Concept ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning Linnerweg 34 Montfort Gemeente Roerdalen Afwijkingsbesluit artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3 van de Wabo uitbreiden opslag/werkplaats
Planstatus: Ontwerp Plan identificatie: NL.IMRO.1669.OVMFT2023LINNERW34-OW01 Plannaam: Linnerweg 34 Montfort Datum: 19 juli 2023 Opdrachtgever: De heer J. Peeters
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
INLEIDING Aanleiding Strijd met het bestemmingsplan Ligging projectgebied Leeswijzer
1 1 1 2 2
2. 2.1. 2.2. 2.3.
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL Inleiding Projectbeschrijving Gebiedsprofiel
3 3 3 8
3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.
KADERS RUIMTELIJK BELEID Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
10 10 10 12 13 14
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8. 4.9. 4.10. 4.11. 4.12.
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN Inleiding Milieuaspecten Externe veiligheid Waterhuishouding Archeologie Cultuurhistorie Flora en fauna Landschapswaarden Verkeer en parkeren Kabels en leidingen Landschappelijke inpassing en LKM+ bijdrage Economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal
18 18 18 22 23 25 25 25 28 28 29 29 30
5. 5.1. 5.2. 5.3.
PROCEDURE EN OVERLEG Procedure Vooroverleg en omgevingsdialoog Zienswijzenprocedure
31 31 31 31
6.
CONCLUSIES
32
7.
BIJLAGEN
33
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
INLEIDING
1.
INLEIDING
1.1.
Aanleiding
In opdracht van de heer J. Peeters (hierna: initiatiefnemer) is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor het uitbreiden van een te bouwen opslag/werkplaats aan de Linnerweg 34 te Montfort in de gemeente Roerdalen. Het aangepaste bouwplan is gericht op het realiseren van een groter opslaggebouw t.b.v. de oorspronkelijk geplande kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid als nevenfunctie bij de woonfunctie. De betrokken locatie ligt in het vigerende bestemmingsplan ‘Wijzigingsplan Linnerweg 34 Montfort” dat is vastgesteld op 27 maart 2018. In dit bestemmingsplan heeft de locatie de enkelbestemming ‘'Wonen-Buitengebied' met een bedrijfsmatige opslagruimte voor de stalling van voertuigen en de opslag van materiaal ten behoeve van het timmerbedrijf van de initiatiefnemer. Het betreft een Wabo-projectbesluit voor het afwijken van het bestemmingsplan. Als het gaat om een aanvraag die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.12 eerste lid, sub a onder 3 Wabo, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend “indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat”. Onderhavig rapport voorziet in deze goede ruimtelijke onderbouwing. Met de voorliggende ruimtelijke onderbouwing worden de planologische gevolgen van het plan op de omgeving onderzocht en afgewogen.
De gemeente Roerdalen heeft in een vooroverleg ingestemd met het plan, de afwijking en de te volgen procedure. 1.2.
Strijd met het bestemmingsplan
De voorgenomen ontwikkeling past in verband met de bouwhoogte, oppervlakte en gebruik van de genoemde opslag/werkplaats niet binnen het vigerende bestemmingsplan “Wijzigingsplan Linnerweg 34 Montfort”. Er wordt ook afgeweken van het toegestane gebruik. Naast opslag en stalling zullen er houtbewerking en voorbereidende timmerkwerkzaamheden plaatsvinden in het gebouw. Dit gebruik was in het wijzigingsplan niet toegestaan. Om het plan te kunnen realiseren, wordt daarom een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan aangevraagd conform artikel 2.12, lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorliggende ruimtelijke onderbouwing (onderdeel van de omgevingsvergunningaanvraag) bevat een opsomming van de van toepassing zijnde beleidsuitgangspunten, een beschrijving van het bestaande en beoogde gebruik van het plangebied en een integraal overzicht van de (milieu)planologische aspecten die van belang zijn om middels een omgevingsvergunning toestemming te verkrijgen om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan. De omgevingsvergunningaanvraag (waar voorliggende ruimtelijke onderbouwing deel van uitmaakt) bestaat uit de volgende activiteiten: ▪ afwijken van het bestemmingsplan; ▪ bouwen.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
1
INLEIDING
Het aangepaste bouwplan is ambtelijk in een vooroverleg positief beoordeeld onder nadere voorwaarden inzake o.a. maximale oppervlakte, goot- en nokhoogte, actualisering akoestisch onderzoek en blijvende nevenfunctie van de bedrijfsactiviteit. 1.3.
Ligging projectgebied
De locatie aan de Linnerweg 34 is gelegen in een landelijke omgeving, buiten de bebouwde kom, met verspreid gelegen bebouwing in de directe omgeving en op korte afstand van de kern Montfort in de gemeente Roerdalen. Het wijzigingsplan is destijds in 2017 opgesteld om de agrarische bedrijfsvoering ter plekke, kadastraal bekend als gemeente Montfort sectie E nummer 535, planologisch te beëindigen en de milieurechten in te trekken, met daarbij sloop van een groot deel van de bestaande bedrijfsbebouwing en het gebruik van de bestaande agrarische bedrijfswoning als burgerwoning. De agrarische bestemming werd gewijzigd naar ‘Wonen – Buitengebied”. Het op te stellen wijzigingsplan was gericht op het slopen van 1.147,00 m2 van de voormalige agrarische bebouwing en het realiseren van nieuwbouw van 373,75 m2 binnen een nieuw verkleind bouwvlak van circa 2.600 m2. Voor het aanpassen van het bouwvlak en de sloop van het grootste deel van de bestaande voormalige agrarische bebouwing was het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) van toepassing, zoals opgenomen in de gemeentelijke Structuurvisie “Roerdalen 2030”, met een verplichte landschappelijke inpassing en financiële bijdrage. In de oude situatie was sprake van een voormalig agrarisch bedrijf met een woonboerderij en 13 schuren/opstallen.
Een groot deel van het plan is inmiddels uitgevoerd, zoals de renovatie van de voormalige bedrijfswoning naar burgerwoning, de sloop van de voormalige agrarische bebouwing en de landschappelijke inpassing op het achterliggende perceel. De bouw van de opslag/werkruimte staat voor 2023 gepland. 1.4.
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het project- en gebiedsprofiel beschreven. In hoofdstuk 3 worden het relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleidskader beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het project getoetst aan de hand van de planologisch relevante aspecten. Hoofdstuk 5 omvat de procedure en overleg. Tenslotte worden in hoofdstuk 6 de conclusies beschreven.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
2
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
2.
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
2.1.
Inleiding
In dit hoofdstuk zal het project en het gebied waarin het initiatief is gesitueerd beschreven worden. 2.2.
Projectbeschrijving
In de onderstaande figuur is de situatie weergegeven van het bouwvlak uit het wijzigingsplan 2017. Bouwvlak en situatie wijzigingsplan 2017
Figuur 1: Situatie bouwvlak van het wijzigingsplan Linnerweg 34 d.d. 9 november 2017 met verklaring
Figuur 2: Huidige situatie Linnerweg 34 Montfort zicht op woning (1) en schuurtje (13) binnenplaats
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
3
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
Ten opzichte van het collegebesluit van 29 november 2016 is de te slopen bebouwing ongewijzigd gebleven met 1147,00 m2, waarvan circa 702,80 m2 direct en 444,20 m2 later (binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van het wijzigingsplan). Het hergebruik van een deel van de bebouwing (18b) met een uitbreiding (17a) voor het functioneren van de toegestane nevenfunctie in de vorm van stalling van voertuigen en opslag van materialen ten behoeve van een timmerbedrijf blijkt nu een knelpunt te zijn. Bij de voorbereiding van een aanvraag omgevingsvergunning t.b.v. van gebouw 18b en 17a is thans gebleken dat dit gebouw te beperkt van omvang is voor de activiteiten van het timmerbedrijf. Dit gegeven vormt de aanleiding voor het voorliggende plan.
Figuur 3: Besluitgebied en besluitvlak Linnerweg 34 Montfort
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
4
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
Het plan is gericht op het realiseren van een groter gebouw 18b en 17a t.b.v. de oorspronkelijk geplande kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid als nevenfunctie bij de woonfunctie. Toekomstige situatie De uitbreiding van de opslag/werkplaats heeft de volgende kenmerken: ▪ het betreft gebouw 17a en 18b met een maximaal planologisch oppervlak van 258,75 m2, dat vergroot zal worden naar totaal 340,40 m2, waarmee de uitbreiding circa 81,65 m2 bedraagt, hiermee wordt de toegestane maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken overschreden; ▪ de oorspronkelijke functie van stalling en opslag van (hout)materialen wordt gehandhaafd; ▪ een nieuw element wordt de plaatsing van één houtbewerkingsmachine voor het in elkaar zetten/zagen van houten onderdelen; ▪ naast de bedrijfsmatige opslag vindt er stalling plaats van privé spullen voor onderhoud van tuin, fietsen , etc. ▪ de uitbreiding is gesitueerd binnen het bouwvlak; ▪ de maximale goothoogte bedraagt 4,50 m en de nokhoogte bedraagt 7,00 meter, waardoor een 2e dek in het gebouw mogelijk wordt, oorspronkelijk was de toegestane maximale goothoogte 6 meter en de maximale bouwhoogte 6,5 meter; ▪ de noodzaak van de uitbreiding is de behoefte aan extra opslag van het bedrijf; het elders in Roerdalen bouwen of huren van een opslagruimte is voor het bedrijf geen optie en bovendien niet efficiënt.
Onderstaand de situering, de plattegrond en de voor- en achtergevel. Het plan is gelegen in een welstandsvrij gebied en is daarom niet voorgelegd aan de omgevingscommissie. Het volledige schetsplan d.d. 2 mei 2022 is ingesloten als bijlage 1.
Figuur 4: Situatie (bron: Kunert bouwadvies 16 juni 2023)
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
5
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
Figuur 5: Plattegrond begane grond (bron: Kunert bouwadvies)
Figuur 6: Plattegrond verdieping (bron: Kunert bouwadvies)
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
6
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
Figuur 7: Voorgevel (bron: Kunert bouwadvies)
Figuur 8: Achtergevel (bron: Kunert bouwadvies)
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
7
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
Figuur 9: Impressie (bron: Kunert bouwadvies)
Figuur 10: Impressie (bron: Kunert bouwadvies)
2.3.
Gebiedsprofiel
Het plangebied is gelegen aan de Linnerweg, noordelijk van de kern Montfort, in het buitengebied van de gemeente Roerdalen. De Linnerweg is één van de verbindingen tussen de kernen Linne en Montfort. Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom en buiten de rode contour van de kern Montfort.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
8
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
Figuur 11: Topografische kaart, ligging besluitgebied en omgeving (bron: Kadaster)
In de omgeving van het plangebied zijn nog enkele agrarische bedrijven en een glastuinbouwbedrijf gevestigd. Voorts zijn enkele burgerwoningen aanwezig. De agrarische functies in de omgeving van het plangebied lopen terug door de ontwikkelingen in de agrarische sector, met enerzijds schaalvergroting en anderzijds sanering. Geconcludeerd kan worden dat het aangepaste bouwplan stedenbouwkundig passend is binnen de gestelde kaders van het vigerende wijzigingsplan Linnerweg 34, uitgezonderd de bouwhoogte, de bebouwde oppervlakte en het gebruik t.b.v. houtbewerking en voorbereidende timmerkwerkzaamheden.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
9
KADERS RUIMTELIJK BELEID
3.
KADERS RUIMTELIJK BELEID
3.1.
Inleiding
Voor een beoordeling van het project is het noodzakelijk in te gaan op het vigerend ruimtelijk beleid in het algemeen. Hierbij zal aansluiting worden gezocht bij het rijksbeleid, het provinciale beleid (Provinciaal Omgevingsvisie Limburg 2021), het regionale beleid en de beleidsplannen van de gemeente Roerdalen. 3.2.
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Voor het plan is vanuit de nationale beleidskaders de Nationale Omgevingsvisie, kortweg de NOVI van belang. Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) in het kader van de nieuwe Omgevingswet. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook een rijksvisie op de leefomgeving: de NOVI. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Aan de hand van een toekomstperspectief voor 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel ▪ Sterke en gezonde steden en regio's ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties.
4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
10
KADERS RUIMTELIJK BELEID
17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Bij het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling, als gevolg van een afwijkende maatvoering van het gebouw, dat geen nationale belangen in het geding zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisten opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. In het Barro staat aan welke regels de gemeenten en provincies zich moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen.
De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Ecologische hoofdstructuur, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het Barro heeft gezien de aard en kleinschaligheid van het project geen gevolgen voor het planvoornemen. Voor het plangebied zijn geen relevante rijksbelangen aan de orde. Ladder voor duurzame verstedelijking In oktober 2012 is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Overheden dienen nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren aan de hand van de ladder.
Voorliggend plan valt, aangezien de nieuwe ontwikkelingen slechts tot een zeer beperkte toename van maximaal 82 m2 bebouwd oppervlak leiden, niet binnen de definitie van een nieuwe “stedelijke ontwikkeling”. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro genoemde stedelijke voorzieningen in de vorm van een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m2, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Dit gold ook voor het wijzigingsplan uit 2017 dat niet beschouwd werd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling omdat het ruimtebeslag door de sloop fors verminderde. Een laddertoets is dan ook niet aan de orde. Geconcludeerd kan worden dat het aangepaste bouwplan niet strijdig is met het rijksbeleid.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
11
KADERS RUIMTELIJK BELEID
3.3.
Provinciaal beleid
Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2021(POVI) De Omgevingsvisie Limburg is een lange termijn visie waarin voor de periode 2021 tot 2030 2050 aangegeven wordt hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en daarbij steeds de balans zoekt tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL 2014) De POVI is 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten van Limburg. De provincie moet beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in het kader van de nieuwe Omgevingswet. De POVI richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie stelt op strategisch niveau de kaders voor het provinciaal handelen bij toekomstige ontwikkelingen en activiteiten. De Omgevingsvisie bevat daarmee belangrijke keuzes ten aanzien van het te voeren beleid en vormt de basis voor verdere uitwerkingen en plannen en programma’s. De zoneringen op grond van het oude POL 2014 zijn in POVI overgenomen op de kaart 'Limburgse principes'. In de vastgestelde POVI is onderhavig plangebied gelegen in de zone ‘Buitengebied’.
Het geformuleerde beleid in de Omgevingsvisie heeft niet geleid tot aanpassingen van de begrenzing in de bestaande indicatieve kaartbeelden bij het POL 2014. Vanuit beleidsmatig oogpunt in relatie tot voorliggende planontwikkeling is er geen sprake van relevante wijzigingen. Het buitengebied betreft o.a. de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal. De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. Omgevingsverordening Limburg 2021(OVL) De OVL 2021 is vastgesteld op 16 december 2022 maar treedt pas in werking met de nieuwe omgevingswet. De OVL vormt de vertaling van de ambities van de provincie zoals verwoord in de Omgevingsvisie naar regels. De locatie ligt in het buitengebied van de regio MiddenLimburg op basis van de regionale uitwerking in het POL 2014.
Volgens de geconsolideerde Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerd 2022-1216) is het plan gesitueerd in het landelijk gebied. De inpassing van het wijzigingsplan met het opslaggebouw uit 2017 binnen het landelijk gebied was conform de provinciale regels inclusief het gemeentelijk kwaliteitsmenu LKM+. De OVL 2014 (en de opvolger 2021, thans nog in ontwerp) vormt de vertaling van de ambities van de provincie zoals verwoord in de Omgevingsvisie naar regels. Na de vaststelling van de ontwerp-Omgevingsvisie is, op basis van die inhoud, ook de volgende stap voor de Omgevingsverordening reeds gezet. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2024. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
12
KADERS RUIMTELIJK BELEID
Gegeven de beoogde uitbreiding van maximaal 82 m2 van het timmerbedrijf, naast de burgerwoning op de locatie, kan geconcludeerd worden dat dit past binnen het beleid van zorgvuldig ruimtegebruik. Op de locatie Linnerweg 34 zijn uitsluitend voorbereidende timmer/zaagwerkzaamheden toegestaan, met bijbehorende opslag voor het timmerbedrijf. Ook na realisering van een groter opslaggebouw betreft het een nevenfunctie.
Figuur 12: Ontwerp Omgevingsverordening Limburg 25 mei 2021
Geconcludeerd moet worden dat het initiatief niet belemmerd wordt door de beleidskaders van de provincie Limburg. 3.4.
Regionaal beleid
Voor het regionale beleid is de POL-uitwerking “Regionaal beleidskader Werklocaties MiddenLimburg” d.d. 13 december 2018 relevant. Doel van het Regionaal Beleidskader Werklocaties is om balans te brengen in de voorraad van vraag en aanbod en bijbehorende afspraken vastleggen. In het regionaal beleidskader is het aspect van bedrijvigheid in “Vrijkomende Agrarische Bebouwing” nader uitgewerkt. Enerzijds is het wenselijk om in te toekomst terughoudender om te gaan met verlenen van medewerking aan bedrijfsontwikkelingen in VAB’s en anderzijds is er behoefte aan maatwerk om van geval tot geval te bekijken of medewerking wenselijk is. Voorwaarden voor toestaan bedrijven in VAB’s Zoals aangegeven is maatwerk nodig bij de gemeentelijke belangenafweging om al dan niet medewerking te verlenen aan een initiatief voor alternatieve invulling van vrijkomende agrarische bebouwing. In het beleidskader wordt niettemin een aantal algemeen geldende randvoorwaarden afgesproken, waarbinnen bij de gemeentelijke belangenafweging dient plaats te vinden: a. Het bedrijf is lokaal gebonden aan de gemeente waar de ontwikkeling plaatsvindt. Het bedrijf is gestart in 2009 en sinds 2016 in Montfort gevestigd. De opdrachtgevers komen voor 75% uit Midden-Limburg/Roerdalen. b. Het te vestigen bedrijf kan niet binnen de bestaande (lokale) voorraad bedrijventerreinen worden opgevangen.
Het te bouwen opslaggebouw is te klein voor een vestiging op een bedrijventerrein in Roerdalen. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
13
KADERS RUIMTELIJK BELEID
Op dit moment beschikt het bedrijf nog over een nevenruimte op het adres Industrieweg 34 te Linne. Na realisering van het opslaggebouw op de locatie Linnerweg 34 wordt de werkplaats in Linne opgeheven. c. De bebouwde oppervlakte van bedrijfsbebouwing bedraagt maximaal 1.500 m2, waarbij bij sloop-nieuwbouw de bruto vloeroppervlakte maximaal 50% van de bruto oppervlakte van de te slopen agrarische bedrijfsbebouwing bedraagt. De oppervlakte is maximaal 340,40 m2. Nu het aangepaste bouwplan uitgaat van een dermate kleinschalige uitbreiding van maximaal 82 m2 kan gesteld worden dat het plan passend is binnen de kaders van het regionaal beleid. 3.5.
Gemeentelijk beleid
Voor het gemeentelijk beleid zal achtereenvolgens ingegaan worden op: 1. Omgevingsvisie Roerdalen 2050 en uitwerkingsprogramma. 2. Kwaliteitskader Roerdalen. 3. Vigerend bestemmingsplan “Wijzigingsplan Linnerweg 34 Montfort”. Ad. 1. Omgevingsvisie Roerdalen 2050 en uitwerkingsprogramma. Vanuit de nieuwe Omgevingsvisie Roerdalen 2050 zijn voorwaarden gesteld voor het toestaan van bedrijvigheid op VAB”s (vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing). De omgevingsvisie is op 8 juli 2021 door de gemeenteraad van Roerdalen vastgesteld. In de omgevingsvisie wordt het volgende gesteld bij het “Thema Ondernemend Roerdalen” voor wat betreft “Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)”: “Elk locatie vraagt vervolgens om een maatwerkoplossing. Afhankelijk van de plek denken we hierbij aan kleinschalige verblijfsaccommodaties, wonen, ambachtelijk en/of agrarisch gerelateerde functies. Belangrijk aandachtspunt bij omvorming of verbreding van functies is het maken van een zorgvuldige afweging of nieuwe functies geen onevenredige belemmeringen opleveren voor de reeds in het gebied aanwezige (agrarische) functies of de natuur”. Door de uitbreiding van het gebouw met maximaal 82 m2 zal er geen sprake zijn van doorontwikkeling naar een solitair bedrijf in het buitengebied.
De ruimtelijke uitstraling blijft wonen met een nevenfunctie, geconcentreerd in één gebouw, zonder opslag van materialen buiten het gebouw. De bedrijfsactiviteiten van het timmerbedrijf zijn in 2017 beoordeeld als nevenfunctie. In 2022 is door de werkwijze van het bedrijf die situatie ongewijzigd. Op locatie bij de opdrachtgevers worden de timmer- en interieurwerkzaamheden uitgevoerd. Er is en zal geen sprake zijn van een semi-industriële timmerwerkplaats met afzuiging van zaagmachines en grote installaties, uitgezonderd een houtbewerkingsmachine. De kwalitatieve uitstraling van het nieuwe opslaggebouw is door het ontwerp onderscheidend in de omgeving. Ad. 2. Kwaliteitskader Roerdalen. Het Kwaliteitskader Roerdalen is de vervanger/opvolger van het Limburgs Kwaliteitsmenu / Gemeentelijk Kwaliteitsmenu uit de Structuurvisie Roerdalen 2030. Het Kwaliteitskader Roerdalen is gekoppeld aan de Omgevingsvisie en is van toepassing nadat er een positieve grondhouding ten aanzien van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is aangenomen. Het Kwaliteitskader Roerdalen richt zich op initiatieven in het buitengebied en is van toepassing op (niet onaanvaardbare) ontwikkelingen in het buitengebied die middels een planologische procedure mogelijk worden gemaakt.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
14
KADERS RUIMTELIJK BELEID
Het gaat om ontwikkelingen die niet rechtstreeks of via een flexibiliteitsbepaling zijn toegestaan in het vigerende bestemmingsplan/ omgevingsplan. Verstening/ verharding van het buitengebied welke niet rechtstreeks is toegestaan moet altijd ruimtelijk en landschappelijk worden ingepast. Een van de voorwaarden van de kwaliteitsverbetering betreft: ▪ Ter plaatse van de ontwikkeling zelf dient altijd voldoende landschappelijke en ruimtelijke inpassing plaats te vinden. Het uitgangspunt is dat de negatieve gevolgen van een ontwikkeling die ingrijpt in het buitengebied of de kern gecompenseerd wordt. Via de kwaliteitsbijdrage wordt de ingreep in de ruimtelijke omgeving (over) gecompenseerd. Met de kwaliteitsbijdrage worden aanvullende maatregelen uitgevoerd, zodat per saldo sprake is van een kwaliteitsverbetering. De kwaliteitsbijdrage is afhankelijk van de soort ontwikkeling en het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. De landschappelijke en ruimtelijke inpassing vindt altijd ter plaatse plaats. Het wijzigingsplan uit 2017 was gekoppeld aan een verplichte basiskwaliteit en landschappelijke inpassing als verplichte compensatie. Dit betrof de oude categorie 10b Overig gebouwde Functies (verkleining bouwvlak/terugbrengen bebouwing) en nieuw gebruik categorie 8C op basis van het gemeentelijk Kwaiteitsmenu LKM+ zoals verankerd in de Structuurvisie Roerdalen 2030.
De ruimtelijk en landschappelijke inpassing uit 2017 betrof het gehele perceel. De landschappelijke inpassing is als zodanig uitgevoerd, zie onderstaande figuur 11. Onderdeel van de te leveren kwaliteitsbijdrage was dat de verrommelde huisweide werd opgeruimd en een nieuwe huisweide en natuurweide werden gerealiseerd. De kosten van de aanleg waren begroot op € 16.000,-.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
15
KADERS RUIMTELIJK BELEID
Figuur 13: Contouren landschappelijke inpassing 2017 Linnerweg 34 Montfort
In het nieuwe kwaliteitskader zijn de verschillende ontwikkelingsmogelijkheden grotendeels op basis van het (voorheen) Limburgs Kwaliteitsmenu onderverdeeld in zogenaamde ‘modules’. Het initiatief valt onder de module 10c: Overig gebouwde functies, functiewijziging naar (recreatie)woning. De functiewijziging in module 10c in het type landschap “bos- en mozaïek” wordt als positief beoordeeld. Bij de toepassing van deze modules geldt dat er altijd sprake moet zijn van een ruimtelijke en landschappelijke inpassing van het initiatief. De gerealiseerde landschappelijke inpassing uit 2017 is van voldoende omvang en kwaliteit om het grotere opslaggebouw te compenseren. Een aanvullende kwaliteitsbijdrage is niet noodzakelijk, omdat er voldaan wordt aan de voorwaarden van het Kwaliteitskader Roerdalen. Ad. 3. Vigerend bestemmingsplan “Wijzigingsplan Linnerweg 34 Montfort”. De planlocatie is gelegen in het geldende “Wijzigingsplan Linnerweg 34 Montfort. Het bestemmingsplan is bekend op www.ruimtelijkeplannen.nl onder de codering NL.IMRO.1669.BPMFT2017LINNERW34-VG01. De bestemming is “Wonen – Buitengebied” volgens artikel 3. In artikel 3.1 de bestemmingsomschrijving is bepaald dat de voor ' Wonen – Buitengebied” aangewezen gronden bestemd zijn voor: a. wonen; b.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag' stalling van materieel en opslag van materiaal ten behoeve van een nevenfunctie in de vorm van een timmerbedrijf (waarvan de timmerwerkzaamheden elders worden uitgevoerd); met de daarbij behorende: Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
16
KADERS RUIMTELIJK BELEID
c. voorzieningen, zoals erven, tuinen, speelvoorzieningen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, recreatieve paden en toegangswegen; d. de in tabel 3.1 vermelde toegestane nevenfuncties. Wat betreft het gebruik van het opslaggebouw wordt afgeweken van artikel 3.1 sub b. vanwege de houtbewerkingswerkzaamheden ter plaatse met een multifunctionele houtbewerkingsmachine (afkortzaag Graul ZS 200). In de bouwregels onder artikel 3.2 zijn een maximale goot- en bouwhoogte opgenomen van 3,5 m en 6,5 m voor bijbehorende bouwwerken. Het opslaggebouw heeft een goothoogte van 4,5 m en bouwhoogte van 7,00 m. Daarnaast wordt afgweken van de bouwregels m.b.t. de maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, doordat het opslaggebouw qua oppervlakte beperkt groter zal worden. De uitbreiding bedraagt 81,65 m2 extra en wijkt af van de maximum oppervlakte van 474 m2 aan bijbehorende bouwwerken. Onderstaand is de uitsnede van de verbeelding van het vigerend bestemmingsplan weergegeven.
Figuur 14: Uitsnede plankaart bestemmingsplan ” Wijzigingsplan Linnerweg 34 Montfort” met locatie
Het aangepaste bouwplan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan bevat geen afwijkings- of vrijstellingsmogelijkheden op grond waarvan medewerking aan het initiatief zou kunnen worden verleend. Middels onderhavige ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat afwijking van het vigerende bestemmingsplan mogelijk is. Geconcludeerd kan worden dat het aangepaste bouwplan voldoet aan de gemeentelijke beleidskaders zoals beschreven, uitgezonderd het bestemmingsplan.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
17
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
4.
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
4.1.
Inleiding
Voor het bepalen van de effecten van de planwijziging/aangepaste bouwplan is het van belang na te gaan of de wijziging zal leiden tot een aantasting van de ruimtelijke structuur en van de aanwezige functies ter plaatse. De ruimtelijke gevolgen vanuit de omgeving op het project en omgekeerd staan centraal, met een toets van mogelijke belemmeringen. Voor de toekomstige situatie zal achtereenvolgens ingegaan worden op de volgende aspecten: − milieuaspecten (bodem, geluid, luchtkwaliteit, bedrijven en milieuzonering/geur); − externe veiligheid; − waterhuishouding; − archeologie; − cultuurhistorie; − flora en fauna; − landschapswaarden; − verkeer en parkeren; − kabels en leidingen; − landschapplijke inpassing en LKM+ bijdrage; − economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal. 4.2.
Milieuaspecten
Bodem Voor de realisatie van het project met een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan dient, conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), rekening te worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Gezien het feit dat in onderhavig plan geen (bodem-)functiewijziging plaatsvindt en er geen vermoeden van een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is, wordt in dit kader geen bodemonderzoek noodzakelijk geacht. Verwezen kan worden naar het verkennend bodemonderzoek uit 2017 en het verkennend onderzoek asbest in de bodem na de sloop als onderdeel van het wijzigingsplan Linnerweg 34 Montfort. Vanuit het aspect bodem zijn er geen belemmeringen voor het plan. Geluid Voor de omgevingsvergunning van het aangepaste bouwplan is de Wet geluidhinder (Wgh) niet van toepassing. Het gebouw is geen geluidgevoelige bestemming zoals bijvoorbeeld een woning. Geconcludeerd moet worden dat het plan akoestisch, voor wat betreft het onderdeel wegverkeerslawaai, niet belemmerd wordt. Voor het onderdeel industrielawaai wordt verwezen naar het onderdeel 'bedrijven en milieuzonering' en het uitgevoerde akoestisch onderzoek industrielawaai.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
18
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Luchtkwaliteit Voor het aspect luchtkwaliteit is het van belang na te gaan of het plan gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit ter plaatse. Hoofdstuk vijf van de Wet milieubeheer vormt het kader voor de beoordeling van de luchtkwaliteit in de buitenlucht. De Wet milieubeheer spreekt van grenswaarden en plandrempels. Grenswaarden zijn normen waaraan in een bepaald jaar voldaan dient te worden. Plandrempels zijn normen die jaarlijks strenger worden en langzaam groeien naar het nivo van de uiteindelijk te bereiken grenswaarde. De luchtkwaliteit wordt bepaald door de aanwezige stoffen in de achtergrondconcentratie, de bijdrage vanwege industriële en agrarische activiteiten en de bijdrage vanwege emissies van het verkeer. Op basis van ervaringen in het verleden blijkt dat kleinschalige plannen vrijwel geen invloed hebben op de lokale luchtkwaliteit. Anderzijds betekent dit ook dat met kleinschalige ingrepen nauwelijks een verbetering van de lokale luchtkwaliteit te realiseren is. Als norm is hierbij aangehouden dat plannen waarvan de invloed op de lokale luchtkwaliteit minder is dan 3% van de grenswaarde voor PM10 en NO2 als niet significant worden aangemerkt. De plannen worden niet relevant geacht voor de lokale luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is t.b.v.
het wijzigingsplan Linnerweg 34 Montfort in 2017 een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald. Dit is destijds gedaan aan de hand van de monitoringstool www.nsl-monitoring.nl/viewer die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Hieruit bleek dat voldaan werd aan de normen uit de Wet Milieubeheer zoals weergegeven in tabel ‘grenswaarden maatgevende stoffen Wm’. Het maximaal aantal overschrijdingsdagen van het 24-uurs gemiddelde voor fijnstof lag tevens onder de grenswaarde. Doorrekening met gegevens op basis van 2020 levert geen afwijkende conclusies op.
Figuur 15: Afbeelding luchtkwaliteit op basis van NSL-tool
Het voorliggende plan voorziet in het realiseren van een groter opslag/werkplaatsgebouw. Deze afwijking t.o.v. het wijzigingsplan Linnerweg 34 Montfort draagt niet bij aan een wijziging van de luchtkwaliteit. Het plan is dan ook niet bezwaarlijk in het kader van de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
19
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Bedrijven en milieuzonering/geur In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient nagegaan te worden of in de omgeving van het plangebied woningen dan wel inrichtingen aanwezig zijn die bij de gebruikswijziging belemmerd kunnen worden door het plan. Milieuzonering Om mogelijke hinder van bedrijven te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. Voor de beoordeling wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypes, namelijk “rustige woonwijk en rustig buitengebied” en “gemengd gebied”. Het omgevingstype wordt bepaald door de omgeving waarin de planrealisatie plaatsvindt en niet door het plan zelf. Voor beide omgevingstypen gelden verschillende richtafstanden.
Rustige woonwijk en een rustig buitengebied “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stilte gebied of een natuurgebied.” Gemengd gebied “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. De richtafstanden dienen verder te worden bepaald tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die met de in geding zijnde ruimtelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Op basis van de ‘grootste afstand’ tot woonbebouwing zijn de bedrijven ingedeeld in categorieën. Deze worden weergegeven in onderstaande figuur.
In de huidige situatie wordt aangesloten bij de typering “rustige buitengebied” ter plaatse van de Linnerweg 34.
Milieucategorieën en richtafstanden tot een rustige woonwijk (Bron: Bedrijven en milieuzonering, VNG) Figuur 16: Milieucategorie en richtafstanden (bron: VNG)
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
20
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Een werkplaats ten behoeve van een timmerwerkfabriek, uitgaande van een bedrijfsoppervlak van <200m2, wordt in de VNG‐publicatie aangemerkt als een categorie 3.1‐inrichting (SBI‐ code 162). Conform de VNG-publicatie is sprake van een omgevingstype ‘rustig buitengebied’. Voor een milieucategorie 3.1 inrichting geldt in een ‘rustig buitengebied’ een richtafstand van 50 meter voor het milieuaspect geluid. De geplande bedrijvigheid kan worden beschouwd als een nevenfunctie bij de woonfunctie Linnerweg 34 en is daarom niet geluidgevoelig. Voor het milieuaspect stof is de richtafstand 30 meter uitgaande van een bedrijfsoppervlak van <200m2. In de inrichting/opslaggebouw wordt het stof opgevangen via een mobiele stofzuiger op de houtbewerkingsmachine, zonder afvoer naar buiten. Het aspect stof is daarmee geen belemmering vanuit milieuzonering. Voor de werkplaats geldt dat het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object, in dit geval de gevel van de woning Linnerweg 34a is gelegen op 18 meter van de inrichtingsgrens. Omdat de woning binnen de richtafstand van de nieuwe loods is gelegen is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Het plan voorziet in een groter opslaggebouw/werkplaats met een gewijzigd gebruik.
Voor de onderbouwing van de mogelijke effecten op de omgeving is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd door Kragten BV en bekend onder rapportnummer 20230126RDL034-RAP-AKO 4.0 d.d. 18 juli 2023 zie bijlage 2. Voor de invoer van de gegevens zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: ▪ Het gebiedstype is een rustig buitengebied. ▪ De werktijden in het gebouw betreffen alleen de dagperiode met een multifunctionele houtbewerkingsmachine (afkortzaag Graul ZS 200). ▪ Aanvoer van materiaal 1x per week met een grote vrachtwagen. ▪ Resterende aan/afvoer met kleine bedrijfsbussen zoals ook de eigen bussen. ▪ 1x per maand laden/lossen van een afvalcontainer van 1.000 liter van MKB-afval. ▪ Afzuiging vindt plaats via een mobiele stofzuiger op de houtbewerkingsmachine zonder afvoer naar buiten. De conclusies van het onderzoek zijn als volgt: ▪ Onderstaande tabel geeft een overzicht van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus vanwege Peeters Timmerwerken ter plaatse van de woningen in de omgeving (zie ook bijlage 3 en 4 van het onderzoek).
▪ ▪ ▪ ▪
Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten hoogste 34 dB(A) bedraagt. Het maximaal geluidniveau voldoet eveneens aan de geluidnormering uit het Activiteitenbesluit. Zowel de richtwaarden voor een rustige woonwijk uit de VNG-publicatie (stap 2) alsmede de geluidnormering uit het Activiteitenbesluit worden hiermee gerespecteerd. De geluidbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking bedraagt ruimschoots minder dan de voorkeursgrenswaarde uit de Circulaire.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
21
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Geconcludeerd moet worden dat het grotere opslaggebouw/werkplaats met gewijzigd gebruik akoestisch inpasbaar is. Ter plaatse van de woningen in de omgeving is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geur De wijzigingen aan het bouwplan zijn niet van dien aard dat er nieuwe belemmeringen voor wat betreft geur aan de orde zijn. In het kader van de reeds toegestane functies is in 2017 al onderzocht en beoordeeld dat aan de wettelijke geureisen werd voldaan (voor zover nog sprake is van geurbelastende activiteiten op de betreffende locaties). 4.3.
Externe veiligheid
Het plan gaat uit van het realiseren van een groter (maximaal 82 m2) en hoger opslaggebouw, zonder dat hierbij sprake is van het toevoegen van een nieuw (beperkt) kwetsbaar object in het kader van de externe veiligheid (artikel 1, lid 1, sub a van het Besluit externe veiligheid inrichtingen Bevi). Beleid Bij externe veiligheid gaat het om de risico’s die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Deze risico’s doen zich voor rondom risicovolle inrichtingen zoals transportassen, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Hierbij dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) beoordeeld te worden op een eventuele toename als gevolg van een ruimtelijk plan. Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans dat een persoon overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich voortdurend en onbeschermd in de nabijheid van de transportas bevindt. Het groepsrisico is de kans dat een groep personen overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor veranderingen van het groepsrisico in een invloedsgebied dient een verantwoording afgelegd te worden over de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering in de besluitvorming is betrokken.
Het beschouwen van het groepsrisico van het plan is niet aan de orde, omdat de gebruikswijziging niet voorziet in het toevoegen van een nieuw (beperkt) kwetsbaar object. Het beleid voor inrichtingen (bedrijven) is vastgelegd in het “Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi) dat op 29 oktober 2004 van kracht is geworden. Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of over het water. In het “Besluit externe veiligheid buisleidingen” (Bevb) dat op 1 januari 2011 in werking is getreden is het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen, waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd, vastgelegd. Omgeving plangebied Ten behoeve van de planontwikkeling heeft er een inventarisatie plaatsgevonden van de risicovolle activiteiten, zoals Bevi-bedrijven, transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen, in of nabij het plangebied. Hieruit is het volgende gebleken: ▪ binnen als nabij het plangebied bevinden geen inrichtingen (bedrijven) liggen die vanwege de aanwezigheid of het werken met gevaarlijke stoffen beperkingen opleveren;
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
22
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
▪
▪
binnen als nabij het plangebied liggen geen transportassen die vanwege het transport met gevaarlijke stoffen beperkingen opleveren voor de omgeving, de Rijksweg A73 is gesitueerd op een afstand van circa 1.600 meter, over deze weg worden gevaarlijke stoffen vervoerd, het invloedsgebied van deze transportas reikt niet tot over het plangebied; in of in de omgeving van het plangebied bevinden zich geen buisleidingen.
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.4.
Waterhuishouding
In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met het aspect water. In bestemmingsplannen is dit een ruimtelijk relevant aspect. Algemeen beleid Op nationaal niveau is het “Nationaal waterplan” (NWP) van belang. Het NWP is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2022-2027. Het NWP richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Het NWP beschrijft de maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen voor de periode 2022-2027. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterprogramma voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het nationaal beleid levert geen belemmeringen op voor het plan. Provinciaal beleid Het waterbeleid van de provincie Limburg voor de jaren 2022-2027 staat in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 dat op 17 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld. Het is de opvolger van het Provinciaal waterprogramma 2016-2021.
Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die wij als Provincie de komende planperiode samen met onze partners willen bereiken op het gebied van Water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. In het kader van het Provinciale Omgevingsvisie is vastgesteld dat de projectlocatie gesitueerd is in het buitengebied. De locatie is niet gesitueerd in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied volgens de provinciale kaders. Er is geen oppervlaktewater aanwezig in de nabijheid van het plangebied. Het waterbeheer voor het bebouwd gebied wordt gekenmerkt door het afkoppelen en vervolgens laten infiltreren van regenwater. Gemeenten dienen bij nieuwbouw en herstructurering 100% af te koppelen volgens de provinciale richtlijnen Waterschap Limburg Voor het plangebied is de leggerkaart Zuid Limburg en Keur van het waterschap van toepassing. De leggerkaart Zuid Limburg en de Keur betreffen de legger (december 2016) en Keur van het voormalige Waterschap Roer en Overmaas, zoals die juridisch zijn vastgesteld. Waterschap Limburg werkt nog aan één nieuwe waterschapsverordening die van kracht wordt op het moment dat de nieuwe Omgevingswet in werking treedt.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
23
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Uit de leggerkaart Zuid Limburg (volgens de website van Waterschap Limburg) blijkt dat het plangebied niet gelegen is binnen een aandachtsgebied en/of primaire watergangen. Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermings- of waterwingebied, en niet in een overig kwetsbaar gebied. De locatie is wel gelegen in boringsvrije zone II van de Roerdalslenk. Dit houdt in dat het verboden is om (zonder ontheffing) boringen te maken dieper dan 30 meter. De hoogteligging van het plangebied bedraagt circa 29 m +NAP. De stijghoogte van het freatische grondwater bedraagt ter plaatse circa 24 m +NAP. Bijgevolg kan het grondwater op de locatie worden aangetroffen vanaf een diepte van circa 5 m -mv. De stromingsrichting van het grondwater is noordwestelijk (richting Maas). Volgens het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek uit 2016 bestaat de textuur van de grond tot een diepte van minimaal 5,8 m –mv uit zand. Hierbij is op een diepte van circa 4,1 m –mv grondwater aangetroffen. Op grond van deze gegevens zal het plangebied een goede bodemdoorlatendheid bezitten. Beleid gemeente Roerdalen Het beleid van de gemeente Roerdalen is dat bij nieuwbouwprojecten 100% van het regenwater dat valt op bebouwing en andere oppervlakteverhardingen van de gemeentelijke riolering afgekoppeld dient te worden.
Bij nieuwbouw en bij herstructurering of renovatie van bestaande bebouwing dient het regenwater binnen de grenzen van doelmatigheid maximaal afgekoppeld te worden van het riool (droogweerafvoer). In het kader van de waterhuishouding dient nagegaan te worden hoe met regenwater en afvalwater wordt omgegaan in het plangebied. Het waterschap Limburg en de gemeente Roerdalen eisen een scheiding van beide waterstromen. Voor het regenwater is het principe: vasthouden, bergen en dan pas afvoeren. Het hemelwater van de burgerwoning en de overige bebouwing wordt volgens de landschappelijke inpassing (zie paragraaf 4.11) reeds geheel afgekoppeld en opgevangen/ geïnfiltreerd op eigen terrein op het achterste deel van het perceel in een poel/Wadi. Het extra dak- oppervlak van het opslaggebouw bedraagt circa 259 m2 waarvoor een berging nodig is van circa 14,5 m3. Aan de minimale eis van 58 mm per m2 verhard oppervlak opvangen/infiltreren kan voldaan worden. De verharding rondom het opslaggebouw van 920 m2 watert af op de omliggende perken.
Figuur 17: Hemelwater- en infiltratievoorziening (bron: Kunert Bouwadvies 18 juli 2023)
Extra aanvullende maatregelen met aanleg van infiltratievoorzieningen ter plaatse van het opslaggebouw zijn niet noodzakelijk.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
24
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plan geen nadelige gevolgen heeft voor het aspect water. Het plan zal worden beoordeeld door Waterschap Limburg. 4.5.
Archeologie
Het gemeentelijk beleid is erop gericht in de grond aanwezige archeologische waarden ter plaatse te behouden. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient in kaart te worden gebracht in hoeverre archeologische waarden gevaar lopen en hoe hiermee omgegaan wordt tijdens de uitvoering van het project. In het wijzigingsplan “Linnerweg 34 Montfort” gold voor het plangebied de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 5” volgens artikel 4 van de regels. De oppervlakte van de bebouwing is minder dan maximaal 1.000 m² waarddoor geen onderzoek noodzakelijk is. Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de planontwikkeling. 4.6.
Cultuurhistorie
Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg wordt het plangebied aangemerkt als buitengebied. Het plangebied is niet gelegen binnen de begrenzing van een dorpskern. Binnen het plangebied en de omgeving daarvan bevinden zich geen panden die zijn geïnventariseerd als beeldbepalend. Ook zijn er geen (rijks)monumenten aanwezig in de omgeving van het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de uitbreiding van het opslaggebouw. 4.7.
Flora en fauna
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse van het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming, soortenbescherming (flora en fauna) en bescherming van houtopstanden. Inzichtelijk moet gemaakt worden of door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden en soorten en wordt aangegeven welke stappen doorlopen dienen te worden als natuurwaarden mogelijk in het geding komen. Het plan dient derhalve getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming (Wn) en het provinciale gebiedsbeschermingsregime in de Omgevingsverordening Limburg 2021. Voor de gebiedsbescherming kan het volgende gesteld worden: ▪ Natura 2000-gebieden Het plangebied is gelegen op circa 3 km van Natura-gebied Roerdal. Gezien de grote afstand en het kleinschalige karakter zijn van het planvoornemen zijn geen nadelige effecten te verwachten voor het Natura 2000-gebied Roerdal. Het plangebied bevindt zich geheel binnen de zone “buitengebied” ▪ Natuur Netwerk Nederland In de Omgevingsverordening Limburg is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Limburg nu de groenblauwe mantel genaamd. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
25
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt.
Figuur 18: Ligging plangebied en Natuurnetwerk Nederland Ontwerp Omgevingsverordening Limburg Provincie Limburg 2021
Door de voorgenomen ontwikkeling worden vanwege de bestaande planologische situatie, geen wezenlijke kenmerken en waarden aangetast van de omliggende landschapszones, Nadelige effecten worden door de geplande ontwikkeling niet verwacht. De landschappelijke kernkwaliteiten blijven behouden en versterkt. De beleidsregel natuurcompensatie is niet aan de orde. ▪ Beschermde planten en dieren Bij het opstellen van het “Wijzigingsplan Linnerweg 34” is in 2017 een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd. Vanuit de quickscan werd de aanbeveling gedaan om gebouw 5 uitsluitend bovengronds onder ecologische begeleiding te slopen omwille van het behouden van de das, die het oostelijk deel van het plangebied gebruikt als foerageergebied. De vloer en de funderingen van het gebouw zijn in de ondergrond gehandhaafd. In het kader van de landschappelijke inpassing en kwaliteitsbijdrage is een aanzienlijke hoeveelheid groen toegevoegd, waardoor beschermde soorten hier hun leefgebied hebben in o.a. de natuurweide met bosje. Het opslaggebouw bevindt zich aan de voorzijde van het plangebied in een afgebakend bouwvlak. Omdat de destijds uitgevoerde natuuronderzoeken inmiddels zijn verlopen heeft de gemeente aangegeven dat er een actualisatie nodig is.
Hierbij is nagegaan of de destijds opgestelde aanbevelingen zijn opgevolgd en of er nog nieuwe zaken zijn, waarmee vanuit de Wn rekening moet worden gehouden. De resultaten van de actualisatie zijn vastgelegd in de oplegnotitie “Linnerweg 34 Montfort” Van Aeres Milieu BV d.d. 3 juli 2023 zie bijlage 3 nr. AM23292.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
26
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Uit de actualisatie moet geconcludeerd worden dat het nog in te richten deel van het plangebied t.b.v. het opslaggebouw geen beschermde soorten bevat. Het gebied waar de werkschuur moet worden gerealiseerd is volledig onbegroeid. Beschermde soorten zijn hier afwezig. De functionaliteit van het plangebied met betrekking tot dassen is vergelijkbaar met die in 2017. Er zijn vanuit de Wn geen beperkingen voor de realisatie van het aangepaste bouwplan.
Figuur 19: Voorstel inpassing van het plangebied Linnerweg 34 (bron: Guido Paumen)
Stikstofdeposito Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura-2000 gebieden, dient een toets te worden uitgevoerd of het gewijzigd realiseren en het gebruik van de loods/werkplaats mogelijk vergunningplichtig is in het kader van de Wet natuurbescherming. Het stikstofonderzoek is uitgevoerd door Aelmans onder project M222654 d.d. 31 januari 2023 zie bijlage 4.1 De conclusies uit de memo zijn als volgt: ▪ Op grond van de resultaten uit de twee berekeningen kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden, ten gevolge van NOx- en NH3-emissies in de realisatiefase en gebruiksfase van het bedrijfsgebouw, uitgesloten kunnen worden.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort
27
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
▪ De uitkomsten geven derhalve geen aanleiding tot het aanvragen van een Wnb-vergunning of een verklaring van geen bedenkingen vanwege mogelijke effecten door NOx- en NH3emissies op Natura 2000-gebieden. ▪ De inputgegevens van zowel de realisatiefase als de gebruiksfase zijn ingevoerd in de meest recente versie van Aerius calculator (2022_20230126_290cbff6e8) zie bijlage 4.2 en 4.3. Geconcludeerd kan worden dat de ruimtelijke ontwikkeling niet belemmerd wordt door de Wet Natuurbescherming. 4.8. Landschapswaarden Het project is gesitueerd in het buitengebied van Montfort aan de Linnerweg. Zoals uit de paragraaf 4.7 is gebleken vormt het plangebied geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebied ‘Roerdal’ is het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, op een afstand van circa 3,1 kilometer ten oosten van het plangebied. De Natura 2000-gebieden ‘Grensmaas’ en ‘Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop’ liggen respectievelijk op een afstand van circa 5,3 kilometer en 4,9 km van het plangebied. Het plangebied ligt op ruim 100 meter afstand van de dichtstbijzijnde Blauwgroene mantel, het Limburgse deel van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied maakt ook geen deel uit van de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (goudgroene en zilvergroene landschapszone).
In het kader van het gemeentelijk “Groenstructuurplan” (2009) is de huidige groenstructuur in de gemeente in kaart gebracht. Daarbij zijn ook de landschappelijke en cultuurhistorische waarden geïnventariseerd. Het plangebied is aangemerkt als 'bos en houtkanten'. De laanbeplanting langs de Linnerweg is aangemerkt als “bomenstructuur langs erftoegangsweg categorie 2”. Als zodanig heeft het uitbreidingsplan geen negatieve invloed op de bestaande landschapswaarden van de Linnerweg. Met de uitgevoerde landschappelijk inpassing is het perceel binnen de bestaande landschapswaarden versterkt en is tevens de kwaliteit toegenomen. 4.9.
Verkeer en parkeren
Het aspect infrastructuur valt uiteen in de volgende elementen: 1. Bereikbaarheid 2. Parkeren Ad. 1 De bereikbaarheid van het perceel Linnerweg 34 levert in de nieuwe situatie geen problemen op. De locatie is voor de diverse verkeersdeelnemers normaal toegankelijk vanaf de Linnerweg. Aan de voorzijde van het perceel worden twee inritten gesitueerd. De bestaande inrit naar de voormalige agrarische bedrijfswoning blijft gehandhaafd. Voor de stalling van de bedrijfswagens en de opslag zal voorzien worden in een 2e en nieuwe inrit aan de rechtervoorzijde van het perceel. Vanwege de opslag en stallingsactiviteiten als gevolg van de nevenfunctie van het timmerbedrijf zal er sprake zijn van een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Aangezien de werkzaamheden op locatie worden uitgevoerd is het extra verkeer beperkt tot het wegrijden en terugkeren van twee bedrijfsbussen. Het aangepaste bouwplan heeft geen gevolgen voor de bereikbaarheid van het perceel. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing Linnerweg 34 Montfort