Bijlage 3: Toelichting
Tekst van het document
Conclusie De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde herbestemming.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
32
4.5.
Geluid
Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder dient voor nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden aan de geluidbelasting vanaf omliggende zoneplichtige wegen. Parkeerterreinen en (buitenverkoopruimte van) tuincentra worden door de Wet geluidhinder niet beschouwd als geluidgevoelige functies. Een toets aan het aspect ‘wegverkeerslawaai’ is dan ook niet noodzakelijk. Industrielawaai De eventuele geluidsinvloed van de nieuw te realiseren functie op de omgeving is reeds getoetst in paragraaf 4.3. Aan de, op grond van de VNG-brochure, aanbevolen afstanden wordt voldaan. Daarnaast ligt het plangebied niet in de geluidzone van een geluidgezoneerd industrieterrein op grond van de Wet geluidhinder. Een nader akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
Conclusie Het aspect geluid legt, zowel voor het onderdeel ‘wegverkeer’ als voor het onderdeel ‘industrielawaai’, geen beperkingen op aan de beoogde herbestemming van perceel G802 aan de Herkenbosserweg ongenummerd.
4.6.
Luchtkwaliteit
Wet Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: • • • •
Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Hierna wordt ingegaan op het feit dat het initiatief ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, waardoor luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering vormen.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
33
‘Niet in betekenende mate (NIBM)’ In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: •
Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM. • Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. De Regeling NIBM geeft voor een aantal soorten van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBM-grens. Het gaat daarbij om woningbouwprojecten, kantoorprojecten en enkele inrichtingen (bijvoorbeeld landbouwinrichtingen). Als een project binnen de begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de grenswaarden nodig. Het project geldt dan als een NIBMproject en kan doorgaan zonder dat extra maatregelen worden genomen. Tevens is er dan geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig. De 3% is als volgt gekwantificeerd: •
•
Voor woningbouw geldt dat de 3% grens is vastgesteld op 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 3.000 woningen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Voor kantoren geldt dat de 1% grens is vastgesteld op 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
Naast deze type ontwikkelingen waarvoor de grenswaarde is bepaald, is de zogeheten NIBM-tool beschikbaar. Met behulp van deze tool kan worden berekend of een initiatief in betekenende mate bijdraagt. Met voorliggend plan wordt de uitbreiding van een bestaand bedrijf mogelijk gemaakt. De ontwikkeling zorgt voor een beperkte verkeerstoename (zie ook paragraaf 4.12). De gevolgen voor de luchtkwaliteit zijn berekend met de NIBM-tool.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
34
Zoals blijkt uit bovenstaande berekening draagt de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie niet in betekenende mate bij. Het bovenstaande maakt duidelijk dat het project geldt als een NIBMproject. Een nader onderzoek naar de luchtkwaliteit ten gevolge van de ontwikkeling is niet nodig. Het parkeerterrein en de buitenverkoopruimte zijn geen gevoelige functies voor het aspect ‘luchtkwaliteit’. Een toetsing van de achtergrondconcentratie binnen het plangebied is dan ook niet aan de orde. Conclusie Door het feit dat de ontwikkeling ‘NIBM’ is, kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve gevolgen zullen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Daarnaast is geen sprake van nieuwe gevoelige functies, waarvoor de grenswaarden van de achtergrondconcentraties getoetst dienen te worden. Geconcludeerd wordt dan ook dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen (her)bestemming van het plangebied.
4.7.
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. De Wgv kent bescherming toe aan zogenaamde geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in algemeen om gebouwen bestemd voor wonen en verblijf, zoals woningen en bedrijfsgebouwen. Deze wet schrijft afstanden voor tussen een veehouderij en geurgevoelige objecten die moeten worden gehanteerd bij de verlening van een omgevingsvergunning milieu aan een agrarisch bedrijf waar vee wordt gehouden. Beoogde ontwikkeling voorziet niet in de oprichting van een nieuwe veehouderij. De (toekomstige) functies in het plangebied hebben dan ook geen (negatieve) invloed op hun omgeving voor het aspect geur.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
35
Binnen het plangebied wordt eveneens geen nieuwe geurgevoelige functie toegestaan. Vanuit de Wet geurhinder en veehouderij gelden er dan ook geen beperkingen voor de gewenste ontwikkeling. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het eveneens gewenst aandacht te besteden aan het aspect geur. Binnen de uitbreidingslocatie is geen sprake van nieuwe gebouwen en zal het merendeel van de personen slechts kort verblijven. Zeer incidenteel zullen medewerkers van het tuincentrum langere tijd in de buitenverkoopruimte verblijven. Voor de volledigheid is gekeken naar de agrarische bedrijven in de omgeving van het plangebied. Op ca. 230 meter ten noorden en 480 meter ten zuiden van het plangebied zijn agrarische bouwvlakken gelegen. Het bouwvlak ten noorden van het plangebied is tevens aangeduid als ‘intensieve veehouderij’. Op grond van de VNG-lijst Bedrijven en milieuzonering geldt binnen het gebiedstype ‘gemengd gebied’ (zie ook paragraaf 4.3) een minimaal aanbevolen afstand van 100 meter voor veehouderijen voor het aspect geur. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Geconcludeerd kan dan ook worden dat uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening sprake is van een goed leefklimaat voor het aspect ‘geur’ binnen het plangebied.
4.8.
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: • • • •
het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); het gebruik van luchthavens; het gebruik van windturbines.
Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor luchthavens geldt specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. De laatste twee onderdelen zijn niet relevant voor dit bestemmingsplan. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden aan het externe veiligheidsbeleid. In ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
36
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico.
(Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Plangebied Voorliggend plan ziet niet op het oprichten van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten nu geen sprake is van het oprichten van nieuwe gebouwen. Wel kan de personendichtheid ter plaatse van perceel G 802 beperkt toenemen door de beoogde ontwikkeling. Voor de volledigheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat op een afstand van ca. 550 meter ten zuidoosten en 750 meter ten noordwesten inrichtingen met LPG tanks aanwezig zijn.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
37
Afbeelding 25. Uitsnede kaartbeeld Veiligheidsafstanden Risicokaart Herkenbosserweg 2 en omgeving (bron: risicokaart.nl)
De afstand van het plangebied tot deze inrichtingen is dusdanig groot dat het plangebied ruimschoots buiten de invloedszones van deze activiteiten ligt. Voor het overige zijn er in de omgeving geen inrichtingen of transportroutes benoemd die een externe veiligheidsrisico veroorzaken. Gezien het ontbreken van risicobronnen en de aard van de ontwikkeling is een verder onderzoek naar het aspect externe veiligheid niet noodzakelijk.
4.9.
Waterparagraaf
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dienen waterhuishoudkundige belangen meegewogen te worden. De ‘watertoets’ is hiervoor het toetsinstrument. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat voldoende compenserende maatregelen genomen moeten worden, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Hiermee wordt het functioneren van het watersysteem als geheel gediend (grondwater en oppervlaktewater). Beleid Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Limburg, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014), het Nationaal
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
38
Waterplan, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: • vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de drietrapsstrategieën. Hemelwater Het plan ziet niet op toevoeging van bebouwing binnen de her te bestemmen gronden. Wel wordt een deel van het terrein verhard, hetgeen eveneens invloed heeft op de infiltratiemogelijkheden voor hemelwater. Het hemelwater dat terecht komt op de bebouwing en verharding van het bestaande deel van het tuincentrum wordt reeds afgekoppeld. Ook de verharding van de uitbreiding wordt geheel afgekoppeld en middels voorzieningen terug in de bodem geleid of hergebruikt in de bedrijfsvoering. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat het deel van de uitbreidingsruimte die wordt benut voor parkeren geheel verhard wordt en de buitenverkoopruimte voor 70%. De gronden waar landschappelijke inpassing plaatsvindt, worden uiteraard niet verhard.
De toename verhard oppervlak bedraagt daarmee 810 + (0,7 * 3.550) = 3.295 m2. Het Waterschap Limburg heeft in haar Keur vastgelegd dat een te realiseren hemelwatervoorziening dient te worden gedimensioneerd op een extreme bui met een neerslaghoeveelheid van 100 millimeter in 24 uur, met een noodoverlaat. Voor de nieuwe verharding binnen het plangebied is dan ook een buffer- en infiltratiecapaciteit nodig van circa 329,5 m³ (3.295 m2 x 100 mm). De keuze voor de hemelwatervoorziening met ontwerp en dimensionering wordt uitgewerkt in het civieltechnisch ontwerp. Hierbij zal op advies van het Waterschap afgewogen worden of een bodempassage langs de parkeerplaats noodzakelijk is om het afstromend water eerst op te vangen. Het hemelwater wordt voor een belangrijk deel hergebruikt binnen het bedrijf en voor het overige terug de bodem in gebracht. De oppervlakte van de zone landschappelijke inpassing is ca. 567 m2 (achterzijde, langs Schuttekampweg) + 1.210 m2 (zuidzijde, langs Veeweg) = 1.777 m2. Uit de Bodemkaart blijkt dat het plangebied valt onder grondwatertrap VII met een GHG van 80 – 140 cm-mv. Binnen de zone landschappelijke inpassing is dan ook voldoende ruimte om het hemelwater te bergen en te laten infiltreren, zelfs wanneer er geen afkoppeling naar de hemelwateropslag van het bedrijf plaatsvindt.
In praktijk zal het hemelwater dat terecht komt op de nieuwe verharding deels infiltreren in de zone landschappelijke inpassing en deels worden hergebruikt. Afvalwater Binnen het uitbreidingsdeel van het plangebied is geen sprake van het ontstaan van (huishoudelijk) afvalwater. Voor het bestaande deel van het bedrijf wijzigingen de bronnen en afvoer van afvalwater niet. Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
39
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het initiatief door de afkoppeling van het verhard oppervlak geen belemmeringen oplevert voor de waterhuishoudkundige situatie en dat de waterhuishoudkundige situatie ook geen belemmeringen oplevert voor de bestemmingswijziging.
4.10.
Wet natuurbescherming
Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen ten aanzien van de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en Fauna wet (soortenbescherming) en de Boswet zijn opgegaan in deze overkoepelende wet. Uitgangspunt van de wet is dat beschermde gebieden en soorten niet aangetast mogen worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gebiedsbescherming Door het Rijk zijn in Nederland Natura 2000-gebieden aangewezen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000 gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Indien een project geen significante gevolgen heeft voor een Natura 2000gebied, dan gelden geen verdere restricties of procedurele vereisten vanuit de Wet natuurbescherming.
Natura 2000-gebieden en ook andere natuurgebieden kunnen schade ondervinden door diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. Het plangebied is gelegen tussen de Natura 2000-gebieden Meinweg (op circa 550 meter ten noordoosten van het plangebied) en Roerdal (op circa 180 meter ten zuidwesten van het plangebied). De effectenindicator van BIJ12 is geraadpleegd om potentiële externe effecten inzichtelijk te krijgen. De uitbreiding van een tuincentrum met parkeren en buitenverkoopruimte is niet als activiteit opgenomen in de effectenindicator. Gekozen is voor de categorie ‘bedrijventerrein’. Aangezien de ontwikkeling in het plangebied aansluit bij een bestaand tuincentrum en niet gepaard gaat met realisatie van bebouwing, dienen de effecten in het juiste licht te worden bezien. Uit de indicator blijkt dat Meinweg en Roerdal voor dezelfde storingsfactoren gevoelig zijn. Onderstaand wordt per storingsfactor afgewogen wat de potentiële invloed van het initiatief aan de Herkenbosserweg is op de Natura2000-gebieden.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
40
Afbeelding 26. Plangebied en omliggende Natura2000-gebieden (bron: pdok.nl)
Storingsfactor Oppervlakteverlies
Toetsing Het voornemen aan de Herkenbosserweg ongenummerd heeft geen invloed op het areaal Natura 2000 gebied en zorgt niet voor oppervlakteverlies Versnippering De uitbreiding van het tuincentrum in het plangebied veroorzaakt geen doorsnijding van het Natura 2000 gebied en heeft ook niet tot gevolg dat delen anderszins van elkaar gescheiden raken. Er is dan ook geen sprake van versnippering Verontreiniging Het uitbreidingsdeel van het plangebied wordt in gebruik genomen als parkeerterrein en buitenverkoopruimte. Dit gebruik vindt zodanig plaats, dat geen verontreiniging ontstaat. Voor stikstof is een specifieke toets uitgevoerd, die onder deze tabel wordt omschreven. Voor overige stoffen geldt dat de afstand dermate groot is, dat invloed op dit onderwerp op voorhand is uit te sluiten Verdroging Bij de realisatie worden voorzieningen getroffen, die zorgen dat infiltratie van hemelwater in de bodem blijft plaatsvinden. Er wordt geen grondwater onttrokken. Door de aard van het plan, de te nemen maatregelen en de afstand mag worden aangenomen dat er geen sprake is van significante invloed op het hydrologisch systeem van het Natura 2000 gebied Verstoring door geluid Uit de VNG-toets (paragraaf 4.3) blijkt dat de geluiduitstraling van het initiatief maximaal 30 meter bedraagt.
Het initiatief is gelegen op respectievelijk circa 180 en 400 meter afstand en zorgt niet voor een geluiduitstraling van deze omvang. Tussen het plangebied en Natura 2000 gebied Meinweg ligt een doorgaande weg (Herkenbosserweg),
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
41
Storingsfactor
Toetsing die ten opzichte van het initiatief maatgevend is voor de geluidbelasting Verstoring door licht Gedurende de winterperiode wordt in het plangebied gebruik gemaakt van kunstlicht. Dit sluit aan bij het bestaande deel van het tuincentrum. De landschappelijke inpassing zorgt er voor dat de uitstraling van het kunstlicht naar de omgeving beperkt is, en er in elk geval geen sprake is van directe instraling. Daarnaast zorgen de afstand en tussenliggende functies dat geen sprake is van significante lichthinder Verstoring door Het initiatief en toekomstig gebruik zorgen niet voor trillingen voor de trilling nabije of verdere omgeving Optische verstoring Door de afstand tussen het plangebied en de Natura 2000 gebieden, het toekomstig gebruik en de landschappelijke inpassing is er geen sprake van optische verstoring Verstoring door Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, mechanische effecten luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. Het gaat veelal om recreatieve of militaire activiteiten in een gebied of water. Als gevolg van de ontwikkeling in het plangebied is geen sprake van mechanische effecten die de Natura 2000 gebieden Meinweg of Roerdal beïnvloeden.
Door de afstand en de aard van het initiatief aan de Herkenbosserweg kunnen potentiële effecten, niet zijnde ten gevolge van stikstofdepositie, op de Natura 2000-gebieden Meinweg en Roerdal worden uitgesloten. Ten behoeve van de uitbreiding van het tuincentrum is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat sprake is van een depositie van 0,00 mol N/ha/jaar op Nederlandse en Duitse Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dan ook dat de ontwikkeling van tuincentrum Schmitz aan de Herkenbosserweg 2 te Vlodrop niet leidt tot significante stikstofeffecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling is niet aan de orde. Eén en ander is uitgewerkt in de rapportage ‘Toelichtende memo behorende bij Aerius-berekening Herkenbosserweg 2 te Vlodrop. NOx Advies, 20 februari 2024’, opgenomen als bijlage 3. Soortenbescherming In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet mogen worden gedood, gevangen of verontrust en beschermde plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten.
Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Het uitbreidingsgebied bestaat in de huidige situatie uit onbebouwde agrarische gronden, in gebruik als blijvend grasland. Op de gronden zijn geen gebouwen of andere voorzieningen
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
42
aanwezig. De gronden worden ten dienste van de agrarische bedrijfsvoering bewerkt (onkruidbestrijding, bemesting en maaien). Dit gebruik zorgt voor een zekere verstoring. Tevens zorgt het er voor dat geen sprake is van een geschikt permanent leefgebied voor diersoorten. Het perceel fungeert op dit moment mogelijk wel als foerageergebied of als routestructuur. Uit de provinciale natuurgegevens blijkt dat het plangebied in 2007 voor het laatst is onderzocht op planten en in 2016 broedvogels. Bij de flora-inventarisatie zijn in en direct rond de uitbreidingslocatie geen beschermde soorten aangetroffen. Alle waarnemingen bevinden zich op enige afstand van perceel G802. Het ontbreken van kwetsbare/ beschermde soorten is in lijn met het landbouwkundig gebruik van het perceel. De aanwezige planten binnen het plangebied worden strak door de mens gereguleerd. Omdat een aantal wilde planten gezondheidsrisico’s voor landbouwdieren en paarden met zich meebrengt, is sprake van een zorgvuldig beheer van de gronden. De aanwezigheid van beschermde plantensoorten binnen het plangebied kan dan ook worden uitgesloten. Bij de inventarisatie van broedvogels zijn in het plangebied geen soorten waargenomen.
Op enige afstand, in het bosje ten zuiden van het plangebied is een boomkruiper geïnventariseerd en ten zuiden, op/ rond de bebouwing van het naastgelegen tuincentrum (Herkenbosserweg 4), een putter, kneu en geelgors. Voor al deze vogelsoorten geldt dat ze in hun leefgebied zoeken naar bomen, ruigten, struiken en houtwallen. Aangezien deze binnen het plangebied niet aanwezig zijn, is niet te verwachten dat de genoemde soorten zich in het plangebied zullen vestigen. De soortenindicator van BIJ12 geeft voor het plangebied als potentiële soorten de hazelworm en vogels. Hazelwormen leven voornamelijk onder vegetatie en dood hout of ze verblijven in holen in de grond. Ze hebben een voorkeur voor enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. Het is voorstelbaar dat zich in de omgeving van het plangebied geschikte biotopen bevinden voor de hazelworm, met name (in de rand van) het bosgebied ten zuiden van het tuincentrum en uitbreidingsperceel. De uitbreidingslocatie zelf is door de eentonige vegetatie en het ontbreken van hoogteverschillen en ruigtes niet geschikt voor deze diersoort. Door de ontwikkeling verdwijnt een agrarisch graslandperceel gelegen tussen twee tuincentra. Ten zuidwesten van het plangebied zijn eveneens agrarische gronden aanwezig. Het betreft een aanzienlijk areaal, omgeven door natuur- en landschapselementen.
Gezien de aard van het plangebied en van de omgeving en het ongewijzigde gebruik van de gronden in de omgeving blijft er voldoende leefruimte voor eventueel voorkomende diersoorten beschikbaar. Nu geen bebouwing aanwezig is op de uitbreidingslocatie, is er in het kader van de planontwikkeling ook geen sprake van sloop. Hiermee is uitgesloten dat nest- of rustplaatsen van gebouwbewonende soorten (zoals uilen en vleermuizen) worden verstoord of vernietigd. Tenslotte is de uitbreiding gelegen tussen twee tuincentra en aan een doorgaande verkeersas (provinciale weg). De locatie wordt dan ook voor een belangrijk deel omgeven door antropogene functies. Door dit gebruik van de omgeving, is sprake van levendigheid in het gebied en zullen alleen dier- en plantensoorten die zich in de buurt van de mens en menselijke activiteiten durven/ kunnen begeven het terrein als foerageergebied en/ of route gebruiken.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
43
Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat onderhavig initiatief geen negatieve effecten zal hebben op (beschermde) flora- en fauna. Uiteraard geldt in alle gevallen de algemene zorgplicht, indien tijdens werkzaamheden toch soorten worden aangetroffen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit de verschillende aspecten van de Wet natuurbescherming geen belemmeringen zijn voor de uitbreiding van Tuincentrum Schmitz op perceel G802.
4.11.
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: • •
De archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard; Er dient vroeg in het proces van ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect ‘archeologie’.
De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. Aan het plangebied zijn archeologische verwachtingswaardes toegekend, die in het bestemmingsplan zijn vertaald in de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie - 5’ (zuidwestelijk deel plangebied) en ‘Waarde – Archeologie - 6’ (noordoostelijk deel plangebied). Archeologisch onderzoek is op grond van deze verwachtingswaarden en dubbelbestemmingen noodzakelijk bij bodemverstoring groter dan 1.000, respectievelijk 2.500 m2 en dieper dan 40 cm. In het kader van het plan wordt geen nieuwe bebouwing gerealiseerd. Wel wordt verharding aangebracht. Hiervoor wordt de bodem tot maximaal 30 cm onder het maaiveld geroerd. Archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. De archeologische dubbelbestemming blijft behouden ter bescherming van potentiële waarden in de verdere toekomst. Cultuurhistorie Uit de provinciale cultuurhistorische waardenkaart blijkt dat in het plangebied en directe omgeving geen bouwkundige cultuurhistorische elementen aanwezig zijn. Wel is aan de voorzijde van het perceel een cultuurhistorisch lijnelement geduid, betreffende een oude akkergrens. Deze lijn loopt evenwijdig aan de Herkenbosserweg, ook langs aangrenzende percelen. In het veld is de lijn niet meer herkenbaar. De Herkenbosserweg is aangewezen als cultuurhistorische weg, ouder dan 1806.
Het verloop, de opzet of vormgeving van deze weg wordt met dit plan niet gewijzigd. Ook heeft het project geen invloed op het cultuurhistorische waarden, nu die in en om het plangebied niet aanwezig zijn. Het initiatief heeft dan ook geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden in het plangebied of de omgeving.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
44
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen zijn voor de bestemmings- en gebruikswijziging in het plangebied.
4.12.
Verkeer en parkeren
Verkeer De uitbreidingslocatie binnen het plangebied, vooralsnog bekend als Herkenbosserweg ongenummerd, wordt aan de noordzijde ontsloten door de Herkenbosserweg en aan de oostzijde door de Veeweg. De Herkenbosserweg is een doorgaande provinciale weg. Het plangebied is van en naar de regio dan ook goed ontsloten. In de toekomstige situatie wordt de inrichting van het bestaande tuincentrum binnen het plan gebied doorgetrokken in zuidelijke richting. Het nieuw te realiseren parkeerterrein wordt ontsloten via de bestaande in- en uitrit van Herkenbosserweg 2. Er worden geen nieuwe toegangen aangelegd en de bestaande mogelijkheden om het terrein G802 te betreden verdwijnen. Door de functiewijziging zal het aantal verkeersbewegingen beperkt toenemen. Voor het openbaar gebied is sprake van een beperkte toename van het gebruik van de in- en uitrit Herkenbosserweg 2. Rechtstreeks verkeer van of naar het deel van het plangebied waar de uitbreiding plaatsvindt, zal niet meer plaatsvinden. Het onverkort toepassen van de CROW-verkeerscijfers voor verkeersaantrekkende werking (en parkeren) is gezien de ontwikkeling niet passend. Deze CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ gaat voor een tuincentrum in het buitengebied uit van maximaal 18 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. Bij dit aantal verkeersbewegingen is ook de buitenruimte meegenomen.
Omdat het aantal vierkante meters bvo van Tuincentrum Schmitz niet verandert, zal de extra verkeersaantrekkende werking vermoedelijk beperkt zijn. Het assortiment wordt iets verruimd en de producten worden ruimer opgezet op het terrein. Er zal sprake zijn van een beperkte toename van bezoekers, maar streven is vooral dat bezoekers door meer beleving langer blijven. In de huidige situatie bedraagt het bvo van het tuincentrum (maximaal) 8.500 m2 (incl. opslag, kantoor, laad- en losruimte en dergelijke). Uitgaande van 18 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo/ etmaal is sprake van 1.530 verkeersbewegingen per etmaal. Uitgangspunt is dat de extra verkeersaantrekkende werking vanwege de uitbreiding van de buitenruimte een toename veroorzaakt van maximaal 10% van de huidige verkeersaantrekkende werking. Dit resulteert in maximaal 153 extra lichte verkeersbewegingen per etmaal als gevolg van de uitbreiding. Door een grotere buitenverkoopruimte zullen meer producten aanwezig zijn, hetgeen mogelijk zorgt voor enkele extra (zware) vrachtwagenbewegingen. Uitgegaan wordt van maximaal 4 extra bewegingen zwaar verkeer per etmaal door leveranciers. Zowel het lichte als zware verkeer gaat op de N570 direct op in het heersende verkeersbeeld.
De provinciale Herkenbosserweg is een drukke ontsluitingsweg met intensiteit van circa 6.000 lichte en middelzware motorvoertuigbewegingen per etmaal en 162 zware verkeersbewegingen, waardoor de toename van 153 extra bewegingen per etmaal en 4 bewegingen met zware motorvoertuigen per etmaal enkele procentpunten betreft van de heersende intensiteit. Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
45
Gezien de inrichting van de openbare weg en het parkeerterrein van het tuincentrum zal de wijziging niet leiden tot knelpunten in de verkeerscirculatie in het openbaar gebied. De verkeersbewegingen kunnen zonder problemen verwerkt worden op de Herkenbosserweg. Parkeren Een deel van de uitbreidingsruimte van het plangebied wordt ingericht als parkeerterrein bij het tuincentrum. Aan de voorzijde (noordzijde) van het tuincentrum is reeds een omvangrijk parkeerterrein aanwezig (ca. 190 plekken). Bij drukke dagen is de capaciteit van dit terrein echter niet altijd voldoende, en wordt ook gebruik gemaakt van een braakliggend stuk van het bedrijf tussen de bedrijfswoning, parkeerplaats en het gebouw van het tuincentrum. Met de toevoeging van het parkeerterrein binnen het plangebied wordt de parkeerdruk verlaagd en extra ruimte geboden als gevolg van de uitbreiding van de buitenverkoopruimte. Als gevolg van de uitbreiding van het tuincentrum zal het aantal verkeersbewegingen naar verwachting met maximaal 153 bewegingen per etmaal toenemen (zie bovenstaand). Dit komt overeen met 77 motovoertuigen. Aangezien klanten geen volledig dag bij het tuincentrum aanwezig zijn, is sprake van dubbelgebruik van parkeerplaatsen. De uitbreiding van het oppervlak zorgt voor circa 50 extra parkeerplaatsen.
Uitgaande van gemiddeld 4 unieke voertuigen per plek per dag, wordt ruimte gecreëerd voor 200 voertuigen. Dit is ruimschoots voldoende voor de beperkte toename en biedt aanvullende capaciteit om de overloop op het braakliggend terrein te beperken. Conclusie De herbestemming brengt geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse. Bij de ontwikkeling wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
46
5.
Juridische planopzet
5.1.
Planstukken
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en voorliggende toelichting. Bij de regels en toelichting horen een aantal bijlagen. De verbeelding en regels vormen de juridisch bindende elementen van het plan.
5.2.
Verbeelding
Op de verbeelding is de begrenzing van het plangebied vastgelegd, evenals de van toepassing zijnde bestemmingen in dit plan. De verbeelding is getekend op een digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:2.000. De uitgangspunten uit de SVBP2012 zijn toegepast bij het tekenen van de bestemmingen en aanduidingen. Tevens is aangesloten op de systematiek die de gemeente Roerdalen hanteert voor de bestemmingen, zoals opgenomen in het plangebied.
5.3.
Regels
De regels zijn, conform de SVBP2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • • •
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.
Bij de opzet van de regels is aansluiting gezocht bij het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’. 5.3.1.
Inleidende regels
In de inleidende regels staan de bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen lezen en toepassen. Daar waar begrippen zijn gedefinieerd in het Bro of de SVBP2012 zijn deze overgenomen. De begripsbepalingen (artikel 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen bekend veronderstelde begrippen gerekend worden of in dit plan een specifieke uitleg kennen. De wijze van meten (artikel 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes, etc.. 5.3.2.
Bestemmingsregels
Voor het plangebied gelden de enkelbestemmingen ‘Detailhandel - Tuincentrum’ en ‘Groen – 2’. De bestemmingsregeling begint, overeenkomstig de SVBP2012, met een bestemmingsomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden, waaraan de bestemming is toegekend, gebruikt mogen worden. Deze bestemmingsomschrijving wordt gevolgd door de bouwregels, waarin staat aangegeven welke
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
47
beperkte vormen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Vervolgens zijn gebruiksregels opgenomen, regels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voormalige aanlegvergunning), afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden. Tevens gelden voor het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – 5’ en ‘Waarde – Archeologie – 6’. Deze bestemmingen, gericht op de bescherming van potentiële archeologische waarden, kennen dezelfde opbouw als de genoemde enkelbestemming. Voor het plangebied gelden voorts een aantal aanduidingen (functie- en maatvoeringsaanduidingen), gekoppeld aan specifieke regels voor het plangebied. Deze zijn merendeels overgenomen van het geldend plan. Voor het noordelijk deel van het plangebied is de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – geen publieksfunctie’ toegevoegd, waarmee voorkomen wordt dat dit terrein in de toekomst ontwikkeld wordt als verkoopruimte of ander rechtstreeks aan de consument gerelateerd gebruik. 5.3.3.
Algemene regels
Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels, voor het gehele plangebied. Artikel 7: Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelbepaling moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 8: Algemene bouwregels In deze regel is een aantal algemene bepalingen over toegestane bebouwing opgenomen. Hierin zijn onder meer regels opgenomen voor een anti dubbeltel bepaling en ondergronds bouwen. Artikel 9: Algemene gebruiksregels In deze regel is een aantal algemene bepalingen over het toegestane gebruik opgenomen. Aangegeven wordt welk gebruik voor het gehele plangebied in elk geval als strijdig gebruik wordt beschouwd. Artikel 10: Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de bepalingen die behoren bij de specifieke aanduidingen in het plangebied opgenomen. Artikel 11: Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van een aantal in het plan gestelde bouw- en gebruiksregels. Artikel 12: Overige regels
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
48
In dit artikel zijn onder andere de verhouding met andere wettelijke regelingen, milieueffecten en voorrangsregels tussen bestemmingen vastgelegd. 5.3.4.
Overgangs- en slotregels
In de overgangsregels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, waarin de benaming van het plan is geregeld.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
49
6.
Uitvoerbaarheid
6.1.
Economische uitvoerbaarheid
De herbestemming van het plangebied, met als belangrijkste onderdeel de uitbreiding van het tuincentrum (parkeerplaats, buitenverkoopruimte en landschappelijke inpassing) op perceel G802, betreft een particulier initiatief. De initiatiefnemer, exploitant en eigenaar van Tuincentrum Schmitz en tevens eigenaar van perceel G802, fungeert als financiële drager van het onderhavige plan. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering van het plan. Voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het project gemoeid. Overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening is voor voorliggende ontwikkeling geen exploitatieplan noodzakelijk. Met de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten, waarin ook het onderdeel ‘planschade’ wordt verankerd.
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De bestemmingswijziging vindt plaats op een perceel dat eigendom is van de initiatiefnemer. De ontwikkeling sluit aan bij reeds bestaande functies in de omgeving. Daarnaast past de ontwikkeling in de geldende beleidskaders en zijn er geen milieuhygiënische beperkingen. Derhalve mag worden aangenomen dat tegen onderhavig plan geen overwegende bezwaren bestaan.
6.3.
Procedure
Vooroverleg Het voorontwerp bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg besproken met de provincie Limburg. Een aantal opmerkingen van de Provincie is in het plan verwerkt. Over één aspect is geen overeenstemming bereikt, dit betreft de omvang van de te leveren compensatie. Initiatiefnemer is bereid om aan de zuidoostzijde een landschappelijke inpassing met een breedte van 10 meter te realiseren. Aangezien de totale breedte van het perceel circa 42,5 meter bedraagt, gaat het om een forse inspanning. Bijna 25% van het perceel wordt hiermee ingezet ter compensatie. De provincie merkt het perceel aan als een verbinding tussen de natuurgebieden “Roerdal” en “Meinweg” en vraagt een landschappelijke inpassing met een minimale breedte van 18 meter. Dit zou de ontwikkeling voor initiatiefnemer echter (economisch) onuitvoerbaar maken. De gemeente heeft overwogen dat een inpassing met een breedte van 10 meter voldoende robuust moet worden geacht voor deze ontwikkeling. Daarvoor zijn de volgende argumenten aangedragen: a. Het plan voorziet niet in de uitbreiding van bebouwing, maar enkel de uitbreiding van buitenverkoopterrein en parkeerplaatsen waarbij expliciet in de regels is bepaald dat gebouwen niet zijn toegestaan. Er vindt dus geen extra verstening plaats in het buitengebied.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
50
b. Hoewel in elke individuele situatie een beoordeling moet plaatsvinden, is verwezen naar de inpassingen waarmee in het verleden in de directe omgeving is ingestemd. Daarbij is onder andere verwezen naar Herkenbosserweg 1a waar aan de noordzijde een bestemming Groen is opgenomen met een breedte van 5 meter en aan de zuidzijde 2 meter en Herkenbosserweg 5 waar rond de bestemming Wonen een bestemming Groen is opgenomen met een breedte van 3 meter. Nog belangrijker is de locatie Herkenbosserweg 4 (het naastgelegen tuincentrum). Dit terrein grenst nagenoeg aan het terrein waarop initiatiefnemer wenst uit te breiden (enkel de smalle Veeweg ligt er tussen). Daar heeft destijds een uitbreiding van het bouwvlak plaatsgevonden (wat veel ingrijpender is dan hetgeen initiatiefnemer vraagt, want daar werd dus wel extra bebouwing mogelijk gemaakt) en werd ingestemd met een landschappelijke inpassing die ca 5,5 meter breed is. Ondanks het feit dat initiatiefnemer bereid is om bijna het dubbele van die breedte te realiseren, stemt de provincie hier niet mee in.
c. Aan de noordzijde van het bedrijf is nog sprake van ongebruikte detailhandelsruimte. Daar zal (in overleg met de provincie) een aanduiding worden opgenomen dat ter plaatse geen publieksfunctie is toegestaan, waardoor het aantal toegevoegde m2 detailhandel binnen het plan wordt gesaldeerd.
d. Initiatiefnemer zal conform het Kwaliteitskader Roerdalen, zoals vastgelegd in bijlage II van de ‘Omgevingsvisie Roerdalen 2050’ een financiële bijdrage storten in het gemeentelijk kwaliteitsfonds van EUR 1,- per m2 nieuw gebruik.
e. De gemeentelijke Omgevingscommissie heeft op 30 november 2023 onder voorwaarden ingestemd met de voorgestelde inpassing van deze ontwikkeling. De voorwaarde bestaat uit het planten en in stand houden van een aantal opgaande bomen. Initiatiefnemer heeft daarmee ingestemd. Dit is opgenomen in paragraaf 2.2.1 en 3.4.2 van deze toelichting en in het als bijlage bij de regels opgenomen inpassingsplan. Wettelijke procedure Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop - uitbreiding tuincentrum’ is overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening in procedure gebracht. Het ontwerp plan heeft vanaf 22 december 2023 gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage gelegen. In deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen. Wel hebben in de periode na ter inzage legging enkele ambtshalve wijzigingen plaatsgevonden: • • • •
Actualisatie van het stikstofonderzoek (zie paragraaf 4.10); Actualisatie van het inpassingsplan, toevoeging bomen (zie paragraaf 2.2.1); Aanvulling betreffende afkoppeling van hemelwater (zie paragraaf 4.9); Verwijderen van een uitzonderingsregel voor het aanlegvergunningstelsel in verband met het ontbreken van bouwmogelijkheden binnen deze bestemming (artikel 4.3.2 regels).
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
51
Deze zijn nader verwoord in het raadsvoorstel. De gemeenteraad besluit over de vaststelling van het ontwerp bestemmingsplan. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt vervolgens nog zes weken voor een ieder ter inzage gelegd. Tijdens deze ter inzage termijn bestaat de mogelijkheid beroep tegen het plan aan te tekenen bij de Raad van State.
Bestemmingsplan ‘Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum’ | toelichting
52