CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Toelichting

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Boomstraat 18A-D Posterholt15.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor woningen gelden in de Regeling NIBM de volgende getalsmatige grenzen:

Tabel: Getalsmatige grenzen NIBM

Boomstraat 18a-d Posterholt

29

Achtergrondwaarden Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood en koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10) van belang. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof zijn in de navolgende tabel weergegeven.

De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet en op plaatsen die niet toegankelijk zijn voor publiek en waar geen vaste bewoning is, zoals akkerland en de rijbaan en ontoegankelijke middenbermen van wegen. Onderzoek In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bepaald te worden of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de twee appartementen en kamerverhuur. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) lag de concentratie PM2,5 in 2023 ter plaatse tussen de 6 en 8 µg/m³, de concentratie PM10 bedraagt minder dan 14 µg/m³ en de concentratie NO2 minder dan 10 µg/m³. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie. Conclusie Gezien de bestaande concentraties is er geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm lid 1 onder a. Daarnaast draagt het project niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Daarmee voldoet het plangebied aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm, lid 1 onder c.

Kortom, de voorgenomen ontwikkeling is passend in het kader van de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer en aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. 4.1.4

Externe veiligheid

Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Beleid Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Verder is op 1 april 2015 het Basisnet in werking getreden.

Boomstraat 18a-d Posterholt

30

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). In het Bevi en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Er is sprake van een groepsrisico zodra het plan in het invloedsgebied ligt van een risicovolle activiteit.

Het betrokken bestuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren die bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen, zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen, hoofdwaterwegen en hoofdspoorwegen. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants. Onderzoek Inrichtingen In de omgeving rond het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De meest dichtbij gelegen inrichting betreft een bedrijf met propaantanks van de RUD Limburg-Noord en Romers. Deze inrichting ligt op ruim 900 meter ten oosten van de locatie.

Het grootste risicocontour brandaandachtsgebied omvat circa 57 meter. Het grootste risicocontour explosieaandachtsgebied omvat circa 160 meter. Deze afstanden reiken niet tot het plangebied. Gezien de grote tussenliggende afstand ligt de locatie niet binnen het invloedsgebieden van deze inrichtingen. Voor het overige zijn er in de omgeving geen risicovolle inrichtingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor dit plan. Risicovol transport over wegen Rondom het plangebied zijn geen wegen gelegen waarover risicovol transport plaatsvindt. Op circa 450 meter ten zuiden van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de N274. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze weg bedraagt 0 meter en het groepsrisico is kleiner dan 0,1 maal de oriën-

Boomstraat 18a-d Posterholt

31

tatiewaarde. De ligging ten opzichte van deze weg levert daarom geen belemmeringen op. Gezien de beperkte mate waarin vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over de N274, in combinatie met de grote tussenliggende afstand, ligt het plangebied ook niet binnen het invloedsgebied van deze weg. De A73, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, bevindt zich op circa 7,2 kilometer afstand van het plangebied. Deze afstand is zodanig dat het plangebied zich niet binnen invloedsgebieden van gevaarlijke stoffen bevindt. Risicovol transport over spoor- en vaarwegen In de wijde omgeving rond het plangebied zijn geen spoor- of vaarwegen gelegen waarover risicovol transport plaatsvindt. Vanuit dit kader zijn er dan ook geen belemmeringen. Risicovol transport door buisleidingen Op circa 2,4 kilometer ten noordwesten van het plangebied vindt transport van aardgas door twee buisleidingen plaats. Deze leidingen maken deel uit van de transportroute A-520 en hebben een 1% letaliteitsgrens van 310 meter. Het plangebied ligt hierdoor buiten het invloedsgebied van de aardgasleidingen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.1.5

Milieuzonering

Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan goede ruimtelijke ordening gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In deze publicatie worden de richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. In de navolgende tabel zijn de richtafstanden van milieucategorie 1 tot en met 4.2 weergegeven, zoals deze gelden voor een rustige woonwijk en voor een gemengd gebied. Milieucategorie

Richtafstand tot gevoelige functies in

Richtafstand tot gevoelige

een rustige woonwijk

functies in gemengd gebied

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

4.1

200 meter

100 meter

4.2

300 meter

200 meter

Boomstraat 18a-d Posterholt

32

Toetsing In de nabije omgeving zijn enkele bedrijven gelegen, maar verder is overwegend sprake van een ‘rustige woonwijk’. Bestemming

Maximale

Richtafstand4

Afstand tot woningen5

milieucategorie Kantoor binnen plangebied

1

10 meter

0 meter

Detaihandel (inclusief beperkte reparatie) binnen

1

10 meter

0 meter

Boomstraat 31a / 33: timmerbedrijf

3.2

100 meter

Circa 220 meter

Hoofdstraat 180: Tandartsenpraktijk

1

10 meter

Circa 165 meter

Heinsbergerweg 1: Horeca (café / restaurant)

1

10 meter

Circa 220 meter

Heinsbergerweg 1a; Detailhandel

1

10 meter

Circa 220 meter

Hoofdstraat 174: Horeca (café)

1

10 meter

Circa 220 meter

plangebied

Uit het voorgaande overzicht volgt dat omliggende bedrijven ver buiten de richtafstand zijn gelegen met uitzondering van de bedrijven op de eigen locatie. De locatie an sich kan worden beschouwd als een locatie met functiemenging, vergelijkbaar met een centrumgebied. De bedrijfsactiviteiten en woningen bestaan reeds jaren naast elkaar. Dit bestemmingsplan voorziet in de formalisering van de woningen en daarnaast worden de bedrijfsactiviteiten ingeperkt middels het vervangen van de bedrijfsbestemming tot milieucategorie 2 door een specifieke functieaanduiding ‘detailhandel’ en ‘dienstverlening’. Daarnaast is voor deze bedrijfsactiviteiten een uitsterfconstructie opgenomen. Op de planlocatie kunnen de functies detailhandel en dienstverlening goed gecombineerd worden met wonen. In het kernenplan is binnen de bestemming detailhandel ook wonen rechtstreeks toegestaan. Dit geldt ook voor de bestemming dienstverlening. Daarnaast geldt dat de detailhandel ter plaatse een nichemarkt betreft, namelijk een meubelzaak voor Chesterfield meubels. Dit trekt alleen publiek aan dat interesse heeft in dit type meubels. Gemiddeld ontvangt het meubelbedrijf wekelijks tussen de 4 en 10 klanten. De verkeersbewegingen en de bedrijfsactiviteiten zijn dus beperkt. Dit geldt ook voor de dienstverlening. Deze is uitsluitend bedoeld voor schuldhulpverlening.

Het bureau schuldhulpverlening ontvangt wekelijks tussen de 2 en 4 klanten. Voor beide functies hoeven verder dus niet de maximale planologische mogelijkheden beoordeeld te worden. Beide functies zijn op de verbeelding met een aanduiding weergegeven waardoor zij in locatie en omvang beperkt worden. De werkplaats bij de meubelhandel wordt aangemerkt als een ondergeschikte nevenactiviteit bij de meubelhandel. Op de verbeelding is de werkplaats aangeduid, waardoor de locatie en omvang begrensd is. De werkplaats omvat circa 100 m 2. De eigenaar van deze meubelhandel heeft aangegeven geen gebruik te maken van een zaag. Dit levert normaal gesproken de geluidsoverlast binnen het bedrijf op. Verder is er sprake van een eenmansbedrijf. Er zijn dus geen verkeersbewegingen vanwege personeel. De werkplaats zal daarom een gering effect hebben op de naastliggende woningen. Gelet hierop is het woon- en leefklimaat van de te formaliseren woningen afdoende geborgd. Daarnaast wijzigt het woon- en leefklimaat van de naburige woningen in positieve zin, omdat de bedrijfsactiviteiten beperkt worden en de bestaande bedrijfsbestemming omgezet wordt naar een woonbestemming.

4 5

Gebaseerd op basis van de ligging binnen een ‘rustige woonwijk’ Afstand is gemeten tussen de grens van het bestemmingsvlak en de dichtstbijzijnde gevel van een woning.

Boomstraat 18a-d Posterholt

33

4.1.6

Milieueffectrapportage

Vanaf 16 mei 2017 is de Implementatiewet ‘herziening m.e.r.-richtlijn’ in werking getreden. Daarin is een nieuwe procedure voor de m.e.r.-beoordeling opgenomen. De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen. Deze drempelwaarde bedraagt een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Blijkens jurisprudentie6 dient niet iedere mogelijk gemaakte wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt als een wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom I, van categorie 11.2, van onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en artikel 2, onderdeel A, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Dat hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging of uitbreiding van de stedelijke ontwikkeling een rol.

In het voorliggende geval is sprake van een geringe ontwikkeling, namelijk de realisatie van een appartement op de benedenverdieping, het herbestemmen van de bedrijfswoning naar een reguliere woning en de kamerverhuur, die de grenswaarden niet overschrijdt. Gezien de omvang van het project, mede afgezet tegen de oppervlakten en woningaantallen die worden genoemd in de bijlage bij het Besluit m.e.r., is sprake van een kleinschalig project. Daarnaast is er geen sprake is van significante milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling en is ook geen sprake van een ligging binnen of in de nabijheid van een kwetsbaar gebied. Op basis van het bovenstaande dient de voorliggende ontwikkeling niet aangemerkt te worden als (de uitbreiding van) een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er hoeft dan ook geen milieueffectrapport te worden opgesteld en er hoeft ook geen m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

4.2.1

Archeologie

Sinds de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) per 1 september 2007 is de gemeente verantwoordelijk voor het archeologiebeleid en heeft de provincie zich hiervan teruggetrokken. In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect archeologie in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: de archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard; er dient vroeg in het proces van de ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect archeologie.

6

O.a. ABRS 22 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1668) en Rechtbank Amsterdam 6 februari 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:648).

Boomstraat 18a-d Posterholt

34

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Een aantal onderdelen van de Monumentenwet 1988 gaat over naar de Omgevingswet. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze onderdelen van kracht binnen het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Voor archeologie gaat het onder meer om: 

het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen;

de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning ter bescherming van archeologie;

de mogelijkheid van de Minister van OCW om bij (dreigende) schade aan archeologische monumenten na een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te leggen;

de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de Minister van OCW om toegang tot een terrein af te dwingen om archeologisch onderzoek te kunnen doen.

Toetsing Vigerend bestemmingsplan 1e herziening Kernen Roerdalen Binnen het bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ geldt voor een gedeelte van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ welke de volgende ondergrenzen hanteert: dieper dan 0,4 m onder maaiveld, tot een oppervlakte van maximaal 250 m 2. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ welke de volgende ondergrenzen hanteert: dieper dan 0,4 m onder maaiveld, tot een oppervlakte van maximaal 1.000 m 2. Archeologische beleidskaart Binnen het plangebied ligt op basis van de Archeologische beleidskaart van de gemeente Roerdalen de aanduiding ‘terrein van hoge archeologische waarde, historische kernen’ en de aanduiding ‘hoge verwachting voor droge landschappen’. Binnen de gronden met de aanduiding ‘terrein van hoge archeologische waarde, historische kernen’ worden de volgende grenzen met betrekking tot archeologisch onderzoek gehanteerd: wanneer de ontwikkeling dieper gaat dan 0,4 m onder het maaiveld en het oppervlak meer dan 250 m 2 bedraagt dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

Binnen de gronden met de aanduiding ‘hoge verwachting voor droge landschappen’ worden de volgende grenzen met betrekking tot archeologisch onderzoek gehanteerd: wanneer de ontwikkeling dieper gaat dan 0,4 m onder het maaiveld en het oppervlak meer dan 1.000 m 2 bedraagt dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Conclusie Gezien er geen bouw- of sloopwerkzaamheden worden voorzien zullen bovenstaande grenzen voor beide dubbelbestemmingen en aanduidingen binnen de archeologische beleidskaart niet worden overschreden. De dubbelbestemmingen zullen wel opgenomen worden in de herbestemming van het gebied. Het initiatief voldoet daardoor aan het aspect archeologie. 4.2.2

Cultuurhistorie

Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg zijn binnen het plangebied en de directe omgeving geen gebouwde cultuurhistorisch waardevolle elementen aangeduid. Binnen het plangebied loopt wel een ‘andere weg ouder dan 1806’. Daarnaast bevindt het plangebied zich binnen de aanduiding ‘Gebied met sedert 1830 weinig veranderd verkavelingspatroon’. De appartementen en kamers zijn binnen het huidige gebouw gerealiseerd waardoor het initiatief de cultuurhistorisch waardevolle wegen en het

Boomstraat 18a-d Posterholt

35

verkavelingspatroon niet heeft aangetast. Daarnaast zal in de toekomstige ontwikkeling rekening worden gehouden met het huidige verkavelingspatroon. Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.

Figuur 4.2.2: Ligging plangebied (globaal aangeduid met de rode cursor) binnen Atlas Limburg

4.3

Leidingen en infrastructuur

Er zijn blijkens het geldende bestemmingsplan en Atlas Leefomgeving in het plangebied geen leidingen gelegen die een zodanige bescherming behoeven dat zij voorzien zijn van een beschermingszone. Conclusie Leidingen en infrastructuur vormen geen belemmering voor het initiatief.

4.4

Ecologie

Beleid De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Boomstraat 18a-d Posterholt

36

Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. De provinciale groenstructuur is vastgelegd in de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.10 Wnb).

Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Stappenplan soortenbescherming Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

Houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Roerdal', bevindt zich op circa 400 meter ten westen (dichtstbijzijnde punt) van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn

Boomstraat 18a-d Posterholt

37

externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Aangezien het planvoornemen voorziet in de legalisatie van 2 appartementen en 6 kamers kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening benodigd. Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUS-berekening7 van de gebruiksfase uitgevoerd. De berekening inclusief een aanvullende toelichting is opgenomen in de bijlagen. Uit de uitgevoerde berekening blijkt dat bij de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor het planvoornemen geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het planvoornemen geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. Nu er verder geen bouwwerkzaamheden plaatsvinden, is geen berekening uitgevoerd met betrekking tot de aanlegfase.

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het plangebied is niet gelegen binnen de goudgroene natuurzone, de zilvergroene natuurzone of de bronsgroene landschapszone. Het dichtstbijzijnde onderdeel van de goudgroene natuurzone ligt ongeveer 330 meter ten westen van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Onderzoek in het kader van het goudgroene natuurzone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Soortbescherming Gezien het planvoornemen niet voorziet in bouw- of sloopwerkzaamheden en de appartementen en kamers reeds zijn gerealiseerd wordt nader onderzoek naar de soortbescherming niet noodzakelijk geacht. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.5

Verkeer en parkeren

4.5.1

Verkeer

Het plangebied wordt ontsloten op de Boomstraat. De Boomstraat is verder weer (via de Annendaalse Dijk) ontsloten op de Brunsummerweg (N274). De Boomstraat betreft een 30 km/uur weg, de Annendaalse Dijk betreft een 60 km/uur weg en de en de N274 betreft een 80 km/uur weg. Als gevolg van de realisatie van de appartementen en de kamers zal er sprake zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen. De verwachte verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is berekend op basis van de CROWpublicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren" voor een ‘niet stedelijke gemeente’ in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Hierbij is uitgegaan van twee appartementen (huur, appartement, midden/goedkoop) en zes kamers (kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)). In totaal worden voor de woningen maximaal circa

7

BRO. AERIUS-berekening 2 appartementen en 6 kamers Boomstraat 18a te Posterholt. Projectnr. P06273, d.d. 5 september 2023.

Boomstraat 18a-d Posterholt

38

23 (2 x 4,5 = 9 + 6 x 2,4 = 14,4) verkeersbewegingen per etmaal gegenereerd op een gemiddelde weekdag met de voorgenomen ontwikkeling. Wat betreft profiel en capaciteit zijn de omliggende wegen berekend op een toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de realisatie van de appartementen en kamers. Het plangebied is verder ook goed ontsloten voor langzaam verkeer en is via de noordzijde goed ontsloten met het centrum van Posterholt. 4.5.2

Parkeren

De gemeente Roerdalen hanteert geen eigen parkeerbeleid. Derhalve zijn parkeernormen berekend op basis van de CROW-publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren", in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’ in een niet stedelijke gemeente. Hierbij is uitgegaan van twee appartementen (huur, appartement, midden/goedkoop) en zes kamers (kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)). Op basis van de CROW-norm zijn in totaal 8 parkeerplaatsen benodigd (1,8 per appartement en 0,8 per kamer). Aan de linker voorzijde van het plangebied zijn genoeg parkeerplaatsen gerealiseerd om de parkeerbehoefte op het eigen terrein op te vangen. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het initiatief.

4.6

Waterhuishouding

Beleid Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Nationaal: 

Nationaal Waterplan;

Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21);

Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW);

Waterwet.

Provinciaal: 

Provinciaal Waterprogramma Limburg 2022-2027.

Beleid Waterschap Het Waterbeheerplan 2022-2027 is op 8 december 2021 vastgesteld door de Algemene besturen van Waterschap Limburg. Het plan heeft een looptijd van 2022 tot en met 2027. Met dit Waterbeheerplan zet Water-

Boomstraat 18a-d Posterholt

39

schap Limburg de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg; hoe men invulling wil geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In dit plan is vastgelegd hoe het waterschap het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast, herstellen van beken en het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Brochure 'Regenwater schoon naar beek en bodem' In deze brochure van de Limburgse waterbeheerders worden de richtlijnen en de voorkeursvolgorde voor het afkoppelen van regenwater van het riool beschreven bij (vervangende) nieuwbouw. De voorkeursvolgorde gaat voor het afkoppelen uit van de trits vasthouden, bergen, afvoeren. Voor het grondoppervlak, dakoppervlak, en voor hergebruik worden richtlijnen gegeven voor het afkoppelen. Keur Waterschap Limburg Waterschap Limburg streeft ernaar op bij nieuwbouw en herstructurering regenwater volledig af te koppelen en binnen het plangebied te verwerken. Ten aanzien van onderhavig plan is de Keur van Waterschap Limburg (in werking getreden op 1 april 2019) van toepassing.

Kenmerken van het watersysteem Grondwater en waterkwaliteit Het plangebied ligt binnen de Boringsvrije zone Roerdalslenk II, waarbij het verboden is in de boringsvrije zone Roerdalslenk beneden de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei (op 30 meter diepte) zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken of water te infiltreren. De onderhavige ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van grondwater of infiltreren dieper dan 30 meter. Oppervlaktewater In het plangebied is geen primair oppervlaktewater aanwezig. Conform de Leggerkaart van Waterschap Limburg betreft het dichtstbij gelegen primair oppervlaktewater de Vlootbeek (circa 400 meter) ten zuidwesten van het plangebied. Daarnaast bevindt de Onderste Leigraaf zich op circa 125 meter van het plangebied en de Puthoflossing op circa 270 meter. Middels onderhavige ontwikkeling wordt geen invloed uitgeoefend op deze waterlopen. Afvalwater en hemelwater Het afvalwater dat afkomstig is van de huidige bebouwing wordt geloosd op het bestaande rioolstelsel. Wat betreft hemelwater streeft het Waterschap Limburg (middels de Keur) ernaar om bij nieuwbouw en herstructurering regenwater volledig af te koppelen en zoveel mogelijk binnen het plangebied te verwerken.

De ontwikkeling betreft een herbestemming van de huidige bedrijfsbestemming naar een woonbestemming waarbij het hemelwater via het bestaande rioolsysteem wordt afgevoerd. Daarnaast zijn de appartementen en kamers gerealiseerd binnen het bestaande bedrijfspand waarbij er geen nieuwe verhardingen zijn aangebracht. Het eerste lid van artikel 6.1 van de Keur regelt dat werken die vóór inwerkingtreding van de nieuwe Keur (2019) conform een algemene regel of met vergunning zijn aangebracht of als zodanig worden beschouwd rechtsgeldig te zijn aangebracht, ook onder de nieuwe Keur worden toegestaan. Gezien de appartementen

Boomstraat 18a-d Posterholt

40

en kamers binnen het bestaande pand zijn gerealiseerd zal het hemelwater derhalve ook in de toekomstige situatie via het bestaande rioolsysteem worden opgevangen. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

Boomstraat 18a-d Posterholt

41

5

JURIDISCHE ASPECTEN

5.1

Planonderdelen

Het bestemmingsplan bestaat uit de toelichting, de regels en de verbeelding. De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van de aanwezige bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk worden de diverse bepalingen artikelsgewijs besproken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding zijn de bestemmingen weergegeven. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is opgesteld conform de landelijke richtlijn voor bestemmingsplannen (SVBP 2012), alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

5.2

Toelichting op de verbeelding

De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500. Het plangebied is grotendeels bestemd als ‘Wonen’ met ter plaatse van het pand de functieaanduidingen ‘detailhandel’ en ‘dienstverlening’, alsmede een bouwaanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’. Aan de voorzijde is een strook bestemd als ‘Tuin’. Daarnaast zijn een tweetal archeologische dubbelbestemmingen opgenomen en de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – Roerdalslenk II’.

5.3

Toelichting op de planregels

De regels leggen de gebruiksmogelijkheden van de gronden en de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing vast. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. De regels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: 

Hoofdstuk 1: Inleidende regels;

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels;

Hoofdstuk 3: Algemene regels;

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.

Boomstraat 18a-d Posterholt

42

5.3.1

Inleidende regels

De inleidende regels behelzen de begrippen en de wijze van meten. Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken / percelen gemeten moeten worden. 5.3.2

Bestemmingsregels

De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: 

bestemmingsomschrijving;

bouwregels;

nadere eisen;

afwijken van de bouwregels;

specifieke gebruiksregels;

afwijken van de gebruiksregels;

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;

omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;

wijzigingsbevoegdheid.

Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van gronden en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend bepalingen die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De afwijking van de bouwregels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om onder voorwaarden afwijking te verlenen van een specifieke regel. De specifieke gebruiksregels vormen een nadere concretisering van het toegestane gebruik. De afwijking van de gebruiksregels heeft tot doel bepaald gebruik wat eerder is uitgesloten onder voorwaarden wel toe te laten. Onderstaand worden de regels van de opgenomen bestemming nader toegelicht. Enkelbestemming ‘Tuin’ De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c.

paden en wegen.

Ter plaatse van deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken geen gebouwen toegestaan, met dien verstande dat onder voorwaarden een afwijking kan worden verleend voor bijbehorende bouwwerken.

Boomstraat 18a-d Posterholt

43

Enkelbestemming ‘Wonen’ De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. een beroep aan huis, zoals beschreven in 4.5.1; c.

een bedrijf aan huis, zoals beschreven in 4.5.2;

d. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' is een bestaande showroom voor meubels inclusief een daarbij behorende werkplaats toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' is een bestaand kantoor voor schuldhulpverlening toegestaan; met de daarbij behorende: f.

hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde, erven, tuinen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, ontsluitingspaden en brandgangen;

alsmede voor: water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming zijn bouw- en gebruiksregels opgenomen. In de gebruiksregels is een uitsterfconstructie opgenomen voor de detailhandel en dienstverlening. Indien deze functies gedurende 1 jaar niet meer plaatsvinden zijn deze functies niet meer toegestaan. Daarnaast zijn parkeernormen opgenomen. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een terrein met archeologische waarde. De ondergrenzen voor archeologisch onderzoek zijn 250 m 2 oppervlakte en een bouwdiepte van 40 cm. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ De voor ‘Waarde - Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een terrein met archeologische waarde. De ondergrenzen voor archeologisch onderzoek zijn 1.000 m2 oppervlakte en een bouwdiepte van 40 cm. 5.3.3

Algemene regels

In de algemene regels is een aantal standaardbepalingen opgenomen te weten, de antidubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels. Anti-dubbeltelregel In de anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarin uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk.

Boomstraat 18a-d Posterholt

44

Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn regels gesteld die gelden voor alle bestemmingen uit hoofdstuk 2. In dit geval zijn dit regels met betrekking tot bestaande afstanden en maten en regels omtrent parkeren. Algemene gebruiksregels In deze algemene gebruiksregels is het strijdig gebruik opgenomen. Algemene aanduidingsregels Hierin is de ‘milieuzone – roerdalslenk II’ opgenomen die nadere regels stelt over bodemingrepen dieper dan 30 meter beneden maaiveld. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling zijn enkele algemene afwijkingsbevoegdheden opgenomen om te kunnen afwijken van de bouwregels. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling wordt aan burgemeester en wethouders een algemene bevoegdheid gegeven om kleinschalige wijzigingen aan te brengen in de bestemmingen van onderhavig plan. 5.3.4

Overgangs- en slotregels

Dit hoofdstuk is het sluitstuk van de regels en bevat alle bepalingen die nog niet elders ondergebracht zijn. De regels zijn algemeen van aard en gelden in principe voor alle bestemmingen. Overgangsrecht In deze regel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze regel bevat de titel van het plan.

Boomstraat 18a-d Posterholt

45

6

HANDHAVING

Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan een sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de planregels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Bewust zijn in het plan geen detailbepalingen opgenomen die – hoewel misschien op zichzelf niet onwenselijk – in de praktijk niet kunnen worden gehandhaafd. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels zijn opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. Het gemeentebestuur draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan.

Boomstraat 18a-d Posterholt

46

7

HAALBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd, kan de gemeente afzien van het opstellen van een exploitatieplan. Eveneens is de gemeente niet verplicht een exploitatieplan vast te stellen in bij het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven gevallen waar de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen, of niet opweegt tegen de bestuurlijke lasten (artikel 6.12, lid 2, aanhef, juncto artikel 6.2, lid 1 Bro). Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt onder andere aangewezen een bouwplan voor de bouw van een of meer woningen. Het voorliggende initiatief heeft betrekking op de realisatie van 6 kamers en één appartement en op de herbestemming van de bedrijfswoning naar een reguliere woning.

Tussen gemeente en initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waarin kostenverhaal en het planschadeverhaal worden geregeld.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog De omgevingsdialoog is er op gericht om in een vroegtijdig stadium (nog voordat het concrete plan vastligt) kennis te nemen van eventuele bezwaren, wensen en belangen van omwonenden zodat deze reacties bij de uitwerking kunnen worden betrokken. De initiatiefnemer heeft een omgevingsdialoog gevoerd. De uitkomsten hiervan zijn als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Uit de omgevingsdialoog bleken geen bezwaren vanuit de omgeving tegen de ontwikkeling. Vooroverleg Volgens artikel 3.1.1. Bro dient vooroverleg te worden gevoerd met diensten van het Rijk, provincie en het waterschap. Deze instanties kunnen aangeven dat in bepaalde gevallen vooroverleg niet noodzakelijk is. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders, indien niet is aangegeven dat van vooroverleg kan worden afgezien, daarom overleg plegen met het Waterschap, met andere gemeenten wiens belangen bij het plan betrokken zijn en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Het vooroverleg is gevoerd met de provincie Limburg en het Waterschap Limburg. Bij beide instanties heeft de beoordeling van het plan niet geleid tot het maken van opmerkingen. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

Boomstraat 18a-d Posterholt

47

8

PROCEDURE

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit:  Openbare kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan; 

Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan Ge-

deputeerde Staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen

worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn

ingediend; Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of

het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na

bekendmaking voor belanghebbenden; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Boomstraat 18a-d Posterholt

48

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Boomstraat 18a-d Posterholt

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=2098c598-9e36-419c-94fc-6399df9796c4