenmerkende laanstructuur vormen.
27
4. Lommerrijke milieus uit de latere jaren 60 tot 80 De buurten in Roer-Zuid die zijn gebouwd in de periode van de late jaren ’60 tot de jaren ’80 onderscheiden zich van de eerdere wederopbouwbuurten door hun smallere straatprofielen. Ook deze wijken bestaan voornamelijk uit riante vrijstaande woningen, maar zijn soberder ingericht. Waar de wederopbouwbuurten doorgaans dubbele bomenrijen kennen, zijn deze latere buurten meestal voorzien van slechts één rij bomen, en soms ontbreken bomen geheel. Daarnaast zijn er in deze buurten minder plantsoenen aanwezig, wat resulteert in een minder groene openbare ruimte. 5. Naoorlogse buurten (jaren 60 / 70) Deze buurten stammen uit dezelfde bouwperiode als de Lommerrijke milieus van Roer-Zuid, maar verschillen op wezenlijke punten. De straatprofielen zijn relatief smal, waardoor er in het profiel zelf minder ruimte is voor groen. De bebouwing bestaat voornamelijk uit rijwoningen, geschakelde woningen en twee-onder-een-kapwoningen. De straatprofielen zijn doorgaans recht en symmetrisch van opzet, terwijl de straten in de Lommerrijke milieus juist worden gekenmerkt door gebogen lijnen en een informelere verkaveling.
6. jaren 80 buurt In Roer-Zuid en Herten bevinden zich wijkuitbreidingen die in de jaren ’80 zijn gerealiseerd en vergelijkbare kenmerken vertonen. De woningtypologie bestaat hoofdzakelijk uit twee-onder-een-kapwoningen en rijwoningen. De stratenpatronen zijn veelal geknikt of gebogen. Aan de westzijde van Herten komt dit straatbeeld terug in woonerfachtige situaties met gelijkvloerse overgangen tussen rijbaan en trottoir. Door het grote aantal overhoeken in de verkaveling, de afwisseling tussen verharding en groenvakken en de informele inrichting kunnen deze buurten visueel rommelig overkomen. 28
7. Woonerven (Jaren 0/90) De buurt Hattem is een typisch woonerf, gekenmerkt door een gelijkvloerse infrastructuur, veel groen en verspreid geplaatste parkeerkoffers. De woningen bestaan uit appartementen in kleinschalige portiekflats. De stedenbouwkundige opzet – bestaande uit bebouwing, groen en infrastructuur – is organisch van aard. Dit resulteert in een straatstructuur met veel bochten en hoeken, waardoor er relatief veel snippergroen aanwezig is in de openbare ruimte.
8. Inbreidingsbuurt (jaren 80,90,00) In Roer-Zuid zijn enkele kleinschalige inbreidingen gerealiseerd in de periode van de late jaren ’80 tot begin 2000. Wat betreft architectuur wijken de moderne vrijstaande en geschakelde woningen duidelijk af van de oudere bebouwing in de omgeving. De infrastructuur in deze buurten is overwegend jong en goed onderhouden. Aan de Evenkamp betreft het een uitbreiding op een bestaand lint van cul-de-sacs. Dit buurtje valt op door de modernere woningtypologie en de relatief jonge uitstraling van de openbare ruimte, zeker in vergelijking met de oudere cul-de-sacs aan het begin van het lint. 9. Winkelcentrum (00) Met de realisatie van jonge wijkuitbreidingen zoals Oolderveste ontstond de behoefte aan aanvullende en grotere voorzieningen. Dit gebied bestaat uit grootschalige bouwvolumes waarin functies als retail, sport en onderwijs zijn ondergebracht. De openbare ruimte in deze zone wordt grotendeels ingenomen door parkeerplaatsen. Door de hoge parkeerdruk ervaren bewoners van Herten verschillende knelpunten op het gebied van verkeersveiligheid. Om die reden wordt dit gebied meegenomen in de ruimtelijke visie, ondanks dat de openbare ruimte hier nog niet aan renovatie toe is. 29
10. Moderne wijk (2017/2021) Aan de noordrand van Herten en roer-Zuid bevinden zich twee recente stedenbouwkundige uitbreidingen, die dermate recent zijn opgeleverd waardoor deze plekken niet in aanmerking komen voor de wijkrenovaties.
30
3.2 Water 3.2.1 Water en ondergrond Door klimaatverandering krijgen we vaker te maken met hevige regenval, hittegolven en droogte. Een goede waterhuishouding in de openbare ruimte helpt bij het opvangen en verwerken van deze extremen. Daarom is het belangrijk om de huidige situatie van de ondergrond en het watersysteem in beeld te brengen. De wijken liggen voornamelijk op de hoogterrassen van de Maas, gevormd tijdens de ijstijden en warmere perioden van het Weichselien en Pleistoceen. Tijdens de ijstijden zette de Maas zand en grind af, wat leidde tot uitgestrekte riviervlakten. In warmere perioden sneed de Maas dieper in het landschap, waardoor samen met tektonische opheffing, twee hoofdterrassen werden gevormd: het laag- en hoogterras. In Roermond-Zuid zijn deze terrassen herkenbaar. Merum bevindt zich op en langs het hoogterras, Herten ligt grotendeels hierop, en Roer-Zuid volledig. De Roer, die vanuit Duitsland naar de Maas stroomt, doorsnijdt zowel het hoog- als het laagterras. De noordkant van Roer-Zuid ligt in het beekdal van de Hambeek, waar kleiafzettingen in de ondergrond voorkomen. Merum heeft een goed doorlatende zandbodem, wat gunstig is voor infiltratiemaatregelen bij wateroverlast. Herten heeft ook grotendeels een doorlatende bodem, behalve de groenstrook ‘De Slenk’ op het laagterras, die kleihoudende grond heeft en minder geschikt is voor infiltratie.
Roer-Zuid heeft meestal een doorlatende bodem, maar het noordelijke deel langs de Hambeek bevat kleiafzettingen. De kaart toont de maximale waterdiepte bij hevige regenval, gebaseerd op een bui van 70 mm in 2 uur, die gemiddeld eens in de 100 jaar voorkomt. Op de volgende pagina’s worden per wijk de aandachtspunten voor wateroverlast besproken.
Overzicht van de drie wijken bij een waterdiepte bij neerslag van 70 mm in 2 uur. Bron: Klimaateffectatlas Nederland 31
3.2.2 Waterhinder Herten In Herten ligt een deel van de wijk op hogere zandgronden, waarbij bij hevige neerslag het water wordt afgewenteld op het lagergelegen deel van de wijk. Een deel van Herten ligt op hogere zandgronden, terwijl andere delen lager in het landschap liggen. Bij hevige neerslag stroomt regenwater vanuit de hoger gelegen gebieden naar de lager gelegen delen van de wijk. Door de combinatie van hoogteverschillen, verharding van straten en lokale bodemgesteldheid ontstaan op diverse plekken knelpunten met wateroverlast. In de lager gelegen straten, zoals het 1. Hondsbergje, , Schoolstraat, 2. Achter de Hoven en delen van de 3. Oude Roermondseweg, hoopt regenwater zich op. Deze straten liggen lager dan de omgeving, waardoor water daar naartoe stroomt. Verharde oppervlakken – zoals asfalt – verhinderen infiltratie, wat leidt tot snelle afstroming en piekbelasting van het riool. Ook voor de andere locaties 4, 5, 7,8 en 9 (weergegeven op de volgende pagina’s) hebben te maken met soortgelijke omstandigheden.
1. Hondsbergje
2. Schoolstraat en Achter de Hoven
3. Oude Roermondseweg
Daarnaast speelt de bodem een rol. In met name de het lager gelegen deel van Herten is sprake van slecht doorlatende kleigronden in de ondiepe ondergrond. Dit beperkt de infiltratiecapaciteit, ook op onverharde delen, en vergroot het risico op tijdelijke waterophoping bij zware regenval.
Overzichtskaart wateroverlast Herten - waterdiepte bij neerslag van 70 mm in 2 uur. Bron: Klimaateffectatlas Nederland 32
3.2.3 Waterhinder Roer-Zuid In Roer-Zuid ligt het zuiden van de wijk op hogere, waterdoorlatende zandgronden en het noorden lager op gronden met een slecht waterdoorlatende kleilaag in de ondiepe bodem. Bij hevige neerslag verzamelt hemelwater zich vooral in de lagergelegen grote straten. Deze wijk is relatief ruimtelijk ingericht. 5. Hattem
4. Roerderweg
6. Evenkamp
Overzichtskaart wateroverlast Roer-Zuid - waterdiepte bij neerslag van 70 mm in 2 uur. Bron: Klimaateffectatlas Nederland 33
3.2.4 Waterhinder Merum Deze hele wijk ligt relatief hoog in het landschap op waterdoorlatende zandbodems. Over het algemeen is erop relatief weinig locaties sprake van wateroverlast bij hevige neerslag. Op de locaties waar inundatie plaatsvindt, verzamelt hemelwater zich vooral in de lagergelegen grote straten.
7. Op de Peelberg
8. Molenweg
9. Gerbergaweg
Overzichtskaart wateroverlast Merum - waterdiepte bij neerslag van 70 mm in 2 uur. Bron: Klimaateffectatlas Nederland 34
3.3 Groen 3.3.1 Groenstructuur De drie wijken zuid zijn gesitueerd langs twee belangrijke buitengebieden, welke bereikbaar zijn en recreatief in gebruik worden genomen vanuit de wijken. De haven Roermond City Marina vormt een belangrijk silhouet voor de wijk Herten, maar is door het geïsoleerde karakter weinig betekenisvol als uitloopgebied voor de wijk. De twee belangrijke gebieden worden in de Groenvisie Roermond 2024 benoemd als ‘poorten’, te weten als: ‘Rondje Ool (buitengebied rond Ool en de Oolderplas) en ‘Roer en Hambeek’ (landschappelijke lijn langs Roer Zuid). In de Groenvisie wordt het recreatieve nut van deze gebieden voor stad en wijk onderstreept. Om deze gebieden te kunnen bereiken worden verbindende structuren, die bepalend zijn voor de oriëntatie en beleving aangewezen als ‘lanen’ en ‘singels’. Beide structuren hebben een ander wensbeeld. Naast de verbinding met het buitengebied hebben de lanen en singels een belangrijke functie voor de verbinding van de wijken onderling en vormen deze structuren belangrijke oriëntatiepunten vanuit de wijken. Singels zijn toegekend aan structuren met een breed profiel, waar ruimte is voor meer dan twee rijen met bomen en royale, groene bermen met gras. De singels zijn beeldbepalend op regionaal schaalniveau. Lanen zijn toegekend aan structuren met een smaller profiel, waar één of twee rijen bomen mogelijk inpasbaar zijn.
Lanen zijn beeldbepalend op wijk -en buurt schaalniveau en vormen een belangrijk onderdeel binnen de scope van de wijkrenovaties 3WZ. Delen van de wijken hebben een gebrek aan bomen en kroonbedekking, volgens de richtlijnen van de 3-30-300 regel. Het is wenselijk hiermee rekening te houden bij de wijkrenovaties. Op de volgende pagina’s wordt verder ingegaan op de aanwezige groenstructuur binnen de wijken. Overzicht van groenbeleid versus aanwezige groenstructuur in Herten, Merum en Roer-Zuid 35
3.3.2 Groenstructuur Herten In de wijk Herten ligt vooral een robuuste, aaneengeschakelde -en parkachtige groenstructuur aan de zuid- en oostkant, langs de Oolderweg en Schuttersweg. Binnen de wijk zelf ontbreekt het echter aan robuust groen en de aaneenschakeling daarvan. Het huidige groen is verouderd en biedt weinig belevingswaarde en heeft weinig ecologische waarde. Veel laanbomen, zoals paardenkastanjes en essen, zijn bovendien vatbaar voor ziekten.
sw eg
Enkele specifieke observaties: Sc h
ut te r
1.
ert Ekk
6.
Achter de Hoven
4.
2. De straat ‘Den Ekkert’ en de straten in de naoorlogse (jaren 60) wijken tussen de Roermondsestraat en de Oude Roermondseweg hebben nauwelijks groen.
2. 1.
1.
Sc
ho
ol
st ra at
5.
n
ld e
rw eg
rt ke
Ek
Oo
4. De bomen in de Schoolstraat verkeren grotendeels in slechte staat, en het straatbeeld oogt kaal vanwege het gebrek aan groene inrichting.
2. 6.
mo nds
ew eg
5. In de Roermondsestraat staan bomen in verharding, wat om verbetering van de groeiplaatsen vraagt.
Ou de
Ro er
6. Groenstructuren zijn onderbroken aan de Oude Roermondseweg en Hertenweg. Vooral de groenstructuur langs de Oude Roermondseweg is mager ten opzichte van de capaciteit in het straatprofiel.
Overzichtskaart Herten - bestaande groenstructuur 36
o
rm
e Ro
t raa
est
s nd
De
3. In de Offerkamp is er meer verharding dan nodig, wat afbreuk doet aan de groene beleving, maar er is potentieel voor een groenere inrichting.
Den
Hertenweg
1. Het straatbeeld in de westelijke woonhofjes, zoals langs Den Ekkert en Achter de Hoven, is rommelig door de versnippering van groenvakjes met lage kwaliteit groen.
3.3.3 Groenstructuur Roer-Zuid
bee
ij
1. Hambeek (west )
Roe rd
k (o
Beemdelaan
1.
ost
5.
)
eg rw
rde
e Ro
1.
erw eg
1.
f raa
rg ke reu
1. Walb ka Even
2.
mp
1.
Belleboom
1.
Ev en
ka m
p
eg ersw
2.
1.
oed isbr
Kru
erg
3. De continuïteit van de bomen aan de Roodververij is goed, maar groeiplaatsverbetering kan de kwaliteit verhogen. In Heyberg en Bonenberg is het zinvol te onderzoeken waar extra bomen kunnen worden geplant.
4.
b tel Tin
2. De straten van Tintelberg zijn schaduwrijk, maar de boomspiegels ogen stenig door halverharding. Lage verkeersintensiteit en parkeerdruk bieden kansen voor onderbegroeiing. Het boomrijke profiel aan de Belleboom en Schakerberg vervaagt door de beperkte hoeveelheid bomen van middelmatige kwaliteit en slechte groeiplaatsomstandigheden.
Ham
1. Bonenberg
1. De Roerderweg was oorspronkelijk een laan met twee rijen bomen. Door slechte groeiomstandigheden en ziektes in de paardenkastanjes zijn er grote gaten in de boomstructuur ontstaan. Veel overgebleven bomen zijn van slechte kwaliteit en zullen vroeg of laat sterven. Dit probleem is ook zichtbaar in Hambeek, Walbreukergraaf, Evenkamp, Kruisbroedersweg, Belleboom en de noordzijde van de Beemdelaan.
Heyberg
Enkele observaties:
Bonenberg
Rood verve r
Roer-Zuid heeft de breedste straatprofielen van de drie wijken. Er is geprobeerd bomen te planten waar mogelijk, wat zorgt voor een lommerijke sfeer. Helaas zijn de groeiomstandigheden vaak slecht; veel bomen staan in de verharding, waardoor het straatbeeld stenig blijft. Net als in de andere wijken is de keuze van plantensoorten verouderd, wat de groenbeleving en stadsecologie niet ten goede komt.
4. Hambeek Oost heeft een te magere boomstructuur voor het brede straatprofiel. Er is ruimte voor een dubbele rij bomen van de tweede grootte of een enkele rij van de derde grootte.
Overzichtskaart Roer-Zuid - bestaande groenstructuur 37
3.3.4 Groenstructuur Merum Het vrijwel geheel ontbreken van bomen of groen in veel straten van Merum is opvallend en mede oorzaak van de hoge hittestress in deze wijk. Met de krappe profielen en huidige verkeerssituatie is het een uitdaging hier meer groen en bomen in te passen. Maatwerk en herziening van de verkeerssituatie zijn noodzakelijk om de wijk te kunnen vergroenen. Net zoals in Herten geldt hier dat de sortimentskeuze vaak gedateerd is en dat veel bomen, soorten betreffen die tegenwoordig ziektegevoelig zijn zoals essen.
g we en ol
1.
Enkele specifieke observaties:
weg Molen
3.
raat
3. Het meest verharde gedeelte van de wijk betreft de huizenblokken met de hoogste bebouwingsdichtheid tussen de Molenweg, Gerberaweg en de Oude Montforterweg. Vanwege de smalle straatprofielen is een herziening van de verkeerssituatie noodzakelijk om robuust groen te realiseren.
2.
weg Gerbera
4. Historische kern: Hoofdstraat/Bergstraat: Hier staan op enkele plekken bomen in verharding. Vanwege de verkeersintensiteit, parkeerdruk en beperkte profielbreedte is het lastig om continuïteit in de groenstructuur te brengen. Maatwerk is noodzakelijk om de groenstructuur te optimaliseren en uit te breiden.
Overzichtskaart Merum - bestaande groenstructuur 38
at
mstra
rehey
e Van M
3.
Oude Montforterweg
1.
4. Hoofdst
2. De groeninrichting van de Hofjes langs de Van Mereheymstraat zijn gedateerd. Renovatie biedt potentie. Deze locaties hebben in de basis voldoende ruimte voor het inpassen van kwalitatief, robuust groen.
Bergstraat
1. Ondanks het smalle profiel van de Molenweg, staan hier enkele laanbomen, wat een kans biedt om deze structuur te continueren over de gehele lengte van de straat;
M
3.4 Mobiliteit 3.4.1 Wegenstructuur De verkeersstructuur van Merum, Herten en Roer-zuid is typisch voor een woonwijk, met een nadruk op lokale wegen en beperkte doorgaande routes. De wijken zijn bereikbaar via enkele gebiedsontsluitingswegen die aansluiten op de Maastrichterweg en de Rijksweg. Deze wegen verbinden de wijk met andere delen van de stad en omliggende regio’s. De wijken zelf zijn met elkaar verbonden via buurtontsluitingswegen. Deze buurtontsluitingswegen zijn wegen waar aan gewoond wordt maar ook meer verkeer rijdt omdat deze toegang bieden van en naar de achterliggende woonstraten.
M
aa
st ri
ch te r
we g
De wegen in de wijken hebben een maximum snelheid van 30 km/u en in vrijwel het hele gebied is er geen sprake van een scheiding van fiets en gemotoriseerd verkeer. Dit is logisch omdat het voornamelijk woonstraten (erfontsluitingswegen) betreft, maar de omvang van de wijken en het verkeersbeleid maken maatregelen ter bevordering van het fietsen gewenst. In vrijwel elke straat is een trottoir aanwezig. Aan de randen van Merum en Herten loopt een knooppuntroute voor de fiets.
Ri
jks we g
Er zijn verschillende maatregelen genomen om het verkeer te reguleren. In het centrum van Herten is eenrichtingsverkeer ingesteld. In Roer-Zuid zijn twee knippen aangelegd om te voorkomen dat er veel verkeer door de wijk rijdt. De wijken hebben toegang tot openbaar vervoer. Lijn 2 rijdt via de buurtontsluitingswegen door Merum en Roer-zuid en langs Herten.
Overzicht van straten -en wegennetwerk in Herten, Merum en Roer-Zuid 39
3.4.2 Verkeersknelpunten Herten
Overzichtskaart Herten - parkeerdruk & verkeersknelpunten
Overzichtskaart Herten - toegankelijkheid voetgangers en fietsers
Gemotoriseerd verkeer De meeste verkeersknelpunten in Herten spelen zich af in het centrum. Specifiek is de routering op het parkeerterrein in het centrum. Deze situatie is onduidelijk (1), tevens wordt de laad- en losplaats op de Dorpsstraat gebruikt om in te halen(2). Verder geven bewoners aan dat er op de Roermondsestraat, Den Ekkert en de Dorpsstraat te hard wordt gereden(3). De kruisingen in de wijk zijn niet eenduidig vormgegeven. Dit zorgt voor verwarring over voorrangssituaties. Uit parkeeronderzoek blijkt dat voornamelijk op Den Ekkert en Achter de Hoven(4) een hoge parkeerdruk is. Bewoners geven aan dat ook op de Roermondsestraat (4) een hoge parkeerdruk is.
Langzaamverkeer Voor langzaam verkeer ontstaan er veel onveilige situaties rondom het centrum (1). Dit komt omdat er veel verschillend verkeer rijdt: doorgaand verkeer richting haven, Ool ofde woonstraten in de wijk, bestemmingsverkeer dat een parkeerplek zoekt voor de winkels in het centrum, groter verkeer voor de bevoorrading naar winkels, bezoekers naar de sporthal en ouders die kinderen naar school brengen. Aan de Offerkamp wordt op het trottoir geparkeerd(2). Hierdoor is er voor voetgangers weinig plek op het trottoir. Ook op de Schoolstraat is er weinig plek voor voetgangers door smalle trottoirs(3).
40
3.4.3 Verkeersknelpunten Roer-Zuid
Overzichtskaart Roer-Zuid - parkeerdruk & verkeersknelpunten
Overzichtskaart Roer-Zuid - toegankelijkheid langzaam verkeer
Gemotoriseerd verkeer De meeste verkeersknelpunten in Roer-Zuid bevinden zich op de Roerderweg. De Roerderweg is een buurtontsluitingsweg. Deze woonstraat wordt niet alleen gebruikt om de wijk in en uit te rijden, maar ook om er doorheen te rijden. Hierdoor is de weg drukker dan een normale woonstraat(1). De intensiteiten op deze weg zijn echter wel passend bij een buurtontsluitingsweg. Bewoners laten weten (middels de participatie) dat op de Roerderweg, Burgemeester Geuljanslaan, Evenkamp en Belleboom hard wordt gereden. Ook verleent verkeer op de Roerderweg niet altijd voorrang aan verkeer van rechts (2). Uit het parkeeronderzoek blijken weinig parkeerproblemen. Bewoners geven aan wel problematiek te ervaren. Voornamelijk bij Hattem en Hambeek. Hier parkeren bezoekers van het stadscentrum de auto (3).