CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Ruimtelijke onderbouwing - Verklaring van geen bedenkingen Zonnepark Kleine Bergerweg Sint Odiliënberg

Gemeenteraad 2 juli 2025, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Zonnepark Kleine Bergerweg Sint Odiliënberg28.026 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Afbeelding 34. Ligging besluitgebied in relatie tot uitsluitingsgebieden Zon van de gemeente Roerdalen (bron: Beleidskader zonne- en windenergie gemeente Roerdalen 2021 – 2030).

Een ander uitgangspunt – als aanvulling op de vijf strenge voorwaarden - is dat er binnen 100 meter van woonpercelen geen zonnepark wordt ontwikkeld, tenzij er door de bewoners toestemming wordt gegeven voor de ontwikkeling. In voorliggend geval is door de bewoners van de Kleine Bergerweg 2 en Kleine Bergerweg 3 toestemming gegeven voor de ontwikkeling binnen 100 meter van de betreffende woningen.

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 49

Afbeelding 35. Ligging omliggende (bedrijfs)woningen in relatie tot het zonnepark.

In het beleid heeft de gemeente een set (strenge) voorwaarden voor de ontwikkeling van zonneparken opgenomen met voorwaarden waar de locatie van een zonnepark aan moet voldoen. Het uitgangspunt hierbij is de vraag hoe het landschappelijke karakter van de gemeente Roerdalen behouden of versterkt kan worden bij de ontwikkeling van een zonnepark. Deze voorwaarden zijn in een aparte beoordelingsmatrix uitgewerkt. De beoordelingsmatrix is na het vaststellen van het “Beleidskader Zonne-en Windenergie gemeente Roerdalen 2021-2030” ter beoordeling en vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Zoals beschreven in het beleidskader streeft de gemeente Roerdalen naar een gefaseerde uitrol van zonnevelden in drie tranches van elk 25 hectare, wat totaal 75 hectare zou opleveren. Het raadsvoorstel van 21 december 2021 (Z21-025830) bevestigt dit plan. Het voorgenomen zonnepark op de gronden van de Vuilstort Montfort valt niet binnen deze eerste tranche. Binnen Tranche 1 zijn twee zonneparken goedgekeurd: Statkraft Zonnepark Hobertsveld (16 MW) en Solar Provider Group Zonnepark Kleine Bergerweg (15 MW). In het raadsvoorstel en beleidskader wordt aangegeven dat 1 hectare zonneveld ongeveer overeenkomt met 1 MW opwekvermogen. Tranche 1 dekt ongeveer 31 MW, wat betekent dat de eerste tranche een groot deel van de voorgenomen 75MW beslaat.

Het realiseren van een dergelijk vermogen op het oppervlak van de genoemde parken komt onder meer door de vooruitgang in paneeltechnologieën die meer vermogen hebben gekregen. Hieronder wordt daarnaast onderbouwd hoe bij het voorliggende zonnepark met de strenge voorwaarden is omgegaan. Strenge voorwaarde 1: het te ontwikkelen zonnepark moet passen in de schaal, de sfeer en de maatvoering van het landschap waar het zonnepark deel van gaat uitmaken. We vinden zowel een zeer kleinschalig zonnepark in een grootschalig gebied, als een grootschalig zonnepark dat is ingeklemd tussen een mozaïek van landschapselementen onwenselijk. Toetsing aan beoordelingsmatrix:

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 50

-

Minimaal: De zonneweide is een opvallend element in het landschap en doet afbreuk aan de landschappelijke beleving. Maximaal: De zonneweide is geheel in het landschap opgegaan en heeft door zijn uitstraling een versterkende ruimtelijke beleving.

Zoals in landschappelijke inpassingsplan (zie separate bijlage en paragraaf 2.4) is aangegeven, is het landschap rond de Kleine Bergerweg volgens de provinciale omgevingsvisie een open cultuurlandschap (Velden). Echter is het gebied niet meer zo open zoals het vroeger was. Het gebied is kleinschaliger geworden door een grote fruitkwekerij en aanplant van bos. Het gebied ligt hiermee ingeklemd tussen verschillende opgaande groenstructuren. Door met een permanten inrichting van natuur aan te sluiten op deze opgaande groenstructuren biedt het zonnepark een meerwaarde, doordat natuurontwikkeling wordt gekoppeld aan een tijdelijk zonnepark. Het zonnepark heeft een bruto oppervlakte van circa 20 hectare waarvan netto 6,8 hectare gebruikt zal worden voor de opstelling van zonnepanelen. Hiermee wordt een aanzienlijk deel gebruikt voor natuurontwikkeling, waarvan een deel blijft behouden na exploitatie. De zonnepanelen worden in de leidende kavelrichting geplaatst, zodat deze goed in de landschappelijke structuur worden ingepast en er geen rafelranden bij de panelen opstelling ontstaan. Strenge voorwaarde 2: het te ontwikkelen zonnepark moet landschappelijk worden ingepast: 1. Inpassen directe (be-)levingsfactoren; 2. Stimuleren biodiversiteit; 3. Stimuleren waterberging en – infiltratie.

Het te ontwikkelen zonnepark moet zowel visueel als vanuit de landschappelijke beleving in de omgeving opgaan. Daarbij is extra aandacht voor stimuleren van de biodiversiteit, de berging en infiltratie van hemelwater ter plaatse een vereiste Toetsing aan de beoordelingsmatrix: Minimaal: Bij het ontwerp van de zonneweide is geen of bijna geen rekening met de omliggende (be-)levingsfactoren gehouden. Maximaal: De omliggende (be-)levingsfactoren maken een onlosmakelijk onderdeel van het ontwerp van de zonneweide uit. 1. Zoals in het landschappelijk inpassingsplan (zie separate bijlage en paragraaf 2.4) aangegeven wordt er ingespeeld op de (be)levingsfactoren van het gebied; zo wordt gebruik gemaakt van de iets hogere ligging van de wegen in het landschap. Wordt de afwisseling van bomenrijen behouden, wat een karakteristiek is die in stand wordt gehouden. En tot slot is het belangrijk dat de belangrijke zichtlijnen worden behouden. 2. Wat betreft biodiversiteit wordt een sterke ecologische meerwaarde gecreëerd voor het gebied door aan te sluiten op bestaande groenstructuren. Met de aanleg van gemengde hagen krijgt zowel landschap als ecologie een kwalitatieve meerwaarde. Er worden takkenrillen toegevoegd, bijenhotels geplaatst en een faunatunnel gerealiseerd voor onder andere de das.

Langs de wegen is er ruimte voor bloemrijke stroken en grote heerstergroepen met verschillende inheemse soorten. Ook worden er vershillende fauna akkers aangelegd zodat soorten als de patrijs (en ook de das) meer ruimte krijgen. 3. Tot slot heeft de te realiseren wadi een ecologische maar ook een waterbergingsfunctie voor hemelwater, deze wordt gerealiseerd op het laagste punt van het park. Door ruimte tussen de panelen te laten krijgt hemelwater de kans om goed te infiltreren in de bodem. Daarbij biedt de wadi ruimte om hemelwater bij piekmomenten te bergen. Strenge voorwaarde 3: meervoudig ruimtegebruik. Deze eis komt gedeeltelijk overeen met de tweede trede van de Limburgse Zonneladder. In de gemeente Roerdalen geldt dat bij omzetting van (bijvoorbeeld) agrarische gronden naar een zonnepark, de nieuwe invulling een functie aan het landschap zelf of aan de beleving van het landschap moet toevoegen. Deze functie kan onder andere vanuit culturele, educatieve of toeristische

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 51

doeleinden worden gemotiveerd. De combinatie van een stortlocatie en een zonnepark zoals aan de Stationsstraat in Montfort is hiervan een goed voorbeeld. Er zijn meerdere vormen van gebruik die mogelijk worden gemaakt met voorgenomen ontwikkeling. Centraal op het zonnepark Kleine Bergerweg en langs de recreatieve route wordt een informatie- en rustpunt gemaakt. Hiermee draagt het zonnepark bij aan educatieve doeleinden waarbij informatieborden worden geplaatst een aangelegd. De agrarische functie blijft behouden doordat de schapen middels beweiding tussen de panelen grazen. De schapen dragen middels drukbegrazing bij aan het agrarische karakter van het besluitgebied in combinatie met een ecologisch beheer. Door de huidige opstelling van de pv-panelen met voldoende rijafstand (ca. 2 meter) kunnen schapen goed onder de panelen komen. Tot slot is er een flinke ecologische meerwaarde die de biodiversiteit ten goede komt door de takkenrillen, wadi, hagen, bijenhotels en kruidenrijk gras. Zie hiervoor het landschappelijk inrichtingsplan in de bijlage behorende bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Strenge voorwaarde 4: het te ontwikkelen zonnepark moet aantoonbaar waarden toevoegen: 1. Landschappelijke elementen; 2. Maatschappelijke ontwikkeling; 3. Coöperatieve realisatie; 4. Ontwerpen en toepassing compensatieregeling.

Toetsing aan de beoordelingsmatrix: Minimaal: In het ontwerp zijn geen landschappelijke elementen opgenomen. Maximaal: In het ontwerp zijn landschappelijke elementen toegevoegd, die cultuurhistorisch of maatschappelijk een toegevoegde waarde hebben. De toevoeging van een zonnepark zal aan het landschappelijk karakter van Roerdalen een verandering teweegbrengen, ondanks de landschappelijke inpassing (Strenge voorwaarde 2). Het is aan de initiatiefnemer om in zijn planvorming ruimte vrij te maken (financieel, organisatorisch, fysiek ter plekke of elders) en aantoonbaar te maken welke toegevoegde waarde het te ontwikkelen zonnepark voor (de inwoners van) de gemeente Roerdalen heeft. We gaan uit van minimaal 50% coöperatief (zoals gesteld in de RES Noord- en Midden Limburg 1.0). 1.

2.

3.

4.

Het landschappelijk inpassingsplan (zie separate bijlage en paragraaf 2.4) laat reeds de landschappelijke elementen zien van het zonnepark, de landschappelijke hagen, takkenrillen, wadi, bijenhotels en kruidenrijk grasland. Met de openstelling van het zonnepark wordt ingespeeld op de educatieve en sociaal maatschappelijke ontwikkelingen. Er is reeds contact geweest met verschillende scholen in de omgeving. Zij maken gebruik van informatieborden en wandelpaden langs het zonnepark. De samenwerking met Westrom biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de mogelijkheid om te re-integreren in de arbeidsmarkt. Westrom is een organisatie waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans krijgen om ervaring op te doen en werk te vinden. Onderhoud en schoonmaak van de zonnepanelen kan een uitkomst bieden voor deze mensen om te re-integreren op de arbeidsmarkt. In overleg met Westrom is het idee tot stand gekomen dat de deelnemers mee kunnen lopen met verschillende aspecten vanaf de aanlegfase van het zonnepark tot aan onderhoud van het zonnepark. Daarnaast wordt er sterke voorkeur gegeven aan lokale partijen wat de lokale economie ten goede komt. Verder zorgt voorliggend zonnepark ook voor natuurontwikkeling en versterking van biodiversiteit door groenstructuren aan te leggen die ook na exploitatie behouden kunnen blijven. Er wordt gestreefd naar 50% lokaal eigenaarschap.

Hiervoor is de samenwerking gezocht met coöperatie Duurzaam Roerdalen. In het profijtplan staat uitgelegd hoe de initiatiefnemer dit wil organiseren en welke alternatieven er mogelijk zijn. Het profijtplan is toegevoegd in de bijlagen behorende bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Via partner Zelfstroom kunnen geïnteresseerde omwonenden korting krijgen voor zon-op-dak-systemen. Dit is actief door de initiatiefnemer besproken met omwonenden en enkelen zijn al doorverwezen naar Zelfstroom, verdere toelichting is opgenomen in het separate profijtplan. Een Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 52

5.

inventarisatie van geïnteresseerde dak eigenaren resulteerde in 2110 m 2 aan potentie voor zon op dak. Dat is 3.1% van het netto-oppervlakte van het zonnepark (6800 m 2). Gedurende de looptijd van het zonnepark stort Zonnepark Kleine Bergerweg een jaarlijkse bijdrage in een omgevingsfonds van de gemeente Roerdalen. De financiële bijdrage bedraagt jaarlijks € 500,-- per gerealiseerd MegaWattpiek vermogen.

Strenge voorwaarde 5: privaatrechtelijk borgen in anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente Roerdalen of in privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en landeigenaar: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Onderhoud en werking technische installatie; Onderhoud en landschappelijke inpassing; Toevoeging maatschappelijke meerwaarde; Ontmanteling na beëindiging; Coöperatieve realisatie; Participatie bij concrete planontwikkeling.

Toetsing aan de beoordelingsmatrix: Minimaal: De initiatiefnemer houdt zich aan de reguliere, wettelijke onderhoudsinspanningen. Maximaal: De initiatiefnemer heeft een plan opgesteld, waarin een calamiteitenhoofdstuk in is opgenomen. Het ruimtelijk beleidskader is niet het instrument om privaatrechtelijke aspecten voor te schrijven. Toch worden deze onderwerpen genoemd, omdat ze bij de scorebepaling vanuit de beoordelingsmatrix worden meegenomen. Deze voorwaarden hebben voornamelijk tot doel de continuïteit van good housekeeping en het maatschappelijk draagvlak van het zonnepark te borgen. 1. Het zonnepark wordt naar verwachting omstreeks 2025 gerealiseerd. Bij de bouw zal voldaan worden aan de dan geldende wet- en regelgeving. Er is sprake van een positieve aansluitindicatie van Enexis. De installatie kan dus in werking gesteld worden. Voor de borging van de veiligheid van het zonnepark is een veiligheidsplan opgesteld. Daarnaast is door de initiatiefnemer tevens een onderhoudsplan opgesteld voor het gehele zonnepark. Hiermee wordt de veiligheid, onderhoud en werking van de technische installaties geborgd. Zie hiervoor tevens de separate bijlagen. 2. Het landschappelijke inpassingsplan (zie separate bijlage en paragraaf 2.4) bevat een beheer- en onderhoudsplan. 3.

Met de openstelling van het zonnepark wordt ingespeeld op de educatieve en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Er is reeds contact geweest met verschillende scholen in de omgeving. Zij maken gebruik van informatieborden en het informatie- en rustpunt bij het zonnepark, waarbij een speel- en uitkijkheuvel wordt gerealiseerd. De samenwerking met Westrom biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de mogelijkheid om te re-integreren in de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt er sterke voorkeur gegeven aan lokale partijen wat de lokale economie ten goede komt. Verder zorgt voorliggend zonnepark ook voor natuurontwikkeling en versterking van biodiversiteit door groenstructuren aan te leggen die ook na exploitatie behouden kunnen blijven. 4. In het Amoveringsplan, dat als bijlage onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing, is de ontmanteling van het zonnepark na beëindiging nader uitgewerkt. In de anterieure overeenkomst wordt geborgd dat het zonnepark na beëindiging van de exploitatie verwijderd moet worden. Ook wordt geborgd dat er financiële middelen zijn om het park te kunnen verwijderen. Ten slotte wordt aan de omgevingsvergunning een voorwaarde gekoppeld dat het zonnepark na beëindiging van de exploitatie verwijderd moet worden. 5. Er wordt gestreefd naar 50% lokaal eigenaarschap. Hiervoor is de samenwerking gezocht met coöperatie Duurzaam Roerdalen.

In het separate profijtplanstaat beschreven hoe de initiatiefnemer dit wil gaan organiseren en welke alternatieven mogelijk zijn. Het profijtplan is separaat toegevoegd bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. 6. Omwonenden en andere stakeholders zijn vanaf het begin geïnformeerd en betrokken bij het voorgenomen plan. Meerdere persoonlijke gesprekken hebben plaatsgevonden waarbij ook input is gegeven op de landschappelijke inpassing. De resultaten hiervan, panelen niet hoger dan 2,00 meter en zoveel mogelijk Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 53

het zonnepark uit het zicht onttrekken, zijn verwerkt in het landschappelijk inpassingsplan. Verdere toelichting is opgenomen in het communicatie- en participatieplan, welke separaat is opgenomen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

3.5.2 Omgevingsvisie Roerdalen 2050 De Omgevingsvisie Roerdalen 2050, Verbindend Roerdalen, is een visie voor de fysieke leefomgeving welke is vastgesteld op 8 juli 2021. Een van de opgaves die hierin wordt geformuleerd is de verduurzamingsopgave. Roerdalen geeft aan dat een overgang naar een duurzame energievoorziening belangrijk is om klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast is deze overstap ook nodig, omdat in Nederland steeds minder fossiele brandstoffen, vooral aardgas, beschikbaar zijn. Wil Nederland niet volledig afhankelijk zijn van energie afkomstig uit andere landen dan moeten we naar een ander systeem. De landelijke stappen om deze doelstelling te behalen zijn: zuiniger omgaan met energie; van elektriciteit uit kolen naar elektriciteit uit zon en wind; van warmte uit aardgas naar duurzame warmte, zoals aardwarmte, restwarmte en groene waterstof; omwonenden betrekken door ze de kans te bieden om mee te denken over of mede-eigenaar te worden van lokale energieprojecten; energieprojecten op een slimme manier inpassen in de omgeving en het landschap. Roerdalen heeft dit vertaald in focuspunten thema Duurzaam Roerdalen: Energie besparen. Opwekken duurzame energie. Verwarming van de bebouwde omgeving. Klimaatadaptatie. Verminderen afval. Van een traditionele naar een circulaire economie.

Roerdalen wil serieus werken aan haar bijdrage voor de energietransitie en aan het duurzamer omgaan met haar leefomgeving. Bij de vertaling van de landelijke doelen naar de gemeentelijke doelen wil Roerdalen realistisch en concreet zijn. Roerdalen wil bijdragen aan de opwekking van duurzame elektriciteit, aan energiebesparing, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de benodigde opslag en energieinfrastructuur. Op dit moment heeft Roerdalen concreet de volgende ambities op het gebied van de energietransitie: 1. Aansluiten bij de nationale ambitie van reductie CO2 uitstoot, ten opzichte van 1990: 49% in 2030 en 95% in 2050. 2. Inzet op minder energieverbruik. 3. Gevolgd door opwekking van duurzame energie. 4. Energie besparen en duurzaam opwekken in hele gemeente stimuleren. 5. Als gemeente zelf het goede voorbeeld geven. Kwaliteitskader Het Kwaliteitskader Roerdalen richt zich op initiatieven in het buitengebied en is van toepassing op (niet onaanvaardbare) ontwikkelingen in het buitengebied die middels een planologische procedure mogelijk worden gemaakt. Het gaat om ontwikkelingen die niet rechtstreeks of via een flexibiliteitsbepaling zijn toegestaan in het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Verstening/ verharding van het buitengebied welke niet rechtstreeks is toegestaan moet altijd ruimtelijk en landschappelijk worden ingepast.

De essentie is verder dat de beoogde ontwikkelingen gepaard moeten gaan met ruimtelijke en landschappelijke kwaliteitsverbetering in de vorm van bijvoorbeeld natuurontwikkeling en/of ontstening. Dit ter compensatie van het door de ontwikkeling optredende verlies aan omgevingskwaliteit. Kenmerkend voor Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 54

deze ruimtelijke ontwikkelingen is dat het veelal nieuwe functies zijn die een nieuw ruimtebeslag leggen met daaraan verbonden specifieke ruimtelijke invloeden op de omgeving. Het kwaliteitskader is van toepassing op het buitengebied. De voorwaarden voor de kwaliteitsverbeteringen zijn als volgt: • Ter plaatse van de ontwikkeling zelf dient altijd voldoende landschappelijke en ruimtelijke inpassing plaats te vinden; • De kwaliteitsverbeteringen zijn fysiek ruimtelijk van aard en komen ten goede aan de verbetering van de kwaliteit van het buitengebied of de kern (afhankelijk van het type ontwikkeling); • Het dient bij de kwaliteitsverbetering te gaan om aanvullende verbeteringen. Zaken waarvoor al middelen gereserveerd zijn komen niet in aanmerking (hetzelfde geldt voor een basis landschappelijke inpassing); • De kwaliteitsverbeteringen dienen in tijd en plaats een verband te hebben met de ingreep/ ontwikkelingen; • De kwaliteitsverbetering is kwantificeerbaar. Het uitgangspunt is dat de negatieve gevolgen van een ontwikkeling die ingrijpt in het buitengebied of de kern gecompenseerd wordt. Via de kwaliteitsbijdrage wordt de ingreep in de ruimtelijke omgeving (over) gecompenseerd. Met de kwaliteitsbijdrage worden aanvullende maatregelen uitgevoerd zodat per saldo sprake is van een kwaliteitsverbetering.

De kwaliteitsbijdrage is afhankelijk van de soort ontwikkeling en het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. De landschappelijke en ruimtelijke inpassing vindt altijd ter plaatse plaats. Voorliggend plan voor Zonnepark Kleine Bergerweg valt onder de module ‘grootschalige energievoorzieningen’. Hiervoor geldt een positieve grondhouding mits sprake is van voldoende kwaliteit. Verder geldt dat bij ontwikkelingen in ieder geval voldaan moet worden aan de basiskwaliteit, zoals bij grootschalige energievoorzieningen de ontwikkeling moet bestaan uit een ruimtelijke- en landschappelijk inpassing. In paragraaf 2.4 en het separate landschappelijke inpassingsplan wordt ingegaan op de inpassing van Zonnepark Kleine Bergerweg, waarmee voldaan wordt aan de vereisten uit het Kwaliteitskader Roerdalen.

Relatie met voorgenomen ontwikkeling Zonnepark Kleine Bergerweg draagt bij aan de ambities van de gemeente Roerdalen.

3.5.3 Conclusie gemeentelijk beleid Op basis van het bovenstaande kan gesteld worden dat het voornemen past binnen het gemeentelijke beleidskader.

3.6 Conclusie Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid.

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 55

4 Waardentoets 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de impact van de ontwikkeling op de waarden natuur, archeologie, cultuurhistorie en water en wat dat betekent voor het plan.

4.2 Natuur De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de Wet Natuurbescherming. Hiertoe is een Toets Wet Natuurbescherming uitgevoerd. Het onderzoek is separaat bijgevoegd bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. De belangrijkste resultaten zijn hieronder kort toegelicht.

4.2.1 Soortenbescherming Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft soorten als ree, haas, konijn, egels diverse algemene muizensoorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Das Aangezien er zich een (bij)burcht bevindt in de bosstrook net buiten het besluitgebied gelden de volgende voorwaarden: Voorwaarden binnen een straal van 20 meter rondom de burcht: - Er dient geen enkele aanpassing plaats te vinden: o Geen zonnepanelen plaatsen; o Geen materiaal opslaan; o Niet stempelen of heien; o Niet dieper graven dan 50 cm; o Niet met zware voertuigen (>3,5 ton) rijden; o Maximaal toegestane bodemdruk van 0,4 bar. - Geen aanleg van een onderhoudspad.

Voorwaarden binnen een straal van 50 meter rondom de burcht: - Gedurende de kwetsbare voortplantingsperiode, zijnde van 1 december tot 1 juli, mag binnen 50 meter van de dichtstbijzijnde ingang van een burcht of bijburcht geen geluid harder dan 85 dB zijn, geen trillingen ondergronds als heien en niet dieper worden gegraven dan 50 cm. Voorwaarden voor zone tussen de 20 en 50 meter van de burcht: - Niet heien. - Funderingen alleen plaatsen tussen 1 juli tot 30 november, dat is buiten de voortplantingsperiode. Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 56

-

Het zonnepark is te allen tijde toegankelijk voor de das. Dit kan worden gedaan door het complete hekwerk minimaal 30 cm boven de grond te laten starten. Indien niet het gehele hekwerk hierop kan worden aangepast dient er om de 50 meter een toegang te worden gerealiseerd van 30 cm hoog en minimaal 30 cm breed. Binnen een straal van 50 meter bij de burcht dient de tussenafstand 20 meter te zijn.

Ecologisch werkprotocol Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een ecologisch werkprotocol opgesteld, deze is separaat bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd. In dit ecologisch werkprotocol zijn de voorwaarden voor de inrichting van het zonnepark en de voorwaarden en maatregelen tijdens uitvoering, zoals hierboven benoemd, opgenomen. Aanvullingen ecologisch werkprotocol Aanvullend op het ecologisch werkprotocol worden de volgende maatregelen genomen. Hoogte hek rondom de burcht De starthoogte van het hek rondom de kraamburcht is 30 cm van de grond. Hiermee kan de das vrij kiezen waar deze het zonnepark betreedt. De das kan naar keuze zelf extra ruimte graven als dat nodig is. Verder wordt in het zonnepark om de 50 meter een opening gemaakt (30 x 50 cm) in het hekwerk. De concrete positie van deze openingen wordt in samenwerking met een ecoloog in het veld bepaald. Rondom de burcht, c.q. de begrenzing van de singel, wordt een straal van 20 meter vrij gehouden van werkzaamheden en bouwwerken. Aan de oostzijde wordt een opening gehouden als corridor voor de das. Bijburcht ten noorden Kleine Bergerwerg In het perceel te noorden van de Kleine bergerweg ligt een bijburcht, van 2 à 3 pijpen. Om de functie van deze dassenburcht niet te schaden wordt binnen een straal van 20 meter rond de pijpen geen panelen of hekwerk geplaatst.

Corridors Vanaf de singel met kraamburcht wordt een corridor voor de das aangelegd richting het oosten. Deze wordt aangesloten op de zichtlijn noord-zuid, die tevens functie heeft als corridor. Zodoende blijft de burcht verbonden met de bijburcht ten noorden van de Kleine Bergerweg en de tweede hoofdburcht, met eventuele bijburchten ten zuiden van de Grote bergerweg. Zie hiervoor tevens onderstaande afbeelding.

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 57

Afbeelding 36. Technisch ontwerp met de corridors en ruimte voor de das (gele cirkel is 20 meter, blauw cirkel is 50 meter).

Foerageergebied Met herinrichting van het besluitgebied en ingebruikname van het zonnepark veranderd de functie van het besluitgebied voor dassen. Gezien de aanwezigheid van de kraamburcht en bijburcht maakt het besluitgebied onderdeel uit van secundair foerageergebied. Dit is mede afhankelijk van de voedselkwaliteit die wordt aangeboden. Dit houdt in dat het minder belangrijk is als voedselgebied (niet jaarrond gebruikt, bestaande uit een akker). Dit houdt in dat het momenteel 50% functioneel is. Om de functie als secundair foerageergebied te behouden dient 50% gecompenseerd te worden. Het panelenveld kent een oppervlakte van 11,8 hectare, waarmee 5,9 hectare gecompenseerd dient te worden. Hiertoe wordt een dassenakker gerealiseerd, als mede een fauna- en kruidenrijke akkermengsels. Beheer wordt gedaan door extensieve schapenbegrazing en maaibeheer. Zie hiervoor hoofdstuk 2 en de separate notitie die ingaat op de aanvullende maatregelen voor de das. Daarnaast wordt langs de randen gebruik gemaakt van besdragende inheemse struiken, zoals meidoorn, sleedoorn, bottelroos, maar ook nootdragende (lage) bomen, zoals hazelaar. Deze worden in fasen afgezet te worden (een derde van de oppervlakte per jaar). Op deze manier blijft er ten alle tijden voldoende voedsel beschikbaar voor de das. Verder wordt buiten het panelenveld een patrijzenakker gerealiseerd.

In totaal wordt 5,9 hectare aan compensatie gerealiseerd. Zie daarvoor tevens de berekening en verdeling van oppervlaktes in de aparte notitie en het beplantings- en beheerplan in het separate inrichtingsplan. Hiermee wordt voldaan aan de 50% norm van het Kennisdocument Das (BIJ12, 2017). Broedvogels Jaarrond beschermde nesten Bij de werkzaamheden binnen 75 meter van de horst dient buiten het broedseizoen gewerkt te worden (1 maart – 15 juli). Daarnaast is op 24 mei 2024 een aanvullend onderzoek gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van de Oehoe. Deze is niet geconstateerd binnen het besluitgebied.

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 58

Broedvogels overige broedvogels Grond broedende soorten als graspieper, veldleeuwerik en kievit kunnen niet worden uitgesloten. Hierdoor wordt met klem geadviseerd om het terrein bouw klaar te maken voor de start van het broedseizoen. Hierdoor wordt voorkomen dat grond broedende soorten het besluitgebied bezetten tijdens de werkzaamheden. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing is, bijvoorbeeld door de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.

4.2.2 Bescherming van gebieden Niet stikstof-gerelateerde effecten: Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde de Natura 2000-gebied (1,5 km), de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstofgerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Een stikstofberekening is noodzakelijk om aan te tonen dat de tijdelijke stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de bouwwerkzaamheden geen significant negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden. Daarnaast wordt de bouw van het zonnepark uitgevoerd met zo duurzaam mogelijke (indien mogelijk elektrisch) mobiele werktuigen. Door Hedgehog Company is een stikstofberekening uitgevoerd, welke separaat is bijgevoegd. Het resultaat van deze berekening is dat zowel de aanleg- als gebruiksfase geen resultaten kent voor de betreffende situatie. De ontwikkeling heeft hiermee geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura-2000 gebieden.

4.2.3 Bescherming van houtopstanden Er worden binnen het besluitgebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

4.2.4 Natuurnetwerk Nederland De ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan en het besluitgebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN kent in de provincie Limburg geen externe werking. Nadere toetsing aan het natuurbeleid is daarom niet noodzakelijk.

4.2.5 Conclusie Mits rekening wordt gehouden met de voorgenoemde maatregelen en werkwijze is geen overtreding van de natuurwetten en natuurbeleid aan de orde. Vanuit de eisen van de natuurbescherming is het voorgenomen plan derhalve uitvoerbaar.

4.3 Archeologie Aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 59

mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen, welke archeologische waarden in het geding zijn.

Afbeelding 37. Het besluitgebied op de gemeentelijke beleidskaart (bron: Ellenkamp, 2021.)

Relatie met voorgenomen ontwikkeling Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Roerdalen (Ellenkamp, 2021) ligt het besluitgebied in een zone met waarde- archeologie 2, 3, 5 en 6. Het beleid voor de zone met ‘waarde-archeologie 2’ schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 250 m 2 en dieper dan 40 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Het beleid voor de zone met ‘waarde-archeologie 3’ schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 1.000 m 2 en dieper dan 40 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Het beleid voor de zone met ‘waarde-archeologie 5’ schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 40 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Het beleid voor de zone met ‘waarde-archeologie 6’ schrijft voor dat er geen restricties zijn.

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 60

Ten opzichte van het bureauonderzoek uit 2022 (Gaarthuis & Verhoeven, 2022) zijn er ondertussen concrete gegevens met betrekking tot de omvang en diepte van de geplande ingrepen, zie tabel 1, hieruit blijkt dat het maximale verstoringsoppervlak 726 m² bedraagt.

Afbeelding 38. De oppervlakte van de elementen in het zonnepark (bron: Solar Provider Group).

Vrijwel het hele besluitgebied van Zonnepark Kleine Bergerweg ligt in een beleidszone met “Waarde archeologie 3”: hiervoor geldt er een horizontale ondergrens van 1. 000 m², en een verticale ondergrens van 40 cm. Een kleine zone ligt in een zone met “Waarde archeologie 2”, met ondergrenzen van respectievelijk 250 m² en 40 cm. De overige zones zijn vrijgegeven volgens het beleid (gezien de zeer hoge vrijstellingsgrens of verstoring). Omdat het verstoringsoppervlak de ondergrenzen in de zones met Waarde archeologie 3 en Waarde Archeologie 2 niet overschrijdt, is nader onderzoek volgens het geldende archeologische beleid niet meer aan de orde. Tot slot blijft te allen tijde de archeologische meldingsplicht van kracht. Dit betekent dat wanneer bij werkzaamheden archeologische vondsten worden aangetroffen waarvan kan worden aangenomen dat dit archeologische waardevolle vondsten betreffen, dit gemeld wordt bij het bevoegd gezag (conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11).

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 61

4.4 Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten, naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het besluitgebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wro.

Afbeelding 39. Cultuurhistorische waardenkaart – Historische geografie - provincie Limburg (bron: Atlas Limburg).

Relatie met voorgenomen ontwikkeling Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg is het besluitgebied gekenmerkt als ‘nieuw cultuurland 1890-1990’ en ‘nieuw cultuurland 1806/1840-1890’ en ‘bouwland’. Daarnaast is het grotendeels gekenmerkt als ‘cultuurlandschap’ en zijn er diverse cultuurhistorische lijnelementen te vinden. Dit betreffen wegen uit periodes ouder dan 1806 (’s Heerenkampsweg, Oude Montforterweg en Grote Bergerweg) en uit de periode van 1806-1890 (Kleine Bergerweg). Deze wegenstructuur blijft onaangepast in de voorgenomen ontwikkeling. In of in de nabijheid van het besluitgebied staan geen monumenten of andere bouwwerken van cultuurhistorische waarden. Met de realisatie van het zonnepark worden geen cultuurhistorische waarden aangetast.

4.5 Water De toelichting van een omgevingsvergunning dient, conform artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening, te beschrijven hoe in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het voor dit plan relevante waterbeleid. Vervolgens is de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie van het besluitgebied beoordeeld. Europees beleid Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 62

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regels ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit was 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied beheerplannen opgesteld. Daarin staan de ambities en maatregelen voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Er wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaat adaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: - Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. - We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuust zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte.

- Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals scheepvaart, landbouw en natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven hoe we omgaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Provinciaal beleid De provincie werkt nauw samen met waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen regionale waterbeheerplannen opgesteld. De Provinciale Staten hebben de wettelijke bevoegdheid tot het instellen en opheffen van waterschappen, tot regeling van hun gebied, taken, inrichting, samenstelling van hun bestuur en tot de verder reglementering van waterschappen. De manier waarop de waterschappen hun taak uitoefenen is onderhevig aan provinciaal toezicht doordat het waterbeheerplan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft.

Dus de provincie stelt de regels en de waterschappen doen verder de uitvoering van het waterbeheer Waterschap Limburg Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en maatregelen nodig zijn om de watertaken goed te kunnen uitvoeren. Dit gebeurt in het waterbeheerprogramma (WBP). Op 8 december 2021 heeft het algemeen bestuur na een uitgebreid participatieproces het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Het Waterschap Limburg heeft met haar partners de Limburgse wateropgaven voor de toekomst bepaald. De komende jaren gaan zij aan de slag om de doelen uit het waterbeheerprogramma te realiseren. De succesfactoren voor veilig, schoon en voldoende water zijn: - Verbinding met de omgeving, zodat opgaven vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid en integraal worden opgepakt. - Innovatie om vanuit vernieuwing en verbetering bij te dragen aan een optimaal, integraal, effectief en veilig waterbeheer. - Duurzaamheid om op termijn energieneutraal en circulair te opereren. - Samenwerking met alle belanghebbenden. - Een wendbare organisatie met versterkte uitvoerings- en innovatiekracht. Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 63

-

Kostenbewustzijn, zodat we een betaalbaar waterschap blijven en onze ambities haalbaar zijn.

Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De Legger van waterschap Limburg is geraadpleegd. Een uitsnede hiervan is weergegeven in hiernavolgend. Daarop zijn langs en binnen het besluitgebied geen watergangen te zien.

Afbeelding 40. Uitsnede Legger oppervlaktewateren, met besluitgebied in zwarte cirkel (bron: waterschap Limburg).

Het Waterschap Limburg ziet zonneweides als verhard oppervlak. Vanuit dit oogpunt is kortom sprake van een toename aan verhard oppervlak. De zonnepanelen worden echter op een constructie geplaatst, waarbij de ondergrond overeenkomstig met de huidige situatie onverhard blijft. Als gevolg van de plaatsing van de zonnepanelen worden kortom geen volledige gesloten oppervlakten gerealiseerd. In deze situatie adviseert Het Waterschap Limburg dat het zonnepark 100mm regen in 24 uur kan verwerken. In het voorliggende geval is sprake van een relatief vlak terrein. Het hemelwater dat op de zonnepanelen valt kan afstromen ter plaatse en in de bodem infiltreren. Tussen de panelen is voldoende ruimte voorzien voor het water om de ondergrond te bereiken, waardoor een relatief gelijkmatige verdeling van het hemelwater ter plaatste plaatsvindt. Er worden geen grote gesloten vlakken gerealiseerd. Onder en rondom de zonnepanelen is voorzien in een kruidenrijk grasland, waarbij natuurlijk beheer zal plaatsvinden door bijvoorbeeld periodiek beheer van schapen. Door het vlakke karakter van het terrein in combinatie met de daarop voorziene vegetatie en de verdeling van het hemelwater, zal geen afstroming van hemelwater naar percelen van derden plaatsvinden.

De onderhoudspaden binnen het hekwerk zullen onverhard of zo veel mogelijk waterdoorlatend worden uitgevoerd en daarmee evenmin leiden tot gesloten grondoppervlakten. In de zuidwesthoek van het park wordt een wadi voorzien waar in geval van extreme regen hemelwater op Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 64

natuurlijke manier zijn weg zal vinden naar de wadi.

Het voorgenomen plan voor Zonnepark Kleine Bergerweg heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. Alleen het oppervlak onder de transformatoren en het inkoopstation wordt verhard. Deze verharding wordt niet aangesloten op de riolering. Daarnaast kan regenwater tussen de panelen infiltreren in de bodem. Hiervoor wordt tussen de pv-panelen een 2 centimeter ruimte gehouden, aangezien de pv-panelen niet strak tegen elkaar worden gelegd. Onderstaande collage geeft een impressie van de ruimte tussen de panelen, waardoor regenwater in de bodem kan infiltreren. De opstelling van pv-panelen wordt uitgevoerd met niet-uitlogende materialen, zodat de wateren bodemverontreiniging wordt voorkomen.

Afbeelding 41. Opstelling pv-panelen, waardoor voldoende ruimte is voor infiltratie regenwater (bron: Eelerwoude/TR)

4.6 Conclusie Met de voorgenomen ontwikkeling worden de aanwezige archeologische-, cultuurhistorische- en natuurwaarden en de belangen van het waterschap niet aangetast. Het voornemen is hiermee uitvoerbaar.

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 65

5 Milieuaspecten 5.1 Inleiding Het plan kan negatieve gevolgen hebben voor het milieu. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: • bodem; • geluid; • luchtkwaliteit; • lichtreflectie; • elektromagnetische straling; • kabels en leidingen; • externe veiligheid; • bedrijven en milieuzonering; • verkeer en parkeren; • vormvrije m.e.r.-beoordeling.

5.2 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan moet worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De percelen binnen het besluitgebied zijn tot op het heden in gebruik geweest als bouwland voor de akkerbouw. Zo zijn er in de afgelopen jaren diverse gewassen zoals asperges, bieten, knolselderij, tarwe en aardappelen verbouwd. Aangenomen kan worden dat dit gebruik van de gronden niet heeft geleid tot bodemverontreiniging. Een zonnepark is geen gevoelige functie. Wat betreft het aspect bodem zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling en is nader bodemonderzoek niet aan de orde. Daarnaast wordt rekening gehouden met de mogelijke effecten op de bodem. De zonnepanelen worden middels dunne stalen palen bevestigd in de grond. Hiervoor zijn geen funderingen benodigd. Hiervoor wordt voor het grootste deel gebruik gemaakt van recyclebare materialen en bevatten de zonnepanelen geen uitlogende materialen. Voorafgaand aan de bouwfase van het zonnepark voert de intiatiefnemer altijd een bodemonderzoek uit als nulmeting van het besluitgebied.

Verder zorgt het zonnepark ervoor dat met de opstelling van de pv-panelen afdoende licht op de bodem blijft. Hiervoor is door Eelerwoude een bodembelichtingstoets uitgevoerd, om te verifiëren dat de voorgestelde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op de bodemkwaliteit onder de geplande zonnepanelen. Deze toetsing is separaat bijgevoegd. Hieruit valt te concluderen dat de opstelling geen risico op bodemschade met zich meebrengt.

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 66

Afbeelding 42. Grafiek met uitkomsten weergegeven volgens het dwarsprofiel van het model. Hoe hoger / groener hoe hoger de lichtinstraling.

5.3 Geluid Voor de beoordeling van het onderdeel geluid moet in algemene zin aan de volgende punten worden voldaan: • De normen uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen. • Bedrijven in de omgeving worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. • Op en rond het besluitgebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wet geluidhinder Per 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht er toe om bij ruimtelijke ontwikkelingen, die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone ter plaatse van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen, de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Een zonnepark is geen geluidgevoelige functie. Met de realisatie van het zonnepark worden ook geen geluidgevoelige functies aangebracht, waardoor het zonnepark zelf geen bescherming tegen geluidsoverlast vereist.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden de richtafstanden uit de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangehouden. Voor transformatorstations met een vermogen minder dan 10 MVA geldt een richtafstand van 30 meter voor geluid. Transformatorstations met een vermogen tot 100 MVA geldt een richtafstand van 50 meter. Binnen het zonnepark worden vijf transformatoren van 3 MVA, een energieopslagsysteem en inkoopstation geplaatst. Binnen het energieopslagsysteem wordt een omvormer van 5 MVA, een transformator van 5 MVA en batterijrekken met veertien batterijen geplaatst. Hier kan tevens een vergelijking worden gemaakt met ‘elektriciteitsdistributiebedrijven’. De dichtstbijzijnde gevoelige (woon)bestemming zijn gelegen aan de overzijde van de Kleine Bergerweg 2,3 en 9. De technische installaties worden op minimaal 50 meter gerealiseerd vanaf de dichtstbijzijnde woningen, waardoor er geen sprake zal zijn van geluidshinder door de installaties in het zonnepark. Een goed woon- en leefklimaat voor het aspect geluid kan worden gegarandeerd. Binnen het energieopslagsysteem worden een omvormer, transformator en batterijen geplaatst. Vanwege de geluidsproductie van de batterijen, een bronvermogen van 80 dB(A), geldt hiervoor een richtafstand van 200 meter. Met de plaatsing van de batterijen zal hiermee rekening worden gehouden

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 67

Afbeelding 43. Ligging omliggende woningen in relatie tot Zonnepark Kleine Bergerweg.

Geluidsreflectie Hierboven is aangegeven dat de installaties welke geluid produceren niet leiden voor geluidshinder. Hieronder wordt ingegaan op het effect van het zonnepark op de reeds aanwezige geluidsbelasting. Hiervoor zijn de rijksweg A73 en Grote Bergerweg relevant. Het besluitgebied is nabij de A73 gelegen en de Grote Bergerweg betreft een 60 km/u-weg, waarlangs het besluitgebied is gelegen. Onderstaande afbeelding geeft de geluidsbelasting van de A73 en Grote Bergerweg weer (in Lden). Voorliggend zonnepark kan het geproduceerde geluid zowel blokkeren als verder dragen, afhankelijk van de oriëntatie en hellingshoek van de pv-panelen. Vanwege de oriëntatie en hellingshoek van de panelen, wordt geluid omhoog gereflecteerd. De pv-panelen binnen Zonnepark Kleine Bergereweg worden in een zuid-oriëntatie geplaatst. De oriëntatie van de pv-panelen is van invloed op de locatie waar reflectie op zou kunnen treden. Echter, als de geluidbron bijzonder groot is wordt dit effect ‘uitgesmeerd’ over een groot gebied. Daardoor is de oriëntatie van beperkte invloed. Daarnaast wordt de geluidsbelasting van de Grote Bergerweg gedempt doormiddel van de landschappelijke inpassing aan de west- en zuidzijde van het besluitgebied. Tevens zijn er geen geluidsgevoelige bestemmingen, zoals (bedrijfs)woningen, gelegen tussen de Grote Bergerweg en het zonnepark.

Tussen de A73 en het zonnepark zijn wel (bedrijfs)woningen, maar die afstand is groter, waardoor woningen in een gunstiger geluidsniveau zijn gelegen. Geluidsgevoelige bestemmingen zijn verder gelegen van het zonnepark. De pvpanelen worden in rijen parallel aan elkaar geplaatst zodat de ene rij afschermend werkt ten opzichte van de achterliggende rij met panelen. Er zal dus vrijwel geen waarneembare geluidsreflectie voor de omgeving zijn. Uit eerdere onderzoeken, van onder andere Peutz6 , LBP Sight7 en Bureau Geluid8, is gebleken dat de geluidsbelasting over het algemeen gesproken met niet meer dan 2 dB toeneemt. Wanneer er sprake is van een toename van minder dan 2 dB kan worden gesteld dat er geen sprake is van een ontoelaatbare toename van de geluidshinder. Gemiddeld genomen ligt de toename tussen de 0,4 en 1,2 dB wat gezien kan worden als een geringe, niet significante toename. In de hierboven benoemde onderzoeken is tevens sprake van een

6https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0296.BGBKampbroek5-VG01/b_NL.IMRO.0296.BGBKampbroek5-VG01_bd10.pdf 7https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1734.0305OVBzonparka15-VSG1/b_NL.IMRO.1734.0305OVBzonparka15-

VSG1_tb5.pdf 8 https://www.lcenergy.nl/wp-content/uploads/2020/09/20214016-notitie-definitiefbijlagen.pdf Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 68

zonnepark nabij een snelweg, waardoor deze onderzoeken als referentie geschikt zijn. Voor wat betreft het aspect geluidreflectie wordt de voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar geacht.

Afbeelding 44. Uitsnede kaart 'Geluid van wegverkeer'. (bron: atlasleefomgeving, bewerking: Eelerwoude).

5.4 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Om te berekenen of een wijziging in het aantal verkeersbewegingen een negatieve impact heeft op de luchtkwaliteit, is er een NIBM-tool ontwikkeld. In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen Relatie met voorgenomen ontwikkeling De NIBM-tool is geraadpleegd om te berekenen in welke mate de ontwikkeling bijdraagt aan een vermindering van de luchtkwaliteit. Bij een dagelijks aantal verkeersbewegingen van 800 (waarvan 5% vrachtverkeer) is de ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’. De voorgenomen ontwikkeling betreft een zonnepark. Alleen bij de aanleg- en ontmanteling van het zonnepark vindt een toename van het aantal verkeersbewegingen plaatst. Wel blijft dit aantal ruimschoots onder de 800 per dag.

In de exploitatiefase is het aantal verkeersbewegingen zeer beperkt. Deze zijn alleen benodigd in het kader van onderhoud en beheer. Het zonnepark heeft geen verkeersaantrekkende werking. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een onderzoek naar de luchtkwaliteit wordt niet noodzakelijk geacht. Het onderdeel ‘stikstofdepositie’ wordt behandeld in paragraaf 4.2.2.

Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 69

5.5 Lichtreflectie Zonlicht kan (hinderlijk) reflecteren op de zonnepanelen. Veruit de meeste inkomende zonnestralen worden door de panelen geabsorbeerd en omgezet in elektriciteit. Doordat de bovenste laag van de panelen van glas is, kan een klein deel (<5%) van het zonlicht worden gereflecteerd. De schittering op omliggende objecten gebeurt vooral bij zonsopgang en -ondergang, wanneer de zon haaks op de panelen schijnt. Het zonlicht dat op de zonnepanelen valt, wordt in één specifieke richting weerkaatst omdat zonnepanelen een glad oppervlak hebben. Hierdoor wordt het aantal invalshoeken waarbij overlast kan worden ervaren van het licht gereduceerd.

Afbeelding 45. Voorbeeld directe schittering (bron: Qing).

Qing heeft een schitteringsonderzoek gedaan, hierin is specifiek gekeken naar de schittering door de panelen naar twee dichtstbijzijnde omwonenden (Kleine Bergerweg 7-1 en 7-2 en Kraamweg 9).

Afbeelding 46. Omwonenden/ontvangstpunten (paars) en referentiepunten in het zonnepark (geel) (bron: Qing).

Uit het onderzoek is gebleken dat er enkel sprake is van schitteringen in februari en oktober bij zonsondergang. Volgens het model (worstcasescenario) kan de schittering in deze maanden tussen de 1 en 6 minuten bedragen wat op jaarbasis uitkomt op een totale schittering van 21 minuten tot 38 minuten voor de twee huishoudens. Gezien er landschappelijke inpassing aangeplant zal worden en in de realiteit de zon niet altijd schijnt, zal de daadwerkelijk schittering altijd lager zijn. Het volledige onderzoek is toegevoegd in de bijlage bij voorliggende Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 70

ruimtelijke onderbouwing. Er kan worden gesteld dat voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar is op gebied van lichtreflectie.

5.6 Elektromagnetische straling Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische (ELF-EM) velden ontstaan. Voor elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij bij woningen een grens aan de veldsterkte wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (μT). De GGD adviseert om ook bij ander bronnen van ELF-EM velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgsprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonneparken door de afstand van onderstations en transformatorhuisjes tot woningen en gevoelige bestemmingen zo te kiezen dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 μT komt. In het RIVM ‘Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen’ (RIVM-rapport 609300011/2009) wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations. De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 μT wordt bereikt op een afstand van maximaal 7 meter van onderzochte transformatorstations. Gezien de afstand van de transformatoren tot omliggende functies wordt ruim voldaan aan deze richtlijn.

5.7 Kabels en leidingen Voor de voorgenomen ontwikkeling is rekening gehouden met de aanwezigheid van kabels en leidingen. In de beginfase van de planvorming is een KLIC-melding gedaan. Uit de resultaten van deze KLIC-melding blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Kabels die gebruikt worden voor het zonnepark zijn vlamdovend en worden ondergronds aangelegd.

5.8 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor de omgeving ten gevolge van een ongeval bij de productie, opslag en het transport van gevaarlijke stoffen en de kans dat hierbij dodelijke slachtoffers vallen. In het geval van een ruimtelijk plan dient het milieuaspect externe veiligheid onderzocht te worden. Het planvoornemen kan risicobronnen in het kader van externe veiligheid mogelijk maken en of bestaande risicobronnen kunnen invloed hebben op het plan. Deze risico's moeten worden beschouwd om te onderzoeken of het planvoornemen voldoet aan de geldende normen. Beleidskader Het landelijke beleidskader valt uiteen in verschillende besluiten en regelingen voor de verschillende typen risicobronnen. Risicobronnen in het kader van Externe veiligheid zijn inrichtingen (bedrijven met gevaarlijke stoffen), infrastructuur zoals auto-, spoor- of vaarwegen, en buisleidingen voor het transport van aardgas. • Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). • Voor transportroutes over de weg, het water en het spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). • Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). • Daarnaast is in sommige gevallen het Activiteitenbesluit milieubeheer en/of het Vuurwerkbesluit van toepassing.

Toetsingskader Externe veiligheid (geldt voor Bevi, Bevt en Bevb) maakt onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 71

•

•

•

Het plaatsgebonden risico kan beperkingen opleggen voor de bouw van (beperkt) kwetsbare objecten. Zoals woningen, kantoren en andere gebouwen waarin personen aanwezig zijn. Voor het bouwen van kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risicocontour van 1*10-6 per jaar als grenswaarde. Het groepsrisico is de kans dat een groep mensen komt te overlijden in de omgeving van een risicobron. Door de ontwikkeling van een planvoornemen kan het groepsrisico van de risicobron toenemen. Het groepsrisico wordt bepaald voor zowel de huidige situatie als de situatie na ontwikkeling van het planvoornemen. Het groepsrisico wordt weergegeven ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van een toename van het groepsrisico (een verhoging ten opzichte van de oriëntatiewaarde tussen bestaande situatie en toekomstige situatie) is het bevoegd gezag conform de bovengenoemde besluiten (Bevi, Bevt en Bevb) verplicht het groepsrisico in meer of mindere mate te verantwoorden. In de verantwoording groepsrisico motiveert het bevoegd gezag hoe om te gaan met de risico's ten gevolge van externe veiligheid.

Relatie met voorgenomen ontwikkeling De risicokaart is geraadpleegd om in beeld te brengen of in de nabije omgeving van het besluitgebied risicobronnen (productie, transport, opslag en gebruik van gevaarlijke stoffen) aanwezig zijn. Een uitsnede van de risicokaart is weergegeven in onderstaande figuur. De kaartuitsnede laat zien dat er geen risicobronnen in of vlak bij het zonnepark aanwezig zijn. Een buisleiding is gelegen op ruim 330 meter, dit betreft een pijpleiding van Defensie. Ten noordwesten van het zonnepark bevinden zich het spoor en de rijksweg A73. De spoorweg en de A73 zijn onderdeel van het ‘basisnet wegverkeer, zonder PAG-indicatie’. Een zonnepark is geen gevoelig object of inrichting dat formeel een veiligheidscontour kent. Ook is een zonnepark conform het Bevi, Bevt, en/of het Bevb niet te kwalificeren als een risicobron in het kader van externe veiligheid. Tevens is de voorgenomen ontwikkeling niet te kwalificeren als een kwetsbaar object conform het Bevi. Dit betekent dat de voorgenomen ontwikkeling niet relevant is in het kader van externe veiligheid. Wel betreft een zonnepark een inrichting die energie in de vorm van elektriciteit opwekt en op het elektriciteitsnet levert. Daarnaast zorgt het energieopslagsysteem (EOS) voor opslag van energie middels batterijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=6f314ab0-b73f-4aef-b7d4-351d5f712de3