Bijlage 3: Ruimtelijke onderbouwing - Verklaring van geen bedenkingen Zonnepark Kleine Bergerweg Sint Odiliënberg
Tekst van het document
3) Sterke en gezonde steden en regio’s. 4) Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuzes weloverwogen te maken worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, namelijk; 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en 3) Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI wordt gesteld dat de klimaatdoelstelling in lijn is met de Parijse klimaatdoelstelling: in 2050 vrijwel geheel klimaatneutraal. De ambitie is dat de omslag naar 100 procent circulair in 2050 gerealiseerd is en dat er een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in de leefomgeving is. In 2050 is Nederland erin geslaagd al deze ontwikkelingen zorgvuldig in te passen of nieuwe landschappen te creëren met zo min mogelijk hinder of overlast voor mensen en het ecosysteem. De NOVI ziet het van nationaal belang om de internationale afgesproken doelen te behalen. De opgave is dan ook om de uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990 te reduceren met tenminste 49 procent in 2030 en met 95 procent in 2050. Een andere opgave is het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame energiebronnen. Bovenstaande opgaven manifesteren zich rond een van de vier prioriteiten, namelijk prioriteit 1 'Ruimte voor klimaatadaptatie energietransitie'.
In beleidskeuzes van deze prioriteit wordt benoemd dat overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties samenwerken aan het bijtijds halen van doelstellingen, die in het Klimaatakkoord zijn bepaald.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 30
Het Nationaal Programma RES vormt een platform voor onderling samenwerken, vergelijken, leren en uitdagen. De energietransitie kan een hefboom zijn voor kwaliteitsverbetering, zowel voor ruimtelijke als voor ecologische, economische of sociale verbeteringen. Zonneparken kunnen bijvoorbeeld economische dragers voor het landelijk gebied worden. Daarnaast moeten ze in het landschap worden ingepast. De afwegingsprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kunnen ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met Zonnepark Kleine Bergerweg wordt invulling gegeven aan de prioriteit ‘Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ van de Nationale Omgevingsvisie. Het zonnepark wekt elektriciteit op uit zonne-energie. Dit is een duurzame manier van energieopwekking. Daarmee leidt de aanleg van het zonnepark tot een reductie van broeikasgassen. Er zijn geen nationale belangen uit de NOVI in het geding. De voorgenomen ontwikkeling voor Zonnepark Kleine Bergerweg is daarmee ook niet strijdig met dit beleid.
Zoals in paragraaf 3.3 nader is toegelicht, zijn de gestelde duurzaamheidsdoeleinden voor 2030 niet haalbaar met alleen zon op dak (en/of in gebouwd en landelijk gebied). Om die reden moeten in de gemeente Roerdalen ook landbouwgronden worden ingezet voor zonne-installaties. Voorkeursvolgorde zon Als gevolg van de maatschappelijke ontwikkelingen en het ontbreken van goed en gedegen ruimtelijk beleid ten aanzien van zonne- energieprojecten is in de NOVI - in het kader van een zorgvuldige ruimtelijke afweging – de voorkeursvolgorde zon op land vastgelegd en wordt daarbij ingezet op multifunctioneel ruimtegebruik. In de afgelopen periode is de behoefte om de voorkeursvolgorde zon op land nauwkeuriger vast te leggen. Niet alleen vanuit ruimtelijke overwegingen, ook een meerderheid in de Tweede Kamer heeft zich hiervoor een voorstander betoond. Op 26 oktober 2023 heeft toenmalig minister De Jonge in een kamerbrief aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt hoe de voorkeursvolgorde voor zonne-energie verder wordt ingevuld. Deze zogeheten ‘zonneladder’ wordt vanaf 1 januari 2024 ook verwerkt in alle provinciale omgevingsverordeningen, waarmee de gemaakte afspraken ten aanzien van de voorkeursvolgorde zon tussen o.a. gemeenten, provincies en het Rijk ook overal op een eenduidige manier juridisch verankerd worden.
De voorkeursvolgorde voor zon kent de volgende treden: • Trede 1: Zonnepanelen op daken en gevels • Trede 2: Onbenutte terreinen in bebouwd gebied • Trede 3: Onbenutte terreinen in landelijk gebied • Trede 4: Landbouw- en natuurgronden De voorkeursvolgorde zon is niet ‘volgtijdelijk’, maar wel ‘volgordelijk’. Hierbij wordt eerst gekeken naar de mogelijkheid van zonnepanelen op daken en gevels (trede 1) en op gronden binnen en buiten bestaand bebouwd gebied (trede 2 en 3) en, als deze 3 treden onvoldoende mogelijkheden bieden, naar zonnepanelen op landbouw- en natuurgronden (trede 4) onder de hieronder genoemde voorwaarden. In de basis wordt trede 4 niet gebruikt tenzij het gaat om de volgende uitzonderingsmogelijkheden: A. Agri-PV: combinatie van een substantiële agrarische functie met een zonnepark; B. landbouwgronden die op basis van bestuurlijk bindende afspraken in transitie zijn, bijvoorbeeld gronden die in de toekomst een andere bestemming krijgen zoals woon-werk-bestemming, recreatie of overgang naar natuur of gronden die minder geschikt worden voor een landbouwfunctie door verzilting, vernatting of bodemdaling. Zon-PV draagt financieel bij aan het mogelijk maken van de gebiedsgerichte opgaven voor een maximale periode (30 jaar), waarna de gebieden hun definitieve bestemming zullen krijgen.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 31
C.
als de aanleg van zonneparken op gronden betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik (netneutraal)
Daarbij blijven de bestaande randvoorwaarden ten aanzien van 1) een goede landschappelijke inpassing en 2) inpasbaarheid in het energienetwerk ook van toepassing, met de aanvulling dat initiatiefnemers streven naar een 50% participatie van omwonenden en dat projecten kunnen rekenen op voldoende draagvlak. Het is aan de provincies om deze afspraken te verwerken in de haar provinciale omgevingsverordeningen. Projecten waarvan de participatietrajecten al in een vergevorderd stadium zijn en niet (helemaal) conform de aangescherpte voorkeursvolgorde zon zijn vormgegeven, kunnen doorgang vinden. Ook voor nieuwe aanvragen, die zijn ingediend voordat de nieuwe provinciale omgevingsverordeningen van kracht zijn, gelden de bestuurlijke afspraken niet. Die gaan pas gelden wanneer de nieuwe provinciale omgevingsverordeningen van toepassing zijn (verwachting is 1 januari 2024). Relatie met voorgenomen ontwikkeling Met voorliggend initiatief wordt de voorkeursvolgorde zon gehanteerd, ondanks dat de vergunning voor voorliggend zonnepark in 2023 is ingediend. Het voorgenomen plan voldoet aan de aanscherping vanuit de kamerbrief van toenmalig minister De Jonge. Zo is voorliggend plan al in een vergevorderd stadium voor wat betreft het participatietraject. Het participatietraject loopt al vanaf het najaar van 2021, waar in oktober de eerste gesprekken met omwonenden hebben plaatsgevonden.
Vanaf januari 2022 zijn de gesprekken met de lokale energiecoöperatie gestart. In maart 2023 heeft Provincie Limburg haar eerste reactie gegeven op de voorgenomen ontwikkeling. Voorliggend plan ligt in trede 4 van de voorkeursvolgorde zon. Provincie Limburg kent een eigen doorvertaling van de voorkeursvolgorde voor zon. In paragraaf 3.3.1. wordt een onderbouwing gegeven van de toepasbaarheid van alle treden. Met voorliggend plan is geen directe nieuwe functie voor het besluitgebied voorzien, na de exploitatieperiode van het zonnepark. Wel blijft een groot deel van de landschappelijk inpassing binnen het besluitgebied behouden en krijgen deze elementen op termijn ook de passende bestemming. In paragraaf 2.4 is nader ingegaan op de landschappelijk inpassing. Gelet op bovenstaande past voorliggend plan binnen de uitgangspunten van de voorkeursvolgorde zon. Het zonnepark is in 2023 aangevraagd, waarbij tevens sprake is van een vergevorderd participatietraject.
3.2.2 Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en in 2016 gewijzigd. In het Barro wordt een aantal projecten van rijksbelang met name genoemd en met digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden onder andere de onderdelen Project Mainportontwikkeling Rotterdam en Grote rivieren Besproken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor onderwerpen zoals toekomstige uitbreiding van infrastructuur en de elektriciteitsvoorziening Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, de voorloper van de NOVI, werd de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is de "Laddersystematiek" gewijzigd. Deze nieuwe regeling is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen. De toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat:
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 32
'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. Het aanleggen van het zonnepark op de huidige agrarische percelen is geen nieuw stedelijke ontwikkeling. Daarnaast kan een zonnepark van dergelijke omvang met een dergelijk opgewerkt vermogen niet binnen bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd, daar de beschikbare gronden te klein zijn en het beschikbaar dakoppervlak te klein is om te voorzien in de volledige behoeft vanuit de RES en het gemeentelijk beleid. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State1 blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonnepark geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer akzwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461). Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing.
In een uitspraak van 23 januari 2019 is dit nog eens bevestigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:178).
3.2.3 Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 is het klimaatakkoord vastgesteld. Het Kabinet heeft met het nationale klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikassen in Nederland met 49% ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. Een van de doelstellingen van het Rijk is om in 2030 maar liefst 70% van de elektrische energie op te wekken met hernieuwbare energiebronnen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het te realiseren zonnepark heeft een totale oppervlakte van circa 20 hectare (inclusief landschappelijke inpassing). Met de zonnepanelen wordt elektriciteit opgewekt uit zonne-energie. De voorgenomen ontwikkeling levert hiermee een bijdrage in de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 70% duurzaam opgewekte energie in 2030 en daarmee de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
3.2.4 Het Rijk investeert in duurzame energie De afgelopen jaren heeft de overheid diverse doelstellingen geformuleerd betreffende het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen worden initiatieven voor het opwekken van duurzame energie gesubsidieerd. Voor de realisatie van zonneparken kan SDE++ subsidie worden aangevraagd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De subsidieregeling vanuit het Rijk laat zien dat het Rijk dergelijke initiatieven voor het opwekken van duurzame energie stimuleert. De voorgenomen ontwikkeling sluit hierbij aan en de initiatiefnemer is voornemens subsidie aan te vragen.
3.2.5 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders benoemd in de NOVI, Barro en Bro en het Klimaatakkoord. Zoals in paragraaf 3.3 nader is toegelicht, zijn landbouwgronden noodzakelijk om de duurzaamheidsdoeleneinde voor 2030 te halen. De rijksbeleidsdocumenten en regelgeving bevatten geen randvoorwaarden of uitgangspunten die het voorgenomen plan rechtstreeks beïnvloeden. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan het behalen van de vastgelegde doelstellingen in de NOVI en het Klimaatakkoord.
1
Zie: ABRvS 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:448, ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016: 465. ABRvS 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:708. ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724 Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 33
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 hebben Gedeputeerde Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het POL 2014. Limburgse principes Op basis van de omgevingsvisie zijn voor de provincie een aantal ‘Limburgse Principes’ opgesteld. Het gehele project van voorliggend zonnepark is aangeduid als ‘buitengebied’. Hierbinnen vindt de realisatie van het zonnepark én de realisatie van nieuwe natuur plaats. Hiermee wordt invulling gegeven aan de beoogde waarden voor dit gebied.
Afbeelding 29. Ligging besluitgebied binnen de 'Limburgse principes'.
De provincie Limburg wil naar eigen vermogen bijdragen aan de Rijksdoelstellingen om te komen tot een duurzame energievoorziening. Gezien de ligging van de provincie en het grondgebruik zijn de mogelijkheden voor het komen tot een duurzame energievoorziening in Limburg beperkt. De provincie stelt geen eigen doelstellingen en plannen op ten aanzien van de energietransitie, maar neemt een ondersteunende rol aan bij nieuwe innovaties en ontwikkelingen. Dit doet zij onder andere bij de verduurzaming van Chemelot en de uitvoering van de Regionale Energiestrategie. De provincie baseert haar handelen bij nieuwe initiatieven op draagvlak en wil haar inwoners daarbij maximaal betrekken. De basis voor de energietransitie ligt voor de provincie Limburg bij de 'trias energetica', wat betekent: 1. energieverbruik verminderen door verspilling in te perken; 2. energieopwekking vanuit duurzame bronnen (niet-fossiel), zoals water, wind en zon; 3. gebruik van zo efficiënt en schoon mogelijke fossiele bronnen bij de energiebehoefte die niet op een duurzame manier ingevuld kan worden. Op het gebied van zonne-energie pleit de provincie Limburg voor zorgvuldigheid bij ruimtelijke inpassing. Voor dergelijke ontwikkelingen is de Limburgse zonneladder van toepassing (niet volg tijdelijk). Deze is te zien in onderstaande afbeelding.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 34
Afbeelding 30. De Limburgse zonneladder (bron: Omgevingsvisie Limburg).
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het besluitgebied voor Zonnepark Kleine Bergerweg is gelegen in ‘trede 4’ van de Limburgse Zonneladder, namelijk ‘Landbouwgrond en Groenblauwe Mantel’. De noodzaak van zon op land is nader onderbouwd in een notitie ‘Onderbouwing Limburgse Zonnelader’ van de gemeente Roerdalen, welke separaat is bijgevoegd bij voorliggende onderbouwing. De zonneladder is niet volgtijdelijk. De essentie van de zonneladder is om bij de duurzame opwek van zonneenergie landbouwgronden en natuurgebieden zoveel mogelijk te ontzien. Inspanningen richten zich primair op zon op dak en op gevels én het benutten van andere mogelijkheden in bebouwd en onbebouwd gebied (meervoudig ruimtegebruik). Dit betekent dat in eerste instantie onderbouwd moet worden waarom het plan niet binnen de treden 1 tot en met 3 gerealiseerd kan worden. Daarnaast geldt voor realisatie van een zonnepark op landbouwgrond (trede 4) het ‘nee-tenzij principe’. Navolgend wordt eerst onderbouwd waarom de invulling van het plan binnen de treden 1 tot en met 3 niet haalbaar is. Vervolgens wordt het 'nee-tenzij principe’ onderbouwd. Uitgangspunten onderbouwing Limburgse Zonneladder Voor de onderbouwing van de Limburgse zonneladder voor het Zonnepark Kleine Bergerweg gelden twee hoofduitgangspunten: 1.
De realisatie van het zonnepark heeft tot doel: het behalen van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen; én een bijdrage leveren aan de doelstelling van het Rijk en de RES. Dit houdt in het grootschalig opwekken van respectievelijk 35 TWh en 1,2 TWh elektriciteit vóór 2030. 2. Voor wat betreft de invulling van de Limburgse Zonneladder wil de gemeente Roerdalen haar klimaatdoelen bereiken door zowel in te zetten op trede 1 (zon op dak) als op trede 4 (zon op landbouwgrond).
Onderbouwing trede 1: ZonPV op daken en gevels Randvoorwaarden bij trede 1 Bij de onderbouwing van trede 1 in relatie tot de te behalen doelen zijn drie randvoorwaarden relevant: a. Ten eerste mogen de daken van woningen veelal niet meegeteld worden voor het 35 TWh/1,2 TWhdoel. Dit volgt uit het Klimaatakkoord. Hier is bepaald dat kleinschalige zon-op-dak installaties, die Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 35
b.
c.
veelal op woningen liggen, tot 7 TWh niet meetellen. Bij het bepalen van de CO2-doelstelling tot 2030 (reductie CO2-uitstoot met 49%) is namelijk al rekening gehouden met een autonome groei van kleinschalig zon-op-dak (vermogen van 15 kWp en minder2) tot ongeveer 7 TWh. Het meetellen van deze installaties leidt tot dubbeltellingen en dat is niet de bedoeling. Gelet op het voorgaande kunnen voor de invulling van trede 1 (zon op dak) dus alleen de grote daken meegerekend worden. Ten tweede moet het 35TWh/1,2 TWh-doel vóór 2030 gerealiseerd zijn. De gemeente wil daarom de regie over haar duurzaamheidsdoelstellingen hebben. Een afhankelijkheidspositie is onwenselijk. Het plaatsen van zonnepanelen op het dak kan echter niet afgedwongen worden. Het plaatsen van zonnepanelen op het dak kan de gemeente alleen stimuleren. De duurzaamheidsdoelstellingen uitsluitend invullen met zon op dak (trede 1) leidt daarmee tot een afhankelijkheidspositie. Dit is niet wenselijk. Ten derde geldt dat een dak geschikt moet zijn voor het plaatsen van zonnepanelen. Feit is dat niet alle daken geschikt dan wel beperkt geschikt zijn om zonnepanelen te plaatsen. Belemmeringen zijn onder andere de constructie van het dak, obstakels zoals schoorstenen en dakramen, schaduwvorming en teruglevercapaciteit.
Onderbouwing trede 1 Te weinig daken voor realisatie duurzaamheidsdoelstellingen Met alleen zon op dak zijn de gestelde duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 niet haalbaar. Dit blijkt uit het volgende. Uit het Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030 volgt dat het elektriciteitsverbruik in Roerdalen in 2020 is bepaald op 255 TJ (71,5 miljoen kWh) per jaar (bron: regionale klimaatmonitor 2021). Dit is ongeveer 14,5% van het totale jaarlijkse energieverbruik in Roerdalen. De verwachting is dat, ondanks besparingen en efficiënter gebruik van stroom, het elektriciteitsverbruik de komende jaren toeneemt tot 330 TJ in 2030. Dit als gevolg van elektrificatie van verwarming, vervoer en industrie. Om inzicht te krijgen hoeveel panden zonpotentie hebben, is voor het jaar 2020 de ‘Analyse zonnepotentie gemeente Roerdalen’ opgesteld (zie bijlage). Hieruit blijkt dat er in Roerdalen sprake is van in totaal 12.960 panden met zonpotentie. In potentie kunnen op deze daken 393.092 panelen geplaatst worden. Zoals uit de randvoorwaarden bij trede 1 blijkt, tellen de daken van de woningen niet mee voor de rijks-/RES opgave. Op basis van de analyse betekent dit dat er zonder de woningen in totaal sprake is van 4.401 panden met grote daken3. In totaal hebben deze panden een zonpotentie voor 202.776 panelen.
Dit betekent dat alleen al voor het invullen van de huidige elektriciteitsvraag (jaar: 2020) binnen de gemeente Roerdalen onvoldoende grote daken met zonpotentie aanwezig zijn. In onderstaande berekening wordt dit nader inzichtelijk gemaakt. Elektriciteitsverbruik 2020 Elektriciteitsverbruik 2020 = 255 TJ Zon op dak potentie 2020 Potentie tekort op daken
: 285.090 panelen (285 Wp) 4 : 202.776 panelen -------------: 82.314 panelen
2
15 kWp komt overeen met circa 50 PV-panelen van 300 Wp en een netto benodigde geschikte dakoppervlakte van 80 - 100 m2, afhankelijk van de oppervlakte van de panelen. De bruto benodigde dakoppervlakte is echter veel groter. 3
In het onderzoek is bij de resterende bebouwing geen onderscheid gemaakt tussen grote en kleine daken. In de praktijk is er dus geen sprake zijn van 4.401 grote daken. Dit zijn er minder. Voor de eenvoud wordt in de berekening echter uitgegaan van 4.401 grote daken. 4 285 Wp * 0,88 rendement * 1000 vollasturen p/j = 250,8 kWh per paneel p/j. 255 TJ = 71,5 miljoen kWh. 71,5 miljoen kWh/250,8 kWh = 285.090 panelen (285 Wp). Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 36
Verwacht elektriciteitsverbruik 2030 Elektriciteitsverbruik 2030 = 330 TJ Zon op dak potentie 2020 Potentie tekort op daken
: 368.820 panelen (285 Wp)5 : 202.776 panelen -------------: 166.044 panelen
Kanttekening bij berekening Bij de berekening moet de volgende kanttekening geplaatst worden. In de berekening wordt uitgegaan van panden met zonpotentie. Zoals onder het kopje ‘Randvoorwaarde bij trede 1’ reeds aangegeven, zijn niet alle panden geschikt of beperkt geschikt om zonnepanelen te plaatsen. In de uitgevoerde ‘Analyse zonnepotentie gemeente Roerdalen’ is uitsluitend onderzocht of een pand zonnepotentie heeft. Niet is onderzocht of bij deze panden sprake is van andere belemmeringen waardoor de zonnepanelen niet geplaatst kunnen worden. Te denken valt aan de dakconstructie, obstakels zoals dakramen en schoorstenen en of er teruglevercapaciteit beschikbaar is. Ten slotte is ook niet onderzocht of de eigenaar van het pand bereid is om zonnepanelen op het dak te plaatsen. Omdat niet alle belemmeringen zijn onderzocht én niet duidelijk is of de eigenaar van de panden panelen willen plaatsen, is de berekening te rooskleurig. Dit betekent dus dat in werkelijkheid het potentie tekort op daken nog groter is. Immers, in de praktijk zullen bijvoorbeeld niet alle dakconstructies voldoen. Ook zullen niet alle eigenaren zonnepanelen willen plaatsen. Zon op dak alleen te stimuleren Het plaatsen van zonnepanelen kan alleen gestimuleerd worden. De gemeente kan dit niet afdwingen.
Bij de invulling van trede 1 is er daarom sprake van een RES-brede aanpak voor het stimuleren van de aanleg van zonnepanelen op daken. Dit plan richt zich naast de particuliere daken ook op daken van bedrijven en commercieel vastgoed. MKB-bedrijven die willen verduurzamen, worden hier vanuit de gemeente in gestimuleerd. De gemeente wil de regie houden op haar duurzaamheidsdoelen. Omdat zon op dak alleen gestimuleerd kan worden, ontstaat er voor de gemeente een afhankelijkheidspositie. Daarom zet ze niet alleen in op trede 1: stimuleren zon op dak, maar ook op trede 4: zon op landbouwgrond. Wat betreft de invulling van trede 4 ontstaat er voor de gemeente ook een afhankelijkheidspositie. De kans bestaat immers dat eigenaren hun landbouwgrond niet willen inzetten voor een zonnepark. Echter, voor het invullen van trede 4 heeft de gemeente een uitvraag aan de markt gedaan. In totaal zijn er 14 zonnepark initiatieven op landbouwgrond ingediend. Dit betekent dus dat er voldoende landbouwgrond beschikbaar wordt gesteld om de duurzaamheidsdoelen van de gemeente te kunnen realiseren. Het voorliggende zonnepark is één van deze 14 initiatieven.
Realisatie zon op dak bij realisatie zonnepark Kleine Bergerweg In de anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en het zonnepark is opgenomen dat 3,1% van het zonnepark zal worden aangelegd als zon-op-dak stimulatie, dit komt neer op z’n 1000 panelen of 2100 m². Onderbouwing trede 2: ZonPV in gebouwd gebied Wat betreft de invulling van trede 2 moet in het oog worden gehouden dat er sprake moet zijn van mogelijkheden waar over beschikt kan worden. Binnen de gemeente Roerdalen is bijvoorbeeld geen sprake van restruimten op bedrijventerreinen of niet courante lege bouwkavels. Daarnaast is er wel sprake van parkeerterreinen. Deze hebben echter een beperkte oppervlakte en liggen verspreid door de gemeente. Voor het invullen van de duurzaamheidsdoelen vóór 2030 is 75 ha aan zonneparken noodzakelijk. Het te behalen doel vraagt dus om locaties met een behoorlijke omvang. Afgezien van het feit dat initiatiefnemer niet over de 5
285 Wp * 0,88 rendement * 1000 vollasturen p/j = 250,8 kWh per paneel p/j. 330 TJ = 92,5 miljoen kWh. 92,5 miljoen kWh/25,8 kWh = 368.820 panelen (285 Wp).
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 37
parkeerplaatsen kan beschikken, zijn ze ook te beperkt van omvang. Om voorgaande redenen vallen de gebieden binnen trede 2 voor het kunnen behalen van de duurzaamheidsdoelen zo goed als af. Onderbouwing trede 3: ZonPV in landelijk gebied Net zoals bij de invulling van trede 2 moet ook bij deze trede in het oog worden gehouden dat er voor de initiatiefnemer mogelijkheden beschikbaar moeten zijn. Voor het behalen van de duurzaamheidsdoelen vallen de gebieden binnen trede 3 zo goed als af. In de gemeente ligt bijvoorbeeld geen waterzuiveringsinstallatie. Verder heeft de initiatiefnemer geen agrarische bouwblokken in eigendom. Ook het inzetten van de bermen langs de A73 en het spoor zijn voor het behalen van de duurzaamheidsdoelen geen optie. De bermen zijn immers eigendom van Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail. Het plaatsen van de zonnepanelen op de voornoemde locaties kan alleen gestimuleerd worden, maar niet afgedwongen. Bekend is verder dat zowel RWS als ProRail onderzoek doen naar het plaatsen van zonnepanelen op hun eigendommen. Op de gronden in de gemeente Roerdalen hebben beide partijen voor alsnog geen plannen om zonnepanelen te plaatsen. De realisatie van zonnepanelen binnen trede 3 is veelal afhankelijk of de eigenaar van de gronden het initiatief wil nemen. Een voorbeeld is het zonnepark op de stortplaats in Montfort.
Op 1 oktober 2020, verzonden 5 oktober 2020, is voor dit park door provincie Limburg een omgevingsvergunning verleend. Het betreft een initiatief van Deponie Zuid B.V. Dit betreft een zonnepark van +/- 15 ha. Zoals aangegeven in het ‘Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030’ telt dit park niet mee voor de gemeentelijke opgave van 75 ha grootschalige opwek van zonne-energie. Conclusie invulling treden 1 tot en met 3 Op basis van het voorgaande is de conclusie dat met het uitsluitend invullen van treden 1 tot en met 3 de omschreven duurzaamheidsdoelen vóór 2030 niet worden gehaald. Met het invullen van treden 1 tot en met 3 worden kleine stappen gezet. Het vergt immers tijd om particulieren/bedrijven te overtuigen om daadwerkelijk duurzaamheidsmaatregelen te treffen. Daarnaast is ook de inzet van alle in potentie geschikte grote daken voor zonne-installaties in de gemeente niet voldoende om de duurzaamheidsdoelstellingen te realiseren. Vanuit realistisch oogpunt moeten in Roerdalen dus ook landbouwgronden ingezet worden voor zonneinstallaties. Onderbouwing trede 4: ZonPV landbouwgrond/Groenblauwe mantel De voorgenomen ontwikkeling betreft ZonPV op landbouwgrond. Dit betekent dat het ‘nee-tenzij principe’ van toepassing is.
Dit principe is verwoord in lid 5 van artikel 2.17.2 ‘Instructieregels zonneparken’ van de Omgevingsverordening Limburg 2014: Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark op landbouwgrond toe tenzij: a. een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; b. voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; c. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit
Ad sub a. Realiseren natuur: Zoals in paragraaf 2.3.2. al is weergegeven biedt voorliggende locatie kansen om aan te sluiten bij aanwezige groenstructuren, waaronder de Goudgroene natuurzone. De invulling van gronden met een zonnepark geeft de gemeente en provincie de kans om in combinatie met de realisatie van het zonnepark ongeveer 12 ha. natuur te ontwikkelen in de vorm van graslanden, patrijzen- en dassenakkers, struweelhagen en een wadi. Na de beëindiging van de exploitatie van het zonnepark (30 jaar) zijn de landeigenaren voornemens om deze gerealiseerde natuur in de randen van het zonnepark inclusief de landschappelijke elementen een natuurbestemming te geven. Er is kortom niet sprake van het tijdelijk realiseren van natuur bij het zonnepark maar juist permanent. De intentie is om deze natuur/landschappelijke elementen na beëindiging van de exploitatie van het zonnepark een permanente status te geven.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 38
Beleid: In het ‘Beleidskader Zonne- en Windenergie Gemeente Roerdalen 2021-2030’ heeft de raad een Uitsluitingsgebied Zon aangewezen. De planlocatie ligt niet binnen dit Uitsluitingsgebied. Op basis van het gemeentelijke beleidskader ligt de locatie dus in potentiegebied. Het besluitgebied ligt verder niet binnen het Natuurnetwerk Limburg, een waterwingebied of binnen een bestaand bos- en natuurgebied gelegen in de groenblauwe mantel. De locatie ligt op grond van het provinciaal beleid dus ook niet binnen uitsluitingsgebieden.
Afbeelding 31. Weergave besluitgebied (rode kader) in relatie tot de uitsluitingsgebieden (bron: Gemeente Roerdalen).
Handreiking Landschap RES: Op de geschiktheidskaart behoren bij de Handreiking Landschap RES Noord- en Midden-Limburg is er sprake van ontwikkeling binnen een Zeer geschikte locatie (Droge heideontginning) en Nauwelijks geschikt (Velden). Volgens de Handreiking Landschap RES geldt voor de als ‘nauwelijks geschikt’ aangemerkte landschapstypen dat de geschiktheid beperkt is omdat de schaal van het initiatief in veel gevallen aanpassingen van landschappelijke structuren vergt. Een belangrijke randvoorwaarde om in die landschapstypen toch een zonnepark te realiseren, is het herkenbaar houden van de karakteristiek van het landschap. Derhalve dient de aanpassing van landschappelijke structuren te worden vergezeld van een onderbouwing waarin is weergegeven op welke wijze de kwaliteiten van het landschap minimaal behouden blijven. Om aan die voorwaarde te voldoen is een onderbouwing opgesteld op welke wijze de kwaliteiten van het landschap wordt behouden en zelfs verstrekt. Voor deze locatie is een landschappelijk inpassingplan (zie separate bijlage) opgesteld, welke onder andere ingaat op de inpassing vanuit de RES-Handreiking.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 39
Afbeelding 32. Kwaliteitskaart Landschap (bron: Landschapskader Noord- en Midden-Limburg.)
Ad sub b. De kernkwaliteiten van het landschap worden omschreven in het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg. Op basis van dit kader ligt het projectgebied grotendeels binnen het gebiedstype ‘Velden’ en deels binnen ‘Droge heide-ontginningen’. In de Handreiking Landschap RES Noord- en Midden-Limburg wordt het gebiedstype ‘Velden’ aangemerkt als nauwelijks geschikt, daartegen wordt het gebiedstype ‘Droge heideontginningen’ aangemerkt als zeer geschikt. In het landschapsplan is een onderbouwing gegeven over de landschapskenmerken die aanwezig zijn en waarmee zoveel mogelijk aangesloten op de ontwerpprincipes uit de Handreiking. Zie hiervoor het separate landschapsplan. Zo is het besluitgebied gelegen in een voor het gebied vrij vlak agrarisch gebied en ingeklemd tussen verschillende opgaande groenstructuren zoals grote bospercelen, robuuste houtsingels en boomkwekerijen met hoge hagen. Wat het besluitgebied geschikt maakt voor een zonnepark met landschappelijk inpassing. Ad sub c. De zonnepanelen worden naar het zuiden gericht om zo veel mogelijk ruimte tussen de rijen panelen te kunnen creëren. De breedte van de tafel bedraagt ca. 3,4 meter en bestaat uit meerdere panelen met een onderlinge tussenruimte van 2 centimeter. Tussen de rijen tafels zal 2 meter open ruimte veel ruimte bieden voor zon en water om biodiversiteit te laten groeien en schapen te kunnen laten grazen.
Uit onderzoek blijkt dat minimaal een afstand van 2 meter tussen de tafel benodigd is om biodiversiteit te stimuleren tussen de rijen, hier wordt aan voldaan. Er zal gebruik worden gemaakt van ‘bifaciale’ panelen, zodat er meer zonlicht door de panelen de bodem kan bereiken. De lichtopbrengst zal door het direct en indirecte licht de vegetatie bevorderen (zie tevens paragraaf 5.2). Voor de biodiversiteit zijn de factoren grondsoort, beheer en voormalig grondgebruik bepalend. De invloed van de grondsoort lijkt minder invloed op de biodiversiteit te hebben in tegenstelling tot het beheer. Voor de omstandigheden onder de tafels met panelen is verschralingsbeheer ideaal wat zal lijden tot een grotere variatie in minder algemene soorten. De eerste jaren een maaibeheer met afvoer van het maaisel leidt tot de beste resultaten, wat wij ook zullen toepassen. De biodiversiteit ligt hoger dan de biodiversiteit van het huidige landbouwgebruik na een aantal jaren. De voedselrijkdom van de huidige landbouwgronden is beperkend voor Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 40
een hoge biodiversiteit. In een zonnepark zijn het gebruik van bemesting en bestrijdingsmiddelen niet nodig waardoor de natuurwaarden verhogen. Verwezen wordt ook naar de als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen ‘Notitie Onderbouwing Limburgse Zonneladder Zonnepark Kleine Bergerweg’ en de ‘Bijlage bij Limburgse Zonneladder’. Conclusie Het beoogde plan is passend binnen de Limburgse Zonnelader.
3.3.2 Omgevingsverordening Limburg In de Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie december 2022) heeft de provincie regels in verband met de belangen uit de Omgevingsvisie vastgelegd. Op 16 december 2022 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 gewijzigd vastgesteld door Provinciale Staten van Limburg. Er wordt ingezet om bepaalde essentiële onderdelen van het beleid juridisch te borgen. In de geconsolideerde Omgevingsverordening Limburg zijn in artikel 2.17 specifieke regels opgenomen voor de realisatie van een grondgebonden zonnepark, zie hieronder:
Artikel 2.17.2 Instructieregels zonneparken 1. Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark toe binnen de Goudgroene natuurzone of binnen een waterwingebied. 2. Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark toe in een bestaand bos- of natuurgebied binnen de Zilvergroene natuurzone of de Bronsgroene landschapszone. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg of de regio Midden-Limburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Noord- en Midden-Limburg. 4. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Zuid-Limburg. 5. Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark op landbouwgrond toe tenzij: a. een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; b. voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; en c. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit. 6.
De toelichting bij een ruimtelijk plan voor een zonnepark bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het derde of het vierde lid en het vijfde lid. 7. Bij het vaststellen van een ruimtelijk plan dat voorziet in een bestemming die een zonnepark toestaat houdt het gemeentebestuur rekening met het betrekken van de omgeving bij de toekenning van de bestemming, het zorgdragen voor maatschappelijk draagvlak voor de toekenning van de bestemming en het maximaal gebruik van de mogelijkheden voor (financiële) participatie bij de exploitatie van het zonnepark. 8. Een ruimtelijk plan dat een zonnepark toelaat bevat een verplichting tot het verwijderen van het zonnepark na beëindiging van de activiteit. 9. Het tweede lid geldt niet voor een zonnepark op de locatie van de stortplaats in Schinnen, als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid. De voorwaarden bedoeld in het vijfde lid, onder a tot en met c, zijn van overeenkomstige toepassing.
Relatie met voorgenomen ontwikkeling Op 3 juni 2021 heeft de raad van de gemeente Roerdalen de Regionale Energie Strategie Noord- en MiddenLimburg 1.0 vastgesteld. In de provinciale omgevingsverordening is vastgelegd dat in het Natuurnetwerk Limburg (NNL) of een natuurgebied binnen de groenblauwe mantel geen zonneparken zijn toegestaan. Op onderstaande afbeelding is te zien dat het besluitgebied (rood omlijnd) geen deel uitmaakt van de het NNL of Groenblauwe mantel. Het besluitgebied grenst in het oosten en zuiden enkel aan het NNL. In de notitie ‘Onderbouwing Limburgse Zonnelader’ is de noodzaak van zon op land onderbouwd. Deze notitie is als een aparte bijlage bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. In het kader van voorliggend zonnepark heeft de Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 41
initiatiefnemer een financieel- en procesparticipatie-traject opgezet. Zie hiervoor paragraaf 6.3.1. In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing wordt hieronder ingegaan op de separate punten uit de instructieregels. 1.
Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark toe binnen de Goudgroene natuurzone of binnen een waterwingebied. Het zonnepark is niet gelegen in een waterwingebied of de Goudgroene Natuurzone. Zie hiervoor paragraaf 3.3.1. en afbeelding 32. 2. Een ruimtelijk plan laat geen zonnepark toe in een bestaand bos- of natuurgebied binnen de Zilvergroene natuurzone of de Bronsgroene landschapszone. Het zonnepark ligt niet in een bestaand bos- of natuurgebied binnen de Zilvergroene natuurzone of de Bronsgroene landschapszone. Zie hiervoor paragraaf 3.3.1. en afbeelding 32. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg of de regio Midden-Limburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Noord- en Midden-Limburg. Voorliggend plan is lijn in met de provinciale omgevingsvisie, zie hiervoor paragraaf 3.3.1. Daarnaast past voorliggend plannen binnen de RES. Het plan valt binnen het bod van de RES van 1,2 MW. Zie verder paragraaf 3.4. 4. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg laat een zonnepark alleen toe als dat in lijn is met de Limburgse principes van de provinciale omgevingsvisie en in afstemming met de regionale energiestrategie Zuid-Limburg. Niet van toepassing. 5.
Een omgevingsplan laat geen zonnepark op landbouwgrond toe tenzij: a. een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden ten aanzien van de locatie; b. voorzien wordt in een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en beheer passend bij de aanwezige kernkwaliteiten van het landschap; en c. de zonnepanelen in een opstelling worden geplaatst die aansluit op een bij het gebied passende bodemkwaliteit. Aan de voorwaarden vanuit lid 5 wordt voldaan. In paragraaf 3.3.1 en het separate landschappelijk inpassingplan wordt weergeven op welke manier een zorgvuldige ruimtelijke afweging heeft plaatsgevonden, hoe de inpassing aansluit op de aanwezige kernkwaliteiten en hoe rekening gehouden wordt met bodemkwaliteit (zie tevens paragraaf 4.5 voor waterdoorlatendheid). 6. De motivering van een ruimtelijk plan voor een zonnepark een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het derde of het vierde lid en het vijfde lid. Hiervoor is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Hierboven is onder lid 5 ingegaan op de motivering. 7.
Bij het vaststellen van een ruimtelijk plan dat voorziet in een functie die een zonnepark toestaat houdt het gemeentebestuur rekening met het betrekken van de omgeving bij de functietoekenning, het zorgdragen voor maatschappelijk draagvlak voor de functietoekenning en het maximaal gebruik van de mogelijkheden voor (financiële) participatie bij de exploitatie van het zonnepark. In het separaat bijgevoegde participatieplan wordt ingegaan op welke manier voorliggend zonnepark er zorg voor draagt dat naast maatschappelijk draagvlak tevens mogelijkheden biedt voor financiële participatie. Zie hiervoor ook paragraaf 6.3.1. 8. Een ruimtelijk plan dat een zonnepark toelaat bevat een verplichting tot het verwijderen van het zonnepark na beëindiging van de activiteit. Het zonnepark kent een exploitatietermijn van 30 jaar. Na het aflopen van de termijn worden de gronden weer in originele staat hersteld, waarbij een deel van de landschappelijke inpassing wordt behouden in het kader van natuurontwikkeling. Voor de ontmanteling van het zonnepark is en separaat amoveringsplan opgesteld, welke bij voorliggende aanvraag is gevoegd. Hier wordt ingegaan op o.a. de recycling van de zonnepanelen. In het kader van het voorliggende plan zijn verder in een anterieure overeenkomst afspraken vastgelegd over de verplichting tot het verwijderen van het zonnepark na beëindiging van de activiteit.
Ten slotte wordt er een voorwaarde aan de omgevingsvergunning gekoppeld dat het zonnepark, na beëindiging van de exploitatie, geamoveerd moet worden. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen 'Notitie amoveringsplan Zonnepark Kleine Bergerweg'.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 42
9.
Het tweede lid geldt niet voor een zonnepark op de locatie van de stortplaats in Schinnen, als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid. De voorwaarden bedoeld in het vijfde lid, onder a tot en met c, zijn van overeenkomstige toepassing. Niet van toepassing.
Afbeelding 33. Uitsnede kaart Beschermingszones Natuur en Landschap. Groene arcering betreft Goudgroene natuurzone/Natuurnetwerk Limburg. (bron: Omgevingsverordening Limburg).
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 43
3.3.3 Beleidskader 2024-2027: Nieuwe Energie en Schoon Leefmilieu Op 12 oktober 2024 hebben de Provinciale Staten van Limburg een vernieuwd beleidskader vastgesteld. Hierin is het provinciaal beleid met betrekking tot nieuwe zonneparkprojecten geactualiseerd. In paragraaf 6.1.4 van dit beleidskader wordt toegelicht hoe de provincie Limburg in de toekomst nieuwe (instructie)regels voor zonneparkprojecten vormgeeft. Dit omvat de volgende richtlijnen, zoals vermeld op pagina’s 44 en 45 (zie provinciaal beleidskader): -
De provincie streeft naar het behalen van de RES-doelen in 2030, met nadruk op meervoudig ruimtegebruik en het inzetten van locaties op treden die eerder zijn opgenomen in de Limburgse zonneladder dan zonneparken. Dit beleid sluit aan bij de motie 'Huizing c.s.', die oproept tot betere benutting van alternatieve locaties en toepassingen voor zon-PV.
-
Voor zonneparken op landbouwgrond (trede 4) zal een "nee, tenzij"-criterium gelden, in lijn met het huidige "nee, tenzij"-principe. Dit betekent dat trede 4 in principe niet wordt gebruikt, tenzij er sprake is van specifieke uitzonderingen: o
Agri-PV: Hierbij wordt een substantiële agrarische functie gecombineerd met een zonnepark.
o
Landbouwgronden in transitie: Dit betreft gronden die volgens bestuurlijk bindende afspraken een toekomstige andere bestemming krijgen, zoals woon-werkbestemming, recreatie, natuur, of gronden die minder geschikt zijn voor landbouw door verzilting, vernatting of bodemdaling. Zon-PV kan financieel bijdragen aan de gebiedsgerichte opgaven voor een maximale periode van 30 jaar, waarna de gronden hun definitieve bestemming krijgen.
o
Netcongestie: Als de aanleg van zonneparken op gronden betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van netcongestie of zorgt voor een efficiënter netwerkgebruik (netneutraal).
-
In lijn met het bestuursconvenant tussen het Rijk, IPO, VNG en de UvW, dat oproept tot terughoudendheid bij het toestaan van zonneparken op landbouwgrond, wordt het "nee, tenzij"criterium toegepast bij het aanpassen van de instructieregels van de Omgevingsverordening. Projecten waarvan de participatietrajecten al ver gevorderd zijn en die niet volledig voldoen aan de aangescherpte voorkeursvolgorde en het "nee, tenzij"-criterium, kunnen volgens het bestuursconvenant toch doorgang vinden.
-
Provinciale Staten hechten groot belang aan maximale participatie van de omgeving bij de ontwikkeling van zonneparkprojecten. Dit geldt zowel voor de participatie in het ontwikkelproces als in het eigenaarschap van het project. Het streven is om bij elk project maximaal eigenaarschap te bereiken, met ten minste 51% eigenaarschap door lokale partijen. Daarnaast wordt beoogd dat de omgeving kan meeprofiteren, bijvoorbeeld in de vorm van een lagere energierekening.
Toepassing “nee-tenzij criterium”
Agrarisch Dubbelgebruik: Hoewel het zonneparkproject aan de Kleine Bergerweg geen substantiële agrarische functie combineert met het zonnepark, worden er wel maatregelen getroffen die bijdragen aan meervoudig ruimtegebruik. Zo is in het landschapsplan (bijlage 2) opgenomen dat de ruimte rondom en onder de zonnepanelen ingezet wordt voor natuurontwikkeling en biodiversiteitsversterking, zoals het aanleggen van kruidenrijk grasland en het creëren van ecologische verbindingen door middel van hagen en boomaanplant (zie paragraaf 2.4, pagina 18).
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 44
Hoewel deze initiatieven niet voldoen aan de specifieke eisen van agrarisch dubbelgebruik, dragen ze wel bij aan de algemene doelstelling van een duurzame en ecologisch verantwoorde inrichting van het gebied. Toekomstige Bestemming na Ontmanteling: Het plan voorziet in het behoud van waardevolle landschappelijke elementen na de ontmanteling van het zonnepark (zie paragraaf 2.3.6, pagina 17). Elementen zoals hagen en bosjes zullen zoveel mogelijk behouden blijven om de natuurlijke functie van het gebied op lange termijn te versterken. Afbeelding 28 op pagina 29 van het ROB biedt een overzicht van de groenzones die in aanmerking komen voor behoud (zie paragraaf 2.4.2). Dit sluit aan bij de beleidsdoelstellingen om landbouwgronden te ondersteunen in hun transitie naar duurzamere bestemmingen, zoals natuur. In de vergunning word opgenomen dat in de eerst volgende planologische mogelijkheid tot functiewijziging een gedeelte van de tijdelijke natuur wordt omgezet naar permanente natuur. Vermindering van Netcongestie: Het zonneparkproject voldoet aan het criterium van bijdragen aan netneutraliteit en vermindering van netcongestie door de geplande integratie van een batterijopslagsysteem.
Dit systeem maakt het mogelijk om opgewekte energie op te slaan en op een geschikt moment aan het net toe te voegen, wat zorgt voor een efficiënter gebruik van het energienetwerk (zie paragraaf 2.3.3, pagina 13). Holland Solar noemt de combinatie van duurzame energieopwekking met een batterijopslagsysteem als een waardevolle manier waarop zonneparken kunnen bijdragen aan het verminderen van netcongestie. Dit wordt bijvoorbeeld bereikt door energie op te slaan tijdens uren met veel zon en opwek, maar weinig vraag, en deze energie vervolgens op een later moment beschikbaar te stellen, wat bijdraagt aan efficiënter netwerkgebruik (https://www.hollandsolar.nl/uploads/files/holland-solar-uitzonderingsgrond-net-efficientie.pdf). Dit sluit aan bij de uitzonderingsmogelijkheden binnen het “nee-tenzij criterium”, zoals het effectief bijdragen aan het verminderen van netcongestie, zelfs als het zonnepark op landbouwgrond is gesitueerd. Vergevorderd Participatietraject Zonnepark Kleine Bergerweg: Het participatietraject voor het zonneparkproject aan de Kleine Bergerweg, ontwikkeld door de Solar Provider Group B.V., bevindt zich in een vergevorderd stadium en is al sinds de start in het najaar van 2021 actief. Het project draagt bij aan de energietransitie in de gemeente Roerdalen, waarbij maximale betrokkenheid van de lokale gemeenschap en andere belanghebbenden wordt nagestreefd.
Hoewel de meeste stappen van het participatietraject zijn doorlopen, wordt het proces gezien als dynamisch en nooit volledig afgerond. Ook in de verdere fases van realisatie en operatie hecht de Solar Provider Group veel waarde aan voortdurende betrokkenheid van de omgeving. Dit sluit aan bij de instructieregels van artikel 2.17.2, zevende lid, van de provinciale Omgevingsverordening Limburg 2014. Omdat het project zich in een vergevorderd participatietraject bevindt, kan het project doorgang vinden conform het bestuursconvenant, zelfs als niet volledig aan het “nee-tenzij criterium” is voldaan. De voortgang van het project is mede mogelijk gemaakt door intensieve interactie met omwonenden, de coöperatie Duurzaam Roerdalen en andere belanghebbenden (zie bijlage 12, communicatie- en participatieverslag). Dit zorgt ervoor dat het project aansluit bij het beleidsdoel van maximale participatie van de omgeving in zowel het proces als het eigenaarschap van het zonnepark. Voortgang van het participatieproces:
-
Het participatieproces begon in oktober 2021 en sindsdien zijn er diverse belangrijke mijlpalen bereikt. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste stappen binnen dit proces: Oktober 2021: De Solar Provider Group B.V. startte het betrekken van de lokale stakeholders door middel van persoonlijke gesprekken, zogenaamde "haal- en brengsessies". Via deze sessies werd informatie
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 45
-
-
-
-
-
-
gedeeld met en feedback gevraagd aan de stakeholders. Gedurende enkele maanden werd via persoonlijke gesprekken, telefoongesprekken en e-mail contact onderhouden met de betrokkenen. Januari 2022: De eerste gesprekken met de energiecoöperatie Duurzaam Roerdalen vonden plaats. Tijdens deze gesprekken werden de eerste stappen gezet voor de mogelijkheid van 50% lokaal eigenaarschap van het zonnepark. April 2022: Er werden intensieve gesprekken gevoerd met diverse stakeholders in aanloop naar het indienen van het principeverzoek in juli 2022. Betrokken partijen waren onder andere: o Gemeente Roerdalen o Omwonenden van de projectlocatie o Landeigenaren o Ecologen en fauna-experts, waaronder dassenexperts o Duurzaam Roerdalen (energiecoöperatie) o Waterschap Limburg o Watermaatschappij Limburg o Werkgroep Behoud Linnerveld 17 oktober 2022: Een geüpdatete versie van het principeverzoek werd ingediend. Dit verzoek bevatte onder andere het participatieplan, landschapsplan, veiligheidsplan, de Quickscan flora en fauna, en het archeologisch onderzoek. 7 december 2022: Solar Provider Group B.V. ontving een positieve beoordeling op haar plannen tijdens de tender. Dit resulteerde in principemedewerking, waarmee de vergunningsprocedure voor het zonnepark verder kon worden voorbereid.
Vanaf januari 2023: Het participatieproces werd voortgezet met omwonenden, de energiecoöperatie en andere belangrijke stakeholders. De gemeente Roerdalen raakte vanaf dit moment concreter betrokken bij het ontwikkelproces van het zonnepark. 2 oktober 2023: De definitieve vergunningsaanvraag werd ingediend, inclusief alle benodigde aanvraag- en vergunningstukken.
Tijdens de voorbereidingsprocedure bleven de gesprekken met alle stakeholders doorgaan. Via verschillende communicatiemiddelen werden alle belanghebbenden geïnformeerd over de voortgang van het project, zoals weergegeven in bijlage 12 en 13. Solar Provider Group blijft ook tijdens de bouw en realisatie van het zonnepark in gesprek met de betrokken stakeholders. In samenwerking met de energiecoöperatie Duurzaam Roerdalen worden alle afspraken over financiële participatie vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Door deze uitgebreide betrokkenheid kan het project doorgang vinden en voldoet het aan het streven naar maximale participatie van de omgeving. Conclusie: Het zonneparkproject aan de Kleine Bergerweg voldoet aan diverse uitgangspunten van het Beleidskader 20242027 Nieuwe Energie en Schoon Leefmilieu. Ondanks dat het project niet volledig binnen het strikte “nee-tenzij criterium” valt, voldoet het wel aan belangrijke beleidsdoelen zoals de bijdrage aan netneutraliteit, de inzet op meervoudig ruimtegebruik en versterking van ecologische waarden, en een vergevorderd participatietraject. Hierdoor vormt het “nee-tenzij criterium” geen belemmering voor de realisatie van het zonneparkproject.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 46
3.3.4 Ontwerp Wijzigingsverordening 2024 Van 29 mei tot en met 9 juli 2024 heeft het ontwerp van de Wijzigingsverordening 2024 Omgevingsverordening Limburg voor zienswijzen ter inzage gelegen. In deze ontwerp Wijzigingsverordening is het beleidskader 20242027: Nieuwe Energie en Schoon Leefmilieu vertaald in instructieregels. Op basis van artikel 13.3 lid 3 bijlage XIII van deze ontwerpverordening wordt het onderhavige zonnepark aangemerkt als een pijplijnproject. De instructieregels van het ontwerp van de Wijzigingsverordening 2024 Omgevingsverordening Limburg zijn daarom niet van toepassing op het onderhavige zonnepark.
3.4 Regionaal beleid 3.4.1 Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg 1.0 In het Klimaatakkoord, gepubliceerd op 28 juni 2019, is afgesproken dat 30 energieregio's in Nederland onderzoeken hoe en waar duurzame energie het best opgewekt kan worden. Dit wordt het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie genoemd. Op basis van het onderzoek wordt per regio een Regionale Energiestrategie (RES) vastgelegd. De RES is een doorvertaling van het Parijs-akkoord en Klimaatakkoord naar een regionaal niveau. Op 3 juni heeft de raad van de gemeente Roerdalen de RES 1.0 vastgesteld In juli 2021 is de 1.0-versie van de Regionale Energie Strategie voor Noord en Midden Limburg ingediend. In het document beschrijft de Regio Noord en Midden Limburg de weg die zij in wil slaan omtrent de energietransitie. De RES Noord- en Midden Limburg is gezamenlijk opgesteld door de 15 gemeenten van Noord- en Midden Limburg, de provincie Limburg, het waterschap Limburg en netbeheerder Enexis. Aangeduid wordt dat de regio in 2030 met grootschalige duurzame zon- en windprojecten 1.200 GWh duurzame energie op wil wekken. De vergunningen moeten hiervoor in 2025 zijn afgegeven. Volgens de regio is de energietransitie daarentegen meer dan een technische oplossing voor ons klimaatvraagstuk en hoort de mens hierin centraal te staan. Ook op ruimtelijke kwaliteit wordt hoog ingezet.
Voor de waarborging van bestaande landschapskwaliteiten legt de Regio Noord en Midden Limburg de voorkeur bij meervoudig ruimtegebruik. Ten voorbeeld: de verhoging van biodiversiteit koppelen aan energieopwekking. Een ander uitgangspunt is het streven naar minstens 50% lokaal eigendom bij grootschalige zon- en windprojecten, samen met lokaal medezeggenschap om het draagvlak voor de energietransitie te vergroten. Bewoners en bedrijven krijgen de kans mee te praten en mee te beslissen over projecten in hun nabije omgeving. Ook de eventuele baten van een project dienen te landen in de lokale omgeving zodat niet alleen de ontwikkelaars profiteren. Verdere kaders voor inpassing van zonneprojecten worden vormgegeven door gemeenten. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Binnen de RES geven de afzonderlijke gemeenten aan wat ze zullen bijdragen aan de RES-opgave van 1,2 TWh. Binnen de RES wordt gemonitord maar hier is geen beslissings- of beoordelingsmechanisme aanwezig die iets inhoudelijk of op macro schaal gaat vinden van deze bijdrage. De RES kan alleen aansporen bij een dreigend onderpresteren. Mocht er meer gerealiseerd worden dan het RES bod dan is dit geen probleem en ook geen onderdeel van discussie.
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 47
Zonnepark Kleine Bergerweg heeft een oppervlakte van 20 hectare, waarvan 6,64 hectare gebruikt wordt voor de opstelling van zonnepanelen. Met de realisatie van voorliggende ontwikkeling levert de gemeente Roerdalen een aandeel in de realisatie van het RES-doel om vóór 2030 1.200 GWh energie grootschalig op te wekken. Bovendien wordt met toepassing van nieuwe landschappelijke elementen ingespeeld op het meervoudig ruimtegebruik op deze locatie. Naast het ecologisch inpassen door middel van verschillende doelsoorten, zoals de das en de patrijs, wordt langs de randen het zonnepark ook ingepast door middel van een gemengde haag, worden verschillende heestergroepen aangeplant ten behoeve van insecten en worden o.a. de bomenrijen langs de weg aangevuld. Zie hiervoor tevens de nadere uiteenzetting in paragraaf 2.4 en het separate landschappelijke inrichtingsplan. Voor de 50% lokaal eigendom heeft de initiatiefnemer een profijtplan opgesteld (zie separate bijlage) om met de lokale energiecoöperatie, Coöperatie Duurzaam Roerdalen, een samenwerking aan te gaan over lokaal eigendom.
3.4.2 Landschapskader Noord- en Midden-Limburg en Handreiking Landschap RES Noord- en Midden-Limburg Met het landschapskader Noord- en Midden-Limburg worden handvatten gegeven voor de verhoging van de verschillende in Limburgse aanwezige kwaliteiten om daarmee de dagelijkse leefomgeving van vele mensen en ook van planten en dieren een kwaliteitsimpuls te geven. Het Landschapskader heeft tot doel op een beknopte wijze inzicht te geven in het hoe en waarom van het huidige landschap en daarmee grip te krijgen op de kansen die datzelfde landschap biedt voor de toekomst. De Handreiking Landschap RES Noord- en Midden-Limburg is een concrete doorvertaling van het landschapskader gericht op energieopwekking. Hiertoe zijn beide beleidskaders samengevoegd, daar beide beleidskaders dezelfde uitgangspunten kennen. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Ondanks dat het voorgenomen plan gelegen is in een gebied dat aangemerkt staat als nauwelijks geschikt (velden), zie ook paragraaf 3.3.1., is een zonnepark op voorliggende locatie wel geschikt. In het separate landschapsplan wordt puntsgewijs ingegaan op het geschiksheidseisen, het beleidskader en een toetsing waaruit blijkt dat voorliggende locatie geschikt is voor een zonnepark.
Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling in het landschapsbeleid van Noord- en Midden-Limburg en de Handreiking Landschap RES Noorden Midden-Limburg, waarmee voorliggend plan voldoet aan de geschikte landschapskenmerken, zoals opgenomen in de handreiking. Zie hiervoor tevens het separate inrichtingsplan.
3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Beleidskader zonne- en windenergie gemeente Roerdalen 2021 – 2030 De gemeente Roerdalen heeft een beleid opgesteld voor het plaatsen van zonneparken in het buitengebied. Het gemeentelijke beleidskader sluit aan op de Omgevingsvisie Roerdalen 2050, het provinciale beleid en de Limburgse Zonneladder. Dit betekent niet dat er voorlopig alleen zon op dak mogelijk is in Roerdalen. Twee van
Zonnepark Kleine Bergerweg | Eelerwoude | 48
de opgaven waar de gemeente Roerdalen voor staat, zijn verminderen van de CO2 uitstoot en inhoud aan de energietransitie geven. De opgave van de gemeente Roerdalen, ook na 2030, is dusdanig groot dat alleen zon op dak niet voldoende is om de gestelde doelen te behalen. Het klimaat verandert en de effecten van klimaatverandering zijn waarneembaar, ook in Roerdalen. Daarom wil de gemeente Roerdalen in 2030 49% en in 2050 95% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990. Hiermee wordt aangesloten bij de doelstelling van het Klimaatakkoord. Enerzijds zal de gemeente blijven stimuleren dat zoveel mogelijk zonnepanelen op daken worden aangelegd en anderzijds ook de realisatie van zonneparken mogelijk maken. De gemeente streeft naar het aanleggen van 75 hectare aan zonneparken, waarbij geldt hoe meer zon op dak, hoe minder zonneparken mogelijk zijn. Het beleidskader geeft aan dat 75 hectare als richtlijn wordt gehanteerd en dat dit kan worden verhoogd indien de energievraag dit vereist. Daarnaast wordt het in drie tranches van 25 hectare vrijgegeven om tussen tranches evaluatie toe te passen. Omdat zonneparken niet overal gewenst zijn heeft de gemeente Roerdalen uitsluitingsgebieden aangewezen in haar grondgebied waar de ontwikkeling van zonneparken in ieder geval uitgesloten is. Onderstaand figuur laat zien dat het besluitgebied geen onderdeel uitmaakt van een uitsluitingsgebied.