Bijlage 2: Toelichting
Tekst van het document
32
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
milieuzonering kunnen dit ook bedrijven zijn t/m milieucategorie 3.2 (bijvoorbeeld een dierenpension). Gezien de ligging van omliggende woningen is het zo goed als alleen mogelijk om bedrijven t/m milieucategorie 2 te vestigen. Gelet op het feit dat deze gronden op korte afstand van omliggende woningen zijn gelegen, is het enkel mogelijk dat zich ter plekke bedrijven vestigen in maximaal milieucategorie 2. Het type bedrijfsactiviteiten dat daarmee ter plekke mag worden uitgeoefend, heeft geen invloed op de nieuw te realiseren woningen. Stationsweg 9 Herkenbosch De locatie Stationsweg 9 te Herkenbosch is op basis van het geldend planologisch-juridisch kader bestemd tot ‘Horeca’ t/m categorie 2). Ter plaatse wordt een restaurant geëxploiteerd. Dit restaurant grenst aan het perceel, kadastraal bekend als gemeente Melick en Herkenbosch – sectie A – nummer 3569. Op basis van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)’ geldt voor restaurants (SBI-2008:561) een minimale richtafstand van 10 meter. Aangezien de omgeving van onderhavig plangebied kan worden gekenmerkt als een gemengd gebied, kan de genoemde richtafstand met één stap worden verlaagd. Dit betekent dat de minimale richtafstand van 10 meter kan worden verlaagd tot 0 meter. Aan deze afstand wordt voldaan.
Europalaan-Centrum 49 Herkenbosch Op de locatie Europalaan-Centrum 49 te Herkenbosch is een elektrozaak in huishoudelijke apparaten aanwezig. De afstand van de grens van de inrichting op deze locatie en het perceel, kadastraal bekend als gemeente Melick en Herkenbosch – sectie A – nummers 3569, bedraagt circa 18 meter. Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt ter plekke van onderhavige locatie de bestemming ‘Detailhandel’ (milieucategorie 1). Op basis van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009)’ geldt voor ‘detailhandel voor zover n.e.g.’ (SBI-2008:47) een minimale richtafstand van 10 meter. Aangezien de omgeving van onderhavig plangebied kan worden gekenmerkt als een gemengd gebied, kan de genoemde richtafstand met één stap worden verlaagd. Dit betekent dat de minimale richtafstand van 10 meter kan worden verlaagd tot 0 meter. Aan deze afstand wordt voldaan. Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
5.5
Luchtkwaliteit
5.5.1
Algemeen Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex.
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
33
M185538.001.001/ASE
artikel 5.16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. 5.5.2
Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. Initiatiefnemers zijn voornemens om op een drietal percelen aan de Stationsweg te Herkenbosch 3 nieuwe grondgebonden seniorenwoningen te realiseren. Met inachtneming van de kleinschalige aard van onderhavige ontwikkeling kan worden geconcludeerd dat onderhavig voornemen geen invloed heeft op het aspect luchtkwaliteit. Het planvoornemen leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. NIBM-tool InfoMil Ook zal het plan niet leiden tot een dusdanig aantal toenemende verkeersbewegingen dat de grenswaarde van de luchtkwaliteit daarmee wordt overschreden.
InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een ‘worst-case’ berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 1.504 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 0% vrachtverkeer.
5.5.3
Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Het Besluit gevoelige bestemmingen is niet op onderhavig planvoornemen van toepassing.
5.5.4
Conclusie luchtkwaliteit Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
34
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
5.6
Externe veiligheid In onderhavig geval is sprake van het realiseren van een zogenaamd kwetsbaar object. Het beleid is derhalve van toepassing en er is een afweging gemaakt of de planontwikkeling ertoe leidt dat er een onaanvaardbaar risico ontstaat in het kader van de externe veiligheid.
5.6.1
Beleid Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico.
5.6.2
Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c. het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf. Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit.
5.6.3
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, (vaar)wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde, binnen welke contour geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht.
5.6.4
Risicovolle bronnen Ten behoeve van de beoordeling van de voor onderhavige kwetsbare objecten mogelijke externe veiligheidsrisico’s, is de Risicokaart Limburg geraadpleegd. Op de risicokaart is informatie opgenomen over transportroutes, buisleidingen, en risicovolle inrichtingen. Akzo Nobel Het perceel 6072 is het dichtst gelegen bij de inrichting van Akzo Nobel, namelijk op circa 70 meter. Uit bestudering van de Risicokaart volgt dat onderhavig plangebied niet is gelegen binnen de
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
35
M185538.001.001/ASE
risicocontouren/invloedsgebieden van Akzo Nobel. Derhalve vormt dit bedrijf geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. LPG-tankstation Daarnaast volgt uit de Risicokaart dat op een afstand van circa 370 meter ten noorden van onderhavig plangebied een LPG-tankstation aanwezig is. De PR 10-6-risicocontour voor het tankstation bedraagt 35 meter. Derhalve vormt deze contour geen belemmering voor het planvoornemen. Transport over wegen Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 390 meter van de N570. Uit de vervoersgegevens van Rijkswaterstaat blijkt dat over de N570 de stofcategorieën LF1 en LF2 worden vervoerd. De toxische vloeistoffen bepalen in dit geval de begrenzing van het invloedsgebied. Uit tabel 4-2 van de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) volgt dat de grens van het invloedsgebied als gevolg van transport van LF1 en LF2 45 meter bedraagt. Hiermee ligt het plangebied buiten het invloedsgebied van de N570. Transportleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. Deze AMvB regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen, zoals aardgas.
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of verlening van een omgevingsvergunning, op grond waarvan de bouw van een kwetsbaar object bij een buisleiding wordt toegelaten: wordt een waarde in acht genomen van 10-6 per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten ofwel binnen de PR-contour is de bouw van een woning/kwetsbaar object niet toegestaan; wordt tevens het groepsrisico in het invloedgebied van de buisleiding verantwoord (invloedsgebied: het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico van de buisleiding tot de grens waarbinnen de letaliteit van die personen 1% is). Het perceel naast de locatie Stationsweg 28 ligt voor een deel binnen het invloedsgebied van de leiding A665 van de Gasunie. Deze leiding heeft een diameter van 48 inch en een maximale werkdruk van 80 bar. Daarnaast ligt betreffend perceel voor een deel binnen het invloedsgebied van de leiding A578 van de Gasunie. Deze leiding heeft een diameter van 42 inch en een maximale werkdruk van 66 bar. Het plaatsgebonden risico voldoet aan de grenswaarde. Aangezien het perceel niet in de 100% letaliteitscontour ligt, is er sprake van een beperkte verantwoordingsplicht waarvoor de Veiligheidsregio Limburg-Noord om advies moet worden gevraagd over de mogelijkheden voor bestrijding van een ramp en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid.
De Veiligheidsregio heeft op 12 maart 2021 een advies uitgebracht omtrent onderhavige planontwikkeling, Dat advies is bijgevoegd als bijlage 6. Gasdrukregel- en meetstation Tot slot volgt uit de Risicokaart dat op een afstand van circa 517 meter ten noorden van onderhavig plangebied een gasdrukregel- en meetstation aanwezig is. De PR 10-6-risicocontour voor het
36
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
gasdrukregel- en meetstation bedraagt 25 meter. Derhalve vormt deze geen belemmering voor het planvoornemen.
5.6.5
Resultaten en conclusies externe veiligheid Als gevolg van onderhavige ontwikkeling ontstaan er geen (extra) risico’s in het kader van externe veiligheid. Daarbij kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid in casu goed te noemen is. Ook is de bereikbaarheid van de locatie bij een eventuele calamiteit goed. Hierdoor is de ontwikkeling in het kader van de externe veiligheid verantwoord te noemen. Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
Uitsnede Risicokaart Limburg met aanduiding plangebied
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
37
M185538.001.001/ASE
38
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
6
Overige ruimtelijke aspecten Naast de diverse milieutechnische aspecten, zoals uiteengezet in hoofdstuk 5, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten archeologie, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, waterhuishouding, natuur- en landschap, flora en fauna en duurzaamheid.
6.1
Archeologie Archeologische waarden zijn bij wet beschermd (Monumentenwet 1988, hoofdstuk vijf ‘Archeologische monumentenzorg’). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun eigen bodemarchief. De gemeente is dus het bevoegde gezag indien het gaat om het toetsen van de archeologische onderzoeken en Programma’s van Eisen. Voorheen werd dit door de provincie gedaan, maar deze beperkt zich momenteel tot zaken die van provinciaal belang zijn. Voor (gemeentelijke) bestemmingsplannen (daaronder tevens begrepen: wijzigingsplannen) betekent dit concreet het volgende: de gemeenteraad dient bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden en monumenten; in een bestemmingsplan kan in het belang van de archeologie een vergunningenstelsel worden opgenomen. De aanvrager van een vergunning, waarbij bodemverstoring plaats vindt, kan langs de weg van het bestemmingsplan de verplichting krijgen tot het laten uitvoeren van een archeologisch (voor)onderzoek. Zo nodig kunnen aan dergelijke vergunningen regels worden verbonden ter bescherming van de archeologische waarden en monumenten. De gemeente Roerdalen beschikt over de ‘Archeologieverordening 2010’. Deze verordening biedt een soort voorbescherming voor archeologische waarden.
In de verordening wordt de mogelijkheid geboden om archeologische monumenten en verwachtingszones aan te wijzen en deze te verbinden aan categorieën regels en voorwaarden. De regels en voorwaarden overeenkomstig de verordening dienen te worden verwerkt in de regels van nieuw op te stellen bestemmings-/wijzigingsplannen. Gelet op de archeologische monumenten- en verwachtingskaart van de gemeente zijn ter plekke van onderhavige percelen diverse archeologische verwachtingswaarden van toepassing. Perceel 3569 Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ gelden ter plekke van onderhavig perceel de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 5’ en ‘Waarde – Archeologie 7’. Op basis van de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Roerdalen geldt ter plekke van onderhavig perceel zowel de ‘hoge verwachting voor droge landschappen’ en ‘lage verwachting voor droge en natte landschappen’. Rekening houdend met de ‘zwaarste’ dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ dient archeologisch onderzoek plaats te vinden indien het plangebied groter is dan 1000 m2 en een bodemingreep dieper dan 40 centimeter plaatsvindt. Op basis van deze uitgangspunten is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek op onderhavig perceel niet vereist.
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
39
M185538.001.001/ASE
Perceel 6091 Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ geldt ter plekke van onderhavig perceel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 7’. Op basis van de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Roerdalen geldt ter plekke van onderhavig perceel de ‘lage verwachting voor droge en natte landschappen’. Rekening houdend met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 7’ dient archeologisch onderzoek plaats te vinden indien het plangebied groter is dan 10.000 m2 en een bodemingreep dieper dan 40 centimeter plaatsvindt. Op basis van deze uitgangspunten is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek op onderhavig perceel niet vereist. Perceel 6072 Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ gelden ter plekke van onderhavig perceel de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 6’ en ‘Waarde – Archeologie 7’. Op basis van de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Roerdalen geldt ter plekke van onderhavig perceel zowel de ‘middelhoge verwachting voor droge landschappen’ en de ‘lage verwachting voor droge en natte landschappen’. Rekening houdend met de ‘zwaarste’ dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ dient archeologisch onderzoek plaats te vinden indien het plangebied groter is dan 2500 m2 en een bodemingreep dieper dan 40 centimeter plaatsvindt.
Op basis van deze uitgangspunten is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek op onderhavig perceel niet vereist. Geconcludeerd wordt dat nader archeologisch onderzoek niet is vereist. Dat neemt niet weg dat de ter plaatse van kracht zijnde dubbelbestemmingen van kracht blijven.
Uitsnede archeologische monumenten- en verwachtingskaart gemeente Roerdalen met aanduiding plangebied
40
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
6.2
Kabels en leidingen Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Indien aanpassingen aan de bestaande aansluitingen moeten worden doorgevoerd, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.
6.3
Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. In dat verband mag de verkeersgeneratie vanwege een ruimtelijke ontwikkeling niet leiden tot verkeersproblemen, alsook dient de extra parkeerbehoefte op eigen terrein te kunnen worden opgevangen.
6.3.1
Verkeersstructuur Initiatiefnemers zijn voornemens om aan de Stationsweg te Herkenbosch 3 grondgebonden seniorenwoningen te realiseren. De percelen waarop de nieuwbouwwoningen worden beoogd zijn op korte afstand van elkaar gelegen in het zuidelijk deel van de Stationsweg. De Stationsweg zelf ligt in het centrum van Herkenbosch en vormt een noordelijke aftakking van de Hoofdstraat respectievelijk de Daelenbroekweg. Het bestaande wegennet is zodanig dat het de verkeersstromen als gevolg van de seniorenwoningen probleemloos kan opvangen.
6.3.2
Parkeren De CROW-publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ voorziet in parkeerkencijfers voor vrijstaande koopwoningen. Onderhavige locatie is gelegen in ‘niet stedelijk gebied’ en ‘schil centrum’. Daarbij zijn minimaal 1,7 en maximaal 2,5 parkeerplaatsen benodigd. Op het buitenterrein en de garage van onderhavige percelen is voldoende ruimte beschikbaar voor het parkeren van minimaal twee auto’s. Geconcludeerd moet worden dat de parkeerbehoefte op eigen terrein kan worden opgevangen waardoor zich parkeerproblemen in de openbare ruimte ten gevolge van onderhavige ontwikkeling niet voordoen.
6.4
Waterhuishouding
6.4.1
Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal waterplan is het (strategische) waterbeleid van het Rijk vastgelegd. De hoofdlijnen van het Nationaal waterplan luiden als volgt (artikel 4.1, lid 2 Waterwet): a. een aanduiding, in het licht van de wettelijke doelstellingen en normen, van de gewenste ontwikkeling, werking en bescherming van de watersystemen, alsmede van de bijbehorende termijnen; b. een uiteenzetting van de maatregelen en voorzieningen, die met het oog op die ontwikkeling,
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
41
M185538.001.001/ASE
werking en bescherming nodig zijn; c. een aanduiding van de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het te voeren beleid; d. een visie op de gewenste ontwikkelingen in verband met de voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste, voor een periode van ten minste veertig jaren mede in verband met de verwachte klimaatveranderingen. Het Nationaal waterplan kent een looptijd van 2016 tot 2021 en vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen. 6.4.2
Provinciaal beleid De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.
6.4.3
Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het Waterschap. Niet alle ruimtelijke plannen behoeven de watertoets te doorlopen. Daartoe heeft het Waterschap een stroomschema, met daarbij behorende notitie ondergrens, opgesteld waaruit het toepassingsbereik van de watertoets blijkt. Ook zijn per gemeente waterkaarten opgesteld waaruit de verschillende waterbelangen op een bepaalde locatie zijn af te lezen. Aan de hand van het ‘meldformulier watertoets’ kunnen (ruimtelijke) plannen vervolgens voor advies worden voorgelegd aan het betreffende Waterschap. Om te bepalen of een plan aan het watertoetsloket moet worden voorgelegd, is de ‘digitale watertoets’ ontwikkeld.
Door middel van het intekenen van het plangebied en het beantwoorden van vragen wordt bepaald welke procedure van toepassing is. Gelet op de waterkaart zijn
42
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
onderhavige percelen niet gelegen in een gebied waar het Waterschap een belang in heeft.
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
43
M185538.001.001/ASE
6.4.4
Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen onderhavig plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige ontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Roerdalen. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig worden afgevoerd, hetzij via aanwezige paden hetzij via goten, naar een te realiseren hemelwatervoorziening op de percelen. Capaciteit hemelwatervoorziening Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 een te realiseren hemelwatervoorziening te worden gedimensioneerd op een extreme bui met een neerslaghoeveelheid van 100 millimeter in 24 uur, met een noodoverlaat.
44
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
Ter plaatse van onderhavig plangebied worden 3 nieuwe grondgebonden seniorenwoningen voorzien. Om het hemelwater per kavel op te vangen, dient op elke kavel een hemelwatervoorziening te worden gecreëerd. Met inachtneming van de grootte van onderhavige percelen, wordt er vanuit gegaan dat per kavel maximaal 200 m2 aan verharding wordt aangebracht. Deze oppervlakte impliceert een hoeveelheid te bufferen en af te voeren hemelwater van circa (200 x 100 =) 20 m³ per kavel. Dit kan in de tuin of onder de oprit (infiltratiekratten) worden gerealiseerd. Uitwerking hemelwatervoorziening In de tuinen van de nieuw op te richten woningen is voldoende ruimte aanwezig om een hemelwatervoorziening te creëren. Ter plaatse kan bijvoorbeeld worden voorzien in infiltratiekratten dan wel een natuurlijke waterbuffer op basis waarvan het hemelwater rechtstreeks kan infiltreren in de bodem. Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening wordt alleen schoon hemelwater opgevangen, waaraan geen verontreinigende stoffen zijn toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkomen door alleen schoon hemelwater te infiltreren in de bodem. Door het gebruik van niet-uitlogende materialen in de bouw wordt verontreiniging van het hemelwater voorkomen.
Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien. Daarnaast kan ten aanzien van wateroverlast voor derden worden gesteld dat – bij het treffen van de juiste maatregelen – hiervan geen sprake zal zijn.
6.4.5
Conclusie Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect waterhuishouding geen onoverkomelijke belemmeringen voor voorliggende ontwikkeling.
6.5
Natuurbescherming
6.5.1
Natura2000 Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura2000 gebieden worden beschermd door de ‘Wet Natuurbescherming’. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft het zuidoostelijk gelegen ‘Roerdal’. Dit Natura-2000 gebied ligt op circa 496 meter kilometer van onderhavig plangebied. Aangezien onderhavig woningbouwproject ziet op het realiseren van 3 grondgebonden seniorenwoningen kan niet worden uitgesloten dat onderhavige ontwikkeling invloed heeft op Natura 2000 gebieden.
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
45
M185538.001.001/ASE
Kaart ‘Natura2000’ van Atlas Limburg met aanduiding plangebied
6.5.2
Mogelijke effecten voor Natura 2000-gebieden Om de mogelijke effecten voor Natura 2000-gebieden te bepalen, is de effectenindicator geraadpleegd. Onderhavige percelen zijn momenteel vrijwel onbebouwd en volledig in gebruik als volkstuin bij bestaande bebouwing. Het voornemen is om ter plekke van onderhavige percelen 3 nieuwe grondgebonden woningen op te richten. Bij het raadplegen van de effectencoördinator moet worden ingevoerd welke postcode ter plaatse van onderhavig plangebied van toepassing is. Ter plekke van perceel 3569 geldt de postcode: ‘6075 CA’. Ter plaatse van de percelen 6091 en 6072 is de postcode ‘6075 CC’ van toepassing.
46
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
Uitsnede effectenindicator van zoogdieren ter plaatse van postcode 6075 CC te Herkenbosch
Uitsnede effectenindicator van vogels ter plaatse van postcode 6075 CA te Herkenbosch
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
47
M185538.001.001/ASE
Uitsnede effectenindicator van zoogdieren ter plaatse van postcode 6075 CA te Herkenbosch
Onderstaand is per storingseffect beschreven of dit effect aan de orde is als gevolg van de activiteiten van de initiatiefnemers in het plangebied: Oppervlakteverlies: Het plangebied ligt buiten het Natura 2000-gebied ‘Roerdal’. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten zijn er geen effecten op dit Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van oppervlakteverlies of versnippering van habitat- of foerageergebied; Verontreiniging: Verontreiniging kan plaatsvinden via bodem, water of lucht. De beoogde ontwikkeling leidt tot een beperkte toename van verkeersbewegingen ter plaatse. In paragraaf 6.5.2 van voorliggende toelichting wordt middels een stikstofberekening aangetoond dat onderhavige ontwikkeling geen invloed heeft op het nabijgelegen Natura2000-gebied ‘Roerdal’. Verstoring door geluid: Ter plaatse van onderhavig plangebied is momenteel de bestemming ‘Wonen’ van kracht. Op onderhavige gronden is echter geen bouwvlak aanwezig waardoor het realiseren van nieuwe woningen niet mogelijk is. Dat neemt niet weg dat in het vigerend planologisch-juridisch kader reeds rekening is gehouden met het feit dat onderhavige gronden gebruikt kunnen worden voor woondoeleinden (tuin). Derhalve leidt onderhavige ontwikkeling niet tot een extra verstoring van geluid omdat ter plaatse reeds woondoeleinden zijn toegestaan.
Verstoring door licht: Gelet op de ligging, het gebruik en de afstand van de percelen tot de Natura 2000 gebieden hebben de activiteiten in en bij de woningen geen verstoring tot gevolg op Natura 2000 gebieden voor wat betreft dit aspect. Optische verstoring: Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Dit leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. Het plangebied bevindt zich op circa 496 meter afstand van het Natura-2000 gebied en op een dergelijke afstand worden dieren zoals de kamsalamander niet verstoord;
48
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
Verstoring door mechanische effecten: Er is geen sprake van mechanische effecten in de vorm van golfslag, luchtwervelingen etc.
Aanvullend kan worden gewezen op het Programma Aanpak Stikstof (hierna: het PAS), hetgeen in het leven is geroepen om enerzijds ruimte te bieden voor economische ontwikkelingen, maar tegelijkertijd ook te voorzien in maatregelen die nodig zijn voor het behoud en herstel van Natura 2000-gebieden. Het PAS is op 1 juli 2015 in werking getreden. Recent heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Als een project significant negatieve effecten kan veroorzaken op stikstofgevoelige habitattypen en soorten in een Natura 2000-gebied als gevolg van stikstof of andere effecten is een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming vereist. Initiatiefnemers hebben de wens om aan de Stationsweg te Herkenbosch 3 grondgebonden seniorenwoningen op te richten. Gedurende de bouwfase van de nieuwe woningen zullen machines met verbrandingsmotoren worden ingezet, zoals graafmachines of hijskranen. Daarnaast neemt het aantal verkeersbewegingen gedurende de gebruiksfase van de nieuwe woningen toe.
Omdat stikstofemissie mogelijk een effect kan veroorzaken op Natura 2000-gebieden, dient een toets te worden uitgevoerd of de bouwfase en de gebruiksfase mogelijk vergunningplichtig zijn in het kader van de Wet Natuurbescherming. Derhalve is door Aelmans ROM B.V. op 21 december 2020 een stikstofonderzoek uitgevoerd (Stikstofberekening; documentnummer M185538.001.001.001). De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 5. Op basis van de Aerius-berekening kan worden geconcludeerd dat zowel voor de bouwfase als de gebruiksfase negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het aspect stikstof geen belemmeringen oplevert voor onderhavig voornemen. Daarnaast ligt onderhavig plangebied buiten de begrenzing van het Nationaal Natuur Netwerk. Dat betekent dat de hierbij horende wet- en regelgeving niet van toepassing is.
6.6
Flora en fauna Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
49
M185538.001.001/ASE
Natuurgegevens provincie Limburg met aanduiding plangebied
Initiatiefnemers zijn voornemens om aan de Stationsweg te Herkenbosch 3 grondgebonden seniorenwoningen te realiseren. Met inachtneming van deze ontwikkeling zijn de in kaart gebrachte natuurgegevens van de Provincie Limburg geraadpleegd. Ter plekke van onderhavig plangebied zelf zijn blijkens deze gegevens geen beschermde soorten fauna waargenomen. Wel zijn in en rondom onderhavige percelen een aantal bomen respectievelijk struiken aanwezig. Bij de situering van de nieuwe woningen zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de ter plaatse aanwezige flora. De natuurgegevens van de Provincie Limburg spitsen zich toe op vogels en flora. Aanvullend is de website www.waarneming.nl geraadpleegd waarin nader wordt ingegaan op mogelijk ter plaatse aanwezige diersoorten. In onderstaande figuur is een uitsnede opgenomen van de diersoorten die in de kern Roerdalen zijn waargenomen.
50
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
Uitsnede website www.waarneming.nl met aanduiding kern Roerdalen
In onderstaande figuur wordt nader ingegaan op de ter plaatse van onderhavig plangebied mogelijk aanwezige diersoorten.
Uitsnede website www.waarneming.nl met aanduiding plangebied (rood)
Ter plaatse van onderhavig plangebied zelf zijn geen diersoorten waargenomen. Wel is in de directe nabijheid van het kadastrale perceel 6091, bij een bestaande woning, een Zwarte Roodstaart aangetroffen. Derhalve wordt geconcludeerd dat onderhavig voornemen geen invloed heeft op de ter plaatse aanwezige flora en fauna.
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
51
M185538.001.001/ASE
Tot slot kan worden gewezen op het feit dat in paragraaf 6.5.2 met behulp van de effectenindicator en het uitgevoerd stikstofonderzoek wordt geconcludeerd dat onderhavige ontwikkeling geen effect heeft op het Natura 2000-gebied ‘Roerdal’. Geconcludeerd kan worden dat met betrekking tot het aspect flora- en fauna geen belemmeringen aanwezig zijn ten behoeve van onderhavige ontwikkeling.
6.7
Duurzaamheid Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. De woningen worden gebouwd met duurzaam materiaal, waarbij aandacht wordt besteed aan de recyclebaarheid van de bouwmaterialen. Daarnaast worden de woningen gasloos uitgevoerd, goed geïsoleerd en wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit. Met betrekking tot de bouwkundige aspecten van onderhavig woningbouwplan kan worden gewezen op het feit dat deze verder zullen worden uitgewerkt in de aanvraag van de omgevingsvergunning activiteit bouwen.
52
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
7
Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
7.1
Grondexploitatie
7.1.1
Algemeen Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.4 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden.
7.1.2
Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan.
Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel. De gemeente Roerdalen sluit een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers van het
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
53
M185538.001.001/ASE
planvoornemen. Hiermee is het kostenverhaal anderszins geregeld.
7.2
Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een ontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een ontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Roerdalen sluit een planschadeverhaalsovereenkomst met initiatiefnemers. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Roerdalen.
54
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
8
Planstukken Het bestemmingsplan ‘Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch’ van de gemeente Roerdalen bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding schaal 1:500.
8.1
Algemeen Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, worden met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket ‘RO Standaarden 2008’ ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende ‘Regeling standaarden ruimtelijke ordening’. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte ‘analoge verbeelding’ voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.
Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte ‘digitale verbeelding’ voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
8.2
Opbouw bestemmingsplan Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
55
M185538.001.001/ASE
8.2.1
Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.
8.2.2
Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: -
-
-
-
Hoofdstuk 1: Inleidende regels o Begrippen o Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels o Bestemmingen o Voorlopige bestemmingen o Uit te werken bestemmingen o Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels o Anti-dubbeltelregel o Algemene bouwregels o Algemene gebruiksregels o Algemene aanduidingsregels o Algemene afwijkingssregels o Algemene wijzigingsregels o Verwezelijking in de naaste toekomst o Algemene procedureregels o Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels o Overgangsrecht o Slotregel
De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: - Bestemmingsomschrijving - Bouwregels - Nadere eisen - Afwijken van de bouwregels - Specifieke gebruiksregels - Afwijken van de gebruiksregels - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden - Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk - Wijzigingsbevoegdheid
56
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. De inhoud van de regels is gebaseerd op het ‘Handboek Bestemmingsplannen’ van de gemeente Roerdalen, in combinatie met de regels behorende bij het bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ (het ‘moederplan’). Vanwege de specifieke situatie van voorliggende planontwikkeling is een aantal regels afwijkend c.q. aanvullend op de door de gemeente gehanteerde standaarden. 8.2.3
Verbeelding De ‘vroegere’ plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als ‘verbeelding’. Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1:500. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
57
M185538.001.001/ASE
58
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
9
Vooroverleg, inspraak en formele procedure
9.1
Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
9.2
Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Voorliggende planontwikkeling is door de gemeente in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd voor advies aan de betreffende instanties. De vervolgens ingekomen reactie c.q. advies is opgenomen onder bijlage 6.
9.3
Inspraak Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Roerdalen heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplanprocedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zullen leggen.
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
59
M185538.001.001/ASE
9.4
Formele procedure
9.4.1
Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.
3. 4. 5.
6. 7.
9.4.2
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 24 september 2021 gedurende zes weken voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingekomen.
60
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M185538.001.001/ASE
10
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Brief gemeente Roerdalen d.d. 4 september 2018 (kenmerk: Z18-003186); Brief gemeente Roerdalen d.d. 23 juni 2020 (kenmerk: Z20-014293); Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting d.d. 16 juni 2021 (Aelmans ROM, rapportnummer: M185538.001.003.001/GGO); Berekening geluidsbelasting vanwege industrieterrein AkzoNobel (Servicecentrum MER, rapportnummer: Z/059230); Stikstofberekening d.d. 21-12-2020 (Aelmans ROM, rapportnummer M185538.001.001.001); Ingekomen advies vooroverleg (reactie Veiligheidsregio).
Woningbouwplan Stationsweg te Herkenbosch Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
61